1. Rapport RKP Varende historische schepen Harderwijk (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Ruimtelijk kwaliteitsplan varende historische schepen Harderwijk Plan voor gebruik en beheer van de havens voor varende historische schepen
Rapport in opdracht van de gemeente Harderwijk Door Adviesbureau de ErfgoedWerf ………………………. Rotterdam, 25 januari 2025
Inhoudsopgave 1. Context Ruimtelijk kwaliteitsplan varende historische schepen Harderwijk 1.1 Inleiding 1.2 Aanleiding 1.3 Doel, doelstelling en ambitie 1.4 Draagvlak
2. Beleidscontext 2.1 Rijksbeleid 2.1.1 Erfgoedwet 2.1.2 Omgevingswet A. Aparte verordening B. Historisch maritiem ensemble C. Beschermd stads- of dorpsgezicht 2.2 Gemeentelijk beleid
3. Ruimtelijke context 3.1 Positie historische havens
4. Methode van beoordeling schepen 4.1 Waarderingsmethode 4.2 Beoordeling in drie stappen 4.3 Algemene criteria 4.4 Cultuurhistorische criteria 4.5 Objectbeschrijving 4.5.1 Inleiding 4.5.2 Veranderingen 4.5.3 Documentatie 4.6 Scheepsbouwhistorische waardering 4.6.1 Inleiding 4.6.2 Cultuurhistorische waarden 4.6.3 Ontwerp- en scheepsbouwwaarden
1
4.6.4 Situationele en ensemblewaarden 4.6.5 Gaafheid en herkenbaarheid 4.6.6 Zeldzaamheid 4.6.7 Staat van onderhoud
5. Streefbeeld havens 5.1 Inleiding 5.2 Vissershaven 5.3 Kom Vissershaven 5.4 Lelyhaven
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Register Varend Erfgoed Nederland Verplichte veiligheidscertificaten Meetbrief Documentatie en archivering Waarderingscriteria voor bouwkunst RCE Waarderingscriteria voor scheepsbouwkunst ErfgoedWerf Gegevens vaartuig voor objectbeschrijving Scheepstypen Scheepsonderdelen
Colofon
2
1. Context Ruimtelijk kwaliteitsplan varende historische schepen Harderwijk 1.1 Inleiding Het uitgangspunt van dit ruimtelijk kwaliteitsplan voor de invulling van de havens van Harderwijk met varende 1 historische schepen is een goede omgevingskwaliteit. Het ontwikkelen van beleid voor maritiem erfgoed past in het streven naar een goede kwaliteit van de leefomgeving in Harderwijk. De gemeente Harderwijk vindt dat historische schepen in de havens de aantrekkelijke uitstraling en het historisch karakter van Harderwijk versterken, zowel in als buiten het vaarseizoen. De gemeente heeft met dit ruimtelijk kwaliteitsplan criteria opgesteld voor historische schepen , passend bij de deels historische havens en passend bij de bebouwing rondom de havens waar deze schepen ligplaats kunnen innemen.
1.2 Aanleiding De gemeente Harderwijk is in 2012 gestart met de uitvoering van het plan Waterfront, een flink meerjarenplan voor stedelijke herontwikkeling van het havengebied. Op het oude industrieterrein Haven, dat de historische binnenstad had afgesneden van het water van het Veluwemeer en het Wolderwijd, worden in het Waterfront op zo’n 40 hectare 1900 woningen gebouwd. Daarnaast zijn een jachthaven, passantenhaven, stadsstrand, parkeergarages en winkel-, horeca- en vrijetijds-voorzieningen en een nieuw bedrijventerrein ontwikkeld. Met het Waterfront wordt de relatie tussen de stad en het water hersteld en ontstaat een aantrekkelijke woonstad, een toeristische trekpleister en een regionaal economisch centrum. In het Waterfront hebben de oude industriële Vissershaven en Lelyhaven hun bedrijfsmatige functie verloren en zijn in het zuidelijk havengebied nieuwe havens gecreëerd voor andere functies. In deze havens is ruimte voor diverse soorten vaartuigen: recreatievaartuigen voor passanten en bewoners, charter- en passagiersschepen en historische schepen. In het gebied in de zuidelijke havens van Harderwijk worden verschillende kades gereserveerd voor ligplaatsen voor historische schepen.
Dit zijn in de Vissershaven de kade aan de Kleine Hellingkade, in de kom de kade aan de Havendam, aan de Scheepssingel, aan de Havendijk, aan de Vissershaven / Burgemeester de Meesterstraat en in de Lelyhaven aan de Ir. Lelykade en aan de Drees van Dordenkade. Deze havens hebben elk een eigen karakter, waarvoor ook per haven onderscheidende beeldkwaliteitscriteria voor historische schepen gewenst zijn.
1.3 Doel, doelstelling en ambitie Het Ruimtelijk kwaliteitsplan varende historische schepen Harderwijk bevat een ruimtelijk en een scheepsbouwkundig kader vanuit een cultuurhistorische optiek. Het doel daarvan is de herkenbaarheid en beleefbaarheid van het zuidelijke havengebied in het gebied Waterfront te behouden en versterken. De doelstelling van het ruimtelijk kwaliteitsplan is drieledig. Dit document: • Is de maatlat2 waaraan voldaan moet worden om in aanmerking te komen voor een ligplaatsvergunning voor een historisch schip.
1 Waar in de tekst gesproken wordt over historische schepen worden varende historische schepen bedoeld. 2 Een maatlat geeft houvast bij een project of ontwikkeling.
3
• •
Beschrijft de richtlijnen3 voor de vormgeving van historische schepen in de havens van Harderwijk. Het uitgangspunt daarbij is behoud van de cultuurhistorische waarde. Geeft criteria4 waarmee de adviescommissie Omgevingskwaliteit voor het onderdeel beeldkwaliteit de aanvragen voor historische schepen kan toetsen. Het uitgangspunt daarbij is dat de historische schepen passend zijn in de havens waar ligplaatsen voorzien zijn voor historische schepen en waarvoor onderscheidende ruimtelijke kwaliteitscriteria gelden.
De ambitie van de gemeente met dit Ruimtelijk kwaliteitsplan varende historische schepen Harderwijk is de waarden en kwaliteiten van de havens voor historische schepen in het zuidelijk havengebied veilig te stellen en ontwikkelingen die kunnen bijdragen aan de herkenbaarheid en beleefbaarheid van deze havengebieden mogelijk te maken. Dit document schetst de gewenste sfeer van de havens voor historische schepen, om daarmee de stakeholders te inspireren om bij te dragen aan een hoge omgevings- en beeldkwaliteit.
1.4 Draagvlak Het is belangrijk om draagvlak en erkenning te creëren voor de ruimtelijke kwaliteiten van de havens voor historische schepen in het zuidelijk havengebied en voor de scheepsbouwhistorische criteria voor de historische schepen die in dit gebied een ligplaats willen krijgen. Dat zijn behalve de gemeente bijvoorbeeld ook de eigenaren van de historische schepen en de omwonenden van de havens waar ligplaatsen voor historische schepen zijn aangewezen.
3 Een richtlijn is een aanwijzing voor goed en professioneel handelen, maar schrijft geen specifieke handelingen voor;
afwijken kan, mits gemotiveerd, toegestaan worden. 4 Criteria zijn maatstaven om te kunnen onderscheiden.
4
2. Beleidscontext 2.1 Rijksbeleid In de Erfgoedwet van 2016 en de Omgevingswet die in werking is getreden op 1 januari 2024 heeft het rijk de wettelijke kaders vastgelegd voor erfgoed en monumenten en de manier waarop daar in het ruimtelijk beleid mee omgegaan moet worden. Nota bene - Deze wetten zijn nog van recente datum en er moet in de praktijk nog ervaring mee worden opgedaan, op basis waarvan ze nog worden geëvalueerd en mogelijk nog worden aangepast.
2.1.1 Erfgoedwet De Erfgoedwet onderscheidt twee soorten cultureel erfgoed met elk een eigen beschermingsregime: het regime voor monumenten en het regime voor cultuurgoederen. Beide regimes beschermen historische schepen in Nederland niet. De Erfgoedwet beperkt de aanwijzing van monumenten tot onroerende zaken en vaartuigen zijn roerende zaken. Cultuurgoederen, waar roerende zaken onder vallen, kunnen alleen beschermd worden tegen verkoop naar het buitenland, maar zijn in Nederland verder niet beschermd tegen aantasting, vernieling en sloop. De rijksoverheid heeft in de Erfgoedwet van 2016 als definitie van monument opgenomen: ‘een onroerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed’. De rijksoverheid beschouwt vaartuigen als roerende zaken, waardoor de rijksoverheid deze niet kan aanwijzen als monument. Gemeenten kunnen door deze definitie in de Erfgoedwet op het idee komen dat ook zij geen vaartuigen kunnen aanwijzen als monument. Maar dat idee klopt niet; met een autonome verordening varend erfgoed kunnen gemeenten (en provincies) dit wel.
2.1.2 Omgevingswet De Omgevingswet biedt ook mogelijkheden voor borging, omdat het naast gebouwen ook gaat over gebieden en over de maatschappelijke en verbindende waarde van erfgoed. De Omgevingswet gaat over het erfgoed in de fysieke leefomgeving. Binnen de Omgevingswet kan maritiem erfgoed opgenomen worden in de provinciale en gemeentelijke omgevingsvisie, als onderlegger voor de borging daarvan in het gemeentelijke omgevingsplan. Roerend erfgoed zoals schepen en immaterieel erfgoed zoals maritieme ambachten kunnen, als dat aan een locatie verbonden is, opgenomen worden in de omgevingsvisie en het omgevingsplan, als zij behoren bij een maritieme locatie, zoals een historische haven, werf, scheepshelling en/of touwbaan. Hiermee wordt de cultuurhistorische waarde van een maritieme locatie geborgd in het ruimtelijke beleid. Gemeenten geven in het omgevingsplan aan op welke wijze zij rekening houden met het belang van cultureel erfgoed. Dit gebeurt door inventariseren en analyseren van het erfgoed dat binnen de gemeente aanwezig is. Op basis daarvan neemt de gemeente een toereikend beschermingsregime in het omgevingsplan op.
Gemeenten moeten in het omgevingsplan zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, wat bereikt kan worden door: Regels aan activiteiten te stellen voor (een gedeelte van) het grondgebied, en Functieaanduidingen met toegelaten activiteiten (met regels) te koppelen aan locaties. Concrete mogelijkheden voor toepassing hiervan voor de bescherming en borging van maritiem erfgoed zijn:
5
A. Autonome verordening Gemeenten (en provincies met een eigen erfgoedbeleid) kunnen traditionele vaartuigen aanwijzen als gemeentelijk (of provinciaal) varend monument, mits zij hiervoor een autonome verordening varend erfgoed waar ook roerend erfgoed in is opgenomen, opstellen.
B. Historisch maritiem ensemble Binnen het omgevingsplan kan maritiem erfgoed geborgd worden als historisch maritiem ensemble, waarmee schepen, havens en maritieme bebouwing op de kades als samenhangende eenheid gezien worden.
C. Beschermd stads- of dorpsgezicht Gemeenten kunnen, door historische schepen te beschrijven in de cultuurhistorische paragraaf van een conserverend omgevingsplan, deze opnemen als onderdeel van een beschermd stads- of dorpsgezicht.
2.2 Gemeentelijk beleid Het Ruimtelijk kwaliteitsplan varende historische schepen Harderwijk sluit aan bij het vigerende gemeentelijke beleid voor de ruimtelijke ontwikkeling van Waterfront. Dit beleid is vastgelegd in o.a. de Welstandsnota Harderwijk uit 2017, aangevuld met het Beeldkwaliteitplan Waterfront fase 3 uit 2020 en het bestemmingsplan Waterfront-Zuid – Stadswerven en De Kades uit 2020, de Havenvisie Harderwijk uit 2016 en het Beleid historische schepen Harderwijk uit 2019. De Havenverordening Harderwijk uit 1994 is ingetrokken en is nu een hoofdstuk/paragraaf in de Verordening fysieke leefomgeving Harderwijk, evenals de Verordening historische schepen. Dit beleid wordt te zijner tijd onderdeel van het omgevingsplan Harderwijk. In deze documenten zijn het ruimtelijke plan en de bijbehorende beeldkwaliteitscriteria geschetst voor de bebouwing en de openbare ruimte in het gebied Waterfront. De documenten schetsen de mogelijkheden voor het gebruik van het vaarwater in dit gebied en op hoofdlijnen de voorwaarden waar vaartuigen in het algemeen en historische schepen in het bijzonder aan moeten voldoen om in dit gebied af te kunnen meren. Een nadere uitwerking voor historische schepen was gewenst. Het Ruimtelijk kwaliteitsplan varende historische schepen Harderwijk is een verdere uitwerking van het Beleid historische schepen Harderwijk uit 2019.
6
Het gebied Stadswerven, waar aan de zuidzijde ligplaatsen voor historische schepen zijn voorzien, grenst aan het sinds 1970 aangewezen van rijkswege beschermde stadsgezicht Harderwijk. De Vissershaven en de Kom van de Vissershaven grenzen aan dit beschermde stadsgezicht. Harderwijk ontstond in de 12e eeuw bij de agrarische nederzetting Selhorst als handels- en visserijplaats en kreeg onder de naam “Herderewich” in 1231 stadsrechten. Vanwege de strategische ligging aan het water kwam Harderwijk in de late middeleeuwen als Hanzestad tot bloei. De stad kreeg een centrumfunctie voor het noordwestelijk deel van de Veluwe. Harderwijk is nu een centrum van onderwijs, handel en recreatie.
7
3. Ruimtelijke context 3.1 Positie historische havens Harderwijk is van oudsher onlosmakelijk met het water verbonden. In vroeger tijden vormden handel en visserij een belangrijke bron van inkomsten. Na de aanleg van de Afsluitdijk en de drooglegging van Flevoland ligt de stad aan het Wolderwijd en het Veluwemeer. Vanaf de tweede helft van de vorige eeuw werd de historische binnenstad geleidelijk van het water afgesneden door de toenemende druk van bedrijvigheid en recreatie en de hiermee samenhangende verkeers- en parkeerproblemen. Aan de binnenstad grensde het verouderde en vervuilde industrieterrein Haven. Om het tij te keren ontwikkelt gemeente Harderwijk, in nauwe samenwerking met andere partijen, het project Waterfront. Een veelomvattend project dat de stad volop toekomst biedt als toeristische trekpleister, als aantrekkelijke woonstad en als regionaal economisch centrum. Met het Waterfront wordt de relatie tussen de binnenstad en het water hersteld en ontstaat een nieuwe aantrekkelijke kustlijn die berekend is op de eisen van de moderne tijd, met respect voor de natuur en het historische karakter van Harderwijk. Op de onderstaande afbeelding is verbeeld waar in de havens van Harderwijk ruimte is voor historische schepen.
Met het project Waterfront zijn ook nieuwe havens gecreëerd en hebben enkele oude industriële havens hun functie verloren. In deze (nieuwe) havens is nu ruimte ontstaan voor recreatievaartuigen voor passanten en bewoners, charter- en passagiersschepen en historische schepen. Dit ruimtelijk kwaliteitsplan heeft alleen betrekking op de historische schepen. Historische schepen in de havens van Harderwijk
8
versterken de aantrekkelijke uitstraling en het historisch karakter van Harderwijk, niet alleen tijdens het vaarseizoen maar juist ook buiten het vaarseizoen, als de bezettingsgraad van de havens laag is. Aan een deel van de kades in de Lelyhaven en in de Vissershaven, inclusief de kom van de Vissershaven, is ruimte gereserveerd voor historische schepen. De voorzieningen in deze havens zijn aanwezig of worden in de komende jaren aangelegd. De kades in deze havens zijn middels ophaalbruggen bereikbaar en dus geschikt voor grotere schepen eventueel met mast. De Lelyhaven, Vissershaven en kom van de Vissershaven hebben ieder hun eigen karakter, wat ook terugkomt in de aangrenzende woningbouwontwikkeling van het project Waterfront. Vandaar dat in dit ruimtelijk kwaliteitsplan voor deze kades onderscheidende ruimtelijke kwaliteitscriteria voor de daar te plaatsen historische schepen gelden. In de Strandhaven en de Waterstadshaven is eveneens ruimte voor historische schepen. Hier zijn echter nog geen voorzieningen en daar zijn ook nog geen middelen voor beschikbaar. De kades in de havens die bedoeld zijn voor historische schepen liggen in een nieuw ontwikkelgebied met woningen, waar vroeger een watergebonden bedrijventerrein lag. De havens liggen tussen het historische stadscentrum en het Veluwemeer en Wolderwijd. Daarmee verbindt dit gebied de stadskern opnieuw met het water.
De historische schepen die hier een ligplaats krijgen, kunnen desgewenst vrij eenvoudig de haven uitvaren en de Randmeren op varen. Het nieuwe ontwikkelgebied Waterfront telt 1900 huizen. De havens met de historische schepen zullen beeldbepalend zijn voor de ruimtelijke kwaliteit in dit nieuw te bebouwen gebied. De kades zijn toegankelijk voor voetgangers en krijgen daarmee een recreatieve functie. De historische schepen in deze havens kunnen zich daardoor goed presenteren aan het publiek. De betekenis van de havens in Waterfront is daarmee zowel historisch als toekomstgericht. Historische schepen vertellen het verhaal van de geschiedenis van voormalige overslag- en industriehavens en van de ontwikkeling van voormalige bedrijfshavens naar toekomstige woon- en verblijfsgebieden.
9
4. Methode van beoordeling Dit Ruimtelijk kwaliteitsplan varende historische schepen Harderwijk sluit zoveel mogelijk aan op bestaande en in de beoordeling van ruimtelijke kwaliteit gangbare werkwijzen en toetsingsmethoden. Deze werkwijzen en methoden zijn met enige aanpassing goed toepasbaar op de beoordeling van de ruimtelijke kwaliteit van historische schepen in de context van het karakter van de havens.
4.1 Waarderingsmethode De methode voor het waarderen van historische schepen is ontleend aan de standaard voor het waarderen van gebouwen, zoals die ontwikkeld is door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Deze methode is beschreven in de ‘Waarderingscriteria voor bouwkunst’, zie bijlage 6. Deze methode is licht aangepast aan de waardering van schepen en beschrijft de cultuurhistorische waarden, de ontwerp- en (scheeps)bouwwaarden, de situationele en ensemblewaarden, de gaafheid en herkenbaarheid, en de zeldzaamheid, zie bijlage 7. Deze waarderingsmethode is bekend bij adviescommissies ruimtelijke kwaliteit. Voor het beoordelen van de vraag of een historisch vaartuig past binnen de ruimtelijke kwaliteit van de havens voor historische schepen in Harderwijk wordt ook gekeken naar de staat van onderhoud van het vaartuig en naar de vraag of dit vaartuig ook past binnen de specifieke karakteristiek van de havens met kades voor historische schepen.
4.2 Beoordeling in drie stappen De beoordeling van de historische schepen, die een ligplaatsvergunning aanvragen als varend historisch schip in de havens van Harderwijk, verloopt in drie stappen. Elke stap wordt uitgevoerd door een andere partij: 1.
Inschrijving in het Register Varend Erfgoed Nederland. De scheepseigenaar die de ligplaatsvergunning aanvraagt, verzorgt deze inschrijving en maakt hiertoe een objectbeschrijving en recente foto’s van haar of zijn historische schip. Indien nodig kan de scheepseigenaar hierbij hulp vragen aan een behoudsorganisatie voor historische schepen of tegen een vergoeding aan de onafhankelijke expert.
2.
Beoordeling van de cultuurhistorische waarde en de staat van onderhoud. Een of meer door de gemeente hiertoe aangewezen onafhankelijke expert(s)5 voert/en op basis van de objectbeschrijving en de foto’s de beoordeling van de cultuurhistorische waarde en de staat van onderhoud uit en stelt op basis hiervan een scheepsbouwhistorisch adviesrapport op.
3.
Beoordeling van de beeldkwaliteit passend bij de karakteristieken van de verschillende havens in Harderwijk. De door de gemeente hiertoe aangewezen adviescommissie Omgevingskwaliteit voert op basis van het scheepsbouwhistorisch adviesrapport en de foto’s de beoordeling van de beeldkwaliteit van het historisch schip uit voor een ligplaats in één van de havens, passend bij de karakteristieken van deze havens.
Ad 1. Inschrijving in het RVEN Het Register Varend Erfgoed Nederland (RVEN) wordt bijgehouden door de Federatie Varend Erfgoed Nederland (FVEN). De FVEN is de koepel van behoudsorganisaties van historische schepen. De inschrijving
5 De gemeente wijst mensen of organisaties aan die onafhankelijk zijn, dat wil zeggen ongebonden en onpartijdig, en
die aantoonbare expertise hebben op het gebied van advisering over scheepsbouw en onderhoud, erfgoed en ruimtelijke kwaliteit, en ervaring/kennis hebben met vergunningverlening.
10
in het RVEN verloopt via de inschrijving in het register van de behoudsorganisatie van het type schip. Deze inschrijving regelt de eigenaar van een historisch schip zelf. De eerste stap voor de aanvraag van een ligplaatsvergunning voor een historisch schip ligt bij de scheepseigenaar. De scheepseigenaar is doorgaans op de hoogte van de technische specificaties en de voorgeschiedenis van haar of zijn schip. Vaak is de scheepseigenaar in het bezit van de documenten waarin deze gegevens zijn beschreven. De eigenaar wordt gevraagd om deze gegevens in te vullen in de objectbeschrijving, die als bijlage 7 is toegevoegd. De scheepseigenaar levert de volgende informatie aan: • Een objectbeschrijving, waarin de feitelijke gegevens van een schip zijn opgenomen. Dit wordt opgesteld door de scheepseigenaar of door de onafhankelijk expert en wordt door de onafhankelijk expert gecontroleerd. • Recente foto’s van het historische schip: van opzij, schuin van voren, schuin van achteren, schuin van boven. • Scheepsverzekering. • Communautair Binnenvaartcertificaat voor Binnenschepen (CBB) of Certificaat van Onderzoek voor de Rijn (CvO-R) aanwezig voor die schepen, waarvoor dit verplicht is 6.
Dit veiligheidscertificaat is volgens de Binnenvaartwet verplicht onder andere voor varende historische schepen vanaf een bepaalde lengte of blokvolume; zonder een geldig veiligheidscertificaat mogen schepen die onder deze verplichting vallen niet zelfstandig varen. Een historisch schip is in het kader van het vigerende Beleid historische schepen Harderwijk een vaartuig dat bestemd is en gebruikt wordt om te varen en dat voldoet aan de in het Beleid historische schepen Harderwijk opgenomen toetsingskader. Ad 2. Beoordeling cultuurhistorische waarde en staat van onderhoud De tweede stap in het beoordelen van de aanvraag voor een ligplaats voor een historisch schip wordt gezet door de onafhankelijk expert. Deze wordt hiertoe door de gemeente aangewezen. De onafhankelijk expert bezit deskundigheid op het gebied van scheepsbouw, scheepsonderhoud en cultuurhistorie. De expert controleert of de objectbeschrijving en de cultuurhistorische waardering correct en volledig is ingevuld en kan leiden tot een positief advies, of de overige documenten aanwezig en voldoende zijn, en beoordeelt de staat van onderhoud. De expert volgt de volgende stappen: • Objectbeschrijving correct en volledig. • Foto’s recent, alzijdig en te beoordelen. • Scheepsverzekering aanwezig. • Schip kan op eigen kracht varen.
• Communautair Binnenvaartcertificaat voor Binnenschepen (CBB) of Certificaat van Onderzoek voor de Rijn (CvO-R) aanwezig voor die schepen, waarvoor dit verplicht is 7. Zie nadere toelichting onder Ad 1. • Staat van onderhoud van hout, staal en schilderwerk van romp boven de waterlijn en eventuele opbouwen is voldoende. Met behulp van de hier beschreven methode van beoordelen stelt de expert een scheepsbouwhistorisch adviesrapport op – zie hiervoor hoofdstuk 4.6. Dit adviesrapport bevat de volgende onderdelen:
6 Binnenvaartwet: schepen met een lengte vanaf 20 meter of waarvan het product van lengte, breedte en diepgang
tenminste 100m3 bedraagt. 7 Binnenvaartwet: schepen met een lengte vanaf 20 meter of waarvan het product van lengte, breedte en diepgang tenminste 100m3 bedraagt.
11
• • •
Een objectbeschrijving, waarin de feitelijke gegevens van het schip zijn opgenomen. Dit wordt opgesteld door de scheepseigenaar en wordt door de expert gecontroleerd. Recente foto’s van het schip. Een cultuurhistorische waardering, waarin de historische waarde, de ontwerp- en scheepsbouwwaarden, de situationele en ensemblewaarde, de gaafheid en herkenbaarheid, en de zeldzaamheid van een vaartuig zijn beschreven en gewaardeerd.
Op basis van deze informatie beoordeelt de expert of het historische schip voldoende cultuurhistorische waarde heeft en voldoende onderhouden is om een positief advies te kunnen krijgen. In het geval dat dit niet zo is, beargumenteert de expert het negatieve advies.
Ad 3. Beoordeling beeldkwaliteit in relatie tot karakter havens De derde stap in de beoordeling van een aanvraag voor een ligplaats voor een historisch schip wordt gezet door de adviescommissie Omgevingskwaliteit. De adviescommissie Omgevingskwaliteit bezit deskundigheid op het gebied van de beeldkwaliteit in samenhang met de havenomgeving en de openbare ruimte – zie hiervoor hoofdstuk 5 ‘Streefbeeld havens’. De gemeente legt het scheepsbouwhistorisch adviesrapport voor aan de adviescommissie Omgevingskwaliteit en gebruikt het adviesrapport als achtergrondinformatie voor een ligplaatsvergunning voor een vaartuig in een historische haven in Harderwijk. De adviescommissie Omgevingskwaliteit zal de beoordeling uitvoeren van de historische schepen, waarvoor op grond van de vigerende regelgeving en het Ruimtelijk kwaliteitsplan varende historische schepen Harderwijk een ligplaats voor een historisch schip wordt gevraagd. De adviescommissie Omgevingskwaliteit beoordeelt of het schip, waarvoor een ligplaats aan één van de kades voor historische schepen in de havens van Harderwijk wordt aangevraagd, voldoende beeldkwaliteit heeft conform hoofdstuk 5 om een ligplaatsvergunning te krijgen conform de uitgangspunten van het Ruimtelijk kwaliteitsplan varende historische schepen Harderwijk.
Bij deze beoordeling weegt de adviescommissie het scheepstype, de constructies, de gebruikte materialen en de huidige staat van onderhoud mee. Daarbij wordt gekeken naar de oorspronkelijke situatie (bouwstaat) en naar de veranderingen in de loop der tijd (de gebruiksfasen). Bij de beoordeling wordt waar mogelijk gebruik gemaakt van ondersteunende documentatie. De adviescommissie maakt een schriftelijke motivering waarin zij haar advies over de beeldkwaliteit van de aanvraag van een ligplaatsvergunning toelicht. Het advies bestaat uit: - Een verwijzing naar de bij de beoordeling toegepaste ruimtelijke kwaliteitscriteria; - Het ruimtelijke kwaliteitsadvies en bij een negatief advies de motivering hiervan. Dit advies is gericht aan het college van burgemeester en wethouders.
12
Stroomschema Ruimtelijk kwaliteitsplan varende historische schepen Harderwijk
Inschrijving in Register Varend Erfgoed Nederland Objectbeschrijving - Bijlage 7 Recente foto's
Door de scheepseigenaar
Beoordeling cultuurhistorische waarde en staat van onderhoud Door de onafhankelijke expert
Toetsing objectbeschrijving Toetsing staat van onderhoud Cultuurhistorische waardering => Scheepsbouwhistorisch adviesrapport - Hoofdstuk 4.6
Beoordeling beeldkwaliteit in relatie tot karakter havens Door de Commissie Omgevingskwaliteit
Toetsing scheepstype en adviesrapport schip in relatie tot de ruimtelijke kwaliteit en het karakter van de havens voor historische schepen - Hoofdstuk 5 => Advies over aanvraag ligplaatsvergunning
De behandelend ambtenaar adviseert het college van burgemeester en wethouders, op basis van de afgegeven adviezen en documenten, of de vergunning verleend of afgewezen moet worden. Het besluit over de toekenning dan wel afwijzing van de aanvraag voor een ligplaatsvergunning ligt bij het college van burgemeester en wethouders.
4.3 Algemene criteria De algemene ruimtelijke criteria voor historische schepen zijn: A. Schaal en maatverhoudingen – evenwicht en bescheidenheid
13
De romp en de opbouw hebben een evenwichtige verhouding. De opbouw blijft binnen de romp, heeft een bescheiden hoogte en breedte en laat het voor- en achterdek vrij. Ongewenst zijn overmatige onderdelen en opbouwen die over de romp heen gebouwd zijn. Bij historische schepen worden de oorspronkelijk bij het type horende schaal en maatverhoudingen gerespecteerd. B. Relatie tussen vorm, gebruik en constructie – scheepse vorm De vorm van het vaartuig volgt logisch uit het gebruik en de constructie. Een vaartuig heeft een vorm en constructie die terug te leiden is op de functie en het vaarwater waarvoor een vaartuig bedoeld is. Veranderingen aan schepen ten behoeve van wonen, passagiersvaart of ander nietoorspronkelijk gebruik moeten op logische en samenhangende wijze worden ingepast. Onderdelen gebruikt voor de vaart, oorspronkelijke onderdelen en detaillering zijn behoudenswaardig. C. Relatie tussen schip en omgeving – passend bij karakteristiek omliggende bebouwing Het vaartuig past binnen de ruimtelijke en historische context van Harderwijk. Historische schepen moeten een positieve bijdrage leveren aan de kwaliteit van de stedelijke ruimte. Ongewenst zijn vaartuigen die qua karakteristiek niet passen bij de historische havenstad. D.
Betekenissen van vormen in sociaal-culturele context - zorgvuldige vormgeving en detaillering De scheepsbouwkundige uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig. Historische schepen moeten zorgvuldig vormgegeven en gedetailleerd zijn. Ongewenst zijn grove vormen en een onzorgvuldige afwerking, bijvoorbeeld door de toepassing van opzichtige reclames voor de eigenaar zelf dan wel als reclamebord voor derden. E. Evenwicht tussen helderheid en complexiteit – aantrekkelijk en niet simpel Het schip biedt een begrijpelijk beeld door symmetrie, ritme en herkenbare materialen. Historische schepen zijn aantrekkelijk als zij een begrijpelijk beeld oproepen. Ongewenst zijn vaartuigen waarbij de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat. F. Materiaal, textuur, kleur en licht – hoogwaardige materialen en terughoudende kleuren Het schip gebruikt passende materialen als hout, staal, zeildoek en glas. Historische schepen gebruiken scheepse materialen van hoogwaardige kwaliteit en terughoudende kleuren, waarbij kleuraccenten zijn toegestaan. Ongewenst zijn vaartuigen in te opvallende kleuren.
4.4 Cultuurhistorische criteria Historische schepen kennen een grote verscheidenheid aan typen en subtypen. In de loop van de tijd zijn veel schepen veranderd van functie, waarvoor ook vaak aanpassingen werden gedaan aan het schip. Schepen kunnen zijn verlengd of ingekort, voorzien van een motor, voorzien van daglicht in het scheepsruim bij herbestemming tot woonschip, uitgerust met relingen ten behoeve van de veiligheid van opvarenden en opgetuigd met wettelijk verplichte verlichting en communicatieapparatuur. Voor de instandhouding van de cultuurhistorische waarde van historische schepen blijft het van belang dat de oorspronkelijke schaal en maatverhoudingen van romp en opbouwen, de vorm van het schip en het gebruikte materiaal en kleuren de historische waarden herkenbaar laten blijven. Het is van belang om geen historische waarden verloren te laten gaan. Bij de toepassing van de criteria ligt de nadruk dan ook op zorgvuldigheid en ambachtelijke scheepsbouwkunde.
14
4.5 Objectbeschrijving 4.5.1 Inleiding De scheepseigenaar stelt de objectbeschrijving op – zie Bijlage 7. Deze objectbeschrijving bevat de feitelijke informatie over het vaartuig. De objectbeschrijving geeft inzicht in de bouw, de inrichting en de uitrusting van het vaartuig. In de objectbeschrijving wordt ook duidelijk wat de staat van de bouw van het vaartuig was bij de bouw, bij eventuele verbouwingen tijdens de eerdere functies van het vaartuig en wat de huidige staat is op het moment van de beschrijving van het object, en wat de verschillen zijn tussen de bouwstaat en de huidige verschijningsvorm. De scheepseigenaar beschikt doorgaans over de informatie die nodig is om de objectbeschrijving te kunnen invullen, dan wel zoekt deze informatie bijeen. Indien de scheepseigenaar dat niet kan of wil, kan deze de onafhankelijk expert tegen vergoeding verzoeken om de benodigde informatie (te helpen) op te zoeken.
4.5.2 Veranderingen tussen oorspronkelijke en huidige situatie Veel vaartuigen zijn in de loop der tijd ten behoeve van de verschillende gebruiksfuncties aangepast. Zo kan een zeilend vrachtschip aanvankelijk gevaren hebben op windkracht, daarna voortgestuwd door een opduwer en na enige tijd voorzien zijn van een binnenboord verbrandingsmotor. Daarbij kan de mast en het mastdek zijn verwijderd, evenals de lieren en de zwaarden. Vaak is dan ook op het achterdek een stuurhuis gezet en het helmhout vervangen door een stuurinrichting met een stuurwiel. Bij veel vrachtschepen is in de loop der tijd de den opgehoogd of het schip verlengd om meer lading mee te kunnen nemen. Er zijn weinig schepen over die er nog uitzien als direct na de bouw. Na de Tweede Wereldoorlog brak een periode van grote veranderingen aan in de scheepvaart en scheepsbouw. Veel schepen zijn in de oorlog verloren gegaan. Na de oorlog was de behoefte aan tonnage groot, omdat er voor de wederopbouw veel bouwmaterialen vervoerd moesten worden. Er waren dus veel nieuwe schepen nodig. Er brak een periode aan van enorme schaalvergroting en nieuwe scheepsbouwwijzen. Schepen werden veel groter en kleine schepen werden ingeruild, zeilschepen en stoomschepen werden vervangen door vrachtschepen met verbrandingsmotoren, schepen werden steeds minder geklonken en steeds meer gelast.
Ook deed langzamerhand de serie- en sectiebouw zijn intrede. Rond 1960-1970 is het grootste deel van de vloot die in de eerste helft van de vorige eeuw gebouwd is, gesloopt. Een klein deel is behouden gebleven, vooral door vaartuigen in te zetten als charterschip, woonschip of recreatievaartuig. Deze vaartuigen werden veelal aangepast voor deze nieuwe functies. Een deel van deze nieuwe scheepseigenaren wilde ook de cultuurhistorische waarde van deze schepen behouden. Zij deden dat door hun schip te conserveren, soms te restaureren waarbij zij versleten materialen vervingen, en soms door te reconstrueren, waarbij zij delen van de voormalige verbouwingen weghaalden en streefden naar een beeld van het schip zoals het er bij de bouw uitgezien heeft of uitgezien zou kunnen hebben. Deze drie vormen van behoud (conserveren, restaureren en reconstrueren) komen zowel bij varend als bij gebouwd erfgoed voor en alle drie hebben ze cultuurhistorische en (scheeps)bouwkundige waarde. Een vierde vorm van behoud is het bouwen van een replica. Daarmee wordt een object dat verloren is gegaan opnieuw gebouwd, zo mogelijk zeer exact gedocumenteerd en met de oorspronkelijke bouwmaterialen en bouwwijzen. Met een replica kan het beeld gevisualiseerd worden van een verloren gegaan vaartuig en kunnen ook de bouwwijzen en de ambachten toegepast en bewaard worden.
15
4.5.3 Documentatie De documentatie van historische schepen is van belang voor het analyseren en beoordelen van de scheepsbouwhistorische en de cultuurhistorische waarde. Er bestaan handleidingen8 die behulpzaam kunnen zijn bij het opzoeken van deze documentatie. Van veel scheepswerven zijn de archieven bewaard gebleven. In de loop der tijd zijn deze archieven vaak overgebracht naar de maritieme musea. Het Scheepskadaster bewaart de gegevens over de inschrijvingen, de brandmerken, eventuele doorhalingen, de meetbrieven en de eigenaarsgegevens. Brandmerken zijn ingeslagen in de huid van het vaartuig en zijn doorgaans bewaard gebleven, al is het soms goed zoeken onder diverse lagen verf. Zo’n brandmerk is niet altijd makkelijk te ontcijferen. Ook het ontcijferen en interpreteren van de meetbrief is niet altijd gemakkelijk. Er zijn handige boekjes die hierbij kunnen helpen. In de Bijlagen zijn hiervan de titels opgenomen, evenals een aantal links naar archieven en bronnen. Het verdient aanbeveling om de documentatie over de bouw en geschiedenis van historische vaartuigen, over eerdere verbouwingen en over de techniek aan boord goed te bewaren, helder te ordenen en goed te registreren. In een archief kan de volgende documentatie aanwezig zijn: • • • • • • • • • • • • • • • •
Meetbrief Bouwtekeningen Algemeen plan Lijnenplan Indelingsplan machinekamer Tuigplan Schema brandstofleidingen Schema luchtleidingen Schema koelwaterleidingen Elektrische installatie en bedradingsschema Handleidingen van technische onderdelen Meetrapporten huiddikte Rapportages werfbeurten en certificaten Reparatielijsten Logboeken van gemaakte reizen Herdenkingstekens van reizen, wedstrijden of evenementen
8 Handleidingen, zie hiervoor Bijlage 4 Documentatie en archivering.
16
4.6 Scheepsbouwhistorische waardering 4.6.1 Inleiding De onafhankelijke expert stelt de scheepsbouwhistorische waardering op. Onder een ‘schip’ wordt verstaan: een boot die herkenbaar is als een (van origine/authentiek) varend schip en daarbij behorende kenmerken. Een schip heeft in de regel een gezeegde romp met verhoogde stevens, stroomlijn en symmetrie. Al naar gelang het type is een schip voorzien van kenmerken zoals een voordek, achterdek, stuurhut, roer, gangboord, een luikenkap, mast en zwaarden. Onder ‘historische schepen’ wordt verstaan: vaartuigen die van algemeen belang zijn wegens schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde. De scheepsbouwhistorische waardering van historische vaartuigen volgt in grote lijnen de standaard die de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft ontwikkeld voor het waarderen van bouwkunst, ‘Waarderingscriteria voor bouwkunst’ genoemd9. Deze waardering is gebaseerd op vijf hoofdcriteria die zijn onderverdeeld in sub-criteria. De hoofdcriteria zijn: 1. 2. 3. 4. 5.
Cultuurhistorische waarden Architectuur- en kunsthistorische waarden (bij schepen: Ontwerp- en scheepsbouwwaarden) Situationele en ensemblewaarden (op basis van de streefbeelden van de havens, zie hoofdstuk 5) Gaafheid en herkenbaarheid Zeldzaamheid
De scheepsbouwhistorische waardering van historische schepen volgt deze standaard 10 en gaat achtereenvolgens in op de cultuurhistorische waarden, de ontwerp- en scheepsbouwwaarden, de situationele en ensemblewaarden, de gaafheid en herkenbaarheid, en de zeldzaamheid. De vakgebieden (scheeps)bouw en geschiedenis vormen de basis van de waardering van het varende en het gebouwde erfgoed; dit is beschreven in de objectbeschrijving. Daarnaast spelen de geestelijke, geografische, sociaaleconomische, bestuurlijke en technische ontwikkelingen een rol in de waardering, naast gaafheid en zeldzaamheid. Ieder historisch schip heeft een eigen palet van waarden. De vijf criteria hoeven niet allemaal tegelijkertijd van toepassing te zijn om een schip te kunnen beoordelen als een historisch schip. Historische schepen zijn doorgaans unica, gebouwd volgens de wensen van de opdrachtgever en de eigen interpretatie van de scheepsbouwer. In elk geval moet een historisch schip voldoen aan de volgende criteria: • Het schip is meer dan 50 jaar geleden gebouwd11, en moet • Ingeschreven zijn bij het Register Varend Erfgoed Nederland van de Federatie Varend Erfgoed Nederland, en moet • Op eigen kracht kunnen varen, en moet • In een voldoende goede staat van onderhoud verkeren.
9 Waarderingscriteria voor bouwkunst, RCE, zie Bijlage 5. 10 Waarderingscriteria voor scheepsbouwkunst, ErfgoedWerf, zie Bijlage 6. 11 Het RVEN hanteert de 50-jarengrens voor de meeste typen historische schepen. Afhankelijk van het specifieke
vaartuig bestaat de mogelijkheid om hier gemotiveerd van af te wijken.
17
4.6.2 Cultuurhistorische waarden In de maatschappelijke betekenis van een schip zit de cultuurhistorische waarde besloten. Vaak is een schip verbonden aan de geschiedenis van een persoon, een familie of een bedrijf, soms zelfs van verschillende na elkaar. Historische schepen hebben altijd een functie gehad, die gerelateerd is aan maatschappelijke en sociaaleconomische ontwikkelingen. De cultuurhistorische betekenis kan daarnaast ook in bredere zin gerelateerd worden, bijvoorbeeld aan de vrachtvaart op de grote rivieren, of de visvangst op de Zuiderzee. 4.6.2.1 Belang van het schip als bijzondere uitdrukking van een culturele, sociaaleconomische, bestuurlijke, beleidsmatige en/of geestelijke ontwikkeling; 4.6.2.2 Belang van het schip als bijzondere uitdrukking van een geografische, waterstaatkundige en/of historisch-ruimtelijke ontwikkeling; 4.6.2.3 Belang van het schip als bijzondere uitdrukking van een technische en/of typologische ontwikkeling; 4.6.2.4 Belang van het schip wegens innovatieve waarde of pionierskarakter; 4.6.2.5 Belang van het schip wegens bijzondere herinneringswaarde.
4.6.3 Ontwerp- en scheepsbouwwaarden Behalve een neutrale vaststelling van het doel waarvoor en de werf waar een schip ooit gebouwd is, is van belang welke functies een schip in de loop van de tijd gehad heeft. Dat verklaart welke wijzigingen zijn aangebracht aan het exterieur, het interieur of de techniek van een schip. Wetenschappelijke of vaktechnische betekenis betreft de waarde die het schip heeft als bron van informatie, als ‘archiefstuk’. Daarbij is ook van belang welke ontwikkelingen in technieken te zien zijn, zoals klinken of lassen. 4.6.3.1 Belang van het schip voor de geschiedenis van het scheepsontwerp, de scheepsbouwtechniek of de constructiewijze; 4.6.3.2 Belang van het schip voor het werk van een scheepsontwerper, scheepsbouwer of scheepswerf; 4.6.3.3 Belang van het schip wegens de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp; 4.6.3.4 Belang van het schip wegens het bijzondere materiaalgebruik, de ornamentiek en/of de monumentale detaillering; 4.6.3.5 Belang van het schip wegens de bijzondere samenhang tussen exterieur en interieur(onderdelen).
4.6.4 Situationele en ensemblewaarden Bij schepen kan er sprake zijn van een infrastructureel ensemble, waarbij er een relatie bestaat tussen het schip en zijn omgeving, zoals een werf, een bedrijf, een haven of een vaargebied. 4.6.4.1 Betekenis van het schip als essentieel (cultuurhistorisch, functioneel en/of scheepsbouwhistorisch en visueel) onderdeel van een complex; 4.6.4.2 Bijzondere, beeldbepalende betekenis van het schip voor het aanzien van zijn omgeving, wijk, stad of streek; 4.6.4.3 Bijzondere betekenis van het schip wegens de hoogwaardige kwaliteit van het vaartuig in relatie tot de onderlinge historisch-ruimtelijke context en in relatie tot de daarbij behorende omgevingskenmerken, ruimtelijke inrichting, voorzieningen, wateren, wegen, waterstaatkundige werken en/of archeologie.
4.6.5 Gaafheid en herkenbaarheid De situatie waarin een schip in stand gehouden is, bepaalt mede de historische waarde: Is het schip nog origineel zoals het ooit is gebouwd, is het goed geconserveerd, is het gerestaureerd of is het gereconstrueerd? Is zichtbaar welke veranderingen in de loop der tijd zijn aangebracht omwille van de verschillende functies die een schip heeft gehad? Is het schip op dit moment nog operationeel, dus in werkende staat?
18
4.6.5.1 Belang van het schip wegens de scheepsbouwkundige gaafheid en/of herkenbaarheid van exterieur en/of interieur; 4.6.5.2 Belang van het schip wegens de materiële, technische en/of constructieve gaafheid; 4.6.5.3 Belang van het schip als een nog goed herkenbare uitdrukking van de oorspronkelijke of een belangrijke historische functie; 4.6.5.4 Belang van het schip wegens de waardevolle accumulatie van belangwekkende historische scheepsbouw- en/of gebruiksfasen; 4.6.5.5 Belang van het schip wegens de gaafheid en herkenbaarheid van het gehele ensemble van de samenstellende onderdelen; 4.6.5.6 Belang van het schip in relatie tot de structurele en/of visuele gaafheid van de stedelijke, dorpse, landschappelijke of waterstaatkundige omgeving.
4.6.6 Zeldzaamheid Een schip kan het enige of één van de weinige schepen van een bepaald type zijn dat nog bewaard gebleven is. Een schip kan zo oud of uniek zijn, dat er geen of nauwelijks informatie over terug te vinden is. Dit kunnen argumenten zijn om een schip van waarde te vinden, zelfs als het aan bepaalde criteria niet kan voldoen. 4.6.6.1 Belang van het schip wegens absolute zeldzaamheid in ontwerp-historisch, scheepsbouwkundig, typologisch of functioneel opzicht; 4.6.6.2 Uitzonderlijk belang van het schip wegens relatieve zeldzaamheid in relatie tot één of meer van de onder 3.1 t/m 3.3 genoemde kwaliteiten.
4.6.7 Staat van onderhoud Historische schepen zijn doorgaans verzekerd bij een scheepsverzekeraar tegen pech, diefstal en aanvaringsschade. Vaak zit daar ook een ongevallendekking en een inboedelverzekering bij. De gemeente Harderwijk stelt een scheepsverzekering verplicht als voorwaarde voor een ligplaatsvergunning. De veiligheid van grotere schepen is wettelijk geregeld door middel van een periodieke veiligheidskeuring, waarbij de deugdelijkheid van het vlak en casco, de machinekamer, de verlichting en de veiligheidsmiddelen worden gecontroleerd. Sinds 1 januari 2019 moeten schepen van 20 meter of langer of een blokvolume van meer dan 100 m3 in het bezit zijn van een CvO-R (Certificaat van Onderzoek voor de Rijn) of CBB (Communautair Binnenvaart Certificaat). Deze verplichting volgt uit de Europese Richtlijn ES-TRIN. Deze verplichting geldt behalve voor pleziervaartuigen ook voor sleepboten, duwboten en sleepduwboten, passagiersschepen voor meer dan 12 personen, veerponten voor meer dan 12 personen, drijvende werktuigen en binnenvaartschepen. Als een CvO-R of CBB verlopen is, kan een historisch vaartuig alleen nog een veiligheidscertificaat krijgen als het gekeurd wordt volgens nieuwbouwcriteria; wat in veel gevallen niet mogelijk is.
In bijzondere gevallen, bijvoorbeeld bij het verlopen van een CvO-R of CBB of bij een herbestemming van een historisch schip naar een andere functie, kan een beroep gedaan worden voor een aangepaste keuring via een beoordeling van de historische waarde door de Stichting Adviesorgaan Traditionele Vaartuigen. De gemeente Harderwijk stelt een geldig CvO-R of CBB verplicht als voorwaarde voor een ligplaatsvergunning. Als voorwaarde voor een ligplaatsvergunning geldt tevens een voldoende staat van onderhoud. Daarbij wordt gekeken naar de volgende aspecten: • Toestand van schilderwerk en lak - er mag geen sprake zijn van blaasjes, roest of loszittende verf of lak.
19
• • • •
Toestand van het houtwerk – er mag geen sprake zijn van diepe verwering, grijze of zwarte plekken in het hout. Toestand van het zeildoek – er mag geen sprake zijn van gescheurd of groen uitgeslagen zeildoek. Toestand van raamrubbers – er mag geen sprake zijn van verdroogde en gescheurde raamrubbers. Toestand van de dekken – er mag geen sprake zijn van opslag van materialen of objecten aan dek, die niet voor de vaart gebruikt worden.
Het materiaal van schepen, zoals metaal, hout en zeildoek staan bloot aan water, weer en wind en vragen om regelmatig onderhoud. Gebruikssporen en enige mate van verwering zijn niet te voorkomen en horen bij het behouden en benutten van historische schepen, maar deze worden door de eigenaar gecontroleerd en zo nodig aangepakt.
20
5. Ruimtelijke kwaliteit en streefbeeld havens 5.1 Inleiding De beoordeling van de ruimtelijke kwaliteit van een historisch schip in relatie tot het streefbeeld van de havens voor historische schepen wordt gedaan door de Commissie Omgevingskwaliteit van het Gelders Genootschap. De schaal van de havens met kades voor historische schepen, de breedte en lengte van het vaarwater, de breedte van de bruggen en het volume van de omringende bebouwing is verschillend. Dat maakt dat de twee havens een geheel eigen sfeer kunnen krijgen, waarbij ook verschillende scheepstypen passen. De ruimtelijke kwaliteit van historische schepen in combinatie met havens en de havenarchitectuur is gericht op het versterken van de bestaande en/of gewenste kwaliteit en het voorkomen van aantasting van de karakteristieke kenmerken van de historische schepen. Daarbij is het van belang te onderscheiden welk type schip welke kenmerken en kenmerkende onderdelen heeft. Daarom is in bijlage 8 een beschrijving bijgevoegd van de meest voorkomende typen schepen met onderscheid in binnenvaartschepen, vissersschepen en zeeschepen. In bijlage 9 is een beschrijving opgenomen van gebruikelijke scheepsonderdelen. Veel scheepstypen zijn oorspronkelijk gebouwd met specifieke maten voor een bepaalde regio of voor bepaalde trajecten. Andere schepen zijn gebouwd om overal te varen waar er maar lading vervoerd moest worden.
Daardoor zijn veel scheepstypen door heel Nederland te vinden, ook scheepstypen met een regionale naam, zoals de Friese maatkast, de Vollenhovense bol, de Hasselteraak en de Hagenaar.
21
5.2 Vissershaven – het gele liggebied De Vissershaven ligt tussen de historische binnenstad en de buurt Stadswerven van het Waterfront. Stadswerven sluit qua sfeer en stedenbouwkundige opzet het meest aan bij de binnenstad. Langs de Vissershaven komen in het gebied Stadswerven ‘historische’ stadswoningen van twee bouwlagen met een kap. Aan de Vissershaven is ook recentelijk het nieuwe havenkantoor gebouwd. In de Vissershaven aan de Stadswerven-zijde is ruimte voor historische schepen. Deze historische schepen dienen qua uitstraling aan te sluiten bij het historische karakter van de omliggende bebouwing. In de Vissershaven is circa 150 m¹ kadelengte beschikbaar. De maximale lengte van de in deze haven in te nemen ligplaatsen voor historische schepen bedraagt 25 meter. De maximale breedte van de hier aan te leggen schepen is bepaald door de Waterfrontbrug. Deze brug heeft een doorvaartbreedte van 7 meter. Het streefbeeld voor de historische schepen die hier ligplaats in kunnen nemen, wordt gekenmerkt door diversiteit in functies en variatie in scheepstypen. Naast historische schepen die gebruikt worden voor recreatie en/of bewoning is hier ook ruimte voor maximaal 2 schepen met een publieke en/of bedrijfsfunctie, zoals een pannenkoekschip of een galerieschip.
Er kunnen bij voorkeur zeilschepen, gemotoriseerde zeilschepen en incidenteel motorschepen ligplaats krijgen, waarvan de vormgeving refereert aan schepen van 1900 tot 1940, passend bij de maat en schaalverhoudingen en de bouwstijl en detaillering van de binnenstad en de ‘historische’ stadswoningen aan de Stadswerven. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan een tjalk, skûtsje, kleine klipper, kleine luxe motor, grote botter, kotter, aak of steilsteven. Dit kunnen stalen, maar ook houten schepen zijn. In de Vissershaven kunnen ook enkele opduwertjes liggen. Een opduwer of opdrukker is een klein duw- en sleepbootje. Deze opduwertjes werden in de eerste helft van de twintigste eeuw gebruikt als bijboot van tjalken en klippers, en worden daarom ook als historische schepen aangemerkt. Gezien hun afmeting, lengte 3 à 4 meter, en hun voormalige functie passen deze schepen goed in de Vissershaven. De opduwers kunnen assisteren bij het manoeuvreren van de grotere historische schepen in deze haven. Grotere sleepboten krijgen bij voorkeur een ligplaats in de Lelyhaven.
22
Criteria schepen in de Vissershaven12 Algemeen • Schepen zijn van een type kenmerkend voor de Nederlandse (binnen)wateren en geschikt om te varen; • Het schip past in de maat en schaal van de omgeving; • De vormgeving past in de traditie van de Nederlandse scheepsbouw en is zorgvuldig met oog voor detail; • De vormgeving is evenwichtig en alzijdig met aandacht voor verhoudingen en symmetrie in de lengterichting; • Aanpassingen en voor de vaart noodzakelijke toevoegingen in vorm, maat en schaal zijn afgestemd op het (oorspronkelijke) type schip. Romp • •
De romp heeft een vorm passend bij het (oorspronkelijke) type schip met daarbij passende verhoudingen tussen lengte, breedte en hoogte; De romp heeft herkenbare stevens, is gezeegd en heeft doorgaande lijnen zonder onderbrekingen;
12 De criteria zijn algemene maatstaven. Bij wijze van uitzondering blijft het mogelijk om in individuele gevallen
bestuurlijk hiervan af te wijken.
23
• •
De romp is gesloten van karakter en wordt niet aangetast door er delen uit te zagen ten behoeve van bijvoorbeeld ramen of toegangen; Eventuele openingen ten behoeve van daglicht zijn uitgevoerd als patrijspoorten met bescheiden afmetingen en in plaatsing afgestemd op het type, de maten en de lijnen van het schip.
Opbouw • De opbouw past bij het type en de verhoudingen van het (oorspronkelijke) schip met de daarbij behorende hoogteverschillen; • Schepen hebben een hoofdopbouw met een beperkte hoogte en zijn afgestemd op het type en hebben: - een voordek van tenminste 2,00 meter; - een achterdek van tenminste 0,50 meter; - doorgaande gangboorden van tenminste 0,20 meter breedte, die ter plekke van de stuurhut onderbroken kunnen zijn; • Roef en stuurhut beslaan samen niet meer dan 30% van de scheepslengte, waarbij voor de stuurhut op zich een maximum geldt van 15%; • Ramen en deuren in de wanden van de opbouw volgen de zeeg met één doorgaande lijn, zijn afgestemd op de vormgeving van het scheepsdeel waarin zij zich bevinden en sluiten niet direct aan op gangboord of dak; • Daken volgen de lijnen van de romp (zeeg) en zijn in de breedterichting licht gebogen of hellend met een maximum van 15 graden; • Eventuele dakramen zijn plat aangebracht met een hoogte inclusief kozijn van niet meer dan 0,10 meter; • Koekoeken aanbrengen op het dak van de opbouw in de lengteas van het schip met een hoogte van niet meer dan 0,25 meter; • Een stuurhut heeft een gesloten onderkant en is daarboven voorzien van transparante ramen; • Geen hekken, kooien en dergelijke (uitgezonderd relingen voor de veiligheid); • Afvoerpijpen steken in beginsel niet meer dan 1 meter boven het dak of dek.
Materiaal en kleur • De romp en opbouw inclusief onderdelen zoals kozijnen zijn van metaal of hout (geen golfplaat of kunststof); • Daken zijn van hout of metaal dan wel voorzien van zeildoek, zorgvuldig gedetailleerde bitumen/EPDM of begroeiing; • Het glas is helder en doorzichtig (uitgezonderd beloopbaar glas); • Schilderwerk is uitgevoerd in gedekte kleuren (voor de opbouw eventueel wittinten) met indien gewenst kleuraccenten passend bij het schip; • De romp en de opbouw verschillen van kleur of zijn gescheiden door een kleuraccent. Overig • Geen reclame-uitingen, anders dan in de vorm van een naamsvermelding: - een bescheiden bord bevestigd tegen de opbouw; - een plank geplaatst op de luikenkap of roef; - op de den geschilderde letters; - nautisch verplichte gegevens.
24
Referentiebeelden
Aak
Tjalk
Skûtsje
Botter
5.3 Kom Vissershaven – het blauwe liggebied De kom van de Vissershaven ligt tussen de historische binnenstad, de Burgemeester de Meesterstraat en het historisch Havenkwartier, bestaande uit de Vischafslag met Botterloods, Molen de Hoop en Scheepshelling Veluvia met smederij. In de kom van de Vissershaven is ruimte voor historische schepen. Deze dienen qua uitstraling aan te sluiten bij het historisch karakter van de omliggende bebouwing, met name in het historische Havenkwartier. Karakteristiek voor de havens van Harderwijk is de bruine vloot13. De bruine vloot van Harderwijk bestaat uit zeilende voormalige vracht- en vissersschepen, die tegenwoordig veelal ingezet worden als recreatievaartuig of passagiers-/rondvaartschip. De bruine vloot van Harderwijk bestaat voor een groot deel uit botters. Botters, een scheepstype dat is ontstaan in de 2e helft van de 18e eeuw, zijn al ruim 1½ eeuw beeldbepalend voor de havens van Harderwijk en andere Zuiderzeehavens. Maar de bruine vloot van Harderwijk bestond ook uit andere schepen zoals de Wieringeraak, Vollenhoofse bol en een tweetal unieke schepen: een pluunter (een tussenvorm van een pluut en een punter) en het enige ooit in Harderwijk van ijzer gebouwde visserijschip. Anno 2024 bestaat de bruine vloot uit ongeveer 12 schepen.
De bruine vloot is een unieke verzameling schepen die onderdeel zijn van het nautisch verleden van Harderwijk en andere Zuiderzeehavens. De combinatie van de ligplaatsen met de scheepswerf, visafslag, botterloods en molen, leveren in dit deel van de haven een belangrijke bijdrage aan een historisch en sfeervol beeld. Deze schepen hebben Harderwijk als thuishaven, in de kom van de Vissershaven heeft de bruine vloot vaste ligplaatsen. De kom van de Vissershaven is een logische locatie vanwege de combinatie met de eerdergenoemde voorzieningen. In de kom van de Vissershaven is circa 200 m¹ kadelengte beschikbaar. De maximale lengte van de in deze haven ligplaatsen in te nemen door historische schepen bedraagt 18 meter. De maximale breedte van de aan te leggen schepen is bepaald door de Vissersbrug. Deze brug heeft een doorvaartbreedte van 5 meter. Het uitgangspunt voor de kom is: - Havendam: houten zeilschepen - Botterloods: houten zeilschepen - Scheepssingel: houten en stalen zeilschepen
13 De term ‘bruine vloot’ werd oorspronkelijk gebruikt voor de houten visserijschepen, die voeren met bruin getaande
zeilen. Later werd deze term ook gebruikt voor grotere zeilschepen die met groepen passagiers varen, doorgaans de chartervloot genoemd. De term ‘bruine vloot’ wordt in dit rapport gebruikt voor zeilende historische schepen die met passagiers varen; dit kunnen zowel visserijschepen als vrachtschepen zijn, en zowel houten als stalen schepen.
25
- Oostkant (Veluvia): houten en stalen zeil- en motorschepen Het streefbeeld voor de historische schepen die hier ligplaats in kunnen nemen, wordt gekenmerkt door historische (voormalige) vissersschepen, de zogenoemde ‘Bruine Vloot’, en door een klein aantal historische (bedrijfs)vaartuigen van maximaal 18 meter lengte die gebruikt worden voor rondvaarten. Bij de schepen van de ‘Bruine Vloot’ kan bijvoorbeeld gedacht worden aan scheepstypen als een botter, aak, bol, pluut, punter, jol, kubboot, schokker of schouw. Dit zijn in de regel houten schepen. Incidenteel is ook staal denkbaar.
26
Criteria schepen in kom Vissershaven14 Algemeen • Schepen zijn van een type kenmerkend voor de Nederlandse (binnen)wateren en geschikt om te varen; • Het schip past in de maat en schaal van de omgeving; • De vormgeving past in de traditie van de Nederlandse scheepsbouw en is zorgvuldig met oog voor detail; • De vormgeving is evenwichtig en alzijdig met aandacht voor verhoudingen en symmetrie in de lengterichting; • Aanpassingen en voor de vaart noodzakelijke toevoegingen in vorm, maat en schaal zijn afgestemd op het (oorspronkelijke) type schip. Romp • • • •
De romp heeft een vorm passend bij het (oorspronkelijke) type schip met daarbij passende verhoudingen tussen lengte, breedte en hoogte; De romp heeft herkenbare stevens, is gezeegd en heeft doorgaande lijnen zonder onderbrekingen; De romp is gesloten van karakter en wordt niet aangetast door er delen uit te zagen ten behoeve van bijvoorbeeld ramen of toegangen; Eventuele openingen ten behoeve van daglicht zijn uitgevoerd als patrijspoorten met bescheiden afmetingen en in plaatsing afgestemd op het type, de maten en de lijnen van het schip.
Opbouw • De opbouw past bij het type en de verhoudingen van het (oorspronkelijke) schip met de daarbij behorende hoogteverschillen; • Schepen hebben een hoofdopbouw met een beperkte hoogte en zijn afgestemd op het type en hebben: - een voordek van tenminste 2,00 meter; 14 De criteria zijn algemene maatstaven. Bij wijze van uitzondering blijft het mogelijk om in individuele gevallen
bestuurlijk hiervan af te wijken.
27
• •
• • • • • •
een achterdek van tenminste 0,50 meter; doorgaande gangboorden van tenminste 0,20 meter breedte, die ter plekke van de stuurhut onderbroken kunnen zijn; Roef en stuurhut beslaan samen niet meer dan 30% van de scheepslengte, waarbij voor de stuurhut op zich een maximum geldt van 15%; Ramen en deuren in de wanden van de opbouw volgen de zeeg met één doorgaande lijn, zijn afgestemd op de vormgeving van het scheepsdeel waarin zij zich bevinden en sluiten niet direct aan op gangboord of dak; Daken volgen de lijnen van de romp (zeeg) en zijn in de breedterichting licht gebogen of hellend met een maximum van 15 graden; Eventuele dakramen zijn plat aangebracht met een hoogte inclusief kozijn van niet meer dan 0,10 meter; Koekoeken aanbrengen op het dak van de opbouw in de lengteas van het schip met een hoogte van niet meer dan 0,25 meter; Een stuurhut heeft een gesloten onderkant en is daarboven voorzien van transparante ramen; Geen hekken, kooien en dergelijke (uitgezonderd relingen voor de veiligheid); Afvoerpijpen steken in beginsel niet meer dan 1m boven het dak of dek.
Materiaal en kleur • De romp en opbouw inclusief onderdelen zoals kozijnen zijn van metaal of hout (geen golfplaat of kunststof); • Daken zijn van hout of metaal dan wel voorzien van zeildoek, zorgvuldig gedetailleerde bitumen/EPDM of begroeiing; • Het glas is helder en doorzichtig (uitgezonderd beloopbaar glas); • Schilderwerk is uitgevoerd in gedekte kleuren (voor de opbouw eventueel wittinten) met indien gewenst kleuraccenten passend bij het schip; • De romp en de opbouw verschillen van kleur of zijn gescheiden door een kleuraccent. Overig • Geen reclame-uitingen, anders dan in de vorm van een naamsvermelding: - een bescheiden bord bevestigd tegen de opbouw; - een plank geplaatst op de luikenkap of roef; - op de den geschilderde letters; - nautisch verplichte gegevens. Referentiebeelden
Rietaak
Vollenhovense bol
Bons
Jol
28
5.4 Lelyhaven – het groene liggebied De Lelyhaven ligt tussen de buurt de Stadswerven en de buurt De Kades. De Kades krijgt meer een industrieel en grootstedelijk karakter. De maat en schaal van de gebouwen en bouwblokken is hier groter dan in het gebied ‘Stadswerven’. In het gebied De Kades wordt een woonmilieu gecreëerd rond verschillende watergangen. Deze watergangen zijn onderling met elkaar verbonden en bevaarbaar voor kleine bootjes. Het gebied is in de architectuur minder historisch van opzet dan het gebied Stadswerven. De gebouwen zijn hier kloeker en refereren meer aan de grotere maat van het water. Pakhuizen en industriële havengebouwen vormen hier een inspiratie voor de architectuur. Deze historische schepen in de Lelyhaven dienen qua uitstraling aan te sluiten bij het industriële karakter van de bebouwing in De Kades. In de Lelyhaven is circa 285 m¹ kadelengte beschikbaar. Deze kadelengte is opgedeeld in 3 delen van elk 77 meter lengte aan de hele noordoostzijde van de haven en 60 meter aan de noordwestzijde. De maximale breedte en lengte van de schepen en de manoeuvreerruimte die hier een ligplaats kunnen innemen, is bepaald door de Flevobrug en de Lelybrug. Aan het einde van de Lelyhaven is geen zwaaikom; de schepen die hier ligplaats innemen, moeten achteruit de haven invaren, waarbij de hulp van een opduwer of sleepboot zo nodig ingezet kan worden.