CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

2.1 Buitengebied - Van Goorswegje_Toelichting-gecomprimeerd

Commissie Stad & Omgeving 19 september 2024, gemeente HarderwijkBij agendapunt: 20.30 uur Vaststellen bestemmingsplan Buitengebied - Van Goorswegje22.070 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

EDOK-RO

Opdrachtnemer

Ecofect B.V.

Ecoloog

P. Wiegel/ A. van der Voort

Adres

Laan 21 JG, Nunspeet

Telefoon

06-41737676

Email

info@ecofect.nl

Internet

www.ecofect.nl

KvK-nummer

87036487

Btw-identificatienr.

NL864184311B01

Rekeningnummer

NL39 RABO 0198 8908 69

ecofect

3

QUICKSCAN 51115 GOORSWEGJE 13-15 EN 17-19 HIERDEN

2. Samenvatting en advies Uit de QuickScan is gebleken dat bij het uitvoeren van de gepLande werkzaamheden de Wet natuurbescherming mogeLijk wordt overtreden.

Gebiedsbescherming Natura 2000 Gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand ten opzichte van Natura 2000-gebieden wordt geen verstoring verwacht. Een voortoets Natura 2000 wordt niet noodzakeLijk geacht. Ten aanzien van stikstof wordt er in de aanLegfase dan weL de nieuwe gebruiksfase mogeLijk depositie verwacht. Een Aerius (stikstof) berekening wordt daarom ook geadviseerd voor de aanLegfase en de nieuwe gebruiksfase. Natuur Netwerk NederLand De pLanLocatie is geLegen buiten het Natuur Netwerk NederLand (Natuurnetwerk GeLderLand) of de groene ontwikkeLingszone hiervan. Aangezien het Natuur Netwerk in GeLderLand geen externe werking kent is vastgesteLd dat een verdere toetsing niet aan de orde is.

Soortbescherming FLora Geen overtreding Wet natuurbescherming. VLeermuizen Geen overtreding Wet natuurbescherming. Zoogdieren Geen overtreding Wet natuurbescherming. VogeLs Geen overtreding Wet natuurbescherming. Indien bomen gekapt worden Luidt het advies om werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Geadviseerd wordt de werkzaamheden buiten de kwetsbare periode van de steenuiL op te starten. Overige soorten Geen overtreding Wet natuurbescherming.

Houtopstanden Er worden geen bomen gekapt zoaLs bedoeLd in de Wet natuurbescherming die vaLLen onder het onderdeeL houtopstanden.

ecofect

4

QUICKSCAN 51115 GOORSWEGJE 13-15 EN 17-19 HIERDEN

3. Inleiding 3.1 Aanleiding Met de voorgenomen ontwikkelingen betreffende het plangebied gelegen aan het Goorswegje 13-15 en 17­ 19 te Hierden heeft EDOK-RO namens dient. aan Ecofect B.V. opdracht gegeven een QuickScan Wet natuurbescherming uit te voeren t.b.v. het vergunning traject en inzicht te verschaffen of de geplande uit te voeren werkzaamheden conflicteren met de Wet natuurbescherming. VoorLiggend rapport geeft inzicht in het wetteLijk kader, de gebruikte methodiek en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek.

3.2 PLanLocatie De planlocatie is gelegen aan het Van Goorsewegje 13-15 en 17-19 te Hierden. De nabije omgeving heeft met name een landelijk karakter. De planlocaties betreffen twee omheinde weilanden. Op een van de weilanden staat een schuur met houtvoorraad. Deze wordt tevens begraasd door een kudde schapen. De schuur heeft een houten constructie met een aantal golfplaten als overkapping.

Figuur 1: De planlocatie te Hierden

Hierden is een dorp in de gemeente Harderwijk in de provincie Gelderland. Hierden heeft circa 3.240 inwoners. Het dorp wordt in 1331 voor het eerst genoemd en is ontstaan uit verschikende buurtschappen in de stadslanderijen ten oosten van Harderwijk. Hierden is een agrarisch dorp met een eigen karakter vanwege de vele Noord-Veluwse boerderijen. Het dorp geeft zijn naam aan de Hierdensche Beek.

ecofect

5

QUICKSCAN 51115 GOORSWEGJE 13-15 EN 17-19 HIERDEN

3.3 Ontwikkelingen en effecten Initiatiefnemers zijn voornemens op de pLanLocaties, in het kader van een rood voor rood regeLing, 4 nieuwe woningen (2 vrijstaande en een tweekapper) te bouwen. Aan het Van Goorswegje 13-15 staan een twee-onderéén kap woning en een vrijstaande woning gepLand (figuur2). Aan het Van Goorswegje 17-19 één vrijstaande woning met schuur (figuur 3). Voor inhoudeLijke vragen over het ontwerp of de inrichting van de buitenruimte wordt verwezen naar de initiatiefnemers.

Figuur 2 - Ontwerp Van Goorswegje 13-15

ecofect

6

QUICKSCAN 51115 GOORSWEGJE 13-15 EN 17-19 HIERDEN

Figuur 3 - Inrichtingsplan Van Goorswegje 17-19

Functieverandering en effecten De beoogde ingrepen zijn bLijvend van karakter. De functie van het plangebied zaL geLijk bLijven en ecoLogisch niet veranderen. De ingrepen en effecten van de ingreep in reLatie tot natuurwaarden: ^

egaLiseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport;

^

reaLisatie nieuwbouw: aLgemene bouwwerkzaamheden;

^

revitalisatie terrein en aanLeg verharding: aLLerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden weLke bij de functie wonen verwacht kan worden.

Dit onderzoek is gericht om een inschatting te maken of beschermde soorten voorkomen en gebruik maken van de projectLocatie. De inrichting van het terrein en de ontwerpen van de woningen is nog in de ontwerpfase. Voor inhoudeLijke vragen hierover wordt verwezen naar de initiatiefnemer.

ecofect

7

QUICKSCAN 51115 GOORSWEGJE 13-15 EN 17-19 HIERDEN

4. Kader en methode 4.1 WetteLįjk kader Voor het uitvoeren van ruimteLijke ontwikkeLingen is o.a. Wet natuurbescherming van kracht. Deze wetgeving vervangt de FLora- en faunawet, boswet en natuurbeschermingswet weLke van kracht waren voor 1 januari 2017. In deze wet is de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden geregeLd. In de toekomst zaL deze wet worden opgenomen in de omgevingswet (1 januari 2023). Dit onderzoek beperkt zich tot de gebiedsbescherming en de soortenbescherming. In deze QuickScan worden de verschiLLende onderdeLen van de Wet natuurbescherming getoetst. Omdat een veLdbezoek en bureau-onderzoek geen zekerheid geeft of de Wet natuurbescherming wordt overtreden, wordt de potentie van het object ingeschat voor wat betreft beschermde soorten. Indien het object potentie heeft, zaL een aanvuLLend onderzoek vast moeten steLLen of uit moeten sLuiten of er beschermde soorten gebruik maken van de opstaLLen. Potentie-inschatting vindt pLaats op basis van habitatkenmerken, habitatseisen en ervaring van de ecoLoog. Een goed voorbeeLd is de kans op het waarnemen van vLeermuizen tijdens het veLdbezoek. De trefkans is nagenoeg nihiL bij een bezoek overdag. Indien een object (gebouw of boom) potentie heeft, door bijvoorbeeLd open stootvoegen, dan zaL een nader onderzoek uit moeten wijzen of de beschermde soorten ook daadwerkeLijk gebruik maakt van het object.

En zo ja, weLke functie heeft het object. Voor diverse soorten zijn er vastgesteLde protocoLLen waarin de optimaLe onderzoeksperioden, weersomstandigheden en onderzoeksinspanning staan omschreven. Het bevoegd gezag toetst of de onderzoeken op de correcte wijze zijn uitgevoerd. Vanuit de Provincie of omgevingsdiensten zijn er toezichthouders die ten aLLe tijden kunnen vragen naar de rapporten van de uitgevoerde onderzoeken. Tevens zijn zij bevoegd om op basis van eigen bevindingen het werk stiL te Leggen en/of een dwangsom op te Leggen indien er gehandeLd wordt in strijd met de Wet natuurbescherming.

Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming ArtikeLen 2.1 tot en met 2.12 van de Wet natuurbescherming regeLen de bescherming van Natura 2000gebieden (VogeL- en HabitatrichtLijn gebieden). Voor Natura 2000-gebieden zijn instandhoudingsdoeLen opgesteLd voor habitats, soorten, broedvogeLs en/ of niet-broedvogeLs. In artikeL 2.7 verpLicht de Wet natuurbescherming om vooraf te beoordeLen of ingrepen Z activiteiten in of in de nabijheid van Natura 2000gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben op de voor deze gebieden aangewezen instandhoudingsdoeLen. Mocht sprake zijn van (significant) negatieve effecten dan kan het aanvragen van vergunning bij bevoegd gezag (veeLaL de provincie waarbinnen de ingreep of activiteit pLaatsvindt) aan de orde zijn.

ecofect

8

QUICKSCAN 51115 GOORSWEGJE 13-15 EN 17-19 HIERDEN

Soortbescherming ArtikeLen 3.1 tot en met 3.11 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van soorten. De bescherming is opgedeeLd in vijf categorieën met soorten: ^

VogeLs met jaarrond beschermde nesten;

^

Overige vogeLs;

^

Soorten van de HabitatrichtLijn (bijLage IV) en de Verdragen van Bern (bijLage II) en Bonn (bijLage I);

^

Overige soorten die op nationaaL niveau beschermd zijn en waarvoor provinciaaL geen vrijsteLLing geLdt;

^

Overige soorten die op nationaaL niveau beschermd zijn, maar waarvoor provinciaaL weL een vrijsteLLing geLdt.

Voor vogeLs geLdt dat er twee categorieën zijn: de vogeLs met jaarrond beschermde nesten (o.a. Huismus, GierzwaLuw en Buizerd) en de overige broedvogeLs. VogeLs met jaarrond beschermde nesten hebben een strikte beschermingsstatus binnen de Wet natuurbescherming. Van overige broedvogeLs zijn hun nesten aLLeen tijdens het broedseizoen beschermd zijn (periode van nestbouw, eiLeg, broeden en voeren van de jongen op het nest). Voor soorten van de HabitatrichtLijn en de Verdragen van Bern en Bonn zijn in artikeL 3.5 verboden vastgeLegd (o.a. verboden om dieren te doden en voortpLantings- of rustpLaatsen te vernieLen) en geLdt een strikte beschermingsstatus. Soorten die op nationaaL niveau beschermd zijn, kunnen ingedeeLd worden in twee categorieën. Provincies mogen besLuiten om bepaaLde soorten vrij te steLLen van bescherming in het kader van ruimteLijke ingrepen, beheer en onderhoud. In de meeste provincies geLdt - onder andere voor ruimteLijke ontwikkeLingen - een vrijsteLLing voor een seLectie van zoogdieren en amfibieën. Voor de overige soorten geLden vergeLijkbare verboden (zie artikeL 3.10) aLs voor soorten van de HabitatrichtLijn en de Verdragen van Bern en Bonn en geLdt eveneens een strikte beschermingsstatus.

Voor het overtreden van verbodsartikelen bij ruimteLijke ingrepen is het noodzakeLijk om ontheffing aan te vragen bij bevoegd gezag (veeLaL de provincie waarbinnen de ingreep pLaatsvindt). Voor het verkrijgen van een ontheffing dient een uitgebreide rapportage opgesteLd te worden waarin o.a. wordt aangegeven hoe gezorgd wordt dat schade tot een minimum beperkt bLijft en of compenserende maatregeLen aan de orde zijn.

ecofect

9

QUICKSCAN 51115 GOORSWEGJE 13-15 EN 17-19 HIERDEN

Bescherming houtopstanden Een houtopstand besLaat een oppervlakte van 10 are of meer, of bestaat uit een beplanting van twintig bomen of meer in een rij, gerekend over het totaaL aantaL rijen. Buiten de bescherming houtopstanden (artikeL 4.2) vallen de ^

Houtopstanden binnen door de gemeenteraad vastgesteLde grenzen van de bebouwde kom houtopstanden,

^

Houtopstanden op erven of in tuinen en fruitbomen en windschermen om boomgaarden,

^

NaaLdbomen bedoeLd aLs kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar en kweekgoed,

^

Uit popuLieren of wiLgen bestaande wegbepLantingen, bepLantingen Langs waterwegen en bepLantingen Langs Landbouwgronden (enkeLe rij)

^

Het dunnen van een houtopstand, Uit popuLieren, wiLgen, essen of eLzen bestaande bepLantingen die zijn bedoeLd voor de productie van houtige biomassa en die:

•

MinimaaL eens per tien jaar worden geoogst,

^

Bestaan uit ten minste tienduizend stoven per hectare per bepLantingseenheid bestaande uit een aaneengesLoten bepLanting die niet wordt doorsneden door onbepLante stroken breder dan twee meter,

^

Zijn aangeLegd na 1 januari 2013.

VoLgens artikeL 4.2 is het verboden een houtopstand geheeL of gedeeLteLijk te veLLen zonder daar meLding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Dit geLdt niet voor het periodiek veLLen van griend- of hakhout. Binnen drie jaar moet het geveLde deeL weer zijn herpLant. VrijsteLLingen geLden er wanneer het veLLen gebeurt middeLs een goedgekeurde gedragscode of de werkzaamheden voortvLoeien uit instandhoudingsdoeLsteLLingen voor Natura 2000-gebieden of nodig zijn voor aanLeg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen.

ecofect

10

QUICKSCAN 51115 GOORSWEGJE 13-15 EN 17-19 HIERDEN

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn S 3.1 Wn

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn S 3.2 Wn

Beschermingsregime andere soorten S 3.3 Wn

Art 3.1 Lid 1 Het is verboden in het wild Levende vogels opzetteLijk te doden of te vangen.

Art 3.5 Lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzetteLijk te doden of te vangen

Art 3.5 Lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 Lid 2 Het is verboden opzetteLijk nesten, rustpLaatsen en eieren van vogeLs te vernieLen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

Art 3.5 Lid 4 Het is verboden de voortpLantings- pLaatsen of rustpLaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.

Art 3.10 Lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzetteLijk te beschadigen of te vernielen.

Art 3.1 Lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.

Art 3.5 Lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

Niet van toepassing.

Niet van toepassing

Art 3.5 Lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidings- gebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art 3.10 Lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidings- gebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

ecofect

11

QUICKSCAN 51115 GOORSWEGJE 13-15 EN 17-19 HIERDEN

4.2 Onderzoeksmethode De voLgende methoden zijn bij het onderzoek gebruikt: 1.

Door middeL van bureauonderzoek is onderzocht weLke beschermde fLora en fauna in de omgeving van het pLangebied recenteLijk zijn waargenomen. Hierbij is gebruik gemaakt van waarnemingen uit de NationaLe Databank FLora en Fauna (NDFF). Op basis van het onderzoek in verspreid ingsatLassen en overige beschikbare natuurinformatie is een inschatting gemaakt weLke soorten er redeLijkerwijs zijn te verwachten in het pLangebied.

2.

Op 12 september 2023 is het pLangebied door dhr. P. WiegeL en mevr. A. van der Voort bezocht. Daarbij werden de, in het pLangebied aanwezige, natuurwaarden geïnventariseerd en beoordeeLd. Tijdens dit veLdbezoek was het Licht bewoLkt en ongeveer 23 graden CeLsius. Er is gekeken naar mogeLijke groeipLaatsen dan weL vaste rust- en verbLijfpLaatsen van de beschermde fLora- en fauna. Dit is uitgewerkt in het hoofdstuk soortbescherming.

3.

Er is een visueLe inspectie uitgevoerd op aanwezigheid van kieren, hoLten en spLeten (voor zover aanwezig).

4.

De controLe is te voet uitgevoerd en waar mogeLijk zijn eventueLe toegankeLijke hoLtes en spLeten verkennend geïnspecteerd (met zakLamp en/of endoscoop).

5.

BewijsLast is verzameLd met fotomateriaaL.

6.

De Ligging van het pLangebied ten opzichte van nabijgeLegen beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) werd opgezocht. Dit is uitgewerkt in het hoofdstuk gebiedsbescherming.

7.

In samenspraak met de opdrachtgever is de ingreep in kaart gebracht.

8.

Door middeL van een nauwkeurige anaLyse van deze data en waarnemingen is:

9.

a.

bepaaLd of negatieve effecten op beschermde gebieden op voorhand zijn uit te sLuiten of dat hiervoor een aanvuLLend onderzoek noodzakeLijk is,

b.

een inschatting gemaakt van de redeLijkerwijs te verwachten negatieve effecten op de (potentieeL) aanwezige beschermde soorten en functies,

c.

bepaaLd of de bescherming van houtopstanden aan de orde is.

Er is gebruik gemaakt van de voLgende huLpmiddeLen (zie verantwoording).

10. De opgesteLde rapportage is gecontroLeerd en beoordeeLd door een tweede Lezer.

ecofect

12

QUICKSCAN 51115 GOORSWEGJE 13-15 EN 17-19 HIERDEN

4.3 Toepasbaarheid Deze QuickScan is gericht op de mogeLijke overtreding van de Wet natuurbescherming, niet aan andere (natuur)wetgeving. De resuLtaten van het onderzoek zijn 3 jaar geLdig. Dit onderzoek kan voor de opdrachtgever aLs bewijsstuk dienen dat natuuronderzoek is verricht. Deze rapportage kan dan ook ingediend worden aan beLanghebbende partijen zoaLs gemeente en provincie. Op basis van in de deze rapportage opgenomen projectgegevens (zie hoofdstuk 3; september 2023) is dit onderzoek uitgevoerd en een inschatting gemaakt van de effecten hiervan op de beschermde soorten en gebieden. Latere wijzigingen van het project kunnen invLoed hebben op deze effecten en zijn dus niet opgenomen in deze rapportage. Er zaL dan een nieuwe beoordeLing pLaats moeten vinden. Deze verstrekte natuurinformatie is ten behoeve van de initiatief- en ontwerpfase van de pLanontwikkeLing. Om in de uitvoerings- en beheerfase overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen, wordt - indien nodig- in deze rapportage aangegeven wanneer het noodzakeLijk is om te werken voLgens één van de voLgende standaarden: ^

ALgemeen zorgvuLdig handeLen

^

Gedragscode ruimteLijke ontwikkeLing

^

EcoLogisch werkprotocoL

^

Ontheffing/vrijsteLLing Wet natuurbescherming

ecofect

13

QUICKSCAN 51115 GOORSWEGJE 13-15 EN 17-19 HIERDEN

5. Gebiedsbescherming 5.1 Natura 2000 In Europa is een netwerk van beschermde gebieden opgezet. Dit zijn de zogenoemde Natura 2000-gebieden. Deze gebieden zijn in de Wet natuurbescherming strikt beschermd. VoLgens de Wet natuurbescherming is het voLgens artikeL 2.7 Lid 2 verboden zonder vergunning projecten te reaLiseren of andere handeLingen te verrichten die, geLet op de instandhoudingsdoeLsteLLingen voor een Natura 2000-gebied, de kwaLiteit van de natuurLijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen versLechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Dit geLdt ook voor projecten die fysiek buiten het Natura 2000-gebied geLegen zijn maar weL een effect kunnen hebben op het gebied (externe werking). Het pLangebied Ligt nabij het Natura 2000-gebied de VeLuwe en de VeLuwerandmeren op een afstand van respectieveLijk 1.5 kiLometer (figuur 4) en 1,2 kiLometer (figuur 5). Klik op de kaart om de afstand te meten. Dubbelklik om te stoppen.

Afstand: 1.525 km lustneterrem Lorentz

Wissen

Figuur 4: PLanLocatie t.o.v. het Natura 2000-gebied de VeLuwe

U kunt te maken hebben met de zogenoemde externe werking van het Natura 2000-gebied. U moet daarbij bijvoorbeeLd denken aan mogeLijke effecten op de waterhuishouding, uitstoot van stikstof of effecten die het gevoLg zijn van een groot project zoaLs aanLeg van windmoLens, zandwinning, een woonwijk of industrie. Om te bepaLen of dit het gevaL is moet een natuurtoets worden uitgevoerd door een deskundig bureau. ALs uw activiteit een negatief effect heeft op de instandhoudingsdoeLsteLLingen van het Natura 2000-gebied is een vergunning nodig, voor meer info zie: vergunning Natura 2000-gebieden.

De Veluwe De VeLuwe bestaat overwegend uit droge bossen, droge en natte heide, vennen en stuifzanden. In de voorLaatste ijstijd duwden de ijsLobben van het Landijs enorme hoeveeLheden door de rivieren aangevoerd zand en grond voor zich uit en opzij en vormden zo de stuwwaLLen. HoeweL de hoogteverschiLLen sindsdien door wind en water zijn afgevLakt, reiken de hoogste deLen van de VeLuwe tot ruim 100 m boven NAP. Tot 1900 was de Noord-VeLuwe één uitgestrekt stuifzandgebied. Tegenwoordig is er in totaaL nog 1400 hectare

ecofect

14

QUICKSCAN 51115 GOORSWEGJE 13-15 EN 17-19 HIERDEN

stuifzand op de VeLuwe. Bij Kootwijk is één van de grootste actieve stuifzandgebieden van Europa. PLaatseLijk komen in de heiden natte (o.a. Leemputten bij Staverden) of droge (o.a. Harskamp) heischraLe grasLanden, jeneverbesstruweLen, vennen, natte heide en hoogveenkernen (Mosterdveen) voor. In het beekdaL van de Hierdensche en Staverdense Beek worden schraaLLanden aangetroffen. Langs de randen van de VeLuwe ontspringen de (sprengen)beken, waar beekvegetaties en zeer pLaatseLijk bronbossen voorkomen.

Afstand meten Klik op de kaart om de afstand te meten. Dubbelklik om te stoppen

Afstand: 1,178 km terrein Loreatz

Hierüen

Wissen

T»*****^

ZB Rhlillrt

Figuur 5: PLanLocatie t.o.v. het Natura 2000-gebied de VeLuwerandmeren

De Veluwerandmeren De VeLuwerandmeren ontstonden bij de droogLegging van de poLders van FLevoLand vanaf 1957. Ze betreffen de ondiepe zoetwatermeren Drontermeer, VeLuwemeer en WoLderwijd / NuLdernauw die gemiddeLd ruim een meter en op sommige pLekken tot 5 meter diep zijn. Ze ontvangen hun water vanuit de FLevopoLders en een aantaL VeLuwse beken en wateren aan de noordoostzijde via de RoggebotsLuis af op het Vossemeer en in het zuidwesten via de NijkerkersLuis op het Nijkerkernauw Z Eemmeer. Het gebied heeft een sLecht ontwikkeLde Land-water overgang in verband met een gefixeerd, tegennatuurLijk waterpeiL. De GeLderse oever is grotendeeLs begroeid met een smaLLe rietkraag; aLLeen bij ELburg Ligt een rietmoeras (Korte Waarden) dat reLatief groot is voor de randmeren. In de 90'er jaren zijn op de GeLderse oevers een aantaL nieuwe moerasgebieden aangeLegd. In 2000 is gestart met de aanLeg van een aantaL eiLanden tussen het Harderbroek in FLevoLand en de Hierdensche beek in GeLderLand. Ter hoogte van Horst bij Harderwijk is in het WoLderwijd met behuLp van enige dammen kunstmatige Luwte gecreëerd voor watervogeLs en ter bevordering van de groei van waterpLanten. Het pLangebied is geLegen nabij het Natura 2000-gebied de VeLuwe en VeLuwerandmeren. Deze zijn ter pLaatse begrensd aLs Habitat- en VogeLrichtLijngebied.

Voor de Natura 2000-gebieden zijn instandhoudingsdoeLen opgesteLd voor habitattypen, habitatsoorten, broedvogeLsoorten en niet-broedvogeLs. Omdat de werkzaamheden van het pLangebied buiten het Natura 2000-gebieden pLaatsvinden heeft dit geen invLoed op de oppervLakte van het Natura 2000-gebied. ConcLusie Natura 2000 De pLanLocatie is geLegen op +A 1.5 kiLometer van N2000-gebied de VeLuwe (figuur 2) en +A 1,2 kiLometer van Natura 2000-gebied de VeLuwerandmeren (figuur 3). Gezien de (effect-)afstand tot het Natura 2000-gebied, in reLatie tot de gepLande ontwikkeLingen, worden er geen significante invLoeden op de beschermde natuurwaarden of aangewezen (beheer)doeLsteLLingen. Externe werking zaL naar verwachting niet optreden.

ecofect

15

QUICKSCAN 51115 GOORSWEGJE 13-15 EN 17-19 HIERDEN

5.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te Leggen natuurgebieden. In de wet heet dit de EcoLogische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met eLkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het Natuurnetwerk NederLand Liggen: ^

Bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 NationaLe Parken;

^

Gebieden waar nieuwe natuur aangeLegd wordt;

^

Landbouwgebieden, beheerd voLgens agrarisch natuurbeheer;

^

Ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee;

^

ALLe Natura 2000-gebieden.

Figuur 6: Gelegen buiten Natuurnetwerk Gelderland

ConcLusie Natuurnetwerk NederLand Aangezien het pLangebied is geLegen buiten het NNN van GeLderLand (figuur 6), en het NNN in GeLderLand geen externe werking kent, is nadere toetsing niet aan de orde.

ecofect

16

QUICKSCAN 51115 GOORSWEGJE 13-15 EN 17-19 HIERDEN

5.3 Stikstofdepositie Door de uitspraak van de Raad van State inzake het Programma Aanpak Stikstof kan er geen beroep gedaan worden op de oude regeLing PAS. Citaat uit de kamerbrief van 11 juni 2019: ‘Het is duidelijk dat het PAS niet meer gebruikt kan worden als passende beoordeling voor toestemmingsverlening. Dat wil niet zeggen dat alle vergunningverlening daarmee helemaal stil komt te liggen. Met een individuele passende beoordeling die voldoet aan de randvoorwaarden die de Afdeling schetst is dit wel mogelijk. Als gevolg van de uitspraak geldt als voorwaarde bij toestemmingsverlening dat zodanige maatregelen moeten worden getroffen dat verzekerd is dat de stikstofdepositie op daarvoor gevoelige Natura 2000-gebieden niet toeneemt. Dat kan door maatregelen verbonden aan de activiteit zelf (intern salderen), of - onder strikte voorwaarden - door saldering met de effecten van beëindiging of beperking van andere activiteiten (extern salderen). Individuele toestemmingsverlening is ook mogelijk op basis van een andere ecologische onderbouwing waaruit blijkt dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende Natura 2000-gebied niet worden aangetast, ondanks een toename van stikstofdepositie van het betreffende project. Het is aan het betreffende bevoegde gezag om hierover te oordelen. Hierbij is aandacht voor een eenduidige handelwijze tussen de bevoegde gezagen.

Wanneer uit een individuele passende beoordeling niet de vereiste zekerheid kan worden verkregen dat er geen sprake is van aantasting van de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied, zal alleen toestemming kunnen worden verleend aan de hand van de ADC-toets. Een toestemming op basis van de ADCtoets kan alleen worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: er zijn geen alternatieve oplossingen (A), het project is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang (met inbegrip van redenen van sociale of economische aard) (D), en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura-2000 bewaard blijft (C). Het resultaat van de compensatie moet in beginsel bereikt zijn op het moment waarop het betrokken gebied schade van het project ondervindt.’ (einde citaat) De afstand tot depositiegevoeLige Natura 2000-gebieden (incLusief habitatsoorten) is ruim 1.500 en 1.200 meter. Het gaat hier om het Natura 2000-gebied VeLuwe en VeLuwerandmeren. Gezien de afstand tot de Natura 2000-gebieden in reLatie tot de gepLande ontwikkeLingen kan een mogeLijke toename aan stikstofdepositie verwacht worden.

Advies 7 conclusie Een Aeriusberekening voor de aanLeg- en gebruiksfase wordt dan ook geadviseerd om aan te tonen dan weL uit te sLuiten of er in een van deze fasen stikstofdepositie pLaatsvindt.

ecofect

17

QUICKSCAN 51115 GOORSWEGJE 13-15 EN 17-19 HIERDEN

6. Soortbescherming De Wet natuurbescherming kent twee vormen van soortbescherming voor ruimteLijke ontwikkeLing gekoppeld aan de juridische status van de soorten: ^

ALgemene zorgpLicht

^

ZorgvuLdig handeLen

ALgemene zorgpLicht Heb respect voor aLLe wiLde fLora en fauna en tracht het doden, verontrusten en beschadigen van aanwezige soorten te voorkomen of, indien voorkomen in redeLijkheid niet mogeLijk is, dit zo veeL mogeLijk te beperken.

ZorgvuLdig handeLen Deze vorm van soortbescherming is gekoppeLd aan soorten met een juridisch beschermde status. Er dient invuLLing te worden gegeven aan zorgvuLdig handeLen tijdens de uitvoering van werken die vaLLen onder ruimteLijke ontwikkeLing. ZorgvuLdig handeLen betreft: 1.

Voorkomen dat schade optreedt aan beschermde pLanten en dieren (bijvoorbeeLd andere projectLocatie kiezen).

2.

Beperken van schade aan beschermde pLanten en dieren (bijvoorbeeLd beschermingszone hanteren rondom een bewoond vogeLnest of verpLaatsen beschermde pLanten).

3.

Ongedaan maken van schade aan beschermde pLanten en dieren:

Preventief: aLternatieve verbLijfpLaats (mitigerende maatregeLen) reaLiseren voordat het werk uitgevoerd wordt (bijvoorbeeLd aanLeg van een poeL voor de gewone pad). Achteraf: opgeLegd door het bevoegd gezag indien onzorgvuLdig is gehandeLd.

6.1 FLora Toetsing aan gebiedsbescherming vindt uitsLuitend pLaats indien beschermde gebieden in het geding zijn, terwijL toetsing aan de soortbescherming aLtijd vereist is, zoweL binnen aLs buiten beschermde gebieden.

Bevinding veLdbezoek Het perceeL is nauwkeurig onderzocht op inheemse en uitheemse beschermde vegetatie. Er zijn geen (groeipLaatsen van) beschermde soorten aangetroffen. Ook de geraadpLeegde databanken geven geen aanwijzingen naar beschermde soorten op de projectLocatie. Het braakLiggend terrein heeft geen inheemse pLantensoorten of opschot van pioniersvegetatie.

ecofect

18

QUICKSCAN 51115 GOORSWEGJE 13-15 EN 17-19 HIERDEN

6.2 Fauna Op de pLanLocatie is een opstal, aanwezig in de vorm van een kLeine houtopsLag. Huismus De pLanLocatie is door het ontbreken van opstaLLen met toegankeLijke daken met dakbeschot ongeschikt aLs verbLijfpLaats voor de huismus. De omgeving is habitatgeschikt voor de huismus, maar deze zaL niet verLoren gaan bij de werkzaamheden. Een nader onderzoek huismus wordt dan ook niet noodzakeLijk geacht. GierzwaLuw en HuiszwaLuw De gierzwaLuw maakt ook gebruik van menseLijke bebouwing aLs nestpLaats. Deze 90- dagenvogeL broedt veeLaL onder dakpannen. Een aantaL voorwaarden steLt de gierzwaLuw aan zijn nestpLaats (koLonie). Een potentiëLe nestpLaats is vrijweL nooit onder de 3 meter te vinden in verband met het aan- en afvLiegen en doorgaans ook niet in de onmiddeLLijke omgeving van bomen. GierzwaLuwen hebben invLiegopeningen nodig van ca 55 x 20 mm. Echter door het ontbreken van potentiëLe opstaLLen op de pLanLocatie, kan uitgesLoten worden dat de gierzwaLuw voorkomt in de pLangebieden. UiLen en roofvogeLs In het NDFF zijn er nabij het pLangebied enkeLe waarnemingen van de steenuiL. Er zijn op de pLanLocatie geen sporen aangetroffen van uiLen of roofvogeLs aLs foerageergebied. (o.a. braakbaLLen, prooiresten, gepLukte vogeLs, zitpLaatsen met uitwerpseLen/krijtsporen).

WeLiswaar dat de LandeLijke omgeving, de rommeLige erven en de toegankeLijke schuren in de omgeving een geschikt habitat is voor de steenuiL. Met de gepLande ontwikkeLing zuLLen er geen verbLijfpLaatsen (jaarrond beschermde nesten) verLoren gaan. Aantasting van de functionaLiteit kan aan de orde zijn aLs het geschikte habitat waar de steenuiL in voorkomt in kwantiteit of kwaLiteit voor de steenuiL afneemt, waardoor dit niet meer de functie van nest of rustpLaats kan vervuLLen. Het pLangebied kan niet aangemerkt worden aLs essentieeL geLet op het feit dan ten zuiden van de pLanLocatie voLdoende aLternatief foerageergebied aanwezig is. De aantasting van het Leefgebied is van dusdanig geringe omvang dat er geen sprake is van een feiteLijke afname van functioneLe Leefomgeving. In de nieuwe situatie worden er versterkende maatregeLen getroffen waar (prooien van) de steenuiL profiteert. MogeLijke tijdeLijke verstoring tijdens de bouwfase is afwezig of gering vanwege de menseLijke activiteit in de huidige situatie. Een nader onderzoek naar deze soort wordt niet noodzakeLijk geacht. Gezien het feit dat niet duideLijk is of en waar er mogeLijk een nest in de nabije omgeving van de pLanLocatie aanwezig is wordt geadviseerd de werkzaamheden op te starten buiten het broedseizoen dan weL in de minst kwetsbare periode. Deze periode Ligt tussen september en februari.

VogeLs categorie 5 Van de vogeLs uit categorie 5 (zie tabeL 3) kunnen in de omgeving worden verwacht: vink (FringiLLidae), pimpeLmees (Cyanistes caeruLeus), kooLmees (Parus major), ekster (Pica pica) kokmeeuw (ChroicocephaLus ridibundus), en spreeuw (Sturnus vuLgaris). Wat betreft de spreeuw kan er buiten het broedseizoen worden geveLd omdat dit soort een soort is dat makkeLijk uitwijkt naar aLternatieve verbLijfpLaatsen (doorgaans gebouwen). Hiernaast kunnen binnen het pLangebied zangvogeLs aanwezig zijn die in tuinen en LandeLijk gebied broeden zoaLs de mereL (Turdus meruLa), heggenmus (PruneLLa moduLaris) en winterkoning (TrogLodytes trogLodytes).

ecofect

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=31023fed-35de-4d44-9e5a-220194b4b28f