CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Verzoek tot Instemming Gewijzigd WP Hardenberg (NAM)

gemeenteraad 12 maart 2024, gemeente HardenbergBij agendapunt: Adviesverzoek gewijzigd winningsplan Hardenberg15.428 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

AANVRAAG INSTEMMING WINNINGSPLAN HARDENBERG

BRON VAN ONZE ENERGIE

AANVRAAG INSTEMMING WINNINGSPLAN HARDENBERG

Versie 1.0 11 juli 2023

BRON VAN ONZE ENERGIE

HARDENBERG

JULI 2023

1 SAMENVATTING Achtergrond winningsplannen – algemeen Het winnen van aardgas uit een gasveld wordt vastgelegd in een winningsplan. Kort gezegd beschrijft het winningsplan de technische aspecten van de winning en de mogelijke risico’s en effecten zoals bodemdaling en bodemtrilling. De winning kan alleen plaatsvinden indien de staatssecretaris Mijnbouw (ministerie van Economische Zaken en Klimaat, EZK) instemt met het winningsplan. Het uitgangspunt hierbij is de Mijnbouwwet waaraan voldaan moet worden. De procedure van een winningsplan bestaat uit de volgende stappen: • NAM dient een winningsplan in bij EZK en vraagt om instemming. • EZK vraagt advies aan verschillende partijen die bij de winning betrokken zijn, zoals: provincies, gemeenten, waterschappen, Staatstoezicht op de Mijnen (SodM), Technische commissie bodembeweging (Tcbb), TNO en de Mijnraad. • Deze adviezen worden meegenomen in het ontwerp instemmingsbesluit. • Het ontwerpbesluit ligt vervolgens voor een periode van 6 weken ter inzage. In deze fase heeft iedereen de mogelijkheid te reageren op het plan door een zienswijze in te dienen. • Vervolgens worden deze zienswijzen behandeld en stelt EZK een definitief instemmingsbesluit op. Uiteindelijk zal de staatssecretaris al dan niet instemmen met het winningsplan. • Het definitieve instemmingsbesluit ligt vervolgens nog 6 weken ter inzage voor beroep.

Alleen belanghebbenden kunnen in deze fase beroep aantekenen. • Indien er beroep is ingediend, zal de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State hierover oordelen. • Bij een definitief winningsplan verloopt de gaswinning verder volgens dit winningsplan en eventuele voorwaarden die de staatssecretaris in het instemmingsbesluit heeft gesteld. Indien er afwijkingen zijn moet NAM een actualisatie van het winningsplan indienen. Het winningsplan dat nu wordt ingediend voor winning uit het Hardenberg gasveld is zo’n actualisatie. Hardenberg gasveld Dit winningsplan omvat het gasveld ‘Hardenberg’, in het winningsplan ook wel het voorkomen ‘Hardenberg’ genoemd. Het ligt binnen de gemeenten Hardenberg en De Wolden in de provincie Overijssel en het waterschap Vechtstromen. Gasproductie uit dit gebied vindt al sinds 1975 plaats. Het gewonnen gas wordt via bestaande infrastructuur naar het landelijke Gasunie netwerk getransporteerd. Tot 1 januari 2023 is 9392 miljoen Nm3 gas geproduceerd uit het veld. Actualisatie van het winningsplan Voorheen omvatte het winningsplan ook de voorkomens Hardenberg-Oost, Den Velde Limburg en Den Velde Zechstein, maar deze behoeven geen actualisatie.

In deze actualisatie voor het voorkomen Hardenberg wordt een boring vanaf de locatie Collendoornerveen-1 (CLDV1) toegevoegd, wordt de productieperiode verlengd van 2031 naar 2035 en wordt het te produceren maximale volume (vergeleken met het vigerend winningsplan) verhoogd van 9773 miljoen Nm3 naar 10498 miljoen Nm3 (7% hoger).

SAMENVATTING

3

HARDENBERG

JULI 2023

Figuur 1-1: Overzichtskaart van het gasveld Hardenberg inclusief infrastructuur. Bestaande ondergrondse puttrajecten zijn aangegeven met rode lijnen.

Bodemdalingsrisico Door de winning van gas uit diepe gesteentelagen neemt de druk van het gas in het gesteente langzaam af. Het gewicht van kilometers dikke gesteentelagen boven het gasveld zorgt ervoor dat de gashoudende gesteentelaag iets wordt samengeperst. Dit leidt aan de oppervlakte tot lichte bodemdaling. Dit is een zeer geleidelijk proces, dat over decennia plaatsvindt en zich over een groot gebied uitstrekt. Om een beeld te geven; de ‘helling’ die ontstaat door bodemdaling door gaswinning is typisch een paar centimeter over de lengte van één kilometer. Op het niveau van een woning komt dit neer op een verschil van de dikte van 1 vel A4 papier tussen de voor- en achtergevel. Meer informatie staat op http://www.commissiebodemdaling.nl en www.nlog.nl/bodemdaling. Het verloop van de bodemdaling wordt sinds 1975 met behulp van vaste peilmerken gemeten. De meest recente grootschalige metingen zijn gedaan in 2019. Met behulp van deze metingen wordt vastgesteld of de bodemdaling door gaswinning uit het gasveld verloopt in lijn met de verwachte bodemdaling zoals beschreven in het winningsplan. De bodemdalingsvoorspellingen als gevolg van gaswinning zijn geactualiseerd, gebruik makend van de laatste metingen en verwachte drukdaling als gevolg van toekomstige gaswinning. Ook is een bodemdalingsmodel gebruikt dat na-ijling meeneemt.

Onder na-ijling wordt de daling verstaan na het stoppen van de productie. Hiermee is berekend dat de nog te verwachten bodemdaling door winning uit het gasveld Hardenberg na 1 januari 2023 minder is dan 2 cm. De verwachte bodemdaling door alle

SAMENVATTING

4

HARDENBERG

JULI 2023

gaswinning in het gebied is vanaf de start van de gaswinning minder dan 6 cm in 2100. In het vigerende winningsplan werd in totaal minder dan 4 cm bodemdaling verwacht met een onzekerheidsmarge van 2 cm. Schade door bodemdaling wordt niet verwacht, omdat de bodemdaling door gaswinning beperkt, langzaam en over een groot gebied plaatsvindt. Het is mogelijk dat waterpeilen door het waterschap worden aangepast, vanwege de bodemdaling door gaswinning. NAM is aansprakelijk voor eventuele meerkosten van bijvoorbeeld het peilbeheer als gevolg van bodemdaling door gaswinning. Aardbevingsrisico Door SodM is een methodiek ontwikkeld om het aardbevingsrisico beter in te schatten. In deze aanvraag is het risico van aardbevingen volgens deze methodiek uitgewerkt. Op basis van verschillende parameters met betrekking tot de ondergrond en gasproductie is bepaald wat de waarschijnlijkheid is dat het gasveld zou kunnen beven. Daarnaast wordt op basis van de specifieke geologische eigenschappen een inschatting gemaakt van de sterkste beving waar theoretisch gezien rekening mee moet worden gehouden. In de risicomethodiek is ook rekening gehouden met andere elementen, zoals de opbouw van de ondiepe ondergrond, bevolkingsdichtheid en of een veld al heeft gebeefd in het verleden. Velden die zouden kunnen beven worden volgende de SodM methodiek ingedeeld in drie categorieën.

Het gasveld Hardenberg valt in de laagste risicocategorie. Deze inschatting is ongewijzigd vergeleken met het vigerende winningsplan. Mochten omwonenden in de toekomst schade ondervinden door gaswinning uit het gasveld Hardenberg, dan kan dat gemeld worden bij de Commissie Mijnbouwschade. Sectie 8.6 geeft nader uitleg over de procedures die gevolgd kunnen worden.

SAMENVATTING

5

HARDENBERG

JULI 2023

Inhoud 1

SAMENVATTING .................................................................................................. 3

INHOUD ...................................................................................................................... 6 FORMULIER AANVRAAG INSTEMMING WINNINGSPLAN .......................................... 8 2

3

4

5

6

INLEIDING .......................................................................................................... 10 2.1

Doel van het Winningsplan ............................................................................................... 10

2.2

Leeswijzer ........................................................................................................................ 10

PLAATS VAN WINNING ..................................................................................... 12 3.1

Productielocatie, put(ten) en voorkomen(s) .......................................................................... 12

3.2

Schematische weergave gas- en waterbehandeling en afvoer van gas ................................. 13

BORINGEN ......................................................................................................... 15 4.1

Inleiding: Algemene beschrijving van een put ..................................................................... 15

4.2

Overzicht boring(en) ........................................................................................................ 16

4.3

Schematische voorstelling putverbuizing(en) ....................................................................... 16

4.4

Putstimulatie ..................................................................................................................... 18

ONDERGROND .................................................................................................. 19 5.1

Inleiding: hoe worden de gesteente-eigenschappen gemeten ............................................... 19

5.2

Geologie en gesteente-eigenschappen van het voorkomen .................................................. 19

5.3

Gesteente-eigenschappen van de bovenliggende lagen ....................................................... 21

5.4

Andere gebruiksmogelijkheden van de ondergrond ............................................................ 21

ONTWIKKELINGSVOORUITZICHTEN .................................................................. 23 6.1

Inleiding .......................................................................................................................... 23

6.2

Historische Productie......................................................................................................... 23

6.3

Onzekerheden ................................................................................................................. 24

6.4

Winningsstrategie, waterinjectie & reservoir management ................................................... 24

6.5

Winningssnelheid (hoeveelheden per voorkomen per jaar) .................................................. 25

6.6

Duur van de winning ........................................................................................................ 26

6.7

Jaarlijks eigengebruik bij winning...................................................................................... 26

6.8

Jaarlijks bij winning afgeblazen/afgefakkelde koolwaterstoffen ........................................... 26

6.9

Stoffen die jaarlijks worden meegeproduceerd ................................................................... 27

6.10 Jaarlijks bij winning in de ondergrond terug te brengen delfstoffen en andere stoffen ............ 27

INHOUDSOPGAVE

6

HARDENBERG

7

8

9

JULI 2023

BODEMDALING .................................................................................................. 28 7.1

Inleiding: hoe komt bodemdaling tot stand ......................................................................... 28

7.2

Bodemdalingsmodel & historische bodemdaling ................................................................. 30

7.3

Bodemdalingsvooruitzichten .............................................................................................. 33

7.4

Onzekerheid in verwachte bodemdaling ............................................................................ 36

7.5

Mogelijke gevolgen van de verwachte bodemdaling ........................................................... 36

7.6

Maatregelen om (gevolgen van) bodemdaling te voorkomen of te beperken ......................... 36

BODEMTRILLING ................................................................................................. 37 8.1

Hoe komen bevingen ten gevolge van gaswinning tot stand................................................. 37

8.2

Historische bevingen in het gasveld Hardenberg ................................................................. 37

8.3

Algemeen kader voor Seismische Risico Analyse ................................................................ 37

8.4

Mogelijke gevolgen van bevingen ten gevolge van gaswinning (duiding van het risico) ......... 38

8.5

Monitoring van bodemtrillingen......................................................................................... 39

8.6

Afhandeling van schade ................................................................................................... 40

8.7

Seismisch risicobeheersplan .............................................................................................. 41

OVERIGE OMGEVINGSASPECTEN ..................................................................... 42 9.1

Algemeen ........................................................................................................................ 42

9.2

Effecten op natuur en milieu .............................................................................................. 43

10 VERKLARENDE WOORDENLIJST ......................................................................... 47 BIJLAGE A: BODEMDALING: DETAILS EN ACHTERGRONDEN ................................... 48 BIJLAGE B: SEISMISCHE RISICO ANALYSE: DETAILS EN ACHTERGRONDEN.............. 51 B.1

Seismische Risico Analyse: introductie ................................................................................ 51

B.2

Seismische Risico Analyse voor het Hardenberg voorkomen ................................................ 53

BIJLAGE C: GEOLOGISCHE KAART ............................................................................ 60

INHOUDSOPGAVE

7

HARDENBERG

JULI 2023

Formulier aanvraag instemming winningsplan ex artikel 34 lid 1 Mijnbouwwet (Mw) juncto artikel 24 Mijnbouwbesluit (Mb) Elektronisch in te dienen bij: Ministerie van Economische Zaken Directie Energie & Omgeving mijnbouwaanvragen@minez.nl

Artikel Mw 34 lid 1

Onderwerp Verzoek om instemming voor winningsplan

Beschrijving ☐Een winningsplan voor voorkomens in het continentaal plat vanaf de 12 zeemijlszone

Hardenberg

☒Een winningsplan voor voorkomens in Nederlands territoir tot 12 zeemijl uit de kust De wijziging/actualisatie bestaat uit een aangepaste tijdsperiode en maximale winning, en een actualisatie van de seismische risicoanalyse en bodemdalingsvoorspellingen.

Algemene gegevens Naam indiener Adres

Mw 34 lid 2

Contactpersoon E-mail Indiener Winningsvergunningsgebied(en) Ligging Gemeente en Provincie

Mw 34 lid 1 Mb 24 lid 1a Mb 24 lid 1a

Voorkomens koolwaterstoffen

Mr 1.2.1 lid 3

Bestaande of nieuwe winning

Mw 34 lid 7

Coördinatie vergunningen

Soort koolwaterstof die wordt gewonnen

Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. Postbus 2800 9400 HH Assen Pieter Jan de Bos PieterJan.deBos@shell.com ☒is houder van de vergunning ☐is uitvoerder cf artikel 22 Mw ☒ Winningsvergunningen: Schoonebeek en Hardenberg Gemeenten: Hardenberg en De Wolden Provincie: Overijssel Hardenberg (HBG-DC) ☐olie ☒hoog calorisch gas ☐Groningen kwaliteit gas ☐laag calorisch gas ☐zwavelhoudend gas ☒aardgascondensaat ☒winningsplan voor reeds bestaande winning (inclusief voorziene uitbreiding) ☐winningsplan voor nieuwe winning ☒ ja: te weten met: ☒ Omgevingsvergunning ☐ Watervergunning ☐ Mijnbouwmilieuvergunning ☐ Anders, namelijk: ☐ nee (n.v.t.)

FORMULIER AANVRAAG INSTEMMING WINNINGSPLAN

8

HARDENBERG

Mw 35 lid 1 Mw 35 lid 1c Mb 24 lid 1c,d Mb 24 lid 1a Mb 24 lid 1a Mb 24 lid 1b Mw 35 lid 1a Mb 24 lid 1d,e Mb 24 lid 1d,e,g Mb 24 lid 1e,f Mb 24 lid 1g Mb 24 lid 1h Mb 24 lid 2 Mb 24 lid 2 Mb 24 lid 2 Mw 35 lid 1a,d Mb 24 lid 1a Mw 35 lid 1b Mb 24 lid 1i Mb 24 lid 1j Mb 24 lid 1j Mb 24 lid 1k Mw 36 lid 1 sub b

Mw 35 lid 1f Mb 24 lid 1m Mb 24 lid 1n Mb 24 lid 1o Mb 24 lid 1q Mb 24 lid 1r Mb 24 lid 1s Mw 35 lid 1f Mw 35 lid 1f Mb 24 lid 1p Mb 24 lid 1q Mb 24 lid 1r Mb 24 lid 1s Mw 35 lid 1f Mw 35 lid 1g

JULI 2023

Bedrijfs- en productiegegevens

Paragraaf

Beknopte beschrijving van het winningsplan Beknopte beschrijving van wijze van winning door middel van (een) mijnbouwwerk(en) Geologische beschrijving van voorkomen(s) Geologische doorsnede van voorkomen(s)

1, 2 3

Overzicht ligging voorkomens, putten

3.1

Situering mijnbouwwerken situatietekening /eventueel foto Overzicht boringen in voorkomen(s) Schematische voorstelling putverbuizing(en) Plaats en wijze waarop koolwaterstoffen in verbuizing treden Productieontwikkeling strategie Productiefilosofie Reservoir management Omvang winning (hoeveelheden per voorkomen/per jaar)

3.1 4.2 4.3 3.2 6.4 2.1 6.4 6.5

Duur van de winning (per voorkomen) Stoffen die jaarlijks worden mee geproduceerd Jaarlijks eigengebruik bij winning Jaarlijks bij winning afgeblazen/afgefakkelde koolwaterstoffen Jaarlijks bij winning in de ondergrond terug te brengen delfstoffen en andere stoffen Planmatig gebruik of beheer van delfstoffen, aardwarmte, andere natuurlijke rijkdommen, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater, of mogelijkheden tot het opslaan van stoffen Gegevens inzake bodemdaling als gevolg van de winning Aard van de bodemdaling ten gevolge van de winning alsmede de daarmee verband houdende activiteiten Gekalibreerde bodemdaling en bodemdaling prognoses (uiteindelijk verwachte mate van bodemdaling)

6.6 6.9 6.7 6.8 6.9

Omvang en aard van de schade Maatregelen om bodemdaling te voorkomen / te beperken Maatregelen die gevolgen van schade door bodemdaling beperken of voorkomen Gegevens inzake bodemtrilling als gevolg van de winning Aard van de bodemtrilling ten gevolge van de winning alsmede de daarmee verband houdende activiteiten Risicoanalyse bodemtrilling

7.5 7.6 7.6

Omvang en aard van de schade Maatregelen om bodemtrillingen te voorkomen / te beperken Maatregelen die gevolgen van schade door bodemtrillingen beperken of voorkomen Overige veiligheidsaspecten De risico’s voor omwonenden, gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan met een risicobeoordeling, voor zover het winnen van delfstoffen niet geschiedt in het continentaal plat

5 Bijlage C

5.4

Sectie 7.1 7.2 – 7.4 Bijlage A

Sectie 8.1, 8.2 8.3, 8.4, Bijlage B 8.4 8.6, 8.7 8.6, 8.7 Sectie 9.1, 9.2

Ondertekening:

Datum: 11 juli 2023 Plaats: Assen

Naam: Simon Vroemen Functie: NAM Asset Manager – Onshore South NL

Mb24 lid l Jaarlijkse kosten onderverdeeld in investeringen, onderhoud, bedrijfsvoering, verlaten en verwijderen. Zie deel “vertrouwelijk”.

FORMULIER AANVRAAG INSTEMMING WINNINGSPLAN

9

HARDENBERG

JULI 2023

2 INLEIDING 2.1 Doel van het Winningsplan De Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (“NAM”) is houder van de Winningsvergunningen Hardenberg en Schoonebeek, waarin het voorkomen Hardenberg is gelegen. Conform artikel 34 van de Mijnbouwwet (Mw) dient de winning van koolwaterstoffen te gebeuren in overeenstemming met een winningsplan. In het Mijnbouwbesluit (Mb) is in artikel 24 aangegeven welke informatie het winningsplan moet bevatten. Dit winningsplan is de derde actualisatie van het winningsplan voor het voorkomen Hardenberg. De reden voor deze actualisatie van het winningsplan is de wijziging van de verwachte einddatum van de productieperiode van 31 december 2031 naar 31 december 2035 in het hoge productiescenario, het toevoegen van een boring vanaf de locatie Collendoornerveen-1 en een verhoging van het maximale volume van 9773 miljoen Nm3 naar 10498 miljoen Nm3 (7% hoger). Het winningsplan uit 2017 blijft het vigerend winningsplan voor de voorkomens Hardenberg-Oost, Den Velde Limburg en Den Velde Zechstein. Hieronder staat een overzicht van winningsplannen en actualisaties. Ten behoeve van de boring wordt ook een omgevingsvergunning ingediend waarmee behandeling van dit winningsplan gecoördineerd kan worden. DATUM

VERSIE

DOCUMENT

2003

1.0

Originele winningsplan voorkomens Hardenberg, Den Velde Limburg, Den Velde Zechstein en Hoogenweg Zechstein

2012

2.0

Eerste actualisatie

2017

3.0

Tweede actualisatie (vigerend winningsplan voor voorkomens Hardenberg, Hardenberg-Oost, Den Velde Limburg en Den Velde Zechstein). HardenbergOost voorkomen is toegevoegd in deze actualisatie, terwijl Hoogenweg Zechstein voorkomen niet is meegenomen (productie gestopt).

2023

4.0

Derde actualisatie (voorliggend document) voor Hardenberg voorkomen.

NB: Het oorspronkelijk winningsplan en besluiten voor Hardenberg zijn te vinden op www.nlog.nl.

2.2 Leeswijzer Dit document beschrijft de manier waarop het gas wordt gewonnen, de geologie, de eigenschappen van het gasveld, de voorspelde productiehoeveelheden, de mate van bodemdaling en het risico op aardbevingen. Het document begint met een samenvatting. Deze samenvatting geeft een uitleg van de belangrijkste punten van dit winningsplan, zonder uitleg van technische details. Hoofdstuk 3 (Plaats van winning) geeft meer informatie over de locaties. Hierin wordt ook toegelicht dat een nieuwe boring wordt gepland vanaf de bestaande NAM locatie Collendoornerveen-1. Hoofdstuk 4 (Boringen) geeft informatie over de huidige putten en de toekomstige boring. Hoofdstuk 5 (Ondergrond) geeft een beschrijving van de ondergrond. In hoofdstuk 6 (Ontwikkelingsvooruitzichten) wordt ingegaan op de historische en toekomstige productie, de ontwikkelingsplannen van het veld en de winningsstrategie. De nog te verwachten bodemdaling door toekomstige productie wordt beschreven in hoofdstuk 7 (Bodemdaling). De bodemdaling wordt regelmatig gemonitord volgens een meetplan conform de geldende normen, onder toezicht van Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). Hoofdstuk 8 (Bodemtrilling) gaat in op de

INLEIDING

10

HARDENBERG

JULI 2023

seismische risicoanalyse. Tenslotte worden in hoofdstuk 9 de effecten van de uitvoering van dit winningsplan op natuur en milieu beschreven. NAM heeft het winningsplan zo bedoeld dat zij binnen de grenzen van het plan opereert als: A. De totale productie uit het veld niet uitkomt boven de maximale totale voorspelde productie in het "hoog scenario" van sectie 6.5 van dit winningsplan, onafhankelijk van welke putten of infrastructuur hierbij gebruikt wordt. Als voorzien wordt dat de cumulatieve productie uit het veld gaat uitkomen boven de uiteindelijke cumulatieve productie in het "hoog scenario", zal NAM het winningsplan dienen aan te passen; B. De winning niet langer duurt dan de productieperiode in het "hoog scenario". Als NAM de winning langer wil voortzetten, zal een verzoek tot wijziging van het instemmingsbesluit moeten worden ingediend of een aangepast winningsplan; C. De gemeten bodemdaling door gaswinning niet groter is dan voorspeld in hoofdstuk 7 van het winningsplan (inclusief de aangehouden onzekerheidsmarges). Als de bodemdaling door gaswinning groter blijkt (of groter lijkt te worden) dan voorspeld, zal NAM het winningsplan dienen aan te passen; D. Het veld van dit winningsplan in de risicocategorie blijft ingedeeld zoals in hoofdstuk 8 berekend.

NAM zal het winningsplan dienen aan te passen als op basis van nieuwe gegevens of inzichten het seismisch risico van het veld in dit plan groter blijkt te zijn. Eventuele toekomstige activiteiten op de locatie of in het reservoir (bijvoorbeeld activiteiten gerelateerd aan putten) zullen de gangbare vergunningsprocedures volgen. Een klein onderdeel van het winningsplan wordt apart toegezonden aan het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Dit vertrouwelijke deel bevat bedrijfsgevoelige informatie over de verwachte productieen investeringskosten. Omdat openbaarmaking de concurrentiepositie van NAM zal kunnen schaden is dit onderdeel niet openbaar.

INLEIDING

11

HARDENBERG

JULI 2023

3 PLAATS VAN WINNING 3.1 Productielocatie, put(ten) en voorkomen(s) Het Hardenberg voorkomen bevindt zich binnen de grenzen van de provincie Overijssel, gemeenten Hardenberg en De Wolden, en waterschap Vechtstromen. De winningslocatie en het voorkomen zijn beide gelegen in winningsvergunningsgebieden (concessies) Hardenberg en Schoonebeek. In Figuur 3-1 is dit te zien in een topografische kaart met daarbij de ligging van het voorkomen Hardenberg, de NAMproductielocaties Hardenberg-2, Hardenberg-4 en Collendoornerveen-1, bestaande putten met puttrajecten in rood en pijpleidingen in zwart. De aanwezige beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden) en eventuele waterwingebieden, grondwaterbeschermings- en zoutwinningsgebieden worden getoond in Figuur 9-1.

Figuur 3-1: Topografische kaart en overzicht van het Hardenberg gasveld met de locaties Hardenberg-2, Hardenberg-4 en Collendoornerveen-1.

PLAATS VAN WINNING

12

HARDENBERG

JULI 2023

Het gasvoorkomen in dit winningsplan wordt vanaf verschillende locaties en door meerdere putten per locatie geproduceerd. In het algemeen worden putten genoemd naar het voorkomen waar zij uit produceren en genummerd op volgorde van boren. Productielocaties worden in het algemeen vernoemd naar de eerste put die vanaf die locatie is geboord. Het Hardenberg voorkomen wordt geproduceerd vanaf de locaties Hardenberg-2 en Hardenberg-4. De nieuwe boring wordt beoogd vanaf de locatie Collendoornerveen-1 (CLDV-1), zie Figuur 3-2. Op deze locatie is ook put CLDV-1 die heeft geproduceerd uit het Collendoornerveen voorkomen. Hoofdstuk 4.2 gaat dieper in op welke boringen in het Hardenberg voorkomen vanaf welke productielocatie zijn gedaan.

Figuur 3-2: Luchtfoto’s van de productielocaties Hardenberg-2 (linksboven), Hardenberg-4 (rechtsboven) en Collendoornerveen-1 (linksonder).

3.2 Schematische weergave gas- en waterbehandeling en afvoer van gas Figuur 3-3 geeft een schematische weergave van de gasstromen voor het gasveld Hardenberg. Gasstromen van individuele productielocaties worden (samen met gasstromen van andere velden, zie Figuur 3-3) via de Coevorden-17 behandelingslocatie samengevoegd en gecomprimeerd. Uiteindelijk wordt het gas via de Ten Arlo behandelingslocatie, samen met gasstromen uit de gasvelden De Wijk en Wanneperveen geleverd aan het landelijk Gasunie netwerk. In Figuur 3-4 worden luchtfoto’s van beide locaties getoond. De condensaatstroom (een kleine hoeveelheid vloeibare koolwaterstoffen die meekomt met de gasproductie) wordt vanaf de Coevorden-17 locatie afgevoerd per vrachtwagen naar Delfzijl voor verdere verwerking en verkoop, dan wel naar andere NAM locaties voor eigen gebruik. Het vrijgekomen water van de behandelingslocaties Coevorden-17 en Ten Arlo wordt per vrachtwagen getransporteerd naar locatie Schoonebeek-313. Zie paragraaf sectie 6.10 voor meer informatie.

PLAATS VAN WINNING

13

HARDENBERG

JULI 2023

Legenda

De Wijk / Wanneperveen

Put Toekomstige put Export naar Gasunie

Compressor Manifold Gasbehandelingsinstallatie

Ten Arlo

COV-17 COV-10 Overige installaties, o.a. COV-24

Overige installaties, o.a. SCH, DAL, OSH

CLDV-1

HBG-4

HBG-2

Overige installaties, o.a. COV-5, COV-21

Figuur 3-3: Schematische weergave gasbehandeling en afvoer.

Figuur 3-4: Luchtfoto’s van de locatie COV-17 (links) en Ten Arlo (rechts) waar het gas uit het gasveld Hardenberg wordt gecomprimeerd en behandeld.

PLAATS VAN WINNING

14

HARDENBERG

JULI 2023

4 BORINGEN Dit hoofdstuk geeft een nadere uitleg over de huidige putten die vanaf de NAM-productielocaties worden ingezet voor de productie van het aardgas uit het Hardenberg gasveld.

4.1 Inleiding: Algemene beschrijving van een put

Figuur 4-1 geeft een schematische weergave van een productieput. Hieronder volgt een korte beschrijving van het boren van een put en de belangrijkste onderdelen. Onderstaande beschrijving is ter informatie en verduidelijking van de constructie van de bestaande put. Het boren van een put gebeurt met een boortoren. Voordat de boortoren op locatie wordt geplaatst wordt een buis in de grond geheid (tot ongeveer 50 meter diep). De boortoren wordt daarna boven op deze geheide buis opgebouwd. Een boorpijp bestaat van onder naar boven uit een beitel, motor, stabilisatoren, meetapparatuur en boorpijpen tot naar de boortoren. Tijdens het boorproces wordt gebruik gemaakt

Figuur 4-1: Schematische weergave van een generieke productieput. De tekening is niet op schaal (sterk verticaal gekrompen).

BORINGEN

15

HARDENBERG

JULI 2023

van boorvloeistof. Deze zorgt voor het aandrijven van de motor, het verwijderen van boorgruis en koeling van de boorpijp. Tevens levert deze boorvloeistof een hydrostatische druk in het boorgat om gas-instroom te voorkomen. Boven op het boorgat staat een metalen installatie, bestaande uit verschillende afsluiters die tijdens het boorproces geactiveerd kunnen worden: de BOP ("blow out preventer"). Het boren van een put door de verschillende grondlagen gebeurt in secties waarvan de diameter afneemt met de diepte. Het boorgat wordt verstevigd door middel van een metalen buis: een 'casing'. De casing wordt in het boorgat vastgezet door cement te persen in de ringvormige ruimte tussen de buitenkant van de casing en het boorgat. Daardoor ontstaat een sterke en stabiele put die bescherming en isolering van bovenliggende grondlagen en het grondwater biedt. Het boren van secties en zetten van casing herhaalt zich meerdere keren totdat het gasveld is bereikt. Voor de gasproductie wordt een aparte productie-stijgbuis ('tubing') gebruikt. Deze verbuizing zorgt ervoor dat gas gecontroleerd omhoog kan stromen. De tubing bevindt zich binnen de casing en is zodoende een extra barrière voor het gas. De ruimte tussen de tubing en de casing wordt A-annulus genoemd. De druk in deze annulus wordt voortdurend gemonitord om de goede staat van de put te kunnen waarborgen.

Bovendien heeft de tubing verschillende veiligheidskleppen. Als de tubing is geïnstalleerd, worden er perforaties gemaakt in de casing ter hoogte van het gasreservoir en kan het gas door de tubing omhoog stromen. Aan de oppervlakte is de 'X-mas tree' de verbinding tussen de tubing en de bovengrondse gasleiding. Deze ‘tree’ is zichtbaar op de locatie en bevat diverse kleppen die nodig zijn om de put te bedienen. In de X-mas tree en in de installatie op de putlocatie zijn speciale meters aanwezig om de druk, temperatuur en gasstroomsnelheid continu te meten.

4.2 Overzicht boring(en) In onderstaande tabel zijn de bestaande putten met locatie en status weergegeven voor het Hardenberg voorkomen. NAM heeft één nieuwe boring voor het Hardenberg voorkomen in voorbereiding. Tabel 4-1: Lijst van putten voor Hardenberg voorkomen.

Putnaam

Locatie

Voorkomen

Status

HBG-2

Hardenberg – 2

Hardenberg

Producerend

HBG-3

Hardenberg - 3

Hardenberg

Geabandonneerd

HBG-4

Hardenberg - 4

Hardenberg

Producerend

HBG-6

Hardenberg - 4

Hardenberg

Producerend

HBG-7

Hardenberg - 4

Hardenberg

Producerend

HBG-8

Hardenberg - 4

Hardenberg

Producerend

CLDV-2 (beoogd)

Collendoornerveen - 1

Hardenberg

Gepland

Put CLDV-1 in het Collendoornerveen voorkomen (ondieper gelegen vergeleken met Hardenberg voorkomen) is geen onderdeel van dit Winningsplan.

4.3 Schematische voorstelling putverbuizing(en) Hieronder is schematisch een tweetal typische putverbuizingen voor de putten in deze voorkomens weergegeven. Figuur 4-2 is representatief voor bestaande putten HBG-2 t/m HBG-8. Figuur 4-3 is een voorbeeld van een recenter ontwerp zoals toegepast in de COV-58 put en ook in de geplande put op de Collendoornerveen-1 locatie.

BORINGEN

16

HARDENBERG

JULI 2023

Typische Hardenberg / Den Velde / Hoogenweg put verbuizing

30”conductor

40 m

18.875 “surface casing

900 m

13,375 intermediate casing 7” prod. packer

2400 m 5 ½” tubing incl. SCSSSV 2500 m

7” liner hanger

2600 m

9,625”intermediate casing

2700 m

7” sep. packer

2700 m

7” sep. packer

3000 m

7“ production liner

3200 m

Figuur 4-2: Typische Hardenberg putverbuizing. Dieptes zijn aangegeven langs de put (m AH). Aangezien putten vaak gedevieerd zijn geboord, is de verticale diepte t.o.v. NAP (m TVDNAP) altijd minder dan de 'along hole' diepte (m AH).

BORINGEN

17

HARDENBERG

JULI 2023

20 ” Conductor 3 ½” NE TR -SSSV

9 5/8 ” Casing

Depth 959 mAH (817 mTV) 3 ½” - 9.3# Cr13 tubing with SC couplings

7 ”-32# Liner

Depth 3089 mAH (2380 mTV) 5 ”-18# Liner

Depth 3280 mAH (2560 mTV) 3 ½” - 9.3# pupjoint 4.875 ” underreamed hole

3 ½” float collar and float shoe TD 3686 mAH (2959 mTV )

Figuur 4-3: Schematische put weergave van recenter ontworpen putten zoals toegepast in COV-58 en ook in de geplande put vanaf de Collendoornerveen-1 locatie.

4.4 Putstimulatie Het reservoirgesteente van het Hardenberg voorkomen is goed doorlaatbaar. Daardoor is geen hydraulische putstimulatie nodig. Gedurende de productie van een put kan het voorkomen dat er aanslag (zogenaamde scaling, bijvoorbeeld kalk of zout) wordt gevormd aan de binnenkant van de verbuizing en in de perforaties. Om deze scaling te verwijderen kan de put met zuur behandeld worden (zoals bij een koffiemachine). Dit is een routinehandeling waarbij geen overdruk gebruikt wordt. Deze ontkalking duurt ongeveer een dag en wordt uitgevoerd door een kleine onderhoudsploeg (er is geen boortoren nodig).

BORINGEN

18

HARDENBERG

JULI 2023

5 ONDERGROND Dit hoofdstuk geeft een beschrijving van de ondergrond vanaf de oppervlakte tot aan de diepte waarop het gasvoorkomen zich bevindt.

5.1 Inleiding: hoe worden de gesteente-eigenschappen gemeten Voor het in beeld brengen van de ondergrond worden een groot aantal metingen uitgevoerd en modellen gemaakt die helpen om het voorkomen beter te begrijpen en een schatting te kunnen maken van hoeveel gas er geproduceerd kan worden. Doordat de omvang van het veld alleen uit indirecte metingen kan worden vastgesteld en doordat gesteente-eigenschappen alleen worden gemeten in en vlakbij bestaande putten, bestaat er onzekerheid over de grootte en de andere eigenschappen van het gasveld. Voorspellingen zullen daardoor altijd een onzekerheidsmarge hebben. Die onzekerheidsmarge verschilt per parameter en zal dus een verschillende impact op de schattingen hebben. De omvang en diepte van het veld worden bepaald uit de analyse van geluidsgolven (zgn. seismiek). De seismiek heeft altijd een zekere mate van ruis. Bovendien is de voortplantingssnelheid van geluid in de gesteentelagen boven het voorkomen onzeker. De exacte diepte van het voorkomen is alleen bekend waar een put het gasreservoir binnengaat, dus meestal op een beperkt aantal plaatsen. Het gevolg daarvan is dat er enige onzekerheid is over de omvang en exacte diepte van het veld.

De fysische eigenschappen van gesteente, zoals dichtheid, weerstand en geluidssnelheid zijn belangrijke parameters voor het bepalen van reservoireigenschappen als porositeit, saturatie en doorlaatbaarheid (permeabiliteit). Deze fysische eigenschappen worden bepaald met boorgatmetingen door na het boren van de putten meetinstrumenten in de boorgaten te laten zakken. De eigenschappen van de gesteenten verder weg van de boorgaten worden verkregen door correlatie tussen de verschillende boorgaten en met behulp van een geologisch model van de ondergrond. Dit introduceert extra onzekerheid omdat de eigenschappen van de gesteenten lateraal kunnen variëren en metingen op een klein aantal locaties over grotere afstand of zelfs naar een naburig veld geëxtrapoleerd moeten worden. Het gevolg is dat er onzekerheden bestaan over de diverse aspecten van het gasveld, zoals de hoeveelheid gas, de productiesnelheid en het verloop daarvan in de tijd, maar ook over de uiteindelijke bodemdaling. Dat leidt ertoe dat voorspellingen van onzekerheidsmarges voorzien zullen zijn. Omdat uit het Hardenberg voorkomen al geruime tijd wordt geproduceerd, zullen deze onzekerheidsmarges relatief klein zijn.

5.2 Geologie en gesteente-eigenschappen van het voorkomen In deze sectie worden de geologische formaties beschreven, zowel die waarin het voorkomen zich bevindt als de bovenliggende formaties. Voor een volledige beschrijving met nadere uitwerking van gebruikte begrippen wordt verwezen naar Geology of the Netherlands, geschreven door Wong et al. in 2007. Het ontstaan van gasvoorkomens Plantaardig en ander organisch materiaal dat aan het aardoppervlak gevormd wordt kan in de loop van de geologische geschiedenis worden begraven onder soms kilometers dikke lagen gesteente. Door de daarmee gepaard gaande hoge druk en temperatuur kan uit die organische bestanddelen aardgas of methaan worden gevormd. De gasmoleculen bewegen vanwege hun lage dichtheid door de poriën van het gesteente naar boven richting aardoppervlak. Als onderweg een ondoordringbare gesteentelaag wordt aangetroffen hoopt het gas zich op in de poriën van het gesteente direct onder de afsluitende laag. Als ook

ONDERGROND

19

HARDENBERG

JULI 2023

de zijwaartse verspreiding wordt verhinderd ontstaat er een gasreservoir. Zijwaartse begrenzingen worden vaak gevormd door breuken in het gesteente als gevolg van bewegingen in en tussen de aardplaten. Reservoirformaties en bron koolwaterstoffen Het gasvoerende reservoir van het Hardenberg voorkomen behoort tot de Tubbergen Formatie die weer onderdeel is van de Limburg Groep uit het Carboon tijdperk. De Tubbergen Formatie bestaat uit een afwisseling van zandsteenrijke en schalierijke intervallen, waarvan de zandstenen het belangrijkste reservoir vormen. De Tubbergen Formatie wordt afgedekt door de Zechstein Groep. Deze groep bestaat voornamelijk uit ondoorlatende evaporietafzettingen zoals zout en anhydriet. Het gas in het Hardenberg voorkomen is gevormd in de steenkoollagen van de dieper gelegen Maurits en Ruurlo Formaties van de Limburg Groep. Het gas is vervolgens naar boven gemigreerd tot in de poriën van de zandsteenintervallen van de Tubbergen Formatie. De ondoorlatende formaties van de Zechstein Groep hebben daarna verhinderd dat het gas verder naar de oppervlakte kon ontsnappen. Structuur Het Hardenberg gasveld bevindt zich in een licht hellende structuur die naar het noorden, oosten en zuiden wordt begrensd door breuken. Naar het westen toe duikt de top van het Carboon onder het gaswater contact op een diepte van -2730 mNAP.

Het voorkomen wordt zowel aan de bovenkant als langs de randbreuken afgesloten door de ondoorlatende formaties van de Zechstein Groep. In bijlage C zijn een schematische doorsnede en een geologische kaart van het voorkomen weergegeven.

Figuur 5-1: Dwarsdoorsnede van maaiveld tot aan het reservoir voor het gasveld Hardenberg1.

1

Voor vertaling van Engelstalige nomenclatuur: Stratigraphic Nomenclature by stratigraphic group | DINOloket

ONDERGROND

20

HARDENBERG

JULI 2023

Reservoireigenschappen In Tabel 5-1 zijn de gemiddelde reservoireigenschappen van de reservoirgesteentes van de Tubbergen Formatie weergegeven. De verhouding van de hoeveelheid zandsteen (doorlatend en gasvoerend) ten opzichte van schalie (ondoorlatend en niet producerend) wordt aangegeven met Net-to-Gross. De verhouding van het poriënvolume ten opzichte van het totale gesteentevolume is aangegeven met de porositeit. De mate van doorlatendheid van het gesteente wordt aangeduid met permeabiliteit. In de tabel worden gemiddelde waarden gegeven. Het totaal van alle gemeten waarden laat een grote variatie zien. Bovendien zijn de getoonde waarden voor porositeit en permeabiliteit alleen representatief voor de gasvoerende en producerende zandsteenlagen. Tabel 5-1: Gemiddelde reservoireigenschappen van de Tubbergen Formatie in het Hardenberg voorkomen, zie tekst voor uitleg.

Producerende formatie

Net-to-Gross (%)

Porositeit (%)

Permeabiliteit (mD)

Tubbergen Fm

46

14

18

5.3 Gesteente-eigenschappen van de bovenliggende lagen Boven de gasvoerende gesteenten van de Tubbergen Formatie bevindt zich nog een dik pakket van ongeveer 2700 m gesteente. De stratigrafische onderverdeling daarvan in groepen en formaties wordt gegeven in Tabel 5-2. Deze tabel laat bovendien zien dat een deel van die formaties ondoorlatend is.

5.4 Andere gebruiksmogelijkheden van de ondergrond Waterwinning vindt plaats in de bovenste lagen van de Boven-Noordzee Groep, boven de grens waar het zoete grondwater overgaat in zoutwater. Deze grens ligt in het winningsgebied tussen de 100 en 250 m diepte. Daaronder is al het grondwater of formatiewater tot op grote diepte (in Nederland >5 km) van nature zout tot zeer zout. Het dichtstbijzijnde waterwingebied ligt op ongeveer 10 km afstand van de productielocaties. Door de grote afstand en het grote dieptebereik zal er geen interactie zijn tussen het gasveld en het waterwingebied. Naast waterwinning wordt ook warmte-energie of geothermische energie uit de ondergrond gewonnen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen bodemwarmte en aardwarmte. Bodemwarmte haalt men tot enkele honderden meters diep uit de bodem en wordt gebruikt voor verwarming van woningen, gebouwen en kassen. Dit soort projecten wordt veel toegepast in Nederland. Omdat het boren zich beperkt tot de bovenste ~300 m is er geen interactie met olie- en gaswinning. Aardwarmte maakt gebruik van energie dieper uit de aarde zodat er dieper geboord moet worden (vaak meer dan 2 kilometer diep, afhankelijk van de locatie). Een geothermieproject bestaat doorgaans uit een producerende put (deze pompt warm water uit het reservoir) en een injecterende put (deze brengt het afgekoelde water weer terug in hetzelfde reservoir).

In de directe nabijheid van het Hardenberg veld zijn dergelijke geothermie projecten nog niet uitgevoerd en bestaan er voor zover bekend geen plannen in die richting. SodM is toezichthouder op zowel olie- en gaswinning als geothermie, waardoor eventuele interactie voorkomen zal worden. Zoutwinning, gasopslag of ander gebruik van de diepe ondergrond is niet voorzien in dit gebied.

ONDERGROND

21

HARDENBERG

JULI 2023

Tabel 5-2: Geologische formaties. Ouderdom

Groep

Formatie

Laagpakket

Boven Midden Noordzee (NS)

Tertiair

Boven Krijt Onder Krijt

Krijtkalk (CK) Rijnland (KN) Boven Germaanse Trias(RN)

Onder

Onder Germaanse Trias (RB)

Zechstein (ZE)

Perm

Limburg (DC)

ONDERGROND

Rupel Klei

NMRFC

Asse

NLFFB

Zand van Brussel

NLFFS

Ieper

NLFFY

Basale Tuffiet van Dongen

NLFFT

Klei van Landen

NLLFC CKGR

Texel

CKTX

Holland

KNGL

Vlieland

hoofd-Vlieland Kleisteen

KNNCM

Solling

Solling Kleisteen

RNSOC

Basale Solling Zandsteen

RNSOB

Detfurth Kleisteen Onder Detfurth Zandsteen Volpriehausen Klei-Siltsteen onder-Volpriehausen Zandst.

Rogenstein

RBMDC RBMDL RBMVC RBMVL RBSHR

Hoofd Kleisteen

RBSHM

Basale Bontzansteen (inf)

RBSHL

Volpriehausen

Z4

Z4 Zout

ZEZ4H

Z3 Zout

ZEZ3H

Z3

Z3 Hoofdanhydriet

ZEZ3A

Z3 Carbonaat

ZEZ3C

Z2 Zout

ZEZ2H

Z2 Basale Anhydriet

ZEZ2A

Z2 Carbonaat

ZEZ2C

Z1 Anhydriet

ZEZ1T

Z2

Z1

Carboon

NU

Ommelanden

Detfurth Trias

Afkorting

Z1 Zout

ZEZ1H

Z1 Boven-Anhydriet

ZEZ1W

Z1 Carbonaat

ZEZ1C

Koperschalie

ZEZ1K

Ondoorlatend Ondoorlatend Ondoorlatend

Ondoorlatend

Ondoorlatend

Ondoorlatend

Ondoorlatend

Ondoorlatend

Ondoorlatend

Tubbergen

DCDT

Reservoir

Maurits

DCCU

Oorsprong Gas

Ruurlo

DCCR

Oorsprong Gas

22

HARDENBERG

JULI 2023

6 ONTWIKKELINGSVOORUITZICHTEN Dit hoofdstuk gaat in op de historische en toekomstige productie. Hierin worden de ontwikkelingsplannen van het Hardenberg gasveld en de winningsstrategie meegenomen.

6.1 Inleiding Het Hardenberg voorkomen is in 1967 aangeboord en in 1975 in productie genomen. Het gas wordt uit de Tubbergen Formatie gewonnen. De productievooruitzichten zijn geactualiseerd. Naast de productie uit de bestaande putten bevat het ontwikkelingsplan één extra boring.

6.2 Historische Productie Na aanvang van de productie in 1975 zijn eind jaren ’80 vanaf de Hardenberg-4 locatie meer putten in het Hardenberg voorkomen geboord, waardoor de productiesnelheid begin jaren ’90 aanzienlijk toenam. Figuur 6-1 geeft de productiesnelheid (staafdiagram) en cumulatieve productie (lijn) grafisch weer. In totaal is tot eind 2022 uit het Hardenberg voorkomen 9392 miljoen Nm3 gas geproduceerd. Doordat de druk daalt in het reservoir als gevolg van productie, neemt de productiesnelheid af. Tabel 6-1 geeft de recente historische productie getalsmatig weer.

51

51

50

46

ONTWIKKELINGSVOORUITZICHTEN

99

2015

2014

88

74

2022

54

productie t/m

73

90

2013

2011 Historische

81

2012

2010

111

2022

2009

150

2021

2008

142

2020

2007

162

2019

2006

248

2018

261

2017

7,562 2016

Historische productie t/m 2005

Tabel 6-1: Historische productie per voorkomen per jaar (miljoen Nm3).

9,392

23

Jaarlijkse gas productie [miljoen Nm3]

800

Hardenberg

700 600

10,000 9,000

8,000 7,000

500

6,000

400

5,000

300

4,000

200 100 0

3,000 2,000 1,000 0

JULI 2023

Cumulatieve Productie, [miljoen Nm3]

HARDENBERG

Figuur 6-1: Historische productiesnelheid en cumulatieve productie.

6.3 Onzekerheden De onzekerheid over toekomstige productie uit het Hardenberg voorkomen hangt samen met verschillende factoren: • • •

De hoeveelheid gas die nog verbonden is met de bestaande putten; De hoeveelheid van dat verbonden gas dat ook daadwerkelijk gewonnen kan worden, oftewel de efficiëntie van de bestaande putten. De gasproductie-snelheid van de geplande put vanaf de bestaande NAM locatie Collendoornerveen-1.

Deze onzekerheden kunnen afnemen door monitoring van reservoirgedrag en door gegevens uit de toekomstige boring. De onzekerheden hebben effect op de uiteindelijke snelheid, duur en winningspercentage van productie. Daarom zijn naast het meest waarschijnlijke productiescenario (mid case, M) ook een hoog (H) en laag (L) productiescenario uitgewerkt.

6.4 Winningsstrategie, waterinjectie & reservoir management De winning vindt plaats doordat gas naar de put stroomt als gevolg van de aanwezige reservoirdruk in combinatie met het verlagen van de druk aan het oppervlak door compressie. Er wordt geen injectie toegepast. Het gas wordt zodanig gewonnen dat de faciliteiten optimaal worden benut. In het verwachte productiescenario is aangenomen dat één extra boring in het Hardenberg voorkomen zal worden uitgevoerd. Hiertoe worden de gangbare vergunningsprocedures gevolgd. In het hoog productiescenario is aangenomen dat dezelfde boring beter produceert. In het laag productiescenario is de aanname dat de geplande put geen additioneel gas produceert.

ONTWIKKELINGSVOORUITZICHTEN

24

HARDENBERG

JULI 2023

In Tabel 6-2 wordt de verwachte totale gaswinning gegeven. De GIIP geeft de hoeveelheid gas die oorspronkelijk in het reservoir aanwezig was. Het “Midden scenario” en “Hoog scenario” verwijzen naar de voorspellingen zoals beschreven in sectie 6.5. Het winningspercentage is gedefinieerd als percentage van de totale winning ten opzichte van het oorspronkelijke aanwezige gas (GIIP). Tabel 6-2: Verwachte totale winning en winningspercentage.

GIIP

Totale winning tot eind 2022

[miljoen Nm3]

[miljoen Nm3]

10865

9392

Verwachte totale winning (M. scenario)

Winningspercentage (M. scenario)

[miljoen Nm3]

Maximaal verwachte totale winning (H. scenario) [miljoen Nm3]

Maximaal winningspercentage (H. scenario)

10132

10498

93%

97%

De reservoirprestaties worden gemonitord door: • Water-, condensaat- en gasproductiemetingen (kunnen van afstand uitgelezen worden). • Regelmatige drukmetingen aan het oppervlak en wanneer noodzakelijk onder in de verbuizing. Indien de productieprestatie van een put vermindert, kan het nodig zijn om de verbuizing onderin bij de perforaties schoon te maken of om opnieuw te perforeren.

6.5 Winningssnelheid (hoeveelheden per voorkomen per jaar) Deze paragraaf geeft de verwachte productieprofielen van het Hardenberg voorkomen weer. Er zijn drie productieprofielen gegeven (hoog, midden, laag). Deze profielen zijn indicatief; de productie in de drie profielen geeft aan welke onzekerheid er verwacht wordt in de verdere productie uit het gasveld. De daadwerkelijk gerealiseerde productie zal dus niet precies overeenkomen met (één van) de hieronder geschetste profielen in Figuur 6-2 en Tabel 6-3. Echter, de uiteindelijke totale winning zal onder de maximaal verwachte totale winning (Tabel 6-2) blijven. De verwachte jaarlijkse productie voor het laag scenario (L) is berekend door een productievoorspellingsmodel (Integrated Production System Modelling) waarin is uitgegaan van een conservatieve inschatting van de resterende hoeveelheden gas en van een geplande boring die niet resulteert in additionele productie. Het midden en hoog scenario (M, H) zijn gebaseerd op een productievoorspellingsmodel waarin is uitgegaan van een midden en hoge inschatting van de resterende hoeveelheden gas en van een boring die resulteert in additionele productie in 2025. Tabel 6-3: Verwachte jaarlijkse productie [miljoen Nm3]. Scenario

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

H

55

53

173

173

173

160

124

78

50

31

20

10

6

M

47

39

173

160

137

82

50

31

20

0

0

0

0

L

36

23

22

10

9

0

0

0

0

0

0

0

0

ONTWIKKELINGSVOORUITZICHTEN

25

HARDENBERG

JULI 2023

Jaarlijkse gas productie [miljoen Nm3]

Hardenberg 200 180 160 140 120 100 80 60 40 20 0 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035

H

M

L

Figuur 6-2: Verwachte jaarlijkse productie vanaf 2023. De toename in 2025 hangt samen met het in productie nemen van een nieuw te boren put.

6.6 Duur van de winning De productie zal worden gestopt als de totale productiekosten de productieopbrengsten zullen overstijgen. Naar verwachting zal de productie uiterlijk tot 31 december 2035 duren (op basis van het hoog productiescenario). Het einde van de productie zou eerder kunnen plaatsvinden als gevolg van onverwachte technische of andere oorzaken. In het bijzonder kan een put in de eindfase onverwacht stoppen met produceren, waarbij het door de lage reservoirdruk niet meer mogelijk is de productie te herstellen.

6.7 Jaarlijks eigengebruik bij winning De geschatte hoeveelheid gas voor eigen gebruik is minder dan 0,45 miljoen Nm3 per jaar. Dit wordt voornamelijk op de Coevorden-17 en de Ten Arlo behandelingslocaties gebruikt. Deze gegevens zijn gebaseerd op de werkelijke waarden uit 2022 (Tabel 6-4) en zijn een indicatie voor de latere jaren. Er wordt gestreefd naar een zo efficiënt mogelijke gaswinning met minimaal eigen gebruik. Tabel 6-4: Overzicht eigen gebruik per locatie in 2022. Behandelingsinstallatie

Eigen gebruik in 2022 [Nm³]

Coevorden-17

292.010

Ten Arlo

108.147

6.8 Jaarlijks bij winning afgeblazen/afgefakkelde koolwaterstoffen Tijdens normale productie wordt geen gas afgefakkeld of afgeblazen. Dit gebeurt alleen bij geplande werkzaamheden wanneer een gedeelte van het systeem drukvrij gemaakt moet worden. Er wordt gestreefd

ONTWIKKELINGSVOORUITZICHTEN

26

HARDENBERG

JULI 2023

naar zo weinig mogelijk emissies, onder andere door het afblazen en affakkelen zo veel mogelijk te beperken.

6.9 Stoffen die jaarlijks worden meegeproduceerd Tabel 6-5 geeft de samenstelling van het geproduceerde gas uit het Hardenberg voorkomen, op basis van analyses van gasmonsters. Tabel 6-5: Overzicht gassamenstelling.

Gaseigenschap

Hardenberg

Initiële gas-condensaat ratio (m3/miljoen Nm3) 3

Condensaatdichtheid (kg/m )

20 760

Relatieve gasdichtheid (lucht =1) 3

Gross Heating Value (MJ/Nm ) 3

0,607 38,59

Wobbe (MJ/Nm )

49,55

C1 (mol%)

91,98

CO2 (mol%)

2,14

H2S (mol%)

0

N2 (mol%)

3,49

Samen met het gas wordt een beperkte hoeveelheid condensaat en water meegeproduceerd. Afhankelijk van het productiescenario varieert het verwachte volume hiervan tussen de 4000 en 20.000 m3 per jaar.

6.10 Jaarlijks bij winning in de ondergrond terug te brengen delfstoffen en andere stoffen Het vrijgekomen water van de behandelingslocaties Coevorden-17 en Ten Arlo wordt per vrachtwagen getransporteerd naar locatie Schoonebeek-313. Samen met het productiewater van andere locaties wordt het water verpompt naar de Schoonebeek-447 locatie. Hier wordt het water via injectieputten terug in de ondergrond gepompt, op ongeveer 3000 meter diepte. De waterinjectie op de SCH-447 locatie is vergund middels een Wabo vergunning met kenmerk DGETM-EM/14054621 (gedateerd 08-04-2014), en bijbehorende beschikking met kenmerk DGETM-EO/17091711 (gedateerd 27-06-2017) en DGKEWO/19117739 (gedateerd 08-05-2019). In deze vergunning is het voorschrift opgenomen dat NAM jaarlijks een rapportage dient op te stellen met daarin onder andere de hoeveelheden geïnjecteerd productiewater en de injectiedrukken.

ONTWIKKELINGSVOORUITZICHTEN

27

HARDENBERG

JULI 2023

7 BODEMDALING Dit hoofdstuk beschrijft de nog te verwachten bodemdaling door toekomstige gasproductie uit het Hardenberg voorkomen vanaf 1 januari 2023. Deze bedraagt minder dan 2 cm.

7.1 Inleiding: hoe komt bodemdaling tot stand De winning van aardgas veroorzaakt een vermindering van de poriëndruk in de gasvoerende gesteentelaag. Daarbij wordt het gesteente van deze gasvoerende laag langzaam iets samengedrukt onder het gewicht van de bovenliggende lagen. Deze samendrukking wordt ook wel compactie genoemd en hangt af van verschillende factoren zoals de materiaaleigenschappen van het reservoirgesteente, de grootte van de drukdaling en de dikte van de gasvoerende laag (Figuur 7-1). Deze compactie bedraagt over het algemeen 0,1 tot 0,4 % van de dikte van de gasvoerende laag bij de maximale drukdaling (depletie) in het gasveld. De mate waarin de compactie wordt omgezet in bodemdaling op maaiveld-niveau is onder meer afhankelijk van de diepte en omvang van het depleterende gasveld. Bij een zeer groot gasveld als Groningen zal de bodemdaling boven het centrum van het veld vrijwel gelijk zijn aan de ondergrondse compactie. Bij een klein gasveld zoals Hardenberg zal de maximale bodemdaling aan het aardoppervlak een fractie zijn van de compactie in de gasvoerende laag. Het volume van de bodemdalingskom is ongeveer even groot als de volumeverandering van het gasreservoir. Hierbij zal de oppervlakte van de kom groter zijn dan de oppervlakte van het reservoir.

Aan alle kanten van de reservoiromtrek komt er een afstand bij van ongeveer 1 à 2 maal de diepte van het reservoir. Figuur 7-1 geeft dit schematisch weer. Wanneer gasvelden dicht bij elkaar liggen kan er een overlap ontstaan van de verschillende bodemdalingskommen.

Figuur 7-1: Drukdaling in het reservoir zal leiden tot (beperkte) bodemdaling. (Let op: figuur niet op schaal).

BODEMDALING

28

HARDENBERG

JULI 2023

Bodemdaling door natuurlijke processen Naast de bodemdaling ten gevolge van gaswinning zijn er ook andere oorzaken die leiden tot bodemdaling, samengevat onder de term autonome bodemdaling. Dit kan natuurlijke bodemdaling zijn of bodemdaling door drainage van veen- en kleigebieden. Veenoxidatie en veen/klei inklinking zijn de twee meest voorkomende oorzaken van autonome bodemdaling. De mate van autonome daling kan worden bepaald aan de hand van metingen en/of modelvoorspellingen. In deze modellen wordt oxidatie en inklinking berekend waarbij gebruik wordt gemaakt van laboratoriumgegevens en het voorkomen van bepaalde grondsoorten in de ondiepe ondergrond. Tegelijkertijd worden deze modellen gevalideerd en gekalibreerd door bodemdalingsmetingen. Voorspellingen van autonome bodemdaling gaan uit van bepaalde grondwaterscenario’s. Dit zijn aannames over het toekomstig waterpeilbeheer door de waterschappen. Figuur 7-2 toont een voorspelling voor de autonome daling in het betreffende gebied voor de periode 2000-2050 (Deltares en PBL2, 2011, Hopman et al. 20133). De voorspelling geeft een eerste orde schatting van de autonome daling wanneer het grondwaterpeil meebeweegt met de bodemdaling in deze periode. Geconcludeerd wordt dat de autonome bodemdaling in dit gebied op basis van deze aannames gering is voor de periode 2000-2050 direct boven het gasveld Hardenberg.

Figuur 7-2: Maaivelddaling (m) over een periode van 50 jaar bij handhaving van huidige drooglegging bij huidig klimaat. De waarden op deze kaart geven slechts een eerste orde schatting van de mogelijke autonome daling.

2

Deltares en PBL, 2011, Deltascenario's Verkenning van mogelijke fysieke en sociaaleconomische ontwikkelingen in de 21ste eeuw op basis van KNMI’06 en WLO-scenario’s, voor gebruik in het Deltaprogramma 2011 – 2012, Deltares rapport 1205747-000 3 Victor Hopman, Ger de Lange, Laura Vonhogen, Pauline Kruiver, Freek van Leijen, Raluca Ianoshi, Report on pilot service Rhine Meuse Delta, Subcoast report D3.2.3, May 2013

BODEMDALING

29

HARDENBERG

JULI 2023

7.2 Bodemdalingsmodel & historische bodemdaling Meten van bodemdaling Voor alle delen in Nederland waar gas wordt gewonnen moet een meetplan worden opgesteld. Dit meetplan geeft inzicht in hoe de bodemdaling in een ruim gebied rondom het gasveld wordt gemeten. Dat gebeurt door waterpassing op een reeks punten in een meetnet, boven en rondom het gasveld. Voor het opstellen van een meetplan bestaan wettelijke regels waarbij tevens de zogenaamde ‘Industrieleidraad – Geodetische basis voor Mijnbouw4 wordt gevolgd. De frequentie van de metingen, en de dichtheid en uitgebreidheid van het meetnet, worden gekozen in overleg met SodM en de Technische Commissie Bodembeweging (Tcbb). Het meetplan vereist de jaarlijkse goedkeuring van Economische Zaken en Klimaat. De bodemdaling wordt in dit gebied sinds 1975 met een frequentie van minimaal één keer per 3 tot 5 jaar gemeten. De meest recente bodemdalingsmeting in dit gebied heeft plaatsgevonden in het jaar 2019. De gemeten daling is weergegeven naast de punten (“peilmerken”) in Figuur 7-3. De reden dat er bij veel punten geen waarde staat is dat het punt in één van de jaren (1975 of 2019) niet gemeten is, maar wel in tussenliggende jaren. Bij het kalibreren van het bodemdalingsmodel worden vanzelfsprekend alle metingen gebruikt.

Omdat het aantal metingen in 1975 beperkt was zijn ook de bodemdalingsmetingen tussen 1994 en 2019 getoond in Figuur 7-4. De contourlijnen in Figuur 7-3 en Figuur 7-4 tonen de bodemdaling die door het model is berekend. Hierbij wordt geconcludeerd dat het model past bij de metingen die representatief zijn voor de bodemdaling door gaswinning. Ook buiten de contouren van het veld wordt de bodemdaling gemeten. Modelleren van bodemdaling De bodemdaling wordt berekend met behulp van informatie van de ondergrond, zoals dikte, drukdaling, grootte en de compressibiliteit of samendrukbaarheid van het gesteente (zie inleiding eerder in dit hoofdstuk). De berekening van de onzekerheid is terug te vinden in Bijlage A. Voor de herkalibratie van het bodemdalingsmodel voor het gasveld uit dit winningsplan is het RTCiM model gebruikt, zoals dit nu ook gebruikt wordt voor Noord-Nederland5, zie ook Bijlage A. Het RTCiM model kan, in tegenstelling tot het in de voorgaande winningsplannen gebruikte lineaire model, ook na-ijling berekenen. Onder na-ijling wordt de daling verstaan na het stoppen van de productie. Voor dit veld zijn drie RTCiM parametersets gebruikt. Het eerste laat de compactie en bodemdaling zien volgens het lineaire bodemdalingsmodel (geen na-ijling) zoals gebruikt in het vigerend winningsplan. Dit wordt het lage scenario genoemd.

De tweede set parameterwaarden, het midden scenario, laat de beste passing aan de metingen zien. Tenslotte gebruikt de derde parameterset voor het hoge scenario een hogere eindwaarde voor de gesteentecompressibiliteit (Cm), waarbij tevens de aanname is dat het reservoir gedurende langere tijd na-ijlt. De getoonde bodemdalingscontouren zijn berekend met de parameterwaardes van het midden scenario. De bandbreedte van de bodemdalingsberekeningen tussen het lage en hoge scenario is getoond als de groene band in Figuur 7-5. Het midden scenario, dat het beste past bij de metingen, berekent tussen 1975 en 2019 een bodemdaling boven het Hardenberg voorkomen die kleiner is dan 4 cm in 2019 (contouren getoond in Figuur 7-3).

https://www.tcbb.nl/file/download/57087366/Industrieleidraad%20Geodetische%20basis%20voor%20mijnbouw% 20-%20V1.pdf 5 NAM (2020) Bodemdaling door aardgaswinning - Statusrapport 2020 en Prognose tot het jaar 2080 (december 2020). https://nam-onderzoeksrapporten.data-app.nl/reports/download/bodemdaling/nl/aa0e05c7-704a-4f9fa02c-ea7ece904905 4

BODEMDALING

30

HARDENBERG

JULI 2023

Figuur 7-3: In 2019 op peilmerken (blauwe punten) gemeten bodemdaling (in cm sinds 1975), vergeleken met gemodelleerde bodemdaling (contourlijnen) als gevolg van productie uit de gasvelden. De bodemdaling in tijd wordt voor de met een label aangegeven punten weergegeven in Figuur 7-5.

BODEMDALING

31

HARDENBERG

JULI 2023

Figuur 7-4: In 2019 op peilmerken (blauwe punten) gemeten bodemdaling (in cm sinds 1994), vergeleken met gemodelleerde bodemdaling (contourlijnen) als gevolg van productie uit de gasvelden.

Om inzicht te verkrijgen in de kwaliteit van het model ten opzichte van historische metingen zijn boven het Hardenberg voorkomen enkele meetpunten geselecteerd waar meerdere keren in de tijd bodemdaling is gemeten (Figuur 7-5). Bij deze metingen is (conservatief) aangenomen dat de gemeten waarden alleen verklaard kunnen worden door bodemdaling door gaswinning. Tevens laat Figuur 7-5 de nog te verwachten totale bodemdaling door gasproductie zien. De blauwe lijn laat het midden scenario zien. De lichtblauwe band laat de totale onzekerheid op de uiteindelijke bodemdaling zien. De begrenzing van de groene band is de begrenzing van het lage en het hoge scenario zoals beschreven in bijlage A. Deze scenario’s passen voor de punten binnen de meetonzekerheid.

BODEMDALING

32

HARDENBERG

JULI 2023

Figuur 7-5: Vergelijking van metingen met behulp van waterpassing (groene punten met verticale lijnen) en Insar (blauwe punten met verticale lijnen) en berekende bodemdaling (blauwe doorgetrokken lijn tot 2019) voor 4 verschillende peilmerken. De meetonzekerheid in de metingen ligt in de orde van een cm per meetpunt (voor een specifiekere uitwerking van de nauwkeurigheid van geodetische metingen, zie het LTS-II vervolgstudie rapport6). De blauwe doorgetrokken lijn vanaf 2019 tot 2100 toont de voorspelde bodemdaling op deze locatie, met de onzekerheid (lichtblauwe gebied) op de uiteindelijke bodemdaling. Het groene gebied geeft de bandbreedte tussen het lage en hoge scenario aan. De locatie van de peilmerken is aangegeven in Figuur 7-3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13858765/2