CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Hierden Dorp - Ooster Mheenweg 7 (fase 2).pdf

Raadsvergadering 23 juni 2022, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Hierden Dorp - Ooster Mheenweg 7 (fase 2)28.227 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gemeente Harderwijk

Bestemmingsplan Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2) Toelichting, regels en analoge verbeelding

19 mei 2022

Kenmerk 0243-15-T01 Projectnummer 0243-15

Inhoudsopgave 1.

Inleiding 1.1. Aanleiding 1.2. Huidige planologische regeling 1.2.1. Bestemmingsplan Hierden Dorp 2011 1.3. Doel 1.4. Plangebied 1.5. De bij het plan behorende stukken 1.6. Leeswijzer

1 1 1 1 2 2 3 4

2.

Huidige situatie 2.1. Ontstaansgeschiedenis 2.2. Ruimtelijke structuur

5 5 6

3.

Beleidskader 3.1. Algemeen 3.2. Ruimtelijk beleid 3.2.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.2.2. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening 3.2.3. Ladder voor duurzame verstedelijking 3.2.4. Omgevingsvisie Gelderland en Omgevingsverordening Gelderland 3.2.5. Stadsvisie 2031 3.2.6. Structuurvisie Harderwijk 2031 3.2.7. Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden 3.3. Woonbeleid 3.3.1. Regionaal woonbeleid 3.3.2. Woonvisie Harderwijk 3.4. Archeologie en monumentenbeleid 3.4.1. Nota Cultuurhistorie 3.4.2. Archeologienota 3.5. Welstandsbeleid 3.6. Milieubeleid 3.6.1. Milieubeleidsplan Harderwijk 2009-2012 3.6.2. Gebiedsgericht milieubeleid 3.6.3. Routekaart naar een klimaatneutraal Harderwijk: De Energieke stad 3.6.4. Beleidsvisie externe veiligheid Veluwe Noord 3.7. Bodembeleid 3.8. Waterbeleid 3.8.1. Europese Kaderrichtlijn Water (2003) 3.8.2. Nationaal Waterplan

7 7 7 7 8 9 10 13 14 16 17 17 18 19 19 19 20 21 21 21 21 22 23 23 23 23

3.8.3. Waterbeleid in de 21e eeuw (2000) 3.8.4. Omgevingsverordening Gelderland 3.8.5. Waterbeheer 21e eeuw (WB21) 3.8.6. Waterbeheerprogramma 2016-2021 Waterschap Vallei en Veluwe 3.8.7. Keur Waterschap Vallei en Veluwe 3.8.8. Waterplan Harderwijk 2013-2018 3.8.9. Zuiveringskring Afvalwaterketen Plan WHEP 2016-2020 (ZAP) 3.8.10. Watertoets 3.9. Groenbeleid 3.10. Verkeers- en vervoersbeleid 3.10.1. Verkeer 3.10.2. Parkeren

23 24 25 25 25 26 27 28 29 29 29 29

4.

Planbeschrijving 4.1. Inleiding 4.2. Uitgangspunten 4.3. Gewijzigde bestemmingen in dit bestemmingsplan

31 31 31 32

5.

Onderzoek 5.1. Algemeen 5.2. Cultuurhistorie en archeologie 5.2.1. Inleiding 5.2.2. Cultuurhistorie 5.2.3. Monumenten 5.2.4. Archeologie 5.3. Ecologie 5.4. Watertoets 5.5. Milieu 5.5.1. Inleiding 5.5.2. Geluidhinder 5.5.3. Luchtkwaliteit 5.5.4. Bodemkwaliteit 5.5.5. Geur 5.5.6. Externe veiligheid 5.5.7. Bedrijven en milieuzonering 5.5.8. Vormvrije m.e.r.-beoordeling 5.6. Kabels en leidingen 5.7. Verkeer en parkeren 5.7.1. Verkeer 5.7.2. Parkeren

33 33 33 33 33 33 33 34 37 39 39 39 40 40 42 43 46 46 48 48 48 49

6.

Juridische aspecten 6.1. Inleiding

50 50

6.2. 6.3. 6.4. 6.5.

6.1.1. Informatie bestemmingsplan 6.1.2. Verbeelding, regels en toelichting 6.1.3. Juridische regeling 6.1.4. Afwijken van de regels Algemene uitgangspunten Verantwoording Handboek Harderwijk Bestemmingsbepalingen 6.4.1. Wonen - Dorpsgebied Handhaving

50 50 53 53 53 54 54 54 55

7.

Economische uitvoerbaarheid

57

8.

Inspraak en overleg 8.1. Consultatie bewoners 8.2. Inspraak 8.3. Vooroverleg

58 58 58 58

Bijlagen Bijlage 1 AERIUS-berekening Bijlage 2 Bodemonderzoek Bijlage 3 Ecologisch onderzoek Bijlage 4 Akoestisch onderzoek Bijlage 5 Watertoets

61 61 61 61 61 61

1

1.

Inleiding

1.1.

Aanleiding De gemeente Harderwijk is volgens de Wet ruimtelijke ordening verplicht om voor haar hele grondgebied bestemmingsplannen vast te stellen. Het bestemmingsplan is een bijzonder plan. Het is namelijk een bindend plan voor zowel overheid als burgers. De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vast. Ze wijst daarin de bestemming, ofwel functie van de grond aan. Ook geeft het bestemmingsplan regels over het gebruik van de grond en hetgeen daarop gebouwd is (bouwwerken). Omgevingsvergunningen moeten worden getoetst aan het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan bepaalt daardoor mede of ergens gebouwd mag worden. Dit bestemmingsplan betreft een herziening voor het perceel nummer 3380 aan de Ooster Mheenweg te Hierden. De initiatiefnemer is voornemens op zijn perceel met de bestemming 'Agrarisch' 7 nieuwe seniorenwoningen te bouwen. Ter voorbereiding heeft de initiatiefnemer een principeverzoek ingediend, waarna het college van de gemeente Harderwijk een intentieverklaring ten aanzien van het ontwerp heeft getekend. De gemeente Harderwijk is hiermee in principe bereid planologische medewerking te verlenen aan het verzoek tot het wijzigen van de bestemming door middel van een nieuw bestemmingsplan voor de beoogde ontwikkellocatie. Van het bestemmingsplan wordt een digitale kaart gemaakt. Het Informatie Model Ruimtelijke Ordening (IMRO) is hiervoor de standaard.

Door deze kaart te koppelen aan de planregels, kan het bestemmingsplan, zowel (digitaal) aan de balie als via het internet, direct worden geraadpleegd.

1.2.

Huidige planologische regeling

1.2.1. Bestemmingsplan Hierden Dorp 2011 Het vigerende bestemmingsplan is het bestemmingsplan 'Hierden Dorp 2011' dat door de Gemeenteraad van Harderwijk op 23 mei 2013 is vastgesteld. Het bestemmingsplan 'Hierden Dorp 2011' beslaat het grootste gedeelte van het dorp, dat wil zeggen, de bebouwde kom van de kern Hierden. Het perceel heeft de bestemming 'Agrarisch' en de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 2'. Binnen de bestemming 'Agrarisch' is de bouw van 7 woningen niet toegestaan. Wat betreft de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 2' is de ondergrens voor archeologisch onderzoek 1000 m² en 0,3 meter. De beoogde ontwikkeling is kleiner en derhalve hoeft geen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Hierop wordt verder ingegaan in paragraaf 3.4.

Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)

2

Afbeelding 1: Fragment bestemmingsplan Hierden Dorp 2011.

1.3.

Doel Het belangrijkste doel van het op te stellen bestemmingsplan 'Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)' is het scheppen van een actueel, helder en toegankelijk ruimtelijk kader, zodat de huidige activiteiten in een bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Het bestemmingsplan biedt voldoende rechtszekerheid ten behoeve van de handhaving van bestaande gebruik- en bouwrechten. Het bestemmingsplan 'Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)' vervangt bij inwerkingtreding het bestemmingsplan 'Hierden Dorp 2011” ter plaatse van het plangebied.

1.4.

Plangebied Het bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel aan de Ooster Mheenweg nabij het centrum van Hierden kadastraal bekend als Harderwijk A 3380. De bebouwing in de directe nabijheid van het perceel heeft voornamelijk een woonfunctie met hier en daar wat kleinschalige bedrijvigheid. Ten westen van het perceel bevinden zich voornamelijk weilanden en landbouwgronden. Ten zuiden van het perceel bevindt zich een aantal recent ontwikkelde levensloopbestendige woningen en verderop loopt de Zuiderzeestraatweg die het dorp verbindt met Harderwijk in het westen en Nunspeet in het oosten. In het oosten wordt het plangebied begrensd door de Ooster Mheenweg en in het noorden door een bestaand woonperceel. Op onderstaande afbeelding is het perceel weergegeven.

Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)

3

Afbeelding 2: Luchtfoto plangebied.

Afbeelding 3: Ligging plangebied.

1.5.

De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan 'Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)' heeft als IMRO-idn NL.IMRO.0243.BP00287-0001 en bestaat uit een gml-bestand, regels en een toelichting. Het gml-bestand kent een analoge en digitale verbeelding. De analoge versie van het plan betreft een boekje met kaarten (PDF of hardcopy). De digitale versie is te raadplegen via de landelijke voorziening (www.ruimtelijkeplannen.nl).

Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)

4

De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en dienen in samenhang gelezen te worden. Indien er verschil bestaat tussen de analoge en de digitale verbeelding, gaat de digitale verbeelding voor. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld. De toelichting van dit bestemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het bestemmingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.

1.6.

Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan 'Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)' bestaat uit de volgende hoofdstukken: ▪ in hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie beschreven. Achtereenvolgens komen de ontstaansgeschiedenis, de ruimtelijke structuur en de aanwezige functies aan bod; ▪ in hoofdstuk 3 wordt een schets gegeven van het beleidskader dat van belang is voor het functioneren en de ontwikkeling van het plangebied; ▪ in hoofdstuk 4 wordt de planopzet behandeld. Hierin wordt beschreven welke ruimtelijke visie de gemeente voorstaat en hoe dat wordt vertaald in het bestemmingsplan. Hier wordt aangegeven hoe met bestaande situaties en nieuwe ontwikkelingen wordt omgegaan; ▪ in hoofdstuk 5 komt de uitvoerbaarheid van het plan aan bod. Aan de orde komen zaken als archeologie, ecologie, water en milieu; ▪ in hoofdstuk 6 worden kort de verschillende neergelegde bestemmingen, de juridische planopzet, behandeld en wordt verantwoording gegeven van het gebruik van de standaarden voor bestemmingsplannen in Harderwijk; ▪ in hoofdstuk 7 wordt ingegaan op het kostenverhaal en de economische uitvoerbaarheid van het plan; ▪ de toelichting wordt afgesloten met hoofdstuk 8 waarin wordt ingegaan op het proces van inspraak en overleg in relatie tot dit bestemmingsplan.

Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)

5

2.

Huidige situatie

2.1.

Ontstaansgeschiedenis Hierden is ontstaan in de stadslanderijen ten noordoosten van Harderwijk. Van oorsprong is de kern een samenvoeging van verschillende buurtschappen. Het karakter van Hierden is in de afgelopen decennia grotendeels bewaard gebleven. Dit uit zich door het agrarische karakter en de aanwezigheid van de vele Noordveluwse boerderijen. Ten westen van de Ooster Mheenweg, ligt de zone 'Ruimels'. De naam 'Rumels' wordt al in 1440 genoemd in een bron waarin beschreven is dat de eigenaren van de 'Oostermede' toestemming krijgen van de Schepenen en Raad van Harderwijk om sloten te graven van Rumels tot aan de zee. Dit bevestigt de hoge ouderdom van de verkavelingsstructuren in de zone 'Rumels'. Aan de hand van een kaartenanalyse is te zien dat de hoek tussen de Zuiderzeestraatweg en de Ooster Mheenweg in gebruik was als bouwland, afgescheiden door houtwallen. Later is de bebouwing op kleine schaal uitgebreid. In het huidige landschap zijn de lange lijnen in noord-zuid richting nog goed te aanschouwen. Een aantal lijnen is vooral herkenbaar vanwege de restanten van de houtwallen. De Ooster Mheenweg wordt geroemd om haar mooie doorzichten op landelijk gebied tussen de bebouwing door. Ook is het kampenlandschap belangrijk cultureel erfgoed. Uit de historische kaart blijkt dat begin 20e eeuw het plangebied bebouwd is geweest (zie afbeelding 4).

Dit kampenlandschap met bebouwing wordt hersteld met behoud van de doorzichten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Afbeelding 4: Historische kaart.

Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)

6

2.2.

Ruimtelijke structuur Het plangebied aan de Ooster Mheenweg behoort tot het deelgebied 'Stadslanderijen met kamerstructuur'. De Stadslanderijen beslaan het gebied ten noorden en westen van het dorp Hierden, de Zuiderzeestraatweg en de Molenweg. Het gebied vormt de overgangszone tussen de hoger gelegen enken en de lage natte Mheenlanden en de Hierdense beek. De verkaveling is regelmatig en recht. Binnen de Stadslanderijen zijn drie subgebieden te onderscheiden. Het plangebied ligt in het subgebied Stadslanderijen met Kamerstructuur. De kavelstructuur van gebied nabij de Zuiderzeestraatweg is orthogonaal en staat haaks op de Zuiderzeestraatweg. Langs de Zuiderzeestraatweg is in de loop van de tijd een lint van woningen en boerderijen ontstaan met daartussen enkele waardevolle open ruimtes. Woonerven liggen verspreid in het landschap met daartussen veel open weitjes. De woningen zijn zowel haaks op de Zuiderzeestraatweg georiënteerd als parallel. De woningen zijn vrijstaand en hebben meestal een vrij forse tuin. Boerderijen met nog een agrarische functie zijn in dit gebied niet of nauwelijks aanwezig. De Zuiderzeestraatweg is beplant met eiken maar op grote delen van de weg is de laan onderbroken. Van de houtwallen uit 1900 staan nog enkele relicten overeind.

Omdat er nog weinig houtwallen over zijn, is het verschil in openheid met de achterliggende Mheenlanden vervaagd en heeft men vanuit het landschap vrij zicht op de achterkanten van de erven. Het plangebied aan de Ooster Mheenweg is kadastraal bekend als gemeente Harderwijk, sectie A, nummer 3380. De oppervlakte van het perceel is 2.765 m². Er bevinden zich geen opstallen op het perceel en de locatie is momenteel als agrarisch in gebruik. Het plangebied ligt in een bebouwde omgeving, dichtbij de kern van het dorp Hierden en is goed ontsloten. Aan de westzijde van het perceel liggen akkers (zie afbeelding 5). Afbeelding 5: Luchtfoto met kadastraal perceel aangeduid.

Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)

7

3.

Beleidskader

3.1.

Algemeen Het (inter)nationale en provinciale beleid is neergelegd in verschillende nota's betreffende de ruimtelijke ordening, alsmede in de verschillende structuurvisies. Een "doorzetting" van dit beleid vindt veelal plaats in verschillende gemeentelijke en provinciale uitwerkingsnota's, beleidsplannen en bestemmingsplannen. Ook binnen de gemeente Harderwijk is dit het geval. Het beleid zoals dat door de hogere overheden wordt voorgestaan, is veelal van een andere schaal en aard dan de schaal die noodzakelijk is voor het opstellen van een (kleinschalig) bestemmingsplan. In dit hoofdstuk wordt dan ook uitsluitend ingegaan op de voor de ontwikkeling van het plangebied relevante beleid.

3.2.

Ruimtelijk beleid

3.2.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten de Rijksoverheid stelt bij de inrichting van Nederland en hoe het Rijk keuzes maakt in de uitvoering daarvan. Keuzes die samenhangen met toekomstbeelden over de fysieke leefomgeving, maatschappelijke opgaven en bijbehorende economische perspectieven.

Steeds duidelijker wordt dat de opgaven alleen goed aangepakt kunnen worden als dat in samenhang gebeurt, het ontwikkelpotentieel van heel Nederland optimaal wordt benut en gezorgd wordt voor een duurzame verbinding van alle delen van Nederland en met de landen om ons heen. Het beleid in de leefomgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de betrokken overheden. De NOVI geeft aan waar het Rijk zich op nationale schaal aan bindt, waar het regie voert richting medeoverheden of waar het juist aan de medeoverheden is om keuzes te maken. Provincies en (samenwerkende) gemeenten zullen in hun omgevingsvisies uiting geven aan hun eigen verantwoordelijkheid en keuzes in de fysieke leefomgeving.

Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)

8

Met de NOVI wordt in beeld gebracht waar kansen liggen. Kansen om de kwaliteit van onze leefomgeving te verbeteren. Kansen om sociale samenhang, gezondheid en economisch herstel te bevorderen en kansen om schone, veilige en duurzame technieken, die bijdragen aan de beoogde transitie naar een circulaire samenleving – stevig te verankeren in onze manier van leven en werken. Daartoe zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Ten behoeve van die afweging gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: ▪ combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd.

Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; ▪ kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; ▪ afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling is van een dusdanig kleine schaal dat deze geen belangen raakt uit de Nationale Omgevingsvisie. Het plan is om 7 nieuwe woningen op te richten. Dit past binnen het vijfde nationale belang uit de NOVI, namelijk: ▪ Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften Doordat Nederland steeds verder vergrijst ontstaat er steeds meer behoefte aan levensloopbestendige woningen. Dit plan voorziet in de toevoeging van 7 levensloopbestendige woningen aan de woningvoorraad wat een bijdrage levert aan het vijfde nationale belang. De planontwikkeling is verder niet in strijd met de uitgangspunten van de NOVI. 3.2.2.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van

Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)

9

bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. In het bestemmingsplan voor het buitengebied dient met name rekening te worden gehouden met de door het Rijk geformuleerde belangen inzake natuur (NNN en Natura 2000-gebieden). In het Barro zijn geen rijksbelangen genoemd die betrekking hebben op het onderhavige plangebied. 3.2.3. Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder voor duurzame verstedelijking is opgezet met als primair doel het tot stand brengen van een goede ruimtelijke ordening, door middel van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Concreet houdt dit in dat de ladder als ondersteuning dient voor decentrale overheden (provincies en gemeenten) bij de vraaggerichte programmering van hun grondgebied.

Hierdoor kan er een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming plaatsvinden bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Daarbij mogen dus enkel criteria een rol spelen die ruimtelijk relevant zijn. De juridische grondslag van de ladder voor duurzame verstedelijking ligt in het Bro (artikel 3.1.6 lid 2), beleidsmatig is de ladder geïntroduceerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De ladder is daarmee kaderstellend voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van de decentrale overheden, zoals de gemeentelijke bestemmingsplannen en de provinciale inpassingsplannen. Voorheen bestond de ladder uit drie treden die doorlopen moesten worden ter verantwoording van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, maar per 1 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen van kracht geworden. Eén van de belangrijkste is dat de drie treden worden losgelaten. Feitelijk is er nog maar één trede: "er dient gemotiveerd worden dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte." Het betreft ontwikkelingen zowel binnen als buiten stedelijk gebied. Het realiseren van een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied moet nadrukkelijk gemotiveerd worden. Bij de motivering moet een goede ruimtelijke ordening het oogpunt zijn. Dit betekent concreet het tegengaan van ongewenste leegstand en het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik.

De behoefte moet worden onderbouwd op het niveau van het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling zelf. Bij de ene ontwikkeling is het ruimtelijk verzorgingsgebied groter dan bij de andere ontwikkeling. Bij elk plan hoort met andere woorden een bij die ontwikkeling passende onderbouwing. Daarbij moet opgemerkt worden dat als de stedelijke ontwikkeling ziet op de vestiging van een dienstenactiviteit, het onderzoek naar de actuele regionale behoefte geen betrekking mag hebben op de economische behoefte, de marktvraag, de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen of een beoordeling in relatie tot de door de ge-

Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)

10

meenteraad vastgestelde doelen van economische planning. Het onderzoek heeft slechts tot doel om na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Gemotiveerd te worden dat een voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte; (Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied) gemotiveerd te worden waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De eerste vraag is echter: is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Het begrip stedelijke ontwikkeling is als volgt gedefinieerd: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Het begrip woningbouwlocatie dat wordt gebruikt in de omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling is niet nader gedefinieerd in het Bro. Uit jurisprudentie blijkt dat 11 woningen niet wordt aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Het planvoornemen omvat het realiseren van 7 woningen. Er worden dus niet meer dan 11 woningen gerealiseerd en een toets aan deze voorwaarden is derhalve niet aan de orde. 3.2.4.

Omgevingsvisie Gelderland en Omgevingsverordening Gelderland Provinciale Staten hebben op 31 maart 2021 de nieuwe Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en geactualiseerde Omgevingsverordening vastgesteld. In deze omgevingsvisie wordt benoemd wat historisch en landschappelijk gezien van waarde is en wat beschermd moet worden. Daarnaast wordt beschreven wat 'cool', nieuw en vernieuwend is en daarmee juist aantrekkelijk is voor nieuwe generaties. De omgevingsvisie schetst het beeld op de toekomst en geeft hiermee richting aan wat gewenst is en wat veranderd en ontwikkeld moet worden. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. Dat is het streven en waar aan gewerkt moet worden. Dit wordt gedaan door bij de uitoefening van de provinciale taken de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities – op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en op het woon- en leefklimaat – wordt hier richting aan gegeven. Door vier 'spelregels' of 'Doe-principes' – DOEN, LATEN, ZELF en SAMEN – wordt hier vervolgens werking aan gegeven. Tezamen vormen zij het kader waar binnen de provincie Gelderland werkt en afwegingen maakt. De nadere invulling vindt plaats via provinciale uitvoeringsprogramma's en samenwerking met partners.

Daarmee is de Omgevingsvisie een 'plan' dat richting geeft en ruimte biedt; geen plan met exacte antwoorden. Ofwel: 'de Omgevingsvisie gaat over het speelveld en de spelregels, niet over de uitkomst van het spel.' In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening wordt vooruit gelopen op de aankomende Omgevingswet, die in 2022 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte

Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)

11

voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is worden onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening geactualiseerd om verder in lijn te brengen met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en het coalitieakkoord. Ook zal de Omgevingsverordening anticiperen op de eisen van de Omgevingswet. Op 1 juli 2022 is er dan een Omgevingsverordening die aansluit bij de Omgevingsvisie en -wet. Met betrekking tot nieuwe woonlocaties is bijvoorbeeld in de Omgevingsverordening de volgende bepaling opgenomen: “In een bestemmingsplan worden nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma voor de betreffende regio successievelijk het door Gedeputeerde Staten vastgestelde Regionaal Programma Wonen". Op basis van voornoemde afspraken is binnen de Regio Noord-Veluwe de regionale woonopgave voor de periode 2013-2024 verdeeld over de deelnemende gemeenten. Als afgeleide daarvan is door de gemeente het Meerjarenprogramma Woningbouw 2014-2024 opgesteld. De te realiseren woningen in dit plangebied passen binnen dit meerjarenprogramma. De provincie heeft enkele wijzigingen van de Omgevingsvisie en -Verordening doorgevoerd.

Doel van deze wijzigingen is dat de provincie een sterkere rol kan vervullen bij regionale programmering voor met name werken en winkelen. De belangrijkste wijzigingen in de verordening zijn: ▪ in elke regio moet binnen 4 jaar (na vaststelling Verordening) een Regionaal Programma Werklocaties (RPW) komen. Werklocaties betreffen bedrijventerreinen, kantoren en perifere detailhandel; ▪ er moet regionale afstemming zijn over het RPW; ▪ in het RPW moeten afspraken staan over deprogrammeren; ▪ uitwerkings- en wijzigingsplannen moeten passen in het RPW; ▪ supermarkten die mogelijk gemaakt kunnen worden als kruimelgeval, moeten voor goedkeuring langs de provincie; ▪ solitaire bedrijvigheid in buitengebied is uitsluitend onder voorwaarden toegestaan. De omgevingsvisie en verordening zijn op 31 maart 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. De voor het plangebied van toepassing zijnde thema's uit de omgevingsvisie/verordening worden hierna behandeld. Woningbouw In afdeling 2.1 zijn artikelen met (instructie)regels voor de regionale woonagenda opgenomen. Ook bevat de afdeling een drietal artikelen met instructieregels voor recreatiewoningen. Op basis van voornoemde afspraken is binnen de Regio Noord-Veluwe de regionale woonopgave voor de periode 2013-2024 verdeeld over de deelnemende gemeenten.

Als afgeleide daarvan is door de gemeente het Meerjarenprogramma Woningbouw 2014-2024 opgesteld. De te realiseren woningen in dit plangebied passen binnen dit meerjarenprogramma.

Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)

12

Duurzaamheid Het energievraagstuk is een wereldwijd vraagstuk. Het gaat aan niemand voorbij en raakt iedereen, ook in Gelderland. 'Oude' manieren van energie opwekken en gebruiken hebben te veel negatieve effecten en passen niet meer. Nieuwe manieren zijn nodig. Het streven is dat Gelderland in 2050 volledig klimaatneutraal is. De woningen zullen gasloos worden gebouwd. De vraag naar (hulp)energie zal door toepassing van PV-panelen op het dakvlak worden uitgevoerd. Nationaal Landschap De provincie wil samen met haar partners de basiskwaliteit van landschappen in Gelderland behouden. Het actuele landschap is het referentiekader voor deze kwaliteit. Om deze basiskwaliteit van het landschap te behouden en waar mogelijk te vergroten, stimuleert de provincie het ontwikkelen met kwaliteit. Het plangebied is gelegen in 'Nationaal landschap'. Het plangebied is gelegen binnen het deelgebied 'Veluwe'. De kernkwaliteiten van dit gebied staan beschreven in bijlage 6 van de Omgevingsverordening Gelderland. De positionering van de nieuw te bouwen woningen is afgestemd op de bestaande stedenbouwkundige structuur. De massa van de bebouwing sluit aan op de erfstructuur die voor de omgeving van het plangebied kenmerkend is. Ook qua groenstructuur en inpassing zal worden aangesloten op de ontwerpprincipes van het perceel ten zuiden van het plangebied.

Het groene kader rondom de bebouwing zal worden doorgetrokken, de zichtlijnen naar de open structuur van de akkers blijven behouden en er wordt inheemse beplanting toegepast. De kernkwaliteiten van het landschap worden niet aangetast maar versterkt. Grondwaterfluctuatiezone De hoofdzaken van het provinciaal beleid voor water zijn gericht op een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem. Dit systeem bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater en is duurzaam als het ook in de toekomst kan blijven functioneren en in stand kan worden gehouden tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. De beschermde gebieden voor grondwater, waterberging, de Kaderrichtlijn Water en Natura 2000 zijn leidend bij de uitwerking van dit beleid in programma's of in kaders in de verordening. De grondwaterfluctuatiezone, zoals die rondom de Veluwe wordt aangetroffen, is een gebied waar door klimaatswijzigingen hoge grondwaterstanden kunnen voorkomen. Hierdoor kunnen problemen ontstaan voor bepaalde gebruiksfuncties. Naar verwachting zijn ook maatregelen nodig. De provincie houdt rekening met een stijging van het grondwater met 80 cm in 2050. Bij de realisatie van de zeven levensloopbestendige woningen in het plangebied wordt rekening gehouden met ondiepe ligging van grondwater en wordt er voldoende ruimte gecreëerd voor de afvoer en berging van regenwater.

Risico's op wateroverlast blijven daarmee beperkt tot een acceptabel niveau.

Plussenbeleid Het Plussenbeleid is van toepassing op niet-grondgebonden veehouderijbedrijven en -takken. Met het Plussenbeleid wordt het ontstaan van een niet-grondgebonden onderdeel van een bestaand bedrijf en uitbreiding van een niet-grondgebondenbedrijf of onderdeel van een bedrijf

Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)

13

groter dan 500 vierkante meter gebonden aan de kwalitatieve eisen van het Plussenbeleid. Ook een van oorsprong grondgebonden bedrijf dat met een niet-grondgebonden bedrijfsdeel uitbreidt, valt dus onder het Plussenbeleid. Onderhavig plan krijgt geen bestemming die een veehouderijtak mogelijk maakt. Het plussenbeleid is niet van toepassing. Natura 2000 Natura 2000 richt zich op het behoud en de ontwikkeling van natuurgebieden in heel Europa. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. De Veluwe is een Natura 2000-gebied en is beschermd op basis van de Wet Natuurbescherming. Het plangebied heeft geen nadelige gevolgen ten aanzien van de Natura 2000-gebieden. Hier wordt verder op ingegaan in paragraaf 5.3. De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten zoals verwoord in de provinciale omgevingsvisie en de omgevingsverordening. 3.2.5. Stadsvisie 2031 Op 10 juni 2010 is de Stadsvisie Harderwijk 2031 vastgesteld. De Stadsvisie Harderwijk 2031 is gemaakt om een ontwikkelingsrichting voor de stad te bepalen op het gebied van voorzieningen, werkgelegenheid, woonklimaat en bereikbaarheid. Hierbij moeten strategische keuzes worden gemaakt.

De visie is integraal. Dit betekent dat er nadrukkelijk wordt gekeken naar de onderlinge samenhang tussen de ruimtelijke, sociale en economische beleidsvelden. De visie is een uitgangspunt voor de intensieve samenwerking tussen bestuur, bevolking, bedrijfsleven, instellingen, organisaties en andere overheidsinstanties. Gekozen is voor scenario 2 "Verdiepen". Ontwikkeling is namelijk noodzakelijk om van Harderwijk een aantrekkelijke woon- en werkgemeente te maken. De Stadsvisie beschrijft de visie op de toekomst aan de hand van vier thema's: ▪ woonklimaat: "Prettig wonen in bijzondere woonwijken voor alle doelgroepen"; ▪ maatschappelijke voorzieningen: "Harderwijk loopt voorop op het gebied van sport, cultuur, onderwijs, zorg en welzijn"; ▪ werken: "Een sterke economische structuur door een duidelijk economisch imago"; ▪ bereikbaarheid: "Goede bereikbaarheid voor alle vervoerssoorten met aandacht voor milieu en veiligheid". In scenario 2 is met betrekking tot het woonklimaat onder meer opgenomen dat Harderwijk bijzondere woonmilieus wil realiseren, die in de regio en omliggende steden niet of nauwelijks voorkomen. Hierden moet een aantrekkelijk villadorp worden. De "Stadsvisie Harderwijk 2031" geeft aan welke koers Harderwijk wil varen. De volgende stap is het vertalen van deze stadsvisie in één integrale visie. Een visie waarin een duidelijke socia-

Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)

14

le, economische én ruimtelijke pijler herkenbaar is. Per onderwerp worden de ambities en beleidsdoelen beschreven zodat de vraag "wat willen we in de komende jaren bereiken" helder wordt beantwoord. In de uitvoeringsagenda die hieraan wordt gekoppeld, staan de maatregelen die het gemeentebestuur de komende jaren neemt om die gestelde doelen te bereiken. Het dorp Hierden wordt expliciet genoemd als villadorp. De beoogde woningen zullen geen villa's worden, maar qua uitstraling zullen ze passen binnen het dorp en binnen de visie. Wat betreft de inpassing van de woningen in de omgeving wordt aangesloten op de stedenbouwkundige- en groenstructuur van het recent ontwikkelde plan ten zuiden van het plangebied. 3.2.6. Structuurvisie Harderwijk 2031 De Structuurvisie Harderwijk 2031 is op 20 december 2012 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze integrale structuurvisie is een uitwerking van de in juni 2010 door de gemeenteraad vastgestelde stadsvisie. In de structuurvisie wordt aangegeven wat in de periode tot 2031 voor de gemeente Harderwijk de belangrijkste thema's zijn waar integraal aan gewerkt gaat worden door de gemeente, het bedrijfsleven, de maatschappelijke organisaties en door inwoners zelf. De visie is een document waar het economische, sociale en ruimtelijke beleid met elkaar in verband is gebracht.

Het betreft een visie waarin kaders zijn gesteld met doelstellingen om de in de stadsvisie verwoorde ambitie te verwezenlijken. Deze doelstellingen zijn ondergebracht in 4 ontwikkelsporen: Zorgzame stad, Ondernemende stad, Aantrekkelijke stad en Verbindende stad. De structuurvisie zal fungeren als beoordeling- en sturingsinstrument op alle gemeentelijke beleidsterreinen. Het is daarmee een beleidsdocument dat de gemeente bindt. De gemeente kan daar alleen van afwijken indien daar een goede motivering voor is. Daarnaast wordt richting gegeven aan te verrichten inspanningen en te nemen maatregelen die moeten leiden tot de realisatie en totstandkoming van de in het beleid nagestreefde doelen. De structuurvisie vervangt hiermee het structuurplan Harderwijk 2020 en is daarmee: ▪ een visie op de sociale, economische en ruimtelijke ontwikkelingen in Harderwijk voor de middellange en lange termijn; ▪ een integrale visie met de hoofdlijnen van voorgenomen ontwikkelingen betreffende het leven, werken en verblijven in Harderwijk; ▪ de wijze waarop de gemeente de doelstellingen denkt te realiseren. Ieder ruimtelijk initiatief draagt bij aan de kwaliteit van de woonomgeving. De wijze waarop dat wordt bewerkstelligd, is o.a. door: ▪ Initiatieven bij te laten dragen aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.

Ter bevordering van de aantrekkelijkheid van de stad is bij iedere ruimtelijke ontwikkeling ruimtelijke kwaliteitsverbetering voorwaarde. ▪ Waarborgen behoud van monumenten en cultuurhistorische waarden. De gemeente streeft naar het behoud, herstel en (her)gebruik van monumenten en cultuurhistorische waarden.

Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)

15

Daartoe worden mogelijkheden gezocht om nieuwe functies toe te kennen aan monumenten. Cultuurhistorische waarden worden in ruimtelijke plannen zoveel mogelijk beschermd. ▪ Stimuleren van aansprekende architectuur. Het ontwerp van gebouwen en plekken dient bij te dragen aan de aantrekkelijkheid van de stad. De waarde van architectuur is: herkenbare beeldentaal uit het verleden als het ware door te vertellen, de bijdrage aan de inrichting van de openbare ruimte, gevelopeningen als 'ogen' van de openbare ruimte, begane grond als ondersteunende functie aan de openbare ruimte, herkenbaarheid/leesbaarheid van de stad en goede architectuur is duurzaam. Bijdragen ruimtelijke ontwikkeling Artikel 6.24 Wro maakt het mogelijk in een overeenkomst over een planologische wijziging voor rode functies te bepalen dat door de ontwikkelaar ook andere ruimtelijke en maatschappelijk belangrijke functies zoals natuur, recreatie, waterberging, infrastructuur en culturele voorzieningen worden gedekt/ gefinancierd. Voorwaarde voor afspraken over een bijdrage aan een ruimtelijke ontwikkeling is dat er een structuurvisie als basis moet zijn. De gemeente Harderwijk gaat in een aantal gevallen een bijdrage ruimtelijke ontwikkeling vragen. Er kan een mêlee aan overwegingen gelden bij de oordeelsvorming in welke mate in een specifiek geval de bijdrage in redelijkheid en billijkheid kan worden verlangd.

Mogelijke overwegingen kunnen zijn: de marktconformiteit en de economische uitvoerbaarheid. De gemeente zal in een individueel geval de bijdrage toetsen aan het principe van marktconformiteit. In bepaalde gevallen zal een bijdrage ruimtelijke ontwikkeling worden vereist, omdat anders de economische uitvoerbaarheid van het plan vanuit de gemeente bezien in het geding komt. Bijdrage landschappelijke versterking Elke toevoeging van een nieuwe rode ontwikkeling buiten het bestaand bebouwd gebied van de stad Harderwijk - voor het bestaand bebouwd gebied wordt verwezen naar de Beleidskaart Aantrekkelijke stad - dient gepaard te gaan met landschappelijke versterking. Deze landschappelijke versterking dient, mede gebaseerd op provinciaal beleid en de provinciale ruimtelijke verordening, plaats te vinden vanuit de gedachte dat door toevoeging van rode ontwikkelingen het landelijk gebied afneemt en daarmee de omgevingskwaliteit (verdichting van het landschap), terwijl de druk op het resterende gebied toeneemt. Hiervoor moeten compenserende maatregelen worden getroffen, omdat toevoeging van rode ontwikkelingen anders niet ruimtelijk aanvaardbaar is. Voor het plangebied dat deel uitmaakt van de Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden zijn in die visie al regelingen voor landschapsversterking opgenomen. (zie paragraaf 6.12 uit de structuurvisie).

Dit plan vormt een spiegeling van de bebouwing dat in het kader van het bestemmingsplan 'Hierden Dorp - Ooster Mheenweg' is gerealiseerd en vormt een vergelijkbaar perceel. Voor de voorgenomen ontwikkeling worden dezelfde uitgangspunten gehanteerd wat betreft de inpassing als in het kader van de ontwikkeling van het bestemmingsplan 'Hierden Dorp - Ooster Mheenweg'. Zo wordt bij de voorgenomen ontwikkeling ook voldoende rekening gehouden met de zichtlijnen, groene omkadering van de locatie en inpassing van de bebouwing op het perceel. Het groene kader rondom de bebouwing zal worden doorgetrokken, de zichtlijnen naar de

Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)

16

open structuur van de akkers blijven behouden en er wordt inheemse beplanting toegepast. Hierdoor zijn de negatieve effecten op het landschap tot een minimum beperkt en draagt de ontwikkeling bij aan het versterken van het landschap. 3.2.7. Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden In de Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden, vastgesteld op 22 september 2011, wordt aangegeven op welke wijze het landschap in en rondom Hierden versterkt kan worden en wordt een relatie gelegd tussen het toevoegen van nieuwe 'rode' functies en de daarmee noodzakelijke landschappelijke versterking. Het kleinschalige dorpse karakter van Hierden, dat nog de kenmerken heeft van een authentiek Veluws dorp, dient namelijk te worden bewaard en versterkt. Toevoeging van nieuwe bebouwing leidt te allen tijde tot verstening van het dorp en haar omgeving. Indien dit niet gepaard gaat met landschappelijke versterking, herbergt dit het gevaar in zich dat het dorpse karakter van Hierden wordt aangetast. Mede vanuit het oogpunt van het gelijkheidsbeginsel wordt daarom bij elke nieuwe toevoeging – het gaat hierbij niet om reeds bestaande en in het verleden reeds toegezegde bouwrechten– landschappelijke versterking verlangd in de vorm van een bijdrage aan na te noemen projecten.

Het betreft hier een bijdrage aan de ruimtelijke ontwikkeling ex artikel 6.24 lid 1, sub a Wro ten behoeve van een landschapsversterkingsfonds. De hoogte van de landschapsbijdrage is gebaseerd op een inschatting van de daadwerkelijk te maken landschapsversterkingskosten in Hierden voor de komende 10 jaar. Op deze wijze profiteert het hele dorp van toevoeging van nieuwe bebouwing. Het plangebied is in de structuurvisie aangewezen als 'stadslanderijen' In de Stadslanderijen met Kamerstructuur zijn kleinschalige Rood voor Groen constructies denkbaar. In combinatie met de ontwikkeling van landschappelijke beplanting en nieuwe routestructuren zorgt dit ervoor dat de ruimtelijke kwaliteit en de recreatieve toegankelijkheid van het landschap vergroot wordt. Van belang is dat ontwikkelingen alleen als kleinschalige ontwikkelingen worden vormgeven. Geen planmatige woonwijken maar individuele projecten passend bij de locatie. Ter plaatse van het plangebied is het van belang om de fraaie doorzichten te behouden. Dit plan vormt een spiegeling van de bebouwing dat in het kader van het bestemmingsplan 'Hierden Dorp - Ooster Mheenweg' is gerealiseerd en vormt een vergelijkbaar perceel. Voor de voorgenomen ontwikkeling worden dezelfde uitgangspunten gehanteerd wat betreft de inpassing als in het kader van de ontwikkeling van het bestemmingsplan 'Hierden Dorp - Ooster Mheenweg'.

Zo wordt bij de voorgenomen ontwikkeling ook voldoende rekening gehouden met de zichtlijnen, groene omkadering van de locatie, inpassing van de bebouwing op het perceel en behoud van zichtlijnen. Het groene kader rondom de bebouwing zal worden doorgetrokken, de zichtlijnen naar de open structuur van de akkers blijven behouden en er wordt inheemse beplanting toegepast. Hierdoor zijn de negatieve effecten op het landschap tot een minimum beperkt en draagt de ontwikkeling bij aan het versterken van het landschap.

Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)

17

3.3.

Woonbeleid

3.3.1. Regionaal woonbeleid De gemeenten in de regio Noord-Veluwe werken samen op het terrein van wonen. Dikwijls neemt ook de gemeente Epe deel aan de samenwerking. Regio Noord-Veluwe (RNV) heeft een regionale woonvisie opgesteld die als uitgangspunt dient voor de lokale woonvisies. Doel van deze woonvisie is om vraag en aanbod op de woningmarkt zo goed mogelijk op elkaar aan te sluiten. Eén van de conclusies is dat een kwaliteitsslag in de huur- en koopvoorraad voor wat betreft levensloopbestendigheid en energetische kwaliteit noodzakelijk is. Een ander belangrijk onderdeel van het regionale woonbeleid is de verdeling van de regionale woningbouwopgave. In 2014 heeft de provincie de totale kwantitatieve opgave voor de regio Noord-Veluwe vastgesteld op 8.880 woningen voor de periode 2013-2025. De regiogemeenten hebben een verdeling afgesproken volgens onderstaand schema. In december 2016 is de ingecalculeerde reserve naar rato verdeeld. Voor Harderwijk betekende dit een toename van 262 woningen. Besloten is dit aantal te reserveren voor de omzetting van recreatiewoningen in het kader van het project Vitale vakantieparken. Afbeelding 6: Regionale woonopgave (bron: Regio Noord-Veluwe).

Elburg Ermelo Harderwijk Hattem Heerde Nunspeet Oldebroek Putten Reserve Totaal

Bandbreedte lokale Eerdere verdeling behoefte (2014/2015) 580 - 790 1.030 - 1.350 2.170 - 3.060 430 - 520 620 - 750 830 - 940 560 - 850 650 - 1.010

6.870 - 9.270

Laatste verdeling (december 2016) 685 1.190 2.615 475 685 885 705 830 810

754 1.309 2.877 523 754 974 776 913

8.880

8.880

Begin 2017 heeft de provincie een nieuwe bevolkings- en huishoudensprognose vastgesteld. Voor de regio Noord-Veluwe wijkt de daaruit resulterende kwantitatieve woningbehoefte nauwelijks af van de eerder vastgestelde opgave. In het portefeuillehoudersoverleg van 2 mei 2017 is daarom besloten om de hierboven genoemde aantallen aan te houden. Kwalitatief is de nieuwe bevolkings- en huishoudensprognose aanleiding om kritisch te kijken naar woningbouwplannen die niet meer aansluiten bij de huidige en toekomstige vraag. Aansluitend bij de veranderende woonwensen gaan de regiogemeenten de komende periode inzetten op flexibele woonvormen en transformatie van bestaand vastgoed. Uit de regionale woonvisie blijkt dat er een duidelijke behoefte blijft in de regio aan extra woningen. Met onderhavig plan kan aan deze behoefte invulling worden gegeven. Voornamelijk de roep om een kwaliteitsslag in de huur- en koopvoorraad voor wat betreft levensloopbestendigheid en energetische kwaliteit is relevant, omdat dit kaders meegeeft voor type woningbouw.

Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)

18

Het gaat in het voorliggend plan om de ontwikkeling van energiezuinige levensloopbestendige woningen. Aan deze kaders van het regionaal woonbeleid wordt voldaan. 3.3.2. Woonvisie Harderwijk De uitgangspunten van het woonbeleid staan geformuleerd in de Woonvisie 2017-2027. Deze is op 24 mei 2018 door de gemeenteraad vastgesteld. Met het woonbeleid werkt de gemeente Harderwijk aan de balans tussen vraag en aanbod op de woningmarkt. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de huidige bewoners, maar ook naar die van de toekomst. Uitgangspunt is dat iedereen in Harderwijk een woning kan vinden die past bij zijn of haar wensen en behoeften op het gebied van betaalbaarheid, toegankelijkheid en woonmilieu. Door natuurlijke aanwas en migratie zal Harderwijk de komende decennia blijven groeien. Het aantal inwoners nu is 47.000 en zal naar verwachting toenemen tot 53.000 in 2040. Om deze groei te faciliteren wil de gemeente voor die tijd nog ruim 4.000 woningen bijbouwen. Voor ongeveer 3.400 woningen is inmiddels plancapaciteit beschikbaar. Qua woningbouwtypes wordt ingezet op variatie en aanpasbaarheid. Tijdelijke woningen om pieken in de vraag op te vangen. Aanpasbare woningen om flexibel mee te bewegen met veranderende wensen en behoeften. En gevarieerde woonwijken voor een vitale mix van bewoners.

Op deze manier blijft Harderwijk ook naar de toekomst betaalbaar en aantrekkelijk voor een breed publiek. Op dit moment worden uitbreidingswijken Waterfront en Drielanden in hoog tempo volgebouwd. De toekomstige nieuwbouwopgave zal grotendeels in de bestaande stad worden gerealiseerd. Binnenstedelijk bouwen brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Denk aan hogere bouwkosten, veel direct belanghebbenden en een meer complexe ruimtelijke inpassing. Het wordt een uitdaging om voldoende woningen te bouwen in de lagere prijssegmenten, draagvlak te creëren onder omwonenden en de ruimtelijke kwaliteit hoog te houden. Naast nieuwbouw wordt ook gewerkt aan de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Samen met de partners in het woondomein staat de gemeente voor een aantal grote maatschappelijke opgaven. Op het gebied van duurzaamheid wordt onder andere gestreefd naar een forse reductie van het energieverbruik, duurzame energie opwekking en ruimte voor klimaatadaptatie. Betaalbaarheid is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Een andere opgave is de voortschrijdende vergrijzing. Om de veiligheid en het comfort van oudere bewoners te borgen, is het noodzakelijk om de toegankelijkheid van bestaande woningen te verbeteren. Ook moeten woningen geschikt worden gemaakt voor zorg- en dienstverlening aan huis.

Daarbij gaat het niet alleen om individuele woningen maar ook om de woonomgeving en infrastructuur van de wijk. Samenvattend zijn de belangrijkste opgaven in het woondomein: ▪ nieuwbouw; ▪ uitbreiding van het aanbod goedkope en middeldure woningen; ▪ terugdringen van de wachttijd in de sociale huursector; ▪ her- en deprogrammering in het dure segment; ▪ tijdelijke woonruimte om pieken in de vraag op te vangen;

Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)

19

▪ ▪ ▪ ▪ ▪

inbreiding en transformatie; bestaande woningvoorraad; bevorderen van doorstroming op de woningmarkt; verduurzaming van de bestaande woningvoorraad; bestaande woningvoorraad toekomst- en zorgbestendig maken.

Wijken en buurten: ▪ ontwikkelen van woonzorgzones; ▪ gemixte en inclusieve wijken en buurten. Twee belangrijke onderdelen van de woonvisie zijn verduurzaming en doorstroom van senioren op de woningmarkt. De voorgenomen ontwikkeling past om die reden goed binnen de ambities van de gemeente Harderwijk. De doorstroming van senioren op de woningmarkt stagneert door de steeds krapper wordende woningmarkt. Door middel van onderhavige ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aan die doorstroming. De woonvisie laat verder zien dat er ruimte is gereserveerd voor woningen in Hierden. Daarnaast heeft de gemeente Harderwijk middels de beoordeling van het (door de initiatiefnemer) ingediende verzoek aangegeven in principe planologische medewerking te willen verlenen aan deze ontwikkeling.

3.4.

Archeologie en monumentenbeleid

3.4.1. Nota Cultuurhistorie In 2008 heeft de gemeente de nota Cultuurhistorie vastgesteld. Uitgangspunt in de nota is om de fysieke cultuurhistorie te behouden en te beschermen. Cultuurhistorische waardevolle panden zijn aangewezen als rijks- of gemeentelijke monumenten. Deze worden sectoraal beschermd door de Erfgoedwet en de Erfgoedverordening Harderwijk 2017. Bijzonder Cultuurlandschap wordt beschermd bij het bestemmingsplan. In paragraaf 5.2 wordt nader op dit onderwerp ingegaan. 3.4.2. Archeologienota De gemeente moet bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten. Het gemeentelijk archeologisch beleid is verwoord in het in april 2011 vastgestelde archeologiebeleid 2011-1015. Hieraan is de beleidskaart archeologie gekoppeld. De Beleidskaart Archeologie is tot stand gekomen door onderzoek van archeologisch adviesbureau RAAP (RAAP- rapport 2050 "Een actualisatie en herziening van de archeologische verwachting"). In de beleidskaart Archeologie is aangegeven wanneer bij nieuwe planontwikkelingen archeologisch vooronderzoek plaats dient te vinden. Doel van het archeologisch (voor)onderzoek is het waar nodig beschermen van archeologische waarden en het streven naar behoud van de waarden in de bodem (in situ). De essentie van het archeologisch (voor)onderzoek is het verkrijgen

Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)

20

van gegevens over de archeologische resten in de bodem teneinde in een vroeg stadium een goede afweging te kunnen maken van alle bij een ruimtelijk besluit betrokken belangen. Op de beleidskaart archeologie zijn per waarde- of verwachtingsgebied de vrijstellinggrenzen aangegeven. Het beleid is om in bestemmingplannen een dubbelbestemming "Waarde - archeologie" op te nemen met bijhorende bouwregels en aanlegvergunningstelsel met inachtneming van de vrijstellinggrenzen. In paragraaf 5.2 wordt nader op dit onderwerp ingegaan.

3.5.

Welstandsbeleid Een bestemmingsplan is erg belangrijk voor het bouwen op en gebruiken van gronden. Vergunningsaanvragen worden immers getoetst aan de regels uit het bestemmingsplan. Naast de bestemmingsplanbepalingen en de bouwtechnische eisen waaraan een bouwwerk moet voldoen, is het uiterlijk ervan erg belangrijk. Hiervoor is een welstandsnota opgesteld. In de welstandsnota van Harderwijk wordt invulling gegeven aan de esthetische aspecten van het ruimtelijke kwaliteitsbeleid. De welstandsnota gaat daarbij vooral in op de architectonische aspecten van bouwwerken, zoals massa, vorm, positionering, kleur- en materiaalgebruik en detaillering. In stedenbouwkundige zin spreekt de welstandsnota zich uit over de uitstraling en ligging van de bebouwing in relatie tot de omgeving. In de welstandsnota zijn regels opgenomen voor: ▪ kleine bouwinitiatieven die welstandsvrij zijn; ▪ kleine bouwinitiatieven waarvoor de zogenaamde 'sneltoetscriteria' gelden (criteria voor meest voorkomende kleine bouwactiviteiten); ▪ grote bouwinitiatieven waarvoor lichte, gemiddelde en zware welstandstoets gelden; ▪ grote bouwinitiatieven voor ontwikkelingslocaties, die in aparte beeldkwaliteitsplannen zijn vervat Voor nieuwe ontwikkelingen in het gebied, waarin de criteria uit de welstandsnota niet voorzien, kunnen afzonderlijke beeldkwaliteitsplannen worden opgesteld.

Deze beeldkwaliteitsplannen kunnen door de raad vastgesteld worden als welstandscriteria die gelden als aanvulling op de welstandsnota. In het geldend bestemmingsplan Hierden Dorp 2011 worden richtlijnen beschreven voor de vormgeving van nieuwe bebouwing. Deze richtlijnen zijn toegevoegd aan de welstandsnota. Er wordt een ruimtelijk kader gegeven op basis waarvan architecten de woningen kunnen gaan ontwerpen. In het kader van het bestemmingsplan 'Hierden Dorp - Ooster Mheenweg' is een studie gedaan naar de maten en het uiterlijk van de bebouwing in de omgeving van het perceel. Daarbij is in dit plan rekening gehouden in het opstellen van de impressie van het erf. Ook is rekening gehouden met de woningtypologie van 1 of 2 bouwlagen met kap wat de meest voorkomende typologie hier is. Dit plan vormt een spiegeling van de bebouwing dat in het kader van

Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)

21

het bestemmingsplan 'Hierden Dorp - Ooster Mheenweg' is gerealiseerd en vormt een vergelijkbaar perceel. Voor deze ontwikkeling wordt dezelfde uitgangspunten gehanteerd waarmee de voorgenomen ontwikkeling voldoende rekening houdt met de richtlijnen van de welstand.

3.6.

Milieubeleid

3.6.1. Milieubeleidsplan Harderwijk 2009-2012 De gemeente Harderwijk streeft naar samenhang in het bestaande veelomvattende milieubeleid. Het milieubeleidsplan 2009-2012 maakt inzichtelijk waar Harderwijk voor staat, geeft richting aan het beleid voor de komende periode en vervult een aanjaagfunctie om verbeteringen te realiseren. Vanuit deze gedachte worden twee speerpunten benoemd waarbij rekening is gehouden met de landelijke beleidsontwikkeling: klimaatbeleid en een gebiedsgericht milieubeleid. Het zorgdragen voor een duurzame leefomgeving is het hoofddoel van dit milieubeleid. Onder een duurzame leefomgeving wordt verstaan het voorzien in onze behoeften, zonder de toekomstige generaties de mogelijkheden voor dezelfde behoeftes te ontnemen. Dit milieubeleidsplan geeft kaders voor beleid en laat de bevolking van Harderwijk en Hierden zien hoe de gemeente zich inzet om de lokale milieuproblemen op te lossen. Binnen de gemeentegrenzen bestaat een grote diversiteit in gebieden, met elk hun eigen kenmerken en functies. Bij ruimtelijke ontwikkeling streven we naar een optimale leefomgevingskwaliteit. Door gebieden te onderscheiden wordt duidelijk welke milieukwaliteit gewenst is en of een ontwikkeling in het desbetreffende gebied past. Deze gebiedsgerichte benadering biedt ruimte om milieubeleid beter te laten aansluiten bij de dynamiek van ruimtelijke ontwikkelingen. 3.6.2.

Gebiedsgericht milieubeleid In het Milieubeleidsplan is voor verschillende delen van Harderwijk gebiedsgericht milieubeleid opgesteld. Door het opstellen van gebiedsgericht milieubeleid komen de specifieke kwaliteiten, knelpunten, de milieubelasting en de milieuambities van het gebied in beeld. Het plangebied behoort tot het deelgebied Hierden-Dorp. Wonen is geen milieubelastende functie en er vinden in de toekomstige situatie in het plangebied geen activiteiten plaats die vallen onder het activiteitenbesluit. De voorgenomen ontwikkeling heeft daarom geen negatieve invloed op de milieukundige situatie ter plaatse. 3.6.3. Routekaart naar een klimaatneutraal Harderwijk: De Energieke stad Harderwijk heeft vele kansen om zich te profileren op het gebied van duurzaamheid en in het bijzonder duurzame energie. Vanwege die kansen stelt de gemeente zich het volgende doel: in 2031 (Harderwijk 800 jaar) wordt binnen de gemeentegrenzen 45 % minder CO2 uitgestoten (referentiejaar 2010). Deze ambitie zal worden bereikt door in te zetten op: ▪ energie besparing; ▪ opwekken van duurzame energie; ▪ compenseren (bijvoorbeeld door inkoop groene energie).

Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)

22

Met het stellen van deze ambitie wil de gemeente in het bijzonder lokaal bijdragen aan de economische vitaliteit, leefbaarheid en identiteit van de gemeente. Het loont om te investeren in energiebesparende maatregelen vanwege lagere lasten en vanwege de toegevoegde waarde aan het investeringsobject. Maar het betekent ook dat het opwekken van energie geld oplevert, duurzame energie zal in de toekomst alleen maar waardevoller worden. Door nu te investeren in het opwekken van duurzame energie wordt de afhankelijkheid van stijgende energieprijzen en het opraken van fossiele brandstoffen in de toekomst beperkt. Het lokaal investeren van die opbrengsten of meedelen in revenuen draagt bij aan de vitaliteit en zelfvoorzienendheid van de gemeente. Daarnaast laat de gemeente met deze doelstelling zien dat zij haar principiële verantwoordelijkheid neemt ten aanzien van klimaatverandering. 3.6.4. Beleidsvisie externe veiligheid Veluwe Noord De Gezamenlijke beleidsvisie externe veiligheid gemeenten in de regio Veluwe-Noord uit 2013 biedt aan de Noord-Veluwse gemeenten (Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek en Putten) is een kader om op gestructureerde wijze keuzes te maken over externe veiligheid en met name in de samenhang tussen ruimtelijke ordening en externe veiligheid.

Daarnaast biedt de beleidsvisie ook een platform voor een samenwerking tussen de afdelingen van de gemeenten en bijvoorbeeld de hulpdiensten. Een belangrijk nevendoel van de beleidsvisie is om de beschikbare gemeentelijke middelen efficiënt in te zetten. Vanuit de externe veiligheidswetgeving gelden verplichtingen waarvan de invulling een inspanning vraagt van het gemeentelijk apparaat. De systematiek in de beleidsvisie externe veiligheid voorziet in het concentreren van de aandacht op gebieden waar deze 'winst' is te realiseren en in het volstaan met algemene beleidsregels voor gebieden op grotere afstand. Geld en kennis worden daarmee ingezet op plaatsen waar deze nodig zijn. Veel externe veiligheidsbeleid is vastgelegd in landelijke wet- en regelgeving, maar gemeenten zijn grotendeels verantwoordelijk voor de invulling en uitvoering daarvan. Gemeenten dienen een antwoord te hebben op nieuwe technische en juridische inzichten, alsook ontwikkeling van nieuwe risicobronnen. Bij het invullen en uitvoeren van externe veiligheidsbeleid zijn drie thema's te onderscheiden: ▪ inzicht verkrijgen in de externe veiligheidssituatie; ▪ keuzes maken; ▪ samenwerken. Woningen worden gezien als beperkt kwetsbare objecten. In de beleidsvisie is aangegeven op welk niveau het groepsrisico verantwoord dient te worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=20680cfe-324a-4c67-9f48-b8a4e5394360