Toelichting Vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot”
Tekst van het document
Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime en strijdigheid
4 4 5 7 7
Hoofdstuk2 Huidige en gewenste situatie 2.1 Algemeen 2.2 Huidige en gewenste situatie plangebied 2.3 Verkeer en parkeren
10 10 10 17
Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
19 19 21 30
Hoofdstuk4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Geluid 4.2 Bodemkwaliteit 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Externe veiligheid 4.5 Milieuzonering 4.6 Geur 4.7 Ecologie 4.8 Archeologie & cultuurhistorie 4.9 Besluit milieueffectrapportage
43 43 44 46 48 50 52 54 56 57
Hoofdstuk5 Wateraspecten 5.1 Vigerend beleid 5.2 Waterparagraaf
59 59 60
Hoofdstuk6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding 6.2 Opzet van de regels 6.3 Verantwoording van de regels
61 61 61 62
Hoofdstuk7
65
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk8 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 8.1 Vooroverleg 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen
66 66 66 66
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot | PAGINA 2
Toelichting
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot | PAGINA 3
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Stobbenhaarweg 7 te Radewijk, in het buitengebied van Radewijk (gemeente Hardenberg), ligt een voormalig agrarisch erf. Het erf bestaat uit een voormalige bedrijfswoning, een aantal voormalig agrarische gebouwen, een ondergrondse mestput en enkele kuilvoerplaten. De gebouwen zijn als landschapsontsierend aan te merken, aangezien deze geen gebruikswaarde meer hebben en beginnen te vervallen. De gebruikswaarde is vervallen omdat de gebouwen oud zijn en daardoor niet geschikt zijn voor eventuele vervolgfuncties. Doordat de agrarische activiteiten in deze bebouwing zijn beëindigd, wordt ook niet meer geïnvesteerd in het onderhoud van de bebouwing. Het voornemen bestaat om deze bebouwing, met een totale oppervlakte van 1.329 m2 te slopen en ter compensatie twee compensatiewoningen met vrijstaande bijgebouwen te realiseren. Op basis van het gemeentelijke beleid 'Erven met Kwaliteit' kan voor de sloop van minimaal 2.000 m2 aan landschapsontsierende bebouwing (met asbest) het recht voor de realisatie van twee compensatiekavels verkregen. Daarom dient er elders aanvullend sloopmeters te worden verkregen. De overige te sloopmeters zijn gevonden aan de Fransenweg 1 te Schuinesloot, waar tevens een agrarisch bedrijf gelegen is, waarvan de functie is komen te vervallen. Ter plaatse worden twee stallen met een gezamenlijke oppervlakte van 1.495 m2 gesloopt.
Hiermee wordt in totaal (1.329 + 1.495) = 2.824 m2 aan bebouwing gesloopt, waarmee het bouwrecht voor twee woningen wordt verkregen. Voor de sloop van minimaal 2.000 m2 aan landschapsontsierende bebouwing ontstaat immers het bouwrecht voor twee woningen. Daar wordt aan voldaan. De resterende 824 m2 aan sloop wordt in een voucher vervat en elders ingezet. Deze voucher is inmiddels verkocht. Dit valt buiten de scope van dit bestemmingsplan. Ter plaatse van de Fransenweg 1 is het wenselijk om één bestaande schuur te behouden, aangezien de schuur niet als landschapsontsierend aangemerkt wordt, de schuur heeft immers nog een gebruiksfunctie en is van goede kwaliteit. De ter plaatse aanwezige bedrijfswoning en plattelandswoning worden voorzien van een reguliere woonbestemming. Ook wil men de aan de Stobbenhaarweg 7 de bestaande boerderijwoning splitsen in drie wooneenheden. Hiertoe is in het bestemmingsplan ''Buitengebied Hardenberg" een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen. De gemeente heeft in het principebesluit aangegeven dat de boerderij voldoet aan de in de afwijkingsmogelijkheid. Wel is er een ruimtelijk kwaliteitsplan noodzakelijk waaruit duidelijk moet worden dat de inpassing op het erf en in het landschap voldoet. In het ruimtelijk kwaliteitsplan, behorend bij dit bestemmingsplan, wordt dit aangetoond.
Hiermee wordt deze afwijkingsbevoegdheid bij recht meegenomen in dit plan. In paragraaf 3.3.7 is dit nader getoetst. Tot slot wil men bij de te splitsen boerderijwoning een nieuw bijgebouw bouwen voor één van de drie wooneenheden in de voormalige boerderijwoning. Samengevat bestaat de ontwikkeling uit het volgende: Stobbenhaarweg 7, Radewijk: Sloop van circa 1.329 m2 aan landschapsontsierende bebouwing; Sanering van een ondergrondse mestput, overtollige erfverharding en kuilvoerplaten; Realisatie twee compensatiewoningen met bijgebouwen; bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot | PAGINA 4
Splitsen boerderijwoning in drie wooneenheden; Realisatie vrijstaand bijgebouw bij één van de wooneenheden binnen voormalige boerderijwoningen; Het landschappelijk inpassen van het gehele erf. Fransenweg 1, Schuinesloot Sloop van 1.495 m2 aan landschapsontsierende bebouwing; Het tot regulier woonerf bestemmen van de voormalige bedrijfswoning en plattelandswoning; Het behouden van één schuur met gebruikswaarde ten behoeve van de woondoeleinden; Het landschappelijk inpassen van de slooplocatie. Voorliggende ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg". Op de slooplocatie aan de Fransenweg 1 te Schuinesloot dient de sloop te worden geborgd en de terugbouwmogelijkheden te worden uitgesloten. Ook dient een passende woonbestemming opgenomen te worden. Ter plaatse van de Stobbenhaarweg 7 dient een passende woonbestemming te worden opgenomen ten behoeve van de te splitsen boerderijwoning en de compensatiewoningen. Tot slot dient de landschappelijke inpassing van alle locaties te worden geborgd. Voor deze ontwikkeling dient het bestemmingsplan dan ook te worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend juridisch-planologisch kader en toont aan dat de ontwikkeling vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is. 1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied bestaat uit twee locaties: de bouwlocatie aan de Stobbenhaarweg 7 te Radewijk en de slooplocatie aan de Fransenweg 1 te Schuinesloot. Hierna is de ligging van de verschillende locaties ten opzichte van elkaar en de grotere omgeving weergegeven. Vervolgens is de ligging van de locaties tot de directe omgeving afzonderlijk weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot | PAGINA 5
Afbeelding 1.1: Ligging van de verschillende locaties ten opzichte van de grotere omgeving (Bron: PDOK)
Afbeelding 1.2: Ligging van de locaties ten opzichte van de directe omgeving (Bron: PDOK) bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot | PAGINA 6
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan ''Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0160.0000BP00401-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. 1.4
Huidig planologisch regime en strijdigheid
In de volgende subparagraven wordt per locatie ingegaan op het geldende planologische regime en wordt tevens de strijdigheid met betrekking tot het planvoornemen beschreven. Beide locaties liggen binnen de grenzen van de bestemmingsplannen “Buitengebied Hardenberg” (vastgesteld op 2 december 2014), "Buitengebied Hardenberg, herziening regels'' (vastgesteld op 26 september 2016) en het bestemmingsplan ''Facetherziening parkeren Hardenberg'' (vastgesteld op 5 juni 2018). Hierna wordt de planologische situatie per locatie beschreven. 1.4.1
Stobbenhaarweg 7, Radewijk
1.4.1.1 Algemeen Ter plaatse van de Stobbenhaarweg 7 geldt de bestemming 'Agrarisch met waarden Besloten heideontginningslandschap'. Nagenoeg de gehele locatie is voorzien van een bouwvlak. In afbeelding 1.3 is dit weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot | PAGINA 7
Afbeelding 1.3: Uitsnede van het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Besloten heideontginningslandschap' zijn met name bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf en de instandhoudingen van de sterke gebiedskenmerken van het besloten heideontginningslandschap. 1.4.1.2 Strijdigheid De beoogde compensatiewoningen zijn niet mogelijk binnen de agrarische bestemming, aangezien daar de bouw- en gebruiksregels voor ontbreken. Daarnaast dient ook ten aanzien van de bestaande woning een reguliere woonbestemming te worden opgenomen en dient planologisch ten behoeve van de splitsing van deze woningen twee extra wooneenheden te worden toegestaan. 1.4.2
Fransenweg 1, Schuinesloot
1.4.2.1 Algemeen Ter plaatse van de Fransenweg 1 te Schuinesloot geldt de bestemming 'Agrarisch met waarden - Open veenontginningslandschap'. De locatie is volledig voorzien van een bouwvlak. Ter plaatse van de plattelandswoning is de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' opgenomen. Daarnaast gelden en groot deel van de locatie de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5'. In afbeelding 1.4 is dit weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot | PAGINA 8
Afbeelding 1.4: Uitsnede van het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Open veenontginningslandschap' zijn met name bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf en de instandhoudingen van de sterke gebiedskenmerken van het open veenontginnningslandschap. Er is één bedrijfswoning en één plattelandswoning toegestaan, waarvoor een aanduiding is opgenomen. De archeologische dubbelbestemming is opgenomen om de daar te verwachten archeologische waarde te beschermen. 1.4.2.2 Strijdigheid In dit geval is het agrarische bedrijf niet meer actief. Het is daarom wenselijk om enerzijds de bestemming om te zetten naar een reguliere woonbestemming waarbinnen beide woningen tot reguliere woning bestemd worden. Anderzijds is het wenselijk om de sloop te borgen middels een voorwaardelijke verplichting. 1.4.3
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 per locatie ingegaan op de huidige en gewenste situatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Hardenberg beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 5 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot | PAGINA 9
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige en gewenste situatie
Algemeen
Zoals in de aanleiding reeds is aangegeven, wordt er in het kader van dit plan 2.824 m2 aan landschapsontsierende bebouwing met asbest gesloopt op twee locaties. Ter compensatie worden aan de Stobbenhaarweg 7 te Radewijk twee woonkavels verkregen. Hierna wordt per locatie ingegaan op de huidige en gewenste situatie. Op de locatie aan de Stobbenhaarweg 7 wordt uitgebreider ingegaan dan op de slooplocatie Fransenweg 1, aangezien er daar uitsluitend sprake is van sloop en planologisch omzetten van bestaande woningen. Het opnemen van een uitgebreide gebiedsomschrijving is daarom niet noodzakelijk voor de Fransenweg 1. 2.2
Huidige en gewenste situatie plangebied
2.2.1
Stobbenhaarweg 7, Radewijk
2.2.1.1 Landschappelijke kenmerken De omgeving van het plangebied bestaat uit verspreid liggende agrarische erven en woonpercelen in een overwegend agrarisch gebied. Daarnaast zijn er enkele natuurpercelen aanwezig. Kenmerkende structuurdrager vormt de Radewijkerbeek, die ten noorden van het plangebied stroomt. 2.2.1.2 Plangebied Het plangebied zelf betreft een perceel dat voorheen als agrarisch erf in gebruik is geweest. Het erf bestaat uit een boerderijwoning met agrarische bedrijfsgebouwen achter deze boerderijwoning. Tussen de gebouwen is veelal verharding aanwezig. Voor de boerderijwoning ligt een tuin. Achter de bedrijfsgebouwen liggen kuilvoerplaten. De Stobbenhaarweg ligt ten noorden van het erf. Aan alle overige zijden liggen agrarische cultuurgronden. In de volgende afbeeldingen zijn respectievelijk een luchtfoto en een straatbeeld van de huidige situatie opgenomen. De beoogde locatie is rood omlijnd. Opgemerkt wordt dat de mantelzorgunit zal komen te verdwijnen.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot | PAGINA 10
Afbeelding 2.1: Luchtfoto locatie Stobbenhaarweg 7, Radewijk (Bron: Provincie Overijssel)
Afbeelding 2.2: Straatweergave locatie Stobbenhaarweg 7, Radewijk (Bron: Google Maps) 2.2.1.3 Gewenste situatie Het beoogde plan gaat uit van enerzijds de realisatie van twee compensatiewoningen met vrijstaande bijgebouwen en anderzijds het splitsen van de boerderijwoning in drie woningen. Dit is mogelijk aangezien het gaat om een boerderij met een inhoud van meer dan 1.500 m3. Bij één van deze woningen wordt een nieuw bijgebouw gerealiseerd. De bestaande landschapsontsierende bebouwing (alle gebouwen met uitzondering van de boerderijwoning) worden gesloopt en de overtollige erfverharding wordt gesaneerd. De kuilvoerplaten worden gesaneerd, evenals een ondergrondse mestput. Het gehele erf wordt landschappelijk ingepast. Hier wordt in de volgende subparagraaf op ingegaan. Allereerst is hierna in afbeelding 2.4 de te slopen bebouwing weergegeven. Het gaat om een totale sloop van circa 1.329 m2 aan bebouwing, waarbij de te saneren mestput voor de helft mag worden meeberekend.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot | PAGINA 11
Afbeelding 2.3: Sloopopgave Stobbenhaarweg 7 (Bron: De Erfontwikkelaar) 2.2.1.4 Ruimtelijke en landschappelijke inpassing Voor het geheel is door De Erfontwikkelaar een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. Hierna is een uitsnede van het plan opgenomen. Vervolgens wordt het plan toegelicht.
Afbeelding 2.4: Uitsnede ruimtelijk kwaliteitsplan (Bron: De Erfontwikkelaar) Het erf aan de Stobbenhaarweg 7 is momenteel landschappelijk aan de noord-west zijde goed ingepast. De zuid-westzijde is veel opener. Hiermee vallen de verschillende landschapsontsierende stallen vanuit de omgeving op. Met de sloop van deze stallen kunnen er ter compensatie twee woningen ten zuid-oosten van het bestaande erf worden gerealiseerd. Een belangrijke ruimtelijke voorwaarde is dat dit erf zich als eenheid in het bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot | PAGINA 12
landschap moet blijven presenteren. Dat wordt deels bereikt door geen harde grenzen op het erf te maken in de vorm van hoge hagen/schuttingen of andere bouwkundige elementen. Middels een afgewogen positionering van de compensatiewoningen blijft het ensemble behouden maar krijgt iedere wooneenheid wel een eigen plek op het erf. De compensatiewoningen moeten passen in het landschap en wordt getoets aan de Welstandsnota. Opvallende kleuren zijn vanuit het landschap niet wenselijk. Materialen die mooi verouderen en passen in het landschap moeten worden toegepast. Groenstructuur en inrichting erf: Vanuit de landschapsidentiteitskaarten is het gewenst om in het besloten heideontginningslandschap de uniformiteit in richtingen te versterken en te herstellen. Dit wordt bereikt door de bebouwing een gelijke orientatie te geven en middels het toevoegen van structuurbepalend groen als bomen, hagen het erf landschappelijk in te passen. De erven langs de Stobbenhaarweg komen sterk overeen met de omschreven karakteristiek. Met name langs dit deel van de Stobbenhaarweg kent het een uitgelijnde bebouwing met half open erfensembles, al dan niet voorzien van enkele grote bomen en gesloten bosjes of singels. Richting de weg zijn de tuinen open en er is zicht op de bebouwing.
De erven in het besloten heideontginningslandschap kennen een duidelijke cluster waarbij de verhouding groen en stenen in balans is. Om enige privacy te behouden zullen op het erf hagen aangeplant worden. Hiermee worden de compensatiekavels op een natuurlijke wijze afgeschermd en neemt het groen toe. Daarnaast wordt er naast de inrit een bomenrij aangeplant. Tevens wordt er een boomgaard voorzien. Hierdoor blijft de gewenste eenheid op het erf gewaarborgd. De gebouwen op de erven worden in de omgeving deels zichtbaar. Dit is een kwaliteit van het landschap. De erven kennen geen harde begrenzing, er is daarom gekozen enkel daar hagen toe te passen waar enige beschutting wenselijk is. Op het erf komen solitaire bomen als Hollandse linde, Walnoot en Tamme Kastanje. Deze bomen komen van oorsprong op het erf voor. De keuze voor de verharding moet in afstemming gemaakt worden met de materialisering van de architectuur. Verharding moet in een gedekte kleurstelling sober toegepast worden. Dit in afstemming met de kleurstelling van de gevels en overige materialisering van het woonhuis en de overige gebouwen. 2.2.1.5 Beeldkwaliteit Op de inrichtingstekening worden structuren duidelijk. In hoofdlijnen staan wegen, groen en kavelgrenzen vast. De compensatiewoningen zullen afzonderlijk van de Welstandsnota getoetst worden aan het beeldkwaliteitsplan.
Hiermee is de hierarchie tussen de bebouwing, dat een essentieëel onderdeel van de beeldkwaliteit is, geborgd. Binnen het kader is er voldoende ruimte om een eigen ontwerp van de schuurwoning te ontwikkelen. Om de eenheid in het gebied te bewaken zijn er wel randvoorwaarden opgesteld voor vormgeving, materialisatie, en beplanting. De grootte van de schuurwoning is maximaal 750 m3. Middels een binnenplanse afwijking is eventueel een woning van maximaal 1.000 m3 mogelijk. Dit beeldkwaliteitsplan vormt na vaststelling het toetsingskader voor een bouwplan van de compensatiewoningen met een architectuurstijl passend bij het erf. De volgende beeldkwaliteitseisen worden gesteld: Vorm: bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot | PAGINA 13
De woning heeft een eenvoudige en duidelijk herkenbare hoofdvorm en een rechthoekig grondvlak; het dak dient te bestaan uit een zadeldak met een helling van 35-50 graden; de nokrichting in de lengte van het gebouw. Detaillering en materiaalgebruik: De detaillering van de compensatiewoning dient sober te zijn, duidelijk soberder dan die van de boerderijen en landelijke woningen die in de nabije omgeving staan; de dakgoot is subtiel vormgegeven, bijvoorbeeld door een mastgoot. Het vormt een geïntegreerd onderdeel van de hele dakconstructie, geen goot is ook mogelijk; de materialen zijn niet glimmend en passen qua oppervlakte en structuur goed in de omgeving eenduidig materiaalgebruik zoals bakstenen, rabatdelen/gepotdekseld hout en keiwerk.
in alle gevels van de compensatiewoning worden dezelfde hierboven omschreven materialen gebruikt; Vernieuwende architectuur: Het wordt aangemoedigd dat de architectuur op een vernieuwende manier omgaat met de criteria, zolang deze recht doet aan een beeldbepalend dakvlak en een rustige uitstraling; de compensatiewoning heeft een langwerpige hoofdvorm, de kap bestaat uit een zadeldak; de kap kan twee ongelijke kanten bevatten (verschil in goothoogte/dakhelling); de gevels naar de erfzijde en openbare weg zijn zo veel mogelijk gesloten; er mag af worden geweken van de kenmerkende symmetrie van stalgebouwen indien de hoofdvorm eenduidig blijft; de dakbedekking bestaat uit een pannendak, niet glimmend plaatmateriaal of een vegetatiedak; het dak kan voorzien zijn van (grote) dakramen en lichtstraten; gevels kunnen geheel van glas zijn of (deels) grote raampartijen/stroken hebben; de compositie van de gevels en het dak is sober in opzet en heeft een robuuste uitstraling; het kleurgebruik is gedekt (natuurlijke tinten, geen felle kleuren). 2.2.2
Fransenweg 1, Schuinesloot
2.2.2.1 Landschappelijke kenmerken Het plangebied ligt ten noorden van Schuinesloot in het open veenontginnningslandschap. Dit betreft een rationeel open landschap met rechte verkavelingen en veel openheid. Kenmerkend voor de erven in deze gebieden zijn de rechtlijninge opbouw in het lint. Daarbij staan woningen richting de weg met daarachter in de richting van de verkaveling de opstallen. Perceelrgrensbeplanting kom in relicten nog voor in het gebied. Met name op erven zijn erfbosjes en houtsingels aangeplant om de wind te luwen. 2.2.2.2 Algemeen De locatie aan de Fransenweg 1 ligt in het buitengebied van Schuinesloot. De locatie ligt in een voornamelijk agrarische omgeving. Ook komen er enkele bospercelen voor. Er liggen verspreid agrarische bedrijven en enkele woonpercelen. In de volgende afbeeldingen is een luchtfoto en een straatbeeld van de huidige situatie opgenomen.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot | PAGINA 14
Afbeelding 2.5: Luchtfoto locatie Fransenweg 1, Schuinesloot (Bron: Provincie Overijssel)
Afbeelding 2.6: Straatbeeld huidige situatie (Bron: Google Streetview)
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot | PAGINA 15
2.2.2.3 Gewenste situatie Zoals al eerder aangegeven is het wenselijk ter plaatse van de Fransenweg 1 twee schuren, met een totale oppervlakte van 1.495 m2, te slopen. Het betreffen voormalige kippenstallen, die leegstaan en komen te vervallen. Een andere schuur (oppervlakte circa 360 m2) wil men behouden en gebruiken ten behoeve van woondoeleinden. Het gaat om een vrij nieuwe schuur met een passende uitstraling (donkere kleurstelling) en goede landschappelijke inpassing. Gezien het gebied in een open veenontginningslandschap ligt, waar grotere volumes meer voorkomen (onder andere aan de overzijde van de weg), wordt dit als passend beschouwd. In afbeelding 2.6 is deze schuur op de voorgrond weergegeven. In afbeelding 2.7 is de beoogde sloop weergegeven. In afbeelding 2.8 is de gewenste situatie visueel weergegeven. De landschappelijke inpassing bestaat uit het rooien van berken en herinrichten met gras, de aanplant van een houtsingel en het bebouden van de overige beplantingen. Deze landschappelijke inpassing wordt als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels.
Afbeelding 2.7: Uitsnede te slopen bebouwing (Bron: De Erfontwikkelaar
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot | PAGINA 16
Afbeelding 2.8: Uitsnede ruimtelijk kwaliteitsplan (Bron: De Erfontwikkelaar) In de nieuwe situatie wordt het erf voorzien van een woonbestemming, waarin beide woningen een reguliere woonbestemming krijgen.
2.3
Verkeer en parkeren
2.3.1
Algemeen
Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de mogelijke extra verkeersgeneratie en parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiervoor kunnen berekeningen worden uitgevoerd. Hierna wordt ingegaan op de verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte. 2.3.2
Verkeersgeneratie
Met dit initiatief worden op de slooplocaties schuren gesloopt. De reeds aanwezige woonbestemming blijft ter plaatse gelden. Er zal dan ook geen sprake zijn van een toe- of afname van verkeersgeneratie. Het erf is reeds op een veilige wijze ontsloten en beide wegen zijn reeds van voldoende omvang om de verkeersgeneratie van deze erven eenvoudig te kunnen verwerken. Aan de Stobbenhaarweg 7 worden twee vrijstaande woningen gebouwd en worden twee extra woningen in de bestaande boerderij gerealiseerd (in totaal dus drie woningen): Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: ligging in het buitengebied; weinig stedelijke gemeente (gemeente Hardenberg); koop, vrijstaand en koop, tussen/hoek Voor de vrijstaande woningen geldt op basis van bovenstaande uitgangspunten, op basis van de CROW, een extra verkeersgeneratie van 8,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Dat maakt in totaal 16,4 verkeersbewegingen. bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot | PAGINA 17
Voor de woningen in de bestaande boerderij (het best te vergelijken met tussen/hoek) geldt een verkeersgeneratie van 7,4 verkeersbewegingen per woning. Dat maakt in totaal 22,2 verkeersbewegingen. In totaal maakt dit een verkeersgeneratie van 16,4 + 22,2 = 38,6 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De Stobbenhaarweg is van voldoende omvang om deze extra verkeersgeneratie afdoende te kunnen afwikkelen. De woningen worden via de bestaande in- en uitrit ontsloten op de Stobbenhaarweg, evenals de te splitsen boerderijwoning. Dit is reeds een verkeersveilige ontsluiting. Bovendien is er sprake van het vervallen van de agrarische verkeersbewegingen. Per saldo zal er dan ook sprake zijn van een afname aan verkeersbewegingen. 2.3.3
Parkeren
Voor wat betreft het aspect parkeren geldt dat er op eigen erf voldoende ruimte is om te voorzien in de benodigde parkeerbehoefte van 1,8 (tussen/hoek) en 2,2 (vrijstaand) parkeerplaatsen per woning. De uitsnede van het ruimtelijk kwaliteitsplan zoals opgenomen in voorgaande afbeelding (afbeelding 2.4) bevestigt dit. 2.3.4
Conclusie
Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkelingen.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot | PAGINA 18
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. 3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot | PAGINA 19
duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen.
Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties 3.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Ten tijde van de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'.
In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.2
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid
De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de omgevingsvisie. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot | PAGINA 20
gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op het realiseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van respectievelijk 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien per saldo sprake is van een toevoeging van vier woningen. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 3.2
Provinciaal beleid
In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de Omgevingsvisie Overijssel 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel vastgesteld. 3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. 3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot | PAGINA 21
mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 3.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.
Afbeelding 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 3.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 3.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.
De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot | PAGINA 22
afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 3.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.
Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 3.2.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 3.2.3.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), artikel 2.1.6 lid 1 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) en artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen). Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 1.
Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt. dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. 2. Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 Door deze ontwikkeling, neemt de hoeveelheid landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied af en worden ter compensatie twee vrijstaande woningen gebouwd. De locatie van de woningen is zorgvuldig gekozen op het voormalige agrarische erf. De woningen bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot | PAGINA 23
worden op een bestaand erf gebouwd, die als geheel landschappelijk ingepast wordt. Ook de slooplocatie wordt landschappelijk ingepast. Eén en ander is zorgvuldig afgewogen op basis van het gemeentelijke beleid 'Erven met kwaliteit'. Per saldo is daarnaast geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden op de groene omgeving, maar juist een afname. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met het gestelde in artikel 2.1.3. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 4.
In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Artikel 2.1.6: Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (KGO) (lid 1) Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5. – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikelen 2.1.5 en 2.1.6 lid 1 Zoals in deze paragraaf blijkt voldoet de ontwikkeling aan de OF- WAAR- en HOEbenadering. Tevens is de ontwikkeling in overeenstemming met het ontwikkelingsperspectief en de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel. Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving (buitengebied) van de gemeente Hardenberg.
Deze meerwaarde vertaalt zich in: Sloop van circa 2.824 m2 aan extra landschapsontsierende bebouwing aan Fransenweg 1 te Schuinesloot en de Stobbenhaarweg 7 te Radewijk (waarvan 2.000 m2 in het kader van dit plan); Sanering van alle aanwezige asbest en overtollige erfverharding/kuilvoerplaten; Het landschappelijk inpassen van alle locaties; Hiermee wordt voldaan aan het beleid van de Provincie Overijssel met betrekking tot de KGO. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen (lid 1) Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van twee vrijstaande woningen in het kader van Rood voor Rood en de splitsing van een bestaande woning in drie woningen. In totaal bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot | PAGINA 24
gaat het hiermee om vier nieuwe woningen. De woningen voldoen aan de kwalitatieve behoefte in de markt en worden gebouwd voor de lokale behoefte. Op basis van de gemeentelijke woonvisie (zie ook paragraaf 3.3.5) blijkt dat er met name behoefte is aan vrijstaande woningen en twee-onder-één kap woningen. Daar wordt op ingespeeld. Voor de woningen zijn reeds concrete kopers, waarmee dit is aangetoond. De ontwikkeling is dan ook in overeenstemming te achten met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Bij de overige afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' zijn er verder geen aspecten die bijzondere aandacht verdienen. 3.2.3.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Ten aanzien van de ontwikkelingsperspectieven wordt uitsluitend de locatie aan de Stobbenhaarweg 7 getoetst. Op de andere locatie is immers enkel sprake van sloop. Er is enkel sprake van planologische wijzigingen van bestaande gebouwen. Het is daarom niet relevant om deze locaties te toetsen. Er wordt gesteld dat het slopen van ontsierende bebouwing ten alle tijde passend is binnen de ontwikkelingsperspectieven. De locatie aan de Stobbenhaarweg 7 ligt in het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. Hierna is dit weergegeven.
Afbeelding 3.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) "Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap" Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief Het karakter van het gebied, met een mix van meerdere functies, maakt dat een nuancering ten aanzien van het ontwikkelingsperspectief nodig is. Het gebied is dan ook niet alleen geschikt voor agrarische functies, maar ook voor woningen. Dit is inherent aan bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot | PAGINA 25
het veranderende platteland, waar er sprake is van schaalvergroting en andere agrarische bedrijven die stoppen. Bovendien is er in dit geval geen sprake van aantasting van de gebruiksmogelijkheden van omliggende agrarische bedrijven. In paragraaf 4.5 en 4.6 wordt hier nader op ingegaan. De nieuwe woningen worden adequaat in het bestaande landschap ingepast. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de ter plekke geldende ontwikkelingsperspectieven 3.2.3.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het plangebied geen relevante specifieke eigenschappen voor deze laag geldt. Ook in dit geval wordt uitsluitend op de locatie aan de Stobbenhaarweg 7 ingegaan, aangezien enkel daar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt. 1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel.
Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. De locatie aan de Stobbenhaarweg 7 wordt op basis van de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'dekzandvlakte en ruggen'. Op onderstaande afbeelding is dit weergegeven.
Afbeelding 3.3: Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) “Dekzandvlakte en ruggen” De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot | PAGINA 26
Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De gronden in het plangebied zijn in agrarisch gebruik. De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig. Ter plaatse van de kavel wordt middels een ruimtelijk kwaliteitsplan ingespeeld op de daar voorkomende gebiedskenmerken. Het erf zelf wordt landschappelijk ingericht conform de hier geldende gebiedskenmerken. In paragraaf 2.2.1.4 en Bijlage 1 wordt hier nadrukkelijk op ingegaan. 2. De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' In de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd.
De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. De locatie ligt binnen de gebiedstypen 'Oude hoevenlandschap' en 'Maten en flierenlandschap'. In afbeelding 3.4 is dat aangegeven.
Afbeelding 3.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel) “Oude hoevenlandschap” Het Oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot | PAGINA 27
dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. "Maten en flierenlandschap" Laaggelegen kleinschalig landschap dat zich langs de beken, in de natuurlijke laagten heeft ontwikkeld. Langs de ontwateringssloten haaks op de beek werd vaak hakhout aangeplant. Dit diende tevens als perceelsafscheiding – daar, waar de ontwateringssloot niet altijd watervoerend – was in geval van beweiding. Rond de beek ontstond een lineair landschap, met daaromheen in de natte laagtes een matenlandschap. Kleinschalig landschap langs beken en in laagten met veel variatie in ruimtelijke opbouw: de open ruimte van de watergang, de coulissen van hakhoutstruweel, de open kamers van de hooien weilanden, met hier en daar een broekbos op de nattere plekken. Vloeivelden maakten onderdeel uit van het bemestingssysteem.
Het Maten- en Flierenlandschap is veelal de contramal van het essenlandschap en het oude hoevenlandschap en was daar functioneel aan verbonden. Als ontwikkelingen plaats vinden in of nabij het Maten en Flierenlandschap, dan dragen deze bij aan versterking van het historische lineaire landschap met open 'kamers' en coulissen, aan accentuering van de overgang naar hogere gronden, de toegankelijkheid, de beleefbaarheid en het vasthouden van water. Inrichting van nog gave delen richt zich op het behouden van de cultuurhistorische waarden. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Door de inpassing van de beide woningen op het vernieuwde erf met streekeigen beplanting, worden de kenmerken van het oorspronkelijke landschap van de verschillende landschapstypen versterkt. Dit gebeurt door het erf in te richten met nieuwe, gebiedseigen beplanting en het realiseren van een gebiedseigen woning (schuurwoning) met bijgebouw. Daarmee is de ontwikkeling in overeenstemming met het gestelde in de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”. 3. De “Laag van de beleving” In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar.
Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. De verblijfsrecreatiecomplexen, de attracties, de routes voor wandelen, fietsen en varen zijn een belangrijke economische factor geworden met een vergelijkbaar aandeel in de economie als de agrarische sector. Dit alles verandert het aanzien, de gewenste gebruiksmogelijkheden en betekenis van het buitengebied. Aan het 'belevingslandschap' ontleent Overijssel zijn tijdsdiepte, maar ook zijn aantrekkingskracht. Steeds vaker worden de kwaliteiten uit het verleden ingezet in plannen door daar met nieuwe kwaliteiten, gebruiks- en verschijningsvormen op voort te bouwen. Belangrijk in deze laag is het oude en nieuwe 'erfgoed' van de provincie.
De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van de beleving' aangeduid met 'Donkerte'. In afbeelding 3.5 wordt dit weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot | PAGINA 28
Afbeelding 3.5: Laag van de beleving (Bron: Provincie Overijssel) “Donkerte” Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de 'buitengebieden' van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden.
Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van de beleving' Ten eerste wordt gesteld dat lichtuitstraling inherent is aan de woonfunctie. Er is echter geen sprake van een onevenredige toename een (kunst)licht in het buitengebied. Onnodige verlichting wordt zoveel mogelijk voorkomen. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de “Laag van de beleving”. 3.2.4
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stobbenhaarweg 7 Radewijk en Fransenweg 1 Schuinesloot | PAGINA 29
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Landstad Hardenberg
3.3.1.1 Algemeen Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een eigen omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. Deze omgevingsvisie is samengesteld met participatie van vele stakeholders uit allerlei sectoren. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. Hierin is de functie voor de hele regio verder uitgebouwd. De rode draad in de gemeente is als volgt: De gemeente en samenleving zijn verbonden. De Hardenbergers hebben altijd de blik naar buiten. Ze zien voortdurend kansen. Door een goede samenwerking tussen inwoners, overheid en bedrijfsleven benutten we de kansen die zich voordoen. De gemeente speelt in op toekomstige veranderingen, veert mee, verbindt en investeert waar nodig. De kernen zijn onderling sterk verbonden. Platteland en stad raken steeds meer verweven. De gemeente combineert de kracht van het platteland met een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Voor een grensgemeente is dat een unieke prestatie. De gemeente zoekt de regionale verbinding. Hardenberg is onderdeel van de regio Zwolle. Daarnaast zijn er sterke verbindingen met Twente en Drenthe. 3.3.1.2 Ambitie Hardenberg staat voor grote uitdagingen. Een groeiende bevolking en economie zijn voor een grensregio niet vanzelfsprekend. Integendeel.