CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 voorlopige jaarstukken 2022.pdf

Commissie Beleid Algemeen 15 juni 2023, gemeente HarderwijkBij agendapunt: VNOG Jaarstukken 2022, Bestedingsplan BDUR 2023 en Begroting 2024-202738.767 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) Het NIPV (voorheen Instituut Fysieke Veiligheid - IFV), is een bij wet opgericht zelfstandig bestuursor­ gaan (ZBO). Een ZBO is een bestuursorgaan van de centrale overheid dat bij de wet, krachtens de wet bij algemene maatregel van bestuur of krachtens de wet bij ministeriële regeling met openbaar ge­ zag is bekleed, en dat niet hiërarchisch ondergeschikt is aan een minister. De positie van het NIPV is vastgelegd in de Wet veiligheidsregio's. De 25 voorzitters van de veiligheidsregio's vormen samen het algemeen bestuur van het NIPV. Het bestuur is verantwoordelijk voor alle taken en werkzaamheden die het NIPV uitvoert in het kader van de Wet veiligheidsregio's. Het bestuur stelt jaarlijks de begro­ ting met bijbehorend jaarplan, de jaarrekening en het jaarverslag vast en eens per vier jaar een meerjarenbeleidsplan. Hiermee bepaalt het bestuur de ambitie van het NIPV. Ook is het bestuur ver­ antwoordelijk voor concrete zaken als het certificeren van aanbieders van brandweeropleidingen. In

Pagina 50 van 101

de kaderwet ZBO's wordt geregeld dat het besluit tot vaststelling van de begroting de goedkeuring behoeft van de Minister. Eveneens wordt geregeld dat het besluit tot vaststelling van de jaarrekening de goedkeuring van de Minister behoeft. Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ont­ staan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven, doet een ZBO daarvan onverwijld mededeling aan de Minister.

Stichting Brandweeropleidingen Gelderland Overijssel (BOGO) De BOGO ontwikkelt en verzorgt brandweeropleidingen in opdracht van zes veiligheidsregio's. Het algemeen bestuur bestaat uit drie burgemeesters en de zes regionaal commandanten / directeuren van de aangesloten veiligheidsregio's. In principe is de stichting zelf aansprakelijk voor de schulden die worden gemaakt. De bijdrage aan de BOGO is direct gekoppeld aan het soort en aantal afgeno­ men opleidingen.

Veluws Brandweer Comité (VBC) De stichting het Veluws Brandweer Comité (VBC) is opgericht in 1951. Het VBC is een samenwer­ kingsverband van 20 gemeenten op de Veluwe met als doelstellingen: -

Het voorkomen en beperken van bos- en natuurbranden op de Veluwe;

-

Het verrichten van alle verdere werkzaamheden die met het vorenstaande in de ruimste zin ver­ band houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.

De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door het organiseren en coördineren van een systeem van detectie (onder meer via vliegtuigen, drones en meetapparatuur) van bos- en natuurbranden. De deelnemende gemeente in het VBC behoren tot het werkgebied van Veiligheidsen Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) en VNOG. De deelnemende gemeenten zijn: Apeldoorn, Arnhem, Barneveld, Brummen, Ede, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Renkum, Rheden, Rozendaal, Scherpenzeel, Voorst en Wageningen.

Samenwerkingsregeling Incidentbestrijding IJsselmeergebied (SAMIJ) SAMIJ staat voor Samenwerkingsregeling Incidentbestrijding IJsselmeergebied. De SAMIJ is een netwerk-samenwerking. Het doel van dit netwerk is het borgen van een adequaat functionerende inci­ dentbestrijding in het IJsselmeergebied als samenhangend risicowatersysteem. In dit netwerk zijn veel partijen actief en betrokken. Partijen met allen een eigen rol en taak in de incidentbestrijding. Daarom zijn er samenwerkingsafspraken gemaakt tussen de veiligheidsregio's en waterschappen rondom het IJsselmeergebied en Rijkswaterstaat, de KNRM, Reddingsbrigade Nederland, de Kust­ wacht en de Nationale Politie. Het IJsselmeergebied bestaat uit het IJsselmeer en het Markermeer, IJmeer, de Gouwzee en de Randmeren, inclusief het Zwartemeer. De SAMIJ richt zich hierbij op de bovenregionale bestuurlijke- en operationele afstemming om een effectieve en efficiënte samenwer­ king te borgen voor incidentbestrijding in het IJsselmeergebied.

Pagina 51 van 101

4.7. Openbaarheidsparagraaf Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. Deze nieuwe wet moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Daarbij moet de informatie in goede, geordende en toegankelijk staat gebracht en be­ waard worden.

VNOG voldoet aan de minimale vereisten Wet open overheid Voor wat betreft actieve openbaarmaking wordt de wettelijke fasering van de Woo gevolgd. Voor elke fase worden de documenten uit de betreffende categorie vanaf de wettelijk verplichte datum actief openbaar gemaakt. In 2022 gold voor geen van de categorieën een verplichte openbaarmaking op grond van de Woo. Wel maakt VNOG op haar website en via www.officielebekendmakingen.nl informatie bekend. Wanneer het Platform Open Overheidsinformatie (PLOOI) gereed is, zal hierop worden aangesloten en zal de informatie actief openbaar gemaakt worden.

VNOG heeft een Woo- contactpersoon benoemd, die vragen kan beantwoorden over de beschik­ baarheid van informatie. Ook worden vanaf 1 mei 2022 verzoeken om openbaarmaking van informa­ tie behandeld en afgedaan via de regels van de Woo.

Stand van zaken informatievoorziening Het meerjarenplan van VNG Realisatie (Grip op Informatie) heeft tot doel dat gemeenten en interge­ meentelijke organen meer grip krijgen op hun informatievoorziening en stimuleert de organisaties om de Woo te implementeren. In het meerjarenplan is een aantal eisen opgenomen om de informa­ tiehuishouding op orde te krijgen. Dit alles dient te geschieden in een periode tussen een half jaar en vijf jaar na invoering van de Woo.

Onderstaande eisen zijn van belang; per eis is de stand in VNOG aangegeven: -

Beschikken over (of aangesloten zijn op) een e-depotvoorziening.

-

Binnen iedere applicatie de selectielijst hebben geïmplementeerd.

VNOG volgt hiervoor de ontwikkelingen bij de gemeente Apeldoorn.

Bij de aanbesteding van nieuwe applicaties wordt deze eis in het Programma van Eisen opgeno­ men. Bij een aantal applicaties is de selectielijst reeds geïmplementeerd.

-

Beheer organiseren op emailarchivering.

-

Beheer organiseren op tekstberichten.

VNOG is aangesloten bij het initiatief van de VNG: de selectielijst e-mailbewaring.

VNOG wacht de ontwikkelingen bij het bedrijf af dat nu de website van VNOG en een aantal ac­ counts van sociale media archiveert.

-

Beschikken over een informatiebeheerplan (minimaal: inzicht in werkprocessen, proceseigenaar, in welke applicaties welke data/documenten staat, hoe het beheer is geregeld).

VNOG heeft nog geen informatiebeheerplan opgesteld; dit volgt nog.

-

Een kwaliteitssysteem hanteren voor het informatiebeheer, zoals vastgelegd in artikel 16 van de Archiefregeling.

De mogelijkheden van een systeem zijn in onderzoek genomen. -

Een metagegevensschema vastleggen en aan elk blijvend te bewaren informatieobject metage­ gevens koppelen.

Een metagegevensschema is nog niet vastgelegd; dit volgt nog.

Pagina 52 van 101

4.8. Toekomstparagraaf Op 15 januari 2020 heeft het AB de Toekomstvisie voor VNOG vastgesteld, inclusief bijbehorende Opdrachten om deze Toekomstvisie te realiseren. De Opdrachten moeten in de periode 2020-2026 worden uitgevoerd. In het voortraject van de totstandkoming van de Toekomstvisie zijn de raden nauw betrokken geweest. De Toekomstvisie vormt de basis van het regionaal beleidsplan en van de begrotingen. De uit te voeren Opdrachten zijn in de begroting verwerkt (de Opdrachten zijn daarin opgenomen bij de betreffende programma's), alsook de financiële effecten van de Toekomstvisie.

De Toekomstvisie vormt het antwoord van VNOG op de twee vragen die de samenleving aan VNOG stelt: -

Ik heb hulp nodig! (bij brand, ongevallen, rampen, crises)

-

Leer mij gevaar te voorkomen. (veilig wonen, werken en recreëren)

Burgers, bedrijven, instellingen en overheden stellen deze vragen. VNOG moet, op grond van haar wettelijke taken en verantwoordelijkheden uit de Wet veiligheidsregio's, deze vragen beantwoorden. De Toekomstvisie beoogt, in antwoord op die beide vragen, op hoofdlijnen het volgende te realise­ ren: -

VNOG is dé organisatie in de regio voor samenwerking aan veiligheid. Het is een operationele or­ ganisatie, die bij een crisissituatie of ramp nu en in de toekomst garant staat voor professionele hulpverlening aan inwoners en bezoekers van de regio.

-

VNOG is een regio waar veilig en gezond gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden. VNOG speelt in op demografische en maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op heden­ daagse en toekomstige veiligheidsrisico's. VNOG is een toekomstbestendige veiligheidsregio.

-

VNOG richt zich op: "

Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises (maatschappe­

"

Zelfredzaam en risicobewust (Opgave 1);

"

Vakbekwaam en deskundig (Opgave 2);

"

Sterke informatiepositie (Opgave 3);

"

Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers (randvoorwaarde) (Opgave 4).

lijke opdracht) (Opgave 0);

Dit zijn de Opgaven van VNOG. De Opgaven komen als rode draad in de opgavegerichte begrotin­ gen steeds weer terug. De doelstellingen op de programma's in de programmabegroting zijn ge­ relateerd aan de Opgaven en in de begroting zijn ook indicatoren opgenomen, waarmee de pres­ taties op de Opgaven/doelstellingen lopende het jaar periodiek worden gemeten. -

VNOG werkt met compacte en slagvaardige posten met goed getrainde vrijwilligers vanuit een versterkte informatiepositie.

-

Dit alles moet leiden tot een solide veiligheidsregio voor de lange termijn.

-

De missie van VNOG is: Samen werken aan veiligheid. De kernwaarden zijn: Daadkrachtig - Des­ kundig - Gepassioneerd.

Uit de Toekomstvisie volgen intensiveringen op bepaalde beleidsterreinen (bijv. beter geoefend per­ soneel), maar er zijn ook structurele besparingen (bijv. 'minder rubber en metaal'). Aan het einde van de looptijd van de Toekomstvisie, in 2026, wordt er per saldo structureel ruim 5 ton bezuinigd ten opzichte van de gerepareerde begroting 2019. Daarnáást zijn begin 2020 aanvullende efficiencymogelijkheden gezocht en gevonden. De besparingen zijn verwerkt in de meerjarenbegroting.

De komende jaren kunnen externe autonome ontwikkelingen en nieuw beleid (bijvoorbeeld als ge­ volg van gewenste aanvullende dienstverlening vanuit de gemeenten, het Rijk of het VNOG bestuur) leiden tot kostenstijgingen, die een stijging van de gemeentelijke bijdragen tot gevolg kunnen

Pagina 53 van 101

hebben. Als dit soort ontwikkelingen zich voordoen, zullen die, als gebruikelijk, éérst in de Kadernota's worden geschetst, zodat daar dan besluitvorming over kan plaatsvinden.

Uitvoering Toekomstvisie-Opdrachten in 2022 Het document Toekomstvisie-Opdrachten bestaat uit 58 punten. De punten 1 t/m 20 bevatten de Toekomstvisie, de punten 21 t/m 58 zijn de Opdrachten. Sommige Opdrachten kennen een subnummer; daardoor zijn er in totaal 41 Opdrachten. Eén Opdracht betreft een constatering, zodat er 40 Opdrachten zijn om uit te voeren. De Opdrachten uit de Toekomstvisie moeten in de periode 2020­ 2026 worden uitgevoerd. VNOG heeft een planning gemaakt voor de uitvoering van de Opdrachten. De meeste Opdrachten kennen een geleidelijke opbouw en meerjarige looptijd.

In 2022 zijn 2 Opdrachten afgerond, zodat het totaal aantal afgeronde Opdrachten nu op 22 uitkomt. De ontstane vertragingen (met name door COVID-19) zijn weer verder ingelopen. Kenden bij de vo­ rige rapportage (bij de Halfjaarapportage 2022) nog 8 Opdrachten een vertraging, nu zijn dat er 7 en de vertragingen worden komende tijd nog verder ingelopen. Het aantal Opdrachten dat op schema ligt is 11. Diverse Opdrachten staan op de planning om in de eerste helft van 2023 af te ronden.

22

KLAAR________ ļ Opdrachten afgerond.

1 11 7 0

Constatering Op schema Vertraging Verstoord

41

Totaal

Opdracht is dus feitelijk geen opdracht. Opdrachten gestart, afronding is volgens planning later en loopt op schema. Opdrachten gestart, afronding is volgens planning later, maar heeft achterstand opgelopen. | Opdrachten waren gepland om af te ronden, maar dat is niet gelukt.

Vooral COVID-19 is er de oorzaak van dat er afgelopen jaren vertragingen zijn ontstaan, maar ook an­ dere externe ontwikkelingen hebben effect gehad op de uitvoering. Zo zorgt de Oekraïne-crisis, het wereldwijde tekort aan grondstoffen en computerchips voor vertraging in de uitlevering van materi­ eel/materialen c.q. de nog lopende aanbestedingstrajecten. Doordat onze leveranciers niet, of pas later kunnen leveren, is ook onze planning aangepast. Bovendien stijgen prijzen en stijgt de rente.

In het najaar van 2022 is intern een "mid-term review" op de Toekomstvisie-Opdrachten uitgevoerd, waarin meer in detail naar de voortgang van de Toekomstvisie is gekeken, met name gericht op de huidige status van de grotere Opdrachten en de eventuele toekomstige gevolgen. Inzoomend op met name de Opdrachten met grotere financiële impact is hierbij geconcludeerd dat door diverse econo­ mische en maatschappelijke ontwikkelingen, zoals prijsstijgingen en de landelijke ontwikkelingen rondom bouwsteen 1 (het afschaffen van kazernering en consignatie voor vrijwilligers) sommige Op­ drachten, in afstemming met het bestuur, zijn vertraagd of inhoudelijk bijgesteld. Gedurende de res­ terende looptijd van de Toekomstvisie-Opdrachten worden ontwikkelingen die hiermee samenhan­ gen gevolgd, indien nodig financieel doorgerekend, en met het bestuur besproken

In bijlage 2 is een gedetailleerd overzicht opgenomen van de stand van alle Opdrachten, waarin per Opdracht zaken worden toegelicht. Er wordt op hoofdlijnen zowel ingegaan op planning, proces en inhoud.

Ondertussen is in 2022 ook al nagedacht over de periode na het aflopen van de Toekomstvisie in 2026. Er is gekeken naar maatschappelijke ontwikkelingen en trends. Eerste ideeën over met welke (nieuwe) uitdagingen VNOG te maken krijgt, wat de samenleving gaat verwachten en hoe VNOG zich hierbij kan positioneren, zijn verkend. Deze verkenning gaat de komende tijd door en zal t.z.t. wor­ den meegenomen in het traject van het nieuwe Regionaal Beleidsplan, dat in 2024 formeel zal star­ ten en waarbij de raden conform de Wet weer zullen worden geconsulteerd.

Pagina 54 van 101

H. Jaarrekening

P3gina 55 van 101

5. Balans per 31 december 2022 ACTIVA Ultimo 2022

Ultimo 2021

44.922.199

43.109.750

44.922.199

43.109.750

Vorderingen op openbare lichamen

1.386.085

889.859

Uitzettingen in 's Rijks schatkist < 1 jaar

3.210.334

6.108.938

441.411

147.509

5.037.829

7.146.306

14.016

30.747

1.638.283

2.070.756

Vooruitbetaalde bedragen

1.285.969

1.380.506

Totaal Overlopende activa

2.924.252

3.451.262

TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA

7.976.097

10.628.315

52.898.296

53.738.065

VASTE ACTIVA

Materiële vaste activa

investeringen met een economisch nut Totaal materiële vaste activa VLOTTENDE ACTIVA

Uitzettingen < 1 jaar

Rekening courant verhouding met Rijk Overige vorderingen Totaal Uitzettingen < 1 jaar

Liquide middelen

Overlopende activa

Nog te ontvangen bedragen van Overige Nederlandse Overheidslichamen Overige nog te ontvangen bedragen

TOTAAL ACTIVA

Pagina 56 van 101

PASSIVA Ultimo 2022

Ultimo 2021

Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening

2.360.352

5.255.817

Algemene reserve

1.135.114

1.135.114

Bestemmingsreserves

13.687.418

9.133.557

Totaal Eigen Vermogen

17.182.885

15.524.488

Voorzieningen

1.481.560

1.179.444

21.313.154

24.885.534

VASTE PASSIVA

Eigen Vermogen

Vaste schulden > 1 jaar Onderhandse lening binnenlandse banken en overige financiële instellingen Onderhandse lening van openbare lichamen

2.138.702

3.181.008

Totaal Vaste schulden > 1 jaar

23.451.856

28.066.542

TOTAAL VASTE PASSIVA

42.116.301

44.770.474

Banksaldi

1.344.882

1.093.099

Overige schulden

4.219.251

1.137.703

Totaal Netto vlottende schulden < 1 jaar

5.564.133

2.230.802

65.789

49.078

Overige overlopende passiva

5.152.072

6.687.711

Totaal Overlopende passiva

5.217.862

6.736.789

TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA

10.781.995

8.967.591

52.898.296

53.738.065

VLOTTENDE PASSIVA

Netto vlottende schulden < 1 jaar

Overlopende passiva Overige vooruit ontvangen bedragen

TOTAAL PASSIVA

Pagina 57 van 101

6. Overzicht van baten en lasten Programma

Begroting

Begroting na

Realisatie

Verschil

2022

wgziging

2022

2022

2022 Baten

l.Ū RİĒİCŨ- en crisisbeheersing

333.000

2.117.000

2.266.344

2.Ū Brandweerzorg

14.000

191.000

206.209

15.209

3.Ū GHOR

4B.000

4B.000

30.519

-17.4B1

4.Ũ MON

5S0.000

705.000

710.677

5.677

5.Ū Directie en control

149.344

0

252.B00

455.77B

202.97B

5.000

67.500

71.259

3.759

7.Ū Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

56.350.000

56.776.620

56.705.015

-71.605

&.Ū Kazernes in eigendom en overgangsrecht

3.239.000

3.177.000

3.369.132

192.132

60.569.000

63.334.920

63.814.933

480.013

6.Ū Bedrijfsvoering

Totaal Baten Lasten

l.Ū Risico- en crisisbeheersing

7.013.200

9.577.200

9.412.511

164.6B9

2.Ū Brandweerzorg

29.613.010

30.240.210

2B.3B2.922

1.&57.2BB

3.Ū GHOR

1.B14.000

1.B99.600

1.739.044

160.556

4.Ũ MON

1.635.000

1.BB0.300

1.746.777

133.523 -30B.B92

5.Ū Directie en control

79B.000

1.190.600

1.499.492

6.Ū Bedrijfsvoering

13.3B2.B70

15.B75.920

14.933.046

942.B74

7.Ū Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

3.416.920

2.2B2.930

1.073.614

1.209.316

&.Ū Kazernes in eigendom en overgangsrecht Totaal Lasten Totaal sakJo baten en lasten

3.239.000

3.177.000

3.369.132

-192.132

60.912.000

66.123.760

62.156.538

3.967.222

-343.000

-2.708.840

1.658.395

-4.447.235

39B.000

3.2B9.B40

2.B13.546

476.294

Mutaties reserves

Onttrekkingen Toevoegingen SakJo reserve

Resultaat

55.000

501.000

2.111.5BB

-1.610.5BB

343.000

2.738.840

701.957

2.086.883

O

O

2.360.352

-2.360.352

Begrotin gsrech tm atigheid De jaarrekening 2022 sluit met een voordelig saldo. Programma '5. Directie & Control' is niet binnen de begroting gebleven. Dit levert een financieel-technische overschrijding op programmaniveau op van C 105.914. De overschrijding wordt veroorzaakt doordat hier de personeelskosten van enkele boven formatieve medewerkers worden verantwoord. Deze kosten worden gecompenseerd binnen het geheel van de personele begroting waarop de directeur en het MT gezamenlijk sturen. Zie hier­ voor de analyse op hoofdlijnen. Van begrotingsonrechtmatigheid is om deze reden geen sprake. Ook programma 8. 'Kazernes in eigendom en overgangsrecht' kent een begrotingsoverschrijding. Dit pro­ gramma wordt echter 1 op 1 afgerekend (in lijn met het beleid) met de betreffende gemeenten, zo­ dat dit geen wezenlijke begrotingsonrechtmatigheid oplevert. De overige programma's zijn binnen de begroting gebleven. De in het jaarverslag toegelichte activiteiten passen binnen de inhoudelijke doelstellingen van VNOG zoals deze in de begroting 2022 zijn geformuleerd.

Pagina 58 van 101

6.1. Verklaring resultaat 2022 op hoofdkostensoorten Het positief jaarresultaat 2022 bedraagt C 2.360.000. Hieronder worden de grootste verschillen tus­ sen de begroting 2022 (na wijzigingen) en de realisatie toegelicht. Deze is zoals gebruikelijk opgesteld voor een aantal hoofdkostensoorten: personeel (inclusief inhuur en verhuur), vrijwilligers, exploitatie kapitaallasten en renteresultaat. De uitkomsten komen grotendeels overeen met de prognose bij de Halfjaarrapportage 2022. Toen werd een saldo van C 2.865.000 voorzien. Het verschil wordt onder meer veroorzaakt door verplichtingen uit de CAO gemeenten (éénmalige personeelskosten buiten de invloed van VNOG) en door gestegen prijzen.

Onderstaande tabel vergelijkt de uitkomsten over 2022 met de twee voorgaande jaren.

Verklaring resultaat op hoofdlijnen

2020

2021

2022

Verschil

Verschil

Verschil

Personeel

998.000

627.000

160.000

Vrijwilligers

1.950.000

1.303.000

390.000

Exploitatie (excl. COVID-19 uitgaven)

2.430.000

3.158.000

1.554.000

COVID-19 uitgaven (voor rekening VNOG)

-617.000

-32.000

0

Kapitaallasten

-

-

0

Renteresultaat

168.000

200.000

256.000

4.929.000

5.256.000

2.360.000

Totaal Personeel

De hoofdcomponent personeel kan uitgesplitst worden naar de drie componenten salarissen & soci­ ale lasten, inhuurkosten en detachering. Onderstaande tabel geeft inzicht in deze drie componenten.

Personeel Salarissen + sociale lasten Inhuurkosten (exclusief Oekraïne) Detachering

Totaal

Verschil 580.000 -602.000 182.000

160.000

De component salarissen & sociale lasten wordt beïnvloed door de aanwezigheid van vacature­ ruimte. Om flexibiliteit in de organisatie te houden, is het invullen van vacatures geen automatisme en wordt er gestuurd op het hebben van enige onderbezetting. Daarmee kunnen bovendien uitgaven voor noodzakelijke inhuur worden gedekt (zie hieronder). Tevens is in het kader van 'De Expeditie' doorstroming van personeel mogelijk gemaakt door tijdelijk een dubbele bezetting op enkele func­ ties te accepteren middels een 'dakpanconstructie' van twee à drie jaar.

Voorts zijn er in de loop van het jaar kosten ontstaan door een CAO-wijziging voor de beroepsmede­ werkers, die leidde tot een extra betaling in december. Tenslotte zijn enkele voorzieningen getroffen voor wettelijk spaarverlof (verplicht) en voor medewerkers die de organisatie hebben verlaten.

De kosten voor inhuur hebben betrekking op de uitvoering van reguliere taken waarvoor op dat mo­ ment door een vacature, ziekte of project geen interne capaciteit beschikbaar was. De belangrijkste posten binnen deze component zijn: ^

Interim teamleider(s) deels gedekt uit reserve

^

Projectleider vervanging hardware (MDT's) deels gedekt uit reserve

^

HRM adviseur deels gedekt door bijdrage van andere deelnemende regio's i.v.m. LMS

^

Salarisadministratie gedekt uit vacature

^

Adviseur(s) externe en industriële veiligheid

Pagina 59 van 101

^

Projectondersteuning Melkamer (MKON - nieuw) (kosten gedeeld in Oost-5)

^

Ondersteuning BOR Meldkamer (MKON - nieuw) (kosten gedeeld met Oost-5)

^

Projectondersteuner inkoop- en verplichtingentraject

^

Vervanging roosterplanner

Er zijn kosten in rekening gebracht aan aanverwante organisaties voor uitvoering van werkzaamhe­ den en projecten door aan hen gedetacheerde medewerkers. Dit betreft enkele medewerkers, die een aanstelling boven de sterkte hebben.

Vrijwilligersvergoedin gen Het budget voor vrijwilligersvergoedingen wordt extracomptabel onderverdeeld in diverse deelbud­ getten ten behoeve van een optimale sturing. Het deelbudget voor inzetten (uitrukken) is in 2022 overschreden. Conform beleid is deze overschrijding (1.815.000 - 2.017.544 = - 202.544) ten laste gebracht van de egalisatiereserve 'uitrukken', omdat dit onderdeel niet voorspelbaar is. Hieronder een overzicht op deelniveau van het vrijwilligersbudget 2022:

onderwerp

Budget exclusief werkgeverslasten 2022

Geregistreerde uren exclusief werkgevers­ lasten

vaste vergoeding

1.095.000

1.164.602

inzeturen

1.815.000

2.017.544

kazernering

1.245.000

1.214.576

akbekwaam blijven

1.600.000

1.576.776

vakbekwaam worden

480.000

521.882

ondersteuning vakbekwaamheid

555.000

313.147

PPMO

125.000

105.168

keuringen

55.000

17.224

brandveilig leven

20.000

1.861

vergaderen

50.000

40.420

onderhoud

150.000

134.610

declaraties

120.000

109.189

overig totaal exclusief werkgevers­ lasten diversen w.o. werkgeverlasten en inhuur totaal uitgaven vrijwilligers­ vergoedingen

135.000

80.265

7.445.000

7.297.264

848.000

605.035

8.293.000

7.902.299

resultaat

390.701

Bij de Halfjaarrapportage 2022 werd een onderschrijding van C 500.000 verwacht op het totale bud­ get voor vrijwilligersvergoedingen. Met de toevoeging uit de egalisatiereserve 'uitrukken' komt het resultaat uit op C 593.245 positief.

Exploitatie Navolgende tabel geeft het verschil in exploitatiekosten per programma weer. Met uitzondering van het programma Directie & Control kennen alle programma's een onderschrijding. In paragraaf 6.2 is een uitgebreidere toelichting per programma opgenomen.

Pagina 60 van 101

Resultaat Exploitatiekosten

2022

Programma 1. Risico- en Crisisbeheersing

286.000

2. Brandweerzorg

536.000

3. GHOR

-11.000

4. MON

21.000

5. Directie en Control

161.000

6. Bedrijfsvoering

124.000

7. Algemene Dekkingsmiddelen

Totaal

437.001

1.554.000

De totale onderschrijding ligt in lijn met de Halfjaarrapportage 2022, toen een resultaat van C 1.985.000 werd verwacht.

In 2022 waren er geen directe kosten voor COVID-19, anders dan de facilitaire kosten als werkgever.

Kapitaallasten (rente en afschrijving) In de begroting 2022 is een budget van C 6.230.550 opgenomen voor kapitaallasten (rente en af­ schrijving exclusief kazernes) en een toevoeging aan de egalisatiereserve afschrijvingen van C 55.000. De werkelijke kapitaallast is C 4.983.064 en is daarmee C 1.247.486 lager dan begroot. De oorzaak hiervoor ligt met name in (in de afgelopen jaren) uitgestelde investeringen in brandweermateriaal/materieel. Het verschil is na aftrek van de reeds begrote toevoeging aan de egalisatiereserve afschrij­ vingen toegevoegd. Hiernaast is ook de opbrengst van de verkopen materieel (C 132.483) conform staand beleid toegevoegd aan de egalisatiereserve afschrijvingen.

Programma Risico- en Crisisbeheersing Brandweerzorg Brandweerzorg (extra afschrijving)

Werkelijk 2021

Begroting 2022

Werkelijk 2022

Restant 2022

16.706

48.000

32.616

15.384

4.084.786

4.886.700

4.094.335

792.365 136.926

63.583

238.200

101.274

GHOR

-

-

-

-

MON

-

-

-

-

Directie & Control

-

-

-

-

Bedrijfsvoering

826.110

1.057.650

754.839

302.811

Bedrijfsvoering (extra afschrijving)

136.742

-

-

-

-

-

-

-

Algemene Dekkingsmiddelen

5.127.927

6.230.550

4.983.064

Kazernes in eigendom en overgangsrecht

677.997

683.000

682.220

780

Bijdragen van de individuele gemeenten

-677.997

-683.000

-682.220

-780

0

0

COVİD-19-uitgaven Voor een toelichting op COVID-19-uitgaven wordt verwezen naar paragraaf 4.4.

Pagina 61 van 101

0

1.247.486

0

6.2. Specificatie per programma In deze paragraaf wordt per programma een tabel met de realisatie per product en een tabel met een toelichting op overschrijdingen en overschotten vanaf C 25.000 gepresenteerd.

Programma 1. Risico- en Crisisbeheersing Product

L/B

Begroting

Begroting na

Realisatie

Verschil

2022

wftīHiīiiq

ZOZZ

ZOZZ

zozz

Ül, PERSONELE KOSTEN-Personele kosten

Baten

23. REGIONAAL BRANDMELDSYSĨEEM-Regionaal Brandmeldsysteem

90, OVERIG-Overig

95, RENTE EN AFSCHRIJVING-Rente en afschrijving

38,598

38,598

Lasten

Ě.033,000

6,^57,700

6.675.72Ą

-218,024

Saldo

-6jft33.0W»

-6vt57.700

- 6.637.1 Z7

179vtZ7

Baten

333,000

967.000

1,327,7-17

360,747

Lasten

333,000

750.500

9-M, 322

-193,822

Saldo

0

zie.soo

3S3vļZ4

-166.9Z4

Baten

0

1,150,000

900,000

-250,000

Lasten

599,200

2,321,000

1,759,8-19

561,151

Saldo

-S99.Z00

-1.171.000

-SS9,Ä49

-311.1S1

Baten

99, MUTATIE [S) RESERVE(S)-Mutatie(s) reserve(s)

Lasten

-10,000

-18,000

32,616

15,384

Saldo

-4Sj000

-4S.OOO

-3Z.616

-13.384

-&.680.Z00

-7vļ60.Z00

-7.146.167

-314.034

nadee!

nadeei

nadee/

voordeel

153,000

759,500

541,573

-217,927

Baten Lasten Saldo

Totaal saldo baten en lasten

Mutaties reserves

1,0 Risico-en crisisbeheersing

Baten Lasten Saldo

-15,384

SZ6.ie9

Z33.311

153j000

7S9.S00 7S9.S00

SZ6.ie9

Z33.311

vooràesi

vooràssi

voordes!

nadee/

-6.SZ7.Z00

-6.700.700

-6.619.978

-80.7ZZ

nadee/

nadee/

nadee/

voordeel

Saldo reserves

Resultaat

15,384

Toelichting op Voordeel (V)ZNadeel (N) vanaf C 25.000 01. Personele kosten Saldo op salarissen, inhuur en detachering personeel wordt op totalen verantwoord en toegelicht in Ş 6.1.

N

-179.427

28. Regionaal Brandmeldsysteem De omzetting van de aansluitingen van RBS naar externe marktpartijen is in 2022 later in gang gezet dan waar­ mee in de projectplanning en de begroting 2022 rekening was gehouden. Daarnaast hadden de externe par­ tijen moeite om leveranciers te vinden om de migratie technisch te kunnen realiseren door een gebrek aan voldoende technisch geschoold personeel. Dit heeft geleid tot flinke vertraging van de migratie. De keerzijde hiervan was dat er daardoor ook veel meer inkomsten voor RBS gerealiseerd konden worden zodat aanwen­ ding van de bestemmingsreserve in 2022 niet nodig is gebleken. V

166.924

90. Overig - Overige processen Crisisbeheersing Als gevolg van de inzet ten behoeve van de coördinatie van de opvang van de Oekraïners zijn activiteiten door­ geschoven en zijn budgetten niet uitgegeven.

29.600

- Risicobeheersing veranderkosten Voor opleidingen in kader Omgevingswet is extra budget beschikbaar gesteld. Het steeds weer opschuiven van

48.800

de invoeringsdatum van de omgevingswet leidt ook tot het later aanwenden van deze extra gelden. Daarnaast zijn opleidingskosten gedrukt door het inzetten van eigen medewerkers, door het inzetten van kennis en ex­ pertise vanuit gemeenten en door het organiseren van in company trainingen - Programma zelfredzaam en risicobewust (inclusief project R!SQ) Dit project is grotendeels maar niet geheel afgewikkeld in 2022, waardoor er een onderschrijding is van het budget.

V

Overige verschillen elk kleiner dan 25.000

V

14.851

V

311.151

V

15.384

95. Rente en afschrijving

Pagina 62 van 101

217.900

Resultaat voor bestemming (V)

314.034

1.0 Mutaties reserves - Toevoeging: toevoeging kapitaallasten aan egalisatiereserve afschrijving C 15.384.

N

-15.384

N

-217.927

N

-233.311

- Onttrekking: tijdelijke reserve incidentele veranderkosten C 33.000, reserve zelfredzaamheid C 298.573, re­ serve frictiekosten C 120.000. De onttrekkingen aan de reserve Zelfredzaam zijn gelijk aan de werkelijke uitgaven in 2022 en lager dan be­ groot omdat het programma niet in 2022 is afgerond maar doorloopt in 2023.

Resultaat na bestemming (V)

80.722

Pagina 63 van 101

Product

L/B

Begroting

Begroting na

Realisatie

Verschil

2022

wīĮzīgīiig

ZOZZ

ZOZZ

ZOZZ

01, PERSONELE KOETEN-Brandweerzorg

Baten

02, VRIJWILLIGERS VERGOEDINGEN-Brandweerzorg

Lasten

10,503,700

10,016,860

10,300,886

-284,026

Saldo

-10.S03.700

-io.oie.seo

-10300.886

ZS4.0Z6

9,077

9,077

Lasten

7,891,000

8,293,000

7,911,376

381,624

Saldo

-7.S91.000

-S.Z93.000

-7.90Z.Z99

-390.701

Baten

08, VRIJWILLIGERS OVERIG-Brandweerzorg

Baten

20, OPERATtONELE VOORBEREIDING-Brandweerzorg

Lasten

192,560

196,000

226,496

-30,496

Saldo

-19Ï.S60

-i9e.ooo

-ZZ6.496

30.496

Baten

21, MATERIEEL EN LOGI^EK-Brandweerzorg

Lasten

50,000

30,000

8,329

21,671

Saldo

-so.ooo

-30.000

-S.3Z9

-Z1.671

1,263

1,263

Lasten

2,820,220

3,138,020

2,727,924

410,096

Saldo

-z.szo.zzo

-3.13S.0Z0

-z.7ze.eeo

-411.360

Baten

ZA. VAKBEKJfVAAM WORDEN EN BLIJVEN-Brandweerzorg

Baten

90, OVERIG-Brandweerzorg

95, RENTE EN AFSCHRIJVING-Brandweerzorg

Lasten

3,213,530

3,221,530

2,828,592

392,938

Saldo

-3.Z13.530

-3.ZZ1.530

-Z.SZ8.59Z

-39Z.93S

Baten

H,000

191,000

195,868

4,868

Lasten

145,000

219,900

183,710

36,190

Saldo

-131.000

-ZS.900

1Z.159

-41.059

Baten

99, MLľTATIE[S) RESERVE(S)-Mutatie(s) re3erve(s)

Lasten

4,797,000

5,124,900

4,195,609

929,291

Saldo

-4.797.000

-5.1Z4.900

-4.195.609

-9Z9.Z91

-Z9.599.010

-30.049.Z10

-ZS.l 76.714

-1.S7Z.496

nadeel

nadeel

nadeel

voordeel

Baten Lasten Saldo

Totaal saldo baten en lasten

Mutaties reserves

2,0 Brandweerzorg

Baten

616,400

733,818

117,418

1,292,394

-1,292,394

eie.400

-558.575

1.174.975

eie.400

-558.575

1.174.975

voordeel

nadeel

nadeel

-Z9.599.010

-Z9.43Z.S10

-ZS.735.ZS9

-697.5Z1

na deel

nadeel

nadeel

voordeel

Lasten Saldo Saldo reserves

Resultaat

Toelichting op Voordeel (Vj/Nadeel (N) vanaf C 25.000 01. Personele kosten Saldo op salarissen, inhuur en detachering personeel wordt op totalen verantwoord en toegelicht in Ş 6.1.

-224.000

Het budget voor personeelsactiviteiten is overschreden doordat na een tweetal COVID-19 jaren veel aandacht

-63.860

is besteed aan het herstel van de verbinding tussen medewerkers, vrijwilligers en derden. Hierdoor heeft een inhaalslag plaatsgevonden wat betreft huldigingsmomenten en bijeenkomsten. Er is een relatie met de onderschrijding op punt 90 (zie onder), representatiekosten en externe personeelskosten. Diverse verschillen elk voor zich kleiner dan C 25.000.

3.834

N

284.026

V

390.701

02. Vrijwilligersvergoedingen Zie toelichting in Ş 6.1 .

08. Vrijwilligers Overig Het nadeel wordt veroorzaakt door de kosten van "Zorg voor personeel". Op deze kostensoort is C 41.000 meer uitgegeven dan begroot. Kosten die op deze kostensoort worden geboekt zijn niet alleen de bloemen en fruitmanden voor 'lief en leed' maar ook grotere kosten als afscheid van personeel of zelfs brandweertaken. Zo is het afscheid van de duikers van Heerde, als gevolg van het beëindigen van de duiktaak, ook op dit budget geboekt. Het budget van C 1.000 per district is hiervoor ontoereikend en dit is bij de begroting van 2023 gecor­ rigeerd. Het nadeel op zorg voor personeel is voor een deel gecompenseerd door voordelen bij Brandweerwedstrijden (C 4.000) en kosten van de verschillende personeelsverenigingen (C 5.000).

N

Pagina 64 van 101

30.496

veilìgheidsregio ^ Noord-en OostGelderland

20. Operationele voorbereiding De nasleep van Corona en druk op diverse nieuwe en bestaande projecten hebben ervoor gezorgd dat het on­ derdeel innovatie geen aandacht heeft gekregen. In de coronatijd is veel planvorming en procedures geactualiseerd, vernieuwd of aangepast wat ervoor heeft gezorgd dat er in 2022 slechts beperkte aanpassingen hebben plaatsgevonden. V

21.671

21. Materieel en Logistiek - het kledingbudget is onderschreden en dit bedrag is toegevoegd aan de egalisatiereserve nieuw operationeel uniform. Op dit budget worden zo min mogelijk uitgaven gedaan omdat vanaf 2023 het nieuwe uniform wordt

367.545

uitgerold waarbij de egalisatiereserve wordt ingezet. 25.000

- het budget voor onderhoud aan Waterwinplaatsen is niet gebruikt omdat er geen zaken zijn uitgevoerd die door de brandweer betaald moeten worden. - voor de CBRN taak zijn de middelen die hiervoor in 2022 beschikbaar waren niet volledig gebruikt

42.000

- er is laat gestart met het aanbieden van de ademlucht cilinders voor onderhoud in 2022 waardoor er minder kosten zijn gemaakt. Dit wordt in 2023 ingehaald.

52.000

- door het verouderde wagenpark en de stijgende kosten is de post onderhoud voertuigen overschreden waar­ -72.000

onder de reparatie aan een voertuig van C 24.000 (versnellingsbak defect) - bij materialen (onderhoud, aanschaf, keuringen) is een overschrijding ontstaan die voor een groot deel wordt veroorzaakt door prijsstijgingen.

-47.000

- voor de vervanging van uitrukkleding is een jaarlijks budget beschikbaar. Dit bedrag was dit jaar niet volledig 56.000

noodzakelijk Overige verschillen elk kleiner dan 25.000.

12.185 V

411.360

24. Vakbekwaam worden en blijven Vakbekwaam worden

-34.134

Doordat de looptijd van sommige opleidingen, als gevolg van de nasleep van Corona, langer is zijn deze kosten verdeeld over een langere periode en verschillende jaren. Verder is de nieuwe opleiding redvoertuig uitgesteld tot 2023 en ligt de oude prijs een stuk lager dan de te verwachten nieuwe prijs. 2 kandidaten die de leergang Officier van Dienst (OVD) in 2022 volgden konden pas in september starten in plaats van januari. Daardoor zijn de bedragen voor de examens later gefactureerd. Er zijn meer mensen opgegeven voor rijbewijzen dan er daadwerkelijk zijn geweest. Dit betekent niet alleen budget over op rijbewijzen maar ook geen afname van de opleidingen brandweerchauffeur en pompbediener.

Vakbekwaam blijven

427.072

Wat betreft HV (hulpverlening) hebben de posten minder gebruik gemaakt van de aantallen die begroot zijn. Dit had te maken met de nasleep van Corona en het versneld invoeren van het deelproject 5 blusvoertuigen waardoor er minder HV momenten waren. Voor brand zijn er 3 RO (realistisch oefenen) momenten vervallen door Corona, 2 momenten verkeerd gepland en voor 3 momenten hadden zich onvoldoende vrijwilligers aan­ gemeld waardoor het moment niet door kon gaan. Door een toenemende druk op de totale oefenplanning en onze instructeurs is besloten om 2 (de 81 BR-103 en de 91 BR-103(A) momenten te annuleren. Helaas hebben we in 2022 geen gebruik kunnen maken van het vakbekwaamheidsplein ASK 't Harde en zijn hier geen bedra­ gen op uitgegeven. Voor de ROF (regeling operationele functionarissen) trainingen is men uitgegaan van het totaal aantal functionarissen. Echter heeft niet iedereen alle (buitenland) trainingen kunnen volgen. Ook zijn er in 2021 al een aantal personen naar deze training geweest die dus niet ten laste kwamen van de begroting van 2022. Verder zijn er diverse lunches niet afgenomen en is het LRH (levensreddend handelen)/AED te hoog begroot omdat veel van onze ROF-functionarissen tevens bij een brandweerpost betrokken zijn en daar deze training volgen. V

392.938

- Opleidingen en cursussen. Dit budget kent t.o.v. het begrote bedrag een overschrijding veroorzaakt door een

-55.000

90. Overig

inhaalslag. - Het budget voor representatiekosten en externe personeelskosten onderschreden. Dit moet in verband ge­

46.730

zien worden met de overschrijding bij Zorg voor personeel onder personeelskosten. 49.329

- Diverse verschillen elk voor zich kleiner dan 25.000. V 95. Rente en afschrijving In 2021 is een groot aantal kredieten voor 2021 af geraamd, nadat de begroting voor 2022 was opgesteld. Dit verklaart het verschil tussen de begrote en verwachte realisatie van kapitaalslasten in 2022. Het af te ramen bedrag had te maken met een vertraging op de uitvoering van het materieelspreidingsplan als gevolg van het wereldwijde tekort aan grondstoffen en oplopende prijzen van materiaal en materieel. Conform beleid wor­ den de verschillen tussen de begrote en werkelijke kapitaallasten gestort in de egalisatiereserve afschrijvin­ gen.

Pagina 65 van 101

41.059

V

929.291

Resultaat voor bestemming (V)

1.872.496

99. Mutaties reserves - Toevoeging:

1.292.394

Egalisatiereserve afschrijvingen: verkoop materieel C 132.483 en onderschrijding kapitaallasten C 807.365 Egalisatiereserve nieuwe operationele uniformen C 367.545 (begroot minus werkelijke uitgaven kleding). - Onttrekking:

-117.419

Egalisatiereserve afschrijvingen: extra afschrijving afgestoten materieel C 101.274: begroot was de afstoot van 2 vrachtwagens in 2022 (C 238.200 restant boekwaarde). Er is er 1 afgestoten en deze heeft meer opgeleverd dan begroot waardoor de extra afschrijving C 20.000 lager uitvalt. De 2e vrachtwagen is begin 2023 verkocht. De kapitaallasten van 2 overbruggingsvoertuigen zijn onderdeel van de totale kapitaallasten en toevoeging aan de egalisatiereserve afschrijvingen onder toevoegingen. Egalisatiereserve uitrukken: het verschil tussen de begrote en werkelijke loonsom inzeturen wordt verrekend met deze reserve (zie Ş 6.1 ) C 202.544

Pagina 66 van 101

N

1.189.975

Resultaat na bestemming (V)

682.521

Product

L/B

Begroting

Begroting na

Realisatie

Verschil

ZOZZ

wfjīigīng

ZOZZ

ZOZZ

ZOZZ

01, PERSONELE KOETEN-GHOR

Baten

90, OVERIG-GHOR

95, REhíTE EN AFSCHRIJVING-GHOR

Lasten

1,195,000

1,ZZ4,Ū00

1,076,745

147, Z5 5

Saldo

-1.195.000

-1.ZZ4.000

-1.076.745

-147.Z55

Baten

4S,00Ū

«,Ū00

30,519

-17,481

Lasten

619,000

675,600

66Z,Z98

13,30Z

Saldo

-571.000

-6Z7.600

-631.779

4.179

Baten

99, MUTATIE [S) RESERVE(S)-Mutatie(s) reserve(s)

Lasten

0

Saldo

0

Baten Lasten Saldo

Totaal saldo baten en lasten

-1.766.000

-1.851.600

-1.70S.5Z5

-143.075

nadeel

nadeel

nadeel

voordeel

Z1,Ū00

Zl.OOO

0

Zl.OOO

Zl.OOO

0

Zl.OOO

Zl.OOO

0

Mutaties reserves

3,0 GHOR

Baten Lasten Saldo

Saldo reserves

Resultaat

voordeel

voordeel

-1.766.000

-1.830.600

-1.6S7.5Z5

-143.075

nadeeí

nadeeí

nadeeí

voordeel

Toelichting op Voordeel (V)ZNadeel (N) vanaf C 25.000 01. Personele kosten - Saldo op salarissen, inhuur en detachering personeel wordt op totalen verantwoord en toegelicht in Ş 6.1.

146.754

- Overige personeelskosten kleiner dan 25.000.

500 V

147.254

90. Overig Diverse overige verschillen elk voor zich kleiner dan 25.000.

N

4.179

Resultaat voor bestemming (V)

143.075

3.0 Mutaties reserves

-

Onttrekking: overgehevelde kledingbudget van 2021 naar 2022 C 21.000. Resultaat na bestemming (V)

Pagina 67 van 101

143.075

Toelichting op Voordeel (V)ZNadeel (N) vanaf C 25.000 01. Personele kosten

V

79.066

Dit voordeel is ontstaan doordat het opleidingsbudget in 2022 voor een groot deel niet is aangewend.

V

40.900

Diverse overige verschillen elk voor zich kleiner dan 25.000

V

19.234

Resultaat voor bestemming (V)

139.200

Resultaat na bestemming (V)

139.200

Saldo op salarissen, inhuur en detachering personeel wordt op totalen verantwoord en toegelicht in Ş 6.1. 90. Overig

-

4.0 Mutaties reserves

Pagina 68 van 101

Programma 6. Bedrijfsvoering Product

L/B

Begroting

Begroting na

Realisatie

Verschil

2022

wijziging

2022

2022

2022

Ūl, PERSONELE KOĨTEN-Bedrijfsvoering

22. FACILITAIR-Bedrijfsvoering

Bafen

5,ŪŪŪ

67,500

63,759

-3,741

Lasten

6,-107,000

0,100,100

0,109,491

-1,391

Saldo

-6v4S2.000

-8.040.600

-8.045.732

5.132

Baten

23, HUISVESnNG-Bedrijfsvoering

Lasten

266,500

266,500

246,013

20,487

Saldo

-2ee.soo

-266.500

-246.013

-20vļ87

Baten

61, COMMUNICATIE-Bedrijfsvoering

Lasten

1,294,500

1,294,500

1,414,761

-120,261

Saldo

-1.294.50©

-1.294.500

-lvļl4.761

120.261

Baten

62, MIDDELEN-Bedrijfsvoering

Lasten

67,000

45,500

55,781

-10,281

Saldo

-67.000

-45.500

-55.781

10.281

Baten

63, VERZEKERINGEN-Bedrijfsvoering

Lasten

50,000

50,000

100,502

-50,502

Saldo

-50.000

-50.000

-100.502

50.502

Baten

6A. PERSONEELSZAKEN-Bedrijfsvoering

Lasten

735,500

763,000

714,710

48,290

Saldo

-735.500

-763.000

-714.710

-48.290

5,000

5,000

Lasten

697,000

030,400

512,926

325,474

Saldo

-697.000

-838v4O0

-507.926

-330vļ74

Baten

65, INFORMATIE-Bedrijfsvoering

Baten

66, ARBO-Arbo

Lasten

1,951,070

2,469,270

2,105,700

283,402

Saldo

-1.951.870

-2v469.270

-2.185.788

-283vļ82

Baten

S9, OVERIG-Bedrijfsvoering

Lasten

15-1,500

276,500

216,502

59,918

Saldo

-154.500

-276.500

-216.582

-59.918

2,500

2,500

Lasten

659,000

706,500

621,653

84,847

Saldo

-659.000

-706.500

-619.153

-87.347 [

Baten

95, RENTĪ EN AFSCHRIJVING-Bedrijfsvoering

Baten

99, MUTATIE [S) RESERVE(S)-Mufafie(s) reserve(s)

Lasten

1,020,000

1,057,650

754,839

302,811

Saldo

-1.020.000

-1.057.650

-754.839

-302.811

-13.377.870

-15.e08v420

-14.861.787

-946.633

nadeel

nadeel

nadeel

voordeel

245,000

1,294,000

918,214

-375,786

346,000

648,811

-302,811

948.000

269v404

678.596

Baten Lasten Saldo

Totaal saldo baten en lasten

Mutaties reserves

6,0 Bedrijfsvoering

Baten Lasten Saldo

Saldo reserves

245.000 245.000

Resultaat

948L000

269v404

678.596

voordeel

voordeel

voordeel

nadeel

-13.132.870

-14.860v420

-14.592.383

-268.037

nadeef

nadeel

nadeel

voordeel

Toelichting op Voordeel (Vj/Nadeel (N) vanaf C 25.000 01. Personele kosten - Saldo op salarissen, inhuur en detachering personeel wordt op totalen toegelicht in Ş 6.1.

-5.131

23. Huisvesting - Naast de fors gestegen energieprijzen in 2022 heeft voor de oefenlocatie Loenen afrekening van energie­

-61.000

kosten over 2021 en 2022 plaatsgevonden. Op deze locatie zijn onderhoudswerkzaamheden cf. het MJOP uitgevoerd. In één hal is inbraakbeveiliging geïnstalleerd. - In maart 2022 is de nieuwe kazerne Didam in gebruik genomen. Eenmalig zijn er kosten gemaakt voor opleveringsschoonmaak na de bouw en voor inventaris. Onder andere verrijdbaar kledingrek, koelkast, vriezer, prullenbakken, zeepdispensers en handdoek automaten. Hiernaast heeft installatie

Pagina 69 van 101

-30.700

plaatsgevonden van software voor toegangsbeheer en montage van accespoints VNOG ICT infrastructuur. Al deze zaken hebben hoge kosten geleid. - Ook voor de oefenlocatie Groenlo waren de energielasten fors gestegen.

-24.400

- Vooruitlopend op een definitief akkoord op de begroting van demarcatie waren er in 2022 als werkzaam­

-15.200

heden verricht ten behoeve van de definitieve overgang dienstverlening 2023. - Overige verschillen kleiner dan C 25.000.

11.039

N

-120.261

62. Middelen - Contractmanagement wordt uitgevoerd door NIPV voor landelijke contracten (denk aan Haakarm voer-

-58.400

tuigen, WTS systemen, dienstvoertuigen en energie). Verder is m.n. voor de klacht t.a.v. de aanbesteding TS en het procesbeheersysteem van Risico- en Crisisbeheersing juridisch advies ingekocht. - Overige verschillen kleiner dan C 25.000.

7.898

N

-50.502

V

48.290

63. Verzekering Voor nadere toelichting zie paragraaf Bedrijfsvoering (4.5). Onderschrijding komt door dossiers die nog niet zijn afgehandeld. Hiervan is lastig aan te geven wanneer deze afgehandeld worden. En lopen vaak door in het volgende jaar.

64. Personeelszaken - HRM advies. Daar waar noodzakelijk is in 2022 voor enkele zaken expertise ingekocht; voor enkele com-

27.300

plexe personeelsdossiers een juridisch adviesbureau. Het aantal dossiers wisselt per jaar. Verder is expertise op het gebied van FLO ingehuurd. De expertise op gebied van FLO wordt met 2 jaar verlengd. En daarnaast expertise voor het onderhoud van het functiegebouw van de VNOG. - Assessment vrijwilligers en beroeps.

-28.590

-Tweede loopbaanbeleid. Hiervan wordt nog weinig gebruikgemaakt. Mede i.v.m. het meerjarig landelijk

64.000

onderzoek naar duurzaam inzetbaarheid, de mentale en fysiek belasting. - Mobiliteit: personeelsontwikkeling. Naast het centraal opleidingsbudget hebben de afdelingen een eigen

58.000

opleidingsbudget. - De expeditie/veranderkosten: Leiderschapsprogramma, Professionele vaardigheden, Ontwikkel- en loop-

197.700

baanadvies, duurzaam inzetbaarheid en Mobiliteit: minder uitgegeven dan begroot (blijft in reserve organisatieontwikkeling). Voor toelichting zie paragraaf Bedrijfsvoering (4.5.). - Diverse verschillen elk voor zich kleiner dan 25.000.

11.864 V

330.474

65. Informatie - Ontwikkeling Documentaire Informatievoorziening. De heroriëntatie op het zaaksysteem van de VNOG

79.000

(JOIN) gebeurt pas in 2023. En zit dus in de vertraging. In 2022 was hiervoor budget gereserveerd. Naast de verwachte aanbesteding, zullen er ook kosten zijn voor projectleider kosten in de vorm van externen. - Connectivity. Door het beter beheersen van het aantal gebruikers en het onderbrengen van bepaalde

122.400

diensten bij een andere leverancier, waren de uitgaven 2022 lager dan voorgaande jaren. Bovendien lopen de kosten voor het OMS terug, omdat RBS werkzaamheden overgaan naar een commercieel partij.

43.400

-Licenties Netwerk- en systeembeheer. De kosten voor het monitoren door een externe liepen tot en met oktober 2022 i.v.m. het eindigen van het contract. Dit heeft geresulteerd in een onderschrijding. Er is een nieuw contract afgesloten waarvan de kosten vanaf 2023 weer zullen worden gemaakt.

30.000

- Enkele budgetten binnen Informatie worden op nieuw gealloceerd, zodat het beter aansluit bij de huidige ICT omgeving. - Diverse verschillen elk voor zich kleiner dan 25.000.

8.682 V

283.482

66. Arbo - Bedrijfskundige zorg. De vaccinatie inhaalslag heeft in 2022 plaatsgevonden. Verder is budgetuitputting

23.000

ook afhankelijk van de hoogte van het langdurig ziekteverzuimpercentage. - De uitputting van het budget voor arbeidsmiddelen is afhankelijk van het aantal aanvragen voor steunzo-

36.918

len, computerbrillen, aangepaste bureaustoelen, maskerbrillen, veiligheidsbrillen, muizen, etc. Behalve voor de TS Flex, is RIE uitgevoerd voor de drie oefenlocaties Loenen, Groenlo en Ask. Nog niet alle actiepunten vanuit RIE zijn uitgevoerd. Zie voor verdere toelichting paragraaf bedrijfsvoering (4.5.). V

59.918

- In 2022 waren er geen wachtgeld verplichtingen. Hierbij komen de WAZO uitkeringen. Dit heeft geleid tot

95.300

89.Overig

een onderschrijding van deze budgetten. - Het is wisselend per jaar hoeveel medewerkers een opleiding starten. In 2022 is minder uitgegeven dan

34.200

begroot. -39.000

Pagina 70 van 101

- Ook in 2022 heeft de VNOG kosten gemaakt voor covid-19. Deze kosten zijn niet declarabel. Onder an­ dere worden er nog steeds testen ingekocht en aangeboden. En staat er nog wat meubilair in opslag,

-3.153

waarvoor huur moet worden betaald. Diverse verschillen elk voor zich kleiner dan 25.000.

98. Rente en afschrijving Diverse verschillen kleiner dan C 25.000

V

87.347

V

302.811

V

10.205

Resultaat voor bestemming (V)

946.633

99. Mutaties reserves - Storting: toevoeging aan egalisatiereserve afschrijvingen C 302.811, overheveling budget naar 2023 voor

-302.811

FMIS C 175.000, projectleider FMIS C 55.000, dynamisch alarmeren C 35.000 en procesbeheersysteem Risi­ cobeheersing C 81.000. - Onttrekking: C 125.300 voor 'de Expeditie', overheveling budget 2021 naar 2022: C 32.000 inhaalslag vac­

-375.785

cinaties en C 35.000 nieuwe website, C 45.100 bijkomende kosten MSP.

Pagina 71 van 101

N

-678.596

Resultaat na bestemming (V)

268.037

Programma 5. Directie en contrei Product

L/B

Begroting

Begroting na

Realisatie

Verschil

2022

wīĮagīiig

ZOZZ

ZOZZ

ZOZZ

01, PERSONELE KOSTEN-Directie en control

51, BESTUUR-Bestuur

Baten

0

0

111,819

111,819

Lasten

277,000

493,800

685,596

-191,796

Saldo

-Z77.000

-493.800

-573.777

79.977

^.719

Baten

52, DIRECTIE OVERIG-Directie en control

Lasten

lŪ.OOŪ

lO.ŪOO

14,719

Saldo

-10.000

-10.000

-14.719

4.719

252,800

343,959

91,159

Baten

53, CONTROL-Control

Lasten

429,000

631,800

763,845

-132,045

Saldo

-4Z9.000

-379JOOO

-419.886

40,886

Baten

99, MUTATIE [S) RESERVE(S)-Mutatie(s) reserve(s)

Lasten

S2,00Ū

55,000

35,332

19,668

Saldo

-sz.ooo

-55.000

-35.33Z

-19.668

-798.000

-937.800

-1.043.714

105.914

nadeel

nadeel

nadeel

nadeel

-798.000

-937.800

-1.043.714

105.914

nadeel

nadeel

nadeel

nadeel

Baten Lasten Saldo

Totaal saldo baten en lasten

Mutaties reserves 5.0 Directie en control

Baten Lasten Saldo

Saldo reserves

Resultaat

Toelichting op Voordeel (V)ZNadeel (N) vanaf C 25.000 01. Personele kosten Saldo op salarissen, inhuur en detachering personeel wordt op totalen verantwoord en toegelicht in Ş 6.1.

N

-79.977

52. Directie Overig In 2022 zijn kosten gemaakt voor het project landelijke meldkamer en de BOR meldkamer Oost- Nederland. Naast de VNOG werden deze kosten gedragen door IJsselland, Twente, Gelderland - Midden en - Zuid.

-50.000

Uitein-

delijk zijn er meer kosten gemaakt dan begroot en verdeeld over de regio's. Diverse verschillen < C 25.000.

9.114

N

-40.886

53. Control

19.700

Inventarisatie van risico's in de bedrijfsvoering zijn intern opgesteld.

V

Diverse verschillen, elk voor zich kleiner dan 25.000

N

-4.751

Resultaat voor bestemming (N)

-105.914

Resultaat na bestemming (N)

-105.914

-

5.0 Mutaties reserves

Pagina 72 van 101

Programma 7. Algemene Dekkingsmiddelen Product

L/B

Begroting

Begroting na

Realisatie

Verschil

2022

wīįzīgīiig

2022

2022

2022

Ūl. PERSONELE KOSTEN-Algemene dekkingsmiddelen en ūn voorzien

Baten

71. TREASURY-Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

72. LOON-EN PRIJSCOMPENSATIE-Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

73. BIJDRAGEN RIJKEN GEMEENTEN-Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

Lasten

6ŪŪ.ŪŪŪ

2ŪŪ.7ŪŪ

2ŪŪ.7ŪŪ

Saldo

-6«0j000

-200.700

-200.700

Baten

586.ŪŪŪ

591. ŪŪŪ

5Ū5.445

-85.555

Lasten

586.ŪŪŪ

591. ŪŪŪ

248.989

342.Ū11

Saldo

0

0

256.456

-256.456

Baten Lasten

1.7ÜŪ.Ū68

257.318

257.318

Saldo

-1.700j06S

-257.318

-257.318

Baten

55.764. ŪŪŪ

56.185.62Ū

56.185.62Ū

Ū

598.940

598.940

Ū

55.586.6»)

55.586.6S0

0

13.95Ū

13.95Ū

Lasten Saldo

88. ALGEMEEN-Algemeen

55.764.000

Baten

99. MUTATIE [S) RESERVE(S)-MutBtìe(s) reserve(s)

Lasten

53Ū.852

634.972

225.685

409.287

Saldo

-530.052

-634.972

-211.734

-423.238

52.933.080

54vļ93.690

55.631 AOl

-1.137.711

voordeel

voordeel

voordeel

voordeel

Baten Lasten Saldo

Totaal saldo baten en lasten

Mutaties reserves

7.0 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

Baten

598.940

598.940

0

Lasten

55.000

155.000

155.000

0

Saldo

-55.000

443.940

443.940

0

-55.000

443.940

443.940

0

nodeel

voordeel

voordeel

SIÄTSjOBO

54.937.630

56.075.341

-1.137.711

voordeel

voordeel

voordeel

voordeel

Saldo reserves

Resultaat

Toelichting op Voordeel (V)ZNadeel (N) vanaf C 25.000 01. Personeelskosten De stelpost salarissen is onderdeel van de salaris begroting en is toegelicht in de analyse in paragraaf 6.1.

V

200.700

V

256.456

V

257.318

71. Treasury Evenals in 2021 is een voordelig renteresultaat gerealiseerd, dat in paragraaf 4.3 wordt toegelicht. 72. Loon- en prijscompensatie De stelpost looncompensatie werd bijna volledig ingezet als gevolg van de CAO 2021 - 2022. D stelpost prijscompensatie is ook niet geheel ingezet.

423.238

88. Algemeen Stelposten zijn niet volledig aangewend C 635.000 V Werkkostenregeling C 106.000 N Vorming voorziening verlofsparen C 112.115 N Diverse verschillen elk voor zich kleiner dan C 25.000. C 15.353 V

Totaal Voordeel

Pagina 73 van 101

1.137.711

Programma B. Brandweerkazernes in eigendom en overgangsrecht Product

L/B

Begroting

Begroting na

Realisatie

Verschil

ZOZZ

wīĮzāgīng

ZOZZ

ZOZZ

ZOZZ

81, APELDOORN-Apeldoorn

82, DOEnNCHEM-Doetinchem

83, HARDERWIJK-Harderwijk

84, EPE-Epe

85. ZUTPHEN-Kazernes in eigendom en overgangsrecht

88, ALGEMEEN-Algemeen

Baten

1.7161,000

1,641,000

1,739,442

98,442

Lasten

1.761,000

1,641,000

1,739,442

-98,442

Saldo

0

0

0

0

Baten

685,000

743,000

757,988

14,988

Lasten

685,000

743,000

757,988

-14,988

Saldo

0

0

0

0

Baten

597,000

597,000

6 37,749

40,749

Lasten

597,000

597,000

6 37,749

-10,749

Saldo

0

D

0

0

Baten

56,000

56,000

79,154

23,154

Lasten

56,000

56,000

79,154

-23,154

Saldo

0

0

0

0

Baten

140,000

140,000

154,799

14,799

Lasten

140,000

140,000

154,799

-14,799

Saldo

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Baten Lasten Saldo

99, MUTATIE [S) RESERVE(S)-MutBtie(s) reserve(s)

Baten Lasten Saldo

Totaal saldo baten en lasten

Mutaties reserves_____________________________________________ ^ 8.0 Kazernes in eigendom en overgangsrecht

Baten Lasten Saldo

Saldo reserves

Resultaat

Toelichting Binnen dit programma wordt een aantal specifieke producten verantwoord die VNOG voor een beperkt aantal gemeenten uitvoert. Programma 8 sluit altijd op nihil aangezien alle kosten en opbrengsten met de desbetref­ fende gemeenten worden verrekend. Per product van het programma 8 is een verantwoording samengesteld ten behoeve van de desbetreffende gemeente. In deze verantwoording zijn de belangrijkste afwijkingen van de begroting nader toegelicht. Deze verantwoordingen zijn reeds met de (financieel) ambtenaren van de des­ betreffende gemeenten besproken.

Kazernes. De voorschotten die VNOG bij de gemeenten in rekening brengt, zijn sinds 2014 ongewijzigd geble­ ven terwijl als gevolg van gestegen kostenontwikkelingen de werkelijke uitgaven voor de exploitatie van de kazernes jaarlijks toenemen. Aanpassing van de hoogte van de bevoorschotting was uitgesteld in afwachting van de besluiten over demarcatie waarmee helder wordt wie nu welke exploitatie uitgaven gaat betalen en dus ook gaat begroten. De demarcatie-afspraken zijn in december 2021 vervat in een Regeling die het alge­ meen bestuur heeft vastgesteld en die aan de colleges ter instemming is voorgelegd; in 2022 is dit afgerond. Aangezien VNOG de exploitatie voor de betreffende gemeenten uitvoert, worden alle uitgaven afgerekend.

Overgangsrecht. Sinds eind 2017 wordt invulling gegeven aan de uitwerking van het Akkoord Reparatie FLOovergangsrecht. Periodiek worden richtlijnen verstrekt vanuit het landelijke LOGA met betrekking tot de uit­ werking van onderdelen van dit akkoord. Ten opzichte van 2020 en 2021 waarin het versneld sparen heeft plaatsgevonden, waren de kosten in 2022 niet meer zo hoog. Totaal

Pagina 74 van 101

0

7. Waarderingsgrondslagen Materiële vaste activa Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs (dit omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten) onder aftrek van de cumulatieve afschrijvingen. Disagio wordt niet geactiveerd. De gehanteerde afschrijvingsmethoden staan beschreven in de Financiële Verordening. De VNOG schrijft af volgens de lineaire methode op al haar reguliere activa en annuïtair op de gebouwen. Aan investeringen die gedurende het boekjaar worden aangeschaft wordt wel rente toegerekend, maar er wordt daarvoor geen afschrijving berekend. De eerste afschrijving vindt plaats in het boekjaar vol­ gend op het jaar van aanschaf. De afschrijving wordt gebaseerd op de levensduur van de activa.

Verkort overzicht afschrijvingstermijnen Waardering en afschrijving vaste activa: 1.

Activa met een verkrijgingprijs van minder dan C 10.000 worden niet geactiveerd.

2.

Afschrijving van gebouwen vindt plaats op basis van de annuïtaire methode, op gronden wordt niet afgeschreven. Op alle overige activa wordt lineair afgeschreven.

3.

De rente voor de toerekening van de kapitaallasten wordt bepaald door het AB bij de vaststelling van de begroting. Voor enkele projecten (aankoop van kazernes Doetinchem, Harderwijk en Apeldoorn SABA) is een projectrente vastgesteld die gekoppeld is aan het rentepercentage van de voor de financiering aangetrokken leningen.

4.

De materiële vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit Begro­ ting en Verantwoording provincies en gemeente, worden afgeschreven volgens de afschrijvings­ termijnen zoals vastgesteld in de vergadering van het DB van 29 november 2018. Het vaststellen van de lijst met afschrijvingstermijnen is, op grond van de huidige Financiële Verordening, een bevoegdheid van het DB. Aanvullend op de vastgestelde lijst zijn de volgende uitgangspunten vastgesteld: a.

Tweedehands aangekochte activa worden afgeschreven op basis van de geschatte reste­ rende economische levensduur;

b.

Investeringen die in voorgaande leden niet specifiek zijn benoemd worden afgeschreven op basis van de verwachte economische levensduur.

Vorderingen Vorderingen zijn opgenomen tegen de nominale waarde.

Liquide middelen Liquide middelen zijn opgenomen tegen de nominale waarde.

Overlopende activa Overlopende activa zijn opgenomen tegen de nominale waarde.

Algemene reserve Algemene reserves zijn reserves waaraan het Algemeen Bestuur geen specifieke bestemming heeft gegeven.

Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves zijn reserves waaraan het Algemeen Bestuur een specifiek doel heeft gegeven. Binnen deze reserves is onderscheid mogelijk in wettelijke, egalisatie en overige bestemmingsreserves.

Pagina 75 van 101

Voorzieningen Voorzieningen moeten gevormd worden wegens: a.

verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijker­ wijs te schatten;

b.

op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of ver­ liezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten;

c.

kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voor­ ziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren.

De voorzieningen worden gevormd tegen nominale waarde.

Langlopende schulden De langlopende schulden zijn opgenomen tegen nominale waarde. Van langlopende schulden is spra­ ken wanneer de oorspronkelijke looptijd één jaar of langer is.

Vlottende passiva De vlottende passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde.

Stelsel van baten en lasten De baten en lasten zijn toegerekend aan het jaar waarin de diensten of goederen zijn geleverd. Even­ tuele verliezen en in redelijkheid te berekenen risico's, die hun oorsprong vinden in of voor het ver­ slagjaar zijn verwerkt in de jaarrekening. De baten en lasten waartussen een causaal verband bestaat zijn in hetzelfde jaar verantwoord. De programmarekening 2022 is opgesteld over de periode 1 janu­ ari 2022 - 31 december 2022.

Resultaat bestemming Conform BBV worden de mutaties in de reserves zowel in de begroting als in de rekening, separaat verantwoord. Hierdoor is het jaarrekeningresultaat zowel voor als na bestemming inzichtelijk.

Pagina 76 van 101

8. Toelichting op de balans Activa

Materiele Vaste Activa (MVA)

Aanschafwaarde per 01-01-2022

77.873.628

Af: Afschrijving per 01-01-2022

-34.763.878

Stand per 01-01-2022

43.109.750

Bij: Investeringen 2022

6.972.288

Af: Bijdragen derden

-

Af: Desinvestering 2022

-

Bij: cum afschrijvingen des-investeringen 2022 Af: Afschrijvingen 2022

-5.159.839

Af: Afwaarderingen 2022

-

Totaal saldo activa per 31-12-2022

44.922.199

De stand per 1-1-2022 bestaat uit de boekwaarde van de gehele VNOG. De VNOG kent alleen inves­ teringen met economisch nut. De activa van de VNOG bestaan uit vijf categorieën, namelijk gronden & terreinen, bedrijfsgebouwen, vervoermiddelen, apparatuur en overige activa. In 2021 is het activabestand aanzienlijk opgeschoond. Hiermee ontstaat een is een betere weergave op de balans van de bezittingen en de afschrijvingen daarop ontstaan. De opgeschoonde activa-items (m.n. vervoermid­ delen, brandweermaterialen en ICT-middelen) waren afgeschreven en afgestoten maar stonden nog met aanschafwaarde en afgeschreven waarde op de balans van de VNOG. Bij de opschoning is tevens getoetst of de afstoot (in het verleden) conform de geldende interne afspraken heeft plaatsgevon­ den.

Hieronder de stand van de balans per categorie.

Verloopstaat Inveresteringen 2022

Categorie Boekwaarde per 01-01-2022

GeOrednen&

Machines & apparaten & installaties

Bedrijfs- gebouwen Vervoermiddelen

Overige materiele vaste Totaal activa

1.875.000

11.923.639

18.204.621

8.403.963

2.702.528

43.109.751

Bij: investering 2022

-

64.577

1.800.053

2.680.461

2.427.197

6.972.288

Af : bijdragen derden

-

-

-

-

-

-

Af: desinvestering 2022

-

-

-

-

-

-

Bij: cum afschrijvingen des-investeringen 2022

-

-

-

-

-

-

-575.975

-2.456.971

-1.496.237

-630.656

-5.159.839

11.412.241

17.547.703

9.588.187

4.499.069

44.922.200

-

-

-

-

-

11.412.241

17.547.703

4.499.069

44.922.200

Af: Afschrijving 2022 Subtotaal

1.875.000

Af: Afwaarderingen 2022 Totaal saldo activa per 31-12-2022

1.875.000

9.588.187

Toelichting op de afschrijvingen De gehanteerde afschrijvingsmethoden zijn conform de Financiële Verordening VNOG 2021, hoofd­ stuk 6, artikel 11. Op gronden & terreinen wordt niet afgeschreven, op bedrijfsgebouwen wordt annuïtair afgeschreven. Alle overige activa schrijft de VNOG af volgens de lineaire methode. Aan inves­ teringen die gedurende het boekjaar worden aangeschaft, wordt wel rente toegerekend, maar geen afschrijving berekend. De eerste afschrijving vindt plaats in het boekjaar volgend op het jaar van aan­ schaf. Het DB heeft een afschrijvingstabel (termijn) vastgesteld die met ingang van 2019 wordt toe­ gepast.

In het jaar 2022 heeft de VNOG C 6.972.288 geïnvesteerd. De gerealiseerde investeringen zijn lager dan het toegekende investeringsbudget, dit is vooral veroorzaakt doordat de aanbesteding en aan­ schaf van materieel/materialen wordt vertraagd door schaarste van grondstoffen en oplopende prij­ zen. Een aantal investeringen zijn hierdoor verplaatst naar de komende jaren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=351d83d0-e4fa-4a1a-965c-8a2d7dd4af60