CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 PvE P7 Harderwijk

Raadsvergadering 4 juli 2024, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Bestemmingsreserve en krediet parkeergarage Kop van de Stadswerven20.163 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Programma van Eisen P7 - Kop van de Stadswerven - Harderwijk

28 februari 2024

Spark B.V. Nieuwstraat 4 2266 AD Leidschendam +31 (0)70 31 77 005 info@spark-parkeren.nl spark-parkeren.nl KvK 28108453

Colofon Opdrachtgever Ontwikkelingscombinatie Waterfront VOF Titel Programma van Eisen Versie CONCEPT v0.740i Datum 28 februari 2024 Projectteam opdrachtgever Mathijs van Beem Natalie Neary

Projectteam Spark Michel Houtkamp Erwin van Hout Projectleider Spark Erwin van Hout

Programma van Eisen

2 / 68

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

Opgave

8

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding Doelstelling Typering Parkeervoorziening Begrenzing project Situatiebeschrijving

8 8 8 9 9

1.5.1 1.5.2 1.5.3

Aanvangssituatie Realisatiefase Gebruiksfase

9 9 9

1.6

Werkwijze

10

1.6.1 1.6.2 1.6.3

Opbouw Programma van Eisen Minimumeisen Scopeafbakening

10 11 12

1.7

Leeswijzer

13

Algemene (top)eisen

14

2.1 2.2

Algemene normen en voorschriften Algemene topeisen

14 14

2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4

Functionele eisen Raakvlakeisen Aspecteisen Realisatie-eisen

14 17 18 19

Maaiveld en ondergrond

20

3.1

Algemeen

20

3.1.1

Functionele eisen

20

3.2

Hemelwaterafvoer

20

3.2.1 3.2.2

Functionele eisen Realisatie-eisen

20 20

3.3

Vuilwaterafvoer

20

3.3.1 3.3.2

Functionele eisen Realisatie-eisen

20 20

3.4

Kabels en leidingen

20

3.4.1

Realisatie-eisen

20

Constructie

21

4.1

21

Algemene eisen

Programma van Eisen Versie CONCEPT v0.740i

3 / 68

4.1.1 4.1.2 4.1.3 5.

Functionele eisen Raakvlakeisen Aspecteisen

21 21 21

Bouwkundige afbouw

24

5.1

Algemene eisen

24

5.1.1 5.1.2 5.1.3

Functionele eisen Aspecteisen Realisatie-eisen

24 25 27

5.2

In- en uitrit voertuigen

27

5.2.1 5.2.2 5.2.3

Functionele eisen Raakvlakeisen Aspecteisen

27 28 28

5.3

Openbare entrees voetgangers

29

5.3.1 5.3.2 5.3.3

Functionele eisen Raakvlakeisen Aspecteisen

29 29 29

5.4

Parkeervloeren

29

5.4.1 5.4.2 5.4.3

Functionele eisen Raakvlakeisen Aspecteisen

29 31 32

5.5

Afgescheiden bewonersgedeelte

32

5.5.1

Functionele eisen

32

5.6

Serviceruimte

33

5.6.1 5.6.2 5.6.3

Functionele eisen Raakvlakeisen Aspecteisen

33 33 33

5.7

Hellingbanen

33

5.7.1 5.7.2 5.7.3

Functionele eisen Raakvlakeisen Aspecteisen

33 34 34

5.8

Hoofdtrappenhuis

34

5.8.1 5.8.2 5.8.3

Functionele eisen Raakvlakeisen Aspecteisen

34 35 35

5.9

Neventrappenhuis

36

5.9.1 5.9.2 5.9.3

Functionele eisen Raakvlakeisen Aspecteisen

36 37 37

Programma van Eisen Versie CONCEPT v0.740i

4 / 68

5.10

Noodtrappenhuizen

37

5.10.1 Functionele eisen 5.10.2 Raakvlakeisen 5.10.3 Aspecteisen

37 38 38

5.11

38

Sanitaire voorziening

5.11.1 Functionele eisen 5.11.2 Raakvlakeisen

38 38

5.12

Exploitatieruimte

38

5.12.1 Functionele eisen

38

5.13

39

Technische ruimten

5.13.1 Functionele eisen 5.13.2 Raakvlakeisen 5.13.3 Aspecteisen

39 40 40

5.14

40

Fietsenstalling

5.14.1 Functionele eisen

40

5.15

42

Dak

5.15.1 Functionele eisen 5.15.2 Aspecteisen

42 42

Parkeervoorziening – E-installaties

44

6.1

Algemene eisen

44

6.1.1 6.1.2 6.1.3

Functionele eisen Raakvlakeisen Aspecteisen

44 44 44

6.2

Energievoorziening

45

6.2.1 6.2.2 6.2.3

Functionele eisen Raakvlak eis Realisatie-eisen

45 46 46

6.3

Noodstroomvoorziening

47

6.3.1

Functionele eisen

47

6.4 6.5

PV-panelen Verlichting

47 48

6.5.1 6.5.2 6.5.3

Functionele eisen Aspecteisen Raakvlakeis

48 49 50

6.6

Brandmeld- en ontruimingsinstallatie

50

6.6.1

Functionele eisen

50

6.7

Laadpunten

50

Programma van Eisen Versie CONCEPT v0.740i

5 / 68

6.

7.

8.

9.

6.7.1 6.7.2

Functionele eisen Aspecteisen

50 51

6.8

Gebouwbeheersysteem

52

6.8.1

Functionele eisen

52

Parkeervoorziening – W-installaties

53

7.1

Algemeen

53

7.1.1 7.1.2

Functionele eisen Aspecteisen

53 53

7.2

Hemelwater

54

7.2.1

Functionele eisen

54

7.3

Vuilwaterafvoer

55

7.3.1

Functionele eisen

55

7.4

Watertappunt

56

7.4.1

Functionele eisen

56

7.5

Sanitaire voorzieningen

56

7.5.1

Functionele eisen

56

7.6

Ventilatiesystemen

56

7.6.1

Functionele eisen

56

7.7

Brandmelding en -bestrijding

57

7.7.1

Functionele eisen

57

Parkeervoorziening – C-installaties

59

8.1

Algemeen

59

8.1.1 8.1.2 8.1.3

Functionele eisen Raakvlakeis Realisatie-eisen

59 59 59

Parkeervoorziening – PMS en VMS

60

9.1

Algemeen

60

9.1.1 9.1.2

Functionele eisen Realisatie-eisen

60 61

10. Parkeervoorziening - Liften 10.1

62

Algemeen

62

10.1.1 Functionele eisen 10.1.2 Raakvlakeisen 10.1.3 Aspecteisen

62 63 63

Programma van Eisen Versie CONCEPT v0.740i

6 / 68

10.1.4 Realisatie-eisen

63

Overzicht bijlagen

64

Bijlage 1 Systeem- en werkgrenzen

65

Bijlage 2 Wijze van aanleveren

66

Bijlage 3 Bindende en informatieve documenten

67

Programma van Eisen Versie CONCEPT v0.740i

7 / 68

1. Opgave 1.1

Aanleiding

Als onderdeel van het project ‘Waterfront’ in Harderwijk wordt de parkeergarage Jan Krulkade gerealiseerd (verder: de Parkeervoorziening). De Parkeervoorziening is gepland in de Kop van de Stadswerven, gelegen in het gebied tussen de Ouwe Scherpstraat en de Lelyhaven. De Parkeervoorziening is openbaar toegankelijk en is bedoeld voor de bezoekers van het centrum van Harderwijk en het nabij gelegen Dolfinarium, en voorziet in de parkeerbehoefte van de bewoners en bezoekers van de omliggende woningen. De Parkeervoorziening is ingericht op zowel kortparkeerders als vergunninghouders. Ook is een deel van de parkeerplaatsen exclusief gereserveerd voor de bewoners van naastgelegen woningen. Dit deel van de Parkeervoorziening is fysiek afgescheiden van de rest van de garage.

1.2

Doelstelling

De realisatie van de Parkeervoorziening maakt onderdeel uit van de ontwikkeling van de Kop van de Stadswerven. De Ontwikkelingscombinatie Waterfront Harderwijk en de gemeente Harderwijk zijn overeen gekomen dat de Parkeervoorziening in opdracht van de Ontwikkelingscombinatie Waterfront wordt gerealiseerd. De Ontwikkelingscombinatie Waterfront Harderwijk treedt op als Opdrachtgever. Na oplevering zal de gemeente Harderwijk de Parkeervoorziening in eigendom overnemen en de Parkeervoorziening beheren en exploiteren. De opdracht voor de realisatie wordt verstrekt in de vorm van Design&Build. De hiervoor benodigde omschrijving van de te realiseren functionaliteit en kwaliteit is geborgd in dit functioneel Programma van Eisen (verder: PvE). In dit PvE zijn zowel de eisen van de Ontwikkelingscombinatie Waterfront Harderwijk als de gemeente Harderwijk - als toekomstig eigenaar – opgenomen. De Parkeervoorziening dient uiterlijk op 1 juli 2026 in gebruik genomen te worden.

1.3

Typering Parkeervoorziening

De gevraagde Parkeervoorziening betreft een gebouwde bovengrondse parkeergarage met een parkeercapaciteit van tenminste 573 parkeerplaatsen en een fietsenstalling met tenminste 30 fietsparkeerplaatsen. De Parkeervoorziening is openbaar toegankelijk. De parkeerplaatsen voor bewoners zijn gesitueerd in een uitsluitend voor bewoners toegankelijk deel van de Parkeervoorziening volgens het principe van een ‘garage in garage’. De fietsenstalling is niet openbaar toegankelijk. De Parkeervoorziening is voorzien van een dak waarop niet geparkeerd kan worden. Voor het ontwerp van de gevel zijn een gesloten en een niet-gesloten variant uitgewerkt. Onafhankelijk van de definitieve keuze tussen deze varianten, dient de Parkeervoorziening te zijn voorzien van een brandbestrijdingsinstallatie.

Programma van Eisen Versie CONCEPT v0.740i

8 / 68

1.4

Begrenzing project

De Parkeervoorziening wordt gerealiseerd op een kavel dat in eigendom is van de Ontwikkelcombinatie Waterfront Harderwijk (verder: Opdrachtgever). Voor de begrenzing van het project wordt een onderscheid gemaakt tussen de systeemgrens en de werkgrens. De Parkeervoorziening dient geheel gepositioneerd te worden binnen de systeemgrens en wel zodanig dat de gevel aansluit op de noordelijke en zuidelijke systeemgrens. Alleen in de realisatiefase mag gebruik gemaakt worden van de het gebied binnen de werkgrenzen. Het is niet toegestaan om buiten de werkgrens grondoppervlakten in te richten of te gebruiken als werkterrein. De systeem- en werkgrenzen zijn weergegeven in Bijlage 1: ‘Systeem- en werkgrenzen’.

1.5

Situatiebeschrijving

1.5.1 Aanvangssituatie De locatie betreft een ontwikkelingslocatie waar op dit moment geen andere functie is gevestigd. Het kavel wordt door Opdrachtgever bouwrijp ter beschikking gesteld. In Bijlage 2: ‘Wijze van aanleveren’ is opgenomen in welke staat de locatie ter beschikking wordt gesteld. In de voorfase zijn verschillende onderzoeken verricht en (ontwerp)uitgangspunten vastgesteld. De betreffende onderzoeken en resultaten daarvan en relevante documenten worden door Opdrachtgever beschikbaar gemaakt. In Bijlage 3: ‘Bindende en informatieve documenten’ is een overzicht opgenomen van de documenten die het betreft. Het is de verantwoordelijkheid van Opdrachtnemer om te bepalen of hij, ten opzichte van de situatie waarin het terrein ter beschikking wordt gesteld, en de beschikbare onderzoek(sresultat)en, voor eigen rekening en risico nader onderzoek dient te laten uitvoeren. De omgeving van de Parkeervoorziening is in ontwikkeling. De Opdrachtgever heeft een niet limitatief overzicht opgesteld van de ontwikkelingen in de directe omgeving op basis van de nu bekende fasering. Zie Bijlage 4: ‘Overzicht ontwikkelingen in de omgeving’. Deze ontwikkelingen zijn mogelijk van invloed op en/of worden beïnvloed door de realisatie van de Parkeervoorziening.

1.5.2 Realisatiefase Tijdens de realisatiefase draagt Opdrachtnemer zorg voor het ontwerp en de realisatie van de Parkeervoorziening. Opdrachtnemer draagt zorg voor de bereikbaarheid en toegankelijkheid van zijn werk- en bouwterrein, zowel binnen de systeem- en werkgrenzen als op de aanvoerroutes. Hierbij is uitgangspunt dat Opdrachtnemer zijn werkzaamheden afstemt met Opdrachtgever en tijdens de realisatiefase zo min mogelijk hinder en overlast veroorzaakt voor derden. Opdrachtnemer beheert zijn werk- en bouwterrein actief. 1.5.3 Gebruiksfase Binnen de benoemde systeemgrenzen zijn minimaal 573 parkeerplaatsen gerealiseerd. De Parkeervoorziening geeft invulling aan alle gevraagde functies en voldoet hiertoe aan alle gestelde eisen. De ontworpen en gerealiseerde Parkeervoorziening is door Opdrachtnemer opgeleverd en door Opdrachtgever overgedragen aan Eigenaar.

Programma van Eisen Versie CONCEPT v0.740i

9 / 68

1.6

Werkwijze

1.6.1 Opbouw Programma van Eisen Het PvE is opgebouwd op basis van de functionele eisen die de Parkeervoorziening moet kunnen vervullen. Deze functies zijn hiërarchisch weergegeven in onderstaande functieboom en worden toegelicht in hoofdstuk 2: ‘Algemene (top)eisen’:

Figuur 1: Functieboom

Bovenstaande functies zijn van toepassing op de volledige Parkeervoorziening en/of de onderdelen (objecten) van de Parkeervoorziening, dit is uitgewerkt in onderstaande objectenboom. De opgenomen nummering verwijst naar de hoofdstukindeling in dit document.

Programma van Eisen Versie CONCEPT v0.740i

10 / 68

Figuur 2: Objectenboom

Voor elk van bovenstaande objecten wordt – waar van toepassing - omschreven aan welke eisen deze moet voldoen. Om te zorgen dat geen (functionele) eisen onbenoemd blijven, en dat het doel van de verschillende eisen duidelijk blijft, worden de eisen geordend met behulp van een vaste eisenstructuur. In Bijlage 5: ‘Informatie over eisen’ is nadere informatie opgenomen over de toegepaste eisenstructuur en verificatie. 1.6.2 Minimumeisen Alle in dit document opgenomen eisen betreffen minimumeisen waar de Parkeervoorziening aan moet voldoen. Deze minimumeisen geven een beeld van de gewenste functies en het verwachte kwaliteitsniveau van de Parkeervoorziening. Het document is zo ingedeeld dat alle reguliere functies, aspecten en raakvlakken van een reguliere Parkeervoorziening aan bod komen.

Programma van Eisen Versie CONCEPT v0.740i

11 / 68

Alle specificaties in dit document zijn eisen, tenzij expliciet is aangegeven dat het een wens (wens) betreft. 1.6.3 Scopeafbakening In onderstaande tabel is beknopt en samengevat de scopeafbakening weergegeven uitsluitend voor die onderdelen van de Parkeervoorziening, waarvoor de Opdrachtnemer geen werkzaamheden behoeft te verrichten. Onderstaande beschrijving dient te worden geïnterpreteerd als een samenvatting van de in de hierna volgende hoofdstukken benoemde uitgangspunten en eisen. Onderdeel

Buiten scope

Binnen scope

Maaiveld en ondergrond

Functievrij maken

Aansluiting NUTS voorzieningen (E+W+data/ISRA-punt)

Constructie

Volledig

Bouwkundige afbouw

Volledig

E-installaties -

Energievoorziening

Middenspanningsinstallatie

Bouwkundige voorzieningen voor middenspanningsinstallatie Klantstation (trafo+klantruimte)

-

Laadpunten (geïnstalleerd)

Levering + installatie laadpunten

Bekabeling + coördinatieverplichting

-

Laadpunten (voorbereid)

Bekabeling, levering + installatie laadpunten

Voorbereiding + coördinatieverplichting

W-installaties -

Sanitaire voorzieningen

Inbouw toiletsysteem + coördinatieverplichting

C-installaties -

Netwerk

Levering + installatie netwerk(componenten)

Voorbereiding (incl. bekabeling) + coördinatieverplichting

PMS en VMS

Levering + installatie PMS+VMS

Voorbereiding (incl. bekabeling) + coördinatieverplichting

-

speedgates entree

Levering + installatie

Voorbereiding (incl. bekabeling) + coördinatieverplichting

-

automatische hekwerken (bewonersdeel)

Levering + installatie

Voorbereiding (incl. bekabeling) + coördinatieverplichting

Liften

Liftdoormelding

Tabel 1: Samenvatting scopeafbakening

Opdrachtnemer heeft een coördinatieverplichting voor het laten uitvoeren van alle werkzaamheden die buiten scope zijn, maar voor het volledig functioneren van de Parkeervoorziening noodzakelijk zijn.

Programma van Eisen Versie CONCEPT v0.740i

12 / 68

1.7

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk zijn in hoofdstuk 2: ‘Algemene (top)eisen’ de algemene en topeisen opgenomen die van toepassing zijn op de volledige Parkeervoorziening. De hoofdstukken 3 tot en met 10 bevatten de uitwerking van deze topeisen in (product)eisen. Als in dit document gesproken wordt over Opdrachtgever, wordt bedoeld de Ontwikkelingscombinatie Waterfront Harderwijk. Als gesproken wordt over Opdrachtnemer wordt bedoeld de bouwer die de opdracht heeft aanvaard om de Parkeervoorziening te realiseren. Naar de gemeente Harderwijk wordt, als toekomst eigenaar, exploitant en beheerder, verwezen als Eigenaar.

Programma van Eisen Versie CONCEPT v0.740i

13 / 68

2. Algemene (top)eisen 2.1

Algemene normen en voorschriften

A001

De Parkeervoorziening voldoet aan alle van toepassing zijnde nationale, Europese en internationale wet- en regelgeving. In aanvulling op deze wet- en regelgeving zijn de volgende normen, richtlijnen en voorschriften, van toepassing: a. Europese normen en Europese richtlijnen (onder andere NEN-EN); b. Nederlandse normen en (praktijk-)richtlijnen (onder andere NEN, NPR en BRL); c. CROW/KpVV-publicaties; d. CUR-richtlijnen (Civieltechnisch centrum Uitvoering Research en regelgeving) ; e. installatie-, montage- en andere voorschriften van leveranciers. f. Opdrachtnemer dient er voor te zorgen dat de door hem te verrichten werkzaamheden en de resultaten daarvan aan deze algemene normen en voorschriften voldoen. Indien van een norm, voorschrift of richtlijn geen datum/versie is aangegeven, dan geldt de vigerende versie daarvan op de dag van het indienen van de aanvraag Omgevingsvergunning.

A002

In aanvulling op de reeds genoemde normen, richtlijnen en voorschriften dient de Parkeervoorziening te voldoen aan de volgende algemene normen en voorschriften (nietlimitatief), inclusief de daarin opgenomen verwijzingen naar overige van toepassing zijnde normen en voorschriften: a. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en gemeentelijke voorschriften op het gebied van Bouw- en Woningtoezicht; b. Voorschriften van de Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland; c. Milieudienst, de Wet Milieubeheer, normen en grenswaarden luchtkwaliteitsdoelstellingen; d. Arbeidsinspectie en ARBO wetgeving; e. Bepalingen en voorschriften van lokale nutsbedrijven (elektra, CAI, water, telefonie, data e.d.); f. NEN 2443:2013 (openbare garage); g. NEN-EN 1991-1-7:2006 + A1:2014 + NB:2019 (o.a. stootbelasting) h. Wegenverkeerswet In geval van onderlinge tegenstrijdigheden tussen bovengenoemde (algemene) normen en voorschriften, geldt bovenstaande rangorde.

2.2

Algemene topeisen

Hierna volgen de belangrijkste algemene functionele-, raakvlak-, aspect- en realisatie-eisen gerelateerd aan de functies van de Parkeervoorziening. Deze eisen worden nader uitgewerkt in de hoofdstukken 3 en verder. 2.2.1 Functionele eisen Bieden parkeergelegenheid B001 De Parkeervoorziening biedt minimaal plaats aan 573 openbaar toegankelijke autoparkeerplaatsen (inclusief fysiek afgesloten bewonersdeel). Alle parkeerplaatsen zijn

Programma van Eisen Versie CONCEPT v0.740i

14 / 68

B002 B003

B004 B005

gesitueerd in een bovengrondse parkeervoorziening van vier volledige parkeerlagen (inclusief begane grond) met een dak waarop niet geparkeerd wordt. De Parkeervoorziening beschikt over een fysiek afgescheiden bewonersgedeelte van tenminste 951 parkeerplaatsen volgens het principe van een ‘garage in garage’. De Parkeervoorziening biedt parkeergelegenheid voor minimaal 30 fietsen in een afgescheiden fietsenstalling met een separate entree aan de zuidwestzijde. De fietsenstalling is eenvoudig uitbreidbaar naar 60 fietsparkeerplaatsen. De Parkeervoorziening is aangesloten op de omliggende openbare verkeersinfrastructuur. De Parkeervoorziening dient aan te sluiten op de ruimtelijke indeling zoals deze in hoofdlijnen is vastgelegd in Bijlage 6: ‘Principe-ontwerp Jan Krul garage’ (verder: het Principe-ontwerp).

Bieden ruimte B006 De Parkeervoorziening biedt ruimte aan alle daartoe behorende deelruimten. Waaronder tenminste maar niet uitsluitend: entrees, serviceruimte, sanitaire voorziening, in- en uitritten, trappenhuizen (inclusief liften), parkeervloeren, hellingbanen, fietsenstalling en technische ruimten. B007 De Parkeervoorziening biedt voor verschillende installaties de daartoe benodigde bouwkundige ruimten (technische ruimten), waaronder een middenspanningsstation ten behoeve van de omgeving. De Parkeervoorziening is daarnaast tenminste voorzien van een exploitatieruimte, een afsluitbare ruimte voor het opstellen, vullen en legen van een schrobveegmachine en een afsluitbare ruimte voor het opstellen van containers. B008 De Parkeervoorziening is voorzien van een gesloten dak over de volledige oppervlakte dat ruimte biedt voor het plaatsen van PV-panelen boven de bovenste parkeerlaag. Afwikkelen gebruikers B009 De Parkeervoorziening wikkelt de verkeersintensiteiten die behoren bij de gebruikers van de Parkeervoorziening af op de omliggende infrastructuur zodanig dat de Parkeervoorziening in een tijdsbestek van twee uur geheel gevuld of geleegd kan worden. B010 De Parkeervoorziening is afsluitbaar voor voertuigen en voetgangers. De Parkeervoorziening is 24 uur per dag toegankelijk voor geautoriseerde gebruikers, zowel automobilisten als voetgangers.

De Parkeervoorziening wordt ter plaatse van de entrees voor voertuigen fysiek afgesloten met behulp van speedgates welke door het PMS (werken derden) aangestuurd worden. B011 Het is niet mogelijk voor voertuigen om anders dan via de inrit voor voertuigen de garage in te rijden of via de uitrit voor voertuigen de garage uit te rijden. Regulering van de entrees voor voertuigen vindt plaats met behulp van slagbomen (in combinatie met speedgates) die aangestuurd worden door het PMS (werken derden). B012 Het is niet mogelijk voor voetgangers om anders dan via de entrees voor voetgangers de garage te betreden of te verlaten. Regulering van de entrees voor voetgangers vindt plaats met behulp van het PMS (werken derden). B013 Het is niet mogelijk voor voertuigen of voetgangers om anders dan via de entrees het afgescheiden bewonersgedeelte te bereiken of te verlaten. Regulering van de toegang tot het afgescheiden bewonersgedeelte vindt plaats met behulp van het PMS (werken derden). B014 De Parkeervoorziening dient eenvoudig toegankelijk en bruikbaar te zijn voor (alleenreizende) mindervaliden (met of zonder rolstoel). De route tussen een entree en MiVa-plaatsen kent 1 Het exacte aantal parkeerplaatsen in het bewonersgedeelte is afhankelijk van het te realiseren bouwprogramma

en wordt voor opdrachtverlening definitief vastgesteld.

Programma van Eisen Versie CONCEPT v0.740i

15 / 68

geen hoogteverschillen of obstakels. Het toepassen van hellingbanen of lift(en) is op deze route niet toegestaan. Geleiden gebruikers B015 De Parkeervoorziening geleidt gebruikers (automobilisten en voetgangers) binnen de Parkeervoorziening van en naar de in- en uitritten, entrees, trappenhuizen, parkeerplaatsen en andere relevante bestemmingen in de Parkeervoorziening. B016 De Parkeervoorziening is voorzien van één hoofdentree voor voetgangers. Deze hoofdentree bevindt zich aan de zuidwestzijde (Ouwe Scherpstraat) van de Parkeervoorziening. Overige entrees zijn nevenentrees. B017 De Parkeervoorziening is voorzien van één Hoofdtrappenhuis. Het Hoofdtrappenhuis bevindt zich aan de zuidwestzijde (Ouwe Scherpstraat) van de Parkeervoorziening en biedt voetgangers direct toegang tot alle parkeervloeren. B018 Het Hoofdtrappenhuis is voorzien van twee liften die eenvoudig toegankelijk en bedienbaar zijn voor mindervaliden. Informeren gebruikers B019 De Parkeervoorziening voorziet gebruikers (automobilisten en voetgangers) van de Parkeervoorziening van informatie zodat zij snel en comfortabel gebruik kunnen maken van de Parkeervoorziening. Ook niet-bekende gebruikers kunnen eenvoudig hun weg vinden binnen de Parkeervoorziening. Borgen veiligheid B020 De Parkeervoorziening borgt de veiligheid van de gebruikers (automobilisten en voetgangers) en de beheerders.

Het betreft zowel: sociale veiligheid, brandveiligheid, verkeersveiligheid als voertuigveiligheid. B021 Alle constructieve, bouwkundige en installatietechnische componenten zijn zo gesitueerd en gemonteerd dat ze niet aanrijgevoelig zijn. Inpassen omgeving B022 De Parkeervoorziening is optimaal ingepast in de omgeving en belemmert, noch in de realisatiefase noch in de gebruiksfase, omliggende functies niet in hun gebruik en veroorzaakt geen schade aan omliggende objecten en functies. Afdragen belasting B023 De Parkeervoorziening draagt alle permanente en variabele belastingen af aan de ondergrond. Afvoeren water B024 De Parkeervoorziening heeft voldoende afvoercapaciteit voor het afvoeren van hemelwater en vuilwater en dient te voorkomen dat plasvorming ontstaat. B025 De Parkeervoorziening dient te voorkomen dat plasvorming ontstaat. B026 De Parkeervoorziening sluit aan op een gescheiden stelsel. Verlichten Parkeervoorziening

Programma van Eisen Versie CONCEPT v0.740i

16 / 68

B028

De Parkeervoorziening is verlicht zodat de Parkeervoorziening voor gebruikers en beheerders prettig en (sociaal) veilig is om te gebruiken en om in te verblijven.

Opwekken energie B029 De Parkeervoorziening dient energieneutraal te zijn en wekt voldoende energie op om te voorzien in haar eigen energiebehoefte (de energiebehoefte van laadpunten is uitgezonderd). Faciliteren beheer en onderhoud B030 De Parkeervoorziening biedt alle noodzakelijke voorzieningen voor (dagelijks) beheer en onderhoud. De Parkeervoorziening faciliteert beheer op afstand. B031 Alle beheersystemen zijn aangesloten op een centraal punt in de exploitatieruimte, waarbij een doorschakeling ten behoeve van beheer op afstand tevens mogelijk is. 2.2.2 Raakvlakeisen Extern raakvlak B032 De Parkeervoorziening dient alle omliggende infrastructuur, functies en gebouwen, zowel in de realisatiefase als in de gebruiksfase, niet negatief te beïnvloeden. VARIANT 1: B033 De Parkeervoorziening dient tenminste op beide lange zijden te beschikken over een volledig gesloten gevel die geluidsoverlast en overlast van uitschijnende (auto)verlichting naar de omgeving voorkomt. Tevens dienen de gesloten gevels zicht op de naastgelegen tuinen te ontnemen vanuit de Parkeervoorziening. VARIANT A: B033 De Parkeervoorziening is over beide lange zijden voldoende open om natuurlijke ventilatie te garanderen. De Parkeervoorziening dient geluidsoverlast, overlast van uitschijnende (auto)verlichting en verlies van privacy naar de omgeving te minimaliseren B034

B035

B036

De Parkeervoorziening dient te zijn aangesloten op het openbare net door middel van een eigen aansluiting op het drinkwaternet, hemelwaterafvoer (hwa), riolering(vwa) en openbaar datanetwerk. Toelichting: De hiervoor benodigde aanvragen worden, namens de Eigenaar, door Opdrachtnemer verzorgd. Alle aan de netbeheerders verschuldigde aansluitkosten zijn voor rekening van de Eigenaar. De Parkeervoorziening dient te zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet door middel van een specifiek voor de Parkeervoorziening nieuw te realiseren eigen aansluiting(en). Toelichting: De hiervoor benodigde aanvraag wordt, namens de Eigenaar, door Opdrachtnemer verzorgd. Alle aan de netbeheerder verschuldigde aansluitkosten zijn voor rekening van de Eigenaar. De Parkeervoorziening dient te voorzien in de inpassing van een middenspanningstation. Het middenspanningstation dient aan de noordzijde, inpandig en op de begane grond te worden ingepast. De Parkeervoorziening voldoet aan alle hiervoor door de netbeheerder gestelde eisen en voorwaarden.

Intern raakvlak

Programma van Eisen Versie CONCEPT v0.740i

17 / 68

B037

De Parkeervoorziening en alle onderdelen van de Parkeervoorziening, inclusief PMS/VMS, vormen een integraal geheel waarbij componenten en objecten elkaar niet in functioneren belemmeren.

2.2.3 Aspecteisen Betrouwbaarheid B038 De Parkeervoorziening dient zodanig betrouwbaar te zijn dat afsluitingen van parkeerwegen, rijbanen en looppaden in de Parkeervoorziening (anders dan tijdens reguliere onderhoudswerkzaamheden) niet voorkomen. Beschikbaarheid B039 De Parkeervoorziening dient, met inachtneming van het regulier benodigde onderhoud, gedurende tenminste 40 jaar beschikbaar te zijn en haar functies te vervullen. Toelichting : Waar van toepassing worden specifieke beschikbaarheidseisen weergegeven per object. Onderhoudbaarheid B040 De constructieve en bouwkundige elementen van de Parkeervoorziening en alle objecten van de Parkeervoorziening zijn onderhoudsarm gedurende de levensduur van de garage. De installaties en overige componenten zijn zodanig onderhoudbaar, dat gedurende de beschikbaarheidsduur van het systeem voldaan wordt aan de beschikbaarheidseisen en kwaliteitseisen. B041 Onderdelen met een levensduur korter dan de beschikbaarheidsduur van het systeem dienen eenvoudig inspecteerbaar en vervangbaar te zijn. Toelichting : Opdrachtnemer dient aan te tonen in hoeverre onderdelen simpel, logisch en met een geringe inspanning kunnen worden vervangen en/of geplaatst. B042 De Parkeervoorziening en alle objecten, installaties en overige componenten van de Parkeervoorziening zijn zoveel mogelijk vandalismebestendig.

B044 De Parkeervoorziening en alle objecten, installaties en overige componenten van de Parkeervoorziening zijn zo ontworpen dat overlast van ongewenste dieren (vogels, ongedierte, e.d.) en het inwaaien van bladeren en/of zwerfvuil tot een minimum beperkt is, en efficiënt en effectief bestreden kan worden. Veiligheid B045 De Parkeervoorziening is veilig te gebruiken en veilig te onderhouden. B046 Brand is voor hulpdiensten beheersbaar en materiële schade wordt beperkt. De Parkeervoorziening dient hiertoe uitgerust te worden met een brandbestrijdingsinstallatie en brandcompartimenten met een WBDBO van 60 minuten. Toelichting: In overleg met bevoegd gezag dient Opdrachtnemer tot een akkoord te komen over de toe te passen brandmelding- en brandbestrijdingsmaatregelen. Opdrachtgever eist dat de Parkeervoorziening als onderdeel hiervan moet worden uitgerust met een brandbestrijdingsinstallatie zoals een sprinklerinstallatie. Indien bevoegd gezag akkoord is, staat Opdrachtgever brandcompartimenten met een WBDBO van 30 minuten toe. B047 De Parkeervoorziening heeft een zodanige voorziening voor luchtverversing dat het ontstaan van een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht wordt voorkomen.

Programma van Eisen Versie CONCEPT v0.740i

18 / 68

VARIANT 1: Opdrachtgever heeft niet de wens, maar wel de verwachting dat de Parkeervoorziening mechanisch geventileerd dient te worden. Indien, met in achtneming van alle overige eisen, natuurlijke ventilatie (deels) mogelijk is, staat Opdrachtgever een Parkeervoorziening zonder mechanische ventilatie (deels) toe. VARIANT A: Opdrachtgever heeft de verwachting dat de Parkeervoorziening natuurlijk geventileerd kan worden. Indien Opdrachtnemer aantoont dat mechanische ventilatie (deels) noodzakelijk is en niet kan worden voorkomen door het maken van ontwerpkeuzes met in achtneming van alle overige eisen, staat Opdrachtgever een Parkeervoorziening met mechanische ventilatie (deels) toe. B048

De Parkeervoorziening voldoet ten behoeve van de sociale veiligheid minimaal aan alle aandachtspunten van tabel C.1 uit bijlage C van NEN 2443 (zowel ‘norm’, ‘noodzakelijk’ als ‘aan te bevelen’).

Vormgeving B049 De Parkeervoorziening dient ontworpen te zijn vanuit het perspectief van de gebruiker, zowel voetganger, fietser als automobilist. B050 De vormgeving van de Parkeervoorziening sluit aan op de gevelbeelden zoals opgenomen in Bijlage 7: ‘Gevelontwerp Jan Krul garage’ (verder: het Gevelontwerp). Het ontwerp, de materialisatie en de uitvoering van de Parkervoorziening dragen hier aan bij en zorgen voor een positieve bijdrage aan de inpassing van de Parkeervoorziening in de omgeving. B051 Alle installaties, of onderdelen daarvan, worden zo gemonteerd dat ze geen functioneel of visueel storende elementen vormen. Toelichting: Installaties, of onderdelen daarvan, zijn niet aan de buitenzijde van de Parkeervoorziening, vanaf maaiveld zichtbaar op het dak of in geveldelen of direct achter de gevel gemonteerd. Hiermee wordt voorkomen dat zij visueel storende elementen vormen. Hieronder worden ook alle voorzieningen t.b.v. de hemelwaterafvoer begrepen. Comfort B052 De Parkeervoorziening is comfortabel voor de gebruikers en de beheerders. Duurzaamheid B053 De Parkeervoorziening dient energieneutraal te zijn en draagt (zowel in de realisatiefase als in de gebruiksfase) bij aan een duurzame leefomgeving. 2.2.4 B054

Realisatie-eisen Tijdens de realisatie van de Parkeervoorziening blijven alle objecten buiten de werkgrens ongehinderd in gebruik.

Programma van Eisen Versie CONCEPT v0.740i

19 / 68

3. Maaiveld en ondergrond 3.1

Algemeen

3.1.1 Functionele eisen Inpassen omgeving 3.101 Het maaiveld en de ondergrond worden binnen de systeem- en werkgrenzen aangelegd, logisch ingepast en naadloos aangesloten in/op de omgeving en zodanig dat deze de omgeving niet negatief beïnvloed (o.a. waterhuishouding). 3.102 De (gevel van de) Parkeervoorziening sluit aan op de noordelijke en zuidelijke systeemgrens. 3.103 De Parkeervoorziening sluit aan op de in de Bijlage 1: ‘Systeem- en werkgrenzen’ opgenomen peilhoogten voor de gebruiksfase.

3.2

Hemelwaterafvoer

3.2.1 Functionele eisen 3.201 De Parkeervoorziening dient hemelwater van het dak op te vangen en af te voeren naar de omgeving. 3.2.2 Realisatie-eisen 3.202 De uit te voeren werkzaamheden binnen de systeem- en werkgrens van het gebied ten behoeve van de Parkeervoorziening hebben geen invloed op de bestaande hemelwaterafvoer binnen de systeem- en werkgrens, of de gebieden die grenzen aan het gebied binnen de systeem- en werkgrens. Voor zover Opdrachtnemer daartoe werkzaamheden verricht stemt Opdrachtnemer dit zelf af met de betreffende beheerder.

3.3

Vuilwaterafvoer

3.3.1 Functionele eisen 3.301 De Parkeervoorziening dient vuilwater gescheiden op te vangen van hemelwater en, via een olie- en benzineafscheider, af te voeren naar de vuilwaterriolering(vwa). 3.3.2 Realisatie-eisen 3.302 Voor zover Opdrachtnemer werkzaamheden verricht voor het aansluiten op de vuilwaterriolering stemt Opdrachtnemer dit zelf af met de betreffende beheerder.

3.4

Kabels en leidingen

3.4.1 Realisatie-eisen 3.401 De uit te voeren werkzaamheden binnen de systeem- en werkgrens van het gebied ten behoeve van de Parkeervoorziening hebben geen invloed op de functie(s) van aanwezige kabels en leidingen binnen de systeem- en werkgrens, of de gebieden die grenzen aan het gebied binnen de systeem- en werkgrens. Voor zover Opdrachtnemer daartoe werkzaamheden verricht stemt Opdrachtnemer dit zelf af met de betreffende nutsbedrijven.

Programma van Eisen Versie CONCEPT v0.740i

20 / 68

4. Constructie 4.1

Algemene eisen

4.1.1 Functionele eisen Bieden parkeergelegenheid 4.101 De parkeervloeren kennen een kolomvrije overspanning (parkeerstrook - parkeerweg parkeerstrook). 4.102 De vloeren in de Parkeervoorziening dienen geschikt te zijn voor (elektrische) voertuigen tot 2,5 kN/m². Bieden ruimte 4.103 De vrije doorrijhoogte en doorloophoogte in alle publiekstoegankelijke ruimten, waaronder de parkeervloeren, bedragen overal tenminste 2,50 meter (onderzijde plafond). Bij elementen (bijvoorbeeld armaturen, elementen wayfinding) die onder de constructie zijn aangebracht is incidenteel een hoogte van 2,30 meter toegestaan. Toelichting: Indien noodzakelijk voor de inpassing van een middenspanningstation conform de daaraan gestelde eisen, dient de hoogte van de begane grond hierop te worden aangepast. De minimale vrije doorrijhoogte en doorloophoogte op de begane grond blijft ongewijzigd. 4.104 Wanden en vloeren zijn voorzien van de benodigde sparingen en voorzieningen voor installaties (o.a. bekabeling en bevestiging). 4.105 Alle kabels en leidingen in publiekstoegankelijke ruimten, met uitzondering van de parkeervloeren, worden ingesloten in de wanden, vloeren en/of plafonds. 4.106 Alle kabels en leidingen op de parkeervloeren zijn zodanig aangebracht dat zij bereikbaar zijn voor onderhoud, maar onbereikbaar voor vandalisme of ondeskundig gebruik.

Afdragen belasting 4.107 Alle permanente en variabele belastingen van de Parkeervoorziening worden aantoonbaar afgedragen aan de ondergrond. 4.108 De vloeren dienen te worden beschouwd als trilling gevoelig. Onderlinge verplaatsing van naast elkaar gelegen vloervelden onder belasting is niet acceptabel. 4.1.2 Raakvlakeisen Extern 4.109 Zettingen van de omringende terreinen moeten worden voorkomen. Intern 4.110 Ongelijkmatige zettingen in de Parkeervoorzieningen, bijvoorbeeld ter plaatse van de in- en uitrit, zijn niet acceptabel 4.1.3 Aspecteisen Betrouwbaarheid 4.111 De constructie van de Parkeervoorziening heeft een levensduur van tenminste 40 jaar. 4.112 Alle vloeren zijn van beton en waterkerend. Eventuele dilatatievoegen, die volgens de constructeur aangebracht moeten worden in de parkeervloer, worden waterkerend afgedekt

Programma van Eisen Versie CONCEPT v0.740i

21 / 68

4.113

4.114

met een dilatatieprofiel van roestvaststaal dat geschikt is voor zware verkeersbelasting (ter voorkoming van slijtage van de voegen). Op onoverdekte vloeren en/of parkeerwegen dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid en werken van dooizouten. De toegepaste materialen dienen hiertegen bestand te zijn. Opdrachtnemer geeft tenminste 10 jaar garantie op: a. waterdichtheid Parkeervoorziening en liftputten; b. prefab betononderdelen tegen afschilferen, roestvlekken, kromtrekken en dergelijke; c. de corrosiebestendigheid van stalen constructies inclusief alle afwerkprofielen (voor zover van toepassing); d. de waterdichtheid van de dilatatievoegen.

Onderhoudbaarheid 4.115 De constructie van de Parkeervoorziening dient vuilaanhechting te voorkomen. Toelichting: Door het zoveel mogelijk toepassen van gladde oppervlakten kunnen schoonmaakkosten worden beperkt. 4.116 Constructieve balken bevatten geen horizontale delen waarop stof- en vuilophoping kan plaatsvinden. Indien constructieve balken met horizontale delen (zoals H- of I-profielen) worden toegepast, worden maatregelen genomen om stof – en vuilophoping tegen te gaan. 4.117 De positionering van kolommen en wanden dient het machinaal reinigen van de volledige parkeervloeren mogelijk te maken met behulp van een veeg-/schrobmachine. Vormgeving 4.118 De Parkeervoorziening is opgebouwd uit volledige parkeerlagen, elke parkeerlaag beslaat de volledige oppervlakte van de Parkeervoorziening. 4.119 De Parkeervoorziening is opgebouwd uit vlakke vloeren. Toelichting: Een splitlevel- of hellingbaangarage is niet toegestaan. 4.120 Alle verdiepingsvloeren zijn van beton en zijn voorzien van een druklaag. Verdiepingsvloeren zijn waterkerend. De parkeervloer van de begane grond mag bestaan uit een opneembare elementen verharding. 4.121 Plafonds dienen een zo beperkt mogelijk aantal constructieve delen onder de vloeren te bevatten. Toelichting: (Constructieve) balken en installaties zijn toegestaan onder de vloeren, maar dienen zoveel mogelijk uit het zicht gepositioneerd te worden.

Installaties en/of armaturen onder (constructieve) balken zijn niet toegestaan. 4.122 De vloer wordt vlak aangebracht en bezit minimaal klasse 5 op basis van de NEN2747. 4.123 De kolommen naast parkeervakken en/of constructieve wanden worden zo slank mogelijk uitgevoerd. 4.124 Kolommen of wanden mogen geen scherpe randen hebben. 4.125 Indien betonnen kolommen of wanden worden gebruikt dan dient dit de kwaliteit van zichtbeton te bezitten, zonder gaten, grindnesten of andere imperfecties. Afwerking te bepalen in overleg met de Opdrachtgever. Veiligheid 4.126 Indien vloer-, wand- of plafondopeningen worden toegepast dan mag dit nooit leiden tot: a. brandoverslag b. toetreding van water op parkeerplaatsen;

Programma van Eisen Versie CONCEPT v0.740i

22 / 68

4.127

4.128

4.129

c. vervuiling; d. silhouetvorming door tegenlicht; e. verblinding of schitteringen op glanzende oppervlakten; f. lichthinder door de lichten van rijdende en geparkeerde auto's in de Parkeervoorziening. Om het zicht vanaf en naar de hellingbanen te garanderen zijn de binnenwanden van de hellingbanen voor zover zij zich boven de rijweg van de hellingbaan bevinden voor minimaal 70% transparant. De Parkeervoorziening kent duidelijke zichtlijnen. Hoeken waar geen zicht op is en/of plaatsen waar men zich kan verstoppen dienen vermeden te worden vanuit het oogpunt van sociale veiligheid. Constructieve (dragende) elementen dienen voldoende brandwerend beschermd te zijn, cf. (lokale) bouwwetgeving. Toelichting: Een onderscheid kan gemaakt worden tussen zichtbare en niet zichtbare brandwerende oplossingen. Niet zichtbare oplossingen, zoals het overdimensioneren van de constructie, hebben de voorkeur (wens). De te kiezen oplossing vraagt goedkeuring van Bevoegd gezag.

Comfort 4.130 Tussen afzonderlijke vloerdelen bestaat een hoogteverschil van maximaal 5 mm, zodat geen verlies aan comfort optreedt wanneer een voetganger of voertuig zich van vloerdeel naar vloerdeel beweegt. 4.131 De Parkeervoorziening dient te waarborgen dat ten hoogste op 5% van het vloeroppervlak per verdieping plasvorming ontstaat, waarbij 0% plasvorming in trappenhuizen, op parkeerwegen, looproutes en rijbanen is toegestaan. Toelichting: Onder plasvorming wordt verstaan: een verzameling water met een diepte van meer dan 3 mm.

Programma van Eisen Versie CONCEPT v0.740i

23 / 68

5. Bouwkundige afbouw 5.1

Algemene eisen

5.1.1 Functionele eisen Afwikkelen gebruikers 5.101 De verkeerskundige inrichting is als geheel onlosmakelijk verbonden met elkaar (parkeervloer, hellingbanen tussen parkeervloeren en in- en uitgang voertuigen) en voldoet aan de eisen die NEN 2443:2013 stelt voor openbare parkeervoorzieningen. 5.102 De bochtstralen, parkeerweg- en rijbaanbreedte is gebaseerd op NEN 2443:2013. Verificatie: Door middel van een simulatie van rijcurves. 5.103 Parkeren vindt onder een hoek plaats (60-70 graden) . 5.104 De verkeersinrichting in de Parkeervoorziening is linksom en bevat zoveel mogelijk eenrichtingsverkeer. 5.105 De route voor uitrijdend verkeer is zo kort mogelijk. De voorkeursroute in de Parkeervoorziening dient ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk parkeerplaatsen worden gepasseerd door inrijdend verkeer, en zo min mogelijk parkeerplaatsen op de route naar de uitrit liggen. 5.106 De Parkeervoorziening dient gebruikers op elke verdieping de mogelijkheid te bieden om te circuleren, indien ze in eerste instantie geen parkeerplek hebben gevonden. Toelichting: Het Principe-ontwerp voorziet in een afgescheiden deel voor bewoners op de begane grond. Bij een afgescheiden deel voor bewoners wordt geaccepteerd dat circuleren voor overige bezoekers op die verdieping niet mogelijk is.

5.107 De verkeerskundige inrichting kent geen doodlopende parkeerwegen of rijbanen en sluit kruisende verkeersbewegingen zoveel mogelijk uit. 5.108 De verkeerskundige inrichting is op elke parkeerlaag in hoofdlijnen gelijk, met uitzondering van de begane grond. Geleiden gebruikers 5.109 Alle bouwkundige elementen die grenzen aan rijbanen en parkeerwegen, en aangereden kunnen worden door een voertuig, zijn voorzien van aanrijdbeveiliging. Toelichting: Dragende elementen zijn hierop uitgezonderd. Dragende elementen die grenzen aan rijbanen en parkeerwegen en aangereden kunnen worden door een voertuig zijn voorzien van veiligheidsmarkeringen conform NEN 3011. 5.110 Dragende elementen zijn berekend op aanrijdbelasting conform NEN-EN 1991-1-7:2006 + A1:2014 + NB:2019 (o.a. stootbelasting) Toelichting: In het geval gevelelementen niet voldoen aan bovenstaande norm dienen gevelelementen, waar deze grenzen aan parkeervakken, parkeerwegen of rijbanen, voorzien te zijn van een aanrijdbeveiliging/doorrijdbeveiliging. 5.111 De Parkeervoorziening dient te voorzien in alle noodzakelijke bebording en/of bewegwijzering in de huisstijl van de gemeente Harderwijk, zie ook Bijlage 8: ‘Huisstijl gemeente Harderwijk’. Bewegwijzering geleidt zowel voetgangers als automobilisten naar de voor hen relevante bestemming in de Parkeervoorziening.

Waaronder maar niet uitsluitend: in- en uitgangen, trappenhuizen, vluchtroutes, betaalautomaten, MiVa-plaatsen en laadplaatsen. Toelichting: Dynamische bewegwijzering (etagetelling) is, indien van toepassing, onderdeel van het PMS. Programma van Eisen Versie CONCEPT v0.740i

24 / 68

Naast bewegwijzering en overige (wettelijk verplichte) bebording is tenminste bij elke toegang tot een parkeervloer voor zowel automobilisten als voetgangers weergegeven op welke verdieping men zich bevindt. De huisstijl van de gemeente Harderwijk betreft zowel vormgeving als materialisatie. Borgen veiligheid 5.112 De Parkeervoorziening is voorzien van een doorvalbeveiliging bij een hoogteverschil van 1 meter of meer. Doorvalbeveiliging dient tevens te voldoen aan de eisen van overklauterbaarheid. Toelichting: Doorvalbeveiliging is ook vereist op locaties waar geen voetgangers zijn toegestaan, zoals op hellingbanen. 5.113 De Parkeervoorziening is veilig voor mindervaliden en slechtzienden. Alleen reizende mindervaliden moeten gebruik kunnen maken van alle functies van de Parkeervoorziening. 5.114 Obstakels en hoogteverschillen worden voorzien van veiligheidsmarkeringen conform NEN 3011 artikel 9. Bij het toepassen van (metalen) palen hebben deze een minimale hoogte van 1,20 m boven de parkeervloer en zijn eveneens voorzien van veiligheidsmarkeringen conform NEN 3011. 5.115 Alle gevelopeningen tussen trappenhuizen en de rest van de Parkeervoorziening dienen een brandwerendheid van minimaal 60 minuten WBDBO te bezitten.

Toelichting: Indien het bevoegd gezag instemt met een WBDBO van 30 minuten, gaan Opdrachtgever en Eigenaar hiermee akkoord en vindt een verrekening van de minderkosten plaats. 5.1.2 Aspecteisen Betrouwbaarheid 5.116 Daar waar coating of belijning op de vloer wordt aangebracht is deze bestand tegen olieproducten en dooizouten. Onderhoudbaarheid 5.117 Alle toegepaste materialen kunnen makkelijk en eenvoudig worden gereinigd, gedemonteerd of verwijderd. Verificatie : Door middel van demonstratie aan de Opdrachtgever wordt per materiaal bij de monstername de onderhoudbaarheid gedemonstreerd. 5.118 Alle toegepaste materialen dienen zo veel mogelijk vandalismebestendig te zijn. 5.119 Daar waar coating of belijning op de vloer is aangebracht, is het schoonmaken van op de vloer aangebrachte coatings of belijning mogelijk met gebruikelijke mechanische schoonmaakmachines. Dit heeft geen invloed op de slijtage van de coating of belijning. Vormgeving 5.120 Het toepassen van vangrailprofielen (als aanrijdbeveiliging) is in de Parkeervoorziening niet toegestaan. 5.121 Het oppervlak van alle deuren tussen openbaar toegankelijke ruimtes (incl. buitenruimte), met uitzondering van de deuren van een noodtrappenhuis, dient voor minimaal 70% transparant te zijn.

Programma van Eisen Versie CONCEPT v0.740i

25 / 68

5.122

5.123

5.124

5.125

5.126

5.127

5.128 5.129

5.130

Beton- en staaldelen die worden afgewerkt met verf of coating dienen voorafgaand aan het aanbrengen van de verf of coating te voldoen aan de beoordelingsklasse 1b van de NEN EN 13670 (zonder luchtbellen, kleurverschillen en aftekeningen van naden). Verificatie: Door middel van een analyse wordt gecontroleerd of alle betondelen aan deze eis voldoen (in een raster van 1 m2, of 1 m1 in geval van doorlopende delen) Daar waar verfsystemen of coating wordt aangebracht zijn deze strak en dekkend aangebracht. Kleine gaatjes, zakkers, druipers en kleurverschillen zijn niet zichtbaar aanwezig bij beoordeling vanaf een afstand van twee meter. Toegepaste verfsystemen voldoen aan de volgende eisen: a. Corrosie : (ISO 4628/3) < Ri 1; b. putcorrosie : (ASTM G 46-94) mag niet voorkomen; c. hechtsterkte : > 3 Mpa (NEN-EN-ISO 4624); d. blaarvorming (ISO 4628/2) : mag niet voorkomen (waarde 0); e. scheurvorming : mag niet voorkomen (klasse 0) (ISO 4624/4); f. bladderen (ISO 4628/5) : mag niet voorkomen (klasse 0); g. verkrijting (ISO 4628/6) : < 3 h. verkleuring (ISO 105 A03): < klasse 3. De stroefheid van trappen en de gedeelten waar voetgangers lopen voldoet aan de eisen uit NEN 2443 en NTA 7909 (herziene versie). Verificatie : Door middel van een demonstratie; met de betreffende meting wordt in aanwezigheid van de Opdrachtgever op een proefvak de stroefheid aangetoond.

Voor de vloeren in de Parkeervoorziening worden de volgende stroefheden geëist: a. in/uitrit Parkeervoorziening: gelijk of groter dan 65 Leroux; b. hellingbanen : gelijk of groter dan 65 Leroux; c. parkeervloer - rijbanen, parkeerwegen en looppaden: gelijk of groter dan 45 Leroux; d. parkeervloer - parkeervakken: gelijk of groter te zijn dan 35 Leroux Verificatie : Door middel van de meetmethode met het SRT-toestel (Skid Resistance Tester) of met het toestel van Leroux volgens NEN2873 Indien vloercoating wordt aangebracht: a. is deze strak en dekkend, geluidsarm, voorzien van een slijtvaste toplaag en een minimale hechtsterkte van minimaal 1,5 N/mm2; b. is deze scheuroverbruggend, scheuren of bewegingen in de ondergrond en/of onderliggende constructie mogen niet leiden tot scheuren in vloercoating; c. is deze geschikt voor het toepassingsgebied. Vloeren dienen (op verschillende verdiepingen) eenzelfde verschijningsvorm (kleur en structuur) te hebben. De betondelen waarop geen afwerking (schilderwerk, coating of anders) wordt aangebracht, voldoen aan beoordelingsklasse 1b van de NEN EN 13670. Voor niet-betonnen elementen geldt een gelijkwaardige eis. Daar waar transparantie wordt geëist, wordt volledige transparantie bedoeld; translucente materialen zoals glasblokken volstaan daarvoor niet.

Toelichting: Gesloten transparante delen (glas of vergelijkbaar) dienen te zijn voorzien van een contrastrijke markering zodat deze delen voor slechtzienden duidelijk te onderscheiden zijn als gesloten.

Programma van Eisen Versie CONCEPT v0.740i

26 / 68

5.1.3 Realisatie-eisen 5.131 Alle in en aan de Parkeervoorziening toegepaste materialen worden in overleg met de Opdrachtgever bemonsterd.

5.2

In- en uitrit voertuigen

5.2.1 Functionele eisen Afwikkelen gebruikers 5.201 De Parkeervoorziening dient afsluitbaar te zijn voor voertuigen. 5.202 Het aantal rijstroken en in- en uitritten voor in- en uitrijdend verkeer is toereikend om de Parkeervoorziening in twee uur geheel te legen of te vullen. Uitgangspunt (minimaal) is een gecombineerde in- en uitrit met 2 rijstroken voor inrijdend verkeer en 1 rijstrook voor uitrijdend verkeer, zoals in het Principe-ontwerp is opgenomen. Toelichting: De in- en uitritten bevinden zich op of direct achter de gevellijn van het gebouw op de begane grond. 5.203 De vrije doorrijdbreedte per rijstrook ter plaatse van de opstelruimte van parkeerapparatuur/verkeerseiland (verhoogd aangelegd) bedraagt tenminste 2,40 meter en maximaal 2,50 meter. De randen (van o.m. eiland, trottoir) zijn schuin afgewerkt. 5.204 De vrije doorrijdbreedte per rijstrook ter plaatse van de speedgate bedraagt tenminste 3,25 meter. 5.205 De breedte van de verkeerseilanden (verhoogd aangelegd) bedraagt ten minste 0,8 meter. 5.206 De lengte van de verkeerseilanden bedraagt tenminste 11,0 meter. Waarbij de hoh (hart-ophart) afstand van terminal en slagboom 4,0 meter bedraagt en de opstelruimte voor de slagboom tenminste 10,0 meter bedraagt. De indeling van de verkeerseilanden houdt rekening met de toepassing van kentekencamera’s.

Verificatie: Een specialist van de leverancier van het PMS toetst of de voorgenomen indeling van de verkeerseilanden van de in- en uitrit de werking van het PMS niet belemmert. 5.207 Bij plaatsing van kolommen bij de opstelplaats voor parkeerapparatuur dient het zicht op de te plaatsen parkeerapparatuur voor automobilisten niet belemmerd te worden. In het kader van de coördinatieverplichting dient te worden afgestemd met de leverancier van de parkeerapparatuur. 5.208 De netto vrije doorrijhoogte bij de toegang van de Parkeervoorziening bedraagt minimaal 2,30 meter. 5.209 De Parkeervoorziening is voorzien van de volgende elementen ter plaatse van de inrit: a. een verlicht bord met de naam van de Parkeervoorziening (“parkeergarage Jan Krulkade”, uitvoering in de huisstijl van de gemeente Harderwijk, in overleg met Opdrachtgever), inclusief paneel voor dynamische informatie (vol, vrij, open, vrije plaatsen); b. borden in de huisstijl van de gemeente Harderwijk waarop de naam van de garage is vermeld, de geldende tarieven en openingstijden en van toepassing zijnde algemene voorwaarden en overige huisregels. c. borden (met een minimale hoogte van 0,20 m) met een verbod voor aanhangers, de toegestane maximumsnelheid van 15 km/uur, de maximum toegestane doorrijhoogte (2,10 m); d.

een doorrijhoogtebeperking boven iedere inritrijstrook (bijvoorbeeld een balk of kettingen) waarvan de onderzijde zich op een hoogte van 2,15 m bevindt. Deze beperking mag

Programma van Eisen Versie CONCEPT v0.740i

27 / 68

e.

geen schade veroorzaken aan te hoge auto’s. De doorrijhoogtebeperking dient buiten of op de gevellijn van de Parkeervoorziening geplaatst te worden; de mededeling dat cameratoezicht plaatsvindt.

Borgen veiligheid 5.210 De entree van in- en uitritten is zodanig ontworpen dat eventuele voetgangers op zowel de parkeerwegen als op de rijbanen tijdig worden opgemerkt door in- en uitrijdende automobilisten en vice versa. 5.211 De entree van in- en uitritten is zodanig ontworpen dat de snelheid van voertuigen op natuurlijke wijze wordt begrensd zodat de veiligheid en de werking van het PMS geborgd is. 5.212 Elke inrit of uitrit is afsluitbaar door middel van een speedgate. Het openen en sluiten van de speedgate geschiedt per rijstrook in combinatie met een autorisatie van het PMS voor en na iedere auto afzonderlijk of binnen in te stellen tijdvensters. Of, in geval van een calamiteit, door het BMI. 5.213 Deze speedgates (werken derden) zijn tenminste voorzien van: a. de wettelijke beveiligingen; b. een niet voor publiek toegankelijke overbrugbare handbediening; c. aandrijving d.m.v. thermisch beveiligde elektromotor; d. aansturing door middel van een potentiaal vrij contact; e. potentiaal vrije contacten van stand signalering; f. sluit- en veiligheidslussen. Afvoeren hemelwater 5.214 Direct bij de in- en de uitritten voor voertuigen wordt in het overdekte gebied over de volledige breedte van de in- en de uitrit een overrijdbare afvoergoot geplaatst.

5.2.2 Raakvlakeisen Extern 5.215 De in- en de uitritten voor voertuigen hebben een directe ruimtelijke relatie met de omgeving en de daarop aan te brengen openbare infrastructuur (rijwegen, trottoir). Intern 5.216 De in- en uitritten voor voertuigen hebben een directe ruimtelijke relatie en een directe zichtrelatie met de parkeervloer. 5.2.3 Aspecteisen Veiligheid 5.217 De Parkeervoorziening dient het voor voetgangers onlogisch en onaantrekkelijk te maken om in de directe nabijheid van in- of uitritten over te steken. Toelichting: Indien noodzakelijk dienen loopstromen met behulp van een hekwerk potentieel risicovolle loopstromen te worden verlegd. Comfort 5.218 De speedgates zijn met behulp van trillingsdempers geheel vrij van de bouwconstructie gemonteerd, zodat contactgeluid wordt voorkomen.

Programma van Eisen Versie CONCEPT v0.740i

28 / 68

5.3

Openbare entrees voetgangers

5.3.1 Functionele eisen Geleiden gebruikers 5.301 De Parkeervoorziening dient afsluitbaar te zijn voor voetgangers. 5.302 De Parkeervoorziening omvat tenminste één hoofdentree op de begane grond, conform het Principe-ontwerp. Deze openbare voetgangers in-/uitgang bevindt zich aan de zuidwestzijde (Ouwe Scherpstraat) van de Parkeervoorziening. 5.303 De Parkeervoorziening heeft één of meerdere nevenentrees, conform het Principe-ontwerp. Overige voetgangers in- en uitgangen worden beschouwd als vluchtwegen. 5.304 De toegang tot de hoofdentree geschiedt door middel van een loopdeur met een deurautomaat. 5.305 De toegang tot een neventree geschiedt door middel van loopdeuren. 5.306 Een loopdeur met deurautomaat opent zich vanaf de binnenzijde door middel van detectie van een persoon. 5.307 Het openen van een loopdeur (met deurautomaat) vanaf de buitenzijde geschiedt al dan niet in combinatie met een autorisatie van het PMS. De loopdeuren zijn hiertoe voorzien van een elektrische schoot en aansluitmogelijkheden vanuit het PMS. 5.308 De loopdeuren die toegang geven tot de Parkeervoorziening voldoen aan de volgende eisen: a. Maat deuropening: minimale vrije breedte van 1,20 meter; b. Afsluitbaar; c. De loopdeur beschikt over een modus zonder beperkingen voor het openen vanaf de buitenzijde en een modus voor eenmalig openen.

De schakeling tussen beide modi is mogelijk vanuit het PMS; d. Ten minste 70% Transparant; e. Zelfsluitend (deurdranger o,i.d.). 5.3.2 Raakvlakeisen Extern 5.309 De hoofdentree en nevenentrees hebben een directe ruimtelijke relatie met de omgeving. Intern 5.310 De hoofdentree heeft een directe ruimtelijke relatie met het Hoofdtrappenhuis en/of de serviceruimte. 5.3.3 Aspecteisen Vormgeving 5.311 De Parkeervoorziening dient de hoofdentree en nevenentrees opvallend, licht, aantrekkelijk en transparant uit te voeren, zodat deze door gebruikers eenvoudig als zodanig herkenbaar zijn.

5.4

Parkeervloeren

5.4.1 Functionele eisen Bieden parkeergelegenheid 5.401 De Parkeervoorziening dient minimaal een capaciteit van 573 parkeerplaatsen te hebben.

Programma van Eisen Versie CONCEPT v0.740i

29 / 68

5.402

5.403 5.404 5.405

5.406

5.407

5.408

5.409

In de Parkeervoorziening dienen minimaal 952 van de parkeerplaatsen te zijn bestemd voor bewoners. Deze parkeerplaatsen zijn gepositioneerd in een fysiek afgescheiden deel van de Parkeervoorziening op de begane grond. Behoudens de afgescheiden parkeerplaatsen voor bewoners zijn alle parkeervakken in de Parkeervoorziening openbaar toegankelijk. De parkeervakken zijn minimaal 2,50 m breed. Kolommen dienen de parkeervakafmetingen niet te verkleinen. Toelichting: Gasdetectiesystemen of andere installaties gemonteerd op kolommen dienen geen obstakels te zijn in parkeervakken en worden bij de voorkeur aan de voor- of achterzijde van kolommen geplaatst. In de Parkeervoorziening is minimaal 1% van de parkeerplaatsen buiten het fysiek afgescheiden deel voor bewoners, uitgevoerd als parkeerplaats voor mindervaliden. Deze plaatsen zijn minimaal 3,50 m breed. Indien om dwingende reden noodzakelijk is voor mindervaliden langsparkeerplaatsen te bestemmen, dan zijn deze tenminste 7,00 meter lang. De parkeerplaatsen voor mindervaliden zijn zoveel mogelijk geclusterd, gesitueerd op de begane grond nabij de hoofdentree. De loopafstand van een mindervaliden parkeerplaats tot een voetgangers in- en uitgang bedraagt maximaal 25 meter. De looproutes tussen mindervaliden parkeerplaatsen en de dichtstbijzijnde voetgangers in- en uitgang van de Parkeervoorziening zijn horizontaal en drempelloos.

Liften en deuren op deze looproute zijn geautomatiseerd en eenvoudig door alleenreizende mindervaliden (met of zonder rolstoel) te bedienen. In de Parkeervoorziening zijn minimaal 8 van de parkeerplaatsen ingericht als laadplaats (parkeerplaats met een oplaadpunt voor elektrische voertuigen). Aanvullend worden nog eens 135 van de parkeerplaatsen voorbereid om op een later tijdstip als parkeerplaats met een oplaadpunt voor elektrische voertuigen te kunnen worden ingericht. Toelichting: Het betreft parkeerplaatsen in het voor publiek toegankelijke deel van de Parkeervoorziening. In het afgesloten bewonersgedeelte van de Parkeervoorziening dienen alle parkeerplaatsen voorbereid te zijn op het inrichten als laadplaats. Toelichting: De verplichting in het Bouwbesluit om 100% van de parkeerplaatsen bedoeld voor woningen, met een minimum van 20% van het totaal aantal parkeerplaatsen in de Parkeervoorziening, te voorzien van leidingdoorvoeren (mantelbuizen met trekdraad) voor oplaadpunten, is ongewijzigd van kracht. De parkeerplaatsen bestemd voor elektrische voertuigen (laadplaatsen) zijn even breed als reguliere parkeervakken. Uitgangspunt is dat deze laadplaatsen (zowel voorzien van, als voorbereid op, een laadpunt) zoveel mogelijk worden geclusterd.

Toelichting: Om optimaal gebruik te bewerkstelligen worden laadplaatsen niet in de directe nabijheid van de in- en uitrit voertuigen gesitueerd. (wens) Dit stemt mogelijk niet overeen met de wens van Bevoegd gezag over de positionering van laadplaatsen in de Parkeervoorziening. De definitieve situering dient in overleg met Bevoegd gezag te worden bepaald. (eis)

Geleiden gebruikers

2 Het exacte aantal parkeerplaatsen in het bewonersgedeelte is afhankelijk van het te realiseren bouwprogramma

en wordt voor opdrachtverlening definitief vastgesteld.

Programma van Eisen Versie CONCEPT v0.740i

30 / 68

5.410

5.411

5.412

5.413

5.414

5.415

In de Parkeervoorziening zijn looproutes gerealiseerd om parkeerders in de Parkeervoorziening te geleiden van hun parkeerplaatsen naar de voetgangers in- en uitgangen, en vice versa. Voor looproutes geldt dat: a. looproutes van voetgangers langs rijbanen zijn afgescheiden van de rijbanen met een fysieke afscheiding die voorkomt dat voertuigen over de looproutes kunnen rijden; b. looproutes die onderdeel uitmaken van de parkeerweg zijn op de parkeerweg gemarkeerd met een afwijkende kleur (geen rood/keuze Opdrachtgever) en voorzien van voetgangers pictogrammen; c. looproutes kruisen rijbanen en parkeerwegen zo min mogelijk. Kruisen van rijbanen of parkeerwegen door looproutes is niet toegestaan in de directe nabijheid van in- of uitritten voor voertuigen; d. op plaatsen waar looproutes en rijbanen en/of parkeerwegen elkaar kruisen zijn zebrapaden aangebracht. Het oversteken van de parkeerweg of rijbaan nabij in- en uitgangen voor voetgangers en toegangen tot andere publieksruimten dient haaks te gebeuren waarbij zowel de voetgangers als de automobilist vrij zicht hebben. Bij het verlaten van de in- en uitgangen en/of andere publieksruimten dient de voetganger niet direct op de rijbaan of parkeerweg terecht te komen. In een situatie waarbij de afstand korter is dan 3,00 m dient een hekwerk geplaatst te worden van tenminste 1,20 m hoog.

Er dienen vloermarkeringen te worden aangebracht zodanig dat dit zorgt voor verkeersveilige situaties: a. rijrichtingen d.m.v. pijlen op de vloer weergeven; b. looproutes op een parkeerweg zijn gemarkeerd; c. mindervalide parkeerplaatsen zijn van een vloermarkering voorzien; d. parkeerplaatsen voor elektrische voertuigen zijn van een vloermarkering voorzien. Verhoogde randen of opstappen zijn niet toegestaan op de parkeervloeren.

Borgen veiligheid 5.416 Alle obstakels en hoogteverschillen boven de parkeervloer dienen voorzien te worden van veiligheidsmarkering conform NEN3011 en duidelijk zichtbaar te zijn voor automobilisten en voetgangers. Afvoeren (hemel)water 5.417 De vloer moet aan redelijke eisen voor de afwatering voldoen. De Parkeervoorziening dient te waarborgen dat ten hoogste op 5% van het vloeroppervlak per verdieping plasvorming ontstaat. Plasvorming op parkeerwegen, rijbanen of looproutes is niet toegestaan. Toelichting: Onder plasvorming wordt verstaan: een verzameling water met een diepte van meer dan 3 mm. 5.4.2 Raakvlakeisen Intern 5.418 De parkeervloeren hebben tenminste een directe ruimtelijke relatie met de hellingbanen, de trappenhuizen en – op de begane grond – de serviceruimte, de entrees en de in- en uitrit voor voertuigen. Extern

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=0cc20096-2b98-4074-9490-76f510fbca45