CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Impact rapportage Covid-19 Meerinzicht Financiën.pdf

Commissie Beleid Algemeen 4 maart 2021, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Impact rapportage Covid-19 Meerinzicht11.342 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

IMPACT RAPPORTAGE COVID-19 MEERINZICHT FINANCIEN NOVEMBER 2020

Indicatie van de maatschappelijke en financiële effecten voor de gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde

Aan:

Colleges van B&W en gemeenteraden van de gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde

Van:

Meerinzicht Financiën, werkgroep Covid-19 (Jacco van Beugen, Bastiaan Klein, René de Boer en Johan de Lange)

Datum:

27 november 2020

Onderwerp:

Impact rapportage Covid-19, indicatie van de maatschappelijke en financiële effecten voor de gemeenten

1

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave 1. Inleiding ............................................................................................................................................. 2 1.1 Context ......................................................................................................................................... 3 1.2 Leeswijzer .................................................................................................................................... 3 1.3 Onderzoeksaanpak..................................................................................................................... 4 1.4 Onderzoeksresultaten ................................................................................................................ 5 2. Samenvatting en conclusies ............................................................................................................ 6 3. Inzicht in de effecten van Covid-19 ............................................................................................... 9 3.1 Algemeen ......................................................................................................................................... 9 3.2 Impact begrotingsprogramma’s ...............................................................................................

9 3.3 Impact bedrijfsvoering ............................................................................................................. 18 4. Middellange termijn risico’s ......................................................................................................... 20 5. Rijks- en provinciale vergoedingen ............................................................................................. 21 6. Bijlagen ............................................................................................................................................. 24 6.1 Brede informatie matrix: Impact van Covid-19 op de gemeenten .................................. 24 6.2 Informatie Ministerie van BZK 26 juni 2020, 1e pakket steunmaatregelen tot juni 2020 24 6.3 Informatie Ministerie van BZK 31 augustus 2020, 2e pakket steunmaatregelen tot december 2020................................................................................................................................. 24 6.4 Informatiebrief Rijksoverheid 28 augustus 2020 Steun- en herstelpakket voor economie en arbeidsmarkt ..............................................................................................................................

24 6.5 Informatie Ministerie van SZW 23 september 2020 Uitwerking aanvullend sociaal pakket ............................................................................................................................................... 24 6.6 VNG overzicht stand van zaken compensatiegelden update van 1 oktober 2020 .......... 24 6.7 Demografische en sociaal economische effecten Covid-19 EHZ gemeenten ................... 24

Impact rapportage Covid-19 november 2020

2

1. Inleiding Algemeen De uitbraak van de wereldwijde Covid-19 pandemie heeft grote gevolgen voor mens, maatschappij en economie. Na een eerste uitbraak van het virus in het vroege voorjaar van 2020, is bij het samenstellen van deze Impact rapportage Covid-19 sprake van een 2e uitbraak (oktobernovember). Ons dagelijks leven wordt (opnieuw) beheerst door een (gedeeltelijke) lockdown, met bijbehorende maatregelen van het Rijk en het RIVM, die diep ingrijpen in dagelijkse processen tot mogelijk in volgend voorjaar. Grote aantallen geïnfecteerden, ziekenhuisopnames, en andere effecten laten hun sporen na. De Covid-19 crisis heeft ook gevolgen voor het huishoudboekje van de gemeenten. Dat uit zich niet alleen in extra uitgaven en gederfde inkomsten, maar ook uit niet-gerealiseerde uitgaven en extra inkomsten. Daarnaast zijn de voorgenomen uitvoering van beleidsplannen en diverse investeringen in de economische en sociale infrastructuur van gemeenten vertraagd of tijdelijk on hold gezet. Met deze brede impact rapportage wordt door Meerinzicht (MIZ) uitvoering gegeven aan een aantal bestuurlijke besluiten, die in samenspraak met het OGON en de gemeenten in het voorjaar van 2020 zijn genomen. Centraal in de besluitvorming staan de volgende punten: ●

●

●

●

Meerinzicht faciliteert de gemeenten zoveel mogelijk door middel van een geharmoniseerde aanpak. Als uitvoeringsorganisatie is MIZ Financiën verantwoordelijk voor de uitvoering van een rechtmatige en doelmatige verantwoording en vastlegging van de financiële gevolgen van de Covid-19 crisis. Het realiseren van een regiefunctie binnen MIZ, waarin de administratieve vastlegging van de financiële effecten van genomen en nog te nemen maatregelen worden geborgd en gemonitord. Het opstellen van een Covid-19 monitor aan de hand van de zogeheten IV3structuur; de verplicht voorgeschreven

Impact rapportage Covid-19 november 2020

●

taakvelden, waaruit de gemeentebegrotingen sinds 2017 conform het Besluit begroting provincies en gemeenten (BBV) zijn opgebouwd. De compensatiegelden van het Rijk niet in te zetten voor het doen van nieuwe uitgaven of enige vorm van flankerend beleid, maar te oormerken voor dekking van de gevolgen inzake deze crisis.

In de periode juli t/m oktober is op basis van de genomen collegebesluiten in samenwerking met de gemeenten gewerkt aan de nu door MIZ gepresenteerde Impact rapportage Covid-19. De nadruk ligt hier op het overall karakter, een EHZ rapport met brede integrale informatie vanuit diverse bronnen. Doelstelling: een zo volledig en transparant beeld geven van de effecten op het beleid en de financiële middelen, zich niet beperkend tot één specifieke gemeente. Vanzelfsprekend kent de rapportage een zekere overlap met eerder verstrekte informatie in afgelopen maanden vanuit de lokaal gevormde ondersteuningsteams (LOT).

Effecten Covid-19 op middelen en beleid Welke risico’s signaleren wij en hoe worden de gemeentelijke financiën beïnvloed. Op hoofdlijnen geeft de rapportage per begrotingsprogramma en taakveld een beschrijving van onderwerpen, producten, en activiteiten die geraakt zijn of worden, welke maatregelen getroffen zijn en een beperkte indicatie als de crisis langere tijd zal aanhouden, de middellange termijn effecten. Daarnaast is in meer algemene zin gekeken naar de impact op de bedrijfsvoering. Per definitie is de totale impact voor de gemeente(n) nadelig. Echter, we zien ook dat beleidsinitiatieven niet of moeilijker van de grond komen in 2020 en dus noodgedwongen een pas op de plaats gemaakt wordt. In financiële zin wordt deze vorm van niet besteed budget, de niet-gerealiseerde uitgaven, ook wel getypeerd als ‘positieve bijvangst’ van deze crisis.

3 1.1 Context Wat zijn de omstandigheden? Het verloop van de huidige Covid-19 crisis laat zich moeilijk voorspellen. De crisis en het ontstaan van de ‘anderhalve meter samenleving’ raken bijna elk beleidsveld waarop gemeenten actief zijn: van economie, sport en cultuur, recreatie en toerisme, de horeca, de uitvoering van jeugdzorg en de maatschappelijke zorg ondersteuning, tot het functioneren van de interne ambtelijke organisatie. Ook blijft het uiterst onzeker hoe het virus zich verder gaat ontwikkelen en of verdere aanscherping van maatregelen in komende maanden tot ver in 2021 nodig zijn. Ondanks het beschikbaar komen van een werkend vaccin in het 1e kwartaal van 2021, blijft de onzekerheid groot. Voor de opstelling van de Impact rapportage Covid-19 is gebruik gemaakt van diverse beschikbare informatiebronnen. Onder meer is informatie ontleend aan de databank van de VNG, Rijksoverheid, rapportages van het Centraal Planbureau en onderzoeksrapporten van Andersson Elffers Felix (AEF). Zo is door AEF in opdracht van de VNG in juli en oktober 2020 op macroniveau onderzoek gedaan naar (een actualisatie van) de financiële effecten voor gemeenten. Daarnaast is door AEF op 18 september 2020 een uitgebreid rapport uitgebracht over de meerkosten in het sociaal domein, getiteld ‘Indicatie van kosten op landelijk niveau’.

Druk op de financiële positie Al deze veranderingen hebben directe en indirecte gevolgen voor het beleid en de beschikbare middelen. Dit in tijden, waarin de druk op de financiële positie van de gemeenten al steeds verder is toegenomen, o.a. door overschrijdingen in het sociaal domein, m.n. in de Jeugdzorg, de uitvoering van de Participatiewet, de effecten van de opschalingskorting 100.000+ gemeenten en de voor 2022 voorgenomen vertaling van de effecten Herijking verdeelstelsel Gemeentefonds. In dit perspectief blijft een zo actueel en volledig mogelijk beeld van het huishoudboekje nodig om de juiste beleidskeuzes ook in komende jaren te kunnen blijven maken. Naast de extra uitgaven die door de gemeenten worden gedaan, lopen de gemeenten ook veel Impact rapportage Covid-19 november 2020

inkomsten mis. De verwachtingen zijn reëel dat dit alles niet stopt bij het begrotingsjaar 2020, maar meerjarig zijn sporen nalaat. Zo heeft het Centraal Planbureau eind september 2020 een Actualisatie Middellange termijn Verkenning 2022-2025 gepubliceerd. Daarin wordt voor de middellange termijn aangegeven dat de onzekerheid over de economische ontwikkeling groot is. Hoewel niemand beschikt over een glazen bol gaan wij, gebaseerd op deze gegevens, ervan uit dat de gemeentelijke begrotingen in de periode 2021-2025 onder druk blijven staan. Dit mede ook gelet op de koppeling tussen groei en afname van de rijksbegroting in relatie tot de algemene uitkering uit het Gemeentefonds. Nog onzekerheid over de uitkomsten Bij de recente tussenrapportages van de gemeenten is een eerste voorlopig beeld gegeven van de effecten van Covid-19. Het ontbreekt tot nu aan een breder en integraal overzicht van alle gevolgen voor de gemeenten over alle beleidsvelden heen. Dat geldt niet alleen voor de extra uitgaven die zijn gedaan, maar ook voor de nietgerealiseerde uitgaven. Het opstellen van een Covid-19 rapportage en met name het concreet duiden en analyseren van de gevolgen is een complexe opgave.

Met de enorme omvang en dynamiek die deze crisis kenmerkt, zien we dat het niet eenvoudig is om alle ontwikkelingen goed te blijven monitoren en dit te vertalen naar een zo compleet mogelijk beeld voor college en gemeenteraad. Deze impact rapportage is dan ook een momentopname naar de situatie en beschikbare gegevens tot ultimo oktober 2020. Een gedetailleerd en volledig beeld is op dit moment niet te geven, daarvoor is nog te veel onzeker. Op onderdelen van het rapport is gebruik gemaakt van laatst bekende, meest macrogegevens, tot aan oplevering van het rapport eind november, afkomstig o.a. van het Rijk, VNG en CPB.

1.2 Leeswijzer De Impact rapportage Covid-19 is opgebouwd aan de hand van de volgende hoofdstukken. In hoofdstuk 1 geven wij, naast een algemene inleiding, een beschrijving van de context (1.1) waarbinnen de rapportage is opgesteld. Tevens

4 bevat zij een algemene toelichting van het gevolgde proces van inventarisatie en registratie van benodigde gegevens en de scope van het onderzoek (1.3). Daarbij is ook stilgestaan bij de resultaten en beperkingen van het gevolgde onderzoek (1.4). Hoofdstuk 2 geeft een samenvatting en de belangrijkste conclusies. In hoofdstuk 3 wordt informatie gegeven over de impact van Covid-19 op de EHZ gemeenten. Daarbij is nader ingezoomd op de effecten, financieel en beleidsmatig. Per begrotingsprogramma zijn de gevolgen geordend naar het Iv3-taakveld waarop ze betrekking hebben (3.2). Het hoofdstuk sluit af met een beschrijving van effecten voor de interne bedrijfsvoering (3.3). Hoofdstuk 4 geeft een beschrijving van de impact op de middellange termijn (MLT). Informatie over de compensatiemiddelen, die zijn/worden ontvangen, is opgenomen in hoofdstuk 5. Aan het rapport zijn diverse bijlagen toegevoegd. Hoofdstuk 6 bevat een korte beschrijving per bijlage. De geselecteerde bijlagen, waaronder de brede inventarisatie matrix, bestaan voorts uit de twee circulaires over de genomen steunmaatregelen van het Rijk, nieuwsbrieven van Ministeries en overige relevante informatie in relatie tot Covid-19.

1.3 Onderzoeksaanpak Uitvraag van informatie - procesaanpak Om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de effecten van de Covid-19 crisis op de gemeentebegroting, is door Meerinzicht Financien medio juli 2020 via de directie/managementteams als eerste stap een brede informatiematrix uitgerold bij de drie gemeenten, gericht aan alle budgethouders. De matrix is opgesteld op basis van best practices modellen die in het begin van de Covid-19 crisis (april) zijn ontwikkeld door gemeenten, die direct na het uitbreken van de Covid-19 pandemie aan de slag zijn gegaan. Centrale punten in de onderzoeksaanpak zijn: Impact rapportage Covid-19 november 2020

●

inventarisatie van gegevens via een breed samengestelde informatie matrix; ● projectmatige inrichting van de administratie voor het boeken van de financiele gevolgen; daaraan gekoppeld de registratie van gegevens via nieuw aangemaakte kostenplaatsen (boekingsregels); ● verwerking en monitoring van gegevens aan de hand van de zogeheten IV3structuur; de verplicht voorgeschreven taakvelden waaruit de gemeentebegrotingen sinds 2017 conform het Besluit begroting provincies en gemeenten (BBV) zijn opgebouwd; dit in verband met een rechtmatige verantwoording richting het Rijk en de provincie en het borgen van de IV-3 kwartaalopgaven aan het CBS; ● waar doen de effecten zich voor en wat is daarvan de omvang; variërend van extra lasten, niet-gerealiseerde lasten, extra (compensatie) inkomsten en nietgerealiseerde (wegvallende) inkomsten. Het onderzoek kende een doorlooptijd van medio juli tot begin september.

Inventarisatie en registratie op taakvelden IV3 De bottom-up inventarisatie is via de budgetverantwoordelijken uitgevoerd op basis van de taakvelden in de Programmabegroting. Door de BBV-commissie is een ‘Handreiking Covid-19 en IV-3’ gepubliceerd. Deze is leidend in het proces van registreren, administreren, monitoren en ondersteunen richting de gemeenten. De financiele administratie is hierop aangepast. Samenwerkingsverbanden Het meten van de effecten bij samenwerkingsverbanden, zoals gemeentelijke gezondheidsdiensten, veiligheidsregio’s en omgevingsdiensten, zijn waar mogelijk binnen de onderzoeksscope meegenomen. De verwachting is overigens dat deze kosten uiteindelijk niet ten laste van gemeenten komen. De financiering van Covid-19 -gerelateerde kosten van de GGD-en en Veiligheidsregio’s loopt namelijk via de VWS-begroting. Concreet betekent dit, dat GGD-en en Veiligheidsregio’s voorschotten bij het Rijk kunnen aanvragen voor de

5 vergoeding van de meerkosten. Definitieve vaststelling van de voorschotten vindt plaats via een einddeclaratie die is voorzien van een goedgekeurde jaarrekening inclusief de accountantsverklaring. Op dit moment is dan ook nog niet aan te geven hoeveel geld de GGD-en exact ontvangen voor de bestrijding van het Covid-19 virus. Indien desondanks de gemeenten worden geconfronteerd met extra kosten, zullen die worden meegenomen in de projectadministratie.

1.4 Onderzoeksresultaten Duiding onderzoeksresultaat Ondanks gemaakte afspraken met de gemeenten binnen het OGON over o.a. de procesaanpak om te komen tot een eenduidige wijze van inventariseren, registreren en administreren van gegevens, was de uitkomst met een gemiddelde respons van 40% zowel kwantitatief als kwalitatief matig. De urgentie voor het inventariseren en registreren van de opgevraagde gegevens via de inventarisatie matrix werd niet altijd gevoeld. De geringe respons zorgde ervoor, dat het medio september financieel en beleidsmatig niet mogelijk was de juiste analyses en conclusies te maken over de effecten voor de begrotingen van de gemeenten. Daarmee was het opstellen van een betrouwbare en zo volledig mogelijk Impact rapportage Covid-19 niet langer realistisch. Na de gemeenten hierover eind september te hebben geïnformeerd met een memo, is met verdere ondersteuning van de financieel adviseurs begin oktober gekozen voor een meer directe aanpak richting de budgethouders. Dit aanvullende onderzoek is uitgevoerd in een periode van vier weken en heeft geleid tot voldoende materiaal om de Impact rapportage Covid-19 alsnog te vullen met de beoogde gegevens. We realiseren ons dat we veel hebben gevraagd van de medewerkers bij de gemeenten en waarderen hun hulp bij de uitvoering van dit onderzoek.

Merendeel effecten nog niet duidelijk De effecten op de financiële huishouding van de gemeenten bestaan uit de volgende elementen: extra uitgaven om de gevolgen met gerichte maatregelen te dempen, extra inkomsten van het Rijk om die effecten te compenseren, nietgerealiseerde uitgaven, en niet-gerealiseerde

Impact rapportage Covid-19 november 2020

inkomsten door kwijtschelding van belastingen, huren, e.d.; hiertegenover staat veelal ook een compensatie van het Rijk. Hoewel het zicht op de financiële effecten verbeterd is ten opzichte van de zomerperiode, bevatten tegelijkertijd ook de huidige gegevens onzekerheden. Inmiddels is het beeld van de extra inkomsten, bestaande uit de (te) ontvangen compensatiegelden van het Rijk en provincie, vrij compleet. Anders is dit voor de extra uitgaven die zijn gedaan. Veel kosten zijn door de gemeenten ten onrechte afgeboekt van reguliere budgetten in de begroting. Met de nodige correctieboekingen wordt dit gecorrigeerd via de nieuw aangemaakte kostenplaatsen, gerelateerd aan Covid19. Dit in overeenstemming met de BBV ‘Handreiking Covid-19 en IV-3’. In de voorbereiding van de werkzaamheden van de Programmarekeningen 2020 zal hier nog een forse inhaalslag moeten worden gedaan. Voor MIZ/Financiën heeft dit prioriteit, als we ook op dit vlak een zo compleet en transparant mogelijk eindbeeld kunnen geven over de effecten van Covid-19 over 2020. Bovendien kan het precieze financiële gevolg van een aantal effecten pas achteraf worden vastgesteld. Denk hierbij aan de toeristenbelasting, die door gemeenten veelal pas in 2021 wordt geïnd, of het kwijtschelden van gemeentelijke belastingen eind 2020. Tot slot, het meest onduidelijk blijft de categorie ‘niet-gerealiseerde uitgaven’.

Voor juist die categorie geldt, dat de effecten per taakveld nog niet (volledig) zijn geïnventariseerd en gekwantificeerd. Eveneens is dat van toepassing op de ‘niet gerealiseerde inkomsten’, zoals belastingen. Daarvoor is nader onderzoek nodig. Kortom, nog niet alle effecten zijn zichtbaar of zichtbaar gemaakt. Dat betekent dat op meerdere beleidsterreinen wel effecten optreden, maar dat mogelijk sprake is van blinde vlekken. Op diverse terreinen is daarom een ‘pm’ opgenomen. Dat laatste betekent, dat in dit stadium de effecten nog onvoldoende uitgekristalliseerd zijn om te kunnen vertalen in een concreet bedrag. Dit alles maakt dat sprake is van een grote onzekerheidsmarge over alle effecten. Een beeld dat door de VNG dan ook bij veel gemeenten wordt gezien.

6

2. Samenvatting en conclusies Samenvatting Met de presentatie van de Impact rapportage Covid-19 wordt uitvoering gegeven aan eerdere besluitvorming van OGON en colleges van B&W in de periode april-mei 2020 inzake de regierol van MIZ voor de inventarisatie, registratie, administratie en monitoring van de Covid-19 effecten voor de gemeentelijke begroting. Voor de opstelling is gebruik gemaakt van diverse beschikbare informatiebronnen. Naast de primaire gegevens vanuit de EHZ gemeenten om de lokale effecten in kaart te brengen, zijn daarnaast ook andere bronnen geraadpleegd. De verwerkte gegevens concentreren zich in enerzijds een compleet beeld van de extra inkomsten in de vorm van de compensatiegelden van Rijk en provincie. Gegevens over gerealiseerde extra uitgaven en gederfde inkomsten om de pijn voor de lokale economie en samenleving te dempen, vormen de andere pijler onder het rapport. Het rapport geeft in een brede context een beeld van de maatschappelijke en financiële effecten. Op hoofdlijnen is een beschrijving per begrotingsprogramma opgenomen, met daarnaast een

Impact rapportage Covid-19 november 2020

afzonderlijke beschrijving van de impact op de bedrijfsvoering. Genoemde bedragen zijn gebaseerd op gerealiseerde boekingen en/of de verwachtingen van de gemeenten met de kennis t/m eind oktober. Dit betekent dat minder inkomsten en meer uitgaven worden gezien als een extra last ten opzichte van de begroting. Een eventuele daling van uitgaven (een besparing door de niet-gerealiseerde lasten) is hierin niet meegenomen. Bij de Programmarekening 2020 zal duidelijk worden wat hiervan doorgeschoven wordt voor uitvoering in 2021. Dit kan vragen om extra tijdelijke inhuur van capaciteit, dan wel een nadere prioritering van beleid en uitvoering. In de twee volgende overzichten zijn in gecomprimeerde vorm de extra compensatiegelden afgezet tegen de extra uitgaven, gederfde inkomsten en lagere uitgaven. Het resultaat geeft slechts een eerste indicatie van het mogelijke resultaat van de effecten van Covid-19 voor 2020. De onzekerheidsmarges zijn groot en veel effecten moeten de komende periode verder in kaart worden gebracht.

7

Impact rapportage Covid-19 november 2020

8

Conclusies Indien we kijken naar de brede context, waarbinnen de maatschappelijke en financiële effecten zich voordoen, zien we onder andere het volgende beeld: ● Voor de maatschappelijke organisaties worden de gevolgen steeds meer voelbaar en concreet. Het behouden van de sociaal-maatschappelijke infrastructuur is van belang om de kwaliteit van leven van onze burgers op niveau te houden. Verschillende organisaties hebben al bij de gemeenten aangeklopt en naar verwachting zullen nog meer volgen. Vaak gaat het om een verzoek om financiële ondersteuning, maar soms kan het ook op een andere manier (voor een deel) worden opgelost. Landelijk zijn er duidelijke signalen dat dit vanaf 2021 gaat toenemen, als de situatie van oktobernovember voorlopig nog ongewijzigd blijft. ●

De onderzoeksresultaten geven een wisselend beeld en de onzekerheidsmarge is groot. Op bijna alle terreinen worden

wel effecten door de gemeenten gesignaleerd, met de kanttekening dat er mogelijk nog sprake is van blinde vlekken in de gepresenteerde analyses. Op veel terreinen is gekozen voor een inschatting, dan wel volstaan met een ‘pm Afsluitend Het opstellen van een impact rapportage blijft een complexe opgave. In de zomer leek een tweede golf nog ver weg. Tegen misschien beter weten in, hoopten we zelfs dat deze aan ons voorbij zou gaan. Het virus is echter naar de situatie van oktober-november weer volledig opgelaaid en is de rijksoverheid genoodzaakt (geweest) om de maatregelen opnieuw aan te scherpen, met alle gevolgen van dien.

Impact rapportage Covid-19 november 2020

raming’, omdat de effecten niet voldoende zijn te kwantificeren. Een landelijk beeld overigens.

●

Hoewel uiteraard binnen de EHZ gemeenten verschillen zijn, zien wij de grootste effecten op de onderwerpen minder inkomsten parkeren, minder inkomsten toeristenbelasting, lagere opbrengsten uit leges en retributies, lagere opbrengsten uit precario- en reclamebelasting (terrassen), extra uitgaven bijstand en uitvoering TOZO regeling, kwijtscheldingen of uitstel van betaling voor huren, pachten, enz. met betrekking tot gemeentelijk vastgoed, sportaccommodaties, maatregelen recreatie en evenementen sfeer.

●

Verdere monitoring is nodig om het verloop van de crisis te volgen. Dit geldt in het bijzonder voor de financiële effecten in 2021 en verder. Aspecten als rechtmatigheid, de regels omtrent Staatssteun en Wet Markt en Overheid vormen hierin eveneens een referentiekader. Het is daarom relevant ook in de P&C documenten van 2021 rekening te houden met al de effecten van Covid-19, gebaseerd op de dan bekende stand van zaken.

Het blijft onzeker hoe het virus zich verder gaat ontwikkelen. Dit geeft een aanhoudende druk op de uitvoering van onze gemeentelijke taken en ook op de effecten in financiële zin. Met deze impact rapportage hebben we geprobeerd zo goed mogelijk een invulling te geven aan het huidig beeld van de maatschappelijke en financiële effecten.

9

3. Inzicht in de effecten van Covid-19 3.1 Algemeen Forse impact op de gemeentefinanciën De effecten van Covid-19 zijn groot en divers. Dat geldt niet alleen voor de Rijksbegroting, maar ook voor de financiën van de gemeenten en provincies. Inmiddels is sprake van een aanzienlijke economische krimp, die nog gecompenseerd wordt door een aantal steunpakketten van het Rijk. Of de effecten van korte duur zullen zijn, of langere tijd zullen doorwerken, is nog onzeker en mede afhankelijk van de vraag hoe lang de tweede golf van oktober-november doorzet en/of nog meerdere golven in 2021 zullen optreden. Met deze rapportage zijn de effecten van de afgelopen maanden (maart t/m ultimo oktober) in kaart gebracht en is waar mogelijk een inschatting gemaakt van wat in de resterende maanden nog op ons afkomt. Tevens is op onderdelen waar mogelijk indicatief een doorkijk gegeven naar 2021. Selectie van gevolgen op beleidsterreinen Onderstaande informatie geeft een beeld van de relevante gevolgen, die naar voren komen en waarmee in algemene zin alle gemeenten in meer of mindere mate zijn of worden geconfronteerd, zoals: ▪ Kosten van aanpassingen bedrijfsvoering en (digitale) dienstverlening i.v.m. de 1,5 meter samenleving. ▪ Derving van uiteenlopende inkomsten zoals haven- en parkeergelden, precario, toeristenbelasting, OZB, marktgelden, huurinkomsten, dividenden, leges, en dergelijke.

▪ Hogere uitgaven aan (bijzondere) bijstand, schuldhulpverlening, armoedebeleid, uitvoering TOZO regeling. ▪ Extra uitgaven/subsidies op terreinen van sport, cultuur, recreatie en toerisme door wegvallende inkomsten. ▪ Extra uitgaven sociaal domein algemeen, compensatie voor WMO en Jeugd aanbieders, ondersteuning van SWbedrijven. ▪ Extra uitgaven in kader van veiligheid en handhaving openbare orde (Boa’s).

Impact rapportage Covid-19 november 2020

In de volgende twee onderdelen wordt specifiek ingezoomd op de impact voor de programma's (onderdeel 3.2). Omdat de ondersteunende en facilitaire diensten onderdeel uitmaken van MIZ, is gekozen voor een afzonderlijke presentatie van het aspect bedrijfsvoering (onderdeel 3.3) .

3.2 Impact begrotingsprogramma’s Algemeen Voor het in kaart brengen van de effecten per begrotingsprogramma is een model opgebouwd aan de hand van de zogeheten IV3-structuur. Dit betreft de verplicht voorgeschreven taakvelden waaruit de gemeentebegrotingen sinds 2017 conform het BBV zijn opgebouwd. Met deze opbouw wordt voldaan aan de wensen van het Rijk en provincie om met ondersteuning van de landelijke BBV-commissie te komen tot een eenduidige registratie, administratie, verantwoording en monitoring van de financiële gegevens. De ontvangen gegevens zijn afkomstig van de bron gemeenten en MIZ en verwerkt in één totaaloverzicht, de zgn. Covid-19 Inventarisatie Matrix. Verwezen wordt naar bijlage 6.1. Om de hoeveelheid informatie te beperken, wordt per programma een verkorte weergave gegeven van de ingebrachte gevolgen. Het niet vermelden van de naam van een gemeente betekent niet dat er geen gevolgen voor die gemeente zijn. De oorzaak loopt uiteen van: ● ● ●

●

het effect doet zich inderdaad niet voor; nog niet alle effecten zijn in kaart gebracht; effecten zijn onvoldoende in te schatten of nog niet voldoende financieel te kwantificeren; er zijn geen nadere (of onvoldoende) gegevens ontvangen. In het overzicht is zichtbaar dat de gemeenten op nagenoeg alle domeinen waar zij actief zijn de gevolgen van Covid-19 merken. De gevolgen verschillen wel per gemeente.. Met name de onderdelen sport, recreatie en toerisme en het Sociaal Domein kennen verschillende gevolgen. Het grootste ge-

10 deelte van de effecten hangt samen met extra uitgaven.

de voorwaarden rondom Covid-19 alsmede aan de toegankelijkheidseisen. Extra inhuur is noodzakelijk voor de bemensing van de stembureaus.

Programma 0 Bestuur en ondersteuning Bestuur De digitale uitzendingen van de commissie- en raadsvergaderingen hebben geleid tot extra kosten voor alle drie de gemeenten. Het blijven streamen van bijvoorbeeld raadsvergaderingen vraagt om verdere investeringen en mogelijk het breder vervangen van apparatuur. Burgerzaken algemeen De Covid-19 -maatregelen hebben voorts tot aanpassingen geleid van de publieksbalie (Ermelo), Stadswinkel (Harderwijk) en de Frontoffice (Zeewolde). De aanpassingen liggen op het terrein van werken met afspraken, verplichting van het mondkapje, aanbrengen bestickering, 1,5 meter ruimte, spatschermen, etc, alsmede de aanschaf van een ict- systeem voor werken op afspraak (Zeewolde). Daarnaast worden de werkzaamheden, waarbij geen klantcontact noodzakelijk is, zoveel mogelijk door de medewerkers vanuit huis verricht (backoffice). Leges Burgerzaken In het bijna afgelopen jaar is vanaf maart 2020 het aantal aanvragen naar reisdocumenten sterk verminderd in alle EHZ-gemeenten. Ook voor volgend jaar verwachten wij dat minder burgers een nieuw reisdocument zullen aanvragen. Dit heeft gevolgen voor de gemeentelijke leges; er worden dan ook lagere inkomsten verwacht met name voor paspoorten en identiteitsdocumenten. Ook zien we gevolgen voor het aantal huwelijksvoltrekkingen. Huwelijken zijn en/of worden uitgesteld, wat eveneens leidt tot lagere opbrengsten.

Verkiezingen Op 17 maart 2021 staan de Tweede Kamerverkiezingen gepland. De meerkosten omvatten voornamelijk het aanbrengen van aanpassingen in de stembureaus (inkoop materialen, extra inzet personeel) en het vinden en gebruiken van alternatieve stemlocaties om de verkiezingen veilig te kunnen houden. Voorbereidingen voor de verkiezingen van volgend jaar zijn in volle gang. Ook hierbij geldt dat voldaan moet worden aan Impact rapportage Covid-19 november 2020

OZB-belastingen niet-woningen Een inkomstendaling wordt verwacht, met name voor de categorie niet-woningen als gevolg van leegstand. De omvang is nog niet te kwantificeren. Genomen of nog te nemen belastingmaatregelen op het gebied van invordering, uitstel van betaling doordat bedrijven de afgelopen maanden mogelijk failliet zijn gegaan, kunnen leiden tot lagere opbrengsten. Het is lastig in te schatten welk deel van uitstel op enig moment ook tot afstel leidt. Dit deel is oninbaar. Aanslagoplegging en invordering Zo is door alle drie de gemeenten besloten tot een aantal belastingmaatregelen, zoals: opschorting van de aanslagen tot 31 mei 2020, spoedige terugbetaling indien mensen en/of bedrijven recht hebben op teruggave van de gemeente, het stopzetten van dwanginvorderingen tot 31 mei 2020, en boeterente wordt tot 31 mei 2020 niet in rekening gebracht. De gemeenten Ermelo en Harderwijk hebben besloten dit te verlengen tot 31 augustus 2020. Huren en erfpachten Vanwege de Covid-19 maatregelen is onder andere besloten de vergoeding voor enkele gebruikers van gemeentelijk vastgoed voor de periode half maart tot 1 juni kwijt te schelden. Eerder dit jaar was al besloten om de betalingsverplichting op te schorten. Daarnaast wordt, indien een gebruiker dit kenbaar maakt, gekeken naar een maatwerkoplossing bij betalingsproblemen.

Dividend De gemeenten hebben te maken met derving van inkomsten omdat dit jaar geen dividenduitkering BNG volgt. Opschorting is een gevolg van besluiten / aanwijzingen van de Europese Centrale Bank (ECB). Het is waarschijnlijk dat dit ook voor 2021 het geval zal zijn. Programma 1 Veiligheid Veiligheidsregio Noord West Veluwe en Flevoland Inmiddels is duidelijk dat de Veiligheidsregio’s in Nederland rechtstreeks door het Rijk gecom-

11 penseerd worden voor de uitvoering van de extra werkzaamheden in verband met Covid-19. De verwachting is dat hierdoor geen extra beroep meer wordt gedaan op gemeenten. In de Tweede Financiële verkenning van september 2020 heeft de VNOG aangegeven de extra kosten i.v.m. bestrijding Covid-19 naar verwachting binnen haar begroting te kunnen opvangen. Ook voor de Veiligheidsregio Flevoland zijn geen extra kosten te verwachten. In Zeewolde was het voorts bij nader inzien niet noodzakelijk zorghotels in te richten, wat zou hebben geleid tot extra kosten.

Toezicht en handhaving naleving maatregelen Tijdens de lockdown is een verhoogde inzet geweest van beleidsmedewerkers, boa's en toezichthouders. Dit was nodig om interpretatie en naleving van de noodverordening te controleren. In fase 2 (vanaf eind juni) werden eveneens extra medewerkers ingezet en maatregelen getroffen om de openbare ruimte (daar waar nodig) in te richten voor de 1,5 meter afstand regels. Hierdoor moesten extra kosten gemaakt worden. Op enkele beleidsvelden heeft de inzet van extra medewerkers geleid tot vertraging in projecten en/of regulier werk. Al met al vragen de maatregelen door de 2e Covid-19 golf nog steeds extra inzet en capaciteit van onze BOA’s. Extra capaciteit is naar verwachting nog nodig tot in 2021. Programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat Parkeren Eén van de grote effecten van Covid-19 op de inkomsten van gemeenten is de vermindering van inkomsten voor parkeren. In 2020 was door de gemeenten gezamenlijk ruim € 1,0 miljard aan parkeerinkomsten begroot. Met de 1e lockdown was er nauwelijks kooptoerisme en bleven de parkeervoorzieningen onbenut. Na een voorzichtig herstel in de zomerperiode kenmerkt het laatste kwartaal van 2020 zich opnieuw in afnemende inkomsten.

Dit beeld zien we sterk terug in de brongemeente Harderwijk, die geconfronteerd is met minder bezoek van het Dolfinarium en aan de binnenstad en daarmee ook de inkomsten voor betaald parkeren en naheffingen (boetes). In een best case scenario zal in 2021 langzamerhand weer een stijging komen in de inkomsten. Een volledig herstel naar de situatie van voor de Covid-19 Impact rapportage Covid-19 november 2020

crisis wordt vooreerst niet verwacht. Ermelo en Zeewolde heffen geen parkeergelden.

Verkeer en vervoer Het normale onderhoud aan wegen, groenvoorzieningen, etc. heeft in de gemeenten gewoon plaatsgevonden. Vanwege een toename van hangjeugd (door o.a. verveling), wordt meer graffiti aangebracht op kunstwerken (Zeewolde) met extra schoonmaakkosten tot gevolg. Voor het faciliteren van de bezoekers aan het Dolfinarium / binnenstad Harderwijk is in april 2020 het toeristentreintje in ere hersteld. Voor een kostenneutrale dekking zijn de parkeergelden verhoogd met een toeslag. Door de achterblijvende parkeergelden is een tekort ontstaan in de dekking van deze kosten (Harderwijk). Ook de bezetting van de recreatieve havens in Harderwijk is lager geweest met een verlies aan liggelden tot gevolg. De fiets-/voetgangerspont heeft te maken met minder klandizie en dus lagere omzet. Dit heeft mogelijk gevolgen voor de exploitatiebijdrage van de gemeenten.

Programma 3 Economie Economische ontwikkeling en promotie In 2020 zijn niet alle zaken uitgevoerd die wel gepland waren. Zo zijn in Ermelo activiteiten rondom 75 jaar bevrijding uitgesteld naar 2021. De toeristische sector is zwaar getroffen in 2020. Bovendien hebben minder (grootschalige) evenementen en/of projecten plaatsgevonden in de gemeenten. Terrassen Door het niet factureren of kwijtschelding van precariobelasting op terrassen zien we lagere inkomsten. Na de versoepeling van de maatregelen na de 1e Covid-19 golf, werd met de horecaondernemers gekeken naar mogelijkheden voor uitbreiding van hun terrassen, om zodoende zoveel mogelijk ruimte te geven om gasten te kunnen ontvangen en de omzet van hun onderneming te waarborgen. Gemeenten zijn hiermee soepel omgegaan door horecaterrassen tijdelijk uit te breiden, voor de periode van 1 juni tot en met 31 oktober 2020. De ingestelde beperkingen in het najaar hebben het beeld niet doen wijzigen.

12 Lagere opbrengsten leges door minder evenementen en activiteiten Een aantal evenementen kon door de lockdown niet doorgaan, terwijl soms hiervoor wel al subsidies waren uitbetaald. Verenigingen en organisaties hebben daardoor geen inkomsten kunnen genereren, terwijl men daarvoor wellicht wel al voorbereidingskosten heeft gemaakt. Met de nieuwe maatregelen die eind september zijn afgekondigd, wordt het alsnog organiseren van activiteiten en evenementen in 2020 nagenoeg onhaalbaar. Omdat verenigingen/stichtingen in de voorbereidingen wellicht wel al kosten gemaakt hebben, zullen deze subsidies mogelijk niet (volledig) terugbetaald worden. Het is niet te voorspellen of voor 2021 weer (grootschalige) evenementen mogelijk zijn. Toeristenbelasting De sluiting van campings, hotels, etc. tijdens de lockdown en het wegblijven van buitenlandse toeristen heeft gevolgen gehad voor het aantal overnachtingen in de gemeenten. Hierdoor vallen de inkomsten voor de toeristenbelasting fors terug. Macro is het beeld, dat de Nederlandse gemeenten veel inkomsten zijn misgelopen. De daling is enigszins getemperd door aantrekkend binnenlands toerisme, dat het gemis aan buitenlandse toeristen enigszins heeft opgevangen. De daling in de toeristenbelasting zal naar verwachting ook in 2021 aanhouden, afhankelijk van het herstel in de toeristenbranche. Dit effect is het sterkst voor Ermelo en Zeewolde.

In afwachting van de definitieve aanslagoplegging over 2020 is, in samenspraak met MIZ/Belastingen, aan gederfde inkomsten een minimumvariant van 15% over de begrotingsraming opgenomen. De variant is afgeleid van brongegevens deze zomer regio Barneveld-Ede. Indien het mogelijk is en blijft, dat binnenlandse reizen gemaakt kunnen worden, is de verwachting reëel dat dit in veel gemeenten het gemis van buitenlandse toeristen enigszins compenseert, zoals ook de zomer van 2020 heeft laten zien.

Programma 4 Onderwijs Ventilatie scholen De huidige situatie zorgt er ook voor dat men anders naar de schoolgebouwen en installaties is Impact rapportage Covid-19 november 2020

gaan kijken. De RIVM heeft richtlijnen opgesteld voor o.a. binnenklimaat en ventilatie. Omdat vrijwel alle schoolgebouwen in bezit zijn van de schoolbesturen, zijn zij zelf verantwoordelijk voor het binnenklimaat en de ventilatie. Daar waar schoolbesturen knelpunten signaleren met betrekking tot de richtlijnen van het RIVM dienen zij zelf de GGD te benaderen voor passende maatregelen. Het schoolbestuur was verplicht om ouders van leerlingen en hun onderwijspersoneel en het Landelijk Coördinatieteam Ventilatie op Scholen (LCVS) voor 1 oktober te informeren over de ventilatie in hun gebouwen. Het LCVS bundelt expertise en ondersteunt de scholen hierin. In het ambitieplan van het Ministerie van OCW is geen rol voor de gemeenten weggelegd.

Continuïteit leerlingenvervoer Tijdens de periode van de 1e lockdown heeft er geen leerlingenvervoer plaatsgevonden. Voor een aantal kinderen waarvan het noodzakelijk was dat zij op school opgevangen zouden worden, heeft in deze periode wel leerlingenvervoer plaatsgevonden. De basisscholen zijn op 11 mei 2020 weer deels gestart en het voortgezet onderwijs vanaf 2 juni, en daarmee ook het vervoer. De basisscholen zijn vanaf maandag 8 juni weer volledig gestart. Door afwijkende schooltijden zijn wel meer ritten nodig. Het gymnastiek vervoer heeft tot het einde van het schooljaar 20192020 stilgelegen. Gemeenten betalen 80% van de kosten door. De eigen bijdrage in vervoerkosten voor de ouders is tijdelijk stopgezet (inkomstenderving). Verder is het mogelijk dat gemeenten ook taxivervoerders moeten gaan compenseren voor kosten van beschermingsmiddelen en het reinigen van vervoermiddelen. Effecten voor 2021 zijn moeilijk in te schatten.

Programma 5 Sport, cultuur en recreatie Binnen- en buitensportaccommodaties De tijdelijke sluiting van sportaccommodaties heeft, ondanks tussentijdse versoepelingen van de maatregelen, in 2020 aanzienlijke gevolgen voor de bezettingsgraden en daarmee de opbrengsten. Alle lokale binnensport- accommodaties in de bron gemeenten hebben als gevolg daarvan aanzienlijk lagere inkomsten dan in de begroting geraamd. Landelijk is het beeld niet

13 anders en hebben de sluiting van sportaccommodaties, sportclubs en zwembaden grote financiële gevolgen. Eind mei heeft het college van B&W van Harderwijk en Ermelo besloten de huurprijzen en erfpachtcanons die in rekening worden gebracht aan amateursportverenigingen / sportinstellingen, voor de periode 1 maart 2020 tot en met 31 augustus 2020 kwijt te schelden. Dit betreft het gebruik van sportvelden en/of overige gebruikgronden.

Vrijwilligersorganisaties Het Kabinet heeft middelen beschikbaar gesteld om lokale vrijwilligersorganisaties te compenseren. Dit betreft de periode half maart tot 1 juni 2020. Het gaat om o.a. scoutinggroepen en speeltuinen, maar ook stads- en kinderboerderijen, kindervakantiewerk en jeugdkampen. Zij hebben vanwege de beperkingen minder inkomsten van deelnemers/bezoekers, uit horeca. Bij de instellingen met een eigen gebouw en/of terrein vaak ook minder inkomsten uit verhuur aan derden. Naar de situatie van ultimo oktober zijn geen lokale aanvragen om steun binnen de context van de beschikbaar gestelde compensatiemiddelen bekend, met uitzondering van Zeewolde. Activiteiten culturele instellingen Het college van de gemeente Ermelo heeft besloten om de subsidies in principe niet terug te vorderen als de activiteiten niet conform de subsidiebeschikking zijn uitgevoerd. Het college van Harderwijk heeft besloten om coulant om te gaan met afwikkeling van de subsidies. Waar nodig worden en zijn maatwerkafspraken gemaakt met de ontvangers van subsidie; bijvoorbeeld of de subsidie 2020 geheel of gedeeltelijk ingezet kan worden voor 2021 of lager. Dit teneinde de bestaande structuur van ontmoetingsplaatsen, culturele uitingen en welzijnsorganisaties in stand te houden. De gevolgen zijn het grootst voor de theaters.

Door beperking van het aantal bezoekers en annulering van voorstellingen zijn daar financiële tekorten ontstaan. Dit heeft o.a. in Ermelo geleid tot minder inkomsten bij de Dialoog door teruglopende opbrengsten voor verhuur. Ook de horeca-inkomsten liggen lager. Daartegenover staan enkele lagere uitgaven. Het effect is voor Ermelo Impact rapportage Covid-19 november 2020

niet structureel omdat eind 2020 de verbouwing is gestart voor de Dialoog waarmee de inkomsten, los van Covid-19 , al gedurende de verbouwing nagenoeg wegvallen. Landelijk beeld is, dat de gemeenten verwachten ook de komende maanden tot in 2021 nog extra uitgaven voor cultuur te hebben. Dit wordt bijvoorbeeld verklaard dat instellingen tot nu toe nog konden interen op hun eigen vermogen, maar nu steeds moeilijker wordt.

Combinatiefunctionarissen De combinatiefunctionarissen cultuur hebben in maart - juli niet geheel kunnen werken, maar deze mensen moeten wel worden doorbetaald. Een effect wat bij alle drie de gemeenten wordt gesignaleerd. Cultuurpodia, Bibliotheek en Musea Grootschalige culturele evenementen zijn op dit moment niet mogelijk. In de afgelopen maanden hebben organisaties naar mogelijkheden gezocht binnen de geldende kaders, om culturele activiteiten te ontplooien. Activiteiten vinden veelal plaats met veel minder deelnemers dan normaal. Dit heeft financiële gevolgen voor de organisaties. De inkomsten uit kaartverkoop vallen lager uit en de kosten zijn hoger. Er zijn dan ook vrijwel geen subsidieaanvragen ingediend voor (culturele) evenementen in de tweede helft van 2020. Ook voor 2021 zijn nog bijna geen aanvragen ontvangen. De gevraagde subsidie voor de aanvragen die inmiddels wel zijn ingediend, zijn hoger dan voorheen. Ook de Bibliotheken in de gemeenten hebben te maken met minder bezoek en een afname van de beschikbare middelen. De gemeentelijke musea hebben door een terugloop van het bezoek eveneens minder inkomsten, ook het organiseren van evenementen is niet of nauwelijks mogelijk. Tevens zijn de kosten gestegen door de Covid-19 maatregelen.

Programma 6 Sociaal Domein Buurt en dorpshuizen Door de maatregelen voor de buurt- en dorpshuizen hebben in de periode maart tot en met mei 2020 geen activiteiten plaatsgevonden. Vol-

14 gens de landelijke richtlijnen, die recentelijk weer zijn verzwaard, zijn grote activiteiten en evenementen in de gemeenschapshuizen, wijkcentra en jongerencentra voorlopig niet of alleen in afgeslankte vorm mogelijk. Naast de sociale impact voor de omgeving ontstaan op termijn ook grote financiële problemen door derving van huur- en horeca-inkomsten terwijl de vaste lasten doorlopen. Op dit moment worden de verliezen opgevangen door in te teren op het eigen vermogen. Gezien het feit dat nog geen uitzicht is op herstel van het reguliere maatschappelijk leven (2021), krijgen deze vrijwilligersorganisaties het nog lastiger om het hoofd boven water te houden. Dit gaat deze stichtingen bedreigen in hun voortbestaan. Dorpshuizen met een doorlopende subsidie behouden deze subsidie voor 2020, zodat zij de vaste lasten kunnen voldoen. Maar niet allemaal ontvangen ze subsidie. Er wordt een gemeentelijke subsidieregeling voorbereid om hen financieel te ondersteunen. Hiervoor heeft de rijksoverheid via het gemeentefonds geld beschikbaar gesteld.

Wijkgericht werken Half juni zijn alle activiteiten weer geopend volgens de RIVM-richtlijnen. Daarbij kregen de kwetsbare groepen voorrang. Stapsgewijs zijn meer activiteiten gestart. Welzijn Ermelo heeft hierin nauw samengewerkt met boa’s, politie en buurtsportcoaches. Het werken volgens de richtlijnen vraagt veel meer tijd, omdat voor alle ontmoetingen een afspraak gemaakt moet worden. Kinderopvang Zorg dient te worden gedragen voor een goede opvanglocatie voor het opvangen van de kinderen van ouders/verzorgers, welke werkzaam zijn binnen de vitale beroepen en die geen mogelijkheid hebben de kinderen ergens anders onder te brengen. Ingestemd is met het gebruiken van het gebouw aan de Kruithuis 2a als 24-uurs kinderopvang locatie voor kinderen tot 14 jaar in de periode van de COVID-19 crisis door middel van de toevoeging van extra veiligheidsmaatregelen op de bestaande gebruiksvergunning (Harderwijk).

Impact rapportage Covid-19 november 2020

Vanuit de kinderopvangorganisaties in Ermelo is aangegeven dat zij hun uiterste best doen om hun locaties open te houden, maar dat het niet uitgesloten kan worden dat zij niet open kunnen blijven. Dit heeft te maken met het trage proces rondom testen en het feit dat medewerkers van kinderopvangorganisaties geen voorrang hebben om zich te laten testen, zoals in het onderwijs wel het geval is. Tot nu zijn bij de gemeente nog geen signalen binnengekomen dat inderdaad tot sluiting van kinderopvang is overgegaan. Aan ouders is gevraagd om tijdens de sluiting van de kinderopvang (16 maart tot 8 juni 2020) de eigen bijdrage toch door te betalen, terwijl ze geen of slechts beperkt gebruik hebben gemaakt van de kinderopvang. In lijn met het compenseren van de ouderbijdrage voor zogenaamde KOT-ouders (Ouders met recht op kinderopvangtoeslag) wordt ook de eigen bijdrage van de niet-KOT gecompenseerd (Zeewolde).

Jeugdhulp Door de organisaties die samenwerken binnen het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) is geconstateerd, dat de lijn die in maart is ingezet en die in juni/juli wat versoepeld is voor het CJG nog steeds werkbaar is. Het CJG is, samen met de cliënten, kritisch op de vraag of fysiek contact nodig is. Als een alternatief nodig of mogelijk is (telefonisch of beeldbellen) dan wordt daar gebruik van gemaakt. De contacten in het CJG (Jeugdgezondheidszorg consultatiebureau en andere gesprekken) gaan gewoon door, maar er zijn geen inloopspreekuren meer. Alles vindt op afspraak plaats. Met deze maatregelen kunnen de groepsactiviteiten met kinderen en jongeren doorgaan. Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) Eén van de maatregelen die het Kabinet sinds 1 maart 2020 gebruikt om ondernemers te steunen is de Tozo. Deze regeling vult het inkomen van zelfstandige ondernemers aan tot het sociaal minimum, indien het inkomen van de zelfstandig ondernemer door de Covid-19 crisis onder het sociaal minimum daalt. Daarnaast is er de mogelijkheid van een lening voor bedrijfskapitaal om liquiditeitsproblemen op te vangen.

15 De regeling kent grofweg twee categorieën: de uitkeringslasten in de vorm van een uitkering en de uitvoeringskosten. Na twee eerdere ronden loopt Tozo-3 van 1 oktober 2020 tot 1 april 2021 en Tozo 4 van 1 april tot 1 juli 2021. Over Tozo 4

MIZ/domein Sociaal voert namens de gemeente Ermelo en Harderwijk de TOZO regeling uit. Voor Zeewolde is dat het Zelfstandigenloket Flevoland (ZLF) een samenwerkingsverband van de 6 Flevolandse gemeenten (Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde). Op het intakeproces is extra opgeschaald in aantal medewerkers (administratieve taken, doelmatigheid en beoordeling rechtmatigheid) om achterstanden te voorkomen. Het grootste deel van de uitvoering vindt in beginsel plaats binnen de reguliere uren. Indien noodzakelijk wordt extra capaciteit ingehuurd. De verstrekte TOZO uitkeringen worden door het Rijk volledig gecompenseerd. Voor de uitvoeringskosten wordt € 450,- per besluit levensonderhoud en € 800,- per besluit op aanvraag bedrijfskapitaal toegekend. De compensatie voor de kosten zal via de verantwoording (SISA aangifte) bij de aanstaande Programmarekening 2020 plaatsvinden. Dat geldt eveneens voor de door het Rijk verstrekte voorschotten. Er worden geen financiële gevolgen verwacht doordat de gemeenten voldoende worden gecompenseerd.

Impact rapportage Covid-19 november 2020

wordt begin 2021 meer informatie door het Rijk bekendgemaakt. Het aantal verleende regelingen t/m oktober per gemeente is als volgt:

Stijging bijstandsuitkeringen (BUIG) Door de economische gevolgen van Covid-19 voor de werkgelegenheid neemt het aantal bijstandsuitkeringen toe en daarmee de uitvoeringskosten. Vanuit MIZ is extra personeel ingezet om de verhoogde instroom op te kunnen vangen om achterstanden (en bijkomstige problemen) voor de cliënt te voorkomen. De vraag is of compensatie via de BUIG-uitkering vanuit het Rijk gelijk oploopt met de stijging van de bijstandsuitgaven. Inmiddels is een deel van het voorlopige macrobudget 2021 (€ 327,2 mln) gereserveerd voor een uitgestelde uitkering waarbij in de verdeling rekening kan worden gehouden met verschillen tussen gemeenten voor de te verwachten extra bijstandsuitgaven. In 2021 wordt de wijze waarop dit deel van het budget wordt verdeeld bij ministeriële regeling nader ingevuld. VNG en gemeenten zullen betrokken worden bij het bepalen van de verdeelsleutel voor dit deelbudget.

16 Bijzondere bijstand De uitgaven bijzondere bijstand stijgen door extra gebruik van de minimaregelingen (individuele inkomenstoeslag, bijzondere bijstand en trajecten schuldhulpverlening), omdat meer mensen terugvallen in inkomen. Er is sprake van open-einde-regelingen. Door stijging van het aantal aanvragen neemt ook de druk op de uitvoering toe. Een beeld, dat ook effect zal hebben op het beroep op schuldhulpverlening. Sociale werkbedrijven Lopende re-integratietrajecten hebben in de maanden maart, april, mei en juni stilgelegen of zijn vertraagd (inkomstenderving); na opening moesten ze voldoen aan de 1,5 meter werkplek. Daardoor heeft Inclusief Groep extra ruimte gehuurd om deze afstand te kunnen garanderen (extra kosten). Onderscheid wordt gemaakt tussen het uitbetalen van de salarissen aan SWgeïndiceerden, dat is uiteraard gegarandeerd (de oude WSW functie van Inclusief Groep) en het aannemen van opdrachten door Gresbo B.V. (groen, horeca, schoonmaak). Vanuit Meerinzicht worden gesprekken gevoerd met de Inclusief groep (Intervens) over de financiële afwikkeling 2020. De raad van Harderwijk heeft eind november besloten de corona compensatie voor WSW door te storten naar de Inclusief Groep.

Continuïteit van het zorgaanbod Jeugdzorg en Wmo Het Rijk heeft, in afstemming met de VNG, een zeer dringend beroep op gemeenten gedaan om de aanbieders van jeugdhulp, jeugdbescherming, jeugdreclassering en maatschappelijke ondersteuning financieel zekerheid en ruimte te bieden, van 1 maart 2020 tot in elk geval 1 juni 2020. Deze afspraak is verlengd naar 1 juli 2020. Er is hier door de colleges van Harderwijk, Ermelo, Zeewolde aansluiting bij gezocht wat inhield, dat over de maanden maart tot juni 2020 voorschotten zijn uitbetaald teneinde liquiditeitsproblemen bij de zorgaanbieders te voorkomen. Wmo Voor de WMO is de geleverde zorg in de periode maart t/m mei 2020 iets achtergebleven, vanaf juni heeft het aantal meldingen zich weer herstelt. De impact op de jeugdzorg en WMO heeft financieel gezien vooral effect gehad op de Impact rapportage Covid-19 november 2020

maanden maart tot en met juni. Na de versoepeling van de maatregelen na de 1e Covid-19 golf, is de zorg weer opgestart. Duidelijk is dat de maatregelen een maatschappelijke en sociale impact hebben. Wat hiervan de gevolgen zijn op de middellange termijn is nu nog moeilijk in te schatten. Daarnaast zijn Rijk en gemeenten in gesprek over de per saldo extra uitgaven over het geheel van 2020, voor zover die gerelateerd kunnen worden. Daarnaast zijn Rijk en gemeenten in een gesprek over de per saldo extra uitgaven over het geheel van 2020 voor zover die gerelateerd kunnen worden aan een evident uitstel van noodzakelijke zorg. Op 23 juni 2020 is bekend gemaakt dat de eerder gemaakte afspraken tussen VNG en het Rijk ten aanzien van het vergoeden van de meerkosten Wmo en Jeugd zijn verlengd van 1 juli tot en met 31 december 2024.

Maatwerkvoorzieningen Wmo De groei van het aantal inwoners dat een Wmovoorziening heeft, is sinds maart 2020 afgenomen. Er is nog niet een duidelijk herstel zichtbaar. Heel voorzichtig laat het derde kwartaal een herstel zien (geen verdere afname, maar ook geen groei). Er is een afname zichtbaar op alle productgroepen van de Wmo. De afname is het sterkst bij hulpmiddelen, gevolgd door hulp bij huishouden. Huisbezoeken door klantmanagers zijn weer gedeeltelijk hervat. Bestaande klanten worden waar mogelijk telefonisch benaderd. De hulp bij het huishouden blijft doorgaan. Wel blijven aanbieders zorgvuldig in overleg met inwoners afwegen of dit kan en wenselijk is. Ook de op 14 oktober 2020 verscherpte maatregelen, maximaal 3 bezoekers per huishouden per dag, maken het uitvoeren van hulp bij het huishouden nog steeds mogelijk. Collectief vervoer Het vraagafhankelijk vervoer zit op dit moment op een percentage van 70%/80% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. De gemeenten hebben afgesproken om volgens de VNG-richtlijn het uitgevoerd vervoer via de reguliere afspraken te vergoeden en daarnaast voor het uitgevallen vervoer 80% te blijven vergoeden aan de vervoerbedrijven. Inmiddels is duidelijk dat de vervoerders geen gebruik kunnen maken van aanvullende steunmaatregelen vanuit de rijks-

17 overheid. Als de vervoerder kan aantonen dat aan de voorwaarden is voldaan, dan worden de inmiddels gedane voorschotten omgezet in een definitieve tegemoetkoming. Deze regeling liep tot 1 september 2020. De inschatting is dat het vraagafhankelijk vervoer inmiddels is ingericht op de nieuwe situatie en steun daardoor niet meer nodig is. Door de huidige ontwikkelingen en maatregelen kan niet worden uitgesloten dat op een gegeven moment toch (weer) ondersteuning nodig is.

Niet geïnde bijdrage Wmo Het Rijk heeft besloten dat de eigen bijdrage voor Wmo voor de maanden april en mei 2020 collectief niet wordt geïnd, met uitzondering van de cliënten met de voorzieningen beschermd wonen intramuraal en opvang, op basis van een besluit van de Minister van VWS. Maatschappelijke opvang Landelijk zien we dat dak- en thuislozen een extra kwetsbare groep vormen. Om veilige opvang te kunnen garanderen geven gemeenten aan de nodige aanpassingen te moeten maken. Zo zijn opvanglocaties uitgebreid om aan de 1,5 meter maatregel te kunnen voldoen, zijn extra locaties ingericht waar dak- en thuislozen eventueel in quarantaine kunnen verblijven als zij (mogelijk) besmettelijk zijn, en zijn persoonlijke beschermingsmiddelen ingekocht. De regie op de inzet van deze middelen ligt bij de centrumgemeente Zwolle (voor Ermelo en Harderwijk) en Almere (voor Zeewolde). Harderwijk is gedelegeerd centrumgemeente voor de Noord Veluwe en heeft via Zwolle de corona compensatie ontvangen (ruim € 600.000,-). De uitgaven voor de Noord Veluwe lopen ook via Harderwijk. De nachtopvang is Covid-19 proof gemaakt, er zijn drie locaties “Tijdelijk wonen” ontwikkeld. De Noord-Veluwe nachtdienst is uitgebreid tot de gehele regio Noord-Veluwe en ook beschikbaar op wijkniveau. Bekostiging vindt plaats via de centrumgemeente uit de extra beschikbaar gestelde gelden.

Vrouwenopvang De regie op de inzet van deze middelen ligt bij de centrumgemeente Apeldoorn (voor Ermelo en Harderwijk) en Almere (voor Zeewolde). De gemeente heeft hier geen directe invloed. Impact rapportage Covid-19 november 2020

Programma 7 Volksgezondheid en milieu GGD De GGD NOG (Ermelo, Harderwijk) heeft de gemeenten op 30 september 2020 laten weten, dat alle extra kosten die zij maakt worden vergoed door het Ministerie van VWS. Dit betreft de kosten voor testen, bron- en contactonderzoek, klantencontactcentrum, laboratoriumkosten, achterstanden en omzetderving. Ook de extra kosten voor het inhalen van de achterstanden jeugdgezondheid en de uitvoering Rijksvaccinatieprogramma worden vergoed door VWS. Voor de gemeenten is er vooralsnog geen financieel risico. In 2021 zal door de GGD (Zeewolde) een inhaalslag gemaakt moeten worden op de gebieden, die nu door Covid-19 geen of weinig aandacht hebben gekregen. Verder zal in de gewijzigde begroting ook de verwachte minder inkomsten voor vaccinaties buitenland verwerkt worden. Vooralsnog gaat de GGD ervan uit dat VWS al de kosten vergoed. Afval Ermelo verwacht 400 ton extra verwerking van het restafval. Dit is opgenomen in de tariefberekening 2021. Vanwege lange rijen bij het afvalstation (Zeewolde) zijn langere openingstijden gehanteerd en verkeersmaatregelen genomen om de toeloop in goede banen te leiden. Het daadwerkelijke afval blijkt maar een klein beetje meer te zijn dan normaal; de extra kosten lijken mee te vallen.

Programma 8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Ruimtelijke Ordening Processen en procedures lopen vertraging op (inclusief Omgevingswet), doordat de reguliere werkwijzen om bewoners te laten participeren, te informeren of inspreken onder de huidige richtlijnen niet mogelijk zijn. Diverse grote projecten lopen nu vertraging op. Voor Ermelo wordt dit beeld gezien bij De Hooge Riet, Ontwikkelingsvisie Horst & Telgt en Herijking Functieveranderingsbeleid. Er worden nu alternatieve werkwijzen toegepast om processen en projecten te laten doorgaan. Het kost extra tijd om uit te zoeken wat de meest klantvriendelijke en rechtmatige manier is. Een

18 risico is dat projecten in een later stadium vertraging gaan ondervinden als blijkt dat bij zienswijzen, beroep en bezwaar, de alternatieve werkwijze onvoldoende of niet rechtmatig is.

Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) In zijn algemeenheid zijn mogelijke effecten en/of risico's: ● bij lockdown maatregelen langer durende besluitvormingen die vertragend werken; ● bij gebiedsontwikkeling kans op vertraging als gevolg van achterblijvende verkopen en daarmee langere doorlooptijden.

3.3 Impact bedrijfsvoering Algemeen De impact van Covid-19 op de totale bedrijfsvoering, bestuur en organisatie, is groot. De effecten zijn divers van karakter. Een financiële vertaling van alle effecten voor uiteindelijk de brongemeenten EHZ is nu nog niet te geven. Meer duidelijkheid zal ook hier met name moeten komen bij de Programmarekening 2020 van de gemeenten. Hierin zal ook aandacht zijn voor facilitaire kosten die naar verwachting lager uitvallen, zoals energielasten, koffie- en theevoorziening, kopieerkosten, sommige overheadkosten zoals opleidingen, en het stopzetten van de vergoeding voor woon-werk-verkeer. Onder de noemer facilitair worden de uiteenlopende onderwerpen centraal verantwoord binnen de financiële administratie van MIZ. Naar de situatie van eind september waren de extra kosten voor ICT en Facilitair samen circa € 240.000,-. De administratieve uitvoeringskosten zijn begroot op € 150.000,-, eveneens naar de situatie van september 2020. Onderstaande informatie geeft een selectie van beschikbare gegevens.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=d4f14a2c-c3c5-4be5-b894-27de88f8e6d4