Buitengebied - Hoge Varenweg 4_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Buitengebied - Hoge Varenweg 4
bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1
5
Inleiding
1.1
Aanleiding
5
1.2
Doel
5
1.3
Plangebied
6
1.4
De bij het plan behorende stukken
9
1.5
Leeswijzer
10
Hoofdstuk 2
Huidige situatie
11
2.1
Ontstaansgeschiedenis
11
2.2
Geldend bestemmingsplan
12
Hoofdstuk 3
Beleidskader
14
3.1
Algemeen
14
3.2
Ruimtelijk beleid
14
3.3
Welstandsbeleid
21
3.4
Woonbeleid
22
3.5
Archeologie en monumentenbeleid
24
3.6
Milieubeleid
24
3.7
Waterbeleid
25
3.8
Bodembeleid
29
3.9
Groenbeleid
29
3.10 Verkeers- en vervoersbeleid
29
3.11 Economisch beleid
30
Hoofdstuk 4
Planbeschrijving
31
4.1
Inleiding
31
4.2
Huidige situatie
31
4.3
Gewenste nieuwe situatie
33
Hoofdstuk 5
Onderzoek
39
5.1
Algemeen
39
5.2
Cultuurhistorie en archeologie
39
5.3
Ecologie
40
5.4
Watertoets
42
5.5
Milieu
44
5.6
Verkeer en parkeren
50
5.7
Milieueffectrapportage
51
2
bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4
5.8
Kabels en leidingen
Hoofdstuk 6
Juridische aspecten
52 53
6.1
Inleiding
53
6.2
Algemene uitgangspunten
55
6.3
Bestemmingsbepalingen
56
6.4
Verantwoording Handboek Harderwijk
58
6.5
Handhaving
58
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
60
Hoofdstuk 8
Inspraak en overleg
61
8.1
Inspraak
61
8.2
Vooroverleg
61
3
bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4
4
bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Initiatiefnemer is voornemens om op het perceel behorende bij de Hoge Varenweg 4 en naastgelegen grond twee nieuwe woningen te realiseren en de bestaande mantelzorgwoning te transfomeren naar een reguliere woning. Door het slopen van asbestschuren in het eendengebied met een omvang van circa 2.250 m2, op het perceel Parallelweg 9/10 te Hierden, diende zich de mogelijkheid aan om nieuwe woningen te realiseren aan de Hoge Varenweg in Hierden en tegelijk de landschappelijke kwaliteit van het gebied te verbeteren. Dit is mogelijk door gebruik te maken van de sloopregeling voor het Eendengebied. Agrarisch opstallen op locatie 1 worden gesloopt en op locatie 2 ingezet. Hierdoor is er op beide locaties sprake van kwaliteitsverbetering. Het Eendengebied was in eerste instantie uitgesloten van de rood-voor-rood regeling. In 2017 heeft het college ingestemd met een pilot sloopregeling voor het Eendengebied. De pilot zou moeten leiden tot beleidskeuzes voor een definitieve sloopregeling voor het Eendengebied. De locatie Parallelweg 9/10 maakt onderdeel uit van deze pilot. Op het perceel Hoge Varenseweg 4 en Parallelweg 9/10 is het bestemmingsplan 'Buitengebied 2014' van toepassing. Het voornemen past niet binnen de geldende bestemmingen. Om onderhavig initiatief mogelijk te maken zal het bestemmingsplan gewijzigd moeten worden.
Voor de aanpassing van de bestemmingen is er voor de percelen een herziening van het geldende bestemmingsplan Buitengebied 2014 noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.
1.2
Doel
Het belangrijkste doel van het op te stellen bestemmingsplan Buitengebied - Hoge Varenweg 4 is het scheppen van een ruimtelijk kader om de sloop van vier schuren en de bouw van twee nieuwe woningen en de transformatie van de bestaande mantelzorgwoning naar een reguliere woning planologisch mogelijk te maken. Het bestemmingsplan Buitengebied - Hoge Varenweg 4 vervangt bij inwerkingtreding het bestemmingsplan Buitengebied 2014 ter plaatse van de in het plangebied betrokken kadastrale percelen.
5
bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4
sar '
ŗţ»'
V,
tW v( ļ
mM ĩlïvk.''yįg&f ŵ" Z
Ligging plangebied
1.3
Plangebied
Het plangebied bestaat uit twee locaties, Hoge Varenweg 4 en Parallelweg 9/10, te Hierden. De Hoge Varenweg 4 is gelegen ten zuiden van de kern Hierden, in het buitengebied. Het plangebied bestaat hier uit de gronden behorende tot de Hoge Varenweg 4 en het ten noordoosten hiervan gelegen agrarisch perceel. Het gebruik van naastgelegen perceel is momenteel grasland. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Harderwijk, sectie B, perceelnummers 7631 en 7632.
6
bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4
. ŕ.
. H ,'S ri^.A
NffJï y*
•dr 1,
Ligging plangebied Hoge Varenweg 4
7
bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4
m--
Parallelweg 9/10 is gelegen ten oosten van de kem Harderwijk en circa 150 meter te noorden van de A28. De locatie is in gebruik als agrarisch bedrijf. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Harderwijk, sectie B, perceelnummers 6059, 6060, 6061, 6062, 6063.
8
bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4
II1 i ĩIl mm ii
Ligging plangebied Parallelweg 9/10
1.4
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan Buitengebied - Hoge Varenweg 4 bestaat uit de volgende stukken: * verbeelding, schaal 1:1.000 (NL.IMRO.0243.BP00218-0002); * regels; * toelichting. Een bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels en bepalingen gekoppeld, teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het bestemmingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.
9
bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4
1.5
Leeswijzer
De toelichting van het bestemmingsplan Buitengebied - Hoge Varenweg 4 bestaat uit de volgende hoofdstukken: * * * * *
* *
Hoofdstuk 2: in dit hoofdstuk wordt kort de ontstaansgeschiedenis en het geldende bestemmingsplan beschreven. Hoofdstuk 3: in dit hoofdstuk wordt een schets gegeven van het beleidskader dat van belang is voor het functioneren en de ontwikkeling van het plangebied. Hoofdstuk 4: in dit hoofdstuk wordt de planopzet behandeld. Hier wordt aangegeven hoe met bestaande situaties en nieuwe ontwikkelingen wordt omgegaan. Hoofdstuk 5: in dit hoofdstuk komt de uitvoerbaarheid van het plan aan bod. Aan de orde komen milieu- en omgevingsaspecten zoals archeologie, ecologie, water en milieu. Hoofdstuk 6: in dit hoofdstuk worden kort de verschillende neergelegde bestemmingen en de juridische planopzet behandeld en wordt verantwoording gegeven van het gebruik van de standaarden voor bestemmingsplannen in Harderwijk. Hoofdstuk 7: in dit hoofdstuk 7 wordt ingegaan op het kostenverhaal en de economische uitvoerbaarheid van het plan. Hoofdstuk 8: de toelichting wordt afgesloten met een beschrijving van het proces van inspraak en overleg in relatie tot dit bestemmingsplan.
10
bestemmingsplan Buitengebied - Hoge Varenweg 4
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie
On tstaansgeschieden is
Hoge Varenweg 4 De historische kaarten uit 1872 en 1930 laten zien dat rondom de onderzochte locatie een groenstructuur aanwezig was. Het heeft de maat van een goede houtwal. Op de westelijke grens en een gedeelte van de zuidelijke grens van de locatie is nog een deel van deze structuur op de locatie aanwezig. De lintbebouwing ten noorden van de Hoge Varenweg is zichtbaar op kaarten vanaf de tweede helft van de jaren 50. De woning ten zuiden van de Hoge Varenweg is toegevoegd in 1971. ľuļ
Įtraaiweq
yx
t
XV
okluVrst
ítOPSf
T..4* f
Kaart uit 1872
Kaart uit 1930
ļ
Luchtfoto uit 2014
Parallelweg 9/10 Aan de locatie Parallelweg 9/10 laten de kaarten uit 1872 en 1930 zien dat de locatie eerst bestond uit zandvlakten en duinen. Dit terrein werd later deels gebruikt als militair oefenterrein. Vandaag de dag is deze structuur alleen aan de zuidzijde van de snelweg nog te zien. De lintbebouwing aan de Parallelweg is vanaf de tweede helft van de jaren 50 zichtbaar.
‘pf jļ ■h i*. 'X wygi ĘmMMS ■wmaņ
o UHHMi įŵ 1
‘'ff
nnpstaíion śp.
MTİ ľ\4
11
bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4
Kaart uit 1872
2.2
Kaart uit 1930
Luchtfoto 2019
Geldend bestemmingsplan
De planlocaties liggen binnen de begrenzing van bestemmingsplan Buitengebied 2014. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad vastgesteld op 30 april 2015. Daarnaast liggen beide locaties binnen het veegplan Buitengebied 2018, welke de status vastgesteld heeft (09-01-2020). Voor het voorliggende perceel zijn er echter geen consequenties ten aanzien van het veegplan.
Hoge Varenweg 4 Een deel van het plangebied is bestemd als Wonen. Per bestemmingsvlak is niet meer dan één woning toegestaan. Het andere deel van het plangebied is bestemd als Agrarisch met waarden - Natuur- en Landschapswaarden. De gronden zijn onder andere bestemd voor de uitoefening van grondgebonden agrarische bedrijven en behoud en herstel van natuur- en landschapswaarden. Daarnaast zijn de bescherming van houtopstanden en aardkundige waarden en het behoud en herstel van de natuurlijke waterhuishouding doeleinden van de bestemming. Voor het bouwen van gebouwen en bijbehorende bouwwerken geldt dat gebouwen en bijbehorende bouwwerken uitsluitend binnen een bouwvlak mogen worden gebouwd. Ter plaatse van het plangebied is geen bouwvlak opgenomen. Verder is het westelijk deel van het plangebied voorzien van de dubbelbestemming Archeologie 3, het overige deel Archeologie 2. De regels schrijven voor dat het uitvoeren van werken waarbij grondroerende activiteiten met een oppervlak van 1.000 m2 respectievelijk 100 m2 of meer en dieper dan 0,3 m niet zonder archeologisch onderzoek zijn toegelaten. /j fļ.
+ + 4 4444
+ + + 4 4 + + + + + + + 44444444
+ + + ■44444444, 6538
4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4
+ 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4
4 4 4 4
+ + + + + + + + + + 4 4 4 4 4 4 4 4 4- 4- 4 4,4 t t t » i į 4 4 4 4- 4 4- 4- 4- 4- 4 4 4 4 + 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4/4444444 44444 +Ì+ 444444
4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 44444 4/4444444 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 44444444
12
bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4
Uitsnede verbeelding Bestemmingsplan Buitengebied 2014
Parallelweg 9/10 Het plangebied aan de Parallelweg 9/10 heeft een bestemming Agrarisch met een bouwvlak en aanduiding 'intensieve veehouderij'. Er zijn twee bedrijfswoningen toegestaan. Een deel van het bouwvlak is gelegen in 'reconstructiezone - extensiveringsgebied'. De oppervlakte van de intensieve veehouderij mag hier niet meer bedragen dan de bestaande oppervlakte. Het noordelijke deel van het plangebied is voorzien van de dubbelbestemming Archeologie 1, het zuidelijke deel Archeologie 3. De regels schrijven voor dat het uitvoeren van werken waarbij grondroerende activiteiten met een oppervlak van 50 m2 respectievelijk 1.000 m2 of meer en dieper dan 0,3 m niet zonder archeologisch onderzoek zijn toegelaten. l-l- ”*” ”*” ”* L
6067
H—h-H—’l'444Î-ť4444444444444444444
i » î 4 +1 4 4 444444 444 1 . 1 . +. +. L1+J4 +. +1+ + + + + + + + +1+ (
*+ Ia.
+
4 4 4 4 4 -I- İ4-.4-4-Î* H- 4 4|4 4 4
'ľŤ t 'ľ—-f"? t 1- 4 W
Twneifc Paraitelweg
4444444444 til 4İ4 4 4 ţ ţ * 4 4 4 4 4 4 4* 4 4 4 4İ4 4 4 4 4 4 4 4 4-4- 44444444 444444444444
4 4" 4" 4 4" h
+ + + 44444444
1-1-1- 4~4 + 1- + + + + + + 4 4 4 + 4 + 4 4 + 4 4 4 4 44,4.
t I+.+. t ŕ.t. Ť ŕi+i "•4-4...4...4...4...4 4 4 44444444444 4. 4,4 4 4 4 4 4.4 4 14,4 ţ.4,4 *
*
Uitsnede verbeelding Bestemmingsplan Buitengebied 2014
In dit bestemmingsplan is een regeling voor functieverandering naar wonen (ook wel rood-voor-rood-regeling genoemd) opgenomen. Echter het Eendengebied is hiervan uitgesloten.
13
bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Algemeen
Het (inter)nationale en provinciale beleid is neergelegd in verschillende nota's betreffende de ruimtelijke ordening, alsmede in de verschillende structuurvisies. Een 'doorzetting' van dit beleid vindt veelal plaats in verschillende gemeentelijke en provinciale uitwerkingsnota's, beleidsplannen en bestemmingsplannen. Ook binnen de gemeente Harderwijk is dit het geval. Het beleid, zoals dat door de hogere overheden wordt voorgestaan, is veelal van een andere schaal en aard dan de schaal die noodzakelijk is voor het opstellen van een (kleinschalig) bestemmingsplan. In dit hoofdstuk wordt dan ook uitsluitend ingegaan op de voor de ontwikkeling van het plangebied relevante beleid.
3.2
Ruimtelijk beleid
3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is van kracht sinds 13 maart 2012. Deze structuurvisie vormt sindsdien het integrale kader voor het rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. De SVIR geeft een integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vormt het kader voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Nederland heeft ruimte nodig om te leven en te bewegen om economisch te kunnen blijven groeien en voor burgers en bedrijven om initiatief te nemen. Het Rijk kan en wil niet alles zelf doen en geeft daarom meer ruimte aan provincies en gemeenten om in te spelen op de eigen situatie, zelf beslissingen te nemen en geven ruimte aan burgers en bedrijven voor initiatief en ontwikkeling. Infrastructuur en ruimte worden door alle overheden in samenhang opgepakt. Om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden zijn in de SVIR drie hoofddoelen voor de voor de middellange termijn (2028) benoemd: *
het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; * het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat; * het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden blijven. De drie rijksdoelen zijn in het SVIR uitgewerkt tot dertien (thematische) 'onderwerpen van nationaal belang'. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen, neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder voor duurzame verstedelijking' op (gebaseerd op de 'SER-ladder'). Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. In paragraaf 3.2.3 wordt nader ingegaan op de ladder. Conclusie Er komt uit de SVIR geen concrete actie of beperking voor dit bestemmingsplan voort.
14
bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4
3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waaraan provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. In voorliggend bestemmingsplan dient met name rekening te worden gehouden met de door het Rijk geformuleerde belangen inzake natuur (Ecologische Hoofdstructuur en Natura 2000-gebieden). Conclusie In paragraaf 5.3 Ecologie wordt nader ingegaan op meer thematische rijksbeleid ten aanzien van ecologie. 3.2.3 Besluit ruimtelijke ordening Op 1 oktober 2012 is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De Ladder voor duurzame verstedelijking is gewijzigd per 1 juli 2017. De Ladder als motiveergrond voor ruimtelijke plannen blijft, maar wordt lichter in het gebruik.
Gemeenten moeten plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, motiveren volgens de Ladder. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte binnen een breder kader van een goede ruimtelijke ordening. In de Handreiking ladder voor duurzame verstedelijking staat dat er geen ondergrens is bepaald voor wat een ‘stedelijke ontwikkeling’ is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015, nr. 201407135/1/R1). Conclusie Het voorliggende initiatief betreft de realisatie van twee nieuwe woningen en de transformatie van de bestaande mantelzorgwoning naar een reguliere woning. Vanwege de kleinschalige omvang van het project kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De duurzaamheidsladder is niet van toepassing. 3.2.4 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en Omgevingsverordening Gelderland Op 9 juli 2014 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gelderland vastgesteld.
Deze is sindsdien verschillende keren geactualiseerd. In die Omgevingsvisie zijn het Waterplan, het Provinciaal Verkeer en Vervoer Plan, het Streekplan, het Milieuplan en de Reconstructieplannen herzien en samengebracht. Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten het laatste actualisatieplan van de Omgevingsvisie vastgesteld (Omgevingsvisie Gaaf Gelderland). De Omgevingsvisie richt zich formeel op de komende tien jaar, maar kijkt ook naar de langere termijn. Veel maatschappelijke vraagstukken zijn zo complex dat alleen een gezamenlijke inzet succesvol kan zijn. In de Omgevingsvisie zijn de opgaven voor Gelderland daarom in nauwe samenwerking met partners uitgedacht. Daarbij kijken de provincie en partners vanuit een integraal en internationaal perspectief naar Gelderland. Met deze bestuurlijke strategie kunnen voor Gelderland toekomstbestendige keuzes gemaakt worden. De provincie heeft in de Omgevingsvisie twee doelen gedefinieerd. Het zijn doelen die de rol en kerntaken van de provincie als midden-bestuur benadrukken.
15
bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4
*
Een duurzame economische structuurversterking Een gezonde economie met een aantrekkelijk vestigingsklimaat vraagt om sterke steden en een vitaal landelijk gebied met voldoende werkgelegenheid. Het streven is om de concurrentiekracht van Gelderland te vergroten door het duurzaam versterken van de ruimtelijk-economische structuur. De komende jaren zullen minder in het teken staan van denken in termen van 'groei' en meer in termen van 'beheer en ontwikkeling van het bestaande'. * Het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Dit doel betekent vooral ontwikkelen met kwaliteit, recht doen aan de ruimtelijke, landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van de plek; uitgaan van doelen, niet van regels, zorg dragen voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap, een robuust en toekomstbestendig water- en bodemsysteem voor alle gebruiksfuncties; bij droogte, hitte en waterovervloed en een gezonde en veilige leefomgeving. Om deze doelen in beleid te vertalen, hanteert de provincie drie aandachtsgebieden: Dynamisch, Mooi en Divers Gelderland. Ontwikkelingen in Gelderland wil de provincie benaderen vanuit elk van deze drie perspectieven, die elkaar aanvullen: *
Dynamisch: de (ruimtelijk-economische) ontwikkelingen en de geleiding daarvan op provinciaal niveau. » Mooi: de Gelderse kwaliteiten die bescherming nodig hebben en ruimte voor behoud door ontwikkeling. * Divers: het herkennen van de regionale verschillen in maatschappelijke vraagstukken en opgaven en het koesteren van de regionale identiteiten. Conclusie Met de realisatie van dit initiatief, wordt het gehele plangebied ontwikkeld als een nieuw boerenerf, door de nieuwe woningen samen met de (bestaande) hoofdwoning een ensemble te laten vormen. Het erf wordt compact vormgegeven om de openheid van het landschap en de agrarische functie te waarborgen. Gelet op de kleinschalige uitbreiding aan de rand van Hierden worden de kernkwaliteiten niet aangetast en vindt zelfs een kwaliteitsimpuls van het landschap plaats.
Op 24 september 2014 is de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld (op 19 december 2018 is de laatste actualisatie van de omgevingsverordening vastgesteld). In de Omgevingsverordening zijn regels (randvoorwaarden) opgenomen passend bij de provinciale aanpak van ambities en doelen in de Omgevingsvisie. Veel van deze regels waren eerder in diverse andere verordeningen van de provincie opgenomen. De provincie trekt deze oude verordeningen in en brengt de Omgevingsverordening ervoor in de plaats. De regels in de Omgevingsverordening zijn zodanig dat zij goed passen bij de accenten in de aanpak van de Omgevingsvisie. Met betrekking tot nieuwe woonlocaties is bijvoorbeeld in de Omgevingsverordening de volgende bepaling opgenomen: “In een bestemmingsplan worden nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma voor de betreffende regio successievelijk het door Gedeputeerde Staten vastgestelde Regionaal Programma Wonen.” Conclusie Op basis van voornoemde afspraken is binnen de Regio Noord-Veluwe de regionale woonopgave voor de periode 2013-2024 verdeeld over de deelnemende gemeenten. Als afgeleide daarvan is door de gemeente het Meerjarenprogramma Woningbouw 2016-2024 opgesteld. De te realiseren woningen in dit plangebied past binnen dit meerjarenprogramma.
16
bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4
3.2.5 Structuurvisie Harderwijk 2031 De Structuurvisie Harderwijk 2031 is op 20 december 2012 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze integrale structuurvisie is een uitwerking van de in juni 2010 door de gemeenteraad vastgestelde stadsvisie. In de structuurvisie wordt aangegeven wat in de periode tot 2031 voor de gemeente Harderwijk de belangrijkste thema's zijn waaraan integraal gewerkt gaat worden door de gemeente, het bedrijfsleven, de maatschappelijke organisaties en door inwoners zelf. De visie is een document waar het economische, sociale en ruimtelijke beleid met elkaar in verband is gebracht. Het betreft een visie waarin kaders zijn gesteld met doelstellingen om de in de Stadsvisie verwoorde ambitie te verwezenlijken. Deze doelstellingen zijn ondergebracht in vier ontwikkelsporen: Zorgzame stad, Ondernemende stad, Aantrekkelijke stad en Verbindende stad. De structuurvisie zal fungeren als beoordeling- en sturingsinstrument op alle gemeentelijke beleidsterreinen. Het is daarmee een beleidsdocument dat de gemeente bindt. De gemeente kan daar alleen van afwijken indien daar een goede motivering voor is. Daarnaast wordt richting gegeven aan te verrichten inspanningen en te nemen maatregelen die moeten leiden tot de realisatie en totstandkoming van de in het beleid nagestreefde doelen. De structuurvisie vormt: * * *
een visie op de sociale, economische en ruimtelijke ontwikkelingen in Harderwijk voor de middellange en lange termijn; een integrale visie met de hoofdlijnen van voorgenomen ontwikkelingen betreffende het leven, werken en verblijven in Harderwijk; de wijze waarop de gemeente de doelstellingen denkt te realiseren.
De algemene doelstelling is het realiseren en in stand houden van een aantrekkelijke stad om in te wonen, werken, leven en verblijven. Integrale versterking van de aantrekkelijkheid van de stad worden door de gemeente bewerkstelligd door zich te richten op onderstaande subdoelstellingen: * Meer regionale centrumvoorzieningen; » Hogere kwaliteit van de woonomgeving; * Een duurzamere samenleving; * Betere banenbereikbaarheid; * Meer ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden. Ieder ruimtelijk initiatief draagt bij aan de kwaliteit van de woonomgeving. De wijze waarop dat wordt bewerkstelligd, is o.a. door: *
*
*
Initiatieven bij te laten dragen aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Ter bevordering van de aantrekkelijkheid van de stad is bij iedere ruimtelijke ontwikkeling ruimtelijke kwaliteitsverbetering voorwaarde. Waarborgen behoud van monumenten en cultuurhistorische waarden. De gemeente streeft naar het behoud, herstel en (her)gebruik van monumenten en cultuurhistorische waarden. Daartoe worden mogelijkheden gezocht om nieuwe functies toe te kennen aan monumenten. Cultuurhistorische waarden worden in ruimtelijke plannen zoveel mogelijk beschermd. Stimuleren van aansprekende architectuur. Het ontwerp van gebouwen en plekken dient bij te dragen aan de aantrekkelijkheid van de stad. De waarde van architectuur is: herkenbare beeldentaal uit het verleden als het ware door te vertellen, de bijdrage aan de inrichting van de openbare ruimte, gevelopeningen als ‘ogen’ van de openbare ruimte, begane grond als ondersteunende functie aan de openbare ruimte, herkenbaarheid/leesbaarheid van de stad en goede architectuur is duurzaam.
Bijdragen ruimtelijke ontwikkeling Artikel 6.24 Wro maakt het mogelijk in een overeenkomst over een planologische wijziging voor rode functies te bepalen dat door de ontwikkelaar ook andere ruimtelijke en maatschappelijk belangrijke functies zoals natuur, recreatie, waterberging, infrastructuur en culturele voorzieningen worden
17
bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4
gedekt/ gefinancierd. Voorwaarde voor afspraken over een bijdrage aan een ruimtelijke ontwikkeling is dat er een structuurvisie als basis moet zijn. De gemeente Harderwijk gaat in een aantal gevallen een bijdrage ruimtelijke ontwikkeling vragen. Er kan een mêlee aan overwegingen gelden bij de oordeelsvorming in welke mate in een specifiek geval de bijdrage in redelijkheid en billijkheid kan worden verlangd. Mogelijke overwegingen kunnen zijn: de marktconformiteit en de economische uitvoerbaarheid. De gemeente zal in een individueel geval de bijdrage toetsen aan het principe van marktconformiteit. In bepaalde gevallen zal een bijdrage ruimtelijke ontwikkeling worden vereist, omdat anders de economische uitvoerbaarheid van het plan vanuit de gemeente bezien in het geding komt. Bijdrage landschappelijke versterking Elke toevoeging van een nieuwe rode ontwikkeling buiten het bestaand bebouwd gebied van de stad Harderwijk - voor het bestaand bebouwd gebied wordt verwezen naar de Beleidskaart Aantrekkelijke stad - dient gepaard te gaan met landschappelijke versterking.
Deze landschappelijke versterking dient, mede gebaseerd op provinciaal beleid en de provinciale ruimtelijke verordening, plaats te vinden vanuit de gedachte dat door toevoeging van rode ontwikkelingen het landelijk gebied afneemt en daarmee de omgevingskwaliteit (verdichting van het landschap), terwijl de druk op het resterende gebied toeneemt. Hiervoor moeten compenserende maatregelen worden getroffen, omdat toevoeging van rode ontwikkelingen anders niet ruimtelijk aanvaardbaar is. Voor het plangebied dat deel uitmaakt van de Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden (Hoge Varenweg 4) zijn in die visie al regelingen voor landschapsversterking opgenomen. (zie paragraaf 6.12 uit de structuurvisie).
Toetsing aan de Structuurvisie Harderwijk 2031 Het Eendengebied is in de Structuurvisie Harderwijk 2031 benoemd als studiegebied. Voor studie naar nieuwe mogelijkheden in dit gebied is enerzijds gekozen vanwege het te verwachten verdwijnen van functies in het gebied en anderzijds door de behoefte aan ontwikkelingsvisie voor deze gebieden vanwege de prominente ligging. Voor het studiegebied is een pilot regeling van kracht is gegaan, zie paragraaf 3.2.7.
Voorliggend plan betreft de planologische toevoeging van twee nieuwe woningen en de transformatie van de bestaande mantelzorgwoning naar een reguliere woning, volgens het concept van een boerenerf in combinatie met de sanering van bebouwing op het perceel Parallelweg 9/10 te Hierden. Deze ontwikkeling geeft een kwaliteitsverbetering aan de leefomgeving. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het bestemmingsplan past binnen de Structuurvisie Harderwijk 2031. 3.2.6 Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden Specifiek voor Hierden en omgeving is in augustus 2011 de Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden opgesteld. In deze structuurvisie wordt aangegeven op welke wijze het landschap in en rondom Hierden versterkt kan worden en wordt een relatie gelegd tussen het toevoegen van nieuwe ‘rode’ functies en de daarmee noodzakelijke landschappelijke versterking. Het plangebied behoort tot de 'Stadslanderijen oost'. De stedelijke invloedsfeer van Harderwijk die in het westen van Hierden voelbaar is, is in het deelgebied Stadslanderijen Oost, gelegen ten zuidoosten van Hierden weinig aanwezig. Een kleinschalig landschap met volgroeide karakteristieke bomenlanen, houtwallen en open weides karakteriseren het gebied. Door in dit gebied weinig nieuwe bebouwing toe te staan, blijft het rustige landelijke karakter behouden.
Vandaar dat alleen de bouwsteen ‘omvormen boerenerf van toepassing is in dit deelgebied. De aanplant van houtwallen en passende erfbeplanting kan hier gerealiseerd worden als verevening bij het omvormen van bijvoorbeeld een boerenerf.
18
bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4
solitaire bomen bestaande boerderij
singel of houtwal boomgaard
Bouwsteen 'omvormen boerenerf' Structuurvisie Dorpsomgevíngsplan Hierden
Een boerenerf bestaat uit een monumentale oude boerderij of een nieuwere woning met daarachter één of meerdere stallen. Wanneer de stallen buiten gebruik raken kan ervoor gekozen worden ze af te breken en hiervoor in de plaats één of meerdere woningen te bouwen. Een transformatie als deze kan tot stand komen met behulp van de Rood voor Rood regeling. De hoeveelheid te bouwen woningen is dan afhankelijk van de oppervlakte aan gesloopte gebouwen. Uiteraard worden alleen de gebouwen gesloopt zonder monumentale waarde en waarvan geen mogelijkheid bestaat ze om te vormen tot woningen. Monumentale schuren die niet bruikbaar zijn als woning vormen een waardevolle toevoeging aan het informele boerenerf en worden gebruikt als berging en om auto’s in te parkeren. Omdat deze manier van ontwikkelen geen negatieve invloed op het landschappelijk beeld zal hebben, kan het toegepast worden op boerenerven in het gehele plangebied. In sommige gevallen zal nieuwbouw niet nodig zijn, wordt het woonhuis gebruikt als één wooneenheid en kunnen de oude schuren omgebouwd worden tot enkele woonheden. Wanneer nieuwe bebouwing gebouwd wordt dient deze altijd, net als een monumentaal erf, een ensemble te vormen samen met het bestaande woonhuis.
Het bestaande woonhuis is daarbij de belangrijkste, de overige nieuwe woningen zijn qua maat en vormgeving ondergeschikt aan het bestaande woonhuis, ze worden sober vormgegeven geïnspireerd op de oude schuren in het gebied. De nieuwe woningen staan altijd achter de bestaande woning en ze worden centraal ontsloten via één toegangsweg, het nieuwe erf is qua opzet vergelijkbaar met een oud boerenerf. Naast het slopen van landschapsontsierende bedrijfsbebouwing is een groene inrichting van het erf van groot belang. Aan de achterzijde van het erf wordt een groene, robuuste erfafscheiding gecreëerd, met behulp van een houtwal, hoogstamboomgaard en/of boomgroepen. De voorzijde van het erf vormt de entree. Deze is transparanter, bestaat uit lage hagen, siertuinen met solitaire bomen en eventueel ook een kleine hoogstamboomgaard. De toevoeging van nieuwe woningen (rode ontwikkelingen) moet gepaard gaan met landschappelijke versterking (zie h6 dorpsomgevingsplan). Het betreft hier een bijdrage aan de ruimtelijke ontwikkeling ex artikel 6.24 lid 1, sub a Wro ten behoeve van een landschapsversterkingsfonds. De hoogte van de landschapsbijdrage is gebaseerd op een inschatting van de daadwerkelijk te maken landschapsversterkingskosten in Hierden voor de komende 10 jaar. De ontwikkeling is echter alleen maar te realiseren door de sloopmeters uit het Eendengebied.
In de pilot sloopregeling Eendengebied is opgenomen dat de bijdrage door initiatiefnemer voor de landschappelijke versterking is beperkt tot de noodzakelijke maatregelen op het perceel waarop de nieuwe woning wordt gerealiseerd en eventueel de aangrenzende percelen. Conclusie
19
bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4
Door het slopen van asbestschuren in het eendengebied met een omvang van circa 2.250 m2, op het perceel Parallelweg 9/10 te Hierden, diende zich de mogelijkheid aan om nieuwe woningen te realiseren aan de Hoge Varenweg in Hierden en tegelijk de landschappelijke kwaliteit van het gebied te verbeteren. Voor onderhavig initiatief is een erftransformatieplan opgesteld, zie Bijlage 6, die is opgesteld op basis van de bouwsteen omvormen boerenerf. De nieuwe woningen zijn achter het bestaane woonhuis geprojecteerd. Ook wordt er een compact, herkenbaar gezamenlijk boerenerf gerealiseerd met het erftransormatieplan. De openheid van het landschap wordt hiermee zoveel mogelijk gewaarborgd. Het plan vindt daarom aansluiting bij de Structuurvisie Dorpomgevingsplan Hierden. 3.2. 7 Pilot sloopregeling Eendengebied Op 30 maart 2017 is besloten een pilot te houden voor een sloopregeling in het Eendengebied. Vastgestelde uitgangspunten van deze sloopregeling zijn: a.
Aansluiten bij de principes van de bestaande rood-voor-rood regeling in het buitengebied, waarbij: 1. de sloop is gekoppeld aan de initiatiefnemer van een woningbouwontwikkeling; 2. de initiatiefnemer contractpartner is voor de gemeente; 3. de initiatiefnemer de afspraken maakt met de eigenaren van de slopen opstallen en de bodemsanering. Het streven is om zoveel mogelijk volledige bouwblokken te slopen en te saneren. De initiatiefnemer is aanspreekbaar op de daadwerkelijke sloop van voormalige bedrijfsgebouwen en stelt zich hiervoor garant. De afspraken omvatten ook afspraken over het moment van slopen en saneren; 4. de bestemming van de locaties waar gesloopt wordt, dient te worden gewijzigd en een eventuele milieuvergunning/melding dient te worden ingetrokken; 5. de afspraken worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst. b. Voor wat betreft de wenselijkheid van de woningbouwontwikkeling is de Visie op Hoofdlijnen Buitengebied Harderwijk leidend. c. Voor wat betreft het zoekgebied voor de te slopen opstallen deze uitbreiden met het Eendengebied, waarbij geldt dat: 1. voor het bouwen van een woning er tenminste 750 m2 aan voormalige bedrijfsgebouwen in het Eendengebied gesloopt worden; 2. de gronden waarop de opstallen hebben gestaan worden gesaneerd inclusief een zone van ten minste 5 meter rondom de opstallen (schone grond verklaring); 3.
alle voormalige bedrijfsgebouwen (mits legaal gebouwd) in het Eendengebied komen in aanmerking, met uitzondering van monumenten e.d.; 4. de initiatiefnemer dient aan te tonen op welke wijze (de nieuwe) gebouwen zorgvuldig in het landschap worden ingepast, aansluitend op de gebiedskarakteristieken; 5. de bijdrage door initiatiefnemer voor de landschappelijke versterking is beperkt tot de noodzakelijke maatregelen op het perceel waarop de nieuwe woning wordt gerealiseerd en eventueel de aangrenzende percelen. Er vindt in principe geen verevening plaats en geen verrekening van de sloopkosten. Op basis van een evaluatie van deze regels is besloten (29 november 2019) dat de volgende aanvullende regels worden toegevoegd aan de regeling pilot Sloopregeling Eendengebied. Het gaat hierbij om: - Toevoeging differentiatie van woningen: a.
Voor een recht voor het bouwen van een woning met een oppervlakte van ten hoogste 150m2 (max goothoogte 3,50m, max bouwhoogte 9m), plus max 100 m2 bijbehorende bouwwerken, moet tenminste 750m2 schuren gesloopt en gesaneerd worden. Er wordt geen medewerking verleend aan een algemene afwijkingsregel met betrekking tot het veranderen van de voorgeschreven maatvoering met niet meer dan 10*; Voor een recht voor het bouwen van een woning met een oppervlakte van ten hoogste 90m2 (max goothoogte 3,50m, max bouwhoogte 7m) plus maximaal 60m2 bijbehorende bouwwerken, moet tenminste 450m2 schuren gesloopt en gesaneerd worden.
20
bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4
Er wordt geen medewerking verleend aan een algemene afwijkingsregel met betrekking tot het veranderen van de voorgeschreven maatvoering met niet meer dan 10%; b. Daarnaast wordt de mogelijkheid opgenomen om sociale huurwoningen (met een huur tot maximaal de liberalisatiegrens) te bouwen waarbij minimaal 250m2 gesloopt en gesaneerd moet worden. Na 10 jaar mag de eigenaar de woningen verkopen, danwel in de vrije sector verhuren. De pilot eindigt per 31 december 2020. Voorliggende ontwikkeling wordt volgens de principes van deze regeling afgerond. Conclusie Door het slopen van asbestschuren in het eendengebied met een omvang van circa 2.250 m2, op het perceel Parallelweg 9/10 te Hierden, diende zich de mogelijkheid aan om nieuwe woningen te realiseren aan de Hoge Varenweg in Hierden en tegelijk de landschappelijke kwaliteit van het gebied te verbeteren. Voor onderhavig initiatief is een erftransformatieplan opgesteld, zie Bijlage 6, die is opgesteld op basis van de bouwsteen omvormen boerenerf. In de bouwregels zijn de maatvoeringseisen vervolgens vastgelegd.
3.3
Welstandsbeleid
Een bestemmingsplan is erg belangrijk voor het bouwen op en gebruiken van gronden. Vergunningsaanvragen worden immers getoetst aan de regels uit het bestemmingsplan. Naast de bestemmingsplanbepalingen en de bouwtechnische eisen waaraan een bouwwerk moet voldoen, is het uiterlijk ervan erg belangrijk. Hiervoor is een welstandsnota opgesteld. In de welstandsnota van Harderwijk wordt invulling gegeven aan de esthetische aspecten van het ruimtelijke kwaliteitsbeleid. De welstandsnota gaat daarbij vooral in op de architectonische aspecten van bouwwerken, zoals massa, vorm, positionering, kleur- en materiaalgebruik en detaillering. In stedenbouwkundige zin spreekt de welstandsnota zich uit over de uitstraling en ligging van de bebouwing in relatie tot de omgeving. In de welstandsnota zijn regels opgenomen voor: * * * *
kleine bouwinitiatieven die welstandsvrij zijn; kleine bouwinitiatieven waarvoor de zogenaamde 'sneltoetscriteria' gelden (criteria voor meest voorkomende kleine bouwactiviteiten); grote bouwinitiatieven waarvoor lichte, gemiddelde en zware welstandstoets gelden; grote bouwinitiatieven voor ontwikkelingslokaties, die in aparte beeldkwaliteitsplannen zijn vervat.
Conclusie Voor het bestemmingsplan zijn ook beeldkwaliteitscriteria opgesteld, zie bijlage 7. In dit document worden richtlijnen beschreven voor de vormgeving van de nieuwe bebouwing en de openbare ruimte in het plangebied. Het document geeft een ruimtelijk kader op basis waarvan architecten de woningen in het plan kunnen gaan ontwerpen. De beeldkwaliteitscriteria zijn toegevoegd aan het plan. Het plan vindt aansluiting bij de welstandsnota en de beeldkwaliteitseisen door onder meer een duidelijke relatie te scheppen tussen de hoofdgebouwen en het landschap. Daarnaast krijgen de nieuwe woningen de uitstraling van schuurachtige massa's, en daarmee visueel ondergeschikt aan de hoofdwoning. Karakteristieken van agrarische bebouwing vormt hierbij het uitgangspun. Wat betreft kleur- en materiaalgebruik wordt gebruik gemaakt van aardkleuren, lichte gevels en is er afstemming tussen kleuren van de dakkbedekking en gevels. De stedenbouwkundige opzet van het plan is door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit als positief beoordeeld en voldoet aan het vigerende beleid.
21
bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4
3.4
Woonbeleid
3.4.1 Regionaal woonbeleid De gemeenten in de regio Noord-Veluwe werken samen op het terrein van wonen. Dikwijls neemt ook de gemeente Epe deel aan de samenwerking. Regio Noord-Veluwe (RNV) heeft een regionale woonvisie opgesteld die als uitgangspunt dient voor de lokale woonvisies. Doel van deze woonvisie is om vraag en aanbod op de woningmarkt zo goed mogelijk op elkaar aan te sluiten. Eén van de conclusies is dat een kwaliteitsslag in de huur- en koopvoorraad voor wat betreft levensloopbestendigheid en energetische kwaliteit noodzakelijk is.
Een ander belangrijk onderdeel van het regionale woonbeleid is de verdeling van de regionale woningbouwopgave. In 2014 heeft de provincie de totale kwantitatieve opgave voor de regio Noord-Veluwe vastgesteld op 8.880 woningen voor de periode 2013-2025. De regiogemeenten hebben een verdeling afgesproken volgens onderstaand schema. In december 2016 is de ingecalculeerde reserve naar rato verdeeld. Voor Harderwijk betekende dit een toename van 262 woningen. Besloten is dit aantal te reserveren voor de omzetting van recreatiewoningen in het kader van het project Vitale vakantieparken.
Bandbreedte lokale
Eerdere verdeling
Laatste verdeling
behoefte
(2014/2015)
(december 2016)
Elburg
580 - 790
685
754
Ermelo
1.030- 1.350
1.190
1.309
Harļderwijk
2.170-3.060
2.615
2.877
Hattem
430 - 520
475
523
Heerde
620 - 750
685
754
Nunspeet
830 - 940
885
974
Oldebroek
560 - 850
705
776
Putten
650- 1.010
830
913
Reserve
Totaal
810
6.870 - 9.270
8.880
8.880
Regionale woonopgave (bron: Regio Noord-Veluwe)
Begin 2017 heeft de provincie een nieuwe bevolkings- en huishoudensprognose vastgesteld. Voor de regio Noord-Veluwe wijkt de daaruit resulterende kwantitatieve woningbehoefte nauwelijks af van de eerder vastgestelde opgave. In het portefeuillehoudersoverleg van 2 mei 2017 is daarom besloten om de hierboven genoemde aantallen aan te houden. Kwalitatief is de nieuwe bevolkings- en huishoudensprognose aanleiding om kritisch te kijken naar woningbouwplannen die niet meer aansluiten bij de huidige en toekomstige vraag. Aansluitend bij de veranderende woonwensen gaan de regiogemeenten de komende periode inzetten op flexibele woonvormen en transformatie van bestaand vastgoed.
22
bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4
3.4.2 Woonbeleid De uitgangspunten van het woonbeleid staan geformuleerd in de Woonvisie 2017-2027. Deze is op 24 mei 2018 door de gemeenteraad vastgesteld. Met het woonbeleid werkt de gemeente Harderwijk aan de balans tussen vraag en aanbod op de woningmarkt. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de huidige bewoners, maar ook naar die van de toekomst. Uitgangspunt is dat iedereen in Harderwijk een woning kan vinden die past bij zijn of haar wensen en behoeften op het gebied van betaalbaarheid, toegankelijkheid en woonmilieu. Door natuurlijke aanwas en migratie zal Harderwijk de komende decennia blijven groeien. Het aantal inwoners nu is 47.000 en zal naar verwachting toenemen tot 53.000 in 2040 . Om deze groei te faciliteren wil de gemeente voor die tijd nog ruim 4.000 woningen bijbouwen. Voor ongeveer 3.400 woningen is inmiddels plancapaciteit beschikbaar. Qua woningbouwtypes wordt ingezet op variatie en aanpasbaarheid. Tijdelijke woningen om pieken in de vraag op te vangen. Aanpasbare woningen om flexibel mee te bewegen met veranderende wensen en behoeften. En gevarieerde woonwijken voor een vitale mix van bewoners. Op deze manier blijft Harderwijk ook naar de toekomst betaalbaar en aantrekkelijk voor een breed publiek. Op dit moment worden uitbreidingswijken Waterfront en Drielanden in hoog tempo volgebouwd.
De toekomstige nieuwbouwopgave zal grotendeels in de bestaande stad worden gerealiseerd. Binnenstedelijk bouwen brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Denk aan hogere bouwkosten, veel direct belanghebbenden en een meer complexe ruimtelijke inpassing. Het wordt een uitdaging om voldoende woningen te bouwen in de lagere prijssegmenten, draagvlak te creëren onder omwonenden en de ruimtelijke kwaliteit hoog te houden. Naast nieuwbouw wordt ook gewerkt aan de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Samen met de partners in het woondomein staat de gemeente voor een aantal grote maatschappelijke opgaven. Op het gebied van duurzaamheid wordt onder andere gestreefd naar een forse reductie van het energieverbruik, duurzame energie opwekking en ruimte voor klimaatadaptatie. Betaalbaarheid is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Een andere opgave is de voortschrijdende vergrijzing. Om de veiligheid en het comfort van oudere bewoners te borgen, is het noodzakelijk om de toegankelijkheid van bestaande woningen te verbeteren. Ook moeten woningen geschikt worden gemaakt voor zorg en dienstverlening aan huis. Daarbij gaat het niet alleen om individuele woningen maar ook om de woonomgeving en infrastructuur van de wijk.
Samenvattend zijn de belangrijkste opgaven in het woondomein: Nieuwbouw * Uitbreiding van het aanbod goedkope en middeldure woningen * Terugdringen van de wachttijd in de sociale huursector * Her- en deprogrammering in het dure segment * Tijdelijke woonruimte om pieken in de vraag op te vangen » Inbreiding en transformatie Bestaande woningvoorraad * Bevorderen van doorstroming op de woningmarkt * Verduurzaming van de bestaande woningvoorraad * Bestaande woningvoorraad toekomst- en zorgbestendig maken Wijken en buurten * Ontwikkelen van woonzorgzones * Gemixte en inclusieve wijken en buurten De woonvisie laat zien dat in het nieuwbouwprogramma tot 2025 voor deze locatie een aantal van 3 woningen is opgenomen, en wel voor de jaarschijf 2021 (oplevering).
23
bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4
3.5
Archeologie en monumentenbeleid
3.5.1 Nota Cultuurhistorie In 2008 heeft de gemeente de Nota Cultuurhistorie vastgesteld. Uitgangspunt in de nota is om de fysieke cultuurhistorie te behouden en te beschermen. Cultuurhistorische waardevolle panden zijn aangewezen als rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten. Deze worden sectoraal beschermd door de Erfgoedwet en de Monumentenverordening 2011. Bijzonder Cultuurlandschap wordt beschermd bij het bestemmingsplan. 3.5.2 Archeologienota De gemeente Harderwijk heeft in 2012 het Archeologiebeleid Harderwijk vastgesteld. In de beleidskaart Archeologie is aangeven wanneer bij nieuwe planontwikkelingen archeologisch vooronderzoek dient plaats te vinden. Op de beleidskaart Archeologie zijn per waarde- of verwachtingsgebied de vrijstellinggrenzen aangeven. Het beleid is doorvertaald in bestemmingplannen waarin een dubbelbestemming Waarde - Archeologie is opgenomen met bijhorende bouwregels en vergunningstelsel met inachtneming van de vrijstellingsgrenzen. Zie voor een nadere beschrijving hiervan paragraaf 5.2.3 Archeologie.
3.6
Milieubeleid
3.6.1 Routekaart naar een klimaatneutraal Harderwijk: De Energieke stad Harderwijk heeft vele kansen om zich te profileren op het gebied van duurzaamheid en in het bijzonder duurzame energie. Vanwege die kansen stelt de gemeente zich het volgende doel: in 2031 (Harderwijk 800 jaar) wordt binnen de gemeentegrenzen 45 % minder CO2 uitgestoten (referentiejaar 2010). Deze ambitie zal worden bereikt door in te zetten op: * Energie besparing; * Opwekken van duurzame energie; * Compenseren (bijvoorbeeld door inkoop groene energie). Met het stellen van deze ambitie wil de gemeente in het bijzonder lokaal bijdragen aan de economische vitaliteit, leefbaarheid en identiteit van de gemeente. Het loont om te investeren in energiebesparende maatregelen vanwege lagere lasten en vanwege de toegevoegde waarde aan het investeringsobject. Maar het betekent ook dat het opwekken van energie geld oplevert, duurzame energie zal in de toekomst alleen maar waardevoller worden. Door nu te investeren in het opwekken van duurzame energie wordt de afhankelijkheid van stijgende energieprijzen en het opraken van fossiele brandstoffen in de toekomst beperkt. Het lokaal investeren van die opbrengsten of meedelen in revenuen draagt bij aan de vitaliteit en zelfvoorzienendheid van de gemeente.
Daarnaast laat de gemeente met deze doelstelling zien dat zij haar principiële verantwoordelijkheid neemt ten aanzien van klimaatverandering. Let op! Duurzaamheid is nadrukkelijk meer dan alleen het besparen van energie of het treffen van milieumaatregelen (people-profit-planet).
24
bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4
3.7
Waterbeleid
3. 7.1 Europese Kaderrichtlijn Water (2003) De Europese Kaderrichtlijn Water gaat er vanuit dat water geen gewone handelswaar is, maar een erfgoed dat moet worden beschermd en verdedigd. Het hoofddoel van de richtlijn is daarop gebaseerd. De Kaderrichtlijn Water geeft het kader voor de bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater. Dat moet ertoe leiden dat aquatische ecosystemen en gebieden die rechtstreeks afhankelijk zijn van deze ecosystemen voor verdere achteruitgang worden behoed; emissies worden verbeterd; duurzaam gebruik van water wordt bevorderd op basis van bescherming van de beschikbare waterbronnen op lange termijn en er wordt gezorgd voor een aanzienlijke vermindering van de verontreiniging van grondwater. 3.7.2 Rijks waterbeleid Nationaal Waterplan 2016 - 2021 De hoofddoelstelling voor waterbeheer in Nederland is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP): Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. Het Nationaal Waterplan is tevens een structuurvisie op basis van de Waterwet en de Wet ruimtelijke ordening. De hoge waterstanden in de rivieren in 1995 en 1996 en de klimaatscenario's waarin naast de zeespiegelstijging ook meer en heviger buien worden voorspeld hebben geleid tot vernieuwde aandacht voor water.
Nederland is met zijn lage ligging en hoge verstedelijkingsgraad kwetsbaar voor wateroverlast en de veiligheid is in de toekomst in het geding. Maar ook door de drogere zomers is er het risico van watertekorten en verdroging. De commissie "Waterbeheer 21e eeuw" heeft in opdracht van de regering duidelijk gemaakt dat we anders moeten omgaan met water en ruimte. Ruimte die nu beschikbaar is voor de bescherming tegen overstromingen en wateroverlast moet ten minste behouden blijven. De aanwezige ruimte mag niet sluipenderwijs verloren gaan bij de uitvoering van nieuwe projecten voor infrastructuur, woningbouw, landbouw of bedrijventerreinen. Daarbij zijn de tritsen 'vasthouden, bergen en afvoeren' en' schoonhouden, scheiden en zuiveren' belangrijke uitgangspunten. De trits 'vasthouden, bergen en afvoeren' houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms in een stroomgebied wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren, wordt het water afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste, wanneer schoonhouden en scheiden niet mogelijk is, komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod.
Nationaal Bestuursakkoord Water 2011 Het thema "water als ordenend principe" loopt als een rode draad door het gehele akkoord. Dit houdt in dat, voordat er beslissingen worden genomen op ruimtelijk gebied, er wordt bekeken welke gevolgen die hebben voor watersystemen. Het rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven, hebben besloten maatregelen voor een doelmatiger waterbeheer overeen te komen in dit Bestuursakkoord Water. Het waterschap gaat zich inzetten voor een mooi, veilig, schoon, gezond en duurzaam beheer van het watersysteem en de waterketen. Het doel is om de kwaliteit van het beheer te vergroten tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. De burger laten zien wat wordt bereikt en transparant zijn over de kosten. Dat doen de partijen vanuit eigen verantwoordelijkheden waarbij we de expertise en deskundigheid met elkaar delen.
25
bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4
3. 7.3 Omgevingsverordening Gelderland In de Omgevingsverordening zijn regels (randvoorwaarden) opgenomen passend bij de provinciale aanpak van ambities en doelen in de Omgevingsvisie. Veel van deze regels waren eerder in diverse andere verordeningen van de provincie opgenomen. De provincie trekt deze oude verordeningen in en brengt de Omgevingsverordening ervoor in de plaats. De regels in de Omgevingsverordening zijn zodanig dat zij goed passen bij de accenten in de aanpak van de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening heeft de status van: * * * *
Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening Milieuverordening in de zin van artikel 1.2 Wet Milieubeheer Waterverordening in de zin van de Waterwet Verkeersverordening in de zin van artikel 57 van de Wegenwet en artikel 2 A van de Wegenverkeerswet De provinciale Omgevingsverordening heeft naast de status van een ruimtelijke verordening ook de status van een Waterverordening in de zin van de Waterwet. In de Omgevingsverordening staan daarom ook doelen voor het waterbeheer, de maatregelen die daarvoor nodig zijn en wie ze gaat uitvoeren. Voor oppervlaktewaterkwaliteit, hoogwaterbescherming, regionale wateroverlastwatertekort en waterbodems gelden provincie brede doelen. Voor een aantal functies, zoals landbouw, natte natuur, waterbergingsgebieden en grondwaterbeschermingsgebieden, zijn specifieke doelen geformuleerd. Vanwege de Europese Kaderrichtlijn Water is voor bepaalde oppervlaktewateren vastgelegd of het een kunstmatig of sterk veranderd oppervlaktewater is. Ook zijn voor die oppervlaktewateren ecologische doelen geformuleerd. Voor verbetering van de grondwaterkwaliteit zijn maatregelen opgenomen.
3.7.4 Waterbeheerprogramma Waterschap Vallei en Veluwe 2016-2021 In het Waterbeheerprogramma heeft waterschap Vallei en Veluwe als waterbeheerder en bevoegd gezag voor zowel waterkwantiteit als -kwaliteit van de primaire watergangen tactische doelen geformuleerd . Per jaarplan wordt concreet invulling gegeven aan de daadwerkelijke realisatie van deze doelen. Om zijn taak als waterbeheerder uit te kunnen oefenen en doelstellingen uit de Waterwet te bereiken maakt het waterschap gebruik van de keur en de legger. De keur is een verordening waar gedoogplichten, geboden en verboden in staan. Deze regels gelden voor toestanden en handelingen op en vlakbij waterkeringen, watergangen en kunstwerken zoals duikers. De legger bevat de ligging en maatvoering van waterstaatkundige werken en waterpartijen, alsmede de onderhouds- en beschermingszones. In de legger wijst het waterschap tevens aan wie het onderhoud van een watergang, dijk of constructie moet uitvoeren. Ook wordt bepaald of er controle (schouw) wordt gedaan. Het waterschap beheert in de gemeente Harderwijk zowel de watergangen in het stedelijk als landelijk gebied. Vanuit haar verantwoordelijkheid voor het peilbeheer heeft het waterschap de taak om het oppervlaktewatersysteem zo in te richten dat er geen inundatie plaatsvindt tot 1 maal per 100 jaar in stedelijk en 1 maal per 10 jaar in landelijk gebied.
26
bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4
3. 7.5 Waterplan Harderwijk 2013-2018 Het Waterplan Harderwijk 2013-2018 is op 8 oktober 2013 vastgesteld en is een gezamenlijk plan van de gemeente Harderwijk en Waterschap Vallei en Veluwe. Met dit plan willen beide partijen, samen met burgers, verenigingen en andere betrokkenen verder werken aan het verbeteren van het water in Harderwijk. De hoofddoelstelling van het Waterplan Harderwijk is: "In beeld te brengen en uitvoeren van de benodigde maatregelen voor het realiseren en behouden van een veilig, veerkrachtig en ecologisch gezond functionerend watersysteem met het oog op een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving". Er worden geen hogere grondwaterstanden verwacht. In dit Waterplan is onder meer een Kansen- en knelpuntenkaart opgenomen en een Visiekaart. Op de Kansen en knelpuntenkaart valt het plangebied binnen de grondwaterfluctuatiezone. 3. 7.6 Zuiveringskring Afvalwaterketen Plan WHEP 2016-2020 (ZAP) Het Zuiveringskring Afvalwaterketen Plan is een gezamenlijk plan van gemeenten Harderwijk, Ermelo en Putten alsmede Waterschap Vallei en Veluwe voor de wettelijke gemeentelijke zorgplichten stedelijke afvalwater, hemelwater en grondwater. Het heeft de status van het (wettelijk verplicht) verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP). 3. 7.
7 Richtlijnen en zorgplichten waterketen en watersysteem Omgaan met afvalwater Stedelijk afvalwater bestaat uit huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. De zorgplicht voor stedelijk afvalwater kent in vergelijking met de andere zorgplichten weinig vrijheid. Inzamelen, transporteren door de gemeente en zuiveren door het waterschap zijn verplicht. Uitgangspunt voor stedelijk afvalwater zijn de wettelijke verplichtingen in de Wet milieubeheer art. 10.33. Het bestaande stelsel moet toereikend zijn voor eventuele toename van de (piek)belasting. Grondwaterneutraal bouwen Bij ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de aanwezigheid en stroming van grondwater zodat grondwateroverlast wordt voorkomen. De ontwikkeling is in de gebruiksfase grondwaterneutraal. Bij nieuwbouw worden vloerpeil (bijvoorbeeld ophogen) of bouwwijze (bijvoorbeeld kruipruimte loos) afgestemd op de grondwaterstand. Richtlijnen hierbij zijn: *
Voor voldoende drooglegging is het nodig om op basis van de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) het bouwpeil te bepalen. * minimaal 90 cm. ruimte houden tussen het vloerpeil en de gemiddelde hoogste grondwaterstand die in het gebied voorkomt. * Ophoging van het maaiveld kan daarbij aan de orde zijn. * voor de bouw van eventuele ondergrondse ruimten (kelders) moet de grondwaterstand gedurende de uitvoeringsperiode mogelijk worden verlaagd. * de constructie van de kelder(s) moet zodanig waterdicht worden uitgevoerd dat optrekkend vocht wordt voorkomen. * Het structureel onttrekken/draineren en afvoeren van grondwater is geen duurzame oplossing en in principe ook niet toegestaan. Zorgplicht: De bewoner heeft de verplichting om grondwater op eigen terrein te verwerken (waterwet art. 3.6). De gemeente heeft een regierol. Dit houdt in dat er in overleg met degene die overlast ervaart, wordt gezocht naar een mogelijke oplossing. De verantwoordelijkheden voor wat betreft de
27
bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4
grondwaterzorgplicht zijn als volgt verdeeld. * *
de perceeleigenaar verwerkt grondwater op eigen terrein en zorgt voor een waterdicht pand. de gemeente neemt meldingen van grondwateroverlast in ontvangst en zoekt naar een oplossing. Zij neemt alleen maatregelen als geen enkele andere partij een oplossing kan bieden en er sprake is van structurele grondwateroverlast die de gemeente op een doelmatige manier kan oplossen. * het waterschap neemt peilbesluiten en maakt peilenplannen. Zij beïnvloedt hiermee de grondwaterstand. Vooral buiten de bebouwde kom speelt het waterschap hiermee een belangrijke rol. Ook verleent het waterschap vergunning voor kleinere grondwateronttrekkingen. * de provincie verleent vergunningen voor grotere industriële grondwateronttrekkingen, onttrekkingen voor de drinkwatervoorziening en onttrekkingen voor een bodemenergiesysteem. Ook werkt de provincie aan natuurontwikkeling. Vooral als ergens sprake is van verdroging zal grondwater voor de provincie een belangrijk onderwerp zijn. Omgaan met regenwater Op het gebied van hemelwater is de belangrijkste opgave de gevolgen van de klimaatverandering op te vangen. We doen dit door aanpassingen van onze rioolsystemen en door meer gebruik te gaan maken van de particuliere en openbare ruimte voor opvang en afvoer van hemelwater.
Hemelwater wordt daarom op basis van de trits 'vasthouden-bergen-afvoeren' zoveel mogelijk op natuurlijke wijze en waar mogelijk binnen het plangebied verwerkt. Richtlijnen hierbij zijn: *
Om het afstromend hemelwater schoon te houden worden geen uitlogende materialen gebruikt bij de woningbouw en in de openbare ruimte (straatmeubilair en dergelijke). » Bij nieuwe grootschalige ontwikkelingen (inbreiding en/of herinrichting) wordt het hemelwater in principe lokaal ingezameld en verwerkt. 60 mm per m2 verharding moet binnen het plangebied tijdelijk worden vastgehouden of geïnfiltreerd alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater. * Perceeleigenaren van bestaande bebouwing worden gestimuleerd om hemelwater van de vuilwater riolering af te koppelen. Indien dit doelmatig is, zal bij reconstructie het hemelwater van openbaar gebied worden afgekoppeld van de riolering. Zorgplicht: De perceeleigenaar is in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor inzameling en verwerking van hemelwater. Indien verwerking van hemelwater op particulier terrein ondoelmatig wordt geacht of redelijkerwijs slechts gedeeltelijk of helemaal niet van de perceeleigenaar kan worden verwacht zal een maatwerkoplossing worden gezocht. In dat geval kan de gemeente de zorgplicht overnemen. Vanuit de Waterwet artikel 3.5 zijn gemeenten verantwoordelijk voor een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater.