CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. 240625 Def_OmgevingsvisieHarderwijk-gecomprimeerd

Raadsvergadering 12 december 2024, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Vaststelling Omgevingsvisie Harderwijk 204040.183 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

We zijn innovatief en tonen lef Voor biodiversiteit zijn lanen beplant met verschillende bomen en wordt openbaar groen met diverse beplanting en gras afgewisseld met veldbloemen. Het Sypelpark met veel sportvoorzieningen is een stadspark voor ontmoeting, sport én recreatie en wordt daarmee het centrale hart van de basisstructuur. Hekken in het stadspark zijn taboe en worden in overleg met het verenigingsleven verwijderd waardoor sportvoorzieningen door iedere inwoner, buiten de training- en wedstrijdtijden om, gebruikt kunnen worden. Dit groene hart van de stad wordt verbonden met het Vondelpark in Stadsdennen, het Friesegrachtpark aan de noordzijde en Kranenburg Noord aan de zuidzijde waarbij het watersysteem van de voormalige Sypelbeek is hersteld. Door bijvoorbeeld het parkeren aan de rand van de buurt of wijk te organiseren in mobiliteitshubs, kan de straat ingericht worden als groene ruimte met gemeenschappelijke stads- en pluktuinen, met een gezamenlijke klusschuur of groentekas en speelplek. De straat in de wijk wordt daarmee plek voor wijkbewoners, sportende mensen, spelende kinderen, voetgangers en fietsers.

Omgevingsvisie Harderwijk 2040

Gezonde leefstijl en -omgeving Ontmoeting, verbinding en samenhang Inwoners in kwetsbare situaties Arbeidsmarkt, onderwijs, inkomen Omgevingskwaliteit

Wonen

Voorzieningen Mobiliteit en infrastructuur Ruimte voor ondernemen Visiekaart

46

DEEL A | basis

DEEL B | thema uitwerking

DEEL C | gebiedsuitwerking

4.2.4.5. Waardevolle groene (be)leefomgeving Binnen de gemeente vormt de basisstructuur een netwerk om veel gebieden groen en biodivers in te richten. Omdat groen zo belangrijk is voor de gezondheid en het welzijn van onze inwoners, is het van belang dat er op stadsniveau voldoende grote groene gebieden zijn. Binnen de wijken en buurten streven we naar een groene (be)leefomgeving die geschikt is voor speelplekken, buurt- en wijkontmoeting, bewegen en sportbeoefening. Het principe dat daarin gehanteerd wordt is de zogenaamde 3-30-300 regel. Dat houdt in dat men vanuit een woning zicht heeft op tenminste 3 volwassen bomen, 30% van de oppervlakte in elke wijk is voorzien van een bladerdak en voor iedereen binnen 300 meter vanaf de woning een park of groene ruimte van tenminste 1 hectare aanwezig is. Met de basisstructuur worden in de stad groene plekken verbonden evenals sportclusters en ontmoetingsplekken. Deze plekken worden vervolgens verbonden aan grotere natuursystemen om het stedelijke gebied zoals Natura 2000 en de Hierdense Enken. Nieuwe aanplant in de stedelijke omgeving wordt diverser. In overleg met wijk- en buurtbewoners wordt gekeken naar een gezamenlijke aanpak. Voedselbossen, tiny forest, pluk- en moestuinen worden daar onderdeel van. 4.2.4.6. Cultuurhistorisch landschap en groen In Harderwijk/Hierden worden bos-, enken-, weide- en randmeerlandschap herkend.

In deze gebieden worden cultuurhistorische landschapselementen versterkt. In het buitengebied zijn dat bijvoorbeeld bosjes, lanen & houtwallen in het waardevolle open enkenlandschap en sloten & plasdraszones in het weidelandschap. In de stad zijn dat lanen en oude structuren. Deze vormen zowel verbindingen als een thuis voor veel soorten. Daarnaast geeft het karakter en verhogen ze de beleving van het landschap. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt rekening gehouden met het karakter van het lokale cultuurhistorisch landschap: qua kavelstructuur, landgebruik, karakteristieke beplantingselementen, etc.

DEEL D | realisatie

inhoud

Bodem

Water

Natuur en groen Klimaatverandering Gezonde leefstijl en -omgeving Ontmoeting, verbinding en samenhang Inwoners in kwetsbare situaties Arbeidsmarkt, onderwijs, inkomen Omgevingskwaliteit

Wonen

Voorzieningen Mobiliteit en infrastructuur Ruimte voor ondernemen Visiekaart

Omgevingsvisie Harderwijk 2040

47

DEEL A | basis

DEEL B | thema uitwerking

DEEL C | gebiedsuitwerking

DEEL D | realisatie

inhoud

OMGEVINGSVISIE - LEGENDA NATUUR EN GROEN OMGEVINGSVISIE - LEGENDA NATUUR EN GROEN

OMGEVINGSVISIE - LEGENDA NATUUR EN GROEN NATUUR EN GROEN Legenda 1 1

21 Hoofdgroenstructuur 2 32 Fijnmazige groenstructuur 3 43 Stadspark 4 54 Kustzone 5 65 Oppervlaktewater 6 76 Open en waardevol landschap 7 78 Verbindingszone Veluwe – 8 Randmeer 98 9 Stadslanderijen 9 10 10 Enkenlandschap 10 11 11 Weidenlandschap 11 12 Randmeerlandschap 12 12 13 Boslandschap 13 13

Omgevingsvisie Harderwijk 2040

48

DEEL A | basis

DEEL B | thema uitwerking

DEEL C | gebiedsuitwerking

DEEL D | realisatie

inhoud

4.2.5. Klimaatverandering 4.2.5.1.

Anticiperen op klimaatverandering en verkleinen ecologische voetafdruk

Bodem

Klimaatverandering is een gegeven. Daar kunnen we niet heel snel iets aan veranderen. Wel kunnen we proberen om systemen duurzaam te maken en zo min mogelijk belastend voor onze planeet. Bij iedere ontwikkeling wordt expliciet aandacht gegeven aan het verkleinen van onze ecologische voetafdruk. Daarnaast gaat de gemeente anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering.

Water

Natuur en groen Klimaatverandering

... voor het natuurlijk systeem Betekent dat de gemeente meedenkt over zeespiegelstijging, over droogte en extreme piekbuien en hoe systemen worden aangepast op deze omstandigheden. In de omgevingsvisie geven we bij verschillende thema’s aan hoe we klimaatverandering proberen te voorkomen als klein radertje in het grote globale geheel. Daarin sluiten we aan bij het energieakkoord dat uitgewerkt wordt in de regionale energiestrategie (RES).

... voor het welbevinden van onze inwoners Ondertussen raken we gewend aan hoe kelders en soms huizen onderlopen (Limburg, 2022), hoe wegen onbegaanbaar worden en hoe in hetzelfde jaar de natuur verdroogt. Hoe hittestress in stedelijke gebieden de gezondheid schaadt en hoe we inmiddels nadenken over hoe woningen naast verwarming ook koeling nodig hebben.

Gezonde leefstijl en -omgeving Ontmoeting, verbinding en samenhang

● hittestress ● droogte ● wateroverlast ● ruimte voor groen ● ● herstel voormalige beken ● ecologische voetafdruk ● ● robuust groen ●

Inwoners in kwetsbare situaties Arbeidsmarkt, onderwijs, inkomen Omgevingskwaliteit

Wonen

2040

Principes ten aanzien van klimaatverandering zijn: Voorzieningen

• De adaptatie van klimaatverandering wordt in de basisstructuur opgelost. • Geïntegreerde oplossingen om de effecten van klimaatverandering te beperken zijn een verplicht onderdeel bij ruimtelijke initiatieven. • Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling is de inzet om de relatieve gemeentelijke ecologische voetafdruk te verkleinen.

KLIMAATVERANDERING

Ruimte voor ondernemen

2040

Omgevingsvisie Harderwijk 2040

Mobiliteit en infrastructuur

Visiekaart

49

DEEL A | basis

DEEL B | thema uitwerking

4.2.5.2. Adaptatie van klimaatverandering oplossen in de basisstructuur Binnenstedelijk is de basisstructuur hét antwoord op klimaatverandering. Door een robuuste groene matrix over de stad en buitengebied te leggen ontstaat de ruimte om hittestress en wateroverlast te integreren in de basisstructuur. Dat betekent dat de basisstructuur het natuurlijke systeem volgt om op die manier adequaat de gevolgen van klimaatverandering te kunnen verminderen. Als gevolg van klimaatverandering krijgen we vaker te maken met extreme regenval. De riolering is daar niet op berekend en water zal dan over het maaiveld zijn weg vinden. Daarbij ontstaan problemen voor de bereikbaarheid door hulpdiensten. Op de kaart zijn deze belangrijkste plekken aangegeven waar in de komende jaren oplossingen moet worden gezocht om water tijdelijk te kunnen bergen.

DEEL C | gebiedsuitwerking

4.2.5.3. Boomrijke stedelijke omgeving Voor het tegengaan van klimaatverandering zijn bomen van belang. In het openbaar gebied krijgen groen en met name bomen de ruimte, want bomen helpen bij het vasthouden van water, bevorderen het infiltreren van water in de bodem, geven schaduw tegen hittestress, herbergen beestjes voor biodiversiteit, zijn zeer waardevol voor een prettig en gezond leefklimaat, zetten CO2 om in zuurstof en zijn gewoon mooi om naar te kijken. Het inzetten op een boomrijke “stedelijke” omgeving gaat helpen. Groeiplaatsen-beleid wordt het nieuwe beleid. Dat wil zeggen dat in onze openbare ruimte blijvend plaats wordt gereserveerd voor volwassen groen. Door behoud van goede groeiplaatsen en fors te investeren in goede groeiplaatsen of door ruimte te creëren (eventueel door te investeren in technische oplossingen) voegen we nieuw groen toe in wijken en buurten, in eerste instantie in de basisstructuur. Het resultaat zal een veel gezonder bomenbestand zijn dat ook veel duurzamer in stand te houden is met alle positieve effecten van dien.

DEEL D | realisatie

inhoud

Bodem

Water

Natuur en groen Klimaatverandering Gezonde leefstijl en -omgeving Ontmoeting, verbinding en samenhang Inwoners in kwetsbare situaties Arbeidsmarkt, onderwijs, inkomen Omgevingskwaliteit

Wonen

Voorzieningen Mobiliteit en infrastructuur Ruimte voor ondernemen Visiekaart

Omgevingsvisie Harderwijk 2040

50

DEEL A | basis

DEEL B | thema uitwerking

DEEL C | gebiedsuitwerking

4.2.5.4. Ruimtelijke initiatieven Bij herstructureringsopgaven wordt gezocht naar geïntegreerde oplossingen om hitte tegen te gaan en te anticiperen op extreme regenval. Dit leidende principe is voorwaardelijk bij (her)ontwikkeling. Bij beheer van het bosgebied wordt rekening gehouden met maatregelen die onbeheersbare bosbranden voorkomen of bij calamiteiten de beheersbaarheid daarvan vergroten. Bij groot onderhoud en herstructurering wordt ingezet op gescheiden rioolsystemen. Bij verhardingen in de openbare ruimte zal waar mogelijk water doorlaatbaar materiaal worden toegepast ter bevordering van infiltratie.

DEEL D | realisatie

4.2.5.5. Ecologische voetafdruk8 De klimaatverandering is het gevolg van ons handelen in vooral de afgelopen 150 jaar. Dat verander je niet zo maar even en daarom worden er op globaal niveau afspraken gemaakt om te zorgen dat we zuiniger omspringen met dat wat de aarde ons te bieden heeft. Als ieder mens hetzelfde consumptiepatroon zou hebben als de gemiddelde Nederlander, dan zou dat de mensheid in totaal 5 keer meer verbruiken dan de aarde kan opbrengen. Dat moet anders als we nog wat willen overlaten voor anderen op onze planeet en voor mensen die na ons leven. In een duurzame toekomst heeft de volgende generatie minimaal dezelfde kansen als de huidige generatie. Daarvoor zal het roer om moeten. We moeten anders gaan werken, denken en handelen. Minder gericht op groei, meer gericht op hernieuwbaar en regeneratie. De gemeente neemt het voortouw in de verkleining van onze ecologische voetafdruk. Dat is slecht verenigbaar met de groei van woningaanbod e.d. Een ontwikkeling zorgt over het algemeen voor een verder gebruik van grondstoffen en ruimte. Met dit beginsel bedoelen we dan ook dat iedere ontwikkeling duurzaam is, dat wil zeggen energieneutraal, liefst energieleverend, gebouwd met circulaire en/of lokaal en hernieuwbaar geproduceerde grondstoffen en natuurinclusief.

Elke ontwikkeling draagt er op langere termijn aan bij dat de gemiddelde ecologische voetafdruk per inwoner kleiner wordt en dus ook dat de relatieve ecologische voetafdruk van onze gemeente als geheel kleiner wordt. 8. Bron: https://www.wur.nl/nl/show-longread/groen-goed-voorde-gezondheid

Omgevingsvisie Harderwijk 2040

inhoud

Bodem

Water

Natuur en groen Klimaatverandering Gezonde leefstijl en -omgeving Ontmoeting, verbinding en samenhang Inwoners in kwetsbare situaties Arbeidsmarkt, onderwijs, inkomen Omgevingskwaliteit

Wonen

Voorzieningen Mobiliteit en infrastructuur Ruimte voor ondernemen Visiekaart

51

DEEL A | basis

DEEL B | thema uitwerking

DEEL C | gebiedsuitwerking

4.2.5.6. Afval en grondstoffen In Harderwijk worden de richtlijnen van VANG (Van Afval Naar Grondstof) gehanteerd als kern van duurzaam afvalbeheer en de gemeentelijke inzet voor een circulaire economie. VANG beantwoordt de missie om afval te verminderen, grondstoffen efficiënt te hergebruiken en een duurzaam bewustzijn te creëren binnen de Harderwijkse samenleving. Een flexibele afvalinzameling en een actieve dialoog met inwoners staat centraal in het Harderwijks afvalbeleid. Educatie en bewustwording zijn belangrijke gespreksonderwerpen in het betrekken van de samenleving bij het vraagstuk van afvalverwerking en circulariteit. Daarbij zijn in het afvalen grondstoffenbeleid de R-ladder principes9 van de circulaire economie de belangrijkste leidraad. De gemeente zorgt voor de juiste infrastructuur om afval en grondstoffen zo hoogwaardig mogelijk te recyclen. Dit geldt voor fijn en grof huishoudelijk restafval. Belangrijk binnen het beleid, is de verduurzaming van de afvalinzamelingsvloot. De gemeente schakelt over naar afvalinzamelingsvoertuigen die elektrisch rijden of op milieuvriendelijke brandstoffen. Deze stap draagt bij aan de vermindering van onze ecologische voetafdruk. Daarnaast worden de nieuwste technologische ontwikkelingen op het gebied van afval en circulariteit nauwlettend in de gaten gehouden, zodat voortdurend wordt geïnnoveerd.

DEEL D | realisatie

inhoud

Bodem

Water

Natuur en groen Klimaatverandering Gezonde leefstijl en -omgeving Ontmoeting, verbinding en samenhang Inwoners in kwetsbare situaties Arbeidsmarkt, onderwijs, inkomen Omgevingskwaliteit

Wonen

Voorzieningen Mobiliteit en infrastructuur Ruimte voor ondernemen

9. De R-ladder principes verwijzen naar een hiërarchie van strategieën voor het beheer van grondstoffen en het minimaliseren van afval. De ‘R’ in de R-ladder staat voor verschillende stappen, waaronder Refuse (weigeren), Reduce (verminderen), Reuse (hergebruiken), Repair (repareren), en Recycle (recyclen).

Omgevingsvisie Harderwijk 2040

Visiekaart

52

DEEL A | basis

DEEL B | thema uitwerking

DEEL C | gebiedsuitwerking

DEEL D | realisatie

inhoud

OMGEVINGSVISIE - LEGENDA KLIMAAT

KLIMAAT Legenda

1 Oppervlaktewater 2 Kustzone 3 Energiebesparende maatregel 4 Verhoogde kans op hittestress 5 Wateroverlast calamiteit knelpunt 6 Overstortzoekgebied 7 Waterberging 8 Wateroverlastzone 9 Risico onbeheersbare natuurbrand

Omgevingsvisie Harderwijk 2040

53

DEEL A | basis

DEEL B | thema uitwerking

4.3.

Alliantie van mens en maatschappij

4.3.1.

Het welbevinden van onze inwoners staat voorop

DEEL D | realisatie

DEEL C | gebiedsuitwerking

Waarom….

effect op het welbevinden. Zo’n 15% van de inwoners heeft moeite om mee te doen aan de samenleving (SCP, landelijke cijfers ). Met deze diversiteit en kans op uitsluiting in gedachten wordt ingezet op een gezonde en actieve leefstijl door een leefomgeving te creëren die toegankelijk is en uitnodigt tot ontmoeting. Dit is helpend in het onderhouden of verbeteren van je gezondheid.

Bij de alliantie van mens en maatschappij draait het om het welbevinden van onze inwoners. Het welbevinden draait om in verbinding staan met anderen, regie hebben over je eigen leven en de vaardigheden/mogelijkheden hebben om mee te kunnen doen in de samenleving. Dit welbevinden van de inwoners krijgt vorm in beleidsdoelen gericht op het bevorderen van mee kunnen doen, voldoende voorzieningen, preventief (gezondheids)beleid om problemen te voorkomen of te verminderen, en ondersteuning bieden wanneer nodig. Dit beleid raakt ook aan de inrichting van de ruimte in Harderwijk en dus ook aan de Omgevingsvisie.

Een gezondere leefstijl draagt bij aan een verminderde zorgvraag. In Nederland staat de houdbaarheid om de huidige zorg voor ouderen te kunnen blijven bieden binnen 10 jaar onder druk, ook vanwege de verwachte tekorten op de arbeidsmarkt van zorgmedewerkers. Bij ondersteuning en zorg komt daarom steeds meer aandacht voor preventie. Drie belangrijke onderdelen in Harderwijk zijn: het bevorderen van een gezonde leefstijl, een gezonde leefomgeving en inzet van het concept van mensgericht werken (zoals ‘positieve gezondheid’).

Water

Natuur en groen Klimaatverandering

Ontmoeting, verbinding en samenhang

maatwerkvoorzieningen

Inwoners in kwetsbare situaties

bestaa

Arbeidsmarkt, onderwijs, inkomen

rheid

nszeke

preventie en lichte ondersteuning

zaamh enred

roe i opg

r sam op we g naa

s hu i

rijk

Wonen

ig t

kan s

Omgevingskwaliteit nd sta zelf

Omgevingsvisie Harderwijk 2040

ld werk )betaa op (on

toegang sociale basis

f pectie

en

eid

positieve gezondheid + pers

…voor het welbevinden van onze inwoners Meedoen in de samenleving is belangrijk voor iedereen. Het meedoen aan sociale activiteiten, onderwijs en werk heeft een positief effect op onze eigenwaarde, onze gezondheid en op de samenleving als geheel. Onze maatschappij is zich steeds meer bewust van de verschillende groepen inwoners met eigen identiteit, gewoonten, problemen, achterstanden, zorgbehoefte, mensen met bijzondere woonwensen, mensen met verschillende achtergronden, gezindten, geaardheid, etc. En voor al die inwoners wil de gemeente dat zij mee kunnen doen. Een gemeente waar ontmoeten met hoofdletters geschreven wordt. Problemen met de gezondheid, financiële problemen en eenzaamheid hebben een groot

Bodem

Gezonde leefstijl en -omgeving

…voor het natuurlijk systeem Het welbevinden van onze inwoners wordt beïnvloed door de omgeving. Denk daarbij met name aan de fysieke en mentale gezondheid. Dat betekent dat we in de omgevingsvisie aandacht besteden aan een gezonde leefomgeving. Een groene omgeving is bijvoorbeeld positief voor het welbevinden van mensen. Het heeft een bewezen positief effect op de gezondheid van mensen. Daarom geven we in de omgevingsvisie richting aan een gezonde, veilige en groene buitenruimte waarin natuurlijke systemen leidend zijn. Voor een gezonde en veilige inrichting van de leefomgeving gaat het ook over o.a. bescherming tegen lawaai en/of emissies, luchtkwaliteit en (zwem)waterkwaliteit. En ook verkeersveiligheid, sociale veiligheid, veilige inrichting van de openbare ruimte, gebouwen en installaties en externe veiligheid (veiligheid i.r.t. de aanwezigheid of het vervoer van gevaarlijke stoffen) zijn daarvoor van belang.

inhoud

Voorzieningen Mobiliteit en infrastructuur Ruimte voor ondernemen Visiekaart

54

DEEL A | basis

DEEL D | realisatie

inhoud

Voor 2040 betekent dat voor de alliantie van mens en maatschappij: 1. Het hoofdprincipe van de alliantie van mens en maatschappij is dat bij nieuwe ontwikkelingen wordt gekeken hoe dit bijdraagt aan het welbevinden van mensen in een gezonde en veilige leefomgeving.

Bodem

sociale verbinding

natuur en groen

uu rli j

k

is de drage rv oo

2040

ruimte voor ondernemen

Harderwijk

vi nd

st en ers van onze inwon

mobiliteit en infrastructuur

kwetsbare inwoners

onderwijs, werk en inkomen

rop

bodem

em ste sy

keling wik nt

water

e

e lb we Het

Onder deze alliantie worden de volgende thema’s besproken: » gezonde leefstijl, gezonde en veilige leefomgeving; » sociale samenhang, ontmoeting en verbinding; » inwoners in kwetsbare situaties; » arbeidsmarkt, onderwijs, inkomen.

Water

gezonde leefstijl en -omgeving

ro

3. Voor kwetsbare mensen is voldoende ondersteuning beschikbaar waardoor mensen kunnen meedoen aan alles wat de samenleving te bieden heeft.

klimaatverandering

aa tv oo

2. De fysieke leefomgeving nodigt (met name in de basisstructuur) uit tot een leefstijl waar mensen gezond en gelukkig zijn en waar ontmoeten centraal staat zodat mensen gezien en gekend worden.

Het nat

2040

DEEL C | gebiedsuitwerking

DEEL B | thema uitwerking

ruimtelijke kwaliteit en erfgoed

wonen

ALLIANTIE MENS EN MAATSCHAPPIJ

Natuur en groen Klimaatverandering Gezonde leefstijl en -omgeving Ontmoeting, verbinding en samenhang Inwoners in kwetsbare situaties Arbeidsmarkt, onderwijs, inkomen

voorzieningen

Omgevingskwaliteit

Wonen

Voorzieningen

UITWERKING THEMA’S

Mobiliteit en infrastructuur Ruimte voor ondernemen Visiekaart

2040 Omgevingsvisie Harderwijk 2040

55

DEEL A | basis

DEEL B | thema uitwerking

DEEL D | realisatie

DEEL C | gebiedsuitwerking

inhoud

4.3.2. Gezonde leefstijl en een gezonde veilige leefomgeving 4.3.2.1. De leefomgeving als gezondheidsmotor De Omgevingsvisie beschrijft hoe we een fijn en gezond woon- en leefklimaat creëren. Een gezonde leefstijl hoort daarbij en de komende decennia gaat Harderwijk zich inzetten om een openbaar gebied te scheppen dat uitnodigt tot wandelen, fietsen, recreëren in de buitenruimte, spelen en sporten. Daarnaast gaat de gemeente zich inzetten om onveilige en/of ongezonde situaties op zijn minst te verminderen en waar mogelijk uit te bannen.

Bodem

... voor het natuurlijk systeem

Klimaatverandering

Gezondheid heeft alles te maken met een gezonde leefomgeving. De groene ruimte en een goed werkend ecologisch systeem werkt positief op ons mentaal welbevinden. Maar ook het duurzaam beheer van water en bodemsystemen zoals beschreven in de paragrafen 4.1.1 en 4.1.2 dragen bij aan ons mentale welbevinden al was het maar om stress vanwege wateroverlast en hitte te voorkomen. De grote druk op de ruimte (vanuit de vele gebruikswensen) vraagt om begrenzing in dit gebruik. Om de kwaliteit van lucht, water en bodem te beschermen.

... voor het welbevinden van onze inwoners De gemeente zorgt voor een gezonde leefomgeving waarin de openbare ruimte, het verkeerssysteem, de bereikbaarheid en toegankelijkheid van voorzieningen allemaal bijdragen aan een prettige, veilige en gezonde leef-, woon- en werkomgeving. Voor de veiligheid van inwoners en werknemers in onze gemeente hanteert de gemeente randvoorwaarden voor gebieden waar meer of minder milieubelastende activiteiten zijn toegestaan of andersom waar, vanwege belastende bronnen, voorkomen wordt dat activiteiten met kwetsbare inwoners plaatsvinden.

2040

Principes ten aanzien van een gezonde leefstijl en een gezonde veilige leefomgeving zijn: • De openbare ruimte bevordert een gezonde leefstijl met een groene ontmoetingsplaats binnen een straal van 300 meter vanaf iedere voordeur, geen ongezond voedselaanbod bij scholen en toegankelijke locaties voor ontmoeting binnen. Omgevingsvisie Harderwijk 2040

Water

Natuur en groen

Gezonde leefstijl en -omgeving Ontmoeting, verbinding en samenhang

● sporten en bewegen ● gezonde voedselomgeving ● ● groene ontmoetingsplekken ● ● ruim baan voor wandelaars en fietsers ● ● gezondheid en (milieu)veiligheid voorop ●

Inwoners in kwetsbare situaties Arbeidsmarkt, onderwijs, inkomen Omgevingskwaliteit

Wonen

Voorzieningen

GEZONDE LEEFSTIJL EN VEILIGE LEEFOMGEVING

Mobiliteit en infrastructuur Ruimte voor ondernemen

2040

Visiekaart

56

DEEL A | basis

DEEL B | thema uitwerking

• Wijken zijn geluidsluw en alleen langs gebiedsontsluitingswegen wordt, onder voorwaarden, een hogere geluidsbelasting op de gevel toegestaan. • Wijken zijn het domein van voetgangers en fietsers en daarmee autoluw. • De openbare ruimte is een plek voor ontmoeting. • Openbare ruimte en gebouwen (en vervoerssystemen) zijn voor iedereen toegankelijk.

DEEL C | gebiedsuitwerking

DEEL D | realisatie

We zijn een stad met dorps karakter De sportclusters krijgen een steeds meer open karakter waardoor de mogelijkheid om te sporten en te bewegen steeds laagdrempeliger wordt voor iedereen. Naast sporten en bewegen hebben deze clusters ook een belangrijke ontmoetings- en verbindingsfunctie. Ook solitaire sportaccommodaties zullen onderdeel zijn van de basisstructuur. Samen met andere functies zoals scholen zullen ook deze plekken een steeds opener en multifunctioneler karakter krijgen.

• Vanuit veiligheid en gezondheid worden de effecten van bronnen van milieubelasting verminderd. • De fysieke veiligheid en een veilige inrichting van onze leefomgeving zijn prioritair. • Bodemverontreinigingen worden functioneel gesaneerd. • Bodemonderzoek naar asbest voorafgaande aan sloop in het buitengebied is verplicht.

4.3.2.2. Gezonde leefstijl Groene openbare ruimte zorgt voor meer geluksgevoel en vermindert stress. Het bevordert vitaliteit, creativiteit en stimuleert ontmoeting10. Goede voorbeelden zijn bijvoorbeeld het Crescentpark, het Strandeiland, de Wijde Wellen, het Slingerbos en het Sypelpark. Volwassen groen zorgt veel meer voor opname van CO2, voorkomt hittestress en draagt bewezen bij aan het welzijn en de gezondheid van inwoners. Naast de basisstructuur met herkenbare sport- en beweegvoorzieningen, creëren we ‘Miniparken in iedere wijk’. Dit zijn natuurlijke, groene ontmoetingsplaatsen voor wijk- en buurtbewoners. Woningen en andere functies zijn in principe met hun gevel gericht op de groene omgeving van miniparkjes en de basisstructuur. Deze groene omgeving kent een goede SMART verlichting waarmee de sociale veiligheid beter is gewaarborgd.

inhoud

Bodem

Water

Natuur en groen Klimaatverandering Gezonde leefstijl en -omgeving Ontmoeting, verbinding en samenhang Inwoners in kwetsbare situaties Arbeidsmarkt, onderwijs, inkomen Omgevingskwaliteit

Wonen

Voorzieningen Mobiliteit en infrastructuur Ruimte voor ondernemen Visiekaart

10. Bron: https://www.wur.nl/nl/show-longread/groen-goed-voor-de-gezondheid

Omgevingsvisie Harderwijk 2040

57

DEEL A | basis

DEEL B | thema uitwerking

Voetgangers en fietsers hebben in 2040 prioriteit in de bebouwde kom en de toegankelijkheid is voor ál onze inwoners geborgd. In de basisstructuur wordt de scheiding tussen lopen (ook voor minder validen toegankelijk) en fietsen en OV/ Privéauto geoptimaliseerd. De gemeente gaat daarnaast een doortrapnetwerk opbouwen: een fietsnetwerk voor woon/werk en woon/school-fietsers. Dit netwerk moet bestaan uit brede fietspaden met een voorrang in het verkeer waardoor ook het fietsen over langere afstand aantrekkelijker wordt dan gebruik te maken van de auto. Daartoe worden bij belangrijke bestemmingen voldoende oplaadpunten voor fietser gerealiseerd. Onderdeel van een gezonde leefstijl is beweging. De basisstructuur verbindt de sportclusters Parkweg, Strokel, Slingerbos, Hierden en Watersport met elkaar. Het gaat om een geïntegreerde positionering en herkenbaarheid van een openbaar beweeg- en sportstructuur, inclusief sport en speelvoorzieningen. De bestaande clusters raken nagenoeg vol. In de directe omgeving van bestaande clusters wordt gekeken naar uitbreidingsmogelijkheden. Daarnaast wordt onderzocht of Drielanden Noord zich leent voor een mogelijk nieuw sportcluster. De basisstructuur is ook de plek voor beweegroutes en speelruimte.

Speelruimte beperkt zich niet tot een omheinde speelplaats met rubber ondergrond, maar bevindt zich overal in de openbare ruimte, bij voorkeur in de basisstructuur. BOSS staat voor bewegen, ontmoeten, spelen en sporten en dekt de lading veel beter, de vier onderdelen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. BOSS is overal en voor iedereen. Voor jong en oud, maar ook voor elke doelgroep, dus inclusieve speelruimte waar het kan. Een aantal centrale plekken in Harderwijk kan specifiek ingericht worden met extra voorzieningen voor mensen met een beperking. Dit kan niet overal, maar BOSS-ruimte moet voor iedereen toegankelijk zijn, net als openbare ruimte. Onderdeel van een gezonde leefstijl is ook een gezonde voedselomgeving. Een gezonde omgeving is rookvrij en heeft een gezond voedingsaanbod. In een gezonde omgeving is het makkelijker om gezonde keuzes te maken. Een gezonde voedselomgeving draagt bij aan een gezond leven. Nieuwe fastfood restaurants of snackbars worden in principe niet meer toegestaan nabij scholen. Voor bestaande fastfood restaurants en snackbars nabij scholen geldt een uitsterfbeleid.

DEEL C | gebiedsuitwerking

DEEL D | realisatie

We zijn innovatief en tonen lef Harderwijk kent recent met de Roef een centrum die werkt vanuit het gedachtegoed van positieve gezondheid, waar maatschappelijke organisaties en zorgorganisaties samenwerken. Inwoners met gezondheidsklachten krijgen ondersteuning vanuit het web van positieve gezondheid: met aandacht voor onder andere mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, deelname aan de samenleving. Behalve de Roef zijn er meer gezondheidscentra waar zorgverleners samen werken. Met de ervaring die opgedaan wordt in de Roef gaat de gemeente monitoren hoe en of dit concept navolging kan krijgen.

inhoud

Bodem

Water

Natuur en groen Klimaatverandering Gezonde leefstijl en -omgeving Ontmoeting, verbinding en samenhang Inwoners in kwetsbare situaties Arbeidsmarkt, onderwijs, inkomen Omgevingskwaliteit

4.3.2.3. Gelijke kansen om mee te doen Het afgelopen decennium is het besef toegenomen dat we op een andere manier kunnen kijken naar ziekte, dan alléén een medische. De focus op behandeling van medische klachten verandert naar hoe mensen een betekenisvol leven kunnen leiden. De nadruk ligt op veerkracht, het vermogen om je aan te passen en behoud van eigen regie (positieve gezondheid). Positieve gezondheid draagt bij aan het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. Én om zo veel mogelijk eigen regie te voeren. Dit vraagt om een fysieke leefomgeving, waarin iedereen kan functioneren en actief mee kan blijven doen, ook bij een afnemende gezondheid of toename van beperkingen. Zo’n omgeving draagt bij aan de kwaliteit van leven. In principe gaat het gedachtegoed van positieve

Omgevingsvisie Harderwijk 2040

Wonen

Voorzieningen Mobiliteit en infrastructuur Ruimte voor ondernemen Visiekaart

58

DEEL A | basis

DEEL B | thema uitwerking

gezondheid uit van het actief laten meedoen van inwoners aan de samenleving. Daarmee krijgen mensen een zekere zingeving in het leven. In de fysieke leefomgeving realiseren we daarom toegankelijke plekken voor ontmoeting en gemeenschapszin. Het gaat ook om kansrijk opgroeien. Dat houdt voor de fysieke leefomgeving in dat de gemeente samen met corporaties en zorgverleners zoekt naar mogelijkheden om jongeren gelijke kansen te bieden om mee te doen, te ontmoeten (op hun manier) en te sporten en onderdeel te zijn van de leefomgeving. Tot slot is er een tendens van (langer) zelfstandig thuis wonen in plaats van in zorginstellingen. Dat betekent dat de gemeente bij de inrichting van wijken en buurten, ook voor ouderen en inwoners met een beperking, ontmoeting en verbinding bevorderen. De gemeente draagt zorg voor plekken van verbinding en ontmoeting. Allereerst in de openbare ruimte met het realiseren van de basisstructuur maar ook door het opbouwen van wijk- en buurtontmoetingsplekken. Dat laatste gebeurt het liefst in bestaande gebouwen met een maatschappelijk nut zoals voor sport, onderwijs en religie. Daarnaast zijn ook kleine dienstverlenende functies op verschillende plekken in de wijk (buurtdragers) wenselijk. Daarbij valt te denken aan een kapperszaak, café of dienstverlening gericht op persoonlijk advies (advies, diëtisten, fysiotherapie, etc).

Het is een soort van wijkeconomie. 4.3.2.4. Gezonde en veilige leefomgeving Een schoon en veilig leefmilieu is van essentieel belang voor de gezondheid en het welzijn van de mens. Luchtvervuiling, lawaai en uitstoot van chemische stoffen zijn bepalend voor de kwaliteit van de leefomgeving. De gemeente hanteert het principe dat de verbetering van de leefomgevingskwaliteit in beginsel wordt aangepakt bij de bron, daarna wordt met maatregelen de overlast verminderd door afstand te creëren tot de bron, daarna overdrachtsmaatregelen (geluidsschermen/wallen, e.d.) en ten slotte maatregelen aan het gebouw (isolatie, e.d.). Door in inbreidingsplannen bij de inrichting en de programmering van gebieden rekening te houden met omliggende bronnen van overlast, zoals verkeer, kan worden voorkomen dat bewoners te veel hinder ondervinden. In de wijk streven we naar een geluidsluwe leefomgeving en langs de gebiedsontsluitingswegen accepteren we, onder voorwaarden, een hogere geluidsbelasting dan in de wijk. Een inbreidingsplan draagt in principe bij aan een verbetering van de

DEEL C | gebiedsuitwerking

DEEL D | realisatie

inhoud

leefomgevingskwaliteit in de wijk als geheel bijvoorbeeld door luwte te creëren achter een bebouwingswand aan de gebiedsontsluitingswegen waardoor de wijk beter gevrijwaard wordt van verkeerslawaai. Schadelijke emissies worden verminderd. Rookgassen van haarden zijn in 2040 voorzien van filterinstallaties en emissies van verkeer (fijnstof, NOx en CO2) worden verlaagd door de snelheid van autoverkeer te verlagen. Elektrisch vervoer voor OV alsmede voor autorijscholen en pakketdiensten is in 2040 verplicht. Zwaar vrachtverkeer wordt geweerd uit de bebouwde kom en daarvoor wordt stadsdistributiecentra ontwikkeld. In de bebouwde kom van Harderwijk en Hierden is een milieuzone van kracht waarmee vervuilende diesels worden geweerd. Voorts wordt ingezet op uitbreiding van infrastructuur voor elektrisch vervoer of vervoer op waterstof of andere schone alternatieven. In relatie tot gezondheid en verkeersveiligheid worden wijken in de komende twintig jaar autoluw en buurten zo autovrij mogelijk gemaakt. Om autoluwe en zelfs (deels) autovrije wijken en buurten te bevorderen komen er aan de rand van de wijk deelauto’s op kleine wijktransferia (of mobiliteitshubs). Een (tweede) auto wordt daarmee steeds minder noodzakelijk. Gemiddeld genomen staan privéauto’s zo’n 96% van de tijd stil.

Met het terugdringen van autogebruik in de wijk neemt uitstoot en verkeersgeluid af en wordt het tevens verkeersveiliger.

Bodem

Schoolomgevingen worden autovrij. Scholen staan vaak centraal in de wijk en autoverkeer van en naar school zorgen voor veel onrust en onveiligheid in de wijk. Schoolomgevingen behoren juist een oase van rust en veiligheid te zijn. Kinderen kunnen lopend of fietsend worden gebracht en leren daarmee vroegtijdig onderdeel te zijn van het verkeerssysteem. Dit kan alleen maar wanneer een duidelijk alternatief wordt geboden. M.a.w. het terugdringen van autobezit moet kwaliteit in de openbare ruimte opleveren en alternatieven als openbaar vervoerssystemen en deelauto’s moeten beschikbaar zijn. Dit zal altijd in overleg met wijk- en buurtbewoners gaan en pas nadat alternatieve vervoerswijzen zoals wandel- en fietspaden in de basisstructuur, wijktransferia en stads-OV beschikbaar zijn. Om de noodzaak van autogebruik verder te verminderen wordt de komende jaren laagdrempelig, hoogfrequent stadsvervoer geïntroduceerd. Daarmee worden stadswijken, bedrijfslocaties en tevens recreatieve bestemmingen beter met elkaar verbonden. Dit netwerk wordt bij voorkeur samen ontwikkeld met de buurgemeenten Ermelo en Zeewolde en daarna wellicht verder uitgebouwd.

Arbeidsmarkt, onderwijs, inkomen

Omgevingsvisie Harderwijk 2040

Water

Natuur en groen Klimaatverandering Gezonde leefstijl en -omgeving Ontmoeting, verbinding en samenhang Inwoners in kwetsbare situaties

Omgevingskwaliteit

Wonen

Voorzieningen Mobiliteit en infrastructuur Ruimte voor ondernemen Visiekaart

59

DEEL A | basis

DEEL B | thema uitwerking

4.3.2.5. Milieuaspecten Gezondheid is een belangrijk onderwerp in de Omgevingswet. Het welbevinden van mensen staat als belangrijkste uitgangspunt voorop. Milieueisen zijn daarom bepalend voor ontwikkelmogelijkheden op locaties. We gaan meer regie voeren op het terugdringen van de effecten van bronnen van milieubelasting zoals: • snelweg: geluid, fijnstof, luchtemissies, gevaarlijke stoffen; • rookgassen van haarden en kachels: fijnstof; • spoor/basisnet: geluid, gevaarlijke stoffen, trilling; • vliegverkeer: geluid, luchtemissies; • hogedrukgastransport: externe veiligheid; • hoogspanningsleiding: elektromagnetische straling; • tankstations (LPG; NLG; waterstof; benzine; diesel): externe veiligheid; • bedrijven categorie 5, 4, 3: geluid, emissies, geur; externe veiligheid; • intensieve veehouderij: emissies, geur; • woningen: geluid/trillingen van airco’s, warmtepomp, etc; • lichthinder: van bedrijven, sportterreinen, reclamemasten e.d.; • windturbines: slagschaduw, geluid, plaatsgebonden risico; • bodemverontreinigingen: asbest, PFAS, Arseen, CKW’s, etc.

DEEL C | gebiedsuitwerking

DEEL D | realisatie

inhoud

Bodem

Water

Natuur en groen Klimaatverandering Gezonde leefstijl en -omgeving Ontmoeting, verbinding en samenhang

 Nu

 Impressie zonder A28 (onder het maaiveld of ander tracé)

Inwoners in kwetsbare situaties Arbeidsmarkt, onderwijs, inkomen Omgevingskwaliteit

Wonen

Voorzieningen Mobiliteit en infrastructuur Ruimte voor ondernemen Visiekaart

Omgevingsvisie Harderwijk 2040

60

DEEL A | basis

DEEL B | thema uitwerking

4.3.2.6. Geluid Geluid is een onderdeel van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving en daarmee een aspect dat in de brede afweging van te realiseren functies meegewogen moet worden. Het terugdringen van geluidhinder en slaapverstoring is in die brede afweging van belang. Bij het realiseren van nieuwe ontwikkelingen zal (waar van toepassing) cumulatie van geluidbronnen het uitgangspunt zijn voor eventueel noodzakelijke maatregelen. De meeste geluidhinder rond woningen in Nederland, zo blijkt uit RIVM onderzoek in 2020, is afkomstig van wegverkeer (12,9% ernstig gehinderden), gevolgd door buren (10% ernstig gehinderden), bouw- en sloopwerkzaamheden (7,8% ernstig gehinderden), recreatie/evenementen, fabrieken en bedrijven en spoor- en vliegverkeer. Gaat het om slaapverstoring, dan zijn buren de belangrijkste oorzaak geworden (eerder was dat wegverkeer). Alhoewel auto’s meer en meer elektrisch zijn is het grootste bestanddeel van verkeersgeluid afkomstig van banden. Gelet op deze meerjarige onderzoeksresultaten heeft Harderwijk de ambitie om op al deze aandachtsgebieden voor geluid het aantal gehinderden en slaapverstoorden terug te brengen. De manier waarop we dat willen bereiken, staat hieronder per aandachtsgebied beschreven. 1. Verkeer a.

In de wijk streven we naar een geluidsluwe leefomgeving en langs de gebiedsontsluitingswegen accepteren we daarom onder voorwaarden een hogere geluidsbelasting. Door middelhoge bouw aan de randen van de wijken toe te staan (veelal langs genoemde gebiedsontsluitingswegen), ontstaan geluidsluwe delen in de wijk en worden de woningen beter gevrijwaard van verkeerslawaai. Bij voorkeur komen in die middelhoge gebouwen minder geluidsgevoelige bestemmingen zoals kantoren en dienstverlenende bedrijvigheid en pas daarna geluidgevoelige bestemmingen. In dat laatste geval zal gewaarborgd worden, dat in ieder geval een aanvaardbaar binnen niveau wordt gerealiseerd en bij voorkeur een geluidluwe gevel en -buitenruimte. b. Binnen de bebouwde kom zal het beleid gericht zijn op het STOMP-principe (zie thema Mobiliteit). Dat moet leiden tot een afname van autogebruik. Samen met het feit dat auto’s meer en meer elektrisch zijn, zal dat leiden tot minder overlast van wegverkeer binnen de bebouwde kom. Verkeersgeluid is samengesteld uit (niet elektrisch) motorgeluid en bandengeluid (tot 30 km/u domineert het motorgeluid, tussen 30 en 50 km/u dragen motor en banden in gelijke mate bij, boven 50 km/u domineert het bandengeluid). Scooters op

DEEL C | gebiedsuitwerking

DEEL D | realisatie

fossiele brandstof hebben het grootste aandeel in de ernstige overlast van verkeer. Ook hier is een tendens waarneembaar van elektrificatie. Mogelijkheden, die de Omgevingswet biedt, zullen worden ingezet. Zo zal uiterlijk in 2027 voor alle wegen met een etmaalintensiteit van meer dan 1000 mvt/etm de omvang van de aandachtsgebieden en de BGE (BasisGeluidEmissie) worden vastgesteld. Vervolgens zal 5-jaarlijks worden gemonitord hoe de BGE zich heeft ontwikkeld en zullen bij een stijging van meer dan 1,5 dB maatregelen worden overwogen. Dit alles om te voorkomen dat er (opnieuw) saneringssituaties gaan ontstaan. Het geluid afkomstig van spoor en vliegverkeer leidt bij minder mensen tot minder overlast vanwege het kleinere aantal spoor- en vliegbewegingen en de lage frequentie in vergelijking met autoverkeer. Het saneringsprogramma ‘bestaande situaties spoorlawaai’ (in uitvoering bij Movares namens ProRail) wordt nauwlettend gevolgd. Bij onvoldoende voortgang zal overleg plaatsvinden met ProRail (opdrachtgever). 2. Buren Er zal worden toegezien, dat minimaal aan de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (het huidige Bouwbesluit 2012) is voldaan. Steekproefsgewijs zal bij nieuwbouw woningen/appartementen gecontroleerd worden of aan de wettelijke karakteristieke lucht- en contactgeluid isolatie index is voldaan.

(Warmte)pompen en airco’s mogen pas worden geïnstalleerd als vooraf is aangetoond, dat aan de eis van maximaal 40 dB(A) op de erfgrens is voldaan. Bij een hoger geluidniveau moet een ander type of andere opstelling worden gekozen, of een geluidsisolerende omkasting worden aangebracht. 3. Bouw en sloopwerkzaamheden Toegezien zal worden op het maximaal inzetten van stil materieel en beperking van de sloopperiode (niet avond en nacht). Te allen tijde dient voldaan te zijn aan de wettelijke normen voor bouw- en sloopwerkzaamheden. 4. Recreatie/Evenementen Op basis van een evenementenbeleid zullen locaties worden aangewezen, toelaatbare geluidniveaus op gekozen referentiepunten zijn vastgelegd en hoe vaak per jaar en gedurende welke periode daar gebruik van mag worden gemaakt. Steekproefsgewijs zullen controlemetingen worden gehouden. Dit alles met de bedoeling om ook bij de meest nabij gelegen geluidgevoelige bestemmingen rond de aangewezen locaties een (voor die vastgelegde periode)

Omgevingsvisie Harderwijk 2040

inhoud

Bodem

Water

Natuur en groen Klimaatverandering Gezonde leefstijl en -omgeving Ontmoeting, verbinding en samenhang Inwoners in kwetsbare situaties Arbeidsmarkt, onderwijs, inkomen Omgevingskwaliteit

Wonen

Voorzieningen Mobiliteit en infrastructuur Ruimte voor ondernemen Visiekaart

61

DEEL A | basis

DEEL B | thema uitwerking

aanvaardbaar geluidniveau te realiseren.

DEEL C | gebiedsuitwerking

DEEL D | realisatie

Kernwaarden

5. Fabrieken en bedrijven Nieuwe ontwikkelingen zullen alleen mogelijk zijn als er sprake is van evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Gebiedsgericht geluidbeleid (zoals nu geldt voor de binnenstad) met strengere normen waar nodig en soepeler normen waar mogelijk, zal zijn vertaald in het omgevingsplan. Het gezoneerde industrieterrein Lorentz met toegekende geluidruimte per kavel zal zijn vertaald naar geluidproductieplafonds op referentiepunten. Daarbij zal het ‘stand-still’ beginsel uitgangspunt zijn. Dit betekent dat de geluidssituatie op omliggende geluidgevoelige bestemmingen niet slechter mag worden, wel beter. Met bovengenoemde maatregelen is de verwachting dat minder geluidhinder en slaapverstoring zal zijn bereikt in 2040.

1. De kwaliteit van de leefomgeving wordt mede bepaald door (fysieke) veiligheid. 2. Samen werken aan een veilige fysieke leefomgeving. 3. De leefomgeving wordt mede vormgegeven volgens de ontwerpprincipes voor veiligheid: a. Voorkomen of beperken van risico’s vergroot de veiligheid. b. Afstand tot de risico’s vergroot de veiligheid. c. Bouwwerken en omgeving bieden bescherming. d. Bouwwerken en gebieden zijn snel en veilig te verlaten. e. De omgeving maakt snel en effectief optreden van de hulpdiensten mogelijk. f. Mensen krijgen bij crisis passende medische zorg. 4. Mensen zijn bekend met risico’s en weten hoe te handelen.

4.3.2.7. Omgevingsveiligheid In Harderwijk ben je veilig. In Harderwijk zorgen we dat de fysieke veiligheid en een veilige inrichting van onze leefomgeving op orde is. Bij omgevingsveiligheid (zoals het vernieuwde beleid voor externe veiligheid onder de Omgevingswet is gaan heten) gaat het om een evenwichtige afweging van mogelijke gevaren van de opslag en transport van gevaarlijke stoffen in relatie tot de nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving en omgekeerd. En daarvanuit in het evenwichtig toedelen van functies. Het gaat vooral over gevaarlijke stoffen maar ook om sommige mechanische risico’s voor de leefomgeving zoals die ontstaan door het afbreken van de wieken van windturbines. Andere risico’s zoals vanwege overstromingen en natuurbranden vallen niet onder de reikwijdte van het begrip omgevingsveiligheid.

De risicobronnen in de gemeente zijn te onderscheiden in opslag- en overslag van gevaarlijke stoffen bij Milieubelastende activiteiten en het transport van gevaarlijke stoffen via hoofdtransportassen en hogedruk aardgastransportleidingen.

De gemeente Harderwijk wil een transparante afweging maken tussen veiligheid en andere maatschappelijke belangen waarbij, voor zover mogelijk, risicobronnen en -ontvangers van elkaar gescheiden zijn. Naast het voorkomen en beperken van veiligheidsrisico’s geeft de gemeente Harderwijk expliciet aandacht aan de zelfredzaamheid van mensen die aan risico’s zijn blootgesteld en aan de mate waarin (de gevolgen van) eventuele incidenten beheersbaar zijn.

De spoorlijn vormt een hoofdverbinding tussen de Eemshaven in Groningen en de overige chemieclusters. De relevante bronnen met risico- en aandachtsgebieden zijn zichtbaar gemaakt op de Atlas van de leefomgeving en zijn door iedereen te raadplegen.

De kernwaarden worden verankerd in de beleidsregel veilige fysieke leefomgeving.

inhoud

Harderwijk heeft een klein aantal Milieubelastende activiteiten met veiligheidsrisico’s op haar grondgebied. Voorbeelden van stationaire activiteiten zijn de opslag van LPG bij tankstations en propaantanks bij bedrijven en particulieren. Daarnaast zijn er meerdere risicobronnen die voortkomen uit het transport van gevaarlijke stoffen. Voorbeelden daarvan zijn de hoofdtransportassen voor weg (A28) en spoor (route Amersfoort-HarderwijkZwolle) en hogedruk aardgastransportleidingen.

Bodem

Water

Natuur en groen Klimaatverandering Gezonde leefstijl en -omgeving Ontmoeting, verbinding en samenhang Inwoners in kwetsbare situaties Arbeidsmarkt, onderwijs, inkomen Omgevingskwaliteit

Wonen

Onder de Omgevingswet staat een goede motivatie van de veiligheidskeuzes centraal. Daarbij zijn, naast een risicozone met een plaatsgebonden risico van eens in de miljoen jaar, diverse aandachtsgebieden in de omgeving van risicobronnen aangewezen. Het gaat daarbij om brand-, explosie- en gifwolkaandachtsgebieden. De aandachtsgebieden zijn wettelijk bepaald, de nadere ruimtelijke invulling binnen die gebieden is deels de bevoegdheid van

Omgevingsvisie Harderwijk 2040

Voorzieningen Mobiliteit en infrastructuur Ruimte voor ondernemen Visiekaart

62

DEEL A | basis

DEEL C | gebiedsuitwerking

DEEL B | thema uitwerking

een gemeente. De gemeente Harderwijk hanteert een zonebeleid voor mensen rondom alle risicobronnen en maakt daarbij verschil tussen bestaande en nieuwe situaties. Kort gesteld kunnen bestaande risicobronnen veelal blijven bestaan en weren we zoveel mogelijk nieuwe risicobronnen uit een omgeving waar mensen verblijven. In de wet worden drie soorten aandachtsgebieden onderscheiden. Deze aandachtsgebieden vormen samen ‘schillen’ met verschillende afstanden tot de risicobron: • De binnenste schil is het brandaandachtsgebied, omdat het effect van een brand vaak minder ver reikt dan de effecten van een explosie of gifwolk. Bij hogedruk aardgasleidingen is het brandaandachtsgebied relatief groot en gelden geen andere aandachtsgebieden; • Daaromheen ligt het explosieaandachtsgebied; • De buitenste schil is het gifwolkaandachtsgebied.

inhoud

aanwezigheid van mogelijk niet gesprongen explosieven in een gebied, wordt vooraf helderheid gegeven over de uitvoerbaarheid en de veiligheid van plannen. Zonebeleid Milieubelastende activiteiten (MBA) met gevaarlijke stoffen (stationaire bronnen): voorkomen en beperken van risico’s en vergroten afstanden Voor deze groep van risicobronnen heeft de gemeente beleidsruimte door het vaststellen van een ruimtelijk (vestigings-)beleid, vergunningverlening en handhaving en het maken van afspraken met hulpdiensten. Voor de nieuwvestiging van bedrijven met risicovolle MBA’s uit de zwaardere categorieën is in de gemeente Harderwijk geen of beperkt ruimte. De gemeente onderscheidt vanuit de omgevingsveiligheid de volgende gebiedstypen: •

Onze kernwaarden leiden tot de volgende ambities voor gebouwen en locaties: • geen (zeer) kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen aanwezig en geprojecteerd binnen een (verwachte) 10-6 contour van het plaatsgebonden risico; • geen (zeer) kwetsbare gebouwen en locaties aanwezig en geprojecteerd binnen een brandaandachtsgebied; • geen zeer kwetsbare gebouwen en locaties aanwezig en geprojecteerd binnen een explosieaandachtsgebied. • De aandachtsgebieden maken inzichtelijk in welk gebied zich bij een incident met gevaarlijke stoffen nog levensbedreigende gevolgen voor ‘personen in gebouwen’ kunnen voordoen. Het gaat hier om het resterend risico van een risicovolle activiteit. Het bepalen van een aandachtsgebied maakt direct zichtbaar welke gevaren in een gebied kunnen optreden. Hierdoor vormt het aandachtsgebied een instrument voor de gemeente, leidingbeheerder, initiatiefnemer en omwonenden om het gesprek over veiligheid en bescherming te starten. Niet gesprongen explosieven Op sommige plaatsen in Nederland bevinden zich nog onontplofte explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de bodem. Deze leveren een gevaar op, vooral als ze verplaatst of aangeraakt worden, bijvoorbeeld bij graaf- of baggerwerkzaamheden. Door een verwachtingenkaart op te stellen van de

DEEL D | realisatie

•

Woonwijk/gemengd gebied. Gebieden met als voornaamste bestemming wonen en werken. Het is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast wonen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. In deze gebieden zijn activiteiten met externe veiligheidsrisico’s in beginsel niet toegestaan anders dan de eigen (energie)voorziening en winkelvoorraad, en andere risicovolle activiteiten die nodig zijn voor het functioneren van het gebied. Geen transport en geen opslag van bijvoorbeeld brandbare gassen anders dan voor kleinschalig (eigen/) huishoudelijk gebruik. Een uitzondering vormen bestaande LPGtankstations en nieuwe activiteiten op het gebied van energietransitie. Bedrijventerreinen. Geschikt voor de nieuw vestiging van Milieubelastende activiteiten (MBA’s) mits de 10-6 contour van het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden zijn gelegen binnen het eigen erf of binnen gronden van derden met de bestemming verkeer, groen en/of water. Vertrekpunt is dat een nieuwe activiteit geen claim mag leggen op andermans eigendom door deze minder bruikbaar te maken. In de praktijk is de ruimte voor de vestiging van een nieuwe risicovolle MBA op een industrieterrein binnen de gemeente zeer beperkt.

Enige ruimte wordt geboden voor de nieuw vestiging van risicoactiviteiten als maatschappelijke belangen, bijvoorbeeld ten aanzien van de energietransitie (zoals de toepassing van duurzaam waterstof), dit vergen. Bestaande MBA’s met een extern risico kunnen blijven en zich ontwikkelen mits de 10-6 contour voor het plaatsgebonden risico beperkt blijft tot:

Omgevingsvisie Harderwijk 2040

Bodem

Water

Natuur en groen Klimaatverandering Gezonde leefstijl en -omgeving Ontmoeting, verbinding en samenhang Inwoners in kwetsbare situaties Arbeidsmarkt, onderwijs, inkomen Omgevingskwaliteit

Wonen

Voorzieningen Mobiliteit en infrastructuur Ruimte voor ondernemen Visiekaart

63

DEEL A | basis

DEEL B | thema uitwerking

de erfgrens, openbaar groen, water of wegen en de aandachtsgebieden voor brand en explosie beperkt blijven tot maximaal de grens van het bedrijfsterrein, of » binnen gronden van derden met de bestemming verkeer, groen en/of water. Daarbij wordt ervan uit gegaan dat het meestal mogelijk zal zijn, door het treffen van technische maatregelen, de 10-6 contour voor het plaatsgebonden risico op het eigen erf te houden. De aanwezigheid van (zeer) kwetsbare gebouwen of geprojecteerde (zeer) kwetsbare gebouwen op een bedrijventerrein is niet toegestaan. »

•

•

•

Bestaande MBA’s buiten bedrijventerreinen met een risicocontour of aandachtsgebied buiten de erfgrens. Het gaat daarbij veelal om tankstations met LPG opslag en levering. Deze categorie kan voorlopig blijven bestaan, waarbij de verwachting is dat de activiteiten veelal voor 2040 stoppen vanwege de afname van het gebruik van fossiele brandstoffen. Uitbreiding en nieuwbouw van tankstations met de opslag en levering van waterstofgas is alleen toegestaan als zich geen (zeer) kwetsbare gebouwen binnen de aandachtsgebieden aanwezig zijn en er tevens gunstige aanvoerroutes zijn. Landelijk gebied. Gebieden met als voornaamste bestemming agrarische gebruik, natuur en recreatie. Geen restricties voor gebiedseigen milieubelastende activiteiten met omgevingsrisico’s tenzij er sprake is van (geprojecteerde) (zeer) kwetsbare gebouwen of objecten in een risicoof aandachtsgebied. Bij de beoordeling van het toestaan van een MBA betrekken we de transporteffecten. Transport moet kunnen plaatsvinden via een gunstige route. Denk daarbij aan het transport van propaan naar boerderijen en vakantieparken. Voorkomen moet worden dat deze transporten door woonwijken gaan. Attentiegebieden. Ter bescherming van mensen in een attentiegebied onderzoekt Harderwijk in samenwerking met VNOG in hoeverre gebouwen en omgeving voldoende mogelijkheden bieden om te schuilen en/of deze veilig te ontvluchten.

De gemeente Harderwijk betrekt in een vroeg stadium de Omgevingsdienst Veluwe en |VNOG bij het toelaten en uitbreiden van nieuwe activiteiten met een extern veiligheidsrisico.

DEEL C | gebiedsuitwerking

DEEL D | realisatie

Zonebeleid Transportrisico’s hoofdtransportassen spoor, weg en hogedruk aardgastransportleidingen In de mate van transport van gevaarlijke stoffen en daarmee in de omvang van de risico’s die daardoor veroorzaakt worden, heeft de gemeente weinig tot geen invloed. De ontwikkeling van de beleidskaders en handhaving van de modaliteiten weg en spoor liggen immers bij de rijksoverheid en niet bij een gemeente. Sinds 2014 zijn er aan de zijde van het vervoer over het spoor maatregelen getroffen die het vervoer veiliger moet maken. Zo is bijvoorbeeld afgesproken dat er zoveel als mogelijk BLEVE-vrij gereden wordt. Dat wil zeggen dat wagons met brandbare stoffen niet direct gekoppeld worden met wagons met explosieve of brandbare stoffen. De risico’s van het vervoer zijn daarmee substantieel verlaagd. In de omgeving van hoofdtransportroutes zijn wettelijk aandachtsgebieden vastgesteld voor brand, explosie en gifwolk met afstanden van respectievelijk 30, 200 en 300 meter. Daarnaast geldt een risicocontour van 10-6 voor het plaatsgebonden risico als standaardwaarde voor bebouwing. De ligging van deze contour is afhankelijk van de transportvolumes en de aard van de stoffen en kan zonder transportplafond alleen achteraf berekend worden.

Bij een forse intensivering van het transport van gevaarlijke stoffen kan de 10-6 risicocontour tot op enkele tientallen meters van de buitenste rand van de transportas komen te liggen. Het zoveel mogelijk vrijhouden van het brandaandachtsgebied veroorzaakt door hoofdtransportassen is veiliger nu en voorkomt saneringen straks. In de gemeente Harderwijk bevinden zich een aantal hogedruk aardgastransportleidingen. Voor hogedruk aardgastransportleidingen voor aardgas (straks mogelijk geschikt voor transport waterstofgas) gelden brandaandachtsgebieden vanwege de kans op een fakkelbrand. Die zijn voor leidingen met grotere diameters en drukken zoals die in Harderwijk voorkomen fors te noemen. Het creëren van veel afstand tussen de aardgastransportleiding en de gebouwen waar mensen kunnen verblijven is veelal financieel niet mogelijk. Naast het brandaandachtsgebied vormt een ‘house burning distance’ (HBD) een aanvullend instrument voor de beoordeling van de invulling van het brandaandachtsgebied veroorzaakt door de aardgastransportleiding. De gemeente is in haar risicoafwegingen afhankelijk van beleidskeuzen van het rijk aan de kant van het transport. Het beleid van de gemeente in de aandachtsgebieden van hoofdtransportzones en hogedruk

Omgevingsvisie Harderwijk 2040

inhoud

Bodem

Water

Natuur en groen Klimaatverandering Gezonde leefstijl en -omgeving Ontmoeting, verbinding en samenhang Inwoners in kwetsbare situaties Arbeidsmarkt, onderwijs, inkomen Omgevingskwaliteit

Wonen

Voorzieningen Mobiliteit en infrastructuur Ruimte voor ondernemen Visiekaart

64

DEEL A | basis

DEEL B | thema uitwerking

aardgastransportleidingen kan zich dientengevolge uitsluitend richten op het beperken van de risico’s door te sturen op de ruimtelijke invulling binnen de risicozones en aandachtsgebieden die het transport veroorzaakt. Soms kunnen aanvullende maatregelen zoals een grindbed, greppel of aarden wal zinvol zijn om de gevolgen van een calamiteit voor omwonenden te verminderen. In het kader van een omgevingsvergunning voor nieuwbouw van kwetsbare gebouwen in aandachtsgebieden zal maatwerk moeten uitwijzen welke maatregelen het gunstigste effect resulteren. Aanvullende beheersmaatregelen omgevingsveiligheid Naast ruimtelijke scheiding zijn aanvullende maatregelen van groot belang voor het verhogen van de veiligheid. Bij ontwikkelingen binnen een brand- en explosiegebied geldt een maatwerkaanpak. Dit betekent dat tijdig onderzoek plaats moet vinden naar aanvullende maatregelen en haalbare maatregelen ter bescherming van personen. Daarvoor is noodzakelijk dat een initiatiefnemer vorm geeft aan een participatieproces waarbij belanghebbenden zoals omwonenden, de gemeente (en daarmee hulporganisaties) vroegtijdig zijn geïnformeerd. De omgeving is zo ingericht dat evacuatie van gebouwen en ook het ontvluchten van het hele gebied mogelijk is. Ook wanneer sprake is van een dichte bebouwing. Er zijn veilige routes naar centrale plekken.

Ingeval van een bestaande situatie waarbij zeer kwetsbare objecten binnen een explosieaandachtsgebied zijn gelegen wordt onderzocht of aan die situatie een eind gemaakt kan worden of dat er aanvullende maatregelen mogelijk zijn. Een mogelijke maatregel is het verminderen van het aantal aanwezige personen. In bestaande situaties kunnen risicobronnen in beginsel blijven bestaan. Wel onderzoekt de gemeente of de risico’s verminderd kunnen worden ingeval de hulpdiensten concluderen dat omwonenden onvoldoende zijn beschermd. Dat kan door het aanpassen van de risicobron of het treffen van aanvullende maatregelen aan de kant van de risico ontvangers. Daarbij is de volgende rangorde van toepassing: • het toepassen van bronmaatregelen, • het toepassen van omgevingsmaatregelen, en/of, • het organiseren van aanvullende risicocommunicatie.

DEEL C | gebiedsuitwerking

DEEL D | realisatie

inhoud

4.3.2.8. Fysieke veiligheid Natuurbrand De gemeente Harderwijk ligt in een natuurlijke omgeving. Uit het risicoprofiel van de gemeente blijkt dat de kans op een (onbeheersbare) natuurbrand aanwezig is. De gemeente vindt het belangrijk om een veilige en gezonde leefomgeving voor onze inwoners en bezoekers te creëren en te behouden en daarbij ook de ecologische waarde van het natuurgebied te beschermen. Gezamenlijk met de natuurbeheerders zorgt de gemeente ervoor dat er aandacht is voor natuurbrandbeheersings- en bestrijdingsmaatregelen om zo het risico op een natuurbrand te beperken en/of te voorkomen. Mede door de effecten van klimaatverandering is dit een urgent onderwerp. Hierbij werkt de gemeente binnen de gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing actief samen met de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland. Bluswatervoorziening en bereikbaarheid De gemeente streeft naar voldoende bereikbaarheid van hulpdiensten in de gehele gemeente, inclusief autoluwe omgevingen en vakantieparken. Crisisbeheersing De gemeente werkt voor Crisisbeheersing/bevolkingszorg nauw samen met de Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland. Lokale sleutelfuncties, faciliteiten en voorzieningen zijn effectief ingevuld. De crisisorganisatie ‘staat klaar’ en kan adequaat optreden bij incidenten. We focussen op niet-zelfredzame inwoners, bezoekers en medewerkers en werken risicogericht.

Woningen, scholen en andere gebouwen zijn (brand)veilig en hebben een gezond binnenklimaat. Gebruikers kunnen er prettig verblijven, zijn voldoende beschermd tegen (fysieke) veiligheidsrisico’s en kunnen tijdig vluchten, waarbij er specifiek aandacht is voor verminderd zelfredzamen.

Bodem

Water

Natuur en groen Klimaatverandering Gezonde leefstijl en -omgeving Ontmoeting, verbinding en samenhang Inwoners in kwetsbare situaties Arbeidsmarkt, onderwijs, inkomen Omgevingskwaliteit

Wonen

Voorzieningen

Evenementen Evenementen leveren een grote bijdrage aan de levendigheid van onze stad. Dit heeft vanzelfsprekend grote meerwaarde voor onze gemeente, zowel sociaal als economisch. Tegelijkertijd brengen deze evenementen veiligheidsrisico’s met zich mee, op het vlak van openbare orde en fysieke veiligheid. Door een combinatie van procedures en veiligheidschecks enerzijds en samenwerking met ondernemers anderzijds zorgen we dat de veiligheid rond evenementen goed beheersbaar is. Zo moet de locatie waar het evenement plaatsvindt op een veilige plek liggen en goed bereikbaar zijn voor hulpdiensten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=0cc73d20-35ba-4fc7-ad26-8c6388203d6e