CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Hardenberg 2023

gemeenteraad 6 december 2022, gemeente HardenbergBij agendapunt: Vaststellen verordeningen Wmo en Jeugdhulp 202335.885 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de inwoner en/of zijn pgb-beheerder problemen zal hebben bij het omgaan met een pgb; b. er sprake is van vastgesteld oneigenlijk gebruik of misbruik van een pgb in het verleden; c. er naar het oordeel van het college andere, zwaarwegende, bezwaren bestaan tegen de verstrekking; d. er naar het oordeel van het college niet voldaan is aan de kwaliteitseisen uit artikel 7.1 lid 5. 21

Artikel 7.6. Hoogte pgb begeleiding, huishoudelijke hulp en informele ondersteuner 1. Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb, wordt onderscheid gemaakt tussen een pgb-aanbieder en informele ondersteuner. 2. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten (waaronder begeleiding) is afgeleid van de tarieven waarvoor het college deze diensten heeft gecontracteerd (natura tarieven). Hierbij is rekening gehouden met overheadkosten en andere kostencomponenten. De hoogte van het pgb voor: a. pgb-aanbieders wordt bepaald op basis van gehanteerde tarieven die de gemeente heeft vastgesteld bij gecontracteerde aanbieders minus 18% overheadkosten, tenzij op basis van het budgetplan van de inwoner passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht. b. informele ondersteuning voor diensten inzake begeleiding individueel en groep bedraagt maximaal 50% van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate maatwerk voorziening in natura met maximaal het tarief per uur voor een niet professionele zorgverlener zoals in artikel 5.22, lid 1 van de Regeling Langdurige Zorg is vermeld, en tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb worden betaald. c. vervoer van en naar dagbesteding wordt bepaald op basis van het gehanteerde tarief die de gemeente heeft vastgesteld bij gecontracteerde aanbieders. d.

beschermd wonen wordt bepaald op basis van een naar aard en omvang oplopend budget en bedraagt maximaal 81% van de maximale subsidiabele kosten van de maatwerkvoorziening beschermd wonen in natura. e. huishoudelijke hulp voor pgb-aanbieders wordt bepaald op basis van gehanteerde tarieven die de gemeente heeft vastgesteld bij gecontracteerde aanbieders minus 18% overheadkosten, tenzij op basis van het budgetplan van de inwoner passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht. f. huishoudelijke hulp voor informele ondersteuning wordt gebaseerd op het wettelijk vastgesteld minimum uurtarief. 3. Indien een gecontracteerde of pgb-aanbieder tot het sociale netwerk behoort van de inwoner die ondersteuning krijgt, wordt het pgb altijd overeenkomstig het informele ondersteuningstarief toegekend, ongeacht de eventuele professionele kwalificaties van de aanbieder. 4. Indien het op basis van lid 2 vastgestelde pgb in een individueel geval onvoldoende is om de aangewezen voorziening te kunnen inkopen, wordt het tarief zodanig aangepast dat de hulp hiermee bij tenminste één aanbieder kan worden ingekocht en bedraagt nooit meer dan de kostprijs van de in betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura. 5.

Het voor de inwoner geldende maximale tarief per uur, dagdeel of etmaal zoals wordt vastgesteld op de dag van de toekenning en blijft gedurende de looptijd van de toekenning ongewijzigd. 6. Het is een inwoner niet toegestaan om met een aanbieder een vast maandloon overeen te komen dan wel een andersoortige afspraak te maken op basis waarvan uitbetaling door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) aan pgb-aanbieder of informele ondersteuner plaatsvindt zonder voorafgaande verplichting van inwoner tot overlegging aan SVB van een door inwoner geaccordeerde factuur of specificatie van ingezette zorg. 7. Het college besluit jaarlijks over indexering van de verschillende bedragen, die het vastlegt in het financieel besluit Wmo en Jeugd. 22

Artikel 7.7. Hoogte pgb woningaanpassingen, hulpmiddelen en vervoersvoorzieningen 1. De hoogte van een pgb voor woningaanpassingen, hulpmiddelen en vervoersvoorzieningen bedraagt: a. het bedrag van de goedkoopst compenserende voorziening in natura bij de leverancier waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, zo nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, of; b. het bedrag van de kosten volgens de door het college geaccepteerde offerte indien de gemeente voor de betreffende zaak geen overeenkomst heeft gesloten. 2. De prijs van de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening wordt bepaald: - door het opvragen van in totaal twee offertes door de inwoner en de gemeente, of; - na consultatie in de markt door het college, of; - in overleg met de aanbieder. 3. De hoogte van het onderhoudsbedrag als bedoel in lid 1 onder a bedraagt per kalenderjaar maximaal 4% van de bruto consumentenprijs inclusief de individuele aanpassingen zolang de voorziening wordt gebruikt. Het bedrag wordt op declaratiebasis uitbetaald, onder overlegging van de desbetreffende facturen. 4. De hoogte van de kosten van de verzekering als bedoel in lid 1 onder a voor een vervoersvoorziening of hulpmiddel bedraagt maximaal €75 per jaar. Het bedrag wordt op declaratiebasis uitbetaald, onder overlegging van de desbetreffende facturen. 5.

Er wordt geen pgb verstrekt voor collectief vervoer, omdat dit het voortbestaan van het systeem van het collectief vervoer in gevaar brengt. 6. Het college besluit jaarlijks over indexering van de verschillende bedragen, die het vastlegt in het financieel besluit Wmo en Jeugd. Artikel 7.8. Opschorting betaling uit het pgb 1. Het college kan de SVB gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van een inwoner een ernstig vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e, van de wet. 2. Het college stelt de persoon aan wie het pgb is verstrekt schriftelijk op de hoogte van een verzoek als bedoeld in het eerste lid. 3. Het college kan nadere regels en beleidsregels vaststellen met betrekking tot de controle op het gebruik of de besteding. 4. Het college wijst een toezichthouder rechtmatigheid aan belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet.. Hoofdstuk 8: Bijdrage in de kosten Artikel 8.1. Bijdrage voor maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen 1. Een inwoner is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2.

Voor algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen (collectief vervoer, beschermd wonen en opvang uitgezonderd) bedraagt de hoogte van de bijdrage voor 23

een of meerdere voorzieningen tezamen het bedrag per maand zoals genoemd in artikelen 2.1.4 lid 4 en 2.1.4a lid 4 van de wet voor de ongehuwde inwoner of de gehuwde inwoner tezamen. 3. In afwijking van het tweede lid is geen bijdrage verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen: a. rolstoelvoorzieningen; b. sportvoorzieningen; c. verhuiskostenvergoeding; d. bezoekbaar maken van de woning; e. meerkosten gebruik eigen auto. 4. In afwijking van het tweede lid is er geen bijdrage verschuldigd voor de algemene voorziening huishoudelijke hulp. 5. De bijdrage in de kosten voor de maatwerkvoorzieningen beschermd wonen en maatschappelijke opvang worden vastgesteld conform het uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 6. De bijdrage in de kosten blijft verschuldigd als de inwoner tijdelijk geen gebruik maakt van de maatwerkvoorziening dan wel het pgb. 7. De bijdrage in de kosten is verschuldigd vanaf de eerste van de maand waarin de ondersteuning feitelijk is geboden, het hulpmiddel, de vervoersvoorziening of de woonvoorziening feitelijk is geleverd, de woningaanpassing is gerealiseerd, dan wel het pgb is toegekend. 8. De hoogte van de bijdrage voor een hulpmiddel, de vervoersvoorziening, de woningaanpassing, het collectieve vervoer uit artikel 8.2 of de in lid 2 genoemde algemene voorzieningen, overstijgt niet de kostprijs van de voorziening. 9.

De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura is gelijk aan de kosten die het college voor de desbetreffende maatwerkvoorziening zelf maakt. 10. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 11. De kostprijs van een algemene voorziening is gelijk aan de kosten die het college voor de betreffende voorziening per inwoner maakt. 12. De bijdragen in de kosten voor de maatwerkvoorzieningen, waaronder opvang, worden door het CAK vastgesteld en geïnd. 13. Als een maatwerkvoorziening of pgb wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is de bijdrage in de kosten verschuldigd door: - de onderhoudsplichtige ouders; en, - degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een inwoner. 14. In afwijking van de bepalingen in dit artikel kan een inwoner op grond van hoofdstuk 3 van het uitvoeringsbesluit geen bijdrage verschuldigd zijn. Artikel 8.2. Afwijkende eigen bijdrage collectief vervoer 1. In afwijking van artikel 8.1, tweede lid geldt een afwijkende eigen bijdrage voor: het collectief vervoer, Mijn Taxi op Maat. Er is een bijdrage verschuldigd voor ritten niet zijnde vervoer naar de dagbesteding. In afwijking op artikel 2.1.4 lid 1 en 2 van de wet, betaalt de inwoner de bijdrage rechtstreeks aan de vervoerder bij het gebruik van de taxirit. 24

Basistarief: voor ritten tussen 09:00 en 14:30 uur en voor ritten na 17:00 uur. Spitstarief: voor ritten voor 09:00 uur en voor ritten tussen 14:30 en 17:00 uur. 2. Voor ritten op zaterdag en zondag geldt altijd het basistarief. 3. Het aantal kilometers wordt via de kortste route van herkomst naar bestemming bepaald. 4. De actuele tarieven voor 2022 voor Mijn Taxi Op Maat zijn door de raad vastgesteld. Deze tarieven zijn vastgesteld op basis van de door de Provincie Overijssel vastgestelde tarieven voor het openbaar vervoer. Ook wel genoemd als LTI (Landelijke Tarievenindex). De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd.

De tarieven in 2022 zijn:

5.

Aantal kilometers

Basistarief

Spitstarief

0 t/m 4 kilometer

€1,40

€2,34

5 t/m 8 kilometer

€2,20

€3,66

9 t/m 12 kilometer

€2,98

€4,97

13 t/m 16 kilometer

€3,77

€6,28

17 t/m 20 kilometer

€4,56

€7,60

21 t/m 25 kilometer

€5,35

€8,92

De actuele tarieven zijn te vinden op de website van Mijn Taxi Op Maat https://www.mijntaxiopmaat.nl/wmo-vervoer/home/tarieven.html en worden ieder jaar geüpdatet. Dat houdt dus in dat de genoemde tarieven uit lid 5 verhoogd kunnen worden. Die tarieven gelden dan voor de inwoner.

Hoofdstuk 9: Bestrijding misbruik en evaluatie zorg Artikel 9.1. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering a. Het college informeert inwoner of zijn vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2. De inwoner doet melding op verzoek of uit eigen beweging aan het college van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze 25

aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande het recht op een voorziening. 3. Het college kan een beslissing herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a. de inwoner onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de inwoner niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is aangewezen; c. de maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; d. de inwoner niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het pgb verbonden voorwaarden, of; e. de inwoner de maatwerkvoorziening of het pgb niet binnen drie maanden gebruikt of voor een ander doel gebruikt; f. de inwoner de verplichtingen uit de bruikleenovereenkomst niet nakomt of deze overeenkomst door de leverancier wordt beëindigd; g. er sprake van wangedrag is van een inwoner waardoor hulpverlening niet meer verstrekt kan worden. h. inwoner zich niet heeft gehouden aan de voorschriften uit de bruikleenovereenkomst die hoort bij de voorziening. 4.

Als het college een beslissing op grond van lid 3 onder a heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de inwoner opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de inwoner en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb. 5. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen drie maanden of 15 maanden bij een woningaanpassing, na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 6. Het college kan een besluit tot toekenning van een maatwerkvoorziening herzien of intrekken indien: a. niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens de wet of de verordening; b. blijkt dat de inwoner aan wie een pgb is toegekend niet heeft voldaan aan de verplichtingen als bedoeld in de beschikking. 7. Het college kan een vordering op grond van ten onrechte genoten pgb verrekenen met te verstrekken pgb of een andere periodieke uitkering. 8. Ingeval het recht op een in eigendom of in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd. Artikel 9.2. Bestrijding oneigenlijk gebruik, misbruik en niet-gebruik van een maatwerkvoorziening en pgb’s 1.

Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan. 2. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, of: a. de inwoner nog op de maatwerkvoorziening is aangewezen; b. de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende pgb nog toereikend is; c. de inwoner nog voldoet aan de voorwaarden van de maatwerkvoorziening of het pgb; 26

d. de verstrekte voorzieningen worden gebruikt dan wel besteed ten behoeve van het doel waarvoor ze verstrekt zijn. Hoofdstuk 10: Kwaliteit en veiligheid Artikel 10.1. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1. Gecontracteerde of pgb-aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen door: a. voorzieningen af te stemmen op de persoonlijke situatie van de inwoner; b. voorzieningen af te stemmen op andere vormen van zorg; c. inzet van de juiste deskundigheid. Voor diensten geldt daarvoor bijlage 1; d. ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de van toepassing zijnde erkende keurmerken voor de betreffende sector; e. er bij het leveren van voorzieningen op toe te zien dat beroepskrachten handelen in overeenstemming met de professionele standaard. 2. Het college kan nadere regels en beleidsregels vaststellen over verdere eisen aan de kwaliteit van voorzieningen, waaronder eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten. 3. Het college ziet toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek en het zo nodig in overleg met de inwoner ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. 4.

Gecontracteerde of pgb-aanbieders van diensten dienen aan de kwaliteitseisen te voldoen zoals genoemd in bijlage 1. 5. Indien een pgb-aanbieder of gecontracteerde aanbieder van diensten aan het college toestemming vraagt voor het inschakelen van een onderaannemer, wordt de onderaannemer getoetst aan de criteria opgenomen in bijlage 1. Indien de kwaliteitscriteria bij deze aanbieder zijn beoordeeld door de gemeente en de gemeente is van oordeel dat deze aanbieder niet voldoet aan de kwaliteitstoets mag de betreffende aanbieder niet als onderaannemer gecontracteerd worden door de hoofdaannemer. Als na afloop van dat jaar de kwaliteit zodanig verbeterd is dat wel aan de eisen wordt voldaan kan de aanbieder een verzoek indienen bij gemeente om opnieuw te toetsen aan de kwaliteitseisen. Artikel 10.2. Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden 1. Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de wet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vast: a. een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan van een overeenkomst met derde; of b. een reële prijs die geldt als ondergrens voor: i. een inschrijving en het aangaan van een overeenkomst met de derde, en ii.

de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. 2. Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast:

27

a. conform de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3 lid 2 onderdeel c van de wet, en b. rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5 lid 2 van de wet, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. 3. Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren diensten, in ieder geval rekening met: a. kosten van de beroepskracht; b. redelijke overheadkosten; c. kosten voor niet-productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; d. reis- en opleidingskosten; e. indexatie van loon binnen een overeenkomst; f. overige kosten als gevolg van gemeentelijke eisen, zoals rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen. 4. Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren overige voorzieningen, in ieder geval rekening met: a. de marktprijs van de voorziening, en b. de eventuele extra taken die in verband met de voorziening van de leverancier worden gevraagd, zoals: i. aanmeten, leveren en plaatsen van de voorziening; ii. instructie over het gebruik van de voorziening; iii.

onderhoud van de voorziening, en iv. verplichte deelname in bepaalde samenwerkingsverbanden. Artikel 10.3. Meldingsregeling calamiteiten en geweld 1. Medewerkers van het Samen Doen team die namens het college de onderzoeken in het kader van de melding Wmo uitvoeren zijn geïnstrueerd over en in staat tot het hanteren van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. 2. De gecontracteerde en pgb-aanbieder voldoet aan de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Hiertoe moet zij in ieder geval een meldcode hanteren en het gebruik en de kennis van de meldcode onder degenen die voor hem werkzaam zijn bevorderen. 3. Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweldsincidenten bij de verstrekking van een maatwerkvoorziening binnen de wet door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan. 4. Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een maatwerkvoorziening onmiddellijk aan de toezichthoudend ambtenaar. 5. De toezichthoudend Wmo ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1, van de wet, doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening maatschappelijke ondersteuning. 28

6. Het college kan nadere regels en beleidsregels vaststellen over welke eisen gelden voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van maatwerkvoorzieningen maatschappelijke ondersteuning. Artikel 10.4 Toezichthouders 1. Het college wijst toezichthoudende ambtenaren aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wmo 2015. 2. De aangewezen toezichthouder is belast met: a. de bevoegdheid om inlichtingen te vorderen; b. de bevoegdheid om de (cliënten)administratie te vorderen bij de zorgverlener; c. de bevoegdheid om de administratie te vorderen van de inwoner of de pgbbeheerder; d. vorderen van identificatie; e. inzage van documenten en toegang tot gegevens; g. het betreden van plaatsen (met uitzondering van woningen); h. controleren of de zorgverlener de verplichtingen uit de toekenningsbeschikking of de raamovereenkomst of uitvoeringsovereenkomst met het college naleeft; i. ondersteuningsinhoudelijk controleren van de overeenkomsten die de inwoner of de pgb-beheerder heeft gesloten; voldoen deze aan bij de aanvraag geleverde gegevens en informatie; j. controleren of de voorziening veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt uitgevoerd. 3. Een ieder is verplicht om mee te werken aan het onderzoek van de toezichthouder. Hoofdstuk 11: Waardering mantelzorgers Artikel 11.

Jaarlijkse waardering mantelzorgers 1. Mantelzorgers van inwoners in de gemeente Hardenberg wonen, kunnen zich bij het college melden dat zij een jaarlijkse blijk van waardering willen ontvangen. 2. De jaarlijkse blijk van waardering wordt door het college na overleg met de Participatieraad vastgesteld. 3. Het college kan bij nadere regeling regels stellen over de hoogte en op welke wijze zorg wordt gedragen voor de jaarlijkse blijk van waardering voor de mantelzorgers van inwoners in de gemeente. Hoofdstuk 12: Klachten en medezeggenschap Artikel 12.1. Klachtregeling 1. Het college hanteert de vastgestelde gemeentelijke klachtenregeling voor de afhandeling van klachten, voor zover de klacht betrekking heeft op professionals werkzaam onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Dit betreft dan o.a. de wijze van afhandeling van meldingen, verzoeken en aanvragen als bedoeld in deze verordening. 29

2. Aanbieders van maatwerkvoorzieningen zijn verplicht te beschikken over een regeling voor de afhandeling van klachten van inwoners. 3. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders van voorzieningen voor maatschappelijke ondersteuning door periodieke overleggen met de aanbieders, en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek. Artikel 12.2. Medezeggenschap bij aanbieders 1. Aanbieders van maatwerkvoorzieningen in de vorm van dienstverlening zijn verplicht te beschikken over een regeling voor de medezeggenschap van inwoners over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn. 2. Het college ziet toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek. 3. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden kan het college nadere regels en beleidsregels treffen ten aanzien van medezeggenschap en ziet het college toe op de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek. Artikel 12.3. Betrekken van ingezetenen bij het beleid 1. Er is een Participatieraad voor de advisering bij de uitvoering van de wet. 2.

De Participatieraad bestaat uit leden die in staat zijn de belangen van de ingezetenen, waaronder in ieder geval inwoners, jeugdigen en ouders en hun vertegenwoordigers, in relatie tot de uitvoering van de wet in voldoende mate te behartigen. 3. De Participatieraad, als bedoeld in het eerste lid: a. wordt door het college betrokken bij de beleidsvoorbereiding en evaluatie; b. is bevoegd om uit eigen beweging het college te voorzien van advies ten aanzien van de uitvoering van de wet; c. wordt periodiek uitgenodigd voor een overleg over de uitvoering van de wet; d. is bevoegd om onderwerpen voor het overleg aan te dragen. 4. Het college draagt er zorg voor dat de Participatieraad tijdig in het bezit is van alle informatie die noodzakelijk is voor het overleg met de gemeente of om zijn adviesrol naar behoren uit te oefenen. Hierbij wordt aansluit gezocht bij de termijnen zoals genoemd in de verordening van de Participatieraad. Artikel 12.4 Evaluatie 1. Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt eenmaal per jaar geëvalueerd. Het college zendt hiertoe jaarlijks aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk.

Hoofdstuk 13: Overgangsrecht en slotbepalingen Artikel 13.1. Nadere regels en hardheidsclausule 1. In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffend, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. 30

2. 3.

Het college kan nadere regels en beleidsregels vaststellen over de uitvoering van deze verordening. Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de inwoner afwijken van de bepalingen van deze verordening als de toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. De inwoner dient daarvoor een gemotiveerd verzoek voor in te dienen waarin hij aangeeft dat de hardheidsclausule voor hem van toepassing is.

Artikel 13.2 Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1. De verordening maatschappelijk ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Hardenberg 2020 wordt ingetrokken. 2. Een inwoner houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Hardenberg 2020, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken of de indicatietermijn is verstreken. 3. Aanvragen die zijn ingediend en meldingen die zijn gedaan onder de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Hardenberg 2020 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening, tenzij dit nadelig voor de inwoner uitpakt. 4. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Hardenberg 2020, wordt beslist met inachtneming van die verordening, tenzij dit voor de bezwaarmaker nadelig uitpakt. Artikel 13.3. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2023. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning Hardenberg 2023. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hardenberg van 6 december 2022.

De raad voornoemd, De griffier,

de voorzitter,

F.G.S. Droste

M.W. Offinga

31

32

Bijlage 1: Kwaliteitscriteria pgb zorgaanbieders en onderaannemers Het college is eindverantwoordelijk voor de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg aan burgers. Ook als de ondersteuning wordt geboden via een pgb. De zorgaanbieders dienen te werken met deskundig personeel en moeten kwalitatief goede zorg bieden, waarin de inwoner en zijn netwerk centraal staan. In deze bijlage staan (aanvullende) kwaliteitseisen, naast die de relevante wetgeving noemt, waaraan deze pgb zorgaanbieders en eventuele onderaannemers aan moeten voldoen. Deze eisen zijn ook aan de gecontracteerde aanbieders gesteld om de kwaliteit van de zorg te waarborgen. Waar in deze bijlage wordt gesproken van ‘zorgaanbieder’, wordt de pgb-aanbieder bedoeld. Algemene eisen 1. Zorgaanbieder voldoet aan de regels zoals vastgelegd in de Zorgbrede Governance code. Zorgaanbieder is op de hoogte van de regels van deze code en handelt conform deze code. 2. Zorgaanbieder verleent hulp of ondersteuning met inachtneming van de eisen die volgens de algemeen aanvaarde professionele standaard aan Zorgaanbieder worden gesteld. De bij de zorgaanbieder in dienst zijnde medewerkers houden zich aan de voor hen geldende beroepscode. 3. Zorgaanbieder stelt zich op de hoogte van de laatste relevante ontwikkelingen, kwaliteitseisen en wet- en regelgeving op landelijk niveau en handelt ernaar (oa.

Jeugdwet, Wmo, Wtza, Wlz, Zvw en Wet Bibob). 4. Zorgaanbieder neemt kennis van: • Het Hardenbergse Model voor Ondersteuning; • De actuele beleidsregels en verordening Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Hardenberg. Zorgaanbieder onderschrijft de beleidsmatige uitgangspunten en handelt ernaar. Zorgaanbieder conformeert zich aan wijzigingen in beleid en lokale wet- en regelgeving. 5. Zorgaanbieder salarieert maximaal overeenkomstig de Wet Normering Topinkomens en bijbehorende nadere regelingen. 6. Zorgaanbieder dient op werkdagen minimaal van 09.00 – 17.00 uur telefonisch bereikbaar te zijn voor het college. Uitvoering/levering ondersteuning 7. Zorgaanbieder behandelt inwoners en medewerkers van het college op een respectvolle wijze en zet geen zogenoemde agressieve verkooptechnieken in.

8.

De Zorgaanbieder signaleert veranderingen in de situatie van de inwoner en zijn omgeving/sociale netwerk met mogelijk gevolgen voor de mate van de inzet voor de inwoners. Zorgaanbieder bespreekt deze veranderingen in de situatie van de inwoner met de Inwoner. Vervolgens meldt inwoner of zorgaanbieder deze verandering in de situatie bij de het college. 33

9.

10.

11. 12.

13.

14.

Zorgaanbieder zoekt actief naar mogelijkheden om hulp of ondersteuning af te schalen. Dat wil zeggen verkorten van ondersteuningsduur, complexiteit of intensiteit (bijvoorbeeld door inzet van voorzieningen uit het voorliggend veld, vrijwilligers en eigen netwerk van de inwoner). De hulp of ondersteuning is gericht op ontwikkeling, blijvende participatie en/of stimulering van de zelfredzaamheid, passend bij de levensfase van de inwoner. Zorgaanbieder draagt zorg voor gelijkwaardige vervanging (continuïteit en kwaliteit) bij afwezigheid van de (ingehuurde) medewerker van zorgaanbieder, bijvoorbeeld door verlof of ziekte. Zorgaanbieder zal het Hulpverleningsplan (zonder vertrouwelijke informatie) of na toestemming van de inwoner aan het college te verstrekken. Zorgaanbieder treedt op als casusregisseur. De zorgaanbieder is verantwoordelijk voor het opstellen, bewaken, structureren en coördineren van de uitvoering van het hulp of ondersteuning. Hierbij draagt de zorgaanbieder zorg voor een effectieve en efficiënte samenwerking op operationeel niveau. De casusregisseur draagt zorg voor de continuïteit en kwaliteit van de hulp of ondersteuning. Daar waar hapering of stagnatie optreedt meldt de zorgaanbieder dit bij het college en vindt waar nodig afstemming plaats tussen het college en zorgaanbieder.

Het college heeft dan de verantwoordelijkheid om het proces weer op gang te brengen. Als de Inwoner overgaat naar een andere zorgaanbieder, zorgt zorgaanbieder voor een soepele, professionele overdracht naar deze (nieuwe) zorgaanbieder, waarbij de continuïteit van de hulp of ondersteuning is gewaarborgd. Zorgaanbieder draagt terstond, maar uiterlijk binnen één (1) week na de overdracht het dossier van de Inwoner compleet en kosteloos over aan deze zorgaanbieder en neemt daarbij de privacywetgeving in acht. Hulp of ondersteuning die wordt ingezet voordat een maatwerkvoorziening is verstrekt zal niet worden vergoed. Indien de looptijd van de maatwerkvoorziening is verstreken en deze niet is vervangen door een nieuwe maatwerkvoorziening, wordt de hulp of ondersteuning niet vergoed.

Hulpverleningsplan 15. De zorgaanbieder maakt met inwoners duidelijke werkafspraken over de levering van de hulp of ondersteuning, vastgelegd in een Hulpverleningsplan. Basis voor dit Hulpverleningsplan is het Ondersteuningsplan dat door de het college wordt opgesteld of de verwijzing van een derde. Dit Hulpverleningsplan voldoet in ieder 34

geval aan de volgende eisen: •

Het Hulpverleningsplan wordt samen met (een wettelijk vertegenwoordiger van) de Inwoners opgesteld en aan de Inwoner verstrekt. • Zorgaanbieder laat contacten met derden verlopen via de persoon die daarvoor is vermeld in het Hulpverleningsplan, tenzij door bijzondere omstandigheden. Zorgaanbieder genoodzaakt hiervan af te wijken. • Het Hulpverleningsplan dat de zorgaanbieder maakt, moet aansluiten op de doelen die in het Ondersteuningsplan of een verwijzing van derde zijn geformuleerd. • Het Hulpverleningsplan wordt minimaal één keer per jaar met de Inwoner en/of de vertegenwoordiger van de inwoner besproken. In het Hulpverleningsplan wordt dit vastgelegd. Bijstellingen en veranderingen in het Hulpverleningsplan worden schriftelijk vastgelegd. • De hulp of ondersteuning wordt conform het gemaakte Hulpverleningsplan geboden. Het Hulpverleningsplan vertaalt de opdracht in concrete werkafspraken: welke hulp of ondersteuning ontvangt de inwoner, op welke dagen en tijdstippen (passend in zijn dag- weekprogramma) gedurende de bepaalde looptijd. • Het Hulpverleningsplan beschrijft hoe de ondersteuning wordt vormgegeven en afgestemd met eventuele mantelzorgers en hoe het eigen netwerk van de inwoner daar waar mogelijk een actieve rol speelt of gaat spelen in het ondersteuningsproces.

• Het Hulpverleningsplan beschrijft hoe de inzet van voorzieningen uit het voorliggend veld een bijdrage kunnen (gaan) leveren in het hulp of ondersteuningsproces. • Indien delen van de hulp of ondersteuning worden uitgevoerd door anderen dan de zorgaanbieder, dan wordt dit in het Hulpverleningsplan vermeld. Beëindiging hulp of ondersteuning 16. Zorgaanbieder sluit de hulp of ondersteuning af met een eindevaluatie welke is ondertekend door inwoner. In de eindevaluatie worden de gestelde doelen en resultaten vanuit het Hulpverleningsplan geëvalueerd.

Kwaliteit 17. De zorgaanbieder dient bij methodieken en interventies in te zetten die onafhankelijk zijn onderzocht en daarbij effectief zijn bevonden. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van interventies en methodieken die zijn opgenomen en beschreven in een van volgende databanken: 35

• • • •

18. 19.

20.

21.

22.

Movisie: Databank Effectieve Sociale Interventies. Nederlands Jeugd Instituut: Databank Effectieve Jeugdinterventies. Trimbos Instituut: Databank Erkende interventies GGZ. Vergelijkbaar: Een interventie die beschikt over een vergelijkbare onafhankelijke beoordeling en erkenning. De zorgaanbieder is verplicht de in het kader van de hulp of ondersteuning in te zetten methodieken op te nemen in het Hulpverleningsplan. Indien het gaat om een (nieuwe) interventie of methodiek die niet is opgenomen en beschreven in één van de in het bovenstaand beschreven databanken, heeft het college het recht de methodiek te verifiëren en accorderen. Zorgaanbieder is bekend met het gedachtegoed van Positieve gezondheid en werkt vanuit dit gedachtegoed. De zorgaanbieder draagt er zorg voor dat de hulp of ondersteuning van goede kwaliteit is. Hulp of ondersteuning wordt in elk geval: • Veilig, doeltreffend, doelmatig en inwoner gericht verstrekt. • Afgestemd op de reële behoefte van de inwoner en op andere vormen van hulp of ondersteuning of hulp die de inwoner ontvangt. • Systeemgericht aangeboden, er is een naadloze verbinding tussen de hulp of ondersteuning voor de Inwoner en zijn gezin, het sociale netwerk en directe leefomgeving (thuis, in de wijk, op school, werk, dagbesteding enzovoort). Het is van belang dat bij gezinnen met jeugdigen altijd naar het hele systeem wordt gekeken.

Als zorgaanbieder inschat dat het waarschijnlijk is dat een inwoner in aanmerking komt voor hulp of ondersteuning op grond van een andere wet, en deze ondersteuning nodig is om tot een oplossing van de hulp- of ondersteuningsvraag van de inwoner te komen, begeleidt zorgaanbieder de inwoner bij het aanvragen hiervan of spreekt zij met de reeds betrokken zorgaanbieder af dat de zorgaanbieder hierin begeleidt. Zorgaanbieder en indien van toepassing onderaannemers en/of samenwerkende partijen werken mee aan van toepassing zijnde inspecties door de daarvoor aangewezen organisaties en geven opvolging aan aanbevelingen die hieruit naar voren komen. Zorgaanbieder dient het college over de aanbevelingen te informeren en dient concreet aan te geven indien aanbevelingen de hulp of ondersteuning aan de Inwoners van het college raakt. Zorgaanbieder voldoet daarnaast aan de gestelde eisen ter bevordering van de rechtspositie van de Inwoner, waaronder in ieder geval: • het afhandelen van klachten; • het organiseren van medezeggenschap; • het verantwoorden van de naleving van gestelde kwaliteitseisen.

Deskundigheid medewerkers Wmo begeleiding

36

23.

24. 25.

26. 1

De ondersteuning op grond van de Wmo 2015 wordt verleend door een medewerker die beschikt over een afgeronde en voor de ondersteuning relevante 1 beroepsopleiding van minimaal mbo niveau 4. De aanvullende inzet van medewerkers met een afgeronde en voor de ondersteuning relevante beroepsopleiding van mbo 3 niveau of lager is toegestaan indien: • De inzet van medewerkers met een afgeronde en voor de ondersteuning relevante beroepsopleiding van mbo 3 niveau of lager doet geen afbreuk aan de kwaliteit van de Ondersteuning. • De medewerker beschikt minimaal over een afgeronde en voor de ondersteuning relevante beroepsopleiding op mbo-3 niveau. • Inzet van medewerkers op niveau mbo-1 en mbo-2 is slechts mogelijk in de volgende situaties: o Het in beperkte mate uitvoeren van ondersteunende werkzaamheden onder direct toezicht van een medewerker die beschikt over een afgeronde en voor de ondersteuning relevante beroepsopleiding van minimaal mbo niveau 4. o De inzet als ervaringsdeskundige onder direct toezicht van een medewerker die beschikt over afgeronde en voor de ondersteuning relevante beroepsopleiding van minimaal mbo niveau 4 • De inzet van een medewerker met een afgeronde en voor de ondersteuning relevante beroepsopleiding van mbo 3 niveau of lager vindt altijd plaats op basis van een weloverwogen keuze door de Zorgaanbieder die aansluit bij de norm verantwoorde werktoedeling.

• Er zijn duidelijke schriftelijke afspraken gemaakt over de taken en verantwoordelijkheden tussen de medewerker met een afgeronde en voor de ondersteuning relevante beroepsopleiding van mbo 3 niveau of lager en de medewerker die beschikt over een afgeronde en voor de ondersteuning relevante beroepsopleiding van minimaal mbo niveau 4. • Het is voor de Inwoner duidelijk welke medewerker - die beschikt over een afgeronde en voor de ondersteuning relevante beroepsopleiding van minimaal mbo niveau 4 - de regie voert en het aanspreekpunt is. Personeel Levering geschiedt door inzet van voldoende gekwalificeerde medewerkers en – voor zover van toepassing - op basis van een voor Zorgaanbieder geldende cao. Zorgaanbieder beschikt over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) screeningsprofiel ‘gezondheidszorg en welzijn van mens en dier’ van personen die beroepsmatig of niet incidenteel als vrijwilliger in contact kunnen komen met Inwoners. De VOG mag niet ouder zijn dan drie (3) maanden bij aanvang van de werkzaamheden van de medewerker. Zorgaanbieder verlangt van haar werknemers een nieuwe VOG op het moment dat redelijkerwijs het vermoeden bestaat dat daar aanleiding toe is. Zorgaanbieder beperkt voor de inwoner zoveel mogelijk het aantal wisselingen

Waar hier gesproken wordt over relevante beroepsopleiding, zie opleidingseisen verderop uit bijlage 1.

37

van medewerkers die hulp of ondersteuning leveren. Inzet vrijwilligers 27. Indien zorgaanbieder gebruik maakt van vrijwilligers bij de hulp of ondersteuning van de inwoner, draagt hij er zorg voor dat de kwaliteit en betrouwbaarheid van de hulp of ondersteuning wordt geborgd. 28. De zorgaanbieder faciliteert en begeleidt de ingezette vrijwilligers. 29. Vrijwilligers met inwoner contact dienen in ieder geval te beschikken over een geldige Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) screeningsprofiel ‘gezondheidszorg en welzijn van mens en dier’. 30. Zorgaanbieder garandeert dat vrijwilliger met Inwoner contact: • Een getekende geheimhoudingsverklaring indient; • De Nederlandse taal beheerst; • Zich kan legitimeren als vrijwilliger van zorgaanbieder; • Een klantvriendelijke, hulpvaardige en servicegerichte instelling heeft; • De culturele achtergrond, geloofsovertuiging en/ of leefwijze van de Inwoner respecteert. Inzet onderaannemers 31. Inzet van onderaannemers is alleen toegestaan indien de het college hier schriftelijk toestemming voor heeft gegeven. Hulp of ondersteuning die is geleverd door een onderaannemer waarvoor deze toestemming ontbreekt, kan niet in rekening worden gebracht bij het college. Inzet coöperaties 32. Het college gaat ten aanzien van coöperaties aanvullende voorwaarden stellen met betrekking tot de inzet van de leden van de coöperatie.

Deze liggen in lijn met hetgeen van hoofd-onderaannemers gevraagd wordt. Op hoofdlijnen is dat: • Het college gaat er van uit dat de coöperatie alleen integere coöperatieleden inschakelt. • Het college kan de integriteit van coöperatieleden toetsen. Het college kan voorwaarden verbinden aan deze goedkeuring. Samenwerking 33. De zorgaanbieder zorgt voor een goede samenwerking met medewerkers van andere relevante organisaties onder andere: gezondheidszorg, begeleiders op school, thuiszorg. Klachtenregeling en cliëntervaringsonderzoek 34. Zorgaanbieder draagt zorg voor een adequate klachtenprocedure vergelijkbaar met de procedure zoals omschreven in de artikelen 13 t/m 17 van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (hierna: WKKGZ), welke voorziet in een snelle en correcte afhandeling van klachten van Inwoners. Zorgaanbieder is tevens aangesloten bij een onafhankelijk geschilleninstantie. 35. Zorgaanbieder draagt actief bij aan een cliënttevredenheidsonderzoek Menselijke Maat. Meldplichten 36. Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling 38

Zorgaanbieder hanteert een ‘meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’ en bevordert het gebruik en de kennis van de Meldcode onder medewerkers. Indien er sprake is van onveiligheid (in het kader van de Meldcode), dan stelt de Zorgaanbieder een veiligheidsplan op. Zorgaanbieder wijst ten minste één aandachtsfunctionaris aan die lid is van de landelijke vakgroep aandachtsfunctionarissen kindermishandeling (LVAK). Deze aandachtsfunctionaris waarborgt de implementatie van de Meldcode. Deze functionaris is aanspreekpunt voor de zorg- en veiligheidspartners in het kader van de aanpak van huiselijk geweld en participeert in het ontwikkelplan huiselijk geweld en kindermishandeling van de het college Hardenberg. Ook is de aandachtsfunctionaris bekend met de specialisten die kunnen worden ingeschakeld voor specifieke vormen van huiselijk geweld. Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) Zorgaanbieder meldt datalekken bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Calamiteiten en geweldsincidenten Zorgaanbieder is bekend en handelt conform de vigerende calamiteitenprotocollen van de IGJ en het college. Zorgaanbieder meldt calamiteiten en geweldsincidenten 2 zo spoedig mogelijk (uiterlijk binnen drie (3) werkdagen) bij Het college en – waar het gaat om zorg of ondersteuning op grond van de Jeugdwet – aan de IGJ.

Dit in verband met de coördinatie van (dreigende) maatschappelijke onrust 3 en/of (verwachte) media-aandacht. Ontslag medewerker wegens disfunctioneren Zorgaanbieder die zorg of ondersteuning op grond van de Jeugdwet biedt doet binnen drie (3) werkdagen melding bij de IGJ bij ontslag van een medewerker wegens disfunctioneren. Landelijk Meldpunt Zorg (LMZ) Zorgaanbieder meldt signalen over (vermoedens van) fraude, financiële fouten, kwaliteitsproblemen of ongewenste werkwijzen bij het LMZ.

37.

Zorgaanbieder stelt Het college binnen vijf (5) werkdagen op de hoogte van:

2 Een calamiteit is een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van de zorg en die tot

de dood van of een ernstig schadelijk gevolg voor een Inwoner heeft geleid. Een geweldsincident is: seksueel binnendringen van het lichaam van of ontucht met een inwoner, alsmede geweld jegens een inwoner, door iemand die in dienst of in opdracht van een instelling of opdrachtnemer van een instelling werkzaam is, dan wel door een andere Inwoner met wie de Inwoner gedurende het etmaal of een dagdeel in een accommodatie van een instelling verblijft. 3 Maatschappelijke onrust staat hierbij voor ‘het verschijnsel waarbij één of enkele incidenten plaatsvinden die leiden tot subjectieve en/of objectieve problemen op het gebied van openbare orde en veiligheid’.

39

• • •

Meldingen van Zorgaanbieder bij de Autoriteit Persoonsgegevens; Meldingen van Zorgaanbieder bij de IGJ/Wmo-toezicht; Elk onderzoek dat door een derde (o.a. het college, toezichthouder van andere colleges, Justitie, Belastingdienst etc.) wordt gestart naar zorgaanbieder; • Elke maatregel die een derde treft jegens zorgaanbieder; • Feiten en omstandigheden waarbij sprake is/zal zijn van maatschappelijke onrust en/of media-aandacht; • Feiten en omstandigheden die tot een afwijking van de bepalingen uit de deze bijlage of tot (gedeeltelijke) niet nakoming van deze bijlage zouden kunnen leiden. Bedrijfsvoering 38. De zorgaanbieder voert een deugdelijke administratie, waarbij in ieder geval inkomsten, uitgaven, verplichtingen, inwonersdossiers en verantwoording te herleiden zijn naar bron en bestemming. 39. De zorgaanbieder heeft schriftelijk vastgelegd welke organen van de Zorgaanbieder bevoegd zijn ten aanzien van welk onderdeel of aspect van de bedrijfsvoering. 40. De zorgaanbieder heeft schriftelijk en inzichtelijk vastgelegd hoe de hulp of ondersteuning wordt georganiseerd. Daarbij wordt gemeld van welke andere bedrijven of dochterondernemingen gebruik wordt gemaakt en wat de aard is van de relaties met die andere verbanden, waaronder begrepen verantwoordelijkheden, taken en beslissingsbevoegdheden. 41.

De activiteiten van de zorgaanbieder in het kader van de maatwerkvoorziening worden in de bedrijfsadministratie financieel onderscheiden van andere activiteiten van de zorgaanbieder. 42. Het college mengt zich niet in deze ondernemingsvrijheid, tenzij de bedrijfsvoering en/of de financiële situatie van de organisatie de continuïteit en de kwaliteit van de hulp of ondersteuning in gevaar brengt. Van een gevaar voor de continuïteit is sprake indien in eenzelfde boekjaar sprake is van een negatief eigen vermogen én een negatief financieel resultaat. Om de kwaliteit van de ondersteuning te waarborgen dient de zorgaanbieder te voldoen aan onderstaande voorwaarden: • aan bestuurders, toezichthouders, aandeelhouders, personeelsleden of derden worden geen leningen verstrekt die geen verband houden met de te leveren ondersteuning en/of niet verstrekt zijn met zekerheidsstelling en tegen marktconforme rente en voorwaarden; • de zorgaanbieder huurt geen vastgoed van bestuurders, toezichthouders, aandeelhouders, personeelsleden of derden tegen voor de regio en de branche niet marktconforme voorwaarden; • de zorgaanbieder neemt geen diensten of leveringen van bestuurders, toezichthouders, aandeelhouders, personeelsleden of derden af tegen voor de branche niet marktconforme voorwaarden; • de zorgaanbieder draagt geen management-, consultatie- of franchisevergoedingen af aan bestuurders,

toezichthouders, aandeelhouders, personeelsleden of derden tegen voor de branche niet marktconforme voorwaarden; de Zorgaanbieder onttrekt geen bedragen 40

aan de bedrijfsvoering op een voor de branche niet gebruikelijke, niet integere, dan wel niet marktconforme wijze. 43. Zorgaanbieder conformeert zich aan het principe ‘zorggeld moet worden besteed aan zorg’. Het college hanteert daarbij het uitgangspunt dat zorgaanbieder 5% van het voorwerp van de Opdracht reserveert voor reserves. Bij significante afwijkingen zal Het college in gesprek gaan met Zorgaanbieder over de kwaliteit en de rechtmatigheid van de geleverde en gedeclareerde hulp of ondersteuning en de herkomst van het hoge of lage nettoresultaat. Goed werkgeverschap, -het collegeschap en passende beloning 44. Zorgaanbieder past de relevante cao’s toe. Zorgaanbieder kiest ten behoeve van het realiseren van één (1) werkgever, gelet op zijn taken en de werkingssfeerbepaling in de cao’s, een passende cao. Dit betekent niet dat cao’s geharmoniseerd moeten worden, maar dat er één dominante cao is. 45. Zorgaanbieder stelt medewerkers die worden ingehuurd als payroll- of uitzendkracht gelijk wat betreft de beloning conform wet Waadi. Daarmee hebben deze inhuurkrachten recht op de eindejaarsuitkering en de levensloopbijdrage, naast de andere arbeidsvoorwaarden die gelden voor de uitzend-cao(ABU). 46. Zorgaanbieder geeft invulling aan het begrip goed werkgeverschap (denk aan zorgvuldig, sociaal, transparant en controleerbaar).

Het college beschouwt in ieder geval verloop (uitstroom fte/totaal fte), verzuim (aantal ziektedagen medewerkers / totaal aantal beschikbare dagen medewerkers) en de tevredenheid en ontwikkeling van medewerkers als indicatoren voor goed werkgeverschap. Zorgaanbieder streeft naar duurzame inzetbaarheid van medewerkers en zet zich in om verzuim te voorkomen. 47. Zorgaanbieder voldoet aan de wetgeving omtrent arbeidsomstandigheden. Zorgaanbieder zorgt voor de veiligheid, gezondheid en welzijn van medewerkers conform de Arbo-eisen. Zorgaanbieder draagt zorg voor een actief HR-beleid voor het werven en deskundig en vitaal houden van medewerkers. Begeleiding Individuele en Groep Wmo 48.

49. 50. 51.

52.

4 5

Individuele begeleiding kan niet op hetzelfde moment worden ingezet in combinatie met begeleiding groep. Individuele begeleiding en begeleiding groep kunnen wel naast elkaar worden ingezet. Begeleiding individueel stabilisatiegericht wordt verleend door één medewerker met (minimaal) een afgeronde en voor de zorg relevante 4 opleiding op MBO 3 niveau. Begeleiding groep wordt geïndiceerd in dagdelen, een dagdeel kent 4 uur. Eén etmaal is maximaal twee dagdelen. Begeleiding groep ontwikkelingsgericht wordt verleend door minimaal één medewerker met (minimaal) een afgeronde en voor de zorg relevante 5 opleiding op MBO 4 niveau op maximaal acht (8) inwoners. Begeleiding groep belevingsgericht wordt verleend door minimaal één medewerker met (minimaal) een afgeronde en voor de zorg relevante 6 opleiding op MBO 3 niveau op

Zie opleidingseisen verderop in deze bijlage 1. Zie opleidingseisen verderop uit bijlage 1.

41

53.

54.

maximaal tien (10) inwoners. Zorgaanbieder zorgt dat de locatie voor begeleiding groep waar ondersteuning plaatsvindt, voldoet aan alle relevante wet- en regelgeving (zoals bestemmingsplan). Waar nodig heeft het college de vereiste vergunningen verstrekt om ter plaatse hulp te bieden. De locatie is aangepast aan (de kwetsbaarheid van) de doelgroep. De zorgaanbieder voorziet in de mogelijkheid vervoer van – en naar de locatie waar begeleiding groep wordt geboden indien inwoner gelet op zijn beperkingen of psychische of psychosociale problematiek niet in staat is om zich zelfstandig te verplaatsten tussen zijn woon- of verblijfplaats en de locatie waar de begeleiding groep wordt geboden. Vervoer wordt ingezet op indicatie.

Opleidingseisen De gemeente stelt eisen aan de deskundigheid van medewerkers Wmo begeleiding en jeugdhulp zoals hierboven opgenomen. Medewerkers moeten beschikken over een afgeronde voor de hulp of ondersteuning relevante beroepsopleiding. Onder een relevante beroepsopleiding wordt in ieder geval verstaan: 1. Middelbaar Beroepsonderwijs: • MBO relevante opleidingen volgens bijgevoegd overzicht (op basis van CREBO). • MBO niet relevante opleiding maar middels EVC traject Vakbekwaamheidsbewijs behaald. • Relevante Associate Degree-opleiding wordt beschouwd als een MBO opleiding tenzij aantoonbaar in CAO anders ingeschaald. 2. Hoger Beroepsonderwijs: • HBO relevante opleiding volgens bijgevoegd overzicht (op basis van SKJ). • HBO relevante opleiding volgens bijgevoegd overzicht (op basis van CROHO). • HBO niet relevante opleiding maar middels EVC traject Vakbekwaamheidsbewijs behaald. • Met een correct SKJ-registratienummer, afgegeven na 1-1-2019, kan iemand aantonen een relevante HBO-opleiding te hebben genoten. • Bij een relevant HBO-master diploma dient een relevant HBO-Bachelor diploma te worden aangeleverd.

6

Zie opleidingseisen verderop uit bijlage 1.

42

3. Universitair Onderwijs: • WO relevante opleiding volgens vastgesteld CROHO schema. • WO niet relevante opleiding maar middels EVC traject Vakbekwaamheidsbewijs behaald. • Bij een relevant WO-master diploma dient een relevant Bachelor diploma te worden aangeleverd. 4. EVC/Vakbekwaamheidsbewijs Wanneer een medewerker niet over een relevant MBO- en/of HBO-diploma beschikt kan via een EVC-traject bij een erkende EVC-aanbieder aangetoond worden dat de medeweker door middel van werkervaring wel vakbekwaam is. Het Nationaal Kenniscentrum EVC beheert en onderhoudt het register inzake de EVC procedures van erkende EVC aanbieders. Via een procedure voor het Erkennen van jouw Verworven Competenties (EVC) wordt aan de hand van een erkende EVC standaard precies in kaart gebracht wat je daarvan aan kennis en vaardigheden in huis hebt. Er wordt gekeken naar wat je in de praktijk hebt (bij)geleerd en dit alles wordt vastgelegd in een uitgewerkt persoonlijk ervaringscertificaat. Met een Ervaringscertificaat kun je vervolgens de Examenkamer vragen om een vakbekwaamheidsbewijs af te geven. Voor meer informatie: Website https://www.ervaringscertificaat.nl/ https://www.examenkamer.nl/

Nationaal Kenniscentrum EVC: Website Examenkamer:

5. Buitenlandse diploma’s: Buitenlandse diploma’s of andere vorm van validering van formeel onderwijs worden slechts geaccepteerd onder overleggen van een door namens de Nederlandse overheid door SBB of Nuffic afgegeven diplomavergelijking of waardering. 6. Buitenlandse Vakbekwaamheidsbewijs: Buitenlandse bewijzen van vakbekwaamheid en andere vormen van validering van informeel en non formeel leren en vakvolwassenheid worden slechts geaccepteerd onder overleggen van een door namens de EVC convenant partners door het Nationaal Kenniscentrum EVC afgegeven verklaring inzake vakvolwassenheid en/of vakbekwaamheid. 7. Aanvullende eisen: Bij Jeugd dient gewerkt te worden volgens de norm verantwoorde werktoedeling. 7 Bij de uitvoering van Jeugdhulp is een SKJ of BIG registratie verplicht zoals genoemd in artikel 4.1.6 Jeugdwet en artikel 5.1.1. Besluit Jeugdwet. Er kan slechts een niet geregistreerde professional worden ingezet indien aannemelijk wordt gemaakt dat de kwaliteit van de uit te voeren taak niet nadelig wordt beïnvloed.

7

Zie hiervoor Kwaliteitskader Jeugd: kwaliteitskader-Jeugd-v2.1.pdf (skjeugd.nl)

43

8. Onderwijsregisters: MBO: CREBO: Centraal Register Beroepsonderwijs HBO: CROHO: Centraal Register Hoger Onderwijs WO: CROHO: Centraal Register Hoger Onderwijs DUO: Register van op naam gestelde diploma’s Opleidingen MBO- CREBO register Crebo nummer 10431 10433 10743 91430 92661 92662 92670 92660 25474 25479 92601 92602 10742 10744 92650 92611 92612

Crebo naam Sociaal Dienstverlener Sociaal Pedagogisch Werker Sociaal Pedagogisch Werker 4 (SPW 4) Medewerker gehandicaptenzorg niveau 4 Maatschappelijke Zorg (Persoonlijk begeleider gehandicaptenzorg) Maatschappelijke Zorg (Persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen) Sociaal-maatschappelijk dienstverlener (Sociaalmaatschappelijk dienstverlener) Maatschappelijke Zorg 4 Agogisch medewerker GGZ Thuisbegeleider MBO-Verpleegkundige (Geestelijke Gezondheidszorg) MBO-Verpleegkundige (Gehandicaptenzorg) Sociaal Pedagogisch Werker 3 (SPW 3) Sociaal Dienstverlener (SD) Maatschappelijke Zorg (Medewerker maatschappelijke zorg) Verzorgende (Geestelijke Gezondheidszorg) (incl. BIGregistratie) Verzorgende (Gehandicaptenzorg) (incl. BIG-registratie)

Niveau 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 3 3 3 3 3

Opleidingen HBO – WO – CROHO register Croho nummer 34507 81006 30114 4075 34075 6853 70193 70193

Croho naam

Internationale naam

HBO Toegepaste Psychologie HBO Toegepaste Psychologie HBO Applied Psychology HBO Jeugdpsychologie HBO Jeugdpsychologie HBO psychologie vanuit biologisch en cognitivistisch perspectief HBO M Master in Toegepaste Psychologie voor professionals HBO M Toegepaste Psychologie voor 44

60260 66604 60077 60076 60216 66581 40019 49146 35158 44113 66607 34617 81032 81028 34116 34608 44116 49500 70161 40101 34616 34610 34585 34644 49303 49108 39199 70118 39283

Professionals WO Psychologie (incl. NIP-registratie of SKJ-master) WO Psychology (incl. NIP-registratie of SKJ-master) WO Social Psychology (incl. NIPregistratie of SKJ-master) WO Psychologie en Geestelijke Gezondheid (incl. NIP-registratie of SKJ-master) WO Gezondheidszorg Psychologie (incl. NIP-registratie of SKJ-master) WO Medische Psychologie (incl. NIPregistratie of SKJ-master) HBO M Jeugdzorg HBO M Master Interprofessioneel werken met Jeugd HBO Pedagogiek HBO M Pedagogiek WO Pedagogische Wetenschappen (incl. NVO-registratie) HBO Sociaal Pedagogische Hulpverlening HBO Sociaal Pedagogische Hulpverlening HBO Social Work (voorheen Sociale Academie) HBO Social Work (voorheen Sociale Academie) HBO Sociaal Werk HBO M Social Work HBO M Social Work (joint degree) HBO M Social Work & Innovation HBO M Health Care and Social Work HBO Maatschappelijk Werk en B Social Work and Social Services Dienstverlening HBO Culturele en Maatschappelijke Vorming HBO Psychomotorische Therapie en B Arts Therapies Bewegingsagogie HBO Vaktherapie B Arts Therapies HBO M Vaktherapie M Arts Therapies HBO M International Master of Arts M International Master of Arts Therapies Therapies HBO Counselling B Counselling HBO M Contextuele Hulpverlening HBO Verpleegkunde

45

Opleidingen o.b.v. SKJ registratie Naam opleiding hbo-bachelor Social Work hbo-bachelor Pedagogiek hbo-bachelor Maatschappelijk werk en dienstverlening (MWD) hbo-bachelor Sociaal pedagogische hulpverlening (SPH) hbo-bachelor Toegepaste psychologie (TP) getuigschrift master Jeugdzorg vakbekwaamheidsbewijs ‘vakbekwame hbo jeugd en gezinsprofessional’ branchecertificaat jeugdzorgwerker hbo-bachelor met certificaat maatwerktraject hbo-bachelor Culturele en maatschappelijke vorming (CMV) hbo-bachelor Creatieve therapie hbo-bachelor Vaktherapie hbo-bachelor Godsdienst pastoraal werk hbo-bachelor Theologie (Fontys) hbo Inrichtingswerk hbo Jeugdwelzijnswerk hbo Kreatief Educatief Werk hbo Cultureel werk hbo Maatschappelijk werk (MW) hbo Ortho agogisch hbo Orthopedagogiek hbo Ecologische pedagogiek akte Pedagogiek MO-A hbo Psychologie hbo SJW hbo Psychosociaal Werk hbo Kinderverzorging en opvoeding hbo-bachelor Social Work profiel Zorg hbo-bachelor Social Work profiel Welzijn en Samenleving wo-master psychologie wo-master (ortho)pedagogiek

46

TOELICHTING OP DE VERORDENING Algemeen Opdracht aan de gemeente Deze verordening geeft uitvoering aan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo 2015). De Wmo 2015 geeft de gemeente de opdracht om zorg te dragen voor de maatschappelijke ondersteuning en voor de kwaliteit en continuïteit van de voorzieningen. Het begrip maatschappelijke ondersteuning is uiteengezet in 3 hoofdelementen waarop van de gemeente inzet wordt verwacht: 1. het bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en het vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede het voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld; 2. het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen, zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving; 3. het bieden van beschermd wonen en opvang. De gemeenteraad stelt periodiek een plan vast met betrekking tot het door het gemeentebestuur te voeren beleid met betrekking tot maatschappelijke ondersteuning. Het plan is erop gericht dat: a. inwoner zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven; b. inwoner die beschermd wonen of opvang ontvangen, een veilige woonomgeving hebben en, indien mogelijk, weer in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.

De Wmo 2015 schrijft voor dat de gemeente per verordening de regels moet vaststellen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het beleidsplan (artikel 2.1.3 lid 1 Wmo 2015).

47

Inhoud verordening 8 In de verordening moet in elk geval bepaald worden (artikel 2.1.3 lid 2 tot en met lid 4, artikel 2.1.4b lid 2 en artikel 2.1.6 van de wet): •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12014864/2