Bijlage 1. VTH beleidsplan Harderwijk besluitvorming
Tekst van het document
In overeenstemming met de (landelijke, provinciale en lokale8) wet- en regelgeving; In de geest van de Omgevingswet (“ja mits” i.p.v. “nee tenzij”); Integraal; Op transparante wijze en juridisch correct; In duidelijke en begrijpelijke taal (B1-niveau); Vanuit een dienstverlenende opstelling (klantvriendelijk en zakelijk); Doelmatig en specifiek (geen overbodige voorschriften); Door vooraan in de begeleidende brief te benadrukken wat belangrijke aandachtspunten zijn bij de realisatie. Zoals dat bijvoorbeeld nog niet mag worden gestart omdat nog andere toestemmingen nodig zijn en het tijdig (en op welke momenten) aanleveren van constructieberekeningen.
De gemeente stuurt erop aan dat een initiatiefnemer eerst een principeverzoek wordt ingediend voordat een formele aanvraag wordt ingediend. De behandeling daarvan richt zich op de wenselijkheid van het initiatief (ruimtelijke inpasbaarheid, welstand), niet op de technische beoordeling. In voorkomende gevallen wordt aan een initiatiefnemer wel meegegeven wat mogelijke kritische punten (kunnen) zijn bij de technische beoordeling. Het algemene uitgangspunt is dat de initiatiefnemer een eigen verantwoordelijkheid heeft in het aanleveren van een volledige en integrale (ontvankelijke) aanvraag. In het kader van de preventiestrategie zal de gemeente ervoor zorgen dat regels voldoende duidelijk zijn. Waar nodig worden deze (bij particuliere aanvragers) tijdens het vooroverleg nog nader toegelicht. Voor de bouwkundige toetsing gebruikt de gemeente een toetsprotocol, gebaseerd op het toetsprotocol van de Vereniging van Bouw en Woningtoezicht (VBwt). Bij activiteiten met een laag risico vindt geen toetsing of alleen toetsing van uitgangspunten van de aanvraag plaats. Bij activiteiten met een hoog risico wordt integraal getoetst.
In de praktijk betekent dit dat vooral bij risicovolle gebouwen (complexe constructies, gebouwen met publiekefuncties en/of zorgfuncties, monumenten, sloop met asbest/grote sloopwerkzaamheden) integraal worden getoetst en bij bijvoorbeeld verbouwingen aan eengezinswoningen, kleine verbouwingen en rijtjeswoningen geen of alleen toetsing van uitgangspunten plaatsvindt.
8 Algemene Verordening gemeente Harderwijk, 1-1-2024
20
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
Door het in werking treden van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen vervalt gefaseerd een deel van de bouwtechnische toetsing door de gemeente. Dat geldt vooralsnog alleen voor de nieuwbouw van kleinere bouwwerken (woningen, kleine bedrijfspanden etc.). In plaats hiervan vindt toetsing door een zogenaamde kwaliteitsborger plaats die een borgingsplan opstelt dat voor aanvang van de bouw moet worden overlegd aan de gemeente. De gemeente toetst bij bouwwerken die onder de Wkb vallen wel aan het omgevingsplan, aan welstand en of een kwaliteitsborger gecertificeerd is. Voor overige bouwwerken blijft de gemeente verantwoordelijk voor de bouwtechnische toetsing. In voorkomende gevallen kan de gemeente besluiten om een Bibob-toets uit te voeren. Dat wil zeggen als er signalen zijn dat de vergunning mogelijk gebruikt wordt om criminele of illegale activiteiten mogelijk te maken. Als ondergrens daarvoor wordt uitgegaan van een (door de gemeente berekende) bouwsom van €750.000. Een Bibob-toets wordt ook uitgevoerd bij een lagere bouwsom als het gaat om een bouwactiviteit bij een pand dat valt onder het gebruik voor ondermijning gevoelige branches. In bijlage 2 is het toetsingskader voor de beoordeling van vergunningaanvragen in detail uitgewerkt.
5.3
Toezichtstrategie
Toezicht is belangrijk om zicht te houden op de naleving van wet- en regelgeving en om waar nodig (handhavend) te kunnen optreden. Daarnaast draagt toezicht bij aan het zicht houden en krijgen op ontwikkelingen en resultaten van de inzet. Op basis daarvan kan worden beoordeeld of de uitvoering ook effectief is. Of dat gesignaleerde ontwikkelingen aanleiding kunnen zijn het beleid tegen het licht te houden. Bijvoorbeeld waar het gaat om ontwikkelingen in de binnenstad, de wijken of op de bedrijventerreinen. Het toezicht heeft betrekking op het gebruik (omgevingsplan), welstand, de constructieve veiligheid en de brandveiligheid. De VNOG is adviseur van de gemeente en heeft een rol bij controles van bouwwerken met een (zeer) hoog risicoprofiel. De uitvoering van het toezicht vindt op verschillende momenten en manieren plaats: -
in de realisatiefase tijdens en volgend op het bouw- of sloopproces; thematisch, projectmatig of programmatisch toezicht in de gebruiksfase; Controles gebruiksmeldingen brandveilig gebruik; ad hoc controles naar aanleiding van meldingen, klachten, handhavingsverzoeken; als vervolg op een eerdere controle of handhavingsbesluit.
Een deel van de controles wordt aangekondigd. Bijvoorbeeld als het belangrijk is dat de opdrachtgever van de bouw of de architect aanwezig is. Sommige controles zijn altijd onaangekondigd. Bijvoorbeeld na het stilleggen van bouw- of sloopwerkzaamheden, bij (vermoeden van) strijdig gebruik of ondermijnende criminele activiteiten9 (drugspand, illegale bewoning, etc.). De inzet is om een deel van het toezicht meer programmatisch en/of projectmatig te gaan uitvoeren. Dat gaat onder andere om toezicht op (strijdig) gebruik in bepaalde nader uit te werken gevallen en brandveiligheid. Dit wordt geconcretiseerd in het uitvoeringsprogramma. De prioriteiten in het toezicht (hoe vaak en hoe diepgaand controleren?) zijn bepaald op basis van een omgevingsen risicoanalyse. De prioriteiten worden jaarlijks in het uitvoeringsprogramma gespecificeerd of bijgesteld. Bijvoorbeeld op basis van nieuwe inzichten, ontwikkelingen (beleid, wetgeving, samenleving) of ervaringen uit het toezicht in het jaar ervoor. Voor de diepgang van het toezicht gaat de gemeente uit van het toezichtprotocol van de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht (VBwt). Hierin is aangeven hoe vaak en hoe diepgaand de gemeente controleert. Dit loopt parallel met het toetsprotocol van vergunningverlening. Bij een overtreding weegt de toezichthouder de ernst van de overtreding én de reden van de overtreding af.
Niet of onvoldoende naleven kan een bewuste keuze zijn van degene die wordt gecontroleerd, maar kan ook een gevolg zijn van het onvoldoende kennen van de regels. Het uitvoeren van een controle is een gelegenheid om waar nodig aanvullende voorlichting te geven. Waar mogelijk wordt erop aangestuurd dat de overtreding vrijwillig
9 In zo’n geval zal een controle in de regel samen met de politie en OOV worden uitgevoerd.
21
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
ongedaan gemaakt wordt. Waar die bereidheid er niet is, als de overtreding een groot risico voor bijvoorbeeld de (brand)veiligheid is of er al schade aan een monument is aangericht, zal de gemeente handhavend optreden. Ten aanzien van de Wkb houdt de gemeente een vinger aan de pols door vooralsnog steekproefgewijs controles uit te voeren bij projecten die onder de Wkb vallen. In bijlage 3 is de toezichtstrategie verder uitgeschreven.
5.4
Handhavingsstrategie
De strategie die de gemeente Harderwijk volgt na een overtreding is in lijn met de LHSO. Die bestaat uit een aantal stappen: 1. 2. 3. 4. 5.
Het kwalificeren van een overtredingssituatie: de ernst van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving én de typering van de overtreder (van ‘goedwillend’ tot ‘crimineel’); Het bepalen van eventueel verzwarende aspecten: onomkeerbaarheid situatie, herhaalde overtreding, financieel gewin overtreder, andere strafbare feiten etc.; Het bepalen van de interventie: van ‘aanspreken’ tot ‘bestuurs- en strafrechtelijk ingrijpen’; Eventuele afstemming tussen de betrokken handhavingspartners en andere instanties; Het vastleggen van de afspraken en het optreden zelf.
De gemeente heeft verschillende juridische instrumenten tot haar beschikking om te handhaven. Bestuursrechtelijk zijn dat een last onder dwangsom (LOD), een last onder bestuursdwang (LOB), het schorsen of intrekken van een vergunning, het opleggen van een bestuurlijke boete of het uitoefenen van verscherpt toezicht. Bij een dreigende overtreding of een dreigende illegale situatie kan de gemeente, in bepaalde situaties wanneer de overtreding zeer waarschijnlijk gaat plaatsvinden, een preventieve last onder dwangsom of bestuursdwang opleggen. In de handhavingsstrategie van de gemeente Harderwijk is het uitgangspunt dat de overtreding ongedaan gemaakt wordt en eventuele schade wordt hersteld. Bij de handhaving onderscheidt de gemeente wel een aantal gradaties. Afhankelijk van de situatie zal de gemeente in eerste aanleg het gesprek aangaan met de overtreder. Er kan sprake zijn van een afwijking van de voorschriften, maar dat er maatregelen zijn getroffen die tot hetzelfde beschermingsniveau leiden (gelijkwaardigheid). Als op een andere wijze dezelfde veiligheid, bescherming van de gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en bescherming van het milieu wordt gerealiseerd, het een en ander ter beoordeling van de gemeente of haar adviseurs, zal de gemeente een ‘besluit gelijkwaardige voorziening’ nemen.
Er zijn ook situaties waarbij er formeel sprake is van een overtreding, er geen gelijkwaardige oplossing is, maar waarbij de illegale situatie in principe wel vergunbaar is. In dat geval wordt de overtreder uitgenodigd om een vergunningaanvraag in te dienen. Is dat niet aan de orde maar is de overtreder wel bereid de schade te herstellen, dan worden daar afspraken over gemaakt en termijnen voorgesteld. Daarbij kan de gemeente toch een sanctie opleggen als ‘stok achter de deur’. Die wordt pas geëffectueerd als de gemaakte afspraken niet zijn nagekomen. Als een overtreding een acuut gevaar met zich meebrengt, er onherstelbare schade is aangericht, er sprake is van recidive (herhaalde overtreding) of niet meewerken aan herstelafspraken, treedt de gemeente altijd handhavend op. Bij onherstelbare schade (monument, landschap) doet de gemeente aangifte bij de politie en/of legt zelf een bestuurlijke boete op.
22
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
Handhaving Wkb Bij bouwwerken die onder de Wkb vallen treedt de gemeente handhavend op bij: Het ontbreken van een bouwmelding bij bouwwerken in Gevolgklasse 1; -
Bouwen zonder of met onbevoegde kwaliteitsborger (en dat melden bij de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw, TloKB);
-
Een onvolledig borgingsplan;
-
Wijzigingen aan het bouwwerk waardoor het niet meer in Gevolgklasse 1 valt;
-
Constatering van kwaliteitsborger, waardoor kwaliteitsborger geen verklaring kan afgeven.
Bij het opleggen van een sanctie volgt de gemeente de landelijke leidraad voor het bepalen van de hoogte van dwangsommen en begunstigingstermijnen. De gemeente stelt ook prioriteiten in de handhaving. In lijn met de toetsingskaders voor de vergunningverlening en het toezicht heeft handhaving van ernstige risico’s voor de constructieve veiligheid, de brandveiligheid, (onherstelbare) schade aan een monument of ongewenst strijdig gebruik hoge prioriteit. Wat betreft ongewenst strijdig gebruik gaat het vooral om illegale bewoning, permanente bewoning van vakantiewoningen en strijdig gebruik waarbij sprake is van verhoogde brandveiligheidsrisico’s, risico’s voor de constructieve veiligheid en/of gezondheid. Een lage prioriteit wordt gegeven aan administratieve overtredingen en overtredingen met zeer klein risico of zeer beperkte schade. Verzwarende omstandigheden kunnen wel zijn het hebben begaan van overtredingen in het verleden en klachten media-aandacht en/of handhavingsverzoeken. Als de gemeente zelf of een andere overheid in overtreding is (constructie, brandveiligheid, gebruik, welstand) wordt dezelfde lijn gevolgd als hiervoor beschreven. In zeer uitzonderlijke situaties kan de gemeente afgezien van handhaving en de overtreding gedogen. Dat is altijd aan een termijn gebonden en niet langer dan strikt genomen noodzakelijk.
Daarbij volgt de gemeente het landelijke beleidskader gedogen (Gedogen in Nederland, 1996) In bijlage 4 is de handhavingsstrategie nader beschreven.
23
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
6 Organisatie en kwaliteitsborging Het is belangrijk dat de kwaliteit van de organisatie en uitvoering van de VTH-taken is geborgd. Dit is een wettelijke eis en vastgelegd in de ‘Verordening kwaliteit Vergunningverlening Toezicht en Handhaving’ die in 2025 wordt geactualiseerd en door de gemeenteraad vastgesteld. In dit hoofdstuk staat samengevat hoe de organisatie en kwaliteitsborging eruitzien.
6.1
Organisatie en financiële verankering
De verantwoordelijkheid voor de beleidsvoorbereiding, uitvoering en bestuurlijke rapportage en evaluatie van de VTH-taken ligt bij het team Ruimtelijke Dienstverlening. Meer specifiek de clusters omgevingscoaches, toezichthouders, juristen en administratie. De personele en formatieve opbouw voor de uitvoering van de VTHtaken omgevingsrecht is als volgt: Functie
Aantal medewerkers
formatie
1
1,0 fte
Omgevingscoaches
5
4,7 fte
Toezichthouders (bouw en RO)
4
3,5 fte
Toezichthouders (brandveiligheid)
2
1,6 fte
Juristen
4
2,9 fte
Juridisch grijs/groen
1
0,7 fte
Vergunningverlening grijs/groen/blauw
1
0,6 fte
Leidinggevende Medewerkers fysieke leefomgeving
Administratie
2
1,2 fte
Totaal
20
16,2 fte
In de uitvoering wordt intern vooral samengewerkt met de teams Ruimtelijk beleid (omgevingsplan, beleid), het Ruimtelijk Projectenbureau (woningbouw), Stadstoezicht (Binnenstad), Openbare Orde en Veiligheid (aanpak ondermijning) en het Klant Contact Centrum (adresonderzoek). Belangrijke gemeentelijke adviseurs voor VTH zijn daarnaast de commissie Omgevingskwaliteit en het Gelders Genootschap die adviseren over de ruimtelijke kwaliteit, waaronder welstandseisen en wijzigingen aan monumenten. Bij de uitvoering van de VTH-taken werkt de gemeente samen met verschillende externe partners. -
-
-
-
-
Veiligheidsregio Noord Oost Gelderland: Adviseur van de gemeente en betrokken bij het toezicht op de brandveiligheid bij bouwwerken met een hoog risico (vooral in relatie tot de bestrijdbaarheid en toegankelijkheid voor hulpdiensten); Omgevingsdienst Veluwe (OD Veluwe): De omgevingsdienst voert voor de gemeente de VTH-taken op het gebied van milieu uit en voorziet de omgevingsdienst de gemeente waar nodig met specialistisch (milieu)advies; Waterschap Vallei en Veluwe (WVV): Voor specifieke werkzaamheden en activiteiten is een vergunning nodig van WVV. Bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) met een waterbelang heeft WWV een adviesrol; Politie en het Openbaar Ministerie: partner als het gaat om de strafrechtelijke handhaving. De provincie Gelderland: adviseur en verlener van toestemming/ instemming waar het gaat om vergunningen voor activiteiten in een natuurbeschermingsgebied (en er mogelijk ook een vergunningplicht is vanuit de provincie); Rijksdienst voor cultureel erfgoed (RCE): Adviseur bij wijzigingen aan rijksmonumenten.
24
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
De financiële middelen voor de uitvoering zijn meerjarig geborgd in de begroting. Voor de personele kosten van het team Ruimtelijke Dienstverlening wat betreft de uitvoering van de VTH-taken is jaarlijks in de begroting € 940.000,00 gereserveerd. De doelstelling is om deze kosten te dekken uit de legesinkomsten. Daarnaast zijn er waar nodig incidentele middelen beschikbaar.
6.2
VTH-beleids- en uitvoeringscyclus
De uitvoering wordt geborgd via de VTH-beleidscyclus. Het voorliggende VTH-beleidsplan is daarbij het kader. De prioriteiten en doelstellingen worden jaarlijks vertaald in een uitvoeringsprogramma met een meerjaren doorkijk en met nadere concretisering van de doelstellingen voor dat jaar: wat moet in dat jaar worden bereikt of gerealiseerd? Daarbij wordt ook steeds gekeken of risico’s veranderd zijn of dat er voor de inzet van VTH belangrijke ontwikkelingen zijn. De prioriteiten in de uitvoering worden daarbij afgestemd op de beschikbare en benodigde capaciteit en deskundigheid.
Monitoring en bijsturing De uitvoering wordt gemonitord. Op basis daarvan wordt de uitvoering waar nodig bijgestuurd en geëvalueerd. De inzet is om naast de uitvoering ook de realisatie van de (jaarlijkse) doelstellingen te monitoren. Voor de ambities uit het VTH-beleidsplan en de concrete doelstellingen in het uitvoeringsprogramma worden indicatoren ontwikkeld en waar nodig periodiek geactualiseerd. Op deze manier kan de realisatie van de ambities worden gemonitord, de inzet waar nodig worden bijgestuurd en bevindingen uit de uitvoering terug worden gekoppeld naar beleid. Voor de uitvoeringsstrategie en operationele doelen in het uitvoeringsprogramma worden kritische prestatie-indicatoren (KPI’s) opgesteld om te kunnen sturen op prestaties.
Bestuurlijke terugkoppeling De monitoring vindt niet alleen plaats op bedrijfsvoering (inzet, kwaliteit diensten en uitvoering) maar ook op de resultaten, mede in het licht van de doelstellingen. Hierover wordt (half)jaarlijks en waar nodig tussentijds, gerapporteerd aan het college. En (minimaal) jaarlijks aan de raad via het jaarverslag. Waar nodig wordt de raad tussentijds geïnformeerd aan de hand van raadsinformatiebrieven. Bij de (tussentijdse) rapportages worden de rapportages van de OD Veluwe en de Veiligheidsregio meegenomen. Het jaarverslag en het uitvoeringsprogramma sluiten qua opzet aan bij het VTH-beleidsplan.
6.3
Kwaliteitsborging
De kwaliteit van de uitvoering moet goed zijn geborgd. Wettelijk gezien moet de gemeente de beleids- en uitvoeringscyclus, zoals hiervoor geschetst, op orde hebben. Met het nieuwe VTH-beleidsplan, uitvoeringsprogramma, het monitoren van de uitvoering en de nieuwe opzet van het verslag voldoet de gemeente daaraan. Daarnaast moet de gemeente voor de uitvoering over voldoende capaciteit en deskundigheid beschikken. Voor het laatste zijn er landelijke kwaliteitscriteria. Wat betreft de meer generieke functies (omgevingscoaches, toezichthouders, juristen) voldoet de gemeente aan deze kwaliteitseisen. De gemeente is wel kwetsbaar daar waar het gaat om specialistische kennis. Bijvoorbeeld op het gebied van erfgoed, milieu, brandveiligheid en 25
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
constructieve veiligheid. Waar nodig wordt dit gecompenseerd via samenwerking (omgevingsdienst, veiligheidsregio, buurgemeenten) of het inhuren van externe deskundigheid. Het college zal jaarlijks – in het jaarverslag – verslag doen aan de gemeenteraad over hoe de kwaliteit is geborgd. Dit in lijn met de Verordening kwaliteit Vergunningverlening, toezicht en handhaving. De kwaliteit is daarnaast geborgd door: Een duidelijk mandaat van het management om namens het college te kunnen beschikken; -
Duidelijk interne en externe rolverdeling en toedeling van verantwoordelijkheden;
-
Een goed samenspel tussen beleid en uitvoering, inclusief het gezamenlijk evalueren van de uitvoering de lessen die daaruit kunnen volgen voor beleid;
-
Het borgen van de afstemming met de ketenpartners op uitvoeringsniveau;
-
Functiescheiding tussen onder andere vergunningverlening en toezicht, toezicht in de bouw- en gebruiksfase, vergunningverlening/advisering en handhaving en waar nodig functieroulatie;
-
Het permanent op peil houden van de vakkennis;
-
Zorgen voor de benodigde financiële middelen, vastgelegd in de (meerjaren) begroting.
26
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
BIJLAGEN
27
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
Bijlage 1: Uitvoeringskader preventie Bij preventie gaat het om het van nature nakomen van regels over leefbaarheid, veiligheid en duurzaamheid. Door vooraf te investeren in inzicht en duidelijkheid van regels, kan een deel van de overtredingen door inwoners en ondernemers worden voorkomen. Het betreft vooral overtredingen die door goedwillende en onbewuste overtreders worden gemaakt. De gemeente zet op verschillende manieren in op preventie.
Zorgen voor voldoende zicht op zaken Inzicht in wat er speelt in de gemeente is nodig om risico’s (tijdig) te signaleren en eventueel weg te nemen. Het inzicht kan ook duidelijk maken of er beleidskeuzes moeten worden gemaakt. Bijvoorbeeld waar het gaat om ontwikkelingen in de binnenstad, op (voormalige) vakantieparken of op bedrijventerreinen. Dit doet de gemeente door: -
-
Het goed organiseren van de ‘oor- en oogfunctie', ook van de VNOG en de OD Veluwe. Dat wil zeggen dat de verschillende toezichthouders niet alleen naar hun eigen taakgebied kijken maar ook alert zijn op signalen die voor een andere toezichthouder relevant kunnen zijn: strijdig gebruik, brandveiligheid, ondermijning etc. Of door periodiek een ‘schouw’ te houden op bedrijventerreinen of in het buitengebied (mogelijk onder regie van OOV); vroegsignalering is belangrijk om te voorkomen dat schade kan ontstaan of er handhavend moet worden opgetreden; Samenwerking zoeken, bijvoorbeeld op bedrijventerreinen waar het gaat om het terugdringen van overlast of strijdig gebruik (keurmerk veilig ondernemen, KVO).
Voorlichting Goede voorlichting kan voorkomen dat overtredingen ontstaan uit een gebrek aan informatie en kennis. Inwoners en ondernemers worden daarom geïnformeerd over bijvoorbeeld (verandering in) landelijke en lokale wet- en regelgeving, indieningsvereisten en werkwijze van de gemeente. De gemeente onderscheidt verschillende vormen van voorlichting: -
Voorlichting gericht op bekendheid met de regels en mogelijkheden; Voorlichting gericht op informatie over steun die een initiatiefnemer kan krijgen, bijvoorbeeld over provinciale of landelijke subsidiemogelijkheden bij het renoveren van een monument; Voorlichting gericht op een vergroting van het bewustzijn van bijvoorbeeld brandveiligheidsrisico’s (inwoners) of ondermijningsrisico’s (ondernemers).
De voorlichting vindt plaats via de website en de Harderwijker Courant en wordt in gedoseerd vormgegeven bij het bespreken van een principeverzoek, bij het vooroverleg of tijdens het toezicht. Bij behoefte aan meer inhoudelijk (of juridisch) advies wordt de initiatiefnemer erop gewezen daarvoor contact op te nemen met marktpartijen. Beoordeling van principeverzoeken De gemeente stimuleert initiatiefnemers om eerst een principeverzoek in te dienen, voordat zij een formele aanvraag om omgevingsvergunning indienen. Daarbij wordt de wenselijkheid van een initiatief beoordeeld aan de hand van het omgevingsplan en welstand. Bij een positief oordeel wordt de initiatiefnemer gevraagd een formele aanvraag in te dienen. Dan vindt de technische beoordeling plaats (Bbl, Bkl, Vflo e.a.). Op deze wijze weet een initiatiefnemer snel of het initiatief in principe mogelijk is, zonder dat deze al kosten heeft moeten maken voor tekeningen en berekeningen. Het scheelt ook de gemeente veel tijd. Een positief besluit over een principeverzoek is echter nog geen garantie dat de vergunning uiteindelijk ook verleend kan worden.
28
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
Bemiddeling Bemiddeling kan op verschillende manieren een rol spelen bij de bevordering van het naleefgedrag en het voorkomen van handhavingssituaties. Bij de vergunningprocedure gaat het om de participatieplicht voor de initiatiefnemer. Die moet de omgeving informeren over/betrekken bij het initiatief. De gemeente kan daarbij eventueel een bemiddelende rol spelen. Bemiddeling kan ook worden ingezet bij zienswijzen en bezwaar tegen besluiten. De initiatiefnemer kan met participatie zorgdragen voor voldoende draagvlak voor zijn initiatief. Of bemiddeling wordt aangeboden daar waar klachten of conflicten zijn of dreigen rond een initiatief of activiteit. Als er maatschappelijke weerstand tegen activiteiten bestaat of veel overlast is, maar geen wettelijke grondslag is om te sanctioneren (dan wel er formeel geen overtreding is) of een vergunning te weigeren, kan de gemeente bemiddeling inzetten om toekomstige klachten en handhavingsverzoeken te voorkomen, bijvoorbeeld in de vorm van buurtbemiddeling. Bemiddeling levert vooral een bijdrage aan de verbetering van een initiatief in samenspraak met de omgeving en van de context waarbinnen het naleefgedrag tot stand moet komen. De gemeente neemt in beginsel een neutrale positie in het ‘conflict’ door te proberen de partijen bij elkaar te brengen.
Afhankelijk van de situatie bepaalt de gemeente wie het meest aangewezen is om als bemiddelaar op te treden; dit kan ook een medewerker uit een ander team dan Ruimtelijke Dienstverlening zijn
29
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
Bijlage 2: Uitvoeringskader vergunningverlening Uitgangspunten Vergunningverlening levert een bijdrage aan het verbeteren en handhaven van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Voor het bepalen van de acceptabele kwaliteit worden de verschillende belangen tussen de voorgenomen activiteiten en de gevolgen voor de fysieke leefomgeving zorgvuldig afgewogen. Uitgangspunten daarbij zijn: -
-
Inwoners en ondernemers zijn verantwoordelijk voor het indienen van goede en volledige (conform indieningsvereisten) aanvragen/meldingen. De gemeente houdt zich bij de taakuitvoering aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het zorgvuldigheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel; Vergunningen zijn afgestemd op de geldende wet- en regelgeving (landelijk, provinciaal en lokaal) alsmede op lokaal en provinciaal beleid; Vergunningen zijn goed te begrijpen (‘duidelijke taal’), uitvoerbaar, naleefbaar en handhaafbaar; Besluiten op vergunningaanvragen worden tijdig genomen, conform de wettelijke termijnen of eigen streeftermijnen; Het uitvoeringsproces is voorspelbaar, transparant, juridisch juist en achteraf verifieerbaar; In de gevallen dat vergunningen of besluiten integraal zijn worden de verschillende aspecten en wetten op samenhangende wijze behandeld; Er vindt afstemming, coördinatie of contact plaats met andere bestuurs- of adviesorganen of belanghebbende derden.
De gemeente heeft de taak om de verschillende aspecten van een aanvraag integraal te beoordelen. De omgevingscoach moet ervoor waken dat dat ook gebeurt. De omgevingscoach is ook het directe aanspreekpunt voor de aanvrager.
Behandeling principeverzoek Het beleid van de gemeente is erop gericht dat een initiatiefnemer eerst een principeverzoek indient alvorens een (concept)aanvraag in te dienen. Bij een principeverzoek gaat het alleen om de vraag of de beoogde (bouw)activiteit wenselijk is. Dit afgemeten aan het omgevingsplan, welstand en het gemeentelijke beleid (dat mogelijk vooruitloopt op het omgevingsplan). Dit gebeurt aan de zogenaamde beleidstafel. Bij een positief besluit (wat ook kan inhouden dat er een BOPA-procedure moet worden gevolgd) wordt de initiatiefnemer uitgenodigd om een (concept)aanvraag in te dienen. Bij de behandeling van de (concept)aanvraag wordt ook de haalbaarheid (afgemeten aan onder andere het Bbl) beoordeeld. Door eerst een principebesluit te nemen, voorkomt de initiatiefnemer dat hij direct kosten maakt voor bijvoorbeeld tekeningen en constructieberekeningen. Dergelijke investeringen zijn pas nodig na een positief besluit op het principeverzoek. Deze werkwijze draagt bovendien bij aan een efficiënter gebruik van gemeentelijke capaciteit. Hoofdproces aanvraag Het hoofdproces voor het beslissen op een vergunningaanvraag en het beoordelen van een melding volgt op hoofdlijnen onderstaande stappen. Daarbij wordt de wettelijke procedure zoals vastgelegd in de Awb en de Omgevingswet gevolgd: 1. 2. 3.
Inboeken, registreren en eventueel digitaliseren van de aanvraag; Registreren aanvraag in (behandelstappen en documenten); Sturen ontvangstbevestiging;
30
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
Behandelend omgevingscoach beoordeelt: Bevoegd gezag; Uitgebreide of reguliere procedure; Meervoudige of enkelvoudige aanvraag; 5. Publiceren aanvragen en (concept)beschikkingen; 6. Overzicht bewaken over lopende procedures en de voortgang; 7. De omgevingscoach is verantwoordelijk voor het afhandelen van de aanvraag: Een ontvankelijkheidstoets op basis van indieningsvereisten en samenloop met meldingen; Een (vak)inhoudelijke toets aan alle relevante beoordelingskaders; Uitzetten bij interne- en externe adviseurs; Bewaken van de termijn; Aanspreekpunt voor de aanvrager en informeren aanvrager; 8. Opstellen (concept)beschikking; 9. Registratie (behandelstappen en documenten); 10. Archiveren beschikkingen (analoog en/of digitaal). Een afschrift van de beschikking en/of melding wordt verstuurd aan alle adviserende externe adviseurs in verband met toezicht en handhaving op die beschikking; 11. Mogelijk zienswijze, bezwaar, beroep en hoger beroep, eventueel gecombineerd met een voorlopige voorziening. 4.
De omgevingscoach beoordeelt of collegiaal overleg nodig is en of onder andere disciplines betrokken moeten worden bij de beoordeling. In het gedigitaliseerde werkproces zijn de contactmomenten met externe en interne adviseurs vastgelegd. Afhankelijk van de aangevraagde activiteit vindt samenwerking plaats met diverse interne en externe adviseurs. Bij aanvragen voor wijzigingen aan monumenten wordt, naast de beoordeling voor slopen/bouwen volgens de toetsmatrix, de commissie Omgevingskwaliteit en (bij Rijksmonumenten) de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) om advies gevraagd. Bibob-toets In sommige gevallen wordt een Bibob-toets uitgevoerd: een onderzoek naar de integriteit van de aanvrager. Dit gebeurt als er in het voortraject of na ontvangst van de aanvraag signalen zijn (vanuit de gemeente zelf, de politie, het OM, de OD Veluwe etc.) dat het risico bestaat dat de gemeente onbedoeld criminele activiteiten faciliteert. Op basis waarvan de gemeente besluit een Bibob-toets uit te voeren is vastgelegd in de ‘Beleidsregel voor de toepassing van de Wet Bibob gemeente Harderwijk 2024’. Een positieve uitkomst van een Bibob-toets is een grondslag om een vergunning te weigeren.
Een Bibob-toets wordt uitgevoerd bij een bouwactiviteit met een (door de gemeente berekende) bouwsom van meer dan €750.000 en bij bouwactiviteiten met een lagere bouwsom waarbij het gebouw een gebruiksfunctie heeft die valt onder de categorie ‘voor ondermijning gevoelige branches’. Het uitvoeren van Bibob-toetsen maakt deel uit van het integraal veiligheidsbeleid van de gemeente.
Vergunningaanvragen worden digitaal verwerkt. Ze komen digitaal binnen of worden – bij indiening op papier – gedigitaliseerd. Op basis van een wijkindeling wordt een behandelaar aangewezen. De processtappen en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd in het zaaksysteem (CLO). De meest voorkomende correspondentie, beschikkingen, adviezen en vergunningvoorschriften zijn gestandaardiseerd. Beoordelen ontvankelijkheid De afhandelingstermijn voor de aanvragen maakt het noodzakelijk om de nodige aandacht te geven aan de toets op ontvankelijkheid. Een goede en inhoudelijk juiste beoordeling van aanvragen is alleen dan mogelijk, wanneer de vereiste stukken aanwezig zijn. Bij alle aanvragen voor een omgevingsvergunning vindt een volledige ontvankelijkheidstoets plaats. De richtlijn is dat binnen tweemaal vier weken na ontvangst van de aanvraag schriftelijk aanvullende gegevens worden gevraagd. Als de gevraagde stukken ontbreken, niet op tijd of onvolledig zijn, blijft de aanvraag buiten behandeling. De aanvrager kan daartegen bezwaar aantekenen.
31
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
Het ontvangen van een vergunning omgevingsplanactiviteit-bouwen betekent niet automatisch dat ook begonnen mag worden met bouwen. Mogelijk heeft de aanvrager ook een andere activiteit nodig, zoals bijvoorbeeld een natuurvergunning of een technische vergunning. Waar mogelijk wordt de aanvrager bij het verlenen van een vergunning voor een bepaalde activiteit gewezen op het nodig hebben van andere toestemmingen of vergunningen voordat van deze vergunning gebruik gemaakt mag worden. Beoordelen van meldingen Bij ontvangst van meldingen, zoals voor brandveilig gebruik wordt beoordeeld of de melding compleet is en ontvangt de indiener een bevestiging. Soms is een aanvulling of concretisering op de algemeen geldende voorschriften (wetten, besluiten) nodig. Onder andere met het oog op het goed kunnen handhaven. Er worden dan maatwerkvoorschriften opgelegd of er wordt een gelijkwaardigheidsbesluit genomen. Deze besluiten staan open voor bezwaar en beroep). Inwerkingtreden vergunning In artikel 16.79 van de Omgevingswet is de hoofdregel opgenomen over de inwerkingtreding van een omgevingsvergunning. Dat is namelijk in de reguliere procedure de dag na de dag waarop het besluit bekend is gemaakt. In enkele gevallen kan sprake zijn van uitgestelde inwerkingtreding.
Uitgestelde inwerkingtreding is mogelijk bij activiteiten die kunnen leiden tot een wijziging van een bestaande toestand die niet kan worden hersteld (onomkeerbaarheid). Het betreft onder meer de activiteiten: -
Slopen in beschermd stadsgezicht en op grond van ruimtelijke regels; Wijzigingen aan (Rijks)monumenten; Kappen; Aanleggen.
Het gaat er bij bovenstaande activiteiten om de onomkeerbare gevolgen te voorkomen en de betrokken (o.a. monumentale) waarden te beschermen. Als er in een specifiek geval, buiten bovenstaande, sprake is van een activiteit die kan leiden tot een wijziging van de bestaande toestand die niet kan worden hersteld, wordt dit in de vergunning opgenomen en gemotiveerd.
Intrekken van vergunningen Het college van B&W heeft de bevoegdheid om verleende vergunningen weer in te trekken. Dit geldt bijvoorbeeld voor verleende vergunningen waarbij de bouw- en/of sloopactiviteiten niet worden aangevangen of lange tijd stilliggen. Daarmee wordt voorkomen dat activiteiten gerealiseerd worden volgens verouderde normen in wetgeving of alternatieve ontwikkelingen worden geblokkeerd. De termijn waarbinnen de initiatiefnemer een voornemen tot intrekking ontvangt, is vastgelegd in de Omgevingswet. In de volgende gevallen wordt de vergunninghouder een nadere termijn gegund waarbinnen alsnog met de werkzaamheden moet zijn begonnen: -
-
De vergunninghouder kan gedocumenteerd (bijvoorbeeld geaccepteerde offerte van een bouwondernemer, facturen van bestelde bouwmaterialen en/of hiermee gelijk te stellen documenten) zijn intentie tot bouwen aantonen; De vergunninghouder voert persoonlijke omstandigheden, zoals een sterfgeval in de familie, ziekte of onverwachte financiële omstandigheden aan, die tot uitstel van de bouwwerkzaamheden leiden.
Legaliseringsonderzoek In voorkomende gevallen wordt onderzocht of bij een (deels) illegale situatie legalisatie mogelijk is. Voor een legaliseringsonderzoek is de volgende procedure afgesproken: -
De toezichthouder heeft een overtreding geconstateerd; 32
08-12-2025
-
-
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
De toezichthouder houdt contact met de overtreder. Die geeft aan dat een onderzoek tot legalisatie van de overtreding wordt gedaan en wordt getoetst aan het omgevingsplan en het Bbl; Toezichthouder stelt een rapportage op en draagt die over aan de jurist handhaving; Als het niet passend is binnen het omgevingsplan wordt het verzoek voorgelegd aan het wekelijkse omgevingscoachoverleg om te bepalen of medewerking gewenst is. Indien de uitkomst positief is kan vervolgens aan de overtreder doorgegeven worden of het vergund kan worden; De uitkomst daarvan neemt de jurist handhaving mee in de handhavingsprocedure en wordt de overtreder in de gelegenheid gesteld een vergunning aan te vragen; Als die daaraan gehoor geeft, kan worden afgezien van handhavend optreden.
Zie verder ook bijlage 4, uitvoeringskader handhaving.
Beoordelingskader bouwen Een vergunning voor de activiteit bouwen wordt alleen verleend als voldoende aannemelijk is dat het bouwplan voldoet aan de technische voorschriften. Hiermee stelt de wetgever duidelijk dat de gemeente bij het toetsen van de bouwaanvraag niet de verantwoordelijkheid overneemt van de vergunninghouder of de bouwende partij. In het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) zijn voorschriften gegeven voor het bouwen van woningen en woongebouwen, woonwagens en standplaatsen, niet tot bewoning bestemde gebouwen en voor bouwwerken geen gebouwen zijnde. Het Bbl onderscheidt twaalf verschillende gebruiksfuncties. De voorschriften voor de verschillende bouwwerken zijn verdeeld in vier thema’s, te weten: veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en energiezuinigheid. Bij verandering van zowel het gebruik als de technische staat van een bouwwerk zijn de voorschriften voor nieuwbouw uitgangspunt. Als sprake is van een ondergeschikte verbouwing kan hiervan bij bestaande bouw binnen kaders worden afgeweken. Aanvragen worden allereerst getoetst aan de regels voor vergunningsvrij bouwen. Aanvragen voor vergunningsplichtige bouwwerken toetsen we, afhankelijk van de strekking van de aanvraag, na uitvoering van de ontvankelijkheidstoets achtereenvolgens aan de volgende onderdelen: -
Het omgevingsplan; Welstand; De Verordening Fysieke leefomgeving (Vflo); Het Bbl; Het Bgbop; Eventueel aanvullende beleidsregels (zoals aan huisgebonden beroepen, B&B’s en gastenverblijven, woningsplitsing, etc.); Provinciale omgevingsverordening; Waterschapsverordening.
Als signalen daar aanleiding voor geven wordt ook een Bibob-onderzoek uitgevoerd.
33
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
Waaraan toetst de gemeente? De gemeente toetst op de volgende aspecten: 1. 2. 3.
4.
5.
6.
Fysieke leefomgeving (Evenwichtige functietoedeling aan locaties, EFTAL); Welstand; Veiligheid: voorschriften die uit het oogpunt van veiligheid zijn gesteld hebben betrekking op: Constructieve veiligheid; Gebruiksveiligheid; Brandveiligheid; Sociale veiligheid; Gezondheid: voorschriften op het gebied van gezondheid richten zich op bescherming tegen: Geluid/vocht; Waterafvoer; Ventilatie; Beperking invloed schadelijke stoffen/ dieren; Watervoorziening; Daglicht; Bruikbaarheid: voorschriften die vanwege bruikbaarheid worden gesteld houden verband met: Toegankelijkheid openbare gebouwen; Ruimten; Opstelplaatsen; Energiezuinigheid: het terugdringen van het gebruik van fossiele energie en houden, in zijn algemeenheid, verband met energiezuinigheid (beoordelen EPC-berekeningen).
Toetsniveaus Deze intensiteit of zwaarte van de toets wordt weergegeven in zogenaamde toetsniveaus. Bij de bouwtechnische toetsing worden verschillende toetsniveaus gehanteerd, afhankelijk van de risicoklasse waarin een aanvraag wordt ingeschaald. Toetsniveau 4. Integraal toetsen
3. Representatief toetsen
2. Visueel toetsen
1. Uitgangspunten toetsen
S = Steekproef 0. Geen toets
Omschrijving Alles controleren. Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten die zijn aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de juiste vorm zijn. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en worden de uitkomsten gecontroleerd/nagerekend. Controle van de belangrijkste onderdelen. Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de stukken die zijn aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de juiste vorm zijn. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten plausibel zijn. De na te rekenen aspecten worden bepaald op basis van de resultaten van de visuele toets. Kloppen de uitgangspunten en lijken de uitkomsten aannemelijk? Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de stukken die zijn aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de juiste vorm zijn. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten plausibel zijn. Bevatten de stukken voldoende informatie over de uitgangspunten? Gecontroleerd wordt of de globale uitgangspunten op de stukken, die zijn aangeleverd om het desbetreffende aspect te kunnen toetsen, in voldoende mate en in samenhang zijn weergeven.
Als gegevens niet aanwezig zijn, de ontvankelijkheidtermijn is verstreken zonder dat de gemeente hiervan melding heeft gegeven, dan kan de vergunning hier niet meer op worden aangehouden/geweigerd. Toetsing op basis van risicoafweging. Bijvoorbeeld of woning is gelegen in een buurt met hoge inbraakcijfers of er een verhoogde kans is op de aanwezigheid van ongedierte Er vindt geen controle op het onderdeel plaats
34
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
De bouwtechnische toetsing geldt in ieder geval voor bouwwerken die (nog) niet onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen vallen. Bouwwerken die wel onder de Wkb vallen, worden niet meer bouwtechnisch getoetst; wel blijft bij deze bouwwerken de toetsing aan het omgevingsplan. Bij bouwwerken die wel onder de Wkb vallen gebeurt de bouwtechnische toetsing, in opdracht van de initiatiefnemer, door een kwaliteitsborger. Deze stelt een borgingsplan op dat voorafgaand aan de start van de bouw ter beoordeling naar de gemeente wordt verzonden. Dit geldt ook voor een verklaring van de kwaliteitsborger na oplevering van de bouw.
Toetsprotocol De Vereniging Bouw en woningtoezicht (VBwt) heeft een toetsprotocol opgesteld voor de beoordeling van vergunningaanvragen aan de hand van het Bbl (toetsprotocol LTB 2024). Hierin staat horizontaal de thema’s/aspecten uit het Bbl en verticaal de bouwtypen. Alhoewel bepaalde processen met dit toetsingsniveau worden geüniformeerd, kunnen specifieke (doorgaans risicovolle) bouwwerken om intensievere toetsing en toezicht vragen. Het toetsprotocol is apart uitgewerkt voor bestaande bouw (hoofdstuk 3 Bbl) en nieuwbouw (hoofdstuk 4 Bbl). Samengevat ziet het protocol er als volgt uit.
35
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
De volledige en meest actuele versie van het protocol is te vinden op de website van de VBwt (zie link). In de uitvoering vertalen de omgevingscoaches en toezichthouders – die met een vergelijkbare matrix werken – het protocol naar praktische checklisten, bijvoorbeeld ook toegespitst op bepaalde categorieën van bouwactiviteiten of facetten (zoals monumentwaarde, brandveiligheid).
36
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
Als bij een aanvraag op basis van de risicomatrix een bouw- of sloopveiligheidsplan is vereist en deze ontbreekt (of als de risicomatrix zelf ontbreekt), dan wordt een verzoek om aanvulling gedaan. Als het om een melding gaat, dan wordt die afgewezen op onvolledigheid. Werkwijze bij bouwwerken onder de Wkb Bij de beoordeling van het borgingsplan toetst de gemeente uitsluitend of alle wettelijke en lokale eisen waaraan getoetst moet worden, zijn opgenomen. Dit betreft een volledigheidstoets. De gereedmelding van een bouw onder de Wkb gebeurt op basis van het dossier dat de kwaliteitsborger aanreikt en de daarbij gevoegde verklaring. Dit moet twee weken voor ingebruikname plaatsvinden. Bij gebleken strijdigheid wordt gelegenheid geboden tot herstel of vindt afweging plaats of gebruik toch kan worden toegestaan. Het laatste gebeurt alleen als er een akkoord is op de veiligheidsrisico’s.
De gemeente houdt in eerste aanleg een vinger aan de pols door steekproefgewijs controles uit te voeren bij projecten die onder de Wkb vallen.
Beoordelingskader sloopwerkzaamheden Sloopactiviteiten vinden plaats bij verbouwing, uitbreiding of volledig sloop van objecten. Voor slopen geldt bij karakteristieke objecten (bij monumenten, in beschermde stads- en dorpsgezichten en volgens het omgevingsplan) een vergunningplicht. Voor overige objecten geldt een meldingsplicht. De sloopmelding wordt beoordeeld en gecontroleerd door de OD Veluwe. Als er een sloopvergunning nodig is, worden de toetsresultaten vertaald naar nadere voorwaarden in de vergunning. Bij sloop aan een monumentaal pand is (in de regel) ook een omgevingsvergunning nodig. Dat deel van het toezicht op de sloop ligt bij de gemeente.
Beoordelingskader brandveilig gebruik Belangrijke beleids- en uitvoeringskaders voor de brandveiligheid is het BBL, de handreiking Bluswater en Bereikbaarheid, het Besluit Brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (Bgop) en het format veiligheidsplan evenementen van de VNOG. Het toetsen van meldingen voor alle typen gebouwen in relatie tot brandveiligheid gebeurt op basis van een 100% toets aan wettelijke regelgeving. Voor niet-bouwwerken (‘bouwsels’), zoals tenten, podia, kermissen en overige plaatsen wordt getoetst aan het omgevingsplan (geen strijdigheid), het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (Bgbop) en de Vflo.
Toetsing aan welstandseisen Als een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen aan het omgevingsplan voldoet, of duidelijk is dat de omgevingsvergunning voor het planologisch strijdig gebruik kan worden verleend, wordt het plan getoetst aan redelijke eisen van welstand. De toetsing vindt plaats aan de beleidstafel. In de nota ruimtelijke kwaliteit is in paragraaf 2.5 aangegeven welke plannen welstandsvrij zijn. Daarnaast zijn er in hoofdstuk 3 van de welstandsnota sneltoetscriteria opgenomen voor veelvoorkomende bouwwerken zoals 37
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
dakkapellen, aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen etc. De overige plannen worden voorgelegd aan de commissie ruimtelijke kwaliteit (het Gelders Genootschap). Concreet houdt dit in dat het bouwplan moet voldoen aan de criteria die zijn opgenomen in de welstandsnota Harderwijk 2017. Beoordelingskader monumenten en archeologie De omgevingsvergunning voor monumenten vergt bijzondere aandacht om te voorkomen dat onomkeerbare schade wordt toegebracht aan gemeentelijk en rijkscultuurhistorisch erfgoed. Dat wil zeggen monumenten en archeologische vindplaatsen. Bij een principeverzoek of (concept)aanvraag wordt getoetst aan de impact op de historische waarde (monumentwaarde), de architectonische waarde, de omgevingswaarde (impact op de omgeving) en het passen binnen het omgevingsplan. De commissie Omgevingskwaliteit heeft een belangrijke adviesstem. Bij veranderingen in of bij rijksmonumenten wordt ook de RCE om advies gevraagd. Het beoordelingskader is vastgelegd in hoofdstuk 6 van de Vflo.
Beoordelingskader milieu De behandeling van vergunningaanvragen voor milieubelastende activiteiten (MBA’s) en het toezicht daarop is belegd bij de OD Veluwe. Om de samenwerking te stroomlijnen zijn samenwerkingsafspraken tussen de gemeente Harderwijk en de OD Veluwe en een mandaatregeling vastgelegd. Voor de diepgang van toetsing van meldingen en aanvragen voor milieuactiviteiten wordt verwezen naar de vergunningen(melding)strategie van de OD Veluwe die in 2025 wordt opgesteld.
Beoordelingskader aanleg weg, kap, reclame en inritten Voor het realiseren van activiteiten die als wettelijke basis in de Vflo zijn geregeld, vindt toetsing primair plaats op basis van de bepalingen daarin. Naast deze publiekrechtelijke toetsing, worden vaak ook privaatrechtelijke afspraken gemaakt als de activiteiten plaatsvinden op publieke gronden (bijvoorbeeld bij de aanleg van inritten). Bij aanvragen voor de aanleg van een weg of inritten (art. 2.2 en 2.3 Vflo) vindt afstemming plaats met de wegbeheerders, het Waterschap Vallei en Veluwe of de provincie en het team Ruimtelijk beleid (adviseur verkeer) van de gemeente. Van kappen kan sprake zijn als een boom of een houtopstand geveld wordt of als er zeer drastisch wordt gesnoeid, bijvoorbeeld het verwijderen van de kroon uit een boom. Bij aanvragen voor het kappen van bomen (art. 4.2 Vflo) vindt afstemming plaats met team Stadsbedrijf (beheerder bos- en buitengebied) en/of team Ruimtelijk Beleid (adviseur Groen) van de gemeente.
Beoordelingskader evenementen Aanvragen voor markten en evenementen worden getoetst aan het omgevingsplan, constructieve veiligheid en de Vflo (hoofdstuk 11, art. 14.15). Als evenementen plaatsvinden in of met bouwsels, vindt de toetsing plaats van brandveiligheid en constructieve veiligheid zoals beschreven in het Bbl. De eventuele samenloop van evenementen (meerdere aanvragen voor eenzelfde moment) is een specifiek aandachtspunt. Dit ook met het oog op de eventuele inzet van hulpdiensten. De gemeentelijke evenementenkalender biedt daar inzicht in.
Beoordelingskader bodem, bouwstoffen en grondstromen Milieubelastende activiteiten in relatie tot bodem worden getoetst aan de bodemkwaliteitskaart. Het kan hierbij onder andere gaan om het ontgraven (met mogelijke verontreiniging), graven in een waterbodem, graven binnen beschermde zones (zoals archeologische vindplaatsen), grondverzet en soms het aanleggen van leidingen of
38
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
kabels. De aandacht hiervoor is onder andere relevant bij het realiseren van de woningbouwopgave. Bouwstoffen die aan de bepalingen (generieke kwaliteitseisen) uit het Besluit activiteiten leefomgeving voldoen. De belangrijkste regels zijn: -
Een algemene zorgplicht
-
Voldoen aan kwaliteitseisen (Regeling bodemkwaliteit 2022);
-
In voorkomende gevallen moet er een milieu-hygiënische verklaring zijn (certificaat); Meldingsplicht bij grote grotere hoeveelheden, toepassing in oppervlaktewater of beschermde zone; Specifieke locatie-eisen (zoals grondwaterbeschermingsgebied of specifieke regels in het omgevingsplan).
Bewijsmiddelen voor de kwaliteit van een partij grond zijn bodemonderzoeken (partijkeuringen) en de Bodemkwaliteitskaart Noord-Veluwe10. De omgevingsdienst doet de afhandeling van milieubelastende activiteiten met betrekking tot bodem, bouwstoffen en grondstromen Voor de verdere uitwerking zie de U&H-strategie en het uitvoeringsprogramma van de OD Veluwe die in 2025 worden opgesteld.
Beoordelingskader natuurbescherming en flora en fauna Als een aanvraag voor een omgevingsvergunning de activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de aanwezige flora en fauna, dan wordt advies gevraagd bij Gedeputeerde Staten. Als deze toetsing plaatsvindt in het kader van een aanvraag, wordt het advies overgenomen in de beschikking.
Beoordelingskader fysieke leefomgeving Uitgangspunt is dat alle aanvragen integraal worden getoetst aan het omgevingsplan. Er moet sprake zijn van een ‘evenrwichtige toedeling van functies aan locaties’ (ETFAL). Dat betekent dat er een balans moet zijn tussen verschillende gebruiksfuncties in een gebied. Elk bouwplan wordt getoetst aan het omgevingsplan om te bekijken of er sprake is van strijdigheden met de planvoorschriften. Dit gebeurt op een grondige manier, waarbij specifieke kenmerken nauwkeurig worden gemeten. Per ruimte wordt benoemd en gecontroleerd wat er op grond van de regels wel of niet mag. Als blijkt dat een aanvraag niet voldoet aan het geldende ruimtelijke plan, wordt beoordeeld of een afwijking of wijziging van het ruimtelijk plan mogelijk is.
Beleid voor afwijking van omgevingsplannen Per 1-1-2024 zijn de bestemmingsplannen van rechtswege omgezet naar één omgevingsplan. Als een aangevraagde activiteit in strijd is met het omgevingsplan, spreken we van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Ingeval een activiteit in strijd is met het tijdelijk deel omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) wordt beoordeeld of alsnog een omgevingsvergunning kan worden afgegeven. De procedure voor een binnenplanse omgevingsactiviteit (OPA) of buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) heeft een standaard beslistermijn van 8 weken (die eenmalig met 6 weken kan worden verlengd).
Bijlage 3: Uitvoeringskader toezicht
10 De gemeente heeft ook een eigen bodemkwaliteitskaart uit 2011. Gangbaar grondverzet is op de meeste plaatsen in de gemeente toegestaan. Voor de uitgezonderde gebieden (centrum, van verontreiniging verdachte gebieden en gebieden waar van nature een hoog arseengehalte in de bodem voorkomt) is bij grondverzet aanvullend onderzoek nodig.
39
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
De toezichtstrategie is gericht op het op eenzelfde wijze uitvoeren van toezicht in overeenkomstige gevallen. Het doel hiervan is tweeledig. Enerzijds het bereiken van transparantie, professionaliteit, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid voor diegenen waarop het toezicht zich richt. Anderzijds is het voorzien in een hoge mate van effectiviteit en efficiency, zodat zo hoog mogelijke maatschappelijke effecten tegen zo laag mogelijke inspanningen en kosten worden bereikt. Zodra een overtreding is geconstateerd, wordt overgegaan op een andere strategie: eventueel legaliseren, waarschuwen, sanctioneren of in uitzonderlijke gevallen gedogen. Het toezicht in het kader van de Omgevingswet wordt uitgevoerd door het team Ruimtelijke Dienstverlening en de OD Veluwe voor wat betreft milieu en sloop. Aanleidingen voor het uitvoeren van controles Toezicht in de gemeente vindt plaats in het kader of naar aanleiding van: -
Het VTH-beleidsplan en -uitvoeringsprogramma, waarin bestuurlijke prioriteiten en door de provincie gestelde aandachtsgebieden voor het interbestuurlijk toezicht zijn verwerkt; Naar aanleiding van een verleende vergunning of ontvangen melding over de start van een activiteit; Specifieke thema’s of projecten; Klachten, handhavingsverzoeken en ongewone voorvallen; Waarnemingen in het vrije veld (“oog en oor-functie”).
De prioriteiten in het toezicht zijn opgenomen in dit VTH-beleidsplan. Deze worden jaarlijks in het uitvoeringsprogramma nader gespecificeerd of bijgesteld. Bijvoorbeeld op basis van nieuwe inzichten, ontwikkelingen (beleid, wetgeving, samenleving) of ervaringen uit het toezicht in het jaar ervoor. Vormen van toezicht Met het in werking treden van de Wet kwaliteitsborging (Wkb) verschuift de verantwoordelijkheid van het bouwtoezicht deels naar de initiatiefnemer. Dat wil zeggen dat gefaseerd de gemeente als toezichthouder op de constructieve veiligheid van bouwwerken terugtreedt en de initiatiefnemer een (gecertificeerde) ‘kwaliteitsborger’ moet aanstellen die rapporteert aan de gemeente. Dit geldt (uiteindelijk) niet voor complexe bouwwerken, voor het toezicht op bouwactiviteiten bij monumenten en voor het toezicht op het gebruik (conform omgevingsplan). De gemeente blijft qua toezicht op de brandveiligheid en milieu eindverantwoordelijk evenals voor de handhaving van de Wkb11.
11 Waarbij het toezicht op de brandveiligheid en milieu in de praktijk wordt uitgevoerd door respectievelijk de VNOG en de OD Veluwe.
40
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
Het toezicht door de gemeente Harderwijk vindt op verschillende manieren plaats: -
-
Structurele (routinematige) controles: periodiek toezicht op vergunningen en meldingen, zoals bij milieubelastende activiteiten (door de OD Veluwe) of de brandveiligheid van bouwwerken met bewoners of gebruikers met een beperkte zelfredzaamheid; Toezicht tijdens en na afronding van (ver)bouw- of sloopactiviteiten, inclusief grotere evenementen met tijdelijke bouwwerken; Hercontroles, gericht op één of enkele aandachtspunten. Deze vinden plaats aan de hand van de brief die is verzonden naar aanleiding van een eerdere controle of handhavingsbesluit. Thematische, projectmatige of gebiedsgerichte controles zoals preventief toezicht op ondermijningsrisico’s op bedrijventerreinen; Incidentele controles (‘piep-systeem’), bijvoorbeeld naar aanleiding van meldingen, klachten of handhavingsverzoeken. Administratief toezicht, bijvoorbeeld op basis van de rapportage van een kwaliteitsborger; Controle kwaliteitsborging: toezicht op de gecertificeerde partij die het primaire toezicht op locaties verzorgt. Het betreft onder meer controle van afgegeven certificaten.
Voor ieder van deze vormen is in het zaaksysteem (CLO) een hoofdproces ingericht waarin de stappen worden doorlopen. Controle op locatie vindt plaats op basis van een (digitale) checklist. Van de controle wordt een constateringsrapport opgemaakt waarin de feitelijke bevindingen en administratieve gegevens zijn opgenomen. De wijze en intensiteit van het toezicht hangt ook af van de verwachting over het naleefgedrag. De ervaring is dat dit groter is naarmate regels voor initiatiefnemers duidelijker zijn (zie ook de eisen die aan vergunningen worden gesteld), bekend is dat er gecontroleerd wordt, de pakkans groot is en een overtreding ook gevolg heeft. Overigens is het controlemoment ook een goede gelegenheid om de kennis van een initiatiefnemer te toetsen en waar nodig advies te geven over het vergroten van de kennis (als onderdeel van de preventiestrategie). Controles zijn altijd onaangekondigd bij: -
Een hercontrole na het stilleggen van bouw- of sloopwerkzaamheden met een last onder dwangsom of bestuursdwang; Strijdig gebruik met het omgevingsplan; Een vermoeden van ondermijnende criminele activiteiten (drugspand, illegale huisvesting etc.)12; Overige situaties waarbij een onaangekondigde controle passend is.
Bij het toezicht wordt zorgvuldig omgegaan met de belangen van de rechthebbende(n). In beginsel wordt het toezicht uitgevoerd met instemming van de initiatiefnemer (burger, bedrijf). Als toestemming toch wordt geweigerd wordt gebruikgemaakt van de bevoegdheden van toezichthouders volgens de Awb en/of Awbi als dit redelijkerwijs voor de invulling van de taak nodig is. Op basis van een analyse van de situatie vooraf, wordt bepaald of de controle aangekondigd of onaangekondigd plaatsvindt. Als de omstandigheden dit niet toelaten (bijvoorbeeld als een illegale activiteit wordt geconstateerd en deze plaats direct dient te worden betreden) neemt de toezichthouder zo spoedig mogelijk (al dan niet achteraf) contact op met de rechthebbende op het gebruik van de plaats. De toezichthouder meldt zich in ieder geval altijd bij de op het erf/terrein aanwezige uitvoerder/personen.
12 In zo’n geval wordt een controle in de regel samen met de politie uitgevoerd.
41
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
Toezicht bouwen Het toezicht op bouwen is veranderd met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de daarmee samenhangende Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen. Bouwwerken onder Gevolgklasse 1 Op de realisatie van bouwwerken die vallen onder Gevolgklasse 1 (GK1) van de Wkb houdt de gemeente geen bouwtechnisch toezicht meer. Het gaat om gebouwen waarbij de persoonlijke risico’s beperkt zijn als er niet aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan. Daarbij kan worden gedacht aan (vakantie)woningen, kleinere bedrijfsgebouwen, kleinere windmolens of fietsbruggen. Wel blijft bij de GK1 bouwwerken het toezicht op basis van het omgevingsplan. In elk geval in 2025 worden ook nog steekproefsgewijs controles uitgevoerd op de kwaliteit van het werk van de kwaliteitsborgers. Als er bij GK1 bouwwerken sprake is van werkzaamheden met een onomkeerbaarheid of wanneer door de werkzaamheden verder onderzoek onmogelijk wordt, wordt een onderzoek aangezegd. Dat onderzoek mag niet belemmerd worden. Er mogen er dus ook geen werkzaamheden meer plaatsvinden die het onderzoek kunnen belemmeren. Concreet betekent dat een (tijdelijke) bouwstop. Bouwwerken waar de gemeente zelf toezicht houdt Bij bouwwerken die (nog) niet onder de Wet Kwaliteitsborging vallen, moeten tijdens de bouw- of realisatiefase keuzes gemaakt worden over wat en hoe deze wordt gecontroleerd.
Hiervoor wordt op basis van het landelijke toezichtprotocol© van de Vereniging BWT Nederland een eigen protocol uitgewerkt (zie site Bwt-info). Net als bij de toetsniveaus die worden gehanteerd bij een vergunningaanvraag, zijn er ook verschillende toetsniveaus voor het toezichtprotocol. Het toezichtprotocol wordt weergegeven met een matrix (zie onderstaand).
In de matrix zijn per bouwfase en categorie van bouwwerken de voorschriften aangegeven waarop wordt gecontroleerd. Bij het vaststellen van het minimumniveau is per controlepunt vastgesteld of dit relevant is voor wat betreft brandveiligheid, constructieve veiligheid en/of volksgezondheid omdat hierbij de ingeschatte risico’s het grootst zijn. Is dit niet het geval dan is een controle hierop niet 'verplicht'. Voor die controlepunten die wel relevant zijn, is een inschatting gemaakt van het risico. Afhankelijk van deze risico-inschatting is per controlepunt 42
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
een minimum-toezichtniveau vastgesteld. De diepgang van de controles ligt daarbij in lijn met de diepgang van de toetsing van het bouwplan. Het toezichtprotocol wordt voor de uitvoering door de toezichthouders vertaald in praktische checklists. Dit in samenspraak met de omgevingscoaches zodat de toetsing van vergunningaanvragen en het toezicht op de naleving, in lijn zijn met elkaar.
Toezicht sloopwerkzaamheden Van sloop aan alle bouwwerken vóór 1994 van meer dan 10 m3 sloopafval wordt een asbestinventarisatierapport en een sloopmelding of -vergunning verlangd. Bij sloopwerkzaamheden door bedrijven vindt het toezicht gemandateerd plaats door de OD Veluwe en wordt de toezichtstrategie van de OD Veluwe gevolgd. Dit met uitzondering van het toezicht op de sloop bij een monumentaal pand. De daarvoor benodigde omgevingsvergunning wordt door de gemeente zelf gecontroleerd. Bij sloopwerkzaamheden door particulieren vindt een administratieve toets plaats en wordt gereed gemeld op basis van een controle. Bij sloopwerkzaamheden in risicovolle gebieden (dichte bewoning) vindt een controle op de veiligheid van het sloopterrein en de directe omgeving plaats. Toezicht brandveiligheid Het toezicht op de brandveiligheid gebeurt door de gemeente aan de hand van het Bbl en in het geval van bouwsels bij evenementen het Bgbop. Bij grotere brandveiligheidsrisico’s kan de VNOG incidenteel deelnemen aan het toezicht. Dat geldt in geval voor gebouwen met een bijeenkomstfunctie (zoals musea, theaters, horeca, kinderopvang), celfuncties (zoals het politiebureau) en gezondheidsfuncties (zoals het ziekenhuis, verzorgingshuizen).