3. vaststelling bp Beekhuizerweg naast 25 bijlagen toelichting.pdf
Tekst van het document
Bijlage 1: Inrichtingsplan
voor akkoord de gemeente: datum.........................
3. knip- of scheerheg
................................... voor akkoord fam. Lancee
5. Solitaire boom
datum...........................
8. Fruitbomen/boomgaardje ......................................
aan te fruitboom aan te planten boom bestaande boom
1. Knip- of scheerheg
bestaand groen aan te leggen groen weidegrond/ tuin verharding
6. Solitaire boom p
nieuwe woning
p
Bijgebouw
2. Knip- of scheerheg
Landschappelijke inpassing Beekhuizerweg ong. nr.
7. Solitaire boom 0
20
Schaal
4. Struweelhaag
30
40
50 m
: 1:1000
Project : Landschappelijke inpassing Deelnemernr : PA20LANCEE Naam : Fam. Lancee Adres : Beekhuizerweg ong. nr. PC, Plaats : 3849 NM Hierden Opsteller Plan : E. Timmerman Datum : okt 2021 Versie :5
N O
W zorg voor ons landschap
Z
Landschappelijke versterking Beekhuizerweg Inrichtingsplan Deelnemernr: Naam: Straat: Postcode, plaats:
PA2019 Dhr. C. Mons Beekhuizerweg 3849 NM Hierden
E-mail: Telefoonnr: Afwijkend postadres:
nvt
Opsteller plan:
Eward Timmerman
Datum:
6-12-2019
Versie
2
Stichting Landschapsbeheer Gelderland Rosendael 2a, 6891 DA Rozendaal 026 35 37 444 info@landschapsbeheergelderland.nl www.landschapsbeheergelderland.nl
Inrichtingsplan De heer Mons is bezig met een ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied van de gemeente Harderwijk. Men is voornemens om tussen Beekhuizerweg nr. 9 en 13 een woning te realiseren. Om te voldoen aan de planologische procedure vraagt de gemeente Harderwijk onder anderen voor een landschappelijke inpassing van deze ruimtelijke ontwikkeling en het versterken van het omringende landschap. Stichting Landschapsbeheer Gelderland is gevraagd hiervoor een passend advies voor uit te brengen. Dit plan is een samensmelting van een drietal ontwerpprincipes en uitgangspunten. Zo heeft de erfadviseur in dit plan de analyse van het landschap waarin de ontwikkeling plaats vind (het Kampenlandschap op de overgang met het Heidelandschap (bijlage 2)) en de bijbehorende cultuurhistorische principes gekoppeld aan uw eigen wensen en ideeën. Uiteraard is er gekozen voor de aanplant van inheemse, lokaal passende boom- en struiksoorten. Hieronder volgt een concrete, landschappelijke uitwerking van de door de eigenaar aangedragen locatie.
Leeswijzer In het plan wordt per aan te leggen landschapselement een korte toelichting gegeven op de cultuurhistorische waarde van dit element op uw terrein. Daarnaast is er een uitwerking gemaakt resulterend in een lijst van aan te leggen soorten en aantallen. Ten aanzien van de uitvoering, welke u zelf gaat organiseren, wil ik u wijzen op onze website www.landschapsbeheergelderland.nl waar, naast aanleg, ook de beheeraspecten van de diverse landschapselementen middels instructiefilmpjes te zien zijn.
Beplanting De beplanting ten behoeve van de landschappelijke versterking bestaat uit de volgende landschapselementen; Knip- en scheerheggen [nr. 1 t/m 4] Vrij uitgroeiende struweelhaag [nr. 5 ] Vogelbosje en geriefbosje [nvt ] Solitaire boom, laanboom of bomengroep [nr. 6 t/m 9] Houtwal en houtsingel [nvt] Elzensingel en elzenhakhoutsingel [nvt.] Hoogstamboomgaard [nr 10 ] Knotbomen [nvt] Leibomen [nvt] Poel [nvt]
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
2
1. Knip- en scheerheg ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Haagstructuur langs de noordzijde van de bestaande schuur. De beplanting vormt een natuurlijke scheiding tussen weide en erf (Landschappelijke inpassing van de bestaande schuur)
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 60 meter 4 stuks per meter 240 haagbeuk 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten
Cultuurhistorische waarde Knip- en scheerheggen zijn al eeuwen te vinden in het Nederlandse cultuurlandschap. Deze lijnvormige landschapselementen kennen een sterke samenhang met het omringde landschap. Nabij boerderijen en rondom boomgaard en moestuin waren veelal de heggen te vinden. Vaak diende de heggen als eigendoms- of perceelsscheiding. De doornige heg had daarnaast ook nog een belangrijke veekerende functie. Langs de rivieren dienden de heggen om de waterstroom bij overstromingen te remmen en te verdelen, zodat het vruchtbare slib kon bezinken. Knip- en scheerheg Inmiddels zien we dat veel heggen bedreigd worden. Veel heggen zijn uit het landschap verdwenen door de komst van prikkeldraad, de ruilverkavelingen en achterstallig onderhoud. Alle reden om de heg weer terug te brengen in het landschap. Heggen zijn namelijk nog altijd functioneel als windscherm en als veekering, ook bij hoge rivierwaterstanden zorgen ze voor een permanente afrastering. Daarnaast houden ze de grond vast en dragen ze bij aan een goede waterhuishouding. Ook veel dieren hebben profijt van de aanwezigheid van een heg. Vogels gebruiken het als broedplaats; veel kleine zoogdieren vinden er voedsel en een schuilplaats en voor vleermuizen is een haag erg belangrijk als oriëntatiepunt.
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
3
2. Knip- en scheerheg ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Haagstructuur rond de voorzijde en scheiding tussen ‘werk-erf’ en ‘woon-erf’
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 40 meter 4 stuks per meter 160 Gewone beuk 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten
3. Knip- en scheerheg ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Haag structuur langs de west zijde van het nieuwe woonerf de haag loopt door langs toegangsweg naar de nieuwe woning.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 50 meter 4 stuks per meter 200 Gewone beuk/ haagbeuk 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
4
4. Knip- en scheerheg ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Haag structuur langs de achterzijde van het nieuwe woonerf (natuurlijke erfafscheiding met nr 25).
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 20 meter 4 stuks per meter 80 Gewone beuk 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
5
5. Struweelhaag ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Een robuuste scheiding tussen nr 13 en de nieuw te bouwen woning. Hierdoor ontstaat er meer privacy in de zuidoosthoek van het perceel.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantrijen Plantwijze Aantal Soort
: : : : : :
Maat Aanleg en beheer Overig
: : :
Zie ontwerpkaart 40 1 Plantrijen 2 stuks per meter 80 15 x hazelaar 15 x haagbeuk 10 x Gelderseroos 10 x krent 10 x rode kornoelje 10 x kardinaalsmuts 10 x wilde liguster 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten
Cultuurhistorische waarde Gelderland kent een grote diversiteit aan lijnvormige landschapselementen, waaronder de vrij uitgroeiende haag en de struweelhaag. De vrij uitgroeiende haag bestaat uit een enkele rij struiken die vrijuit kunnen groeien en de struweelhaag bestaat uit meerdere rijen. De functie van deze hagen was perceelsscheiding en veekering, daarom bestonden de hagen vroeger voornamelijk uit doornsoorten. Soms werden ook nog wat andere struiken en bomen in de haag aangeplant, denk hierbij aan hondsroos, sleedoorn, braam, wilg, eik of es. De Struweelhaag hagen boden beschutting voor het vee en zorgden voor gebruikshout. Door de komst van het prikkeldraad, de schaalvergroting en de ruilverkavelingen zijn veel van deze elementen verdwenen. Vaak worden de termen heggen en hagen door elkaar gebruikt, en regionaal hebben ze soms verschillende betekenissen. De term heg gebruiken we voor strak geschoren elementen, de term haag gebruiken we voor de meer breed en hoog uitgroeiende elementen. Soms is er sprake van speciale beheervormen zoals bij het leggen of vlechten van hagen. Hagen hebben een grote natuurwaarde. Ze zijn vaak een schuilplaats voor veel vogels en kleine zoogdieren en vergroten daardoor de landschappelijke en ecologische variatie.
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
6
6. Solitaire boom ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Een beeldbepalende boom op het perceel.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : : :
Zie ontwerpkaart nvt Nvt Plantafstand minimaal 8 meter uit bebouwing 1 1 x Walnoot 10 -12 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 2 meter uit de eigendomsgrens planten
Cultuurhistorische waarde Een solitaire boom of bomengroep werd regelmatig in het weiland aangeplant als schaduw voor het vee of om het landschappelijke beeld compleet te maken. Ook werd een solitaire boom regelmatig op de hoek van het perceel aangeplant als afbakening (grensboom). Verder vindt men ook regelmatig solitaire bomen rondom het huis. Veel boomsoorten hadden een functie. Zo werd een walnoot vaak in de buurt van de keuken aangeplant omdat de walnoot muggen en vliegen weert en ook zorgde voor schaduw. Laanbomen kennen een historische functie op Solitaire boom bijvoorbeeld landgoederen en grotere boerderijen en buitenplaatsen als onder andere aankleding van wandellanen. Door deze aanplant ontstond er schaduw op het wandelpad. De welgestelde bewoners konden op deze manier geriefelijk wandelen zonder dat men werd gebruind door de zon. Iets wat in die dagen als teken van armoede werd gezien. De statigheid van een rij laanbomen werd door het gebruik van speciale soorten bomen versterkt.
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
7
7. Solitaire boom ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Een beeldbepalende boom bij de toegangsweg inrit naar de woning.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : : :
Zie ontwerpkaart nvt Nvt Plantafstand minimaal 6 meter uit bebouwing 2 2 x haagbeuk 10 -12 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 2 meter uit de eigendomsgrens planten
8. Solitaire boom ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Een beeldbepalende boom op het terrein voor de schuur. Breekt het zicht op de kopgevel van de schuur.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : : :
Zie ontwerpkaart nvt Nvt Plant minimaal 8 – 10 meter uit de bebouwing 1 1 x Haagbeuk 10 -12 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 2 meter uit de eigendomsgrens planten
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
8
9. Hoogstamboomgaard ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein In de wiede achter de woning een hoogstam boomgaard aanleggen. Het is wenselijk om onder de boomgaard een kruidenrijke vegetatie te ontwikkelen, middels hooiland beheer.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze Aantal Rassen Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 85 meter 23 meter Plantafstand 10 -12 meter 4 Zie rassentabel hoogstam Zie informatievellen in de bijlage
Cultuurhistorische waarde Al vele eeuwen wordt in Nederland fruit geteeld in hoogstamboomgaarden. Aanvankelijk waren het vooral kloosters, kastelen en landgoederen. Eind 19de eeuw begon een grote uitbreiding aan fruitboomgaarden. Onder invloed van de landbouwcrisis stapten veel agrariërs in het rivierengebied over van graanteelt naar hoogstamfruit. Een groot voordeel van het hoogstamfruit was dat er dieren onder konden grazen. Vanaf 1950 is het areaal aan hoogstamboomgaarden flink achteruit gegaan, vanwege de opkomst van de moderne fruitteelt (laagstam). Hoogstamboomgaarden hebben een grote ecologische waarde. Ze Hoogstamboomgaard leveren nestgelegenheid aan allerlei vogels. De steenuil is een soort die graag broedt in holle takken van fruitbomen. Een heg om de boomgaard als windsingel vergroot de natuurwaarde van de boomgaard. Rassentabel: Ras moes/hand smaak bloeitijd pluktijd Houdbaar ziektes appel hand/moes/keuken Schone van boskoop /sap/verwerking zuur vroeg eind sep zeer goed gevoelig Zoete Kroon* hand/moes/keuken zoet laat eind sep zeer goed ongevoelig peren Jodenpeer hand sappig midden oktober goed ongevoelig pruimen Dubbele Boerenwitte* wit vroeg half aug ongevoelig
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
9
Beplantingslijst ……………………………………………………………………………………………………………………… Onderstaande plantsoenlijst omvat de beplanting die nodig is om het voorgestelde plan uit te voeren. Dhr. C. Mons
PA19MONS
Nederlandse naam Bosplantsoen 2 jarig maat 60-80 Krent Amelanchier lamarckii Haagbeuk Carpinus betulus Rode kornoelje Cornus sanguinea Hazelaar Corylus avellana Kardinaalsmuts Euonymus europaeus Beuk (groen) Fagus sylvatica Wilde liguster Ligustrum vulgare Gelderse roos Viburnum opulus Boompalen Boompalen Onbehandeld Boombeschermer Anti knab Laanbomen Haagbeuk Carpinus betulus Walnoot Juglans regia Fruitbomen Appel Schone van Boskoop Appel Zoete kroon Peer Jodenpeer Pruim Dubbele Boerenwitte Soorten kunnen worden in overleg met de gemeente
Maat
Aantal
0
0 10 10 10 15 10 680 10 10 0 8 4 0 3 1 0 1 1 1 1
0 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 0
0 8x250 78
0
0 10-12 10-12
0
0 hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
10
Bijlage 1 Plankaart ………………………………………………………………………………………………………………………
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
11
Bijlage 2 Gebiedskenmerken Kampenlandschap/ Essenlandschap
Kenmerkende structuren zijn, de openheid op de akkercomplexen en het verdichten van het overige landschap door toevoeging van lanen, erf- en kavelbeplanting.
Algemeen Kenmerkend voor hogere zandgronden zijn de kernen en een groot complex van oude bouwlanden bij het dorp. Scherpe overgang naar de lagere gebieden. Kenmerken van oude bouwlanden zijn de bolle ligging, grote open percelen met randbeplantingen (houtwallen), laanbeplantingen en steilranden. Bebouwing Kenmerkend voor de hogere zandgronden zijn de bebouwingslinten (tegenwoordig vaak kernen). Grondgebruik Bouwland. Beplanting Houtwallen, laanbeplanting, bosjes. Langs dreven (brede landwegen) en wegen: bomen zoals eiken, beuken, lindes en kastanjes. Hagen langs onverharde wegen. Geen beplanting op de enken. en waar planten Wat waar planten? De meest voorkomende streekeigen boom- en struiksoorten voor de dekzandruggen en oude bouwlanden en de plek op het erf en in het landschap waar u ze het beste aan kunt planten.
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
12
Houtwal en houtsingel: Zomereik aangevuld met ruwe berk en lijsterbes, en struiken zoals meidoorn, hazelaar, veldesdoorn, hondsroos, vuilboom, Gelderse roos en inheemse hulst langs een perceel. n de omgeving van beken: Grauwe wilg, zwarte els, authentieke zwarte populier en inlandse vogelkers. Struweelhaag: Gecombineerde doornenhaag van meidoorn, sleedoorn, egelantier en hondsroos als perceelsrand. Of een gemengde haag met hazelaar, vogelkers, Gelderse roos, veldesdoorn, rode kornoelje, meidoorn, sleedoorn, kardinaalsmuts en hondsroos. Geriefhoutbosje: Schietwilg, gewone es, inheemse zwarte populier, zwarte els, hazelaar en berk. Knotbomen: Schietwilgen en zwarte elzen in natte gebieden, zomereiken en gewone essen in drogere gebieden. Hoogstamboomgaard: Hoogstamfruitbomen met appel (Goudrenet, Notarisappel, Zoete Bloemée), peer (Clapps favourite, Beurré Hardy), pruim (Reine Claude, D’Anthan, Reine Victoria) omhaagd door meidoorn. Haag rond of bij de voortuin: Meidoorn, veldesdoorn, haagbeuk, liguster. Haag rond of bij de fruitgaarde/moestuin: Meidoorn of veldesdoorn. Solitaire bomen op het erf: Fruitbomen, zomereik, linde, tamme kastanje, berk, walnoot of kers (meikers).
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
13
Bijlage 3 Algemene plant informatie Struiken en bosplantsoen Algemeen Dit zijn soorten die of in een rij of per oppervlakte beplant worden. De maat van het geleverde materiaal is doorgaans 60-100 cm hoog. Struiken planten we 1,25 x 1,25 meter uiteen. Bosplantsoen 1,50 x 1,50 meter. In de meeste gevallen krijgt u een gevarieerd sortiment. Er zitten dan wat boomvormers in en wat struikvormers. Met name de manier waarop de menging wordt uitgevoerd kan bepalend zijn voor een goed of minder goed resultaat. Boomvormers: Berk, Es, Els, Eik, Beuk, Esdoorn zijn boomvormers die ook in een beplanting met struiken kunnen voorkomen. De boomvormers dient men als ze gemengd worden geplant met struiken in het midden van een beplanting (niet aan de rand dus) aan te leggen. Struikvormers: Gelderse roos, Sleedoorn, Kardinaalsmuts, Hondsroos en Egelantier zijn soorten die aan de rand van een beplanting het beste resultaat leveren. De Krent, Vuilboom, Hulst, Lijsterbes, Kornoelje en Hazelaar zijn de soorten die beter schaduw verdragen kunnen. Het is dan wel raadzaam om deze soorten in groepjes (wanneer mogelijk, 3-5 stuks) aan te planten. Aanleg De beplanting kan in verschillende verbanden aangeplant worden, in rijen, in driehoeksverband, in een wildverband enz. Voor alle verbanden geldt dat er in zwarte grond geplant dient te worden. Van tevoren ploegen, spitten of frezen is van groot belang.
Daarnaast dient de grond onkruid vrij te zijn en na aanplant ook de eerste jaren onkruidvrij te blijven (gebruik geen gif aangezien de jonge aanplant hier sterk van te lijden heeft). Het planten zelf kan vrij vlug uitgevoerd worden. Let op dat u niet te diep plant. De diepte is o.a. afhankelijk van de omvang van het wortelstelsel. Steek een gat, (houdt de grond op de schop), plaats het plantje zo dat alleen de wortels in het gat zitten. Gooi de grond weer in het gat, terwijl u het plantje vasthoudt. De grond iets aanduwen.
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
14
Onderhoud De beplanting begint klein, na 2 tot 3 jaar echter zal de beplanting gesloten raakt (d.w.z. de takken van de beplanting elkaar raken) er moet worden gesnoeid. Een beplanting van alleen struikvormers kunt u onderhouden om jaarlijks takken die problemen geven af te knippen. Ook is het mogelijk om dunningen uit te voeren, door struiken af te zetten. Zo kunnen de struiken zich ontwikkelen tot een mooie dichte, met kleurige bessen en bloemen, groene beplantingsvorm. Doet u daarna niks meer dan schieten bepaalde soorten door en wordt de beplanting hol van onderen. Er moet een verjonging plaatsvinden. Verjonging, als de struiken mooi in sluiting zijn, kan plaatsvinden door bijvoorbeeld jaarlijks 1/4 deel af te zetten (niet te laag 15-20 cm). Na 4 jaar is de gehele beplanting dan verjongd. Dit afzetten kan het beste, evenals de dunningen in het najaar plaatsvinden. Voor een beplanting met alleen boomvormers, wat op termijn dus bos dient te worden geldt dat de plantafstand groter is namelijk 1.50 x 1.50 meter en dat het daardoor de eerste jaren niet nodig is om te snoeien e.d. Wanneer de beplanting in sluiting komt, d.w.z. dat de kruinen van de bomen elkaar raken dan is het zaak om de zogeheten "blijvers" te kiezen. Met andere woorden welke bomen mogen groot en oud worden.
Deze bomen moeten de ruimte krijgen om zich in goed te kunnen ontwikkelen, de bomen die rechtstreeks de blijvers hinderen kunnen verwijderd worden. Deze dunning moet verstandig uitgevoerd worden, haal niet teveel weg. Dit proces kan op de langere termijn nog eens uitgevoerd worden zodat de bomen die uiteindelijk moeten overblijven wederom meer ruimte krijgen. Wilt u een beplanting krijgen van bomen met daaronder een struikenetage dan dient u de struiken/boompjes die u wilt behouden vrij te stellen door, wanneer de beplanting gesloten raakt, de omliggende beplanting af te zetten op 15-20 cm boven de grond. Laat de beplanting weer in sluiting komen en herhaal dan deze ingreep. Op deze manier krijgt u een mooie dichte beplanting met opgaande soorten. Dit snoeien kan het beste in het najaar plaats vinden. Voor alle drie de beplantingsvormen geldt dat water geven en onkruidbestrijding in de eerste jaren van groot belang is. Ook is het belangrijk dat het vee of het wild niet bij de jonge beplanting kan komen. Tevens is het raadzaam om voor het juiste onderhoud de cursus landschappelijke beplantingen van Stichting Landschapsbeheer Gelderland te volgen.
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
15
Heggen en Hagen Algemeen Door het regelmatig knippen van bepaalde boom- en struiksoorten kan er een haag ontstaan. Dit knippen zorgt ervoor dat er geen verticale groei plaatsvindt, en dat daardoor de beplanting dichter wordt. Soorten die gebruikt worden als haag zijn o.a. beuk, veldesdoorn, haagbeuk, taxus, hulst, mei- en sleedoorn en liguster. De hoogte van het plantmateriaal is doorgaans 60-100 cm. De haag dient minimaal een op halve meter van de erfgrens geplant te worden. De plantafstand is doorgaans om de 25 cm, 4 per meter dus. Taxus en hulst kunnen om de 40 cm geplant worden (5 per 2 meter). Aanleg Graaf een geul langs een gespannen lijn van ongeveer 50 cm diep. Vul deze aan met compost of goede potgrond voor een betere groei. Verdeel eerst de planten langs de geul en plant ze vervolgens. Voor een mooie strakke haag kan het raadzaam zijn om de eerste jaren de haag tussen twee draden te laten opgroeien. Knip direct na het planten 15-20 cm uit de kop van het plantje, dit stimuleert om sneller en breder te groeien. Liguster daarentegen kan men het beste direct na het planten tot 15 cm boven de grond afknippen (eenmalig), zo ontstaat een betere vertakte en dichtere haag. Onderhoud Een haag wordt bij voorkeur twee maal per jaar geknipt.
Wanneer jaarlijks eenmaal wordt geknipt, wat de haag een wat ruwer voorkomen geeft, kan dit het beste na de langste dag gebeuren (eind juni). De hoofdgroei is dan al voorbij. Knipt men twee maal dan zijn de maanden mei en september geschikt. Knip wanneer het bewolkt, niet te warm is. De uiteindelijke hoogte van de haag is afhankelijk van het knippen. Houdt daarbij het doel van de haag duidelijk in ogenschouw. De eerste jaren na aanplant moet er goed voor de plantjes gezorgd worden, dit houdt in: - Water geven in droge perioden. (2 x per week een grote hoeveelheid) - Beschermen tegen vraat van geiten, paarden, koeien, konijnen enz door de dieren minimaal 1 meter van de haag te houden.
Voor plantinstructie: www.landschapsbeheergelderland.nl
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
16
Bijlage 1
Maaiveldhoogte:
6,617
Maaiveldhoogte:
6,5963
Referentievlak:
N.A.P.
Referentievlak:
N.A.P.
Boring: 1
Boring: 2 0
0 X:
174928,94
Y:
484488,68 30
50 70
90 100
100
115
130
145
gras Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindhoudend, zwak puinhoudend, bruingrijs, Edelmanboor, scherp, doorworteling, bouwvoor Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindhoudend, grijsbruin, Edelmanboor, gebleekte zandkorrels, geleidelijk, homogeen, esgrond, goed, goed Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindhoudend, donkergrijs, Edelmanboor, humusvlekken, gebleekte zandkorrels, dekzand, scherp, bioturbatie, esgrond, goed, goed
0 X:
174938,20
Y:
484507,64
0
braak
20
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig grindhoudend, grijsbruin, Edelmanboor, scherp, doorworteling, bouwvoor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, brokken zand, lichtgrijs, Edelmanboor, verstoorde laag, brokken bruin en geel zand, paardenbak, geverfd steen op 140 cm, scherp, heterogeen, vergraven
50
100
AE-HORIZONT Zand, zeer fijn, zwak siltig, grijs, Edelmanboor, humusvlekjes, geleidelijk, podzol B-HORIZONT Zand, zeer fijn, zwak siltig, bruingeel, Edelmanboor, dekzand, geleidelijk, bioturbatie, podzol, goed, goed
145
150
155
C-HORIZONT Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, Edelmanboor, goed gesorteerd, dekzand
C-HORIZONT Zand, zeer fijn, zwak siltig, geel, Edelmanboor, dekzand, geleidelijk
Maaiveldhoogte:
6,5001
Referentievlak:
N.A.P.
C-HORIZONT Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak grindhoudend, lichtgeel, Edelmanboor, dekzand, geleidelijk
Boring: 3 0 X:
174954,77
Y:
484498,85
0
braak
20
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig grindhoudend, grijsbruin, Edelmanboor, scherp, bouwvoor
40
Zand, zeer fijn, zwak siltig, geel, Edelmanboor, omgewerkt dekzand Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, brokken zand, lichtgrijs, Edelmanboor, verstoorde laag, brokken zand, kalkmortel, paardenbak, scherp, heterogeen, vergraven
50
100
Maaiveldhoogte:
6,6534
Referentievlak:
N.A.P.
Boring: 4 0 X:
174961,12
Y:
484516,14
0
braak
20
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig grindhoudend, grijsbruin, Edelmanboor, scherp, bouwvoor
35
Zand, zeer fijn, zwak siltig, geel, Edelmanboor, omgewerkt dekzand Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, brokken zand, lichtgrijs, Edelmanboor, verstoorde laag, brokken zand, schelp op 50 cm, houtskoolbrok 100 cm , paardenbak, scherp, heterogeen, vergraven
50
100
150
150
155 165
C-HORIZONT Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, Edelmanboor, goed gesorteerd, dekzand 195
Projectcode: Opdrachtgever:
2021-050-012 Edok-RO
Projectleider:
Yoshua Csonka
Projectnaam:
Hierden Beekhuizerweg 21-25
Schaal:
1: 30
getekend volgens NEN 5104
Legenda (conform NEN 5104)
grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000 Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>10000
monsters
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
EDOK-RO EDOK-RO Van Breugelplantsoen 81 3771 VN Barneveld 06 1395 0955 @ info@edok-ro.nl www.edok-ro.nl
Datum
Kenmerk
Betreft
25-09-2021
Natuurnotitie
Beekhuizerweg tussen 21 en 25 Hierden
1.
Inleiding
1.1 Aanleiding Op de locatie Beekhuizerweg tussen nummer 21 en 25 in Hierden bevindt zich een perceel. Dit perceel bestaat uit een paardenbak en een strookje groen. De gemeente Harderwijk wil medewerking verlenen om hier een woning te realiseren.
Foto plangebied) Hiervoor moet het bestemmingsplan worden gewijzigd. Voor de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan is het noodzakelijk dat de haalbaarheid ervan wordt aangetoond. Er dient daarom vanuit de ecologie onderzocht te worden of met de ruimtelijke ontwikkelingen die het plan toestaat sprake is van overtreding van de geldende natuurwet- en regelgeving. Voorliggende notitie zet door middel van een quickscan natuur uiteen of met de ruimtelijke ontwikkeling mogelijk sprake kan zijn van het verstoren van beschermde natuurgebieden en beschermde soorten en of nader onderzoek hiernaar noodzakelijk is.
Natuur notitie
2.
Wettelijk kader
2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Natura 2000-gebieden en bijzondere nationale natuurgebieden Op grond van de Wet natuurbescherming kunnen natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna, door de Minister worden aangewezen ter uitvoering van de Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijn, de zogeheten Natura 2000-gebieden. Ook kan de Minister op grond van deze wet in enkele specifieke gevallen bijzondere nationale natuurgebieden aanwijzen. Bij de aanwijzing van een Natura 2000-gebied worden voor het gebied instandhoudingsdoelstellingen voor te beschermen soorten en/ of habitats vastgesteld. Het is verboden om zonder vergunning projecten of andere handelingen te realiseren of te verrichten die de instandhoudingsdoelstellingen kunnen schaden. Als een plan of project mogelijk negatieve effecten kan hebben op Natura 2000-gebied, vindt eerst een globale toetsing plaats, de voortoets. Als uit de voortoets blijkt dat er zeker geen negatieve effecten zijn, dan kan het betreffende plan worden vastgesteld, of geldt in het geval van een project geen vergunningplicht. Als de kans op significante effecten niet kan worden uitgesloten dan moet, conform artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling worden gemaakt.
2.1.2 Natuurnetwerk Nederland De Wet natuurbescherming draagt Gedeputeerde Staten op, om in hun provincie te zorgen voor een landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Voor dit netwerk geldt, op basis van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (het Barro), een ‘nee, tenzij’-beschermingsregime. Het bestemmingsplan, of een omgevingsvergunning waarmee van het bestemmingsplan wordt afgeweken, maakt geen ontwikkelingen mogelijk die kunnen leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van de aanwezige natuur, of tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden, tenzij er sprake is van groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn, negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt en overblijvende negatieve effecten worden gecompenseerd. Provincies dienen deze bescherming te regelen bij provinciale verordening. Daarnaast kunnen provincies bij provinciale verordening andere gebieden met bijzondere natuurwaarden beschermen, genaamd bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen. De provincie Gelderland spreekt niet van Natuurnetwerk Nederland maar van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO). Binnen het GNN en de GO staat de bescherming van de kernkwaliteiten centraal.
De kernkwaliteiten bestaan uit bestaande natuurwaarden, uit nog te ontwikkelen potentiële waarden en omgevingscondities. Per saldo moet elke ontwikkeling in het GNN een verbetering van de betreffende kernkwaliteiten opleveren.
Natuur notitie
De GO heeft een dubbeldoelstelling. Er is ruimte voor economische ontwikkeling in combinatie met versterking van de ecologische samenhang tussen inliggende en aangrenzende natuurgebieden. Door de samenhang met de aangrenzende en inliggende natuur van het GNN herbergt de GO ook kenmerkende natuurwaarden. Bij ruimtelijke ingrepen in de GO wordt onderscheid gemaakt tussen nieuwvestiging, uitbreiding van bestaande bestemmingen en de schaal/omvang van de ingreep. De provincie Gelderland vindt het verder van belang dat rustgebieden voor winterganzen geschikt blijven voor ganzen. De provincie stuurt daarom op het behoud van de openheid en de rust in deze gebieden. Ook zijn weidevogelgebieden aangewezen. De provincie wil hier een landbouwpraktijk stimuleren en in stand houden die rekening houdt met weidevogels. Beschermde weidevogelgebieden en ganzenfoerageergebieden liggen voornamelijk in de GO en voor het overige deel in het GNN. 2.2 Soortenbescherming De bescherming van dier- en plantensoorten is geregeld in de Wet natuurbescherming. Voor een aantal soorten is door middel van verboden een beschermingsregime opgenomen. Er is een apart beschermingsregime voor Vogelrichtlijnsoorten, voor Habitatrichtlijnsoorten en voor andere soorten. Naast de beschermde plant- en diersoorten geldt voor al de in het wild levende soorten ook een zorgplicht.
Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving. Dit houdt onder meer in dat men negatieve gevolgen voor aanwezige soorten zoveel mogelijk beperkt door het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden verwacht. Provinciale Staten kunnen in een verordening een vrijstelling verlenen van de verboden van de wet. De provincie Gelderland heeft besloten voor een aantal algemeen voorkomende zoogdiersoorten en amfibieën een vrijstelling te verlenen, voor handelingen die men verricht in het kader van ruimtelijke inrichting en ontwikkeling en voor handelingen in het kader van bestendig beheer en onderhoud. Het betreft de soorten aardmuis, bosmuis, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, haas, huisspitsmuis, konijn, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, woelrat, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker en middelste groene kikker. Daarnaast zijn de verboden niet van toepassing op handelingen die men uitvoert in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling of bestendig beheer en onderhoud, wanneer men die handelingen uitvoert conform een goedgekeurde gedragscode. Tot slot kunnen Gedeputeerde Staten, wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat, onder bepaalde voorwaarde een ontheffing verlenen van de verboden.
Binnen de onderzoekslocatie zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels als beschreven in de Wet natuurbescherming aanwezig. Daarnaast zijn er geen beschermde soorten of potentiële nest of verblijfplaatsen voor beschermde soorten aangetroffen. Nader onderzoek naar flora en fauna wordt dan ook niet noodzakelijk geacht in het kader van de voorgenomen werkzaamheden.
Natuur notitie
Door het ontbreken van bomen (slechts enkele), bosschages en verdere geschikte broedlocaties op de onderzoekslocatie worden geen broedgevallen van algemene vogelsoorten verwacht. Wij merken op dat te allen tijde de zorgplicht blijft gelden. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend. 2.3 Bescherming houtopstanden Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant. Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden. De regels zijn onder meer niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen en op houtopstanden binnen de, bij besluit van de gemeenteraad, vastgelegde grenzen van de bebouwde kom. Ook voor het dunnen van een houtopstand gelden de regels niet. 3
Aanwezigheid beschermde gebieden en soorten
In dit hoofdstuk beschrijven wij de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden en beschrijven we de kans op de aanwezigheid van beschermde soorten. In het volgende hoofdstuk volgt een beoordeling van de mogelijke effecten op beschermde gebieden en beschermde soorten ten gevolge van de ontwikkeling. 3.1
Ligging beschermde gebieden
3.1.1
Ligging Natura 2000-gebied
Het plangebied is gelegen ten noorden van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, Veluwe. De afstand tussen de onderzoekslocatie en dit Natura 2000-gebied bedraagt circa zevenhonderd meter. Gelet op de afstand tot het gebied, de aard van het tussenliggende gebied (bebouwing, agrarisch terrein en de snelweg A28), de kernopgave van het gebied en de aard van de geplande ingreep wordt er geen onderzoek in het kader van gebiedsbescherming binnen de Wet natuurbescherming uitgevoerd.
Natuur notitie
Op de navolgende afbeelding is te zien dat in de directe omgeving van de onderzoekslocatie geen sprake is van een gebied uit de het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde beschermde gebied betreft de Randmeerkust (ca. 400 meter). Daar er geen sprake is van aantasting van wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN is verder onderzoek naar invloeden op het NNN niet van toepassing.
Het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden. Natuur notitie
3.2
Aanwezigheid beschermde soorten
Het plangebied bestaat uit zand en een strookje gras, welk regelmatig wordt gemaaid. 3.3
Aanwezigheid houtopstanden
Binnen het plangebied is geen houtopstand aanwezig. In het plangebied is slechts een enkele Boom aanwezig.
4 Mogelijke effecten op beschermde gebieden 4.1 Natura 2000 Uit voorliggend onderzoek blijkt dat Natura 2000-gebied Veluwe op circa 700 meter afstand van het plangebied ligt. Door deze aanzienlijke afstand blijft de stikstofdepositie 0,00 mol/ha/j. Andere verstoringen als gevolg van de ontwikkeling, zoals verstoring van instandhoudingsdoelstellingen door geluid, trillingen en licht, zijn vanwege de afstand op voorhand uit te sluiten. Er zijn daardoor geen nadelige milieueffecten te verwachten op de omliggende Natura 2000-gebieden.
4.2 Provinciale bescherming Het dichtstbijzijnde gedeelte van het natuurnetwerk bevindt zich op circa 400 meter ten noorden van het plangebied. De bescherming van het NNN kent in de provincie Gelderland niet het begrip externe werking. Aangezien het plangebied niet in het GNN of GO ligt, leidt de voorgenomen ingreep niet tot vermindering van de oppervlakte kwaliteit of samenhang van de aanwezige natuur. De voorgenomen ingreep zal geen effect op de wezenlijke waarden en kenmerken van het Gelders Natuurnetwerk hebben. De bescherming van het Gelders Natuurnetwerk staat de uitvoering van het plan niet in de weg. 5 Conclusie Volgens deze notitie blijkt dat er geen beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aanwezig zijn in het plangebied. Doordat het plangebied regelmatig wordt gemaaid wordt er door de voorgenomen ontwikkeling geen beschermde flora en fauna geschaad. Uit de natuurnotitie blijkt dat dit aspect geen belemmering is voor de realisatie van de woning.
Natuur notitie
Onderzoek Stikstof Beekhuizerweg Hierden
Opdrachtgever:
Dhr. J. Kevelam Datum: 8 juni 2022
Inhoudsopgave 1. Colofon 2. Conclusie 3. Inleiding 3.1. Aanleiding 3.2. Planlocatie 3.3. Ontwikkelingen 4. Gebiedsbescherming 4.1. Wettelijk kader 4.2. Natura-2000 5. Berekeningsmethodiek 6. Resultaten 6.1. Aanleg fase 6.2. Gebruiksfase 7. Verantwoording Bijlagen •
Aerius berekening
Onderzoek stikstof Beekhuizerweg; Hierden
2
1. Colofon Onderzoek Locatie Opdracht gever Opdracht nemer Ecoloog Adres Telefoon: Email Internet Kamer van Koophandel nummer BTW Identificatienummer Knab bank
Onderzoek Stikstof Beekhuizerweg tussen 21 en 25 Hierden Dhr. J. Kevelam Via Edok-RO Bureau Natuurlijk P. Smits Van Oordtstraat 3, 8071 KV, Nunspeet 06-41737676 Info@bureaunatuurlijk.nl www.bureaunatuurlijk.nl 66411467 001643256B68 NL15 KNAB 0256 8908 46
Disclaimer Deze rapportage is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever zoals hierboven aangegeven. Niets uit deze rapportage mag, met uitzondering van de opdrachtgever, worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, druk, internet, kopie of andere wijze zonder schriftelijke toestemming van Bureau Natuurlijk, noch mag het zonder deze toestemming voor een ander doel gebruikt worden dan waarvoor het vervaardigd is. Bureau Natuurlijk flora en fauna is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens verkregen. De opdrachtgever vrijwaart Bureau Natuurlijk flora en fauna voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Omdat ecologisch onderzoek een momentopname is, kan de aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig. Wij zijn echter niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie. © 2022 Bureau Natuurlijk, Nunspeet
Onderzoek stikstof Beekhuizerweg; Hierden
3
2. Conclusie Conclusie Naar aanleiding van het uitgevoerde onderzoek, en de daarbij behorende berekeningen, kan worden geconcludeerd dat voor de gebruiksfase de grenswaarde van de stikstofdepositie op natuurgebieden van 0,00 mol/ha/j niet wordt overschreden. Dit houdt in dat er geen belemmeringen zijn voor het aspect stikstof voor de gebruiksfase. Er is geen vergunning ten aanzien van de wet natuurbescherming nodig.
Onderzoek stikstof Beekhuizerweg; Hierden
4
3. Inleiding 3.1 Aanleiding Met de voorgenomen ontwikkelingen betreffende het plangebied gelegen aan de Beekhuizerweg (tussen 21 en 25) te Hierden heeft dhr. J. Kevelam via Edok-RO aan Bureau Natuurlijk opdracht gegeven een onderzoek stikstof uit te voeren. Deze berekening is noodzakelijk om uitsluitsel te kunnen geven of de geplande ontwikkelingen voor de gebruiksfase niet de grenswaarde van stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/j overschrijden.
3.2 Planlocatie De geplande ontwikkelingen betreffen een locatie aan de Beekhuizerweg (tussen 23 en 25) te Hierden. Dit adres is gelegen buiten de kern van Hierden en dus gelegen in het buitengebied. Hierden is een dorp in de gemeente Harderwijk, provincie Gelderland, Nederland. Hierden heeft circa 3.170 inwoners. Het dorp wordt in 1331 voor het eerst genoemd en is ontstaan uit verschillende buurtschappen in de stadslanderijen ten oosten van Harderwijk.
Bron: Edok-Ro
Onderzoek stikstof Beekhuizerweg; Hierden
5
3.3 Ontwikkelingen Het is de bedoeling dat pop de locatie van de paardenbak een vrijstaande woning wordt gerealiseerd. Ten tijde van het opstellen was er geen ontwerp bij ons bekend. Voor inhoudelijke vragen wordt verwezen naar de opdrachtgever.
Onderzoek stikstof Beekhuizerweg; Hierden
6
4. Toetsingskader 4.1 Wettelijk kader Voor het uitvoeren van ruimtelijke ontwikkelingen is o.a. Wet Natuurbescherming van kracht. Deze wetgeving vervangt de Floraen faunawet, boswet en natuurbeschermingswet welke van kracht waren voor 1 januari 2017. In deze wet is de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden geregeld. Dit onderzoek beperkt zich tot de gebiedsbescherming. Tabel 1. Wet Natuurbescherming Gebiedsbescherming Artikelen 2.1 tot en met 2.12 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van Natura2000gebieden (Vogel- en Habitatrichtlijn gebieden). Voor Natura2000-gebieden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld voor habitats, soorten, broedvogels en/ of niet-broedvogels. In artikel 2.7 verplicht de Wet natuurbescherming om vooraf te beoordelen of ingrepen / activiteiten in of in de nabijheid van Natura2000gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben op de voor deze gebieden aangewezen instandhoudingsdoelen. Mocht sprake zijn van (significant) negatieve effecten dan kan het aanvragen van vergunning bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep of activiteit plaatsvindt) aan de orde zijn.
4.2 Natura2000 Algemeen In het kader van Europese regelgeving zijn binnen Nederland Vogelrichtlijngebieden en Habitatrichtlijngebieden aangemeld (Zie bijlage: VHR-gebieden). Deze gebieden worden ook wel Natura 2000 gebieden genoemd en vallen onder de werkingssfeer van de wet Natuurbescherming. De provincie Gelderland is het bevoegd gezag ten aanzien van de Natura 2000 gebieden in de provincie Gelderland. In de directe omgeving van de inrichting zijn gebieden gelegen die vallen onder de werkingssfeer van de Vogel- / Habitatrichtlijn en/of de wet Natuurbescherming. Het dichtstbij gelegen gebied dat valt onder de werkingssfeer van de wet Natuurbescherming en stikstof gevoelig is, is de Veluwe. Het N2000 gebied de Veluwe Randmeren is niet stikstofgevoelig. (https://www.aerius.nl/nl/factsheets/bepalen-relevante-hexagonen/). Het N2000 gebied de Veluwe is dat wel. Gezien de afstand tot dit gebied, +/- 0.82 kilometer, en de geplande ontwikkeling kan er stikstofdepositie plaatsvinden. Om dit aan te tonen dan wel uit te sluiten is een Aerius berekening geadviseerd.
Onderzoek stikstof Beekhuizerweg; Hierden
7
0.86 kilometer t.o.v. het Natura2000 gebied de Veluwe
Veluwe De Veluwe bestaat overwegend uit droge bossen, droge en natte heide, vennen en stuifzanden. In de voorlaatste ijstijd duwden de ijslobben van het landijs enorme hoeveelheden door de rivieren aangevoerd zand en grond voor zich uit en opzij en vormden zo de stuwwallen. Hoewel de hoogteverschillen sindsdien door wind en water zijn afgevlakt, reiken de hoogste delen van de Veluwe tot ruim 100 m boven NAP. Tot 1900 was de NoordVeluwe één uitgestrekt stuifzandgebied. Tegenwoordig is er in totaal nog 1400 hectare stuifzand op de Veluwe. Bij Kootwijk is één van de grootste actieve stuifzandgebieden van Europa. Plaatselijk komen in de heiden natte (o.a. Leemputten bij Staverden) of droge (o.a. Harskamp) heischrale graslanden, jeneverbesstruwelen, vennen, natte heide en hoogveenkernen (Mosterdveen) voor. In het beekdal van de Hierdense en Staverdense Beek worden schraallanden aangetroffen. Langs de randen van de Veluwe ontspringen de (sprengen)beken, waar beekvegetaties en zeer plaatselijk bronbossen voorkomen. 4.3 Stikstofdepositie De uitstoot van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de bouwfase vindt plaats door de voertuigbewegingen ten behoeve van de aan- en afvoer van materialen en personen en het gebruik van mobiele werktuigen tijdens de constructie van het bouwwerk.
De emissie tijdens de gebruiksfase wordt veroorzaakt door alle voertuigbewegingen van en naar het plan. Na de uitspraak van de Raad van State (d.d. 29 mei 2019) mag het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer als basis worden gebruikt voor toestemming voor activiteiten die stikstof uitstoten. Als gevolg daarvan moet per activiteit duidelijk worden gemaakt dat beschermde natuurgebieden niet worden aangetast door stikstof- en ammoniakuitstoot. Het beoogde plan mag geen negatieve effecten veroorzaken op de omliggende Natura 2000-gebieden. Met het programma Aerius Calculator wordt de depositie van stikstofverbindingen in de vorm van ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOx) op het oppervlak van de omliggende Natura 2000-gebieden inzichtelijk gemaakt. Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie en worden negatieve effecten uitgesloten. Wanneer het projecteffect hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar dient een vergunning te worden aangevraagd en is nader aanvullend onderzoek noodzakelijk. De vergunning kan alleen worden verleend indien de zekerheid is verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet worden aangetast. Dit kan worden aangetoond met een verschilberekening tussen de referentiesituatie en de toekomstige situatie (interne
Onderzoek stikstof Beekhuizerweg; Hierden
8
saldering). Wanneer blijkt dat het projecteffect van het beoogde plan kleiner dan of gelijk is aan de referentiesituatie, kan de vergunning verleend worden. Bij verschillende processen vindt stikstofemissie plaats, in de vorm van stikstofoxiden (NOx) of ammoniak (NH3). Belangrijke bronnen van stikstofemissie zijn de landbouw, gemotoriseerd verkeer en de industrie. Maar ook als bij de verwarming van huizen fossiele brandstof wordt gebruikt, leidt dit tot stikstofemissie. Stikstof heeft in natuurgebieden zowel een verzurende als vermestende werking. Door omzetting van ammoniak en stikstofoxiden in bodem en water hebben deze stoffen een verzurend effect. Verzuring leidt tot een directe of indirecte afname van de buffercapaciteit (het neutralisatievermogen) van bodem of water. Op termijn resulteert dit proces in een daling van de zuurgraad. Hierdoor zullen soorten verdwijnen die voor verzuring gevoelig zijn, wat kan resulteren in een verandering van het habitattype en daarmee mogelijk het verdwijnen van (dier)soorten, zoals amfibieën en reptielen die voor hun voortplanting afhankelijk zijn van water. In de Natura 2000-gebieden komen een groot aantal habitattypen voor die gevoelig zijn voor verstoring door stikstofdepositie.
Wanneer in een dergelijk habitattype de kritische depositiewaarde wordt overschreden, kan een verdere toename van de stikstofdepositie mogelijk leiden tot significant negatieve gevolgen. Op 18 juni 2021 is het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering in het Staatsblad gepubliceerd. Dit besluit en de al eerder gepubliceerde Wet stikstofreductie en natuurverbetering zijn ingegaan in op 1 juli 2021. Daarmee is ook de bouwvrijstelling ingegaan op 1 juli. Het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering werkt de stikstofwet verder uit, waaronder de bouwvrijstelling. De bouwvrijstelling faciliteert de aanleg of bouw van onder andere woningen, utiliteitsbouw, energieprojecten en activiteiten in de grond-, weg- en waterbouw en de sloop van bouwwerken. Gelijktijdig reserveert het kabinet in de periode 2021-2030 500 miljoen euro voor stikstofreductie in de bouw en 500 miljoen euro voor aanvullende maatregelen binnen of buiten de bouw. Het Rijk maakt afspraken met de bouwsector over deze reductie en bijbehorende maatregelen, gericht op emissiearme werk- en voertuigen. De maatregelen worden onderdeel van de structurele aanpak stikstof. Het kabinet benadrukt dat de (stikstof)effecten van de bouwvrijstelling periodiek worden gemonitord, zodat tijdig kan worden bijgestuurd indien nodig.
Onderzoek stikstof Beekhuizerweg; Hierden
9
5. Berekeningsmethodiek / Invoerdata De berekeningen zijn uitgevoerd met het programma Aerius (versie 2020). Deze versie heeft een GML- en een PDF-uitvoermethode. Om de berekeningen vanuit de Aerius calculator en de rapportage samen te kunnen voegen tot één rapportage is gekozen voor de PDF-uitvoermethode. De GML uitvoer wordt als los bestaand aangeleverd. De gehanteerde grenswaarde van de stikstofdepositie bedraagt 0,00 mol/hal/j. Een hogere waarde dan de grenswaarde wordt beschouwd als overschrijding. Bij een overschrijding van de grenswaarde zal een vergunning wet natuurbescherming noodzakelijk zijn. In de berekening van de toekomstige gebruiksfase is rekening gehouden met een vrijstaande nieuwbouwwoning. De woning zal volgens de nieuw geldende voorschriften worden gebouwd. In de berekening is er van uitgegaan dat de woning gasloos zal zijn. De berekening is uitgevoerd op 8 juni 2022. De Boskamp te Ede valt binnen de bebouwde kom. Er is minimaal 50 meter aangehouden voor het werkverkeer / woon-werk verkeer en 150 meter voor vrachtverkeer (lijn). Na 50 / 150 meter gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld, tenzij eerder een kruising wordt gepasseerd. Overzicht verkeersbewegingen:
Verkeer Categorie Vrachtverkeer Middelzwaar Woon- werkverkeer Licht
Afstand 250 m 80m
Onderzoek stikstof Beekhuizerweg; Hierden
Aantal p/m 4.5 CROW norm
File 0% 0%
10
6. Resultaten 6.1 Aanlegfase Tot voor 1 juli was het noodzakelijk om eventuele (tijdelijke) stikstofdepositie tijdens de aanlegfase te berekenen. Met het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering wordt de eerder vastgestelde stikstofwet verder uitgewerkt, waaronder de bouwvrijstelling. Dit besluit en de al eerder gepubliceerde Wet stikstofreductie en natuurverbetering zijn ingegaan in op 1 juli 2021. Daarmee is ook de bouwvrijstelling ingegaan op 1 juli. Dit resulteert in een vrijstelling voor de aanlegfase. 6.2 Toekomstige gebruiksfase Uit de Aerius berekeningen van de gebruiksfase blijkt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jr op het omliggende Natura 2000-gebied. Conclusie Geconcludeerd wordt dat door de gebruiksfase de nu gehanteerde grenswaarde van de stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jr niet wordt overschreden. Er is met de nieuwe gebruiksfase geen sprake van een significante verslechtering van Natura 2000-gebied.
Onderzoek stikstof Beekhuizerweg; Hierden
11
7. Verantwoording Gecertificeerd door Antea-group • • •
Basiscursus Stikstofdepositieberekeningen; Gevorderdencursus Stikstofdepositieberekeningen; Cursus Wet Natuurbescherming aspect stikstofdepositie
Literatuur/ factsheets • CROW publicatie 381 • Berekening depositiebijdrage bronnen sector mobiele werktuigen • Emissieberekening mobiele werktuigen • Checklist aanvraagvereisten vergunningaanvragen stikstof provincie Gelderland • TNO_getallen voor Aerius 2020v9_mobiele werktuigen • NSL monitoringskaart 2019 • Factsheet beschikbare emissiefactoren voor bouw • Hulskotte en Verbeek (2009) Emissiemodel Mobiele Machines machineverkopen in comb. met brandstof Afzet (EMMA) • Instructie gegevensinvoer AERIUS • Handreiking woningbouw en Aerius • Emissiewaarden Aerius definitieve versie • Vuistregels stikstof en woningbouw
Internet • www.rvo.nl • www.aerius.nl • www.bij12.nl • www.aerius.nl • www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 • www.natura2000.nl • www.gelderland.nl • • •
www.google.nl/maps www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/aanpak-stikstof www.aanpakstikstof.nl
Onderzoek stikstof Beekhuizerweg; Hierden
12
Bijlagen 1. Aeriusberekening Gebruiksfase
Onderzoek stikstof Beekhuizerweg; Hierden
13
Projectberekening
Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron
Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Bureau Natuurlijk Beekhuizerweg 23 , 3849PD Hierden Beekhuizerweg Hierden 1 vrijstaande woning
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RUStsFssbG2t 08 juni 2022, 11:08 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar 2022
Nieuwe gebruiksfase - Beoogd
Resultaten
Emissie NH3 0,0 kg/j
Hoogste depositie Hexagon Nieuwe gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 0,00 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,00 mol/ha/j
RUStsFssbG2t (08 juni 2022)
Emissie NOx 0,1 kg/j Gebied
2/6
Projectberekening
Nieuwe gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen Verkeersnetwerk
RUStsFssbG2t (08 juni 2022)
Emissie NH3 0,0 kg/j
Emissie NOx 0,1 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn
Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RUStsFssbG2t (08 juni 2022)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Nieuwe gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal
RUStsFssbG2t (08 juni 2022)
Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)
0,00
0,00
0,00
0,00
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)
0,00
0,00
5/6
Projectberekening
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.5_20220328_855771c674 Database versie 2021.0.5_855771c674 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RUStsFssbG2t (08 juni 2022)
6/6
datum 22-8-2021 dossiercode 20210822-10-27432
Wateradvies voor ruimtelijke plannen met een klein waterbelang (korte procedure)
Algemeen Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn.
Beoordeling In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of A- watergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven.
Aandachtspunten Voor de verdere uitwerking en concretisering van de beoogde ontwikkeling, geeft het waterschap aan dat rekening gehouden moet worden met een aantal algemene en gebiedsspecifieke aandachtspunten voor water.
Algemene aandachtspunten
Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap.
Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar.
Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen of randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Wij vragen de initiatiefnemer om duurzame bouwmaterialen te gebruiken. De gemeente kan u hierbij verder helpen.
Tot slot Eventueel benodigde vergunningen worden niet binnen de watertoets procedure of met deze Digitale Watertoets geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Een watervergunning van het waterschap is bijvoorbeeld nodig voor het dempen en/of vergraven van watergangen, het lozen van water op oppervlaktewater en het onttrekken van grondwater. Informatie over een watervergunning kunt u vinden op de website van het waterschap (www.vallei-veluwe.nl/loket). Op www.omgevingsloket.nlkunt u een watervergunning aanvragen. Daarnaast kunt u telefonisch contact opnemen met het waterschap onder telefoonnummer 055 - 52 72 911. Wij wensen u succes met de verdere ruimtelijke planvorming en verzoeken u het voorontwerp bestemmingsplan naar ons te mailen [watertoets@vallei-veluwe.nl].
Heeft u vragen of opmerkingen over deze watertoetsapplicatie? Laat het ons per mail weten [watertoets@vallei-veluwe.nl]. Voor dringende watertoetszaken kunt u ons telefonisch bereiken op 055 - 52 72 911.
Team Watertoets, Waterschap Vallei en Vallei
Disclaimer Waterschap Vallei en Veluwe streeft ernaar om correcte en actuele informatie in deze watertoetsapplicatie aan te bieden. Aan het beschikbaar gestelde kaartinformatie kunnen geen rechten worden ontleend. Waterschap Vallei en Veluwe aanvaard geen aansprakelijkheid voor enige vorm van schade naar aanleiding van het gebruik of de informatie die via deze applicatie beschikbaar wordt gesteld.
www.dewatertoets.nl
datum 22-8-2021 dossiercode 20210822-10-27432
Samenvatting: korte procedure