Bijlagen Toelichting Harderweide deelplan 3
Tekst van het document
Het rekenprogramma Aerius Calculator is namelijk gewijzigd sinds 2015, waardoor de berekening uit 2015 niet het meest actuele beeld geeft van de stikstofdepositie als gevolg van het plan.
Advies natuurwaarden Drielanden West fase 2 - 12 januari 2018
11
HYDROLOGIE Verdroging (of vernatting) van het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren als gevolg van het plan is niet te verwachten. In het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren in de omgeving van het plangebied gaat het om een groot oppervlaktewater met relatief smalle oeverzones. De hydrologische veranderingen in het plangebied hebben geen merkbare invloed op het oppervlaktewater van de Veluwerandmeren. Natura 2000-gebied Veluwe is een groot en gevarieerd gebied. Het gebied is aangewezen voor verschillende verdrogingsgevoelige habitattypen. Drielanden(-West) is gelegen aan de rand van het Veluwe-massief. Door de hoge ligging van de Veluwe fungeert het gebied vooral als infiltratiegebied van regenwater. Het regenwater infiltreert in de bodem en stroomt in verschillende richtingen via het eerste watervoerende pakket naar de flanken van de Veluwe. De grondwaterstroming ter plaatse van het plangebied is vanaf dit massief naar het Wolderwijd gericht. Door de ligging (aan de teen van het Veluwe-massief) is het grondwaterniveau in het plangebied relatief hoog gelegen. Voor de gehele wijk Drielanden wordt gefaseerd een stedelijk watersysteem aangelegd. Dit watersysteem bestaat uit singels die worden gevoed vanuit sprengkoppen, infiltratievoorzieningen voor hemelwater en een grote bergingsvijver in De Crescent aan de noordzijde van het plangebied.
De oorspronkelijke beek in het plangebied, Beek van den Hooge Geest, wordt geïntegreerd in dit stedelijke watersysteem. Binnen een zone van 3 km rond het Natura 2000-gebied Veluwe is in het kader van mogelijke hydrologische effecten van nieuwe woonwijken (aanpassing waterhuishouding (ontwatering) en tijdelijke bemaling) aandacht nodig voor het hydrologische aspect (Arcadis, 2006; Tauw, 2011). Binnen de contour van 3 km van het plangebied zijn slechts enkele uitstekende gebiedsdelen van het Natura 2000gebied Veluwe gelegen. De voor verdroging gevoelige habitattypen zwakgebufferde vennen, zure vennen, beken en rivieren met waterplanten, vochtige heide, actieve hoogvenen, overgangs- en trilvenen, pioniervegetaties met snavelbiezen en kalkmoerassen liggen op enige afstand buiten de contour van 3 km. Op basis van het Natuurbeheerplan Gelderland blijkt dat binnen de 3 km-contour uitsluitend het beheertype ‘N16.01 Droog bos met productie’ is gelegen. Dit bostype is niet gevoelig voor verdroging. Naast de constatering dat binnen 3 km van het plangebied geen in het kader van Natura 2000 verdrogingsgevoelige gebieden zijn gelegen, reiken de hydrologische effecten van het plan ook niet tot een afstand van 3 km. Voor het plan Drielanden is een vergunning ingevolge de Grondwaterwet ver2
kregen . Drielanden sluit aan de oostzijde aan op Drielanden-West en ligt daarmee dichter nabij het Natura 2000-gebied Veluwe. Uit de toegekende vergunning komt naar voren dat als gevolg van de
2
Vergunningaanvraag Grondwaterwet Grondwateronttrekking bemalingen realisering bestemmingsplan Drielanden, besluit 16 juli 2004 – nr. MW2004.10262 van Gedeputeerde Staten van Gelderland.
Advies natuurwaarden Drielanden West fase 2 - 12 januari 2018
12
bemalingen geen schade aan Vogel- en Habitatrichtlijngebieden (Natura 2000-gebieden) wordt verwacht. De provincie Gelderland beschermt de natte landnatuur door gericht hydrologische beschermingszones aan te wijzen (Omgevingsvisie Gelderland). Het plangebied is niet aangegeven als Natte landnatuur en ook niet gelegen binnen een beschermingszone Beschermingsgebieden natte natuur. Uit Effectafstanden Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken (Arcadis, 2014) blijkt verder dat bij bedrijfsmatige grondwateronttrekking, ongeacht de omvang van de onttrekking, op een afstand van meer dan 2 km tot het Natura 2000-gebied Veluwe een meetbaar negatief effect is uitgesloten. Gezien de afstand van het plangebied tot verdrogingsgevoelige waarden, wordt een negatieve invloed op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden Veluwerandmeren en Veluwe niet verwacht. RECREATIEDRUK Optische verstoring van natuurwaarden door de bewoners van een woonwijk treedt vooral op door het wandelen in de omgeving (al dan niet met hond). Het Natura 2000-gebied Veluwe ligt hemelsbreed op een afstand van ongeveer 2,5 km. Eventuele recreatieve activiteiten in het Natura 2000gebied Veluwe zullen, gezien de afstand tussen het plangebied en de Veluwe, plaatsvinden door te reizen met fiets en auto. De effecten zijn gezien de afstand niet meer aan de nieuwe woonwijk te koppelen (Arcadis, 2006; Arcadis 2014).
Recentelijk is er een fietsbrug aan de noordzijde van Drielanden-West over de rijksweg A28 aangelegd. Hiermee is de randzone van het Wolderwijd (deelgebied Natura 2000-gebied Veluwerandmeren) toegankelijk gemaakt voor recreanten vanuit Drielanden(-West). Langs het Wolderwijd, ter hoogte van het plangebied, bevinden zich fietspaden en enkele strandjes. Het betreft hier recreatiegebied Nulde-Horst. Als gevolg van de realisatie van de woonwijk Drielanden-West zal de recreatiedruk enigszins toenemen. De fietspaden zijn gelegen buiten het aangewezen gebied. Uit de Voortoets bestaand gebruik Natura 2000-gebieden IJsselmeergebied (Bureau Waardenburg, 2008) komt naar voren dat recreatieve activiteiten op en langs de oever op daarvoor opengestelde plekken (zwemmen, vliegeren, wandelen, sporten op strand) een lokale verstoring optreed van vogels. Deze lokale verstoring wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van mensen en honden. Het gaat hierbij om locaties die reeds aanwezig waren bij aanwijzing van het beschermde gebied. De toename in recreatie zal zich beperken tot de reeds bestaande voorzieningen (fietspaden en strandjes) die al intensief worden gebruikt en waar geen toename in verstoring wordt verwacht.
Uit de toetsing van het plan voor aanleg van de fietsbrug rijksweg A28 komt ook naar voren dat de fietsbrug geen negatieve invloed heeft op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren (Bureau Waardenburg, 2009). De aanleg van de wijk Drielanden-West heeft dan ook op het aspect recreatie geen negatieve invloed op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden Veluwerandmeren en Veluwe.
Advies natuurwaarden Drielanden West fase 2 - 12 januari 2018
13
VERZURING EN VERMESTING Als gevolg van de (aanleg)werkzaamheden en het gebruik van de woonwijk neemt het aantal verkeersbewegingen toe en daarmee de uitstoot van stikstofdioxide. Door de toename van verkeersbewegingen (verkeersaantrekkende werking) kan een toename van de stikstofdepositie door gemotoriseerd verkeer op omliggende kwetsbare natuurterreinen optreden waardoor een verslechtering van stikstofgevoelige habitattypen kan optreden. Hetzelfde geldt voor de uitstoot van stikstof als gevolg van verwarming van de woningen. Binnen het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren komen geen stikstofgevoelige habitattypen voor die te maken hebben met een overbelasting door stikstof. Binnen het Natura 2000-gebied Veluwe komen wel stikstofgevoelige habitattypen voor die te maken hebben met een overbelasting door stikstof. De Veluwe is dan ook opgenomen in de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). De achtergronddepositie in het Natura 2000-gebied Veluwe ligt op een aantal plaatsen voor stikstofgevoelige habitattypen al reeds te hoog, waardoor er sprake is van een overbelaste situatie. In dit kader is met 3
AERIUS Calculator een stikstofberekening uitgevoerd op basis van het aantal en type woningen en het aantal parkeerplaatsen en de ligging van de ontsluitingswegen van Drielanden-West. Hierbij is gerekend met twee scenario’s in de aanlegfase: -
de bouw van 100 woningen per jaar
-
de bouw van 150 woningen per jaar
De uitgangspunten voor en resultaten van de stikstofberekening zijn opgenomen in bijlage 3 van dit rapport. De aanlegfase leidt niet tot een toename van stikstofdepositie hoger dan de grenswaarden van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, maar de gebruiksfase na de bouw van de 368 woningen leidt tot een overschrijding van de grenswaarde van 0,05 mol/ha/jaar voor Natura 2000-gebied Veluwe. Hierbij maakt het geen verschil of tijdens de aanlegfase wordt uitgegaan van 100 of 150 woningen per jaar. De toename van stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied tijdens de gebruiksfase bedraagt 0,08 mol/ha/jaar. Hierdoor kan sprake zijn van een significant negatief effect door verzuring en vermesting op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Veluwe. Het plan leidt niet tot overschrijding van de grenswaarde voor stikstofdepositie van andere Natura 2000-gebieden. Conclusie De stikstofdepositie in Natura 2000-gebied Veluwe als gevolg van het bestemmingsplan is hoger dan de grenswaarde van 0,05 mol N/ha/jaar die wordt gehanteerd in het PAS. Significant negatieve effecten als gevolg van vermesting en verzuring zijn niet uitgesloten. Op dit punt is het plan in strijd met de gebiedsbescherming van de Wet natuurbescherming.
Voor de overige factoren geldt dat als gevolg van het plan geen significant negatieve effecten optreden op instandhoudingsdoelstellingen van beschermde Natura 2000-gebieden. 3
AERIUS Calculator berekent de emissie van stikstof als gevolg van economische activiteiten en de depositie op Natura 2000-gebieden. De resultaten kunnen onder de PAS worden gebruikt voor het aanvragen van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming of het doen van een melding.
Advies natuurwaarden Drielanden West fase 2 - 12 januari 2018
14
3.2
Provinciaal ruimtelijk natuurbeleid
Gelders Natuurnetwerk Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voormalig Ecologische Hoofdstructuur) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. In de provincie Gelderland wordt het NNN Gelders Natuurnetwerk (GNN) genoemd. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het GNN is voor provincie Gelderland uitgewerkt in de Omgevingsvisie Gelderland en de Omgevingsverordening Gelderland (provinciaal ruimtelijk natuurbeleid). Groene ontwikkelingszone Vanuit de Omgevingsverordening Gelderland worden behalve de GNN-gebieden ook gebieden aangewezen als Groene Ontwikkelingszone. In gebieden die zijn aangewezen als Groene Ontwikkelingszone
worden
geen
grootschalige
ontwikkelingen
mogelijk
gemaakt,
maar
kleinschalige
ontwikkelingen die niet leiden tot een significante aantasting van de kernkwaliteiten van het gebied zijn wel toegestaan.
Figuur 4. Ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van het Gelders NatuurNetwerk (GNN, donkergroen) en de Groen Ontwikkelingszone (lichtgroen) (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Advies natuurwaarden Drielanden West fase 2 - 12 januari 2018
15
Inventarisatie Het plangebied ligt niet op en grenst niet aan gronden die in het kader van het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid zijn aangewezen als GNN of Groene Ontwikkelingszone (GO). Op enige afstand ten westen van het plangebied ligt het Wolderwijd waarvan het openwater is aangewezen als GNN en enkele oeverzones zijn aangewezen als GO. Figuur 4 geeft een overzicht van de ligging van de aangewezen gebieden. Effectbeoordeling Tussen het plangebied en de GNN en GO is de rijksweg A28 gelegen. Eventuele verstoring door een toename van geluid, licht en trilling en optische verstoring in het plangebied gaan op in de bestaande verstoring van de A28. Langs het Wolderwijd, ter hoogte van het plangebied, bevinden zich wel fietspaden en enkele strandjes die toegankelijk zijn voor bewoners van het plangebied. Als gevolg van de plannen zal de recreatiedruk naar verwachting enigszins toenemen. De fietspaden zijn echter buiten de aangewezen GNN- en GO-gebieden gelegen. Het plan leidt niet tot significante aantasting van het GNN en de GO in de omgeving van het plangebied. Het plan is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. De activiteit is daarmee op het punt van natuur niet in strijd met de Provinciale Omgevingsverordening.
Advies natuurwaarden Drielanden West fase 2 - 12 januari 2018
16
4
Soortenbescherming Wet- en regelgeving Relevante wetgeving op het gebied van de soortenbescherming is uitgewerkt in de Wet natuurbescherming. De bescherming van flora- en faunasoorten is in de Wnb opgedeeld in twee beschermingscategorieën: -
-
Strikt beschermde soorten: -
soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1);
-
soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5).
Overige beschermde soorten: -
nationaal beschermde soorten (artikel 3.10).
Beschermingsregime Voor beide categorieën geldt dat het verboden is opzettelijk exemplaren te doden, vangen of plukken en voortplantingsverblijfplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te vernielen of te beschadigen. Een belangrijk verschil tussen beide beschermingsregimes is dat voor de strikt beschermde soorten ook het opzettelijk verontrusten verboden is, terwijl dit voor de overige beschermde soorten niet het geval is. Voor vogels geldt daarnaast dat het opzettelijk storen niet verboden is in geval de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Echter, voor vogels die staan in bijlage II van de Conventie van Bern geldt deze uitzondering niet. Daarnaast is er een lijst met jaarrond beschermde broedvogelnesten. Dat houdt in dat voor de op deze lijst genoemde vogelsoorten de nestplaats ook buiten het broedseizoen is beschermd. Het beschermingsregime van de overige (nationaal) beschermde soorten is voor elke soort gelijk. Wel kunnen provincies bij ruimtelijke ontwikkelingen voor deze soorten vrijstelling van de verbodsbepalingen in artikel 3.10 verlenen. Deze zogenaamde vrijstellingslijsten zijn opgenomen in de provinciale verordeningen en komen tussen de provincies grotendeels overeen.
De provincie Gelderland heeft in haar Verordening natuurbescherming’ opgenomen dat voor in totaal 24 soorten een vrijstelling geldt van de verboden genoemd in artikel 3.10 eerste lid Wnb. Een overzicht van deze soorten is opgenomen in bijlage 1 van dit rapport.
Advies natuurwaarden Drielanden West fase 2 - 12 januari 2018
17
Bronnen Geraadpleegde databanken, verspreidingsatlassen, waarnemingsoverzichten, websites en rapporten zijn in de bronnenlijst opgenomen. Op 15 november 2017 is het uitvoerportaal ‘quickscanhulp.nl’ van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd (zie bijlage 2). Gegevens uit de geraadpleegde bronnen worden bij het bespreken van de verschillende soortengroepen alleen genoemd indien ze een meerwaarde voor het onderzoek hebben. Veldbezoek Het plangebied is op 23 oktober 2017 bezocht om een indruk te krijgen van de terreinomstandigheden van het plangebied, de omgeving en de voorkomende flora en fauna (zie ook paragraaf 6.1). Beschrijving resultaten Op basis van de verzamelde informatie middels bronnen- en veldonderzoek, bekende ecologische principes en expert judgement volgt in het navolgende per soortengroep een beschrijving van de (te verwachten) effecten van de ruimtelijke ingreep op beschermde soorten. Indien het nemen van vervolgstappen (zoals aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing) nodig is, wordt dit eveneens vermeld.
4.1
Planten
Inventarisatie Het
grootste
deel
van
het
plangebied
bestaat
uit
voedselrijke
graslanden
en
maïsakkers waarin algemene akker- en graslandplanten zijn aangetroffen als Engels raaigras, kruipende boterbloem, paardenbloem, veldzuring, hanenpoot, herderstasje en vogelmuur. Bij het gronddepot en op de geluidswal langs de A28 groeien wilgen. De kavelsloten met steile oevers vallen voor een deel periodiek droog en zijn gedeeltelijk begroeid met riet. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Ook tijdens het onderzoek in 2015 zijn geen op basis van de Wnb beschermde plantensoorten aangetroffen, al was dat onderzoek gericht op de beschermde soorten van de Flora- en faunawet. Met invoering van de Wnb zijn een aantal plantensoorten beschermd die ten tijde van de Flora- en faunawet niet beschermd waren. De nieuw beschermde soorten betreft veelal zeldzame en bedreigde soorten waarvoor geschikt biotoop ontbreekt in het plangebied. Beschermde plantensoorten zijn niet te verwachten in het plangebied door de huidige inrichting van het plangebied. De uit de omgeving bekende muurbloem (quickscanhulp.nl) groeit op oude muren die in het plangebied ontbreken. Effectbeoordeling In het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen en te verwachten. Het nemen van vervolgstappen voor in het kader van de Wnb beschermde planten is in voorliggende situatie niet nodig.
Advies natuurwaarden Drielanden West fase 2 - 12 januari 2018
18
4.2
Zoogdieren - vleermuizen
Inventarisatie In het plangebied zijn geen gebouwen aanwezig, zodat verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen kunnen worden uitgesloten. In de jonge bomen in het plangebied zijn net als in 2015 (BügelHajema) geen voor vleermuizen geschikte holtes, spleten of loszittende schors aangetroffen. De bomen in het plangebied zijn ook jong en relatief dun en daarmee weinig geschikt voor vleermuizen. Wel kan het plangebied onderdeel vormen van het foerageergebied van vleermuizen. Gezien de openheid van het gebied zijn enkele algemene vleermuissoorten te verwachten die kunnen foerageren in open gebieden, zoals de uit de omgeving bekende gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis (Quickscanhulp.nl). De opgaande beplanting in het plangebied vormt geen onderdeel van een doorgaande lineaire structuur die een essentieel onderdeel zou kunnen vormen van een vliegroute van vleermuizen. Effectbeoordeling Als gevolg van het plan gaan geen verblijfplaatsen verloren en worden geen essentiële vliegroutes van vleermuizen aangetast. Het plangebied vormt geen hoogwaardig foerageergebied voor vleermuizen. Hoewel het plangebied verandert als foerageergebied voor vleermuizen, zal het na ontwikkeling van Drielanden-West fase 2 niet ongeschikt worden als foerageergebied voor de te verwachten soorten.
Bovendien is in de omgeving van het plangebied in ruime mate hoogwaardig alternatief foerageergebied aanwezig. Als gevolg van het plan zijn dan ook geen verbodsovertredingen ten aanzien van vleermuizen aan de orde.
4.3
Zoogdieren – overige
Inventarisatie Er zijn 16 op basis van de Wnb beschermde grondgebonden zoogdiersoorten bekend in de omgeving van het plangebied (Quickscanhulp.nl). Voor een aantal algemene soorten is in het plangebied geschikt leefgebied aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn sporen van ree, vos en mol aangetroffen. In 2015 zijn daarnaast haas en sporen van bruine rat en veldmuis aangetroffen. Behalve deze soorten zijn soorten als aardmuis, huisspitmuis, dwergmuis, bunzing, hermelijn, haas en egel in het plangebied te verwachten. Voor de te verwachten algemene soorten geldt in de provincie Gelderland bij ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb. Uit de omgeving van het plangebied zijn ook een aantal niet-vrijgestelde grondgebonden zoogdieren bekend, te weten bever, boommarter, das en eekhoorn. Voor bever, boommarter en eekhoorn ontbreekt geschikt leefgebied in het plangebied. Voor bever is geschikt leefgebied aanwezig langs de Veluwerandmeren, terwijl boommarter en eekhoorn zijn aangewezen op de meer bosrijke gebieden buiten het plangebied.
Advies natuurwaarden Drielanden West fase 2 - 12 januari 2018
19
Das Das heeft een burcht op zo’n 150 m afstand ten zuiden van Drielanden-West in een bosperceel aan de Horloseweg (hierna dassenburcht Horlo). Het plangebied (de graslanden, maïsakkers en groenstructuren) vormde een belangrijk deel van het foerageergebied van de dassenfamilie uit deze dassenburcht (Zoon buro voor ecologie, 2005b). Bij de aanleg van de Groene Zoomweg in 2005/2006 is aan weerszijden een raster aangebracht en zijn onder de weg door vier faunatunnels aangelegd, waardoor Drielanden-West voor das bereikbaar bleef. Op basis van een op 26 oktober 2012 verkregen ontheffing (FF/75C/2012/0034) is het plangebied in december 2016 ontoegankelijk gemaakt voor dassen door de faunatunnels onder de Groene Zoomweg af te sluiten. Dit is gebeurd in verband met de aanleg van de woningen van Drielanden-West fase 1. Al die tijd is de dassenburcht Horlo door dassen bewoond gebleven. Ondanks het sluiten van de faunatunnels bereiken dassen het plangebied alsnog af en toe doordat ze het raster langs de Groene Zoomweg weten te passeren. Daarom worden de rasters momenteel regelmatig nagelopen en worden ontstane openingen gerepareerd. De gemeente Harderwijk heeft in overleg met de provincie en de KNNV een wijziging van de ontheffing van 26 oktober 2012 aangevraagd.
De aangevraagde wijziging houdt in dat twee afgesloten faunatunnels onder de Groene Zoomweg weer worden geopend, zodat das weer toegang heeft tot foerageergebied in het plangebied totdat fase 2 (en fase 3) van de wijk Drielanden-West zijn gerealiseerd. Hierbij wordt ontheffing aangevraagd om eventueel in de toekomst ten noorden van de Groene Zoomweg ontstane rust- of verblijfplaatsen van das te mogen vernietigen om vestiging van dassen in het tijdelijke foerageergebied te voorkomen. Hierbij wordt de geldigheidsduur van de ontheffing verlengd tot 10 jaar na verlening van de ontheffing. Dit heeft ermee te maken dat de heropening van de faunapassages ervoor zorgt dat dassen een langere periode in het plangebied kunnen foerageren dan oorspronkelijk voorzien. De wijziging van de ontheffing zorgt ervoor dat das in de toekomst mogelijk weer regelmatig kan foerageren in het plangebied tot de aanleg van Drielanden-West is voltooid. Effectbeoordeling Op basis van het veldonderzoek en de geraadpleegde bronnen is een voldoende beeld van de soortengroep grondgebonden zoogdieren ontstaan. Na afgifte van de aangepaste ontheffing om het plangebied Drielanden-West te ontsluiten voor dassen, wordt het plangebied tijdelijk toegankelijk voor dassen als foerageergebied. Op basis van de Wnb-ontheffing, kan de ontwikkeling van de wijk Drielanden-West echter doorgang vinden.
Verder kunnen als gevolg van het plan kunnen enkele verblijfplaatsen van algemene zoogdiersoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Gelderland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb.
Advies natuurwaarden Drielanden West fase 2 - 12 januari 2018
20
4.4
Vogels
Inventarisatie VOGELS MET JAARROND BESCHERMDE NESTEN Uit de directe omgeving van het plangebied zijn verschillende vogelsoorten bekend waarvan de nestplaatsen jaarrond beschermd zijn. Nesten van gebouwbewonende soorten als huismus en gierzwaluw kunnen worden uitgesloten doordat bebouwing ontbreekt. In het plangebied is wel opgaande beplanting aanwezig, maar het betreft veelal jonge bomen. In het plangebied van Drielanden-West fase 2 zijn geen nesten van vogels met jaarrond beschermde nestplaatsen aangetroffen. Een aantal elzensingels van Drielanden-West fase 3 vormt potentieel broedgebied voor buizerd, boomvalk en ransuil. Tijdens het veldbezoek op 23 oktober 2017 is een foeragerende buizerd in het plangebied waargenomen. Een nest van deze soort is echter niet aangetroffen. Wel zijn in de elzensingels net als in 2015 (BügelHajema) een nest van zwarte kraai en enkele individuen van ekster en zwarte kraai aangetroffen. Boomvalk en ransuil bouwen zelf geen nest, maar maken gebruik van (oude) nesten van ekster en zwarte kraai. In 2015 is al nader onderzoek uitgevoerd naar buizerd, boomvalk en ransuil in verband met het voorkomen van buizerd en de aanwezigheid van nesten van zwarte kraai en ekster. Daarbij is het plangebied en een ruime zone rond het plangebied onderzocht.
De resultaten van het onderzoek in het broedseizoen van 2015 zoals beschreven in het rapport van BügelHajema worden hier opnieuw weergegeven: “Zoals eerder genoemd, zijn op 27 februari 2015 verschillende nesten van ekster en zwarte kraai binnen het plangebied aangetroffen. Gedurende de inventarisatie werden twee buizerds foeragerend binnen het plangebied waargenomen. Territoriaal gedrag werd niet waargenomen. Op een afstand van één kilometer ten zuiden van het plangebied werd in een boomsingel een broedpaar van buizerd bij een nest (RD-coördinaten: 167575-481101) aangetroffen. Op 17 april 2015 werden enkele nieuw gebouwde, en bewoonde nesten van ekster en zwarte kraai binnen het plangebied aangetroffen. Op 1 mei 2015 waren verschillende broedparen ekster en zwarte kraai nog binnen het plangebied aan het broeden. In het recreatiegebied Nulde-Horst, dat gelegen is aan de overzijde van de Rijksweg A28, werd een nestplaats (oud kraaiennest) van een torenvalk aangetroffen. Op het, op één kilometer afstand ten zuiden van het plangebied gelegen, buizerdnest zat een buizerd te broeden. Tijdens de inventarisatie van 18 mei 2015 zat lange tijd een buizerd op een paaltje aan de zuidzijde van het plangebied. Vervolgens vloog het individu naar een elzensingel alwaar het geruime tijd zijn veren poetste.
Op de takken rond het, op één kilometer afstand ten zuiden van het plangebied gelegen, buizerdnest waren veel poepspetters aanwezig, dat op de aanwezigheid van jongen wijst.
Advies natuurwaarden Drielanden West fase 2 - 12 januari 2018
21
Op 18 juni 2015 werd binnen het plangebied in een elzensingel een nestplaats van boomvalk aangetroffen (RD-coördinaten: 168485-481980). Het vrouwtje zat te broeden. Het betreffende nest is in 2015 door zwarte kraaien gebouwd en was in mei nog als nestplaats door zwarte kraaien in gebruik. Op basis van de aanvullende inventarisaties komt naar voren dat in 2015 binnen het plangebied geen nestplaatsen aanwezig waren van buizerd en ransuil. Het plangebied maakt daarnaast geen essentieel onderdeel uit van de functionele leefomgeving van in de omgeving aanwezige nestplaatsen. Het plangebied heeft wel enige waarde als foerageergebied voor buizerd, het gaat daarbij echter niet om broedvogels. Het plangebied heeft voor boomvalk een functie als broedplaats en foerageergebied. Als foerageergebied heeft het plangebied door het intensieve gebruik van het grasland en het grote oppervlak aan maïsakker geen hoge waarde. De sloten binnen het plangebied vormen ook geen belangrijk leefgebied voor libellen (belangrijke prooidieren). Boomvalken foerageren tot op meerdere kilometers afstand van hun nestplaats. Het foerageergebied ligt daardoor in een grote straal rond de nestplaats. Jaarlijks kan de locatie van de nestplaats binnen een territorium sterk wisselen.
De nestplaatskeuze is onder meer afhankelijk van de aanwezigheid van beschikbare en geschikte kraaiennesten.” De conclusies van het broedvogelonderzoek uit 2015 zijn nog actueel. De inrichting van het plangebied is ten opzichte van 2015 niet noemenswaardig veranderd. In het plangebied zijn tijdens het veldbezoek op 23 oktober 2017 geen nesten van vogels met jaarrond beschermde nesten aangetroffen. OVERIGE SOORTEN Rond het jaar 2000 was het plangebied voor verreweg het grootste deel in gebruik als agrarisch grasland. Op basis van een broedvogelkartering werden tijdens het broedseizoen van 2001 verschillende territoria van onder meer grutto, kievit, tureluur, scholekster en veldleeuwerik vastgesteld (Bureau Waardenburg bv, 2002). Daarmee werd het plangebied aangemerkt als waardevol weidevogelgebied. Ook in 2004 waren er nog vergelijkbare aantallen weidevogels in het plangebied aanwezig (Bureau Waardenburg bv, 2004). Sindsdien zijn veel percelen grasland omgezet naar maïsakker en is de openheid van het gebied afgenomen door onder meer de aanleg van de Groene Zoomweg, bebouwing, toegangsweg, geluidswal, het gebruik van een perceel als gronddepot en opschot van wilg. Het plangebied is, gezien de huidige terreinomstandigheden, niet meer te karakteristeren als een waardevol weidegebied voor weidevogels.
In 2015 werd ook slechts een laag aantal broedparen van kievit en scholekster in het plangebied waargenomen. De opgaande begroeiing in het plangebied vormt broedgebied voor broedvogels van opgaande beplanting, zoals merel, vink, winterkoning, houtduif en tjiftjaf. In het aan de westzijde gelegen gronddepot nestelde in 2015 oeverzwaluw.
Advies natuurwaarden Drielanden West fase 2 - 12 januari 2018
22
Effectbeoordeling Op basis van het veldonderzoek en de geraadpleegde bronnen is een voldoende beeld van de soortengroep vogels ontstaan. Door de ontwikkeling van Drielanden-West fase 2 verandert het broed- en foerageergebied voor vogels. Voor veel algemene soorten zal het plangebied ook in de nieuwe situatie geschikt zijn als broedgebied. Als gevolg van de ontwikkeling van Drielanden-West fase 2 gaan geen nestplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten verloren. Het plangebied verandert als foerageergebied voor soorten als buizerd, boomvalk en ransuil. Voor buizerd is in de omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief foerageergebied aanwezig. Boomvalk kan ook in stedelijk gebied nestelen en steden kunnen een belangrijk onderdeel vormen van het foerageergebied van deze soort, vanwege de aanwezigheid van de belangrijke prooisoorten gier- en huiszwaluw. Ook ransuil kan in stedelijk gebied voorkomen en foerageren. Voor deze soorten is bovendien, net als voor buizerd, in ruime mate alternatief foerageergebied aanwezig in de omgeving van het plangebied, zoals aan de overzijde van de Groene Zoomweg en langs het Wolderwijd. Voor de overige te verwachten vogelsoorten kan men ervan uitgaan dat geen verbodsbepalingen worden overtreden als vernietiging en verstoring van broedgevallen van vogels wordt voorkomen.
Dit kan plaatsvinden door werkzaamheden buiten de broedperiode van aanwezige soorten uit te voeren. Tevens kunnen bij veel werkzaamheden tijdig voorbereidende maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat vogels tot broeden kunnen komen binnen en rond het werkgebied. De Wnb kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt evenwel dat het broedseizoen van ongeveer 15 maart tot 15 juli duurt.
4.5
Amfibieën, reptielen en vissen
Inventarisatie Uit de omgeving van het plangebied is het voorkomen van bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander bekend (Quickscanhulp.nl). De kavelsloten in het plangebied bieden geschikt voortplantingswater voor deze weinig kritische algemene soorten, waarvoor in de provincie Gelderland bij ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling geldt van de verbodsartikelen van de Wnb. Door de bouwwerkzaamheden ten oosten van het plangebied en het gronddepot aan de westzijde van het plangebied is in potentie geschikt leefgebied aanwezig voor de niet-vrijgestelde rugstreeppad. Deze soort komt echter niet voor in de wijde omgeving van het plangebied (Quickscanhulp.nl en Ravon.nl). Voor andere niet-vrijgestelde amfibieënsoorten ontbreekt geschikt leefgebied in het plangebied. Geschikt leefgebied voor beschermde reptielen ontbreekt in het plangebied. De grote modderkruiper is de enige beschermde vissoort die met enige regelmaat in sloten voorkomt. Deze soort komt echter
Advies natuurwaarden Drielanden West fase 2 - 12 januari 2018
23
niet voor in de wijde omgeving van het plangebied (Quickscanhulp.nl en Ravon.nl) en is tijdens eerder vissenonderzoek in het plangebied niet aangetroffen (BügelHajema, 2015). Effectbeoordeling Op basis van het veldonderzoek is een voldoende beeld van de soortengroepen amfibieën, reptielen en vissen ontstaan. Als gevolg van het plan kunnen enkele verblijfplaatsen van algemene amfibieënsoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Gelderland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb.
4.6
Ongewervelden
Inventarisatie Gezien de inrichting en het intensieve gebruik is het plangebied geen hoogwaardig leefgebied voor ongewervelden. Beschermde ongewervelden zijn ook niet bekend uit de omgeving van het plangebied. Met het oog op de aanwezige biotopen en het voorkomen/de verspreiding in Nederland worden binnen en direct rond het plangebied geen beschermde dagvlinders, libellen en overige ongewervelden verwacht. Effectbeoordeling Op basis van het veldbezoek en de geraadpleegde bronnen is een voldoende beeld van de soortengroep ongewervelden ontstaan. Als gevolg van de ontwikkelingen worden geen effecten op deze soortengroep verwacht.
Advies natuurwaarden Drielanden West fase 2 - 12 januari 2018
24
5
Conclusie en consequenties 5.1
Beschermde gebieden
De stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied Veluwe als gevolg van het bestemmingsplan is hoger dan de grenswaarde van 0,05 mol N/ha/jaar die wordt gehanteerd in het PAS. Significant negatieve effecten als gevolg van vermesting en verzuring zijn niet uitgesloten. Op dit punt is het plan in strijd met de gebiedsbescherming van de Wnb. Voor de overige factoren geldt dat als gevolg van het plan geen significant negatieve effecten optreden op instandhoudingsdoelstellingen van in het kader van de Wnb beschermde Natura 2000gebieden. Het plan leidt niet tot (significante) aantasting van het GNN en de GO in de omgeving van het plangebied. Het plan is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. De activiteit is daarmee op het punt van natuur niet in strijd met de Provinciale Omgevingsverordening.
5.2
Beschermde soorten
Uit het onderzoek komt naar voren dat in en om het plangebied beschermde soorten voorkomen. In het kader van mogelijke verbodsovertredingen van de Wnb zijn de navolgende aspecten van belang. Das Ten zuiden van het plangebied is langs de Horloseweg een dassenburcht aanwezig. In verband met de aanwezigheid van das is een ontheffing van de Wnb aangevraagd op basis waarvan het plangebied tijdens de aanlegfase tijdelijk toegankelijk kan blijven als foerageergebied voor de dassen. Op basis van de ontheffing kan de aanleg van Drielanden-West fase 2 worden doorgevoerd. Broedvogel – nestplaats jaarrond beschermd In het plangebied zijn geen nesten van vogels met jaarrond beschermde nestplaatsen aangetroffen. Van boomvalk is tijdens het broedseizoen van 2015 een jaarrond beschermde nestplaats in een elzensingel ten oosten van het plangebied aangetroffen (Drielanden-West fase 3). Het betreffende nest is in 2015 door zwarte kraaien gebouwd en was in mei 2015 nog als nestplaats door zwarte kraaien in gebruik. Boomvalk bouwt zelf geen nest, maar maakt graag gebruik van de (oude) nesten van zwarte kraai. Ook in 2017 zijn hier een nest van zwarte kraai en individuen van zwarte kraai en ekster aangetroffen. Als gevolg van de ontwikkeling van Drielanden-West fase 2 gaan geen nestplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten verloren.
Het plangebied verandert als foerageergebied voor soorten als buizerd, boomvalk en ransuil. Voor buizerd is in de omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief foerageergebied aanwezig. Boomvalk kan ook in stedelijk gebied nestelen en steden kunnen vanwege de aanwezigheid van de belangrijke prooisoorten gier- en huiszwaluw een belangrijk
Advies natuurwaarden Drielanden West fase 2 - 12 januari 2018
25
onderdeel vormen van het foerageergebied van deze soort. Ook ransuil kan in stedelijk gebied voorkomen en foerageren. Voor deze soorten is bovendien, net als voor buizerd, in ruime mate alternatief foerageergebied aanwezig in de omgeving van het plangebied, zoals aan de overzijde van de Groene Zoomweg en langs het Wolderwijd. Broedvogels – algemeen Ten aanzien van vogels in het algemeen dient bij uitvoering van werkzaamheden rekening te worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Verstoring van broedgevallen van vogels dient te worden voorkomen. Dit kan plaatsvinden door werkzaamheden buiten de broedperiode uit te voeren. Tevens kunnen voorbereidende maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat vogels tot broeden kunnen komen binnen het plangebied. Voor het broedseizoen wordt in het kader van de Wnb geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt. Algemene amfibieën en zoogdieren Binnen het plangebied komen verschillende op basis van de Wnb beschermde algemene amfibieën en grondgebonden zoogdieren voor. Als gevolg van het plan kunnen enkele verblijfplaatsen van algemene amfibieën- en zoogdiersoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood.
De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Gelderland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb.
Advies natuurwaarden Drielanden West fase 2 - 12 januari 2018
26
5.3
Uitvoerbaarheid
Uit het onderzoek naar effecten op beschermde natuurwaarden blijkt dat de aanwezige natuurwaarden vooralsnog op één punt een mogelijke belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het plan. Dit betreft de toename van stikstofdepositie als gevolg van het plan, waardoor significant negatieve effecten door verzuring en vermesting van Natura 2000-gebied Veluwe niet kunnen worden uitgesloten. Het plan leidt verder niet tot negatieve effecten ten aanzien van de soorten- en gebiedsbescherming van de Wnb en het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. Op deze punten wordt het plan dan ook op voorhand uitvoerbaar geacht. Bij aanpassingen van het oorspronkelijke plan en veranderingen in de terreinomstandigheden van het plangebied die kunnen leiden tot andere inzichten met betrekking tot natuurwaarden, zal een actualisatie van het onderzoek moeten plaatsvinden.
12 januari 2018
27
6
Bronnen 6.1
Veldbezoek
Het plangebied en omgeving zijn op 23 oktober 2017 door de heer B. Omon MSc van BügelHajema Adviseurs bezocht om een indruk te krijgen van de terreinomstandigheden van het plangebied, de omgeving en de voorkomende flora en fauna. Tijdens het bezoek zijn plantensoorten genoteerd, maar zijn verder geen volledige vegetatieopnamen gemaakt. Tijdens dit bezoek was het zwaarbeº
wolkt, met matige wind en circa 20 C . Het plangebied en omgeving zijn op 17 april (middag), 1 mei (middag), 18 mei (ochtend) en 18 juni 2015 (namiddag en avond) aanvullend bezocht ten behoeve van de inventarisatie van boomvalk, buizerd en ransuil. Op 18 juni is naast een inventarisatie overdag ook een nachtelijke inventarisatie uitgevoerd ten aanzien van roepende jongen van ransuil. De inventarisaties zijn uitgevoerd door de heer ing. D.J. Venema van BügelHajema Adviseurs en vonden plaats onder gunstige weersomstandigheden. Bij de inventarisaties van nesten is gebruikgemaakt van een boomcamera; een microcamera op een telescoopstok.
6.2
Bronnen
1.
Arcadis, 2006. Streekplanuitwerking stedelijke functies; Voortoets Natura 2000 Gelderland, 110302/OF6/0014433/Alo, 20 oktober 2006.
2.
Arcadis, 2014. Effectafstanden Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken, Apeldoorn, 6 februari 2014.
3.
BügelHajema Adviseurs bv, 2015. Advies Natuurwaarden Drielanden West te Harderwijk, oktober 2015
4.
Bureau Waardenburg bv, 2002. Inventarisatie en beoordeling van de avifauna van DrielandenWest, Gemeente Harderwijk, 10 juli 2002.
5.
Bureau Waardenburg bv, 2004. Beoordeling effecten op beschermde soorten als gevolg van het plan Drielanden-West, Harderwijk, 20 september 2004.
6.
Bureau Waardenburg bv, 2008. Voortoets bestaand gebruik Natura 2000 gebieden IJsselmeergebied, Versie voor consultatie, 14 augustus 2008.
7.
Bureau Waardenburg bv, 2009. Beoordeling soorten Zeepad en fietsbrug 2009, Harderwijk, Culemborg, 23 december 2009.
8.
FF/75C/2012/0034, Toekenning ontheffing Ruimtelijke ingrepen, Drielanden West-Groene Zoom, Dienst Regelingen (Min. EL&I), 26 oktober 2012.
9.
Huizinga, N. (coördinator), 2011. Werkatlas Zoogdieren van Gelderland, Zoogdieratlas.nl, november 2011.
10.
Stichting RAVON, 2013. Waarnemingenoverzicht 2013 (verspreidingsperiode 2004-2013), bijlage bij RAVON 55, jaargang 16 (4).
12 januari 2018
28
11.
www.ravon.nl, soortinformatie reptielen, amfibieën en vissen. Geraadpleegd 15 november 2017.
12.
www.synbiosis.alterra.nl Effectenindicator, van het Ministerie van Economische Zaken, geeft generieke informatie over mogelijke effecten van activiteiten. Geraadpleegd op 14 november 2017. www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/effectenindicatorappl.aspx?subj=effectenmatrix&tab=1
13.
Tauw bv, 2004. Actualisatie MER Drielanden-west, projectnummer 4345133, Deventer, 22 november 2004.
14.
Tauw bv, 2011. Voortoets Drielanden-west te Harderwijk, Toetsing Flora- en faunawet en Natuurbeschermingswet 1998, Deventer 7 januari 2011.
15.
Waarnemingenverslag 2007 ‘Dagvlinders, libellen en sprinkhanen’ (verspreidingsperiode 19992006), EIS-Nederland, De Vlinderstichting en de Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie.
16.
Waterschap Veluwe i.s.m. Ingenieursbureau Oranjewoud B.V., 2009. Waterbeheerplan Veluwe 2010 t/m 2015, Apeldoorn, december 2009.
17.
www.zoogdiervereniging.nl, soortinformatie zoogdieren. Geraadpleegd 15 november 2017.
18.
Zoon buro voor ecologie, 2005a. Dassen aan de Hooge Geest, versie 2, 27 juni 2005.
19.
Zoon buro voor ecologie, 2005b. Dassen in de Groene Zoom: voorkomen en terreingebruik van dassen in het gebied van de Groene Zoom en Drielanden, versie 2, 9 maart 2005.
20.
Zoon buro voor ecologie, 2006. Mogelijkheden voor de das in Ermelo-west, 18 april 2006.
21.
Zoon buro voor ecologie, 2007. Gevolgen van een nieuwe school in drielanden voor de das, versie 1, 6 maart 2007.
22.
Zoon buro voor ecologie, 2010. Compensatie mogelijke maatregelen, 18 maart 2010.
23.
Zoon buro voor ecologie, 2012a. Natuurcompensatieplan Drielanden-west en Groene Zoom, 16 januari 2012.
24.
Zoon buro voor ecologie, 2012b. Natuurtoets Drielanden-west en groene Zoom, 1 februari 2012.
25.
Zoon buro voor ecologie, 2012c. Activiteitenplan – Bijlage bij ontheffingsaanvraag Flora- en faunawet – Drielanden-west / Groene Zoom, Witharen, februari 2012.
12 januari 2018
29
Bijlagen 1.
Soortenvrijstellinglijst provincie Gelderland
2.
Opgave van Quickscanhulp.nl
3.
Aerius-berekeningen
Bijlage 1. Soortenvrijstellinglijst provincie Gelderland In onderstaande tabel zijn de soorten weergegeven waarvoor in de provincie Gelderland vrijstelling geldt. ZOOGDIEREN Aardmuis
Microtus agrestis
Bosmuis
Apademus sylvaticus
Dwergmuis
Micromys minutus
Rosse woelmuis
Clethrionomys glareolus
Veldmuis
Microtus arvalis
Woelrat
Arvicola terrestris
Dwergspitsmuis
Sorex minutus
Gewone bosspitsmuis
Sorex araneus
Huisspitsmuis
Crocidura russula
Tweekleurige bosspitsmuis
Sorex coronatus
Bunzing
Mustela putorius
Wezel
Mustela nivalis
Hermelijn
Mustela erminea
Haas
Lepus europeus
Konijn
Oryctolagus cuniculus
Ree
Capreolus capreolus
Vos
Vulpes Vulpes
Egel
Erinaceus europaeus
Mol
Talpa europea
AMFIBIEËN Bruine kikker
Rana temporaria
Middelste groene kikker (bastaardkikker)
Rana esculenta
Gewone pad
Bufo bufo
Kleine watersalamander
Triturus vulgaris
Meerkikker
Rana ridibunda
Bijlage 2. Opgave van Quickscanhulp.nl Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het onderzoeksgebied – levering uit de Nationale Database Flora en Fauna Disclaimer - De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is in opbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door de Gegevensautoriteit Natuur gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. © NDFF - quickscanhulp.nl 15-11-2017 10:07:53
Soort
Soortengroep
Bescherming
Afstand
Bruine kikker
Amfibieën
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Gewone pad
Amfibieën
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Kleine watersalamander
Amfibieën
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Ringslang
Reptielen
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Muurbloem
Vaatplanten
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Aardmuis
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Boommarter
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Bosmuis
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Bunzing
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Das
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Dwergmuis
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Eekhoorn
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Egel
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Haas
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Huisspitsmuis
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Konijn
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Ree
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Rosse woelmuis
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Rosse woelmuis
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Veldmuis
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Vos
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Bever
Zoogdieren
wnb-hrl
0 - 1 km
Gewone dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
0 - 1 km
Laatvlieger
Zoogdieren
wnb-hrl
0 - 1 km
Rosse vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
0 - 1 km
Ruige dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
0 - 1 km
Watervleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
0 - 1 km
Boomvalk
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Buizerd
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Gierzwaluw
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Grote Gele Kwikstaart
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Havik
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Huismus
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Kerkuil
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Oehoe
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Ooievaar
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Ransuil
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Roek
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Slechtvalk
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Sperwer
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Steenuil
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Wespendief
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Bijlage 3. Aerius-berekeningen
Notitie Opdrachtgever: Gemeente Harderwijk Van:
BügelHajema Adviseurs
Onderwerp:
Berekening stikstofdepositie Drielanden West deelgebied II
Datum:
05-01-2018
projectnummer: 116.00.01.23.01
Inleiding De depositie van stikstof ten gevolge van de ontwikkeling van Drielanden West, deelgebied II te Harderwijk is berekend met het programmapakket Aerius. De presentatie van Aerius is niet erg overzichtelijk. Daarom wat extra toevoegingen aan dit rapport. Modelopzet Aerius In AERIUS zijn voor een deel standaard emissie-kengetallen opgenomen op basis waarvan de emissie van NOx en NH3 wordt bepaald. Ook de bewegingen van en naar het terrein dienen in de berekening meegenomen te worden. Conform jurisprudentie dient de verkeersgeneratie beschouwd te worden tot dat het verkeer op is genomen in het heersende verkeersbeeld. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is dit het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. In de “Handreiking PAS voor aanvragers” wordt hier een nadere toelichting op gegeven: de berekening heeft dienovereenkomstig plaatsgevonden. Daarnaast is sprake van een aanlegfase en een gebruiksfase. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen een fasering waarbij 100 respectievelijk 150 woningen per jaar worden gerealiseerd. Wat betreft de aanleg van de wegenstructuur wordt er van uitgegaan dat deze in zijn geheel in het eerste jaar wordt aangelegd.
Tabel 1 - Fasering met 100 woningen per jaar jaar
aanlegfase
gebruiksfase
2019
wegenstructuur
--
100 woningen 2020
100 woningen
2021
100 woningen
2022
68 woningen
100 woningen wegenstructuur 100 woningen 200 woningen wegenstructuur 200 woningen 300 woningen wegenstructuur 300 woningen
2023
--
368 woningen wegenstructuur 368 woningen
Tabel 2 - Fasering met 150 woningen per jaar jaar
aanlegfase
gebruiksfase
2019
wegenstructuur
--
150 woningen 2020
150 woningen
2021
68 woningen
150 woningen wegenstructuur 150 woningen 300 woningen wegenstructuur 300 woningen
2022
--
368 woningen wegenstructuur 368 woningen
Invoergegevens Aerius De volgende invoergegevens zijn in Aerius gebruikt. Aanlegfase -
Emissie woningbouw per woning -
graafmachine 100 kW gedurende 6 uur met een belasting van 60% en een emissiefactor van 2,9 gram/kWh;
-
reachstacker 250kW gedurende 2 uur met een belasting van 78% en een emissiefactor van 2,0 gram/kWh (stage klasse 3B).
-
Emissie wegenbouw -
graafmachine 130kW gedurende 2000 uur met een belasting van 60% en een emissiefactor van 3,3 gram/kWh;
-
kipauto 260 kW gedurende 2000 uur met een belasting van 60% en een emissiefactor van 3,8 gram/kWh.
datum 05-01-2018
projectnummer 116.00.01.23.01
2
Gebruiksfase -
Emissie woningen Daarbij is uitgegaan van de in het plan(deel) te realiseren aantallen van typen woningen:
-
-
tussenwoning:
1,6 kg NOx/jaar per woning
-
hoekwoning:
1,8 kg NOx/jaar per woning
-
twee-onder-een-kapwoning:
2,2 kg NOx/jaar per woning
-
vrijstaande woning;
3,0 kg NOx/jaar per woning
Emissie verkeer Aan de hand van CROW-publicatie 317 is de verkeersgeneratie binnen het plangebied vastgesteld op 7 ritten per woning. Daarbij is uitgegaan van 93% licht verkeer, 5% middelzwaar verkeer en 2% zwaar verkeer. Wat betreft de depositie per categorie verkeer is uitgegaan van de standaard waarden van Aerius.
Rekenresultaten De berekeningen met Aerius zijn bijgevoegd in de bijlagen. Uit de berekeningen blijkt dat in de aanlegfase van deelgebied II er geen overschrijding optreedt van de normen. Alleen waneer de gebruiksfase volledig is bereikt treedt een overschrijding op van de depositienorm van 0,05 mol/ha/jaar in het natura 2000 gebied Veluwe van 0,08 mol/ha/jaar.
datum 05-01-2018
projectnummer 116.00.01.23.01
3
Bijlagen
datum 05-01-2018
projectnummer 116.00.01.23.01
4
Dit document bevat resultaten van een stikstofdepositieberekening met AERIUS Calculator. U dient dit document te gebruiken ter onderbouwing van een vergunningaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming. De resultaten geven de stikstofeffecten van deze activiteit weer voor Natura 2000gebieden. AERIUS Calculator maakt enkel voor de PAS-gebieden inzichtelijk welke stikstofgevoelige habitattypen er voor komen en op welke hiervan een effect is. Op basis hiervan is aangegeven voor hoeveel hectares ontwikkelingsruimte benodigd is. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en stikstofoxide (NOx), of één van beide. Hiermee is de depositie van de activiteit berekend en uitgewerkt. Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in de Calculator.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl en pas.natura2000.nl.
RufpXb78ajrv (05 januari 2018) pagina 1/5
Bepaling projecteffect
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Gemeente Harderwijk
nvt , nvt Harderwijk
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Drielanden west - deelgebied 2
RufpXb78ajrv
Datum berekening
Rekenjaar
Rekeninstellingen
05 januari 2018, 12:18
2019
Berekend voor Wnb.
Tijdelijk project, startjaar
Duur in jaren
2019
1
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Situatie 1
NOx
1.882,80 kg/j
NH3
-
Natuurgebied
Bijdrage
-
-
Realisatie Drielanden West deelgebied 2 - aanleg wegenstructuur - aanleg eerste 100 woningen
Bepaling projecteffect
Situatie 1
RufpXb78ajrv (05 januari 2018) pagina 2/5
Bepaling projecteffect
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bepaling projecteffect
Bron Sector
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
Bouw 100 woningen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
-
182,40 kg/j
Aanleg wegen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
-
1.700,40 kg/j
RufpXb78ajrv (05 januari 2018) pagina 3/5
Bepaling projecteffect
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx
Voertuig
Omschrijving
AFW
AFW
Brandstof verbruik (l/j)
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
graafmachine 100 kW 100*6 uur 60% belasting 2,9 gr
4,0
4,0
0,0 NOx
104,40 kg/j
Reach stacker 100*2 uur 78% belasting stage klasse 3 B
4,0
4,0
0,0 NOx
78,00 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx
Bepaling projecteffect
Voertuig
Omschrijving
AFW
AFW
Situatie 1
Bouw 100 woningen 168665, 482280 182,40 kg/j
Brandstof verbruik (l/j)
Aanleg wegen 168496, 482158 1.700,40 kg/j
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
graafmachine 130 kW belasting 60% 2000 uur 3,3 gr
4,0
4,0
0,0 NOx
514,80 kg/j
kipauto 260 kW belasting 60% emissiefactor ..8
4,0
4,0
0,0 NOx
1.185,60 kg/j
RufpXb78ajrv (05 januari 2018) pagina 4/5
Bepaling projecteffect
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden verleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2016L_20171215_64190d2d2b Database versie 2016L_20170828_c3f058f00f Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/uitleg
Bepaling projecteffect
Situatie 1
RufpXb78ajrv (05 januari 2018) pagina 5/5
Dit document bevat resultaten van een stikstofdepositieberekening met AERIUS Calculator. U dient dit document te gebruiken ter onderbouwing van een vergunningaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming. De resultaten geven de stikstofeffecten van deze activiteit weer voor Natura 2000gebieden. AERIUS Calculator maakt enkel voor de PAS-gebieden inzichtelijk welke stikstofgevoelige habitattypen er voor komen en op welke hiervan een effect is. Op basis hiervan is aangegeven voor hoeveel hectares ontwikkelingsruimte benodigd is. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en stikstofoxide (NOx), of één van beide. Hiermee is de depositie van de activiteit berekend en uitgewerkt. Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in de Calculator.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl en pas.natura2000.nl.
RZK5KQCkcMy8 (04 januari 2018) pagina 1/6
Bepaling projecteffect
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Gemeente Harderwijk
nvt , nvt Harderwijk
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Drielanden west - deelgebied 2
RZK5KQCkcMy8
Datum berekening
Rekenjaar
Rekeninstellingen
04 januari 2018, 14:48
2020
Berekend voor Wnb.
Tijdelijk project, startjaar
Duur in jaren
2020
1
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Situatie 1
NOx
498,70 kg/j
NH3
4,73 kg/j
Natuurgebied
Bijdrage
-
-
Realisatie Drielanden West deelgebied 2 - aanleg eerste 100 woningen - gebruiksfase eerste 100 woningen - gebruiksfase wegen eerste 100 woningen
Bepaling projecteffect
Situatie 1
RZK5KQCkcMy8 (04 januari 2018) pagina 2/6
Bepaling projecteffect
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
gebruiksfase 100 woningen Plan | Plan
verkeer gebruiksfase 100 woningen Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
bouw 100 woningen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
Bepaling projecteffect
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
-
217,20 kg/j
4,73 kg/j
99,10 kg/j
-
182,40 kg/j
RZK5KQCkcMy8 (04 januari 2018) pagina 3/6
Bepaling projecteffect
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx
Sector
Categorie
Omschrijving
Woningen (nieuwbouw): Tussenwoning
Eenheden Stof
Emissie
gebruik woningen
21,0 NOx
32,56 kg/j
Woningen (nieuwbouw): Hoekwoning
gebruik woningen
14,0 NOx
25,65 kg/j
Woningen (nieuwbouw): Tweeonder-één-kap
gebruik woningen
44,0 NOx
95,35 kg/j
Woningen (nieuwbouw): Vrijstaande woning
gebruik woningen
21,0 NOx
63,64 kg/j
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Bepaling projecteffect
gebruiksfase 100 woningen 168665, 482280 217,20 kg/j
Soort
Voertuig
Standaard
verkeer gebruiksfase 100 woningen 168478, 482169 99,10 kg/j 4,73 kg/j
Aantal voertuigen (/dag) Stof
Emissie
Licht verkeer
651,0 NOx NH3
61,43 kg/j 4,62 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
35,0 NOx NH3
26,13 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
14,0 NOx NH3
11,53 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RZK5KQCkcMy8 (04 januari 2018) pagina 4/6
Bepaling projecteffect
Naam Locatie (X,Y) NOx
Bepaling projecteffect
Voertuig
Omschrijving
AFW
AFW
Situatie 1
Brandstof verbruik (l/j)
bouw 100 woningen 168559, 482161 182,40 kg/j
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
graafmachine 10 kW 100*6 uur 60% belasting 2,9 gr
4,0
4,0
0,0 NOx
104,40 kg/j
Reach stacker 100*2 uur 78% belasting stage klasse 3B
4,0
4,0
0,0 NOx
78,00 kg/j
RZK5KQCkcMy8 (04 januari 2018) pagina 5/6
Bepaling projecteffect
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden verleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2016L_20171215_64190d2d2b Database versie 2016L_20170828_c3f058f00f Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/uitleg
Bepaling projecteffect
Situatie 1
RZK5KQCkcMy8 (04 januari 2018) pagina 6/6
Dit document bevat resultaten van een stikstofdepositieberekening met AERIUS Calculator. U dient dit document te gebruiken ter onderbouwing van een vergunningaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming. De resultaten geven de stikstofeffecten van deze activiteit weer voor Natura 2000gebieden. AERIUS Calculator maakt enkel voor de PAS-gebieden inzichtelijk welke stikstofgevoelige habitattypen er voor komen en op welke hiervan een effect is. Op basis hiervan is aangegeven voor hoeveel hectares ontwikkelingsruimte benodigd is. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en stikstofoxide (NOx), of één van beide. Hiermee is de depositie van de activiteit berekend en uitgewerkt. Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in de Calculator.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl en pas.natura2000.nl.
Rtpci5c2LRck (04 januari 2018) pagina 1/6
Bepaling projecteffect
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Gemeente Harderwijk
nvt , nvt Harderwijk
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Drielanden west - deelgebied 2
Rtpci5c2LRck
Datum berekening
Rekenjaar
Rekeninstellingen
04 januari 2018, 15:35
2021
Berekend voor Wnb.
Tijdelijk project, startjaar
Duur in jaren
2021
1
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Situatie 1
NOx
773,39 kg/j
NH3
8,95 kg/j
Natuurgebied
Bijdrage
-
-
Realisatie Drielanden West deelgebied 2 - aanleg 100 woningen - gebruiksfase 200 woningen - gebruiksfase wegen 200 woningen
Bepaling projecteffect
Situatie 1
Rtpci5c2LRck (04 januari 2018) pagina 2/6
Bepaling projecteffect
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
-
217,20 kg/j
8,95 kg/j
187,88 kg/j
gebruiksfase 100 woningen Plan | Plan
-
185,91 kg/j
bouw 100 woningen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
-
182,40 kg/j
gebruiksfase 100 woningen Plan | Plan
verkeer gebruiksfase 200 woningen Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
Bepaling projecteffect
Situatie 1
Rtpci5c2LRck (04 januari 2018) pagina 3/6
Bepaling projecteffect
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx
Sector
Categorie
Omschrijving
Woningen (nieuwbouw): Tussenwoning
Eenheden Stof
Emissie
gebruik woningen
21,0 NOx
32,56 kg/j
Woningen (nieuwbouw): Hoekwoning
gebruik woningen
14,0 NOx
25,65 kg/j
Woningen (nieuwbouw): Tweeonder-één-kap
gebruik woningen
44,0 NOx
95,35 kg/j
Woningen (nieuwbouw): Vrijstaande woning
gebruik woningen
21,0 NOx
63,64 kg/j