CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Gemeente Harderwijk Grondstoffenplan 2026 2030

Raadsvergadering 18 september 2025, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Grondstoffenplan 2026-203012.443 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hieronder staat de kwijtschelding per onderdeel vermeldt: Ondergrondse containers Voor de gebruikers van de ondergrondse container is de volgende kwijtscheldingsregeling berekend: • • •

In 2026 worden de eerste 73* aanbiedingen in de ondergrondse container kwijtgescholden. Aanbiedingen boven dit aantal worden wel in rekening gebracht. Vanaf 2027 wordt jaarlijks, voorafgaand aan het nieuwe jaar, bepaald hoeveel aanbiedingen zullen worden kwijtgescholden. Dit gebeurt op basis van het gebruik door de inwoners van de gemeente Harderwijk.

*Dit getal is gebaseerd op het daadwerkelijke gebruik van ondergrondse containers in Harderwijk: 80% van de aansluitingen (huishoudens) biedt jaarlijks niet meer dan 73 keer afval aan. Hiermee is de kwijtschelding zowel sociaal rechtvaardig als stimulerend voor afvalscheiding. Zie bijlage voor grafiek aanbiedingen OC’s.

Minicontainers Voor de gebruikers van de minicontainer is de volgende kwijtscheldingsregeling berekend: •

In 2026 worden de eerste 27* aanbiedingen van de 140 L en 240 L minicontainer kwijtgescholden.

• •

Aanbiedingen boven dit aantal worden wel in rekening gebracht. Vanaf 2027 wordt jaarlijks, voorafgaand aan het nieuwe jaar, bepaald hoeveel aanbiedingen zullen worden kwijtgescholden. Dit gebeurt op basis van het gebruik door de inwoners van de gemeente Harderwijk.

*Voor minicontainers (140L en 240L) blijft de grens van 27 aanbiedingen gehandhaafd. Dit aantal sluit aan bij de maximale ophaalfrequentie van één keer per twee weken. In tegenstelling tot ondergrondse containers, die continu toegankelijk zijn, kunnen minicontainers slechts beperkt worden aangeboden. Het gebruik wordt daarmee niet bepaald door gedrag, maar door de structuur van het inzamelsysteem.

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

26

5. Monitoring en evaluatie De gemeente zal het afvalbeleid en de ontwikkelingen tijdens de uitvoering regelmatig monitoren en evalueren. Dit gebeurt aan de hand van de belangrijkste kritische prestatie-indicatoren (KPI’s), waarmee wordt gecontroleerd of het gekozen beleid bijdraagt aan de doelstellingen. De monitoring omvat wegingen, statistische en sorteeranalyses om inzicht te krijgen in de effectiviteit van de beleidskeuzes. Hieronder staan de belangrijkste KPI’s die gemeten worden; • Hoeveelheid fijn restafval per inwoner per jaar; • Alle ingezamelde fijn huishoudelijke grondstoffen per jaar; • Hoeveelheid grof restafval per inwoner per jaar; • • •

Alle ingezamelde grof huishoudelijke grondstoffen per jaar; Gemiddeld scheidingspercentage van alle grondstofstromen; Gemiddeld recyclepercentage van alle grondstofstromen.

Digitaal dashboard Elk jaar wordt een rapportage met de resultaten van de monitoring opgesteld en gedeeld. Deze rapportage wordt vervolgens via het digitale dashboard gedeeld, waarmee de afval- en grondstofresultaten inzichtelijk worden gemaakt. Het dashboard is toegankelijk voor de gemeenteraad, het college en de inwoners van Harderwijk, zodat iedereen de voortgang kan volgen. Het dashboard zal te zien zijn op de gemeentelijke site(s). Planning en control cyclus gemeente Harderwijk Om een duidelijke rapportage te waarborgen, wordt het hoofdstuk over afval binnen de Planning & Control (P&C)-cyclus rapportages aangepast. Hierdoor sluiten de KPI’s die worden gebruikt voor de monitoring van het afval- en grondstoffenbeleid aan op de gemeentelijke Control (P&C)-cyclus rapportages. Op dit moment is er nog een verschil in meetmethoden en rapportageformats, waardoor de aansluiting tussen het afvalbeleid en de gemeentelijke rapportages niet optimaal is. De aanpassing zorgt ervoor dat inzichten uit de afvalrapportages effectiever kunnen worden benut bij beleidsbeslissingen en financiële ramingen. Daarnaast wordt de aansluiting tussen de kwartaalrapportages en het digitale dashboard verbeterd, waardoor de informatievoorziening aan de gemeenteraad, het college en inwoners duidelijker en transparanter wordt.

Deze uniformering draagt bij aan een gestroomlijnd overzicht waarin prestaties op het gebied van afval en grondstoffen eenduidig worden gemeten en gerapporteerd.

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

27

6. Financiële gevolgen In dit hoofdstuk worden de financiële effecten van de voorgestelde beleidskeuzes uiteengezet. Hoewel de uitvoering extra investeringen met zich meebrengt, worden deze grotendeels gecompenseerd door lagere kosten voor de verbranding van fijn en grof restafval. Deze systematiek is gebruikt om inzicht te geven in de verhouding tussen kosten en baten. Het financiële voordeel dat voortkomt uit deze beleidsmaatregelen is echter niet gegarandeerd. De effectiviteit hangt (sterk) af van het gedrag van inwoners: hun bereidheid om afval beter te scheiden is essentieel. De ramingen zijn gebaseerd op aannames over dit gewenste gedrag. Omdat dit mensenwerk is, zijn de genoemde cijfers voorzien van een duidelijke disclaimer: als het verwachte gedrag uitblijft, blijven ook de financiële voordelen uit. Een belangrijk onderdeel van de financiële gevolgen is de stijgende kostprijs voor afvalverbranding, die voortkomt uit twee heffingen: de verbrandingsbelasting op basis van de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm) en de CO₂-heffing. Deze kostenposten vormen de financiële prikkel achter de beleidskeuzes in dit GSP. Verbrandingsbelasting (Wbm) Sinds 2013 heft de rijksoverheid belasting op het verbranden van afval. Deze verbrandingsbelasting bedroeg in 2017 nog €13,11 per ton en is in 2024 opgelopen tot €39,23 per ton.

Verwacht wordt dat deze belasting de komende jaren verder zal stijgen (zie hoofdstuk 1, pagina 7 van dit GSP). Deze stijging vormt een aanhoudende druk op de afvalbegroting. CO₂-heffing De CO₂-heffing, die sinds 2021 geldt voor onder andere afvalverbrandingsinstallaties (AVI's), wordt berekend over het niet-biogene (fossiele) aandeel in het restafval. Vanaf 2026 stijgt deze heffing stapsgewijs, en op basis van expertramingen wordt gerekend met de volgende bedragen: • • •

€10 per ton in 2028; €20 per ton in 2030; €30 per ton in 2032.

Werkwijze en onderbouwing van de berekening De berekeningen zijn gebaseerd op actuele verbrandingstarieven. De verwachte afname van restafval en toename van GFT (op basis van benchmarks in vergelijkbare gemeenten zoals Heerenveen en Ooststellingwerf), en de stapsgewijze toename van de CO₂-heffing zoals toegelicht op pagina 7 van dit plan.

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

28

Diftar Gewicht Keuze 1A: Lokale invoering In deze variant kiest Harderwijk ervoor om Diftar Gewicht zelfstandig in te voeren, zonder samenwerking met andere regiogemeenten. Alle investeringen en kosten voor de uitvoering komen volledig voor rekening van Harderwijk. Voor de invoering moeten zeven inzamelvoertuigen worden uitgerust met een weegsysteem. Dit brengt extra kosten met zich mee, onder andere voor jaarlijkse rente, afschrijving en onderhoud. Daarnaast nemen de inzamelkosten iets toe, omdat het wegen van minicontainers extra tijd kost. Deze extra kosten zijn berekend op €3,59 per huisaansluiting (prijspeil 2025). Tegenover deze extra kosten staan lagere verwerkingskosten voor restafval. Daarnaast wordt rekening gehouden met hogere verwerkingskosten voor GFT-afval en een lagere inzamelvergoeding vanuit Verpact. Op basis van ervaringen uit andere gemeenten (Heerenveen, Ooststellingwerf en Leeuwarden) die ook Diftar Gewicht hebben toegepast, wordt verwacht dat: • de hoeveelheid restafval per inwoner daalt met 18 kilogram, en • de hoeveelheid GFT-afval per inwoner stijgt met 14 kilogram, in het eerste jaar na invoering. Daarnaast wordt er in de berekening rekening gehouden met de aangekondigde CO₂-heffing, die oploopt van €10,- per ton in 2028 naar €30,- per ton in 2032. Door deze heffing wordt een extra besparing verwacht van: • •

€2,21 per huisaansluiting in 2028, en €3,11 per huisaansluiting in 2032. Deze besparingen zijn afhankelijk van de mate waarin inwoners hun afval goed scheiden.

Wanneer de extra kosten en besparingen worden vergeleken met het huidige Diftar Volume/Frequentie-model, leidt dit tot een bescheiden kostenstijging van: • •

€1,38 per huisaansluiting in 2028, en €0,48 per huisaansluiting in 2032.

De planning voor deze variant is als volgt: in 2026 worden de zeven weegmodules geïnstalleerd op de inzamelvoertuigen. In 2027 volgt een proefperiode om (mogelijke) technische en operationele problemen vroegtijdig te signaleren en op te lossen. Vanaf 2028 is het systeem volledig operationeel en klaar voor gebruik.

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

29

Keuze 1B: Regionale invoering In deze variant wordt Diftar Gewicht tegelijk ingevoerd in de regiogemeenten Ermelo, Nunspeet, Elburg en Oldebroek. Mits de gemeenten hiermee collectief akkoord gaan. Hiervoor worden alle dertien inzamelvoertuigen voorzien van een weegsysteem. De extra kosten — zoals jaarlijkse rente, afschrijving, onderhoud en hogere inzamelkosten (doordat het wegen van minicontainers meer tijd kost) — worden verdeeld over de deelnemende gemeenten, naar verhouding van het aantal inwoners. Harderwijk betaalt ongeveer 32% van deze totale kosten. Ook in deze variant wordt rekening gehouden met de aangekondigde CO₂-heffing, die oploopt van €10,- per ton in 2028 naar €30,- per ton in 2032. Als alle vijf de regiogemeenten Diftar Gewicht gelijktijdig invoeren in 2028, wordt verwacht dat het systeem dat jaar kostenneutraal is in vergelijking met het huidige Diftar Volume/Frequentie model. In 2032 kan dit, door de hogere CO₂-heffing en de vermindering van de hoeveelheid restafval (en dus minder verbranding), zelfs een klein financieel voordeel opleveren van ongeveer €0,50 per huisaansluiting, vergeleken met het huidige Diftar Volume/Frequentie-model. Voorkomen hoger aanbiedpercentage. De invoering van Diftar Gewicht kan leiden tot een hoger aanbiedpercentage en daardoor tot hogere inzamelkosten, omdat er vaker met minder volle bakken wordt gereden.

Om dit te beperken, hanteert Omrin in andere Diftar Gewicht-gemeenten een beperkt frequentietarief. Het advies is om dit tarief bij beide varianten ook in te voeren. De exacte hoogte van het frequentietarief wordt berekend en voorgelegd bij de begroting die voorafgaat aan het jaar waarin Diftar Gewicht wordt ingevoerd. Plaatsen individueel slot op 240L minicontainer Bij de invoering van Diftar Gewicht in Heerenveen en Ooststellingwerf bleek dat een kleine groep inwoners een slot op de restafvalcontainer wilde, uit vrees dat anderen er afval in zouden werpen. Een los aangebracht slot kost €115,- per container. Wanneer de gemeente Harderwijk besluit alle restafvalcontainers in één projectronde van sloten te voorzien, daalt de prijs naar ongeveer €85,- per minicontainer (prijspeil 2025, inclusief btw). Gezien het totale aantal minicontainers in de gemeente, komt de geschatte investering voor volledige uitrol neer op circa €1 miljoen. Harderwijk kan ervoor kiezen deze kosten geheel of gedeeltelijk te subsidiëren, of volledig bij de aanvrager neer te leggen. Een slot is echter prijzig en kan bovendien blokkeren wanneer een overvolle container wordt geleegd. Omrin raadt inwoners daarom aan hun bak zo vol mogelijk aan de weg te zetten en eerst een proefperiode zonder slot te proberen.

De praktijk leert dat de angst vaak groter is dan het probleem; pas wanneer werkelijk veel vreemd afval wordt bijgeplaatst, kan de investering worden terugverdiend. Na uitgebreide voorlichting blijkt dan ook dat slechts een zeer klein deel van de inwoners uiteindelijk nog een slot wenst.

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

30

Exploitatie milieustraat Omrin De huidige exploitant PreZero beheert momenteel de milieustraat. In de nieuwe situatie zou Omrin deze taak overnemen. Het doel van de onderstaande berekeningen was om een zo nauwkeurig mogelijke vergelijking te maken tussen de huidige kosten en de eventuele kosten in de nieuwe situatie. In deze kosten zijn diverse posten opgenomen die door beide partijen worden gehanteerd. Denk hierbij aan exploitatiekosten, waaronder voorzieningen zoals de kantine en bijbehorende benodigdheden, telecommunicatie, ICT, onderhoud van het KCA-depot, bedrijfskleding, onderhoud van gebouwen, verharding en het terrein. Daarnaast zijn de verwerkingskosten van alle huidige afvalen grondstofstromen meegenomen, evenals de bijbehorende transportkosten. Bij elke variant is rekening gehouden met de poortinkomsten. Voor de exploitatie van de milieustraat zijn drie scenario’s doorgerekend die verschillen in uitvoeringswijze en kostenstructuur. Een inhoudelijke toelichting op deze varianten is opgenomen bij Beleidskeuze 2 (Exploitatie milieustraat Omrin, zie hoofdstuk 3.2). In dit hoofdstuk beperken we ons tot de financiële vergelijking, uitgedrukt in kosten per huisaansluiting (prijspeil 2024). Vanwege bedrijfsgevoelige informatie van zowel de huidige exploitant als Omrin worden hierbij geen exacte tarieven openbaar gemaakt.

Op verzoek van beide partijen wordt hiermee zorgvuldig omgegaan. De kosten per aansluiting van Omrin zijn tevens gebaseerd op de situatie waarin alle afval- en grondstofstromen contractvrij zijn. Op dit moment zijn er nog enkele stromen met lopende contracten, die uiterlijk in 2028 – of mogelijk eerder – vrijvallen. De kosten per huisaansluiting zijn: • • •

PreZero (huidige situatie): Omrin (20 m³ containers): Omrin (40 m³ containers):

€ 44,€ 34,€ 28,-

De kostenvergelijking is gebaseerd op een gelijkwaardige uitgangssituatie, waarbij investeringen buiten beschouwing zijn gelaten. Dit betekent dat in de variant met 40 m³ containers geen investeringen zijn opgenomen voor de benodigde aanpassing van het bordes. Ook uitbreidingsinvesteringen voor een sorteerstraat en demontagehal – als eerste bouwstenen van een circulair ambachtscentrum, verbetering veiligheid bezoekers en medewerkers en de mogelijke plaatsing van een weegbrug– zijn niet meegerekend. Dergelijke investeringen zijn echter belangrijk om grof restafval verder te reduceren. Hoewel zij initieel kosten met zich meebrengen, leiden ze op termijn naar verwachting tot structurele besparingen op verbrandingskosten. Dit wordt versterkt door de stijgende verbrandingsbelasting (Wbm) en CO₂heffing. Na goedkeuring van het GSP zal in samenwerking met Omrin een onderzoek worden gestart om de investeringskosten en effecten van de bovenstaande punten financieel inzichtelijk te maken. Daarnaast wordt een langetermijnvisie voorgelegd voor de milieustraat, waarin wordt onderzocht hoe deze toekomstbestendig kan worden ingericht. De benodigde investeringen worden berekend en in een nadere uitwerking aan het gemeentebestuur voorgelegd.

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

31

Communicatie Voor de communicatie rond de invoering en uitvoering van het GSP zijn drie scenario’s uitgewerkt, elk met een andere benodigde inzet en capaciteit. Samen met de communicatieafdeling wordt op basis van de gekozen beleidsmaatregelen bepaald welk scenario het best aansluit, en welke communicatie richting inwoners nodig is om het beleid effectief te laten landen Scenario 1: Vergelijkbaar met de huidige situatie Er wordt uitgegaan van gemiddeld 8 uur per week inzet op afvalcommunicatie. Tijdens intensieve fasen, zoals de PMD-pilot, liep dit tijdelijk op tot 12 uur. De ervaring leert dat in de praktijk vaak méér inzet nodig is dan vooraf begroot. In dit scenario voert het gemeentelijke communicatieteam alle taken zelf uit, zoals kanaalbeheer, campagneplanning, webcare en begeleiding van bijeenkomsten. Scenario 2: Samenwerking met Omrin Een deel van de communicatiewerkzaamheden wordt gedeeld met Omrin. Ondanks deze samenwerking stijgt de benodigde inzet naar circa 17 uur per week, door de behoefte aan lokaal maatwerk, bestuurlijke afstemming en coördinatie. Scenario 3: Volledig nieuwe aanpak met intensieve communicatie In dit scenario wordt gekozen voor een volledig nieuwe communicatiestrategie, gericht op gedragsverandering en brede betrokkenheid van inwoners.

De inzet komt dan uit op ongeveer 21 uur per week, inclusief uitgebreide contentproductie, monitoring en samenwerking met Omrin en externe partijen Afsluiting Uit de scenario’s blijkt dat de communicatieve inzet hoe dan ook toeneemt. De communicatieafdeling heeft aangegeven dat extra capaciteit noodzakelijk is, ongeacht de gekozen variant. Daarom wordt geadviseerd om aanvullend minimaal 12 uur per week externe ondersteuning in te huren voor uitvoerende taken, zoals contentcreatie, campagne-uitvoering en de ontwikkeling van communicatiemiddelen. De exacte meerkosten worden na goedkeuring van het GSP uitgewerkt en voorgelegd. Daarbij wordt ook onderzocht of samenwerking met regiogemeenten mogelijk is om de communicatiekosten deels te verdelen.

Handhaving Net als bij communicatie zal, na goedkeuring van het GSP, een verkenning worden gestart om de (extra) kosten van handhaving verder in kaart te brengen. In deze verkenning wordt onderzocht wat de financiële en operationele gevolgen zijn van een proactieve handhavingsaanpak ten opzichte van het huidige, voornamelijk reactieve model. Hierbij wordt ook gekeken naar benodigde capaciteit, werkprocessen en samenwerking tussen afdelingen. De (meer)kosten voor handhaving worden in de maanden na goedkeuring van het GSP uitgewerkt en voorgelegd. Op basis van deze uitkomsten kan vervolgens een definitieve keuze worden gemaakt over de invulling en intensiteit van de handhaving binnen het afval- en grondstoffenbeleid.

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

32

Samenvattend: aan welke ‘knoppen’ de gemeente kan draaien De onderstaande grafiek toont de totale besparing per huisaansluiting die mogelijk is als de drie beleidskeuzes worden ingevoerd: de overdracht van de exploitatie van de milieustraat aan Omrin (vanaf 2026), de realisatie van een sorteerstraat en demontagehal (2027) en de invoering van Diftar Gewicht (vanaf 2028) ten opzichte van de huidige situatie in 2025. Bij scenario 1 wordt er gewerkt met het 20 m3 containersysteem. En bij scenario 2 wordt er gewerkt met het 40 m3 containersysteem.

kostenbesparing per aansluiting o.b.v. inbesteding, Wbm en CO2-heffing

Besparing per huisaansluiting

€25,00 €20,00 €16,00 €15,00 €10,00

€19,42

€19,85

€20,10

€20,40

€20,68

€13,42

€13,70

€14,00

€14,21

€14,48

2028

2029

2030

2031

2032

€17,21

€11,21

€10,00 €5,00 €-

2025

2026

2027

Jaren Besparing per huisaanluiting (Scenario 1)

Besparing per huisaanluiting (Scenario 2))

Dit zijn de keuzes waar de gemeente actief invloed op kan uitoefenen en waarmee gericht gestuurd kan worden op het beheersen van de stijgende afvalkosten. De weergegeven kostenbesparingen in de grafiek zijn gebaseerd op lagere exploitatiekosten, verwerking afval, grondstoffen en transportkosten milieustraat. En het effect van lagere restafvalhoeveelheden, met als gevolg lagere verbrandingskosten door verminderde uitgaven aan verbrandingsbelasting (Wbm) en CO₂-heffing. Deze keuzes vormen samen een reëel en onderbouwd inzicht in de kostenbeheersing die binnen de directe invloedsfeer van de gemeente ligt. Oftewel, aan welke knoppen de gemeente kan draaien. Belangrijk om hierbij te benadrukken is dat de besparingen in de grafiek betrekking hebben op de belangrijkste factoren zoals inbesteding, verbrandingsbelasting (Wbm) en de CO2-heffing. Investeringskosten voor de aanpassing milieustraat, de aanschaf en installatie van weegmodules, uitbreidingskosten, en andere incidentele projectkosten zijn hier niet in opgenomen. Tegelijkertijd is het van belang te melden dat er factoren zijn die buiten de gemeentelijke invloed liggen, maar wél van invloed zijn op de uiteindelijke afvalstoffenheffing. Denk aan (hoge) inflatie, veranderingen in grondstofprijzen of verwerkingstarieven, en beleidswijzigingen op rijksniveau die kunnen leiden tot extra heffingen of juist vergoedingen.

Of Verpact, die (mede) verantwoordelijk is voor de uitvoering van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV), waarbij toekomstige aanpassingen in de vergoedingsstructuur niet uit te sluiten zijn.

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

33

7. Bibliografie •

Commission, E. (2020, februari 1). Circular Economy Action Plan. Opgehaald van

• •

https://ec.europa.eu/environment/circular-economy/ Cyclus Management. (2022). Benchmark afval. Arnhem: Cyclus Management. Europese Unie. (2025, februari 25). Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de

•

Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van bepaalde richtlijnen. Opgehaald van https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A32008L0098 Gemeente Harderwijk. (2025, februari 1). Agendadocument. Harderwijk Bestuurlijke Informatie.

•

Opgehaald van https://harderwijk.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/8637f32e-c17749b2-a46f-dcf960e4df3a?documentId=fa49a4f6-3c9e-43ce-934d9410c5f9f15b&agendaItemId=3fd03643-6b6b-4a9f-aff3-9075c2351e13 Gemeente Harderwijk. (2025, februari 1). Omgevingsvisie Harderwijk 2040. Opgehaald van

•

https://www.harderwijk.nl/fileadmin/Site_Harderwijk/documenten/beleidsstukken/Ontwerp_Omgev ingsvisie_Harderwijk.pdf Harderwijk, G. (2020). Agenda. Opgehaald van https://harderwijk.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/c7973462-0c3b-477b-8ec95cd18a96685c#5e412461-f3e3-4813-be7c-9e5b4eef48ba

•

Jansen, V. L. W. A. (2025, februari 23). Hoofdlijnennotitie ontwerp Circulair Materialenplan

•

[Kamerbrief]. Opgehaald van https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/01/08/hoofdlijnennotitie-ontwerpcirculair-materialenplan Leefomgeving, P. v. (2017). Circulaire economie: Innovatie meten in de keten. Planbureau voor

•

de Leefomgeving. Ministerie van financiën. (2025, februari 1). Belastingplan 2025: Memorie van toelichting.

•

Opgehaald van https://www.rijksfinancien.nl/belastingplan-memorie-vantoelichting/2025/d17e3908 Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. (2025, februari 1). Landelijk afvalbeheerplan 3.

•

Opgehaald van https://lap3.nl/ Rijksoverheid. (2025, februari 25). Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030.

•

Rijksoverheid. Opgehaald van https://www.rijksoverheid.nl/documenten/beleidsnotas/2023/02/03/nationaal-programmacirculaire-economie-2023-2030 Rijksoverheid. (2025, februari 21). Steeds minder voedselverspilling in Nederland, maar hoger

• •

tempo noodzakelijk. Opgehaald van https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2023/04/20/steeds-minder-voedselverspilling-innederland-maar-hoger-tempo-noodzakelijk VANG Huishoudelijk afval. (Januari). Handboek kwaliteit OPK. VANG. VANG-HHA. (2025, februari 1). Nieuwe VANG recycledoelstelling. Opgehaald van https://vanghha.nl/nieuwe-vang-recycledoelstelling/#PagCls_2751150

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

34

8. Bijlagen Bijlage: fijn en grof restafval (VANG)

Fijn en grof restafval (na nascheiding) (kg/inw.) 250 200 150

224

100

155

160

166

50 0

2018

2019

2020

2021

111

97

2022

2023

Bijlage: Fijn restafval

Fijn restafval/ inwoner (kg. /inw.) 250 200 150 203

100

132

132

139

50 0

2018

2019

2020

2021

83

75

2022

2023

Bijlage: Grof restafval

Grof restafval/ inwoner (kg. /inw.) 28

30 25

21

27

28

23

22

20 15 10 5 0

2018

2019

2020

2021

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

2022

2023

35

Bijlage: benchmark afval 2023: fijn en grof restafval

Bijlage: Scheidingspercentage fijn en grof restafval

Bijlage: benchmark afval 2023: scheidingspercentage

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

36

Bijlage: sorteeranalyses 2024

Kenmerken Laagbouw

Hoogbouw

Ingezameld (ton) Fracties

weegfactor

67%

33%

Harderwijk gemiddeld 7.382

Kilo inw.

100%

149

49.387

GFT

25,50%

33,50%

28%

42

Keukenafval Tuinafval Organische zeeffractie 0-20mm Papier/ Karton Herbruibaar Verpakking Niet verpakking PMD-verpakkingen Plastic verpakkingen Metaal verpakkingen Drankenkarton Luiers Overig papier niet herbruikbaar Kunstoffen overig Glas verpakking Textiel incl. Schoeisel Textiel excl. Schoeisel Schoeisel Metaal overig Apparaten Hout Steen/puin KCA Overig rest Oneigenlijk (asbest, dakleer) Totaal

15,70% 1,80% 8,00% 4,00% 3,00% 1,00% 14,30% 10,60% 2,00% 1,70% 7,70% 8,10% 4,30% 3,70% 4,90% 3,90% 0,90% 1,80% 0,90% 5,10% 4,70% 0,00% 14,90% 0,00% 100%

26,30% 4,20% 3,00% 6,60% 4,80% 1,90% 12,80% 9,10% 1,80% 1,90% 2,70% 10,50% 4,70% 5,50% 8,60% 8,00% 0,60% 1,00% 0,90% 0,70% 0,50% 0,40% 11,60% 0,00% 100,00%

19% 3% 6% 5% 4% 1% 14% 10% 2% 2% 6% 9% 4% 4% 6% 5,3% 0,8% 2% 1% 4% 3% 0% 14% 0% 100%

29 4 9 7 5 2 21 15 3 3 9 13 7 6 9 8 1 2 1 5 5 0 21 0 149

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

37

Bijlage: VANG-Recycletool

VANG Recycletool Grondstoffen ingezameld (ton)

Recyclepercentage

Fijn restafval

7241

11%

Grof restafval

1415

30%

Verbouwingsafval

0%

GFT

4905

94%

Oud papier en karton

2100

97%

PMD

0

77%

Glas

1051

100%

Textiel

204

83%

Luiers

0

4%

Overig fijn gescheiden

60

29%

Grof tuinafval

379

90%

Matrassen

49

65%

AEEA

208

81%

Schoon puin

1524

99%

Hout (A + B)

1205

26%

Overig grof gescheiden

880

74%

Gemiddeld:

60%

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

38

Bijlage: Voorgestelde wijziging openingstijden milieustraat Daltonstraat Omrin stelt voor om de openingstijden van de milieustraat aan de Daltonstraat licht aan te passen. Dit voorstel is gebaseerd op de standaardopeningstijden die Omrin hanteert bij andere milieustraten en is afgestemd op bezoekersaantallen en operationele efficiëntie. Huidige situatie De milieustraat is momenteel 30 uur per week geopend, verdeeld over zes dagen. De huidige openingstijden zijn: •

Maandag:

13.00 – 16.00 uur (3 uur)

•

Dinsdag:

13.00 – 16.00 uur (3 uur)

•

Woensdag:

09.00 – 16.00 uur (7 uur)

•

Donderdag:

13.00 – 16.00 uur (3 uur)

•

Vrijdag:

13.00 – 20.00 uur (7 uur)

•

Zaterdag:

09.00 – 16.00 uur (7 uur)

•

Zondag:

Gesloten

Met name de avondopenstelling op vrijdag (tot 20.00 uur) is een afwijking ten opzichte van de standaardtijden. Deze extra openstelling was in het verleden van meerwaarde vanwege het brengpunt voor PMD-verpakkingen. Sinds het besluit PMD pilot is het brengpunt vervallen en is het aantal bezoekers op vrijdagavond fors afgenomen. Voorgestelde wijziging Omrin stelt voor om de openingstijden in te korten naar 26 uur per week. De meest opvallende wijziging betreft het vervallen van de vrijdagavondopenstelling. De voorgestelde openingstijden zijn: •

Maandag:

13.00 – 16.00 uur (3 uur)

•

Dinsdag:

13.00 – 16.00 uur (3 uur)

•

Woensdag:

09.00 – 16.00 uur (7 uur)

•

Donderdag:

13.00 – 16.00 uur (3 uur)

•

Vrijdag:

13.00 – 16.00 uur (3 uur)

•

Zaterdag:

09.00 – 16.00 uur (7 uur)

•

Zondag:

Gesloten

Afweging Door het inkorten van de vrijdagopenstelling wordt de bezetting van personeel op de avond verminderd, wat de werkdruk verlaagt en de personeelsinzet beter spreidt over de week. Tegelijkertijd levert dit een lichte kostenbesparing op in de exploitatie van de milieustraat. Omdat het bezoekersaantal op vrijdagavond structureel laag is, wordt de dienstverlening aan inwoners hiermee nauwelijks beperkt. Bezoekers kunnen gebruikmaken van ruime openingstijden op zes dagen per week, waaronder twee volledige dagen (woensdag en zaterdag).

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

39

Bijlage: weergave uitbreiding kavels huidige milieustraat

Bijlage: Grafiek aanbiedingen ondergrondse restafvalcontainers

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=f16b3562-6d9e-47c2-b2fd-eaf03703f8a5