CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Was-wordt lijst Harderwijk.pdf

Raadsvergadering 27 mei 2021, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Verordening Sociaal Domein15.341 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

a. voor een auto € 0,19 per kilometer tot een maximum van 2.000 kilometer per jaar; b. voor een rolstoelbus € 0,32 per kilometer tot een maximum van 2.000 kilometer per jaar; c. voor een taxi € 0,50 per kilometer tot een maximum van 2.000 kilometer per jaar; d. voor een rolstoeltaxi € 0,84 per kilometer tot een maximum van 2.000 kilometer per jaar. 18. Het pgb voor een autoaanpassing wordt vastgesteld op basis van een offerte waarbij de goedkoopst passende voorziening in acht wordt genomen of tot een maximum van € 2.500,-. Dit pgb wordt niet vaker dan eens per zeven jaar verstrekt. 19. Het pgb voor sportvoorzieningen en hulpmiddelen bedraagt voor de aanschaf en (eventueel) onderhoud maximaal € 2.500,-. Dit pgb wordt niet vaker dan eens per drie jaar verstrekt. Toelichting: De kwaliteitseisen aan en de hoogte van persoonsgebonden budgetten (zgn. Essentialia) moeten in de verordening staan. Alle pgb regelgeving daarover is vanuit de nadere regels daarom hier bijeengebracht. Geactualiseerd is het percentage om de hoogte vast te stellen van het pgb voor dienstverleners uit het sociaal netwerk. Verder zijn de specifieke tarieven voor gebruik eigen vervoer geactualiseerd. Uitgangspunt daarvoor is het km tarief dat de Belastingdienst hanteert voor belasting- en premievrije kilometervergoeding voor werknemers. Artikel 14 Controle

Artikel 3.24 Onderzoek naar kwaliteit en recht- en doelmatigheid maatwerkvoorzieningen en pgb’s

1. Het college of de hiervoor in artikel 2 lid 3 bedoelde instantie onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, of de verstrekte voorzieningen worden gebruikt of besteed ten behoeve van het doel waarvoor ze verstrekt zijn. 2. Het college kan in het Besluit nadere regels stellen met betrekking tot de controle op de besteding.

Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan.

Artikel 15 Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen

Artikel 3.16 Maatwerkvoorziening

1. Een inwoner is een bijdrage in de kosten verschuldigd:

1. Een belanghebbende is een bijdrage in de

en algemene voorzieningen

a. voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning, en, b. voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, overeenkomstig het Besluit, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de inwoner en zijn echtgenoot. 2. Het college legt in het op deze verordening berustende Besluit nadere regels vast: a. voor welke algemene voorzieningen, niet zijnde cliëntondersteuning, de inwoner een bijdrage is verschuldigd; b. wat per soort algemene voorziening de hoogte van deze bijdrage is; en c. dat de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 3. Het college bepaalt bij nadere regeling: a. op welke wijze de kostprijs van een maatwerkvoorziening en pgb wordt bepaald, en b. door welke andere instantie dan het CAK in de gevallen bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid van de wet, de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb worden vastgesteld en geïnd.

kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel een pgb, zolang deze van de maatwerkvoorziening of pgb gebruikmaakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2. De bijdrage in de kosten wordt in alle gevallen bepaald op de maxima die de Wmo 2015 en het Uitvoeringsbesluit stellen, tenzij in deze paragraaf anders wordt bepaald. 3. Een bijdrage in de kosten is niet verschuldigd: a. als de maatwerkvoorziening gerealiseerd wordt in een woongebouw waarvan de woning van de belanghebbende onderdeel uitmaakt, en voor zover de voorziening betrekking heeft op het toe- en/of doorgankelijk maken van het woongebouw; b. voor de maatwerkvoorzieningen waakvlam begeleiding en groepsbegeleiding arbeidsmatig; c. voor de pgb’s, zoals genoemd in artikel 3.14 leden 11 tot en met 18; d. voor woningaanpassing ten behoeve van minderjarigen. 4. De belanghebbende is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor het gebruik van collectief vervoer. De eigen bijdrage in de kosten is maximaal de kosten die de belanghebbende gemaakt zou hebben in het openbaar vervoer. De bijdrage per rit bestaat uit een opstaptarief en een kilometertarief voor de reisafstand tot 25 km. 5. De bijdrage in de kosten voor opvang wordt vastgesteld en geïnd door het Centraal administratiekantoor (CAK).

Toelichting: In artikel 3.16 is de wettelijke eigen bijdrageregeling (het zgn. abonnementstarief) opgenomen. Soms is een bijdrage in de kosten niet verschuldigd, deze

uitzonderingen staan in artikel 3.16 lid 3. Artikel 16 Bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen

Artikel 3.17 Algemene voorzieningen

Een cliënt is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van collectief vervoer volgens een door het college vast te stellen opstaptarief alsmede een bedrag per kilometer voor een reisafstand tot maximaal 25 km en voor verder weg gelegen ‘puntbestemmingen’ plus een bedrag voor reisafstanden tussen 25 en 40 km.

1. De belanghebbende is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor het gebruik van de algemene voorziening was- en strijkservice. 2. De hoogte van de bijdrage in de kosten is gelijk aan de desbetreffende bedragen uit de vigerende Nibud-normen.

Toelichting: de bijdrage in de kosten voor een algemene voorziening moet in de verordening geregeld worden. Dit is in artikel 3.17 gedaan. Artikel 16a Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en pgb’s

Vervallen

1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot. 2. De bijdrage in de kosten voor een voorziening in de vorm van een pgb is verschuldigd tot het als pgb verstrekte bedrag; 3. De bijdrage, dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 een lagere bijdrage is verschuldigd. 4. Voor alle categorieën personen, genoemd in artikel 3.8, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 wordt de bijdrage, vastgesteld overeenkomstig paragraaf 2 of 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 5. In afwijking van het bepaalde in lid 4 geldt geen eigen bijdrage voor

Vervallen

dagbesteding/Begeleiding Groep. 6. In afwijking van het bepaalde in lid 4 stelt het college voor 1 januari van het volgende kalenderjaar vast dat:- het bedrag als bedoeld in artikel 1 lid 1 onder a respectievelijk artikel 1 lid 1 onder c van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 eerste zin lager wordt vastgesteld- de eigen bijdrage per vier weken niet meer bedraagt dan het uurtarief Hulp bij Huishouden maal het aantal daadwerkelijk geleverde uren Begeleiding individueel en/of Hulp bij Huishouden categorie twee of drie. Artikel 16a Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en pgb’s

Artikel 3.18 Kostprijs

7. De kostprijs van een: a. maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; b. pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 8. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het Centraal administratie kantoor (CAK) vastgesteld en geïnd. 9. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.

De kostprijs van een: a. maatwerkvoorziening is gelijk aan het bedrag dat de maatwerkvoorziening het college kost; b. pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.

Toelichting: de bijdrage in de kosten gaat tot maximaal de kostprijs van een maatwerkvoorziening. De kostprijs moet in de verordening geregeld worden. Dit is in artikel 3.18 gedaan.

Artikel 17 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning

Artikel 3.19 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning

1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, door: b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg;

1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, door: b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg en ondersteuning;

Artikel 17 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning

Artikel 3.19 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning

2. De eisen als bedoeld in het eerste lid zijn in ieder geval zodanig dat:

2. De eisen als bedoeld in het eerste lid zijn in ieder geval zodanig dat: f. de rechtspersoon en/of de natuurlijke persoon, die de ondersteuning verleent, beschikt over een volledig geïntegreerd kwaliteitssysteem, welke voldoet aan de landelijk eisen, blijkend uit een ISO-certificering of een daarmee vergelijkbaar kwaliteitssysteem; g. de rechtspersoon en/of de natuurlijke persoon, die de ondersteuning verleent, beschikt over een vastgestelde klachtenregeling; h. de rechtspersoon en/of de natuurlijke persoon, die de ondersteuning verleent, de medezeggenschap van cliënten heeft georganiseerd, zoals beschreven in de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen; n. de rechtspersoon en/of de natuurlijke persoon, die de ondersteuning verleent, werkt met inachtneming van protocollen en richtlijnen opgesteld door de eigen beroepsgroep.

Toelichting: In dit artikel zijn alle kwaliteitseisen die we stellen aan zorgaanbieders (rechtspersonen en hun personeel) samengebracht. Dit zijn eisen die al in de verordening opgenomen waren aangevuld met eisen die in nadere regels staan. Artikel 20 Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van

Artikel 3.25 Terugbetaling woningaanpassing bij verkoop

7. De eigenaar-bewoner, die krachtens deze verordening een woonvoorziening heeft ontvangen die leidt tot waardestijging van de woning, dient bij verkoop van deze woning

Wanneer een woning binnen 10 jaar na gereedmelding van de woningaanpassing wordt verkocht, is de eigenaar van de woning gehouden om het college hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen. De kosten van de

de Wmo 2015.

binnen een periode van 10 jaar na gereedmelding van de voorziening, deze verkoop van de woning onverwijld aan het college te melden. De meerwaarde van de woning, ten gevolge van de getroffen voorziening moet volgens het in het Besluit maatschappelijke ondersteuning door het college vastgestelde afschrijvingsschema worden terugbetaald onder aftrek van de betaalde eigen bijdrage.

aangebrachte aanpassingen en/of woonvoorzieningen dienen te worden terugbetaald volgens onderstaand afschrijvingsschema, tenzij de verkoop van de woning redelijkerwijs niet te voorkomen was: a. voor het eerste jaar 100% van de kosten; b. voor het tweede jaar 90% van de kosten; c. voor het derde jaar 80% van de kosten; d. voor het vierde jaar 70% van de kosten; e. voor het vijfde jaar 60% van de kosten; f. voor het zesde jaar 50% van de kosten; g. voor het zevende jaar 40% van de kosten; h. voor het achtste jaar 30% van de kosten; i. voor het negende jaar 20% van de kosten; j. voor het tiende jaar 10% van de kosten.

Toelichting: Hier is gekozen voor een praktischere terugbetalingsregeling. De gemeentelijke kosten (investering) aan woonvoorzieningen en/of aanpassingen vormen de basis. Artikel 23 Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen

Artikel 3.27 Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen

Het college kan bij nadere regeling bepalen dat aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen, die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben, een tegemoetkoming wordt verstrekt ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie.

Het college kan bij nadere regels ter uitwerking van het bepaalde in art. 2.1.7 Wmo 2015 bepalen aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen, die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben, een tegemoetkoming te verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie.

Hoofdstuk 4 Integrale verordening - Jeugdwet Artikel oude verordening Artikel 1 begripsbepalingen

Artikel integrale verordening Vervallen

Was d. budgethouder: degene die bevoegd is het persoonsgebonden budget te beheren dat wordt aangewend voor de bekostiging van de individuele voorziening voor de jeugdige of zijn ouders;

Wordt Vervallen

Toelichting: Dit begrip kan komen te vervallen omdat er geen budgethouder anders dan de ouders van cliënt mogelijk is. -

Artikel 4.1 Begripsbepalingen

-

d. budgetplan: het verplicht door of namens de belanghebbende in te dienen plan dat de voorgenomen besteding van een aan te vragen persoonsgebonden budget beschrijft;

Toelichting: Door dit begrip toe te voegen wordt omschreven wat de gemeenten onder budgetplan verstaan. Artikel 1 begripsbepalingen

Artikel 4.1 Begripsbepalingen

g. ondersteuningsplan: Plan waarin de doelen en gewenste resultaten staan beschreven. Dit plan kan als leidraad dienen voor de in te zetten ondersteuning. Bij de verstrekkingsvorm pgb is dit plan verplicht om in te vullen door de budgethouder;

g. ondersteuningsplan: plan waarin de doelen en gewenste resultaten staan beschreven en dat als leidraad kan dienen voor de in te zetten ondersteuning;

Toelichting: De laatste zin in de oorspronkelijke alinea is komen te vervallen omdat dit ook een onderdeel is van de pgb aanvraag. Artikel 1 begripsbepalingen

Vervallen

h. ouder: gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder, als bedoeld in artikel 1.1. van de wet;

Toelichting: Deze begripsbepaling komt te vervallen omdat het begrip in de jeugdwet als is toegelicht.

Vervallen

Artikel 1 begripsbepalingen

Artikel 4.1 Begripsbepalingen

i. persoonsgebondenbudget (pgb): het persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of ouder, dat hem in staat stelt de jeugdhulp die tot de maatwerkvoorziening behoort van derden te betrekken;

h. pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 Jeugdwet;

Toelichting: In deze begripsbepaling kan de laatste toelichting komen te vervallen omdat de jeugdwet het begrip toelicht. Artikel 1 begripsbepalingen

Vervallen

k. Veilig Thuis: het regionale advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling als bedoeld in artikel 1.1 van de wet;

Vervallen

Toelichting: Deze begripsbepaling kan komen te vervallen en is opgenomen in de wet. Bij de transitie van jeugdhulp naar de gemeenten in 2015 was Veilig Thuis een nieuwe naam voor het eerdere AMK. Op dit moment is Veilig Thuis en bekend onderdeel binnen het jeugdhulplandschap. -

Artikel 4.1 Begripsbepalingen

-

j. toegangsteam: de beoordelende medewerker of medewerkers van onderscheidenlijk het Centrum voor Jeugd en Gezin in de gemeenten Ermelo en Harderwijk enerzijds en het met de uitvoering van de Jeugdwet belaste onderdeel van Meerinzicht voor de gemeente Zeewolde anderzijds.

Toelichting: Dit begrip is toegevoegd aan de integrale verordening om de inwoner te informeren over wat onder het toegangsteam wordt verstaan. Artikel 1 begripsbepalingen

Vervallen

i. wet: jeugdwet

Vervallen

Toelichting: in de titel van hoofdstuk 4 is opgenomen dat dit gedeelte van de verordening de jeugdwet betreft. Artikel 3. Beschikbare algemene voorzieningen

Vervallen

2. Het college kan nadere regels vaststellen over welke algemene voorzieningen op basis van het eerste lid beschikbaar zijn.

Vervallen

Toelichting: Nadere regels vast stellen door college zijn op zeer beperkt aantal onderdelen toegestaan. Rechtspraak geeft aan dat regelstelling bijna zonder uitzondering op niveau van gemeenteraad mag plaatsvinden. Reeds bestaande nadere regels zijn om deze reden opgenomen in de verordening. Het college behoudt het recht om nadere regels vast te stellen waar nodig en dit recht komt in verschillende paragrafen van de integrale verordening terug. Artikel 4. Beschikbare maatwerkvoorzieningen

Artikel 4.4 Beschikbare maatwerkvoorzieningen

1. De volgende niet-limitatieve lijst aan maatwerkvoorzieningen zijn beschikbaar:

De volgende niet-limitatief opgesomde maatwerkvoorzieningen zijn in de vorm van een naturavoorziening beschikbaar:

Toelichting: specifiek ‘ naturavoorziening’ is toegevoegd. PGB wordt in hoofdstuk in deze integrale verordening nader genoemd. Artikel 4. Beschikbare maatwerkvoorzieningen

Vervallen

2. Het college kan nadere regels vaststellen over welke maatwerkvoorzieningen op basis van het eerste lid beschikbaar zijn;

Vervallen

Toelichting: Nadere regels vast stellen door college zijn op zeer beperkt aantal onderdelen toegestaan. Rechtspraak geeft aan dat regelstelling bijna zonder uitzondering op niveau van gemeenteraad mag plaatsvinden. Reeds bestaande nadere regels zijn om deze reden opgenomen in de verordening. Het college behoudt het recht om nadere regels vast te stellen waar nodig en dit recht komt in verschillende paragrafen van de integrale verordening terug. Artikel 5. Aanvraag

Artikel 4.5 Aanvraag

1. Een aanvraag voor een maatwerkvoorziening kan door of namens een jeugdige of ouder schriftelijk worden ingediend bij het college, of de daartoe gemandateerde organisatie;

1. Een aanvraag voor een maatwerkvoorziening kan door of namens een jeugdige of ouder schriftelijk worden ingediend bij het college;

Toelichting: De toevoeging ‘of de daartoe gemandateerde organisatie’ is in de integrale verordening weggelaten omdat het een dubbeling is. De bevoegdheid ligt bij het college. Artikel 5. Aanvraag

Artikel 4.5 Aanvraag

3. Indien jeugdhulp wordt ingezet na verwijzing als bedoeld in artikel 6 lid 4 of in het kader van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering, kan door of namens de jeugdige of zijn ouders een aanvraag voor een pgb worden ingediend als het natura-aanbod niet passend wordt geacht. Bij die aanvraag, in de vorm van een ondersteuningsplan, moet in ieder geval worden aangegeven: a. wat de voorgenomen uitvoering van de maatwerkvoorziening is, inclusief uitvoerder en kosten;

3. Indien jeugdhulp wordt ingezet na verwijzing als bedoeld in artikel 4.7 lid 3 of in het kader van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering is het bepaalde in het vorige lid van overeenkomstige toepassing.

b. wat de kwalificaties van de uitvoerder zijn, en; c. waarom het aanbod van de door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder niet passend is naar het oordeel van de jeugdige of zijn ouders. Toelichting: Dit artikel is binnen de integrale verordening niet aanwezig. Voor een jeugdbeschermingsmaatregelen en/of jeugdreclassering kan geen PGB worden aangevraagd. Artikel 5. Aanvraag

Artikel 4.5 Aanvraag

8. Degenen die een aanvraag indienen voor een maatwerkvoorziening, verstrekken het college of de daartoe gemandateerde organisatie in ieder geval een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.

8. Degenen die een aanvraag indienen voor een maatwerkvoorziening, verstrekt het college in ieder geval een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.

Toelichting: De toevoeging ‘of de daartoe gemandateerde organisatie’ is in de integrale verordening weggelaten omdat het een dubbeling is. De bevoegdheid ligt bij het college Artikel 5. Aanvraag

Vervallen

9. Als de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige of ouder voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt, kan het college hier slechts een voorziening voor verstrekken: a. als op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet, en; b. voor zover het college de noodzaak, adequaatheid en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen.

Vervallen

Toelichting: In de integrale verordening is dit artikel opgenomen in 4.6 voor PGB. In de praktijk wordt de zorg in sommige gevallen met terugwerkende kracht aangevraagd door jeugdigen/ouders. De zorg is op dat moment al geleverd aan en betaald door de jeugdigen/ouders. De gemeente kan niet met terugwerkende kracht bepalen of de zorg op dat moment passend/noodzakelijk was. In de contracten met zorgaanbieders is opgenomen dat zorg met terugwerkende kracht niet wordt vergoed. Zorgaanbieders kunnen alleen declareren op grond van een rechtmatig verstrekte toekenningsbeschikking. Voorstel is om dit door te trekken naar de vraag van de jeugdigen/ouders. Er kunnen uitzonderingen worden gemaakt als de situatie daarom vraagt door de hardheidsclausule die is opgenomen onder hoofdstuk 5, artikel 5.1. van de integrale verordening. Artikel 5. Aanvraag

Vervallen

10. Het college kan nadere regels vaststellen

Vervallen

met betrekking tot de procedure voor de aanvraag van een maatwerkvoorziening. Toelichting: Nadere regels vast stellen door college zijn op zeer beperkt aantal onderdelen toegestaan. Rechtspraak geeft aan dat regelstelling bijna zonder uitzondering op niveau van gemeenteraad mag plaatsvinden. Reeds bestaande nadere regels zijn om deze reden opgenomen in de verordening. Het college behoudt het recht om nadere regels vast te stellen waar nodig en dit recht komt in verschillende paragrafen van de integrale verordening terug. Artikel 8. Onderzoek

Artikel 4.6 Onderzoek

4. Het college, of de daartoe gemandateerde organisatie kan informatie inwinnen bij andere instanties, zoals de huisarts of het onderwijs, en met deze in gesprek gaan over de meest aangewezen hulp

4. Het college kan, met toestemming van de jeugdige en/of ouders, informatie inwinnen bij andere instanties, zoals de huisarts of het onderwijs, en hiermee in gesprek gaan over de meest aangewezen jeugdhulp.

Toelichting: De toevoeging ‘of de daartoe gemandateerde organisatie’ is in de integrale verordening weggelaten omdat het een dubbeling is. De bevoegdheid ligt bij het college. Artikel 6. Toegang en besluit

Vervallen

1. Het college, of de daartoe gemandateerde organisatie, legt de beslissing omtrent het al dan niet verlenen van een maatwerkvoorziening vast in een beschikking, in ieder geval als de jeugdige of zijn ouders hierom verzoeken in het geval het college afwijkt van het oordeel van de genoemde jeugdhulpaanbieder bij een afwijzing als een PGB wordt verstrekt.

Vervallen

Toelichting: De toevoeging ‘of de daartoe gemandateerde organisatie’ is in de integrale verordening weggelaten omdat het een dubbeling is. De bevoegdheid ligt bij het college. Artikel 7. Inhoud beschikking

Artikel 4.8 Inhoud beschikking

d. of de voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt, en indien van toepassing;

d. bij duurvoorzieningen, wat de ingangsdatum en de beoogde duur zijn van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld

Toelichting: Extra toevoeging om ingangsdatum en duur erbij te vermelden zoals in de beschikking wordt opgenomen. -

Artikel 4.8 Inhoud beschikking

-

f. de voorwaarden voor uitbetaling van het pgb en de wijze van uitbetaling van het pgb en h. welke rechtsmiddelen tegen de beschikking

kunnen worden aangewend. Toelichting: Stond in de nadere regels en is nu opgenomen in de integrale verordening. Artikel 9. Criteria maatwerkvoorzieningen

Vervallen

2. Het college kan nadere regels stellen ter verdere uitwerking van de algemene criteria, zoals genoemd in het eerste lid, of ter bepaling van specifieke criteria voor bepaalde maatwerkvoorzieningen.

Vervallen

Toelichting: Nadere regels vast stellen door college zijn op zeer beperkt aantal onderdelen toegestaan. Rechtspraak geeft aan dat regelstelling bijna zonder uitzondering op niveau van gemeenteraad mag plaatsvinden. Reeds bestaande nadere regels zijn om deze reden opgenomen in de verordening. Het college behoudt het recht om nadere regels vast te stellen waar nodig en dit recht komt in verschillende paragrafen van de integrale verordening terug. -

Artikel 4.6 Voorwaarden pgb

-

4. Onverminderd het bepaalde in artikel 8.1.1 leden 2 en 4 Jeugdwet verstrekt het college geen pgb, voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte jeugdhulp noodzakelijk was.

Toelichting: In de contracten met zorgaanbieders is opgenomen dat zorg met terugwerkende kracht niet wordt vergoed. Zorgaanbieders kunnen enkel declareren op grond van een rechtmatig verstrekte toekenningsbeschikking. Voorstel is om dit door te trekken naar de vraag van de jeugdigen/ouders. Er kunnen uitzonderingen worden gemaakt als de situatie daarom vraagt door de hardheidsclausule die is opgenomen onder hoofdstuk 5, artikel 5.1. van de integrale verordening. Artikel 10. Voorwaarden pgb

Artikel 4.6 Voorwaarden pgb

a. De jeugdige dan wel zijn ouders/verzorgers een ondersteuningsplan/familiegroepsplan hebben opgesteld, waarin onder ander benoemd is: 1. Dat individuele jeugdhulp nodig is; 2. Hoe het pgb besteed gaat worden; 3. Welke resultaten behaald gaan worden met het pgb.

2. De jeugdige of ouders kunnen alleen voor een pgb in aanmerking komen, indien zij een volledig ingevuld persoonlijk budgetplan hebben overgelegd.

Toelichting: de drie punten waaraan een ondersteuningsplan moet voldoen zijn weggelaten omdat het ondersteuningsplan vormvrij is. Er voorwaarden zijn waarop je een voorziening gaat verstrekken en dit is opgenomen in de beschikking. Hier opnieuw vermelden is dubbel.

Artikel 10. Voorwaarden pgb

Artikel 4.6 Voorwaarden pgb

2. De jeugdige dan wel ouders/verzorgers worden geacht voldoende in staat te zijn tot een redelijke waardering van zijn belangen, als zij zelfstandig of met behulp van zijn netwerk, danwel curator, bewindvoerder of gemachtigde: a. duidelijk kunnen maken welke problemen worden ervaren en bij welke ondersteuning zij gebaat zouden zijn; b. de taken, die aan het pgb zijn verbonden, op verantwoorde wijze kunnen uitvoeren.

5. De jeugdige of diens ouders worden geacht voldoende in staat te zijn tot een redelijke waardering van zijn belangen als bedoeld in artikel 8.1.1 lid 2 onder a Jeugdwet, als zij zelfstandig of met behulp van zijn netwerk, dan wel curator, bewindvoerder of gemachtigde: a. duidelijk kunnen maken welke problemen worden ervaren en bij welke ondersteuning zij gebaat zouden zijn; b. de taken, die aan het pgb zijn verbonden, op verantwoorde wijze kunnen uitvoeren.

b. De jeugdige dan wel zijn ouders/verzorgers kunnen motiveren dat de door het college gecontracteerde individuele jeugdhulpvoorzieningen niet passend zijn;

Vervallen

Toelichting: Artikelen uit Jeugdwet zijn toegevoegd ter verduidelijking. Artikel 10. Voorwaarden pgb

Vervallen

Toelichting: Keuze voor een pgb mag altijd. Daarom is deze beargumentering weggehaald. Hier kan wel om worden gevraagd maar is niet wettelijk verplicht. Artikel 10. Voorwaarden pgb

Vervallen

c. De jeugdhulp die met het pgb wordt ingekocht volgens het college van voldoende kwaliteit is.

Vervallen

Toelichting: Is opgenomen en geborgd in het artikel 4.23 Kwaliteitscriteria in de integrale verordening. Artikel 10. Voorwaarden pgb

Artikel 4.6 Voorwaarden pgb

3. De budgethouder of gemachtigde budgethouder mag niet tevens de zorgverlener van de jeugdige zijn, tenzij het om de ouder of verzorger van de jeugdige gaat.

6. Indien de taken, bedoeld in artikel 8.1.1 lid 2 onder a Jeugdwet, niet door de budgethouder zelf worden uitgevoerd, dan mag de daarvoor ingeschakelde persoon niet tevens de jeugdhulpverlener van de jeugdige zijn.

Toelichting: In de eerdere verordening was opgenomen dat de budgethouder niet tevens zorgverlener van de jeugdige mocht zijn tenzij het om de ouder of verzorger van de jeugdige zelf ging. Een ouder kon op deze manier zichzelf uitbetalen uit het PGB als begeleider van zijn/haar kind. Voorstel is om dit niet meer op te nemen in de integrale verordening. Dit werd al sporadisch ingezet omdat dit in veel situaties niet wenselijk is gezien onder andere de ouder-kind relatie. Er kunnen uitzonderingen worden gemaakt als de situatie daarom vraagt door de hardheidsclausule die is opgenomen onder hoofdstuk 5, artikel 5.1. van de integrale verordening.

-

Artikel 4.6 Voorwaarden pgb

-

7. Het college kan een pgb weigeren: a. indien aan de jeugdige of zijn ouders in de afgelopen drie jaren, voorafgaand aan de datum van het gesprek, een persoonsgebonden budget is verleend en waarbij door de jeugdige of zijn ouders niet is voldaan aan de voorwaarden van het persoonsgebonden budget; b. voor zover dit is bedoeld voor begeleidingsof administratiekosten in verband met het persoonsgebonden budget .

Toelichting: De voorwaarden gesteld aan een pgb stonden eerder in de nadere regels en zijn nu geïntegreerd in de integrale verordening. Artikel 10. Voorwaarden pgb

Vervallen

4. Jeugdhulp geboden door professionele en specialistische jeugdhulpaanbieders moet om als jeugdhulp van voldoende kwaliteit beoordeeld te worden in ieder geval voldoen aan de eisen die de Jeugdwet aan de aanbieders van jeugdhulp in natura worden gesteld.

Vervallen

Toelichting: Is opgenomen en geborgd in het artikel 4.23 Kwaliteitscriteria in de integrale verordening. -

Artikel 4.6 Voorwaarden pgb

-

e. de persoon uit het sociale netwerk geen handelingen verricht die op grond van de norm van verantwoorde werktoedeling aan een geregistreerde professional zijn voorbehouden; f. de in te zetten jeugdhulp geen ggzbehandeling betreft; g. de persoon uit het sociaal netwerk op basis van opleiding en/of ervaring in staat moet zijn de in de individuele situatie vereiste dienstverlening te realiseren; h. de persoon uit het sociaal netwerk beschikt over een actuele verklaring omtrent het gedrag, tenzij de persoon een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad is.

Toelichting: Er zijn enkele punten toegevoegd aan de voorwaarden die gesteld worden aan de uitkering van een pgb aan een persoon uit het sociaal netwerk. Deze zijn toegevoegd om de kwaliteit van de zorg te garanderen. Artikel 14. Onderscheid formele en informele jeugdhulp

Artikel 4.12 Onderscheid formele en informele jeugdhulp

c. personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-register) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp.

c. personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-register) en/of artikel 5.2.1 Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp, mits deze inschrijving correspondeert met de jeugdhulp in kwestie.

Toelichting: Er is een zin toegevoegd waarbij de inschrijving moet corresponderen met de jeugdhulp die gaat worden verleend. Deze zin is toegevoegd voor de borging van kwaliteit. Artikel 14. Onderscheid formele en informele jeugdhulp

Artikel 4.12 Onderscheid formele en informele jeugdhulp

2. Indien de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder, is altijd sprake van informele hulp.

2. Indien de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad van de budgethouder, is altijd sprake van informele hulp, ongeacht het al dan niet tevens hebben van de hoedanigheid van verlener van professionele jeugdhulp.

Toelichting: Het is in veel situaties niet wenselijk dat de ouder de jeugdhulp verleent, mede vanwege de ouder-kind relatie. Zelfs niet als de ouder zelf professionale jeugdhulpverlener is. Vandaar deze toevoeging. -

Artikel 4.13 De hoogte van het pgb

-

2. De hoogte van het pgb voor formele hulp als bedoeld in het vorige lid wordt in afwijking van het daar bepaalde gemaximeerd op het bedrag dat kan worden afgeleid uit het door de jeugdige en/of zijn ouders ingediende budgetplan, voor zover dit lager zou zijn.

Toelichting: Dit artikel is toegevoegd om te voorkomen dat er een hoger bedrag wordt uitbetaald dan noodzakelijk is. Deze toevoeging is overgenomen uit de nadere regels. -

Artikel 4.13 De hoogte van het pgb

-

4. Het pgb-tarief voor kortdurend verblijf door informele hulp bedraagt € 30,00 per etmaal met een maximum van € 130,00 per kalendermaand.

Toelichting: Om voor ouders/jeugdigen en professionals duidelijkheid te geven over het tarief informele zorg en eenzelfde tarief te hanteren voor alle inwoners wordt geadviseerd een vast tarief informele zorg op te nemen in de integrale verordening. Voorstel is om het vast pgb-tarief voor begeleiding door informele hulp te koppelen aan het

tarief wat hiervoor binnen de Wet langdurige zorg is vastgesteld. Dit was al opgenomen in de nadere regels van de gemeenten Ermelo en Harderwijk. Daarnaast wordt geadviseerd om het pgb tarief voor kortdurend verblijf door informele hulp vast te stellen op € 30 per etmaal met een maximum van € 130 per kalendermaand. Artikel 16. Nadere regels

Vervallen

Artikel 16. Nadere regels Het college dient nadere regels vast te stellen ten aanzien de aan het pgb verbonden voorwaarden en verplichtingen.

Vervallen

Toelichting: Nadere regels vast stellen door college zijn op zeer beperkt aantal onderdelen toegestaan. Rechtspraak geeft aan dat regelstelling bijna zonder uitzondering op niveau van gemeenteraad mag plaatsvinden. Reeds bestaande nadere regels zijn om deze reden opgenomen in de verordening. Het college behoudt het recht om nadere regels vast te stellen waar nodig en dit recht komt in verschillende paragrafen van de integrale verordening terug. Artikel 17. Privacy

Vervallen

1. Het college of de daartoe gemandateerde organisatie verwerkt geen persoonsgegevens van een jeugdige of ouder, tenzij dit voor de uitvoering van de wet noodzakelijk is. 2. Het college legt de afspraken over het verwerken van persoonsgegevens vast in een werkinstructie.

Vervallen

Het college draagt zorg dat het CJG, jeugdhulpaanbieders en de gecertificeerde instellingen financiële belemmeringen voor het slagen van preventie en jeugdhulp vroegtijdig signaleren en waar nodig jeugdigen en hun ouders helpen de juiste ondersteuning vanuit de gemeentelijke voorzieningen – zoals schuldhulpverlening, inkomensvoorzieningen, re-integratievoorzieningen, armoedevoorzieningen – te krijgen om deze belemmeringen weg te nemen.

Het college draagt ervoor zorg dat het toegangsteam, jeugdhulpaanbieders en de gecertificeerde instellingen financiële belemmeringen voor het slagen van preventie en jeugdhulp vroegtijdig signaleren en waar nodig jeugdigen en hun ouders helpen de juiste ondersteuning vanuit de gemeentelijke voorzieningen – zoals schuldhulpverlening, inkomensvoorzieningen, reintegratievoorzieningen, armoedevoorzieningen – te krijgen om deze belemmeringen weg te nemen, voor zover de jeugdige of zijn ouders daaraan hun medewerking wensen te verlenen.

Toelichting: Dit is vastgelegd in de Jeugdwet en AVG. Artikel 26. Voorzieningen werk en inkomen

Artikel 4.22 Voorzieningen werk en inkomen

Toelichting: Toegevoegd dat het college daar enkel zorg voor kan dragen mits de ouders daaraan hun medewerking wensen te verlenen.

-

Artikel 4.23 Kwaliteitscriteria

-

1. De aanbieder houdt zich aan de norm van verantwoorde hulp, waaronder de verplichting om geregistreerde professionals in de zetten. Medewerkers zijn zodanig ervaren en/of gekwalificeerd dat zij jeugdigen en/of hun (pleeg)ouders kunnen begeleiden en ondersteunen, ook bij specifieke en complexe problematiek. 2. De aanbieder sluit aan bij de visie, uitgangspunten en werkwijze van de gemeente, zoals geformuleerd in het jeugdbeleid, de verordening en de nadere regels. 3. De aanbieder draagt zorg voor systematische kwaliteitsbewaking. 4. De aanbieder beschikt voor al haar rechtstreeks bij de jeugdhulp betrokken medewerkers over een actuele Verklaring Omtrent Gedrag (VOG). 5. De aanbieder: a. draagt er zorg voor dat haar medewerkers werken volgens de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en bevordert de kennis over en het gebruik van de meldcode door het personeel; b. draagt er zorg voor dat haar HBO-personeel is geregistreerd als jeugdhulpprofessional of een aantoonbare aanvraag heeft ingediend om als jeugdhulpprofessional geregistreerd te worden en dat MBO-personeel altijd onder verantwoordelijkheid van een HBO-geschoolde en geregistreerde medewerker werkt; c. stelt een onafhankelijke vertrouwenspersoon aan en geeft de vertrouwenspersoon voldoende gelegenheid zijn taak uit te voeren; d.

werkt mee aan inspecties en controles en geeft opvolging aan aanbevelingen die hieruit naar voren komen; e. heeft kennis van en handelt naar de uitgangspunten van de nota van de commissie Rouvoet: “Kwaliteitskader voorkomen seksueel

misbruik in de jeugdzorg”. 6. De aanbieder informeert het college over de aard en de inhoud van elke melding aan de inspectie op grond van artikel 4.1.8 Jeugdwet. 7. De (verblijfs-)locaties van de aanbieder voldoen aan alle wettelijke (veiligheids)eisen. 8. De aanbieder registreert zijn betrokkenheid bij een gezin/jeugdige in Esar (Verwijsindex Risicojongeren voor Flevoland). 9.Professionals die niet in dienst zijn bij een jeugdhulpaanbieder moeten voldoen aan de volgende criteria: a. De hulpverlener moet ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel. b. De hulpverlener moet, voor zover de aard van de dienstverlening dit vereist, beschikken over een SKJ-registratie. c. De hulpverlener beschikt over een Verklaring Omtrent Gedrag van maximaal een jaar oud. Toelichting: Kwaliteitscriteria waren eerder opgenomen in de nadere regels en zijn nu opgenomen in dit artikel in de integrale verordening. Artikel 28. Vertrouwenspersoon

Vervallen

1. Het college zorgt ervoor dat jeugdigen, ouders en pleegouders een beroep kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon. 2. Het college wijst jeugdigen, ouders en pleegouders erop dat zij zich desgewenst kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke vertrouwenspersoon.

Vervallen

Toelichting: De vertrouwenspersoon is een landelijke voorziening geworden. Het is aan de minister van VWS om zorg te dragen dat jeugdigen/ouders een beroep op een vertrouwenspersoon kunnen doen (zie artikel 1a.1 e.v. Jeugdwet). Artikel 30. Inspraak en medezeggenschap

Vervallen

4. Het college kan nadere regels vaststellen ter uitvoering van het tweede en derde lid.

Vervallen

Toelichting: Nadere regels vast stellen door college zijn op zeer beperkt aantal onderdelen toegestaan. Rechtspraak geeft aan dat regelstelling bijna zonder uitzondering op niveau van gemeenteraad mag plaatsvinden. Reeds bestaande nadere regels zijn om deze reden opgenomen in de verordening. Het college behoudt het recht om nadere regels vast te stellen waar nodig en dit recht komt in verschillende paragrafen van de integrale verordening terug.

Artikel 33. Hardheidsclausule

Artikel 5.1 Hardheids- en restclausule

Het college kan ten gunste van de jeugdige of zijn ouders afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

1. In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. 2. Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien strikte toepassing daarvan leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

1. De Verordening Jeugdhulp gemeente Harderwijk 2014 wordt ingetrokken. 2. Een jeugdige of ouder houdt recht op een lopende voorziening, verstrekt op grond van de Verordening Jeugdhulp gemeente Harderwijk 2014, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen. 3. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening Jeugdhulp gemeente Harderwijk 2014 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening.

1. Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2021. 2. Per gelijke datum worden alle medebewindsverordeningen uit hoofde van de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet in de gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde ingetrokken. 3. Aanvragen en bezwaarschriften die zijn ingediend onder oud recht worden afgehandeld naar het recht dat is neergelegd in, dan wel opgesteld krachtens, deze verordening.

Toelichting: Uitbreiding van tekst. Inhoudelijk geen verandering Artikel 34. Intrekking oude verordening en overgangsrecht en Artikel 35. Inwerkingtreding en citeertitel

Artikel 5.2 Inwerkingtreding en overgangsrecht

Artikel 35. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2018. Toelichting: Staat in het eindartikel (5.2) van de integrale verordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=a5ad7ab1-7c62-4f20-bb46-e3d123a5871c