CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

3a. TOE_Stadsweiden - Randmeer_ontwerp_20-09-2023

Commissie Stad & Omgeving 4 april 2024, gemeente HarderwijkBij agendapunt: 19.45 uur Bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer en besluit hogere grenswaarden Randmeer18.981 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Stadsweiden Randmeer Ontwerp bestemmingsplan

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

3

1.1

Aanleiding

3

1.2

Plangebied

3

1.3

Bij het plan behorende stukken

4

1.4

Leeswijzer

5

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

6

2.1

Ontstaansgeschiedenis

6

2.2

Ruimtelijke structuur en bestaande functies

6

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

9

3.1

Programma en inrichting

9

3.2

Bouwplan

11

Hoofdstuk 4

Beleidskader

13

4.1

Ruimtelijk beleid

13

4.2

Woonbeleid

17

4.3

Geldend bestemmingsplan

19

Hoofdstuk 5

Onderzoek

21

5.1

Algemeen

21

5.2

Cultuurhistorie en archeologie

21

5.3

Ecologie

22

5.4

Watertoets

24

5.5

Milieu

29

5.6

Kabels en leidingen

39

5.7

Verkeer en parkeren

39

Hoofdstuk 6

Juridische aspecten

44

6.1

Inleiding

44

6.2

Algemene uitgangspunten

46

6.3

Verantwoording Handboek Harderwijk

47

6.4

Bestemmingsbepalingen

47

6.5

Handhaving

47

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

49

Hoofdstuk 8

Inspraak en overleg

50

8.1

Overleg en inspraak

50

8.2

Zienswijzen

51

Eindnoten

52

bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (ontwerp) NL.IMRO.0243.BP00263-0001

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Laddertoets

Bijlage 2

Archeologisch onderzoek

Bijlage 3

Quick scan natuur

Bijlage 4

Voortoets

Bijlage 5

Aanvullend onderzoek soortenbescherming

Bijlage 6

Onderzoek stikstofdepositie

Bijlage 7

Watertoets

Bijlage 8

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 9

Bodemonderzoek

Bijlage 10

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

2

bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (ontwerp) NL.IMRO.0243.BP00263-0001

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

Op het perceel aan de Westeinde / Plantage in Harderwijk, welke kadastraal bekend staat als 'HDW00 D 9446', is in de huidige situatie Woonzorgcentrum Randmeer gevestigd, bestaande uit 80 wooneenheden, alsmede twee appartementengebouwen (bestaande uit in totaal 61 wooneenheden). De bebouwing is verouderd en voldoet niet meer aan de hedendaagse kwaliteitseisen. Het voornemen bestaat om het perceel te herontwikkelen, waarbij zowel sloop-nieuwbouw (sloop: 101 appartementen en nieuwbouw: 156 appartementen) als renovatie (40 appartementen) is beoogd. Deze ontwikkeling is niet mogelijk binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan 'Stadsweiden - Kruithuis', aangezien de bestemming 'Maatschappelijk' geen woningbouw mogelijk maakt. Ook voor de te renoveren wooneenheden geldt dat wonen de hoofdfunctie dient te zijn. Om de beoogde ontwikkeling alsnog mogelijk te maken moet er een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld. Voorliggend document voorziet hierin.

1.2

Plangebied

Het plangebied bevindt zich direct ten zuiden van de binnenstad van Harderwijk. Aan de oost- en zuidzijde van het plangebied is woningbouw gesitueerd en aan de noordzijde is achtereenvolgens een watergang, een dijk en het meer Wolderwijd gesitueerd. Op de navolgende afbeeldingen zijn de globale ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven. De exacte begrenzing van het plangebied is op de verbeelding van dit bestemmingsplan weergegeven.

Globale ligging plangebied (rode arcering) bron: pdokviewer.pdok.nl

3

bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (ontwerp) NL.IMRO.0243.BP00263-0001

Globale begrenzing plangebied (rode arcering) bron: pdokviewer.pdok.nl

1.3

Bij het plan behorende stukken

Het voorliggende bestemmingsplan 'Stadsweiden - Randmeer' met identificatienummer NL.IMRO.0243.BP00263-0001 bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting die vervat zijn in een gml-bestand. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en dienen in samenhang gelezen te worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld. De toelichting van dit bestemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het bestemmingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.

4

bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (ontwerp) NL.IMRO.0243.BP00263-0001

1.4

Leeswijzer

De toelichting van het bestemmingsplan "Stadsweiden - Randmeer" bestaat uit de volgende hoofdstukken:  in hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie beschreven. Achtereenvolgens komen de ontstaansgeschiedenis, de ruimtelijke structuur en de aanwezige functies aan bod.  in hoofdstuk 3 wordt de beoogde nieuwe ontwikkeling in het plangebied beschreven;  in hoofdstuk 4 komt het geldende beleid aan bod;  in hoofdstuk 5 komt de uitvoerbaarheid van het plan aan bod. Aan de orde komen zaken als archeologie, ecologie, water en milieu. In dit hoofdstuk zijn ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken opgenomen;  in hoofdstuk 6 worden kort de bestemmingen en de juridische planopzet behandeld, en wordt verantwoording gegeven van het gebruik van de standaarden voor bestemmingsplannen in Harderwijk;  in hoofdstuk 7 wordt ingegaan op het kostenverhaal en de economische uitvoerbaarheid van het plan;  de toelichting wordt afgesloten met hoofdstuk 8, waarin wordt ingegaan op het proces van inspraak en overleg in relatie tot dit bestemmingsplan.

5

bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (ontwerp) NL.IMRO.0243.BP00263-0001

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1

Ontstaansgeschiedenis

Harderwijk Harderwijk en omgeving worden sinds de prehistorie bewoond. De geschiedenis en ontwikkeling van Harderwijk laat veel aspecten en perioden zien. Zo verleende Graaf Otto van Gelre en Zutphen al in 1231 stads- en marktrechten aan 'Herderewich'. Harderwijk groeide uit van een agrarische nederzetting tot een handelsplaats. Harderwijk dankt zijn snelle groei aan de handel, industrie en het toerisme. Het stedelijk gebied van Harderwijk bestond tot en met de tweede wereldoorlog bijna uitsluitend uit het gebied dat 'binnen de wallen en de stadsmuur' is gelegen; dus de huidige binnenstad. De woonwijk Zeebuurt vormt samen met de woonwijk Friesegracht de eerste bebouwingsring rondom de historische binnenstad. Omgeving plangebied Tot de jaren '50 van de vorige eeuw bestond het plangebied uit agrarische gronden. Hier kwam verandering in toen, enkele jaren na de tweede wereldoorlog, gestart werd met de planmatige aanleg van woongebieden. De bouw van de wijk Stadsweiden werd officieel in 1971 gestart, als onderdeel van de grootschalige uitbreiding van de stad en gemeente Harderwijk in die tijd.

2.2

Ruimtelijke structuur en bestaande functies

2.2.1 Omgeving plangebied Het gebied rondom de ontwikkellocatie is globaal in vieren te verdelen. Het gebied ten zuidwesten van het plangebied kent overwegend een woonfunctie. Ten zuiden van het plangebied zijn verschillende zorgverlenende functies gesitueerd, waaronder het ziekenhuis. Ten noorden van het plangebied ligt de binnenstad en een gemengd gebied met zowel woon- als werkfuncties. Ten westen van het plangebied ligt ten slotte het Wolderwijd, het meer tussen Gelderland en Flevoland. Het plangebied ligt als solitaire instelling tussen deze ruimtelijke en functionele structuren. In de omgeving zijn dergelijke solitaire instellingen meer te vinden. De solitaire instellingen met hun verschillende bebouwingscomplexen geven het gebied een diffuus karakter. De beeldbepalende gebouwen van het ziekenhuis St Jansdal, het appartementencomplex 'de Schelpenhoek' en de bebouwing binnen het plangebied contrasteren met de grondgebonden eengezinswoningen langs de Stationslaan, de Harmonielaan e.o. en de Wethouder Jansenlaan.

2.2.2 Plangebied Binnen het plangebied vormt het gebouw van woonzorgcentrum Randmeer het hoofdgebouw. Het gebouw, behorend bij de Stichting Zorggroep Noordwest-Veluwe, staat sinds 1960 aan de rand van het centrum van Harderwijk. Het gebouw kent drie lagen met niet-dominante kap en vormt een uvorm rondom een centraal, kleinschalig parkje. Rondom dit parkje loopt een verkeerslus, waarmee de bereikbaarheid wordt geoptimaliseerd. Rondom de verkeerslus is ruimte voor (fiets)parkeerplaatsen. Tot slot zijn er kleine voortuinen aanwezig, behorende bij de appartementen op de begane grond. De bebouwing voldoet niet meer aan de kwaliteitseisen van deze tijd. Het woonzorgcentrum herbergt in totaal 80 appartementen waarin het concept 'verzorgd wonen' geldt (afhankelijk van de exacte inrichting biedt het pand ruimte aan 70-88 bedden). Dit betekent dat er zoveel mogelijk zelfstandig wordt gewoond, maar dat er 24 uur per dag een zorgteam nabij is om de bewoners waar nodig te ondersteunen. Naast de appartementen zijn ook algemene ruimten gesitueerd in het woonzorgcentrum, zoals een ontmoetingsruimte en een grand café. Ook worden activiteiten aangeboden door dagbestedingscoaches.

6

bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (ontwerp) NL.IMRO.0243.BP00263-0001 Woonzorgcentrum Randmeer wordt aan weerszijden geflankeerd door gebouwen met sociale huurappartementen. Deze gebouwen sluiten qua bebouwingsstijl en -massa aan op de bebouwing van het woonzorgcentrum. Deze appartementengebouwen bestaan overwegend uit drie lagen met een kleinschalige kap en kennen dezelfde kleurschakeringen als het woonzorgcentrum voor wat betreft materialisering . Het gebouw ten zuidwesten van het woonzorgcentrum (bestaande uit 40 appartementen) is geschakeld aan het woonzorgcentrum. De ruimte aan de voorkant van dit gebouw is in gebruik als parkeerplaats, welke groen is omzoomd. Het appartementengebouw ten oosten van het woonzorgcentrum (bestaande uit 21 appartementen) kent een L-vorm. De binnenplaats die daarmee wordt gecreëerd is groen ingericht en biedt tevens ruimte voor parkeerplaatsen. De aansluiting van de Plantage op het Westeinde wordt verbeterd om de (geringe) verkeerstoename beter en veiliger te kunnen faciliteren. De verbetering houdt onder andere in dat de opstelruimte voor auto's tussen het fietspad en de rijbaan van het Westeinde wordt verruimd. Het trottoir langs het Westeinde wordt over de gehele breedte van het plangebied verbreed naar 1,80 meter.

Navolgend wordt een impressie gegeven van de huidige situatie ter plaatse van het plangebied, waarbij achtereenvolgens het woonzorgcentrum, het appartementengebouw aan de zuidwestzijde, het appartementengebouw aan de oostzijde en de situatie in vogelvlucht worden afgebeeld.

Impressie woonzorgcentrum Randmeer (bron: Google Maps)

Impressie appartementengebouw zuidwestzijde (bron: Google Maps)

7

bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (ontwerp) NL.IMRO.0243.BP00263-0001

Impressie appartementen oostzijde (bron: Google Earth)

De huidige situatie in vogelvlucht (bron: Habion)

8

bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (ontwerp) NL.IMRO.0243.BP00263-0001

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving Het voornemen bestaat om binnen het plangebied zowel te voorzien in sloop-nieuwbouw als renovatie van wooneenheden. Het verouderde woonzorgcentrum Randmeer en het appartementengebouw aan de oostzijde van het plangebied zullen worden gesloopt (in totaal 101 wooneenheden). Het appartementengebouw aan de zuidwestzijde van het plangebied zal behouden blijven en zal worden gerenoveerd (40 wooneenheden). Ter plaatse van de te slopen bebouwing zal worden voorzien in twee appartementengebouwen bestaande uit maximaal 156 appartementen. Op deze wijze wordt voorzien in kwalitatief hoogwaardige bebouwing op deze sleutellocatie, aan de rand van het centrum van Harderwijk. Het gehele plangebied verkleurt van een maatschappelijke bestemming naar een woonbestemming, om zo ook de beoogde zelfstandige wooneenheden mogelijk te maken. Daarnaast zijn minimaal 60 zorgwoningen gewaarborgd in voorliggend plan. Navolgend wordt ingegaan op het beoogde bouwplan. Onderhavig bestemmingsplan is gebaseerd op deze voorgenomen ontwikkeling. In het kader van de omgevingsvergunning wordt het ontwerp op woningniveau in detail verder uitgewerkt, binnen de kaders van voorliggend bestemmingsplan.

3.1

Programma en inrichting

Het plan voorziet in de realisatie van twee appartementengebouwen, waarbij de mogelijkheid tot de afname van zorg voor alle appartementen mogelijk wordt gemaakt. De afname van zorg is beoogd in de vorm van 'gespikkeld wonen'. Dat wil zeggen dat de zorgwoningen zich verspreid over de gebouwen bevinden. Daardoor heeft het zorgconcept een karakter dat uitnodigt tot flexibiliteit en dynamiek. Daarnaast is sprake van het 'Liv inn concept'. Dit concept kent als doelgroep iedereen die zelf wil bepalen hoe ze oud(er) worden. Liv inn draait om betekenisvol oud(er) worden: doorleven in een omgeving waar het niet draait om licht en zorg, maar om vrijheid, eigenwaarde en zelfstandigheid. Dat wordt vormgegeven door de realisatie van een 'hart' meteen aantal gezamenlijke leefruimtes. Deze gezamenlijke leefruimtes zijn niet enkel toegankelijk voor de bewoners van de zorgwoningen, maar voor het gehele plangebied. Zo ontstaat een lokale identiteit, waarbij zorg en sociale contacten nabij zijn. Deze ruimtes zijn beoogd aan het water (gebouw 1). Voor de inrichting van deze ruimtes kan worden gedacht aan een huissportschool, bibliotheek, leefkeuken, huisbioscoop, moestuin, zorgpunt, familiekamer, spelletjeskamer, etc. Het nieuw te realiseren woonprogramma bestaat in totaal uit maximaal 156 woningen, waarvan 78 in de sector sociale huur en 78 in de vrije sector huur.

Alle sociale huurappartementen hebben een oppervlakte tussen de 50 en 70 m2 (bvo). De vrije sector huurappartementen hebben een oppervlakte vanaf 66 m2 (bvo). Het parkeren is op het maaiveld (groen omzoomd) en in een parkeergarage beoogd. In totaal worden 139 parkeerplaatsen gerealiseerd binnen het plangebied, waarbij de ontsluiting zowel op de Westeinde als de Plantage plaatsvindt. Daarnaast zijn er 30 parkeerplaatsen in het openbare gebied beschikbaar. De parkeergarage bevindt zich onder gebouw 1. De toekomstige parkeersituatie binnen het plangebied is weergegeven op onderstaande afbeelding.

9

bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (ontwerp) NL.IMRO.0243.BP00263-0001

Verder blijft de huidige groene inrichting van het perceel zoveel mogelijk behouden en wordt deze versterkt. Het parkeren voor de bewoners van de gebouwen Westeinde, Meerstaete en Randstaete worden deels aan het zich onttrokken door hagen en door een verdiepte aanleg aan de zijde van het Westeinde. Rondom de nieuwe gebouwen is gekozen voor zo veel mogelijk groen, zodat er een parkachtige omgeving ontstaat. In de navolgende afbeelding is een overzicht gegeven van de toekomstige situatie. De grijze gebouwen zijn hierbij bestaand.

10

bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (ontwerp) NL.IMRO.0243.BP00263-0001

Impressie beoogde inrichting plangebied, met daarop de gebouwen genummerd (bron: Peter & Lammerink Architecten)

3.2

Bouwplan

De sociale huurappartementen zijn beoogd in gebouw 2. Dit gebouw is voorzien van 6 bouwlagen en kent daarmee een bouwhoogte van 18 meter. De vrije sector huurappartementen zijn beoogd in gebouw 1. Het noordwestelijk deel van dit gebouw is 21 meter hoog (7 bouwlagen); het zuidoostelijk deel 18 meter (6 bouwlagen). Alle woningen op de verdiepingen zijn bereikbaar via een lift. Zo wordt naast de (mogelijkheid tot afname van) zorg verder bijgedragen aan het levensloopbestendig karakter van de appartementen. De beoogde inrichting van het perceel toont dat het parkeren deels wordt opgelost op het maaiveld in de vorm van parkeerkoffers (naast de parkeergarage onder gebouw 1). De ontsluiting van het plangebied geschiedt zowel op de Westeinde (zuidzijde) als de Plantage (oostzijde), waarbij verder valt op te merken dat er langzaamverkeerroutes zijn beoogd tussen de verschillende gebouwen. Ten slotte wordt het plangebied zoveel mogelijk groen ingericht tussen de verhardingen, om een parkachtige setting tot stand te brengen. De exacte invulling van het groen wordt bepaald in overleg met een landschapsarchitect die hierin de aansluiting zoekt bij het huidige beeld, zowel op privé als openbaar gebied. Randmeer kenmerkt zich door het groene karakter en de ligging aan het water. Dit dient in de toekomstige situatie gehandhaafd te blijven.

Om te komen tot een passende en duurzame invulling van het groen (waarbij bijvoorbeeld wordt gedacht aan wandelpaden, rustplekken, windluwe entrees et cetera) worden ook de huidige bewoners van de locatie alsmede omwonenden betrokken. Naast de parkeerkoffers voor auto's is ook het fietsparkeren opgenomen in voorliggend plan. De gebouwen worden voorzien van fietsenstallingen met oplaadpunten voor elektrische fietsen. Daarnaast zijn er plekken voor het opstellen van de scootmobiel. Bij de entrees van de gebouwen worden tevens voorzieningen getroffen voor het parkeren van fietsen. De appartementen zijn voorzien van balkons en kennen glazen balustrades. De begane grond van gebouw 1 vormt het hart van de ontwikkeling, conform het liv inn concept. Hier zijn de gemeenschappelijke ruimtes beoogd. Deze ruimtes vormen een plint, welke extra kracht wordt bijgezet door de toepassing van grote raampartijen en een kleinschalig terras aan het water. De navolgende afbeeldingen tonen een impressie van de massa van de beoogde nieuwbouw.

11

bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (ontwerp) NL.IMRO.0243.BP00263-0001

Impressie beoogde bebouwing (bron: Peter & Lammerink Architecten) Het plan zoals hiervoor beschreven is tot stand gekomen na een uitvoerig participatietraject. In het vorige stedenbouwkundige plan was er gekozen voor drie gebouwen die samen een eenheid vormden. De hoogte van de drie gebouwen begon met vier bouwlagen aan het Westeinde en liep naar het Randmeer op naar een hoogte van 12 bouwlagen. Er was één duidelijke zichtlijn vanaf het Westeinde naar het Randmeer. De parkeerplaatsen bevonden zich rondom en tussen de gebouwen op het maaiveld. Na de gesprekken met de omwonenden van het project is via een aantal studies gekomen tot het model, zoals gepresenteerd in het voorgaande. In dit model is gekozen voor twee gebouwen met een hoogte van zeven bouwlagen. Dit aantal bouwlagen is in samenspraak tussen gemeente en omwonenden aangegeven als maximale hoogte. Het eerste gebouw bevind zich langs het Westeinde, aan de zijde van de binnenstad. Het tweede gebouw staat haaks op het Randmeer en de kop van het gebouw kijkt als het ware over het water. Door de keuze voor deze stedenbouwkundige opzet ontstaan er twee duidelijke zichtlijnen naar het water.

12

bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (ontwerp) NL.IMRO.0243.BP00263-0001

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1

Ruimtelijk beleid

4.1.1 De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  duurzaam economisch groeipotentieel;  sterke en gezonde steden en regio's;  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen; 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Natuurnetwerk Nederland (NNN), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij het NNN en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van het NNN is bepaald dat niet het rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. Door de nationale belangen vooraf in juridisch-planologische procedures te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Toetsing Het rijk zet in de NOVI onder andere in op zorgvuldig ruimtegebruik met aandacht voor het combineren van functies en ruimte voor klimaatadaptatie , waarbij de kenmerken en identiteit van een gebied belangrijk zijn.

Met voorliggend plan wordt bebouwing die niet meer voldoet aan de huidige kwaliteitseisen vervangen door nieuwbouw, waarbij ruimte is voor groen en zorg blijft bestaan op deze sleutelpositie binnen Harderwijk. Het plan is in lijn met het gestelde in de NOVI en is niet in strijd met het bepaalde in het Barro.

13

bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (ontwerp) NL.IMRO.0243.BP00263-0001 4.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Vanuit het Rijk wordt een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hiervoor is de Ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Toetsing Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bro opgenomen.

Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Uit jurisprudentie blijkt dat een woningbouwplan dat voorziet in de realisatie van maximaal 11 woningen binnen een dorpskern niet hoeft te worden aangemerkt als woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. SAB heeft een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking opgesteld 1. Navolgend worden de conclusies kort uiteengezet. In de toets wordt geconcludeerd dat sprake is van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Bro. Gelet op de positieve huishoudensprognose, de druk op de woningmarkt in Harderwijk en de woningbouwopgave, zoals blijkt uit de regionale en gemeentelijke woonvisie, is er sprake van een duidelijke kwantitatieve behoefte. Uit de woonvisie blijkt dat sprake is van een grote kwantitatieve opgave om de woningvoorraad in Harderwijk te vergroten, gelet op de druk op de woningmarkt en de groei van het aantal huishoudens. Het huidige planaanbod in Harderwijk kent een zekere overcapaciteit. Hierbij moet wel meteen de nuancering worden gemaakt dat enige overcapaciteit gewenst is, omdat niet te verwachten is dat alle plannen ook daadwerkelijk worden gerealiseerd.

Dit geldt met name in de goedkopere prijssegmenten. Het plan draagt verder in kwalitatieve zin bij aan de uitbreiding van het aanbod sociale huurwoningen (toevoeging van 78 wooneenheden), het aanbod vrije sector huur en de vraag naar woningen voor mensen met een niet-courante woonvraag, waarbij de mogelijkheid bestaat tot de afname van zorg, conform het Liv inn concept. Ten slotte wordt verouderde, niet-duurzame huisvesting ingewisseld voor moderne, duurzame (gasloze) huisvesting. Dit tezamen maakt dat voorliggend plan in grote mate beantwoordt aan de kwalitatieve behoefte zoals geformuleerd in de regionale en gemeentelijke woonvisie. Deze kwantitatieve en kwalitatieve behoefte wordt gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied. Daarmee wordt geconcludeerd dat het plan de toetsing aan de Ladder positief heeft doorlopen.

4.1.3 Omgevingsvisie- en verordening Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' vastgesteld. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld. Gezond en veilig; dat betekent een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat is aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. Schoon en welvarend; dat betreft een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennisen onderwijsinstellingen. Maar dat is ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen, en het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.

14

bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (ontwerp) NL.IMRO.0243.BP00263-0001 Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse thematische visieschetsen met de volgende thema's:  Energietransitie: van fossiel naar duurzaam.  Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer.  Circulaire economie: sluiten van kringlopen.  Biodiversiteit: werken met de natuur.  Bereikbaarheid: duurzaam verbonden.  Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio.  Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. De Omgevingsvisie bevat de strategische ambities voor de lange termijn. De Omgevingsverordening Gelderland (januari 2023) is op 21 december 2022 geconsolideerd. Dit document wordt ingezet voor onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid, zoals neergelegd in de Omgevingsvisie, ook een juridische doorvertaling krijgt naar gemeentelijk niveau. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen.

De Omgevingsverordening richt zich - net als de Omgevingsvisie - op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Toetsing Raadpleging van de digitale kaarten van de Omgevingsvisie en –verordening Gelderland heeft uitgewezen dat het plangebied geen specifieke provinciale belangen raakt. In meer algemene zin geldt dat voorliggend plan een bijdrage levert aan het realiseren van de provinciale ambities ten aanzien van de woon- en leefomgeving. Met de voorgenomen woningbouwontwikkeling wordt immers zowel kwantitatief als kwalitatief gezien voorzien in een speciale behoefte (conform liv inn concept) én wordt aardgasloos ontwikkeld. Deze ambities sluiten aan bij hetgeen gesteld in de Omgevingsvisie. Bovendien is in artikel 2.65b van de provinciale omgevingsverordening vastgesteld dat in de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving dient te worden gegeven van de maatregelen die worden genomen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken.

In het kader van onderhavig plan worden een aantal duurzaamheidsmaatregelen getroffen. Zo worden de woningen aardgasloos ontwikkeld en wordt zoveel mogelijk duurzaam materiaal gebruikt. Het groen in de omgeving zal zoveel mogelijk behouden blijven en waar mogelijk uitgebreid worden, om een groenzone rondom de woningen te creëren. Hierin is ruimte gereserveerd voor de aanleg van wadi's om zo de waterberging te bevorderen. Door het nemen van voorgenoemde maatregelen wordt aangenomen dat voldoende rekening wordt gehouden met de aspecten duurzaamheid en klimaatadaptie. Daarmee vormen de Omgevingsvisie en -verordening geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

4.1.4 Stadsvisie 2031 Op 10 juni 2010 is de 'Stadsvisie Harderwijk 2031' vastgesteld. Deze visie is gemaakt om een ontwikkelingsrichting voor de stad te bepalen op het gebied van voorzieningen, werkgelegenheid, woonklimaat en bereikbaarheid. De visie is integraal; dat betekent dat er nadrukkelijk wordt gekeken naar de onderlinge samenhang tussen de ruimtelijke, sociale en economische beleidsvelden. De visie is een uitgangspunt voor de intensieve samenwerking tussen bestuur, bevolking, bedrijfsleven, instellingen, organisaties en andere overheidsinstanties.

15

bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (ontwerp) NL.IMRO.0243.BP00263-0001 In de visie zijn verschillende scenario's opgenomen. Gekozen is voor scenario 2 'Verdiepen'. Ontwikkeling is namelijk noodzakelijk om van Harderwijk een aantrekkelijke woon- en werkgemeente te maken. De Stadsvisie beschrijft de visie op de toekomst aan de hand van vier thema's:  woonklimaat: "Prettig wonen in bijzondere woonwijken voor alle doelgroepen";  maatschappelijke voorzieningen: "Harderwijk loopt voorop op het gebied van sport, cultuur, onderwijs, zorg en welzijn";  werken: "Een sterke economische structuur door een duidelijk economisch imago";  bereikbaarheid: "Goede bereikbaarheid voor alle vervoerssoorten met aandacht voor milieu en veiligheid". In scenario 2 is met betrekking tot het woonklimaat onder meer opgenomen dat Harderwijk bijzondere woonmilieus wil realiseren, die in de regio en omliggende steden niet of nauwelijks voorkomen. De 'Stadsvisie Harderwijk 2031' geeft aan welke koers Harderwijk wil varen. De volgende stap is het vertalen van deze stadsvisie naar één integrale visie. Een visie waarin een duidelijke sociale, economische én ruimtelijke pijler herkenbaar is. Per onderwerp worden de ambities en beleidsdoelen beschreven zodat de vraag "wat willen we in de komende jaren bereiken?" helder wordt beantwoord.

In de uitvoeringsagenda die hieraan gekoppeld wordt, staan de maatregelen die het gemeentebestuur de komende jaren neemt om de gestelde doelen te bereiken. Toetsing Voorliggend plan faciliteert de sloop en nieuwbouw van appartementen met de mogelijkheid tot zorgafname en volgens het liv inn concept. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de gemeentelijke ambitie om te voorzien in themagerichte/doelgroepgerichte woonmilieus. Ten slotte betreft het plan de renovatie van 40 sociale huurappartementen, waarmee het bestaande woningenbestand toekomstbestendig wordt gemaakt. De ontwikkeling is daarmee in lijn met de Stadsvisie.

4.1.5 Structuurvisie Harderwijk 2031 De structuurvisie Harderwijk 2031 is op 20 december 2012 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze integrale structuurvisie is een uitwerking van de in juni 2010 door de gemeenteraad vastgestelde Stadsvisie. In de structuurvisie wordt aangegeven wat in de periode tot 2031 voor de gemeente Harderwijk de belangrijkste thema's zijn waaraan integraal gewerkt gaat worden door de gemeente, het bedrijfsleven, de maatschappelijke organisaties en door inwoners zelf. De visie is een document waar het economische, sociale en ruimtelijke beleid met elkaar in verband is gebracht. Het betreft een visie waarin concrete doelstellingen zijn neergelegd, teneinde de in de Stadsvisie verwoorde ambitie te verwezenlijken. Deze doelstellingen zijn ondergebracht in vier ontwikkelsporen: Zorgzame stad, Ondernemende stad, Aantrekkelijke stad en Verbindende stad. Toetsing In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is in de eerste plaats het ontwikkelspoor 'Zorgzame stad' van belang. Onderdeel van dit spoor vormt de doelstelling om voor bewoners een leefbare, veilige en ook gezonde woonomgeving te garanderen. Er is sprake van vergrijzing in de gemeente Harderwijk, waarbij verwacht wordt dat in 2030 25% van de inwoners van Harderwijk binnen de leeftijdscategorie 65+ valt, tegenover 14% in 2012.

Deze demografische ontwikkeling vereist aanpassing van de bestaande woningvoorraad, woonconcepten en diensten, waaraan met het voorliggend plan wordt bijgedragen. Hiernaast is het ontwikkelspoor 'Aantrekkelijke stad' van belang. De algemene doelstelling is het realiseren en in stand houden van een aantrekkelijke stad om in te wonen, werken, leven en verblijven. Hierbij geldt dat wordt gestreefd naar een hoge kwaliteit van de woonomgeving en een zekere mate van diversiteit in woonmilieus. De voorgenomen ontwikkeling levert een bijdrage aan deze ontwikkelsporen door middel van de realisatie van een toekomstbestendig aanbod van woon(zorg)appartementen, dat voorziet in een bijzonder woonmilieu in lijn met het liv inn concept.

16

bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (ontwerp) NL.IMRO.0243.BP00263-0001

4.2

Woonbeleid

4.2.1 Regionale woonagenda en Woondeal regio Noord-Veluwe De gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Nunspeet, Oldebroek en Putten werken sinds 2018 samen in de Samenwerking Noord-Veluwe (SNV). In de periode hiervoor gebeurde dat vanuit de Regio Noord-Veluwe (RNV). De gemeenten in Noord-Veluwe werken samen op het terrein van wonen en hebben hiertoe de Regionale Woonagenda Samenwerking Noord-Veluwe 2019-2022 opgesteld. Dit is de opvolger van de eerdere Regionale Woonvisie. Hierin zijn afspraken gemaakt over de volgende thema's:  kwalitatieve woningbehoefte  kwantitatieve woningbehoefte  flexibiliteit en differentiatie wonen  verduurzaming bestaande voorraad  wonen - zorg  woonruimte - verdeling  monitoring In 2019 heeft de provincie een nieuwe bevolkings- en huishoudensprognose vastgesteld. Voor de regio Noord-Veluwe wijkt de daaruit voortvloeiende kwantitatieve woningbehoefte nauwelijks af van de eerder vastgestelde opgave. Kwalitatief is de nieuwe bevolkings- en huishoudensprognose aanleiding om kritisch te kijken naar woningbouwplannen die niet meer aansluiten bij de huidige en toekomstige vraag. Aansluitend bij de veranderende woonwensen gaan de regiogemeenten de komende periode inzetten op flexibele woonvormen en transformatie van bestaand vastgoed.

Op 29 september 2022 zijn met de provincie Gelderland afspraken gemaakt over het Gelderse aandeel in de nationale woonopgave. De Regionale Woondeal Noord-Veluwe 2022-2030 betreft een doorvertaling van deze afspraken tussen het Rijk en provincie naar gemeentelijk niveau. De regiogemeenten hebben een verdeling afgesproken volgens onderstaand schema.

Tabel: regionaal aandeel in de provinciale en nationale opgave (bron: Regio Noord-Veluwe) Toetsing Voorliggend bestemmingsplan faciliteert de sloop- en nieuwbouw van woon(zorg)appartementengebouwen, waarbij het aantal wooneenheden toeneemt. Gelet op de positieve huishoudensprognose, de druk op de woningmarkt in Harderwijk en de woningbouwopgave van ca. 5.560 woningen, zoals blijkt uit de regionale woondeal, is er sprake van een duidelijke kwantitatieve behoefte. Dit blijkt ook uit de druk op de woningmarkt en de groei van het aantal huishoudens. Ook in kwalitatief opzicht beantwoordt voorliggend plan aan de trends die in de regionale woonagenda worden aangedragen. Zo wordt gesteld dat mensen met een zorgvraag naarstig op zoek zijn naar een beschutte omgeving en dat vraag bestaat naar nieuw woon(zorg)vormen. Met voorliggend plan wordt een bijdrage geleverd aan het versterken van het aanbod woonzorgeenheden in de regio Veluwe-Noord, waarbij tevens sprake is van een bijzonder

17

bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (ontwerp) NL.IMRO.0243.BP00263-0001 woonmilieu gelet op het liv inn concept. Dit tezamen maakt dat het plan zowel kwantitatief als kwalitatief beantwoordt aan ambities zoals gesteld in de Regionale Woonagenda 2019-2022.

4.2.2 Woonvisie Harderwijk De uitgangspunten van het woonbeleid staan geformuleerd in de 'Woonvisie 2017-2027'. Deze is op 24 mei 2018 door de gemeenteraad vastgesteld. Met het woonbeleid werkt de gemeente Harderwijk aan de balans tussen vraag en aanbod op de woningmarkt. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de huidige bewoners, maar ook naar die van de toekomst. Uitgangspunt is dat iedereen in Harderwijk een woning kan vinden die past bij zijn of haar wensen en behoeften op het gebied van betaalbaarheid, toegankelijkheid en woonmilieu. Door natuurlijke aanwas en migratie zal Harderwijk de komende decennia blijven groeien. Het aantal inwoners nu is 47.000 en zal naar verwachting toenemen tot 53.000 in 2040. Om deze groei te faciliteren wil de gemeente voor die tijd nog ruim 4.000 woningen bijbouwen. Voor ongeveer 3.400 woningen is inmiddels plancapaciteit beschikbaar. Qua woningbouwtypes wordt ingezet op variatie en aanpasbaarheid. Tijdelijke woningen om pieken in de vraag op te vangen. Aanpasbare woningen om flexibel mee te bewegen met veranderende wensen en behoeften. En gevarieerde woonwijken voor een vitale mix van bewoners. Op deze manier blijft Harderwijk ook naar de toekomst betaalbaar en aantrekkelijk voor een breed publiek. Op dit moment worden uitbreidingswijken Waterfront en Drielanden in hoog tempo volgebouwd.

De toekomstige nieuwbouwopgave zal grotendeels in de bestaande stad worden gerealiseerd. Binnenstedelijk bouwen brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Denk aan hogere bouwkosten, veel direct belanghebbenden en een meer complexe ruimtelijke inpassing. Het wordt een uitdaging om voldoende woningen te bouwen in de lagere prijssegmenten, draagvlak te creëren onder omwonenden en de ruimtelijke kwaliteit hoog te houden. Naast nieuwbouw wordt ook gewerkt aan de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Samen met de partners in het woondomein staat de gemeente voor een aantal grote maatschappelijke opgaven. Op het gebied van duurzaamheid wordt onder andere gestreefd naar een forse reductie van het energieverbruik, duurzame energie opwekking en ruimte voor klimaatadaptatie. Betaalbaarheid is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Een andere opgave is de voortschrijdende vergrijzing. Om de veiligheid en het comfort van oudere bewoners te borgen, is het noodzakelijk om de toegankelijkheid van bestaande woningen te verbeteren. Ook moeten woningen geschikt worden gemaakt voor zorgen dienstverlening aan huis. Daarbij gaat het niet alleen om individuele woningen maar ook om de woonomgeving en infrastructuur van de wijk.

Samenvattend zijn de belangrijkste opgaven in het woondomein: Nieuwbouw  Uitbreiding van het aanbod goedkope en middeldure woningen  Terugdringen van de wachttijd in de sociale huursector  Her- en deprogrammering in het dure segment  Tijdelijke woonruimte om pieken in de vraag op te vangen  Inbreiding en transformatie Bestaande woningvoorraad  Bevorderen van doorstroming op de woningmarkt  Verduurzaming van de bestaande woningvoorraad  Bestaande woningvoorraad toekomst- en zorgbestendig maken Wijken en buurten  Ontwikkelen van woonzorgzones  Gemixte en inclusieve wijken en buurten

18

bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (ontwerp) NL.IMRO.0243.BP00263-0001 Toetsing De in de woonvisie geformuleerde opgaven werken door in het voorliggende plangebied. Voorliggend initiatief draagt onder meer bij aan inbreiding c.q. transformatie, verduurzaming van de bestaande woningvoorraad en het ontwikkelen van woon(zorg)appartementen. Ten slotte wordt bijgedragen aan de wens zoveel mogelijk te bouwen binnen bestaand stedelijk gebied. Met de voorgenomen sloopnieuwbouwontwikkeling wordt het gebruik van het plangebied geïntensiveerd. Ten slotte wordt voorzien in 78 nieuwbouw sociale huurappartementen, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de verkorting van de wachttijd in de sociale huursector.

4.3

Geldend bestemmingsplan

Op dit moment geldt voor het plangebied het bestemmingsplan 'Stadsweiden - Kruithuis', zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Harderwijk op 9 oktober 2014. Op grond van het vigerende bestemmingsplan gelden voor het plangebied de enkelbestemming 'Maatschappelijk'.

Uitsnede vigerend bestemmingsplan 'Stadsweiden -Kruithuis' ter plaatse van het plangebied (rood omkaderd) (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Maatschappelijk De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen, medische en/of zorggerelateerde detailhandel en dienstverlening, tuinen, erven, terreinen, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, waterlopen, -partijen en -bergingen, speelvoorzieningen, voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen en verkeersvoorzieningen. Er geldt een bouwvlak, welke 100% bebouwd mag worden, waar verschillende maximale bouwhoogtes gelden. Tevens geldt voor een klein deel van de maatschappelijke bestemming de aanduiding 'veiligheidszone - aardgas', waarvoor geldt dat binnen een afstand van 4 meter geen kwetsbare objecten zijn toegestaan.

19

bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (ontwerp) NL.IMRO.0243.BP00263-0001 Waarde - Archeologie 1 Het noordelijk deel van het plangebied heeft de aanduiding 'Waarde - Archeologie 1'. De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Met deze dubbelbestemming onder andere geregeld dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen met een oppervlakte die meer bedraagt dan 50 m2 en waarvan de bodemingrepen dieper rijken dan 30 centimeter onder het maaiveld. Waarde - Archeologie 3 Het zuidelijk deel van het plangebied heeft de aanduiding 'Waarde - Archeologie 3'. De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Met deze dubbelbestemming onder andere geregeld dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen met een oppervlakte die meer bedraagt dan 5.000 m 2 en waarvan de bodemingrepen dieper rijken dan 30 centimeter onder het maaiveld. De beoogde woningbouwontwikkeling binnen het plangebied past niet binnen de gebruiks- en bouwregels van het geldende bestemmingsplan. Daarmee is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk.

Het voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

20

bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (ontwerp) NL.IMRO.0243.BP00263-0001

Hoofdstuk 5 Onderzoek 5.1

Algemeen

Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van het verrichte onderzoek naar relevante feiten en af te wegen belangen (artikel 3.2. Algemene wet bestuursrecht). Per onderzoeksaspect wordt een beschrijving gegeven van de situatie ter plaatse.

5.2

Cultuurhistorie en archeologie

5.2.1 Cultuurhistorie Op grond van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Toetsing Er bevinden zich geen historische structuren of wegen binnen het plangebied. Ook zijn er in het plangebied geen Rijks- en/of gemeentelijke beschermde monumenten of anderszins karakteristieke panden aanwezig. Wel ligt het plangebied in de nabijheid van het beschermd stadsgezicht van de binnenstad van Harderwijk. Er dient gemotiveerd te worden dat de voorgenomen ontwikkeling geen afbreuk doet aan de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht. De bebouwing binnen het plangebied voegt zich qua maat en schaal naar de huidige bebouwing binnen het plangebied. Er bestaat in de huidige situatie een maximale bouwhoogte van 20 meter. Het voorgenomen plan kent een maximale bouwhoogte van 21 meter aan de zijde van het water. Dit is niet van invloed op de cultuurhistorische waarde van het beschermd stadsgezicht van de binnenstad van Harderwijk. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

5.2.2 Archeologie Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Toetsing Volgens het vigerende bestemmingsplan gelden voor het plangebied de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1' en Waarde - Archeologie 3'. Hieruit volgt dat bij ingrepen groter dan respectievelijk 50 en 5.000 m2 en dieper dan 0,3 meter rapport overlegt dient te worden waarin de archeologische waarden die (mogelijk) worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in ingrepen die deze grenzen overschrijdt. Derhalve is een archeologisch onderzoek2 uitgevoerd.

21

bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (ontwerp) NL.IMRO.0243.BP00263-0001 Uit dit onderzoek volgt dat het plangebied verstoord is tot dieptes tussen de 30 en 145 centimeter onder maaiveld. Op het dekzand is bewoning mogelijk in het Laat-Paleolithicum. Deze bewoning vindt met name plaats op dekzandruggen. Echter heeft het plangebied vóór de vorming van de eerdlaag vermoedelijk een natte, relatief lage ligging. De kans dat resten gerelateerd aan landbouw samenlevingen aanwezig zijn wordt als laag ingeschat. Naar verwachting worden bij de voorgenomen ontwikkeling geen archeologische waarden verstoord. Het plangebied kan worden vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkeling. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

5.3

Ecologie

Regelgeving Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de aanwezige natuurwaarden in en om het besluitgebied. Vanaf 1 januari 2017 geldt hiervoor de Wet natuurbescherming. Deze wet beschermt bepaalde plant- en diersoorten, natuurgebieden en bossen. Voordat ontwikkelingen mogen plaatsvinden, moet worden aangetoond dat in het kader van de huidige natuurwet- en regelgeving van een negatief effect geen sprake is, dan wel dat daarvoor respectievelijk een vergunning of ontheffing kan worden verkregen. Toetsing SAB heeft met een quick scan natuur3 onderzocht of er beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aan- of afwezig zijn in het plangebied. Naast beschermde natuurwaarden in het plangebied is ook nagegaan of de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, mogelijk negatieve effecten kan hebben op beschermde natuur buiten het plangebied. Navolgend worden kort de conclusies van de quick scan uiteengezet. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet in een gebied dat in het kader van de Wet natuurbescherming is aangewezen. Echter, het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Veluwerandmeren) ligt op maar circa 10 meter afstand. Met de geplande ruimtelijke ontwikkeling is een toename in stikstofuitstoot in het plangebied mogelijk. Zo kan bij eventuele sloop en nieuwbouw door de aanwezige machines stikstof worden uitgestoten.

Daarnaast kan de verkeersaantrekkende werking door de plannen toenemen. Tevens zijn andere verstoringen als gevolg van de ontwikkeling niet op voorhand uit te sluiten. Bij de mogelijke bouw- en sloopwerkzaamheden kunnen bijvoorbeeld grote hoeveelheden geluid en licht geproduceerd worden. Dit kan verstoringen veroorzaken in het naastgelegen Natura 2000-gebied. Om eventuele negatieve effecten op nabijgelegen Natura 2000-gebied inzichtelijk te maken is door SAB een Voortoets4 uitgevoerd. Bij deze voortoets zijn de effecten van de ontwikkeling beoordeeld, op zichzelf en in cumulatie met andere plannen dan wel projecten. Daarbij zijn mogelijke effecten bepaald op de instandhoudingsdoelstellingen, waarbij is gelet op de kwaliteit van natuurlijke habitats en habitats van soorten van binnen de invloedssfeer van het besluitgebied gelegen Natura 2000gebieden. Uit de beoordeling blijkt dat significant negatieve effecten van het plan op voorhand zijn uitgesloten. Omdat significant negatieve effecten zijn uitgesloten, is nadere toetsing van het plan in de vorm van een passende beoordeling niet noodzakelijk. Uit de toetsing blijkt ook, dat in de projectfase van het plan geen significant verstorend effect op doelsoorten te verwachten is of negatieve effecten te verwachten zijn op de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten.

22

bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (ontwerp) NL.IMRO.0243.BP00263-0001 Soortenbescherming In en rondom het plangebied kunnen in het wild levende planten en dieren aanwezig zijn. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving. Daarnaast kunnen in en in de directe omgeving van het plangebied vogels broeden. Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield. Naast soorten waarvan het nest alleen in de broedtijd beschermd is, zijn mogelijk ook soorten aanwezig waarvan het nest jaarrond is beschermd. Dit betreft de soorten huismus en gierzwaluw. Beide soorten zijn vogelrichtlijnsoorten, waarvoor verboden van artikel 3.2 van de Wet natuurbescherming gelden. Uit het uitgevoerde veldbezoek is al duidelijk geworden dat daadwerkelijk nesten van de huismus aanwezig zijn in de bebouwing. Met de geplande werkzaamheden gaan de nesten van de huismus en de mogelijke nesten van gierzwaluw waarschijnlijk verloren. Ook is de kans aanwezig op het verwonden of doden van vogels. In beide gevallen is sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming.

Verder is duidelijk geworden, door het uitgevoerde onderzoek, dat enkele essentiële elementen, van soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt, niet op voorhand kunnen worden uitgesloten in het plangebied. Het betreft verblijfplaatsen en vliegroutes van vleermuizen. Om uitsluitsel te krijgen over de aan- of afwezigheid van de precieze locaties van de nesten, verblijfplaatsen en vliegroutes van deze soorten is nader onderzoek uitgevoerd 5 door SAB. Uit het aanvullend onderzoek volgt dat in alle gebouwen binnen het plangebied verblijfplaatsen zijn aangetroffen. Het betreft 24 nestplaatsen van huismussen, één nestplaats van een gierzwaluw 7 verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen en 7 verblijfplaatsen van ruige dwergvleermuizen. Tevens is sprake van essentieel foerageergebied van de huismus, de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis. Het uitvoeren van ruimtelijke ingrepen waarbij beschermde soorten (zoals de gierzwaluw, huismus, ruige dwergvleermuis en gewone dwergvleermuis) worden verstoord is wettelijk gezien mogelijk als men in het bezit is van een ontheffing Wet natuurbescherming. Een dergelijke ontheffing is inmiddels verleend door de provincie Gelderland.

Deze ontheffing is verleend, doordat aangetoond is dat voldoende mitigerende maatregelen worden getroffen om zoveel mogelijk schade aan de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gierzwaluw en huismus te voorkomen. Daarnaast dient te allen tijde rekening gehouden te worden met alle broedende vogels en de zorgplicht. Beschermde houtopstanden Bij deze ruimtelijke ontwikkeling wordt geen houtopstand geveld waarop de regels van de Wet natuurbescherming van toepassing zijn. De bescherming van houtopstanden vormt dan ook geen beperking voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Stikstof In het kader van de Wet Natuurbescherming is de stikstofuitstoot door de beoogde ontwikkeling inzichtelijk gemaakt middels een onderzoek stikstofdepositie6 voor de aanleg- en gebruiksfase. Aanlegfase Met de gehanteerde parameters blijkt dat uit de uitgevoerde berekeningen van de aanlegfase er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol stikstof/ha/j op de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000-gebieden. Er zijn daardoor geen nadelige milieueffecten te verwachten op de omliggende Natura 2000-gebieden. Gebruiksfase Met de gehanteerde parameters blijkt dat uit de uitgevoerde berekeningen van de gebruiksfase er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol stikstof/ha/j op de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000-gebieden.

Er zijn daardoor geen nadelige milieueffecten te verwachten op de omliggende Natura 2000-gebieden.

23

bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (ontwerp) NL.IMRO.0243.BP00263-0001 Geconcludeerd wordt dat in het kader van de stikstofdepositie significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten. Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Ten aanzien van de soortenbescherming is een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming verleend door de provincie Gelderland.

5.4

Watertoets

5.4.1 Regelgeving Rijksbeleid - Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 is op 18 maart 2022 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2022-2027, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. In het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 wordt allereerst de nationale belangen opgesomd:  waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit);  waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater;  waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem;  in stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit;  realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening die in 2050 CO2arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur;  Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit;  Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. Deze nationale belangen worden aangevuld met drie hoofdambities: 1.

Een veilige en klimaatbestendige delta: Naast bescherming tegen overstromingen is de ambitie dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht is. In het Deltaprogramma is afgesproken dat overheden stresstesten uitvoeren om de risico's in kaart te brengen en een adaptatiestrategie met een uitvoeringsprogramma opstellen. 2. Een concurrerende, duurzame en circulaire delta: een goede zoetwatervoorziening is van groot belang voor de economie. Nederland moet in 2050 weerbaar zijn tegen zoetwatertekorten. Daarom werkt het Rijk in de planperiode van het NWP samen met de zoetwaterregio's en de gebruikers aan maatregelen om ervoor te zorgen dat Nederland ook in droge perioden over voldoende zoetwater beschikt voor bijvoorbeeld landbouw, natuur, historisch groen, industrie en scheepvaart. 3. Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur: Het Rijk werkt aan schoon en ecologisch gezond (grond)water voor duurzaam gebruik en een leefomgeving van hoge kwaliteit. In de planperiode van het NWP wordt gewerkt aan structurele vermindering van lozingen en verspreiding van opkomende stoffen, onder andere via het Actieprogramma PFAS in water. Het beleid voor grondwaterkwaliteit is erop gericht verontreiniging van bodem en grondwater zo veel mogelijk te voorkomen.

De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving, zoals de energietransitie, de woningbouw, herstel natuur en de landbouwtransitie is noodzakelijk.

24

bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (ontwerp) NL.IMRO.0243.BP00263-0001 Daarnaast hebben de vijf volgende thema's een centrale rol in dit waterprogramma:  Klimaatadaptatie;  Waterveiligheid;  Zoetwater;  Grondwater;  Scheepvaart. Een integrale aanpak van samenhangende nationale en regionale opgaven vereist een gebiedsgerichte aanpak. Daarom zijn voor de rijkswateren in dit Nationaal Waterprogramma gebiedsgerichte uitwerkingen opgenomen. Het gaat om de Noordzee, de Zuidwestelijke Delta, de RijnMaasmonding, de grote rivieren, het IJsselmeergebied, de Waddenzee en Eems-Dollard en de Kanalen in het beheer van het Rijk. Deze zijn verbonden met de diverse gebiedsgerichte programma's en uitwerkingen onder het Nationaal Waterprogramma, zoals de Gebiedsagenda's Grote Wateren. Voor de overige wateren van Nederland wordt in andere programma's de gebiedsgerichte uitwerking van het waterbeleid meegenomen. In de eerste plaats in de Omgevingsagenda's onder de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In het coalitieakkoord van eind 2021 is aangegeven dat de komende jaren structureel meer budget wordt uitgetrokken voor instandhouding van wegen, spoor, hoofdwatersysteem en vaarwegen. Het structureel extra budget loopt op via een geleidelijk ingroeimodel. De budgettaire kaders voor instandhouding zijn daarmee verruimd.

Voor het Hoofdwatersysteem en het Hoofdvaarwegennet zal IenW binnen deze budgettaire kaders nog aanvullende keuzes moeten maken om de instandhoudingsopgaven op termijn beheersbaar te houden. Provinciaal beleid - Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De hoofdzaken van het provinciaal beleid voor water zijn gericht op een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem. Dit systeem bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater en is duurzaam als het ook in de toekomst kan blijven functioneren en in stand kan worden gehouden tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. De provincie onderschrijft de ambitie van de Europese Kaderrichtlijn Water dat uiterlijk in 2027 het grond- en oppervlaktewater in Europa schoon en ecologisch gezond moet zijn en dat er voldoende water is voor duurzaam gebruik en voert deze uit. De beschermde gebieden voor grondwater, waterberging, de Kaderrichtlijn Water en Natura 2000 zijn leidend bij de uitwerking van dit beleid in programma's of in kaders in de verordening.

Er worden condities gesteld voor effectief en zuinig gebruik van drinkwater, speciale waterecologie (Hoogst Ecologisch Niveau wateren en Specifiek Ecologische Doelstelling wateren), (grond)waterafhankelijke landnatuur plus de beschermingszones natte landnatuur en grondwateronttrekkingen voor drinkwater en industrie, groter dan 150.000 m3/jaar. De provincie stelt via uitvoerend beleid de doelen voor de regionale wateren voor de Kaderrichtlijn Water vast en geeft daarbij ook invulling aan de voorzieningenniveaus. Met de Gelderse waterschappen en de landbouw geeft de provincie invulling aan het vasthouden van water in de bodem, het grondwater en de haarvaten van het watersysteem. Bescherming tegen overstromingen vindt primair plaats op basis van preventie, waar nodig aangevuld met maatregelen in de ruimtelijke ordening en evacuatie. Deze bescherming gebeurt bij voorkeur in combinatie met het ontwikkelen en versterken van karakteristieke riviernatuur in Natura 2000-gebieden.

25

bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (ontwerp) NL.IMRO.0243.BP00263-0001 Provinciaal beleid - Regionaal Waterprogramma Gelderland 2021-2027 Het Regionaal Waterprogramma (RWP) 2021 – 2027 Provincie Gelderland is op 26 februari 2019 vastgesteld. In het Provinciaal Waterprogramma 2021-2027 zijn de opgaven van de Europese Kaderrichtlijn Water, het Nationaal Bestuursakkoord Water en het Nationaal Waterplan vertaald naar strategische doelstellingen voor Gelderland. Het Waterplan is onderverdeeld in drie deelprogramma’s: 1. Waterveiligheid: het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit het primaire en het regionale watersysteem. 2. Waterkwaliteit: Dit programma draait om het tegengaan van verontreinigingen en kwaliteit van zowel oppervlaktewater als grondwater. De drinkwatervoorzieningen worden ook beschermd. 3. Klimaatadaptatie: de verspilling moet worden aangepakt. De provincie wil een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=5e399661-d686-4bce-b9ff-3ba58080e94a