2.1 Buitengebied - Van Goorswegje_Toelichting-gecomprimeerd
Tekst van het document
Buitengebied - Van Goorswegje
bestemmingsplan Buitengebied - Van Goorswegje (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00311-0002
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
5
1.1
Aanleiding en doel
5
1.2
Ligging en beschrijving plangebied
5
1.3
Geldend bestemmingsplan
8
1.4
De bij het plan behorende stukken
8
1.5
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2
Beleidskader
11
2.1
Algemeen
11
2.2
Ruimtelijk beleid
11
2.3
Conclusie
19
Hoofdstuk 3
Planbeschrijving
21
Hoofdstuk 4
Onderzoek
23
4.1
Algemeen
23
4.2
Cultuurhistorie en archeologie
23
4.3
Natuurwaarden
24
4.4
Watertoets
26
4.5
Milieu
26
4.6
Verkeer en parkeren
34
Hoofdstuk 5
Juridische aspecten
35
5.1
Inleiding
35
5.2
Bestemmingsbepalingen
36
5.3
Handhaving
36
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
39
Hoofdstuk 7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
41
7.1
Inspraak
41
7.2
Vooroverleg
41
7.3
Participatie
41
7.4
Zienswijzen
41
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Beleidskader Water
Bijlage 2
Archeologisch onderzoek
Bijlage 3
Natuurwaarden onderzoek
2
bestemmingsplan Buitengebied - Van Goorswegje (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00311-0002 Bijlage 4
Stikstof onderzoek
Bijlage 5
Akoestisch onderzoek
Bijlage 6
Bedrijven en milieuzonering
Bijlage 7
Geuronderzoek
Bijlage 8
Geuronderzoek (aanvullende notitie)
Bijlage 9
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 10
Onderzoek hoogspanning tussen 13 en 15
Bijlage 11
Onderzoek hoogspanning tussen 17 en 19
Bijlage 12
Commentaarnota zienswijzen en ambthalve wijzigingen
3
bestemmingsplan Buitengebied - Van Goorswegje (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00311-0002
4
bestemmingsplan Buitengebied - Van Goorswegje (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00311-0002
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Twee Initiatiefnemers hebben bij de gemeente een verzoek ingediend om aan het Van Goorswegje woningen te mogen bouwen. Hierbij gaat het om het bouwen van 3 woningen op het perceel tussen Van Goorswegje 13 en 15 en het bouwen van 1 woning op het perceel tussen Van Goorswegje 17 en 19. Alle woningen worden gebouwd volgens de zogenaamde rood-voor-rood regeling en zijn overeenstemming met de 'Verdiepingsslag buitengebied Harderwijk en Hierden' en de 'Woonvisie Harderwijk 2017-2027. Om de bouw van de woning aan het Van Goorswegje tussen de nummers 17 en 19 mogelijk te maken zijn er op het perceel aan de Parallelweg 9-10 voormalige agrarische gebouwen gesloopt en is de ondergrond gesaneerd. Van deze sloopmeters is 750m² gekocht door een van de initiatiefnemers, in ruil waarvoor er een woning gebouwd mag worden van maximaal 150 m² met daarbij maximaal 100 m² aan bijbehorende bouwwerken. Om de bouw van de woning aan het Van Goorswegje tussen de nummers 13 en 15 mogelijk te maken is er voor het perceel aan de Parallelweg 16 een sloopcertificaat gesloten tussen eigenaar en de gemeente. Dit houdt in dat alle voormalige agrarische gebouwen worden gesloopt en de ondergrond wordt gesaneerd. De sloopmeters staan geregistreerd in de sloopbank bij de gemeente.
Een deel van deze meters (1650 m²) is gekocht door de andere initiatiefnemer, in ruil waarvoor hij een woning mag bouwen van maximaal 150 m² met daarbij maximaal 100 m² aan bijbehorende bouwwerken en twee woningen van maximaal 90 m² met daarbij maximaal 60 m² aan bijbehorende bouwwerken. Het doel van het bestemmingsplan "Buitengebied - Van Goorswegje" is het vastleggen van de planologische juridische basis waarbinnen de gewenste woningen mogelijk worden en de landschappelijke inpassing voorwaardelijk wordt. Verder dient dit bestemmingsplan als toetsingskader voor de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het plangebied voor deze woningen. Om dat de bouw van de woningen niet mogelijk is binnen de mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan is een herziening noodzakelijk om medewerking te kunnen verlenen. Het bestemmingsplan "Buitengebied - Van Goorswegje" betreft een herziening van het ter plaatse geldende bestemmingsplan 'Buitengebied 2014 en daarmee samenhangende bestemmingsplan Veegplan Buitengebied'.
1.2
Ligging en beschrijving plangebied
1.2.1
Ligging
Dit bestemmingsplan gaat over twee percelen aan het Van Goorswegje (het plangebied), gelegen binnen het gebied 'Glindweg en omgeving'. Dit gebied wordt aan de westkant begrensd door plan Frankrijk, aan de noord- en oostkant door het bedrijventerrein Lorentz en aan de zuidkant door het buitengebied.
5
bestemmingsplan Buitengebied - Van Goorswegje (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00311-0002
Ligging van het plangebied (in rood) binnen het gebied 'Glindweg e.o.'
Concreet beslaat het plangebied van dit bestemmingsplan de volgende percelen: Het perceel gelegen tussen Van Goorswegje 17 en 19, kadastraal bekend als HDW00A5274. Het perceel gelegen tussen Van Goorswegje 13 en 15, kadastraal bekend als HDW00A4447;
Perceel Van Goorswegje, tussen 17 en 19
6
bestemmingsplan Buitengebied - Van Goorswegje (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00311-0002
Perceel Van Goorswegje, tussen 13 en 15 1.2.2 Huidige situatie In de huidige situatie zijn beide percelen onbebouwd en ingericht als grasland.
7
bestemmingsplan Buitengebied - Van Goorswegje (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00311-0002
1.3
Geldend bestem m ingsplan
Ter plaatse van het plangebied gelden de bestemmingsplannen 'Buitengebied 2014' en 'Veegplan Buitengebied' van de gemeente Harderwijk. Op dit moment gelden in het plangebied de volgende bestemmingen: Van Goorswegje, tussen 17 en 19: Agrarisch met waarden - Natuur- en Landschapswaarden en Waarde - Archeologie 3; Van Goorswegje, tussen 13 en 15: Agrarisch met waarden - Natuur- en Landschapswaarden en Waarde - Archeologie 2; De bestemming Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden laat de bouw van de beoogde nieuwe woningen niet toe op de gewenste locaties.
Uitsnede bestemmingsplan voor het plangebied.
1.4
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan "Buitengebied - Van Goorswegje" heeft als IMRO-identificatienummer NL.IMRO.0243.BP00311--0002 en bestaat uit een gml-bestand, regels en een toelichting. Het gml-bestand kent een analoge en digitale verbeelding. De analoge versie van het plan betreft een boekje met kaarten (PDF of hardcopy). De digitale versie is te raadplegen via de landelijke voorziening (www.ruimtelijkeplannen.nl). De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en moeten in samenhang gelezen te worden. Indien er verschil bestaat tussen de analoge en de digitale verbeelding, gaat de digitale verbeelding voor. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld. De toelichting van dit bestemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk
8
bestemmingsplan Buitengebied - Van Goorswegje (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00311-0002 onderdeel van het plan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het bestemmingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.
1.5
Leeswijzer
De toelichting van het bestemmingsplan "Buitengebied - Van Goorswegje" begint met een beschrijving van de beleidskaders in Hoofdstuk 2. In Hoofdstuk 3 staat de planbeschrijving waarna in Hoofdstuk 4 de relevante omgevingsaspecten zoals onder meer archeologie, ecologie, water en milieu worden behandeld. Vervolgens behandelen de hoofdstukken 5, 6 en 7 achtereenvolgens de juridische, economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
9
bestemmingsplan Buitengebied - Van Goorswegje (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00311-0002
10
bestemmingsplan Buitengebied - Van Goorswegje (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00311-0002
Hoofdstuk 2 2.1
Beleidskader
Algem een
Het (inter)nationale en provinciale beleid is neergelegd in verschillende nota's betreffende de ruimtelijke ordening, alsmede in de verschillende structuurvisies. Een "doorzetting" van dit beleid vindt veelal plaats in verschillende gemeentelijke en provinciale uitwerkingsnota's, beleidsplannen en bestemmingsplannen. Ook binnen de gemeente Harderwijk is dit het geval. Het beleid zoals dat door de hogere overheden wordt voorgestaan, is veelal van een andere schaal en aard dan de schaal die noodzakelijk is voor het opstellen van een (kleinschalig) bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is een herziening van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2014' en het daarmee samenhangende bestemmingsplan Veegplan Buitengebied. In de toelichting van het bestemmingsplan Buitengebied 2014 is uitvoerig ingegaan op nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid dat van toepassing is op het plangebied waarbinnen de percelen van dit bestemmingsplan zijn gelegen. In eerste instantie wordt volstaan met een verwijzing naar de beschrijving van dit beleid in hoofdstuk 3 van de toelichting van dit bestemmingsplan voor zover dit nog van toepassing wordt geacht. In dit hoofdstuk wordt met name ingegaan op de eventuele voor het plangebied relevante wijzigingen van dit beleid aangevuld met beleid dat relevant is voor de beoogde ontwikkeling.
2.2
Ruim telijk beleid
2.2.1 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is gewijzigd per 1 juli 2017. De Ladder als motiveergrond voor ruimtelijke plannen blijft, maar wordt lichter in het gebruik. Gemeenten moeten plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, motiveren volgens de Ladder. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte binnen een breder kader van een goede ruimtelijke ordening. In de Handreiking ladder voor duurzame verstedelijking staat dat er geen ondergrens is bepaald voor wat een ‘stedelijke ontwikkeling’ is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015, nr. 201407135/1/R1). Dit bestemmingsplan voorziet in de bouw van vier woningen. Dit betekent dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling zodat een toets aan de Lader voor duurzame verstedelijking niet nodig is. 2.2.2 Omgevingsvisie Gelderland Het provinciale beleid is vastgelegd in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.
De visie is vastgesteld door Provinciale Staten op 19 december 2018 en is in werking getreden op 1 maart 2019. In de omgevingsvisie wordt beschreven wat de provincie wil en moet veranderen en ontwikkelen om het Gelderland van nu door te kunnen geven aan de volgende generaties. De provincie zet daarom een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Met ‘Gezond en veilig’ wordt een gezonde leefomgeving met schone en frisse lucht, een schoon milieu, voldoende schoon en veilig (drink)water en de bescherming van flora en fauna bedoeld. Daarnaast wordt ermee bedoeld dat de provincie is voorbereid op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. ‘Schoon en welvarend’ betekent dat de provincie een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat kent, dat goed bereikbaar is en een goed functionerende arbeidsmarkt heeft met daarbij behorende goede kennis- en onderwijsinstellingen. Het betekent ook het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen en het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.
11
bestemmingsplan Buitengebied - Van Goorswegje (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00311-0002 Aan deze ambitie worden met behulp van de volgende zeven onderwerpen nader richting gegeven: Energietransitie: van fossiel naar duurzaam. Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer. Circulaire economie; sluiten van kringlopen. Biodiversiteit: werken met de natuur. Bereikbaarheid: duurzaam verbonden. Economisch vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio. Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik Het accent van stedelijke ontwikkelingen verschuift van nieuwbouw naar het vitaliseren van bestaande gebieden en gebouwen. Voor een goede afweging van keuzes voor locaties van nieuwe gebouwen staat de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik centraal. Met deze ladder wordt een transparante besluitvorming en een zorgvuldige ruimtelijke afweging nagestreefd. Het gaat om het tijdig afwegen van kansen en mogelijkheden om bestaande gebouwen te benutten bij overwegingen van nieuwe bebouwing. Als juridische basis gebruikt de provincie de ladder voor duurzame verstedelijking die het Rijk heeft vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In elk bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling dienen gemeenten volgens de rijksladder aan de hand van drie stappen die locatiekeuze te motiveren.
Deze rijksladder is van provinciaal belang. Aangezien de juridische borging van de ladder al geregeld is in het Bro, heeft de provincie de ladder niet nogmaals opgenomen in de provinciale omgevingsverordening. In paragraaf 2.2.1 is de Ladder voor duurzame verstedelijking uitgewerkt. 2.2.3 Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening is een van de instrumenten om de ambities uit Omgevingsvisie te realiseren. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, wordt de focus bij het uitvoeren van de taken op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland gelegd. In de verordening zijn alleen regels opgenomen als dit nodig is om de provinciale ambities waar te maken of wettelijke plichten na te komen. Net als de Omgevingsvisie richt de Omgevingsverordening zich op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving. Daarom zijn bijna alle regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, verkeer en bodem in deze verordening opgenomen. Op het gebeid waarin het plangebied gelegen is, is volgens de verordening het volgende van toepassing.
Afdeling 2.3 Glastuinbouw Artikel 2.17 (eenmalige uitbreiding bestaand glastuinbouwbedrijf) Een bestemmingsplan kan, gerekend vanaf 29 juni 2005, eenmalig een uitbreiding tot vijf hectare toelaten van een bestaand glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied, als in de toelichting op het bestemmingsplan wordt aangetoond dat: de uitbreiding noodzakelijk is voor een doelmatige voortzetting van het bedrijf; verplaatsing naar een glastuinbouwontwikkelingsgebied bedrijfseconomisch niet haalbaar is; deze uitbreiding zich verdraagt met de ter plaatse relevante omgevingskwaliteiten als bedoeld in artikel 1.1a, tweede lid, van belang zijnde gebiedskwaliteiten van natuur, landschap en water. Er is echter geen sprake van glastuinbouw in het plangebied, wat betekent dat artikel 2.17 buiten beschouwing gelaten kan worden. Verder kan gesteld worden dat nu het plangebied niet is gelegen binnen het Nationaal Landschap, Het Gelders Natuurnetwerk, of de Groene ontwikkelingszone er met het bouwen van de beoogde woningen geen provinciaal belang wordt geraakt. In Artikel 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda) van de verordening is het volgende opgenomen:
12
bestemmingsplan Buitengebied - Van Goorswegje (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00311-0002 1. Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. a. Als een ontwikkeling niet past binnen de geldende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling. De genoemde regionale woonagenda heeft de gemeente Harderwijk doorvertaald in een gemeentelijk woningbouwprogramma. Het voorliggende plan past binnen dit gemeentelijke woningbouwprogramma. De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing nu het gaat om de toevoeging van vier woningen. In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. is mondeling overleg gevoerd met de Provincie Gelderland en is aangegeven met deze planvorming in te kunnen stemmen. Conclusie voor het plangebied Het provinciale beleid vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan. 2.2.4
Woonbeleid
Woonvisie Harderwijk De uitgangspunten van het woonbeleid staan geformuleerd in de Woonvisie 2017-2027. Deze is op 24 mei 2018 door de gemeenteraad vastgesteld. Met het woonbeleid werkt de gemeente Harderwijk aan de balans tussen vraag en aanbod op de woningmarkt. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de huidige bewoners, maar ook naar die van de toekomst. Uitgangspunt is dat iedereen in Harderwijk een woning kan vinden die past bij zijn of haar wensen en behoeften op het gebied van betaalbaarheid, toegankelijkheid en woonmilieu. Door natuurlijke aanwas en migratie zal Harderwijk de komende decennia blijven groeien. Het aantal inwoners nu is 47.000 en zal naar verwachting toenemen tot 53.000 in 2040. Om deze groei te faciliteren wil de gemeente voor die tijd nog ruim 4.000 woningen bijbouwen. Voor ruim 3000 woningen is inmiddels plancapaciteit beschikbaar. Qua woningbouwtypes wordt ingezet op variatie en aanpasbaarheid. Tijdelijke woningen om pieken in de vraag op te vangen. Aanpasbare woningen om flexibel mee te bewegen met veranderende wensen en behoeften. En gevarieerde woonwijken voor een vitale mix van bewoners. Op deze manier blijft Harderwijk ook naar de toekomst betaalbaar en aantrekkelijk voor een breed publiek. Op dit moment worden uitbreidingswijken Waterfront en Drielanden in hoog tempo volgebouwd.
De toekomstige nieuwbouwopgave zal grotendeels in de bestaande stad worden gerealiseerd. Binnenstedelijk bouwen brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Denk aan hogere bouwkosten, veel direct belanghebbenden en een meer complexe ruimtelijke inpassing. Het wordt een uitdaging om voldoende woningen te bouwen in de lagere prijssegmenten, draagvlak te creëren onder omwonenden en de ruimtelijke kwaliteit hoog te houden. Naast nieuwbouw wordt ook gewerkt aan de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Samen met de partners in het woondomein staat de gemeente voor een aantal grote maatschappelijke opgaven. Op het gebied van duurzaamheid wordt onder andere gestreefd naar een forse reductie van het energieverbruik, duurzame energie opwekking en ruimte voor klimaatadaptatie. Betaalbaarheid is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Een andere opgave is de voortschrijdende vergrijzing. Om de veiligheid en het comfort van oudere bewoners te borgen, is het noodzakelijk om de toegankelijkheid van bestaande woningen te verbeteren. Ook moeten woningen geschikt worden gemaakt voor zorg- en dienstverlening aan huis. Daarbij gaat het niet alleen om individuele woningen maar ook om de woonomgeving en infrastructuur van de wijk.
13
bestemmingsplan Buitengebied - Van Goorswegje (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00311-0002 Samenvattend zijn de belangrijkste opgaven in het woondomein: Nieuwbouw Uitbreiding van het aanbod goedkope en middeldure woningen Terugdringen van de wachttijd in de sociale huursector Her- en deprogrammering in het dure segment Tijdelijke woonruimte om pieken in de vraag op te vangen Inbreiding en transformatie Bestaande woningvoorraad Bevorderen van doorstroming op de woningmarkt Verduurzaming van de bestaande woningvoorraad Bestaande woningvoorraad toekomst- en zorgbestendig maken Wijken en buurten Ontwikkelen van woonzorgzones Gemixte en inclusieve wijken en buurten Conclusie voor het plangebied Met de plannen voor nieuwe woningen op de twee locaties aan het Van Goorswegje wordt bijgedragen aan de ambities uit de Woonvisie Harderwijk. Met de rood voor rood regeling worden voormalige agrarische opstallen gesloopt om in ruil daarvoor woningen te kunnen bouwen. Hiermee wordt doorstroming op de woningmarkt gestimuleerd. De bouw van de woningen aan het Van Goorswegje past binnen dit kader en voldoet daarmee aan het gemeentelijk woonbeleid. 2.2.5
Milieubeleid
Milieubeleidsplan Harderwijk De gemeente Harderwijk streeft naar samenhang in het bestaande veelomvattende milieubeleid. Het milieubeleidsplan maakt inzichtelijk waar Harderwijk voor staat, geeft richting aan het beleid voor de komende periode en vervult een aanjaagfunctie om verbeteringen te realiseren. Vanuit deze gedachte worden twee speerpunten benoemd waarbij rekening is gehouden met de landelijke beleidsontwikkeling: klimaatbeleid en een gebiedsgericht milieubeleid. Het zorgdragen voor een duurzame leefomgeving is het hoofddoel van dit milieubeleid. Onder een duurzame leefomgeving verstaan we het voorzien in onze behoeften, zonder de toekomstige generaties de mogelijkheden voor dezelfde behoeften te ontnemen. Dit milieubeleidsplan geeft kaders voor beleid en laat de bevolking van Harderwijk en Hierden zien hoe de gemeente zich inzet om de lokale milieuproblemen op te lossen. Binnen onze gemeentegrenzen bestaat een grote diversiteit in gebieden, met elk hun eigen kenmerken en functies. Bij ruimtelijke ontwikkeling streven we naar een optimale leefomgevingskwaliteit. Door gebieden te onderscheiden wordt duidelijk welke milieukwaliteit gewenst is en of een ontwikkeling in het desbetreffende gebied past. Deze gebiedsgerichte benadering biedt ruimte om milieubeleid beter te laten aansluiten bij de dynamiek van ruimtelijke ontwikkelingen.
Gebiedsgericht milieubeleid In het Milieubeleidsplan is voor verschillende delen van Harderwijk gebiedsgericht milieubeleid opgesteld. Door het opstellen van gebiedsgericht milieubeleid komen de specifieke kwaliteiten, knelpunten, de milieubelasting en de milieuambities van het gebied in beeld. Welk milieubeleid voor het plangebied geldt, is weergegeven op een interactieve kaart op de gemeentelijke milieuwebsite. In paragraaf 4.5 Milieu zijn de milieuaspecten die relevant zijn voor het plangebied uitgewerkt.
Routekaart naar een klimaatneutraal Harderwijk: De Energieke stad
14
bestemmingsplan Buitengebied - Van Goorswegje (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00311-0002 Harderwijk heeft vele kansen om zich te profileren op het gebied van duurzaamheid en in het bijzonder duurzame energie. Vanwege die kansen stelt de gemeente zich het volgende doel: in 2031 (Harderwijk 800 jaar) wordt binnen de gemeentegrenzen 45 % minder CO2 uitgestoten (referentiejaar 2010). Deze ambitie zal worden bereikt door in te zetten op: Energie besparing; Opwekken van duurzame energie; Compenseren (bijvoorbeeld door inkoop groene energie). Met het stellen van deze ambitie wil de gemeente in het bijzonder lokaal bijdragen aan de economische vitaliteit, leefbaarheid en identiteit van de gemeente. Het loont om te investeren in energiebesparende maatregelen vanwege lagere lasten en vanwege de toegevoegde waarde aan het investeringsobject. Maar het betekent ook dat het opwekken van energie geld oplevert, duurzame energie zal in de toekomst alleen maar waardevoller worden. Door nu te investeren in het opwekken van duurzame energie wordt de afhankelijkheid van stijgende energieprijzen en het opraken van fossiele brandstoffen in de toekomst beperkt. Het lokaal investeren van die opbrengsten of meedelen in revenuen draagt bij aan de vitaliteit en zelfvoorzienendheid van de gemeente.
Daarnaast laat de gemeente met deze doelstelling zien dat zij haar principiële verantwoordelijkheid neemt ten aanzien van klimaatverandering. Let op! Duurzaamheid is nadrukkelijk meer dan alleen het besparen van energie of het treffen van milieumaatregelen (people-profit-planet). Conclusie voor het plangebied Binnen het plangebied wordt o.a. invulling gegeven aan het duurzaamheidsbeleid door gasloos te bouwen. Daarnaast zal bij de uitwerking van de bouwplannen aangesloten moeten worden op de duurzaamheids- en klimaatadaptieve-aspecten van het gemeentelijke milieubeleid. 2.2.6
Waterbeleid
Algemeen Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Op Europees en nationaal niveau heeft water een eigen plaats gekregen in de ruimtelijke besluitvorming via de verplichte 'watertoets'. Een watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Zo'n waterparagraaf moet sinds 1 januari 2003 worden opgenomen in de toelichting bij ruimtelijke plannen. Doel van de watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken. Een watertoets is verplicht als het gaat om een functieverandering en/of bestemmingswijziging. Op basis van informatie en randvoorwaarden vanuit waterbeheerder, het waterbeleid en relevante bodemgegevens worden de verschillende wateraspecten uitgewerkt in een waterparagraaf. De waterparagraaf beschrijft het huidige watersysteem alsmede de mogelijkheden en randvoorwaarden voor het toekomstig watersysteem. De waterparagraaf wordt afgestemd met de waterbeheerder. Voor de watertoets wordt verwezen naar paragraaf 4.4.
Het relevante overzicht van het 'Beleidskader Water' maakt als Bijlage 1 deel uit als van deze toelichting.
2.2.7 Archeologie en monumentenbeleid Op basis van de Erfgoedwet moet de gemeente bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten. Het gemeentelijk archeologisch beleid is verwoord in het in april 2011 vastgestelde archeologiebeleid 2011-1015. Hieraan is de beleidskaart archeologie gekoppeld. De Beleidskaart Archeologie is tot stand gekomen door onderzoek van archeologisch adviesbureau RAAP (RAAP- rapport 2050 "Een actualisatie en herziening van de archeologische verwachting").
15
bestemmingsplan Buitengebied - Van Goorswegje (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00311-0002 In de beleidskaart Archeologie is aangegeven wanneer bij nieuwe planontwikkelingen archeologisch vooronderzoek plaats dient te vinden. Doel van het archeologisch (voor)onderzoek is het waar nodig beschermen van archeologische waarden en het streven naar behoud van de waarden in de bodem (in situ). De essentie van het archeologisch (voor)onderzoek is het verkrijgen van gegevens over de archeologische resten in de bodem om in een vroeg stadium een goede afweging te kunnen maken van alle bij een ruimtelijk besluit betrokken belangen. Bij een bestemmingsplan kan worden bepaald, dat een aanvrager van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, of een aanlegactiviteit van werken geen bouwwerken zijnde, een rapport over de archeologische waarden dient te overleggen. Aan de omgevingsvergunning kunnen indien nodig archeologische voorschriften worden verbonden. Deze verplichting geldt niet bij projecten met een oppervlakte kleiner dan 100 m². Op de beleidskaart archeologie zijn per waarde- of verwachtingsgebied de vrijstellingsgrenzen aangegeven. Het beleid is om in bestemmingsplannen een dubbelbestemming "Waarde - archeologie" op te nemen met bijhorende bouwregels en aanlegvergunningstelsel met inachtneming van de vrijstellingsgrenzen. In paragraaf 4.2 wordt nader op dit onderwerp ingegaan.
2.2.8 Verdiepingsslag buitengebied Harderwijk en Hierden Op 3 november 2022 heeft de gemeenteraad de Verdiepingsslag buitengebied Harderwijk en Hierden vastgesteld. Deze verdiepingsslag geeft een visie op het buitengebied van Harderwijk, waar grote veranderingen gaande zijn. Zo breidt de stad uit en neemt de vraag naar wonen in het buitengebied toe. De verdiepingsslag biedt het kader om deze veranderingen in goede banen te kunnen leiden. Hierbij is het belangrijkste uitgangspunt dat de kwaliteiten van het buitengebied bij elke ontwikkeling gewaarborgd blijven en waar mogelijke versterkt. In de verdiepingsslag is specifiek aandacht besteed aan het gebied Glindweg en omgeving, waarin het plangebied van beide initiatieven is gelegen. Daarbij is aandacht besteed aan de volgende aspecten van het gebied: Nieuwe bebouwing Voor wat betreft de mogelijke nieuwe ontwikkellocaties in dit gebied is gekeken naar locaties waar de bebouwing het open landschap niet verstoort. Dit houdt concreet in dat er voornamelijk langs het Van Goorswegje kan worden verdicht. Langs de weg zelf met diverse groottes bebouwing en in de 'tweede' rij zouden er eventueel ondergeschikte woningen kunnen komen. Verder is het een belangrijk uitgangspunt dat het zicht op de historische bebouwing en boomgaarden vrij gehouden wordt.
Enkele bebouwingsclusters kunnen wel uitgebreid worden met een losse woning, mits de openheid van het gebied bewaard blijft. Visuele en recreatieve verbindingen tussen de wegen en het open landschap zijn wel wenselijk. Bij landschapsversterking zou een netwerk van klompenpaden (ommetjes) en landschappelijke inpassing met hagen en solitaire bomen onderzocht moeten worden. Groenstructuur De groene rand tussen de Newtonweg en het rustige groene gebeid kan versterkt worden met inheemse beplanting. Verder kan de Glindweg weer tot groene ruggengraat van het gebeid gemaakt worden door het landschap te versterken door de landen te herstellen. Als contrast met de lanen worden losse bomen voorgesteld tussen en rondom bestaande en nieuwe bomen. Routenetwerk Ambitie is om door de aanleg van een routenetwerk van paden de koppeling maken met de wijk Frankrijk, maar ook met het water en de groenstructuur aan de oostzijde van het gebied, om zo makkelijker richting de Mheenlanden en het Veluwemeer te kunnen gaan. Vanuit het industrieterrein zijn er dan ook mogelijkheden om even een ommetje in de lunchpauze te maken in dit groene gebied. Wanneer deze verschillende aspecten samengevoegd worden op een kaart - de visiekaart - geeft dat het volgende beeld:
16
bestemmingsplan Buitengebied - Van Goorswegje (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00311-0002
Visiek aart uit Verdiepingsslag buitengebied Harderwijk en Hierden
Conclusie voor het plangebied
Bebouwing: De initiatieven binnen het plangebied sluiten aan op de visie uit de verdiepingsslag voor wat betreft de bebouwingsdichtheid. Op beide locaties wordt een lage dichtheid nagestreefd. Door de hoofdwoningen op zo dicht mogelijk op de weg te situeren (op het voorerf), in lijn met de naastgelegen erven, wordt zoveel mogelijk openheid van het landschap nagestreefd. De twee-onder-een-kap woningen en de bijbehorende bouwwerken krijgen in een tweede linie op het achtererf een plek. Het achterste deel van het erf wordt groen ingevuld, waardoor een geleidelijke overgang tussen erf en weiland ontstaat. Groenstructuur: Op de nieuwe erven vindt landschappelijke versterking plaats door inheemse beplanting, boomgaarden, knip en scheerheggen, geriefbosjes, solitaire bomen, etc. aan te leggen. Ook krijgen de even zo min mogelijk verharding met één eigen inrit en voldoende parkeergelegenheid op het erf. Routenetwerk: Binnen het plangebied van het initiatief aan het Van Goorswegje tussen de nummers 13 en 15 wordt een deel van een klompenpad gerealiseerd. De uitgewerkte initiatieven voor het plangebied sluiten aan bij de ambities van de Verdiepingsslag buitengebied Harderwijk en Hierden. 2.2.9 Welstandsbeleid Een bestemmingsplan is erg belangrijk voor het bouwen op en gebruiken van gronden. Vergunningsaanvragen worden immers getoetst aan de regels uit het bestemmingsplan.
Naast de bestemmingsplanbepalingen en de bouwtechnische eisen waaraan een bouwwerk moet voldoen, is het uiterlijk ervan erg belangrijk. Hiervoor is een welstandsnota opgesteld. In de welstandsnota van Harderwijk wordt invulling gegeven aan de esthetische aspecten van het
17
bestemmingsplan Buitengebied - Van Goorswegje (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00311-0002 ruimtelijke kwaliteitsbeleid. De welstandsnota gaat daarbij vooral in op de architectonische aspecten van bouwwerken, zoals massa, vorm, positionering, kleur- en materiaalgebruik en detaillering. In stedenbouwkundige zin spreekt de welstandsnota zich uit over de uitstraling en ligging van de bebouwing in relatie tot de omgeving. Bij de beoordeling van bouwplannen voor het buitengebied worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: bij het maken en beoordelen van plannen voor bebouwing in het buitengebied moet rekening worden gehouden met landschappelijke kenmerken en ruimtelijke/landschappelijke/cultuurhistorische elementen; daarbij zijn onder meer van belang: het verkavelingspatroon, wezensstructuur, zichtlijnen, de richting van de lijnen in het landschap, hoogteverschillen, groenstructuren, houtwallen en de zichtbaarheid van de bebouwing vanuit de omgeving; plannen voor bebouwing in het buitengebied dienen in samenhang met de (bestaande en toekomstige) erfinrichting te worden gemaakt en beoordeeld; het behoud van de kenmerken van karakteristieke (voormalige) boerderijen en andere karakteristieke bebouwing, ook als deze bebouwing niet is aangemerkt als monument.
In aanvulling op de algemene aandachtvelden voor gebieden met een gemiddelde welstandstoets gelden voor het buitengebied de volgende specifieke welstandscriteria: Situering de groepering van de gebouwen en de indeling van het erf speelt in op de aanwezige karakteristieke landschappelijke structuren en ruimtelijke/landschappelijke/cultuurhistorische elementen; als meerdere gebouwen dichtbij elkaar staan, al dan niet op één erf, vormen zij samen, qua oriëntatie(richting) en silhouet, een samenhangend ensemble. Massa en vorm bebouwing in het buitengebied speelt in op de bebouwingskarakteristiek van het buitengebied, die wordt gekenmerkt door eenduidige, grote bouwmassa’s, met een gave kapvorm, een lage gootlijn en een grote dakhelling, met een ingehouden materiaal- en kleurstelling; een boerderij dient zich duidelijk als hoofdgebouw te blijven manifesteren. De bijbehorende bedrijfsgebouwen dienen daarom teruggelegen ten opzichte van de boerderij of het woonhuis te worden gesitueerd. Ook ‘ondergeschikte’ gebouwen en objecten, zoals voerderkuilen en mestsilo’s, dienen ondergeschikt gesitueerd te worden of in gebouwen te worden geïntegreerd. Gevels gevels worden geleed door een goede situering van ramen en deuren; bij het splitsen van voormalige boerderijen mogen de architectonische vormgeving en het agrarische karakter niet wezenlijk worden aangetast.
Afwerking erven als terreinafscheiding worden bij voorkeur hagen toegepast of eenvoudige hekwerken met een ingehouden materiaal- en kleurstelling. Kleurgebruik in het buitengebied wordt uitgegaan van een ingehouden kleurstelling; in grote vlakken worden opvallende kleuren en sterke kleurcontrasten vermeden. Materiaalgebruik bij verbouwing is het oorspronkelijke materiaal- en kleurgebruik uitgangspunt; grote vlakken hebben een structuur of onderverdeling.
18
bestemmingsplan Buitengebied - Van Goorswegje (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00311-0002 Detaillering bij verbouwing en uitbreiding van bestaande gebouwen is de oorspronkelijke detaillering uitgangspunt; bij bebouwing die refereert aan traditionele bebouwing wordt uitgegaan van de detaillering van die traditionele bebouwing Conclusie voor het plangebied Op het moment dat er een aanvraag omgevingsvergunning wordt uitgewerkt moet worden aangesloten bij de genoemde criteria uit het gemeentelijke welstandsbeleid. Naar verwachting is dit ook zeker haalbaar. Uiteindelijk zal de commissie ruimtelijke kwaliteit dit beoordelen en daarover een advies uitbrengen aan het college om te betrekken bij het verlenen van de omgevingsvergunning. 2.2.10 Verkeers- en vervoersbeleid Verkeer en parkeren Het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Harderwijk is opgenomen in het Verkeersstructuurplan (VSP). Het VSP is in december 2010 vastgesteld door de gemeenteraad van Harderwijk en het plan bestaat uit een deel Mobiliteitsvisie (met een doorkijk naar 2030) en een deel Gemeentelijk Verkeersen Vervoersplan. Het VSP geeft aan dat de komende jaren prioriteit wordt gegeven aan het aanpakken van verkeersonveiligheid in algemene zin en verkeersonveilige locaties in het bijzonder en daarnaast het stimuleren van het fietsverkeer in de gemeente Harderwijk.
Op 23 mei 2013 is door de gemeenteraad een Parkeernormennota vastgesteld. Deze Parkeernormennota is een uitwerking van de vastgestelde visie op parkeren in Harderwijk (GVVP). De Parkeernormennota dient tevens als uitbreiding/toevoeging aan de parkeerfondsregeling. Omdat er geen wettelijke, door de rijksoverheid vastgestelde en voorgeschreven parkeernormen bestaan, heeft de gemeente Harderwijk besloten om de parkeernormen in één document vast te stellen met normen die specifiek toepasbaar zijn voor de situaties binnen de gemeente Harderwijk. Deze parkeernormen worden gebruikt bij het berekenen van de parkeerbehoefte bij voorzieningen als woningen, scholen, winkels, kantoren en bedrijven. Het vaststellen van deze parkeernormen is onder meer voor burgers, projectontwikkelaars en de gemeente Harderwijk zelf van belang. Door het vaststellen is het namelijk voor iedere belanghebbende duidelijk en inzichtelijk welke parkeernormen voor een bepaalde functie gehanteerd worden. Hierdoor ontstaat eenduidigheid in het parkeernormenbeleid. In paragraaf 4.6 wordt nader op dit onderwerp ingegaan.
2.3
Conclusie
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de bouw van vier nieuwe woning aan het Van Goorswegje, waarvan 3 woningen tussen de nummers 13 en 15 en 1 woning tussen de nummers 17 en 19. Uit voorgaande paragrafen, gelezen in samenhang met de bestemmingsplannen Buitengebied 2014 en Veegplan Buitengebied, blijkt dat deze ontwikkelingen in overeenstemming zijn met de uitgangspunten van het relevante ruimtelijk beleid. Vanuit het beleidskader zijn er geen belemmeringen voor de uitvoering van beide initiatieven.
19
bestemmingsplan Buitengebied - Van Goorswegje (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00311-0002
20
bestemmingsplan Buitengebied - Van Goorswegje (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00311-0002
Hoofdstuk 3
Planbeschrijving
In het gebied Glindweg en omgeving, liggen twee onbebouwde percelen aan het Van Goorswegje, waar nieuwe woningen gewenst zijn volgens de zogenaamde rood-voor-rood-regeling. Op het perceel gelegen tussen de nummers 13 en 15 is één vrijstaande woning en een twee-onder-een-kap woning gewenst met de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken. Op het perceel tussen de nummers 17 en 19 is een vrijstaande woning met bijbehorende bouwwerken gewenst.
Doordat er aan de Parallelweg 9/10 voormalige eendenschuren gesloopt zijn en de ondergrond is gesaneerd en dit zelfde ook gaat plaatsvinden aan de Parallelweg 16, is het volgens de rood-voor-rood regeling mogelijk de gewenste woningen te bouwen. Concreet gaat het om de sloop van in totaal 2400m² voormalige eendenschuren in ruil waarvoor 2 vrijstaande woningen van elk 150m² worden gebouwd als ook een twee-onder-een-kapwoning waarbij deze beide woningen een oppervlak krijgen van 90m². De bijbehorende bouwwerken bij de vrijstaande woningen zijn 100m² en bij de twee-onder-een-kap woningen 60m² . In de toekomstige situatie gaat de erfinrichting van het aan het Van Goorswegje tussen de nummers 17 en 19 er als volgt uitzien:
Op het nieuwe perceel wordt hoofdgebouw gebouwd van maximaal 150 m² met een bijgebouw van maximaal 100 m². Het nieuwe perceel krijgt een passende landschappelijke inrichting met veel groen. Aan de achterzijde is een relatief besloten tuin die via een boomgaard en bijvoorbeeld wild gras of kruidenrijk grasland overgaat in het omliggende weiland. Het Landschappelijk(erf)inrichtingsplan 17-19 is als een voorwaardelijke verplichting in de planregels opgenomen. In de toekomstige situatie gaat de erfinrichting van het aan het Van Goorswegje tussen de nummers 13 en 15 er als volgt uitzien:
21
bestemmingsplan Buitengebied - Van Goorswegje (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00311-0002
Op het nieuwe perceel wordt aan de weg het hoofdgebouw gebouwd van maximaal 150 m² met een bijgebouw van maximaal 100 m². Achter op het erf wordt de twee-onder-een-kap woning gebouwd. Het nieuwe perceel krijgt een passende landschappelijke inrichting met veel groen. Midden op het erf is een solitaire boom voorzien, in combinatie met de wadi. De percelen worden omkaderd met knip- en scheerhagen. De achterzijde van het plangebied sluit aan op het weiland en het klompenpad. Hier is de erfscheiding informeler in de vorm van fruitbomen in een kleine boomgaard en gaat de tuin met bijvoorbeeld wild gras of kruidenrijkgrasland dat over naar het omliggende weiland. Langs het Van Goorswegje stonden vroeger lijnvormige boomstructuren. Op huidige locatie is een deel hiervan komen te vervallen. In het landschappelijke (erf) inrichtingsplan wordt dit hersteld. Het Landschappelijk(erf)inrichtingsplan 13-15 is als een voorwaardelijke verplichting in de planregels opgenomen.
22
bestemmingsplan Buitengebied - Van Goorswegje (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00311-0002
Hoofdstuk 4 4.1
Onderzoek
Algem een
Volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van het verrichte onderzoek naar relevante feiten en af te wegen belangen (artikel 3.2. Algemene wet bestuursrecht). Per onderzoeksaspect wordt een beschrijving gegeven van de situatie ter plaatse.
4.2
Cultuurhistorie en archeologie
4.2.1 Inleiding De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze op 1 januari 2024 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan volgens het besluit ruimtelijke plannen een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook te worden aangegeven op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden.
4.2.2 Cultuurhistorie De cultuurhistorische waardenkaart (CHW-kaart) van de provincie Gelderland laat zien welke cultuurhistorische interessante en waardevolle patronen en objecten zich in het plangebied bevinden. Elke tijdsperiode heeft haar weerslag gehad op de vorming van de gebouwde omgeving. Lijnen, punten en vlakken uit het verleden zijn soms nog afleesbaar in het huidige (dorps)landschap. De CHW-kaart brengt deze cultuurhistorische waardevolle patronen en objecten in beeld. De gemeente Harderwijk heeft sinds 2015 een gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart. Deze kaart geeft alle bovengrondse cultuurhistorische waardevolle elementen en objecten weer. 4.2.3 Archeologie Op de beleidskaart Archeologie is aangegeven wanneer bij nieuwe ontwikkelingen archeologisch vooronderzoek plaats dient te vinden. Doel van het archeologisch (voor)onderzoek is het waar nodig beschermen van archeologische waarden en het streven naar behoud van de waarden in de bodem (in situ). De essentie van het archeologisch (voor)onderzoek is het verkrijgen van gegevens over de archeologische resten in de bodem om in een vroeg stadium een goede afweging te kunnen maken van alle bij een ruimtelijk besluit betrokken belangen. 4.2.4 Conclusie voor het plangebied Op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Gelderland zijn in het plangebied geen cultuurhistorische structuren opgenomen.
De directe omgeving maakt ook geen deel uit van beschermd stads- of dorpsgezicht en er komt geen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing in voor. Op de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart is het gebied Glindweg en omgeving aangegeven als een gebied van middelhoge cultuurhistorische waarde, als onderdeel van het fijnmazige patroon van wegen en paden op de enken van Hierden en Frankrijk. De locatie voor de nieuw te bouwen woningen zijn gelegen in een gebied met een middelhoge archeologische verwachting. Hiervoor geldt dat er archeologisch vooronderzoek bij plangebieden groter
23
bestemmingsplan Buitengebied - Van Goorswegje (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00311-0002 dan 1.000 m² noodzakelijk is. Voor het initiatief aan het Van Goorswegje tussen de nummers 13 en 15 groter dan deze oppervlakte van 1000. In dit kader is er een archeologisch onderzoek gedaan in de vorm van een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek. Dit onderzoek maakt als Bijlage 2 deel uit van deze toelichting. De conclusie van dit onderzoek luidt als volgt: Het plangebied is gelegen tussen Hierden en vestingstad Harderwijk, beide laatmiddeleeuwse nederzettingen. Alleen uit de wijdere omgeving van het plangebied zijn aanwijzingen aangetroffen voor bewoning vanaf het Paleolithicum. Deze vondsten zijn geclusterd op de hoger gelegen dekzandrug die op meer dan 2 km ten oosten van het plangebied ligt. In de omgeving van het plangebied zijn geen archeologische resten bekend. Het gebied is pas vanaf de late middeleeuwen ontgonnen en bewoond. Op basis van het bureauonderzoek wordt geconcludeerd dat het plangebied een lage archeologische verwachting heeft voor de periode laat paleolithicum tot de late middeleeuwen. Het plangebied ligt in een relatief laaggelegen en vlak deel van het landschap, eventuele bewoning zal zich gericht hebben op de hoger gelegen dekzandruggen. Voor de periode vanaf de late middeleeuwen geldt een middelhoge archeologische verwachting.
Eventuele resten k unnen worden aangetroffen vanaf het maaiveld tot in de top van het gele zand. Tijdens het veldonderzoek is gebleken dat de bodem in het plangebied bestaat uit gedeeltelijk verspoelde dekzanden met een bouwvoor. Er zijn geen aanwijzingen voor een archeologische vindplaats aangetroffen. De oppervlakte van de bebouwing en verharding voor het initiatief aan het Van Goorswegje tussen de nummers 17 en 19 blijft onder de 1.000 m², wat inhoudt dat onderzoek voor deze locatie achterwege kan blijven. Gelet op de ligging in de directe nabijheid van de onderzochte locatie tussen de nummers 13 en 15, maar aangenomen worden dat de conclusie van het onderzoek ook geldt voor deze locatie. Vanuit cultuurhistorie en archeologie zijn er geen belemmeringen voor de gewenste bouw van de woningen.
4.3
Natuurwaarden
4.3.1 Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming inwerking getreden. Met deze wet zijn alle bepalingen met betrekking tot bescherming van natuurgebieden, dier- en plantensoorten samenbracht in één wet. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Verder implementeert de wet diverse Europese regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. De Wet natuurbescherming voorziet in: vereenvoudigde regels ter bescherming van de natuur; decentralisatie van bevoegdheden naar provincies; een goede aansluiting op het omgevingsrecht. De belangrijkste beschermde natuurwaarden in de Wet natuurbescherming zijn: beschermde natuurgebieden (Natura 2000 gebieden); lijst met beschermde planten en dieren; expliciete vermelding intrinsieke waarde van natuur; algemene zorgplicht voor natuurgebieden en in het wild levende dieren, planten en hun leefomgeving; actieve soortenbescherming. Met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming is het decentralisatieproces van het natuurbeleid formeel afgerond. Daarmee hebben de provincies de regie over het natuurbeleid in de regio, waarbij ook de bevoegdheden van het Rijk naar de provincies zijn overgedragen. Zo beschermt de provincie Gelderland bijvoorbeeld het Natuur Netwerk Nederland (NNN) voor Gelderland, hier het Gelders
24
bestemmingsplan Buitengebied - Van Goorswegje (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00311-0002 Natuurnetwerk (GNN) genoemd. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het GNN is voor provincie Gelderland uitgewerkt in Omgevingsvisie Gelderland en de Omgevingsverordening Gelderland (provinciaal ruimtelijk natuurbeleid). Onderzoek Voor het plangebied is in het kader van de Wet Natuurbescherming een onderzoek uitgevoerd naar de gebiedsbescherming en naar de soortenbescherming (zie Bijlage 3) Verder is berekend of de geplande ontwikkeling in de aanlegfase en de nieuwe gebruiksfase de grenswaarde van stikstofdepositie van 0.00 mol/ha/jaar al dan niet overschrijdt (zie Bijlage 4). 4.3.2
Conclusie voor het plangebied
Soortenbescherming Het uitgevoerde onderzoek betreffende de soortenbescherming (flora, vleermuizen, zoogdieren, vogels en overige soorten) concludeert dat er met de voorgenomen ontwikkelingen die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, geen sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming (Wnb). Ook worden er geen bomen gekapt als bedoeld in de Wnb, onderdeel houtopstanden. In algemene zin is het van belang om eventuele werkzaamheden (zoals bijvoorbeeld het kappen van bomen) buiten het broedseizoen te doen. In de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is een (oude) waarneming bekend van een steenuil territorium ten westen van locaties van de initiatieven. Er zijn in het plangebied geen sporen aangetroffen van uilen of roofvogels als foerageergebied. Weliswaar dat de landelijke omgeving, de rommelige erven en de toegankelijke schuren in de omgeving een geschikt habitat is voor de steenuil. Met de geplande ontwikkeling zullen er geen verblijfplaatsen verloren gaan. Aantasting van de functionaliteit kan aan de orde zijn als het geschikte habitat waar de steenuil in voorkomt, in kwantiteit of kwaliteit voor de steenuil afneemt, waardoor dit niet meer de functie van nest of rustplaats kan vervullen. Het plangebied kan niet aangemerkt worden als essentieel, ten zuiden van de planlocatie is voldoende alternatief foerageergebied aanwezig.
De aantasting van het leefgebied is van dusdanig geringe omvang dat er geen sprake is van een feitelijke afname van functionele leefomgeving. In de nieuwe situatie worden er versterkende maatregelen getroffen waar (prooien van) de steenuil van profiteert. Mogelijke tijdelijke verstoring tijdens de bouwfase is afwezig of gering vanwege de menselijke activiteit in de huidige situatie. Een nader onderzoek naar deze soort wordt niet noodzakelijk geacht. Vanwege de mogelijke verstoring van het leefgebied van de steenuil in de uitvoeringsfase is het van belang alle werkzaamheden buiten het broedseizoen de starten en uit te voeren dan wel in de minst kwetsbare periode (tussen september en februari).
Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op circa 1,5 kilometer van het Natura 2000-gebied Veluwe en op circa 1,2 kilometer van het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren. Voor wat betreft de gebiedsbescherming kan worden vastgesteld dat deze afstand zodanig groot is, dat de bouw van de gewenste woningen geen significant negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000 gebieden Veluwe en Veluwe randmeren. Externe werking zal naar verwachting niet optreden. Stikstofdepositie Naar aanleiding van het uitgevoerde stikstofonderzoek, en de daarbij behorende berekeningen, kan worden geconcludeerd dat voor de aanlegfase en de nieuwe gebruiksfase de grenswaarde van de stikstofdepositie op natuurgebieden van 0,00 mol/ha/j niet wordt overschreden. Dit houdt in dat er vanwege het aspect stikstof geen belemmeringen zijn voor de aanlegfase en de nieuwe gebruiksfase. Een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is niet nodig.
25
bestemmingsplan Buitengebied - Van Goorswegje (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00311-0002
4.4
Watertoets
4.4.1 Algemeen Belangrijk instrument om water belangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Het waterschap Vallei en Veluwe is geïnformeerd over de plannen aan het Van Goorswegje door gebruik te maken van de digitale watertoets. In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of A- watergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Wel liggen beide locaties in een grondwaterfluctuatiezone. Gelet op de beperkte impact op het watersysteem, vormt dit naar het oordeel van het waterschap geen belemmering. Het waterschap heeft voor beide initiatieven een positief wateradvies gegeven.
In de watertoets zijn wel de volgende aandachtspunten aangegeven: Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar.
Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen of randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. 4.4.2 Conclusie voor het plangebied Realisering van de plannen, met in achtneming van hetgeen in deze paragraaf is beschreven, heeft geen nadelige gevolgen voor het aspect ‘water’ wat betekent dat dit aspect geen belemmering vormt voor de uitvoering van de plannen.
4.5
M ilieu
4.5.1 Inleiding In deze paragraaf komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan bod. Het betreffen hier de randvoorwaarden en beperkingen die voorkomen uit het beleid en wetgeving op het gebied van: geluid (Wet geluidhinder), luchtkwaliteit (Wet luchtkwaliteit), bodem (Wet bodembescherming), bedrijvigheid (Wet milieubeheer) en externe veiligheid (BRZO, REVI, Bevi, Wet milieubeheer).
26
bestemmingsplan Buitengebied - Van Goorswegje (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00311-0002 4.5.2
Geluid
Algemeen De Wet geluidhinder (Wgh) heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluidsoverlast ten gevolge van weg-, spoorweg- of industrielawaai. Op basis van deze wet dient bij het opstellen van het bestemmingsplan dan ook aandacht te worden geschonken aan het aspect "geluid". In de Wet geluidhinder is een zonering van industrieterreinen, wegen en spoorwegen geregeld. Enerzijds betekent dit dat (geluids)eisen worden gesteld aan de milieubelastende functies, anderzijds betekent dit dat beperkingen worden opgelegd aan milieugevoelige functies. De verplichting tot het uitvoeren van een akoestisch onderzoek in relatie tot het opstellen van een bestemmingsplan geldt niet indien in dat bestemmingsplan geen mogelijkheden worden geboden voor het realiseren van nieuwe woningen en andere geluidgevoelige objecten. 4.5.3 Conclusie geluid voor het plangebied Voor het plangebied is volgens de Wgh een akoestisch onderzoek (Bijlage 5) uitgevoerd naar de geluidbelasting ten gevolge van de zoneringsplichtige geluidsbronnen waarvan de zone het plangebied overlapt. De geluidbelasting is getoetst aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarde uit de Wgh.
Vanuit het aspect 'goede ruimtelijke ordening' zijn ook de relevante 30 km/uur wegen in de directe nabijheid betrokken, Voor de beoogde ontwikkelingen zijn met name de Newtonweg en de Zuiderzeestraatweg als 50 km/uur wegen van belang. Het onderzoek toont aan dat de voorkeurswaarde van 48 dB uit de Wgh voor alle woningen wordt gerespecteerd. Het aanvragen van een hogere grenswaarde is niet aan de orde en er hoeven geen nadere maatregelen onderzocht te worden. De geluidbelasting vanwege de Zuiderzeestraatweg (30 km/uur) respecteert ook voor alle woningen de voorkeursgrenswaarde. De cumulatieve geluidbelasting als gevolg van alle wegen in de nabijheid van het plangebied bedraagt maximaal 54 dB (zonder aftrek ex artikel 110g Wgh). Deze waarde kan worden gekwalificeerd als 'redelijk', waarmee sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan. 4.5.4 Luchtkwaliteit In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Met betrekking tot luchtkwaliteit moet rekening worden gehouden met de luchtkwaliteitseisen in hoofdstuk 5 van de Wet Milieubeheer, en de bijbehorende ministeriële regelen en algemene maatregelen van bestuur (AMvB).
Voor het bepalen of luchtkwaliteit een belemmering voor een ontwikkeling oplevert, moeten twee aspecten worden beoordeeld, te weten: De bijdrage van het plan aan de (verslechtering van de) luchtkwaliteit De blootstelling op de locatie. Bijdrage van het plan aan de luchtkwaliteit Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als: 1. er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; 2. een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; 3. een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging (<3% van de jaargemiddelde grenswaarde); 4. een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking treedt nadat de EU derogatie heeft verleend. Volgens voorschrift 3B.2 van bijlage 3b van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' draagt een bouwplan niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit wanneer het plan niet voorziet in de bouw van meer dan 1.500 woningen.
27
bestemmingsplan Buitengebied - Van Goorswegje (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00311-0002 Blootstelling op locatie Tevens dienen volgens de wet milieubeheer gevoelige bestemmingen beschermd te worden tegen fijnstof en stikstofoxiden (dit is opgenomen in het Besluit gevoelige bestemmingen). Gevoelige bestemmingen zijn de volgende gebouwen en bijbehorende terreinen: scholen, verpleeghuizen en kinderdagverblijven. Woningbouw hoort hier niet bij. Het gemeentelijke beleid ten aanzien van luchtkwaliteit zoekt hierbij aansluiting. In het milieubeleid van Harderwijk wordt gesteld dat er geen gevoelige bestemmingen (scholen, kinderdagverblijven of zorginstellingen) binnen 50 meter van de snelweg of een provinciale weg worden geplaatst. Binnen een zone van 50 tot 300 meter is dit alleen mogelijk als hiervoor zwaarwegende redenen zijn van bijvoorbeeld financiële, stedenbouwkundige of verkeerskundige aard. Voorliggende ontwikkeling betreft het bouwen van een woning. Tevens vindt deze ontwikkeling niet plaats binnen 300 meter van zowel de A28 of de provinciale wegen N302 en N303. Dit houdt in dat het milieubeleid van Harderwijk ook geen belemmering vormt voor de ontwikkeling. 4.5.5 Conclusie luchtkwaliteit voor het plangebied Dit plan maakt de bouw van 4 woningen mogelijk, wat inhoud dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit.