CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Gemeente Harderwijk Grondstoffenplan 2026 2030

Raadsvergadering 18 september 2025, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Grondstoffenplan 2026-203012.443 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Inhoudsopgave Verklaring van afkortingen

3

1. Waarom een nieuw grondstoffenplan?

4

2. Grondstoffenplan 2020 – 2025

8

2.1 Wat hebben we bereikt?

9

2.2 Waar zit de grondstoffenwinst?

10

3. Grondstoffenplan 2026 - 2030: van preventie naar circulariteit

12

3.1 Voortzetting gemaakte beleidskeuzes

14

3.2. Beleidskeuzes 2026 - 2030

15

Beleidskeuze 1: Diftar Gewicht

16

Beleidskeuze 2: Exploitatie milieustraat Omrin

17

Beleidskeuze 3: uitbreiding en toekomstvisie milieustraat

17

Beleidskeuze 4: Communicatie

20

Beleidskeuze 5: uitbreiding handhaving

21

3.3 Uitbreiding service en dienstverlening

22

4. Aanvullende service en dienstverlening

23

4.1 Bladkorven

23

4.2 Interactieve afvalapp Omrin

23

4.3 Afvalcoach

24

4.4 Maatwerk specifieke doelgroepen

25

5. Monitoring en evaluatie

27

6. Financiële gevolgen

28

Diftar Gewicht

29

Exploitatie milieustraat Omrin

31

Communicatie

32

Handhaving

32

Samenvattend: aan welke ‘knoppen’ de gemeente kan draaien

33

7. Bibliografie

34

8. Bijlagen

35

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

2

Verklaring van afkortingen ACM AEEA AVG AVI BOA CAC CCS

Autoriteit Consument & Mark Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparaten Algemene Verordening Gegevensbescherming Afvalverbrandingsinstallatie Buitengewoon Opsporingsambtenaar Circulair Ambachtscentrum Carbon Capture and Storage (CO₂-afvang en -opslag)

CMP CO₂

Circulair Materialenplan Koolstofdioxide

DigiD Diftar EU GFT GSP KCA KRA

Digitale Identiteit Gedifferentieerd Tarief Europese Unie Groente-, Fruit- en Tuinafval Grondstoffenplan Klein Chemisch Afval Kaderrichtlijn Afvalstoffen

LAP3 NPCE ONF OPK P&C-cyclus PBL PMD RCC TOP VANG Wbm

Landelijk Afvalbeheerplan 3 Nationaal Programma Circulaire Economie Organisch Natte Fractie Oud Papier en Karton Planning & Control-cyclus Planbureau voor de Leefomgeving Plastic, Metaal (blik) en Drinkverpakkingen Reclame Code Commissie Tegen Onnodig Plastic Van Afval Naar Grondstof Wet belastingen op milieugrondslag

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

3

1. Waarom een nieuw grondstoffenplan? De gemeente Harderwijk staat, net als andere Nederlandse gemeenten, voor een grote uitdaging: de transitie van een lineaire naar een circulaire economie. Dit houdt in dat afval niet langer wordt gezien als iets om weg te gooien, maar als een waardevolle grondstof die hergebruikt wordt. De gemeente heeft zich aangesloten bij de landelijke doelstellingen om in 2050 een volledig circulaire economie te realiseren. Dit vraagt om een nieuwe manier van denken. De afgelopen jaren zijn er grote stappen gezet in het verminderen van huishoudelijk restafval en het verbeteren van afvalscheiding, en dat is duidelijk terug te zien in de huishoudelijke afvalcijfers. Op basis van de landelijke afvalbenchmark presteert de gemeente Harderwijk goed ten opzichte van andere steden met een vergelijkbaar stedenbouwklasse. Toch is er nog werk aan de winkel. Strenger Europees en nationaal beleid, stijgende afvalverwerkingskosten, een afnemende beschikbaarheid van grondstoffen en de noodzaak om de CO₂-uitstoot te verminderen, maken innovatieve oplossingen noodzakelijk om de circulaire economie te realiseren. Dit Grondstoffenplan (hierna GSP) richt zich op de huishoudelijke afval en grondstofstromen en dient als routekaart voor Harderwijk om de volgende fase in te gaan en onze ambitie om de circulaire stad te realiseren.

Wettelijke en gemeentelijke kaders Het GSP voldoet aan de geldende Europese en Nederlandse wet- en regelgeving op het gebied van afvalreductie en circulariteit. Onze aanpak is afgestemd op deze verplichte kaders, zodat de gekozen strategieën en maatregelen aansluiten op zowel nationale als internationale doelstellingen. De wettelijke kaders staan hieronder beschreven. Kaderrichtlijn Afvalstoffen De Europese regelgeving op het gebied van afvalbeheer is gebaseerd op de Kaderrichtlijn Afvalstoffen (KRA) (Europese Unie, 2025). Deze richtlijn legt principes vast voor de omgang met stedelijk afval. De belangrijkste principes zijn: •

Afvalhiërarchie: Afvalbeheer volgt een vastgestelde prioriteitsvolgorde. Het voorkomen van afval staat voorop, gevolgd door hergebruik, recycling en andere nuttige toepassingen zoals energieterugwinning. Storten of verbranden zonder energieterugwinning is de minst wenselijke optie. Overheden worden aangemoedigd maatregelen te nemen die leiden tot de meest milieuvriendelijke uitkomst.

•

Kostenverdeling: De financiële lasten van afvalverwerking komen terecht bij de oorspronkelijke

•

afvalproducent of de huidige/verwijderende houder van het afval. Dit principe staat bekend als ‘de vervuiler betaalt’. Milieu- en gezondheidsbescherming: Het beheer van afvalstoffen moet op een manier gebeuren

•

die geen risico vormt voor ecosystemen, de luchtkwaliteit, bodem en water, en geen overlast veroorzaakt door geur of geluid. Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid: Fabrikanten en importeurs dragen (mede)verantwoordelijkheid voor de afvalverwerking van de producten die zij op de markt brengen. In Nederland geldt dit onder andere voor verpakkingen, auto’s, banden, elektronica, batterijen en textiel.

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

4

Lidstaten zijn verplicht periodiek afvalbeheerplannen op te stellen. De Europese Commissie monitort de voortgang en het behalen van deze doelen is verplicht voor alle EU-lidstaten (Commission, 2020). Daarnaast zijn doelen vastgesteld voor algehele recyclingpercentages, namelijk: • 2025: 55% afval en grondstof recycling. • 2030: 60% afval en grondstof recycling. • 2035: 65% afval en grondstof recycling. Circulair Materialenplan Bij de uitvoering van afval- en grondstoffenbeleid moet rekening gehouden worden met het Circulair Materialenplan (CMP) dat vanaf 2026 het Landelijk Afvalbeheerplan 3 (LAP3) vervangt (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2025). Het CMP is een uitvoeringsinstrument binnen het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) (Rijksoverheid, 2025). Dit programma vormt de basis van het Nederlandse circulaire beleid en streeft ernaar om in 2050 een volledig circulaire economie te realiseren. Het CMP vertaalt de doelstellingen van het NPCE naar concrete maatregelen en vormt het nieuwe landelijke beleidskader voor het beheer en de verwerking van materialen en grondstoffen. Het CMP legt een sterke nadruk op het sluiten van materiaalketens, het maximaliseren van hergebruik en het minimaliseren van grondstofverlies.

De kaders van het CMP zijn als uitgangspunt gebruikt voor het GSP, zodat het lokale afval- en grondstoffenbeleid optimaal aansluit bij de nationale en Europese circulaire ambities. Verbetering van grondstofscheiding en circulariteit: Het GSP richt zich op het scheiden en hoogwaardig verwerken van grondstoffen, zodat deze langer in de keten blijven. Dit vraagt om een verdere optimalisatie van afvalscheidingssystemen, zowel bij inwoners thuis als via nascheiding, om de zuiverheid en recyclebaarheid van materialen te verhogen. Denk hierbij aan het stimuleren van preventie en het verbeteren van stromen zoals textiel, GFT en PMD. Naleving van circulaire normen en doelen: Het GSP voldoet aan de specifieke eisen voor de verwerking en het hergebruik van materiaalstromen, zoals huishoudelijk restafval, plastic verpakkingen, papier, GFT en grof afval, door maatregelen te treffen die aansluiten bij de circulaire ambities. Afstemming grondstoffenplan op de langetermijnvisie van Circulair materialenplan: Het GSP sluit aan op de visie van het CMP door niet alleen afval te verminderen, maar ook actief in te zetten op preventie, hergebruik en hoogwaardige recycling. Het plan biedt een flexibele basis om in te spelen op toekomstige ontwikkelingen binnen het CMP, terwijl het lokale draagvlak behouden blijft.

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

5

Van Afval Naar Grondstof (VANG): focus op recycling Het vernieuwde

landelijke

VANG-programma,

geactualiseerd in 2025, legt meer nadruk op hoogwaardige recycling en de kwaliteit van grondstoffen (VANG-HHA, 2025). Waar eerder vooral afvalreductie centraal stond, verschuift de focus nu naar recycling. Dit betekent niet alleen minder restafval, maar vooral een hogere zuiverheid en herbruikbaarheid van gerecyclede materialen, wat essentieel is voor de transitie naar een circulaire economie. Het GSP sluit aan bij de vernieuwde VANGdoelstellingen door in te zetten op zowel afvalpreventie als recycling. In lijn met de R-ladder geeft Harderwijk prioriteit aan afvalpreventie, de meest effectieve manier om verspilling te verminderen. R-Ladder De R-ladder is een veelgebruikte rangorde binnen de circulaire economie die prioriteit geeft aan strategieën om afval te voorkomen en grondstoffen zo hoogwaardig mogelijk te benutten. De ladder bestaat uit meerdere niveaus, waarbij preventie (Refuse en Reduce) het hoogste doel is, gevolgd door hergebruik (Reuse en Repair). Pas daarna komen recycling (Recycle) en andere vormen van grondstoffenbenutting aan bod, terwijl verbranding en storting als laatste en minst wenselijke opties worden gezien. Door gedragsverandering, bewustwordingscampagnes en gerichte recyclingmaatregelen wordt huishoudelijk afval bij de bron aangepakt.

Financiële prikkels: verbrandingsbelasting en CO2-heffing De overheid stuurt actief op afvalreductie en recycling door middel van financiële prikkels, zoals de verbrandingsbelasting en de CO2-heffing. Deze prikkels zorgen ervoor dat de kosten voor afvalverbranding de komende jaren aanzienlijk zullen stijgen. Verbrandingsbelasting Sinds 2013 wordt op basis van de Wet belasting op milieugrondslag (Wbm) afvalstoffenbelasting geheven op het storten en verbranden van afval. In 2017 bedroeg deze belasting € 13,11 per ton, terwijl dit in 2024 is gestegen naar € 39,23 per ton. De overheid kan deze belasting in de toekomst verder verhogen om afvalscheiding en recycling te stimuleren. Op basis van eerdere verhogingen wordt rekening gehouden met verdere stijgingen in de komende jaren.

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

6

CO2-heffing Naast de verbrandingsbelasting introduceerde het kabinet in 2021 een CO2-heffing, die een prijs koppelt aan de uitstoot van een ton CO2. Voor afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s) geldt dat deze heffing wordt berekend over het niet-biogene (fossiele) deel van het afval dat verbrand wordt. Vanaf 2026 zal de CO2-heffing stapsgewijs stijgen. Op basis van expert en afvalbranche-analyses wordt geschat dat de heffing tussen de €10 en €30 per ton zal liggen in 2032. Impact op totale verbrandingskosten De gecombineerde impact van de verbrandingsbelasting en CO2-heffing zal leiden tot een forse stijging van de kosten voor afvalverbranding. Wanneer de CO2-heffing rond €30 per ton ligt in 2032, betekent dit grofweg een verdubbeling van de totale verbrandingskosten ten opzichte van de huidige situatie in 2025. Dit is exclusief eventuele extra verhogingen van de afvalstoffenbelasting (Wbm), die naar verwachting ook zal blijven stijgen. Naast de recycledoelstellingen uit het nieuwe VANG-programma, vormt kostenbeheersing van het totale huishoudelijke afval- en grondstoffenbeleid een belangrijk uitgangspunt. Door nu strategische keuzes te maken, kan de gemeente Harderwijk niet alleen toekomstige kostenstijgingen beperken, maar ook haar circulaire ambities realiseren. Dit vraagt om zorgvuldige en weloverwogen afwegingen.

Omgevingsvisie Gemeente Harderwijk Het GSP sluit aan op de uitgangspunten uit de Omgevingsvisie Harderwijk 2040 (Gemeente Harderwijk, 2025), waarin de gemeente de richtlijnen van VANG (Van Afval Naar Grondstof) hanteert als leidraad voor duurzaam afvalbeheer en circulaire economie. Daarnaast is het uitgangspunt van de Omgevingsvisie en het GSP de R-Ladder, die prioriteit geeft aan preventie en hergebruik boven recycling en restafvalverwerking. Het GSP vertaalt deze principes in concrete maatregelen die inwoners stimuleren om afval te voorkomen en grondstoffen zo hoogwaardig mogelijk te hergebruiken. Deze maatregelen vereisen een duidelijke langetermijnvisie. Belangrijk hierbij is dat álle betrokken partijen – van inwoners, gemeentelijke instanties, de afvalinzameling en verwerking– actief meedoen. Alleen op deze manier kunnen we de kosten beheersbaar houden en tegelijkertijd de circulaire economie rondkrijgen.

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

7

2. Grondstoffenplan 2020 – 2025 De gemeente is al lange tijd bezig met het huishoudelijk afval en grondstoffendomein en heeft in 2016 de landelijke VANG (Van Afval Naar Grondstof)- doelstellingen overgenomen. Vervolgens is het eerste GSP genaamd ‘Harderwijk op weg naar een circulaire stad’ aangenomen in 2020 (Harderwijk, 2020). In dit GSP waren de volgende VANG-doelstellingen opgenomen. • •

100 kg fijn en grof restafval per persoon per jaar in 2020. 75% afvalscheiding van huishoudelijk restafval in 2020.

• •

30 kg fijn en grof restafval per persoon per jaar in 2025. 75% - 80% afvalscheiding van huishoudelijk restafval in 2025.

Om deze doelstellingen te behalen zijn de onderstaande maatregelen uitgevoerd: •

Invoering van Diftar (gedifferentieerd tarief) Volume/ Frequentie Inwoners betalen een variabel tarief afhankelijk van hoe vaak ze restafval aanbieden, per lediging van de container of per zak in de ondergrondse container.

•

Nascheiding van PMD Dit houdt in dat PMD via het restafval aangeboden wordt. Vervolgens wordt het PMD via de nascheidingsinstallatie van Omrin, waar Harderwijk als aandeelhouder mede-eigenaar van is, gescheiden en gerecycled.

•

Verbetering van inzamelvoorzieningen Het plaatsen van extra GFT containers bij hoogbouw en in de binnenstad. En de uitbreiding van grondstofcontainers op de milieustraat om gescheiden inlevering van stromen te vergemakkelijken.

•

Aandacht voor specifieke doelgroepen Er is maatwerk toegepast voor doelgroepen zoals minima en inwoners met een medische indicatie.

•

Handhaving en monitoring Inzet van de afvalcoach om gedragsverandering te ondersteunen en de inzet van opruimploegen om problemen zoals vervuiling en bijplaatsing van afval te verminderen.

•

Educatie en bewustwording Projecten met scholen en participatieprogramma's om toekomstige generaties bewust te maken van afvalscheiding en circulaire economie.

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

8

2.1 Wat hebben we bereikt? De hoeveelheid fijn en grof restafval per persoon was in 2020, tijdens de start van het vorige GSP, 160 kg. In 2021 steeg die door corona naar 166 kg. In 2022, toen Diftar werd ingevoerd, is het afval gezakt naar 111 kg fijn en grof restafval. Zie bijlage. Voor het fijn restafval, waar Diftar het meeste invloed op heeft, zakte de hoeveelheid met 40%. Zie bijlage. Het grof restafval stabiliseerde terug naar de hoeveelheden van 2018. Zie bijlage. Voor het grove gedeelte is dus geen afvalreductie behaald. In de jaren 2023 en 2024 zakte de hoeveelheid restafval nog verder. Naar 97 kg fijn en grof restafval. Dit heeft met name te maken met de verbetering van de nascheidingsinstallatie. Op basis van de benchmark afval 2023, is Harderwijk de best presterende gemeente in haar stedenbouwklasse voor de hoeveelheid fijn en grof restafval. Zie bijlage. Verder steeg het scheidingspercentage naar 78% in 2024. Zie bijlage. Op basis van de benchmark afval 2023, is Harderwijk de best presterende gemeente in haar stedenbouwklasse voor het scheidingspercentage. Zie bijlage. Met 97 kg restafval per persoon en een scheidingspercentage van 78% heeft Harderwijk de VANG-doelstelling van 2020 behaald. Een nette prestatie waar de gemeente trots op mag zijn. Echter, de doelstelling van 30 kg in 2025 is niet gehaald.

Dit is niet uniek voor Harderwijk; veel andere gemeenten blijven steken op ongeveer 100 kg restafval per persoon per jaar. Door deze realiteit is de focus verschoven van afvalreductie naar het verbeteren van de kwaliteit van grondstoffen binnen het VANG beleid. Dit betekent een betere scheiding van fijn en grof restafval, wat leidt tot een hogere mate van recycling. Aangezien dat belangrijk is voor het toepassen van circulariteit (VANG-HHA, 2025).

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

9

2.2 Waar zit de grondstoffenwinst? De cijfers uit de onderstaande sorteeranalyse van 2024 vormen de afsluiting van het Grondstoffenplan 2020–2025. Ze laten zien welke grondstoffen, ondanks de behaalde resultaten, nog steeds in het restafval terechtkomen. Daarmee markeren ze niet alleen het eindpunt van het vorige GSP, maar vormen ze ook het vertrekpunt voor het nieuwe beleid. Om daarin de juiste keuzes te maken, is het belangrijk om te weten welke waardevolle grondstofstromen nog onbenut blijven in het fijn en grof restafval. Dáár ligt immers de potentiële winst. Fijn restafval Ondanks de afname van het restafval in de afgelopen jaren, zit er nog steeds een groot gedeelte grondstoffen in het restafval dat er niet in hoort te zitten. Op basis van de meest recente sorteeranalyse uit 2024 is hieronder weergegeven hoe het fijn restafval is samengesteld zowel op basis van gewicht en volume.

De percentages in de bovenstaande taartdiagrammen zijn afgerond op gehele getallen.

De sorteeranalyse van 2024 laat zien dat de grootste winst in grondstoffenreductie te behalen is bij de volgende stromen: • • • •

GFT vormt met 28,1% (42 kg/inwoner) veruit het grootste aandeel van het restafval. Vooral keukenafval (19,2%) is hierin aanwezig. Textiel neemt 6,1% (9 kg/inwoner) in beslag. Oud papier en karton (OPK) is met 4,9% (7 kg/inwoner) nog steeds substantieel aanwezig in het restafval. Glas komt met 4,3% (6 kg/inwoner) ook nog relatief vaak in het restafval terecht.

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

10

Daarnaast zit er gemiddeld 9 kg/inwoner aan luiers in het restafval. Op dit moment zijn er nog geen hoogwaardig werkende installaties voor luierrecycling. Er zijn echter ontwikkelingen gaande rondom de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor luiers, wat in de nabije toekomst mogelijkheden kan bieden voor recycling van deze stroom. Tot slot is het belangrijk om te benoemen dat PMD-verpakkingen in Harderwijk via nascheiding uit het restafval worden gehaald. Voor de gedetailleerde samenstelling van het fijn restafval, wordt verwezen naar de bijlage. Grof restafval Hoewel bekend is hoeveel grof restafval per persoon per jaar wordt verbrand, is er nog onvoldoende inzicht in de samenstelling ervan. In tegenstelling tot fijn restafval worden er namelijk nog geen jaarlijkse sorteeranalyses uitgevoerd. Daarom zullen we vanaf 2026 jaarlijks sorteeranalyses laten uitvoeren om beter in beeld te krijgen welke materialen en grondstoffen in het grof restafval belanden. Deze informatie stelt ons in staat om gerichter in te zetten op betere afvalscheiding en efficiëntere recycling. De totale hoeveelheid grof restafval die jaarlijks wordt verbrand (uitgedrukt in kilo per inwoner) is wel bekend. Hieruit blijkt dat er tussen 2018 en 2024 geen reductie is gerealiseerd.

Tijdens de coronajaren was sprake van een tijdelijke piek, maar inmiddels zijn de hoeveelheden weer op het niveau van 2018. Op basis van ervaringen bij andere milieustraten en benchmarkonderzoek wordt geconcludeerd dat circa 50% van het grof restafval nog uit waardevolle grondstoffen bestaat. Dit biedt dus kansen voor grondstoffenwinst als we deze goed kunnen scheiden van het grof restafval dat verbrand wordt.

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

11

3. Grondstoffenplan 2026 - 2030: van preventie naar circulariteit Voorheen was de gemeente vooral verantwoordelijk voor de inzameling, verwerking én vermindering van afval. Door de nieuwe circulaire doelen verandert zowel de focus als de rol van de gemeente. Harderwijk treedt steeds meer op als schakel tussen inwoners (consumenten) en verwerkers en krijgt daarmee de functie van circulaire ketenregisseur. Oftewel, de rol van de gemeente gaat verder dan ‘enkel’ afvalvermindering. De gemeente heeft zich gecommitteerd aan het realiseren van een circulaire economie, onder andere door de Uitvoeringsagenda Duurzaamheid en de Uitvoeringsstrategie De circulaire Stad. Het doel van het nieuwe GSP en de bijbehorende beleidskeuzes is drievoudig: • • •

het verder terugdringen van de hoeveelheid fijn en grof restafval; het verhogen van de kwaliteit van ingezamelde grondstoffen; het beheersbaar houden van de stijgende afvalstoffenheffing in de komende jaren.

Zoals eerder toegelicht bij de ontwikkelingen rondom verbrandingskosten en de naderende CO₂heffing, wordt een aanzienlijke stijging van de totale verbrandingskosten verwacht. Met de voorgestelde beleidskeuzes kunnen deze kostenstijgingen zoveel mogelijk worden beperkt, maar niet volledig worden voorkomen. De beleidskeuzes voor de aankomende jaren blijven daardoor een voortdurende afweging tussen investeringskosten en de financiële als duurzame baten. Als uitgangspunt voor het nieuwe grondstoffenbeleid staat de R-ladder. Onze aanpak begint dan ook bij (afval)preventie, wat binnen de circulaire economie de hoogste prioriteit is. Deze staan hieronder vermeldt. Ja-sticker en uitbreiding Postfilter Sinds 2024 hanteert de gemeente het opt-in systeem voor ongeadresseerd reclamedrukwerk. Dit betekent dat inwoners met een Ja-sticker moeten aangeven of zij reclame willen ontvangen. Deze maatregel heeft geleid tot een afname van 20% in de bezorging van folderpakketten en heeft voorkomen dat tonnen oud papier en karton onnodig werden verbrand. We gaan dit systeem uitbreiden naar geadresseerd reclamedrukwerk via Postfilter. Postfilter stelt inwoners in staat zelf te bepalen of zij geadresseerde reclamepost willen ontvangen. De handhaving van Postfilter ligt niet bij de gemeente, maar bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM) en de Reclame Code Commissie (RCC).

Bedrijven zijn wettelijk verplicht om het Postfilter op te volgen. Top campagnes Harderwijk zet in op de TOP-campagne (Tegen Onnodig Plastic), een initiatief dat inwoners en winkeleigenaren stimuleert om plasticgebruik te verminderen. Door bewuste keuzes te maken, zoals herbruikbare verpakkingen en alternatieven voor wegwerpplastic, verminderen we de hoeveelheid plastic. In de komende periode gaan we deze campagne nieuw leven inblazen door inwoners en ondernemers actief te betrekken. De enthousiaste winkeliers kunnen zich alvast hier aanmelden en krijgen dan de TOP-sticker.

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

12

Voedselverspilling verminderen Ook in Harderwijk wordt nog veel voedsel onnodig weggegooid. Volgens landelijke cijfers gaat het om ongeveer 33 kg per persoon per jaar. Zonde, want dit is niet alleen slecht voor het milieu, maar ook voor de portemonnee. De Europese Unie streeft ernaar om voedselverspilling in 2030 met 30% te verminderen ten opzichte van 2020. Nederland gaat nog een stap verder en heeft de ambitie om in 2030 een halvering (50%) te realiseren (Rijksoverheid, 2025). Om dit doel te ondersteunen, zetten we in op bewustwordingscampagnes om inwoners inzicht te geven in de impact van voedselverspilling en hen te helpen dit te voorkomen. Onze website Duurzaam in Harderwijk biedt al veel praktische tips en handvatten om slimmer om te gaan met voedsel. Textiel De textielindustrie is een van de meest vervuilende sectoren ter wereld, waardoor er veel winst te behalen is op het gebied van duurzaamheid. In lijn met de Uitvoeringsagenda 2025 gaan we inwoners actief informeren over het laten repareren van kleding, het kopen van tweedehands kleding en het kiezen voor duurzame alternatieven. Ook hier zetten we in op bewustwordingscampagnes om inwoners te stimuleren bewuster met textiel om te gaan. Daarnaast richten we ons op het hoogwaardig recyclen van afgedankt textiel.

Samen met onze textielinzamelaar brengen we in kaart waar verbeteringen mogelijk zijn binnen de textielinzameling en -verwerking. Kringloopwinkels Harderwijk telt meerdere kringloopwinkels waar inwoners terecht kunnen voor kwalitatieve tweedehands spullen. Steeds meer mensen kiezen bewust voor tweedehands aankopen, en dat is niet zonder reden. Kringloopwinkels bieden niet alleen goed bruikbare producten, maar dragen ook actief bij aan afvalreductie, hergebruik en de circulaire economie. Een gedeelte van het grof huishoudelijk afval, zoals meubels en elektrische apparaten, is nog goed herbruikbaar. Om verspilling tegen te gaan en hergebruik te stimuleren, wil de gemeente de samenwerking met kringloopwinkels verder versterken. Daarnaast zet Harderwijk in op het stimuleren van kringloopgebruik via gerichte campagnes en informatievoorziening. Zo kunnen inwoners bijvoorbeeld via de website allekringloopwinkels.nl eenvoudig een overzicht vinden van kringloopwinkels in Harderwijk en de regio. Door hergebruik aantrekkelijker en toegankelijker te maken, draagt de gemeente bij aan een cultuur van vintage (tweedehands) denken én doen. Deeleconomie De deeleconomie biedt tal van kansen om efficiënter om te gaan met grondstoffen, maar is vooral een ‘bottom-up’ beweging: het succes hangt af van wat inwoners daadwerkelijk nodig hebben.

Dit maakt het uitdagend om als gemeente goed te voorspellen welke initiatieven zullen aanslaan. Onjuiste inschattingen kunnen kostbaar zijn. Daarom richt de gemeente zich in eerste instantie op het onder de aandacht brengen van bestaande deelplatforms en mogelijkheden. Door inwoners actief te informeren over de voordelen en beschikbaarheid van deeleconomie-initiatieven, stimuleren we het gebruik ervan. Daarnaast blijven we in gesprek met de gemeenschap om te ontdekken waar de grootste behoefte ligt.

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

13

Repair Café Het Repair Café speelt een belangrijke rol binnen de circulaire economie door inwoners de mogelijkheid te bieden kapotte spullen te laten repareren in plaats van ze weg te gooien. Dit initiatief draagt bij aan afvalreductie, hergebruik van materialen en het verlengen van de levensduur van producten. Omdat het stimuleren van reparatie en hergebruik een belangrijk speerpunt is in de Uitvoeringsagenda 2025 en het grondstoffenbeleid van Harderwijk, zal de gemeente actief in gesprek gaan met het Repair Café. We onderzoeken hoe we hen kunnen ondersteunen om hun impact verder te vergroten, bijvoorbeeld door middel van promotie, of het faciliteren van samenwerkingen met andere circulaire initiatieven. De kracht van de gemeenschap Naast de eerder genoemde initiatieven nodigt de gemeente inwoners, ondernemers en creatievelingen uit om met vernieuwende ideeën te komen die bijdragen aan de circulaire economie. Gedurende de looptijd van dit GSP blijven we actief op zoek naar innovatieve oplossingen die passen binnen de hoogste principes van de R-ladder. Door samenwerking en creatieve denkkracht willen we verspilling verder terugdringen en grondstoffen optimaal benutten. Samen met de gemeenschap. Recyclepercentages afval en grondstoffen Het vernieuwde VANG-beleid (Rijksbeleid) richt zich sterk op recycling.

Op dit moment zijn de daadwerkelijk behaalde recyclingpercentages echter alleen bekend voor fijn en grof restafval en GFTafval. Voor alle overige afval- en grondstofstromen zijn de recyclingpercentages gebaseerd op landelijke gemiddelde verwerkingsdata. Net als veel andere gemeenten heeft Harderwijk nog geen volledig inzicht in de recyclingpercentages van alle afval- en grondstofstromen. Dit komt doordat verwerkers niet altijd transparant (kunnen) zijn over de exacte hoeveelheden gerecycled afval, of omdat deze gegevens simpelweg niet worden gedeeld. Dit gebrek aan inzicht maakt het lastig om de mate van afval en grondstoffenrecycling goed te beoordelen. Om hier verandering in te brengen, zet Harderwijk in op nauwere samenwerking met afvalverwerkers. Door middel van gesprekken en betere datadeling wil de gemeente meer duidelijkheid krijgen over de werkelijke recyclingresultaten, zodat gerichter kan worden gestuurd op optimale recycling. In de bijlage is een voorbeeld opgenomen van het recyclepercentage-dashboard, opgesteld op basis van de VANG-Recycletool. Volgens deze tool behaalt Harderwijk momenteel een afgerond recyclepercentage van 60%. Tijdens de uitvoering van het GSP zullen deze gegevens periodiek worden bijgewerkt met de meest actuele cijfers.

3.1 Voortzetting gemaakte beleidskeuzes Dit hoofdstuk gaat in op de belangrijkste beleidskeuzes die eerder zijn gemaakt en hebben bijgedragen aan de behaalde afvalresultaten van het vorige GSP. De twee belangrijkste keuzes – Diftar en PMD-nascheiding – worden in dit nieuwe GSP voortgezet en worden hieronder toegelicht. Daarna worden de voorgestelde beleidskeuzes binnen dit GSP gepresenteerd.

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

14

Diftar: effectief middel voor afvalreductie Een van de belangrijkste maatregelen binnen het afvalbeleid van Harderwijk voor restafvalreductie is Diftar Volume/Frequentie (gedifferentieerd tarief) geweest. Dit systeem, waarbij inwoners betalen op basis van de hoeveelheid restafval die zij aanbieden, stimuleert bewuster afvalgedrag en betere afvalscheiding. Onder het principe "de vervuiler betaalt", betaalt ieder huishouden een vast basistarief, terwijl het legen van de grijze container of het aanbieden van restafval in ondergrondse containers apart wordt afgerekend via het variabel tarief. De invoering van Diftar in Harderwijk heeft een duidelijke impact gehad op de reductie van fijn restafval. Van 139 kg naar 83 kg per persoon eind 2022 na 1 jaar Diftar. Dat is een stevige reductie van 40% fijn restafval. Uit de monitoringsdata blijkt dat het Diftar-effect blijvend is. PMD nascheiding Voor de gemeente Harderwijk is Afvalsturing Friesland, de verwerkingstak van Omrin, verantwoordelijk voor de scheiding van PMD-afval. Harderwijk is medeaandeelhouder van deze organisatie. De geavanceerde nascheidingsinstallatie van Omrin behaalt een hoog scheidingsrendement en presteert beter dan een model gebaseerd op bronscheiding. In 2023 heeft Harderwijk een pilot uitgevoerd met betrekking tot PMD.

De conclusie was helder: nascheiding van PMD levert betere resultaten op dan bronscheiding (Gemeente Harderwijk, 2025). Op basis van deze bevindingen blijft Harderwijk vasthouden aan het nascheidingsmodel voor PMD. Zie hiervoor het raadsbesluit van 13 februari 2025. Het is echter belangrijk om te benadrukken dat nascheiding uitsluitend geldt voor PMD. Andere afvalstromen, zoals GFT, papier en karton, textiel en glas, moeten nog steeds via bronscheiding worden ingezameld.

3.2. Beleidskeuzes 2026 - 2030 Om de eerder genoemde drievoudige doelstelling van dit GSP te bereiken, zijn verschillende beleidskeuzes geformuleerd. Deze keuzes richten zich voornamelijk op de reductie van fijn en grof restafval. Voor de keuzes die zich met name richten op de technische systematiek van de afvalinzameling en -uitvoering en daarmee het grootste effect op afvalreductie kunnen realiseren, zijn de verwachte VANG-resultaten berekend voor het einde van deze GSP-periode in 2030. Deze resultaten zijn gebaseerd op onderbouwde benchmarkdata en de praktijkervaringen van Omrin. In het hoofdstuk ‘financiële gevolgen’ staan de kosten en mogelijke opbrengsten weergegeven van elke beleidsoptie. Onze eigen afval en grondstoffeninzameling Voor het behalen van de doelen in dit GSP, is flexibiliteit nodig in de uitvoering. Harderwijk is, samen met de regiogemeenten Ermelo, Nunspeet, Elburg en Oldebroek, aandeelhouder geworden van de publieke afvalinzamelaar Omrin. Hiermee nemen we onze afvalinzameling in eigen hand en krijgen we de flexibiliteit die nodig is om proactief in te spelen op snel veranderende milieuwetgeving en circulaire doelstellingen. Omdat Omrin een publieke organisatie is, kunnen we als aandeelhoudende gemeenten gezamenlijk sturen op publieke waarden, zoals duurzaamheid, maatschappelijke verantwoordelijkheid en betaalbaarheid voor onze inwoners.

Met ingang van 1 januari 2026 neemt Omrin de inzameling van restafval, GFT en oud papier en karton op zich. In de regio Noord Veluwe. De gemeente Zeewolde is hierbij niet aangesloten omdat zij aandeelhouder zijn bij HVC. De gemeente Putten heeft haar eigen inzamelingsdienst.

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

15

Beleidskeuze 1: Diftar Gewicht Bij deze keuze, die zich met name richt op fijn restafval, wordt het Diftar-systeem aangepast naar een tariefstelling op basis van gewicht. Dit betekent dat restafvalcontainers (240L) worden gewogen met behulp van weegmodules die op de inzamelvoertuigen worden geplaatst. Omdat de techniek voor ondergrondse containers nog niet voldoende is bewezen, worden hierin voorlopig nog geen weegmodules toegepast. Uit de gesprekken met inwoners kwam Diftar Gewicht naar voren als een interessante variant op het huidige volume/frequentiemodel. De invoering van Diftar Gewicht heeft gevolgen voor inwoners. Doordat elke kilo restafval meetelt in de heffing, ontstaat een sterkere financiële prikkel om afval beter te scheiden. Inwoners worden zich bewuster van hun afvalgedrag, wat doorgaans leidt tot minder restafval en meer gescheiden inzameling van grondstoffen. De invoering van Diftar Gewicht is een maatregel met de grootste impact op de reductie van restafval. Onderzoek wijst uit dat deze maatregel naar verwachting leidt tot een afname van 18 kg fijn restafval per persoon per jaar, voornamelijk door een betere scheiding van de zware GFT-stroom. Daarmee richt deze keuze zich op de grootste resterende grondstoffen fractie binnen het restafval, op basis van de meest recente sorteeranalyses.

Tegelijkertijd vraagt dit systeem meer handelingen in de vorm van afvalscheiding van inwoners. Goede voorlichting is belangrijk om het systeem begrijpelijk en werkbaar te maken. Hoewel de kans op ontwijkgedrag, zoals bijplaatsingen of vervuiling van grondstofstromen, aanwezig is, blijkt uit de praktijk dat dit met heldere communicatie en handhaving beheersbaar blijft. Keuze 1A: Lokale invoering Met deze keuze neemt de gemeente Harderwijk het voortouw door zelfstandig te investeren in de techniek. Hierdoor kan het systeem al vanaf 2028 worden ingevoerd, ongeacht de keuzes van regiogemeenten. Deze aanpak biedt een hoge mate van zekerheid over de implementatie en de te verwachten effecten op afvalreductie. Indien andere regiogemeenten in een later stadium besluiten om ook over te stappen op Diftar Gewicht, kunnen zij alsnog aansluiten en naar rato meedelen in de kosten. Hiermee blijft samenwerking op termijn mogelijk, zonder dat Harderwijk afhankelijk is van besluitvorming elders Keuze 1B: Regionale invoering Met deze keuze spreekt de gemeente Harderwijk de intentie uit om Diftar Gewicht in te voeren, met als uitgangspunt een regionale aanpak. Harderwijk gaat in gesprek met de regiogemeenten om hen te enthousiasmeren en hen te informeren over de voordelen en effecten van Diftar Gewicht.

Door deze keuze gezamenlijk met omliggende gemeenten op te pakken, kunnen investeringen worden gedeeld en ontstaat er schaalvoordeel. Dit zorgt voor een kostenefficiëntere invoering. Tegelijkertijd betekent dit dat de invoering afhankelijk blijft van de bereidheid van andere gemeenten om aan te sluiten. VANG-resultaat Als gevolg van deze keuze zullen de VANG-resultaten in 2030 uitkomen op circa 75 tot 70 kilogram fijn en grof restafval per inwoner.

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

16

Beleidskeuze 2: Exploitatie milieustraat Omrin Bij deze keuze, die zich met name richt op grof restafval, wordt de exploitatie van de huidige milieustraat en het KCA-depot aan de Daltonstraat 23, overgedragen aan Afvalsturing Friesland (onder de vlag van Omrin). Met deze overdracht worden schaalvoordelen en meer efficiency gerealiseerd. Dit komt doordat Omrin vanaf 2025 ook verantwoordelijk is voor de exploitatie van de milieustraat in Elburg/ Oldebroek, en voor de afvalinzameling in de regio Noord Veluwe vanaf 2026. Door deze gecombineerde verantwoordelijkheid kan Omrin medewerkers flexibel en regionaal breed inzetten. Dit zorgt voor meer continuïteit en veerkracht: bij uitval kunnen taken eenvoudig worden overgenomen door collega’s binnen de regio. Openingstijden milieustraat Tevens wordt voorgesteld akkoord te gaan met een beperkte aanpassing van de openingstijden, waarbij met name de vrijdagavondopenstelling tot 20.00 uur vervalt. Deze wijziging sluit aan bij de afgenomen bezoekersaantallen sinds het vervallen van het PMD-brengpunt en levert voordelen op in termen van personeelsinzet en kostenbeheersing. De nieuwe tijden sluiten aan bij de standaardopeningstijden die Omrin hanteert bij andere milieustraten. Een nadere toelichting op dit voorstel is opgenomen in de bijlage.

Beleidskeuze 3: uitbreiding en toekomstvisie milieustraat De milieustraat aan de Daltonstraat heeft in haar huidige vorm beperkingen om grof huishoudelijk afval verder te reduceren en (hoogwaardige) recycling te stimuleren. Daarom wordt in deze keuzevariant samen met Omrin een onderzoek gestart naar de mogelijkheden en effecten van een (structurele en langetermijn) uitbreiding, gericht op het verbeteren van zowel de operationele efficiëntie als de duurzaamheid in de vorm van restafval reductie en hogere scheiding en recycling van grondstoffen. Én, de veiligheid van bezoekers en onze collega’s. Bij de exploitatie van de milieustraat door Omrin is een belangrijk knelpunt in de huidige inrichting, de inzet van 20 m³ containers. Dit heeft te make met de beperkte hoogte van het bestaande bordes. Hoewel Omrin met deze kleinere containervolumes kan werken, is het logistieke systeem van Omrin op milieustraten gebaseerd op 40 m³ containers. Deze grotere volumes zorgen voor minder transportbewegingen en daarmee voor kosten- en milieubesparingen. Om de 40 m³ containers operationeel te kunnen inzetten, is een verhoging van het bordes noodzakelijk. Immers, hogere containers hebben een hoger bordes nodig. In het onderzoek wordt meegenomen of een dergelijke investering financieel verantwoord is.

De mogelijke uitbreiding van de milieustraat beoogt ook een gebruiksvriendelijkere inrichting voor inwoners, door een grotere verscheidenheid aan grondstofstromen gescheiden te kunnen inzamelen. De nieuwe sorteerstraat biedt ruimte voor fijnmazigere scheiding en betere begeleiding aan de poort. Daarnaast zal een demontagehal worden ingericht waarin, waar mogelijk, mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt actief zijn. Hier worden samengestelde producten – zoals banken en meubels – uit elkaar gehaald om herbruikbare grondstoffen te winnen. Deze activiteiten dragen direct bij aan de reductie van het grof restafval. Het toepassen van een sorteerstraat en een demontagehal zijn de eerste ‘bouwstenen’ van een circulair ambachtcentrum (CAC).

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

17

De aanpassing vraagt ook iets van inwoners: het correct aanleveren en scheiden van grof afval aan de voorkant wordt belangrijker. Uit onderzoek blijkt dat deze werkwijze kan leiden tot een reductie van circa 50% van het grof huishoudelijk afval ten opzichte van 2024, wat neerkomt op ruim 11 kilogram per persoon per jaar. De huidige poorttarieven worden momenteel niet als eerlijk beschouwd door de bezoekers. In het onderzoek wordt bekeken welke vormen van tariefdifferentiatie mogelijk zijn zonder het plaatsen van een weegbrug. Bijvoorbeeld een tarief gebaseerd op volume. Ook wordt onderzocht of de plaatsing van daadwerkelijk een weegbrug wenselijk en haalbaar is. Hiermee kunnen inwoners per afvalstroom en per kilogram afrekenen. Dit systeem wordt door veel gebruikers als eerlijker en transparanter ervaren. Daarnaast versterkt het de financiële bewustwording, zonder in te boeten op gebruiksgemak. In het onderzoek wordt tevens bekeken hoe de veiligheid van zowel bezoekers als medewerkers op en rondom het terrein kan worden verbeterd. Binnen de bedrijfsvoering van Omrin is veiligheid een absolute randvoorwaarde; hierin worden geen concessies gedaan. Het onderzoek zal zich onder meer richten op de plaatsing van valbeugels op het bordes, het aanpassen van de huidige aanrijroute en de verkeerscirculatie op het terrein.

Op drukke momenten kunnen nu lange wachtrijen ontstaan, wat leidt tot onoverzichtelijke en potentieel onveilige situaties. Indien technisch en praktisch haalbaar, wordt ook de mogelijkheid onderzocht om te werken met gereserveerde tijdsloten voor bezoekers, zodat de doorstroming op de milieustraat efficiënter en veiliger verloopt Om een eventuele uitbreiding mogelijk te maken, wordt via deze keuze ook een ruimteclaim gelegd op de aangrenzende kavels die reeds eigendom zijn van de gemeente. Zie bijlage. Deze claim geldt voor de komende jaren binnen de nieuwe gemeenteraadsperiode. Op deze manier is de gemeente verzekerd van de benodigde ruimte, mocht Harderwijk — of mogelijk meerdere gemeenten — besluiten het onderzoek te steunen en daadwerkelijk uit te voeren. Hoewel er duidelijke kansen liggen op het gebied van grip op kostenverhogingen, efficiëntie, verhoging klanttevredenheid en duurzaamheid, dient dit onderzoek nadrukkelijk worden ingebed in een breder gesprek over de toekomst van de milieustraat. De komende jaren is het daarom belangrijk om, samen met Omrin en eventueel regiogemeenten, een langetermijnvisie te ontwikkelen op de rol, ligging en inrichting van de milieustraat in het licht van circulaire ambities, veranderende afvalstromen en de verhoging van de verbrandingskosten.

VANG-resultaat Als de uitbreiding van de milieustraat wordt gerealiseerd – waarbij minimaal een sorteerstraat en een demontagehal worden ingericht – komen de VANG-resultaten in 2030 naar verwachting uit op circa 75 tot 80 kilogram fijn en grof restafval per inwoner. Deze voorzieningen richten zich specifiek op het verlagen van de hoeveelheid grof restafval en het verbeteren van de scheiding van grondstoffen.

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

18

VANG resultaat 2030 Het gecombineerde effect van beleidskeuze 1, beleidskeuze 2 & 3 leidt naar verwachting tot een sterke reductie van fijn en grof restafval. Op basis van berekeningen wordt in 2030 een resultaat verwacht van minder dan 60 kilogram fijn en grof restafval per inwoner, ten opzichte van 97 kilogram in 2024. Deze stap draagt niet alleen bij aan het realiseren van de circulaire ambities van Harderwijk, maar helpt ook de kosten voor afvalverbranding beheersbaar te houden, zeker gezien de stijgende verbrandingsbelasting en CO₂-heffing. Naast afvalvermindering ligt de focus steeds meer op het verbeteren van de kwaliteit en herbruikbaarheid van grondstoffen. In lijn met het vernieuwde VANGprogramma verschuift het beleid van afvalreductie naar (hoogwaardige) recycling. Een belangrijk punt daarbij is ook het verbeteren van inzicht in de recyclingcijfers. Omdat veel verwerkers slechts landelijke gemiddelden aanleveren, zet Harderwijk in op betere datadeling om lokale prestaties inzichtelijk en structureel te verbeteren. Hoewel de verwachtingen onderbouwd zijn met data en praktijkervaringen, blijven externe factoren zoals gedrag van inwoners, marktschommelingen in de vraag naar secundaire grondstoffen, toerismedruk en datakwaliteit invloed uitoefenen op de (afval) uitkomsten.

Dit vraagt om een flexibele en datagedreven beleidsinzet gedurende de looptijd van het grondstoffenplan. De noodzaak van beleidskeuze 1, 2 & 3 Het vorige grondstoffenbeleid (2020–2025) heeft aantoonbaar effect gehad, met name op fijn restafval, en Harderwijk presteert inmiddels bovengemiddeld in haar stedenbouwklasse. Toch is voortzetting van het bestaande beleid niet voldoende. De Kaderrichtlijn Afvalstoffen, het Circulair Materialenplan en het VANG-programma stellen strengere eisen. Daarnaast sluit het huidige beleid niet aan bij de ambities uit de Harderwijkse Omgevingsvisie om uiterlijk in 2050 een volledig circulaire economie te realiseren Beleidskeuze 1, 2 en beleidskeuze 3 vormen daarin de kern. Ze zijn noodzakelijk om de hoeveelheid fijn en grof restafval structureel verder te verlagen, om de kwaliteit van ingezamelde grondstoffen te verbeteren en te voldoen aan de kaders van Europese en nationale regelgeving. Zonder deze keuzes blijft Harderwijk hangen op het huidige prestatieniveau, terwijl de normen verder worden aangescherpt en de kosten voor afvalverbranding – onder invloed van verbrandingsbelastingen en CO₂-heffingen – blijven stijgen.

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

19

Beleidskeuze 4: Communicatie Waar de eerste twee beleidskeuzes vooral gericht zijn op technische en logistieke maatregelen, richt beleidskeuze 3 zich op het stimuleren van circulair gedrag via gerichte communicatie. Zonder gedragsverandering bij inwoners blijven de effecten van andere maatregelen beperkt. Effectieve communicatie vormt daarom een belangrijke schakel binnen het GSP. De gemeente kiest voor een thematische communicatieaanpak, waarbij op basis van grondstoffenwinst en beleidsprioriteiten wordt bepaald welke onderwerpen extra aandacht krijgen. Door te werken met afwisselende campagnes blijft de communicatie actueel, herkenbaar en doelgericht. Digitale middelen, zoals de Omrin Afvalapp, spelen hierin ook een belangrijke rol – onder andere via persoonlijke afvalinzichten, pushmeldingen en praktische tips. Op basis van beleidsprioriteiten, sorteeranalyses van het restafval en signalen vanuit de samenleving is de volgende thematische communicatieplanning opgesteld, waarbij het jaarlijkse accent helder is afgebakend: • •

Kwartaal 4, 2025: Wijzigingen in de afvalinzameling door Omrin. Kwartaal 4, 2025: Wijzigingen in de werking van de milieustraat.

•

2026: Textiel – Betere scheiding stimuleren en aandacht voor hergebruik, reparatie en bewuste kledingkeuzes. Oud papier en karton – Verbeteren van scheidingskwaliteit.

•

2027: Handhaving en gedragsnormen – Campagnes rond bijplaatsingen, zwerfafval en illegale dumpingen. GFT en voedselverspilling – In aanloop naar de invoering van Diftar Gewicht.

•

2028: Kringloop en hergebruik – Versterken van samenwerking met kringloopwinkels en promotie van hergebruik. Reparatie en herstel – Ondersteunen van initiatieven zoals Repair Cafés en lokale herstelpunten.

•

2029: Deeleconomie – Onder de aandacht brengen van bestaande deelinitiatieven met buurtgerichte communicatie.

•

2030: Communicatie op maat – Gericht inspelen op actuele lokale behoeften en beleidsontwikkelingen.

Dit is een (grove) inschatting van de planning. Onderwerpen en tijdspad kunnen in de praktijk nog wijzigen.

De kracht van deze aanpak zit in het creëren van draagvlak, eigenaarschap en bewustwording. Inwoners begrijpen niet alleen wat er verandert, maar vooral ook waarom. Dit vergroot het vertrouwen in het beleid en stimuleert actieve betrokkenheid bij de doelstellingen van het GSP. Bovendien zit er een duidelijke opbouw in de communicatie: eerst ligt de focus op grote wijzigingen zoals de samenwerking met Omrin en de aanpassing van inzamelstructuren, gevolgd door aandacht voor grondstofstromen die nog vaak in het restafval terechtkomen en de introductie van Diftar Gewicht. Daarna verschuift de aandacht naar het stimuleren van circulaire gedragspatronen in aanloop naar het nieuwe Grondstoffenplan 2030 en de daaropvolgende jaren.

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

20

Beleidskeuze 5: uitbreiding handhaving Net als veel andere gemeenten heeft Harderwijk te maken met bijplaatsingen, illegale dumpingen en zwerfafval. Hoewel dit gedrag vaak een maatschappelijke of sociale achtergrond heeft en niet direct voortkomt uit het afvalbeleid, heeft het wel degelijk een negatieve impact op de leefomgeving. Handhaving speelt hierin een belangrijke rol om dit tegen te gaan. Op dit moment treedt de gemeente voornamelijk op via een zogenoemd ‘piepsysteem’: er wordt pas gehandhaafd na meldingen van inwoners. Dit maakt de aanpak reactief, vermindert de effectiviteit en leidt tot frustratie bij inwoners die hun afval wél correct scheiden en aanbieden. Mede op basis van het advies uit het Rekenkameronderzoek start de gemeente een interne verkenning via deze beleidskeuze. Deze verkenning brengt in kaart wat de financiële en operationele gevolgen zijn van een meer proactieve handhavingsaanpak, welke afdelingen hierbij betrokken (moeten) zijn en welke aanpassingen nodig zijn in de huidige werkprocessen. Een mogelijke effectieve werkwijze is het gericht inzetten van handhaving op zogenaamde hotspots: locaties waar op basis van meldingen en afvaldata structurele overtredingen plaatsvinden. In deze gebieden krijgt handhaving prioriteit.

Bij overtredingen blijft de gemeente in eerste instantie werken met waarschuwingen, maar bij herhaling kunnen handhavingsmaatregelen volgen, zoals het toepassen van bestuursdwang of het opleggen van dwangsommen. Bij uiteindelijke implementatie draagt deze beleidskeuze bij aan een schonere stad, een eerlijker afvalsysteem en meer draagvlak onder inwoners die hun afval op de juiste manier aanbieden.

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

21

3.3 Uitbreiding service en dienstverlening Naast de eerder beschreven beleidskeuzes, zijn er binnen het huidige afvalbeleid enkele onderdelen die om versterking vragen. Het gaat hierbij niet om nieuwe keuzes, maar om uitbreidingen van bestaande voorzieningen en maatregelen die momenteel nog onvoldoende zijn ingericht of benut. Uit zowel afvalbenchmarkgegevens, sorteeranalyses en het onderzoek van de Rekenkamer blijkt dat op deze punten ruimte is voor verbetering. Het verbeteren van service en dienstverlening speelt een belangrijke rol in het verhogen van de gebruiksvriendelijkheid, het vergroten van het draagvlak onder inwoners én het realiseren van meer en betere grondstofscheiding. Door te investeren in deze uitbreidingen, zet de gemeente Harderwijk in op een stevige basis die het overige beleid ondersteunt en versterkt. De volgende uitbreidingen worden hieronder besproken. Uitbreiding textielcontainers Uit de meest recente sorteeranalyses blijkt dat er gemiddeld nog zo’n 9 kilogram textiel per persoon in het restafval belandt. Dat is zonde, want textiel is een waardevolle grondstof die goed hergebruikt kan worden. In samenspraak met de verschillende interne afdelingen zal het aantal textielbakken in de gemeente Harderwijk uitgebreid worden en beter verspreid worden over de wijken. Op deze manier willen we het inwoners gemakkelijker maken om textiel gescheiden aan te bieden.

Op basis van landelijke benchmarks verwachten we dat deze maatregel bijdraagt aan een vermindering van de hoeveelheid textiel in het restafval (Cyclus Management, 2022). De uitbreiding vindt gericht plaats op locaties waar dit praktisch en wenselijk is, zoals bij supermarkten, wijkcentra en scholen. Inwonerstevredenheidsonderzoeken De betrokkenheid van inwoners is een waardevolle factor binnen het afval- en grondstoffenbeleid. Periodieke onderzoeken kunnen helpen om inzicht te krijgen in hoe inwoners het beleid ervaren, welke knelpunten zij tegenkomen en waar ruimte is voor verbetering. Door deze uitbreiding, die mede voortkomt uit het advies van het Rekenkamer Onderzoek, kiest de gemeente ervoor om jaarlijks een inwonerstevredenheidsonderzoek uit te voeren. Dit biedt een laagdrempelige vorm van participatie en stelt inwoners in staat om actief mee te denken over het afvalbeleid. De verkregen inzichten kunnen worden benut om communicatie te verbeteren, knelpunten gerichter aan te pakken en het beleid indien nodig bij te stellen.

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

22

4. Aanvullende service en dienstverlening Om de doelstellingen uit het Grondstoffenplan 2026–2030 te realiseren, is het belangrijk dat inwoners goed worden gefaciliteerd, geïnformeerd en ondersteund bij de uitvoering ervan. Technische, sociale en beleidsmatige maatregelen hebben pas echt effect wanneer ze worden gecombineerd met heldere communicatie, toegankelijke voorzieningen en aandacht voor specifieke behoeften binnen de samenleving. Daarom vormt deze uitbreiding van dienstverlening een belangrijke schakel in de succesvolle uitvoering van het GSP. Benchmarkonderzoek laat zien dat een sterke dienstverlening bijdraagt aan beter scheidingsgedrag, minder frustratie bij inwoners die hun afval wél correct aanbieden, en een afname van dumpingen en bijplaatsingen. Dit resulteert uiteindelijk in hogere recyclingpercentages en lagere verbrandingskosten. In dit onderdeel worden de aanvullende dienstverleningsmaatregelen toegelicht.

4.1 Bladkorven In het najaar plaatst de gemeente bladkorven op locaties met veel gemeentelijke bomen. Deze korven zijn uitsluitend bedoeld voor bladafval; het deponeren van takken of ander afval is niet toegestaan, omdat dit het legen bemoeilijkt. In straten zonder bladkorven kunnen bewoners bladeren op een hoop vegen of blazen op het gazon. Grote hopen bladafval kunnen gemeld worden bij SnelHerstel, zodat deze tijdens de route worden meegenomen. In het buitengebied van Hierden zijn geen bladkorven aanwezig; daar is het toegestaan om bladeren in de berm te vegen of te blazen.

4.2 Interactieve afvalapp Omrin Vanaf 2026 kunnen de inwoners gebruik maken van de Omrin Afvalapp. De Omrin Afvalapp is een digitale applicatie die inwoners helpt bij het efficiënt scheiden en beheren van hun afvalstromen en komt mede voort uit de motie van de gemeenteraad. Met een intuïtieve interface en diverse slimme functies ondersteunt de app gebruikers bij het naleven van de afvalregels, het verlagen van restafval en het optimaliseren van afvalscheiding. Dit draagt bij aan een duurzamer en circulair afvalbeheer binnen de gemeente. De afvalapp biedt een breed scala aan functies die inwoners helpen om bewuster en makkelijker om te gaan met hun afval. •

Afvalkalender: Gebruikers kunnen eenvoudig zien op welke dagen welk type afval wordt opgehaald. Via pushmeldingen krijgen zij herinneringen om hun containers tijdig aan de straat te zetten.

•

Scheidingswijzer: De ingebouwde scheidingswijzer helpt inwoners snel te bepalen in welke bak een bepaald soort afval thuishoort, waardoor de kwaliteit van de afvalstromen verbetert.

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

23

•

Diftar-inzicht: Bij gemeenten met een Diftar-systeem geeft de app inzicht in het aantal ledigingen en het gewicht van het aangeboden restafval. Inwoners kunnen zo hun eigen afvalproductie volgen en vergelijken met het gemeentelijk gemiddelde.

•

Containerlocaties: De app toont de dichtstbijzijnde locaties van verzamelcontainers voor onder andere glas, textiel en plastic. Dit stimuleert inwoners om afval op de juiste manier in te leveren.

•

Meldingen en aanvragen: Gebruikers kunnen via de app meldingen maken van bijvoorbeeld een volle of defecte container en direct een milieupas aanvragen. Ook afspraken maken voor grofvuil of klein chemisch afval is mogelijk.

•

Milieustraat en kringloopinformatie: De app bevat informatie over de milieustraat, zoals openingstijden en welke afvalstromen daar kunnen worden ingeleverd. Daarnaast helpt de app bij het vinden van kringloopwinkels en andere hergebruikinitiatieven.

•

Nieuws en updates: Gemeenten kunnen via de app belangrijke updates sturen over afvalinzameling, gewijzigde ophaaldata en duurzaamheidsinitiatieven.

Het gebruik van de Omrin Afvalapp levert zowel inwoners als de gemeente belangrijke voordelen op. Inwoners profiteren van meer gemak, betere afvalscheiding en inzicht in hun eigen afvalgedrag.

4.3 Afvalcoach De afvalcoach ondersteunt inwoners bij het beter scheiden, voorkomen en verminderen van afval. Door middel van voorlichting en persoonlijk advies helpt de coach bewoners om afval correct aan te bieden en zo restafval te verminderen. Daarnaast signaleert de afvalcoach knelpunten, zoals verkeerd aangeboden afval of bijplaatsingen en biedt hier gerichte ondersteuning. Naast directe begeleiding vormt de afvalcoach een brug tussen inwoners en de gemeente, waarbij feedback uit de wijken wordt verzameld om het afvalbeleid te verbeteren. Door actieve betrokkenheid en educatie draagt de afvalcoach bij aan meer milieubewustzijn, een effectievere afvalscheiding en kwaliteit van deelstromen, wat essentieel is voor het behalen van de VANG-doelstellingen. In overleg met de regiogemeenten zal bepaald worden welke regionale behoefte er is voor een afvalcoach, waarna Omrin afvalcoaches zal inzetten om hierop in te spelen.

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

24

4.4 Maatwerk specifieke doelgroepen In het nieuwe GSP blijven we maatwerk bieden voor specifieke doelgroepen die te maken hebben met bijzondere omstandigheden, zoals mensen met een langdurige aandoening en huishoudens met een laag inkomen. Omdat elke persoonlijke situatie anders is, verschillen ook de mogelijkheden om restafval te verminderen. De bestaande vrijstellingsregelingen voor inwoners met een medische indicatie en voor minima blijven daarom gehandhaafd. Tegelijkertijd vinden we afvalscheiding erg belangrijk. Een eerlijk systeem vraagt dat iedereen, binnen diens mogelijkheden, bijdraagt aan het verminderen van restafval en het verantwoord scheiden van afvalstromen. Maatwerk en afvalscheiding kunnen goed samengaan. Door gerichte ondersteuning en bewustwording stimuleren we álle inwoners, inclusief degenen die gebruikmaken van maatwerkregelingen, om actief bij te dragen aan minder restafval verbranding en meer grondstofscheiding. Maatwerk blijft voorbehouden aan inwoners die daar recht op hebben en het eerlijk benutten. Zo voorkomen we dat extra kosten worden afgewenteld op andere inwoners van Harderwijk. We communiceren de regeling helder, zodat duidelijk is wie waarvoor in aanmerking komt.

Medische afvalpas Inwoners die door een langdurige of chronische ziekte of handicap te maken hebben met medisch afval – zoals incontinentiemateriaal, nierdialysemateriaal of stomamateriaal – kunnen gebruikmaken van de medische afvalpas. Deze regeling voorkomt dat zij onevenredig worden belast binnen het Diftar-systeem, aangezien het merendeel van medisch afval bij het restafval terechtkomt en daardoor tot hogere kosten kan leiden. De regeling voor kwijtschelding van het vaste deel van de afvalstoffenheffing blijft ongewijzigd. Oftewel, 0% kwijtschelding. De medische afvalpas voorziet in een compensatieregeling op het variabele tarief, afhankelijk van de gehanteerde Diftar-systematiek. Ondergrondse containers Voor de gebruikers van de ondergrondse container is de volgende compensatieregeling berekend: • • •

In 2026 worden de eerste 37 aanbiedingen in de ondergrondse container kwijtgescholden. Aanbiedingen boven dit aantal worden wel in rekening gebracht. Vanaf 2027 wordt jaarlijks, voorafgaand aan het nieuwe jaar, bepaald hoeveel aanbiedingen zullen worden gecompenseerd. Dit gebeurt op basis van het gebruik door de inwoners van de gemeente Harderwijk.

Minicontainers Voor de gebruikers van de minicontainer is de volgende compensatieregeling berekend: • • •

In 2026 worden de eerste 14 aanbiedingen van de minicontainer kwijtgescholden. Aanbiedingen boven dit aantal worden wel in rekening gebracht. Vanaf 2027 wordt jaarlijks, voorafgaand aan het nieuwe jaar, bepaald hoeveel aanbiedingen zullen worden gecompenseerd. Dit gebeurt op basis van het gebruik door de inwoners van de gemeente Harderwijk.

Grondstoffenplan 2026 – 2030 Gemeente Harderwijk

25

Compensatieregeling Diftar Gewicht De compensatieregeling wordt, in samenwerking met Omrin, vastgesteld voordat Diftar Gewicht wordt ingevoerd. Uitgangspunt hierbij is het voorkomen van een onevenredige belasting door medisch afval. Bij het opstellen en uitvoeren van deze regeling wordt zorgvuldig omgegaan met privacy. Daarbij wordt volledig voldaan aan de eisen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), inclusief de bescherming van bijzondere persoonsgegeven. Minima en kwijtscheldingen Inwoners met een laag inkomen kunnen onder bepaalde voorwaarden kwijtschelding krijgen voor de afvalstoffenheffing in de gemeente Harderwijk. Dit betekent dat zij (een deel van) deze belasting niet hoeven te betalen. De aanvraag voor kwijtschelding kan online worden ingediend via de digitale belastingbalie met DigiD. Voor wie dit niet digitaal kan regelen, is er een mogelijkheid om een papieren aanvraagformulier te downloaden, in te vullen en per post op te sturen. De regeling voor kwijtschelding van het vaste deel van de afvalstoffenheffing blijft ongewijzigd. Oftewel, 100% kwijtschelding. Voor het variabele tarief wordt een evenwicht gezocht tussen financiële ondersteuning en de stimulans om afval goed te scheiden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=f16b3562-6d9e-47c2-b2fd-eaf03703f8a5