CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Brondocument / Achtergronddocument - versie 1-11-2021.pdf

Commissie Ruimte 9 december 2021, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Koersdocument woonwagens 202114.444 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

24

Ontsluiting en bereikbaarheid Problemen op het vlak van beheer ontstaan soms op woonwagenlocaties gelegen aan een doodlopende weg. Dit maakt het lastiger voor vuilniswagens en andere grote vrachtwagens om te keren. Daarnaast kan een doodlopende weg voor medewerkers van gemeente (en andere bezoekers) het gevoel geven van een afgesloten terrein, waardoor zij er soms niet willen komen. In de eerste plaats is het dan zaak om mogelijke vooroordelen weg te nemen en gemeenteambtenaren ervan te overtuigen net als elders in de gemeente op een zorgvuldige en frequente wijze het onderhoud aan de openbare ruimte te verrichten. In de tweede plaats kan worden gekeken hoe de inrichting en de bereikbaarheid van woonwagenlocaties zodanig kan worden ingericht, zodat het voor vuilniswagens, vrachtwagens, maar zeker ook hulpdiensten eenvoudiger wordt om de woonwagenlocatie te bereiken en ook weer te keren. Door woonwagenbewoners zelf wordt hierbij vaak de voorkeur gegeven aan een cirkelvormige of U-vormige ontsluitingsweg (hofje).

Hoe omgaan met caravans? Een veelgehoord aandachtspunt bij het beheer van standplaatsen is de aanwezigheid van illegale bebouwing, zoals bergingen, tuinhuisjes en caravans. Een deel van de woonwagenbewoners woont in een toercaravan. Er kan daarbij sprake zijn van een gedoogsituatie (bijvoorbeeld als er sprake is van een mantelzorgrelatie of als het niet mogelijk is om binnen afzienbare tijd extra standplaatsen te creëren, terwijl woonwagenbewoners al lang staan ingeschreven), maar dat is niet altijd het geval. Zeker als caravans tegen andere woonwagens geplaatst zijn, kan dit tot mogelijk extra brandveiligheidsrisico’s leiden. In de basis is het aan gemeenten om te toetsen of de invulling van een standplaats voldoet aan het bestemmingsplan, ook als daar een caravan op staat. De gemeente zal de behoefte aan het wonen in een toercaravan moeten afwegen tegen andere belangen, bijvoorbeeld het waarborgen van de bouwtechnische kwaliteit van een woonruimte (Bouwbesluit), de openbare veiligheid, bescherming van de gezondheid en het al dan niet toestaan van vergelijkbare woonvormen (zoals Tiny Houses op wielen). Belangrijk daarbij is dat er een zorgvuldige afweging is gemaakt tussen de belangen van het individu (in dit geval de bewoner van de toercaravan) enerzijds en de belangen van de maatschappij anderzijds.

Bij handhaving van een situatie waarbij sprake is van strijdigheid met de APV geldt dat het bestuursorgaan onder meer een redelijke belangenafweging moet verrichten. Dat houdt in dat bij de vraag of bevoegdheid tot handhaving bestaat er ook wordt gekeken of het bestuursorgaan in algemene zin inspanningen verricht om standplaatsen te creëren13. APV - Artikel 4:17 Begripsbepaling Een kampeermiddel is een voertuig of onderkomen waar geen bouwvergunning voor nodig is, en waarin je kunt verblijven voor recreatief nachtverblijf. Denk hierbij aan een tent, kampeerwagen (camper) of caravan.

13

Zie in dit verband onder meer: ABRvS 15 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1618, m. nt. T.N. Sanders. In dit geval acht de Afdeling de inspanningen van gemeente Amsterdam toereikend waardoor gehandhaafd mocht worden.

25

Uitgangspunten illegaal in gebruik genomen gemeentegrond en terugvordering Bij sommige standplaatsen is er wellicht sprake van illegaal grondgebruik. Deze gronden zijn overwegend in eigendom van de gemeente. Als er sprake is van én illegale bouwsels én illegaal in gebruik genomen grond, zal de gemeente het publiekrechtelijke en privaatrechtelijke spoor bewandelen: waarschuwing versturen voor wat betreft illegale bouwwerken (publiekrechtelijk) en mededelen dat de grond zal worden teruggevorderd (privaatrechtelijk). Indien huurders de niet te vergunnen opstallen niet zelf verwijderen, zal een formele handhavingstraject worden doorlopen waarbij het slopen op kosten van de betreffende huurder gebeurt, met voor hen de mogelijkheid van bezwaar en beroep. Indien het niet een doel op zich is om de illegaal in gebruik genomen grond in gemeentelijke handen terug te brengen, en de huurder behoort niet tot de sociale doelgroep van corporaties, is een alternatief de standplaats en de grond onder voorwaarden te koop aan te bieden aan de betreffende huurder, mits: 

 

De gronden vrij zijn van kabels en leidingen en indien de grond niet voor eigen (gemeentelijk) gebruik nodig is, nu of in de toekomst en indien er een andere plausibele reden is om niet te verkopen, zoals bijvoorbeeld dat de grond niet aangrenzend aan de standplaats is; Mochten er kabels en leidingen aanwezig zijn, wordt verhuur overwogen. Dat is afhankelijk van de soort leiding; Indien de illegaal in gebruik genomen gemeentegrond niet wordt verhuurd of verkocht, gaat de gemeente deze terugvorderen.

Ook in andere gevallen in de gemeente wordt op voorgaande wijze gehandeld. Als er sprake is van én illegale bouwsels én illegaal in gebruik genomen grond, zal de gemeente eerst het publiekrechtelijke spoor bewandelen: is een en ander te legaliseren? Zo niet, dan zal de gemeente een waarschuwing versturen voor wat betreft illegale bouwwerken en hierin meenemen dat de grond zal worden teruggevorderd. Indien bewoners hier niet mee akkoord gaan, zal het formele handhavingstraject worden doorlopen waarbij het slopen op kosten van de betreffende huurder gebeurt, met voor hen de mogelijkheid van bezwaar en beroep. Na vaststelling van onderhavig beleid zal de gemeente starten met een nulmeting. Op basis daarvan kan een aanvaardbare norm worden vastgesteld. Voor de gevallen die binnen die norm vallen is de gemeente bereid een generaal pardon af te spreken. Voor de excessen moeten maatwerkafspraken worden gemaakt. Hierbij kan worden gedacht aan een termijn waarbinnen de situatie wordt teruggebracht naar de norm. 

Er is geen illegaal in bezit genomen gemeentegrond.

9. Duurzaam Ook bij het wonen op een woonwagenlocatie is duurzaamheid, energiebesparing en –opwekking een speerpunt. 26

Groeimodel Huizenbewoners kopen een huis. Eerst beginnen ze met huren, kopen een starterswoning en groeien door naar de koop van een reguliere eengezinswoning. Feitelijk is het bij de woonwagenbewoners niet anders. Kinderen ‘lopen weg’ (= gaan samenwonen), huren een standplaats (als deze beschikbaar is!), trouwen, kopen een kleine oude woonwagen, groeien door en kopen uiteindelijk een reguliere woonwagen. Anders dan bij huizenbewoners, hebben zij een ‘mobiele’ woning. Zij kunnen hun woning meenemen of kunnen deze verkopen aan een startend stel. Zo verhuizen vele woonwagens jaarlijks in Nederland, van standplaats naar standplaats. Prima. Echter, sinds 01-01-2021 zijn de BENG-eisen verplicht c.q. worden alleen nog maar standplaatsen aangelegd die aardgas vrij zijn. Een bestaande woonwagen ombouwen is én zeer lastig (de constructie is hier niet op berekend) én zeer kostbaar. Het hele systeem van het ‘groeimodel’ stort in. Bestaande woonwagens kunnen niet meer worden doorverkocht en zijn dus feitelijk weinig meer waard. En hoe moet een starter dan beginnen? Als hij geluk heeft kan hij een standplaats met huurwoonwagen huren, maar zal vanaf dat moment nooit meer zelf een kapitaal kunnen opbouwen voor een eigen woonwagen omdat er simpelweg geen standplaatsen beschikbaar zijn.

En de corporatie zit er ook niet op te wachten dat een huurder na vijf jaar zegt: “neem de woonwagen maar terug, ik ga een eigen woonwagen kopen”. Een dilemma dus. Om dit dilemma te slechten stellen wij u het navolgende voor.

Biogas of warmtenet onmisbaar op de nieuwe woonwagenlocatie(s) Als de gemeente de woonwagencultuur met het ‘groeimodel’ wil respecteren en de kosten van de aanleg van zoveel nieuwe standplaatsen wil reduceren, dan is de oplossing gelegen in maken van een uitzondering. Ongelijke gevallen, ongelijk behandelen. Als de nieuwe woonwagenstandplaatsen worden aangesloten op biogas, het warmtenet of stadsverwarming, dan kan het systeem van het groeimodel blijven bestaan en zijn er veel minder huurwoonwagens benodigd. 

De nieuwe woonwagenlocatie(s) worden aangesloten op biogas, het warmtenet of stadsverwarming zodat de traditionele leefwijze en het verhandelen en aankopen van woonwagens conform het omschreven ‘groeimodel’ kunnen blijven plaats vinden. Daarnaast zijn corporaties dan ook niet meer verplicht om zogeheten ‘BENG-woonwagens’ aan te schaffen en kunnen volstaan met een traditionele huurwoonwagen van 5,30 x 15 meter. Dit scheelt €40.000 exclusief btw per aan te kopen huurwoonwagen

10. Rollen en verantwoordelijkheden Morele plicht – beoogd maatschappelijk effect / doelstelling Met het vaststellen van het woonwagenbeleid wordt er een duidelijke keuze gemaakt die ook helderheid en zekerheid geeft aan de betrokken bewoners en hun toekomst mogelijkheden. De woonwagencultuur is al lange tijd met Harderwijk verbonden. De woonwagencultuur is in 2014 door het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed aangewezen als immaterieel erfgoed. Het nieuwe beleid biedt ook een goede basis om samen met de bewoners te bouwen aan

27

wederzijds vertrouwen en vorm te geven aan de door beide partijen gewenste goede, schone en veilige woonomgeving. Ook in Harderwijk streven we naar een inclusieve samenleving. Iedereen moet binnen zijn cultuur kunnen meedoen aan onze samenleving en zijn verantwoordelijkheid als inwoner voor de gemeenschap nemen. Daarbij is veiligheid in de meest brede zin van het woord een belangrijke pijler. Met het vaststellen van het woonwagenbeleid wordt er een duidelijke keuze gemaakt die ook helderheid en zekerheid geeft aan de betrokken bewoners en hun toekomstmogelijkheden. Financiële plicht – middelen voor standplaatsen De gemeente kan een stuk grond aanwijzen waar via een bestemmingsplanwijziging de bestemming ‘Wonen-Woonwagen’ op komt. De gemeente gaat met corporaties in gesprek om standplaatsen met huurwoonwagens aan te leggen en te exploiteren voor die mensen die qua inkomen tot de doelgroep van de corporaties behoren. Voor diegenen die qua inkomen niet tot de doelgroep van de corporaties behoren, zal de gemeente in standplaatsen moeten voorzien. Om de standplaatsen betaalbaar en beschikbaar te houden voor de beoogde doelgroep, onderzoekt de gemeente of erfpacht een oplossing is.

Taak gemeente Het succes van het lokale woonwagenbeleid en de realisatie van (nieuwe) standplaatsen en woonwagens staat of valt met een goede onderlinge rol- en taakverdeling en samenwerking tussen gemeente én de woningcorporaties. Op basis van de uitkomsten van de behoeften (inventarisatie) dient de gemeente te zorgen voor voldoende standplaatsen (zowel koop als huur) voor woonwagenbewoners. Dit betekent dat het voor woonwagenbewoners mogelijk is om binnen afzienbare tijd14 kans te maken op een standplaats, vergelijkbaar met reguliere woningzoekenden. Op die manier worden de rechten van woonwagenbewoners in de praktijk beschermd. Het is de taak van corporaties om te voorzien in de huisvesting van woonwagenbewoners voor zover zij qua inkomen tot de doelgroep van de woningcorporaties behoren15. Voor andere woonwagenbewoners verplicht het mensenrechtelijk kader volgens het Beleidskader dat de gemeente aanvullende maatregelen treft om te voorzien in voldoende (koop- of particuliere huur)standplaatsen16. Het moet dus duidelijk zijn welke maatregelen worden getroffen om in voldoende standplaatsen voor andere (hogere) inkomensgroepen te voorzien en wat daarbij de rol van de gemeente is. Daarnaast zijn er twee mogelijkheden voor de plaatsing van een woonwagen. Indien de bewoner een eigen wagen plaatst, sluit hij een opstalovereenkomst met de eigenaar.

Indien de bewoner gebruik wil maken van een huurwoonwagen, kan de eigenaar (indien de bewoner voor een huurwagen in aanmerking komt) een huurwagen beschikbaar stellen. Hiervoor wordt eveneens een huurcontract gesloten.

14

De gemiddeld benodigde inschrijftijd als woningzoekende voor een reguliere eengezinswoning in Harderwijk bedraagt 8 tot 14 jaar. 15 Een en ander zal worden besproken bij het opstellen van de prestatieafspraken. 16 Artikel 75 Woningwet; Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid 2018, p. 22-23.

28

Het is een feit dat de gemiddelde standplaats een aanzienlijk groter kaveloppervlak heeft dan de gemiddelde betaalbare huurwoning. Het gemiddelde kaveloppervlak van de huidige standplaatsen in Harderwijk bedraagt 294,45 m2; het gemiddelde kaveloppervlak van een tussenwoning is ongeveer 130 m² en van een appartement 75 m². Daar komt bij dat de doelgroep woonwagenbewoners in Nederland, vergeleken bij de groep reguliere woningzoekenden, relatief beperkt is; in totaal tussen de 30.000 tot 40.000 woonwagenbewoners. Het verschil in kaveloppervlak kent meerdere redenen. De meeste woonwagens hebben slechts een bouwlaag, waardoor meer ruimte nodig is voor dezelfde gebruiksruimte. Daarnaast gaat een deel van het kaveloppervlak op aan: de benodigde draairuimte voor de plaatsing van de woonwagen en brandgangen. Rol gemeente volgens beleidskader BZK Het Rijk vindt het wenselijk dat de gemeente in de woonvisie beschrijft welke rol zij zelf wil (blijven) vervullen ten aanzien van het voorzien in huisvesting voor woonwagenbewoners die willen wonen in een woonwagen. Voor woonwagenbewoners die qua inkomen behoren tot de primaire doelgroep van de woningcorporaties ligt de verantwoordelijkheid bij woningcorporaties. Zij moeten voorzien in voldoende huurwoonwagens en -standplaatsen.

Voor andere woonwagenbewoners verplicht het mensenrechtelijk kader dat de gemeente aanvullende maatregelen treft om te voorzien in voldoende (koop-)standplaatsen. Dit vloeit voort uit artikel 75 van de Woningwet Uit het beleidskader valt het volgende te concluderen:  

De gemeente zorgt voor bouwrijpe grond(en) waar de bestemming ‘Wonen-Woonwagen’ op zit; Een woningcorporatie zorgt (na aankoop van de bouwrijpe grond) voor de aanleg van de standplaatsen, het verstrekken van huurwoonwagens en de exploitatie ervan voor die mensen die qua inkomen tot hun doelgroep behoren.

Hierbij dient de kanttekening te worden gemaakt dat een woningcorporatie alleen hoeft te zorgen voor diegenen die tot haar doelgroep behoren, dus mensen beneden de sociale inkomensgrens. De mensen boven de sociale inkomensgrens moeten daarom de mogelijkheid krijgen om een standplaats te gaan bewonen zodat het ‘leven in familieverband’ kan worden gerealiseerd. Dit betekent dat de gemeente zorg zal moeten dragen voor de aanleg van een standplaats voor deze mensen. Het daadwerkelijk realiseren en exploiteren van (sociale) woonruimten (in welke vorm dan ook) is geen kerntaak van gemeenten. De gemeente is wel verantwoordelijk voor de ruimtelijke ordeningskant van het woonwagenbeleid. Via het bestemmingsplan wordt vastgelegd waar standplaatsen liggen en hoeveel dat er zijn. Ook is de gemeente verantwoordelijk voor het beheer van de openbare ruimte en voor handhaving van bijvoorbeeld bouwvoorschriften (brandveiligheid).

Taak en rol corporaties Woningcorporaties hebben onder de Algemene wet gelijke behandeling een zelfstandige verplichting om te voldoen aan de non-discriminatie standaarden. Woonwagenbewoners die een 29

huishoudinkomen hebben tot aan de inkomensgrenzen, genoemd in artikel 48 van de Woningwet, behoren tot de doelgroep van woningcorporaties17. Het ontwikkelen, verhuren en exploiteren van woonwagenlocaties, standplaatsen en woonwagens behoort daarmee tot de kerntaak van de woningcorporaties. Bij de verhuur van een nieuw aangelegde standplaatsen zullen er reguliere huurwoningen vrijkomen of in het geval van een verhuizing vanuit het ouderlijk ‘huis’ naar een nieuwe standplaats zal er geen vraag zijn naar een reguliere huurwoning. Rol woningcorporaties volgens beleidskader BZK Vanuit het landelijk beleidskader: bij een eventueel benodigde uitbreiding van het aantal standplaatsen bestemt de gemeente een stuk grond als ‘Wonen-Woonwagenstandplaats’. Woningcorporaties dragen vervolgens zorg voor de aanleg van de standplaatsen en de levering van huurwoonwagens.

11. Toewijzingsbeleid De op termijn vrijkomende standplaatsen worden toegewezen volgens de lijst geregistreerde standplaatszoekenden (‘wachtlijst’).

Wachtlijst: inschrijvings- en toewijzingsregels 18

Nationale Ombudsman: “Ongelijke gevallen dienen ongelijk te worden behandeld.” De Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB): De AWGB ziet op de gelijke behandeling van personen ongeacht hun godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat. Artikel 2 lid 1 AWGB stelt echter: ‘Het in deze wet neergelegde verbod van onderscheid geldt niet ten aanzien van indirect onderscheid indien dat onderscheid objectief gerechtvaardigd wordt door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.’ BZK: Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid ‘Het gelijkheidsbeginsel houdt in dat woonwagenbewoners niet nadeliger mogen worden behandeld vanwege het feit dat zij woonwagenbewoner zijn. Het (materiële) gelijkheidsbeginsel houdt in dat ongelijke gevallen ongelijk behandeld moeten worden naarmate van hun verschil. Bij woonwagenbewoning gaat het om ongelijke gevallen, omdat deze woonvorm voor woonwagenbewoners een wezenlijk onderdeel is van hun cultuur en identiteit. Daarom kan hun woonbehoefte niet gelijk gesteld worden aan bewoners van reguliere woningen. De bijzondere beschermingspositie van woonwagenbewoners vloeit dus ook voort uit het gelijkheidsbeginsel.’

Inkomensgrens sociale huur (Advies College voor de Rechten van de Mens d.d. 28-02-2018) 17

Primair zijn dat de huishoudens met een inkomen tot €39.055, in tweede instantie gaat het ook om de huishoudens die tot de middeninkomens behoren (€39.055 tot €43.574) – d.d. 01-03-2021. Huren Noord-Veluwe hanteert hierbij de grens van €48.000. 18 Rapport Nationale Ombudsman: ‘Woonwagenbewoner zoekt standplaats’ d.d. 17-04-2017

30

Uit de verplichtingen die voortvloeien uit het wezenskenmerk van hechte familiebanden volgt ook dat de inkomensgrens voor sociale huur, die nu gehanteerd wordt voor de toewijzing van woonwagenstandplaatsen en huurwagens, hier niet aan in de weg mag staan. Er moet dus niet alleen een aanbod van 'voldoende' (plekken voor) koop- en huurwagens beschikbaar zijn om in familieverband te kunnen wonen, ook mag het hanteren van de sociale huurwoninggrens er niet toe leiden dat een woonwagenbewoner die 'teveel verdient' gedwongen is het woonwagenleven op te geven en niet meer volgens eigen traditie en cultuur kan leven. Waar het om gaat is dat gemeenten, al gelang naar de behoefte van woonwagenbewoners, dienen te zorgen voor een gemende locatie met een mix van standplaatsen, van huurwagens waarvoor een inkomensgrens geldt (sociale huur) en huur- en koopwagens in de vrije sector.

a. Inschrijvingscriteria 1. Afstammingsbeginsel Bij inschrijving wordt getoetst of de inschrijvende persoon een ‘woonwagenbewoner’ is. Dit gebeurt door het vaststellen of het adres van de inschrijver zelf, diens ouders en grootouders gelegen is/was op een woonwagenlocatie. Zo ja, dan kan de standplaatszoekende worden aangemerkt als een standplaatszoekende conform het afstammingsbeginsel. Een woonwagenbewoner is immers iemand die van generatie op generatie op een woonwagenstandplaats woont en de woonwagencultuur intensief heeft beleefd. Een kind wiens ouders niet, maar de grootouders wel op een woonwagenlocatie wonen dan wel hebben gewoond19, wordt vaak ook gezien als woonwagenbewoner. Niet ‘woonwagenbewoner’ zijnde personen kunnen zich wel inschrijven, maar komen bij toewijzing pas als laatsten aan de beurt. (toewijzingscriteria en voorrangsregeling). 2. Kosten van inschrijving en verlenging Aan de inschrijving zijn kosten verbonden. Ook de jaarlijkse verlenging van de inschrijving is niet kosteloos. Hiermee wordt voorkomen dat mensen zich inschrijven zonder daadwerkelijke dringende behoefte. De hoogte van inschrijving en verlenging van de inschrijving wordt jaarlijks bepaald. Per 1 september 2021 bedragen deze €15,voor de eerste inschrijving en €15,- voor de jaarlijkse verlenging van een inschrijving.

b. Rangordebepaling toewijzing standplaats op een BESTAANDE woonwagenlocatie Bij de toewijzing van een standplaats op een bestaande woonwagenlocatie dient men ingeschreven te zijn als standplaatszoekende en geldt de navolgende volgorde: 1. Kinderen of kleinkinderen, ingeschreven als standplaatszoekende, die nog onafgebroken op de betreffende woonwagenlocatie bij hun (groot)ouders inwonen. Deze kinderen of kleinkinderen moeten volgens de Basisregistratie personen (BRP) nog op de betreffende woonwagenlocatie inwonend zijn bij hun eerste- of tweedegraads familie; Let op: Een terugkerend kind van elders (bijvoorbeeld na een scheiding) dient minimaal drie jaar al weer inwonend te zijn bij de ouders. 2. De standplaatszoekende die bij een derde op dezelfde woonwagenlocatie verblijft, woont en ingeschreven staat, omdat hij/zij noodgedwongen niet meer bij de ouders of grootouders inwoont; én kinderen van de woonwagenlocatie die wegens het gebrek aan vrije standplaatsen noodgedwongen in een reguliere woning zijn gaan wonen; én 19

e

e

Let wel: zij dienen ook aantoonbaar in de 2 helft van de 20 eeuw op een woonwagenlocatie te hebben gewoond.

31

kinderen van de woonwagenlocatie die wegens hun studie tijdelijk elders wonen. 3. Indien de eerste twee voornoemde voorwaarden geen kandidaat opleveren, geldt dat alsdan de ingeschrevene met een eerstegraads familieverband met een van de overige bewoners in aanmerking komt, vervolgens degene met een tweedegraads familieverband en daarna andere familieleden; 4. Indien de onder lid 1 tot en met 3 voornoemde voorwaarden geen kandidaat opleveren, komt de eerstvolgende op de wachtlijst ingeschrevene persoon in aanmerking die: a. van oorsprong woonwagenbewoner is (en derhalve aan het afstammingsbeginsel voldoet); b. aantoonbaar eerder in de gemeente Harderwijk op een woonwagenlocatie heeft gewoond. 5. Indien de onder lid 1 tot en met 4 voornoemde voorwaarden geen kandidaat opleveren, komt de eerstvolgende op de wachtlijst ingeschrevene persoon in aanmerking die: a. van oorsprong woonwagenbewoner is (en derhalve aan het afstammingsbeginsel voldoet). 6. Overige standplaatszoekenden conform het afstammingsbeginsel; 7. Overige standplaatszoekenden, welke niet voldoen aan afstammingsbeginsel; 8. Voor lid 1 tot en met 7 geldt dat bij gelijke kandidaten, dat de degene met de hoogste leeftijd voorrang heeft. Let op:

Zodra er een standplaats vrij komt onder de reeds bewoonde standplaatsen op een nieuwe locatie, dan worden de toewijzingsregels van een bestaande woonwagenlocatie toegepast.

c. Rangordebepaling toewijzing standplaats op een NIEUWE woonwagenlocatie Bij de toewijzing van een standplaats op een nieuwe woonwagenlocatie geldt de wachtlijst op basis van inschrijving en puntentoekenning. Degene met het hoogste aantal punten gaat voor. Vervolgens wordt gekeken naar de leeftijd.

d. Eenmalige puntentoekenning bij inschrijving De woonsituatie van de ingeschrevene 3 jaar voorafgaand aan inschrijving, geldt hierbij als ijkpunt. DE WOONSITUATIE 3 JAAR VOORAFGAAND AAN DE INSCHRIJVING, GELDT ALS IJKPUNT VOOR DE EENMALIGE PUNTENTOEKENNING A Bijzondere situaties volgens HVWC B

Inschrijver is nog onafgebroken inwonend bij zijn ouders op een standplaats op een woonwagenlocatie in Harderwijk

inschrijver die bij een derde op een woonwagenlocatie verblijft, woont en ingeschreven staat, omdat hij/zij noodgedwongen niet meer bij de ouders of grootouders kan wonen of C woont in een reguliere woning in Harderwijk, maar is geboren en getogen op een woonwagenlocatie. Door gebrek aan standplaatsen is hij/zij noodgedwongen naar een reguliere woning verhuist (dit geldt ook in geval van studie elders). Inschrijver woont in een reguliere woning in Harderwijk, maar is geboren D en getogen op een woonwagenlocatie. Door verhuizing ouders noodgedwongen wonend in een woning (= inwonend kind) F

Inschrijver woont onafgebroken op een standplaats in Harderwijk (= niet zijnde inwonend kind, maar hoofdbewoner)

Punten aantal

Eenmalig bij eerste inschrijving

120

Eenmalig bij eerste inschrijving

100

Eenmalig bij eerste inschrijving

80

Eenmalig bij eerste inschrijving

70

Eenmalig bij eerste inschrijving

60

32

G Inschrijver woont in een reguliere woning in Harderwijk (= spijtoptant)

Eenmalig bij eerste inschrijving

30

I

Inschrijver woont onafgebroken op een standplaats buiten Harderwijk, maar in de Regio Noord-Veluwe*

Eenmalig bij eerste inschrijving.

15

J

Inschrijver woont in een reguliere woning buiten Harderwijk, maar in de Regio Noord-Veluwe*

Eenmalig bij eerste inschrijving

10

K

Inschrijver woont buiten de Regio Noord-Veluwe*

Eenmalig bij eerste inschrijving

1

L

Inschrijver voldoet NIET aan het afstammingsbeginsel

Eenmalig bij eerste inschrijving

1

M Inschrijvers die WEL voldoen aan het afstammingsbeginsel

Maandelijks

1

N Inschrijvers die NIET voldoen aan het afstammingsbeginsel

Jaarlijks

1

*Regio Noord-Veluwe (RNV) is het samenwerkingsverband van de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek en Putten

Let op:  

De punten zijn niet overdraagbaar. Uitzondering: indien de inschrijver overlijdt, dan kunnen de opgebouwde punten worden overgeheveld op een eventueel aanwezige geregistreerde partner van deze inschrijver. Deze geregistreerde partner dient overigens wel te voldoen aan het afstammingsbeginsel. Het aantal behaalde punten wordt als volgt samengesteld: ‘Eenmalige punten’ + ‘aantal punten op basis van inschrijfduur’ = totaal aantal behaalde punten Voorbeeld A: Persoon X woont nog bij haar ouders in. Eenmalige punten = 100. Zij staat drie jaar ingeschreven op de wachtlijst = 36 punten. Totaal aantal behaalde punten = 100 + 36 = 136 punten. Voorbeeld B: Persoon Y is noodgedwongen verhuist van de woonwagenlocatie naar een reguliere woning, omdat er geen standplaats op de locatie beschikbaar kwam. Eenmalige punten = 80. Hij staat vijf jaar ingeschreven op de wachtlijst = 60 punten. Totaal aantal behaalde punten = 80 + 60 = 140 punten. Voorbeeld C: Persoon Z is vrijwillig verhuisd naar een reguliere woning. Nu heeft hij echter spijt en wil dolgraag terug naar een woonwagenlocatie. Eenmalige punten = 30. Hij staat elf jaar ingeschreven op de wachtlijst = 132 punten. Totaal aantal behaalde punten = 30 + 132 = 162 punten.

Er mogen voorrangsregels gesteld worden ten aanzien van woonwagenbewoners die afkomstig zijn van de woonwagenlocatie of de gemeente waar de standplaats beschikbaar komt, zolang hierdoor geen verdringing van overige woningzoekenden ontstaat. LET OP – Juridisch advies BZK

33

Elke woonwagenstandplaatszoekende moet zich in kunnen schrijven. Vervolgens kan voorrang worden verleend aan die standplaatszoekende die via het afstammingsbeginsel aan kan tonen dat hij of zij van origine woonwagenbewoner is. Iemand zonder het ‘woonwagen-afstammingsbeginsel’ krijgt bij inschrijving 1 punt en bouwt per jaar 1 punt op. Dus ook mensen zonder aantoonbare connectie met het woonwagenleven kunnen reageren op vrijkomende standplaatsen. Daarbij geldt dat aan deze doelgroep pas een standplaats wordt toegewezen als mensen die tot de woonwagendoelgroep behoren geen interesse hebben. In de praktijk is het de vraag in hoeverre deze situatie zich veel zal voordoen. De vraag naar standplaats onder woonwagenbewoners is doorgaans groot, terwijl reguliere woningzoekenden voornamelijk op zoek zijn naar een stenen woning. Toch bestaat de kans dat incidenteel een niet-woonwagenbewoner een standplaats krijgt aangeboden. In dat geval is het goed om als corporatie eerst een intakegesprek met een potentiële huurder te hebben; past hij of zij op deze woonplek? Daarnaast kan nagedacht worden om in zo’n situatie een tijdelijk huurcontract (van bijvoorbeeld 1 of 2 jaar af te geven) aan een niet-woonwagenbewoner. Na deze periode kan bezien worden of er inmiddels wel behoefte is aan een standplaats onder de doelgroep woonwagenbewoners.

Op die manier kan voorkomen worden dat een standplaats voor langere tijd leeg blijft, terwijl er wel (onder meerdere doelgroepen) behoefte naar woonruimte is.

34

e. Schema toewijzing LET OP: Als een reeds bewoonde standplaats op de nieuwe locatie vrijkomt, dan gelden de toewijzingsregels voor een ‘bestaande’ woonwagenlocatie.

f. Uitzondering bij overlijden beide ouders / huurder Indien de huurder en zijn geregistreerde partner (huwelijk, samenlevingscontract via de notaris) of medehuurder beiden zijn overleden en er is nog sprake van inwonend kind(eren) boven de 18 jaar, dan zal het huurcontract worden overgeschreven op het oudste nog inwonende kind. De huur zal echter opnieuw worden berekend conform de puntentelling en de daaraan gekoppelde huur conform de berekening van de Huurcommissie.

g. Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, in gevallen waarin toepassing van deze toewijzingsregels naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt, ten gunste van de standplaatszoekende af te wijken van deze regels. De casus wordt aangedragen door de HVWC. Het college kan in overleg met de corporaties besluiten om af te wijken van deze toewijzingsregels, mits:  Er een schriftelijk verzoek voorhanden is waarin beroep wordt gedaan op de hardheidsclausule;  De afwijking van de toewijzingsregels schriftelijk en deugdelijk gemotiveerd is;

35

 De afwijking vooraf ter raadgevend advisering is voorgelegd aan de Vereniging HVWC 20 ;  De afwijking naar algemene maatstaven van redelijkheid en billijkheid is beoordeeld, er een gedegen belangenafweging heeft plaatsgevonden en het in de gegeven omstandigheden acceptabel is om de hardheidsclausule toe te passen.

h. Ruilen standplaats Indien een standplaats vrijkomt hebben de bewoners van de locatie de mogelijkheid om intern van standplaats te ruilen met de vrijkomende standplaats, mits er daardoor op dezelfde locatie een verhuurbare standplaats vrijkomt. De alsdan vrijkomende standplaats wordt vervolgens aangeboden aan de eerstvolgende op de wachtlijst, als in deze toewijzingsregels is vastgesteld. De voorwaarden voor ruil zijn:  Bij het vrijkomen van een standplaats lichten partijen (corporatie en bewoners) elkaar tijdig in:  De bewoners van de betreffende woonwagenlocatie hebben veertien dagen de tijd om een ruilverzoek in te dienen;  Er mag maximaal één ruilverzoek worden ingediend;  Bij meerdere ruilverzoeken bepalen de bewoners onderling via loting welke ruilverzoek geldig is;  De na ruil vrijkomende standplaats dient te voldoen aan de eisen van de verhuurder (leeg en schoon opgeleverd, vrij van illegale opstallen, geen achterstallige huur)  De kosten die gepaard gaan met deze ruil zijn voor de voor ‘ruiler’, evenals de kosten voor het gereed maken voor de verhuur van de achter te laten standplaats;

i. Systeem van 'passend toewijzen' Corporaties kiezen ervoor om het systeem van 'passend toewijzen', conform het beleid voor sociale huurwoningen, standaard toe te passen bij toewijzing van standplaatsen. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de sociaaleconomische achterstand die woonwagenbewoners van oudsher hebben (gehad), in het verleden een uitgangspunt was voor specifiek beleid voor woonwagenbewoners. Het onderzoek van de Nationale ombudsman geeft aanleiding te geloven dat die achterstand niet meer voor alle woonwagenbewoners geldt. Het automatisme om een beleid voor sociale huurwoningen onverkort over te hevelen naar standplaatsenbeleid, is in zoverre niet meer te rechtvaardigen. Het leidt ertoe dat woonwagenbewoners met hogere inkomens principieel worden uitgesloten van de mogelijkheid om volgens hun cultuur te leven.

j. Raadgevend advies De verhuurder stelt bij het vrijkomen van een standplaats de Vereniging HVWC in de gelegenheid om binnen veertien dagen een schriftelijk raadgevend advies te verstrekken. De verhuurder is niet gehouden om het advies te volgen.

Wonen en zorg: ’gereserveerde mantelzorg’ Onder mantelzorg wordt verstaan de hulp die niet beroepsmatig wordt verstrekt aan bejaarden, zieken en andere hulpbehoevenden, zoals inwonende ouders, lichamelijk of verstandelijk gehandicapte kinderen. Bij woonwagens mag er geen bouwwerk opgericht worden als mantelzorgvoorziening. Deze bepaling staat in het Besluit omgevingsrecht (Bor artikel 2, lid 3, sub 3g van bijlage II). Wel mag er een mantelzorgvoorziening plaatsvinden vanuit een vergund gebouw op hetzelfde 20

HVWC = Vereniging voor behoud van de woonwagencultuur Harderwijk

36

perceel (artikel 2, lid 22 van het Bor). Een nieuwe, bebouwde mantelzorgvoorziening op hetzelfde perceel mag wel vergunningsvrij voor bouwen worden geplaatst, onder voorwaarde dat dit gebouw in overeenstemming is met het bestemmingsplan (artikel 3, lid 1 Bor). Hierbij geldt ook het adagium van de Nationale Ombudsman: “Ongelijke gevallen dienen ongelijk te worden behandeld”. Aangezien bij woonwagens geen bouwwerk mag opgericht worden als mantelzorgvoorziening en een woonwagen een opgebouwd kapitaal vertegenwoordigt dat bij verwijdering weinig meer waard is, wordt gekozen voor ‘gereserveerde mantelzorg’. Dit houdt in dat de huurder van een standplaats waarop een eigen woonwagen is geplaatst, een (klein)kind of ouder kan aanwijzen die als mantelzorger fungeert. Hier zijn de navolgende randvoorwaarden aan verbonden: 1. De standplaatszoekende moet opgenomen zijn in de lijst geregistreerde standplaatszoekenden (wachtlijst); 2. De standplaatszoekende moet met het formulier 'Gereserveerde mantelzorg' zijn aangemeld en geregistreerd door de verhuurder voor de betreffende standplaats; 3. Het inkomen van de standplaatszoekende dient in redelijke verhouding te staan tot de woonlast van de standplaats en de woonwagen tezamen; 4. Indien op de standplaats reeds een mantelzorgovereenkomst aanwezig is, kan geen aanspraak meer worden gemaakt op gereserveerde mantelzorg.

Indien de huurder van de standplaats waaraan de gereserveerde mantelzorg is toegekend komt te overlijden of om moverende redenen vertrekt, zal de standplaats eenmalig met voorrang worden toegewezen aan de bij de verhuurder geregistreerde mantelzorger, ongeacht zijn of haar rangorde op de Lijst geregistreerde standplaatszoekenden. Toelichting: a. Mantelzorg: Intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond. b. Gereserveerde mantelzorg Mantelzorg anders bedoeld dan hetgeen hier boven staat beschreven, geboden door het (klein)kind van de direct of in de toekomst hulpbehoevende (groot)ouder, ten behoeve van zelfredzaamheid, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten overstijgt.

11. Monitoring Meetbare resultaten eind 2026 en verder– concreet en uitvoerbaar 

Op de woonwagenlocaties wonen alleen personen die op een adres zijn ingeschreven;

37

      

  

Er wordt door alle bewoners huur betaald voor standplaatsen en er zijn geen hogere huurachterstanden dan gebruikelijk is bij een woningcorporatie; Er bevindt zich uitsluitend gelegaliseerde bebouwing op de woonwagenlocaties; voor alle opstallen is een omgevingsvergunning verleend; De standplaatsen zijn helder afgebakend; er is geen sprake van niet legale ingebruikname van terreinen; De bestemmingsplannen voor woonwagenlocaties zijn toekomstbestendig. Het eventueel achterstallig onderhoud bij huurstandplaatsen is in beeld gebracht en weggewerkt; Waar nodig heeft de gemeente het onderhoud, beheer en handhaving van de openbare ruimte geoptimaliseerd; Er vinden geen bedrijfsmatige activiteiten plaats op de woonwagencentra behoudens datgene wat middels het bestemmingsplan is toegestaan en waar uitdrukkelijk schriftelijke toestemming voor is verleend. Er is geen sprake van milieuoverlast in welke vorm dan ook. Er wordt een lijst geregistreerde standplaatszoekenden opgesteld; er is inzicht in de behoefte aan standplaatsen binnen de gemeente Harderwijk. In het kader van de benodigde inhaalslag worden er 65 - 85 nieuwe standplaatsen aangelegd.

Aanvullend gewenst resultaat (loopt na 2026 verder)  De ‘huurstandplaatsen’ zijn in eigendom van de residerende hoofdbewoners, of de huurstandplaatsen zijn in eigendom van en worden verhuurd door een woningcorporatie.  Een corporatie zorgt voor de exploitatie, het beheer en het onderhoud van de huurstandplaatsen op de woonwagencentra.  

De meetbare resultaten zijn eind 2026 bereikt. Vervolgens volgt een evaluatie en wordt bepaald welk aanvullend beleid er nog benodigd is. Om een inhaalslag te maken vanwege 40 jaar geen standplaatsaanleg, worden er 65-85 nieuwe standplaatsen aangelegd binnen nu en vijf jaar.

12. Communicatie De gemeente zal alle regels, bestemmingsplannen en veiligheidseisen op orde brengen rondom de bestaande en nieuwe woonwagenlocaties. De gemeente zal voor iedere inwoner van Harderwijk zoveel als mogelijk dezelfde regels en procedures hanteren. Of inwoners nu in een stenen huis of in een woonwagen wonen, dat maakt niet uit. Het bestuur van de HVWC verzorgt de communicatie met de leden van de doelgroep. Zij overleggen met de gemeente en de corporaties, leggen de wensen c.q. bedenkingen vanuit de doelgroep woonwagenbewoners voor en koppelen terug wat er uiteindelijk is besloten. Zij vormen zo de onmisbare schakel tussen de gemeente en corporaties aan de ene kant en de woonwagenbewoners aan de andere kant. 38

13. Begrippen en afkortingen Afkortingen Bbl Besluit bouwwerken leefomgeving Bor Besluit omgevingsrecht BRP Basis Registratie Personen, voorheen GBA (=Gemeentelijke Basis Registratie) BZK het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties CRM het College voor de Rechten van de Mens EHRM Europese Hof voor de Rechten van de Mens HVWC Vereniging voor behoud van de woonwagencultuur Harderwijk IPO het Interprovinciaal Overleg NHG Nationale Hypotheek Garantie VNG Vereniging Nederlandse Gemeenten; VWBN Vereniging voor behoud van de woonwagencultuur Nederland

Begrippen  Standplaats een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten (artikel 1, onderdeel j, van de Wet op de huurtoeslag);  Woonwagen een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst (artikel 1, onderdeel l, van de Wet de huurtoeslag).

4. Aanpalend beleid Landelijk          

WABO beleid; Vigerend Bouwbesluit; Huisvestingswet; Woningwet; Wet Milieubeheer; Rapport ‘Woonwagenbewoner zoekt standplaats’ – Nationale Ombudsman d.d. 17-05-2017; ‘Advies inzake Woonwagen- en Standplaatsenbeleid’ – College van de Rechten van de Mens d.d. 28-03-2018; ‘Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijk Relaties d.d. 12-07-2018; Rapport 'Woonwagens en woningcorporaties' – Platform31 d.d. 17-05-2021; Wegwijzer gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid –VNG d.d. 15-05-2021.

Regionaal

39

 

Afstemming gewenst met de omringende gemeenten; Zo mogelijk eenduidig beleid met kleine lokale verschillen.

Lokaal      

Vigerende bestemmingsplan; Huisvestingsverordening gemeente Harderwijk 2020; Inventarisatie woonbehoefte – Companen; Inventarisatie woonbehoefte – HVWC; Woonvisie; Prestatieafspraken met de woningcorporaties.

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=342c20be-6cf5-4c23-98d2-e9b1a5ef9a34