CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport RK - Onderzoek ondermijning Harderwijk

Raadsvergadering 12 december 2024, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Rekenkamerrapport Onderzoek ondermijning in Harderwijk33.933 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

▪

Sociaaleconomische factoren. De lokale economie is deels vitaal; de gemeente vervult centrumfuncties en het toerisme floreert. Toch zijn er kwetsbaarheden. Er zijn wijken met sociaaleconomische achterstanden, zoals Stadsdennen en de Zeebuurt. Op gemeenteniveau zijn er zogenoemde ‘hoog risico-jongeren’ (namelijk 4,4%; 410 jongeren), met een verhoogd risico om in de drugscriminaliteit te belanden. Er is lokaal en in de regio (veel) vraag naar goedkope arbeid en daardoor een behoefte om arbeidsmigranten te huisvesten. Bijvoorbeeld op een vakantiepark, waarvan de gemeente Harderwijk er acht telt. Er is een hoge vestigingsgraad van verschillende risicobranches, zoals schoonmaakbedrijven en schoonheidsverzorging. Respondenten wijzen ook op zorginstellingen met een kwetsbare doelgroep (in of rondom de gemeente): cliënten en ex-cliënten (die lokaal gaan wonen) zijn vatbaar om als dader of slachtoffer (of een combinatie daarvan) de criminele wereld in te worden gezogen.

▪

Culturele factoren. In vriendengroepen (met tieners) wordt alcoholgebruik gecombineerd met drugsgebruik. Sociale media brengen drugs en drugsdealers dichtbij. Door het lokale drugsgebruik is de drugsmarkt in de gemeente Harderwijk interessant voor dealers. De jeugdcriminaliteit en overlast werden lang onderschat; er heerste over-optimisme, al wijzen bewoners vandaag de dag op overlast en criminaliteit, zoals drugshandel. Tot slot bestaat er lokaal status voor hard werken en ondernemerschap; dat is op zich positief, al is het publieke draagvlak voor regels, toezicht en handhaving wankel.

57

Over ondermijnende praktijken constateren we het volgende:

51 51

▪

Drugshandel. Drugshandelaren werken klantgericht (mobiele drugshandel, met bezorging) en verkopen populaire drugssoorten. Dealers profiteren van de lage pakkans. Bronnen (een enquête, professionals en bewoners) wijzen op talrijke locaties met signalen en vermoedens over drugshandel en drugsgebruik. Er wordt ook gewezen op - naar schatting “enkele tientallen” volgens respondenten - drugspanden (in sociale huurwoningen), met overlast vanwege drugshandel en/of drugsgebruik. De mobiele drugshandel heeft deels een bovenlokaal karakter, want dealers van buitenaf (onder meer uit Nijkerk en Amersfoort) bezorgen in Harderwijk. Ook zijn er mobiele dealers uit Harderwijk lokaal actief.

▪

Drugsproductie. De drugshandel springt in het oog in de gemeente Harderwijk; dat geldt beduidend minder voor drugsproductie. Een drugslab is uitzonderlijk en de aangetroffen hennepkwekerijen zijn afgenomen in de afgelopen jaren. Dit laatste is een landelijke trend, al schatten experts in dat de hennepteelt landelijk op hetzelfde niveau is gebleven; de ontdekkingskans is afgenomen (minder prioriteit voor hennepteelt en betere afscherming). Wat de aard en omvang zijn van de hennepteelt in Harderwijk is niet duidelijk geworden bij het veldwerk.

▪

Jeugd en jongvolwassenen: een ongelukkige optelsom. Er wordt geweld en intimidatie door jongeren en jongvolwassenen geconstateerd. Naast drugshandel komen op geijkte tijden en locaties strafbare en/of antisociale gedragingen bij elkaar: grove verkeersovertredingen; vernielingen (ook selectief en intimiderend); verstoringen van de nachtrust; en het afsteken van zwaar vuurwerk.

▪

Vastgoed en vakantieparken: Voor de gemeente Harderwijk geldt dat 2,9 procent van de natuurlijke personen met vastgoed (afgezet tegen het totaal aantal verblijfsobjecten) in tien jaar tijd werd veroordeeld (peiljaar: 2020); het gaat om 410 panden.51 Dat is iets minder gunstig dan het gemiddelde in Gelderland (2,7 procent) en iets gunstiger dan de landelijke score (3,1 procent). Het percentage verblijfsobjecten in het bezit van een rechtspersoon met een veroordeling in de afgelopen 10 jaar (afgezet tegen het totaal bezit van rechtspersonen in Harderwijk) ligt in Harderwijk met 18,0 procent hoger (ongunstiger) dan in Gelderland (17,4 procent) en Nederland (15,6 procent). Naast deze cijfers wordt gesignaleerd dat woningen worden gesplitst en verhuurd (o.a. aan arbeidsmigranten), hetgeen overlast veroorzaakt. Er is geen goed zicht op de leefomstandigheden van personen die goedkoop vastgoed huren. Op vijf van de acht vakantieparken is, na een transitieproces, wonen toegestaan; op twee dus niet en daar wordt thans gecontroleerd. Daarbij worden mensen aangetroffen in vakantiewoningen die niet bij de gemeente staan ingeschreven. Los van de vraag of mensen er legaal of illegaal wonen, is het de vraag wie er wonen en hoe deze mensen (bij verhuur) worden behandeld door de verhuurder of – in het geval van arbeidsmigranten – door een uitzendbureau en/of werkgever.

Dit is niet goed in beeld. Geen enkel park wordt getypeerd als criminele enclave of vrijplaats. Wel denken respondenten dat bewoners op tenminste één park mogelijk onder druk worden gezet of worden geïntimideerd om dingen te doen of te

Bron: https://www.zichtopondermijning.nl/

58

laten, bijvoorbeeld niet inschrijven bij de gemeente. ▪

Illegale prostitutie: Respondenten en andere bronnen (media) wijzen op de nodige signalen over illegale prostitutie. Mede vanwege de inherent moeilijke bewijslast wordt vaak niet duidelijk of het gaat om seksuele uitbuiting of om vrijwillig niet-vergund sekswerk.

▪

Illegaal vuurwerk: Het gebruik van zwaar vuurwerk is een patroon in de gemeente Harderwijk. Harde knallen jagen bewoners de stuipen op het lijf en maakt of houdt hun wakker. Er is een illegale vuurwerkmarkt; met crimineel aanbod en met afnemers.

▪

Zorgen over zorg(aanbieders). Respondenten constateren dat ze steeds meer signalen van vermoedelijke zorgfraude zien, nadat aanvankelijk werd gedacht dat het een Randstedelijk fenomeen was. Lokaal is de aard en omvang van de zorgfraude een blinde vlek, maar cijfers van het dashboard Zicht op ondermijning52 laten een ongunstig en verontrustend beeld zien. Er is in kaart gebracht hoeveel cliënten pgb-zorg ontvangen van zorgaanbieders met een veroordeling. De cijfers over de gemeente Harderwijk zijn duidelijk ongunstiger dan het Nederlandse gemiddelde. 4,8 procent van de cliënten in Nederland krijgen pgb-zorg van zorgaanbieders met een veroordeling; in Harderwijk ligt dit op 13,7 procent (70 cliënten). 5,2 procent van de gedeclareerde kosten in Nederland zijn gedeclareerd voor zorg van zorgaanbieders met een veroordeling (die zorg leveren middels een pgb). In de gemeente Harderwijk ligt dit op 23,3 procent. Het gaat om bijna twee miljoen euro; exact bedraagt het 1.983.777 euro. Dit is de op één na slechtste (percentuele) score in Nederland.

5.2

Bestuurskundige vragen

5.2.1 Beleidstheorie Deze paragraaf beantwoordt bestuurskundige vragen. Daartoe wordt in de eerste plaats een antwoord geformuleerd op de vraag over de beleidstheorie. ▪

▪

▪

52

Het collegeprogramma agendeert ondermijning. Er wordt een deeltijd-regisseur ondermijning aangesteld voor 8 uur in de week; deze professional vervult diezelfde functie (in dezelfde tijd) in Ermelo en Putten, en daarnaast werkt hij 12 uur per week als OOVambtenaar in Harderwijk. Het Plan van Aanpak Ondermijning legitimeert de aanstelling van de regisseur ondermijning en bevat drie inhoudelijke lijnen. Ten eerste dient de gemeentelijke organisatie meer alert (‘bewust’) te zijn op mogelijke ondermijning. Ook dienen burgers bij de aanpak te worden betrokken; vooral om te signaleren en daarmee de misdaad op afstand te houden. Ten tweede wordt gestart met het in kaart brengen en aanpakken van ondermijnende praktijken in het buitengebied. Ten derde dient binnen RIEC-structuren gestalte te worden gegeven aan een integrale aanpak: maatwerk-interventies door meer dan één partij. De in de praktijk gehanteerde beleidstheorie is pragmatisch en actiegericht; gericht op het ophalen van signalen en informatie en op uitzoeken wat er speelt, als opmaat tot actie. De belangrijkste elementen van de actiegerichte beleidstheorie zijn: 1.) de regisseur zorgt in persoonlijk contact, met presentaties, dat gemeenteambtenaren alert worden op mogelijke ondermijning en bekend raken met de aanpak en met de professionals die dit trekken; 2.)

Bron: https://www.zichtopondermijning.nl/

59

een persoonsgericht netwerk en informatiestroom opbouwen in de ambtelijke organisatie en bij partners; van uitvoering tot de ambtelijke top en burgemeester; 3.) er wordt actief gezocht naar signalen of vermoedens over mogelijke ondermijning, waarna opvolging wordt georganiseerd tot aan een (handhavende of helpende) interventie; en 4.) er wordt aangehaakt bij lopende projecten of initiatieven, zoals de aanpak van vakantieparken, bedrijventerreinen en in het buitengebied. 5.2.2 Beleid, organisatie en instrumenten Er zijn ook vragen geformuleerd over het beleid, de uitvoeringsorganisatie en (bij de ondermijningsaanpak) gehanteerde instrumenten. Over planvorming Er is, als gesteld (5.2.1), een Plan van aanpak Ondermijning opgesteld met daarin drie inhoudelijke lijnen of opdrachten. Het Integraal Veiligheidsplan (2020-2024) bevat alles bij elkaar wel erg veel (bovenlokale en sub-lokale) prioriteiten en lokale beleidsthema’s, namelijk tien prioriteiten (waaronder ‘ondermijning’), plus nog eens negen veiligheidsthema’s. Wie tien prioriteiten benoemt, stelt in feite geen prioriteiten; het is een opsomming van beleidsterreinen die ertoe doen, zonder dat duidelijk wordt wat het meeste gewicht dient te krijgen of waarom.

Naast deze 19 (!) IVP-prioriteiten en -veiligheidsthema’s krijgen veiligheidsambtenaren bovendien te maken met alledaagse werkzaamheden en met onvoorzien werkaanbod: de ‘waan van de dag’. Het gaat dan bijvoorbeeld om boerendemonstraties, de jaarwisseling of een piek in de drugs- en jeugdoverlast. Juist het onvoorziene werkaanbod kan al met al een groot beslag leggen op veiligheidsambtenaren. Het IVP vraagt of claimt geen ruimte voor dit dynamische werkaanbod. Dit alles betekent dat het ondermijningsdossier met tal van issues en beleidsopdrachten concurreert bij claims op personele inzet. De capaciteit van de ambtenaren met taken in de sfeer van openbare orde en veiligheid (OOV) ligt op 5,5 fte, waarbij (slechts) acht uur is gereserveerd voor de regisseur ondermijning, al is deze ambtenaar tevens voor 12 uur aangesteld als OOV-ambtenaar. Er bestaat een kloof tussen ambities in plannen en de personele capaciteit. Het IVP bevat immers een optelsom van tien prioriteiten en negen lokale veiligheidsthema’s; met daarnaast een plan voor de ondermijningsaanpak met drie inhoudelijke lijnen, met deels weer tal van sub-opdrachten. Ambtelijke organisatie: de ondermijningsaanpak Er is 1 fte beschikbaar voor een OOV-ambtenaar die onder andere Bibob-coördinator is. Ondermijning is de hoofdtaak van de regisseur ondermijning die sinds september 2022 is aangesteld.

De regisseur jaagt de ondermijningsaanpak aan vanuit een professioneel netwerk, met binnen de gemeente: een medewerker van het Team Vergunningverlening, Informatievoorzieningen & Beheer die de Bibob-toetsing uitvoert; een handhavingsjurist en de horecacoördinator. Bij de politie zijn de operationeel specialist en operationeel expert o.a. belast met ondermijning. De RIECaccountmanager en de RIEC-casuscoördinator maken ook deel uit van dit professionele netwerk. De dubbelfunctie (regisseur ondermijning en OOV-ambtenaar) van 20 uur knelt bij het aanjagen van de ondermijningsaanpak in Harderwijk. De dubbelfunctie is op gemeenteniveau een deeltijdfunctie, maar er komt veel op deze ambtenaar af. De paradox is dat dit juist komt doordat hij veel in gang heeft gezet: de op gang gebrachte informatiestroom, de opstelsom van projecten en interventies en de daardoor overvolle agenda’s van verschillende overlegvormen. 60

De ondermijningsaanpak staat of valt met enkele sleutelfiguren: de aanpak rust op de schouders van enkele ambtenaren, met een sleutelrol voor de regisseur die op papier slechts 20 uur beschikbaar is. In de praktijk werkt hij duidelijk veel meer. In feite vervult hij zelfs een vierdubbele taak (regisseur en OOV-ambtenaar in Harderwijk en regisseur in twee andere gemeenten); dat resulteert in vergaande en structurele overvraging. Met een actiegerichte stijl bouwt de regisseur op belangrijke afdelingen contacten op met gemeenteambtenaren die een bijdrage (kunnen) leveren aan de ondermijningsaanpak. Daarbij wordt gebruikgemaakt van het lokaal ondermijningsoverleg: met deelnemers uit de ambtelijke organisatie en specialisten bij politie en RIEC. Signalen en concrete problemen of opdrachten worden besproken, waarna zaken worden uitgezocht en actie wordt opgezet. Signalen of vermoedens over mogelijke ondermijning worden gezien als een kans om opvolging te organiseren. Andere of meer concrete bevindingen wat betreft de (integrale) gemeentelijke ondermijningsaanpak zijn: ▪ De regisseur en het netwerk profiteren van bestaande praktijken: Bibob-toetsing in de horecasector en bestuursrechtelijke handhaving, onder meer sluitingen of waarschuwingen op basis van artikel 13b Opiumwet. Er worden projecten opgezet en uitgebouwd, gericht op het buitengebied, bedrijventerreinen en vakantieparken.

▪ De Bibob-toetsing wordt, sinds de invoering van de exploitatievergunning in 2017, sterk gericht op de horecasector. De gemeente maakt verder nog weinig gebruik van toetsing aan de voorkant, met of zonder Bibob-toets. ▪ Er is in het eerste kwartaal van 2023 een serie van acht trainingen over ondermijning verzorgd aan verschillende teams. Ook is er een training gegeven aan het college van burgemeester en wethouders. Dit was geen doel op zich, want het was steeds de bedoeling teams aan te laten haken bij de aanpak, zo het interne netwerk uit te breiden en om in simpele en concrete taal urgentiebesef te kweken. ▪ Het RIEC constateert dat de gemeentelijke alertheid op ondermijning (‘bewustzijn’) gestalte krijgt, maar dat dit proces pril is en tamelijk recent op gang is gekomen. Meer specifiek constateert het RIEC dat de aanpak van zorgfraude niet toereikend is en dat kwetsbare cliënten hiervan de dupe kunnen zijn. Over externe samenwerking De samenwerking tussen gemeente en externe partijen (met name politie en RIEC) heeft een impuls gekregen door de aanstelling van de regisseur ondermijning, ook al betreft dit maar acht uur per gemeente. Politiemensen en het RIEC merken dat ze van doen hebben met een actiegerichte partner bij de gemeente.

Toch is die integrale aanpak pril en persoonsgebonden, met een sleutelrol voor de (qua) uren overvraagde gemeentelijke ondermijningsregisseur; dat maakt kwetsbaar. De samenwerking tussen in het bijzonder gemeente, politie en RIEC krijgt onder andere gestalte in het lokaal Ondermijningsoverleg. Naast formele overlegmomenten is er hoogfrequent contact tussen de regisseur ondermijning en de politie. Politie en RIEC zijn tevreden over de goede bereikbaarheid van de gemeente. Er wordt over en weer gesproken over korte lijnen, over zaken die (meteen) samen worden opgepakt, over nieuwe signalen of informatie en over controles die worden voorbereid. Het RIEC merkt dat sinds ruim een jaar de signalen over mogelijke ondermijning niet alleen worden ingebracht door Belastingdienst of politie, maar ook en (steeds) vaker vanuit de gemeente. 61

Andere of meer concrete bevindingen wat betreft de (integrale) gemeentelijke ondermijningsaanpak zijn: ▪ Door de trekkers van het lokaal ondermijningsoverleg zijn verschillende externe initiatieven of projecten in gang gezet, zoals: controles op bedrijventerreinen (project Theseus) en op vakantieparken; controles en huisbezoeken in het buitengebied en prostitutiecontroles door politie en gemeente. Er wordt niet afgewacht; kansen om informatie te verzamelen en actie te ondernemen, worden opgezocht en benut. ▪ De casusgerichte aanpak in RIEC-verband heeft in de afgelopen anderhalf jaar gestalte gekregen, getuige vier lopende RIEC-casus tijdens ons veldwerk. ▪ De drugshandel staat op de gemeentelijke agenda. De politie is alert op drugshandel, ook in de alledaagse (‘blauwe’) surveillance. Het grote aantal politieregistraties in 2023 (t/m november) voor drugsbezit (40) in relatie tot drugshandel (9) roept wel de vraag op of politie en justitie voldoende ruimte nemen om onderzoek te doen naar drugshandel. Een dieperliggend probleem is dat daders of netwerkjes die de lokale drugshandel organiseren vaak buiten schot blijven; loopjongens/uitvoerders worden aangehouden en de organisatoren niet. ▪ Er wordt bij een integrale aanpak in beperkte mate gebruikgemaakt van strafrechtelijke inspanningen door politie of Arbeidsinspectie.

Het blijkt lastig om gestalte te geven aan het idee van ingebed strafrecht; interventies waarbij het strafrecht meerwaarde krijgt doordat het wordt afgestemd met andere acties en sancties. ▪ Er wordt, in het kader van jeugd en veiligheid, samengewerkt tussen onderwijsinstellingen (middelbare scholen en ROC’s), politie en gemeente om criminele paktijken te voorkomen of anders te signalen, om tot een gepaste reactie te komen. De aanpak is pril; een bijeenkomst op het stadhuis in juni 2023 was min of meer het startsignaal. Over de informatiepositie De ondermijningsaanpak ligt in handen van een netwerk rondom de regisseur ondermijning. Op basis van verzamelde informatie (signalen, straatinformatie) wordt uitgezocht wat er speelt en worden onder meer controles opgezet, bijvoorbeeld op vakantieparken. Actie, uitzoekwerk en controles – zowel integraal (meer dan één organisatie) of monodisciplinair (b.v. door gemeente of politie) leiden tot meer informatie en inzicht, al zijn er nog de nodige blinde vlekken c.q. onbeantwoorde vragen. De stap van informatie naar actie levert intern, tegenover ambtenaren en afdelingen, een ‘goed verhaal’ op om signalen over mogelijke ondermijning te melden.

De ambtelijke sleutelfiguren worden wel geconfronteerd met de informatie-paradox: er wordt actief gezocht naar informatie, maar nu de informatiestromen op gang zijn gekomen, valt dit lastig te begrenzen en te verwerken. Andere of meer concrete bevindingen wat betreft de informatie over ondermijning en de aanpak daarvan zijn: ▪ Binnen de gemeente is een meldpunt ingericht voor signalen over mogelijke ondermijning; hier komen nog geen meldingen binnen, maar het meldpunt is bekend gemaakt bij presentaties door de regisseur. Via persoonlijke contacten en het lokaal ondermijningsoverleg komen er langzaamaan wel steeds meer signalen binnen. De informatie wordt dus vooral ‘opgehaald’: binnen opgebouwde netwerken en met controles.

62

▪

▪

▪ ▪

Er is de nodige informatie beschikbaar gekomen over (mogelijke) overtredingen op vakantieparken, bedrijventerreinen en in het buitengebied. Respondenten realiseren zich dat dit deels nog blinde vlekken zijn; meer informatieverzameling is nodig, net als analyse. Ook zorgfraude is een blinde vlek. Er is meer bekend over drugshandel en over (deels daarmee verweven) hardnekkige overlast en intimidatie door jongeren en jongvolwassenen. Er zijn bij ons geen heldere overzichten bekend van acties die in het kader van de ondermijningsaanpak zijn ondernomen en/of van getroffen maatregelen. Hoewel we een overzicht van de bestuurlijke sancties in 2023 hebben ontvangen, ontbreekt het aan – op de keper beschouwd – eenvoudige data, zoals de aanleiding of bron van een bestuursrechtelijke maatregel of de precieze locatie (het type pand, de wijk of het bedrijventerrein) van geconstateerde feiten. Er is binnen de ambtelijke veiligheidsorganisatie geen capaciteit beschikbaar om analyses te maken, dossiers te vormen en, op basis daarvan, acties uit te zetten. Er is geen privacy protocol beschikbaar voor het uitwisselen van gegevens (over casus en signalen) in het kader van de ondermijningsaanpak

Over de effecten De ondermijningsaanpak staat in de kinderschoenen; dientengevolge zijn de effecten nog gering. Ook valt het effect van de aanpak van afgeschermde criminele fenomenen moeilijk vast te stellen. 5.3

Gemeenteraad

In de politieke opstelling op het veiligheidsdossier, met ondermijning (en de aanpak daarvan) als onderdeel, komen in Harderwijk enkele patronen in beeld die bekend zijn uit de literatuur: 1.) raadsleden geven ruimte aan de burgemeester bij het veiligheidsbeleid en daarover bestaat (op hoofdlijnen) tevredenheid; 2.) veel raadsleden bewaren afstand tot (het debat over) het functioneren van de politie, al zijn er zorgen over de lokale beschikbaarheid en over de lokale prestaties van de politie; en 3.) de gemeenteraad vervult vooral een legitimerende rol bij (het vaststellen van) veiligheidsplannen, zoals bij het vaststellen en (met twee jaar) verlengen van de looptijd van het Integraal Veiligheidsplan (IVP) 2020-2024. Wat betreft de rol van de raad op het ondermijningsdossier constateerden we verder het volgende: ▪ De burgmeester heeft tussen 2020 en 2022 tijd gestoken in het bespreken van ondermijnings- en integriteitsvraagstukken met de raad, met politieke partijen en met raadsleden. ▪ Raadsleden vragen aandacht voor de aanpak van digitale criminaliteit, illegale huisvesting van arbeidsmigranten, misstanden in de zorg en met vastgoed, de gang van zaken op vakantieparken (ook na transitie) en drugshandel. ▪ Er is politieke steun verleend aan het IVP 2020-2024 en recent het ‘verlengen’ van dit plan tot en met 2026.

▪ Raadsleden zouden wel graag zien dat ze meer informatie krijgen over ondermijnende praktijken in de gemeente Harderwijk. ▪ Bij het veldwerk zijn geen voortgangsrapportages of (tussen)evaluaties van het IVP 20202024 of van de ondermijningsaanpak aangetroffen.

63

5.4

Aanbevelingen

We formuleren de volgende aanbevelingen: 1. De dubbelfunctie van de regisseur ondermijning die tevens OOV-ambtenaar is, vraagt veel meer dan twintig uur per week. Zorg dat deze functie op een realistische manier wordt ingebed in de gemeentelijke organisatie. 2. Doe onderzoek – in politiesystemen en op straat, ook in de avonduren en in de nacht – met de talrijke signalen en vermoedens over drugshandel, drugsgebruik en straatintimidatie als uitgangspunt; presenteer dit aan de gemeenteraad, in een openbaar stuk. Stel op basis daarvan een preventieve en repressie aanpak op van drugshandel en van intimiderende praktijken op straat. Bespreek dit in het college, in de driehoek en met bewoners. Beschouw de beschikbare informatie over drugsproblemen in de gemeente Harderwijk niet als een ongemakkelijke realiteit, maar als een kans om een aanpak op te zetten waarmee publieke steun en legitimiteit kan worden gewonnen. Benoem daarom de aanpak van drugshandel als één van de maximaal drie topprioriteiten in het kader van de integrale veiligheidsaanpak in de gemeente Harderwijk; daarvoor is capaciteit nodig van politie en justitie. 3. Doe onderzoek naar de (de aanpak van) zorgfraude in de gemeente Harderwijk. Er zijn te veel zorgelijke cijfers en signalen om dit te laten rusten. Geef op basis van het onderzoek gestalte aan het fraudebestendig maken van de zorg. 4.

De looptijd van het IVP is onlangs verlengd, tot en met 2026. Het IVP is echter een lange opsomming van activiteiten; er zijn zoveel prioriteiten dat er in feite niet is geprioriteerd. Het IVP is te veel een papier werkelijkheid, zonder vertaalslag naar ambtelijke inzet. We raden daarom aan om in 2024 of 2025 toch een nieuw IVP op te stellen; zo nodig gemeentelijk, met meer aandacht voor de vertaling van plan naar implementatie. Dan staat daarbij vanzelf de vraag op de agenda hoeveel ambtelijke tijd noodzakelijk is voor het aanjagen en uitvoeren van de ondermijningsaanpak. De bestrijding van drugshandel (en de daarmee samenhangende problemen, zoals overlast, intimidatie en drugsgebruik) dient een topprioriteit te worden; dat kan niet wachten tot 2027. Wordt er geen nieuw IVP opgesteld, stel dan een plan van aanpak vast voor de lokale aanpak van drugshandel en de daarmee verbonden veiligheidsvraagstukken. 5. Stel elk jaar een evaluatie op van het Plan van Aanpak ondermijning en bespreek dit met de raad, in het college en in de driehoek.

64

6.

Bestuurlijke reactie

65

66

67

68

69

70

7.

Reactie Rekenkamer op bestuurlijke reactie

Geachte college van burgemeester en wethouders, We danken u voor de bestuurlijke reactie op het onderzoek van de rekenkamercommissie naar ondermijning In Harderwijk. We zijn blij om te lezen dat u vindt dat er een gedegen inzicht wordt verschaft in dit (onzichtbare) fenomeen. We herkennen en beschrijven uw constatering dat ondermijning op de agenda staat en dat de aanpak ervan inspanningen vergt van de gemeente, naast politie en justitie. U geeft aan te bezien welke formatie en capaciteit daarbij noodzakelijk zijn. U gaat in uw reactie in op de (vijf) aanbevelingen in het rapport. Op hoofdlijnen denken we dat deze aanbevelingen, en uw reactie daarop, een goede basis zijn voor debat en besluitvorming in de gemeenteraad. Van onze kant geven we daarbij de volgende overwegingen mee: 1. Over de dubbelfunctie van de regisseur ondermijning. Juist nu er werk wordt gemaakt van analyse en aanpak zal dit ambtelijk werk opleveren; dat is vooruitgang, maar levert ook meer ambtelijk werk op. 2. Bij analyse en aanpak van de drugsproblematiek is het belangrijk om in contact te treden met burgers; ze beschikken over informatie en het is belangrijk om te weten waar en hoe de problematiek zich ontwikkelt. 3. Het fraudebestendig maken van de zorg is een belangrijke opdracht; goed dat het college zich daarvan bewust is.

Het is belangrijk om tot een politiek-bestuurlijke visie (beleidstheorie) te komen hoe dit valt te bereiken. 4. We denken dat het verstandig om in een heldere en korte evaluatie of voortgangsnotitie de raad te informeren over de aanpak van ondermijning. Dit kan, zoals u voorstelt, een herkenbaar/zelfstandig onderdeel zijn bij periodieke evaluatie van het IVP. Dat voorkomt dat het als het ware ondersneeuwt in de vele activiteiten in het kader van het IVP. Met vriendelijke groet,

Namens de Rekenkamer Ermelo – Harderwijk

Geert Jan Put

71

Literatuur Algemene Rekenkamer, 2022) Algemene Rekenkamer (2022). Een zorgelijk gebrek aan daadkracht. Onderzoek naar de effectiviteit van zorgfraudebestrijding. Den Haag. Bremmers, B. & Ferwerda, H. (2014). Gebiedsscan veiligheid en leefbaarheid verblijfsrecreatie. Een veiligheidsanalyse op en rond vakantieparken op de Noord-Veluwe als opmaat voor een gemeenschappelijke aanpak. Arnhem: Bureau Beke. Broekhuizen, J. (2021). Een geïntegreerd beeld van de gemeente Utrecht en politie MiddenNederland. Amersfoort: Bureau Broekhuizen. Decisio (2022). Arbeidsmigranten in provincie Gelderland. Factsheet kerngegevens. Amsterdam. Essen, B. van (2014). Illegale handel in professioneel vuurwerk. Een onderzoek naar de logistieke keten, modus operandi, afscherming en verwevenheid binnen de illegale vuurwerkhandel. Masterscriptie. Apeldoorn: Politieacademie. Fijnaut, C., & Bovenkerk, F. (1996). Georganiseerde criminaliteit in Nederland: Een analyse van de situatie in Amsterdam. Enquête Opsporingsmethoden. Bijlagen XI, Deelonderzoek IV, Kamerstuk 24072 nr. 20, Tweede Kamer, vergaderjaar 1995—1996. Den Haag: SDU. Lambooij, H.A., Stokreef, A.J., & Hazel, R. van den (2018). Ondermijning en vakantieparken. Vitale Vakantieparken. Bijdrage voor miniconferentie Ondermijning van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid op 1 november 2018. LIEC (2019).

Landelijk beeld van ondermijnende criminaliteit. Den Haag. Tops, P., & Torre, E.J. van der (2015). Wijkenaanpak en ondermijnende criminaliteit. Den Haag: Boom Lemma. Tops, P & Torre, E.J. van der (2024). Ondermijning. Over de praktische betekenis van een analytisch begrip. Den Haag: Boom. Torre-Eilert, T.B.W.M. van der, Bergsma, H. & Duin, M.J. van (2010). Lokale politiek over de politie (Politie & Wetenschap). Amsterdam: Reed Business. Torre, E.J. van der, Gieling, M., Holvast. R, Vlek, G.C.K. & Lanza, R. (2015). De lokale positie van de nationale politie. Een verkenning. Apeldoorn: Politieacademie. Torre, E.J. van der & Valkenhoef, J.M. van (2017). De lokale betekenis van basisteams. Over het werk van geüniformeerde agenten en het gebrek aan rechercheurs. Apeldoorn: Politieacademie. Torre, E.J. van der, Valkenhoef, J., Esman, C. & Greven, H. (2017). Veiligheid bij jaarwisselingen. Apeldoorn: Politieacademie.

72

Torre, E. J. van der, & Heijkoop, M. M. (2020). Zorgfraude. Een wereld te winnen. Rotterdam: LokaleZaken. Torre, E.J. van der & Spoorendonk, J. (2020). Recreatieparken: ondermijning Vooruitgang en nieuwe (corona)risico’s, ook in het midden- en topsegment. Rotterdam/’s-Hertogenbosch: LokaleZaken/Provincie Noord-Brabant. Torre, E.J. van der (2023). Over (de aanpak van) ondermijning in de gemeente Zaltbommel. Rotterdam: LokaleZaken (Rekenkamer Zaltbommel). Torre, E.J. & Wolsink, J. (2024a). Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Rekenkameronderzoek naar de aanpak van ondermijning in de gemeente Nijkerk. Rotterdam./Arnhem: LokaleZaken/Bureau Beke (Rekenkamer Vallei & Veluwerand). Torre, E.J. & Wolsink, J. (2024b). Actiegericht pionieren. Rekenkameronderzoek naar de aanpak van ondermijning in de gemeente Barneveld. Rotterdam/Arnhem: LokaleZaken/Bureau Beke (Rekenkamer Vallei & Veluwerand). Wiegant, B.(2017). Vanaf de zijlijn bekeken. Commissarissen van de Koning over de Politiewet 2012. Lelystad: provincie Flevoland.

73

Bijlage 1 Normenkader 1.

Het Normenkader

Normenkader 1. Beleidstheorie Een beleidstheorie t.a.v. de gemeentelijke en integrale aanpak van ondermijning. Met een visie op: de combinatie van repressieve en preventieve interventies; de rol van gemeentelijke afdelingen; kwetsbare interne processen en functies; externe publieke en private partners; en de rol van inwoners. 2. Informatie: inzicht, signalen, overzicht en analyse 2a. Een (groeiend) inzicht in (de kansen voor) lokale ondermijning – informatie over daders en slachtoffers 2b. Een werkend meldpunt, plus interpretatie en analyse van signalen 2c. Overzicht en analyse van de opbrengsten van bestuursrechtelijke interventies en controles 2d. De formatie en kwaliteit voor: a.) Bibob-toetsing; en b.) analyse van een fenomeen of casus en ter voorbereiding van gerichte vormen van toezicht en controle 2e. Een grondslag voor uitwisseling van informatie 3. Ondermijningsaanpak: de (kern van de) ambtelijke uitvoeringsorganisatie 3a. Formatie, functies en kwaliteit van ondermijnings-specialisten 3b. Beschikbare formatie handhaving en toezicht 3c. Interne overlegvorm(en) t.b.v. aansturen en monitoren van de ondermijningsaanpak 3d. Inzet bestuursrechtelijke instrumenten 3e. Persoons- en groepsgerichte aanpak (daders e.o. slachtoffers): preventief, corrigerend of zorg 4. Gemeentelijke integraliteit 4a.

Afstemming tussen drie pijlers van lokaal bestuur: harde sector (‘fysiek’), sociaal en veiligheid 4b. Inzicht in en bewustzijn van kwetsbare interne processen en functies, zoals vergunningverlening, gronden vastgoedtransacties, projectontwikkeling, subsidies, diensten van Burgerzaken (o.a. inschrijvingen en reisdocumenten), en afgeven zorgindicaties 4c. De integrale samenwerking bij toepassing van de Wet Bibob 4d. Overlegvormen (die worden benut) t.b.v. van gemeentelijke integraliteit bij ondermijningsaanpak 5. Externe netwerkvorming: publiek en privaat 5a. Samenwerking met politie, justitie en RIEC(-partners) 5b. Vormen van publiek-private samenwerking, met bijzondere aandacht voor de rol van ondernemers 5c. Stimuleren en benutten van betrokkenheid van burgers (o.a. signalen) 6. Politieke verantwoording en sturing 6a. Politieke kaderstelling 6b. Verantwoording aan gemeenteraad over prestaties, mate van doelbereiking en inzicht in ondermijning.

74

2.

Het Normenkader: samenvattende bevindingen gemeente Harderwijk

1. Beleidstheorie -

Het collegeprogramma agendeert ondermijning. Er wordt een deeltijd-regisseur ondermijning aangesteld. Er wordt een Plan van Aanpak Ondermijning opgesteld. Het aanjagen van deze aanpak wordt een taak van de regisseur die daartoe samenwerkt met een klein netwerk van ambtenaren (zie punt 3).

-

Het Plan van Aanpak Ondermijning legitimeert de aanstelling van de regisseur ondermijning en bevat drie inhoudelijke lijnen. Ten eerste dient de gemeentelijke organisatie meer alert (‘bewust’) te zijn op mogelijke ondermijning. Ook dienen burgers (genoemd worden scholieren, studenten en ondernemers) bij de aanpak te worden betrokken; vooral om te signaleren en daarmee de misdaad op afstand te houden. Ten tweede wordt gestart met het in kaart brengen en aanpakken van ondermijnende praktijken in het buitengebied. Ten derde dient binnen RIEC-structuren gestalte te worden gegeven aan een integrale aanpak: maatwerk-interventies door meer dan één partij.

-

De in de praktijk gehanteerde beleidstheorie is pragmatisch en actiegericht; gericht op het ophalen van signalen en informatie en op uitzoeken wat er speelt, als opmaat tot actie. De belangrijkste elementen van de actiegerichte beleidstheorie zijn: 1.) de regisseur zorgt in persoonlijk contact, met presentaties, dat gemeenteambtenaren alert worden op mogelijke ondermijning en bekend raken met de aanpak en met de professionals die dit trekken; 2.) een persoonsgericht netwerk en informatiestroom opbouwen in de ambtelijke organisatie en bij partners; van uitvoering tot de ambtelijke top en burgemeester; 3.) er wordt actief gezocht naar signalen of vermoedens over mogelijke ondermijning, waarna opvolging wordt georganiseerd tot aan een (handhavende of helpende) interventie; 4.) er wordt aangehaakt bij lopende projecten of initiatieven, zoals de aanpak van vakantieparken, bedrijventerreinen en in het buitengebied.

2. Informatie: inzicht, signalen, overzicht en analyse -

De ondermijningsaanpak ligt in handen van een netwerk rondom de regisseur ondermijning (zie verder onder punt 3). Op basis van verzamelde informatie (signalen, straatinformatie) wordt uitgezocht wat er kan spelen en worden onder meer controles opgezet, bijvoorbeeld op vakantieparken.

-

Actie, uitzoekwerk en controles – zowel integraal (meer dan één organisatie) of monodisciplinair (b.v. door gemeente of politie) - leiden tot meer informatie en inzicht, al zijn er nog de nodige blinde vlekken c.q. onbeantwoorde vragen (zie verderop). De stap van informatie naar actie levert intern, tegenover ambtenaren en afdelingen, een ‘goed verhaal’ op om signalen over mogelijke ondermijning te melden.

-

Binnen de gemeente is een meldpunt ingericht voor signalen over mogelijke ondermijning; hier komen nog geen meldingen binnen, maar het meldpunt is bekend gemaakt bij presentaties door de regisseur. Via persoonlijke contacten en het lokaal ondermijningsoverleg komen er langzaamaan wel steeds meer signalen binnen. De informatie wordt dus vooral ‘opgehaald’: binnen opgebouwde netwerken en met controles.

-

Er is de nodige informatie beschikbaar gekomen over (mogelijke) overtredingen op vakantieparken, bedrijventerreinen en in het buitengebied. Respondenten realiseren zich dat dit deels nog blinde vlekken zijn; meer informatieverzameling is nodig, net als analyse. Ook zorgfraude is een blinde

75

vlek. Er is meer bekend over drugshandel en over (deels daarmee verweven) hardnekkige overlast en intimidatie door jongeren en jongvolwassenen. -

Er zijn ons geen heldere overzichten bekend van acties die in het kader van de ondermijningsaanpak zijn ondernomen en/of van getroffen maatregelen. Hoewel we een overzicht van de bestuurlijke sancties in 2023 hebben ontvangen, ontbreekt het aan – op de keper beschouwd – eenvoudige data zoals de aanleiding of bron van een bestuursrechtelijke maatregel of de precieze locatie (het type pand, de wijk of het bedrijventerrein) van geconstateerde feiten.

-

Er is binnen de ambtelijke veiligheidsorganisatie geen capaciteit beschikbaar om analyses te maken, dossiers te vormen en, op basis daarvan, acties uit te zetten.

-

Er is geen privacy protocol beschikbaar voor het uitwisselen van gegevens (over casus en signalen) in het kader van de ondermijningsaanpak.

3. Ondermijningsaanpak: de (kern van de) ambtelijke uitvoeringsorganisatie -

De capaciteit van de ambtenaren met taken in de sfeer van openbare orde en veiligheid (OOV) ligt op 5,5 fte, waarbij (slechts) acht uur is gereserveerd voor de regisseur ondermijning, al is deze ambtenaar tevens voor 12 uur aangesteld als OOV-ambtenaar. Er is 1 fte beschikbaar voor een OOV-ambtenaar die onder andere Bibob-coördinator is. De dubbelfunctie (regisseur ondermijning en OOV-ambtenaar) van 20 uur knelt bij het aanjagen van de ondermijningsaanpak vanwege: de op gang gebrachte informatiestroom, de opstelsom van projecten, de verschillende overlegvormen – en de regietaak die de regisseur ondermijning ook vervult in Ermelo en Putten.

-

Ondermijning is de hoofdtaak van de regisseur ondermijning die sinds september 2022 is aangesteld. De projectleider jaagt de ondermijningsaanpak aan met en vanuit een professioneel netwerk, met binnen de gemeente: een medewerker van het Team Vergunningverlening, Informatievoorzieningen & Beheer die de Bibob-toetsing uitvoert; een handhavingsjurist en de horecacoördinator. Bij de politie zijn de operationeel specialist en operationeel expert o.a. belast met ondermijning. De RIEC-accountmanager maakt ook deel uit van dit professionele netwerk.

-

De ondermijningsaanpak staat of valt met enkele sleutelfiguren: de aanpak rust op de schouders van enkele ambtenaren, met een sleutelrol voor de regisseur die op papier in Harderwijk slechts 20 uur (waarvan 12 uur als OOV-ambtenaar) beschikbaar is (maar in de praktijk duidelijk meer uren werkt). De sleutelfiguren worden geconfronteerd met de informatie-paradox: er wordt actief gezocht naar informatie, maar nu de informatiestromen op gang zijn gekomen, valt dit lastig te begrenzen en te verwerken.

-

Er bestaat een kloof tussen ambities in plannen en de personele capaciteit: 5,5 voor OOV-taken. Het IVP bevat een optelsom van tien prioriteiten en negen lokale veiligheidsthema’s; met daarnaast een plan voor de ondermijningsaanpak met drie inhoudelijke lijnen, met deels weer tal van subopdrachten.

4. Gemeentelijke integraliteit -

De aanpak van ondermijning maakt deel uit van het OOV-takenpakket, met een deeltijd-regisseur ondermijning. De ondermijningsaanpak wordt getrokken door deze regisseur en een klein netwerk met professionals om hem heen.

-

Met een actiegerichte stijl bouwt de regisseur op belangrijke afdelingen contacten op met gemeenteambtenaren die een bijdrage (kunnen) leveren aan de ondermijningsaanpak. Daarbij wordt gebruikgemaakt van het lokaal ondermijningsoverleg: met deelnemers uit de ambtelijke

76

organisatie en specialisten bij politie en RIEC. Signalen en concrete problemen of opdrachten worden besproken, waarna zaken worden uitgezocht en actie wordt opgezet. Signalen of vermoedens over mogelijke ondermijning worden gezien als een kans om opvolging te organiseren. -

De regisseur en het netwerk profiteren van bestaande praktijken: Bibob-toetsing in de horecasector en bestuursrechtelijke handhaving, onder meer sluitingen of waarschuwingen op basis van artikel 13b Opiumwet. Er worden projecten opgezet en uitgebouwd, gericht op het buitengebied, bedrijventerreinen en vakantieparken.

-

Er is in het eerste kwartaal van 2023 een serie van acht trainingen over ondermijning verzorgd aan verschillende teams. Ook is er een training gegeven aan het college van burgemeester en wethouders. Dit was geen doel op zich, want het was steeds de bedoeling teams aan te laten haken bij de aanpak, zo het interne netwerk uit te breiden en om in simpele en concrete taal urgentiebesef te kweken.

-

Het RIEC constateert dat de gemeentelijke alertheid op ondermijning (‘bewustzijn’) gestalte krijgt, maar dat dit proces pril is en tamelijk recent op gang is gekomen. Meer specifiek constateert het RIEC dat de aanpak van zorgfraude niet toereikend is en dat kwetsbare cliënten hiervan de dupe kunnen zijn.

-

De Bibob-toetsing wordt, sinds de invoering van de exploitatievergunning in 2017, sterk gericht op de horecasector. De gemeente maakt verder nog weinig gebruik van toetsing aan de voorkant, met of zonder Bibob-toets.

5. Externe netwerkvorming -

De samenwerking tussen gemeenten en externe partijen (met name politie en RIEC) heeft een impuls gekregen door de aanstelling van de regisseur. Politiemensen en het RIEC merken dat ze van doen hebben met een actiegerichte partner bij de gemeente. Toch is die integrale aanpak pril en persoonsgebonden; dat maakt kwetsbaar.

-

De samenwerking tussen in het bijzonder gemeente, politie en RIEC krijgt o.a. gestalte in het lokaal Ondermijningsoverleg. Naast formele overlegmomenten is er hoogfrequent contact tussen de regisseur ondermijning en de politie. Politie en RIEC zijn tevreden over de goede bereikbaarheid van de gemeente. Er wordt over en weer gesproken over korte lijnen, over zaken die (meteen) samen worden opgepakt, over nieuwe signalen of informatie en over controles die worden voorbereid. Het RIEC merkt dat sinds ruim een jaar de signalen over mogelijke ondermijning niet alleen worden ingebracht door Belastingdienst of politie, maar ook en (steeds) vaker vanuit de gemeente.

-

Door de trekkers en deelnemers van het lokaal ondermijningsoverleg zijn verschillende externe initiatieven of projecten in gang gezet, zoals: controles op bedrijventerreinen (project Theseus) en op vakantieparken; controles en huisbezoeken in het buitengebied en prostitutiecontroles door politie en gemeente. Er wordt niet afgewacht; kansen om informatie te verzamelen en actie te ondernemen, worden opgezocht en benut.

-

De casusgerichte aanpak in RIEC-verband heeft in de afgelopen anderhalf jaar gestalte gekregen, getuige vier lopende RIEC-casus tijdens ons veldwerk.

-

De drugshandel staat op de gemeentelijke agenda. De politie is alert op drugshandel, ook in de alledaagse (‘blauwe’) surveillance. Het grote aantal politieregistraties in 2023 (t/m november) voor drugsbezit (40) in relatie tot drugshandel (9) roept wel de vraag op of politie en justitie voldoende ruimte krijgen of nemen om onderzoek te doen naar drugshandel. Een dieperliggend probleem is

77

dat daders of netwerkjes die de lokale drugshandel organiseren vaak buiten schot blijven; loopjongens/uitvoerders worden aangehouden en de organisatoren niet. -

Er wordt bij een integrale aanpak in beperkte mate gebruikgemaakt van strafrechtelijke inspanningen door politie of Arbeidsinspectie. Het blijkt lastig om gestalte te geven aan het idee van ingebed strafrecht; interventies waarbij het strafrecht meerwaarde krijgt doordat het wordt afgestemd met andere acties en sancties.

6. Politieke verantwoording en sturing -

Er is politieke steun voor het veiligheidsbeleid en, daarbinnen, voor de gemeentelijke aanpak van ondermijning.

-

Raadsleden vragen aandacht voor de aanpak van digitale criminaliteit, illegale huisvesting van arbeidsmigranten, misstanden in de zorg en met vastgoed, de gang van zaken op vakantieparken (ook na transitie) en drugshandel.

-

Er is politieke steun verleend aan het IVP 2020-2024 en recent het ‘verlengen’ van dit plan tot en met 2026.

-

Raadsleden zouden wel graag zien dat ze meer informatie krijgen over ondermijnende praktijken in de gemeente Harderwijk.

-

Bij het veldwerk zijn geen voortgangsrapportages of (tussen)evaluaties van het IVP 2020-2024 of van de ondermijningsaanpak aangetroffen.

78

Bijlage 2 Politieregistraties: een korte toelichting De politie heeft registraties aangeleverd, onder meer over drugsincidenten. Het is nuttig om kennis te nemen van deze cijfers, maar er kleven ook beperkingen aan. We baseren ons op cijfers die de politie ontleent aan het BVH-registratiesysteem. Per geregistreerde gebeurtenis telt één feit-code: de zwaarste of het feit dat als eerste is ingevoerd. Als de politie bijvoorbeeld een aanhouding verricht vanwege een drugsdeal, waarbij de verkoper en de koper (met softdrugs op zak) worden aangehouden, dan wordt dit louter geteld als handel in softdrugs (en dus niet ook als drugsbezit). De categorisering van een drugsincident is niet zo eenduidig of helder als wellicht het geval lijkt. Een incident of gebeurtenis wordt bijvoorbeeld weggeschreven als ‘vervaardigen softdrugs’, omdat dit op dat moment het meest passend lijkt. Er komt bijvoorbeeld een melding binnen over een mogelijke hennepkwekerij, maar uit onderzoek blijkt dat dit niet zo is of het wordt (bijvoorbeeld bij een warmtemeting) niet bevestigd. Toch bestaat de kans dat de registratie blijft staan als ‘vervaardigen softdrugs’, terwijl nog niet duidelijk is dat het hennepteelt betreft of duidelijk si of lijkt dat dit niet zo is. De grens tussen een drugsregistratie of een andersoortige politieregistratie kan ook diffuus zijn.

Wat in het systeem wordt vastgelegd als drugsoverlast of drugshandel, zou in feite bijvoorbeeld kunnen gaan om jeugdoverlast. Al komt het omgekeerde evengoed voor: achter een melding (die wordt geregistreerd als) jeugdoverlast kan in werkelijkheid drugsgebruik of drugshandel schuilgaan. Er treedt onder-registratie op in het politiesysteem. Drugshandel en drugsteelt zijn delicten die in de regel zo goed mogelijk worden afgeschermd. Bij een illegale drugsdeal hebben verkoper en koper een gedeeld belang om dit buiten het blikveld van politie of burgers te doen. Dit betekent dat veel drugshandel of drugsteelt niet wordt geregistreerd. Onder-registratie en foute registraties zijn een structureel verschijnsel. Het doet zich met andere woorden nu voor, maar ook in voorgaande jaren. Het staat - mits er geen veranderingen optreden in de wijze van registreren - vergelijkingen (in de tijd en tussen locaties) daarmee niet noodzakelijkerwijs in de weg. Registraties in het politiesysteem geven op z’n best een indicatie van de ontwikkelingen ten aanzien van drugscriminaliteit of drugsoverlast. Er zijn tijdelijke of toevallige factoren - waaronder beleidsveranderingen - die van invloed kunnen zijn op registraties van drugsincidenten.

Respondenten wijzen erop dat de politiecapaciteit voor bestrijding van hennepteelt is afgenomen, waardoor dit een (deel)verklaring is voor de afname van de geregistreerde hennepteelt. Ook lijkt het erop dat kwekerijen beter worden beschermd tegen warmtemetingen. Vanwege dergelijke effecten is voorzichtigheid geboden om op basis van politiecijfers, bij vergelijkingen in de tijd, conclusies te trekken.

79

Bijlage 3 Risicobranches: een korte toelichting Bedrijven en bedrijfslocaties kunnen worden benut bij criminele of frauduleuze praktijken. Er zijn branches met een verhoogd risico daarop. Dergelijke risicobranches hebben enkele hoofdkenmerken (Fijnaut e.a., 1996). Ten eerste branches waarmee criminele netwerken en kopstukken van origine vertrouwd zijn. Criminelen weten hoe het werkt en hebben persoonlijke relaties met eigenaren en werknemers in deze branche. Voorbeelden zijn de bouwsector, autosector, horeca en transportsector. Ten tweede branches met lage drempels om een onderneming te starten. Het is betaalbaar en er zijn weinig diploma’s nodig. Hierdoor kunnen gemakkelijk katvangers worden ingezet. Bijvoorbeeld de beautysector, lunchrooms of afhaalzaken. Ten derde branches met weinig regels of juist gecompliceerde of tegenstrijdige regels. Bijvoorbeeld de wereld van zorgaanbieders. Het is makkelijk om als zorgaanbieder te beginnen (ook voor directeuren of bestuurders zonder enige ervaring of aantoonbare affiniteit met zorg en zorgcliënten), al is het zorgsysteem juist complex (zie: Van der Torre, 2022). Ten vierde branches met veel concurrentie of met economische problemen, waardoor ondernemingen in (financiële) moeilijkheden geraken. Daardoor kunnen zij overgaan tot het accepteren van criminele aanbiedingen. Bijvoorbeeld de agrarische sector, de visserij of horeca.

In aanvulling op deze kenmerken zijn er ten vijfde sectoren die zich lenen voor witwassen, omdat deels contant betaald kan worden of omdat omzet gefingeerd kan worden. Bijvoorbeeld de vastgoed- en bouwwereld, (management)advisering, autohandel of paardenhandel.

80

Colofon Dit is een rapport van de Rekenkamer Ermelo-Harderwijk. Het empirisch onderzoek is, in opdracht van de Rekenkamer, uitgevoerd door Joey Wolsink (Bureau Beke) en Edward van der Torre (LokaleZaken).

81

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=56ee859c-2287-4092-a1e9-78f2079a4a6e