1. Rapport RKP Varende historische schepen Harderwijk (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Opbouw Schepen hebben boven op de scheepsromp diverse constructies, bedoeld om de functie waarvoor het schip is gebouwd mogelijk te maken. Hieronder volgt een omschrijving van de meest voorkomende opbouwen. Stuurhut Een constructie met rondom ramen, van waaruit een schip wordt bestuurd. De stuurhut bevat naast het stuurwiel ook de bedieningshandels van de scheepsmotor en de keerkoppeling, een instrumentenpaneel met meters en waarschuwingslampen en het bedieningspaneel van de navigatieverlichting. Roef De roef is de opbouw op een schip die bedoeld is als schipperswoning. Een roef heeft doorgaans ramen aan de zijkanten. Bij een motorschip is de roef vaak direct achter of soms voor de stuurhut gebouwd. Zeilschepen hebben doorgaans een roef aan de den, waarbij de roef direct aan het laadruim is gebouwd,
60
voor het achterdek waar het schip bestuurd wordt. Bij later gemotoriseerde zeilschepen is op het achterdek achter de roef vaak een stuurhut gebouwd. Ruim Het ruim of laadruim is bedoeld om de lading of vracht van een schip in te kunnen vervoeren. Den en keggenbank De opstand van het laadruim die boven de scheepsromp uitsteekt heet de den. Aan de zijkant van de den zit meestal een keggenbank, een profiel waarop bevestigingsmateriaal zit, waarmee de dekzeilen kunnen worden vastgemaakt. Luikenkap De luikenkap sluit het laadruim aan de bovenkant af. De luiken die samen de luikenkap vormen, zijn doorgaans van hout of metaal. Houten scheepsluiken zijn panelen van drie dikke houten planken naast elkaar, die aan de onderkant verbonden zijn met klampen. De naden tussen de planken zijn dichtgemaakt met presenningband, zodat de luiken waterdicht zijn. De luiken liggen op merkels, houten of stalen balken met een geul, waardoor het regenwater kan weglopen. Een luikenkap is vaak afgedekt met een dekzeil of dekkleed. Een luikenkap kan verschillende vormen hebben: • Een Friese kap is een licht geknikte luikenkap, die in het midden wat hoger is dan aan de zijkanten. Een Friese kap kan houten luiken hebben, maar ook aluminium of stalen luiken. • Een Belgische kap is een luikenkap met dwarsscheeps gebogen luiken.
Een Belgische kap kan stalen of aluminium luiken hebben, maar ook houten luiken, opgebouwd uit smalle dwarsscheeps verbonden planken. • Een beurtluikenkap is een luikenkap met bijna vlakke stalen luiken. Deze kap kwam voor op beurtschepen, die gebruikt werden voor de beurtvaart, een verbinding over water tussen een aantal havens volgens een vaste dienstregeling. Ramen, lichtluiken, lichtranden en patrijspoorten Bij woonschepen waarbij ook het voormalig laadruim als woning is ingericht, is vaak een aantal luiken vervangen door lichtluiken, waarin ramen zijn aangebracht. Ook zijn vaak ramen, lichtranden en/of patrijspoorten aangebracht in de den. Lichtranden en patrijspoorten zijn ronde of ovale ramen; lichtranden zijn gesloten, patrijspoorten kunnen opengezet worden, zodat ze ook verse lucht toelaten. In de roef zitten roeframen, die vaak opengezet kunnen worden. Roeframen zijn meestal in een getoogd houten kozijn gezet. Ook bij historische vaartuigen en arken zijn de ramen vaak getoogd, dat wil zeggen dat ze aan de bovenkant boogvormig zijn. Theehut Een theehut is een voor de stuurhut geplaatste opbouw, doorgaans van staal, waarin vaak een keuken zat. Een theehut is hoger dan de luikenkap, maar lager dan de ramen van de stuurhut. Theehutten komen vaak voor op sleepschepen en luxe motors.
Herft Een herft is een meestal aan de voor- en achterzijde van de luikenkap geplaatste bergplaats, die afgesloten wordt met een herftluik. Een herft wordt gebruikt om materiaal in op te bergen dat tijdens het varen of voor het scheepsonderhoud gebruikt wordt, zoals emmers, trossen, schoonmaakmiddelen, stootwillen en fenders. Koekoek Een koekoek is een lichtkap die op het dek of het dak van opbouwen wordt geplaatst. Een koekoek is vaak gemaakt van hout en soms van staal. Doorgaans heeft een koekoek scharnierende raampjes, zodat een koekoek licht binnenlaat, maar ook verse lucht.
61
Voor- en achteronder Een voor- en achteronder zijn onderdekse ruimtes die voor verblijf of bewoning bedoeld zijn voor het schippersgezin of voor de scheepsmaat. Het voor- en achteronder zijn toegankelijk via een ingangskap of ingangskoekoek. Dit zijn kleine verhoogde opbouwen met scharnierende deuren en vaak een schuifkap, schuifluik of scharnierend luik. Reling Op het potdeksel van het schip en langs het dak van de roef zijn vaak voor de veiligheid relingen aangebracht, om te voorkomen dat mensen overboord vallen. Relingen zijn doorgaans gemaakt van verticale stalen scepters met een horizontale stalen of houten verbinding.
Stuurinrichting Roer Een schip wordt gestuurd met een roer: een aan het achterschip bevestigde verticale draaibare constructie van hout of staal. Stuurwiel Een stuurwiel, ook stuurrad of haspel genoemd, is een houten of stalen spaakwiel, dat via een overbrenging het roer bedient, waarmee een schip gestuurd wordt. De overbrenging kan bestaan uit kettingen met een kwadrant (een halve schijf boven de roerkoning, de as die het roer bedient), een mechanisch stuurwerk met een wormas, of een hydraulisch stuurwerk op oliedruk. Een stuurwerk met wormas heet een Engels stuurwerk. De houten afdekkap over het wormasstuurwerk op het achterdek wordt dankzij zijn vorm en omvang ook broodkast of broodwagen genoemd. Helmhout Een helmhout is een stevige hefboom die aan de bovenzijde van het roer bevestigd is en waarmee een schip gestuurd kan worden. Aan de bovenkant van het roer of het helmhout is bij zeilschepen vaak een roerklik aangebracht, een doorgaans houten sierstuk vaak met beschilderd houtsnijwerk. Een helmhout komt veel voor op zeilschepen. Zwaard Een zwaard is een houten of metalen peervormige stevige platte plaat, die aan de zijkant van een schip is bevestigd. Een zwaard of zijzwaard kan omhoog en omlaag scharnieren; in de lage stand steekt het zwaard een stuk in het vaarwater. Zwaarden zijn bedoeld om onbedoelde zijwaartse verplaatsing van een schip te voorkomen.
Daarom komen zwaarden vooral op zeilschepen voor, die door de wind in de zeilen opzijgezet kunnen worden; dit wordt verlijeren genoemd. Zwaarden worden via een staalkabel met een zwaardlier op het achterdek bediend. Een zwaardlier is een tandwielkast met een jaagwiel, waarmee de as van de lier wordt rondgedraaid, om het zwaard met behulp van de staalkabel omhoog te draaien.
Tuigage Mast Een mast is een verticale paal bedoeld om dingen omhoog te kunnen trekken. Zeilschepen zijn voorzien van één of meer zeilmasten. Vrachtschepen waren vaak voorzien van een laadmast, de mast behorend bij het hijstuig, waarmee het schip lading aan en van boord kon zetten. De mast wordt bediend met een mastlier. Daarnaast hebben veel schepen op het voordek een lichtmast, waarop het toplicht is bevestigd, een onderdeel van de navigatieverlichting. Een mast, bokkenbenen, giek, gaffel, boegspriet of kluiverboom zijn van oorsprong van hout gemaakt, maar worden tegenwoordig ook van staal gemaakt. Bokkenbenen
62
Voor het zetten en strijken van de mast zijn vaak bokkenbenen (ook bokkenpoten genoemd) aangebracht, twee stevige rondhouten die gebruikt worden als hefboom. Giek De giek is een horizontaal aan de mast bevestigd rondhout. Bij zeilschepen dient de giek ervoor om het zeil uitgestrekt te houden. Bij vrachtschepen met een hijstuig dient de giek om lading van de wal naar het schip te zwenken of omgekeerd. Gaffel Een gaffel is een recht of gebogen rondhout dat aan de mast omhoog getrokken wordt en waaraan de bovenkant van een zeil vastgemaakt is. Verstaging Een stag is een dik touw of staaldraad die van hoog in de mast gespannen wordt naar een putting, een stevig bevestigingspunt aan de scheepsromp. De verstaging is het geheel van stagen die de mast van een schip overeind houden. Boegspriet, Kluiverboom of Botteloef Een kluiverboom of een boegspriet is een over of langs de voorsteven(balk) uitstekend rondhout waaraan de voorste zeilen bevestigd kunnen worden. Een botteloef is een stalen boegspriet en komt voor op kleinere zeilschepen. Overloop Een overloop is een stang of balk op het voor- of achterdek, waarmee via een blok een zeil naar de ene of de andere kant van het schip kan worden gebracht. Blok of katrol Een blok of katrol is een constructie met ronde schijven waarlangs touwen of staaldraden geleid worden.
Blokken worden bijvoorbeeld gebruikt bij het hijsen van zeilen of lading. Blokken zijn er in vele soorten en maten. Ze worden zowel van hout als van staal gemaakt.
Voortstuwing Scheepsmotor Een scheepsmotor is meestal een dieselmotor die de scheepsschroef aandrijft en zo zorgt voor de voortstuwing van het schip. Zijschroef of ‘lamme arm’ Een zijschroef of ‘lamme arm’ is een schroef aan een lange as die aan de zijkant van een schip in het water gehangen kan worden. De as wordt aangedreven door een motor die aan dek staat. Opduwer Een opduwer is een motor in een klein bootje, dat achter een schip wordt vastgemaakt. De opduwer duwt het schip vooruit. Hetzelfde principe zien we ook terug in de combinatie van een duwboot met één of meer duwbakken ervoor. Sleepboot Een sleepboot is een boot met een sterke motor, die andere schepen kan voortslepen. Sleepboten worden onder andere gebruikt om schepen tegen sterke stroom in stroomopwaarts te slepen of om grote schepen naar een haven of ligplaats te manoeuvreren. Zeilen
63
Een bekende vorm van voortstuwing is varen met de wind in de zeilen. Als een zeilschip ligt aangemeerd zijn de zeilen gestreken en opgedoekt, dat wil zeggen dat ze neergelaten zijn en geplooid onder een dekzeil liggen, een huik genoemd. Als een schip voor langere tijd stilligt, worden de zeilen doorgaans losgehaald van de mast en de giek en droog weggelegd. Andere vormen van voortstuwing Een schip kan ook worden voortbewogen door menskracht of paardenkracht. Zeilschepen werden bij windstil weer of wind uit de verkeerde hoek vaak voortgetrokken aan een lang touw. De schipperse, schipperskinderen of de schipper liepen dan voor het schip uit over het jaagpad, een smal looppad naast het vaarwater. Daarbij hadden ze een brede band voor hun borst, het trekzeel, waaraan het touw bevestigd was waarmee ze het schip vooruit trokken. Als schippers het konden betalen, lieten ze het schip trekken door een trekpaard. Een schip kan, als het water niet te diep is, ook voortbewogen worden met behulp van een vaarboom. Dat is een lange stok, die schippers op het voordek in het water steken, totdat de vaarboom de grond raakt. Dan bewegen zij het schip voorwaarts, door tegen de vaarboom te duwen, terwijl zij door het gangboord naar achteren lopen, waar zij de vaarboom weer omhoogtrekken. Door deze handeling steeds te herhalen houden zij de gang in het schip.
Een andere vorm van voortbewegen heet wegen. Daarbij loopt de schipper op de wal met een lange stok, die in een speciaal daarvoor aangebrachte geul in het voor- of achterdek steekt, die weegstoel of weeggoot heet. Door tegen de stok te duwen en naast het schip op de kant mee te lopen, blijft de gang in het schip.
Hijswerktuigen Davit Een davit is een hijswerktuig bestaande uit een rechtopstaande paal met een zijarm, waaraan een lier met blokken, een staalkabel en een haak bevestigd zijn. Een blok is een ronde schijf waarover een touw of staalkabel geleid wordt. Met een davit kunnen voorwerpen zoals een anker of een bijboot aan en van boord gehesen worden. Lieren Een lier is een constructie met tandwielen, assen en één of meer jaagwielen, waarmee grote kracht kan worden uitgeoefend op touwen, staalkabels of kettingen. De tandwielen zijn zo geconstrueerd, dat zij de kracht kunnen regelen die nodig is om een zwaar voorwerp op te kunnen hijsen. Zo kan een schipper door aan het jaagwiel te draaien een anker ophalen, een zwaard ophalen, lading verplaatsen of de mast strijken of zetten. Veel voorkomende lieren aan boord zijn de ankerlier, mastlier, zwaardlier en davitlier. Lieren met een jaagwiel zijn met de hand te bedienen door aan het jaagwiel te draaien. Moderne lieren zijn vaak elektrisch bediend. Braadspil Een bijzondere vorm van een lier is een braadspil. Dit is een zware horizontale as op het voordek, waarmee de ankerketting kan worden opgehaald. Daartoe zitten aan de zijkant van de braadspil uitsparingen, waarin een stok gestoken wordt die als hefboom dient. Door de stok in een uitsparing te steken en opzij te bewegen draait het braadspil en trekt deze de ketting steeds verder op.
Een braadspil is doorgaans van hout gemaakt.
Bevestigingsmateriaal Anker Een anker is een zwaar metalen voorwerp met daaraan bevestigd een lang stuk touw, staalkabel of ankerketting. Een anker is bedoeld om zich in de bodem van het vaarwater vast te haken, zodat het schip
64
op zijn plek blijft liggen. Er zijn veel soorten en vormen ankers, maar de meest voorkomende zijn het stokanker, klipanker en dreganker. Bolders en bolderkasten Een bolder is een stevige korte paalvormige constructie, op het schip of op de wal, waarop een tros of meertouw kan worden belegd, oftewel vastgemaakt. Er bestaan veel soorten en vormen bolders. Grotere schepen hebben vaak een bolderkast die de bolders op het voor- en achterdek van het schip omgeven en steunen. Beting De beting of sleepbeting is een stevige constructie van twee verticale buizen verbonden aan een horizontale buis die op het achterdek van een sleepboot staat. Over de beting lopen de sleepkabels, waarmee een sleepboot één of meer schepen voortsleept.
Overige scheepsonderdelen Navigatieverlichting Varende schepen hebben doorgaans navigatieverlichting, zoals een toplicht, heklicht, bakboord- en stuurboordlicht, fluitlicht en schijnwerper. Luchthapper Een luchthapper is een gebogen buis die boven de machinekamer geplaatst wordt en die verse lucht naar de scheepsmotor voert. Naamborden Schepen hebben doorgaans naamborden op de boeg, op het dak van de roef of aan de achterkant van de roef, of aan de zijkanten van het gangboord op het potdeksel staan. Een naambord is vaak van hout met sierletters in beschilderd houtsnijwerk. Vlaggenstokhouder Een varend schip voert tijdens de vaart doorgaans de vlag van het land van herkomst aan de achterzijde van het schip. Een schip heeft daartoe een vlaggenstokhouder. Interieur Sommige schepen hebben nog een cultuurhistorisch waardevol interieur van roef, stuurhut of woning. Het interieur kan veel informatie bevatten over de geschiedenis van het schip en kan van invloed zijn op de cultuurhistorische en de economische waarde ervan. Bronnen www.debinnenvaart.nl/binnenvaarttaal https://nl.wikipedia.org/ www.binnenvaartinbeeld.com www.vaartips.nl www.lvbhb.nl
65
Colofon Ruimtelijk kwaliteitsplan historische schepen Harderwijk; Plan voor gebruik en beheer van de havens voor historische schepen De nota ‘Ruimtelijk kwaliteitsplan historische schepen Harderwijk’ maakt deel uit van het welstandsbeleid van de gemeente en daarmee van het Omgevingsplan Harderwijk. Projectgroep ……………………………., gemeente Harderwijk ……………………………., gemeente Harderwijk …………………, gemeente Harderwijk Commissie Omgevingskwaliteit van het Gelders Genootschap Advies en uitvoering ……………………….., Adviesbureau de ErfgoedWerf Januari 2025
66