CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Drielanden - Groene Zoomweg 49_Bijlagen bij toelichting-gecomprimeerd

Raadsvergadering 9 november 2023, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 4920.188 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Afgewerkte olie: Bij de uitmonding van de zuigleiding moet een aansluitmogelijkheid aanwezig zijn voor het afvoeren van statische elektriciteit; bij het leegzuigen van een tank moeten maatregelen tot het afvoeren van statische elektriciteit worden getroffen; de elektrische verbinding tussen tankwagen en tank moet tot stand zijn gebracht alvorens de slang wordt aangesloten en mag slechts worden verbroken nadat de slang is afgekoppeld. Onmiddellijk nadat de afgewerkte olie uit een tank is gezogen en de zuigslang is losgekoppeld, moet de zuigleiding dan wel de zuigopening met een goed sluitende dop of afsluiter worden afgesloten. Het vullen en leegzuigen van een afgewerkte olietank moet zonder morsen geschieden; zowel het vulpunt als de aansluiting voor het leegzuigen moeten zijn opgesteld boven een vloeistofdichte lekbak met een oppervlak van ten minste 0,25 m2, die bestand is tegen de inwerking door afgewerkte olie; de vloeistofdichte lekbak moet zodanig zijn geplaatst of zijn afgedekt, dat zich hierin geen (regen)water kan verzamelen; indien het vulpunt in een gebouw gelegen is, moet de vloer van de ruimte waarin het vulpunt gelegen is vloeistofdicht zijn uitgevoerd. Bij het vulpunt van een afgewerkte olietank moeten voorzorgen worden genomen om verstoppen van de vulleiding te voorkomen; het vulpunt moet afgesloten zijn wanneer het niet in gebruik is.

Bij de uitmonding van de zuigleiding moet een bordje zijn geplaatst met daarop "zuigpunt afgewerkte olie". Een tank moet ten minste eenmaal per jaar geheel worden geleegd. hoOrt bij bes4ut vf van rlarderWti d.dJ. D9 secretaris van HarderWijk

MV-311

,

gemeente harderwijk

9

7. VOORSCHRIFTEN VOOR HET AF- EN OVERTAPPEN VAN BRANDBARE VLOEISTOFFEN (met elektrische pompen) De pomp moet in de buitenlucht zijn opgesteld. De pomp moet zodanig zijn geplaatst en met de afleverslang zodanig bemeten dat de aflevering aan het voertuig nimmer kan plaatsvinden binnen 1 m afstand van een tank.

S

De pomp moet zodanig zijn ingericht, dat hetzij slechts gedurende een daartoe strekkende opzettelijke bediening van de vulafsluiter vloeistof uit de pomp kan stromen, hetzij de aflevering van vloeistof automatisch stopt als het reservoir, waaraan wordt afgeleverd, vrijwel is gevuld; in het laatste geval moeten aan de vulafsluiter voorzieningen zijn getroffen, waardoor deze sluit bij een lichte schok bijvoorbeeld ten gevolge van vallen. Indien geen toezicht wordt gehouden, moet de pomp zijn afgesloten, zodat onbevoegden haar niet in werking kunnen stellen. Bij het plotseling sluiten van de vulafsluiter moet een eventueel optredende drukstoot kunnen worden opgevangen.

to

De elektrische installatie moet voldoen aan NEN 1010. Indien ruimten aanwezig zijn met gasontploffingsgevaar, moet de daarin aanwezige elektrische installatie bovendien voldoen aan NEN 3410. Deze voorschriften zijn niet van toepassing voor het bovenste deel van de pompkast waarin het telwerk is aangebracht, mits zich in dit deel geen leidingen of onderdelen met vloeistof bevinden, die bij lekkage gevaar kunnen opleveren. Voor de elektrische installatie van het in het voorgaande bedoelde bovenste deel van de pompkast geldt dat het elektrisch materiaal bij normaal bedrijf geen vonkende delen, noch delen met een temperatuur die gevaar voor ontploffing opleveren mag bezitten. Op de hoofdschakelaar, waarmede de elektrische installatie in en aan de pompkast kan worden uitgeschakeld moeten de schakelstanden duidelijk zijn aangegeven; bij deze schakelaar moet duidelijk zijn vermeld, dat deze dient voor de pomp. Behalve de in voorwaarde 7 genoemde hoofdschakelaar moet voor het in- en uitschakelen van de elektromotor van de pomp bovendien in of aan de pompkast een schakelaar zijn aangebracht. Aan de pompkast mogen geen wandcontactdozen zijn aangebracht, terwijl aan de vulafsluiter of aan de afleverslang geen elektrische schakelaar aanwezig mag zijn.

De pompkast moet voldoende zijn geventileerd; de uitsparing in de pompkast waarin de vulafsluiter van de afleverslang in ruststand wordt geborgen, moet gasdicht van het inwendige van de pompkast zijn afgesloten. Het afleveren van vloeistof is verboden, indien daarbij wordt gerookt of enigerlei vuur of open kunstlicht aanwezig is, of de motor van het voertuig, waaraan de vloeistof wordt afgeleverd, in werking is. MV-308

-2Op of bij de pomp moet met duidelijk leesbare letters het opschrift zijn aangebracht: VOERTUIGMOTOR AFZETTEN ROKEN EN VUUR VERBODEN. De pomp met omgeving moet schoon worden gehouden en in goede staat van onderhoud verkeren. Het wegdek moet tot een afstand van ten minste 5 m van de pompen zijn voorzien van een olie- en benzinedichte en op afschot gelegde verharding; het regenwater en eventueel gemorst product moet worden afgevoerd via een olie- en benzineafscheider. Het wegdek rondom de vulpunten moet tot een afstand van ten minste 0,5 m van de vulpunten zijn voorzien van een olie- en benzinedichte verharding. Rondom deze verharding moeten opstaande randen aanwezig zijn welke vloeistofdicht op de ondergrond aansluiten en een minimale hoogte van 25 cm bezitten. Het regenwater en eventueel gemorst product uit de vulpuntbak moet worden afgevoerd via een olie- en benzineafscheider. Deze afvoer mag achterwege blijven indien boven de vulpuntbak een kap wordt aangebracht van zodanige afmetingen dat geen regenwater in de vulpuntbak kan geraken. De olie- en benzineafscheider en de slibvanger moeten, zo vaak dit voor de goede werking ervan noodzakelijk is, worden gereinigd. Nabij de pomp moet voor het blussen van brand een poederblusser met een vulling van ten minste 5 kg onbelemmerd bereikbaar aanwezig en steeds tot onmiddellijk gebruik gereed beschikbaar zijn.

Op plaatsen waar tankende motorvoertuigen kunnen zijn opgesteld of waar aflevering van plaatsvindt moet, voorzover erfafscheidingen, gebouwen en andere fysieke begrenzingen dit toelaten, een vloeistofdichte bodembeschermende verharding zijn aangebracht die zich vanaf iedere pomp uitstrekt over een afstand van ten minste de lengte van de afleverslang plus 1 m, met een minimum van 5 m. Indien de ondergrond ter plaatse onvoldoende is gestabiliseerd, moet een doelmatige fundering zijn aangebracht om verzakking door belasting van tankende voertuigen te voorkomen.

00

Toelichting Met de genoemde NEN normen, wordt bedoeld de v66r de datum waarop deze beschikking van kracht wordt, laatst uitgegeven norm met de daarop tot die datum uitgegeven aanvullingen of correcties. crt bij WJt

-

d.d.t'IÔ7

nr.CÇj

De sbs u "','~ ds> van Harderwijk,

t?

MV-308

gemeente harderwijk

VOORSCHRIFTEN VOOR HET AF- EN OVERTAPPEN VAN BRANDBARE VLOEISTOFFEN (met handpompen) De pomp moet op ten minste 2 m buiten de horizontale projectie van een ondergrondse tank zijn geplaatst; bij een bovengrondse tank mag de pomp nabij of op de tank zijn geplaatst. De pomp moet zodanig zijn geplaatst en de afleverslang moet zodanig zijn bemeten, dat de aflevering niet kan plaatsvinden binnen 1 m afstand van een tank. Toelichting: Indien een gesloten bodembedekking van voldoende omvang boven de tank is aangebracht, alsmede bij een bovengrondse tank kan dit voorschrift vervallen. De pomp moet zodanig zijn ingericht, dat slechts gedurende een daartoe strekkende opzettelijke bediening, vloeistof uit de pomp kan stromen. De pomp mag niet door onbevoegden in werking kunnen worden gebracht. In en binnen een afstand van 2 m van de pomp mag geen ander kunstlicht worden gebruikt dan elektrisch licht; de elektrische installatie moet voldoen aan de voorschriften zoals aangegeven in de norm NEN 3125, uitgave 1969, alsmede in de norm NEN 1010, uitgave 1962, met de aanvullende voorschriften voor installaties in ruimten met beperkt gasontploffingsgevaar zoals vermeld in hoofdstuk X en de aanvulling op NEN 1010, uitgave 1975.

Nabij de pomp moet voor het blussen van brand een poederblusser met een vulling van ten minste 5 kg, onbelemmerd bereikbaar aanwezig en steeds tot onmiddellijk gebruik gereed beschikbaar zijn.

.

De afleverslang moet na gebruik zodanig worden weggehangen dat de vloeistof die zich nog in de slang bevindt niet op de bodem wordt gemorst. h)Ort bij ':ji Harderp c

i.246' n

e Secretaris van Harderwjk

MV-315

gemeente harderwijk

9. VOORSCHRIFTEN VOOR DE OPSLAG VAN BRANDBARE VLOEISTOFFEN De vloeistoffen moeten worden bewaard in goed gesloten bussen of (metalen) vaatwerk met een inhoud van niet meer dan 200 liter. De totale opslag mag niet meer bedragen dan 3.000 liter. De vaten moeten zijn geplaatst in de op de plattegrondtekening aangegeven plaats of ruimte.

S

De bewaarplaats of ruimte moet zijn voorzien van een vloeistofdichte vloer van beton of metselwerk met opstaande randen, welke met de vloer een bak vormen. De hoogte van de opstaande randen wordt bepaald door de opnamecapaciteit daarbinnen, welke gelijk moet zijn aan de inhoud van het grootste vat, vermeerderd met 10% van de gezamenlijke inhoud van de overige vaten. Indien het vaatwerk buiten wordt opgeslagen moet boven de bewaarplaats een dak aanwezig zijn; het dak moet zo groot zijn dat regenwater niet binnen de vloeistofdichte bak kan komen. Indien het vaatwerk binnen wordt opgeslagen moet de ruimte waarin de vloeistoffen worden bewaard en gebruikt op de buitenlucht zijn geventileerd door middel van openingen, aangebracht in de wanden, nabij de vloer boven het peil van de drempel van de toegangsdeur en door openingen in de wanden nabij de afdekking, gelijkmatig over de lengte van de wanden verdeeld; deze openingen moeten een luchtdoorlatend oppervlak hebben van ten minste 1 dm2 en een gezamenlijke doorlaat hebben van ten minste 1/250 van het vloeroppervlak van de bewaarplaats met een minimum van 4 dm2; de openingen mogen niet afsluitbaar zijn en moeten zijn voorzien van roosters.

.

Binnen een afstand van 2 m van de opslag mogen met uitzondering van brandblusmiddelen geen goederen of stoffen aanwezig zijn; eventuele begroeiing op het terrein moet kort worden gehouden. In en binnen een afstand van 2 m van het gebouw mag geen ander kunstlicht worden gebruikt dan elektrisch licht; de elektrische installatie moet voldoen aan de voorschriften, zoals aangegeven in de norm NEN 3125, uitgave 1969, alsmede in de norm NEN 1010, met de aanvullende voorschriften voor installaties in ruimten met beperkt gasontploffingsgevaar zoals vermeld in hoofdstuk X en de aanvulling op NEN 1010. In het gebouw en binnen een afstand van 2 m daarvan mag niet worden gerookt en mag geen vuur aanwezig zijn. Op de deur van het gebouw of van het hekwerk moet met duidelijk leesbare letters van ten minste 5 cm hoogte het opschrift zijn aangebracht "ROKEN EN VUUR VERBODEN". Nabij de opslagplaats moeten poederblussers aanwezig zijn (elk) met een vulling van ten minste 7 kg; de blusmiddelen moeten onbelemmerd bereikt kunnen worden en steeds tot onmiddellijk gebruik gereed beschikbaar zijn en jaarlijks op haar deugdelijkheid worden gecontroleerd door een daartoe door burgemeester en wethouders bevoegd te achten deskundige. MV-401

-2Lekkende vaten moeten onmiddellijk worden overgebracht in een deugdelijk overmaats vat dat hiertoe voor onmiddellijk gebruik beschikbaar moet zijn, of de vloeistof uit het lekkende vat moet onmiddellijk overgebracht worden in een deugdelijk vat, dat hiertoe voor onmiddellijk gebruik beschikbaar moet zijn. Gemorste droge stoffen op de vloeren dienen direct droog te worden opgenomen; gemorste vloeistoffen moeten direct worden opgenomen met bijvoorbeeld een geschikt absorptiemiddel en in een speciaal daartoe bestemd vat worden verzameld; het absorptiemiddel moet daartoe in voldoende mate aanwezig zijn. Bij de bewaarplaats moet duidelijk leesbaar met letters van ten minste 5 cm hoogte het opschrift "OPEN VUUR EN ROKEN VERBODEN" of een overeenkomstig veiligheidsteken volgens de norm NEN 3011, uitgave 1977, zijn aangebracht. Ongereinigde lege fusten of vaatwerk moeten worden bewaard als gevuld vaatwerk. S nhoort b rdrwjk W.a

t.

Dv secretaris van Harderwijk,

ge

MV-401

gemeente harderwijk

10. VOORSCHRIFTEN VOOR DE BEWARING VAN GEVAARLIJKE (VLOEI)STOFFEN IN EMBALLAGE 1. Het is niet toegestaan de volgende combinaties van hoofdcategorieën gezamenlijk op te slaan (*) 1 II III IV V

10

oxiderende stoffen (zeer licht of licht) ontvlambare vloeistoffen (zeer licht of licht) ontvlambare vaste stoffen (zeer) vergiftige stoffen corrosieve/bijtende stoffen II

III

IV

V

*

*

*

*

*

1

====

*

II

*

====

III

*

IV

*

*

V

*

*

*

==== ====

*

*

*

Binnen de inrichting moet de verpakking van (vloei)stoffen zijn geëtiketteerd overeenkomstig de bepalingen van het Besluit verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen. 3. De verpakking van (vloei)stoffen moet zodanig zijn dat: niets van de inhoud uit de emballage kan ontsnappen; het materiaal van de emballage niet door de erin opgeslagen (vloei)stoffen kan worden aangetast; de emballage tegen normale behandeling bestand is. 4. Glazen flessen mogen geen grotere inhoud hebben dan 5 liter; flessen bestemd voor direct gebruik, bijvoorbeeld op een laboratorium, mogen geen grotere inhoud hebben dan 2,5 liter. 5.

Emballage dat wordt gebruikt voor transportdoeleinden moet voldoen aan de randnummers van het VLG.

6. Lege, niet gereinigde emballage moet worden opgeslagen als volle. 7. Emballage mag niet worden gestapeld, tenzij deze emballage geschikt is voor stapelen, of hiertoe voorzieningen zijn aangebracht; breekbare enkelvoudige emballage mag niet zijn gestapeld.

MV-403

-2Een stelling voor de opslag van emballage moet voldoende sterk, bestendig en stabiel zijn bij normaal gebruik; breekbare enkelvoudige emballage die bestemd is voor direct gebruik mag niet hoger dan 1,2 meter boven de vloer zijn geplaatst; deze beperking geldt niet voor UNgoedgekeurde verpakkingen, bestemd voor transport. Op rekken geplaatste emballage moet goed zijn afgesloten. Pallets die zijn gestapeld, moeten van een deugdelijke constructie zijn; niet meer dan drie pallets mogen boven elkaar zijn geplaatst. Indien emballage lekt, moet de lekkage terstond worden verholpen of moet de inhoud van de lekkende emballage terstond worden overgebracht in niet-lekkende emballage, dan wel moet de lekkende emballage worden overgebracht in zogenaamd overmaatse emballage. De aanwezige emballage moet regelmatig worden gecontroleerd op lekkages en/of beschadiging. De in de opvangbakken gemorste (vloei)stoffen moeten zo snel mogelijk worden opgeruimd; de (vloei)stoffen kunnen daarbij opnieuw voor gebruik geschikt worden gemaakt, dan wel als chemisch afval worden behandeld.

Op andere plaatsen gemorste (vloei)stoffen moeten zo snel mogelijk worden opgeruimd; hiertoe moeten in of nabij de opslagplaats voldoende absorptie- of neutralisatiemiddelen aanwezig zijn; de aard en de hoeveelheid van deze middelen moet afgestemd zijn op de aard en de hoeveelheid van de opgeslagen (vloei)stoffen en de aard van de opslag. Gebruikte absorptie- en neutralisatiemiddelen moeten als chemisch afval worden behandeld. Binnen 2 m afstand van gevaarlijke emballage mag niet worden gerookt en geen open vuur aanwezig zijn. Incidenten van enige omvang waarbij (vloei)stoffen zijn betrokken moeten direct worden gemeld bij de daartoe geëigende instanties (onder andere de plaatselijke brandweer, de gemeentelijke milieudienst en zo nodig de geneeskundige hulpverleningsinstanties); hiertoe moet bij de telefoon van degene die de inrichting drijft een lijst met relevante instructies en telefoonnummers op een duidelijk zichtbare plaats zijn aangebracht.

10

18. Een opslagruimte, een opslaggebouw of een vatenpark mag niet boven reinwaterkelders of sprinklerwaterreservoirs zijn gelegen. 19. Onverminderd het voorgaande zijn de eisen zoals deze opgenomen zijn in CPR-richtlijn 15-1 (opslag gevaarlijke stoffen in emballage) van toepassing. E',hoortbij beS-kUil van,8 en W. d.d.1.(5414' nr.)Sj van HardOrwijk De waataris van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=fd0410a1-9fbe-497f-ab6b-6649ad07d7ca