CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

IKT onderzoek Oranjelaan 10 april 2019.pdf

Raadsvergadering 28 januari 2021, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Kredietaanvraag relining transportriool Oranjelaan11.151 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

KT

ONDERZOEKSRAPPORT TEN BEHOEVE VAN PUTRENOVATIE NB00026 - Vooronderzoek 24 rioolinspectieputten - Oranjelaan Harderwijk, van het spoor tot de Weisteeg -

Arnhem, 25 april 2019 Opdrachtgever:

Gemeente Harderwijk Graaf Ottolaan 11 3843 AK Harderwijk

Contactpersoon:

De heer J. Dirksen

Datum laatste onderzoek ter plaatse:

10 april 2019

Deze rapportage bestaat uit 79 pagina's. De onderzoeksresultaten hebben alleen betrekking op het in dit werk uitgevoerde onder­ zoek. Het onderzoeksrapport mag slechts gedeeltelijk met schriftelijke toestemming van IKT - Instituut voor ondergrondse infrastructuur, worden gereproduceerd.

Jaap Bresser

ing. Sebastiaan Luimes

(Projectmanager IKT Nederland)

(Vestigingsmanager IKT Nederland)

1

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

Onderzoeksobjecten en uitgevoerde werkzaamheden

Object 01 - 411G117 02 - 411G118

Uitgevoerde werkzaamheden 1. Visueel onderzoek van de put Put ligt verdekt onder het gazon

03 - 411G119

1. Visueel onderzoek van de put

04 - 411G120

1. Visueel onderzoek van de put 1. Visueel onderzoek van de put

05 - 411G121

2. Carbonatatietest op betonnen dekplaat 3. Wapening detecteren en dekking meten

06 - 411G248

1. Visueel onderzoek van de put

07 - 411G122

1. Visueel onderzoek van de put 1. Visueel onderzoek van de put

08 - 411I123

2. Carbonatatietest op betonnen dekplaat 3. Wapening detecteren en dekking meten 1. Visueel onderzoek van de put

09 - 411G124

2. Carbonatatietest op betonnen dekplaat 3. Wapening detecteren en dekking meten

10 - 411G125

1. Visueel onderzoek van de put

11 - 411G126

1. Visueel onderzoek van de put

12 - 411G127

1. Visueel onderzoek van de put

13 - 411G128

1. Visueel onderzoek van de put

14 - 411G129

Alleen foto’s vanaf maaiveld. Put midden op kruising.

15 - 411I130

1. Visueel onderzoek van de put

16 - 411G145

1. Visueel onderzoek van de put

17 - 508G001

1. Visueel onderzoek van de put

18 - 508G002

1. Visueel onderzoek van de put

19 - 508G011

1. Visueel onderzoek van de put

20 - 508G003 21 - 508G012

1. Visueel onderzoek van de put 2. Wapening detecteren en dekking meten Put ligt verdekt onder het gazon. Foto’s vanuit 508G003 2

KT

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

KT

1. Visueel onderzoek van de put

22 - 508I004

2. Carbonatatietest op betonnen dekplaat 3. Wapening detecteren en dekking meten 1. Visueel onderzoek van de put

23 - 508G005

2. Carbonatatietest op betonnen dekplaat 3. Wapening detecteren en dekking meten 1. Visueel onderzoek van de put

24 - 508G006

2. Carbonatatietest op betonnen putwand 3. Trekvastheidmeting van het beton

Het door IKT in Harderwijk toegepaste testprogramma komt voort uit de ervaringen van de onderzoekspro­ jecten 'Beschichtungsverfahren zur Sanierung von Abwasserschächten' [1], 'Sanierung von Abwasserschächten' [2] en 'Vergleichende Produkt- und Verfahrensbewertung von Auskleidungs- und Beschichtungssystemen zur Sanierung von Abwasserschächten' [3].

3

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

KT

INHOUD 1

Doelstelling en aanpak.................................................................................................... 7

2

Onderzoeksprogramma.................................................................................................. 8

3

Onderzoeksresultaten in een overzicht......................................................................10

4

Uitleg en discussie over schadebeelden in putten enstrengen............................ 12

5

6

4.1

Biogene zwavelzuuraantasting van betonnen delen.............................................. 13

4.2

Grondwater-infiltratie................................................................................................... 14

4.3

Beschadiging stroomprofiel/bordessen.....................................................................15

4.4

Beschadiging putwanden............................................................................................16

4.5

Wortelingroei.................................................................................................................17

4.6

Gecorrodeerde voegen ............................................................................................... 18

4.7

Gecorrodeerde stenen................................................................................................ 19

4.8

Los zittende stenen ..................................................................................................... 20

4.9

Grond zichtbaar ........................................................................................................... 21

Uitleg over schadebeelden bij de betonnen dekplaten...........................................22 5.1

Biogene zwavelzuuraantasting ................................................................................. 24

5.2

Risico aantasting van wapening door geringe dekking........................................... 25

5.3

Bruine aftekening door corrosie van onderliggende wapening ............................. 26

5.4

Gecorrodeerde wapening zichtbaar ......................................................................... 27

5.5

Gecorrodeerde wapening bloot liggend.................................................................... 28

5.6

Wapening verminderd in dikte door corrosie ........................................................... 29

5.7

Wapening verdwenen door corrosie ......................................................................... 30

Uitleg over schadebeelden in het transportriool..................................................... 31 6.1

Biogene zwavelzuuraantasting transportriool.......................................................... 32

6.2

Vermindering wanddikte transportriool..................................................................... 33 4

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

KT

6.3 Wortelingroei via voegen............................................................................................... 34

7

Uitleg over schadebeelden bij betonnen putten......................................................35

8

Resultaten van het onderzoek in beeld.................................................................... 36 8.1

Put 1 - 411G117 visueel onderzoek.......................................................................... 37

8.2

Put 2 - 411G118 visueel onderzoek.......................................................................... 38

8.3

Put 3 - 411G119 visueel onderzoek.......................................................................... 39

8.4

Put 4 - 411G120 visueel onderzoek.......................................................................... 40

8.5

Put 5 - 411G121 visueel onderzoek.......................................................................... 41

8.5.1

Put 5 - 411G121 carbonatatietest..................................................................... 42

8.5.2

Put 5 - 411G121 wapening detecteren en betondekking meten....................43

8.6

Put 6 - 411G248 visueel onderzoek.......................................................................... 44

8.7

Put 7 - 411G122 visueel onderzoek.......................................................................... 45

8.8

Put 8 - 411I123 visueel onderzoek...........................................................................46

8.8.1

Put 8 - 411I123 carbonatatietest........................................................................47

8.8.2

Put 8 - 411I123 wapening detecteren en betondekking meten.....................48

8.9

Put 9 - 411G124 visueel onderzoek.......................................................................... 49

8.9.1

Put 9 - 411G124 carbonatatietest..................................................................... 50

8.9.2

Put 9 - 411G124 wapening detecteren en betondekking meten....................51

8.10

Put 10 - 411G125 visueel onderzoek....................................................................... 52

8.11

Put 11 - 411G126 visueel onderzoek....................................................................... 53

8.12

Put 12 - 411G127 visueel onderzoek....................................................................... 54

8.13

Put 13 - 411G128 visueel onderzoek....................................................................... 55

8.14

Put 14 - 411G129 visueel onderzoek....................................................................... 56

8.15

Put 15 - 411I130 visueel onderzoek.........................................................................57 5

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

8.16

Put 16 - 411G145 visueel onderzoek........................................................................ 58

8.17

Put 17 - 508G001 visueel onderzoek........................................................................ 59

8.18

Put 18 - 508G002 visueel onderzoek........................................................................ 60

8.19

Put 19 - 508G011 visueel onderzoek........................................................................ 61

8.20

Put 20 - 508G003 visueel onderzoek........................................................................ 62

8.20.1

Put 20 - 508G003 wapening detecteren en betondekking meten.................. 63

8.21

Put 21 - 508G012 visueel onderzoek........................................................................ 64

8.22

Put 22 - 508I004 visueel onderzoek.........................................................................65

8.22.1

Put 22 - 508I004 carbonatatietest...................................................................... 67

8.22.2

Put 22 - 508I004 wapening detecteren en betondekking meten................... 68

8.23

Put 23 - 508G005 visueel onderzoek........................................................................ 69

8.23.1

Put 23 - 508G005 carbonatatietest....................................................................71

8.23.2

Put 23 - 508G005 wapening detecteren en betondekking meten.................. 72

8.24

9

KT

Put 24 - 508G006 visueel onderzoek........................................................................ 73

8.24.1

Put 24 - 508G006 Carbonatatietest....................................................................74

8.24.2

Put 24 - 508G006 Hechtvastheidsmeting van de betonwanden................... 75

8.24.3

Put 24 - 508G006 Protocol voor de trekvastheidsbeproeving.......................76

Bijzonderheden.............................................................................................................. 77

10 Aanbevelingen m.b.t. mogelijk toe te passen renovatiemethodes.....................78 Literatuur ................................................................................................................................... 79

6

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

1

KT

Doelstelling en aanpak

In het kader van mogelijk uit te voeren renovatie van rioolstrengen en -putten, heeft de gemeente Harderwijk aan IKT opdracht gegeven in totaal 24 rioolinspectieputten te on­ derzoeken en vanuit deze putten de eerste meters van het hoofdriool te onderzoeken. In de praktijk zijn dat 21 rioolinspecitieputten geworden.

Put 02 - 411G118 ligt verdekt onder het gazon, waarschijnlijk onder een hoge bult, waar­ door de putdeksel moeilijk te vinden is met een metaaldetector.

Put 14 - 411G129 ligt midden op een kruising van wegen met zeer druk verkeer. Met be­ hulp van verkeerregelaars is het verkeer voor twee minuten stil gelegd om alleen foto’s van bovenaf te kunnen maken.

Put 21 - 508G012 ligt verdekt onder het gazon in de berm. In tegenstelling tot wat de te­ kening aangeeft, ligt deze put aan de andere kant van put 508G003, ongeveer 4 meter stroomopwaarts vanaf put 508G003. Dit is tijdens het onderzoek gezien en de foto’s van put 508G012 zijn genomen, tijdens het onderzoek in- (en lopend door het hoofdriool) van­ uit put 508G003. Het doel bij de rioolinspectieputten was de bestaande situatie te onderzoeken op schades en gebreken en het bepalen van de kwaliteit van metselwerk en beton. Hierbij ontstaat inzicht in de toestand van de putten, waarna een aanbeveling geschreven kan worden m.b.t. een mogelijk toe te passen renovatiemethode. Door vanuit de putten de eerste me­ ters van het transportriool te fotograferen ontstond een indicatie van de kwaliteit van het betonnen hoofdriool. Dit document is een rapportage van het uitgevoerde onderzoek. Het geeft een beeld van de situatie tijdens het onderzoek en voorziet in een aanbeveling voor een putrenovatiemethode en/of eventueel uit te voeren (herstel)werkzaamheden.

7

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

2

KT

Onderzoeksprogramma

IKT controleerde de kwaliteit van de objecten in de bestaande situatie. Het onderzoeks­ programma komt voort uit ervaringen uit grootschalige IKT onderzoeken [1], [2], [3] en omvatte de volgende activiteiten, mits deze bij de te onderzoeken objecten zinvol waren:

*

Visueel onderzoek Er werd een gedetailleerd visueel onderzoek uitgevoerd van de bestaande situatie in putten, na voltooiing van oppervlaktereiniging. Tijdens het visuele onderzoek werden de put en de eerste meters van het transportriool onderzocht op aantas­ ting, infiltraties, holle ruimtes, scheurvorming, wortelgroei en andere visueel waar te nemen schadebeelden.

*

Het detecteren van wapening en meten van de betondekking Met speciale detectieapparatuur werd bij de betonnen putten en bij betonnen dek­ platen op het metselwerk putten de aanwezigheid van betonijzer gedetecteerd en werd de hoeveelheid betondekking op de wapening gemeten.

*

Het uitvoeren van een carbonatatietest Bij biogene zwavelzuurcorrosie van het beton, is het belangrijk te bepalen in hoe­ verre de aantasting en het carbonatatieproces is doorgedrongen in het beton. Door middel van het uitvoeren van een carbonatatietest kan geconstateerd worden of de pH-waarde van het beton voldoende hoog is en, in combinatie met de hoeveelheid betondekking, het beton nog voldoende bescherming biedt tegen corrosie van de onderliggende wapening. Gezond beton heeft een pH-waarde boven 9 en dat uit zich in het paars kleuren van een blanke indicatorvloeistof nadat deze plaatselijk op het beton wordt aangebracht. Op de proeflocatie werd de gecorrodeerde betonlaag eerst volledig verwijderd, waarna de indicatorvloeistof werd aangebracht. De car­ bonatatietest werd uitgevoerd in lijn met EN 14630:2006.

8

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

*

KT

Trekvastheidsmeting Door middel van het uitvoeren van trekproeven wordt de treksterkte van de onder­ grond bepaald. Bij het uitvoeren van trekproeven wordt bepaald of de ondergrond hechtvast genoeg is voor het aanbrengen van renovatiemateriaal dat direct met de ondergrond moet verkleven of draagkrachtig genoeg is voor verankering met bij­ voorbeeld plug en schroef. Afhankelijk van de situatie werd bepaald of toepassing van een hechtvastheidsmeting tijdens het onderzoek zinvol was. De resultaten van de trekproeven zijn mede bepalend voor de keuze van een passende renovatiemethode. Andere input voor bepalingen komt voort uit het visuele onderzoek.

9

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

3

KT

Onderzoeksresultaten in een overzicht

Vanwege het aantal rioolinspectieputten in hetzelfde traject, komen bepaalde schade­ beelden veelvuldig en herhaaldelijk voor. Soms in meer of mindere mate. Om snel een overzicht en beeld te krijgen van de bevindingen tijdens het onderzoek, zijn deze in een tabel weergegeven. De kleuren in de tabel staan voor de mate van aanwezige schadebeelden: geen of nee licht matig

metselwerk put betonnen put

De onderzoeksresultaten zijn schematisch weergegeven in de bijgevoegde tabel 3.a op pagina 11.

10

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

Onderzoeksresultaten

U3Ŝ30A BĮA ļ30JāUļ|3ļJ0ZV\

S3ļ|J3AU0ļ3q 31S331U ļ3l| Tq'W U3pUBļS)ļO|)|

āUļļSļļUBBJnnZ|3ABMZ 3U3Ŝ0ļg

3İS0JJ03 JOOp U3U3MPJ3A āUİU3dBM

31S0JJ03 JOOp 3ļ)ļļp Ui pj3pUilUJ3A āUĮU3dBM

PJ33P0JJ033Ŝ U3 pU3Ŝāļ| ļOO|q āUĮU3dBM

JBBqiq3İZ āUİU3dBM 3pj33pOJJO330

āUİU3dBM UBA 3İS0JJ03 JOOp SUiU3)131J.B 3Uļmg

āUİ)ļ)ļ3p 3ŜUU3ā JOOp āUİU3dBM āUļļSBļUBB 03ĮSļy

āUiļSBļUBBJnnZ|3ABMZ 3U3Ŝ0ļg

jBBqiq3iz puojg

U3U31S 3pU3ļļļZ soq

U3U31S 3pj33pOJJO330

U3Ŝ30A 3pj33pOJJO330

U3pUBM āUiāipBq3S3g

U3SS3pjOq7|3iJ.OJdlUOOJlS āUiāipBq3S3g

3Į1BJ1I1J.U1 J3ļBMpU0J9

U3|3p U3UU0ļ3q āUļļSBļUBBJnnZ|3ABMZ 3U3Ŝ0ļg

m e ts e lw e rk put b e to n n e n put

Tabel 3.a:

KT

11

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

4

KT

Uitleg en discussie over schadebeelden in putten en strengen

Tijdens het onderzoek zijn diverse schadebeelden in de putten en in het transportriool geconstateerd. In de volgende paragrafen worden de geconstateerde schadebeelden uit­ gelegd en beschreven. Vervolgens wordt elke paragraaf afgesloten met een discussie in verband met de invloed op een mogelijk toe te passen renovatiemethode. Om

de

positie van

buisaansluitingen,

de

plaats van de

metingen

en

afwijkin­

gen/schadebeelden beter te kunnen beschrijven, worden de vier putwanden steeds con­ sequent genummerd. De putwand met het afvoerende transportriool is telkens putwand 1, vervolgens worden de andere drie wanden rechtsom genummerd.

12

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

4.1

KT

Biogene zwavelzuuraantasting van betonnen delen

Biogene zwavelzuuraantasting ontstaat wanneer aerobe bacteriën in een vochtige omge­ ving H2S - gas omzetten in zwavelzuur. Dit vormt een slijmerige laag op het oppervlak van rioleringsobjecten, waardoor het materiaal kan worden aangetast. Bij het onderzoek is op de betonnen delen in de gemetselde putten, zoals banketten en stroomprofielen deze biogene zwavelzuurcorrosie in vrijwel alle putten in sterke vorm aangetroffen. In 5 putten (01, 04, 08, 10 en 20) was het in matige vorm aangetroffen en in 1 put (06) in lichte vorm.

Discussie- Biogene zwavelzuuraantasting van de betonnen delen in de gemetselde putten heef meestal geen invloed op de constructieve stabiliteit. De aan­ tasting kan wel grote vormen aannemen zodat de vorm van de banketten niet meer is zoals die bedoeld was om de waterstroom te geleiden. Bij renovatie van de putten is het advies om de aangetaste delen volledig vrij te maken van gecorrodeerd materiaal en de originele vorm weer terug te brengen voordat het renovatiemateriaal wordt aangebracht.

13

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

4.2

KT

Grondwater-infiltratie

Tijdens het onderzoek is in twee putten (19 en 20) grondwaterinfiltratie geconstateerd via de voegen van het metselwerk. De mate van infiltratie was licht en matig, van zwetend tot druppend. Grondwaterinfiltratie kan een nadelige invloed hebben op de kwaliteit van een putrenovatie.

DISCUSSIE Het advies is om de grondwaterinfiltratie, geconstateerd in put 19 508G011 en put 20 - 508G003 te stoppen, voor het aanbrengen van het renovatiesysteem. Dit kan door middel van injectietechnieken of toepas­ sing van snel uithardende mortel, afhankelijk van de toe te passen renovatiemethode.

14

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

4.3

KT

Beschadiging stroomprofiel/bordessen

Beschadiging van stroomprofiel of bordessen (ook wel banketten genoemd) kan veroor­ zaakt worden doordat stromend water het gecorrodeerde materiaal wegspoelt. Tevens kan beschadiging ontstaan door erosie van stromend rioolwater. Tijdens het onderzoek was het gehele stroomprofiel niet te zien, door de hoogte van het afvalwater. Bij put 5 - 411G248 was met de voeten goed te voelen dat het stroomprofiel onderwater beschadigingen vertoonde maar dat kon helaas niet vastgelegd worden met de fotocamera. In 6 van de onderzochte putten was geen sprake van beschadiging van stroomprofiel en/of bordessen. In alle andere putten was in mindere of meerdere vorm sprake van be­ schadiging.

Discussie: Beschadiging van stroomprofiel of bordessen heeft meestal geen invloed op de constructieve stabiliteit. De beschadigingen zorgen er wel voor de vorm niet meer is zoals die bedoeld was om de waterstroom vloeiend te geleiden. Bij renovatie van de putten is het advies om de beschadigde delen te her­ stellen en in de originele vorm terug te brengen voordat het renovatiemateriaal wordt aangebracht.

15

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

4.4

KT

Beschadiging putwanden

In put 22 - 508I004 was sprake van beschadiging van putwand 2, doordat hier stenen los zaten in het metselwerk. Bij één steen was het mogelijk deze uit de wand te trekken (zie afb. 24D op pagina 47). Alle andere onderzochte putten vertoonden geen noemenswaardige beschadigingen van putwanden.

Discussie- Bij put 22 - 508I004 is het advies om de losse stenen te verwijderen en het ontstane gat dicht te maken met nieuwe stenen (omdat de oude stenen mogelijk veel sulfaat bevatten en daardoor niet goed hechten met mortel). Tevens is het aan te bevelen de voegen van het metselwerk in deze put volledig schoon te krabben of beter onder hoge waterdruk schoon te spui­ ten en weer vlak met de stenen dicht te voegen met sulfaatbestendige mortel. Daarna kan het putrenovatiesysteem aangebracht worden.

16

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

4.5

KT

Wortelingroei

Opvallend tijdens het onderzoek was dat voornamelijk in de eerste 4 putten, vanaf het spoor gezien, sprake was van wortelingroei. Veelal was dit via de voegen van het metsel­ werk, via de voegen van de buisdelen van het hoofdriool, via inkomende leidingen in de put of via de aansluiting tussen metselwerk en betonnen dekplaat. Zodra wortels in de put gegroeid zijn, is het praktisch onmogelijk om dit groeiproces te stoppen. De wortels kunnen verwijderd worden maar ‘snoeien is groeien’ en dus zullen de wortels terug keren. Wortels zijn in de eerste plaats op zoek naar lucht, naar zuurstof. Bij het toepassen van een renovatiemethode dient hier rekening mee gehouden te worden.

Discussie Bij de putten waar wortelingroei is geconstateerd, is het advies om alle wortels uit de put te verwijderen. Het beste is dit door middel van stralen onder hoge druk te doen, zodat daarmee ook de ondergrond geheel schoon is gestraald voor het aanbrengen van een hechtend renovatiemateriaal. Een hechtend renovatieproduct is noodzakelijk voor een luchtdich­ te afsluiting zodat het voor wortels niet meer interessant is om richting de put te willen groeien. Ze vinden daar immers geen lucht meer. Het toepassen van een verankerde beplating is in de putten met wortelgroei niet aan te raden omdat de wortels achter de beplating kunnen groeien. De druk die ontstaat bij de groei van een wortel in dikte is enorm en de kans bestaat dat de beplating van de putwand wordt gedrukt. Het is wel mogelijk de beplating met afstandhouders te bevestigen en de tussenruimte tussen plaat en putwand op te vullen met vloeibare mortel.

17

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

4.6

KT

Gecorrodeerde voegen

In vrijwel alle onderzochte putten was sprake van sterk gecorrodeerde voegen. Alleen in put 8 en 11 was sprake van matig gecorrodeerde voegen. In put 20 waren de voegen licht gecorrodeerd omdat in deze put de wanden waren afgewerkt met een raaplaag over het metselwerk. De voegenspecie is niet bestand tegen het milieu in de rioolputten. De biogene zwavelzuurcorrosie vindt niet alleen plaats bij het cement in het beton maar ook in het cement in de voegen. Daardoor zijn de voegen zacht en kunnen ze zelfs met de vingers wegge­ krabd worden. In sommige putten tot een diepte van bijna 4 cm. De voegen zijn een we­ zenlijk onderdeel van het metselwerk en zorgen samen met de stenen voor de stabiliteit en constructieve stijfheid van de putwanden.

DİScusSİe: Wanneer de putten gerenoveerd worden dan is het advies om het gehele metselwerk met hoge druk te reinigen, zover dat al het gecorrodeerde, zachte, bruingeel verkleurde voegmateriaal is verdwenen en het de over­ gebleven voegspecie Z metselspecie weer hard voelt. Dan de ontstane ruimte tussen de stenen weer opvullen, bij voorkeur met sulfaatbestendige mortel zodat het metselwerk weer in originele en stabiele staat gebracht wordt. Daarna kan het geheel voorzien worden van het renovatiesysteem.

18

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

4.7

KT

Gecorrodeerde stenen

Tijdens het onderzoek was geconstateerd dat de gebakken stenen hard waren. Er was geen sprake van gecorrodeerde stenen met afbrokkeling als gevolg. De stenen hadden in alle gevallen hun originele vorm. Door het agressieve milieu in de putten waren de stenen oppervlakkig aangetast, echter was dit beperkt tot hooguit 2 mm. Alleen in put 22 - 508I004 waren de stenen wat meer aangetast en was het gemakkelijk om de toplaag in te krassen tot maximaal 4 mm. Hier dient bij het reinigen van de put re­ kening mee gehouden te worden.

Discussie- In principe is een baksteen poreus. De mate van porositeit is afhankelijk van hoe hard de steen gebakken is. Harde klinkers zijn het minst poreus en het meest geschikt voor het bouwen van een rioolput. Vergeleken met de voegen, waren de metselstenen in de putten nauwelijks aangetast en bij het afkloppen van de stenen, voelde deze hard aan. Wanneer rioolputten gerenoveerd worden met een product dat met de ondergrond moet verkleven, dan is het belangrijk dat de ondergrondvoorbereiding zodanig wordt uitgevoerd dat het zachte aangetaste toplaagje op de stenen volle­ dig wordt verwijderd door stralen.

19

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

4.8

KT

Los zittende stenen

Alleen in put 22 - 508I004 zijn bij het onderzoek los zittende stenen geconstateerd op putwand 2. Zie ook de omschrijving bij paragraaf 4.4 op pagina 16.

Discussie- Bij put 22 - 508I004 is het advies om de losse stenen te verwijderen en het ontstane gat dicht te maken met nieuwe stenen (omdat de oude stenen mogelijk veel sulfaat bevatten en daardoor niet goed hechten met mortel). Tevens is het aan te bevelen de voegen van het metselwerk in deze put volledig schoon te krabben of beter onder hoge waterdruk schoon te spui­ ten en weer vlak met de stenen dicht te voegen met sulfaatbestendige mortel. Daarna kan het putrenovatiesysteem aangebracht worden.

20

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

4.9

KT

Grond zichtbaar

Bij het verwijderen van een los zittende steen in put 22 - 508I004, werd een holle ruimte met grond zichtbaar. Zie verder meer informatie bij bijzonderheden in hoofdstuk 9 op pagina 77.

21

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

5

KT

Uitleg over schadebeelden bij de betonnen dekplaten

De meeste putten in het traject waren voorzien van betonnen dekplaat op het metselwerk. Hierop was met een aantal stellagen de toegangsschacht gemetseld en daarop vervol­ gens de putafdekking met putdeksel tot het maaiveld. De gewapende betonnen dekplaten zijn een wezenlijk onderdeel van de constructie en voor de stabiliteit van de put. Ze hebben een dragende functie omdat ze bijvoorbeeld de krachten van verkeerslasten moeten kunnen opvangen en verdelen over de wanden van de put. De wapening in de dekplaat zorgt ervoor dat het beton trekspanningen en schuifspanningen kan opnemen. Drukspanningen worden door het beton zelf opgevangen. Ter verdui­ delijking is onderstaande afbeelding bijgevoegd.

I GENGE WICHT NUTTIGE LAST VE L GHE DSCOEFF C ENTEN

DRUK

jíūnder wapening SCHEUREN DOORBUlGlNG * breuk

TREK

WAPENING (THEORETISCH) BETON h DRUK

WAPENING o TREK

WAPENING (in de PRAKTIJK}

Bron: joostdevree.nl

De betondekking is de afstand tussen de buitenkant van de dekplaat tot het dichtstbijzijn­ de wapeningsstaal. Het doel van de dekking is de wapening te beschermen tegen corro­ sie omdat het anders gaat roesten. Verder zorgt de betondekking er ook voor dat de trek­ krachten in de wapening gespreid worden.

22

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

KT

Door het agressieve milieu in het transportriool en de putten, wordt het beton aangetast waardoor problemen kunnen ontstaan met de betondekking en de bescherming van het wapeningsstaal dat vervolgens kan gaan roesten. Door corrosie van wapening gaat het staal zwellen en wordt het beton weggedrukt. Er kunnen scheuren ontstaan en uiteindelijk verliest het beton de functie om de trekkrachten op te kunnen vangen.

23

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

5.1

KT

Biogene zwavelzuuraantasting

Biogene zwavelzuuraantasting ontstaat wanneer aerobe bacteriën in een vochtige omge­ ving H2S - gas omzetten in zwavelzuur. Dit vormt een slijmerige laag op het betonnen op­ pervlak van de dekplaat, waardoor het beton kan worden aangetast. In alle onderzochte putten was er sprake van biogene zwavelzuuraantasting van de dek­ plaat. Bij 3 putten was dit lichte aantasting, bij 6 putten matige aantasting en bij 13 putten was er sprake van sterke aantasting waarbij ook werkelijk beton was verdwenen. De aantasting van de betonnen dekplaten verloopt in verschillende stadia. Tijdens het onderzoek zijn al deze stadia geconstateerd. In de paragrafen 5.2 t/m 5.7 worden deze stadia beschreven.

24

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

5.2

KT

Risico aantasting van wapening door geringe dekking

Het moment dat er gevaar ontstaat voor corrosie van de wapening is mede afhankelijk van de hoeveelheid betondekking op de wapening. De minimale betondekking is afhankelijk van de eisen die aan het beton worden gesteld. Een agressief milieu, zoals in een rioolput, vereist een grotere dekking (minimaal 35 mm). Echter door aantasting van beton neemt de dekking in de loop der jaren af en ontstaat risico van corrosie van de wapening door een geringe dekking. Slechts bij 4 putten was het risico van aantasting van de wapening door een geringe dek­ king op het moment van het onderzoek niet aanwezig (put 5, 17, 18 en 24). De reden hiervoor was dat vermoedelijk de dekplaten op deze putten ooit vernieuwd waren of er was sprake van een verhoudingsgewijs jongere put. Bij 3 putten (20, 22, 23) was sprake van een licht risico van aantasting van de wapening door een geringe dekking, bij 3 putten (03, 05, 09) een matig risico en bij de resterende putten was het risico groot of was de wapening reeds aangetast.

Discussie- Het is moeilijk in een tijdspanne aan te geven hoeveel het verlies van be­ tondekking is door biogene zwavelzuuraantasting. Dit is afhankelijk van meerdere factoren en het is niet voor elke put gelijk. Wanneer tijdens het onderzoek is geconstateerd dat er een risico is voor corrosie van de wa­ pening door een geringe dekking, is het advies om maatregelen te nemen zodat het proces van betonaantasting (en vermindering van de dekking op de wapening) gestopt wordt.

25

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

5.3

KT

Bruine aftekening door corrosie van onderliggende wapening

Wanneer de betondekking sterk is verminderd en het carbonatatieproces (eventueel via poriën in het beton) is doorgedrongen tot de wapening, is het mogelijk dat dit zich als eer­ ste signalen gaat aankondigen in de vorm van een bruine verkleuring van het betonoppervlak in de omgeving van de wapening. Dit is tijdens het onderzoek geconstateerd bij de dekplaten van 2 putten (01 en 12). Bij deze putten was de wapening dus nog niet zichtbaar.

Discussie: Wanneer er bruine aftekening zichtbaar is aan het betonoppervlak, door corrosie van het onder het oppervlak liggende wapening, dan is dit proces van roestvorming niet meer te stoppen door een beschermende laag op het betonoppervlak aan te brengen. Het advies is om in deze gevallen het beton te stralen, waardoor de wape­ ning bloot komt te liggen en geconserveerd kan worden. Daarna kan door het aanbrengen van een mortel de benodigde dekking hersteld worden. Echter, dit is op de dekplaat van een rioolput een behoorlijk intensieve en door de omstandigheden - uitdagende arbeid, waardoor het verstandi­ ger kan zijn om de dekplaat te vernieuwen. Een en ander afhankelijk van de omstandigheden.

26

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

5.4

KT

Gecorrodeerde wapening zichtbaar

Een verdergaand stadium van aantasting van de wapening door verlies van beschermen­ de betondekking is dat roestende wapening zichtbaar is. Tijdens het onderzoek was dit geconstateerd bij twee putten (11 en 13), waarbij de wapening nog niet geheel bloot lag maar tussen de kiezels in het beton wel zichtbaar en gecorrodeerd was.

Discussie- Wanneer het stadium bereikt is dat roestende wapening in het beton zicht­ baar is maar nog niet bloot ligt, dan is het theoretisch mogelijk de wape­ ning door stralen van het beton de vrij te maken, te conserveren en ver­ volgens weer af te werken met een speciale mortel met voldoende dek­ king. Echter, dit is op de dekplaat van een rioolput een behoorlijk intensie­ ve - en door de omstandigheden - uitdagende arbeid, waardoor het ver­ standiger kan zijn om de dekplaat te vernieuwen. Een en ander afhankelijk van de omstandigheden.

27

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

5.5

KT

Gecorrodeerde wapening bloot liggend

Wanneer het beton rondom de wapening door aantasting is verdwenen, dan ligt de wape­ ning bloot. Meestal is de wapening dan ook sterk gecorrodeerd. Tijdens het onderzoek is dit geconstateerd bij de dekplaten van 4 putten (04, 10, 14, 19). In deze gevallen was het niet of niet goed waar te nemen dat de dikte van de wapening door corrosie was afgeno­ men.

DİScUSSie. In de situatie waarbij de wapening in de dekplaat (gedeeltelijk) bloot ligt en gecorrodeerd is, is de functie van de wapening in combinatie met de betondekking sterk verminderd. In deze gevallen is het advies de betonnen dekplaat op de gemetselde put te vernieuwen. Tevens moet rekening gehouden worden met het risico dat ontstaat door de verminderde functie van de wapening. Met name de trekspanningen in het beton kunnen niet volledig opgevangen worden in situaties waar de wapening bloot ligt en daarmee ontstaat het risico dat de betonnen dek­ plaat (aan de onderzijde) gaat scheuren.

28

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

5.6

KT

Wapening verminderd in dikte door corrosie

Tijdens het onderzoek was bij 7 putten (04, 07, 10, 11, 15, 16, 19) duidelijk te zien dat delen van de wapening door het proces van corrosie in dikte waren verminderd. Bij put 7, 15 en 16 was ook sprake van volledig doorgeroeste wapening.

Discussie- Wanneer de wapening bloot ligt en duidelijk in dikte is afgenomen, wordt de functie van de wapening sterk verminderd en wordt het risico groter dat de betonnen dekplaat gaat scheuren. Het advies is om in deze situatie de dekplaat op de rioolput te vernieuwen.

29

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

5.7

KT

Wapening verdwenen door corrosie

Wanneer door het proces van corrosie de wapening is doorgeroest en/of delen van de wapening zijn verdwenen, dan is de functie van de wapening volledig verdwenen doordat trekspanningen niet meer opgevangen kunnen worden. Deze situatie was tijdens het onderzoek geconstateerd bij 3 putten (07, 15 en 16)

Discussie- In het geval van een situatie waarbij de wapening is doorgeroest en/of de­ len van de wapening zijn verdwenen, is het advies om de betreffende dek­ plaat op de put te vernieuwen.

30

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

6

KT

Uitleg over schadebeelden in het transportriool

Tijdens het onderzoek in de putten is op verzoek van de opdrachtgever het transportriool ook onderzocht op schadebeelden. Dit beperkte zich tot de eerste meters vanuit de rioolput. Het transportriool is een rond betonnen riool, 0 1250 en 0 1500, dat er constructief nog goed uit ziet (zonder scheuren) maar schadebeelden vertoont die vooral te wijten zijn aan biogene zwavelzuuraantasting. Daarnaast is tijdens het onderzoek wortelingroei via de voegen geconstateerd.

31

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

6.1

KT

Biogene zwavelzuuraantasting transportriool

Biogene zwavelzuuraantasting ontstaat wanneer aerobe bacteriën in een vochtige omge­ ving H2S - gas omzetten in zwavelzuur. Dit vormt een slijmerige laag op het oppervlak van het transportriool waardoor de betonnen buis kan worden aangetast. Bij het onderzoek in de rioolstrengen is gebleken dat in het verleden een zwarte coating in de rioolbuizen is aangebracht. Resten van deze coating waren aangetroffen, gezien vanuit vrijwel elke rioolput. Een goed beeld hiervan is bijvoorbeeld zichtbaar op afbeelding 14F op pagina 54 en 18E op pagina 58. Op de plaatsen waar nog resten van deze oude coating op de betonbuis aanwezig waren, was de aantasting van het beton minder sterk. Biogene zwavelzuuraantasting was in het gehele traject van onderzoek aanwezig. Op alle locaties was er bij de betonnen buizen sprake van uitvallende toeslagstoffen (uitvallend grind). Er was niet een duidelijke overeenkomst met de mate van aantasting van de dek­ platen. Dit kan ook te maken hebben met het feit dat sommige dekplaten ooit vernieuwd zijn.

Discussie- Biogene zwavelzuuraantasting is een proces waarvan moeilijk gezegd kan worden hoe dit zich gaat ontwikkelen in de loop der jaren. Het feit dat door de aantasting inmiddels toeslagstoffen uitgevallen zijn en er nog steeds uitvallen, vraagt om aandacht. Het gaat hier om een groot transportriool met een locatie onder een drukke weg, waarbij de gevolgen van een even­ tuele volgschade op de biogene zwavelzuuraantasting groot kan zijn. Het advies is om op de plaatsen met de meest geconstateerde aantasting en grootste vermindering van wanddikte (zie paragraaf 6.2 op pagina 33) over maximaal 5 jaar het riool te renoveren. Betreffende de overige delen van het traject is het advies deze binnen 10 jaar te renoveren.

32

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

6.2

KT

Vermindering wanddikte transportriool

De strengen waarbij vanuit de putten de meeste aantasting was geconstateerd tijdens het onderzoek waren de strengen vanuit put 10, 15, 20 en 23. Vanaf de binnenzijde van de bitumen massa waarmee de voegen tussen de buisdelen waren dichtgemaakt kon globaal gemeten worden hoeveel beton er van de buiswand was verdwenen. Bij put 10 en 20 bij­ voorbeeld, was dit 4 cm. Bij put 23 kon de kleinst gemeten restwanddikte bepaald worden van 9 cm. Het is IKT niet bekend wat de originele wanddikte van de betonnen buizen was. Aanne­ melijk is 15 cm. Met deze aanname kan gezegd worden dat op de plaatsen met de mees­ te aantasting (van 2 tot 5 uur en van 7 tot 10 uur) de wanddikte gemiddeld gezien met 25^0 is afgenomen. Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat de betonbuizen niet gewapend zijn. De sterkte van de buizen moet dus geheel uit de dikte van het beton verkregen worden.

Discussie- Afname van wanddikte betekent voor een ongewapend riool dat de sterkte en draagkracht achteruit gaat. Risico gestuurd beheren en actie onderne­ men m.b.t. tot het transportriool neemt inderdaad risico’s met zich mee. Vanuit IKT is het moeilijk aan te geven wanneer uiterlijk overgegaan zou moeten worden tot het renoveren van de strengen. De grootte en de ligging van het transportriool zijn wellicht bepalend voor de termijn waarbinnen actie ondernomen zou moeten worden. Simpel ge­ zegd zou gesteld kunnen worden dat in 40 jaar tijd de wanddikte gemid­ deld met 25^0 is afgenomen. Gezien het feit dat de buizen ongewapend zijn is het advies in ieder geval actie te ondernemen binnen 10 jaar. Het geeft een prettiger gevoel om (zeker gezien de zwakste plekken) over 5 jaar over te gaan tot renovatie van het transportriool.

33

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

6.3

KT

Wortelingroei via voegen

Tijdens het onderzoek was in 6 putten (3, 4, 5, 6, 7, 10) wortelingroei geconstateerd. De mate van wortelingroei was niet belemmerend voor de doorstroom van het afvalwater.

DISCUSSIE Op het moment dat het transportriool gerenoveerd gaat worden, kunnen de aanwezige wortels het beste handmatig verwijderd worden in het mantoegankelijke riool.

34

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

7

KT

Uitleg over schadebeelden bij betonnen putten

In het gehele traject van het spoor tot De Weisteeg waren vrijwel alle inspectieputten op­ gebouwd uit metselwerk met een betonnen dekplaat. Uitzonderlijk waren de putten 06 411G248 en 24 - 508G006. Deze putten waren van beton en put 24 had afwijkende afme­ tingen t.o.v. de andere putten. In de gevallen van de betonnen putten was er meestal een situatie van een aansluiting van een inkomend riool in het transportriool (06) of zoals bij put 24, de overgang van twee inkomende buizen (vanaf Ermelo) naar 1 grotere buis richting Harderwijk.

Discussie- Put 06 - 411G248 vertoonde een geringe mate van biogene zwavelzuuraantasting en bij deze put is voorlopig geen speciale aandacht vereist. Put 24 - 508G006 is nog niet zo lang geleden gebouwd en vertoont nu reeds biogene zwavelzuuraantasting van 8 mm. Om verdere aantasting van beton te voorkomen is het advies om bij renovatiewerkzaamheden de betonnen putten preventief te beschermen door deze ook te renoveren.

35

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

8

KT

Resultaten van het onderzoek in beeld

Met behulp van een fotocamera zijn beelden gemaakt van de putten en de riolen tijdens het visuele onderzoek. De volgende paragrafen geven een indruk van de bestaande situatie in de putten en rio­ len tijdens het onderzoek.

36

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

8.1

Put 1 - 411G117 visueel onderzoek

De volgende afbeeldingen geven een indruk van het visuele onderzoek.

A:

Locatie van de put

B: Blik vanuit het afvoerend hoofdriool in de put

C:

Wortelingroei op putwand 2

D: Blik naar boven, op de dekplaat met brui­ ne aftekening door corrosie van wapening

rĄĴÿ.

.. . '

i, V

CŬ

E:

Wortelingroei op putwand 4

Afb. 1:

F:

Matig gecorrodeerd hoofdriool

Put 411G117

37

.

.

KT

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

8.2

KT

Put 2 - 411G118 visueel onderzoek

Er zijn geen foto’s van put 411G118 omdat de putdeksel onder het maaiveld ligt, vermoe­ delijk onder een van de grote bulten in het terrein.

38

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

8.3

Put 3 - 411G119 visueel onderzoek

De volgende afbeeldingen geven een indruk van het visuele onderzoek. '

r.

.

'."V —L.

A:

Ligging van de put

B: Blik in de put vanuit het hoofdriool met duidelijk zichtbare wortelingroei

IJŴIflÉHBt At-' *jŕ.

C: Blik vanuit de put naar boven met zicht op D: Oppervlakkig gecorrodeerde stenen en de sterk gecorrodeerde betonnen dekplaat en gecorrodeerde voegen wortelingroei

é*i *

E:

Detail ster gecorrodeerde dekplaat

f 2;

F:

Detail sterk gecorrodeerd hoofdriool

Put 411G119

39

KT

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

8.4

Put 4 - 411G120 visueel onderzoek

De volgende afbeeldingen geven een indruk van het visuele onderzoek. wmi

i A:

Ligging van de put

B: Blik vanuit het hoofdriool in de put met wortelingroei. Inkomende leidingen op putwand 2 en 4 geheel dichtgegroeid

S^*sȎ

*

^

- :ř:-''1 " C:

Detail dichtgegroeide leiding putwand 4

D: Gecorrodeerde wapening zichtbaar in de dekplaat

ff ľV

IŞţ jŵ?;

E: Detail van het sterk gecorrodeerde hoofdriool

Afb. 3:

F:

Zachte gecorrodeerde voegen

Put 411G120

40

KT

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

8.5

Put 5 - 411G121 visueel onderzoek

De volgende afbeeldingen geven een indruk van het visuele onderzoek. t-

A:

B: Blik vanuit het hoofdriool in de put met zichtbaar wortelingroei

Ligging van de put

ŕ

'

*-

WĚm

'fiįśčįįiwm C: Resten van een zwarte coating zichtbaar op de dekplaat

D: Met wortels dichtgegroeide inkomende leiding op putwand 4

E: Kabel door de schacht van de put. Proeflocaties carbonatatietest op de dekplaat

F: Sterk gecorrodeerd hoofdriool. Toeslagstoffen makkelijk te verwijderen

Afb. 4:

Put 411G121

41

KT

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

8.5.1

KT

Put 5 - 411G121 carbonatatietest

De volgende afbeeldingen geven een indruk van de carbonatatietest.

ļ8 rnn"1

A:

Carbonatatietest op de betonnen dekplaat B: Meting van de hoeveelheid verdwenen beton (tussen duimstok en proeflocatie carbo­ natatietest)

Afb. 5:

Carbonatatietest op de betonnen dekplaat

Bij het uitvoeren van de carbonatatietest werd de betonnen ondergrond eerst plaatselijk vrij gemaakt van het gecorrodeerde/aangetaste materiaal. Vervolgens werd op het testvlak de kleurloze indicatorvloeistof aangebracht.

Discussie- Op 2 plaatsen in de put was een carbonatatietest uitgevoerd op de dek­ plaat en in beide gevallen kleurde de indicatorvloeistof paarsrood. Dit be­ tekent dat het beton onder de gecorrodeerde laag gezond was en de on­ derliggende wapening voldoende beschermd was. Echter door de geringe dekking op de wapening, is er een risico dat de onderliggende wapening kan beginnen te corroderen.

42

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

8.5.2

KT

Put 5 - 411G121 wapening detecteren en betondekking meten

Tijdens het visuele onderzoek is met behulp van een dekkingsmeter wapening gemeten in de betonnen dekplaat. De resultaten van de dekkingsmetingen zijn in een overzicht weergegeven in onderstaan­ de tabel 8.5.2 a. Deze metingen zijn in millimeters, inclusief de gecorrodeerde laag beton.

. Tabel 8.5.2 a: Dekkingsmetingen op de dekplaat van put 41G121

Object

Testvlak

Betonnen dekplaat onderzijde

Minste dekking

Meeste dekking

24

32

26

30

Put 411G121

Betonnen dekplaat kopse kant van de doorgang

Discussie: De gemiddelde betondekking (inclusief de gecorrodeerde laag), om het betonijzer te beschermen tegen corrosie, is matig te noemen. In combina­ tie met de uitslag van de carbonatatietest (pagina 20) is de wapening nog wel beschermd maar is het gevaar voor corrosie van de wapening groot door de zeer geringe dekking van gezond beton.

43

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

8.6

Put 6 - 411G248 visueel onderzoek

De volgende afbeeldingen geven een indruk van het visuele onderzoek. I, vŵs'. pë1!»

I ťÜV'.

A:

Ligging van de put

B:

Blik vanuit hoofdriool in de betonnen put

..v-ľjjį * iíí aļ 'j

isl

’ ľ'j?„į -, -mm 2' Ç vjÄ™

C:

'

Bļář”' ÇSjiM

Blik in het inkomend riool op putwand 2

« "2 Mí J Ĩ*

-«."7

D: Blik in het aanvoerend hoofdriool op put­ wand 3

.-4

E: Detail van de wand van het sterk gecorro- F: Blik op de licht aangetaste betonnen putdeerde hoofdriool met uitvallende toeslagstof­ wanden en dekplaat fen

Afb. 6:

Put 411G248

44

KT

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

8.7

Put 7 - 411G122 visueel onderzoek

De volgende afbeeldingen geven een indruk van het visuele onderzoek.

•■••V. Vv/.V.,

" ’ŴH

FĄ-Sg-

A:

Ligging van de put

B: Blik vanuit het hoofdriool in de put met op de achtergrond een overkluizing stroomaf­ waarts met een betonnen dekplaat

mm

C: De betonnen dekplaat bij de putopening vertoont zichtbaar gecorrodeerde wapening

D: Detail van de gecorrodeerde wapening

E: De betonnen dekplaat ter plaatse van de F: overkluizing vertoont gecorrodeerde wapening.

Afb. 7:

Sterk gecorrodeerde voegen

Put 411G122

45

KT

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

8.8

Put 8 - 411I123 visueel onderzoek

De volgende afbeeldingen geven een indruk van het visuele onderzoek.

ii «r "

A:

Ligging van de put

B: Blik vanuit het hoofriool op de putopening met dekplaat. Constructie goed te zien

Xiĩ* V yj

■i

i 4ŕt

-

y 'V.'

1 V-İ

C: Vanaf putwand 2 gefotografeerd. Links de D: De overkluizing met het inkomende riool overkluizing voor een inkomend riool

E: Inkomend AC persriool, ongeveer 2,5 meter stroomafwaarts vanuit de put

Afb. 8:

F: Blik in het sterk aangetaste afvoerende hoofdriool

Put 411I123

46

KT

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

8.8.1

KT

Put 8 - 411I123 carbonatatietest

De volgende afbeeldingen geven een indruk van de carbonatatietest.

-, .

1 '*ťî?

A: De indicatorvloeistof kleurt alleen paars bij B: Wapening zichtbaar gezond beton (pH-waarde boven 9)

Afb. 9:

Carbonatatietest op de betonnen dekplaat

Bij het uitvoeren van de carbonatatietest werd de betonnen ondergrond eerst plaatselijk vrij gemaakt van het gecorrodeerde/aangetaste materiaal. Vervolgens werd op het testvlak de kleurloze indicatorvloeistof aangebracht.

Discussie: De indicatorvloeistof kleurde paarsrood. Dit betekent dat het beton onder de gecorrodeerde laag gezond was en de onderliggende wapening vol­ doende beschermd was. Opvallend was de radiaal doorgeslepen wapeningsstaaf (zie afb. 9). Bij het uitvoeren van renovatiewerk aan de put is het belangrijk dit bloot liggende staal te beschermen.

47

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

8.8.2

KT

Put 8 - 411I123 wapening detecteren en betondekking meten

Tijdens het visuele onderzoek is met behulp van een dekkingsmeter wapening gemeten in de betonnen dekplaat. De resultaten van de dekkingsmetingen zijn in een overzicht weergegeven in onderstaan­ de tabel 8.8.2 a. Deze metingen zijn in millimeters, inclusief de gecorrodeerde laag beton.

. Tabel 8.8.2 a:

Object

Overzicht van de resultaten van de dekkingsmetingen.

Testvlak

Betonnen dekplaat onderzijde

Minste dekking

Meeste dekking

24

27

5

33

Put 411I123

Betonnen dekplaat kopse kant van de doorgang

Discussie: De wapening in de dekplaat heeft een geringe dekking. Bij het verwijderen van de gecorrodeerde laag beton ligt de wapening nagenoeg aan de op­ pervlakte. Het is zeer aan te bevelen de wapening op korte termijn te be­ schermen tegen corrosie.

48

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

8.9

Put 9 - 411G124 visueel onderzoek

De volgende afbeeldingen geven een indruk van het visuele onderzoek.

-

.&Ż A:

B: Blik vanuit het hoofdriool in de put. Rechts bovenin restanten van een zwarte coating zichtbaar

Ligging van de put

'i SŞÏ .

'•’i 4 - -

'ĚĨ0-

mm®?

C: Gecorrodeerde onderzijde van de dekplaat

D: Voegen van het metselwerk zacht en gecorrodeerd

E: Detail van de gecorrodeerde wand van het hoofdriool

F: Restanten van een zwarte coating zicht­ baar in het hoofdriool

Afb. 10:

Put 411G124

49

KT

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

8.9.1

KT

Put 9 - 411G124 carbonatatietest

De volgende afbeeldingen geven een indruk van de carbonatatietest.

'ĥ -Ÿ

A:

Carbonatatietest op de betonnen dekplaat B:

Afb. 11:

Detail van de carbonatatietest

Carbonatatietest op de betonnen ondergrond van de dekplaat

Bij het uitvoeren van de carbonatatietest werd de betonnen ondergrond eerst plaatselijk vrij gemaakt van het gecorrodeerde/aangetaste materiaal. Vervolgens werd op het testvlak de kleurloze indicatorvloeistof aangebracht.

Discussie: De indicatorvloeistof kleurde paarsrood. Dit betekent dat het beton onder de gecorrodeerde laag gezond was en de onderliggende wapening vol­ doende beschermd was. Echter, in combinatie met de gemeten geringe dekking (zie hoofdstuk 8.9.2. op pagina 29) is het aan te bevelen de betonnen dekplaat op korte termijn te beschermen tegen corrosie van de wapening.

50

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

8.9.2

KT

Put 9 - 411G124 wapening detecteren en betondekking meten

Tijdens het visuele onderzoek is met behulp van een dekkingsmeter wapening gemeten in de betonnen dekplaat. De resultaten van de dekkingsmetingen zijn in een overzicht weergegeven in onderstaan­ de tabel 8.9.2 a. Deze metingen zijn in millimeters, inclusief de gecorrodeerde laag beton.

. Tabel 8.9.2 a:

Object

Overzicht van de resultaten van de dekkingsmetingen

Testvlak

Betonnen dekplaat onderzijde

Minste dekking

Meeste dekking

60

60

14

38

Put 411G124

Betonnen dekplaat kopse kant van de doorgang

Discussie: De wapening aan de kopse kant in de dekplaat heeft een geringe dekking. Bij het verwijderen van de gecorrodeerde laag beton ligt de wapening na­ genoeg aan de oppervlakte. Het is zeer aan te bevelen de wapening op korte termijn te beschermen tegen corrosie.

51

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

8.10

Put 10 - 411G125 visueel onderzoek

De volgende afbeeldingen geven een indruk van het visuele onderzoek. ' ÌŞWÍŴ

wįimm

. ;V . -

A:

Ligging van de put

B:

Blik op de put vanuit het hoofdriool

iAţįfaŕ

’agsñŕ

C: Gemeten grootste wanddikte van het hoofdriool 14 cm

D: Gemeten kleinste wanddikte van het hoofdriool 11 cm

•3K*

pmlgmį r JŰ

4* Jtŭák ŭ 1 E: Onderzijde van de dekplaat. Gecorrodeerd en zacht

Afb. 12:

F: Vrij liggende gecorrodeerde wapening in de dekplaat

Put 411G125

52

KT

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

8.11

Put 11 - 411G126 visueel onderzoek

De volgende afbeeldingen geven een indruk van het visuele onderzoek.

.' . . * -ť *»' *

A:

Ligging van de put

B:

Blik op de put vanuit het hoofdriool

Wsf'". i

.’'Ai*

.

7

'

;

V

C: Inkomend riool op putwand 2, gecorrodeerde wapening in de dekplaat

D: Detail van de gecorrodeerde wapening in de dekplaat

mm 'ļį.-í.

--Jf

' 4, E: Detail van biogene zwavelzuurcorrosie. Kiezels zijn uitgevallen en deze ook bijna

Afb. 13:

F:

Blik vanuit de put in het hoofdriool

Put 411G126

53

KT

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

8.12

Put 12 - 411G127 visueel onderzoek

De volgende afbeeldingen geven een indruk van het visuele onderzoek.

al. . ţ.

.‘

.

A: Stellagen metselwerk vanaf de betonnen dekplaat tot het maaiveld

B:

Blik vanaf het maaiveld in de put

,ĩ

C:

Gecorrodeerde zachte voegen

,

!

D: Detail van het gecorrodeerde betonnen hoofdriool met rechts in beeld nog resten zichtbaar van een zwarte coating

sm

■è’

v*.

te* ^

E: Bruine aftekening, door corrosie van de wapening, zichtbaar op dekplaat.

Afb. 14:

F: Detail van de restanten van zwarte coating in het hoofdriool

Put 411G127

54

KT

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

8.13

Put 13 - 411G128 visueel onderzoek

De volgende afbeeldingen geven een indruk van het visuele onderzoek.

ţ- 3

A: ■TT

B: De voegen van het metselwerk waren zacht en gecorrodeerd

Ligging van de put :

/.í řr.

-*

.

C: Gecorrodeerde wapening in de dekplaat zichtbaar

D: Gecorrodeerde wapening in de dekplaat zichtbaar (zie cirkel)

lŵ4

E: Gecorrodeerde delen beton in het hoofdriool gemakkelijk weg te steken met duimstok

Afb. 15:

F: Wanddikteverlies door biogene zwavelzuuraantasting van het hoofdriool

Put 411G128

55

KT

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

8.14

KT

Put 14 - 411G129 visueel onderzoek

De volgende afbeeldingen geven een indruk van het visuele onderzoek.

į-èřĶ'W

'‘f

W'jVf * *

. ' 41

- *

\.V

A: Stellagen metselwerk vanaf de betonnen dekplaat tot het maaiveld

B: Het beton van de dekplaat is zacht en gecorrodeerd

mmrnJm

C: Vrij liggende gecorrodeerde wapening zichtbaar in de dekplaat

Afb. 16:

D: Dichtgemetseld inkomend riool op putwand 2

Put 411G129

Bij put 411G129 was het alleen mogelijk om snel van bovenaf deze foto’s te maken. Daarna moest het verkeer weer vrij baan gegeven worden.

56

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

8.15

Put 15 - 411I130 visueel onderzoek

De volgende afbeeldingen geven een indruk van het visuele onderzoek. 'N.íīt;

A:

Ligging van de put

B: Blik van bovenaf in de put met zichtbaar de inkomende persleiding op putwand 4 en de vrij liggende wapening in de dekplaat

ŞįgļiPP ,\

' ' If?

Jįż ÿļř h

"sŕ. ř *

C: Blik vanuit de put op de aangetaste betonnen dekplaat

D: Het beton is gemakkelijk weg te kloppen

ŕn- ŵ -

r!.

E:

Sterke betonaantasting van het hoofdriool F: Voegen voor een groot deel weg gecorrodeerd

Afb. 17:

Put 411I130

57

KT

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

8.16

Put 16 - 411G145 visueel onderzoek

De volgende afbeeldingen geven een indruk van het visuele onderzoek.

W

7 .

u Tjř 7V7

A:

Ligging van de put

B: Blik vanuit de put naar boven. Sterk gecorrodeerde dekplaat en gecorrodeerde wape­ ning zichtbaar

Mi:«Î'ÍÄ;

sś-m*

C:

Wapening is uit het beton los te trekken

D: Voegen van het metselwerk zacht en gecorrodeerd, op putwand 4 tot 4 cm diepte

-i

'šmm E: Detail van de wand van het hoofdriool met F: Sterk aangetaste delen van het hoofdriool resten van een loslatende coating met uitvallende kiezels

Afb. 18:

Put 411G145

58

KT

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

8.17

Put 17 - 508G001 visueel onderzoek

De volgende afbeeldingen geven een indruk van het visuele onderzoek.

'ū

A:

Ligging van de put

B:

Blik vanuit het hoofdriool in de put

ftT*-vŕAiìnV ■ ír'.ļ-O

İ

C: De dekplaat van de put is licht gecorrodeerd en lijkt vernieuwd te zijn

D: De mortel tussen dekplaat en metselwerk is niet sulfaatbestendig. Het is gecorrodeerd en zacht

E: Het betonnen hoofdriool is gecorrodeerd en zacht

F: Het betonnen banket is gemakkelijk weg te krabben

Afb. 19:

Put 508G001

59

KT

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

8.18

Put 18 - 508G002 visueel onderzoek

De volgende afbeeldingen geven een indruk van het visuele onderzoek.

A:

Ligging van de put

B:

Blik in de put vanuit het hoofdriooi

T-. ŴäK

C: Sterk aangetast beton in het hoofdriooi, brokken vallen er uit

D: De betonnen dekplaat is matig aangetast en lijkt ooit vernieuwd te zijn

fl«SãŞii!ŵŷgj V

E: De mortel op de banketten is gemakkelijk weg te schrapen

Afb. 20:

F: Detail van het sterk gecorrodeerde beton in het hoofdriool

Put 508G002

60

KT

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

8.19

Put 19 - 508G011 visueel onderzoek

De volgende afbeeldingen geven een indruk van het visuele onderzoek.

.to !'-r ;: .

í •V

'

A:

Ligging van de put

B: Sterk gecorrodeerde dekplaat met uitval­ lende toeslagstoffen en vrij liggende gecorro­ deerde wapening

C: Sterk gecorrodeerd hoofdriool, vooral het gedeelte vanaf de waterlijn tot 11 uur

ĩ

"

\*

‘jf

D: Detail van het sterk gecorrodeerde hoofd­ riool met uitvallende toeslagstoffen

.V

«OĶ. t''] E: Grondwaterinfiltratie bij de voegen op putwand 4 (tevens geconstateerd op wand 2)

Afb. 21:

F: Sterk gecorrodeerde voegen tot een diepte van 4 cm

Put 508G011

61

KT

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

8.20

Put 20 - 508G003 visueel onderzoek

De volgende afbeeldingen geven een indruk van het visuele onderzoek.

«5 A:

Ligging van de put

B: Blik in de put door de toegangsschacht met links het hoofdriool en rechts een inko­ mend riool

ŞjgjJ

C: Blik vanuit het hoofdriool in de put met rechts het aanvoerend hoofdriool en links het inkomende riool. Het metselwerk is beraapt

D: Zeer sterk gecorrodeerd beton in het hoofdriool. Brokken beton zijn handmatig weg te nemen

Wĩ'"' įp í'-1- ‘;į i-,íi^V’ ' ŗ : '

,l’ ,ļl.'

E: De dekplaat vertoont lichte tot matige corrosie

Afb. 22:

idňjĩ'-y-'JtÈjâii

F: Van het hoofdriool is 4 cm beton verdwe­ nen door corrosie

Put 508G003

62

KT

IKT Nederland. Instituut voor ondergrondse infrastructuur. Tivolilaan 205, 6824 BV Arnhem

8.20.1

KT

Put 20 - 508G003 wapening detecteren en betondekking meten

Tijdens het visuele onderzoek is met behulp van een dekkingsmeter wapening gemeten in de betonnen dekplaat. De resultaten van de dekkingsmetingen zijn in een overzicht weergegeven in onderstaan­ de tabel 8.20.1 a. Deze metingen zijn in millimeters, inclusief de gecorrodeerde laag be­ ton.

. Tabel 8.20.1 a:

Object

Overzicht van de resultaten van de dekkingsmetingen

Testvlak

Betonnen dekplaat onderzijde

Minste dekking

Meeste dekking

35

61

24

53

Put 508G003

Betonnen dekplaat kopse kant van de doorgang

Discussie- De wapening aan de kopse kant in de dekplaat heeft plaatselijk een gerin­ ge dekking. Bij het verwijderen van de gecorrodeerde laag beton komt de wapening dichter aan de oppervlakte. Het is zeer aante bevelen de wape­ ning op korte termijn te beschermen tegen corrosie door een bescherming aan te brengen op het beton.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=faf1f6ef-bc3d-45c3-967e-4c0ba859ef06