Bijlage 1. VTH beleidsplan Harderwijk besluitvorming
Tekst van het document
Gemeente Harderwijk
VTH-beleidsplan Inzet vergunningverlening, toezicht en handhaving onder de Omgevingswet
Datum
08-12-2025
Versie
1.0
Status
Voor besluitvorming
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
Samenvatting Achtergrond Met het VTH-beleidsplan legt de gemeente Harderwijk de koers vast voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) onder de Omgevingswet. Deze wet, die op 1 januari 2024 in werking is getreden, vraagt om een andere manier van werken. In dit beleidsplan beschrijft de gemeente hoe zij invulling geeft aan deze veranderende rol: dienstverlenend, risicogestuurd en in nauwe samenhang met gemeentelijke opgaven op het gebied van wonen, veiligheid, erfgoed, economie en leefbaarheid. Het plan markeert daarmee een nieuwe fase: de afgelopen jaren ontbrak een actueel VTH-beleidskader, aangezien het vorige beleid uit de periode 2014-2018 stamde. Met dit beleidsplan wordt opnieuw richting gegeven aan de uitvoering van VTH-taken binnen het kader van de Omgevingswet. De inzet van VTH is niet alleen een wettelijke taak, maar ook een strategisch instrument om maatschappelijke doelen te realiseren. Het plan is opgesteld in overeenstemming met de verplichtingen uit het Omgevingsbesluit en vormt de basis voor een jaarlijkse uitvoerings- en evaluatiecyclus. Daarmee borgt de gemeente niet alleen kwaliteit, maar ook transparantie en bestuurlijke verantwoording.
Bestuurlijke uitgangspunten Centraal in dit beleidsplan staan vijf bestuurlijke uitgangspunten. Allereerst kiest de gemeente voor een risicogestuurde benadering: capaciteit wordt ingezet waar de risico’s het grootst zijn, bijvoorbeeld bij strijdig gebruik, onveilige bouwwerken of brandgevaarlijke situaties. Daarnaast wordt de inzet van VTH gekoppeld aan bredere opgaven van de gemeente, zoals de woningbouwopgave, het behoud van monumenten, de versterking van de lokale economie en de aanpak van ondermijning. Ook hecht de gemeente belang aan een consequente en transparante uitvoeringspraktijk, waarbij inwoners weten waar ze aan toe zijn en gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Om dit te realiseren is een goede verbinding tussen beleid en uitvoering noodzakelijk. Daarom wordt geïnvesteerd in een lerende cyclus, waarin uitvoeringspraktijk en beleid elkaar versterken. Tot slot is de borging van de uitvoeringskwaliteit een speerpunt, zowel in termen van deskundigheid, procesinrichting als financiële verankering.
Prioriteiten en doelstellingen Op het gebied van beleidsprioriteiten kiest de gemeente Harderwijk voor een dubbele strategie: risicogestuurd én opgavegericht. Vanuit de risicoanalyse wordt prioriteit gegeven aan situaties met grote gevolgen voor de veiligheid of leefbaarheid. Het gaat hierbij om het terugdringen van ongewenst strijdig gebruik, zoals illegale bewoning van recreatieverblijven of bedrijfsmatig gebruik van woningen, maar ook om illegale (ver)bouw, brandveiligheid en constructieve veiligheid. Tegelijkertijd wordt VTH ingezet als instrument om gemeentelijke ambities te realiseren. Dat geldt bijvoorbeeld voor de woningbouwopgave, het beschermen van erfgoed, het verbeteren van de kwaliteit op bedrijventerreinen, het in goede banen leiden van recreatie en toerisme, en het tegengaan van ondermijning in kwetsbare sectoren.
Uitvoeringsstrategie: preventie, risicogestuurd en proportioneel optreden De uitvoeringsstrategie bestaat uit vier onderdelen: preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving. Preventie is een belangrijk speerpunt. Door goede voorlichting, participatie en het vroegtijdig betrekken van initiatiefnemers probeert de gemeente overtredingen te voorkomen. Binnen het vergunningproces ligt de nadruk op duidelijke, handhaafbare vergunningen die juridisch houdbaar zijn en ruimte bieden voor initiatief. Het principe “ja, mits” uit de Omgevingswet is daarbij leidend. Vergunningverlening gebeurt steeds vaker via een
2
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
voorafgaand principeverzoek, waarmee vroegtijdig duidelijkheid wordt geboden over de wenselijkheid van een initiatief. Toezicht wordt risicogestuurd ingezet en waar mogelijk programmatisch of projectmatig georganiseerd, bijvoorbeeld op bedrijventerreinen, in de binnenstad en op voormalige vakantieparken. Daarbij wordt gebruikgemaakt van digitale middelen om het toezicht voor te bereiden en de resultaten te monitoren. De Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) en de Omgevingsdienst Veluwe zijn belangrijke partners bij het toezicht op respectievelijk brandveiligheid en milieubelastende activiteiten. Bij handhaving sluit de gemeente aan bij de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). De bestuurlijke prioriteiten liggen bij constructieve veiligheid, brandveiligheid, strijdig gebruik en illegale (ver)bouw. Daarnaast draagt VTH bij aan de bestuurlijke opgaven: woningbouwopgave, behoud van erfgoed, versterking van de economie, ontwikkeling van recreatie en toerisme en de aanpak van ondermijning. Bij ernstige en onomkeerbare overtredingen, zoals aantasting van monumenten, illegale bewoning of gevaarlijke bouwsituaties, krijgen deze overtredingen prioriteit. De gemeente hanteert een proportionele aanpak: eerst aanspreken en corrigeren, maar zo nodig streng handhaven en zo nodig bestuursrechtelijke of strafrechtelijke maatregelen treffen.
Organisatie, kwaliteitsborging en ontwikkeling De uitvoering van het beleid ligt bij het team Ruimtelijke Dienstverlening. Dit team bestaat uit omgevingscoaches, toezichthouders, juristen en administratieve ondersteuning. Er is een duidelijke functiescheiding tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving. De kwaliteit wordt geborgd via jaarlijkse monitoring, prestatieindicatoren en horizontale verantwoording aan de gemeenteraad. De samenwerking met externe partners, zoals de Veiligheidsregio, de Omgevingsdienst en het waterschap, is daarbij cruciaal. Het beleidsplan heeft ook aandacht voor toekomstige ontwikkelingen. De komende jaren worden benut om de uitvoering van de Omgevingswet verder te verbeteren, de beleids- en uitvoeringscyclus te versterken en het omgevingsplan te actualiseren. Die actualisering is van groot belang, omdat dat plan bepalend is voor wat vergunningsvrij mag en wat niet. Tegelijkertijd betekent dit dat de rol van de gemeente in de komende jaren verder verschuift van toetsend naar toezichthoudend en handhavend. Met het VTH-beleidsplan kiest de gemeente Harderwijk voor een proactieve, strategisch onderbouwde en professionele inzet van haar VTH-instrumentarium.
Dat past bij de veranderende rol van de overheid onder de Omgevingswet: faciliterend waar mogelijk, handhavend waar nodig, en altijd gericht op het beschermen en versterken van de leefomgeving voor inwoners, ondernemers en bezoekers van de stad.
3
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
Inhoudsopgave
1
INLEIDING ....................................................................................................................................................5 1.1 1.2 1.3 1.4
2
TERUGBLIK EN AANDACHTSPUNTEN VOOR HET VTH-BELEID ........................................................................7 2.1 2.2 2.3 2.4
3
STRIJDIG GEBRUIK ............................................................................................................................................13 ILLEGALE SLOOP EN (VER)BOUW ..........................................................................................................................14 CONSTRUCTIEVE VEILIGHEID, BRANDVEILIGHEID, BOUWVEILIGHEID EN GEZONDHEID ........................................................14 BIJDRAGE VTH AAN DE REALISATIE VAN DE WONINGBOUW(OPGAVE) ..........................................................................15 BIJDRAGE VTH AAN HET BEHOUD VAN ERFGOED .....................................................................................................15 BIJDRAGE VTH AAN DE VERSTERKING VAN DE LOKALE ECONOMIE ................................................................................16 BIJDRAGE VTH AAN DE ONTWIKKELING VAN RECREATIE EN TOERISME ..........................................................................17 BIJDRAGE VTH AAN DE AANPAK VAN ONDERMIJNING ...............................................................................................17
UITVOERINGSSTRATEGIE ...........................................................................................................................19 5.1 5.2 5.3 5.4
6
FOCUS OP RISICO’S EN AANSLUITING BIJ DE BESTUURLIJKE OPGAVEN.............................................................................10 VERDERE IMPLEMENTATIE VAN DE OMGEVINGSWET ................................................................................................10 EEN TRANSPARANTE EN CONSEQUENTE UITVOERINGSSTRATEGIE .................................................................................11 EEN GOEDE VERBINDING TUSSEN BELEID EN UITVOERING ...........................................................................................11 HET BORGEN VAN DE KWALITEIT VAN DE UITVOERING EN VERBETERING VAN DE DIENSTVERLENING ......................................12
BELEIDSPRIORITEITEN EN DOELSTELLINGEN ...............................................................................................13 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8
5
IMPLEMENTATIE OMGEVINGSWET ..........................................................................................................................7 ORGANISATIE ....................................................................................................................................................7 UITVOERING .....................................................................................................................................................8 AANDACHTSPUNTEN VOOR HET VTH-BELEID ............................................................................................................8
BESTUURLIJKE UITGANGSPUNTEN .............................................................................................................10 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
4
ACHTERGROND .................................................................................................................................................5 STATUS BELEIDSPLAN ..........................................................................................................................................5 REIKWIJDTE ......................................................................................................................................................5 LEESWIJZER ......................................................................................................................................................6
PREVENTIESTRATEGIE........................................................................................................................................19 VERGUNNINGSTRATEGIE ....................................................................................................................................20 TOEZICHTSTRATEGIE .........................................................................................................................................21 HANDHAVINGSSTRATEGIE ..................................................................................................................................22
ORGANISATIE EN KWALITEITSBORGING .....................................................................................................24 6.1 6.2 6.3
ORGANISATIE EN FINANCIËLE VERANKERING ...........................................................................................................24 VTH-BELEIDS- EN UITVOERINGSCYCLUS.................................................................................................................25 KWALITEITSBORGING ........................................................................................................................................25
BIJLAGEN Bijlage 1: uitvoeringskader preventie Bijlage 2: uitvoeringskader vergunningverlening Bijlage 3: uitvoeringskader toezicht Bijlage 4: uitvoeringskader handhaving 4
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
1 Inleiding 1.1
Achtergrond
Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) zijn voor de gemeente Harderwijk belangrijke instrumenten in het beheer van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Met de vergunningverlening biedt de gemeente inwoners en ondernemers de mogelijkheid om initiatieven te realiseren: bedrijfsactiviteiten te ontwikkelen, te (ver)bouwen of evenementen te organiseren. Dit nadrukkelijk binnen kaders van de ruimtelijke kwaliteit, (brand)veiligheid, het milieu, erfgoed, natuur en landschap, gezondheid en leefbaarheid. Daarop wordt toezicht gehouden en waar nodig op gehandhaafd.
1.2
Status beleidsplan
Hoe de gemeente Harderwijk de komende jaren VTH gaat inzetten staat in het voorliggende beleidsplan1. Het is een op basis van het Omgevingsbesluit2 wettelijk verplicht richtinggevend document en legt het volgende bestuurlijk vast: -
De kaders waarbinnen de gemeente de vergunning-, toezicht- en handhavingstaken (VTH-taken) wil en moet uitvoeren; De algemene prioriteiten en ambities bij de uitvoering van de taken; De specifieke prioriteiten en ambities in relatie tot de gemeentelijke opgaven; De uitvoeringsstrategie (hoe zet de gemeente VTH in?); De organisatie en borging van de uitvoering.
Het VTH-beleidsplan is vastgesteld door het college van B&W en in een informatiebijeenkomst aangeboden aan de gemeenteraad. Het plan is ook ter kennisname toegestuurd aan de provincie die er - als Interbestuurlijk toezichthouder (IBT) - erop toeziet dat de gemeente aan haar wettelijke verplichting voldoet. Over de inhoud zijn de belangrijkste andere bestuursorganen en ketenpartners (zoals de Omgevingsdienst en Veiligheidsregio) geconsulteerd. Het beleidsplan wordt jaarlijks vertaald in een (meerjaren)uitvoeringsprogramma. Over de uitvoering en behaalde resultaten wordt elk jaar door het college verslag uitgebracht aan de gemeenteraad.
1.3
Reikwijdte
Het voorliggende beleidsplan heeft betrekking op de VTH-taken op basis van de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit die op 1 januari 2024 in werking zijn getreden en de daaraan gelieerde landelijke en lokale weten regelgeving: het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)3 en de Verordening fysieke leefomgeving Harderwijk (Vflo). Meer specifiek gaat het om de inzet van VTH in relatie tot ruimtelijke inpassing en gebruik (omgevingsplan), sloop, (ver)bouw, brandveiligheid, cultureel erfgoed (monumenten), reclame-uitingen, het rooien van bomen, natuurbescherming, de aanleg van in- en uitritten en evenementen4. De uitvoering van de taken gebeurt door het team Ruimtelijke Dienstverlening van de gemeente Harderwijk. Dit met uitzondering van de VTH-taken die betrekking hebben op milieubelastende activiteiten (MBA’s). Die worden uitgevoerd door de Omgevingsdienst Veluwe. Voor de uitvoering daarvan wordt regionaal uniform beleid en 1 In het Omgevingsbesluit wordt gesproken van ‘Uitvoerings- en handhavingsstrategie’. De gemeente kiest voor VTH-beleidsplan omdat dat duidelijker aangeeft waar het beleid betrekking op heeft. 2 Art. 13.5 t/m art. 13.7 Omgevingsbesluit. 3 Strikt genomen bestaat de Wkb niet meer als afzonderlijke wet.
De Wkb is opgegaan in de omgevingswet en opgenomen in het Bbl. In de volksmond wordt echter nog steeds gesproken van ‘de Wkb’. Daarom is de term in dit beleidsplan aangehouden. 4 Het gaat bij evenementen vooral om het toezicht op de constructieve veiligheid van bijvoorbeeld podia, tribunes en tenten die ook moeten voldoen aan de eisen van het Bbl. Het toezicht op de evenementenvergunning ligt bij het team Vergunningverlening, Informatievoorziening en Beheer (VIB).
5
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
jaarlijks een uitvoeringsprogramma vastgesteld. Het toezicht op de brandveiligheid gaat – voor het grootste deel weer over van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (hierna: de VNOG) naar de gemeente. Deels raakt de inzet van het team Ruimtelijke Dienstverlening ook taken van andere teams en is samenwerking nodig. Dat gaat onder andere om het team Bestuur en Organisatie (ondermijning) Stadstoezicht (ondermijning), Ruimtelijk beleid (adviseurs), het Klantcontactcentrum (KCC) en het team Ruimtelijk projectenbureau (waaronder woningbouw).
1.4
Leeswijzer
Het VTH-beleidsplan is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 blikt kort terug op de afgelopen jaren en sluit af met de aandachtspunten daaruit voor de komende jaren. Hoofdstuk 3 beschrijft de bestuurlijke kaders waarbinnen VTH wordt ingezet. Hoofdstuk 4 benoemt de prioriteiten en doelstellingen van het beleid. Dat wil zeggen de prioriteiten wat betreft de grootste risico’s en de bijdrage van VTH aan de realisatie van gemeentelijke opgaven. De algemene uitvoeringsstrategie staat in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 beschrijft tenslotte de organisatie van de uitvoering en de kwaliteitsborging daarvan. De meer technische uitwerking voor de uitvoering is vastgelegd in de bijlagen.
6
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
2 Terugblik en aandachtspunten voor het VTH-beleid Ter voorbereiding op het VTH-beleidsplan is teruggeblikt op de afgelopen periode: wat waren de belangrijkste ontwikkelingen? Wat is bereikt en wat loopt goed? En wat zijn de aandachtspunten voor het beleid de komende jaren?
2.1
Implementatie omgevingswet
De interne implementatie van de Omgevingswet is goed verlopen. Met de komst van de Omgevingswet is het interne werkproces voor de behandeling van vergunningaanvragen aangepast. Er is nu een knip tussen de beoordeling van de wenselijkheid van een initiatief (‘beleidstafel’) en haalbaarheid ervan (‘technische tafel’). Bij de beleidstafel zijn alle interne adviseurs aanwezig. Daar wordt ook bekeken of eventuele externe adviseurs (provincie, waterschap, omgevingsdienst, RCE) moeten worden betrokken. Een belangrijk voordeel van de ‘knip’ is dat eerder in het proces een uitspraak kan worden gedaan over de vraag óf een initiatief (ruimtelijk gezien) wenselijk is. Met de introductie van de beleidstafel is het samenspel tussen de plantoetsing en vergunningverlening verbeterd. Het samenspel tussen vergunningverlening en toezicht en handhaving is nog wel een aandachtspunt. Dat geldt ook voor het samenspel met de Omgevingsdienst Veluwe. De verwachting dat er met het in werking treden van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) minder bouwtechnisch getoetst zou moeten worden, is nog niet uitgekomen. In 2024 heeft de gemeente een tiental meldingen over bouwen onder de Wkb ontvangen. Er is geen zicht op in hoeverre initiatieven die onder de Wkb vallen ook altijd worden gemeld dan wel een kwaliteitsborger inschakelen.
De gemeente controleert meldingen in het kader van de Wkb steekproefsgewijs en werkt het beleid op basis van de bevindingen daarvan verder uit. Voor het toezicht en de handhaving heeft de Omgevingswet nog geen directe grote gevolgen gehad, maar is wel zichtbaar dat het aandacht vraagt vanwege de knip in ruimtelijke en technische toestemmingen.
2.2
Organisatie
De organisatie is in 2025 weer redelijk op sterkte. De afgelopen jaren heeft de gemeente om uiteenlopende redenen veel met inhuur moeten werken. De rol van medewerkers is de afgelopen jaren ook veranderd: van vergunningtoetser naar ‘omgevingscoach’. Dat wil zeggen een meer procescoördinerende rol tussen initiatiefnemer en interne en externe adviseurs. De behandeling van aanvragen is gebiedsgewijs verdeeld onder de omgevingscoaches. Dit met uitzondering van aanvragen die betrekking hebben op een monumentaal pand of aanvragen voor initiatieven op basis van de Verordening fysieke leefomgeving (Vflo). De verantwoordelijkheid voor het laatste lag voorheen verspreid over de organisatie en ligt nu centraal; het toezicht daarop is nog niet ingevuld. Het toezicht op gebruik, constructieve veiligheid en de brandveiligheid gebeurt door de gemeente. Het toezicht op de sloop, voor zover het om de afvalstromen gaat, door de Omgevingsdienst Veluwe. Het toezicht op de sloop van monumenten gebeurt door de gemeente. Op initiatieven op basis van de Vlfo (aanleg inrit, kap etc.) vindt toezicht plaats als het om een activiteit in het kader van een groter project gaat. Eind 2023 is het nieuwe zaaksysteem (CLO) geïntroduceerd. De inrichting, omzetting en het ermee werken hebben veel tijd gevraagd. De verdere inrichting moet in 2025 en 2026 gestalte krijgen.
Onder andere waar het gaat om het koppelen aan standaardteksten en aan het archief. Het laatste is ook voor het toezicht belangrijk. De processen voor de behandeling van vergunningaanvragen en het toezicht zijn beschreven. Het toetsingskader, dat wil zeggen wat bij een vergunningaanvraag of controle met welke diepgang wordt beoordeeld of gecontroleerd, is in het nieuwe VTH-beleidsplan geactualiseerd. Wat betreft vergunningverlening is er wel een wekelijks clusteroverleg waar (van het omgevingsplan afwijkende) grotere initiatieven worden besproken. Voor de beoordeling van aanvragen en het toezicht op de naleving van vergunningvoorschriften is een beknopt toetsingskader opgesteld. De algemene lijn is dat bij kleine weinig risicovolle bouwactiviteiten een lichte toets 7
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
plaatsvindt en naarmate het om een complexere bouwactiviteit gaat en ook diepgaander wordt getoetst en gecontroleerd (constructieve veiligheid, brandveiligheid). Vanuit handhaving zijn prioriteiten geformuleerd. Hoge prioriteit hebben onder andere bouwen zonder of in afwijking van de vergunning, strijdig gebruik recreatieverblijven, niet voldoen aan de eisen die gelden voor brandveiligheid en handelen in strijd met de Wet goed verhuurderschap. Die zijn ook gedeeld met de toezichthouders waarmee de prioriteiten bij toezicht en handhaving beter op elkaar aansluiten. In de praktijk blijft het stellen van prioriteiten bij de inzet van de juridische capaciteit voor handhaving lastig. Er komen vaak zaken (waaronder handhavingsverzoeken) tussendoor. "Het is als de toezichthouder bouw die onderweg is naar een geplande controle op een bouwplaats, maar onderweg een dakkapel ziet die zonder vergunning wordt geplaatst. Wat doe je dan? Doorrijden naar de afspraak of direct actie ondernemen? En als je besluit te stoppen, moet je ook nog afstemmen met de jurist: is handhaven hier mogelijk en proportioneel, en welke stappen zijn nodig? Elke dag vraagt om dit soort keuzes.
Het betekent continu schakelen en afwegen: wat is nú belangrijk, wat kan wachten, en hoe benutten we de juridische inzet zo effectief mogelijk? Deze werkelijkheid maakt dat het stellen van prioriteiten geen eenmalige exercitie is, maar een voortdurend proces van afweging, samenwerking en aanpassing."
2.3
Uitvoering
De afgelopen jaren heeft VTH veel inzet moeten leveren in het kader van de woningbouw (diverse uitbreidings- en inbreidingslocaties, rood-voor-rood in het buitengebied, grote nieuwbouwlocaties). Daarbinnen vraagt de inzet voor de behandeling van principeverzoeken de meeste tijd. Die variëren van ver uitgewerkte plannen tot alleen een globale schets van een idee. Veel initiatieven passen niet binnen het van rechtswege ontstane omgevingsplan. Dat betekent dat er veel BOPAprocedures zijn die – als het om grote afwijkingen gaat – veel tijd kunnen kosten. Vooralsnog zijn er echter geen achterstanden (ontstaan) in de behandeling van aanvragen. Bij de behandeling van aanvragen worden geen prioriteiten gesteld, bijvoorbeeld dat complexe aanvragen voorgaan bij de behandeling. Kleine zaken worden snel afgewikkeld en komen niet onderop de stapel te liggen. Dat laatste krijgt ook een positieve waardering in klanttevredenheidsonderzoeken. Het toezicht volgt in beginsel het bouwproces. Afhankelijk van de aard en omvang van de (ver)bouw vinden er een of meerdere controles plaats. Op locatie en deels administratief. Bij het toezicht wordt gebruikgemaakt van de (mobiele) applicatie CHEPP. CHEPP kan zaakinformatie uit CLO inlezen en ondersteunt bij het bepalen van de aandachtspunten en het opstellen van de rapportage bij een controle.
In (het gezichtsveld van) het reguliere toezicht worden regelmatig wijzigingen aan gevels, gerealiseerde aanbouwen, inpandige constructieve wijzigingen of gewijzigd gebruik aangetroffen (zoals illegale B&B’s, recreatief verhuur woonhuizen). In niet alle gevallen zijn de ingrepen ook daadwerkelijk vergunningsvrij. De toezichthouders maken in die gevallen de afweging of registratie of optreden nodig is (dit binnen de kaders van het omgevingsplan dat veel toestaat maar door de toezichthouders niet als een heel duidelijk beoordelingskader wordt ervaren). Soms is er ook onherstelbare schade door illegaal slopen, bijvoorbeeld aan een monument. De gemeente ontvangt veel bezwaarschriften en heeft te maken met veel beroepszaken over omgevingsvergunningen. De indruk is dat inwoners beter de weg weten te vinden.
2.4
Aandachtspunten voor het VTH-beleid
Op basis van de terugblik en omgevingsanalyse zijn er de volgende aandachtspunten voor het Beleidsplan VTH: -
Verdere ontwikkeling van de organisatie, waaronder de inrichting van CLO;
8
08-12-2025
-
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
Het samenspel tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving/juristen, vooral waar het gaat om prioriteitstelling en harmonisatie van de beoordeling; Het vroegtijdig betrekken van de uitvoering bij de beleids- en planvorming (uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid, integraliteit) en het terugkoppelen van ervaringen in de uitvoering naar beleid; Verdergaande harmonisatie van werkwijze (zoals behandelen principeverzoeken) en beter kunnen beheersen van de werkvoorraad (vooral bij handhaving); Versterking van het toezicht wat betreft meer programmatisch werken, toezicht op de Verordening fysieke leefomgeving Harderwijk (Vflo) en de afstemming met de Omgevingsdienst Veluwe; Herbezinning op de prioriteitstelling en het instrumentarium voor de handhaving; het laatste onder andere waar het gaat om onherstelbare schade die is aangericht; Aandacht voor toezicht en handhaving gebruiksmeldingen5.
5 Afhankelijk van de nieuwe dienstverleningsovereenkomst met de VNOG zal de gemeente de brandveiligheid uitvoeriger moeten gaan toetsen en daarvoor ook de inhoudelijke kennis organiseren.
9
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
3 Bestuurlijke uitgangspunten De juridische basis voor de uitvoering van de VTH-taken door de gemeente Harderwijk bestaat uit landelijke en lokale wet- en regelgeving. De belangrijkste zijn: -
Omgevingswet en Omgevingsbesluit; Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl); Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (Bgbop); Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb); Wet goed verhuurderschap; Omgevingsplan; Verordening Fysieke Leefomgeving Harderwijk (Vflo).
De inzet van VTH gebeurt vanuit vijf uitgangspunten: de focus op risico’s en de aansluiting op de bestuurlijke opgaven, het verder implementeren van de Omgevingswet, een transparante en consequente uitvoeringsstrategie, een goede verbinding tussen beleid en uitvoering en het borgen van de kwaliteit van de uitvoering.
3.1
Focus op risico’s en aansluiting bij de bestuurlijke opgaven
Bij de uitvoering van de VTH-taken werkt de gemeente risicogestuurd. Aan de hand van een risicoanalyse zijn prioriteiten gesteld in beleid en uitvoering. Daarbij is vooral gekeken naar risico’s voor de ruimtelijke kwaliteit (inpassing, welstand, strijdig gebruik), constructieve veiligheid en brandveilig gebruik. De prioritering bepaalt hoe uitvoerig de gemeente vergunningaanvragen toetst en de realisatie ervan controleert en waar nodig handhaaft. De inzet van VTH draagt ook bij aan de realisatie van gemeentelijke opgaven zoals onder andere vastgelegd in het coalitieakkoord, de binnenstadsvisie en de omgevingsvisie. Dat kan binnen de reguliere uitvoering of door (integrale) projecten waaraan VTH deelneemt. De voor VTH meest relevante bredere opgaven zijn: -
Een goede dienstverlening;
-
De woningbouwopgave;
-
Het behoud van het erfgoed;
-
Een gezond ondernemersklimaat;
-
De ontwikkeling van recreatie, toerisme;
-
Aanpak ondermijning.
In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s worden daarbij meer operationele prioriteiten gesteld: wat moet in dat jaar worden bereikt? In hoofdstuk 4 zijn de risico-gestuurde prioriteiten en de bijdrage van VTH aan de realisatie van de bestuurlijke opgaven nader uitgewerkt.
3.2
Verdere implementatie van de Omgevingswet
In de geest van de Omgevingswet moet de inzet van VTH bijdragen aan het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Het in werking treden van de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Wkb heeft een aantal consequenties gehad voor de uitvoering van de VTH-taken. De belangrijkste zijn: -
Bij de afweging over een vergunningaanvraag is het principe veranderd van ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, mits’; De Omgevingswet zet in op het (zoveel) mogelijk maken van initiatieven. Dit sluit ook aan bij de bestuurlijke visie van de gemeente; 10
08-12-2025
-
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
Het proces om een vergunning aan te vragen is volledig gedigitaliseerd; dit heeft zowel consequenties voor de aanvrager als voor de gemeente; Termijn waarop moet worden beslist is verkort tot 8 weken; dit zet extra druk op de organisatie en de uitvoering; Het bouwtoezicht maakt gefaseerd en gedeeltelijk plaats voor controle door marktpartijen (zogenaamde ‘kwaliteitsborgers’). Het gemeentelijke bouwtoezicht zal daarmee (op termijn) verminderen. Het toezicht op het gebruik (omgevingsplan) en het bouwtoezicht op complexere bouwwerken blijft. De gemeente blijft wel eindverantwoordelijk als het gaat om de handhaving.
De voorbereiding op het in werking treden van de Omgevingswet was een behoorlijke inspanning voor de organisatie. Dat wil zeggen het (her)inrichten van de werkprocessen, het digitaal werken en de veranderde werkwijze. Ook de komende jaren vraagt de uitvoering van de Omgevingswet nog aandacht. Bijvoorbeeld in het verbeteren en afstemmen van de werkprocessen, in de dienstverlening naar inwoners en ondernemers en het in de praktijk omgaan met de Wkb. Als het van rechtswege tot stand gekomen omgevingsplan is geactualiseerd, kan er waarschijnlijk meer dan nu vergunningsvrij gebouwd worden. Daardoor zal de rol van de gemeente meer verschuiven van vergunningverlening naar toezicht en handhaving. De actualisering gebeurt stapsgewijs en moet uiterlijk in 2032 zijn afgerond.
3.3
Een transparante en consequente uitvoeringsstrategie
Een uitgangspunt van het coalitieakkoord is een toegankelijke gemeente met een goede dienstverlening, dicht bij inwoners en ondernemers. Vertrouwen wekken en consequent zijn in beleid en uitvoering zijn daarvoor belangrijke voorwaarden. Bij de inzet van VTH zijn vier principes leidend: 1.
2.
3.
4.
De gemeente beoordeelt en behandelt gelijke gevallen op gelijke wijze. Dat gebeurt op basis van een professionele en actieve houding. Basisuitgangspunt is vertrouwen maar ook eigen verantwoordelijkheid van inwoners en ondernemers en het hen daar ook op aanspreken; De gemeente biedt bij de vergunningverlening op basis van het omgevingsplan aan inwoners en ondernemers voldoende ruimte om initiatieven mogelijk te maken; de gemeente stelt zich daarbij dienstverlenend op; De naleving van landelijke en lokale wet- en regelgeving staat daarbij niet ter discussie. Waar regels worden overtreden volgt de gemeente de in dit VTH-beleidsplan beschreven handhavingsstrategie, gebaseerd op de Landelijk handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). De gemeente zal bij overtredingen uitgaan van een passende en proportionele reactie; De gemeente zet waar mogelijk in op preventie, dat wil zeggen het voorkomen van overtredingen en voorkomen dat de gemeente moet handhaven. Bijvoorbeeld door te zorgen dat inwoners en ondernemers op de hoogte zijn van de regels, dat de regels en vergunningvoorschriften duidelijk, doelgericht en proportioneel zijn en dat wordt voorkomen dat situaties escaleren en handhavend optreden nodig is. Voorlichting, bemiddeling of (maatschappelijke) ondersteuning kunnen daarbij instrumenten zijn.
De uitvoeringsstrategie is nader uitgewerkt in hoofdstuk 5 van dit VTH-beleidsplan.
3.4
Een goede verbinding tussen beleid en uitvoering
Het meebewegen met de Omgevingswet en meer focus op de bijdrage van VTH aan de gemeentelijke opgaven, betekent ook een goede verbinding tussen beleid en uitvoering. Dat begint met een omgevings- en risicoanalyse (Wat speelt er in de gemeente? Wat zijn ontwikkelingen? Waar speelt VTH een rol?) en het vastleggen van prioriteiten en doelstellingen voor de komende jaren. Die doelstellingen zullen niet in een keer gehaald kunnen worden. In een jaarlijks vast te stellen uitvoeringsprogramma worden meer concrete doelstellingen vastgelegd: wat moet er in dat jaar gerealiseerd worden? Wat betreft de inzet en de (projectmatige) realisatie van doelstellingen wordt een meerjaren doorkijk gemaakt. De uitvoering wordt gemonitord en waar nodig bijgestuurd. Over de resultaten en evaluatie van de uitvoering wordt gerapporteerd aan het college en de raad. De uitkomsten daarvan kunnen leiden tot de bijstelling van prioriteiten en aanpak. Maar kunnen ook voor beleid 11
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
nieuwe inzichten bieden in ontwikkelingen, vraagstukken en opgaven in de gemeente. Het is daarom belangrijk dat uitvoering ook wordt betrokken bij de beleidsvoorbereiding en planvorming: beleid en plannen moeten immers ook uitvoerbaar en handhaafbaar zijn. De beleids- en uitvoeringscyclus VTH is daarmee onderdeel van de beleidscyclus van de Omgevingswet. Er wordt de komende jaren nadrukkelijk geïnvesteerd in het beter verankeren van de beleids- en uitvoeringscyclus en het samenspel tussen beleid en uitvoering.
3.5
Het borgen van de kwaliteit van de uitvoering en verbetering van de dienstverlening
De uitvoering van de VTH-taken moet voldoen aan wettelijk vastgelegde kwaliteitscriteria. Dat gaat om de beheersing van de uitvoering (beleids- en uitvoeringscyclus), de ‘robuustheid’ van de organisatie en het hebben van voldoende capaciteit, deskundigheid en de juiste competenties en het borgen van de financiële middelen in de begroting. De gemeenteraad ziet op basis van de ‘Verordening uitvoering en handhaving Omgevingsrecht Harderwijk’ toe op de kwaliteit van de uitvoering. Meer specifiek waar het gaat om de organisatie en de uitvoeringsstrategie wat betreft dienstverlening, uitvoeringskwaliteit en financiën. De versterking en ontwikkeling van het team Ruimtelijke Dienstverlening en het borgen van de kwaliteit op deze punten zijn de komende periode belangrijke speerpunten. In hoofdstuk 6 is uitgewerkt hoe de gemeente de kwaliteit van de uitvoering ook de komende jaren wil borgen waar nodig verbeteren.
12
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
4 Beleidsprioriteiten en doelstellingen Dit hoofdstuk beschrijft wat de komende jaren de prioriteiten en strategische doelstellingen bij de inzet van VTH zijn. Bij de inzet van VTH werkt de gemeente risicogestuurd. De basis daarvoor is een uitgevoerde risicoanalyse van activiteiten aan de hand van het regionale risicomodel en voor brandveiligheid (Taken Risicobeheersing, 2018). Op basis daarvan liggen de risicogestuurde prioriteiten in de uitvoering van de wettelijke VTH-taken bij: -
Ongewenst strijdig gebruik beperken; Risico’s die samenhangen met illegaal (ver)bouwen; Risico’s in verband met constructieve veiligheid; Brandveiligheidsrisico’s.
Behalve risicogestuurd wordt VTH ook opgave-gestuurd ingezet: wat kan de inzet van VTH bijdragen aan de realisatie van de belangrijkste bredere opgaven van de gemeente? Meer specifiek gaat het om: -
De realisatie van de woningbouwopgave; Het behoud van het erfgoed; De versterking van de economie; De ontwikkeling van recreatie en toerisme; De aanpak van ondermijning.
Prioriteiten en doelstellingen worden jaarlijks geconcretiseerd in het uitvoeringsprogramma (‘wat in dat jaar bereiken?’) en voorzien van indicatoren. Daarbij wordt een meerjaren doorkijk gemaakt omdat niet alle doelstellingen tegelijk gerealiseerd kunnen worden of volgtijdelijk moeten worden gerealiseerd.
4.1
Strijdig gebruik
Strijdig gebruik van bouwwerken is ongewenst. Het kan tot onveilige of ongezonde situaties leiden. Bijvoorbeeld bij het bewonen of bedrijfsmatig gebruik van een pand dat daarvoor niet geschikt is of bij illegale (brandgevaarlijke) activiteiten in de woonomgeving. Het kan leiden tot verstoring, ergernis en klachten (van inwoners en ondernemers), veiligheidsrisico’s of tot oneerlijke concurrentie. Het belangrijkste toetsingskader voor gebruik is het omgevingsplan. De daarin nu vastgelegde kaders zijn nog niet allemaal in overeenstemming met het vastgestelde beleid en de (omgevings)visie van de gemeente. Dat betekent enerzijds dat voor gewenste ontwikkelingen en initiatieven die niet binnen het omgevingsplan passen, een BOPA-procedure moet worden gestart. Het betekent anderzijds dat beleidsmatig niet of minder gewenste ontwikkelingen niet altijd voorkomen kunnen worden. Bijvoorbeeld waar het gaat om een ruim geformuleerde gebruiksfunctie als ‘dienstverlening’. Bij de inzet van VTH wordt bekeken in hoeverre in de uitvoering geanticipeerd kan worden op het beleid en het nog te actualiseren omgevingsplan. Het doel voor de komende jaren is het voorkomen en terugdringen van ongewenst strijdig gebruik. De prioriteit ligt bij: -
Strijdig gebruik en illegale (permanente) bewoning recreatieverblijven; Strijdig gebruik getransformeerde vakantieparken, nu zijnde woonparken; Illegale B&B’s, toeristisch verhuur reguliere woningen; Strijdig gebruik bedrijfspanden (i.r.t. brandveiligheid, constructie, illegale bewoning en overlast); Strijdig gebruik (voormalige) agrarische gebouwen en illegale bewoning bijgebouwen buitengebied; Illegale woningsplitsingen.
13
08-12-2025
4.2
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
Illegale sloop en (ver)bouw
De gemeente biedt inwoners, ondernemers en organisatoren van evenementen ruimte om initiatieven mogelijk te maken. De gemeente stelt zich dienstverlenend op. Dat betekent ook ervoor zorgen dat binnen de wettelijke termijn wordt beschikt op vergunningaanvragen. En door als een initiatief niet binnen het omgevingsplan past, denkt men over de ruimte om het (deels) toch mogelijk te maken. Daarbij geldt wel een eigen verantwoordelijkheid van initiatiefnemers. Dat wil zeggen dat ze (ver)bouwen, milieubelastende activiteiten (MBA’s) uitvoeren of evenementen organiseren in overeenstemming met de geldende regels: ze vragen een vergunning aan of dienen een melding in voor ze starten én ze leven de voorschriften na. Het slopen of (ver)bouwen zonder vergunning of in afwijking van de vergunning is onwenselijk en kan risico’s met zich meebrengen. Bijvoorbeeld voor de brandveiligheid, constructieve veiligheid of de omgevingskwaliteit (‘verrommeling’). Het kan ook leiden tot een (onomkeerbare) aantasting van monumentale waarden of leiden tot overlast en klachten. Het doel voor de komende jaren is het terugdringen van illegale sloop en (ver)bouw. De prioriteiten bij het voorkomen en terugdringen van illegale sloop en (ver)bouw liggen bij: -
4.3
Bouwwerkzaamheden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning waarbij strijdigheid is met het omgevingsplan en/of er grote risico’s voor de constructieve veiligheid en/of brandveiligheid in het geding zijn; Bouwwerkzaamheden bij een gemeentelijk of rijksmonument en/of beschermd stadsgezicht zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning; Realiseren van bij- of aanbouwen op het voorerf of naar openbaar gebied gekeerd zijerf zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning.
Constructieve veiligheid, brandveiligheid, bouwveiligheid en gezondheid
Bouwwerken moeten veilig zijn. Dat wil zeggen qua constructie, brandveiligheid en gezondheid. Bij de toetsing van vergunningaanvragen en het toezicht en de handhaving leggen de gemeente en de VNOG de prioriteit op bouwwerken met een hoog risico6. Het gaat hierbij om bouwwerken waar de gemeente verantwoordelijk is voor de bouwtechnische toetsing en het bouwtoezicht. Bij bouwwerken met een hoog risico vindt altijd een integrale bouwtechnische toets plaats, wordt integraal gecontroleerd en heeft herstel van eventuele afwijkingen de hoogste prioriteit. Dat geldt ook voor de veiligheid van bouw- en sloopactiviteiten voor de omgeving. Bijvoorbeeld waar het gaat om het veilig gebruik van kranen of het voorkomen van schade aan omliggende/belendende (monumentale) panden. De intensiteit van de toetsing (bij een vergunningaanvraag en bij het toezicht) wordt bepaald aan de hand van een risicomatrix (zie bijlagen 2 en 3) ontwikkeld door de Vereniging van Bouw en Woningtoezicht (VBwt). Wat betreft gezondheid wordt met name gekeken naar voldoende ventilatie en daglicht in appartementen.
Het doel van de gemeente is dat gebouwen in Harderwijk veilig en gezond zijn om in te leven. De prioriteit ligt bij gebouwen met een verhoogd risico in de gebruiksfase. Meer specifiek gaat het om: Wooncomplexen; Gebouwen met publieksfuncties (zoals scholen, winkelcentra, overheidsgebouwen, horeca); Verminderde zelfredzaamheid (zoals een zorginstelling, ziekenhuis of kinderdagverblijf); Gebouwen met een logiesfunctie of kamerverhuur; Appartementen en woningsplitsingen, mede waar het gaat om voldoende daglicht en ventilatie; Parkeergarages; Bedrijfsterreinen7.
6 Daar waar sprake is van een hoog risico is het belangrijk dat VNOG volledig in het adviesproces wordt betrokken en zo in staat is om ook een volledig advies (op regelgeving en op risico’s) te geven. Dit betekent van initiatieffase, vergunningsfase tot en met bouwfase. VNOG toetst op wettelijk vereiste veiligheidsaspecten en adviseert over de risico’s op basis van scenario’s. 7 Hier ligt deels ook een prioriteit bij de omgevingsdienst, bijvoorbeeld waar het gaat om branden bij afvalverwerkers.
14
08-12-2025
4.4
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
Bijdrage VTH aan de realisatie van de woningbouw(opgave)
De gemeente Harderwijk heeft tot 2040 opgave voor het realiseren van circa 4.900 woningen (bij een woonbehoefte tot 2040 van circa 6.000 woningen). Het grootste deel zal gaan bestaan uit appartementen. Het Volkshuisvestingprogramma van de gemeente zet erop in dat circa tweederde van de nieuwe woningen moet voldoen aan het criterium van betaalbaar huur/sociale woningbouw. Het merendeel moet worden gerealiseerd op een aantal uitbreidings- en inbreidingslocaties (Waterfront, Kranenburg, Nieuw Weiburg, Harderweide). Hiervan moet in 2030 de helft zijn gerealiseerd. Bij nieuwbouw wordt in de overeenkomsten privaatrechtelijk vastgelegd dat de eigenaar ook zelf de woning betrekt (‘zelfbewoningsplicht’). In de in 2025 vast te stellen nieuwe huisvestingsverordening wordt voor sociale huurwoningen de regionale binding van woningzoekenden vastgelegd. Daarnaast kan een zeer klein deel worden gerealiseerd door gebruik te maken van de bestaande voorraad via het splitsen van panden of woonfuncties toekennen aan panden met een andere gebruiksfunctie. Voor de binnenstad geldt geen splitsingsbeleid. Dat voorziet enerzijds in een deel van de woonbehoefte. Anderzijds zijn er zorgen over de brandveiligheid en eventuele verrommeling (stalling op straat).
Ook op andere plaatsen in de gemeente vindt (deels illegale) woningsplitsing plaats, bijvoorbeeld in Hierden (met het oog op ‘inwoning’ van kinderen of ouders) en in de wijk Stadsweiden (maisonnettes). Een deel van de recreatieparken heeft zijn toeristische functie verloren en is getransformeerd naar mogelijkheden voor permanente bewoning. Dat wil zeggen als woonwijk waarbij het bedrijfsmatig aanbieden van huisvesting voor arbeidsmigranten niet toegestaan is. Een belangrijke verandering voor de gemeente is het in werking treden van de Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb). Dat houdt in dat de gemeente vergunningaanvragen voor de nieuwbouw met beperkte risico’s wat betreft de constructie, daar niet meer op toetst en controleert. Daaronder vallen onder andere woonhuizen, rijtjeswoningen en kleine bedrijfsgebouwen, de zogenaamde Gevolgsklasse 1 (GK1). De constructieve beoordeling gebeurt daar in opdracht van de initiatiefnemer door een gecertificeerde ‘kwaliteitsborger’. De gemeente toetst alleen nog aan het omgevingsplan (ruimtelijk) en handhaaft als bijvoorbeeld de kwaliteitsborger geen akkoord kan geven op de gerealiseerde bouw. In hoofdstuk 5 en bijlage 4 is de handhaving van de Wkb nader uitgewerkt. VTH kan een bijdrage leveren aan de realisatie van de woningbouwopgave door: -
-
4.5
In de geest van de Omgevingswet inbreng te hebben bij de actualisering van het omgevingsplan met het oog op de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid; Mee te denken bij de uitwerking van de concrete woningbouwplannen, bijvoorbeeld waar het gaat om het ‘optoppen’ van bestaande panden (zoals aandachtspunten qua brandveiligheid en constructieve veiligheid); Ervoor te zorgen dat vergunningprocedures binnen de wettelijke termijn worden doorlopen en geen vertragende factor zijn in de realisatie van de woningbouwopgave; Mee te denken over de mogelijkheden bij het benutten van de bestaande (woning)voorraad waar het gaat om woningsplitsing of tot woonfunctie herbestemmen van vrijkomende bebouwing; Bij de beoordeling van vergunningaanvragen en het toezicht, voor zover daar landelijke kaders of lokale regelgeving (omgevingsplan) voor zijn, te toetsen aan duurzaamheidseisen waar het gaat om energie, water (afvoer, infiltratie, hergebruik) en grondstoffen; Toezicht te houden en waar nodig te handhaven op ongewenst strijdig gebruik, zoals recreatief gebruik van reguliere woningen; Toe te zien en waar nodig te handhaven in het kader van de Wet goed verhuurderschap, de Wet betaalbare huur en de zelfbewoningsplicht (bij nieuwbouw).
Bijdrage VTH aan het behoud van erfgoed
In de gemeente bevinden zich 108 rijksmonumenten, 2 archeologische rijksmonumenten en 340 gemeentelijke monumenten. De rijksmonumenten staan vrijwel allemaal in de binnenstad, die ook rijksbeschermd stadsgezicht is. Het erfgoedbeleid brede zin (monumenten, varend erfgoed, archeologische vindplaatsen, immaterieel erfgoed) wordt in 2025 geactualiseerd en vertaald in een programma onder de omgevingsvisie. Onderdeel daarvan is het
15
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
actualiseren en uitbreiden van de gemeentelijke monumentenlijst. Dit ook met het oog op de viering van het 800jarig bestaan van Harderwijk in 2031 en de rol die de binnenstad daarbij speelt. Het beeld is dat de algemene bouwkundige staat van onderhoud van de monumenten goed is. Een systematisch inzicht ontbreekt echter. Er zijn enkele verwaarloosde panden. En er wordt regelmatig illegale sloop/verbouwing, aantasting van landschappelijk erfgoed (boerenerven) of aantasting van archeologische vindplaatsen gesignaleerd. Soms met onherstelbare schade. Soms door gebrek aan kennis, soms als calculerend gedrag. Een actief handhavingsbeleid op de onderhoudsplicht en actief toezicht op de sloop ontbreken nog en zijn aandachtspunten voor de komende jaren. Dat geldt ook voor de erfgoedtransformaties in het buitengebied. De inzet van VTH op erfgoed, vooral waar het gaat om toezicht en handhaving, wordt de komende jaren systematischer opgepakt. Het nieuw vast te stellen erfgoedbeleid is daarbij leidend. VTH kan een bijdrage leveren aan het behoud van het erfgoed door: -
4.6
Het mede monitoren van de staat van onderhoud van de panden (instandhoudingsplicht); Eigenaren – in samenspel met de erfgoedspecialist - te informeren over onder andere regelgeving en mogelijkheden voor subsidie van de gemeente of de rijksoverheid; Toezicht te houden op vergunde wijzigingen aan monumenten en vergunde activiteiten in archeologische vindgebieden; Handhavend op te treden bij wijzigingen aan monumenten of activiteiten in archeologische vindplaatsen zonder of in afwijking van een vergunning, met name ook daar waar onherstelbare schade is aangericht.
Bijdrage VTH aan de versterking van de lokale economie
De gemeente wil voldoende ruimte bieden aan ondernemen. Dat wil zeggen de vrijetijdseconomie (recreatie en toerisme, horeca, evenementen), bedrijvigheid, dienstverlening, detailhandel en (beperkte) landbouw. Circulaire economie, duurzaamheid, (externe) veiligheid zijn daarbij belangrijke uitgangspunten. Dat is ook de lijn van de omgevingsvisie 2040. De binnenstad heeft een belangrijke functie in de vrijetijdseconomie. Het beleid is het verder versterken van de binnenstad, ook wat economische functies betreft. Daarvoor ligt er echter nog geen samenhangend uitvoeringsprogramma. Ontwikkelingen worden per initiatief beoordeeld. In de uitvoering blijken daarbij de toetsingskaders onvoldoende aan te sluiten bij het beleid. Met een algemene gebruiksfunctie als ‘dienstverlening’ is het lastig om initiatieven die niet binnen het beleid passen te weren. Dat draagt bij aan een zekere verrommeling en het daarmee minder aantrekkelijk worden van de binnenstad. Er is behoefte aan een betere afstemming tussen beleid en uitvoering. De bedrijvigheid en dienstverlening zijn vooral geconcentreerd op de bedrijfsterreinen, waaronder Lorentz, het grootste bedrijventerrein van Gelderland.
Het beleid is om de bedrijventerreinen te versterken en/of mogelijk om te vormen naar woningbouw: waar nodig revitalisering, verduurzaming (halvering energieverbruik, meer circulaire economie), een efficiënter ruimtegebruik en vergroening zijn de belangrijkste speerpunten. Daarbij horen ook het laten ‘uitsterven’ van functies die niet passen (zoals horeca en detailhandel), het mogelijk deels afwaarderen van bedrijventerreinen of omvormen naar woningbouw, de aanpak van strijdig gebruik en het beter zicht houden op bedrijfsverzamelgebouwen (onder andere vanwege mogelijke ondermijningsrisico’s). Vooralsnog vindt handhaving vanuit de gemeente niet actief plaats en alleen naar aanleiding van een handhavingsverzoek. De uitvoering van de VTH-taken waar het gaat om milieuactiviteiten gebeurt door de Omgevingsdienst Veluwe. VTH kan een bijdrage leveren aan het versterken van de economie door: -
Te adviseren over kaders voor gebruiksfuncties in het omgevingsplan, vooral in de binnenstad; Mee te denken bij initiatieven van bedrijven die niet passen binnen het omgevingsplan maar die – binnen de kaders van onder andere milieuregelgeving –kunnen bijdragen aan de versterking van de (lokale) economie; Actief toezicht te houden op en handhaven van strijdig gebruik met een negatieve invloed op de kwaliteit van de binnenstad, het buitengebied en de bedrijventerreinen; Deelname aan een meer projectmatige en integrale aanpak bij de versterking van de binnenstad; Een goede terugkoppeling naar en afstemming met beleid over de resultaten van de inzet van VTH.
16
08-12-2025
4.7
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
Bijdrage VTH aan de ontwikkeling van recreatie en toerisme
Harderwijk heeft veel te bieden als het gaat om recreatie en toerisme. Dat is ook een van de speerpunten in de omgevingsvisie. Naast de historische binnenstad met de jachthavens, het Dolfinarium, musea, evenementen en horeca is er het buitengebied dat deel uitmaakt van de Veluwe. Er is daardoor ook veel verblijfsrecreatie waaronder enkele hotels, campings, (deels illegale) B&B’s en vakantieparken. Voor B&B’s, gastenverblijven en de aanpak van strijdig gebruik van recreatieverblijven zijn beleidsregels opgesteld. Op vier (ondertussen voormalige) parken is actief beleid gevoerd om deze te transformeren naar woonparken. Op de nog bestaande vakantieparken wordt actief gehandhaafd op permanente bewoning en strijdig gebruik. De meeste horeca in Harderwijk bevindt zich in de binnenstad. Dat gaat naar schatting om 150 gelegenheden. Er is geen vastgesteld horecabeleid. Dat is in 2025 wel in voorbereiding. Er zijn wel beleidsregels (zoals voor terrassen, sanctiebeleid Alcoholwet) en regels in de APV (zoals het moeten hebben van een exploitatievergunning). Het beleid is erop gericht de horeca te handhaven maar ook te transformeren. Daartoe behoren onder andere een ontwikkeling van een deel van de ‘harde horeca’ naar restaurantfuncties, het aanpassen van de sluitingstijden, maatregelen tegen overlast en het categoriseren van horeca (zoals ‘winkel met beperkte horeca-activiteit’).
Er zijn veel verbouwingen bij horecagelegenheden, al dan niet in het kader van een functieverandering van het gebouw. VTH kan een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van recreatie en toerisme door: -
4.8
Mee te denken bij initiatieven die niet passen binnen het vigerende omgevingsplan maar wel binnen de visie op de vrijetijdseconomie (omgevingsvisie) en op de binnenstad (Binnenstadvisie 2031); De inzet van het instrument Bibob bij vergunningaanvragen voor bouwactiviteiten bij panden met een gebruik dat valt binnen voor ondermijning gevoelige vrijetijdsbranches, inclusief horeca; Te zorgen voor actief toezicht op strijdig gebruik horecapanden, illegale bewoning vakantieparken, illegale B&B’s en recreatief gebruik reguliere woningen en waar nodig te handhaven.
Bijdrage VTH aan de aanpak van ondermijning
Zoals in elke gemeente komt er ook in Harderwijk ondermijnende criminaliteit voor. De aantrekkelijkheid voor criminelen zit volgens het Regionale Informatie en ExpertiseCentrum (RIEC) en de Rekenkamer (rapport juni 2024) in de aanwezigheid van veel toeristen in de zomerperiode, de centrale ligging tussen verschillende drugsmarkten, de aanwezigheid van (jacht)havens, kwetsbare wijken en groepen (jongeren), vakantieparken en voor ondermijning gevoelige branches. Het wordt aannemelijk geacht dat er onder andere sprake is van vastgoedfraude, witwassen (bij gelegenheden waar contant geld omgaat), drugscriminaliteit (handel) en arbeidsuitbuiting of illegale prostitutie. In de aanpak van ondermijnende criminaliteit werkt de gemeente behalve met de politie en justitie ook samen met de gemeenten Ermelo en Putten. Het gezamenlijke Integrale veiligheidsbeleid (IVP) uit 2024 wordt in 2026 geactualiseerd. Voor de aanpak heeft de gemeente ook eigen (beleids)regels opgesteld. Onder andere voor de inzet van Bibob, coffeeshops, gokken, het sluiten van panden en handhaving (APV). Deze kaders zijn leidend voor de inzet van VTH. De aanpak van ondermijning is binnen de organisatie belegd bij Openbare Orde en Veiligheid (OOV).
De rol van VTH is drieledig: het oren en ogen zijn voor OOV, bijdragen aan de uitvoering van integrale controles (zoals het project Theseus waarbij circa 700 bedrijven in beeld zijn gebracht) of door de inzet van Bibob bij vergunningaanvragen. Het laatste gebeurt als er signalen zijn dat een initiatiefnemer mogelijk betrokken is bij criminele activiteiten. De Bibob-toets is een instrument om te voorkomen dat de gemeente onbedoeld criminelen faciliteert. VTH sluit aan bij het zeswekelijks gemeentelijk ondermijningsoverleg om signalen te delen en afspraken te maken over eventuele integrale controles. Binnen de capaciteit van VTH wordt rekening gehouden met een zestal gezamenlijke controledagen per jaar, inclusief eventuele (juridische) opvolging.
17
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
VTH kan een bijdrage leveren aan de aanpak van ondermijning door: -
Het volgens de beleidsregels uitvoeren van een Bibob-toets als er rond een initiatief(nemer) signalen zijn die kunnen wijzen op ondermijning; onder andere bij panden die worden gebruikt binnen voor ondermijning gevoelige branches; Oren en ogen zijn voor OOV bij het toezicht; Het projectmatig mee uitvoeren van integrale controles, bijvoorbeeld op bedrijfsterreinen of (voormalige) vakantieparken.
18
08-12-2025
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
5 Uitvoeringsstrategie Leidend voor de wijze waarop het VTH-instrumentarium wordt ingezet is de ‘uitvoeringsstrategie’. Het vastleggen hiervan voor de Omgevingswet is een wettelijke verplichting. De uitvoeringsstrategie bestaat uit een aantal onderdelen: Preventiestrategie; -
Vergunningstrategie;
-
Toezichtstrategie;
-
Handhavingsstrategie.
Voor de uitvoering worden in het uitvoeringsprogramma kritische prestatie-indicatoren (KPI’s) opgesteld om de realisatie van de uitvoeringsstrategie te kunnen monitoren en waar nodig bij te sturen. In de kern is de strategie die de gemeente Harderwijk volgt bij de inzet van VTH als volgt; in de bijlagen is deze in detail uitgewerkt.
5.1
Preventiestrategie
Voorkomen is beter dan genezen. Als bijvoorbeeld een illegale verbouwing van een monumentaal pand wordt stilgelegd brengt dat voor de gemeente én de initiatiefnemer (hoge) kosten met zich mee. Bovendien bestaat de kans dat een deel van de monumentale waarde al verloren is gegaan. Het is belangrijk dat inwoners en ondernemers goede voorlichting krijgen over wat de regels zijn, wat de mogelijkheden zijn om een initiatief (toch) te realiseren én wat de gevolgen van het niet naleven van regels zijn. Preventie kan door: -
-
Voorlichting gericht op bekendheid met de regels en mogelijkheden; Voorlichting gericht op informatie over steun die een initiatiefnemer kan krijgen, bijvoorbeeld over subsidiemogelijkheden bij onderhoud of renovatie van een monument; Voorlichting gericht op een vergroting van het bewustzijn van bijvoorbeeld brandveiligheidsrisico’s (inwoners) of ondermijningsrisico’s (ondernemers); Het bevorderen van participatie, dat wil zeggen dat een initiatiefnemer ook de omgeving betrekt; Bemiddeling aanbieden bij (dreigende) klachten of conflicten rond een initiatief of activiteit; Het goed organiseren van de ‘oor en oog’ functie, ook van de VNOG en de OD Veluwe. Dat kan door breed te kijken of periodiek een ‘schouw’ te houden, bijvoorbeeld op bedrijventerreinen; vroegsignalering is belangrijk om te voorkomen dat schade kan ontstaan of er handhavend moet worden opgetreden; Samenwerking zoeken, bijvoorbeeld op bedrijventerreinen waar het gaat om het terugdringen van overlast en illegaal gebruik van panden.
Voorlichting kan met algemene informatie via de website, folders of voorlichtingsavonden. Maar ook door open te staan voor vragen, het geven van voorlichting aan een initiatiefnemer of het benaderen van specifieke doelgroepen als ‘realiserende partijen’ (architecten, bouwbedrijven etc.) of ondernemers in de binnenstad of op de bedrijventerreinen. Een goede preventiestrategie kan alleen slagen bij een goede samenwerking met andere teams en taakvelden. Het is belangrijk dat er duidelijke kaders voor wat de ambities van de gemeente zijn en welke ruimte er is voor initiatieven, dat wil zeggen in beleidsdocumenten en vooral in het omgevingsplan. Daarbij is een toets van de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid belangrijk en dus dat VTH vroegtijdig wordt betrokken bij de beleids- en planvorming. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma wordt vastgelegd hoe in dat jaar concreet wordt ingezet op preventie en wat daarmee moet worden bereikt.
19
08-12-2025
5.2
VTH-beleidsplan
Gemeente Harderwijk
Vergunningstrategie
Activiteiten die onder de Omgevingswet of lokale regelgeving (zoals de Vflo) vallen moeten voldoen aan voorwaarden. Daarvoor is in de regel een vergunning nodig. Bijvoorbeeld bij nieuwbouwprojecten of verbouwingen aan monumenten. Voor minder ingrijpende activiteiten, zoals een kleine verbouwing, volstaat het om te melden dat de activiteit wordt uitgevoerd. Dat laatste is belangrijk zodat de gemeente eventueel een controle kan uitvoeren. Meer specifiek heeft de gemeente de volgende taken als het gaat om vergunningverlening: -
Het verlenen, weigeren, wijzigen of (gedeeltelijk) intrekken van een vergunning of ontheffing; Het behandelen van een melding; Het besluiten over maatwerkvoorschriften en/of gelijkwaardigheid.
Vergunningverlening levert een bijdrage aan het verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en het naleven van de regels die van toepassing zijn. Voor het bepalen van de acceptabele kwaliteit moeten de verschillende belangen tussen de voorgenomen activiteiten en de gevolgen voor de fysieke leefomgeving zorgvuldig zijn afgewogen. De belangrijkste toetsingskaders zijn het omgevingsplan, het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl, voor bouwen), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal, voor milieu) en (voor tijdelijke bouwwerken bij evenementen) het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (Bgbop). Vergunningen en besluiten over initiatieven moeten kwalitatief op orde zijn. Dat houdt enerzijds in dat ze voldoende ruimte bieden aan een initiatief en de omgevingskwaliteit borgen. Anderzijds moet een vergunning de initiatiefnemer de handvatten bieden om de gestelde regels na te leven en moet de vergunning handhaafbaar zijn. Het beoordelen van en besluiten over een aanvraag voor een omgevingsvergunning, gebeurt: -