CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport RK - Onderzoek ondermijning Harderwijk

Raadsvergadering 12 december 2024, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Rekenkamerrapport Onderzoek ondermijning in Harderwijk33.933 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Op een kantelpunt Over (de aanpak van) ondermijning in de gemeente Harderwijk

Rekenkamer Ermelo-Harderwijk

Juni 2024

Inhoudsopgave 1. 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Onderzoeksopzet Over ondermijning Onderzoeksvragen Onderzoeksactiviteiten Normenkader Leeswijzer

3 3 5 5 6 7

2. 2.1 2.2 2.3 2.4

Ondermijning: gelegenheidsstructuren Situationele factoren Sociaaleconomische factoren Sociaal-culturele factoren Afsluiting

8 8 11 15 16

3. 3.1

Ondermijnende praktijken Drugscriminaliteit 3.1.1 In cijfers 3.1.2 Talrijke signalen over drugshandel en drugsgebruik 3.1.3 Drugshandel: lokaal en regionaal 3.1.4 Drugsproductie: enkele vondsten en vraagtekens Jeugd en jongvolwassenen: straatintimidatie Vastgoed en vakantieparken Overige fenomenen en blinde vlekken Afsluiting

17 17 17 18 21 24 25 27 30 33

De (gemeentelijke) aanpak van ondermijning Ondermijning: meer dan een veiligheidsprioriteit!? 4.1.1 Het coalitieakkoord en -programma 2022-2026: veiligheid als thema 4.1.2 Ondermijning: op de gemeentelijke agenda Het Integraal Veiligheidsplan Plan van Aanpak Ondermijning De ambtelijke veiligheidsorganisatie De beleidstheorie van de ondermijningsaanpak: in de actiestand De gemeentelijke aanpak: grenzen en prestaties 4.6.1 Vooruitgang: meters maken 4.6.2 De gemeentelijke aanpak: grenzen en opdrachten Externe samenwerking: kansen opzoeken De lokale politiek: steun voor de aanpak Afsluiting

34 34 34 34 36 41 42 44 47 47 49 51 53 54

In antwoord op de onderzoeksvragen Criminologische vragen Bestuurskundige vragen 5.2.1 Beleidstheorie 5.2.2 Beleid, organisatie en instrumenten

55 55 57 57 58

3.2 3.3 3.4 3.5 4. 4.1

4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

4.7 4.8 4.9 5. 5.1 5.2

1

5.3 5.4

Gemeenteraad Aanbevelingen

61 61

6.

Bestuurlijke reactie

65

7.

Reactie Rekenkamer op bestuurlijke reactie

71

Literatuur Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Colofon

Normenkader Politieregistraties: een korte toelichting Risicobranches: een korte toelichting

2

72 74 79 80 81

Hoofdstuk 1 Onderzoeksopzet Inleiding Dit onderzoek van de Rekenkamercommissie Ermelo-Harderwijk beschrijft en analyseert de ondermijnende criminaliteit én de (gemeentelijke) aanpak daarvan in de gemeente Harderwijk. Ondermijning betreft de schadelijke effecten van georganiseerde criminaliteit. Bij de preventieve en repressieve aanpak daarvan heeft de gemeente een belangrijke taak, in aanvulling op misdaadbestrijding door opsporingsinstanties. Dit onderzoek combineert bestuurskunde en criminologie: empirisch onderzoek naar criminele kansen en praktijken en naar het functioneren van de gemeente (en partners) als opmaat voor realistische aanbevelingen. Het onderzoek stoelt op systeem-informatie, interviews met professionals, gesprekken met burgers en observaties. Dit hoofdstuk legt uit wat de term ondermijning inhoudt (paragraaf 1.1) en formuleert de onderzoeksvragen in paragraaf 1.2. Vervolgens worden de uitgevoerde onderzoeksactiviteiten toegelicht (paragraaf 1.3) en wordt het gehanteerde normenkader geïntroduceerd (paragraaf 1.4). Tot slot volgt een korte leeswijzer. 1.1

Over ondermijning

Twee begrippen: georganiseerde misdaad en ondermijning Het vraagstuk van de georganiseerde criminaliteit staat vandaag de dag op de agenda van het lokaal bestuur. ‘Ondermijning’ is de term die wordt gebruikt. Dit begrip spreekt aan, maar leidt ook tot onduidelijkheid. Begripsverheldering is nodig. Ondermijning zijn de schadelijke (lokale) effecten van georganiseerde criminaliteit. Omschrijvingen van het begrip georganiseerde criminaliteit bevatten doorgaans de volgende elementen: het gaat om groepen die gericht zijn op illegaal gewin, die stelselmatig delicten plegen met ernstige gevolgen voor de samenleving en die in staat zijn deze delicten af te schermen, onder meer met geweld of corruptie (Fijnaut e.a., 1996). Inmiddels is de communis opinio dat de georganiseerdheid het best kan worden opgevat als een netwerk van groepen en groepjes, die allemaal hun specifieke positie of functie hebben in een soort los-vast netwerk. Ondermijning gaat over de schadelijke effecten van de georganiseerde criminaliteit op de samenleving. Zij tast de beoogde en legale werking van het samenlevingssysteem aan. Ondermijning is in feite dus georganiseerde criminaliteit die op een nare en schadelijke manier dichtbij komt.

Een belangrijk ondermijnend effect is dat georganiseerde criminaliteit te vaak loont en dat met (witgewassen) crimineel geld wordt geïnvesteerd in vastgoed en bedrijven (LIEC, 2019). Dit resulteert in bewegingen van de ‘onderwereld’ naar de ‘bovenwereld’. De criminele wereld lijkt aantrekkelijk vanwege het idee snel en gemakkelijk (veel) geld te kunnen verdienen. Dat is vaak schijn, want de criminele wereld is hard, met concurrentie, geweld en interne ongelijkheid. Criminele netwerken misbruiken vaak afhankelijkheden van kwetsbare personen. In ruil voor woonruimte, drugs of schuldsanering worden bijvoorbeeld wederdiensten gevraagd, zoals drugshandel, het verrichten van (te) goedkope arbeid, meehelpen aan hennepteelt of illegale prostitutie. Met andere woorden: criminele netwerken misbruiken sociale kwetsbaarheden van individuen en deinzen er niet voor terug deze te verergeren als dit betekent dat ze er zelf aan verdienen. Over de gemeentelijke taak (en die van politie en justitie) Het onderscheid tussen georganiseerde criminaliteit en ondermijning heeft praktische implicaties en draagt bij aan rolverduidelijking bij terugdringing van beide fenomenen. De aanpak van de 3

georganiseerde criminaliteit is primair de taak van opsporingsdiensten zoals de politie, terwijl het reduceren van de ondermijnende gevolgen met name de taak is van het openbaar bestuur. Hierin is een centrale rol weggelegd voor gemeenten. De burgemeester is echter in essentie geen crime fighter, maar verantwoordelijk voor het waarborgen van de veiligheid en integriteit van de samenleving. Concreet betekent dit dat de burgemeester een gunstige voedingsbodem voor de georganiseerde criminaliteit moet voorkomen of terugdringen. De aanpak van ondermijning – waaronder het reduceren van de ondermijnende gevolgen – is niet enkel een taak van het openbaar bestuur maar vraagt om samenspel tussen de gemeentelijke handhaving, lokale politie (wijkpolitie en recherche), het onderwijs, sociale professionals, jongerenwerk, reclassering, en Openbaar Ministerie (OM). Politie en justitie vervolgen bijvoorbeeld criminelen die hennepteelt organiseren, veel drugs verkopen of misdaadgeld investeren in vastgoed. Dit is justitiële bestrijding van de georganiseerde criminaliteit en dat is belangrijk bij de bescherming van onze samenleving tegen criminele invloeden. Personen die verslaafd raken, die veel te veel huur betalen voor een verwaarloosde kamer, die worden gedwongen tot prostitutie of die als katvanger worden betrapt met hennep in hun (kleine) woning, hebben de gemeente hard nodig.

De gemeente kan controleren en handhaven, al zal dat al snel samengaan met preventie en sociale ondersteuning van personen (huurders) die knel zitten. Resumerend zijn georganiseerde criminaliteit en ondermijning dus twee zijden van dezelfde medaille. De ene heeft betrekking op de criminele activiteiten zelf, terwijl de ander gaat over de schadelijke maatschappelijke effecten daarvan. Een serieus bestuurlijk optreden tegen ondermijning kan niet bestaan zonder effectieve strafrechtelijke aanpak van criminele samenwerkingsverbanden; en omgekeerd. Ook de politie en het OM moeten dus hun verantwoordelijkheid nemen en mogen daar ook op aangesproken worden door burgemeester, raadsleden of burgers. De terugdringing van georganiseerde criminaliteit als zodanig is vooral de taak van de justitiële keten (in het bijzonder de politie en het OM), waarbij zij gebruik kunnen maken van bijzondere opsporingsbevoegdheden zoals stelselmatige observatie. De aanpak van ondermijning is vooral een bestuursrechtelijke en bestuurlijke activiteit. Zij behelst onder meer het gebruik van specifieke bestuurlijke instrumenten (zoals de wet Bibob, artikel 13b Opiumwet en de APV), het inzetten van toezicht, controle en handhaving én de actieve ontwikkeling van preventief beleid, zowel in algemene zin (bijvoorbeeld via sociaal beleid) als meer specifiek (bijvoorbeeld gericht op ontmoediging van drugsgebruik).

De ondermijnende effecten van georganiseerde criminaliteit komen dicht bij burgers, lokale bestuurders en gemeenteambtenaren (Tops & Van der Torre, 2015). Criminelen schermen praktijken af maar georganiseerde criminelen hebben de legale wereld – waaronder het lokaal bestuur – hard nodig. Het lokaal bestuur is bijvoorbeeld nodig voor vergunningen (b.v. een horeca- of een bouwvergunning), voor een wijziging van een bestemmingsplan, om arbeidsmigranten in te schrijven, om BSN-nummers aan te vragen, voor een subsidieaanvraag, om vastgoedprojecten te ontwikkelen of om zorgcontracten af te sluiten. Het is daarom belangrijk dat ambtenaren en bestuurders zaken niet alleen juridisch of economisch beoordelen, maar ook op ondermijningsrisico’s. Het betekent ook dat ‘ondermijning’ niet een kwestie is van alleen de burgemeester of van ambtenaren op het terrein van openbare orde en veiligheid en van toezicht, handhaving en vergunningverlening. Ondermijning raakt veel afdelingen of teams in de gemeentelijke organisatie. Naast klassieke veiligheidsafdelingen gaat het in bijzonder om de ‘harde sector’ (vastgoed, projectontwikkeling, economische zaken), het sociaal domein, burgerzaken en allerhande ambtenaren of (ingehuurde) professionals die vanwege hun taak op straat komen.

De consequentie is dat behoefte bestaat aan (gedoseerde) ‘gemeentelijke integraliteit’: ambtelijke afdelingen die samenwerken en informatie delen. In dit onderzoek staat de gemeentelijke aanpak 4

van ondermijning centraal, al wordt daarbij aandacht geschonken aan externe samenwerking met bijvoorbeeld de politie en het Regionale Informatie- en Expertise Centrum (RIEC). 1.2 Onderzoeksvragen We formuleren twee typen onderzoeksvragen, namelijk criminologisch en bestuurskundig. Criminologische vragen De vraag van de RKC naar “de mate” van ondermijning (hoofdvraag) en naar het “zicht op ondermijning” (onderzoeksvraag 1) operationaliseren we als volgt: 1. Wat zijn belangrijke criminele gelegenheidsstructuren in de gemeente Harderwijk? 2. Wat zijn belangrijke ondermijnende praktijken in de gemeente Harderwijk? Bestuurskundige vragen 3. Wat is de beleidstheorie1 achter de gemeentelijke (en integrale) aanpak van ondermijning? Wat zijn de belangrijkste invalshoeken of sub-prioriteiten in de ondermijningsaanpak? 4. Wat zijn de organisatorische en beleidsmatige kaders van de gemeentelijke en integrale aanpak van ondermijning? 5. Welke instrumenten en maatregelen benut de gemeente – monodisciplinair en in samenwerking met (welke) lokale en regionale partners – in het kader van de ondermijningsaanpak? a. Wat is de informatiepositie van de gemeente en welke bronnen worden benut bij de ondermijningsaanpak? b. Is de gemeente voldoende weerbaar tegen pogingen tot beïnvloeding door criminele (ondermijnende) personen, rechtspersonen of netwerken? c.

Is er binnen de gemeentelijke organisatie voldoende bewustzijn over de maatschappelijke risico’s van ondermijning? d. In welke mate en hoe wordt ingezet op preventieve en repressieve inspanningen en welke externe en interne partners zijn daarbij betrokken? 6. Wat kan worden gezegd over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het (uitgevoerde) beleid? 7. Hoe is de gemeenteraad betrokken bij de ondermijningsaanpak (onder andere door het stellen van kaders en controle)? Gezamenlijk geven de criminologische en bestuurskundige vragen antwoord op de hoofdvraag: In welke mate maken de organisatorische en beleidsmatige kaders en inspanningen en de huidige informatiepositie de gemeente Harderwijk weerbaar tegen belangrijke lokale verschijningsvormen van ondermijning? Het is de vraag hoe het gevoerde beleid, de organisatie en beschikbare (in)formatie bij de ondermijningsaanpak zich verhouden tot de (ondermijnende) georganiseerde criminaliteit. Bij de beantwoording en interpretatie van de geformuleerde vragen hanteren we een Normenkader (zie paragraaf 1.4). 1.3

Onderzoeksactiviteiten

Om de onderzoeksvragen te beantwoorden, zijn verschillende onderzoeksactiviteiten uitgevoerd: -

Een startbijeenkomst met drie ambtenaren.

1 Het gaat om de gedachte achter de ondermijningsaanpak; deels staat dit op papier, al kan het ook al doende zijn of worden ontwikkeld.

5

-

In totaal tien groepsinterviews met 22 gemeenteambtenaren. Een groepsgesprek met zes medewerkers van Meerinzicht (de samenwerking van de gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde). Een gesprek met twee politiemensen. Een groepsgesprek met vijf bewoners, twee jongerenwerkers en drie medewerkers van een corporatie. Een gesprek met een RIEC-medewerker. Een groepsgesprek met dertien raadsleden en een commissielid. De ambtelijk trekker van de ondermijningsaanpak heeft een vragenlijst ontvangen en ingevuld. Een interview met de burgemeester. We hebben documenten bestudeerd, net als mediaberichten. Van de politie ontvingen we registraties van drugsincidenten en van vermogensdelicten. Zie de bijlage voor een toelichting op deze registraties. We hebben data gebruikt in het kader van het zogenoemde project ‘Zicht op Ondermijning’.2 We hebben fysieke observaties verricht in de gemeente.

Door de opzet van deze studie worden open bronnen (bijvoorbeeld ‘Zicht op Ondermijning’) en politieregistraties gecombineerd met de kennis en inzichten van (ook uitvoerende) professionals. Straatinformatie en vakkennis van politiemensen, ambtenaren en andere professionals (b.v. jongerenwerk) zijn onmisbaar om het lokale gezicht van de georganiseerde misdaad levensecht in kaart te brengen (Tops & Van der Torre, 2024). Voor de beschrijvingen van ondermijning in de gemeente Harderwijk zijn in deze studie de informatie en inschattingen van respondenten dus een belangrijke bron. Ten eerste baseren de respondenten zich op strafrechtelijke of bestuurlijke dossiers. Vanuit deze feiten en kennis spreken zij over criminele kansen. Ook baseren respondenten zich op opgedane ervaringen tijdens controles of via sociaal-preventieve inspanningen. Uiteraard zijn de respondenten ook bevraagd naar de feitelijke beleidsmatige en organisatorische gang van zaken. Ten tweede baseren de respondenten zich deels ook op subjectieve aanwijzingen, vermoedens of verdenkingen. Ondanks de materie- en locatiekennis waarover ze beschikken, hebben ze – met andere woorden – ook informatie verstrekt over mogelijke criminaliteit en overtredingen die (nog) niet feitelijk zijn bewezen. Deze tweede invalshoek – en misschien wel juist deze tweede invalshoek – is cruciaal in de aanpak van ondermijning.

Subjectieve aanwijzingen, vermoedens en verdenkingen zijn namelijk signalen die om opvolging vragen in de vorm van onderzoek, registratie, analyse of overleg met professionals of burgers. Daarmee kun je iets wel of niet aantonen en blijkt ook of actie noodzakelijk is. Wie zachte signalen of vermoedens zou typeren als aannames en deze laat rusten, mist een kans om inzicht te krijgen in afgeschermde ondermijnende praktijken (Tops & Van der Torre, te verschijnen). Daarom moet de tekst in dit onderzoek ook continu gelezen te worden vanuit deze beide invalshoeken: het is een weergave van professionele kennis, ervaringen, inzichten en inschattingen wat betreft georganiseerde criminaliteit en ondermijning. 1.4

Normenkader

Ten behoeve van onderzoek naar de gemeentelijke aanpak van ondermijning hanteren we een 2

Er is een website (https://www.zichtopondermijning.nl/) gemaakt met data ten behoeve van de analyse van criminaliteit met ondermijnende effecten.

6

normenkader dat we door de jaren heen hebben ontwikkeld. Het gaat daarbij om de kwalitatieve en kwantitatieve slagkracht van de gemeentelijke (veiligheids-)organisatie bij het voorkomen en bestrijden van ondermijning, afgezet tegen lokale criminele kansen en praktijken. Er gelden dus geen absolute normen. Het is bedoeld als houvast bij de (beoordeling van de) ontwikkeling van maatwerk bij de ondermijningsaanpak. Het helpt bij het onderkennen van verbeter- en ontwikkelpunten. Het normenkader is opgenomen in bijlage 1 en bestaat uit zes onderdelen, namelijk: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 1.5

Beleidstheorie Informatie: inzicht, signalen, overzicht en analyse De (kern van de) ambtelijke uitvoeringsorganisatie Gemeentelijke integraliteit Externe netwerkvorming: publiek en privaat Politieke verantwoording en sturing Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de criminele kansen en hoofdstuk 3 de ondermijnende praktijken. Hoofdstuk 4 heeft een bestuurskundige invalshoek en gaat in op de beleidsmatige kaders, de uitvoeringsorganisatie en de interne en externe samenwerking bij de ondermijningsaanpak. Hoofdstuk 5 beantwoordt de onderzoeksvragen, formuleert aanbevelingen en kan worden gelezen als samenvatting.

7

Hoofdstuk 2 Ondermijning: gelegenheidsstructuren Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft en analyseert de criminele kansen. Voor bestudering van criminele kansen in een bepaald gebied, in casu de gemeente Harderwijk, kan onderscheid worden gemaakt tussen vier factoren, namelijk: situationeel, sociaaleconomisch, cultureel en de beleidsmatige en organisatorische slagkracht van de veiligheidsorganisatie. Dit laatste is het thema van hoofdstuk 4. De andere drie factoren worden in dit hoofdstuk geanalyseerd. De zogenoemde Onderwereldkaart, ontwikkeld door RTL, geeft een eerste indruk van de ondermijningsgevoeligheid van de gemeente Harderwijk. Gebaseerd op twintig indicatoren staat Harderwijk op plek 97 van 352 gemeenten. Dit komt onder andere doordat er in de gemeente relatief vaak wapenhandel plaatsvindt (plek 75 van 352), veel huishoudens problematische schulden hebben (plek 82 van 352) en relatief veel inwoners verdacht worden van ondermijnende delicten (plek 86 van 352).3 Het bevestigt wat veel respondenten (soms ongevraagd vertelden): Harderwijk is geen groot dorp, maar een kleine stad: met aantrekkelijke kanten (o.a. een toeristische functie) en ook een kleine optelsom van criminele kansen en praktijken. We zetten die (vanuit de invalshoek van deze studie) in de komende twee hoofdstukken op een rij. 2.1

Situationele factoren

De gemeente Harderwijk heeft twee gezichten, namelijk een stedelijke kern en dorpen in het buitengebied. De gemeente telt per januari 2023 in totaal 48.946 inwoners; in 1995 lag het aantal inwoners nog op ongeveer 37.000. Vandaag de dag wonen ongeveer 44.000 mensen in de kern Harderwijk. De overige bewoners wonen in het buitengebied, met een concentratie van ruim drieduizend (3.240 inwoners om precies te zijn) in het dorp Hierden. Tot 1932, toen werd Harderwijk afgesloten van de Zuiderzee, speelde de visserij een belangrijke sociale en economische rol. De visserij viel weg en de lokale industrie en het toerisme kwamen op. Het toerisme is (min of meer) beeldbepalend met het Dolfinarium, een stadsstrand en jachthavens aan het Wolderwijd/Veluwemeer als trekpleisters. De binnenstad is een beschermd stadsgezicht met bijna honderd rijksmonumenten. Het geeft de stad sfeer, een gunstig (landelijk) imago en het draagt bij aan de lokale economie. Het stevige aantal toeristen komt ook door de centrale ligging van Harderwijk, met een goede bereikbaarheid vanuit de Randstad en vanuit Gelderland en Overijssel. In deze studie kijken we niet naar de positieve aspecten van de gemeente Harderwijk maar onder andere naar de lokale criminele kansen en praktijken. Er schuilen onder meer criminele kansen in enkele situationele factoren, te weten: a. b. c. d.

Een ‘kleine stad’ met buitengebied Drugsmarkten in de omgeving In de sub-regio: verplaatsingsgevoeligheden Waterwereld: havens en watertoerisme

Ad a.) Een ‘kleine stad’ met buitengebied De gemeente Harderwijk telt dus bijna vijftigduizend inwoners per januari 2023, met een oppervlakte van 48,27 km², inclusief 9,81 km² water. Het inwonertal is om verschillende redenen echter geen goede graadmeter voor de drukte op straat. Dit komt in de eerste plaats door het forse aantal 3 RTLNieuws, Onderwereldkaart. Wat betekent een hoge score? En vier andere vragen over de Onderwereldkaart, 8 december 2022.

8

toeristen in de zomermaanden, met ook veel zogenoemde dagjesmensen. In 2019 wordt geschat dat er (voor de coronaperiode) jaarlijks tussen de 70.000 en 80.000 dagkaarten worden verkocht voor de parkeerterreinen in het Waterfront, vlakbij de boulevard. In de tweede plaats telt Harderwijk ook een centrum en boulevard dat mensen aantrekt; toeristen, maar ook andere (reguliere) bezoekers. In de derde plaats telt Harderwijk verschillende onderwijsinstellingen, zoals: het Morgen College (vmboonderwijs); RSG Slingerbos (mavo/vmbo, havo en vwo) en het Christelijk College Nassau-Veluwe (havo, atheneum en gymnasium). Ook telt Harerwijk twee mbo-instituten, namelijk Landstede en het Somacollege. Deze school kent, zo vertellen respondenten, een (gegroeide) afdeling met zogenoemd entreeonderwijs. Dat is mbo-niveau 1. Die opleiding is voor kinderen die minimaal 16 jaar oud zijn en die geen diploma hebben waarmee ze naar een ander (hoger) mbo-niveau kunnen. Het betreft bijvoorbeeld leerlingen uit het praktijkonderwijs of leerlingen die om wat voor reden dan ook zijn uitgevallen op de middelbare school. Onder hen bevinden zich kwetsbare jongeren die afhaken en afdrijven van een redelijke kans op de arbeidsmarkt; dit is een categorie met een verhoogde kans om als dader (geld verdienen) en/of slachtoffer (voor het karretje gespannen worden door criminelen) in de criminele wereld te belanden.

Harderwijk is een toeristenplaats die ook nog eens een sub-lokale centrumfunctie vervult, hetgeen resulteert in sociaal verkeer en in verkeersbewegingen. Dit levert – op een relatief klein oppervlak van de gemeente – al heel wat werk op voor veiligheidsprofessionals zoals politie en buitengewone opsporingsambtenaren. Dit staat nog los van ondermijnende praktijken. Hier komen twee zaken bij: de gemeente telt de nodige risicolocaties of -voorzieningen (onder meer een AZClocatie) en de gemeente heeft een buitengebied. Dit laatste creëert criminele kansen, zo blijkt uit onderzoek. Agrarisch vastgoed – zoals boerderijen, schuren en stallen – is geschikt voor criminelen die zoeken naar ruimte voor drugsopslag en drugsproductie. In uitgestrekt gebied is het lastig voor gemeentelijke handhavers of politiemensen om contacten aan te boren en te onderhouden. De landelijke norm van één wijkagent op 5.000 inwoners is veel beter geschikt voor een dichtbebouwde wijk dan voor het platteland. Van der Torre en Van Valkenhoef (2017) constateren dat de inzet van politie, ook volgens politiemensen zelf, op twee (voor dit rapport relevante) punten knelt. Het betreft de politieaanwezigheid in het buitengebied en de lokale opsporing. Het rapport ‘Vanaf de Zijlijn Bekeken’ constateert in 2017 dat de Nationale Politie te veel is gericht op de Randstad (Wiegant, 2017).

Er dreigt “politieloosheid” op het platteland, waar de geüniformeerde politie (‘blauw’) te vaak ontbreekt, net als voldoende recherchecapaciteit. Dit resulteert in criminele kansen: “Als je als crimineel carrière wil maken, doe je er verstandig aan naar landelijke gebieden te gaan, daar is nauwelijks politie” (citaat in: Wiegant, 2017, p. 17). Ad b.) Drugsmarkten in de omgeving De gemeente Harderwijk ligt centraal in ons land. Dit is gunstig voor het toerisme, al resulteert het ook in kansen voor (drugs)criminelen. Harderwijk ligt aan de A28 en is goed bereikbaar vanuit tal van steden: Zwolle (de route naar Noord-Nederland), Lelystad, Almere en in zekere zin Amsterdam (aangesloten op de grote steden in Flevoland) en Amersfoort en Utrecht (de tweede route naar en vanuit de Randstad). Over N-wegen zijn de gemeenten Zeewolde, Ermelo, Putten en Barneveld goed bereikbaar. In de interviewronde wijzen respondenten, ook ongevraagd, op criminelen (vooral drugshandelaren en soms verdachte investeerders) die onder meer actief zijn in de gemeente Harderwijk. De fysieke ligging plaatst de gemeente Harderwijk in de omgeving van verschillende drugsmarkten:

9

▪

▪

▪

De drugscriminaliteit in Amersfoort, Nijkerk en in mindere mate Utrecht, met onder meer goed georganiseerde (internationale) cocaïnehandel (zie b.v. Broekhuizen, 2021; Van der Torre & Wolsink, 2024a). De drugscriminaliteit in Lelystad en Almere. Dit zijn steden met relatief veel personen die tussen 2015 en 2019 werden verdacht van een drugsdelict; in totaal 1.430 in beide steden. Ook tellen ze relatief veel jongeren (tot en met 23 jaar) met een hoog risico om in de drugscriminaliteit te belanden: 910 in Lelystad en 2.890 in Almere.4 Drugscriminelen uit de directe omgeving, zoals Ermelo, Zeewolde en Putten. Respondenten wijzen drugshandelaren uit Putten die actief zijn (of waren) in de gemeente Harderwijk. In tabel 2.1 staan enkele mediaberichten over de drugshandel in Putten.

Tabel 2.1: Berichten over drugshandel in Putten Politie vindt weed, hasj, cash en coke bij controle in Putten 5 Bij een nachtelijke verkeerscontrole in Putten in oktober 2021 stuiten agenten op een zak vol met hennep (weed) en ruim 2.000 euro aan contanten. De auto van de eigenaar van deze spullen werd doorzocht en daar troffen agenten tevens cocaïne, hasj, twee telefoons, een digitale weegschaal, versnijdingsmiddel en 'ponypacks' aan. Puttenaar krijgt vier jaar gevangenisstraf voor cocaïnehandel6 De rechtbank veroordeelt in november 2019 een 28-jarige man uit Putten tot een gevangenisstraf van 4 jaar. De man maakte zich in een periode van meer dan 5 jaar schuldig aan het op frequente basis dealen in cocaïne. Dealende broer en zus uit Putten horen cel- en taakstraf eisen7 Volgens sommige hardcore gebruikers zijn de 28-jarige Ri. W. en zijn zusje Ro. W. (23) uit Putten al jaren drugsdealers. Ri. W. zou de hoofddealer zijn en als hij op vakantie was, nam Ro. de zaak over. Maar de twee ontkennen dat ten stelligste, zo blijkt in oktober 2019 in de Zutphense rechtbank. (…) Toch komt in het uitgebreide politieonderzoek een heel ander beeld naar voren. Justitie kwam Ri. op het spoor door meldingen van onder meer een maatschappelijk werkster, die klaagde dat cliënten van haar drugs kochten bij hem.

En ook een horecaondernemer vertelde bij de politie dat de Puttenaar een drugsdealer is. Zijn telefoon werd vervolgens afgeluisterd en daaruit bleek dat er dagelijks kort telefoonverkeer was met 95 nummers. Die bleken allemaal van mensen te zijn, die bij de politie bekendstaan als drugsgebruikers. Drie aanhoudingen vanwege cocaïnehandel in Putten8 Een 28-jarige man uit Putten wordt in maart 2019, samen met een 24-jarige man en 23-jarige vrouw uit Putten aangehouden voor het dealen in harddrugs (cocaïne).

Ad c.) In de sub-regio: verplaatsingsgevoeligheden Als in de wijde omgeving van de gemeente Harderwijk wordt opgetreden tegen vormen van georganiseerde misdaad, dan is Harderwijk één van de gemeenten waar criminelen naartoe kunnen uitwijken. Ook bestaat de kans dat criminelen niet (zozeer) reageren op overheidsoptreden, maar zoeken naar een geschikte locatie voor (expansie van) ondermijnende praktijken. Dit geldt niet alleen voor drugscriminaliteit. De criminele kansen in de gemeente Harderwijk worden in de sub-regio beïnvloed door omliggende gemeenten, zoals de gemeenten Lelystad en Almere. Criminelen werken immers bovenlokaal en laten zich niet weerhouden door wijk-, stad- of gemeentegrenzen. De

4

Bron: Zicht op Ondermijning. Bron: Deputtenaer.nl, Politie vindt weed, hasj, cash en coke bij controle in Putten, 14 oktober 2021. 6 Bron: Rechtspraak.nl, 4 jaar gevangenisstraf Puttenaar voor dealen in cocaïne, 12 november 2019. 7 Bron: De Stentor, Dealende broer en zus uit Putten horen cel- en taakstraf eisen, 29 oktober 2019. 8 Bron: De Stentor, Drie aanhoudingen vanwege cocaïnehandel in Putten, 9 maart 2019. 5

10

zogenoemde Onderwereldkaart toont dat Harderwijk wordt omringd door gemeenten die meer ondermijningsgevoelig zijn. In het noordwesten liggen, voorbij het Veluwemeer en Zeewolde, de gemeenten Lelystad en Almere. Deze gemeenten scoren ongunstig op de Onderwereldkaart: respectievelijk plek 11 en 12 (typisch (groot)stedelijke scores). Verder ligt in het zuidoosten de gemeente Apeldoorn (plek 78 in de Onderwereldkaart). Tabel 2.2 laat zien hoe de gemeenten Harderwijk, Lelystad, Almere en Apeldoorn scoren op vijf van de twintig indicatoren van de Onderwereldkaart. Tabel 2.2: De scores van vier gemeenten op vijf indicatoren Indicator Harderwijk Lelystad Inwoners verdacht van ondermijnend delict Plek 86 Plek 10 Huishoudens met problematische schulden Plek 82 Plek 3 Hoog-risicojongeren Plek 135 Plek 39 Wapenhandel Plek 75 Plek 22 Panden in bezit van veroordeelde eigenaar Plek 113 Plek 27 Bron: De Onderwereldkaart (te raadplegen via www.rtlnieuws.nl)

Almere Plek 15 Plek 5 Plek 16 Plek 48 Plek 11

Apeldoorn Plek 60 Plek 62 Plek 57 Plek 36 Plek 174

Ad d.) Een waterwereld: havens als trekpleister (en blinde vlek) De gemeentehaven Harderwijk bestaat uit de Vissershaven, de Stadshaven, de Strandhaven, de Lelyhaven (o.a. rondvaart), de Lorentzhaven (goederenvervoer: containers en bulk) en een kleine jachthaven (Kleine Mheenweg) in het buitengebied. De grote jachthaven beschikt ook over bijna vijfhonderd vaste ligplaatsen. De meeste havens liggen vlakbij de Boulevard, het Dolfinarium en de binnenstad. Deze havenfunctie wijst op de vitale kant van Harderwijk, namelijk watertoerisme, pleziervaart en het ondernemerschap om economisch te profiteren van de gebruikers en bezoekers die worden aangetrokken. Door de insteek van dit onderzoek zijn we echter geïnteresseerd in de mogelijke criminele achterkant van deze waterwereld. De waterwereld biedt voldoende criminele kansen. Ten eerste biedt het mogelijkheden om zwart of crimineel geld te investeren in allerhande (zeil)jachten, boten of jetski’s voor watervertier. Ten tweede kunnen bij de handel in jachten (onrechtmatige) constructies worden gehanteerd om btw te ontduiken, zoals fictieve huurconstructies waarbij de eigenaar van een jacht deze verhuurt aan zichzelf om zo geen btw af te hoeven dragen. Ten derde is het watergebied, tot op zekere hoogte, een locatie waar criminelen elkaar kunnen ontmoeten en waar ze luxegoederen kunnen tonen en gebruiken.

Ten vierde zijn de havens en het strand ook locaties die in hoogtij-maanden interessant zijn voor drugshandelaren, omdat er (potentiële) drugsklanten (met geld) aanwezig zijn. Tot slot is de haven interessant omdat het een optie biedt om verboden goederen, zoals drugs, over water te vervoeren in plaats van over de weg. Het is echter wel de vraag of en waarom dit in de gemeente Harderwijk gebeurd, omdat de bereikbaarheid over de weg goed is en de controlekans laag. Toch blijkt uit de gesprekken met de professionals dat de havens en het ‘havengebruik’ in veel opzichten nog een blinde vlek is. 2.2

Sociaaleconomische factoren

De gemeente Harderwijk vervult centrumfuncties, is een trekpleister voor toeristen en telt ook de nodige kwetsbare buurten. Het was ooit een vissersplaats (met toegang tot de Zuiderzee) en dat tekent in zekere zin de beroepsbevolking: deels laag opgeleid en het is bereid hard te werken. Van lieverlee werd menigeen ondernemer en steeds meer migranten gingen in loondienst werken: vanaf de jaren zeventig met name Turkse en Marokkaanse arbeidsmigranten en inmiddels Oost-Europese arbeidsmigranten. Vanuit de eenzijdige invalshoek van deze studie komen de volgende criminele kansen in beeld: 11

a. b. c. d. e. f.

Relatief kwetsbare wijken Hoog-risicojongeren: in verschillende wijken Vraag naar goedkope arbeid Vakantieparken Risicobranches Risicolocaties

Ad a.) Relatief kwetsbare wijken De gemeente Harderwijk kent de nodige wijken of buurten die sociaaleconomisch kwetsbaar zijn. Dit blijkt onder meer uit het relatief grote aantal huishoudens dat (percentueel) kampt met problematische schulden; wat dat betreft staat de gemeente op plaats 82 (hoe lager, hoe ongunstiger) van 352 Nederlandse gemeenten. Dit gezicht van Harderwijk wordt onderstreept door respondenten. De boulevard en (directe) omgeving hebben allure, maar er is ook een achterkant: straten en buurten met personen en gezinnen met een lage opleiding, lage inkomens en bestaansonzekerheden, inclusief schulden. De uniformiteit qua levensstandaard gaat in bepaalde straten en (sub)buurten gepaard met sociaal-culturele diversiteit, getuige een aanzienlijke Turkse en Marokkaanse gemeenschap. Registraties en interviews wijzen enkele buurten aan. Het gemiddelde bruto jaarinkomen in Harderwijk per inwoner bedraagt in 2021 €29.400,-; dat is de onderkant van de middenmoot in Gelderland. Deze gemiddelde inkomens liggen het laagst in de Zeebuurt (€23.500) en in Stadsdennen (€22.700). In 2023 telt Stadsdennen 6.190 inwoners: 46 procent van de woningen zijn sociale huur en het overgrote deel van de woningen is gebouwd tussen 1950 en 1970 (ruim tweeduizend adressen). De bevolkingsdichtheid is hoog, met 5.938 bewoners per vierkante kilometer.

In 2022 is 70 procent van de bewoners van autochtone komaf. De grootste migrantengroepen hebben een Turkse (695), Westerse (420) of Marokkaanse (335) achtergrond. Het opleidingsniveau van verreweg de meeste inwoners van 15 tot 75 jaar is laag (39,1 procent) of middelbaar (42 procent). De sociaaleconomische problematiek is, binnen Stadsdennen, onder andere geconcentreerd in flats. De Zeebuurt telt in 2023 2.265 inwoners. Ook hier zijn veel sociale huurwoningen, namelijk 44 procent. 313 van de 1.197 adressen zijn woningen die voor 1950 zijn gebouwd. De bevolkingsdichtheid is vrijwel net zo hoog als in Stadsdennen: 5.933 bewoners per vierkante kilometer. In 2022 is iets meer dan 80 procent van de bewoners van autochtone komaf. Er wonen 145 Westerse migranten, 100 mensen van Turkse komaf en 85 personen met een Marokkaanse achtergrond. Het opleidingsniveau is laag (38,2 procent) of middelbaar (43 procent). Naast de Stadsdennen en de Zeebuurt zijn er nog drie wijken met een gemiddelde bruto jaarinkomen per inwoner onder de zeventwintigduizend euro: Stadsweiden (€26.100,-); Stationsomgeving (€ 25.500,-); en Tweelingstad (€23.900,-). Deze laatste wijk kent een laan met geconcentreerde sociale en economische problematiek, onder meer in flats.

Lage inkomens en armoede of het risico daarop gaan vaak gepaard met – een voedingsbodem voor – andere financiële en sociale problemen, zoals schulden, een slechte gezondheid of criminaliteit. Wie schulden heeft, kan zich gedwongen voelen of door schuldeisers onder druk gezet worden om strafbare feiten te plegen. Hierbij valt te denken aan drugshandel of optreden als geldezel (misdaadgeld op de bankrekening laten storten), waarbij de criminele inkomsten worden gezien als welkome extra inkomsten. Tegelijkertijd zijn mensen in kwetsbare wijken ook vatbaar om zelf drugs te gebruiken (als uitweg of omdat het een gewoonte lijkt) (Tops & Van der Torre, 2015).

12

Ad b.) Hoog-risicojongeren: in verschillende wijken Delen van de gemeente Harderwijk kampen, naast bovengenoemde sociaaleconomische achterstanden, met een bijkomende criminogene factor: de hoge bevolkingsdichtheid door een kleine woonoppervlakte per persoon en schaarse buitenruimte. Dit werkt overlast en conflicten in de hand. Het zorgt ook voor hectiek in het sociale leven; ook voor jongeren en dat vergroot hun kwetsbaarheid. Thuis is het (soms erg) moeilijk om in rust huiswerk te maken en jeugdigen vluchten soms het huis uit vanwege de drukte en trekken de straat op. Op basis van verschillende indicatoren is in het kader van het project Zicht op Ondermijning berekend welk percentage jongeren (van 8 tot 23 jaar) in een bepaald gebied wordt gezien als potentiële jonge aanwas in de drugscriminaliteit. Het aantal hoog-risico jongeren wordt afgezet tegen het totaal aantal jongeren in het gebied. Dit resulteert in percentages voor hoog-risicojongeren (peiljaar 2019). Voor de gemeente Harderwijk ligt dit op 4,4 procent (410 personen); dat is bijna hetzelfde als gemiddeld in Gelderland (4,3 procent) en wat gunstiger dan het gemiddelde in Nederland (5,0 procent).

Binnen de gemeente Harderwijk zijn er wel wijken te noemen met een hoger percentage: de binnenstad (7,2 procent; 30 personen), de Zeebuurt (7,1 procent; 30 personen), Stadsdennen (6,3 procent; 70 personen) en Tweelingstad (6,3 procent; 90 personen). Er komen overigens ook kwetsbare jongeren en jongvolwassenen van buitenaf naar onderwijsinstellingen in Harderwijk. Het betreft onder andere de vmbo- en mbo-instellingen. De jongeren op deze scholen zijn wel kwetsbaar om betrokken te raken in de drugscriminaliteit, maar worden niet meegeteld in de hiervoor genoemde scores omdat ze niet in wijken in de gemeente Harderwijk wonen. Ad c.) Vraag naar goedkope arbeid In provincie Gelderland werkten in 2020 circa 62,3 duizend arbeidsmigranten. Sinds 2010 groeide dit aantal jaarlijks met gemiddeld 4,9 procent. Bijna 75 procent van de arbeidsmigranten werkt in de uitzendbureau- en detacheringsector, zakelijke dienstverlening of de sector transport en logistiek (Decisio, 2022). De toestroom van arbeidsmigranten leidt tot de opdracht om arbeidsmigranten te huisvesten. Dit is een onderdeel van de regionale economie. Het levert ook een risico op, ook in de gemeente Harderwijk, namelijk de kans op overtredingen of strafbare feiten bij de arbeidsomstandigheden en/of huisvesting van arbeidsmigranten.

Bovendien kunnen ook arbeidsmigranten die werken in Flevoland, bijvoorbeeld in de omvangrijke land- en tuinbouwsector, in Harderwijk worden gehuisvest. De tuinbouwsector kampt met het probleem dat het verdienmodel wordt bedreigd door de (relatief) hoge energieprijzen in Nederland en door het lage loonniveau van concurrenten in het buitenland. Ad d.) Vakantieparken Er bestaat in Nederland, ook in Gelderland, een overschot aan recreatieparken of campings. Een categorie van die parken is economisch kwetsbaar en daarmee vatbaar voor criminele investeringen of voor illegale (permanente) bewoning. Door de schaarste aan (goedkope of betaalbare en snel beschikbare) woningen fungeren veel (kwetsbare) parken als een soort vluchtheuvel: een plek om kwetsbare personen te huisvesten en het is mogelijk een locatie waar (marginale) criminelen naartoe kunnen uitwijken (zie Bremmers & Ferwerda, 2014; Van der Torre & Spoorendonk, 2020). De kans bestaat dat criminele of opportunistische partijen (dat onderscheid valt lastig te maken) via vastgoedtransacties een positie verwerven op een vakantiepark. Vervolgens verdienen zij (goed) aan het huisvesten van niet-recreanten. De kans bestaat dat geld wordt witgewassen (Lambooij e.a.,

13

2018)9, bijvoorbeeld bij transacties (net zoals bij vastgoed in algemene zin) of bij exploitatie van – voorzieningen op – het park. De gemeente Harderwijk staat permanente bewoning toe op vijf van de zeven parken (zie voor nadere toelichting: hoofdstuk 3). Ad e.) Risicobranches Het project ‘Zicht op ondermijning’ wijst op risicobranches die (met het gemiddelde in Gelderland als graadmeter) bovengemiddeld vaak zijn gevestigd in de gemeente Harderwijk.10 Het gaat om de negen branches die in tabel 2.3 worden vermeld. De schoonmaakbranche (‘Interieurreiniging in gebouwen’) is de enige sector met een duidelijk afwijkende score, met 13,3 vestigingen (het betreft in totaal 70 vestigingen) per 10.000 inwoners in Harderwijk. Het Gelderse gemiddelde ligt op 4,7. Zicht op Ondermijning berekent per risicobranche (met 2019 als peiljaar) ook welke omzet valt te verwachten en welke afwijkingen optreden. In Harderwijk valt in twee branches de omzet ‘hoger’ uit ten opzichte van het gemiddelde in Nederland, namelijk de bouwnijverheid en de telefoonwinkels. De omzet pakt ‘iets hoger’ uit in drie branches: interieurreiniging van gebouwen; haarverzorging; en overige groothandels.

Tabel 2.3: Het aantal vestigingen in een branche per 10.000 inwoners in de gemeente Harderwijk, provincie Gelderland en in Nederland, voor negen branches met een concentratie in de gemeente Harderwijk (peilmoment: 2021, Q1) Harderwijk Gelderland Nederland Financiële holdings 140,9 (690 vestigingen) 139,8 150,8 Groot- en detailhandel in auto’s 4,3 (20 vestigingen) 4,2 3,4 Handel in en reparatie van auto’s 26,5 (130 vestigingen) 25,6 20,9 Handel in/verhuur onroerend goed 28,8 (140 vestigingen) 26,7 27,6 Interieurreiniging in gebouwen 13,3 (70 vestigingen) 4,7 7,5 Internethandel 46,8 (230 vestigingen) 39,9 44,5 Overige groothandels 46,2 (230 vestigingen) 43 43,3 Restaurants 10,1 (50 vestigingen) 8,8 10,6 Schoonheidsverzorging 26,3 (130 vestigingen) 23,3 23,6

Naast de genoemde data en branches wijzen respondenten op fraudekansen in de zorgsector. Dit stemt overeen met literatuur over zorgfraude. Georganiseerde fraude met zorgbudgetten is in Nederland een hedendaags verdienmodel (Van der Torre & Heijkoop, 2020; Algemene Rekenkamer, 2022). Zorgfraude wordt gekopieerd, omdat het ‘werkt’ om op die manier (veel) geld te verdienen. Het lijkt daarmee een moderne risicobranche die opportunisten aantrekt. Een deel van die zorgopportunisten blijkt afkomstig te zijn uit criminele netwerken, zo blijkt uit onderzoek van het Informatie Knooppunt Zorgfraude (verder: IKZ).11 De kansenstructuur voor zorgfraude is in het hele land riant, los van lokale verschillen, want: het is eenvoudig om actief te worden als zorgaanbieder; er is weinig formatie beschikbaar binnen gemeenten voor rechtmatigheidstoezicht op fraude met 9

De Telegraaf meldt dat een rapportage van het RIEC Oost Nederland wijst op witwassen “op grote schaal” via vakantieparken. Deze rapportage is geheim. Zie: NOS.nl, ‘Criminelen gebruiken vakantiepark voor grootschalig witwassen’, 13 juni 2022. 10 Zie bijlage 2 voor een korte toelichting op de term risicobranches, gebaseerd op criminologische literatuur. 11 In Oost-Nederland toont een analyse aan dat vijftien van 22 bestudeerde zorgaanbieders in verband kunnen worden gebracht met hennepteelt (IKZ, 2020). Bij tien van deze aanbieders werken personen (onder andere bestuurders, eigenaren en aandeelhouders) die antecedenten hebben, met name inzake de Opiumwet en ook voor onder meer fraude, vrijheidsberoving, valsheid in geschrifte, geweld, wapenverkoop en -bezit en diefstal. Dit is schokkend, omdat zorgaanbieders belangrijke, kwetsbare en kostbare diensten leveren.

14

Wmo-zorg of jeugdhulp; de kans op een strafrechtelijk onderzoek is klein; en met eenvoudige tactieken (b.v. bezuinigen op personele inzet of cliënten werven c.q. ronselen die zorgtekorten accepteren) kunnen forse bedragen worden verdiend met ontoereikende zorg (Van der Torre & Heijkoop, 2020). De Algemene Rekenkamer (2022) spreekt over “een zorgelijk gebrek aan daadkracht” bij het bestrijden van zorgfraude. Ad f.) Risicolocaties Naast de vakantieparken, het buitengebied, onderwijslocaties en de (drie) havens komen de volgende risicolocaties in beeld: ▪

Bedrijventerreinen. De gemeente Harderwijk telt zeven bedrijventerrein, althans als we (de vier delen van) het Lorentz-bedrijventerrein als één tellen. Dit gebied is het grootste aaneengesloten bedrijventerrein in Gelderland en het telt een haven; het is bereikbaar over water en weg (de vernieuwde N302). De bedrijven vallen in de categorieën industrie, productie, groothandel en transport. Bedrijventerrein de Tonsel is met name geschikt voor autobedrijven en er zijn andere, kleinere terreinen, zoals de Sypel, Weiburg en Overveld. Het totale oppervlakte van de bedrijventerreinen bedraagt 220 hectare. Al die bedrijven resulteren in werkgelegenheid en vervullen economische functies. Vanuit de invalshoek van dit onderzoek komt uit de literatuur naar voren dat bedrijventerreinen criminele kansen of functies bieden. Bedrijventerreinen kunnen namelijk anonieme gebieden of concrete locaties zijn, waar criminele activiteiten worden afgeschermd. Dit is het geval bij onoverzichtelijkheid vanwege vele loodsen, opslagruimtes, bedrijfspanden en omheiningen. Dit kan afbreuk doen aan de sociale controle en doorgaans ligt het overheidstoezicht op een lager peil dan in wijken of dan in de binnenstad.

Uit de literatuur komen verschillende criminele praktijken op bedrijventerrein naar voren, zoals: opslag en vervoer van illegale goederen, vestiging van malafide ondernemingen, illegale bewoning, drugsproductie (hennepteelt) en specifieke vormen van illegaliteit vanwege criminele kansen in bepaalde (risico)branches (bijvoorbeeld milieucriminaliteit of vormen van autocriminaliteit, zoals het omkatten van auto’s, het inbouwen van verstopplaatsen of autoverhuur aan criminelen). Uit de gesprekken met respondenten komt naar voren dat de bedrijventerreinen een blinde vlek zijn en dat niet duidelijk is wat er qua ondermijning plaatsvindt.

▪

Zorginstellingen met kwetsbare doelgroep. Respondenten wijzen op de aanwezigheid van omvangrijke of aanzienlijke zorginstellingen met een kwetsbare doelgroep in of rondom de gemeente Harderwijk. Respondenten wijzen concreet op 's Heeren Loo (een woonzorgpark voor mensen met een (verstandelijke) beperking) in Ermelo en GGZ Centraal (een grote instelling op landgoed Veldwijk in Ermelo, met onder meer een drugskliniek). Naar GGZ Centraal komen cliënten uit het hele land, ook uit de Randstad. Een deel van de cliëntpopulatie gaat, als ze uitstromen, in of vlakbij Harderwijk wonen. Ze gaan bijvoorbeeld ‘begeleid wonen’ in de omgeving van de voorziening of ze huren een kamer (en krijgen nog zorg). Dit levert verschillende risico’s op: a.) deze kwetsbare personen worden geronseld als klant door drugsdealers; b.) deze personen worden zelf een eenvoudige dealer of ze laten dealpraktijken toe in hun kamer of woning; c.) deze mensen worden voor andere strafbare feiten geronseld (bijvoorbeeld als geldezel); d.) begeleid wonen is een vorm van zorg die – net als veel andere zorg – vatbaar is voor zorgfraude; en e.) bij kamerverhuur kunnen kwetsbare en afhankelijke huurders onder druk worden gezet om illegale praktijken te accepteren.

15

2.3

Sociaal-culturele factoren

In de interviewronde komen enkele (lokale) sociaal-culturele patronen in beeld die van invloed zijn op de criminele kansen in de gemeente Harderwijk. Drie punten worden genoemd:

2.4

▪

Vrienden: (ook kwetsbare) groepen en netwerken. Vriendengroepen en -netwerken vervullen een belangrijke sociale functie in het leven van jongeren. Dit pakt vaak gunstig uit: jongeren vinden hun weg in het onderwijssysteem, in het lokale verenigingsleven (b.v. sport) en vervolgens in de lokale of regionale economie. Er zijn echter ook kwetsbare jongeren waarvoor dit lastige stappen zijn. Deze categorie raakt op achterstand in het onderwijs en op de arbeidsmarktafstand en brengt (relatief) veel tijd door op straat. Ze wonen in huurwoningen met weinig leefruimte per persoon. Onder kwetsbare jongeren en jongvolwassenen bestaan aanzienlijke onderlinge verschillen; toch is drugsgebruik een onderdeel geworden van het sociale leven. Het gaat vaker om softdrugs dan om harddrugs, maar drugsgebruik raakt meer geaccepteerd en is toegenomen, aldus respondenten. Het drugsgebruik vindt onder meer plaats in het uitgaansleven, maar ook rondom onderwijsinstellingen. Het drugsgebruik trekt dealers aan die hieraan geld kunnen verdienen; het drugsaanbod door dealers stimuleert vervolgens weer het drugsgebruik.

▪

Een overoptimistisch beeld van de lokale openbare orde. Er bestond lange tijd een zekere onderschatting van de jeugdoverlast en -criminaliteit, de drugscriminaliteit en het drugsgebruik. Het valt wel mee in het ‘dorp’ Harderwijk; problemen zijn tijdelijk en waaien wel weer over, zo werd lang gedacht. Langzaam zijn bewoners, bestuurders en politiek zich gaan beseffen dat Harderwijk vooral een kleine stad is met criminaliteits-bevorderende invloeden vanuit de wijde omgeving. Bewoners wijzen in klare taal op overlast, op (territoriaal) geweld en intimidatie door rondhangende jongeren en op drugshandel (zie voor nadere toelichting hoofdstuk 3). Dit meer realistische moderne perspectief op de (lokale) samenleving ligt mede ten grondslag aan investeringen in de gemeentelijke ondermijningsaanpak, zo blijkt in hoofdstuk 4.

▪

Ondernemerschap: vooral ruimte bieden, maar ook grenzen stellen. Er bestaat in Harderwijk – een voormalig vissersplaats (met in het verleden toegang tot de Zuiderzee) – van oudsher status voor hardwerkende mensen en ondernemers. Van de overheid wordt verwacht dat ze het ondernemerschap stimuleert of (anders) met rust laat. Het publieke draagvlak voor (al te veel) regels, en voor de handhaving daarvan, was en is wankel. Het is echter wel nodig: hoewel handelingsruimte voor ondernemers bonafide ondernemerschap stimuleert, resulteert het ook in kansen voor regelovertreding of strafbare feiten. Vandaag de dag stelt de overheid eerder grenzen. Tot 2017 kende de gemeente bijvoorbeeld geen exploitatievergunning en een ‘lichte’ integriteitstoets voor horecaondernemers; sindsdien worden exploitatievergunningen verstrekt en wordt steeds professioneler getoetst. De komst van een stelsel met exploitatievergunningen werd echter wel afgedwongen door een min of meer toevallige omstandigheid, namelijk de noodzaak om een traject te starten om een vergunning te verstrekken voor de lokale coffeeshop. Afsluiting

16

Dit hoofdstuk analyseerde de criminele gelegenheidsstructuren. Het volgende hoofdstuk beziet waarin dit, voor zover bekend, resulteert. Hoofdstuk 3 gaat over ondermijnende praktijken.

17

Hoofdstuk 3 Ondermijnende praktijken Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft en analyseert ondermijnende praktijken. Er wordt achtereenvolgens ingegaan op drugscriminaliteit (paragraaf 3.1), op geweld en overlast door jeugdigen en jongvolwassenen (paragraaf 3.2) en op de gang van zaken met betrekking tot vastgoed en op vakantieparken (paragraaf 3.3). Paragraaf 3.4 gaat over overige fenomenen en blinde vlekken. 3.1

Drugscriminaliteit

Deze paragraaf zoomt in op drugscriminaliteit en zet daartoe eerst cijfers op een rij (3.1.1). Daar wordt ingegaan op drugslocaties (3.1.2) en op lokale en bovenlokale drugshandel (3.1.3). In subparagraaf 3.1.4 komt de productie van drugs aan bod. 3.1.1

In cijfers

Handel, bezit en overlast In de gemeente Harderwijk ligt in de periode van 2015 tot en met 2019 – volgens het dashboard Zicht op Ondermijning – het aandeel verdachten van drugsdelicten (ten opzichte van de gehele populatie) op 0,3 procent. Dat is dezelfde score als voor heel Nederland. Drie wijken scoren het hoogst (meest ongunstig), namelijk: Zeebuurt (0,5 procent), Tweelingstad (0,5 procent) en Hierden (0,4 procent). Uit politiegegevens blijkt dat in de periode van 2019 tot en met medio december 2023 de registraties voor drugsbezit en drugshandel - met de nodige schommelingen (tussen categorieën) zijn toegenomen (zie tabel 3.1; zie bijlage 2 voor een korte toelichting op de registraties). In de jaren 2019 en 2020 werden 62 registraties genoteerd en in 2022 en 2023 in totaal 92; terwijl we voor het jaar 2023 niet beschikken over de registraties in december. Uiteraard betekent een schommeling van politieregistraties (met kleine aantallen) niet dat het drugsbezit en de drugshandel daadwerkelijk zijn toegenomen; toeval kan een rol spelen, net als de inzet door de politie. De cijfers geven ook niet weer hoe vaak er drugshandel plaatsheeft, want drugsdealers blijven vaak buiten schot van de politie. Ook worden geen aangiften gedaan, want drugshandel maakt in directe zin geen slachtoffers: het is een zogenoemd consensual crime dat wordt gepleegd met instemming van dealer en klant.

Tabel 3.1: Politieregistraties voor bezit van en handel in softdrugs en harddrugs en overlast i.v.m. alcohol/drugs in de periode van 2019 tot en met 30 november 2023 (Bron: BVH-systeem van de politie). ‘19

‘20

‘21

‘22

‘23

Totaal

Bezit harddrugs

8

14

16

18

25

81

Bezit softdrugs

5

13

13

10

15

56

Handel e.d. harddrugs

7

10

11

8

8

44

Handel e.d. softdrugs

4

1

6

7

1

19

Totaal

24

38

46

43

49

200

18

Overlast i.v.m. alcohol/drugs

114

117

118

121

150

620

In de periode van 2019 tot en met 2023 is het aantal politieregistraties voor het bezit van hard- en softdrugs het hoogst in de Binnenstad (met twintig registraties), gevolgd door Drielanden (zestien) en de Stationsomgeving en Tweelingstad (beide met vijftien registraties). Het aantal registraties van handel in hard- en softdrugs schommelt in de afgelopen jaren. De meeste registraties worden geteld in Tweelingstad (vijftien), gevolgd door Stadsweiden (acht registraties) en de Binnenstad en Stadsdennen (zes registraties). De geregistreerde drugs- en/of alcoholoverlast is in de periode van vijf jaar geconcentreerd in de Binnenstad (191 registraties), gevolgd door Tweelingstad (84), de Stationsomgeving (67) en Stadsweiden (63). Op wijkniveau gaat het om zulke kleine aantallen dat het niet meer is dan de constatering dat iets voorkomt. Respondenten wijzen overigens op tal van drugslocaties (met handel en/of gebruik) en op verplaatsingen door de gemeente (zie sub-paragraaf 3.1.2). Over drugsproductie Het zogenoemde project ‘Zicht op ondermijning’ heeft – mede op basis van daadwerkelijk aangetroffen hennepkwekerijen – modelmatig een schatting gemaakt van de mate waarin een (verhoogd) risico bestaat dat woningen (t.o.v. het totale woningen-bestand) worden gebruikt voor hennepteelt.

Bij die berekening wordt onder andere rekening gehouden met de woonoppervlakte en met de WOZ-waarde van een woning. Voor Nederland komt (peiljaar 2018) de gemiddelde score uit op 9,3 procent. Voor de gemeente Harderwijk ligt dit duidelijk lager, namelijk op 3,9 procent. De stationsomgeving scoort met 11,1 procent hoger dan het Nederlandse gemiddelde, al gaat het daar om slechts tien woningen. Er zijn drie wijken met minimaal honderd woningen met een verhoogd risico op een hennepkwekerij: Stadsweiden (210); Binnenstad (100) en Tweelingstad (100). De politiegegevens laten zien dat er sinds 2021 nog maar twee registraties inzake ‘vervaardigen softdrugs’ per jaar worden genoteerd. Dat is duidelijk minder dan in 2019 en 2020, met negentien registraties in twee jaar tijd. In sub-paragraaf 3.1.3 wordt uitgelegd dat op landelijk niveau wordt aangenomen dat het aantal aangetroffen hennepkwekerijen weliswaar (fors) afneemt, maar dat dit hoogstwaarschijnlijk louter komt doordat de detectiekans is afgenomen. Incidenteel wordt vervaardigen van harddrugs (bijvoorbeeld ene drugslab of een cocaïnewasserij) geregistreerd (zie tabel 3.2). Tabel 3.2: Politieregistraties voor het vervaardigen van harddrugs en softdrugs in de periode van 2019 tot en met november 2023. (Bron: BVH-systeem van de politie). ‘19

‘20

‘21

‘22

‘23

Totaal

Vervaardigen harddrugs

1

0

2

0

0

3

Vervaardigen softdrugs

8

11

2

2

2

25

3.1.2

Talrijke signalen over drugshandel en/of drugsgebruik

Drugslocaties In de interviewronde valt op dat professionals wijzen op talrijke signalen en vermoedens van drugshandel en/of drugsgebruik op tal van locaties. Bewoners noemen er nog meer. Op de genoemde 19

locaties wordt drugsgebruik vermoed of geconstateerd; vaak ook drugshandel. Bewoners zien in hun directe woonomgeving veel en in een bepaald opzicht meer dan professionals, omdat ze er simpelweg vaak ‘zijn’. Als onderdeel van hun dagelijkse routine observeren ze van alles. Daarbij zijn ze niet uit op het waarnemen van overlast of drugscriminaliteit, al gebeurt dat wel en daarom zijn bewoners nuttige respondenten (Tops en Van der Torre, 2024). Het gaat stuk voor stuk om locaties met vermoedens of concrete informatie die nopen tot actie, al is het maar om uit te zoeken wat er nu precies speelt. Het gaat niet om vertrouwelijke informatie, maar om typische straatinformatie die dient te worden verrijkt met aanvullende informatie; deels wel vertrouwelijk (in politiesystemen), maar dergelijke informatie hebben wij niet geraadpleegd. We schrijven op wat respondenten weten, signaleren of vermoeden. Nadat de straatinformatie is verrijkt, is er mogelijk op enkele locaties geen reden (meer) om in te grijpen, terwijl dat op andere plaatsen wel het geval is: om op te treden (tegen overlast of drugscriminaliteit), om jongeren en jongvolwassenen te helpen of te ondersteunen of om (bij zachte signalen) uit te zoeken wat er speelt. Eén ding maken professionals en burgers, als rode draad, duidelijk: drugshandel is een belangrijk probleem in Harderwijk dat vraagt om inzicht en actie.

De waarde van de onderstaande signalen schuilt in de mogelijkheid om gericht uit te zoeken wat er speelt, als opmaat tot actie; ook nog eens op locaties waarover professionals en burgers zich dus zorgen maken. De onderstaande opsomming legt dus, welbeschouwd, geen ongemakkelijke realiteit bloot, maar een uitgelezen kans om de ondermijningsaanpak verder te brengen (Tops en Van der Torre, 2024). Ten aanzien van de volgende locaties wijzen respondenten namelijk op signalen en vermoedens die actie vergen om uit te zoeken wat er precies speelt: -

-

-

-

Er wordt gewezen op onder meer drugshandel en drugsgebruik door de wijk Stadsdennen heen, met enkele (verschuivende) hotspots: 1) op de Vondellaan (rondom de flats) en 2) rondom en in het winkelcentrum, onder meer op de parkeerplaats en met het Albert Verweyplein als verzamelplaats. Op die laatste locatie was het volgens respondenten op enig moment “extreem” vanwege intimidatie van jongeren richting bewoners (zie paragraaf 3.2). Op de Vondellaan en bij de supermarkt zijn camera’s opgehangen; daarom ging de probleemgroep achter het winkelcentrum staan, uit het zicht van de camera’s. In de wijk Stadsdennen gaat het op straat en op bepaalde momenten (in de loop van de avond en in de zomer ook in de nacht) om stevige aantallen jongeren/jongvolwassenen; enkele tientallen volgens bewoners. Enkele jaren terugnam de overlast toe in Stadsdennen, omdat een groep (de Van Halgroep) hier naartoe trok vanaf hun aanvankelijke hangplek: de Van Hall-laan in de wijk Tweelingstad. In die wijk zijn volgens respondenten overigens nog steeds drugslocaties, onder meer in de directe omgeving (parkeerplaats, een plantsoen) van de flats aan de Goeman Borgesiuslaan. Respondenten wijzen op drugspanden in sociale huurwoningen, met concentraties in enkele flats. In woningen van drugsgebruikers ontstaat overlast; door drugsgebruik en mogelijk ook door handel.

De gebruiker kan zelf handelen of anderen kunnen de woning daarvoor gebruiken. Dit speelt onder meer in Stadsdennen en in de Zeebuurt; het gaat volgens professionals naar schatting om “tientallen panden”. In het verlengde hiervan wordt gewezen op drugshandel in en rondom drie flats, verdeeld over drie wijken: aan de Vondellaan (Stadsdennen); aan de Goeman Borgesiuslaan (Tweelingstad); en aan de Helmbloemmeen (Stadsweiden). In het publieke domein worden de ‘oude’ en ‘nieuwe’ begraafplaats genoemd als drugslocaties; de parkeerplaatsen worden genoemd. Begraafplaats Oostergaarde ligt aan de 20

-

-

-

-

-

N302, op loopafstand van de Vondellaan. De andere begraafplaats (Elzenhof) ligt aan de andere kant van deze N-weg, met vlakbij openbare parkeerplaatsen (langs de Walstein, bij het tennispark). Bij twee bouwmarkten (de Gamma en de Praxis) wordt geconstateerd dat tieners en twintigers elkaar ontmoeten; in de avonduren en ook ’s-nachts. Er bestaat onder respondenten twijfel of dit deallocaties zijn. Er worden drugs verkocht rondom scholengemeenschappen voor voortgezet onderwijs en rond de mbo-instellingen. Respondenten zijn niet heel duidelijk over wat er precies gebeurt. De parkeerplaatsen van sportcomplex de Sypel (dit ligt vrijwel naast het Morgen College) worden benoemd als locatie voor drugshandel. In de zomermaanden (op dagen met mooi weer) zijn de bezoekers van het zwembad (potentiële) drugsklanten. Voorts wordt drugshandel gesignaleerd op de Badweg: op steenworpafstand van het Morgen College. Ook op de parkeerplaatsen bij de sportvelden worden drugsgebruik en/of -handel gesignaleerd of vermoed. Wat betreft Emdenmeen wordt gewezen op drugsgebruik en drugshandel in het park.12 Vanaf de late ochtend of vroege middag zijn daar volgens bewoners gebruikers en dealers; tot in de late uren. Het Crescentpark wordt genoemd als drugslocatie; met open lucht-voorzieningen en een looppad naar het dichtbij gelegen strand en tankstation langs de A28.

Er wordt drugshandel gesignaleerd op parkeerplaatsen van enkele fastfood-restaurants; twee restaurants liggen ingeklemd tussen de A28 en de N203 en de ander ligt langs deze N-weg, tegen bedrijventerrein Lorentz aan (vlakbij een andere ontmoetingsplek, namelijk de Praxis). Tot slot wordt gewezen op drugshandel in het horecagebied, met toeristen en uitgaanspubliek als (potentiële) drugsklanten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=56ee859c-2287-4092-a1e9-78f2079a4a6e