Bijlage 3. BP Partiële herziening evenementenprofielen bestemmingsplannen
Tekst van het document
Dit kan bereikt worden door de volgende maatregelen te nemen: • Jaarlijks in het voorjaar (bij voorkeur in mei) bij alle evenementenlocaties in de directe invloedzone een controle uit te voeren om in beeld te brengen waar zich broedvogels en/of jaarrond beschermde nesten en potentieel geschikt broedbiotoop bevinden. • Aangetroffen potentiële geschikte nestlocaties dienen tijdens evenementen ontzien te worden door middel van de onderstaande maatregelen: – Hekken die het evenemententerrein begrenzen voorzien van verduisterend zeil (in afstemming met een begeleidend ecoloog in verband met: passeerbaarheid van de hekken door fauna, functionaliteit van de maatregel); – Verlichting wordt op enkel het evenemententerrein gericht en niet op nestplaatsen of broedbiotopen; • Tijdens de vestigingsperiode (15 maart – 15 mei) waar mogelijk evenementen door te laten gaan zonder versterkt geluid, of een maximum van 80 dB(A) aan te houden, om zo risico’s tot nestverlating te verlagen.
Geluidsdagen met een maximum geluidsnorm van 90 dB(A) kunnen in deze periode geen doorgang vinden; • Indien evenementen tijdens de vestigingsfase (15 maart – 15 mei) georganiseerd worden en uit de broedvogelcontrole blijkt dat broedvogels voorkomen waarvan de staat van instandhouding negatief is, dan dient per evenement in het kader van de evenementenvergunning nader gespecificeerd te worden hoe verstoring van aanwezige broedvogels voorkomen wordt.
3.4 Overige soorten Op basis van de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens wordt in de plangebieden geen voortplanting of vaste verblijfplaatsen verwacht van beschermde amfibieën, reptielen, vissen of ongewervelden. Het nemen van vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde voor deze soortgroepen.
Quickscan natuurtoets – vier evenementenprofielen gemeente Harderwijk
16
4. Natura 2000 4.1 Ligging evenementenlocaties ten opzichte van Natura 2000-gebieden Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Veluwerandmeren, ten westen en noorden van de evenementenlocaties (figuur 4.1). Het is aangewezen als Habitatrichtlijngebied en Vogelrichtlijngebied. Het Natura 2000-gebied ligt op minimaal 100 meter afstand van de meest nabijgelegen evenementenlocatie De Wellen. Op circa 2,4 kilometer afstand, richting het oosten, ligt Natura 2000-gebied Veluwe. Doordat de evenemententerreinen op geringe afstand liggen van Natura 2000-gebied Veluwerandmeren is niet bij voorbaat uit te sluiten of negatieve gevolgen voor instandhoudingsdoelen ontstaan. In Natura 2000-gebied Veluwerandmeren bevinden zich geen stikstofgevoelige habitats of leefgebied. Effecten door stikstofdepositie kunnen echter ver reiken. Hierom is ook gekeken naar mogelijk negatieve gevolgen voor instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Veluwe. Andere negatieve effecten, zoals verstoringseffecten of mechanische effecten, zullen door de grote afstand tot Natura 2000-gebied Veluwe niet optreden. In dit hoofdstuk is onderzocht of evenementen op de evenementenlocaties kunnen leiden tot (significant) negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren en Veluwe.
Figuur 4.1 Ligging evenementenlocaties ten opzichte van Natura 2000-gebied Veluwerandmeren (groen vlak). Bron achtergrond: ESRI.
Quickscan natuurtoets – vier evenementenprofielen gemeente Harderwijk
17
4.2 Beschrijving Natura-2000 gebied Veluwerandmeren Instandhoudingsdoelen Het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren is aangewezen voor de bescherming van vier (sub)habitattypen, drie habitatsoorten, twee broedvogelsoorten en zestien niet-broedvogelsoorten (zie kader 4.1). De volledige instandhoudingsdoelen staan in bijlage 2. Kader 4.1 Beschermde waarden Veluwerandmeren (Min. I&M, 2017; Min. LNV, 2018)
* Toegevoegd op basis van het Ontwerp-wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden (Min. LNV 2018).
4.3 Bepaling mogelijke effecten Doordat de evenementenlocaties buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden liggen, zijn negatieve effecten door oppervlakteverlies of versnippering zijn uitgesloten. Hierom beperken de mogelijke effecten zich tot externe werking. Het gaat dan om uitstralende effecten. Deze effecten kunnen leiden tot negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Evenementen gaan mogelijk wel gepaard met de volgende effecten: Verstoring (licht, geluid, trillingen, optische verstoring) op Natura 2000-gebied Veluwerandmeren; Mechanische effecten op Natura 2000-gebied Veluwerandmeren; Verzuring en vermesting ten gevolge van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied Veluwe. Overige mogelijke effecten zijn op voorhand uitgesloten. Er zullen door de evenementen geen hydrologische effecten optreden.
Quickscan natuurtoets – vier evenementenprofielen gemeente Harderwijk
18
In onderstaande paragrafen is beoordeeld of de genoemde mogelijke effecten kunnen leiden tot significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebieden Veluwerandmeren en Veluwe.
Natura 2000-gebied Veluwerandmeren Verstoring Evenementen kunnen leiden tot verstoring op de omgeving (geluid, licht en optische bewegingen). De mate van verstoring is afhankelijk van de intensiteit, duur en frequentie van de verstoringsbron. Daarnaast zijn ook het tijdstip en de overlap met kwetsbare perioden en leefgebieden van soorten (afstand tussen leefgebied en verstoringsbron, uitgedrukt in verstoringsafstand) relevant. Verstoringsafstanden zijn een combinatie van visuele en geluidsverstoring en deze verschillen per soort. In algemene zin wordt voor situaties waarin geen vuurwerk wordt ingezet, een maximale verstoringsafstand van 600 meter aangehouden (Arcadis, 2014). Binnen deze invloedssfeer is alleen het Natura 2000gebied Veluwerandmeren van belang. Verder zijn evenementen die gehouden worden op de evenementenlocaties Markt en Vischmarkt volledig omsloten door bebouwing. Deze bebouwing heeft een dempende werking op de verstoringsfactoren licht, geluid, trillingen en optische verstoring. Negatieve gevolgen door verstoring ten gevolge van evenementen op Markt en Vischmarkt zijn daarom bij voorbaat uitgesloten. Hierom zijn negatieve gevolgen door verstoring beperkt tot de twee evenementenlocaties De Wellen en Boulevard. Mechanische effecten Mechanische effecten kunnen optreden door het gebruik van vaartuigen en betreding.
Door het gebruik van vaartuigen kan fysieke beschadiging optreden doordat deze door (water)vegetaties varen/peddelen en mogelijk rietzones ingaan (betreding). Vanuit de gemeente is aangegeven dat er op dit moment geen uitzicht is op watergebonden evenementen, met uitzondering van evenementen op het water grenzend aan evenementenlocatie Boulevard (Gemeente Harderwijk, digitale communicatie 15 oktober 2021). Bovendien zullen evenementen en bijbehorende activiteiten niet nabij het Natura 2000 gebied gehouden worden omdat de activiteiten vanaf het land zichtbaar moeten zijn en blijven (Gemeente Harderwijk, digitale communicatie 29 januari 2020). Hierdoor zijn negatieve gevolgen ten gevolge van mechanische effecten op voorhand uitgesloten.
Natura 2000-gebied Veluwe Verzuring en vermesting Stikstofdepositie kan een verzurend en vermestend effect veroorzaken op de voor stikstofgevoelige habitats en leefgebieden. Daardoor kunnen negatieve gevolgen ontstaan voor de instandhoudingsdoelen van stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden. Een toename van stikstofdepositie kan op ruime afstand van de bron in verder gelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden effect hebben, zoals Veluwe. Het verzurende en vermestende effect kan optreden ten gevolge van evenementen op alle evenementenlocaties.
Quickscan natuurtoets – vier evenementenprofielen gemeente Harderwijk
19
Samenvatting mogelijke effecten In tabel 4.1 is samengevat welke effecten op Natura 2000-gebieden kunnen optreden. Op basis van de aanwezigheid van kwalificerende waarden (paragraaf 4.4), wordt in paragraaf 4.6 beoordeeld of de in tabel 4.1 genoemde potentiële effecten kunnen leiden tot (significante) gevolgen voor de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Veluwerandmeren. Tabel 4.1 Potentiële negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van de voorgenomen activiteiten (overige effecten zijn reeds uitgesloten). Mogelijke effecten Verstoring (geluid, licht, trillingen, optische aanwezigheid) Verzuring en vermesting ten gevolge van stikstofdepositie
Veluwerandmeren
Veluwe
Overige Natura 2000-gebieden
●
●
●
In paragraaf 4.4 wordt een selectie gemaakt van natuurwaarden die mogelijk gevoelig zijn voor verstoringseffecten. Deze natuurwaarden worden meegenomen in de beoordeling van de gevolgen door verstoringseffecten in paragraaf 4.5. In paragraaf 4.6 worden de gevolgen door stikstofdepositie op Veluwe en overige Natura 2000-gebieden beoordeeld.
4.4 Relevante natuurwaarden Op Natura 2000-gebied Veluwe is alleen een effect mogelijk door stikstofdepositie. Stikstofgevoelige habitats en leefgebieden worden al in paragraaf 4.6 behandeld. Omdat andere effecten (en gevolgen) op Natura 2000-gebied Veluwe zijn uitgesloten, zal in deze paragraaf enkel ingegaan worden op verstoringsgevoelige natuurwaarden in Natura 2000-gebied Veluwerandmeren. In het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren komen binnen een straal van 600 meter de volgende habitattypen voor: H3140: Kranswierwateren (ca. 100 meter) en H3150: Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden (op circa 480 meter) (op basis van habitattypenkaart: IPO, 2014). Flora is ongevoelig voor verstoring door licht, geluid, beweging of optische aanwezigheid (Ministerie EZ, 2015). Negatieve gevolgen voor de vegetatievormen in deze habitattypen zijn daarmee bij voorbaat uitgesloten. Habitattypen worden echter ook getypeerd door aanwezigheid van plant- en diersoorten, de zogenaamde typische soorten (zie tabel 4.2). Karakteristieke fauna van een habitattype kan – in tegenstelling tot flora wel gevoelig zijn voor verstoring. In de beoordeling van de gevolgen door verstoring voor habitattypen gaat de aandacht zodoende uit naar de typische soorten (zie ook kader 4.2). De typische soorten van habitattype H3140: Kranswierwateren bestaan alleen uit flora.
Negatieve gevolgen voor de typische soorten van dit habitattype zijn daarom bij voorbaat uitgesloten. Voor habitattype H3150: Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden zijn naast flora verschillende insecten, ongewervelden, vissen en vogels aangewezen als typische soorten. Bronnen van geluid, licht, optische verstoring en trillingen kunnen op >100 meter afstand leiden tot verstoring van vogels, vissen en zoogdieren. Hierdoor zijn gevolgen voor insecten en ongewervelden bij voorbaat uit te sluiten. Typische soorten die in paragraaf 4.5 nader beoordeeld worden zijn daarom de volgende: ruisvoorn, snoek, zeelt en zwarte stern. Bovendien zijn er voor het
Quickscan natuurtoets – vier evenementenprofielen gemeente Harderwijk
20
Natura 2000-gebied een drietal habitatsoorten voor: kleine modderkruiper, rivierdonderpad en vleermuis. Ook zijn er twee broedvogelsoorten – roerdomp en grote karekiet – en zestien niet-broedvogelsoorten aangewezen. Negatieve gevolgen door verstoring op deze soorten zijn om bovenstaande niet op voorhand uit te sluiten. Deze zullen nader beoordeeld worden. Tabel 4.2 Typische soorten per habitattype. H3140 Kranswierwateren
H3150 Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden
Brakwaterkransblad
Kranswieren
Caenis lactea
Haften
Breekbaar kransblad
Kranswieren
Hydroptila pulchricornis
Kokerjuffers
Brokkelig kransblad
Kranswieren
Bruine korenbout
Libellen
Buigzaam glanswier
Kranswieren
Donkere waterjuffer
Libellen
Doorschijnend glanswier
Kranswieren
Gevlekte witsnuitlibel
Libellen
Fijnstekelig kransblad
Kranswieren
Glassnijder
Libellen
Gebogen kransblad
Kranswieren
Groene glazenmaker
Libellen
Klein boomglanswier
Kranswieren
Bdellocephala punctata
Platwormen
Klein glanswier
Kranswieren
Doorgroeid fonteinkruid
Vaatplanten
Kust-kransblad
Kranswieren
Glanzig fonteinkruid
Vaatplanten
Ruw kransblad
Kranswieren
Groot blaasjeskruid
Vaatplanten
Stekelharig kransblad
Kranswieren
Krabbenscheer
Vaatplanten
Sterkranswier
Kranswieren
Langstengelig fonteinkruid
Vaatplanten
Ruisvoorn
Vissen
Snoek
Vissen
Zeelt
Vissen
Zwarte stern
Vogels
Kader 4.2 Typische soorten en hun relatie tot het instandhoudingsdoel De landelijke staat van instandhouding is voor habitattypen en soorten in Nederland op een aantal aspecten gescoord als gunstig, matig ongunstig, zeer ongunstig of onbekend. Hierbij gaat het bij de habitattypen om de aspecten verspreidingsgebied (range), oppervlakte, kwaliteit (structuur en functie, inclusief typische soorten) en toekomstperspectief. Gevolgen voor typische (dier)soorten kunnen de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied aantasten. Flora is ongevoelig voor verstoring door licht, geluid en beweging. Karakteristieke fauna van een habitattype kan wel gevoelig zijn voor verstoring. Volgens uitspraken van het Hof van Justitie (HvJ 07-11-2018, ECLI:EU:C:2018:883 (Holohan)) en de Raad van State (ABRvS 20-022019, ECLI:NL:RVS:2019:547 (Bloemendaal)) dient dan ook beoordeeld te worden of projecten kunnen leiden tot negatieve gevolgen voor habitattypen als gevolg van verstoring van typische soorten. Een behoudsdoelstelling voor de kwaliteit van een habitattype - zoals hier voor de duinbossen, zie bijlage 1 - betekent dat het aantal verschillende typische soorten (soortenrijkdom) dat op het moment van aanwijzen aanwezig was gemiddeld gelijk blijft per (deel)gebied.
De „staat van instandhouding” van een natuurlijke habitat wordt als „gunstig” beschouwd wanneer: • het natuurlijke verspreidingsgebied van de habitat en de oppervlakte van die habitat binnen dat gebied stabiel zijn of toenemen, en • de voor behoud op lange termijn nodige specifieke structuur en functies bestaan en in de afzienbare toekomst vermoedelijk zullen blijven bestaan, en • de staat van instandhouding van de voor die habitat typische soorten gunstig is als bedoeld in letter i); (artikel 1i:)
Quickscan natuurtoets – vier evenementenprofielen gemeente Harderwijk
21
De hierboven genoemde „staat van instandhouding” van een typische soort wordt hierbij als „gunstig” beschouwd wanneer: • uit populatiedynamische gegevens blijkt dat de betrokken soort nog steeds een levensvatbare component is van de natuurlijke habitat waarin hij voorkomt, en dat vermoedelijk op lange termijn zal blijven, en • het natuurlijke verspreidingsgebied van die soort niet kleiner wordt of binnen afzienbare tijd lijkt te zullen worden, en er een voldoende grote habitat bestaat en waarschijnlijk zal blijven bestaan om de populaties van die soort op lange termijn in stand te houden. Het toetsingscriterium ten aanzien van typische soorten is dat de soortenrijkdom in het gebied behouden moet blijven en (bij grootschalige gebieden) de gemiddelde verspreiding niet afneemt. Het gaat hierbij dus niet om gevolgen voor afzonderlijke individuen van een soort, maar om het kwaliteitsniveau dat de typische soorten als geheel aanduiden door de aanwezigheid in het (deel)gebied. Een afname in de populatiegroottes van deze soorten betekent dus nog geen negatief effect. Dit betekent dat er pas sprake is van een negatief effect (verslechtering) als een typische soort (volledig en langdurig) verdwijnt uit een gebied of uit een locatie van een habitattype (bij grootschalige gebieden met verspreid voorkomende habitattypen).
Het gaat dus om een ander type verstoring dan de verstoringstoets op Habitatrichtlijnsoorten, of de verstoringstoets voor vogels in Vogelrichtlijngebieden, omdat daarbij een populatieafname wel relevant is, terwijl het voor typische soorten alleen gaat om aan of afwezigheid. (Ministerie van EZ, 2014).
4.5 Effectbeoordeling verstoring Verstoring typische soorten binnen habitattypen Ruisvoorn, snoek en zeelt Zowel de ruisvoorn (ook wel rietvoorn genoemd), snoek en zeelt prefereren stilstaande tot langzaam stromende plantenrijke wateren. Zoetwatersoorten zijn gevoelig voor geluid (van Opzeeland et al, 2007). Geluid als gevolg van (versterkte) muziek en menselijk geluid verspreiden zich echter alleen via de lucht en dringen niet door in water. Deze hebben daarmee geen negatieve effecten op vissoorten. Hoewel er in de nabije toekomst geen watergebonden evenementen met vaartuigen op de planning staan, is het noemenswaardig dat onderwatergeluiden door vaartuigen een verstorend effect hebben op vissoorten (van Opzeeland et al, 2007). Echter, mogelijke verstoringseffecten ten gevolge van de tijdelijke evenementen nabij de Stille Wei en / of de Boulevard zullen er niet voor zorgen dat een typische vissoort langdurig of geheel verdwijnt uit een gebied of habitattype. Er zijn immers voldoende uitwijkmogelijkheden aanwezig in de Veluwerandmeren. Negatieve gevolgen voor de behoudsdoelstellingen van deze vissoorten zijn uitgesloten. Zwarte stern Zwarte stern is een vogelsoort die voorkomt in ondiepe moerassystemen.
Ze broeden op drijvende watervegetatie (zoals krabbenscheer), nestvlotjes en modderbanken in ondiepe en matig voedselrijke moerassen en sloten en modderbanken in agrarische gebieden. De soort overwintert in Afrika. De habitattype waarvoor de zwarte stern is aangewezen (H3150) bevindt zich op minimaal 240 meter afstand van het evenemententerrein De Wellen als dichtstbijzijnde evenemententerrein. Het habitattype komt in meerdere delen van het gebied voor en strekt daarbij vele malen verder tot circa 1,9 kilometer van het
Quickscan natuurtoets – vier evenementenprofielen gemeente Harderwijk
22
evenemententerrein. In de habitattypen en omliggende Natura 2000-gebied beperken waarnemingen zich 1 kilometer of verder. Verstoring ten gevolge van evenementen is daarom bij voorbaat uitgesloten. Bovendien zullen de tijdelijke activiteiten op de evenementenlocaties er door de ruime afstand tussen de evenementenlocaties en potentieel biotoop er ook niet toe leiden dat de behoudsdoelstelling van zwarte stern in het gedrang komt. Negatieve gevolgen voor de behoudsdoelstellingen van zwarte stern zijn daarom niet aan de orde.
Verstoring habitatsoorten Kleine modderkruiper en rivierdonderpad De Veluwerandmeren vormen belangrijk leefgebied voor kleine modderkruiper en rivierdonderpad. Voor de twee soorten geldt een behoudsdoelstelling ten aanzien van de kwaliteit en oppervlakte van het leefgebied. Er zijn momenteel geen ecologische knelpunten: de huidige omvang en kwaliteit van het leefgebied is voldoende voor het behalen van de doelstellingen (Rijkswaterstaat, 2017). Kleine modderkruiper komt vooral in de ondiepe met kranswier begroeide delen voor. Rivierdonderpad komt vooral langs de oevers van meren voor op stortstenen beschoeiing en driehoeksmosselen. De soorten zijn (vooral) nachtactief (Min. EZ, 2008A; 2008B). De evenementen kunnen zorgen voor verstoring richting de omgeving door geluid, licht en bewegingen. Geluid als gevolg van (versterkte) muziek en menselijk geluid verspreiden zich via de lucht en dringen niet door in water en hebben daarmee geen negatieve effecten op vissoorten (van Opzeeland et al, 2007). Verstoring door verlichting en geluid van evenementen die ná zonsondergang plaatsvinden heeft gezien de beperkte frequentie en overlap (hoogstens enkele uren) alsmede de locatie buiten het Natura 2000gebied geen negatieve gevolgen voor de draagkracht van het Natura 2000-gebied.
Er is geen sprake van negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelen van de habitatrichtlijnsoorten kleine modderkruiper en rivierdonderpad. Meervleermuis De Veluwerandmeren vormt belangrijk leefgebied voor meervleermuis. Voor de soort geldt een behoudsdoelstelling ten aanzien van de kwaliteit en oppervlakte van het leefgebied. Er zijn momenteel geen ecologische knelpunten: de huidige omvang en kwaliteit van het leefgebied is voldoende voor het behalen van de doelstellingen (Rijkswaterstaat, 2017). Het oppervlaktewater en de oeverzones fungeren als foerageergebied en migratieroute tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Meervleermuis houdt gedurende de wintermaanden (ca. half oktober tot maart/april) winterslaap en is derhalve inactief in die periode (Min. EZ, 2008C). In deze periode is verstoring van foeragerende meervleermuis uitgesloten. Buiten deze wintermaanden kan de meervleermuis door lichtbronnen - uitstralend richting de foerageergebieden of migratieroutes - verstoord worden. Het voornemen is om lichtbronnen op het land af te schermen en van het water af te richten. Hierdoor worden potentiële foerageergebieden en migratieroutes boven het water of de oevers niet verlicht. Dit is van belang in de periode april tot half oktober. Hiermee worden significant negatieve gevolgen door verlichting van foerageergebieden en migratieroutes boven water en oevers voorkomen.
(Deze maatregel dient te worden geborgd in het bestemmingsplan). Naast de eerdergenoemde water- en oevergebonden migratieroutes zijn ook migratieroutes boven land van belang voor het instandhoudingsdoel van meervleermuis. Deze migratieroutes verbinden verblijfplaatsen (buiten het Natura 2000-gebied) met het foerageergebied binnen het Natura 2000-gebied. Deze
Quickscan natuurtoets – vier evenementenprofielen gemeente Harderwijk
23
migratieroutes liggen (deels) buiten het Natura 2000-gebied. In het beheerplan (Rijkswaterstaat, 2017) is een verspreidingskaart opgenomen met bekende kolonies die mogelijk gebruik maken van de foerageerfunctie van Natura 2000-gebied Veluwerandmeren. De meest nabijgelegen kolonie (van de evenementenlocaties) ligt ten westen van Zeewolde in Flevoland. Het is daarom niet aannemelijk dat er via de evenementenlocaties migratieroutes van meervleermuis lopen. Bovendien worden lijnvormige elementen zoals bomenrijen of gebouwen – en daarmee mogelijke vliegroutes van vleermuizen – binnen de evenementenlocaties middels maatregelen in het kader van Soortbescherming afgeschermd van directe verlichting. Significant negatief gevolgen voor migratieroutes tussen verblijfplaatsen van meervleermuis en het Natura 2000-gebied zijn uitgesloten. Voor geluidsverstoring geldt het volgende. Vleermuizen nemen andere toonhoogtes waar dan de mens. Uit onderzoek blijkt dat het zwaartepunt van de (verstorings)gevoeligheid van geluiden bij ultrasoon geluid ligt: boven de 20kHz. Mensen horen dit geluid vrijwel niet (Meijer et al, 2018). Dit geluid komt echter doorgaans niet voor op evenementen (Tauw & Peutz, 2017). Indien er pieken ultrasoon geluid veroorzaakt worden is er bovendien sprake van een sterk uitdovend geluid.
Deze zullen alleen heel verstorend zijn indien deze heel luid is of dicht bij de gebiedsfunctie van de vleermuissoort ligt. Lawaaierige omgevingen zoals bedrijventerreinen of kerktorens blijken niet of nauwelijks verstorend (Meijer et al, 2018). Foeragerende meervleermuis ondervindt geen hinder van geluidsverstoring. Negatieve gevolgen door geluidsverstoring zijn uitgesloten.
Verstoring broedvogels en niet-broedvogels Broedvogels Zowel roerdomp als grote karekiet broeden in overjarig en stevig riet. Roerdomp foerageert in ondiep water in brede waterrietvelden maar ook in randen van waterrietzones aan de waterzijde, in kleinschalig oppervlaktewater met ingroei riet en in vochtig ruig, bij voorkeur beschut grasland. Ook de grote karekiet is voor foerageergebied sterk afhankelijk van de aanwezigheid van riet, waarin het naar insecten zoekt. De rietkragen en -moerassen in de Veluwerandmeren vormen daarom belangrijk leefgebied voor de twee aangewezen broedvogels roerdomp en grote karekiet. Er zijn (binnen het Natura 2000-gebied) waarnemingen van roerdomp bekend op circa 300 meter afstand van De Wellen, de waarnemingen zijn gedaan van zowel overvliegende en aanwezige exemplaren (NDFF, 2020). Van grote karekiet zijn waarnemingen bekend op circa 400 meter afstand van De Wellen. Het gaat hier om aanwezige exemplaren (NDFF, 2020). Voor beide soorten geldt dat deze waarnemingen gedaan zijn in de oeverzones ten zuiden van Harderwijk. Deze oeverzones fungeren als foerageergebied, broedgevallen zijn hier niet bekend (NDFF, 2020). Voor beide soorten geldt een uitbreidingsdoelstelling voor zowel omvang als kwaliteit van het leefgebied ten behoeve van een draagkracht voor een populatie van ten minste 5 paren roerdomp en 40 paren grote karekiet.
Voor de broedvogels vormt de omvang en de kwaliteit van het rietmoeras en/of gebrek aan rust een knelpunt voor het behalen van de instandhoudingsdoelen. De afgelopen jaren zijn in het kader van onder meer Integrale Inrichting Veluwerandmeren diverse maatregelen uitgevoerd om het leefgebied te herstellen en uit te breiden (o.a. ecolint Elburg en rietzone Harderwijk/Elburg). Het beheerplan geeft aan dat door deze maatregelen de verwachting is dat de kwantiteit en kwaliteit van het rietmoeras zodanig verbetert, dat de instandhoudingsdoelstellingen voor de broedvogels behaald gaan worden (Rijkswaterstaat, 2017). Voldoende rust is van cruciaal belang voor het behalen van de instandhoudingsdoelen. De broedvogels zijn zeer gevoelig voor verstoring, zodat rust in de broed- en leefgebieden gewaarborgd moet zijn (Rijkswaterstaat, 2017).
Quickscan natuurtoets – vier evenementenprofielen gemeente Harderwijk
24
Roerdomp broedt van maart tot en met augustus en grote karekiet van mei tot half augustus (zie tabel 4.3). Er is zodoende sprake van overlap tijdens het broedseizoen van beide vogelsoorten en eventuele evenementen tijdens deze periode. Tabel 4.3 Broedvogelkalender van de aangewezen broedvogels Natura 2000-gebied Veluwerandmeren. Legenda: Oranje = broedperiode (inclusief balts- en nestelperiode, eieren en verzorging van vliegvlugge jongen) (RVO, 2020). jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec
Grote karekiet Roerdomp
De verstoringsafstand van grote karekiet en roerdomp betreft 100-300 meter (Krijgsveld et al. 2008). Binnen de genoemde verstoringscontour is geen (potentieel) geschikt leefgebied in de vorm van (overjarige) rietvegetaties aanwezig binnen Natura 2000. Ditzelfde geldt voor evenementen op de Wellen. Evenementen die georganiseerd worden op de Boulevard zullen hierdoor evenmin negatief gevolg hebben voor deze broedvogels. Indien ook evenementen op het zuidelijke deel worden georganiseerd, dan komt het leefgebied van de broedvogelsoorten binnen de verstoringscontour te liggen. In dat geval zijn negatieve gevolgen voor grote karekiet en roerdomp aan de waterkant langs het zuidelijk gelegen Zeepad niet bij voorbaat uitgesloten. Er zijn echter voldoende uitwijkmogelijkheden binnen het Natura 2000-gebied buiten de verstoringszone. In combinatie met de beperkte frequentie en tijdelijke aard van de evenementen is er hierdoor geen sprake van een significant negatief gevolg voor de leefgebieden van de broedvogelsoorten. Het meest nabije vastgestelde broedterritorium van roerdomp bevindt zich op ruim twee kilometer afstand in het moerasgebied Harderbroek (NDFF 2020: protocol 14.201 Monitoring van broedvogels). Van grote karekiet is in de nabijheid (ca 2,7 km afstand) alleen een ouder (2010) broedterritorium bekend op eiland De Kluut.
Binnen het Natura 2000-gebied broedt roerdomp vooral in de rietmoerassen rond Elburg en grote karekiet in het noordelijke deel van het Drontermeer (Rijkswaterstaat, 2009; 2017). Gezien de ruime afstand tot (potentieel) broedbiotoop (>2 km), de beperkte frequentie en korte duur van de evenementen is geen sprake van negatieve gevolgen voor de draagkracht van het Natura 2000-gebied voor beide soorten. De evenementen op de Wellen en / of Boulevard leiden niet tot negatieve gevolgen voor de uitbreidingsdoelstelling van de aangewezen broedvogels. Het stellen van (rand)voorwaarden ten aanzien van kwalificerende broedvogels bij evenementen is niet aan de orde. Niet-broedvogels Het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren is aangewezen als leefgebied voor zestien niet-broedvogels. Voor alle soorten geldt een behoudsdoelstelling ten aanzien van de kwaliteit en oppervlakte van het leefgebied. Het gebied is voor deze soorten in de periode september – april van belang, vooral als foerageergebied. Evenementen worden in principe jaarrond georganiseerd op de evenementenlocaties De Wellen en Boulevard. Hierdoor is er mogelijk sprake van overlap van evenementen met de aanwezigheid van de niet-broedvogels (september-april).
Quickscan natuurtoets – vier evenementenprofielen gemeente Harderwijk
25
Voor het merendeel van de aangewezen soorten is geen sprake van ecologische knelpunten en halen ze (ruimschoots) de doelaantallen (zie tabel 4.4, volgende pagina). Voor de soorten die het instandhoudingsdoel wel (ruimschoots) halen, geldt dat voor de aanwezige aantallen de aangewezen rustgebieden voldoende uitwijkmogelijkheden bieden indien er sprake is van verstoring. Deze gebieden liggen op ruim twee kilometer afstand van de planlocaties, ruim buiten de maximale verstoringsafstand van 600 meter voor niet-broedvogels. Zes soorten (brilduiker, grote zaagbek, nonnetje, smient, slobeend en tafeleend) halen momenteel de doelaantallen niet, mogelijk als gevolg van een voedselprobleem en/of een gebrek aan rust in het Natura 2000-gebied (Rijkswaterstaat, 2017). Voor smient ligt de oorzaak voor het niet halen van het doelaantal buiten het Natura 2000-gebied (afname kwaliteit natte graslanden als foerageergebied). De beoogde evenementen hebben geen invloed op de foerageergebieden (grasland) van smient. Negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelen van smient daarom zijn uitgesloten. Voor de niet-broedvogelsoorten brilduiker, grote zaagbek, nonnetje, slobeend en tafeleend is een nadere analyse van de mogelijke verstoringseffecten uitgevoerd. Aanvullende analyse brilduiker, grote zaagbek, nonnetje, slobeend, tafeleend. De evenementen vinden plaats in bestaande recreatiegebieden.
Door het beperkt aantal evenementendagen en mogelijke gewenning aan menselijke aanwezigheid, zijn significant negatieve gevolgen door optische verstoring uitgesloten. Versterkt licht en/of geluid ten gevolge van evenementen leiden mogelijk wel tot een verstorende werking op de aanwezigheid van de zes soorten. Verlichting richting het water worden echter gedurende de evenementen afgeschermd in de maanden september - april. Verder wordt op de Wellen en Boulevard een maximale geluidsnorm van 80dB(A) aangehouden, gedurende 2 tijdsblokken van 2 uur per jaar wordt maximaal 90dB(A) aangehouden. Voor dergelijke normen wordt een effectafstand van respectievelijk 30 meter en 50 meter aangehouden (Arcadis, 2014). Na 30 à 50 meter is het aantal decibel (A) uitgedoofd tot 42 dB(A), het minimumaantal decibel wat als drempelwaarde geldt voor verstoring van vogelsoorten (Arcadis, 2014). Het Natura 2000-gebied ligt op respectievelijk 100 en 200 meter van de Wellen en Boulevard, er is geen sprake van geluidsverstoring. Negatieve gevolgen door verstoring op de instandhoudingsdoelen van brilduiker, grote zaagbek, nonnetje, slobeend en tafeleend zijn niet aan de orde.
Quickscan natuurtoets – vier evenementenprofielen gemeente Harderwijk
26
Tabel 4.4 Instandhoudingsdoelen (IHD) van de kwalificerende niet-broedvogels van Natura 2000-gebied Veluwerandmeren (zie ook bijlage 1) en de seizoensgemiddelden van het gehele Natura 2000-gebied, gebaseerd op het gemiddelde seizoengemiddelde berekend over de vijf meest recente telseizoenen (’14-’15 t/m ’18-‘19) (sovon.nl). De soorten waarvan het seizoensgemiddelde boven het instandhoudingsdoel ligt, zijn groen gearceerd. Daarnaast is aangegeven in welke periode de soort in het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren aanwezig is en wat de piekperiode met de hoogste aantallen is (aangegeven tussen haakjes) (sovon.nl) Soort
Draagkracht (ihd) N2000-gebied 400
Seizoensgemiddelde N2000-gebied 526
Aanwezig in N2000-gebied (piekperiode) Jaarrond (sept-nov)
Aalscholver
420
501
Jaarrond (sept en mrt)
Grote Zilverreiger
40
418
Onbekend
Fuut
Lepelaar
3
4,5
Mrt-okt (jun-aug)
Kleine Zwaan
120
550,4(f) / 3.599,4(s)
Okt-mrt (nov en dec)
Smient
3.500
1.699
Sept-apr (nov-feb)
Krakeend
280
360,6
Jaarrond (aug, sept, nov)
Pijlstaart
140
241,6
Sept-apr (nov-feb)
Slobeend
50
24
Jaarrond (nov en dec)
Krooneend
30
50,2
Jaarrond (jun en nov)
Tafeleend
6.600
3.122,2
Juli - mrt (nov en dec)
Kuifeend
5.700
8.919,8
Jaarrond (nov en dec)
Brilduiker
220
82,2
Okt-apr (feb)
Nonnetje
60
29,8
Nov-mrt (feb)
Grote Zaagbek Meerkoet
50
25
Nov-april (dec-feb)
11.000
14.524,2
Jaarrond (nov en dec)
4.6 Effectbeoordeling stikstof Stikstof (N) heeft een vermestend en verzurend effect waarvoor diverse planten en vegetaties gevoelig zijn. Daardoor kan (significant) effect ontstaan op voor stikstof gevoelige habitattypen en leefgebieden. De regels waaraan stikstofberekeningen moesten voldoen waren voorheen vastgelegd in het Programma Aanpak Stikstof (PAS) en verankerd in de Wet natuurbescherming. De Raad van State zette in 2019 een streep door het PAS, waarmee (het overgrote deel van) het tot dan toe gebruikte toetsingskader is komen te vervallen. Het Rijk en de provincies werken op dit moment aan een oplossing voor deze impasse, onder andere door het aanpassen van de Wet natuurbescherming (Spoedwet Aanpak Stikstof), de (provinciale) beleidskaders voor het salderen van stikstofemissies en de Wet stikstofreductie en natuurverbetering. Voor de vaststelling van de evenementenprofielen is met het rekenmodel AERIUS (versie 2023) een enkelvoudige berekening uitgevoerd waarin de maximale stikstofemissie in de toekomstige gebruikssituatie is berekend. Hiermee is getoetst of de evenementenprofielen een mogelijk (significant) negatief effect hebben op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden.
Wanneer er geen toename van stikstofdepositie berekend wordt, dan zijn gevolgen door verzuring en vermesting op de instandhoudingsdoelen van deze gebieden uitgesloten. In dit geval conflicteert het vaststellen van het nieuwe bestemmingsplan niet met de Wnb – onderdeel Gebiedsbescherming (stikstof). Vervolgstappen, zoals een ecologische toetsing, zijn in dit geval niet nodig.
Quickscan natuurtoets – vier evenementenprofielen gemeente Harderwijk
27
Uitgangspunten stikstofberekening De uitgangspunten zijn gebaseerd op digitaal aangeleverde aannames door de gemeente Harderwijk (Gemeente Harderwijk, 29 november 2019; 18 juni 2020, 22 juni 2020, 30 juni 2020, 30 november 2020), het concept evenementenprofielen (Gemeente Harderwijk, 2020), voorgaand onderzoek naar evenementen nabij Harderwijk (Antea, 2018), kengetallen voor verkeersbewegingen bij evenementen (CROW, 2013) en de instructie gegevensinvoer voor AERIUS (Bij12, 2023). Het bestemmingsplan is naar verwachting in 2023 gereed. Omdat de emissies voor wegverkeer over de jaren heen lager worden, is de berekening uitgevoerd voor het rekenjaar 2023 (worst case). Opbouw/afbouw van de evenementen De verkeersaantrekkende werking van de opbouw/afbouw tijdens evenementen is de enige bron van stikstofemissies. Onderstaande uitgangspunten voor het aantal verkeersbewegingen per evenementendag (tabel 4.5) zijn overgenomen uit Antea (2018). Verkeersbewegingen zijn gebaseerd op het aantal bewegingen per evenementendag op een jaargemiddelde weekdag. Omdat onbekend is hoeveel meerdaagse evenementen per jaar georganiseerd worden, is in de berekening aangenomen dat alle evenementen bestaan uit één evenementendag. Dit is een worst case benadering. Tabel 4.5 Aantal verkeersbewegingen per evenementenlocatie gedurende de opbouw/afbouwfase, op jaarbasis
Middel-
Per evenemen-
Boulevard
Markt
Vischmarkt
De Wellen
tendag (retour)
(12 evenementen-
(15 evenementen-
(8 evenementen-
(9 evenementen-
dagen)
dagen)
dagen)
dagen)
20
240
300
160
180
10
120
150
80
90
zware voertuigen Zware vrachtvoertuigen
De verkeersbewegingen zijn vanaf de evenementenlocatie via de binnenstad naar de noordelijkoostelijke ontsluiting van de N302 (Knardijk) gemodelleerd. Hier gaan de verkeersbewegingen op in het heersende verkeersbeeld (Bij12, 2023). Het CIMLK geeft aan dat er op de route van evenementenlocaties richting de N302 geen sprake is van een stagnatie. Daarom is voor deze verkeersbewegingen geen filepercentage ingevoerd (CIMLK, 2023).
Gedurende de evenementen Bezoekersaantallen Het maximum aantal bezoekers is geschat op basis van de maximale theoretische publiekscapaciteit van de evenementenlocaties (Gemeente Harderwijk, 2020) en expert judgement van de gemeente Harderwijk (telefonisch overleg op 18 juni 2020). Er is besloten om het maximaal aantal bezoekers te hanteren waarmee geen toename van stikstofdepositie wordt berekend (zie tabel 4.6). Dit uitgangspunt geldt als een worstcasescenario. Indien in dit geval geen toename van
Quickscan natuurtoets – vier evenementenprofielen gemeente Harderwijk
28
stikstofdepositie wordt berekend, dan wordt er met minder bezoekers ook geen effect berekend aangezien de stikstofemissies in dergelijke situatie lager liggen. De maximale bezoekersaantallen zijn gehanteerd om het dieselverbruik van aggregaat en de verkeersbewegingen te bepalen. Tabel 4.6 Maximum bezoekersaantallen per evenementendag en evenementenlocatie Evenementenlocatie
Maximale publiekscapaciteit per
Maximale bezoekersaantallen per evenementenlocatie
evenementendag
(op jaarbasis)
Boulevard
9.500
(9.500 x 12)
114.000
Markt
5.000
(5.000 x 15)
75.000
Vischmarkt
10.000
(10.000 x 8)
80.000
De Wellen
10.000
(10.000 x 9)
90.000
Energievoorziening evenementen Op de evenementenlocaties Markt, Vischmarkt, Boulevard wordt de stroomvoorziening geheel verzorgd door stroomkasten en, waar nodig, een “groene” aggregaat. De groene aggregaat wordt volledig op zonne-energie aangedreven (Gemeente Harderwijk, 30 juni 2020). Het gebruik van elektriciteit vormt geen bron van stikstof. Daarom is de energievoorziening op deze evenementenlocaties buiten beschouwing gelaten in de AERIUS berekening. In Antea (2018) wordt uitgegaan van een worstcasescenario waarin de stroomvoorziening volledig door dieselaggregaten wordt verzorgd. In dit worstcasescenario is per bezoeker 0,37 liter diesel nodig (op basis van Antea, 2018). Voor evenementenlocatie De Wellen wordt deels gebruik gemaakt van een dieselaggregaat. Voor de totale stroomvoorziening is uitgegaan van 80% gebruik van stroomkasten/groene aggregaat en 20% dieselverbruik (Gemeente Harderwijk, 30 juni 2020). Daarom is 20% van het totale dieselverbruik ingevoerd in AERIUS (tabel 4.7). De overige 80% van de energievoorziening door stroomkasten en de groene aggregaten is in de AERIUS berekening buiten beschouwing gelaten omdat deze bronnen van energie geen bron van stikstof vormen.
Het dieselverbruik van de aggregaat op De Wellen is ingevoerd middels de optie ‘Mobiele werktuigen: stage IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja’ Er is aangenomen dat een aggregaat maximaal 12 uur per evenementendag draait (worst case), dit komt voor 9 evenementendagen neer op 108 draaiuren. Dit is ingevoerd in AERIUS. Tabel 4.7 Maximum literverbruik dieselaggregaat De Wellen Evenementenlocatie
Maximum bezoekers-
Maximum dieselverbruik ag-
20% van maximale dieselver-
aantallen per evene-
gregaten (in liter)
bruik
33.300
6.660
mentenlocatie De Wellen
90.000
Verkeersbewegingen Het aantal verkeersbewegingen zijn op gebaseerd op kengetallen van het CROW voor evenementen (CROW, 2013). Het aantal verkeersbewegingen is geschat op 216 lichte verkeersbewegingen per 1.000 bezoekers per etmaal (zie ook tabel 4.8). Omdat de evenementenlocaties in de binnenstad van Harderwijk gesitueerd zijn, parkeerlocaties beperkt zijn, en de bezoekers
Quickscan natuurtoets – vier evenementenprofielen gemeente Harderwijk
29
overwegend uit Harderwijk komen, is aangenomen dat dit een overschatting is van het werkelijk aantal verkeersbewegingen. Van de potentiële parkeerlocaties die door de gemeente Harderwijk gehanteerd worden voor evenementen (digitaal aangeleverde parkeeranalyse, 29 november 2019) ligt P13 het dichtst bij Natura 2000-gebied Veluwe. Door alle verkeersbewegingen vanaf deze parkeerplaats te modelleren wordt uitgegaan van een worstcase scenario. In realiteit zullen de verkeersbewegingen verdeeld zijn over de verschillende aangegeven parkeerplaatsen. Daarom zal, indien geen toename van stikstofdepositie wordt berekend in een worstcasescenario, ook geen toename berekend worden wanneer de verkeersbewegingen verspreidt zijn over een groter en noordelijker gelegen gebied. Voor elke evenementenlocatie is een lijnbron vanaf parkeerplaats P13 naar de noordoostelijke ontsluiting van de N302 (Knardijk) ingevoerd. Hier gaan de verkeersbewegingen op in het heersende verkeersbeeld (Bij12, 2023). Er is aangenomen dat bezoekers die met het openbaar vervoer komen gebruik maken van de reguliere buslijnen. Er worden geen extra bussen ingezet. Er zijn daarom geen extra bronnen voor busverkeer ingevoerd. Het CIMLK geeft aan dat er op de route van evenementenlocaties richting de N302 geen sprake is van een stagnatie. Daarom is voor deze verkeersbewegingen geen filepercentage ingevoerd (CIMLK, 2023).
Tabel 4.8 Totaal verkeersbewegingen per evenementenlocatie per jaar (licht verkeer). Per 1.000 bezoekers
Totaal aantal bezoekers (x1.000)
Boulevard
216
114
Evenementenlocatie totaal (per jaar) 24.624
Markt
216
75
16.200
Vischmarkt
216
80
17.280
De Wellen
216
90
19.440
Resultaten Uit de berekening (met kenmerk RVfFTV5vYWyp van 21 november 2023) blijkt dat de beoogde evenementenprofielen in Harderwijk niet leiden tot een toename van stikstofdepositie (0,00 mol/ha/jaar) op Natura 2000-gebied Veluwe en overige Natura 2000-gebieden. De output van de AERIUS berekening is als bijlage toegevoegd (bijlage 3).
4.7 Conclusie Natura 2000 Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Veluwerandmeren ten westen en noorden van de evenementenlocaties. Het is aangewezen als een Habitatrichtlijngebied en een Vogelrichtlijngebied. Het Natura 2000-gebied ligt op minimaal 100 meter afstand van de evenementenlocaties. Op circa 2,4 kilometer afstand ligt Natura 2000-gebied Veluwe. Doordat het plangebied buiten de begrenzing van Natura 2000gebieden ligt, zijn negatieve gevolgen door oppervlakteverlies of versnippering bij voorbaat uitgesloten. Hierdoor beperken de mogelijke gevolgen zich tot verzuring en vermesting door stikstofdepositie door evenementen op alle evenementenlocaties en - omdat verstoringseffecten door evenementen op de
Quickscan natuurtoets – vier evenementenprofielen gemeente Harderwijk
30
Vischmarkt en Markt ten gevolge van omliggende bebouwing gedempt wordt - verstoringseffecten door evenementen op De Wellen en Boulevard.
Verstoring Natura 2000-gebied Veluwerandmeren (Significant) negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelen van habitattypen (inclusief typische soorten), habitatrichtlijnsoorten en (niet-)broedvogelsoorten zijn uitgesloten.
Stikstofdepositie Uit de enkelvoudige berekening met kenmerk RVfFTV5vYWyp van 21 november 2023 volgt dat de evenementenprofielen niet leiden tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden kunnen, ten aanzien van stikstof, worden uitgesloten. De Wet natuurbescherming vormt ten aanzien van gebiedsbescherming (stikstof) geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
Advies en vervolgstappen Om verstoring van meervleermuis en niet-broedvogels in Natura 2000-gebied Veluwerandmeren te voorkomen, adviseren wij voor evenementen op De Wellen en Boulevard het volgende: Natura 2000 habitatrichtlijnsoort meervleermuis is gevoelig voor lichtverstoring door lichtbronnen op land. Bovendien is er mogelijk sprake van overlap van evenementen op de Wellen met de aanwezigheid van niet-broedvogelsoorten in de maanden september-april. Lichtbronnen dienen te worden afgeschermd en van het water af te worden gericht. Hierdoor is er geen sprake van verlichting van potentiële migratieroutes (meervleermuis) en foerageergebieden (meervleermuis en niet-broedvogels). Dit is jaarrond van belang. (Deze maatregel dient te worden geborgd in het bestemmingsplan).
Quickscan natuurtoets – vier evenementenprofielen gemeente Harderwijk
31
5. Natuurnetwerk Nederland 5.1 Inleiding De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en uitgewerkt in provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen. Er is sprake van een nee-tenzij toets. Voor het Gelders Natuurnetwerk (GNN) geldt dat plannen die nieuwe ontwikkelingen binnen het NNN mogelijk maken uitvoerbaar zijn wanneer er geen sprake is van nadelige gevolgen op de wezenlijke kenmerken en waarden. Tenzij er geen reële alternatieven zijn, er sprake is van groot openbaar belang, negatieve effecten zoveel mogelijk beperkt worden en overblijvende effecten zoveel mogelijk gecompenseerd worden. Geen van de evenementenlocaties ligt binnen het GNN. Evenementenlocatie De Wellen grenst aan het GNN, verder ligt evenementenlocatie Boulevard op 50 meter van het GNN. Evenementenlocaties Vischmarkt en Markt liggen op circa 300 meter van het GNN (zie figuur 5.1). Als gevolg van jurisprudentie3 is het voor ontwikkelingen in gebieden buiten het NNN -in het kader van goede ruimtelijke ordening- nodig te waarborgen dat een plan niet tot nadelige gevolgen op wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN leidt. Goede ruimtelijke ordening houdt in dat naastgelegen functies elkaar niet (teveel) mogen hinderen.
Mogelijke effecten van evenementen op Vischmarkt en Markt worden gedempt door omliggende bebouwing en de afstand tot het GNN. Daarom is in het vervolg van dit hoofdstuk inzichtelijk gemaakt of evenementen op De Wellen en Boulevard tot nadelige gevolgen voor de wezenlijke kenmerken en waarden van het GNN kan leiden.
Figuur 5.1 Ligging evenementenlocaties (rode arcering) ten opzichte van het GNN (donkergroen vlak) en GO (lichtgroen vlak). Bron achtergrond: ESRI.
________________________________________________________________________________ 3 Jurisprudentie Raad van State: 201509359/1/R1
Quickscan natuurtoets – vier evenementenprofielen gemeente Harderwijk
32
5.2 Het NNN in de provincie Gelderland Het beleid voor de bescherming van het GNN in de provincie Gelderland is vastgelegd in de Gelderse Omgevingsverordening (Provincie Gelderland, 2021a). Het GNN bestaat uit bestaande natuurkernen (het Gelders natuurnetwerk) en zoekgebieden voor nieuwe natuur of uitbreiding van bestaande natuurkernen (de Groene Ontwikkelingszone). De wezenlijke kenmerken en waarden worden in Gelderland omvat door de zogenoemde kernkwaliteiten, oppervlakte en samenhang van het GNN. Naast algemene kernkwaliteiten zoals rust, stilte, donkerte zijn er ook specifieke kernkwaliteiten per deelgebied opgesteld. In totaal zijn er 184 deelgebieden aangewezen (Provincie Gelderland, 2021a). De toetsingscriteria in de provincie Gelderland zijn als volgt (artikel 2.45 in Provincie Gelderland, 2021a): Actuele en potentiële natuurwaarden (kernkwaliteiten gespecificeerd per deelgebied); Krachtens de Wet natuurbescherming aangewezen beschermde soorten en soorten van nationale Rode lijsten (gespecificeerd per deelgebied en natuurverbinding); Ecologische samenhang; En indien de nieuwe ontwikkelingen daar effect op hebben, de aanwezige: Kwaliteit van lucht, water en bodem; Mate van stilte, rust en duisternis; Landschappelijke, cultuurhistorische, geomorfologische en bodemkundige waarden. Verder gelden voor het overkoepelende GNN twee toetsingskaders.
Voor het GNN (de bestaande natuurkernen) mag geen sprake zijn van nadelige gevolgen voor de kernkwaliteiten, oppervlakte en samenhang. Voor het GO geldt dat er geen sprake mag zijn van significante aantasting van deze kernkwaliteiten.
5.3 Selectie van deelgebieden GNN Evenementenlocaties De Wellen en Boulevard liggen buiten het NNN. Wel grenst de evenementenlocatie De Wellen aan deelgebied 139 (Randmeerkust) (enkel GO) en ligt deze op circa 100 meter van deelgebied 137 (Veluwerandmeer). De genoemde deelgebieden liggen op respectievelijk 50 meter en 200 meter van evenementenlocatie Boulevard. Overige deelgebieden van het GNN bevinden zich op minimaal 2 kilometer afstand, waardoor aantasting bij voorbaat is uitgesloten. In de effectbeoordeling wordt alleen gekeken naar de deelgebieden 139 (Randmeerkust) en 137 (Veluwerandmeer). Vanwege de leesbaarheid wordt in de tekst hierna enkel verwezen naar de nummering van de deelgebieden.
5.4 Selectie van effecten en toetsingscriteria Een overzicht van de kernkwaliteiten van deelgebied 139 en 137 is opgenomen in bijlage 4 (op basis van Provincie Gelderland, 2021a). Voor deelgebied 139 zijn 24 kernkwaliteiten en 22 ontwikkelingsdoelen aangewezen. Voor deelgebied 137 zijn 9 kernkwaliteiten en 7 ontwikkelingsdoelen opgesteld. Daarnaast zijn voor beide deelgebieden algemene kernkwaliteiten van belang zoals abiotische milieucondities of ruimtelijke condities. Onderstaand is voor de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen kort aangestipt
Quickscan natuurtoets – vier evenementenprofielen gemeente Harderwijk
33
waarom deze wel of niet zijn meegenomen in de effectbeoordeling (zie ook bijlage 5 en 6 voor een schematisch overzicht van de selectie van toetsingscriteria).
Algemene kernkwaliteiten De evenementenlocaties liggen buiten het NNN. Daarom zijn de evenementen niet van invloed op de ecologische samenhang, milieucondities (kwaliteit van lucht, water en bodem) en landschappelijke, cultuurhistorische, geomorfologische en bodemkundige waarden. Voor de milieucondities is er van uit gegaan dat de evenementen overeenkomstig met relevante milieuwetgeving worden georganiseerd. De negen evenementendagen op de Wellen en de twaalf evenementendagen op Boulevard gaan mogelijk wel gepaard met tijdelijke licht-, geluid- en optische verstoring. De drie effecten hebben een uitstralende werking. Daarom worden de kernkwaliteiten rust, stilte en donkerte meegenomen in de effectbeoordeling. Dit is van toepassing voor deelgebied 139 en 137.
Deelgebied 139 (Randmeerkust) Het deelgebied bestaat bij evenementenlocatie De Wellen uit het aanliggende water van het Wolderwijd. Het deelgebied is hier aangewezen als Groene ontwikkelingszone. De oevers van het evenemententerrein zijn ter hoogte van de Wellen geen onderdeel van het deelgebied. Nabij evenementenlocatie Boulevard bestaat het deelgebied eveneens uit het water van het Wolderwijd (afgeschermd door de voetgangersdijk richting StrandEiland Harderwijk) en het recreatie-eiland en aanliggende recreatiewateren van StrandEiland Harderwijk. Gebiedsspecifieke kernkwaliteiten Met het oog op de terreinkenmerken vormt het deelgebied geen leefgebied voor das of steenuil. De evenementenlocaties liggen verder niet nabij de als kernkwaliteit genoemde gebieden (Nationaal Landschap Veluwe, Hierdensche Beek, de parels Kust Veluwemeer, Omgeving Horster/Gagelerbeek, Omgeving Nodbeek, Hierdensche Beek/Bloemkampen, vroeg-Middeleeuwse ontginningen bij Doornspijk en Wessinge).
Algemeen aangewezen biotopen (strandwallen langs de vroegere Zuiderzee, openheid en weidevogelgebieden langs de kust, landgoederen, kleinere beken, landgoederen in de gradiënt, blokverkaveling op de strandwallen, kleinschalig landschap langs de voet van de Veluwe, houtsingels en graslanden, lintbebouwing, gave ontwaterings- en ontsluitingspatronen) zijn op basis van de terreinkenmerken (open water en het strandeiland bestaande uit recreatieve gebouwen, een strand, kade en grasveld) evenmin aanwezig. Doordat er geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden binnen het NNN zijn geen effecten op de gradient Veluwe – Randmeren of aardkundige waarden aan de orde. Hierdoor resteren effecten op rust, stilte en donkerte die als ecologische randvoorwaarden gelden voor eventueel aanliggende rietmoerassen. Ontwikkelingsdoelen De evenementenlocaties ligt niet nabij gebieden die als ontwikkelingsdoelen voor het GNN en/of GO worden genoemd (Hierdensche Beek, A28, N308, N309, N310) of nabij algemeen aangewezen biotopen (ontwikkeling schraalglaslanden, beken, kwelgevoede sloten, moerasjes, strandwallen, gebieden langs de kust voor weidevogels of wintergasten, kleinschalig landschap langs de voet van de Veluwe en
Quickscan natuurtoets – vier evenementenprofielen gemeente Harderwijk
34
landgoedstructuren). Hierdoor resteren mogelijke effecten op de ontwikkeling van de populatie otters en rietmoerassen. De ecologische verbindingen Elberg-IJssel (kamsalamander), Wessinge – Doornspijk (Veluwe – Randmeerkust: das), Hierdense Poort (Veluwe – Flevoland: das) vormen geen onderdeel van het GO nabij het plangebied. De ecologische verbinding tussen Dronten-Arkemheen (rietzanger) loopt hier wel langs (Provincie Gelderland, 2021b). Deze verbinding is meegenomen in de beoordeling. Doordat de evenementenlocaties niet in het NNN liggen, zijn voor de ontwikkeling van de populatie otters, rietmoerassen en de ecologische verbinding enkel indirecte effecten door een aantasting van rust, stilte en donkerte zijn van toepassing.
Deelgebied 137 (Veluwerandmeer Gelderland) Deelgebied ligt op 100 meter afstand van evenementenlocatie De Wellen. Het deelgebied is aangewezen als GNN en bestaat uit het open water van het Wolderwijd. Verder is op 200 meter van de evenementenlocatie, in het verlengde van Strandeiland Harderwijk, een eilandje met verruiging aanwezig (op basis van Google Maps, 2021). Het deelgebied ligt verder op 200 meter van evenementenlocatie Boulevard. Het betreft bovengenoemd open water en het eilandje met verruiging. Gebiedsspecifieke kernkwaliteiten De evenementenlocaties liggen niet nabij het Nationaal Landschap Veluwe, locaties met uitstroom van kwel vanuit de Veluwe naar het deelgebied of nabij strandwallen en de parels kust van Drontermeer of Veluwemeer. Doordat er geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden binnen het NNN zijn eveneens geen effecten op de gradiënt strandwallen – moeras/rietzones aan de orde. Hierdoor resteren uitstralende effecten op het open water als leefgebied voor watervogels en meervleermuis en de Natte as. Ontwikkelingsdoelen Het open water en het eilandje zijn niet geschikt voor de ontwikkeling van natuurlijke beekdelta’s of kwel als schoon water. Aantasting van deze ontwikkelingsdoelen is niet aan de orde. Op het eilandje kunnen mogelijk wel rietkragen ontwikkeld worden.
Verder is de ontwikkeling van een gezonde vispopulatie, de populatie otters en een ecologische verbinding voor rietzanger relevant voor het open water. Aantasting van de laatst genoemde vier ontwikkelingsdoelen kan niet bij voorbaat uitgesloten worden, deze worden meegenomen in de effectbeoordeling. Ook hier geldt dat doordat de evenementenlocaties niet in het NNN liggen, enkel indirecte effecten door een aantasting van rust, stilte en donkerte van toepassing zijn.
Resume Op basis van paragraaf 5.4 is in bijlage 5 en 6 een schematisch overzicht opgenomen van de wezenlijke kenmerken en waarden waarvoor nadelige gevolgen of significante aantasting bij voorbaat uitgesloten is en voor welke een nadere effectbeoordeling nodig is. Uit bijlage 5 volgt een mogelijke aantasting van acht kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen voor deelgebied 139. Vanwege overlap zijn er in totaal vier verschillende toetsingscriteria (kernkwaliteiten en/of ontwikkelingsdoelen) meegenomen in de
Quickscan natuurtoets – vier evenementenprofielen gemeente Harderwijk
35
effectbeoordeling. Verder blijkt uit bijlage 6 dat in deelgebied 137 mogelijk nadelige gevolgen optreden voor zeven kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen. Deze zijn meegenomen in de effectbeoordeling in paragraaf 5.5.
5.5 Effectbeoordeling De effectbeoordeling is als volgt opgezet. Allereerst wordt ingegaan op de algemene kwaliteiten (en ruimtelijke condities) rust, donkerte en stilte en een algemene beschrijving van de mogelijke effecten en bijbehorende effectafstanden. De daadwerkelijke effectbeoordeling van deze ruimtelijke condities wordt daarna nader toegespitst op de specifieke kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen.
Algemene kernkwaliteiten Rust, donkerte en stilte Op de Wellen worden jaarlijks maximaal negen evenementendagen georganiseerd. Op Boulevard worden jaarlijks maximaal 12 evenementendagen georganiseerd. Op deze dagen, en op de bijbehorende op- en afbouwdagen, kunnen verstorende effecten optreden door verlichting, geluid en aanwezigheid van mensen. De maximale effectafstanden voor deze uitstralende effecten zijn als volgt: De maximale effectafstand door verlichting ligt op maximaal 300 meter (vogels) en 1.000 meter (meervleermuis) (Arcadis, 2014). Verlichting wordt echter gedurende evenementendagen op De Wellen afgeschermd en van het water afgericht. Daardoor wordt lichtverstoring geminimaliseerd en beperkt tot de randen van het evenemententerrein. Verder wordt Boulevard en de aanliggende wandelbrug reeds verlicht door bestaande verlichtingsbronnen. Vanwege de aard van de evenementen (markten, culturele evenementen) wordt geen grootschalige verlichting voorzien, aanvullende tijdelijke effecten door lichtverstoring gaan op in bestaande verstoringsbronnen. Lichtverstoring is niet aan de orde en wordt buiten beschouwing gelaten. Optische verstoring door recreatieve activiteiten op land kan plaatsvinden tot op 600 meter (Arcadis, 2014). De maximale effectafstand door geluid is afhankelijk van het maximale aantal dB.
Voor De Wellen en de Boulevard wordt een maximum van 80dB(A) aangehouden, met uitzondering van twee evenementdagen op De Wellen waarop voor maximaal twee aaneengesloten uren een bovengrens van 90dB(A) wordt aangehouden. Hierboven wordt geen vergunning afgegeven (digitale communicatie Gemeente Harderwijk, d.d. 13-01-2021 en 30-07-2021; zie ook paragraaf 1.2). Bij 80 dB(A) behoort een maximale verstoringsafstand van circa 30 meter, bij 90 dB(A) is dit 50 meter (Arcadis, 2014). De algemene kernkwaliteiten rust, donkerte en stilte vormen een randvoorwaarde voor de ecologische vereisten die het behalen van gebiedsspecifieke kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen mogelijk maakt. De daadwerkelijke effectbeoordeling van rust, donkerte en stilte is daarom nader toegespitst op de specifieke kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen. Bovenstaande effectafstanden zijn aangehouden maar worden ter bevordering van de leesbaarheid niet herhaald. Verder zijn de effecten door de evenementenlocaties onderstaand integraal beoordeeld.
Quickscan natuurtoets – vier evenementenprofielen gemeente Harderwijk
36
Kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen deelgebied 139 (Ontwikkeling van) rietmoerassen aan de kust (kernkwaliteit en ontwikkelingsdoel) Aan de kust bij evenemententerreinen De Wellen en Boulevard bevindt zich geen rietmoeras. Door de kustmatige kustinrichting en het aanliggende open water zijn er beperkte mogelijkheden voor de ontwikkeling van rietmoeras. De uitstralende effecten zijn niet van invloed zijn op de ontwikkeling van rietmoerassen. Wel zijn de uitstralende effecten van invloed op de natuurwaarden die in toekomstige rietmoerassen voorkomen. Rietmoerassen zelf vormen echter een dempende barrière, waardoor optische verstoring tot de buitenrand beperkt wordt. Wel zijn de rietmoerassen onderhevig aan tijdelijke geluidsverstoring. Door het beperkt aantal evenementendagen en de ligging in een bestaande verstoorde omgeving (recreatiegebied) is echter geen sprake van een significante aantasting van de kernkwaliteit en het ontwikkelingsdoel. Ontwikkeling populatie otters (ontwikkelingsdoel) De otter is een marterachtige die overdag in dichte oevervegetaties rusten en ’s nachts foerageert. De soort foerageert met name op vis (Zoogdiervereniging, 2021). Er zijn geen waarnemingen bekend in het open water van deelgebied 139. De dichtstbijzijnde waarneming van de soort ligt op 1,5 kilometer afstand van het plangebied, nabij de Harderbrug (NDFF, 2021).
Het open water vormt echter potentieel foerageergebied van de soort. Omdat otter ’s nachts foerageert is enkel sprake van overlap bij evenementen die in de avond (schemering) worden georganiseerd. Tijdelijke geluids- en optische verstoring kan niet uitgesloten worden wanneer de soort aan de rand van het NNN foerageert. Door het beperkt aantal evenementendagen en de beperkte overlap met het tijdstip van foerageren is echter geen sprake van een significante aantasting van het ontwikkelingsdoel. Ecologische verbinding: Dronten – Arkenheem (rietzanger) (ontwikkelingsdoel) De ecologische verbindingszone voor rietzanger loopt via de wateren en het Strandeiland. Rietzanger is een trekvogelsoort waarvan het leefgebied uit rietlanden, ruigten en moerassen bestaat. De soort is matig verstoringsgevoelig (<100 meter) (Ministerie van LNV, 2008). Geluidsverstoring reikt tot 30 meter in het NNN, bij uitzondering gedurende de twee tijdsblokken (met een maximale geluidsnorm van 90 dB(A)) tot 50 meter. Optische verstoring kan tot 100 meter van de evenementenlocaties reiken, dit behelst in geval van evenementenlocatie de Wellen de gehele breedte van het aanliggende deelgebied. De evenementen worden echter gehouden op een bestaand recreatief terrein, waardoor mogelijk gewenning optreedt aan bestaande verstoringsbronnen.