inkoop vervoer basismobiliteit - programma van eisen 2017.pdf
Tekst van het document
EU-aanbesteding Basismobiliteit Noord-Veluwe Perceel 2: Vervoercapaciteit
Programma van Eisen
in opdracht van Regio Noord-Veluwe
14 juni 2016 Kenmerk: 1326-PvE-P2-C05
© Copyright 2016 Forseti Tender Management, Rosmalen Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means without written permission from the publisher.
Inhoudsopgave 1
2
3
DIENST EN OPBOUW PVE
1
1.1
Dienst
1
1.2
Opdeling perceel 2
1
1.3
Onderaanneming
4
1.4
Continuïteit
5
1.5
Leeswijzer
5
UITVOERING
6
2.1
Algemeen
6
2.2
Samenwerking regiecentrale en vervoerder(s)
6
2.3
Beschikbaarheid voertuigen
7
2.4
Communicatie
7
2.5
Reizigersgroepen
8
2.6
Uitvoering CVV
9
2.7
Uitvoering Routevervoer
10
2.7.1
Chauffeursinzet
10
2.7.2
Kennismaking met ouders/verzorgers en leerlingen/reizigers
11
2.7.3
Begeleiding leerlingen / reizigers
11
PERSONEEL
12
3.1
Algemeen
12
3.2
Vervoercoördinator
12
3.3
Samenwerking chauffeur en de regiecentrale
12
3.4
Eisen aan de chauffeurs
13
3.5
3.4.1
Basiseisen
13
3.4.2
Aanvullende eisen chauffeurs routevervoer
13
3.4.3
Aanvullende eisen vaste vervoercapaciteit categorie 2a
14
3.4.4
Aanvullende eisen rolstoelvervoer
14
Dienstverlening door de chauffeur
14
3.5.1
Basisdienstverlening
14
3.5.2
Aanvullende dienstverlening routevervoer
15
3.5.3
Aanvullende dienstverlening CVV
16
3.6
Begeleiding routegebonden vervoer
16
3.7
Verklaring omtrent het gedrag
16
3.8
Voorlichtingsbijeenkomsten
17
3.9
Overname personeel
18
3.10
Social Return on Investment
18
4
5
6
MATERIEEL
20
4.1
Algemeen
20
4.2
Voertuigeisen
21
4.2.1
Alle voertuigen
21
4.2.2
Aanvullende eisen voertuigen routevervoer
22
4.2.3
Aanvullende eisen categorie basisvervoercapaciteit (categorie 2)
22
4.2.4
Aanvullende eisen rolstoelbus en taxibus-hoog (type A + B)
22
4.3
Hulpmiddelen
23
4.4
Milieueisen voertuigen opdrachtnemer
24
4.5
Uitwisseling informatie regiecentrale - uitvoering
24
PLANNING EN INZET CAPACITEIT 5.1
Inleiding basepoints
27
5.2
Vervoercapaciteit
27
5.3
Planning en bestelling vaste capaciteit
29
5.4
Levering van vervoercapaciteit
30
5.5
Wijziging in de geplande vervoercapaciteit binnen het rooster
31
5.6
Uitbreiding en inperking van vaste vervoercapaciteit
33
8
5.6.1
Ontwikkelingen in het vervoervolume
33
5.6.2
Uitbreiding vaste vervoercapaciteit
34
5.6.3
Inperking vaste vervoercapaciteit
34
FINANCIEEL EN CONTRACT 6.1
7
27
Vergoeding
35 35
6.1.1
Beschikbaarheidstarief
35
6.1.2
Vergoeding per inzetkilometer
36
6.1.3
Innen reizigersbijdrage door de vervoerder
36
6.1.4
Aanvullende vergoedingen
36
6.2
Indexering
37
6.3
Prestatiestimuli
37
6.4
TX-keurmerk
37
6.5
Monitoring en handhaving contract
38
6.6
Facturering
39
6.7
Persoonsgegevens
40
6.8
Implementatie
40
6.9
Evaluatie regiecentrale - opdrachtnemer
41
KLACHTENPROCEDURE
42
7.1
Aanname
42
7.2
Rol opdrachtnemer bij afhandeling
42
TOURINGCARVERVOER
44
8.1
Uitvoering
44
8.2
Personeel
44
8.3
Begeleiding
45
8.4
Materieel
45
8.5
Planning en inzettijd
45
8.6
Vergoeding opdrachtnemer
46
8.7
Klachten
47
8.8
Implementatie en communicatie
47
BIJLAGEN 1.
Inzetroosters per basepoint
2.
Huidige inzet touringcarvervoer
EU-aanbesteding Basismobiliteit Noord-Veluwe - Perceel 2: Vervoer
1
Dienst en opbouw PVE
1.1
Dienst • Doel van onderhavige aanbesteding is het inkopen van benodigde vervoercapaciteit (voertuig en chauffeur) voor de uitvoering van kleinschalig personenvervoer ten behoeve van meerdere reizigersgroepen in het kader van de basismobiliteit, zowel collectief vraagafhankelijk vervoer (hierna CVV) als routegebonden vervoer. • De opdracht betreft het vervoer in/naar/vanuit vervoergebied van de gemeenten in de regio Noord-Veluwe. De gemeenten organiseren dit vervoer samen en laten dit aansturen door de regiecentrale waarvoor de combinatie Regie Centraal BV / Noot Touringcar BV is gecontracteerd. Binnen het vervoersysteem is op dit moment in ieder geval vervoer voorzien voor de reizigersgroepen Wmo, OV en leerlingen. Het vervoer van reizigers Wmo-bg (dagbesteding) en reizigers vanuit de Jeugdwet is optioneel mogelijk. Mogelijk gaan er gedurende de uitvoering nog andere
reizigersgroepen gebruik maken van het
vervoersysteem. • De opdrachtgever eist dat de vervoerders aan alle genoemde eisen en bepalingen voldoet. Met het doen van een inschrijving conformeert de inschrijver zich aan het Programma van Eisen.
1.2
Opdeling perceel 2 In de inschrijvingsleidraad is aangegeven dat het vervoerperceel is opgedeeld in 18 percelen, gekoppeld aan zogenaamde basepoints. Een perceel betreft de levering van vervoercapaciteit op een basepoint. Een basepoint is een gebied waarbinnen de dienst opgestart en beëindigd moet worden en geldt als start- en eindmoment voor de te vergoeden inzettijd (zie hoofdstuk 5). Een nadrukkelijke wens van de gemeenten is om meerdere opdrachtnemers in te zetten voor de uitvoering van het vervoer. Inschrijvers kunnen één of meerdere percelen winnen. Het aantal partijen dat wordt ingezet is mede afhankelijk van de gunning. De kenmerken van het vervoer en de eisen die zijn uitgewerkt in dit programma van eisen variëren per categorie. Binnen iedere categorie is de benodigde vervoercapaciteit opgedeeld in verschillende basepoints (percelen). Voor de basepoints binnen eenzelfde categorie gelden
dezelfde
kenmerken
en
eisen.
In
hoofdstuk
vervoercapaciteit per basepoint wordt geleverd vervoercapaciteit
in
de
voorliggende
vijf
is
aangegeven
moet worden. De
aanbesteding
is
afgestemd
welke
in
de
kopen
op
de
huidige
vervoervolumes regiotaxi en leerlingenvervoer. Forseti
pagina 1
EU-aanbesteding Basismobiliteit Noord-Veluwe - Perceel 2: Vervoer
Categorie 2a: percelen levering basis vervoercapaciteit •
Voor deze percelen sluit de opdrachtgever overeenkomsten af met tenminste drie opdrachtnemers voor de levering van een vervoercapaciteit voor de bediening van zes basepoints.
•
De uitvoering vindt plaats gedurende de hele dag gedurende alle dagen van de week. Het vervoer betreft zowel CVV en routevervoer.
•
De overeenkomsten met opdrachtnemers voor deze percelen starten op 1-1-2017. Categorie 2b: percelen levering vervoercapaciteit piekvervoer
•
Voor deze percelen sluit de opdrachtgever overeenkomsten af met tenminste drie opdrachtnemers voor de levering van een piekvervoercapaciteit, die wordt ingezet voor het routevervoer.
•
Dit betreft vervoer dat plaatsvindt op school- of werkdagen circa binnen de tijdsvensters 7:00-9:00 en 14:30-16:30 uur (op woensdag en deels op vrijdag 12:00-14:00 uur). De exacte inzettijd wordt in het inzetrooster opgenomen. Buiten deze ingeroosterde inzettijd kan de opdrachtnemer vrij over deze voertuigen beschikken.
•
Optioneel kan de inzettijd van de voertuigen verlengd worden, bijvoorbeeld doordat nieuwe reizigersgroepen gebruiken gaan maken van het vervoersysteem (zie paragraaf 2.4) of voor de inzet binnen het CVV indien de chauffeur in bezit is van standaard chauffeurspas. Dit kan zowel voorafgaand aan of aansluitend op de genoemde tijdsvensters worden verlengd, De regiecentrale treedt hiervoor tijdig in overleg met de opdrachtnemer als deze situatie zich voordoet.
•
De overeenkomsten contracten met de opdrachtnemers voor deze percelen starten op 1-82017 (schooljaar 2017/2018). Voor de percelen binnen de categorieën 2a en 2b geldt:
• De gecontracteerde opdrachtnemers worden gegarandeerd ingezet in de uitvoering. De gemeenten hebben voor deze aanbesteding de benodigde vervoercapaciteit per basepoint vastgesteld, die is opgenomen in hoofdstuk vijf. Dit is de vaste vervoercapaciteit •
De
benodigde
vervoercapaciteit
legt
de
regiecentrale
vast
in
een
inzetrooster.
Opdrachtnemers hebben een leveringsverplichting. •
De benodigde vervoercapaciteit kan – binnen de grenzen van de opdracht – toenemen door: • een langere inzet van de bestaande vervoercapaciteit over de dag (zie paragraaf 5.5); • de inzet van de flexibele schil bovenop vaste vervoercapaciteit (zie paragraaf 5.5, alleen voor de percelen binnen categorie 2a); • het structureel verhogen van de vaste vervoercapaciteit (zie paragraaf 5.6) tot maximaal 125% van de vaste vervoercapaciteit.
• De regiecentrale maakt een zo efficiënt mogelijke planning. De efficiency van de planning is altijd leidend bij de te maken keuzes. De regiecentrale bepaalt samen met de gemeenten tot welk
basepoint
vervoercapaciteit
wordt
toegedeeld.
Hierbij
geldt
dat
ook
niet-
rolstoelgebonden reizigers vervoerd kunnen worden in een rolstoelvoertuig als dat leidt tot een efficiëntere planning. Forseti
pagina 2
EU-aanbesteding Basismobiliteit Noord-Veluwe - Perceel 2: Vervoer
• Indien de vervoercentrale op enig moment onvoldoende vervoercapaciteit beschikbaar heeft, hebben de gemeenten het recht vervoercapaciteit bij niet-gecontracteerde marktpartijen in te kopen. • In
omliggende
regio’s
ontstaan
ook
regiecentrales.
Indien
er
sprake
is
van
grensoverschrijdend vervoer, is het mogelijk dat de regiecentrale een rit toekent aan een opdrachtnemer van een andere regio indien dit efficiënter is. Gedurende de implementatie en de uitvoering worden hier nadere afspraken over gemaakt. Categorie 2c: percelen levering vervoercapaciteit touringcar •
Voor deze categorie sluit de opdrachtgever raamovereenkomsten met één of meerdere opdrachtnemers voor de uitvoering van touringcarvervoer.
•
De opdrachtnemer van perceel 2c verzorgt per touringcar de uitvoering van: • Het gym- en zwemvervoer voor de gemeenten Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Putten. • Het gym- en leerlingenvervoer voor de gemeente Elburg.
•
De regiecentrale geeft aan op welke momenten de opdrachtnemer een touringcar dient te leveren voor dit vervoer. Tijdens de uitvoering van dit vervoer staat het voertuig – in tegenstelling tot de categorieën 2a en 2b - niet in direct contact met de regiecentrale.
•
De eisen voor dit vervoer zijn opgenomen in hoofdstuk 8.
•
De contracten met de opdrachtnemers van de percelen binnen categorie 2c starten op 1-82017 (schooljaar 2017/2018). In tabel 1.1 zijn de belangrijkste kenmerken van de percelen weergegeven:
Categorie 2a
2b
2c
Naam
Type vervoer
Type voertuig
Opleiding chauffeur
Basisvervoer
Piekvervoer
Touringcarvervoer gym,
Routevervoer
8-persoons
Standaard
Vraagafhankelijk
rolstoelbus of taxi
chauffeurspas
Routevervoer
Taxibus
Beperkte
Routevervoer
zwem,
school
+
of
taxipersonenauto
chauffeurspas
Touringcar
Wettelijke eisen touringcar
Tabel 1.1: kenmerken van de percelen
Forseti
pagina 3
EU-aanbesteding Basismobiliteit Noord-Veluwe - Perceel 2: Vervoer
1.3
Onderaanneming Een opdrachtnemer kan voor alleen onder de volgende voorwaarden een onderaannemer inzetten: • De onderaannemer voldoet aan de eisen die de opdrachtgever stelt aan het vervoer en de chauffeur. • De hoofdaannemer dient voor de start van de uitvoering aan te tonen dat hij in de uitvoeringsfase daadwerkelijk kan beschikken over de in te zetten middelen van de onderaannemer(s). • De hoofdaannemer dient minimaal 60% van het benodigde personeel in loondienst te hebben. • Een hoofdaannemer van een ander basepoint kan alleen als onderaannemer op en ander basepoint worden ingezet als ook wordt voldaan aan de eisen die de opdrachtgever stelt aan de verdeling van basepoints (zie inschrijvingsleidraad paragraaf 4.6). • Een onderaannemer mag geen relatie hebben met de regiecentrale, zoals opgenomen in de inschrijvingsleidraad. • Een partij die al hoofdaannemer is op twee basepoints, mag niet als onderaannemer worden ingezet door een andere partij op één van de andere basepoints. Omdat anders teveel vervoer bij 1 partij komt te liggen • Een partij die hoofdaannemer is op één basepoint binnen een categorie, mag op maximaal twee andere basepoints binnen een categorie als onderaannemer worden ingezet, omdat anders teveel vervoer bij één partij komt te liggen.
• Bij de inzet van onderaannemers dient de hoofdaannemer altijd vooraf schriftelijk toestemming te vragen aan de opdrachtgever. • De onderaannemer dient van de hoofdaannemer een zodanige vergoeding te ontvangen dat hij hiervoor bedrijfseconomisch verantwoord zijn opdracht kan vervullen en zijn personeel volgens Cao Taxi kan betalen. • De hoofdaannemer dient van iedere onderaannemer een geldige SFT-verklaring te overleggen aan de opdrachtgever (een verklaring van Sociaal Fonds Taxi dat de ondernemer de Cao Taxivervoer naleeft. Deze verklaring dient tenminste het oordeel ‘voldoende’) te hebben. • De in te zetten voertuigen en chauffeurs dienen in alle situaties rechtstreeks in verbinding te staan met de regiecentrale, een tussenschakel is niet toegestaan. • De voertuigen en chauffeurs van de onderaannemer dienen voor de uitvoering door de hoofdaannemer bekend te worden gemaakt bij de opdrachtgever. • De opdrachtgever heeft bij de hoofdaannemer een contactpersoon die altijd bereikbaar is voor calamiteiten en met wie dagelijks de capaciteitsplanning kan worden kortgesloten. Deze contactpersoon dient zelf contact te kunnen hebben met alle in te zetten chauffeurs, ook als deze afkomstig zijn van een onderaannemer (als zijnde eigen chauffeurs). De hoofdaannemer stelt een overeenkomst op met de onderaannemer voor het inhuren van personeel en/of wagenpark.
Deze overeenkomst geeft aan dat er een gezagsverhouding is
Forseti
pagina 4
EU-aanbesteding Basismobiliteit Noord-Veluwe - Perceel 2: Vervoer
tussen de hoofdaannemer en de onderaannemer en dat de onderaannemer de betreffende middelen beschikbaar stelt gedurende de looptijd van de overeenkomst. Deze overeenkomst dient de opdrachtnemer uiterlijk een maand na gunning te overleggen aan de opdrachtgever.
1.4
Continuïteit De opdrachtnemer verplicht zich gedurende de vastgestelde contractperiode het vervoer te verzorgen, zonder zich te kunnen beroepen op eventuele belemmeringen zoals ziekte van chauffeurs en/of mankementen aan het materiaal en/of een tekort aan materiaal.
1.5
Leeswijzer De komende hoofdstukken gaan in op de taken en eisen die worden gesteld aan de opdrachtnemer. In hoofdstuk twee zijn de kenmerken en eisen aan de uitvoering van de dienst uitgewerkt. De eisen die worden gesteld aan de inzet van personeel en voertuigen zijn uitgewerkt in respectievelijk hoofdstuk drie en vier. De planning en inzet van vervoercapaciteit is uitgewerkt in hoofdstuk vijf. Alle financiële aspecten komen in hoofdstuk zes aan bod. De klachtenprocedure komt in hoofdstuk zeven naar voren. Hoofdstuk acht bevat alle aspecten voor het gym- en zwemvervoer.
Forseti
pagina 5
EU-aanbesteding Basismobiliteit Noord-Veluwe - Perceel 2: Vervoer
2
Uitvoering
2.1
Algemeen De opdrachtnemer stelt de door de regiecentrale gevraagde vervoercapaciteit (voertuig + chauffeur) beschikbaar en rijdt met het juiste materieel en personeel op door de regiecentrale gevraagde tijd en plaats conform een inzetrooster. Het vervoer betreft: • CVV per taxipersonenauto en/of rolstoelbus. Dit is een vervoerdienst op afroep die alleen rijdt indien de reiziger een rit vooraf reserveert bij de regiecentrale. Dit is vervoer voor OVreizigers en personen met een vervoerindicatie waarbij de regiecentrale op basis van een vastgelegdreizigersprofiel heeft bepaald dat een taxirit is toegestaan en onder welke voorwaarden de rit mag worden uitgevoerd (zie paragraaf 2.4). • Routevervoer per taxipersonenauto en/of rolstoelbus en/of taxibus. Dit is vervoer van één of meer reizigers die in min of meer vaste frequentie reizen tussen hun woon/verblijfadres en een activiteitenlocatie (bijvoorbeeld school, dagopvang, werkvoorziening). Het taxivervoer vindt zonder overstap plaats en voornamelijk van deur-tot-deur en vice versa. Het CVV kan op aangeven van de regiecentrale ook plaatsvinden van kamer-totkamer, deur-tot-halte en vice versa. Onder vervoer van deur tot deur wordt verstaan het vervoer en begeleiding vanaf en naar de deur van de woning of de deur van het vertrek- of bestemmingsadres.
Wanneer het een wooncomplex of flatgebouw betreft, dan vormt de centrale ingang van het wooncomplex, i.c. de centrale benedeningang voor het betreffende huisnummer, de deur. Over de ophaallocatie
bij parken of camping maken partijen in tijdens de implementatie nadere
afspraken. De opdrachtgever / gemeenten kunnen besluiten op- of overstapplaatsen in te stellen of af te schaffen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan locaties aan de randen van stadscentra of specifieke locaties bij evenementen.
2.2
Samenwerking regiecentrale en vervoerder(s) • Regiecentrale en vervoerders(s) werken gezamenlijk aan de uitvoeringskwaliteit van het vervoer binnen de door gemeenten gestelde minimale kwaliteitseisen. De opdrachtnemer levert alle medewerking om hieraan te kunnen voldoen. • De regiecentrale is primair verantwoordelijk voor het klantcontact, de planning en de te realiseren stiptheid van het vervoer. De regiecentrale is dus mede verantwoordelijk voor de
Forseti
pagina 6
EU-aanbesteding Basismobiliteit Noord-Veluwe - Perceel 2: Vervoer
te realiseren kwaliteit en oefent hierop invloed uit door onder meer chauffeurs tijdens instructiebijeenkomsten te informeren over de spelregels van het vervoersysteem, zodat bij alle opdrachtnemers eenzelfde dienstverleningsniveau ontstaat. • De regiecentrale fungeert als gedelegeerd opdrachtgever richting de vervoerders en zal toezien op juiste uitvoering van het vervoer. • Opdrachtnemers zijn primair verantwoordelijk voor de opleiding van de chauffeur, bejegening van de reiziger, naleving van de planning, serviceverlening door de chauffeur en de kwaliteit van het voertuig. • Voor de dienstverlening naar de reiziger geldt dat de communicatie met de reiziger altijd plaats vindt door de regiecentrale, met uitzondering van het live contact dat plaatsvindt tussen chauffeur en reiziger. • Om te zorgen dat eventuele klachten altijd herleidbaar zijn worden de telefoongesprekken tussen de regiecentrale en de reizigers opgenomen en gedurende twee manden bewaard en worden statusmeldingen continu uitgewisseld tussen opdrachtnemers en regiecentrale. • Tussen de regiecentrale en opdrachtnemers vindt periodiek overleg plaats om zaken gerelateerd aan de uitvoering en samenwerking af te stemmen.
2.3
Beschikbaarheid voertuigen • De voertuigen van de opdrachtnemers worden direct – en zonder tussenkomst van een centrale van de opdrachtnemer zelf – via datacommunicatie aangestuurd door de regiecentrale. • De opdrachtnemer stelt vervoercapaciteit voor een ingeroosterde dienst beschikbaar. Gedurende deze dienst kan de regiecentrale het voertuig inzetten voor verschillende reizigersgroepen. • De opdrachtnemer kan de inzet gedurende de tijd dat de voertuigen beschikbaar worden gesteld aan de regiecentrale de voertuigen niet beïnvloeden en geen combinaties maken met vervoer uit hun eigen centrale. • De opdrachtnemer mag voor of na de overeengekomen dienst of tussen twee gebroken diensten het voertuig gebruiken voor ander vervoer.
2.4
Communicatie • De opdrachtnemer stelt een vervoercoördinator aan die optreedt als contactpersoon voor de regiecentrale en chauffeurs. • Voor de dienstverlening naar de reiziger geldt dat de communicatie met de reiziger of dienst vertegenwoordiger/opvoeder altijd plaatsvindt door de regiecentrale. • De chauffeur communiceert alleen rechtstreeks met de regiecentrale, met uitzondering van de terugbelservice naar de reiziger en communicatie die plaatsvindt in het voertuig.
Forseti
pagina 7
EU-aanbesteding Basismobiliteit Noord-Veluwe - Perceel 2: Vervoer
2.5
Reizigersgroepen De opdrachtgever onderscheidt de volgende reizigersgroepen: Reizigers CVV Voor dit vervoer meldt de reiziger zich per telefoon of via internet aan bij de regiecentrale, waarna de regiecentrale zorg draagt voor de operationele regie van dit vervoer, bestaande uit de ritaanname, planning en dispatch. Het CVV wordt gebruikt door de volgende reizigersgroepen: Wmo-reizigers • Dit zijn personen die op basis van een gemeentelijke indicatie voor Wmo-vervoer beschikken over een vervoerpas voor collectief sociaal vervoer voor verplaatsingen in de (directe) woon- en leefomgeving. • Deze reizigers kunnen beschikken over hulpmiddelen zoals een rolstoel, scootmobiel of rollator. Op aangeven van een gemeente mag of moet een reiziger begeleiding en/of hulpmiddelen meenemen. • Wmo-reizigers beschikken over een door de gemeente bepaald reizigersprofiel waarin alle specifieke indicatiegegevens voor het vervoer zijn vastgelegd. Dit profiel is gekoppeld aan de vervoerpas. Ov-reizigers • Dit zijn personen die gebruik maken van CVV op plaatsen en momenten dat het reguliere openbaar vervoer niet voorziet in een passende verbinding en voor zover zij niet kunnen worden gecompenseerd via een wettelijke regeling in het kader van het doelgroepenvervoer.
• Voor alle ov-reizigers is het CVV enkel tegen het ov-tarief voor deur-tot-deur vervoer beschikbaar op het moment dat er geen ov-alternatief beschikbaar is dat voldoet aan de generiek bepaalde criteria (ov-advies). Deze criteria zullen door de provincie Gelderland worden bepaald en hebben in ieder geval betrekking op loopafstanden, aantal overstappen en reistijd. Indien een reiziger toch van het systeem voor sociaal vervoer gebruik wil maken als een alternatief per regulier ov aanwezig is, moet een “kostendekkend” tarief worden betaald. • De provincie bepaalt het ov-tarief voor deur tot deur vervoer en het “kostendekkende” tarief voor ov reizigers. Het CVV wordt nu voor alle gemeenten uitgevoerd door de provincie Gelderland. De omvang van het CVV kan wijzigen door diverse ontwikkelingen, zoals aanpassingen in het gemeentelijk of provinciaal beleid. Daarnaast kan de omvang toenemen doordat vormen van vervoer worden gedecentraliseerd naar gemeenten en onderdeel worden van de Wmo. Dit
Forseti
betreft
bijvoorbeeld
de
mogelijke
overgang
van
het
huidige
Valys
vervoer
pagina 8
EU-aanbesteding Basismobiliteit Noord-Veluwe - Perceel 2: Vervoer
(bovenregionaal sociaalrecreatief vervoer) vanuit het Rijk en/of een deel van het zittend ziekenvervoer vanuit zorgverzekeraars naar de gemeenten. Reizigers routevervoer (voornamelijk categorie 2b) Voor dit vervoer meldt een gemeente de reiziger inclusief een ingevuld reizigersprofiel aan bij de regiecentrale waarbij wordt aangegeven voor welke verplaatsing en vervoerfrequentie een beschikking is afgegeven, waarna de regiecentrale zorg draagt voor de operationele regie over dit vervoer. Dit omvat het opstellen en up-to-date houden van een zo efficiënt mogelijke planning van het routevervoer en het verwerken van mutaties die op dit vervoer plaatsvinden. Het routevervoer wordt bij de start gebruikt door de volgende reizigersgroepen: • Leerlingen die op basis van de gemeentelijke verordening van één van de deelnemende gemeenten recht hebben op aangepast vervoer tussen een huisadres of opstapplaats en school. Op termijn kunnen de volgende reizigersgroepen gebruik gaan maken van het vervoersysteem: • Cliënten Wmo-bg: Dit zijn cliënten die vanuit de Wmo op basis van een indicatie vervoer nodig hebben van/naar dagbestedingslocaties. • Jeugdigen Jeugdwet: Dit betreft jeugdigen die in het kader van Jeugdwet vervoer nodig hebben. Hieronder valt vervoer van/naar locaties voor onder andere onderwijs en/of dagbesteding/dagbehandeling. • Werknemers van sociale werkinstellingen.
• Cliënten binnen de WLZ. • Cliënten zittend ziekenvervoer. Dit wordt het eerst verkend voor de reizigersgroepen waar de gemeenten verantwoordelijk voor zijn (Wmo en Jeugd). Het is daarnaast mogelijk dat op termijn ook andere reizigersgroepen gebruik gaan maken van het routevervoer, waar gemeenten nu niet verantwoordelijk voor is. Voor alle uitbreidingen geldt dat uitbreiding binnen deze opdracht mogelijk is voor zover de ingekochte vervoercapaciteit van voorliggende aanbesteding dat toelaat. Indien dit niet het geval is, zal de opdrachtgever aanvullende vervoercapaciteit inkopen.
2.6
Uitvoering CVV De volgende specifieke spelregels en systeemkenmerken zijn op het CVV van toepassing: • De regiecentrale kan ritten van individuele reizigers combineren.
Forseti
pagina 9
EU-aanbesteding Basismobiliteit Noord-Veluwe - Perceel 2: Vervoer
• De chauffeur voert op aangeven van de regiecentrale een terugbelservice uit, waarbij de reiziger vanuit het voertuig gemeld wordt dat het voertuig binnen korte tijd voorrijdt. Voor het CVV dient de chauffeur circa 5 minuten voor de verwachte aankomst van het voertuig bij de reiziger de terugbelservice ‘warm’ uit te voeren, waarbij live spraakcontact plaatsvindt tussen chauffeur en reiziger. De terugbelservice dient in 95%van gevallen te zijn uitgevoerd. • Wanneer een chauffeur eerder bij een ophaaladres kan zijn dan dient hij direct de tevroeg belservice te activeren. Wanneer de klant akkoord geeft dan dient de klant direct opgehaald te worden. • In geval een rit te laat uitgevoerd dreigt te worden dan dient de chauffeur de te laat belservice te activeren. • De chauffeur int op aangeven van de regiecentrale een reizigersbijdrage in het voertuig (per pin of contant, naar keuze van de reiziger) en de opdrachtnemer draagt deze af aan de opdrachtgever. •
Het CVV is beschikbaar tussen 6:00 en 01:00 uur. Op oudejaarsavond eindigt de dienstverlening om 20:00 uur.
• De opdrachtgever bepaalt de systeemkenmerken. Deze kunnen anders zijn dan in de huidige Regiotaxi en kunnen gedurende de looptijd worden aangepast. Doel kan daarbij zijn de beschikbare capaciteit efficiënt(er) in te zetten met behoud of verbetering van kwaliteit en betrouwbaarheid van het product voor de reiziger.
2.7
Uitvoering Routevervoer De volgende specifieke spelregels en systeemkenmerken zijn op het routevervoer van toepassing: • Het vervoer concentreert zich op werkdagen in de ochtend en de middag. Het leerlingenvervoer vindt niet plaats in schoolvakanties. • De regiecentrale stelt een vervoerplan op met routes zoveel mogelijk in een vaste structuur. • De regiecentrale verwerkt mutaties, aanmeldingen en afmeldingen. De regiecentrale communiceert dit met de opdrachtnemer(s). • De opdrachtnemer voert deze routes overeenkomstig de spelregels uit op aangeven van de regiecentrale. • De regiecentrale zorgt voor een tijdige en goede communicatie over de routes richting ouders/verzorgers/reizigers.
2.7.1
Chauffeursinzet • Op aangeven van de opdrachtgever moet voor een rit een vaste chauffeur eventueel met een vast voertuig ingezet worden. • De inzet van een andere chauffeur op een dergelijke rit wordt uitsluitend toegestaan in geval van ziekte, vakantie of ontslag van de vaste chauffeur(s). • De regiecentrale heeft in overleg met de opdrachtgever, het recht een bepaalde (vaste) chauffeur om moverende redenen van een route te halen.
Forseti
pagina 10
EU-aanbesteding Basismobiliteit Noord-Veluwe - Perceel 2: Vervoer
• Een opdrachtnemer kan zich niet beroepen op de onmogelijkheid om tijdig voldoende chauffeurs beschikbaar te hebben. • De opdrachtnemer dient samen met de regiecentrale de in te zetten chauffeur deugdelijk te instrueren over het op de juiste wijze handelen en vervoeren van reizigers met een beperking, zoals het geven van specifieke instructies over de reiziger, aandoening of beperking en de wijze waarop in het geval van een incident moet worden gehandeld. 2.7.2
Kennismaking met ouders/verzorgers en leerlingen/reizigers • In samenspraak met de regiecentrale maakt de nieuwe chauffeur uiterlijk drie kalenderdagen voor de eerste rit kennis met de reiziger. • De chauffeur maakt bij wisseling van (één van) de vaste chauffeur(s) gedurende het (school)jaar vooraf kennis met de leerling/reiziger en ouders/verzorgers. Dit in samenspraak met de regiecentrale. • De opdrachtnemer zorgt voor een aantoonbare registratie van de kennismaking. • De opdrachtnemer ontvangt een vergoeding voor de kennismaking (zie paragraaf 6.1.4).
2.7.3
Begeleiding leerlingen / reizigers Momenteel vindt er in het routevervoer soms begeleiding plaats. Indien, gedurende de looptijd
van
de
overeenkomst naar inzicht van
de
opdrachtnemer danwel een
ouder/verzorger, blijkt dat tijdens een rit begeleiding noodzakelijk is, dan dient daarover onverwijld overleg plaats te vinden tussen opdrachtnemer, regiecentrale en opdrachtgever. De opdrachtgever besluit uiteindelijk of de begeleiding op de betreffende rit wordt ingezet en wie dit organiseert (de opdrachtnemer of een andere betrokkene bij het vervoer). De inzet van een begeleider kan op twee manieren: • Begeleiding, maar niet vanuit de opdrachtnemer: In geval van begeleiding in te zetten vanuit de school of vanuit de ouders/verzorgers wordt dit door de regiecentrale opgenomen en ingepland in te uit te voeren route. • Begeleiding vanuit de opdrachtnemer: De opdrachtgever kan de opdrachtnemer vragen een begeleider in te zetten. (zie paragraaf 6.1.4).
Forseti
pagina 11
EU-aanbesteding Basismobiliteit Noord-Veluwe - Perceel 2: Vervoer
3
Personeel
3.1
Algemeen Alle
bij
de
uitvoering
van
onderhavige
opdracht
betrokken
personeelsleden
(vervoercoördinator en chauffeurs) zijn bekend met de regio en zijn op de hoogte van voor hen relevante inhoud van het Programma van Eisen en systeemkenmerken. Dit geldt tevens voor de betrokken personeelsleden van eventuele onderaannemers. Chauffeurs kunnen worden ingezet voor het vervoer van alle genoemde reizigersgroepen in het vervoersysteem, voor zover de eisen die aan de rit worden gesteld (zoals chauffeurspas en/of het voertuig) dit toestaan. Dit is expliciet aangegeven in dit PVE.
3.2
Vervoercoördinator De opdrachtgever verwacht dat vanuit de opdrachtnemer een vast aanspreekpunt met een vaste vervanger. Het vaste aanspreekpunt dient: • vanaf de implementatie betrokken te worden bij onderhavige opdracht; • op de hoogte te zijn van de inhoud van onderhavige opdracht en van de inhoud van de ingediende inschrijving; • de omgeving waarin het vervoer plaatsvindt te kennen; • zijn tijdens kantooruren (07:00-17:00) bereikbaar voor vragen met betrekking tot de uitvoering en de facturatie. Opdrachtgever, regiecentrale en opdrachtnemer maken afspraken over de bereikbaarheid bij calamiteiten in de avonduren en in het weekeinde.
3.3
Samenwerking chauffeur en de regiecentrale De chauffeur: • meldt zich bij de regiecentrale aan en af op de volgens de planning gevraagde tijden; • rijdt ritten conform de ritplanning van de regiecentrale en volgt de instructies van de centralist van de regiecentrale te allen tijde op; • neemt op aanwijzing van de regiecentrale pauzes en rijdt naar de aangegeven pauzeplaats; • is telefonisch bereikbaar en kan handsfree bellen; • neemt zo snel mogelijk telefonisch contact op met de regiecentrale indien het voertuig buiten bereik is (geraakt) van datacommunicatie; • brengt de regiecentrale onverwijld op de hoogte bij calamiteiten in het vervoer;
Forseti
pagina 12
EU-aanbesteding Basismobiliteit Noord-Veluwe - Perceel 2: Vervoer
• meldt direct het niet-aanwezig zijn van een reiziger aan de regiecentrale. De chauffeur mag een rit alleen in opdracht van de regiecentrale loosmelden. Over de protocollen worden nadere afspraken gemaakt met de regiecentrale. • draagt op aangeven van de regiecentrale zorg voor het tijdig activeren van de terugbelservice.
3.4
Eisen aan de chauffeurs
3.4.1
Basiseisen Aan elke chauffeur worden de volgende eisen gesteld: • voldoet aan de wettelijke eisen voor taxichauffeur. • is in het bezit van de beperkte chauffeurspas of standaard chauffeurspas; • beschikt aantoonbaar over kennis (door ervaring of door een door de opdrachtnemer te verzorgen instructie) van omgang met de reizigersgroepen; • herkent en kan omgaan met de diverse beperkingen en ziektebeelden van de doelgroep; • is herkenbaar als chauffeur door bijvoorbeeld bedrijfskleding en/of duidelijk zichtbare badge; • ziet erop toe dat alleen opgegeven routevervoer reizigers meerijden; • heeft – aantoonbaar door de opdrachtnemer – met goed gevolg een training gevolgd van Het Nieuwe Rijden en past dit toe in de dagelijkse praktijk; • is verantwoordelijk voor veilig vervoer en past de rijstijl aan de weersomstandigheden aan; • heeft een servicegerichte en reizigersvriendelijke instelling; • past goede sociale vaardigheden toe; • gebruikt geen verbaal of fysiek geweld tegen reizigers om welke reden dan ook; • verwijdert geen reizigers uit het voertuig tijdens de rit om welke reden dan ook; • heeft een goede kennis van wegen, straten en scholen binnen het vervoergebied, dan wel kennis van het gebruik van routeplanapparatuur in de voertuigen; • heeft een goede mondelinge uitdrukkingsvaardigheid in de Nederlandse taal; • heeft voldoende kennis van het schriftelijk hanteren van de
Nederlandse taal zodat begrijpelijke rapportage mogelijk is; • is in het bezit van het certificaat levensreddend handelen of gelijkwaardig. Op verzoek dienen certificaten te worden overhandigd aan de opdrachtgever (inclusief het bewijs van de meest recente herhalingscursus); • verricht geen medische handelingen anders dan waarvoor hij/zij bevoegd is.
3.4.2
Aanvullende eisen chauffeurs routevervoer Voor chauffeurs die worden ingezet voor het routevervoer (zowel binnen categorie 2a als 2b) geldt daarnaast: • is nooit als verdachte in contact geweest met justitie voor relevante zaken die jeugdigen betreffen of veroordeeld voor dergelijke zaken; • is op de hoogte van het gebruik van het Taxipaspoort en dient hieraan samen met de opdrachtnemer actief medewerking te verlenen (zoals het informeren van ouders/verzorgers
Forseti
pagina 13
EU-aanbesteding Basismobiliteit Noord-Veluwe - Perceel 2: Vervoer
over het bestaan ervan en het gebruiken/inzien van het Taxipaspoort in noodzakelijke situaties). • heeft minimaal de cursus Leergang Leerlingenvervoer (SFT) gevolgd. Deze cursus dient voorafgaand aan het moment dat een chauffeur voor het eerst wordt ingezet, met goed gevolg te zijn afgesloten; • bezit pedagogische vaardigheden. 3.4.3
Aanvullende eisen vaste vervoercapaciteit categorie 2a Aan de in te zetten chauffeurs voor categorie 2a worden daarnaast de volgende eisen gesteld: • is in het bezit van een standaard chauffeurspas; • heeft kennis van de spelregels van het vraagafhankelijke vervoerssysteem;
3.4.4
Aanvullende eisen rolstoelvervoer Voor iedere chauffeur die ingezet wordt voor het vervoer van rolstoelafhankelijke reizigers gelden de volgende aanvullende eisen: • bezit praktische vaardigheden betreffende het vastzetten en vervoeren van rolstoelreizigers dan wel heeft deze kennis voor de start van het contract door middel van een cursus verkregen; • bezit praktische vaardigheden betreffende liggend vervoer; • beheerst de zit- en til-technieken ten behoeve van passagiers met een fysieke beperking; • heeft kennis van de in de voertuigen gehanteerde rolstoelinzittenden beveiligingssystemen (RIBS); • heeft kennis over de omgang met de doelgroep en haar beperkingen verkregen uit aantoonbare ervaring of voor de start van het contract door middel van een relevante cursus verkregen; • is op de hoogte van en werkt volgens de meest actuele Code VVR.
3.5
Dienstverlening door de chauffeur
3.5.1
Basisdienstverlening Eisen die aan de dienstverlening van de chauffeur worden gesteld: • blijft bij het ophalen en wegbrengen van een reiziger toezicht houden op de overige reizigers in het voertuig – zoveel als redelijkerwijs mogelijk; • ziet erop toe dat de reiziger daadwerkelijk naar binnen gaat dan wel opgevangen wordt door een ouder/verzorger of een medewerker van de school/behandelcentrum; • verzorgt zelf (live) de terugbelservice, zodat de reiziger tijdig weet dat het voertuig spoedig komt en er communicatie tussen chauffeur en reiziger mogelijk is voorafgaand aan het instappen; • biedt hulp bij het in- en uitstappen;
Forseti
pagina 14
EU-aanbesteding Basismobiliteit Noord-Veluwe - Perceel 2: Vervoer
• assisteert bij het maken van een eventuele transfer van de reiziger binnen het voertuig; • ziet erop toe dat de gordels (op de juiste wijze) worden gebruikt; • zorgt voor het op juiste wijze vastzetten van een kinderzitje; • bedient uitsluitend zelf de portieren en ramen; • stelt de regiecentrale onverwijld op het hoogte bij problemen waardoor vertraging tijdens de rit ontstaat en/of in geval van incidenten/calamiteiten; • parkeert het voertuig zodanig dat reizigers niet de straat over hoeven te steken. In het geval dat reizigers toch de straat moeten oversteken begeleidt de chauffeur hen hierbij; • haalt de sleutels uit het contactslot bij het verlaten van het vervoermiddel; • draagt zorg voor orde en rust in het voertuig; • zorgt dat geen muziek wordt gespeeld tijdens het vervoer van reizigers en voert alleen telefoongesprekken die voor de dienstverlening noodzakelijk zijn; • ziet erop toe dat er niet gerookt wordt in het voertuig, geen alcoholhoudende dranken worden gebruikt en/of verslavende middelen/(soft)drugs.
Dit geldt zowel tijdens het vervoer voor zowel de chauffeur als de reizigers, ook wanneer er geen reizigers worden vervoerd; • draagt zorg voor een (verkeers)veilig en comfortabel vervoer van de reizigers; • zorgt voor het in- en uitrijden en vastzetten van een rolstoel (eventueel inclusief inzittende) en/of scootmobiel; • ziet erop toe dat rolstoelen en/of scootmobielen altijd goed worden vastgezet alvorens te gaan rijden. 3.5.2
Aanvullende dienstverlening routevervoer De chauffeur zorgt in geval van routevervoer: • voor een vaste zitplaatsverdeling in het voertuig. Deze verdeling dient voor ouder/verzorger, leerkracht, leerlingen en chauffeur zichtbaar aanwezig te zijn in het voertuig; • dat via een vaste route wordt gereden, tenzij er wegomleidingen zijn en/of wanneer er andere instructies zijn gegeven door de regiecentrale; • dat reizigers conform opdracht van de regiecentrale tijdig voor aanvang van de activiteit op de locatie arriveren en in geen geval te laat; • dat reizigers conform opdracht van de regiecentrale tijdig na het einde van de activiteit op de locatie worden opgehaald; • dat ramen en portieren uitsluitend door de chauffeur worden bediend; • dat reizigers maximaal tien minuten voor aanvang van de activiteit op de locatie arriveren en in geen geval te laat; • dat er in uitzonderingssituaties én uitsluitend in opdracht van de regiecentrale voor dat de reizigers achter de voordeur van de school/bestemming worden afgezet. De leerlingen worden niet in de klas gebracht; • dat het kinderslot wordt gebruikt, dat gordels op de juiste wijze worden gebruikt en gaat pas rijden als alle passagiers zitten en de gordel dragen.
Forseti
pagina 15
EU-aanbesteding Basismobiliteit Noord-Veluwe - Perceel 2: Vervoer
3.5.3
Aanvullende dienstverlening CVV Voor de in te zetten chauffeurs in categorie 2a daarnaast de volgende aanvullende eisen indien de chauffeur CVV-ritten uitvoert: • stapt uit en belt aan bij de reiziger; • begeleidt de reiziger van en naar de deur (toegangsdeur aan de openbare weg); • begeleidt de reiziger van kamer tot kamer op aangeven van regiecentrale; • biedt hulp bij het in- en uitladen van de bagage; • biedt op verzoek van de reiziger een vervoerbewijs aan, waarop vermeld staat: naam van het contract, datum en tijdstip van uitgifte, instapplaats, uitstapplaats, aantal te reizen kilometers, hoogte van de reizigersbijdrage en het nummer van de klantenservice; • zorgt voor het opbergen en vastzetten van de rollator, opvouwbare rolstoel of bagage in de bagageruimte van het voertuig; • int op aangeven van de regiecentrale een contante reizigersbijdrage. Aanvullende eisen bij kamer-kamer vervoer Het kamer-tot-kamervervoer betreft het ophalen van de reiziger in de woning / wooneenheid inclusief de begeleiding naar het voertuig of omgekeerd. Het betreft géén draag of liggend vervoer. Geïndiceerde Wmo-reizigers mogen wél geholpen worden bij het aantrekken van jas als dat gewenst is. De chauffeur dient de reiziger te ondersteunen bij het veilig achter te laten van de woning.
3.6
Begeleiding routegebonden vervoer Indien de opdrachtnemer wordt gevraagd de inzet van een begeleider te organiseren, dient de opdrachtnemer rekening te houden met de volgende eisen die aan de begeleiding worden gesteld; de begeleider: • heeft een servicegerichte instelling; • heeft goede sociale vaardigheden; • heeft een goede mondelinge uitdrukkingsvaardigheid in de Nederlandse taal; • moet beschikken over een certificaat levensreddend handelen; • verricht geen medische handelingen waar hij of zij niet toe is bevoegd; • beschikt over kennis (door ervaring of door een door de opdrachtnemer te verzorgen instructie) van omgang met de doelgroep.
3.7
Verklaring omtrent het gedrag Chauffeurs en begeleiders mogen nooit in contact zijn geweest met justitie voor relevante zaken betreffende jeugdigen of leerlingenvervoer en/of veroordeeld voor relevante zaken.
Forseti
pagina 16
EU-aanbesteding Basismobiliteit Noord-Veluwe - Perceel 2: Vervoer
Op verzoek dient de opdrachtnemer voorafgaand aan de start van de overeenkomst voor iedere (potentieel) in te zetten chauffeur een kopie van de chauffeurs pas te verstrekken. Voor in te zetten begeleiders dient de opdrachtnemer een verklaring omtrent het gedrag (VoG) te verstrekken die maximaal zes maanden oud mag zijn op de dag dat deze begeleider voor het eerst ingezet wordt voor de onderhavige opdracht. Indien gedurende de contractperiode een nieuwe chauffeur of begeleider wordt ingezet van wie nog niet eerder een kopie chauffeurspas of VoG is verstrekt, dient deze vóór de eerste keer dat deze persoon ingezet wordt aan de opdrachtgever overhandigd te worden. De kosten komen geheel voor rekening van de opdrachtnemer. Daarnaast heeft in individuele gevallen de regiecentrale te allen tijde het recht om van een betrokken medewerker een nieuwe recente VoG op te vragen. De kosten voor deze (nieuw) op te vragen verklaring voor de betreffende chauffeur of begeleider komt voor rekening van de gemeenten. De opdrachtnemer heeft een meldingsplicht op het moment dat er sprake is van onwenselijk gedrag van chauffeurs die van invloed kunnen zijn op onderhavige opdracht. Melding dient binnen 48 uur plaats te vinden. Indien dit gedrag van directe invloed is (geweest) op de reizigers, dient dit onmiddellijk aan de regiecentrale gemeld te worden.
Regiecentrale en opdrachtgever stellen een protocol op voor situaties met onwenselijk gedrag.
3.8
Voorlichtingsbijeenkomsten Gedurende de implementatieperiode en gedurende de uitvoering van de overeenkomst heeft de regiecentrale de opdracht om voorlichtingsbijeenkomsten over het vervoer te organiseren voor chauffeurs en andere betrokkenen. De medewerking van de opdrachtnemer is vereist. Tijdens implementatie: Alle betrokkenen bij het vervoer dienen op de hoogte te zijn van de spelregels van het vervoersysteem. De regiecentrale verzorgt in samenwerking met de opdrachtnemer tijdens de implementatieperiode een voorlichtingsbijeenkomst over de werkwijze van het vervoerssysteem. Hiervan kunnen ook ervaringslessen deel uitmaken. Alle betrokken chauffeurs zijn verplicht hierbij aanwezig te zijn. Gedurende contractperiode: Gedurende de contractperiode zal de regiecentrale in een zekere regelmaat (1 à 2 maal per jaar) of als er een directe aanleiding toe is voorlichtingsbijeenkomsten (1 à
2 uur)
organiseren voor nieuwe en bestaande chauffeurs. Doel van deze bijeenkomsten is om Forseti
pagina 17
EU-aanbesteding Basismobiliteit Noord-Veluwe - Perceel 2: Vervoer
scherp te houden welke spelregels gelden in het vervoer, welke aandachtspunten er zijn in de uitvoering van het vervoer en hoe de prestaties zijn in de uitvoering. Hiervan kunnen ook ervaringslessen deel uitmaken. Alle betrokken chauffeurs zijn verplicht hierbij aanwezig te zijn. De opdrachtnemer ontvangt een vergoeding voor aanwezigheid bij de bijeenkomsten (zie paragraaf 6.1.4).
3.9
Overname personeel De nieuw gegunde vervoerder treedt in overleg met de huidige vervoerder(s) over de overname van de betrokken chauffeurs en begeleiders. De opdrachtgever eist van de vervoerders die middels de aanbesteding een deel van het vervoer gecontracteerd krijgt, dat deze werknemers die op het moment van wisseling in dat gebied werkzaam zijn conform hetgeen gesteld is in de CAO Taxivervoer behandeld worden.
3.10
Social Return on Investment De opdrachtnemer heeft een inspanningsverplichting om bij voorkomende vacatures voor de onderhavige opdracht mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen of werkervaringsplaatsen aan te bieden en de opdrachtgever te benaderen met het verzoek om geschikte kandidaten aan te melden (Participatiewet). De volgende eisen worden gesteld: • De inschrijver is verplicht (indien de opdracht aan hem gegund wordt) om 5% van de aanneemsom excl. BTW in te zetten voor de arbeidsinschakeling van mensen (rijdend of niet-rijdend personeel) met een afstand tot de arbeidsmarkt / werkloos werkzoekenden. • Daarnaast verplicht de opdrachtnemer zich iedere vacature met betrekking tot onderhavige overeenkomst te melden bij de opdrachtgever of een andere aangegeven instantie. Pas op het moment dat er geen geschikte kandidaat beschikbaar is, mag de opdrachtnemer de vacature op een andere wijze uitzetten en invullen. Vanuit de opdrachtgever wordt in dit traject actief medewerking verleend. • Indien de opdrachtnemer hieraan niet voldoet kan de opdrachtgever hiervoor een boete (zie paragraaf 6.4) opleggen, tenzij de opdrachtnemer aantoonbaar voldoende inspanning heeft geleverd.
De inschrijver is verplicht binnen twee weken na voorlopige gunning een plan van aanpak aan te leveren, die beschrijft hoe de inschrijver omgaat met dit onderwerp en hij dit binnen het raakvlak van onderhavige opdracht een plaats kan geven.
Forseti
pagina 18
EU-aanbesteding Basismobiliteit Noord-Veluwe - Perceel 2: Vervoer
De opdrachtgever heeft als doelstelling om mensen met een relatief grote afstand tot de arbeidsmarkt duurzaam aan het werk te krijgen. Onder social return wordt voor deze opdracht verstaan dat de opdrachtnemer een bijdrage levert aan het bieden van werkgelegenheid aan de doelgroep. De contractwaarde wordt per basepoint op de volgende wijze berekend: • op basis van de inzetroosters van elk basepoint worden per dag de aantallen voertuigen per uurblok die ingeroosterd zijn opgeteld tot inzeturen per dag; • vervolgens worden de inzeturen voor alle dagen opgeteld tot een totaal aantal inzeturen per week; • door deze te vermenigvuldigen met 52 ontstaat het aantal inzeturen op jaarbasis; • deze inzeturen worden vermenigvuldigd met het opgegeven beschikbaarheidstarief per uur en geeft zo de contractwaarde op jaarbasis; • Als voorschot voor inzet van social return wordt op jaarbasis uitgegaan van 75% van de zoals hierboven aangegeven berekende contractwaarde. Achteraf vindt op basis van de daadwerkelijke facturen de bepaling van de definitieve contractwaarde voor het betreffende jaar plaats.
Forseti
pagina 19
EU-aanbesteding Basismobiliteit Noord-Veluwe - Perceel 2: Vervoer
4
Materieel
4.1
Algemeen De regiecentrale geeft in het rooster aan welk type voertuig de opdrachtnemer dient in te zetten, rekening houdend met specifieke indicaties en de verschillende beschikbare voertuigtypen. Voor het vervoer worden de volgende voertuigen ingezet: Basisvervoercapaciteit categorie 2a: • Type A: een 8-persoons rolstoelbus geschikt voor het vervoeren van 8 passagiers waarvan minimaal 2 rolstoelplaatsen. De inzet van een personenauto met één rolstoelplaats is alleen in overleg met de regiecentrale en opdrachtgever toegestaan. Voor de inzet van dit type voertuigen geldt een opslag (zie paragraaf 6.1); •
Type B: een hoge 8-persoons taxibus, voorzien van een gangpad, geschikt voor het vervoeren van maximaal 8 personen;
•
Type C: een taxi/personenauto model middenklasse (minimaal drie zitplaatsen voor reizigers, waarbij rekening moet worden gehouden met maximaal twee reizigers op de achterbank, die voldoende beenruimte hebben). Piekvervoercapaciteit categorie 2b:
• Type A: een 8-persoons rolstoelbus geschikt voor het vervoeren van 8 passagiers waarvan minimaal 2 rolstoelplaatsen. De inzet van een personenauto met één rolstoelplaats is alleen in overleg met de regiecentrale en opdrachtgever toegestaan. Voor de inzet van dit type voertuigen geldt een opslag (zie paragraaf 6.1); •
Type D: een taxibus met acht zitplaatsen voor reizigers;
• Type E: een voertuig dat geschikt is voor het vervoeren van maximaal vier leerlingen of drie volwassen. Het type voertuig is niet vooraf door de vervoercentrale uitgevraagd. De vervoerder bepaalt of type A, B of C wordt ingezet. De vervoerder geeft het type voertuig uiterlijk vijf weken voor de inzet door aan de vervoercentrale, zodat dit voertuig wel in het rooster kan worden opgenomen. Indien mogelijk op basis van de samengestelde routes en de te vervoeren reizigers is het voor de opdrachtnemer toegestaan een personenauto in te zetten in plaats van een taxibus. Op het moment dat de samenstelling van de route verandert en een taxibus nodig is, dient te allen tijde direct een taxibus geleverd te kunnen worden. Voor aanvang contract geeft de opdrachtnemer een overzicht van het in te zetten wagenpark inclusief kenteken, type voertuig, duurzaamheid en leeftijd.
Forseti
pagina 20
EU-aanbesteding Basismobiliteit Noord-Veluwe - Perceel 2: Vervoer
4.2
Voertuigeisen
4.2.1
Alle voertuigen Alle in te zetten voertuigen: •
dienen te voldoen aan alle relevante bepalingen en door de Rijksdienst voor het Wegverkeer te zijn goedgekeurd voor taxivervoer;
• dienen te zijn voorzien van een verbandtrommel, brandblusser, noodhamer en gordelsnijder. De opdrachtnemer ziet er op toe dat de inventaris van het voertuig aanwezig en compleet is; • beschikken over goedwerkende communicatiemiddelen waarmee op elk gewenst moment contact kan worden opgenomen met de regiecentrale en eveneens gebruikt kan worden bij noodsituaties; • zijn uitgerust met goedwerkende boordcomputer, dataterminal, GPS en navigatieapparatuur voorzien van meest recente kaartversies en informatie; • zijn in de winterperiode (november tot maart) op alle wielen voorzien van winterbanden of er wordt gebruik gemaakt van all weather banden met een minimale profieldiepte van 4 mm (met sneeuwvlok); • zijn dusdanig ingericht dat de chauffeur vanuit zijn/haar zitplaats altijd alle inzittenden tijdens de rit kan zien; • dienen elke klant zicht naar buiten te bieden; • zijn voorzien van een kinderslot; • hebben zitplaatsen die allen zijn voorzien van een veiligheidsgordel die geschikt is voor alle reizigersgroepen waaronder ook kinderen; • zijn rookvrij; • zijn voorzien van klachtenformulieren zichtbaar opgesteld en vrij mee te nemen voor de klant; • zijn voorzien van een comfortabele instap waardoor ouderen en reizigers die moeilijk ter been zijn, zo zelfstandig mogelijk kunnen in- en uitstappen; Daarnaast kan het voorkomen dat een reiziger bijvoorbeeld een rollator,
(sport)rolstoel, hulphond, sociale hond (soho), blindengeleidehond, kleine huisdieren of enige reisbagage mee moet nemen tijdens het vervoer. De regiecentrale zal dit aangeven. De vervoerder dient hieraan kosteloos alle medewerking te verlenen. De opdrachtgever hecht grote waarde aan een uniforme uitstraling van de voertuigen die worden ingezet voor de uitvoering van het systeem. • De voertuigen zijn herkenbaar als voertuig van het vervoersysteem. • Een deel van de vervoercapaciteit van categorie 2a wordt voorzien van een door de opdrachtgever te bepalen logo en naamgeving. De opdrachtgever zorgt voor de vormgeving van het logo. De opdrachtgever betaalt de productiekosten die nodig zijn om de voertuigen bij de start te voorzien van een logo.
Forseti
pagina 21
EU-aanbesteding Basismobiliteit Noord-Veluwe - Perceel 2: Vervoer
• De overige vervoercapaciteit dient herkenbaar te zijn middels een bordje met logo en uitstraling van het vervoersysteem achter de voorruit. De opdrachtgever kan besluiten middelen beschikbaar te stellen om de herkenbaarheid op een andere wijze te organiseren. • Voertuigen moeten schoon zijn. • Reclame-uitingen in en op de voertuigen zijn zonder toestemming van de opdrachtgever niet toegestaan. • Voertuigen zijn binnen en buiten representatief. • Voertuigen zijn schadevrij. 4.2.2
Aanvullende eisen voertuigen routevervoer Aanvullend geldt voor dat voertuigen die worden ingezet voor routevoervoer: • aan de voor- en achterzijde herkenbaar middels een internationaal herkenningsteken voor school-/leerlingenvervoer; • zijn voorzien van een lijst (op papier én digitaal) waarop is aangegeven: naam, huisadres, (waarschuwings)telefoonnummer(s), schooladres, schooltelefoonnummer, contactpersonen school, aanvangstijden school en specifieke omstandigheden van de te vervoeren leerlingen.
4.2.3
Aanvullende eisen categorie basisvervoercapaciteit (categorie 2) Alle voertuigen die worden ingezet binnen categorie 2 dienen te zijn voorzien van kaartlezers waarmee de magneetpassen van de geïndiceerde reizigers gelezen kunnen worden. Deze apparatuur dient bij te dragen aan het verzamelen van de ritgegevens en bovendien moet de apparatuur zijn uitgerust met een printer voor het uitdraaien van ritbonnen voor de reizigers die contant betalen in het voertuig;
4.2.4
Aanvullende eisen rolstoelbus en taxibus-hoog (type A + B) De in te zetten 8-persoons rolstoelbussen en taxibus-hoog dienen te bieden: • Toegang tot zitplaats naast de chauffeur (indien aanwezig): door de voordeur, indien nodig met extra trede. Losse trapjes zijn niet toegestaan, tenzij “nagelvast” verbonden aan het voertuig; • De overige zitplaatsen van gebruikte (rolstoel)bussen worden bereikt door middel van een openslaande zijdeur, danwel schuifdeur, waarbij bij een te overwinnen hoogte vanaf de grond van meer dan 23 cm een extra trede is aangebracht. In het voertuig is het verschil tussen de treden maximaal 24 cm. • Het bereiken van de zitplaatsen dient door een volwassen reiziger volledig rechtopstaand te kunnen. • De reiziger dient te allen tijde goed zicht naar buiten te hebben. • De voertuigen dienen voorzien te zijn van sta-, grip-, en geleidestangen. Deze dienen in een zwavelgele kleur te zijn uitgevoerd en op nader aan te geven plaatsen van een greepprofiel en of kinbescherming te worden voorzien. • Zijn voorzien van vasthoudbeugels aan iedere stoel.
Forseti
pagina 22
EU-aanbesteding Basismobiliteit Noord-Veluwe - Perceel 2: Vervoer
Daarnaast gelden aanvullend de volgende eisen voor de rolstoelbussen (type A): • Zijn voorzien van een rolstoelplaats, welke is voorzien van een voor alle rolstoeltypen veilige bevestiging van de rolstoel en dient te zijn voorzien van een voor alle rolstoeltypen veilige bevestiging van de reiziger. • De rolstoelplaats wordt bereikt door twee openslaande achterdeuren en een lift, eventueel met knielsysteem, van minimaal 900 mm breed, waarmee het in- of uitrijden van een rolstoel ergonomisch verantwoord kan plaatsvinden. • De rolstoelplaats is voorzien van een hoofdsteun. • De volgende minimale maatvoering is vereist: • breedte deuropening
tenminste 900 mm
• hoogte deuropening
tenminste 1700 mm
• looppad
tenminste 500 mm
• doorgangshoogte
tenminste 1900 mm
• stoelhoogte
400-500 mm
• afstand stoel-stoel
tenminste 650 mm
• oppervlak rolstoelplaats
tenminste 1500X900 mm
• vloer
geen niveauverschil
• De opdrachtnemer dient op aanvraag de verplichte onderhoudskeuring op het liftsysteem van de wagens te kunnen tonen die geschikt zijn voor scootmobielen en elektrische rolstoelen, in ieder geval elk halfjaar. Ten aanzien van het rolstoelvervoer geldt: • De opdrachtnemer dient zich te conformeren aan de Code Veilig Vervoer Rolstoelinzittenden (door Vilans opgesteld) en te handelen volgens de hierin opgenomen richtlijnen bij de uitvoering van het rolstoelvervoer. Indien gedurende de contractperiode een actuele Code wordt vastgesteld, dient de opdrachtnemer zich te conformeren aan de meest actuele versie. • De opdrachtnemer dient eveneens scootmobielen veilig mee te kunnen nemen en vast te zetten. De scootmobielinzittende blijft niet op de scootmobiel zitten, maar bereikt het voertuig en de zitplaats via de reguliere ingang (niet de lift).
4.3
Hulpmiddelen In sommige gevallen kan het gebruik van een standaard zitverhoger of kinderstoel noodzakelijk of gewenst zijn. Deze hulpmiddelen moeten door de opdrachtnemer ter beschikking worden gesteld. Specifieke reizigergebonden hulpmiddelen dient de reiziger beschikbaar te stellen. Daarnaast kan het voorkomen dat een reiziger bijvoorbeeld een rollator, (sport)rolstoel, scootmobiel, hulphond, sociale hond (soho), blindengeleidehond, kleine huisdieren of enige
Forseti
pagina 23
EU-aanbesteding Basismobiliteit Noord-Veluwe - Perceel 2: Vervoer
reisbagage mee moet nemen tijdens het vervoer. De regiecentrale zal dit aangeven. De opdrachtnemer dient hieraan kosteloos alle medewerking te verlenen.
4.4
Milieueisen voertuigen opdrachtnemer Ten aanzien van milieuvriendelijkheid worden de volgende eisen aanvullende gesteld aan de voertuigen: • De voertuigen dienen op 1 januari 2017 minimaal te voldoen aan de Euro 5 norm en dienen op 1 januari 2018 minimaal te voldoen aan de Euro 6 norm. Daarnaast is de inzet van voertuigen op groen gas en elektriciteit toegestaan. • De voertuigen dienen voorzien te zijn van een gecertificeerd roetfilter. • Het onderhoudssysteem van de voertuigen moet erop gericht zijn de milieubelasting van de voertuigen tot een minimum te beperken. Faseringsplan duurzaamheid De opdrachtgever vindt duurzaamheid in de uitvoering van het doelgroepenvervoer belangrijk en streeft naar een zo duurzaam mogelijke inzet van voertuigen. Om hier invulling aan te geven zijn inschrijvende vervoerders verplicht om per basepoint waarvoor zij inschrijven een duurzaamheidsplan in te vullen conform het bij dit bestek toegevoegde format.
4.5
Uitwisseling informatie regiecentrale - uitvoering De vervoerder zorgt ervoor dat de regiecentrale altijd inzicht heeft in de status van de rit en de locatie van het voertuig. De vervoerders leveren middels zogenaamde statusmeldingen, realtime, de uitvoeringsgegevens aan de centrale. De voertuigen van de vervoerders verwerken en produceren statusmeldingen en sturen deze door aan de regiecentrale. Een gecertificeerde boordcomputer dient de bron te zijn voor alle data die wordt gestuurd aan de regiecentrale. Alle data die beschikbaar is binnen de bekende agendapakket-boordcomputer protocollen wordt aan de regiecentrale aangeleverd. De in het systeem aanwezige voertuigen en chauffeurs dienen in alle situaties rechtstreeks in verbinding te staan met de regiecentrale, een tussenschakel is niet toegestaan. Dit stelt de volgende eisen aan de vervoerder: • Alle voertuigen worden tijdens de uitvoering aangestuurd door de regiecentrale en dienen derhalve door de vervoerder uitgerust te worden met een goedgekeurde Boordcomputer Taxi (BCT) met dataverbinding. • De vervoerder zorgt voor de benodigde apparatuur, configuratie hiervan en digitale bereikbaarheid van het voertuig. Realtime datacommunicatie en realtime data-uitwisseling
Forseti
pagina 24
EU-aanbesteding Basismobiliteit Noord-Veluwe - Perceel 2: Vervoer
van statusmeldingen vindt foutloos plaats. De kosten hiervan zijn voor rekening van de vervoerder. • De BCT moet inloggen bij de regiecentrale en moet een bon kunnen printen volgens nadere specificatie. De paslezer moet ook beschikbaar zijn. Alle voertuigen beschikken over goedwerkende communicatiemiddelen waarmee op elk gewenst moment contact kan worden opgenomen met de regiecentrale en eveneens gebruikt kan worden bij noodsituaties. De chauffeur moet hiertoe kunnen bellen met de centrale en gebeld worden via de terminal. • De warme terugbelservice (handsfree) zal gelogd worden. De chauffeur dient de “Te vroeg” en “te laat belservice” te kunnen activeren. De actie verloopt vanuit de terminal. De in- en uitstapgegevens van de ritten dienen in volgorde van uitvoering onder elkaar te worden weergegeven (zoals aangeleverd door de regiecentrale) zodat de chauffeur zich niet kan vergissen in de te rijden route. • Bij storingen in de BCT dient de vervoerder direct actie te ondernemen om de storing te verhelpen. Hieronder valt ook het binnen 30 minuten vervangen van het voertuig als de storing niet kan worden verholpen. Hiermee wordt zo veel mogelijk voorkomen dat statusmeldingen door de chauffeur telefonisch aan de regiecentrale moeten worden doorgegeven.
• Eventuele ontbrekende data met betrekking tot de uitvoering dient binnen 96 uur via de website van de regiecentrale gecompleteerd te worden door de vervoerder. Dit geldt ook voor alle correcties bij ritten met bedieningsfouten. De vervoerder geeft aan welke chauffeur het voertuig bestuurt, in een door de regiecentrale op te stellen format, en op welk telefoonnummer deze in noodgevallen bereikbaar is. Indien de status van een voertuig niet in overeenstemming is met de opvatting van de reiziger dan neemt de regiecentrale contact op met de betreffende uitvoerder (chauffeur in voertuig/vervoerder) om dit te verifiëren. Eisen aan foutloze dataregistratie Tijdens de implementatieperiode maakt de regiecentrale afspraken met de vervoerder over de statusmeldingen die het voertuig real time dient te verzenden naar de regiecentrale. Daarbij geldt in ieder geval een statusmelding in de volgende gevallen: bij voorrijden, met datum, tijd en gps; wachtseconden; startrit met datumtijd en gps; voorrijden bestemming met datumtijd