2022 02 02 Rapport rekenkameronderzoek Harderwijk.pdf
Tekst van het document
2 FEBRUARI 2022
REKENKAMERONDERZOEK VASTGOEDBELEID GEMEENTE HARDERWIJK REKENKAMERCOMMISSIE HARDERWIJK
Referentie: B001979/211202/NvW/ISO:BvM/IJ
2 februari 2022 Referentie: B001979/211202/NvW/ISO:BvM/IJ
INHOUDSOPGAVE
01
Inleiding
1
01.01
Aanleiding
1
01.02
Reikwijdte
1
01.03
Aanpak
1
01.04
Normenkader
4
01.05
Leeswijzer
5
02
Stap 1: Inzicht in beleid
6
02.01
Beleidsdoelstellingen
6
02.02
Toetsing normenkader
11
02.03
Conclusies stap 1
12
03
Stap 2: Inzicht in uitvoering beleid
14
03.01
Bevindingen interviews
14
03.02
Toetsing normenkader
17
03.03
Conclusies stap 2
18
04
Stap 3: Inzicht in resultaat (portefeuille)
19
04.01
Data-uitvraag en opbrengst
19
04.02
Analyse huidig vastgoedbezit
20
04.03
Terugblik (twee jaar)
23
04.04
Vooruitblik (twee jaar)
26
1
2 februari 2022 Referentie: B001979/211202/NvW/ISO:BvM/IJ
04.05
Toetsing normenkader
29
04.06
Conclusies stap 3
30
05
Stap 4: Inzicht in effecten van beleid
31
05.01
Verhouding tussen exploitatie, beheer en duurzaamheid
31
05.02
Toetsing normenkader
32
05.03
Conclusies stap 4
33
Conclusies & aanbevelingen
35
06
06.01
Inleiding
35
06.02
Conclusies en aanbevelingen: inzicht in het beleid
35
06.03
Conclusies en aanbevelingen: inzicht in uitvoering beleid
35
06.04
Conclusies en aanbevelingen: inzicht in resultaat (portefeuille)
36
06.05
Conclusies en aanbevelingen: inzicht in effecten van beleid
37
06.06
Conclusies: transparantie en informatievoorziening Raad
38
06.07
Bestuurlijke reactie
39
06.08
Nawoord rekenkamercommissie Ermelo - Harderwijk
43
07
Bijlagen
44
07.01
Overzicht interviews
44
07.02
Overzicht aangeleverde documentatie
44
07.03
Overzicht aangeleverde data
45
1
2 februari 2022 Referentie: B001979/211202/NvW/ISO:BvM/IJ
01 INLEIDING 01.01 Aanleiding Het vastgoedbezit van gemeente Harderwijk (hierna: gemeente) is aan verandering onderhevig. Onderhoudskosten stijgen en het gemeentelijk vastgoedbezit moet worden verduurzaamd. Op verzoek van de gemeenteraad is in 2016 in kaart gebracht welk vastgoed de gemeente bezit en hoeveel onderhoud het vastgoedbezit vergt. Dit heeft geleid tot drie producten: een meerjarenonderhoudsplan (hierna: MJOP), een lijst met te verkopen panden en een klimaatbeleid (De Energieke Stad). Inmiddels zijn we enkele jaren verder. De behoefte is ontstaan om meer inzicht te verkrijgen in hoe de gemeente haar vastgoedopgave heeft aangepakt, welk beleid wordt gehanteerd en wat de verhouding is tussen het aan- en verkopen van vastgoedbezit enerzijds en de exploitatie, het beheer en duurzaamheid anderzijds. De rekenkamercommissie heeft vragen ten aanzien van de vastgoedsturing en vragen rondom verduurzaming samengevoegd in een onderzoeksvoorstel. Het onderzoek moet leiden tot inzicht in (de uitvoering van) het gemeentelijk vastgoedbeleid, vastgoedbezit en verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed. Daarnaast dient het onderzoek te leiden tot conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de doelmatigheid en doeltreffendheid van het vastgoedbeleid.
In opdracht van de rekenkamercommissie heeft Brink Management / Advies (hierna: Brink) het beoogde onderzoek vormgegeven en uitgevoerd. In dit rapport worden de bevindingen van het onderzoek gepresenteerd. 01.02 Reikwijdte De reikwijdte van het onderzoek is als volgt gedefinieerd: 1 Vastgoedobjecten: Gebouwen (ongeacht functie) die in volledig eigendom van de gemeente zijn. Dit betreft bijvoorbeeld scholen, sporthallen, theaters, buurthuizen en andere culturele centra, gezondheidscentra en sportaccommodaties. 2 Reikwijdte portefeuille (geografisch en beleidsmatig): Beleidskaders en portefeuille gemeente Harderwijk. Beleidskaders en rol Meerinzicht. 01.03 Aanpak De hoofdvraag van het onderzoek luidt: Is het gemeentelijk vastgoedbeleid doelmatig en doeltreffend? Daarbij zijn de volgende vier onderzoeksvragen leidend. 1 Beleid Welke maatregelen en met welke doelbereiking (gewenst resultaat) heeft de gemeenteraad vastgesteld met betrekking tot het vastgoedbeleid? Zijn ze realistisch en houdbaar op langere termijn?
1
2 februari 2022 Referentie: B001979/211202/NvW/ISO:BvM/IJ
2 Uitvoering Hoe is de aanpak (uitvoering) van de gemaakte beleidskeuzes georganiseerd, gefinancierd en wat is het resultaat van deze ambities? 3 Inzicht in portefeuille Breng het gemeentelijk vastgoedbezit in beeld, waarbij twee jaar wordt teruggekeken (wat is verkocht en aangekocht) en twee jaar vooruit (welke acties staan op stapel) met als doel zicht te krijgen op het gevoerde beleid en de uitvoering daarvan. 4 Inzicht in effecten Maak een analyse van het huidige vastgoedbezit in relatie tot de exploitatie, beheer en duurzaamheid, zodat de verhoudingen houvast bieden voor gemeentelijk vastgoedbeleid. Conceptuele opzet beleidsevaluatie Voor het bepalen van de doeltreffendheid en doelmatigheid van het vastgoedbeleid sluiten wij aan bij de definities en methodiek die de Rijksoverheid gebruikt bij het uitvoeren van evaluaties en beleidsdoorlichtingen: Doeltreffendheid definiëren wij als de mate waarin de beleidsdoelstelling dankzij de inzet van de onderzochte beleidsinstrumenten wordt gerealiseerd. Doelmatigheid definiëren wij als de relatie tussen de effecten van het beleid en de inzet van middelen voor de uitvoering van het beleid. Figuur 1: conceptuele weergave beleidsevaluatie geeft een conceptuele weergave van de beleidsevaluatiemethode, waarin het onderzoeken van de doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid centraal staat.
Figuur 1: conceptuele weergave beleidsevaluatie
Hieruit is af te leiden dat voor het vaststellen van de doeltreffendheid en doelmatigheid van het vastgoedbeleid informatie nodig is op de volgende elementen: inzicht in beleidsdoelen, motivering voor beleid en beoogde effecten; inzicht in de middelen die zijn gebruikt om de effecten te leveren, zoals personele inzet, materieel en geld; inzicht in de uitvoering van het omzetten van beleidsdoelen en middelen naar resultaten, zoals interventies en instrumenten die zijn ingezet; inzicht in resultaten: de prestaties die door de inzet van middelen zijn geleverd; inzicht in de kwalitatieve en kwantitatieve effecten van het beleid. De effecten kunnen door externe factoren worden beïnvloed.
2
2 februari 2022 Referentie: B001979/211202/NvW/ISO:BvM/IJ
Een voorwaarde voor het meten van doeltreffendheid is dat de causaliteit tussen beleid en effecten, oftewel tussen de resultaten en de effecten moet worden aangetoond. Hiervoor geldt echter dat dit in de praktijk lastig hard te maken is. Het streven was daarom het plausibel maken van de doeltreffendheid van beleid, door noodzakelijke ‘schakels’ of voorwaarden voor de werkzaamheid van beleid na te lopen. Daarbij is het normenkader leidend (zie 01.04). Een voorwaarde voor het meten van de doelmatigheid van het beleid is dat de mate van doeltreffendheid bekend is. Als aan die voorwaarde niet is voldaan, kan wellicht iets worden gezegd over de doelmatigheid van de bedrijfsvoering, maar niet over de doelmatigheid van het beleid. Bij het vaststellen van de doelmatigheid is gebruik gemaakt van interne benchmarks. Externe benchmarks zijn vermeden, omdat beleidseffecten in de praktijk sterk afhankelijk zijn van de context en daarmee dus niet een-op-een vergelijkbaar zijn. Het onderzoek bestaat uit zeven stappen, die samenhangen met de elementen zoals benoemd in Figuur 1: conceptuele weergave beleidsevaluatie. Stap 1: inzicht in beleid Hierbij komen de doelen en middelen aan bod. Deze stap beantwoordt onderzoeksvraag 1. Deze stap is uitgevoerd door een beleidsanalyse. Stap 2: inzicht in praktijk: uitvoering In deze stap komt de uitvoering aan bod.
Deze stap beantwoordt onderzoeksvraag 2. Deze stap is uitgevoerd door desk research en interviews. Stap 3: inzicht in resultaat: portefeuille In deze stap komen de resultaten aan bod. Deze stap beantwoordt onderzoeksvraag 3. Deze stap is uitgevoerd door een data-analyse van de vastgoedportefeuille, desk research en interviews. Stap 4: inzicht in effecten van beleid In deze stap komen de effecten aan bod. Deze stap beantwoordt onderzoeksvraag 4. Deze stap is uitgevoerd door het bijeenbrengen van voorgaande stappen, en het in kaart brengen van de relatie tussen doelen, middelen en effecten. Stap 5: conclusies en aanbevelingen In deze stap worden de conclusies en aanbevelingen van het onderzoek gepresenteerd. Hiermee wordt de hoofdvraag beantwoord. Stap 6: rapportage In deze stap worden de bevindingen en conclusies verwerkt tot voorliggende rapportage. Deze stap resulteert in een nota van bevindingen en een definitieve rapportage. De nota van bevindingen wordt voor wederhoor (feitencheck) verstuurd aan de ambtelijke organisatie. Eventuele reacties met betrekking tot feiten worden daarna verwerkt. Vervolgens wordt de rapportage aangevuld met conclusies en aanbevelingen en wordt de volledige rapportage voor wederhoor verstuurd aan het bestuur. De reactie van het bestuur wordt opgenomen in het rapport met de reactie van de rekenkamercommissie.
Het geheel wordt vervolgens aangeboden aan de gemeenteraad. Stap 7: transparantie en informatievoorziening Raad In deze stap wordt onderzocht of de gemeenteraad voldoende invloed heeft kunnen uitoefenen op het vastgoedbeleid en de verduurzamingsaanpak.
3
2 februari 2022 Referentie: B001979/211202/NvW/ISO:BvM/IJ
Is de gemeenteraad tijdig en volledig geïnformeerd en zo in staat gesteld keuzes te maken en tot besluitvorming te komen? Voor deze stap zijn interviews gehouden met fractievoorzitters (negen fracties zijn uitgenodigd, zes fracties hebben deelgenomen aan het interview). Deze stap wordt niet verwerkt als apart hoofdstuk, maar als validatie ingezet bij de bevindingen van bovenstaande stappen. In de stappen is het normenkader gebruikt om de onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden. Het normenkader wordt toegelicht in 01.04. 01.04 Normenkader Het normenkader is al benoemd in deze inleiding en wordt hier nader toegelicht. Het doel van het normenkader is om met een vooraf vastgesteld kader het onderzoek in gaan om te voorkomen dat e gaandeweg andere vragen of andere criteria gaan worden gebruikt. Dit wordt gedaan door plannen, beleidskaders en beleidsdoelen te analyseren en inzichtelijk te maken in welke mate deze tot uitvoering zijn gebracht of zouden kunnen worden gebracht. Deelvragen
Normen
1. Inzicht in beleid
✓
Welke maatregelen met welke doelbereiking
op de thema’s duurzaamheid, beheer en organisatie,
(gewenst resultaat) heeft de gemeenteraad vastgesteld met betrekking tot het
Er is een vastgesteld vastgoedkader/-nota door de raad exploitatie; en beoogd gebruik.
✓
vastgoedbeleid. Zijn ze realistisch en
De formulering van beleid is SMART, samenhang tussen (sub)doelen, instrumenten en indicatoren is duidelijk.
houdbaar op langere termijn? 2. Inzicht in uitvoering
✓
Hoe is de aanpak (uitvoering) van de gemaakte beleidskeuzes georganiseerd,
Kaders en instrumenten uit beleid worden consistent en structureel toegepast.
✓
gefinancierd en wat is het resultaat van deze
Het proces van aankoop, verkoop, beheer en exploitatie is beschreven in uniforme stappen en werkzaamheden
ambities?
en wordt regelmatig geëvalueerd. ✓
Er zijn voldoende financiële middelen om de beleidskeuzes te realiseren.
3. Inzicht in portefeuille
✓
Breng het gemeentelijk vastgoedbezit in beeld waarbij twee jaar wordt teruggekeken (wat is
het vastgoedbezit. ✓
verkocht en aangekocht) en twee jaar vooruit
en gebruik. ✓
uitvoering daarvan. 4. Inzicht in effecten
Mutaties in de vastgoedportefeuille zijn zorgvuldig beargumenteerd en vastgelegd.
✓
Maak een analyse van het huidige
De in het beleid vastgestelde doelen (met betrekking tot exploitatie, beheer en duurzaamheid) worden
vastgoedbezit in relatie tot de exploitatie, beheer en duurzaamheid zodat de
Er is concrete planvorming op de voor vastgoed relevante aspecten: duurzaamheid, exploitatie, beheer
(welke acties staan op stapel) met als doel zicht te krijgen op het gevoerde beleid en de
Er is actuele en historische relevante informatie over
gerealiseerd. ✓
Er wordt toegezien op een doelmatige inzet van mens
verhoudingen houvast bieden voor
en middelen om doelen (met betrekking tot exploitatie,
gemeentelijk vastgoedbeleid.
beheer en duurzaamheid) te bereiken.
4
2 februari 2022 Referentie: B001979/211202/NvW/ISO:BvM/IJ
01.05 Leeswijzer Dit rapport bestaat uit zes hoofdstukken en bijlagen. De hoofdstukken volgen de volgorde van de onderzoekaanpak zoals hierboven beschreven. In hoofdstuk 02 wordt stap 1: inzicht in beleid beschreven. In hoofdstuk 03 komt stap 2: inzicht in uitvoering aan bod. Stap 3: inzicht in resultaat staat beschreven in hoofdstuk 04. Stap 4: inzicht in effecten komt aan bod in hoofdstuk 05. Hoofdstuk 06 presenteert de conclusies en aanbevelingen. Zoals vermeld wordt stap 7 opgenomen in de verschillende stappen als validatie van de bevindingen. De bijlagen (hoofdstuk 07) geven een overzicht van de uitgevoerde interviews, welke documenten voor de beleidsanalyse zijn bestudeerd en welke data is bestudeerd voor het creëren van inzicht in de portefeuille.
5
2 februari 2022 Referentie: B001979/211202/NvW/ISO:BvM/IJ
02 STAP 1: INZICHT IN BELEID In dit hoofdstuk worden de bevindingen van stap 1: inzicht in beleid gepresenteerd.
Figuur 2: conceptuele weergave beleidsevaluatie – stap 1
De volgende onderzoeksvraag wordt beantwoord: Welke maatregelen met welke doelbereiking (gewenst resultaat) heeft de gemeenteraad vastgesteld met betrekking tot het vastgoedbeleid? Zijn ze realistisch en houdbaar op langere termijn? Deze onderzoeksvraag is beantwoord door middel van het uitvoeren van een analyse van de beleidsstukken van de gemeente. Om deze beleidsstukken te beoordelen en de onderzoeksvragen te beantwoorden, is de inhoud van de beleidsstukken getoetst aan de volgende elementen uit het normenkader: Er is een vastgesteld vastgoedkader/-nota door de raad op de thema’s duurzaamheid, beheer en organisatie, exploitatie; en beoogd gebruik (bezit). De formulering van beleid is SMART, samenhang tussen (sub)doelen, instrumenten en indicatoren is duidelijk. In paragraaf 02.01 worden de bevindingen uit de beleidsstukken besproken. Vervolgens worden deze bevindingen getoetst aan het normenkader in paragraaf 02.02. In deze paragraaf wordt ook bovenstaande onderzoeksvraag beantwoord. 02.01 Beleidsdoelstellingen In deze paragraaf worden de doelstellingen uit de volgende beleidsstukken besproken: Kadernotitie Accommodatiebeleid Harderwijk (Gemeente Harderwijk, 12 november 2012). Kadernota 2020-2023 (Gemeente Harderwijk, 18 juni 2019). Aanpakken met ambitie. Coalitieakkoord 2018-2022 (Gemeente Harderwijk, 16 mei 2018).
Uitvoeringsstrategie De Energieke Stad 2017-2020 (Gemeente Harderwijk, 24 april 2017). In het beleidsonderzoek is de Nota Grondbeleid 2019 na zorgvuldige overweging niet opgenomen. Het onderzoek is gericht op het verkrijgen van inzicht in (de uitvoering van) het gemeentelijk vastgoedbeleid, vastgoedbezit en verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed. Het voorgenoemd grondbeleid is gericht op de gemeentelijke rol omtrent realisatie van gebiedsontwikkelingen en woningen. Na analyse van dit beleid hebben wij geconcludeerd dat dit beleid niet raakt aan de scope van het onderzoek.
6
2 februari 2022 Referentie: B001979/211202/NvW/ISO:BvM/IJ
Kadernotitie Accommodatiebeleid Harderwijk 2012 Functie & inhoud van het accommodatiebeleid Het accommodatiebeleid van gemeente Harderwijk vormt samen met het grondbeleid het gemeentelijk vastgoedbeleid. In het accommodatiebeleid is de langetermijnvisie op het vastgoed van de gemeente vastgelegd. Het beleid geeft de visie en koers voor de daaropvolgende jaren weer ten aanzien van het voorzieningenaanbod en de rol die de gemeente daarin vervult. In het beleid wordt ingegaan op het huidige aanbod aan voorzieningen, de ontwikkelingen die invloed hebben op (de vraag naar) voorzieningen, de visie op spreiding, aanwezigheid en clustering van voorzieningen, de rol van de gemeente, en het verschil met de situatie op het moment van publicatie. Het accommodatiebeleid heeft betrekking op het maatschappelijk vastgoed. Het gaat dan over “fysieke accommodaties, op het gebied van welzijn/Wmo, cultuur, sport, onderwijs, maatschappelijke zorg en peuterwerk/kinderopvang, waarvoor de gemeente een stimulerende, financiële en/of inhoudelijke rol vervult”. Het overig gemeentelijk vastgoed, waaronder de gebouwen waar de gemeentelijke organisatie is gehuisvest en strategisch bezit (monumenten, tijdelijk woningbezit, et cetera), blijft buiten beschouwing.
Het accommodatiebeleid bevat de volgende elementen: Omschrijving huidige situatie gemeente Harderwijk ten tijde van het schrijven, inclusief actuele ontwikkelingen en het huidige aanbod. Visie en uitgangspunten, met details over beleidsinstrumenten, maatwerk per wijk, clustering en multifunctioneel gebruik, eigendomsconstructie, kwaliteit van voorzieningen, kostendekkende verhuur, organisatie en taakverdeling en sturing op resultaat. Opgave, met de veranderende rol van de gemeente, creëren van inzicht en sturingsmogelijkheden, sturen op optimaal gebruik van accommodaties, een heldere taakverdeling en de opgave fysieke voorzieningen. Vervolg, met de uitwerking en consultatie van het maatschappelijk veld en besluitvorming. Bijlage, het totaaloverzicht van maatschappelijke voorzieningen en overige gemeentelijke objecten. De belangrijkste kaders die in het beleid zijn neergelegd, zijn de visie en uitgangspunten op het gebied van maatschappelijk vastgoed en de gemeentelijke rol, en de vastgoedopgave inclusief uitwerkingsvraagstukken die zijn benoemd. Deze worden in onderstaande kaders samengevat. De uitwerkingsvraagstukken zijn bevonden als kernelementen. Deze vraagstukken, die de opgave omvatten waar de vastgoedafdeling voor staat, worden namelijk omschreven als de toetssteen waaraan wordt beoordeeld of het vastgoedbeleid is uitgevoerd.
7
2 februari 2022 Referentie: B001979/211202/NvW/ISO:BvM/IJ
ACCOMMODATIEBELEID: VISIE & UITGANGSPUNTEN In het accommodatiebeleid is de visie van de gemeente op maatschappelijke voorzieningen en de gemeentelijke rol omschreven. Ten aanzien van voorzieningen gelden de volgende uitgangspunten: •
Accommodaties zijn een middel, instandhouding is geen doel op zich.
•
Maatwerk per wijk, aansluiten op (wijk)behoefte en mogelijkheden.
•
Efficiënte inzet van middelen en gebouwen.
•
Inzetten op clustering en optimaal gebruik van voorzieningen.
•
Streven naar kwalitatief goede voorzieningen.
•
Ook (grotere) voorzieningen met regionale functie en uitstraling (sport, cultuur).
•
Actief inspelen op ontwikkelingen die zich voordoen.
•
Gebruik maken van kennis en expertise van maatschappelijke partners.
Ten aanzien van de rol van de gemeente gelden de volgende uitgangspunten: •
Investeren in functies en activiteiten, niet (alleen) in „stenen‟.
•
Gemeente (meer) op afstand, door stimuleren zelfredzaamheid en ondernemerschap.
•
Gemeente ondersteunt waar nodig en mogelijk (subsidies, meedenken).
•
Sturing en zeggenschap bij gemeente bij maatschappelijk of financieel belang.
•
Eigendom niet per se bij de gemeente, inspelen op mogelijkheden.
•
Beheer en exploitatie door gebruikers/beherende instelling, geen rol gemeente.
•
Actief inspelen op ontwikkelingen en mogelijkheden die zich voordoen.
8
2 februari 2022 Referentie: B001979/211202/NvW/ISO:BvM/IJ
ACCOMMODATIEBELEID: UITWERKINGSVRAAGSTUKKEN Concreet heeft gemeente Harderwijk zes opgaven benoemd die de daaropvolgende jaren worden opgepakt om uitvoering te geven aan de nieuwe beleidslijn. De opgaven en bijbehorende uitwerkingsvraagstukken zijn hieronder opgesomd.
Veranderende rol van de gemeente 1.
Formuleren doelen, kaders en vertaling hiervan naar concrete (prestatie)afspraken. Herzien van subsidievoorwaarden en bestaande afspraken/overeenkomsten.
2.
Opzetten van een systematiek om de voortgang te monitoren en resultaten te beoordelen. Afspraken maken over afstemming en vervolg.
3.
Starten trajecten ondernemerschap bij sportaccommodaties en culturele instellingen.
4.
Uitwerken kaders voor maatschappelijk ondernemerschap.
5.
Opstellen criteria voor ondersteuning gemeente (samen met subsidieverordening en verhuurbeleid).
Creëren van inzicht en sturingsmogelijkheden 6.
Bepalen wijze van meten en verantwoorden gegevens over gebruik en bezetting van accommodaties.
7.
Stimuleren wijkondernemerschap door prestatieafspraken te maken over gebruik en bezetting.
8.
Opstarten/optimaliseren overlegstructuur tussen de verschillende disciplines om een zo optimaal mogelijk beeld te krijgen van wat er leeft in de wijken.
9.
Vertalen gevolgen veranderende wetgeving naar gebruik en functie gemeentelijke accommodaties.
10. Inventariseren aanvullende gegevens gemeentelijk aanbod. 11.
Integraal beheren van gegevens over gemeentelijk aanbod.
12. Inventariseren gegevens niet-gemeentelijk aanbod. 13. Beheren van gegevens over niet-gemeentelijk aanbod. 14. Uitwerken/oprichten van een makelpunt. Vastleggen van een beheerder voor het makelpunt en maken van duidelijke afspraken hierover.
Sturen op optimaal gebruik van accommodaties 15. Uitvoeren van een schouw naar de gebruiksmogelijkheden van bestaande accommodaties en eventuele aanpassingen die nodig zijn om ze meer multifunctioneel te kunnen gebruiken. 16. Inzetten op en stimuleren van (logische) clusters (vanuit oogpunt van inhoudelijke synergie en exploitatievoordelen). Hierover actief in gesprek met betrokken partijen.
Komen tot heldere taakverdeling 17. Uitwerken heldere en eenduidige verdeling van taken en verantwoordelijkheden en opstellen procesafspraken (uitwerking vastgoedbeleid). 18. Borgen centrale en integrale aansturing van afdeling overstijgende vraagstukken (uitwerking vastgoedbeleid). 19. Opstarten overleg met beherende instellingen en gebruikers om de visie en uitgangspunten te delen, consequenties in kaart te brengen, mogelijkheden te verkennen en de ondersteuningsbehoefte te inventariseren. 20. Afspraken en overeenkomsten herzien voor zover deze niet aan de uitgangspunten van het accommodatiebeleid voldoen (huur, subsidie, opdracht/doelstelling, et cetera), met inachtneming van juridische aspecten en verworven rechten. Opgave fysieke voorzieningen Tot slot zijn nieuwbouw-, onderhouds- en renovatieplannen en overige ontwikkelingen omschreven waarmee de gemeente aan de slag gaat.
9
2 februari 2022 Referentie: B001979/211202/NvW/ISO:BvM/IJ
Kadernota 2020-2023 Rol van de kadernota De raad heeft in deze nota de kaders vastgelegd voor de jaren 2020-2023. De kadernota bevat de breedte aan gemeentelijke programma’s, maar in deze analyse wordt alleen ingegaan op de onderdelen die een relatie hebben met het vastgoedbeleid. De programma’s Sport, Cultuur en recreatie, Sociaal Domein en Duurzaamheid en Milieu bevatten plannen en ambities die het vastgoedbeleid raken. In het roze kader zijn deze plannen uiteengezet. KADERNOTA 2020-2023: RELEVANTE PLANNEN & AMBITIES IN RELATIE TOT VASTGOED Programma Sport, cultuur en recreatie Wat betreft sport, cultuur en recreatie zijn in de kadernota de volgende plannen uiteengezet: ▪
Sportaccommodaties: ▪
Nieuwbouw zwembad de Sypel – exploitatie. Een exploitatiebudget à € 74.000,- is begroot.
▪
Nieuwbouw zwembad de Sypel – dotatie onderhoudsvoorziening. Een raming voor de dotatie à € 127.500,- jaarlijks is begroot.
▪
Cultureel erfgoed: ▪
Restauratie Oude Stadhuis. Een aanvullend krediet voor de restauratie à € 750.000,- en kapitaallasten à € 18.750,- zijn begroot.
▪ ▪
Beheerkosten restauratie Oude Stadhuis à € 35.000,- per jaar begroot.
Culturele voorzieningen: ▪
Exploitatie Theater Harderwijk wordt onderzocht en herzien. De raad heeft geen budget beschikbaar gesteld voor de exploitatie van het theater aan de Stationslaan.
Programma Sociaal Domein Binnen het sociaal domein is het volgende plan benoemd: ▪
Het faciliteren van initiatieven, verenigingen en organisaties door het bepalen van een koers voor multifunctionele accommodaties. Dit project is nog niet gestart.
Programma Duurzaamheid en Milieu Binnen het programma Ruimte en Wonen zijn enkele plannen uiteengezet: ▪
Opstellen en uitvoering van een Duurzaam Meerjaren Onderhoudsplan voor de gemeentelijke gebouwen.
▪
Opstellen van beleid voor toegankelijkheid van openbaar toegankelijke overheidsgebouwen en particuliere gebouwen, gevolgd door uitvoering.
▪
Herontwikkeling voormalige bibliotheek (Academiestraat 5) door het uitwerken van een visie, gevolgd door verkoop in de vorm van een aanbesteding.
Coalitieakkoord 2018-2022 Het Coalitieakkoord, opgesteld door de coalitie met Harderwijk Anders, VVD, ChristenUnie en CDA, bevat de ambities van de nieuwe coalitie. De domeinen die aan bod komen zijn: Winkel openstellingstijden op zondag; Woonbeleid; Duurzaamheid; Omgeving; Verkeer en Vervoer; Ondersteuning in het Sociaal Domein (Wmo, Jeugdwet, Participatiewet) Welzijn, Cultuur en Sport; Dienstverlening; Financiën.
10
2 februari 2022 Referentie: B001979/211202/NvW/ISO:BvM/IJ
Op het gebied van Welzijn, Cultuur en Sport zijn ambities vastgelegd die de vastgoedafdeling raken. Deze zijn benoemd in het roze kader hierna. COALITIEAKKOORD 2018-2022: RELEVANTE AMBITIES De coalitie heeft de volgende ambities uitgesproken: ▪
Er komt een vernieuwd energieneutraal zwembad, waarbij wordt gekeken welke extra functies zijn te realiseren binnen de huidige exploitatie.
▪
De gemeenteraad heeft besloten de bestaande theaterzaal aan de Stationslaan als binnenpodium te betrekken bij de verdere uitvoering van de plannen van Stad als Podium. Hiervoor moet een partij worden gevonden. De juridische, inhoudelijke, organisatorische, vastgoed-technische en financiële consequenties van de exploitatie theaterfunctie binnenpodium dienen in kaart te worden gebracht. Het college neemt aan de hand van de bevindingen van deze zoektocht en de wens van de gemeenteraad een besluit over de invulling van de exploitatie van een binnenpodium aan de Stationslaan.
Uitvoeringsstrategie De Energieke Stad 2017-2020 De gemeente beoogt om in 2031 de CO2-uitstoot met 45% te verlagen ten opzichte van het niveau van 2010. De route hiernaartoe is vastgelegd in het klimaatbeleid De Energieke Stad – een routekaart naar een klimaatneutraal Harderwijk. Elke vier jaar wordt een uitvoeringsstrategie opgesteld om invulling te geven aan het klimaatbeleid, evenals een jaarlijks werkplan. De route Energieke Stad bestaat uit een combinatie van: Energiebesparende maatregelen (39%); Duurzame Energieopwekking (26%); Compensatiemaatregelen (35%). De ambitie van de gemeente op het gebied van gemeentelijk vastgoed is in het roze kader hierna beschreven. UITVOERINGSSTRATEGIE DE ENERGIEKE STAD 2017-2020: AMBITIES GEMEENTELIJK VASTGOED Wat betreft het gemeentelijk vastgoed, beoogt de gemeente om zelf een voorbeeldfunctie in te nemen. Dit betekent dat de gemeente zelf het realistische, ambitieuze voorbeeld geeft wat betreft verduurzaming van (haar) vastgoed. Het concreet gestelde doel is om de gemeentelijke gebouwen en faciliteiten te verduurzamen en CO2-reductie standaard mee te nemen in de bedrijfsvoering.
02.02 Toetsing normenkader In paragraaf 02.01 zijn de vastgoeddoelstellingen zoals gesteld in de diverse beleidsstukken besproken. In deze paragraaf worden de doelstellingen getoetst aan het normenkader. De normen waaraan wordt getoetst zijn: Er is een vastgesteld vastgoedkader/-nota door de raad op de thema’s duurzaamheid, beheer en organisatie, exploitatie; en beoogd gebruik (bezit). De formulering van beleid is SMART, samenhang tussen (sub)doelen, instrumenten en indicatoren is duidelijk. Deze worden hierna separaat behandeld.
11
2 februari 2022 Referentie: B001979/211202/NvW/ISO:BvM/IJ
Er is een vastgesteld vastgoedkader/-nota door de raad op de thema’s duurzaamheid, beheer en organisatie, exploitatie; en beoogd gebruik (bezit). Er is een vastgesteld vastgoedkader, namelijk het accommodatiebeleid 2012. Daaraan wordt voldaan. Wanneer wordt gekeken naar de specifieke thema’s, kan het volgende worden gesteld: Duurzaamheid is in het accommodatiebeleid niet specifiek genoemd. Op dit moment in de tijd stond duurzaamheid in het algemeen nog niet breed op de agenda. Echter, duurzaamheid is wel gedekt in De Energieke Stad, waarin ook uitspraken worden gedaan over de voorbeeldfunctie van de gemeente op het gebied van duurzaamheid. Daarnaast wordt gewerkt aan een Duurzaam Meerjaren Onderhoudsplan, zoals benoemd in de kadernota. In het Coalitieakkoord is de ambitie uitgesproken om een energieneutraal zwembad te realiseren. Beheer & organisatie wordt in het accommodatiebeleid besproken. De uitwerkingsvraagstukken in het beleid hebben veelal betrekken op deze thema’s. Exploitatie komt in het accommodatiebeleid aan bod, evenals in de kadernota. Beoogd gebruik wordt ook benoemd, onder andere in het accommodatiebeleid. Hierbij ligt een focus op het onderzoeken en/of realiseren van multifunctioneel gebruik. Samenvattend wordt aan deze norm grotendeels voldaan, met de nuancering dat duurzaamheid pas later op de agenda is gekomen.
Daarnaast is het accommodatiebeleid mogelijk verouderd gezien het uit 2012 dateert. De formulering van beleid is SMART, samenhang tussen (sub)doelen, instrumenten en indicatoren is duidelijk. In het accommodatiebeleid zijn 20 uitwerkingsvraagstukken opgesteld. Deze zijn echter nog niet vertaald naar daadwerkelijke stappen. Elementen vanuit het accommodatiebeleid keren terug in de kadernota, bijvoorbeeld het onderzoeken en realiseren van multifunctioneel gebruik. Dit toont aan dat deze doelstellingen relevant zijn. Echter wordt niet altijd expliciet gemaakt op wat voor manier het gestelde doel zal worden gerealiseerd. De instrumenten zijn niet bij alle doelstellingen genoemd. In de kadernota wordt gebruik gemaakt van een stoplichtschema waarin doelstelling, activiteit, stand van zaken op inhoud, planning en financiën, en eventuele toelichting worden benoemd. Dit schema geeft praktisch inzicht in de stand van zaken. Echter, ook hierin worden stappen nog niet SMART geformuleerd. Daarnaast valt op dat veel van de uitwerkingsvraagstukken uit het accommodatiebeleid een focus hebben op het functioneren van de vastgoedorganisatie en in mindere mate op de vastgoeddoelstellingen. Een specifiek blok fysieke opgave is benoemd, maar dit is niet opgenomen in de uitwerkingsvraagstukken. Samenvattend kan worden gesteld dat aan deze norm deels wordt voldaan.
De uitwerkingsvraagstukken uit het accommodatiebeleid en het stoplichtenmodel uit de kadernota geven een basis voor het beleid, maar de samenhang met in te zetten instrumenten en indicatoren kan verbeterd worden. 02.03 Conclusies stap 1 In stap 1 is de volgende onderzoeksvraag onderzocht: Welke maatregelen met welke doelbereiking (gewenst resultaat) heeft de gemeenteraad vastgesteld met betrekking tot het vastgoedbeleid. Zijn ze realistisch en houdbaar op langere termijn? De beleidsanalyse laat zien dat de maatregelen met betrekking tot vastgoed in het accommodatiebeleid uit 2012 en de Kadernota 2020-2023 zijn opgenomen. In andere stukken komt dit in mindere mate aan bod.
12
2 februari 2022 Referentie: B001979/211202/NvW/ISO:BvM/IJ
Het accommodatiebeleid bevat 20 uitwerkingsvraagstukken en de fysieke opgave. Deze bevatten een heldere basis voor uitvoer, echter het thema duurzaamheid blijft hierop achter. Ook zijn de vraagstukken grotendeels gericht op het functioneren van de vastgoedorganisatie en in mindere mate op het vastgoedbeleid zelf. De thema’s beheer en organisatie, exploitatie en beoogd gebruik komen wel aan bod. De Uitvoeringsstrategie De Energieke Stad en het Coalitieakkoord laten zien dat het thema duurzaamheid sinds het publiceren van het accommodatiebeleid wel op de agenda is gekomen. In het eerste stuk worden uitspraken gedaan over de voorbeeldfunctie van de gemeente op het gebied van duurzaamheid. Daarnaast wordt gewerkt aan een Duurzaam Meerjaren Onderhoudsplan, zoals benoemd in de kadernota. In het Coalitieakkoord is de ambitie uitgesproken om een energieneutraal zwembad te realiseren. Dit betekent wel dat deze plannen omtrent duurzaamheid en vastgoed niet expliciet zijn benoemd in het accommodatiebeleid zoals opgesteld door de vastgoedafdeling. In de kadernota keren elementen vanuit het accommodatiebeleid terug. Dit toont aan dat gedurende een lange periode uitwerkingsvraagstukken zijn blijven liggen. Het accommodatiebeleid is namelijk opgesteld in 2012, de kadernota in 2020.
Daarnaast wordt in het accommodatiebeleid niet altijd expliciet gemaakt hoe de gestelde doelen dienen te worden gerealiseerd. De samenhang tussen gestelde doelen en bijbehorende instrumenten en indicatoren ontbreekt. Samenvattend toont het bovenstaande dat het accommodatiebeleid mogelijk niet realistisch is geweest.
13
2 februari 2022 Referentie: B001979/211202/NvW/ISO:BvM/IJ
03 STAP 2: INZICHT IN UITVOERING BELEID In dit hoofdstuk worden de bevindingen van stap 2: inzicht in uitvoering beleid gepresenteerd.
Figuur 3: conceptuele weergave beleidsevaluatie – stap 2
De volgende onderzoeksvraag wordt beantwoord: Hoe is de aanpak (uitvoering) van de gemaakte beleidskeuzes georganiseerd, gefinancierd en wat is het resultaat van deze ambities? Deze onderzoeksvraag is beantwoord door middel van het uitvoeren van interviews en het koppelen van de interviewresultaten aan de bevindingen uit de beleidsanalyse in stap 1. De lijst met interviewees en de interview protocollen zijn opgenomen in bijlage 07.01. Om de onderzoeksvraag te beantwoorden, zijn de resultaten van de interviews getoetst aan de volgende elementen uit het normenkader: Kaders en instrumenten uit beleid worden consistent en structureel toegepast. Het proces van aankoop, verkoop, beheer en exploitatie is beschreven in uniforme stappen en werkzaamheden en wordt regelmatig geëvalueerd. Er zijn voldoende financiële middelen om de beleidskeuzes te realiseren. In paragraaf 03.01 worden de bevindingen uit de interviews besproken. Vervolgens worden deze bevindingen getoetst aan het normenkader in paragraaf 03.02. In deze paragraaf wordt ook bovenstaande onderzoeksvraag beantwoord. 03.01 Bevindingen interviews De interviews zijn opgezet rondom het klaverbladmodel, weergegeven in Figuur 4: klaverbladmodel. Dit model laat zien dat de prestatie van de organisatie wordt beïnvloed door vier elementen: 1 management en organisatie; 2 informatietechnologie; 3 mensen en cultuur; 4 processen.
14
2 februari 2022 Referentie: B001979/211202/NvW/ISO:BvM/IJ
Op alle vier gebieden zijn interviewees bevraagd. Hieronder valt ook het toetsen van de status van de portefeuille en het toetsen of de beleidskaders zoals uiteengezet in het vorige hoofdstuk doorgang hebben gevonden. Daarnaast is in het algemeen gevraagd naar het functioneren van de organisatie: welke elementen gaan goed en wat kan beter?
Figuur 4: klaverbladmodel
Algemene reflectie Wanneer gevraagd naar de dingen die goed gaan, benoemden de interviewees de volgende elementen: Het advies is neergezet voor de MJOP en de MJOP is reëel. De praktische afhandeling van zaken gaat goed. Het overleg met de collega’s die verantwoordelijk zijn voor het beheer en de exploitatie van panden gaat goed. Het analyseren van gegevens. Het gebouwbeheer. Het team is pragmatisch, flexibel en oplossingsgericht. Het team heeft zicht op wat er verbeterd moet worden en wat er nog moet gebeuren. Wanneer gevraagd naar de dingen die kunnen worden verbeterd, werd het volgende genoemd: Er kan structuur worden aangebracht in wat speelt binnen Harderwijk, ook op het gebied van maatschappelijk vastgoed. De processen kunnen worden verbeterd. Verbetering MJOP op gebied van exploitatie en duurzaamheid. Sommige activiteiten worden te ad hoc uitgevoerd en er staat dan weinig op papier. Management & organisatie Teams & samenwerking met andere domeinen Vastgoed & Grondzaken is onderdeel van het Ruimtelijk Projectbureau. Het dagelijks beheer en onderhoud van het vastgoed is belegd bij Meerinzicht. Wonen valt onder team Ruimtelijk Beleid. Binnen de gemeente wordt gewerkt vanuit een thuisbasis, maar in de praktijk wordt veel samengewerkt en ‘teamontkennend’ gewerkt. Binnen het Sociaal Domein zijn School, Sport en Welzijn belegd.
De besluiten en doelen van deze afdelingen hebben een impact op de afdeling Vastgoed & Grondzaken.
15
2 februari 2022 Referentie: B001979/211202/NvW/ISO:BvM/IJ
Wat betreft samenwerking met de andere domeinen zijn de volgende punten ter sprake gekomen: De borging in processen met andere domeinen kan worden verbeterd. Vastgoed neemt veelal het voortouw binnen de samenwerking, maar wordt wel vaak in een later stadium betrokken in die samenwerking. Er zijn directe lijnen met Wijk & Samenleving en met Sport, afdelingen waarbij vastgoed een belangrijke rol speelt. De verbinding met Onderwijs is vaak beleidsmatig. Het is belangrijk om vanuit de organisatie te worden betrokken voor zaken over Vastgoed & Grondzaken, en niet louter door bovengenoemde afdelingen die vaker nauw contact hebben met de afdeling. Maatschappelijke opvang gaat dwars door de organisatie heen. De samenwerking met de andere organisaties binnen MeerInzicht (gemeente Ermelo en gemeente Zeewolde) en MeerInzicht wordt geborgd in de vastgoedtafel. Binnen deze overlegstructuur wordt de vraag en het aanbod besproken. Financiën Op het gebied van financiën is uit de interviews gebleken dat hierin de afgelopen jaren stappen zijn gezet. Het MJOP en meerjaren investeringsplan (hierna: MIP) zijn opgezet en de interviewees waren hierover positief. Echter werd aangegeven dat de verbinding tussen de twee nog beter kan.
De demarcatie van onderhoud en investering kan scherper: wanneer betreft iets onderhoud en wanneer een investering, en wanneer combineer je de twee? Daarnaast is benoemd dat soms wordt gezocht naar budgetten en met geld wordt geschoven. Ook de Raad was positief over de verandering die de vastgoedorganisatie op het gebied van financiën heeft doorgemaakt. Ze benoemden daarin ook het MJOP en MIP. Ze geven aan meer vertrouwen te hebben in het financiële aspect en staan voor minder verrassingen. De meerkosten die bij individuele projecten mogelijk ontstaan, doen niet af aan het benoemde vertrouwen. Informatietechnologie Op het gebied van informatietechnologie zijn enkele verbeterpunten benoemd door de interviewees. Ten eerste komen de financiële gegevens over objecten uit andere systemen dan de gegevens over de objecten zelf. Daar komt bij dat de gemeente recent is overgestapt op een ander financieel systeem, waardoor de aansluiting met historische data op onderdelen verloren is gegaan. Dit bemoeilijkt de integrale sturing. Mensen & Cultuur Mensen Uit de interviews is gebleken dat het team beschikt over een sterk arbeidsethos. Er is veel energie en toewijding binnen het team om de werkzaamheden goed uit te voeren. Het team is vrij nieuw en nog niet in definitieve formatie tijdens het uitvoeren van de interviews. Dit kan onrust geven in het team.
Daarnaast is de capaciteit van het team beperkt. Ook vanuit de wethouders en de raad is sprake van vertrouwen in het team. Cultuur Tussen de gemeente en MeerInzicht is beide kanten op sprake van beperkt ‘vertrouwen’ in elkaars expertise. Vanwege een onvoldoende scherpe demarcatie van taken tussen de gemeente en MeerInzicht ontstaat een grijs gebied. Binnen dit grijze gebied wordt onvoldoende vertrouwd op de expertise van de andere partij. Afdeling Vastgoed & Grondzaken werkt hierdoor zaken tot in detail uit en geeft tot op detailniveau toestemming voor zaken, terwijl dat niet altijd nodig is.
16
2 februari 2022 Referentie: B001979/211202/NvW/ISO:BvM/IJ
Met een betere of scherpere demarcatie kan een deel van die taken ook bij MeerInzicht worden belegd. De gemeente kan zo meer een opdrachtgevende rol aannemen. De raad benoemde expliciet het toegenomen vertrouwen op gebied van financiën, zoals hierboven ook gesteld. De geïnterviewde leden zijn al langere tijd onderdeel van de gemeenteraad en benoemden een toegenomen vertrouwen. Daarnaast zou de manier waarop de gemeente is georganiseerd mogelijk nog kunnen bijdragen aan de ad hoc wijze van werken van de vastgoedorganisatie. Afdeling Vastgoed & Grondzaken is onderdeel van het Projectbureau, terwijl vastgoed berust op een langetermijnvisie in tegenstelling tot projectmatig handelen. Mogelijk is de cultuur van het Projectbureau ook onderdeel geworden van de vastgoedafdeling, terwijl deze daardoor misschien niet optimaal kan functioneren. Processen Uit de interviews is gebleken dat processen in mindere mate aanwezig zijn en niet voor alle kerntaken van de vastgoedafdeling zijn opgetekend. De interviewees hebben benoemd dat de aankoop en verkoop van snippergroen goed is vastgelegd. De werkprocessen zijn globaal vastgelegd. Uit de documentenstudie zijn geen processen naar voren gekomen. Het vastleggen en naleven van processen wordt gedaan om risico’s voor de organisatie te kunnen beheersen en waar mogelijk verkleinen.
Standaardisering van handelingen verkleint de kans op fouten en maakt het werk efficiënter. Daarnaast is werk beter overdraagbaar tussen personen wanneer de hoofdprocessen zijn vastgelegd. Daarom vormt het ontbreken van processen een risico voor de continuïteit van de organisatie, bijvoorbeeld bij (tijdelijke) uitval van een van de personen uit het (kleine) team Vastgoed & Grondzaken. 03.02 Toetsing normenkader In paragraaf 03.01 zijn de interviewbevindingen besproken. In deze paragraaf worden deze bevindingen getoetst aan het normenkader. De normen waaraan wordt getoetst zijn: Kaders en instrumenten uit beleid worden consistent en structureel toegepast. Het proces van aankoop, verkoop, beheer en exploitatie is beschreven in uniforme stappen en werkzaamheden en wordt regelmatig geëvalueerd. Er zijn voldoende financiële middelen om de beleidskeuzes te realiseren. Kaders en instrumenten uit beleid worden consistent en structureel toegepast In de interviews is doorgevraagd op het accommodatiebeleid en in hoeverre de kaders uit dit beleid zijn toegepast. De 20 uitwerkingsvraagstukken uit het beleid hebben geen expliciete doorgang gevonden. Daarnaast zijn de kaders vrij abstract, in tegenstelling tot de diverse fysieke projecten die zijn uitgevoerd. De uitgevoerde fysieke projecten zijn dus lastig te koppelen aan het in 2012 gestelde beleid.
In de Uitvoeringsstrategie De Energieke Stad 2017-2020 is de ambitie gesteld om als gemeente een voorbeeldrol aan te nemen op het gebied van duurzaamheid door het gemeentelijk vastgoed te verduurzamen. Aan deze ambitie is invulling gegeven door duurzaamheid nadrukkelijk mee te nemen op projectniveau. Zo zijn zonnepanelen geplaatst op het stadhuis en is driedubbel glas aangebracht in het oude stadhuis. Samenvattend zijn er door de vastgoedafdeling vele projecten uitgevoerd, maar de directe link met het accommodatiebeleid is lastig te leggen.
17
2 februari 2022 Referentie: B001979/211202/NvW/ISO:BvM/IJ
Het proces van aankoop, verkoop, beheer en exploitatie is beschreven in uniforme stappen en werkzaamheden en wordt regelmatig geëvalueerd Uit de bevindingen is niet gebleken dat de processen van aankoop, verkoop, beheer en exploitatie zijn beschreven in uniforme stappen en werkzaamheden en of processen worden gebruikt voor het uitvoeren van werkzaamheden. Uitzondering daarop vormt het proces rondom de aan- en verkoop van snippergroen. Het ontbreken van de uitwerking van de hoofdprocessen van de vastgoedafdeling vormt een risico voor de continuïteit van de organisatie, bijvoorbeeld bij (tijdelijke) uitval van collega’s. De bevindingen laten niet zien dat er sprake is van een evaluatiecyclus van de processen. Er zijn voldoende financiële middelen om de beleidskeuzes te realiseren Vanwege de beperkte link tussen de beleidskaders en de uitgevoerde projecten, zoals hierboven benoemd onder de eerste norm, is het niet mogelijk om te beoordelen of er voldoende financiële middelen zijn (geweest). Ook zijn de beleidskaders abstract en niet vertaald naar concrete plannen. Dit bemoeilijkt ook de link met de financiële middelen. Wat op basis van de bevindingen wel kan worden geconcludeerd, is dat op dit moment de financiële middelen worden ingezet voor het vernieuwde MJOP. Het is onduidelijk of die middelen ook goed kunnen worden ingezet voor de uitvoering van het MIP.
In het MJOP zijn de uitgaven wel goed vastgelegd. Daarnaast is er ook een aanvraag gedaan voor kostendekking voor de verduurzaming van panden. Deze ligt rond de € 200,- per vierkante meter mogelijk aan de lage kant. Echter is dit ook afhankelijk aan welke definities en doelen voor de verduurzaming worden gesteld en aan de gebruikte kengetallen. 03.03 Conclusies stap 2 In stap 2 is de volgende onderzoeksvraag onderzocht: Hoe is de aanpak (uitvoering) van de gemaakte beleidskeuzes georganiseerd, gefinancierd en wat is het resultaat van deze ambities? Het antwoord op deze vraag is tweeledig. Wanneer de bevindingen op het normenkader hierboven worden bekeken, blijkt dat aan deze normen grotendeels niet is voldaan. De link tussen de beleidskaders en de uitgevoerde projecten is beperkt tot niet te duiden. Processen zijn beperkt vastgelegd en de link tussen de financiële middelen en het behaalde resultaat is lastig te duiden. Echter zou deze beoordeling geen recht doen aan het beeld van de vastgoedafdeling dat op basis van de interviews is ontstaan. Afdeling Vastgoed & Grondzaken is recent opgericht en dit heeft tot gevolg gehad dat de vastgoedexpertise beter is gebundeld. Daarnaast is het beter mogelijk om te sturen op de gestelde ambities. Uit de interviews is gebleken dat er veel vertrouwen is in het team, van binnenuit en van buitenaf.
In het team is sprake van een sterke arbeidsethos en toewijding aan de taken die ten uitvoer liggen. Ook is er vanuit de raad vertrouwen in de wijze waarop de afdeling haar financiën heeft georganiseerd, zeker sinds het vernieuwen van het MJOP en MIP. De grootste uitdaging ligt in de ad hoc werkwijze die nu wordt gehanteerd. De afdeling kan baat hebben bij het gestructureerd doorgang geven van beleidskaders en het hanteren van een visie op de lange termijn. Mogelijk gebrek aan capaciteit kan bij deze professionaliseringsstap een uitdaging zijn. Wat betreft de organisatie van het werk dat bij MeerInzicht ligt, is gebleken dat de demarcatie tussen MeerInzicht en de gemeente onvoldoende scherp is. Dit leidt tot een grijs gebied en daarbinnen tot een verminderd vertrouwen in de expertise van de andere partij.
18
2 februari 2022 Referentie: B001979/211202/NvW/ISO:BvM/IJ
04 STAP 3: INZICHT IN RESULTAAT (PORTEFEUILLE) In dit hoofdstuk worden de bevindingen van stap 3: inzicht in resultaat (portefeuille) gepresenteerd.
Figuur 5: conceptuele weergave beleidsevaluatie – stap 3
De volgende onderzoeksvraag staat daarbij centraal: “Breng het gemeentelijk vastgoedbezit in beeld waarbij twee jaar wordt teruggekeken (wat is verkocht en aangekocht) en twee jaar vooruit (welke acties staan op stapel) met als doel zicht te krijgen op het gevoerde beleid en de uitvoering daarvan.” Deze onderzoeksvraag is beantwoord door middel van een analyse van het gemeentelijk vastgoedbezit, waarbij twee jaar is teruggekeken en twee jaar vooruit. De analyse is gebaseerd op de door de gemeente aangeleverde vastgoeddata en documentatie. Dit hoofdstuk behandelt de data-uitvraag en aangeleverde vastgoeddata (paragraaf 04.01). Vervolgens wordt het huidig bezit in beeld gebracht (paragraaf 04.02). In de daaropvolgende paragrafen wordt twee jaar teruggekeken (welke vastgoedmutaties hebben plaatsgevonden) en twee jaar vooruitgekeken (welke acties staan op stapel). 04.01 Data-uitvraag en opbrengst Onderstaande tabel toont de vastgoeddata die, op gebouwniveau, is uitgevraagd bij gemeente Harderwijk.
19
2 februari 2022 Referentie: B001979/211202/NvW/ISO:BvM/IJ
Tabel 1: benodigde en beschikbare vastgoeddata huidig vastgoedbezit
In bovenstaande tabel is weergegeven welke data wij nodig achten voor volledig inzicht in de huidige vastgoedportefeuille. Ook is weergegeven in welke mate deze data op gebouwniveau beschikbaar zijn. Dit heeft enkel betrekking op de huidige situatie. Er is geen historische vastgoeddata aangeleverd. Uit de tabel is op te maken dat niet alle data volledig beschikbaar zijn. Data aangegeven met een * zijn aangeleverd, maar niet op gebouwniveau. Bijlagen 07.02 en 07.03 geven een overzicht van de aangeleverde documentatie en vastgoeddata. Het percentage genoemd bij onderhoudskosten is exclusief onderhoudskosten van de schoolgebouwen. De verantwoordelijkheid voor de instandhouding van de schoolgebouwen ligt bij de schoolbesturen. 04.02 Analyse huidig vastgoedbezit De vastgoedportefeuille van gemeente Harderwijk (in volledig eigendom) bestaat op basis van de aangeleverde vastgoeddata, op peildatum 2 maart 2021, uit 87 gebouwen. De gebouwen zijn deels in eigen gebruik en deels verhuurd. De portefeuille bestaat zowel uit maatschappelijk als commercieel vastgoed. Figuur 6 toont een kaart met de ligging (en spreiding) van deze gebouwen.
Figuur 6: kaart ligging huidig bezit
20
2 februari 2022 Referentie: B001979/211202/NvW/ISO:BvM/IJ
Gebouwtypen Figuur 7 toont, op basis van de aangeleverde vastgoeddata, het aantal gebouwen van de gemeente Harderwijk per gebouwtype/functie.
Figuur 7: aantal gebouwen per gebouwtype/functie
Hieruit volgt dat ‘Basisscholen’ met 26 gebouwen de grootste categorie zijn, gevolgd door ‘Sporthallen’ met 14 gebouwen. Het is ons bekend dat inmiddels mutaties hebben plaatsgevonden in de vastgoedportefeuille, die in dit rapport niet zijn behandeld. Voor het onderzoek is de hiervoor genoemde peildatum vastgesteld, waar de resultaten op zijn gebaseerd. Oppervlakte Door het ontbreken van het bruto vloeroppervlak in de aangeleverde vastgoeddata is het niet mogelijk om uitspraken te doen over de omvang (in m²) van het huidige vastgoedbezit. Leeftijdsopbouw Door het ontbreken van de bouwjaren in de aangeleverde vastgoeddata is het niet mogelijk om uitspraken te doen over de leeftijdsopbouw van het huidige vastgoedbezit. Energetische prestaties Figuur 8 toont, voor zover bekend op basis van de aangeleverde vastgoeddata, de energetische prestaties van het vastgoedbezit (het aantal gebouwen per energielabel).
21
2 februari 2022 Referentie: B001979/211202/NvW/ISO:BvM/IJ
Figuur 8: aantal gebouwen per energielabel (voor zover bekend)
Hieruit volgt dat voor het grootste gedeelte van het vastgoedbezit, ongeveer 70% van de gebouwen, geen energielabel bekend is. Financieel De aangeleverde financiële vastgoeddata zijn eveneens geanalyseerd. Tabel 2 toont, voor zover bekend, de totale WOZ-waarde van het gemeentelijk vastgoedbezit op peildatum 1 januari 2020. Uit de tabel is af te lezen dat de WOZ-waarde van ongeveer 70% van de gebouwen bekend is, met een cumulatieve WOZ-waarde van ongeveer € 60 miljoen. Waardegrondslag WOZ-waarde (peildatum 01-01-2020)
Bedrag
% gebouwen bekend
€ 60.200.000
71%
Tabel 2: totale WOZ-waarde (voor zover bekend, afgerond bedrag)
Gemeente Harderwijk heeft daarnaast een uitdraai van de boekwaarden aangeleverd. De totale boekwaarde van het vastgoedbezit bedraagt op peildatum 31 december 2020 ongeveer € 31.000.000,-. De boekwaarde per gebouw is op basis van deze data niet te achterhalen. Onderhoudskosten De gemeente beschikt over een meerjaren onderhoudsplanning (hierna ook aangeduid als: MJOP) die op gebouwniveau is opgesteld voor 44% van de gebouwen. Figuur 9 toont de geplande onderhoudskosten van deze gebouwen voor de komende tien jaar. Uitgangspunt op basis van de aanleverde data is dat de bedragen prijspeil 2021 hebben en niet zijn geïndexeerd.
22
2 februari 2022 Referentie: B001979/211202/NvW/ISO:BvM/IJ
Figuur 9: meerjaren onderhoudsplanning 2021 -2030 (bron: MJOP 2021-2030 actualisatie doorrekening - 9 dec 2020, tabblad Bijlage MJOP 2021 -2030)
De totaal geraamde onderhoudskosten (prijspeil 2021, niet-geïndexeerd) van deze gebouwen bedragen voor de periode 2021 tot 2030 ongeveer € 9,6 miljoen. Dit komt neer op gemiddeld ongeveer € 19.600,- per gebouw per jaar. 04.03 Terugblik (twee jaar) In het kader van dit onderzoek is inzichtelijk gemaakt welke vastgoedmutaties de afgelopen twee jaar (periode medio 2019 t/m medio 2021) hebben plaatsgevonden (en zijn afgerond). Daarbij zijn de categorieën aankopen, afstoot, nieuwbouw, renovatie en verduurzaming gehanteerd. De gemeente is gevraagd de mutaties en de bijbehorende documentatie aan te leveren. Bijlage 07.02 geeft een overzicht van de aangeleverde documentatie. Uit deze analyse volgt onderstaande terugblik. Mutaties vastgoedportefeuille Aankoop Uit de aangeleverde documentatie volgt dat de afgelopen twee jaar het volgende vastgoed door de gemeente is aangekocht: Kranenburg-Noord is door de gemeente aangekocht. Dit betreft een voormalig militair terrein met opstallen. Uitgangspunt in dit onderzoek is dat het vijf opstallen betreft (in de koopovereenkomst zijn voor vijf opstallen energielabels genoemd). De argumenten voor deze aankoop richten zich op het strategische belang. Het betreft een strategische grondaankoop die van belang is voor de ontwikkeling van de stad op middellange termijn.
De koopsom bedroeg in december 2020 € 4.975.000,- (bron: koopovereenkomst Kranenburg-Noord, gedateerd 15-12-2020). De aankoop is via een college- en raadsbesluit vastgesteld (bron: collegebesluit, gedateerd 21-01-2020 & bron: raadsbesluit h200006320, gedateerd 28-05-2020). Afstoot Verkoop Uit de aangeleverde documentatie volgt dat de afgelopen twee jaar het volgende vastgoed door de gemeente is verkocht: Deventerweg 2a is door de gemeente verkocht. Dit betreft een gebouw met een kantoorfunctie. De argumenten voor deze verkoop richten zich op verschillende aspecten. Het in eigendom
23
2 februari 2022 Referentie: B001979/211202/NvW/ISO:BvM/IJ
hebben en verhuren van dergelijke gebouwen behoort niet tot de kerntaak van een gemeente. Ook ligt het gebouw niet op een ruimtelijk strategische locatie. Een ander argument richt zich op het maatschappelijk belang. Door verkoop van het gebouw aan de creatieve industrie blijft de creatieve industrie in de gemeente behouden. De verkoopsom bedroeg in juli 2020 € 924.000,(bron: koopovereenkomst Deventerweg 2a, van 10-07-2020). De boekwaarde bedroeg op dat moment € 929.000,-. De verkoop is via een individueel collegebesluit vastgesteld (bron: individueel collegebesluit, van 30-06-2020). Oosteinde 17 is door de gemeente verkocht. Dit betreft een gebouw met een kantoorfunctie. De argumenten voor deze verkoop richten zich op verschillende aspecten. Het in eigendom hebben en verhuren van dergelijke gebouwen behoren niet tot de kerntaak van een gemeente. Ook ligt het gebouw niet op een ruimtelijk strategische locatie. Een ander argument richt zich op de aankomende duurzaamheidsopgave van het gebouw. Door verkoop aan de markt wordt de duurzaamheidsopgave en bijbehorende investeringskosten verlegd naar de nieuwe eigenaar. Ook wordt een aantal andere argumenten met financiële incentives voor verkoop gegeven. De verkoopsom bedroeg in november 2020 € 2.300.000,- (bron: koopovereenkomst Deventerweg 2a, van 18-11-2020). De boekwaarde bedroeg op dat moment eveneens € 2.300.000,-.
De verkoop is via een individueel collegebesluit en raadsbesluit vastgesteld (bron: individueel collegebesluit, van 27-10-2020 & bron: raadsbesluit h200074979, van 12-11-2020). Kleine Mheenweg 5, Boekhorstlaan 8 en Boekhorstlaan 10 zijn door de gemeente verkocht. De gebouwen aan de Kleine Mheenweg 5 en Boekhorstlaan 8 betreffen gebouwen met een woonfunctie. Het gebouw aan de Boekhorstlaan 10 betreft een gebouw met opslag functie. Het hoofdargument richt zich op de ligging van de gebouwen aan de Boekhorstlaan 8 en 10 in de herontwikkeling van het gebied Boekhorstlaan. Het gebouw aan de Kleine Mheenweg 5 betreft een ruilobject in de transactie met de ontwikkelaar. Door een ontwikkelovereenkomst zijn de gebouwen verkocht aan een ontwikkelaar. In deze overeenkomst worden Kleine Mheenweg 5 en Boekhorstlaan 8 expliciet genoemd, Boekhorstlaan 10 niet, maar deze hoort hier wel bij (bron: mail afdeling Vastgoed & Grondzaken met onderwerp ‘Re: Vragen met betrekking tot RKC onderzoek’, van 10-06-2021). De verkoopsom voor de Kleine Mheenweg 5 bedroeg in april 2006 € 375.000,- (bron: ontwikkelingsovereenkomst Boekhorstlaan, d.d. april 2016). De verkoopsom voor Boekhorstlaan 8 bedroeg in april 2006 € 450.000,- (verkoopsom inclusief ander vastgoed dan Boekhorstlaan 8), (bron: ontwikkelingsovereenkomst d.d. april 2016).
De boekwaarden op het moment van verkoop zijn, op basis van de aangeleverde vastgoeddata, niet bekend. De verkopen zijn via een college- en raadsbesluit vastgesteld (bron: collegebesluit, gedateerd 25-04-2016 & bron: raadsbesluit h160014476, van 07-07-2016). De ontwikkelovereenkomst is in 2016 gesloten, maar de gebouwen zijn pas in 2019 overgedragen (bron: mail afdeling Vastgoed & Grondzaken met onderwerp ‘Re: Vragen met betrekking tot RKC onderzoek’, van 10-06-2021). Academiestraat 5 wordt door de gemeente verkocht. Dit betreft een gebouw met een bibliotheekfunctie. Het argument voor deze verkoop richt zich op de strategische locatie van het gebouw. In 2017 is het gebouw aangekocht om culturele voorzieningen te realiseren, wat niet is gelukt. Daarna is een ontwikkelvisie opgesteld om een gewenste ontwikkeling tot stand te laten komen op deze strategische locatie in de binnenstad. Door de grote belangstelling vanuit de markt is de ontwikkeling breed in de markt gezet en is het gebouw verkocht aan een ontwikkelaar. De verkoopsom bedroeg in september 2020 € 1.015.000,- (bron: koopovereenkomst Academiestraat 5, van 23-09-2020). De boekwaarde bedroeg op dat moment € 525.000,-. De overdracht moet nog plaatsvinden. De verkoop is via een collegebesluit en raadsbesluit vastgesteld (bron: collegebesluit, van 31-03-2020 & bron: raadsbesluit h200023813, van 28-05-2020).
24
2 februari 2022 Referentie: B001979/211202/NvW/ISO:BvM/IJ
Sloop Uit de aangeleverde documentatie volgt niet dat in de afgelopen twee jaar sprake is geweest van sloop van gemeentelijk vastgoed. Nieuwbouw Uit de aangeleverde documentatie volgt niet dat in de afgelopen twee jaar sprake is geweest van de oplevering van nieuw gemeentelijk vastgoed. Renovatie en verduurzaming Renovatie Uit de aangeleverde documentatie volgt dat de afgelopen twee jaar de volgende renovaties zijn uitgevoerd: Stadsmuseum Harderwijk (Donkerstraat 4) is gerenoveerd. Dit betreft een gebouw met een museale functie. De argumenten voor deze renovatie richten zich op verschillende aspecten. Met de renovatie wordt concreet uitvoering gegeven aan de intentieverklaring van het college om financieel bij te dragen aan de uitvoering van een nieuw museaal concept. Wanneer het museaal concept wordt aangepast, is het om praktische en financiële redenen gewenst om het gebouw, wat op onderdelen is gedateerd, tegelijkertijd te renoveren en te verduurzamen. Het krediet voor renovatie bedroeg in maart 2020 € 1.800.000,- (bron: raadsbesluit h200015860, van 23-04-2020). De renovatie is via een individueel collegebesluit en raadsbesluit vastgesteld (bron: individueel collegebesluit, van 03-03-2020 & bron: raadsbesluit h200015860, van 23-04-2020).
Verduurzaming Uit de aangeleverde documentatie volgt niet dat in de afgelopen twee jaar sprake is geweest van projecten die volledig gericht waren op verduurzaming van gemeentelijk vastgoed. In de hiervoor behandelde renovatieprojecten is wel nadrukkelijk aandacht geweest voor duurzaamheid. Uit gesprekken met afdeling Vastgoed & Grondzaken volgt dat ook in het onderhoud van het gemeentelijk vastgoed altijd de ‘duurzame afweging’ is gemaakt. Bij het beoogde effect van de MJOP wordt ‘een bijdrage leveren aan de duurzaamheidsambitie van de gemeente’ expliciet genoemd als het doel, naast het in stand houden van de gemeentelijke gebouwen (bron: routeformulier college en raad, gedateerd 03-05-2021). Effecten mutaties Effect op de omvang en samenstelling van de portefeuille De mutaties die de afgelopen twee jaar hebben plaatsgevonden in de gemeentelijke vastgoedportefeuille leiden per saldo tot een afname van 1 gebouw. Daardoor is ook de samenstelling van de portefeuille minimaal gewijzigd. Effect op de energetische prestaties van de portefeuille Er kan geen uitspraak worden gedaan over het effect op de verduurzamingsopgave van de gemeente doordat de energielabels van de mutaties grotendeels onbekend zijn. Het is aannemelijk dat de hiervoor omschreven renovaties leiden tot een verbetering van de energetische prestaties.