Bijlage 1.1 BP Waterfront-Zuid - Waterfrontpark_Toelichting incl bijlagen
Tekst van het document
Bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark Vastgesteld
Waterfront-Zuid - Waterfrontpark
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1
5
Inleiding
1.1
Aanleiding
5
1.2
Doel
5
1.3
Plangebied
6
1.4
De bij het plan behorende stukken
7
1.5
Leeswijzer
8
Hoofdstuk 2
Huidige situatie
9
2.1
Ontstaansgeschiedenis
9
2.2
Huidige situatie
9
Hoofdstuk 3
Beleidskader
11
3.1
Algemeen
11
3.2
Ruimtelijk beleid
11
3.3
Archeologie en Erfgoedbeleid
17
3.4
Welstandsbeleid
17
3.5
Milieubeleid
18
3.6
Bodembeleid
19
3.7
Waterbeleid
20
3.8
Groenbeleid
21
3.9
Verkeers- en vervoersbeleid
21
Hoofdstuk 4
Planbeschrijving
23
4.1
Inleiding
23
4.2
Waterfrontpark
23
4.3
Duurzaamheid
24
Hoofdstuk 5
Onderzoek
25
5.1
Algemeen
25
5.2
Archeologie en erfgoed
25
5.3
Molenbiotoop
25
5.4
Ecologie
26
5.5
Watertoets
29
5.6
Milieu
34
5.7
Kabels en leidingen
41
5.8
Explosieven
41
2
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003 Hoofdstuk 6
Juridische aspecten
43
6.1
Inleiding
43
6.2
Algemene uitgangspunten
45
6.3
Verantwoording Handboek Harderwijk
46
6.4
Bestemmingsbepalingen
46
6.5
Handhaving
47
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
49
Hoofdstuk 8
Inspraak en overleg
51
8.1
Inspraak
51
8.2
Vooroverleg
51
8.3
Zienswijzen
51
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Actualisatie passende beoordeling
Bijlage 2
Biotooponderzoek
Bijlage 3
Quickscan Wet natuurbescherming
Bijlage 4
Stresstest hoogwater Veluwerandmeren
Bijlage 5
Advies Omgevingsdienst
Bijlage 6
Advies Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland
Bijlage 7
Verslag vooroverlegreacties
Bijlage 8
Commentaarnota zienswijzen
3
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
4
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
Toelichting Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
De gemeente Harderwijk werkt al vanaf 1996, in nauw overleg met andere overheden en betrokkenen, aan plannen voor een ingrijpende transformatie van het Waterfront. Nadat achtereenvolgens een Strategisch plan en een Masterplan zijn opgesteld en vastgesteld heeft de gemeenteraad in 2004 het Structuurplan Waterfront vastgesteld. Dit vormde de planologische basis voor alle vervolgstappen. Het gehele project Waterfront strekt zich uit van de wijk Stadsweiden (aan de zuidzijde van Harderwijk tot de Hierdense Beek (de noordelijke gemeentegrens). Het project Waterfront behelst een complexe ruimtelijke operatie, die primair is gericht op een grondige kwaliteitsimpuls van de gebieden ten noorden en ten noordoosten van de historische binnenstad. In deze gebieden doen/deden zich hier veel knelpunten voor, die onder meer te maken hebben/hadden met bereikbaarheid, parkeren, belevingswaarde, (woon)milieu, het verouderde industrieterrein Haven en bodemverontreiniging. Het project Waterfront is gericht op een structurele verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van de Boulevard en omgeving en van het gebied waar tot voor kort het industrieterrein Haven lag. Het gehele industrieterrein is inmiddels verdwenen om plaats te maken voor een nieuwe invulling: de woonwijk Waterfront.
Het voorliggende bestemmingsplan "Waterfront-Zuid - Waterfrontpark" heeft betrekking op een deelplan behorende tot fase 2. Een uitvoerige beschrijving van het gehele project Waterfront is te vinden in de Nota van Uitgangspunten Waterfront Harderwijk, die te vinden is op de website www.WaterfrontHarderwijk.nl. Voor het te realiseren Waterfrontpark geldt nog het bestemmingsplan Waterfront-Zuid Waterstad, vastgesteld door de gemeenteraad op 5 februari 2008. Dit bestemmingsplan is onherroepelijk sinds 22 december 2009. Het plangebied is bestemd als 'Gemengd - Uit te werken'. Pas nadat het bestemmingsplan door burgemeester en wethouders nader is uitgewerkt kan het park worden ingericht. Het voorliggende bestemmingsplan "Waterfront-Zuid - Waterfrontpark" betreft dit nieuwe bestemmingsplan. In het park wordt een kleinschalige horecavoorziening mogelijk gemaakt. Ook zijn kleine evenementen toegestaan.
1.2
Doel
Het belangrijkste doel van het bestemmingsplan "Waterfront-Zuid - Waterfrontpark" is het planologisch-juridisch mogelijk maken van de gewenste inrichting van het Waterfrontpark. In dit bestemmingsplan is een balans gevonden tussen enerzijds het creëren van voldoende mogelijkheden om de woonomgeving en openbare ruimte flexibel in te richten en anderzijds het bieden van voldoende rechtszekerheid voor de omgeving. Het bestemmingsplan "Waterfront-Zuid - Waterfrontpark" vervangt bij inwerkingtreding (delen van) het bestemmingsplan Waterfront-Zuid Waterstad (2008).
5
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
Globale aanduiding plangebied
1.3
Plangebied
Het bestemmingsplan "Waterfront-Zuid - Waterfrontpark" heeft betrekking op een gebied dat centraal gelegen is in de nieuw woonwijk. Het ligt aan de Waterstadshaven tussen het woongebied De Eilanden en het Dolfinarium. Ten zuidoosten sluit het gebied aan bij het nog te ontwikkelen gebied Kop Stadswerven. Op onderstaande afbeelding is de begrenzing van het bestemmingsplan aangegeven.
6
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
Plangrenzen
Voor het te realiseren Waterfrontpark geldt nog het bestemmingsplan Waterfront-Zuid Waterstad, vastgesteld door de gemeenteraad op 5 februari 2008. Dit bestemmingsplan is onherroepelijk sinds 22 december 2009. Het plangebied is bestemd als 'Gemengd - Uit te werken'. Pas nadat het bestemmingsplan door burgemeester en wethouders nader is uitgewerkt kan het park worden ingericht. Het voorliggende bestemmingsplan "Waterfront-Zuid - Waterfrontpark" betreft dit nieuwe bestemmingsplan.
1.4
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan "Waterfront-Zuid - Waterfrontpark" heeft als IMRO-idn NL.IMRO.0243.BP00272-0003 en bestaat uit een gml-bestand, regels en een toelichting. Het gml-bestand kent een analoge en digitale verbeelding. De analoge versie van het plan betreft een boekje met kaarten (PDF of hardcopy). De digitale versie is te raadplegen via de landelijke voorziening (https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/). De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en dienen in samenhang gelezen te worden. Indien er verschil bestaat tussen de analoge en de digitale verbeelding, gaat de digitale verbeelding voor. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld. De toelichting van dit bestemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het bestemmingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.
7
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
1.5
Leeswijzer
De toelichting van het bestemmingsplan "Waterfront-Zuid - Waterfrontpark" bestaat uit de volgende hoofdstukken: in hoofdstuk 2 worden de ontstaansgeschiedenis en de huidige situatie beschreven; in hoofdstuk 3 wordt een schets gegeven van het beleidskader dat van belang is voor het functioneren en de ontwikkeling van het plangebied; in hoofdstuk 4 wordt een beschrijving van het plan gegeven. in hoofdstuk 5 komt de uitvoerbaarheid van het plan aan bod. Aan de orde komen zaken als archeologie, ecologie, water en milieu; in hoofdstuk 6 worden kort de verschillende neergelegde bestemmingen, de juridische planopzet, behandeld en wordt verantwoording gegeven van het gebruik van de standaarden voor bestemmingsplannen in Harderwijk; in hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid van het plan; de toelichting wordt afgesloten met hoofdstuk 8 waarin wordt ingegaan op het proces van inspraak en overleg in relatie tot dit bestemmingsplan.
8
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie
Ontstaansgeschiedenis
In de eerste helft van de 20e eeuw was het plangebied grotendeels in agrarisch gebruik. De toenmalige kustlijn liep ter hoogte van het voormalige terrein van Bruil (Havendijk 29) van west naar oost. Op het terrein van Bruil was voorheen Asbestona (asbestfabriek) gevestigd. De Flevoweg bestond toen nog niet. Naast het agrarisch gebruik werd het gebied ter plaatse van de brandweerkazerne en de gemeentewerf in de periode tot circa 1950 gebruikt als (niet reguliere) stortplaats. Vanaf circa 1955 vestigden zich ten zuiden van Bruil ook andere bedrijven aan de Havendijk. Aan de noordwestzijde van Bruil was een werkhaven aangelegd ten behoeve van de toenmalige Zuiderzeewerken. Hieromheen was een klein gebied opgespoten. Tussen 1958 en 1961 is de Lelyhaven aangelegd. Daarbij is het oostelijk deel van het Schiereiland en het gebied van de huidige Flevoweg opgespoten tot een hoogte van circa 1,3 m boven NAP. Hierna nam de bedrijvigheid snel toe. In 1966 is het gehele schiereiland als bedrijfsterrein in gebruik genomen. Het bedrijventerrein aan de Flevoweg is vanaf de tweede helft van de jaren zestig van de 20e eeuw in gebruik. Vanaf 2012 is het gebied gewijzigd. Om woningen te kunnen realiseren zijn deze bedrijven verplaatst.
Om deze bedrijfsverplaatsingen mogelijk te kunnen maken is in 2011 gestart met het aanleggen van het nieuwe bedrijventerrein Uitbreiding Lorentzhaven in Waterfront-Noord. Door de voormalige asbestfabriek was de bodem zwaar verontreinigd met asbest. Door bedrijvigheid is de bodem op verschillende andere plekken ook verontreinigd. De bodem is gesaneerd en geschikt gemaakt voor woningbouw. De eerste woningen in het Waterfront zijn in 2014/2015 gebouwd.
2.2
Huidige situatie
Het plangebied Waterfront-Zuid - Waterfrontpark is momenteel een braakliggend bouwterrein met verharding voor de verkeersafwikkeling. Voor de bouw van de woningen en parkeergarage op de Kop Stadswerven wordt een deel van het plangebied ingericht als tijdelijke bouwplaats. Daarnaast bevinden zich er nog tijdelijke speelvoorzieningen en een tijdelijke weg om het Waterfront te verbinden met de binnenstad. Als de bouw van de Kop Stadswerven is afgerond zal het Waterfrontpark definitief worden ingericht. Ten zuiden van het plangebied leggen rondvaartboten aan.
9
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
10
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Algem een
Het (inter)nationale en provinciale beleid is neergelegd in verschillende nota's betreffende de ruimtelijke ordening, alsmede in de verschillende structuurvisies. Een "doorzetting" van dit beleid vindt veelal plaats in verschillende gemeentelijke en provinciale uitwerkingsnota's, beleidsplannen en bestemmingsplannen. Ook binnen de gemeente Harderwijk is dit het geval. Het beleid zoals dat door de hogere overheden wordt voorgestaan, is veelal van een andere schaal en aard dan de schaal die noodzakelijk is voor het opstellen van een (kleinschalig) bestemmingsplan. In dit hoofdstuk wordt dan ook uitsluitend ingegaan op de voor de ontwikkeling van het plangebied relevante beleid.
3.2
Ruim telijk beleid
Met ingang van 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Door het overgangsrecht van de Omgevingswet kan dit plan nog als bestemmingsplan worden vastgesteld. Het rijksbeleid is geactualiseerd. Voor het gemeentelijk beleid is zowel het nu nog geldende beleid opgenomen, als de in het najaar van 2024 vast te stellen Omgevingsvisie Harderwijk 2040. Deze omgevingsvisie vervangt de structuurvisie Harderwijk 2031 en integreert en actualiseert andere beleidsstukken zoals de Mobiliteitsvisie en het GVVP, het Waterplan, de Woonvisie, de Nota Sociaal Domein en andere visies met ruimtelijke (fysieke) aspecten. 3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten de Rijksoverheid stelt bij de inrichting van Nederland en hoe het Rijk keuzes maakt in de uitvoering daarvan.
Keuzes die samenhangen met toekomstbeelden over de fysieke leefomgeving, maatschappelijke opgaven en bijbehorende economische perspectieven. Steeds duidelijker wordt dat de opgaven alleen goed aangepakt kunnen worden als dat in samenhang gebeurt, het ontwikkelpotentieel van heel Nederland optimaal wordt benut en gezorgd wordt voor een duurzame verbinding van alle delen van Nederland en met de landen om ons heen. Het beleid in de leefomgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de betrokken overheden. De NOVI geeft aan waar het Rijk zich op nationale schaal aan bindt, waar het regie voert richting medeoverheden of waar het juist aan de medeoverheden is om keuzes te maken. Provincies en (samenwerkende) gemeenten zullen in hun omgevingsvisies uiting geven aan hun eigen verantwoordelijkheid en keuzes in de fysieke leefomgeving. Met de NOVI wordt in beeld gebracht waar kansen liggen. Kansen om de kwaliteit van onze leefomgeving te verbeteren. Kansen om sociale samenhang, gezondheid en economisch herstel te bevorderen en kansen om schone, veilige en duurzame technieken, die bijdragen aan de beoogde transitie naar een circulaire samenleving, stevig te verankeren in onze manier van leven en werken. Daartoe zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven.
Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
11
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Ten behoeve van die afweging gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficient en zorgvuldig gebruik van de ruimte; kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De voorgenomen inrichting van het Waterfrontpark is niet in strijd met de uitgangspunten van de NOVI.
3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening / Besluit Kwaliteit Leefomgeving Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. In het bestemmingsplan voor het buitengebied dient met name rekening te worden gehouden met de door het Rijk geformuleerde belangen inzake natuur (Ecologische Hoofdstructuur en Natura 2000-gebieden). Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is het Barro komen te vervallen. De regels van het Barro worden dan vervangen door het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl). In het Bkl staan regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. Het Bkl geldt voor het Rijk en decentrale overheden.
Het Barro en Bkl bevatten geen regels die specifiek van toepassing zijn voor de omgeving van Harderwijk of voor het plangebied. 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Om de ruimte zorgvuldig te benutten en overprogrammering te voorkomen is de "Ladder voor duurzame verstedelijking" geïntroduceerd. De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet de behoefte aan die ontwikkeling (trede 1) worden aangetoond. Indien die stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet worden gemotiveerd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien (trede 2). Het begrip stedelijke ontwikkeling wordt daarbij als volgt gedefinieerd: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen".
Uit het participatieproces met de inwoners van Harderwijk blijkt dat een kleinschalige horecavoorziening in het Waterfrontpark wenselijk is. Deze kleinschalige horecagelegenheid wordt niet beschouwd als een stedelijke ontwikkeling. In het nog uit te werken bestemmingsplan Waterstad is een oppervlakte aan horeca mogelijk gemaakt. De beoogde kleinschalige horecavoorziening past ruimschoots binnen deze uitwerkingsregels.
12
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003 3.2.4 Omgevingsvisie Gelderland en Omgevingsverordening Gelderland Provinciale Staten hebben op woensdag 19 december 2018 de nieuwe Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en geactualiseerde Omgevingsverordening vastgesteld. Deze zijn op 1 maart 2019 in werking getreden. De provincie kiest er in deze Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn: 1. een duurzame economische structuur; 2. het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. De provinciale hoofddoelen zijn vervolgens vertaald in provinciale ambities. Afhankelijk van het accent van de ambitie zijn ze opgenomen onder het deel 'Divers', 'Dynamisch' of 'Mooi' Gelderland. Per ambitie is de aanpak op hoofdlijnen beschreven. De nadere invulling vindt plaats via provinciale uitvoeringsprogramma's en samenwerking met partners. Daarmee is de Omgevingsvisie een 'plan' dat richting geeft en ruimte biedt; geen plan met exacte antwoorden. Ofwel: 'de Omgevingsvisie gaat over het speelveld en de spelregels, niet over de uitkomst van het spel. In de Omgevingsvisie is onder andere opgenomen dat één van de opgaven voor de regio Noord-Veluwe is om de bestaande kwaliteiten, zoals water, natuur en steden, te behouden, versterken en benutten.
In de visie wordt ook gerefereerd aan de Regionale Woonagenda die de gemeenten in de Noord-Veluwe in 2011 hebben opgesteld. Hierin agenderen partijen in een regio de regionale opgaven op het gebied van wonen. Samen met de provincie worden afspraken gemaakt, onder andere over woningaantallen. Hieronder wordt hierop nader ingegaan. Omgevingsverordening Gelderland In de Omgevingsverordening zijn regels (randvoorwaarden) opgenomen passend bij de provinciale aanpak van ambities en doelen in de Omgevingsvisie. Veel van deze regels waren eerder in diverse andere verordeningen van de provincie opgenomen. De regels in de Omgevingsverordening zijn zodanig dat zij goed passen bij de accenten in de aanpak van de Omgevingsvisie. Ten aanzien van de molenbiotoop wordt het volgende voorgeschreven vanuit de Omgevingsverordening: "Een bestemmingsplan maakt voor gronden binnen een Molenbiotoop geen nieuwe bebouwing of beplanting mogelijk als daardoor de windvang van een molen wordt beperkt."
13
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003 Uitsnede uit Kaart 7: Regels erfgoed (uit Omgevingsverordening Gelderland) De molenbiotoop heeft een straal van 400 m vanaf de molen. Een groot deel van plangebied Waterfront-Zuid - Waterfrontpark ligt binnen de zone van 400 m. Het functioneren van de molen wordt echter niet belemmerd door deze planontwikkeling, zijnde een groen park met een kleinschalige lage horecavoorziening. In paragraaf 5.3 wordt nader ingegaan op de molenbiotoop. Geconcludeerd wordt dat dit bestemmingsplan in overeenstemming is met de doelen uit de Omgevingsvisie en met de regels uit de Omgevingsverordening. 3.2.5 Stadsvisie 2031 Op 10 juni 2010 is de Stadsvisie Harderwijk 2031 vastgesteld. De Stadsvisie Harderwijk 2031 is gemaakt om een ontwikkelingsrichting voor de stad te bepalen op het gebied van voorzieningen, werkgelegenheid, woonklimaat en bereikbaarheid. Hierbij moeten strategische keuzes worden gemaakt. De visie is integraal. Dit betekent dat er nadrukkelijk wordt gekeken naar de onderlinge samenhang tussen de ruimtelijke, sociale en economische beleidsvelden. De visie is een uitgangspunt voor de intensieve samenwerking tussen bestuur, bevolking, bedrijfsleven, instellingen, organisaties en andere overheidsinstanties. Gekozen is voor scenario 2 "Verdiepen".
Ontwikkeling is namelijk noodzakelijk om van Harderwijk een aantrekkelijke woon- en werkgemeente te maken. De Stadsvisie beschrijft de visie op de toekomst aan de hand van vier thema’s: woonklimaat: "Prettig wonen in bijzondere woonwijken voor alle doelgroepen"; maatschappelijke voorzieningen: "Harderwijk loopt voorop op het gebied van sport, cultuur, onderwijs, zorg en welzijn"; werken: "Een sterke economische structuur door een duidelijk economisch imago"; bereikbaarheid: "Goede bereikbaarheid voor alle vervoerssoorten met aandacht voor milieu en veiligheid". In scenario 2 is met betrekking tot het woonklimaat onder meer opgenomen dat Harderwijk bijzondere woonmilieus wil realiseren, die in de regio en omliggende steden niet of nauwelijks voorkomen. De "Stadsvisie Harderwijk 2031" geeft aan welke koers Harderwijk wil varen. De volgende stap is het vertalen van deze stadsvisie in één integrale visie. Een visie waarin een duidelijke sociale, economische én ruimtelijke pijler herkenbaar is. Per onderwerp worden de ambities en beleidsdoelen beschreven zodat de vraag "wat willen we in de komende jaren bereiken" helder wordt beantwoord. In de uitvoeringsagenda die hieraan wordt gekoppeld, staan de maatregelen die het gemeentebestuur de komende jaren neemt om die gestelde doelen te bereiken.
De ontwikkeling van de woningbouw in Waterfront en daarmee ook het Waterfrontpark past binnen de visie om bijzondere woonmilieus te realiseren: waterrijk wonen. 3.2.6 Structuurvisie Harderwijk 2031 De structuurvisie Harderwijk 2031 is op 20 december 2012 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze integrale structuurvisie is een uitwerking van de in juni 2010 door de gemeenteraad vastgestelde stadsvisie. In de structuurvisie wordt aangegeven wat in de periode tot 2031 voor de gemeente Harderwijk de belangrijkste thema's zijn waar integraal aan gewerkt gaat worden door de gemeente, het bedrijfsleven, de maatschappelijke organisaties en door inwoners zelf. De visie is een document waar het economische, sociale en ruimtelijke beleid met elkaar in verband is gebracht. Het betreft een visie waarin kaders zijn gesteld met doelstellingen om de in de Stadsvisie verwoorde ambitie te verwezenlijken. Deze doelstellingen zijn ondergebracht in 4 ontwikkelsporen: Zorgzame stad, Ondernemende stad, Aantrekkelijke stad en Verbindende stad. De structuurvisie zal fungeren als beoordelings- en sturingsinstrument op alle gemeentelijke beleidsterreinen. Het is daarmee een beleidsdocument dat de gemeente bindt. De gemeente kan daar
14
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003 alleen van afwijken indien daar een goede motivering voor is. Daarnaast wordt richting gegeven aan te verrichten inspanningen en te nemen maatregelen die moeten leiden tot de realisatie en totstandkoming van de in het beleid nagestreefde doelen. De structuurvisie vervangt hiermee het structuurplan Harderwijk 2020 en is daarmee: een visie op de sociale, economische en ruimtelijke ontwikkelingen in Harderwijk voor de middellange en lange termijn; een integrale visie met de hoofdlijnen van voorgenomen ontwikkelingen betreffende het leven, werken en verblijven in Harderwijk; de wijze waarop de gemeente de doelstellingen denkt te realiseren. In de structuurvisie wordt Waterfront genoemd als een belangrijk project voor Harderwijk. Het voorziet in een aanzienlijk deel van de woningbehoefte. Het brengt de beleving van het water terug naar de stad. Op de visiekaart 'Aantrekkelijke stad' is het gebied van bestemmingsplan Waterfront-Zuid Waterfrontpark aangewezen voor waterrijk wonen. Daarnaast is er aangegeven dat het bestaand bebouwd gebied betreft en op de kop van 'Stadswerven' is een Waterbelvédère. Het water in de Vissershaven en in de Lelyhaven is aangemerkt als 'Oppervlakte water hoofdstructuur'. Dit bestemmingsplan voorziet hierin.
Op de visiekaart 'Zorgzame stad' staat het Waterfront aangewezen voor 'asbestsanering'. Voorheen stond op Stadswerven de asbestfabriek Asbestona. Hierdoor is de bodem vervuild geraakt. Inmiddels is de bodem van het land, maar ook de bodem van de havens gesaneerd en geschikt gemaakt voor woningbouw. 1. Op de visiekaart 'Ondernemende stad' heeft het plangebied een aanduiding voor 'Hoofdfietsstructuur'. Deze ligt op 'De Kades' naast de N302. Ook naast de N302 is een blok aangewezen voor 'Kantoorlocatie'. De N302 maakt onderdeel uit van de 'Hoofdwegenstructuur', net als de Burgemeester de Meesterstraat. Naast de Burgemeester de Meesterstraat ligt ook een fietspad dat onderdeel uitmaakt van de 'Hoofdfietsstructuur'. In het voorliggende bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark wordt voorzien in een park met een kleinschalige horecavoorziening. Er wordt aangesloten op de bestaande infrastructuur. Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met de structuurvisie. 3.2.7 Omgevingsvisie Harderwijk 2040 De 'Omgevingsvisie Harderwijk 2040, Een stap verder: van groei naar bloei' is de visie over de toekomst van de stad Harderwijk, het dorp Hierden en het buitengebied inclusief natuurgebieden. In de omgevingsvisie wordt beschreven hoe omgegaan wordt met uitdagingen, zoals de woningvraag, gezondheid, bereikbaarheid, toegankelijkheid en duurzaamheidsopgaven.
De omgevingsvisie is het leidende en integrerende beleidsdocument voor alle ruimtelijke ontwikkelingen van Harderwijk. Kortom over alles wat een plekje moet hebben in de hele gemeente en de samenhang daartussen. Er wordt uitgelegd hoe de gemeente om wil gaan met de maatschappelijke opgaven, hoe de gemeente verschillende initiatieven gaat beoordelen en hoe wordt geprioriteerd.
De Omgevingsvisie is opgebouwd uit 3 invalshoeken: 1. Er is rekening gehouden met natuurlijke systemen, zoals bodem, water, natuur en klimaat. Dat heeft geleid tot het eerste principe, namelijk dat natuurlijke systemen leidend zijn voor de ruimtelijke ontwikkeling. 2. De wensen uit de samenleving zijn belangrijk. Gezondheid en leefstijl, ontmoeting en verbinding, kwetsbare inwoners en bestaanszekerheid bepalen daarmee het 2e leidende principe: het welbevinden van onze inwoners staat voorop. 3. Hoe bereiken we dat? Moeten we wegen uitbreiden of juist afwaarderen, geven we fietsers en voetgangers meer ruimte, moeten er scholen bij, zijn de voorzieningen voldoende, moet er nog ruimte komen voor nieuwe bedrijven of kantoren of hotels, waar bouwen we woningen en waar beslist niet, hoe houden we rekening met nieuwe energiesystemen? Dat betekent keuzes maken: de ruimtepuzzel.
15
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
Thematische benadering Om het Harderwijk en Hierden van 2040 te schetsen worden alle aspecten van de fysieke leefomgeving thematisch beschreven. Ieder thema begint met een opsomming van principes. Deze ontwerpprincipes worden gehanteerd bij locatieonderzoeken, het toetsen van initiatieven van derden en bij het opstellen van beleids- en gebiedsuitwerkingen, programma’s of plannen. Een deel van deze principes zijn op hoofdlijnen geborgd in de basisstructuur. In de gebiedsgerichte benadering in hoofdstuk 5 wordt de komende jaren in overleg met inwoners en belanghebbenden verder uitgewerkt wat dat op gebiedsniveau concreet kan gaan betekenen. De thematische en gebiedsgerichte benadering vormen samen de omgevingsvisie. Realisatie van onderdelen uit de omgevingsvisie wordt mogelijk verder uitgewerkt in programma’s zoals bedoeld in de Omgevingswet.
Gebiedsuitwerking Waterfront ...voor een natuurlijk systeem Over het Waterfront wordt vermeld dat de bouwgrond deels is gesaneerd en deels kunstmatig is aangelegd op de voormalige zeebodem. Van natuurlijke systemen is nauwelijks sprake. Het faciliteren van ligplaatsen ten behoeve van historisch varend erfgoed die refereren aan het scheepvaartverleden van Harderwijk dragen bij aan het karakter en de identiteit van de Hanzestad. De combinatie van de ligplaatsen van de bruine vloot (botters) met de scheepswerf, visafslag, botterloods en molen leveren in dit deel van de haven een belangrijke bijdrage aan een historisch en sfeervol beeld.
...voor het welbevinden van onze inwoners De wijk ligt aan de N302 waar middelhoge tot hoogbouw zorgt voor een geluidsluwe binnenzijde (zuidwest). De gevels aan de N302 zijn daarom geluidsdicht gemaakt. Het verblijfsgebied en de openbare ruimte in het Waterfront ondervindt hierdoor minder hinder van geluidsoverlast en ook de binnenstad profiteert. De gemiddelde leeftijd is laag, het aandeel sociale huur is na gereed komen van de wijk laag. Dat heeft te maken met de hoge ontwikkelkosten van deze wijk. De wijk heeft door zijn ligging aan de binnenstad vrijwel geen eigen voorzieningen behalve in de komende jaren aan de te ontwikkelen plint aan de Burg. De Meesterstraat.
2040: voor het Waterfront betekent dat: Het realiseren van de laatste deelgebieden van Waterfront met ruimte voor maarschappelijke doeleinden aan de Burg. De Meesterstraat; Het ontwikkelen van plannen voor het Dolfinariumeiland; Het historisch havenkwartier rondom molen, visafslag en botterloods een herkenbaar toeristisch punt wordt. Aandachtspunten Waterfront: Speel- en sportvoorzieningen voor de jeugd worden gemist; Er is sprake van verkeer (hardrijders, parkeer) overlast; Herstructurering Dolfinariumeiland is gewenst. De omgevingsvisie zegt niet specifiek iets over het Waterfrontpark. Omdat de in het Waterfront gewenste speel- en sportvoorzieningen in het park mogelijk worden gemaakt, wordt naadloos aangesloten bij de Omgevingsvisie Harderwijk.
16
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
3.3
Archeologie en Erfgoedbeleid
3.3.1 Archeologienota De Erfgoedwet, juncto Monumentenwet 1988 verplicht gemeenten om bij de vaststelling van een bestemmingsplan en bij de bestemming van de in het plan begrepen gronden, rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. Het gemeentelijk archeologisch beleid is verwoord in het in april 2011 vastgestelde archeologiebeleid 2011-1015. Hieraan is de beleidskaart archeologie gekoppeld. De Beleidskaart Archeologie is tot stand gekomen door onderzoek van archeologisch adviesbureau RAAP (RAAP- rapport 2050 "Een actualisatie en herziening van de archeologische verwachting"). In de beleidskaart Archeologie is aangegeven wanneer bij nieuwe planontwikkelingen archeologisch vooronderzoek plaats dient te vinden. Op grond van de Erfgoedwet, juncto monumentenwet 1988 kan bij bestemmingsplan worden bepaald, dat een aanvrager van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit (bouwvergunning), of een aanlegactiviteit van werken geen bouwwerken zijnde (omgevingsvergunning aanlegactiviteiten), een rapport over de archeologische waarden dient te overleggen. Aan de omgevingsvergunning kunnen indien nodig archeologische voorschriften worden verbonden. Op de beleidskaart archeologie zijn per waarde- of verwachtingsgebied de vrijstellingsgrenzen aangegeven.
Het beleid is om in bestemmingplannen een dubbelbestemming "Waarde - Archeologie" op te nemen met bijhorende bouwregels en aanlegvergunningstelsel met inachtneming van de vrijstellingsgrenzen. In paragraaf 5.2.1 wordt nader op dit onderwerp ingegaan. 3.3.2 Erfgoed Op 1 januari 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening aangepast als uitwerking van het in 2009 door het rijk ingezette beleid Modernisering Monumentenzorg (MoMo). Voor de ruimtelijke ordening betekent dit een omschakeling van een objectgerichte naar omgevingsgerichte benadering. Door deze modernisering moet bij het opstellen van een bestemmingsplan meer rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Dit betekent dat naast de ondergrondse (te verwachten) cultuurhistorische waarden (archeologie), ook een beschrijving moet worden gegeven van de bovengrondse cultuurhistorische waarden, zoals (steden)bouwkunde en historische geografie en hoe in het bestemmingsplan rekening is gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. In de toelichting van de aanpassing, is aangegeven dat de bovengrondse cultuurhistorische waarden niet alleen de beschermde monumenten betreffen. De gemeente Harderwijk heeft daarom in 2015 een inventarisatie laten uitvoeren naar alle bovengrondse cultuurhistorische waarden en deze opgenomen in de cultuurhistorische waardenkaart. In paragraaf 5.2.2 wordt nader op dit onderwerp ingegaan.
3.4
Welstandsbeleid
Een bestemmingsplan is erg belangrijk voor het bouwen op en gebruiken van gronden. Vergunningsaanvragen worden immers getoetst aan de regels uit het bestemmingsplan. Naast de bestemmingsplanbepalingen en de bouwtechnische eisen waaraan een bouwwerk moet voldoen, is het uiterlijk ervan erg belangrijk. Hiervoor is een welstandsnota opgesteld. In de welstandsnota van Harderwijk wordt invulling gegeven aan de esthetische aspecten van het ruimtelijke kwaliteitsbeleid. De welstandsnota gaat daarbij vooral in op de architectonische aspecten van bouwwerken, zoals massa, vorm, positionering, kleur- en materiaalgebruik en detaillering. In stedenbouwkundige zin spreekt de welstandsnota zich uit over de uitstraling en ligging van de bebouwing in relatie tot de omgeving. In de welstandsnota zijn regels opgenomen voor: kleine bouwinitiatieven die welstandsvrij zijn;
17
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003 kleine bouwinitiatieven waarvoor de zogenaamde 'sneltoetscriteria' gelden (criteria voor meest voorkomende kleine bouwactiviteiten); grote bouwinitiatieven waarvoor lichte, gemiddelde en zware welstandstoets gelden; grote bouwinitiatieven voor ontwikkelingslokaties, die in aparte beeldkwaliteitsplannen zijn vervat. In de welstandsnota is het volgende opgenomen over Waterfront-Zuid waar voorliggend bestemmingsplan onderdeel van is: "De gemeente Harderwijk en het Consortium Waterfront hebben gezamenlijk een supervisor aangesteld die zorg draagt voor de ruimtelijke kwaliteit van Waterfront-Zuid. Alle ontwikkelde bouwplannen voor Waterfront-zuid worden getoetst door de supervisor Waterfront aan het beeldkwaliteitsplan Waterfront-Zuid. Indien de supervisor van oordeel is dat het bouwplan voldoet aan het beeldkwaliteitsplan Waterfront-Zuid en daarmee ook voldoet aan redelijke eisen van welstand, wordt het bouwplan ambtelijk afgedaan. Indien de supervisor van mening is dat het bouwplan niet voldoet aan het beeldkwaliteitsplan vraagt hij tevens advies aan de CRK, die hij in zijn eindadvies verwerkt." Voor Waterfront-Zuid is een beeldkwaliteitsplan opgesteld dat onderdeel is van de welstandsnota.
In het beeldkwaliteitsplan voor Waterfront-Zuid uit 2013 is aangegeven dat voor de bebouwing en voor de inrichting van de openbare ruimte in Waterfront-Zuid wordt uitgegaan van een hoog ambitieniveau. Daarbij wordt gestreefd naar een herkenbare relatie met het water (een ‘nautisch karakter’). Ten aanzien van het Waterfrontpark is nog aangegeven dat sprake is van een hoogteaccent. Nu dit hoogteaccent niet meer aan de orde is en er uitsluitend een kleinschalige horecagelegenheid wordt gerealiseerd, zijn nadere beeldkwaliteitseisen niet meer aan de orde.
3.5
M ilieubeleid
3.5.1 Milieubeleidsplan Harderwijk De gemeente Harderwijk streeft naar samenhang in het bestaande veelomvattende milieubeleid. Het milieubeleidsplan maakt inzichtelijk waar Harderwijk voor staat, geeft richting aan het beleid voor de komende periode en vervult een aanjaagfunctie om verbeteringen te realiseren. Vanuit deze gedachte worden twee speerpunten benoemd waarbij rekening is gehouden met de landelijke beleidsontwikkeling: klimaatbeleid en een gebiedsgericht milieubeleid. Het zorgdragen voor een duurzame leefomgeving is het hoofddoel van dit milieubeleid. Onder een duurzame leefomgeving verstaan we het voorzien in onze behoeften, zonder de toekomstige generaties de mogelijkheden voor dezelfde behoeftes te ontnemen. Dit milieubeleidsplan geeft kaders voor beleid en laat de bevolking van Harderwijk en Hierden zien hoe de gemeente zich inzet om de lokale milieuproblemen op te lossen. Binnen onze gemeentegrenzen bestaat een grote diversiteit in gebieden, met elk hun eigen kenmerken en functies. Bij ruimtelijke ontwikkeling streven we naar een optimale leefomgevingskwaliteit. Door gebieden te onderscheiden wordt duidelijk welke milieukwaliteit gewenst is en of een ontwikkeling in het desbetreffende gebied past. Deze gebiedsgerichte benadering biedt ruimte om milieubeleid beter te laten aansluiten bij de dynamiek van ruimtelijke ontwikkelingen.
3.5.2 Gebiedsgericht milieubeleid In het Milieubeleidsplan is voor verschillende delen van Harderwijk gebiedsgericht milieubeleid opgesteld. Door het opstellen van gebiedsgericht milieubeleid komen de specifieke kwaliteiten, knelpunten, de milieubelasting en de milieuambities van het gebied in beeld. Welk milieubeleid voor het voorliggende plangebied geldt, is weergegeven op een interactieve kaart op de gemeentelijke milieuwebsite (https://www.harderwijk.nl/milieu-en-duurzaamheid/milieu). In hoofdstuk 5 is nader ingegaan op de milieuthema's. 3.5.3 Duurzaamheid Harderwijk 2020 De Duurzaamheidsvisie De Duurzame Stad-Duurzaam Harderwijk is door de gemeenteraad vastgesteld op 25 juni 2020. De basis van de visie bestaat uit de mondiale Sustainable Development Goals (deze duurzame ontwikkelingsdoelen zijn in 2015 door de Verenigde Naties opgesteld) die vertaald zijn naar vier lokale pijlers; circulariteit, biodiversiteit, klimaatadaptatie en energietransitie. Iedere pijler heeft een eigen doelstelling:
18
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003 Circulariteit: Afvalstoffen worden grondstoffen en we sluiten kringlopen. Biodiversiteit: We behouden en verbeteren de natuur. Klimaatadaptatie: We beperken hittestress en droogte en voorkomen wateroverlast (de effecten van klimaatsverandering). Energietransitie: In 2031 is de CO2 uitstoot met 45% verminderd. Samen vormen de pijlers de integrale visie op duurzaamheid voor de gemeente Harderwijk. De duurzaamheidvisie omvat verschillende beleidsvelden. Aan het ene beleidsveld zoals de energietransitie wordt al jarenlang gewerkt, terwijl het andere beleidsveld, zoals circulariteit nog aan het begin van ontwikkeling staat. De duurzame ontwikkelingsdoelstellingen zijn uitgewerkt in 17 doelen en hebben betrekking op zowel het sociale domein, het fysieke domein als het bestuurlijke domein. Ze hebben aandacht voor vrede en veiligheid, economische ontwikkeling en milieuthema’s. In 2022 zijn de geformuleerde klimaatambities herijkt. Hierin zijn enkele nieuwe doelen opgenomen met betrekking tot de verwachte klimaatproblematiek: Wateroverlast 1. Wateroverlast accepteren we volgens de wateroverlast-acceptatiecriteria 2. De kans op falen van vitale functies door extreme buien is kleiner dan 1 keer per 100 jaar 3.
Al het bebouwde areaal (binnen de bebouwde kom) heeft een ontwateringsdiepte van tenminste 0,7 m. Droogte 1. Minimaal 40% van het oppervlak is onverhard (privaat en openbaar); en/of 2. minimaal 50% van de wijk heeft een duurzaam gescheiden rioolstelsel Hittestress 1. In het openbare gebied is minimaal 20% schaduw, op een onbewolkte midzomerdag tussen 12:00 en 18:00u. 2. Iedere inwoner woont binnen 300m afstand tot een koelte-eiland. Bij de nadere uitwerking en inrichting van het plangebied wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met bovenstaande ambities. In paragraaf 4.3 wordt ingegaan op duurzaamheid in relatie tot het plangebied.
3.6
Bodem beleid
De gemeente heeft samen met de omliggende gemeenten Elburg, Ermelo, Nunspeet, Elburg, Oldebroek en Putten een bodemkwaliteitskaart en bodembeheernota opgesteld. De Nota bodembeheer regio Noord Veluwe is vastgelegd in het document met kenmerk R002-1206995LNH-baw-V02-Nl d.d 21 januari 2014 (Tauw). In deze nota is omschreven welke keuzes de gemeenten hebben gemaakt ten aanzien van generiek en gebiedsspecifiek beleid, en onder welke voorwaarden grond en bagger mag worden toegepast binnen de regio. In paragraaf 5.6.3 wordt nader op dit onderwerp ingegaan.
19
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
3.7
Waterbeleid
3.7.1 Algemeen Het waterbeleid wordt vanuit Europa in de vorm van kaderrichtlijnen aangestuurd en vertaald in Nederlands en regionaal waterbeleid. De uitvoering van het waterbeheer is in handen van Rijkswaterstaat en de Waterschappen. De gemeenten spelen naast de waterschappen een belangrijke rol in het beheer van de afvalwaterketen terwijl zij ook een belangrijke zorgplicht hebben bij grondwateroverlast en de verwerking van regenwater. Het waterbeleid, de zorgplichten en concrete richtlijnen komen in deze paragraaf aan de orde. De concrete invulling van watermaatregelen voor deze ontwikkeling wordt besproken in paragraaf 5.5. 3.7.2 Europees en Nationaal beleid Water is geen gewoon handelswaar, maar een erfgoed dat moet worden beschermd en verdedigd (Europese Kaderrichtlijn Water, 2003). Vanuit de Kaderrichtlijn Water wordt dan ook het kader gegeven voor de bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater. Met als doel om de aquatische ecosystemen en gebieden die rechtstreeks afhankelijk zijn van deze ecosystemen, te behoeden voor verdere achteruitgang. Tevens om de emissies te verbeteren, duurzaam gebruik van water te bevorderen en te zorgen voor aanzienlijke vermindering van de verontreiniging van grondwater. Het Nationaal Waterprogramma (NWP 2022-2027) stelt als doel een veilige en klimaatbestendige delta, nu en in de toekomst.
Het NWP is dan ook te lezen als een structuurvisie. Met water als ordenend principe. Water als ordenend principe loopt als een rode draad door al het Nederlandse waterbeleid. Met als doel een mooi, veilig, schoon, gezond en duurzaam (beheer van het) watersysteem. 3.7.3 Provinciaal en Regionaal beleid De doelen voor het waterbeheer zijn vastgelegd in de Provinciale Omgevingsverordening. Net als de maatregelen die daarvoor nodig zijn en wie deze gaat uitvoeren. Als waterbeheerder en bevoegd gezag voor zowel waterkwantiteit als waterkwaliteit, heeft waterschap Vallei en Veluwe dit verder uitgewerkt. Dat is gedaan in het Blauw Omgevingsprogramma (2022-2027). Om de taak als waterbeheerder uit te kunnen voeren heeft het waterschap twee instrumenten: de keur en de legger. De keur is een verordening waar gedoogplichten, geboden en verboden in staan. Hieruit volgt dan ook of voor bepaalde werkzaamheden een watervergunning aangevraagd dient te worden. Dat kan via het omgevingsloket. De legger bevat de ligging en maatvoering van waterstaatkundige werken, waterlichamen en onderhouds- en beschermingszones. In deze legger wordt daarnaast aangegeven wie het onderhoud van een watergang, dijk of constructie moet uitvoeren.
Eventueel andere bestaande infrastructuur zoals transport- en persleidingen voor stedelijk afvalwater met beschermingszones zijn opgenomen onder het hoofdstuk "kabels en leidingen". 3.7.4 Lokaal waterbeleid In de gemeente Harderwijk is het beleid rondom (afval)water vertaald in het Waterplan Harderwijk (2013-2018) en het Zuiveringskring Afvalwaterketen Plan Waterschap-Harderwijk-Ermelo-Putten (ZAP WHEP 2016-2023). In het Waterplan zijn de benodigde maatregelen uitgewerkt voor het realiseren en behouden van een veilig, veerkrachtig en ecologisch gezond functionerend watersysteem, met het oog op een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving. Het ZAP WHEP heeft de status van een verbreed gemeentelijke rioleringsplan (vGRP). Hier staat dan ook in uitgewerkt hoe de gemeente invulling geeft aan de gemeentelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater.
20
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003 3.7.5 Watertoets Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van rijk, provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. In paragraaf 5.5 zijn de resultaten van de watertoets beschreven.
3.8
Groenbeleid
In het Handboek Harderwijks Groen staat het Harderwijkse groenbeleid voor stad, landschap en bos in samenhang met elkaar beschreven. Dit beleidsplan is in december 2007 door de raad van de gemeente Harderwijk vastgesteld. Hoofddoelstelling van beleid is de hoofdstructuur van stedelijk groen (de Groene Mal) in stand te houden en te versterken. Hier zal niet worden gebouwd en worden ontbrekende schakels hersteld. Het groen dient naast belevingswaarde een duidelijke gebruikswaarde te bezitten (sport/spel). Het Watrefrontpark is een voorbeeld van een groengebied dat tevens een gebruikswaarde vertegenwoordigt.
3.9
Verkeers- en vervoersbeleid
3.9.1 Verkeer Het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Harderwijk is opgenomen in het Verkeersstructuurplan (VSP). Het VSP is in december 2010 vastgesteld door de gemeenteraad van Harderwijk en het plan bestaat uit een deel Mobiliteitsvisie (met een doorkijk naar 2030) en een deel Gemeentelijk Verkeersen Vervoersplan (met een doorkijk tot 2015). Het VSP geeft aan dat de komende jaren prioriteit wordt gegeven aan het aanpakken van verkeersonveiligheid in algemene zin en verkeersonveilige locaties in het bijzonder en daarnaast het stimuleren van het fietsverkeer in de gemeente Harderwijk. 3.9.2 Parkeren Op 23 mei 2013 is door de gemeenteraad een Parkeernormennota vastgesteld. Deze Parkeernormennota is een uitwerking van de vastgestelde visie op parkeren in Harderwijk (GVVP). De Parkeernormennota dient tevens als uitbreiding/toevoeging aan de parkeerfondsregeling. Omdat er geen wettelijke, door de rijksoverheid vastgestelde en voorgeschreven parkeernormen bestaan, heeft de gemeente Harderwijk besloten om de parkeernormen in één document vast te stellen met normen die specifiek toepasbaar zijn voor de situaties binnen de gemeente Harderwijk. Deze parkeernormen worden gebruikt bij het berekenen van de parkeerbehoefte bij voorzieningen als woningen, scholen, winkels, kantoren en bedrijven.
Het vaststellen van deze parkeernormen is onder meer voor burgers, projectontwikkelaars en de gemeente Harderwijk zelf van belang. Door het vaststellen is het namelijk voor iedere belanghebbende duidelijk en inzichtelijk welke parkeernormen voor een bepaalde functie gehanteerd worden. Hierdoor ontstaat eenduidigheid in het parkeernormenbeleid.
21
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
22
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
Hoofdstuk 4 4.1
Planbeschrijving
Inleiding
Harderwijk is van oudsher onlosmakelijk met het water verbonden. In vroeger tijden vormden handel en visserij een belangrijke bron van inkomsten. Na de aanleg van de Afsluitdijk en de drooglegging van Flevoland ligt de stad aan het Wolderwijd en het Veluwemeer. Vanaf de tweede helft van de vorige eeuw werd de historische binnenstad geleidelijk van het water afgesneden door de toenemende druk van bedrijvigheid en recreatie en de hiermee samenhangende verkeers- en parkeerproblemen. Aan de binnenstad grensde het verouderde en vervuilde industrieterrein Haven. Om het tij te keren ontwikkelt gemeente Harderwijk, in nauwe samenwerking met andere partijen, het project Waterfront. Een veelomvattend project dat de stad volop toekomst biedt als toeristische trekpleister, als aantrekkelijke woonstad en als regionaal economisch centrum. Met het Waterfront wordt de relatie tussen de stad en het water hersteld en ontstaat een nieuwe aantrekkelijke kustlijn die berekend is op de eisen van de moderne tijd, met respect voor de natuur en het historische karakter van Harderwijk. Dit bestemmingsplan maakt de inrichting van het Waterfrontpark mogelijk, waaronder een kleinschalige horecagelegenheid. Daarnaast zijn kleine evenementen toegestaan. In dit hoofdstuk wordt de inrichting van het Waterfrontpark nader toegelicht.
4.2
Waterfrontpark
Waterfrontpark Centraal gelegen in het Waterfront zal het Waterfrontpark worden aangelegd. Dit park heeft een oppervlakte van ruim 14.000 m² en zal fungeren als groene verblijfsruimte voor de bewoners van het Waterfront, maar ook voor bewoners van de binnenstad en bezoekers van Harderwijk. Het park zal grotendeels 'groen' worden ingericht met verblijfsruimten (ligweides, banken etc), maar er zullen ook enkele speelvoorzieningen worden aangelegd voor zowel jonge als oudere kinderen. Hierbij kan gedacht worden aan diverse speeltoestellen, maar ook aan bijvoorbeeld een voorzieningen ten behoeve van skaten en een (verhard) voetbal- of basketbalveldje. Ook wordt er de mogelijkheid gecreëerd voor een kleinschalige horecagelegenheid. Aan de zuidzijde kunnen rondvaartboten en fietsvakantieschepen afmeren en hun bezoekers afzetten voor een bezoek aan de stad. Op de kop van het park is een plek bedacht met aflopende treden richting het water waardoor het water optimaal beleefbaar wordt. Ook zijn kleine evenementen toegestaan in het park zoals bijvoorbeeld een buurt- en straatfeest of barbecue, of bijvoorbeeld een kleinschalige kortdurende niet versterkte muziekoptreden of voorstellingen, sponsorloop, een paar kraampjes of partytenten voor stichtings-, verenigings-, wijk-, educatieve of kerkelijke activiteiten, danwel daarmee vergelijkbare kleinschalige activiteiten.
Het ontwerp voor het Waterfrontpark moet nog verder worden uitgewerkt. In onderstaande afbeelding zijn een aantal impressies opgenomen van toekomstige beelden en functies in het park. Deze geven niet de toekomstige situatie weer maar wel de eerste ideeën. Samen met omwonenden zullen ontwerpsessies worden georganiseerd die helpen bij de verdere invulling van het park.
23
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
4.3
Duurzaam heid
Met betrekking tot duurzaamheid zijn ambitieuze doelstellingen gesteld. Deze kunnen onderverdeeld worden in vier thema's: Aardgasloos en energieneutraal bouwen Water, klimaatadaptatie en biodiversiteit Circulair bouwen Mobiliteit Bij de inrichting van het Waterfrontpark zijn vooral de thema's "water, klimaatadaptatie en biodiversiteit"en "circulair materiaalgebruik" relevant. Er wordt gestreefd naar een klimaat adaptieve stad. Het voorkomen van wateroverlast en hitte stress, het beperken van droogte en het stimuleren van biodiversiteit door slimme (groen)toepassingen in, aan en om de woningen is noodzakelijk om dit doel te realiseren en bewoners tevens meer woongenot te bieden. Daarnaast wordt onderzocht in hoeverre er concreet invulling kan worden gegeven aan circulair materiaalgebruik. Gestreefd wordt naar hergebruik van materialen en/of duurzaam materiaalgebruik en het nu voorkomen dat materiaal in de toekomst gerecycled moet worden.
24
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
Hoofdstuk 5 5.1
Onderzoek
Algem een
Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van het verrichte onderzoek naar relevante feiten en af te wegen belangen (artikel 3.2. Algemene wet bestuursrecht). Per onderzoeksaspect wordt een beschrijving gegeven van de situatie ter plaatse.
5.2
Archeologie en erfgoed
5.2.1 Archeologie Het plangebied is in de beleidskaart Archeologie aangemerkt als een gebied zonder archeologische verwachting, omdat de bodem is verstoord (ter plaatse van de Lelyhaven) of diep is vergraven onder archeologisch niveau. In dit plangedeelte behoeft geen archeologisch (voor)onderzoek te worden uitgevoerd. 5.2.2 Erfgoed Het huidige plangebied is recent geheel gesaneerd, waarbij alle bebouwing en infrastructuur is gesloopt en verwijderd. Om deze reden bevinden er zich geen cultuurhistorische waardevolle elementen in het plangebied. 5.2.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er qua cultuurhistorie geen belemmeringen zijn voor dit plan.
5.3
M olenbiotoop
De molen De Hoop staat aan de Vissershaven, Havendijk 9. Na een intensieve locatiestudie naar een beschikbare plek nabij de binnenstad met voldoende windbelasting, werd in 1995 aan de Vissershaven met de opbouw van de molen begonnen. Op 18 september 1999 is molen ‘De Hoop’ in bedrijf gesteld. Ondertussen is de molen op de lijst van beschermde rijksmonumenten geplaatst. De korenmolen ‘De Hoop’ is een achtkante stellingmolen. Een dergelijke molen staat op een verhoging, de stelling, om ook in de bebouwde kom voldoende wind te kunnen vangen om te kunnen draaien. De stellinghoogte van de molen ‘De Hoop’ bedraagt 9,10 meter. Met het plaatsen van molen ‘De Hoop’ is een molenbiotoop ontstaan. Zoals in paragraaf 3.2.4 is uiteengezet, is de molenbiotoop een zone van 400 m vanaf de molen. In onderstaande afbeelding is de molenbiotoop met de rode arcering aangegeven. Hieruit blijkt dat het Waterfrontpark nagenoeg geheel binnen de molenbiotoop ligt. Omdat er uitsluitend een kleine horecagelegenheid tot een hoogte van maximaal 4 meter wordt gerealiseerd wordt het functioneren van de molen (windvang) niet beperkt.
25
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
Molenbiotoop (rood) ten opzichte van het plangebied (blauw)
5.4
Ecologie
Wet natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het doel van de wet is het behouden en herstellen van de natuur. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Sommige soorten zijn kwetsbaar. Een goede natuurbescherming is belangrijk. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. De wet kent twee soorten bescherming: gebiedsbescherming en soortenbescherming.
Gebiedsbescherming Natura 2000 Binnen de Wet natuurbescherming zijn de Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het Europees beleid voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet alleen ter bescherming van gebieden, maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Natura 2000 omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd. Voor de Natura 2000-gebieden geldt ook de zogenaamde externe werking. Dit betekent dat ook gekeken moet worden of er negatieve effecten zijn van ontwikkelingen die plaatsvinden buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebieden maar die toch van invloed kunnen zijn op dit gebied. In 2010 is voor het gehele project Waterfront een zogenoemde 'Passende beoordeling' opgesteld, een integraal ecologisch onderzoek naar effecten te verwachten effecten van het project Waterfront op de natuurwaarden in de Natura-2000 gebieden Veluwe en Veluwerandmeren. In 2013 is deze 'Passende beoordeling' geactualiseerd.
26
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
Ligging plangebied (blauw) ten opzichte van Natura 2000-gebied (rood) Op basis van de geactualiseerde Passende Beoordeling heeft de provincie Gelderland in 2014 een Natuurbeschermingswet-vergunning verleend voor de realisering van alle onderdelen van het project Waterfront waarvoor niet al eerder een Nb-wet-vergunning was verleend. Vanwege de mogelijke veroudering van deze geactualiseerde passende beoordeling heeft Tauw (opnieuw) onderzoek gedaan naar de consequenties van de Wet natuurbescherming. De effecten als gevolg van het project Waterfront zijn getoetst aan de hand van de relevante instandhoudingsdoelen. Hieruit blijkt dat effecten op habitattypen, habitatrichtlijnsoorten, broedvogels en niet-broedvogels zijn uitgesloten. De geactualiseerde Passende Beoordeling is opgenomen als bijlage 1. Ten aanzien van stikstof is in de Nb-vergunning van 2014 ook toestemming verleend voor de realisatieen gebruiksfase qua stikstofdepositie. Op 29 mei 2019 is een verstrekkende uitspraak gedaan door de Raad van State omtrent stikstof. Deze uitspraak zorgde er voor dat alle projecten die onder het PAS (in werking per 1 juli 2015) zijn vergund opnieuw beoordeeld moeten worden. De in 2014 verleende Nb-vergunning voor Waterfront wordt niet door deze uitspraak geraakt, dus de vergunning is nog steeds van toepassing. Voor geheel Waterfront geen sprake van een stikstofprobleem.
Dit is door de provincie bevestigd per mail van 1 december 2020. Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone Om de biodiversiteit nu en voor toekomstige generaties Gelderlanders veilig te stellen, beschermt de provincie het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het GNN is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. De Groene Ontwikkelingszone (GO) bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan bos of natuur die ruimtelijk vervlochten zijn met het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het gaat vooral om landbouwgrond, maar ook om terreinen voor verblijfs- en dagrecreatie, infrastructuur, woningen en bedrijven. De GO heeft een dubbele doelstelling. Er is ruimte voor verdere economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden.. De
27
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003 provincie nodigt de Gelderse samenleving uit om in de GO initiatieven te ontwikkelen die bijdragen aan de realisatie van deze dubbele doelstelling. Vanwege de dubbele doelstelling is er in de GO ruimte voor nieuwe ontwikkelingen en voor een uitbreiding van bestaande bedrijven, woningen en bouwwerken en andere functies. Het plangebied ligt niet in GNN- of GO-gebied, zoals uit onderstaande afbeelding blijkt.