Toelichting, regels en bijlagen bestemmingsplan 'Balkbrug, Achterweg 15'
Tekst van het document
In de bestaande bebouwing is nu sprake van een bedrijfswoning welke daarmee bescherming geniet. Deze bebouwing gaat enkel gebruikt worden voor reguliere bewoning, de bebouwing zelf zal niet dichter bij de groothandel komen te liggen. Het bedrijf zal zich moeten houden aan de voorschriften in de omgevingsvergunning, waardoor gesteld wordt dat het reeds aanvaardbaar is. Ook bleek uit paragraaf 5.4 al dat de risicobron van dit bedrijf, namelijk een opslagtank voor propaangas, op voldoende afstand van het plangebied is gelegen. Wat betreft de agrarische bedrijven in de omgeving geldt dat op basis van het bestemmingsplan binnen de bouwvlakken zowel grondgebonden als (bestaande) intensieve veehouderijen zijn toegestaan. Intensieve veehouderijen hebben de hoogste milieucategorie van de diverse typen agrarische bedrijvigheid. Een intensieve veehouderij heeft een milieucategorie van maximaal 4.1 (bijvoorbeeld het fokken en houden van varkens). Wanneer het aspect 'geur' buiten beschouwing wordt gelaten, geldt een grootste richtafstand van 30 danwel 50 meter voor het aspect geluid. Voor grondgebonden geldt een grootste afstand van 30 meter voor het aspect 'geluid'. Het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf betreft een varkens fokkerij en opfokbedrijf, gelegen aan de 3e Schansweg nummer 4, op een afstand van circa 400 meter. Hiermee wordt
bestemmingsplan Balkbrug, Achterw eg 15 | PAGINA 29
voldaan aan de richtafstanden. De ontwikkeling zorgt niet voor extra belemmeringen voor omliggende milieubelastende functies. Andersom bestaat binnen het plangebied om dezelfde reden voldoende garantie voor een goed woon- en leefklimaat. 5.5.4
Conclusie
Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. 5.6
Geur
5.6.1
Wet geurhinder en veehouderij
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningsplichtige veehouderijen, als het gaat om geurhinder. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven is het beoordelingskader voor geurhinder opgenomen in het Activiteitenbesluit. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, buiten een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 2 odeur units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 8 odeur units per kubieke meter lucht.
Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven gelden tevens vaste afstandseisen. Deze eisen zijn gebaseerd op en komen overeen met de vaste afstanden zoals opgenomen in de Wgv. Op grond van het bepaalde in artikel 1 van de Wgv is een geurgevoelig object als volgt gedefinieerd: gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijk bare wijze van gebruik, wordt gebruikt. 5.6.2
Activiteitenbesluit
Vanaf 1 januari 2013 is het Activiteitbesluit ook van toepassing op agrarische activiteiten. Het Besluit landbouw milieubeheer is tegelijkertijd komen te vervallen. Agrarische bedrijven hebben geen vergunning meer nodig als al hun activiteiten onder de reikwijdte van het Activiteitenbesluit vallen. Dit zijn type B-bedrijven, zoals veehouderijen, kinderboerderijen (en andere bedrijven die kleinschalig dieren houden), glastuinbouwbedrijven, bedrijven met teelt in gebouwen, bedrijven met open teelt, agrarische loonwerkers en losse opslagen (bijvoorbeeld mest). Voor geurhinder is in het Activiteitenbesluit een soortgelijk beoordelingskader opgenomen als in de Wetgeurhinder en veehouderij (Wgv). Zo gelden binnen en buiten de bebouwde kom dezelfde normen als in de Wgv. Ook de geurbelasting wordt bepaald volgens het bepaalde in de Wgv. Hetzelfde geldt voor het meten van de afstanden.
bestemmingsplan Balkbrug, Achterw eg 15 | PAGINA 30
5.6.3
Verordening geurhinder veehouderij Hardenberg
De Wgv maakt het voor gemeenten mogelijk om gebiedsgericht geurbeleid op te stellen. Daarmee krijgt de gemeente een instrument om de ontwikkeling van (grootschalige) veehouderijen te sturen. Gemeenten mogen bij verordening van de normen van de Wgv afwijken (artikel 6 Wgv), binnen bepaalde grenzen. Het hanteren van afwijkende normen moet worden onderbouwd vanuit een ruimtelijke visie op de ontwikkeling van het gebied, de zogenaamde "gebiedsvisie". De gemeente Hardenberg heeft een dergelijke 'geurverordening' opgesteld en gebiedsgericht geurbeleid ontwikkeld. In deze geurverordening zijn de wettelijke geurnormen (odeur) en afstanden aangepast. De geurafstand van een bestaande veehouderij tot de gevel van een geurgevoelig object moet minimaal 25 meter bedragen. Bij nieuwe stallen geldt de minimale afstand van 50 meter. 5.6.4
Situatie plangebied
Allereerst wordt gesteld dat de bestaande bedrijfswoning reeds beschermd is en reeds geurgevoelig is. De planologische omzetting naar een reguliere woning verandert daar niets aan. Omliggende veehouderijen worden dan ook in geen geval beperkt in hun bedrijfsvoering, temeer omdat ook in alle gevallen geldt dat er reeds woningen op een kortere afstand vanaf deze bedrijven liggen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wenst de gemeente Hardenberg echter wel inzicht in het woon- en leefklimaat met betrekking tot het aspect geur. Het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf betreft een varkensfokkerij en opfokbedrijf, gelegen aan de 3e Schansweg nummer 4, op een afstand van circa 400 meter. Gezien de relatief grote afstand (circa 400 m) en vorenstaande wordt ter plaatse van het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat verwacht. 5.6.5
Conclusie
Het aspect geur vormt geen belemmering voor dit plan. 5.7
Ecologie
5.7.1
Algemeen
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Natuurbeschermingswet en het Nederlands Natuurnetwerk. Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 5.7.2
Gebiedsbescherming
5.7.2.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermd. Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Vecht- en Beneden-Reggegebied' bevindt zich op 9,4 kilometer afstand van het plangebied. Gezien de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is geen sprake van directe negatieve effecten op Natura 2000-gebied (bijvoorbeeld licht- en geluidhinder). Een ontwikkeling kan echter ook indirecte negatieve effecten hebben, door bijvoorbeeld een onevenredige toename in stikstofdepositie. Ondanks de ruime onderlinge afstand tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied dient het effect van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden in ogenschouw genomen te worden. Het is hierbij van belang om op te merken dat het slechts een planologische wijziging van
bestemmingsplan Balkbrug, Achterw eg 15 | PAGINA 31
een bedrijfsbestemming naar een woonbestemming betreft. Er zal daarbij geen bebouwing worden gesloopt of nieuwe bebouwing worden opgericht. Er zal door het vervallen van de bedrijfsbestemming tevens sprake zijn van een (planologische) afname in verkeersbewegingen, hetgeen een positief gevolg is van deze ontwikkeling wat betreft het aspect stikstofdepositie. Al met al wordt geconcludeerd dat gezien de afstand tot Natura 2000-gebieden en de aard en omvang van de ontwikkeling ten opzichte van de huidige situatie, geen sprake is van negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. 5.7.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een van de pijlers van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN dient te worden voorzien van een passende bestemming. Het NNN heeft geen schaduwwerking. In het plangebied liggen geen gebieden die aangewezen zijn als NNN. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het NNN. Het dichtstbijzijnde onderdeel van natuur dat onderdeel uitmaakt van het NNN bevindt zich op circa 400 meter afstand. Bovendien voorziet dit plan niet in fysieke ingrepen. Er is dan ook geen sprake van aantasting van het NNN. 5.7.3
Soortenbescherming
5.7.3.1 Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige beschermde soorten. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. 5.7.3.2 Situatie plangebied In voorliggend geval betreft het een functiewijziging, die uitsluitend planologisch van aard is. Er worden geen gebouwen gesloopt of nieuwe bebouwing gerealiseerd. Tevens worden geen landschapselementen verwijderd of sloten gedempt. Nader onderzoek naar de flora en fauna is niet noodzakelijk. Opgemerkt wordt dat te allen tijde rekening wordt gehouden met de zorgplichtbepaling uit de Wet natuurbescherming. 5.7.4
Conclusie
Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 5.8
Archeologie & cultuurhistorie
5.8.1
Archeologie
5.8.1.1 Algemeen Op grond van de Erfgoedwet dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische waarden. In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 5.8.1.2 Situatie plangebied Het plan voorziet niet in ingrepen in de bodem. Negatieve effecten ten aanzien van archeologie kunnen daarom op voorhand worden uitgesloten.
bestemmingsplan Balkbrug, Achterw eg 15 | PAGINA 32
5.8.2
Cultuurhistorie
5.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden verstaan die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rek ening is gehouden” dient te bevatten. 5.8.2.2 Situatie plangebied Er bevinden zich in het plangebied zelf geen rijks- dan wel gemeentelijke monumenten. In het plangebied of in de directe nabijheid van het plangebied is er geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt met betrekking tot voorliggend plan. 5.8.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat er geen archeologisch onderzoek benodigd is en er geen sprake is van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden. 5.9
Besluit milieueffectrapportage
5.9.1
Algemeen
De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of bestemmingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan.
Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag moet beoordelen of een milieueffectrapport moet worden gemaakt als sprake is van een activiteit in kolom 1 van de D-lijst, ongeacht of sprake is van een geval in kolom 2.
bestemmingsplan Balkbrug, Achterw eg 15 | PAGINA 33
5.9.2
Beoordeling
5.9.2.1 Artikel 2.8 lid 1 van de Wet natuurbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op circa 9,4 kilometer afstand van het plangebied. Gezien de aard en omvang van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling (een functiewijziging) in relatie tot de ruime afstand tot Natura 2000-gebied wordt geconcludeerd dat geen sprake zal zijn van een aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura-2000 gebied. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 van de Wet natuurbescherming is in het kader van het voornemen dan ook niet noodzakelijk. Daarom is geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. 5.9.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. Het bestemmingsplan is m.e.r.-(beoordelings)plichtig indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C en D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet direct m.e.r.-plichtig. Op basis van onderdeel D kan de in dit plan besloten ontwikkeling worden aangemerkt als: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' (onderdeel D 11.2 besluit m.e.r.).
De ontwikkeling in dit bestemmingsplan is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien de volgende drempelwaarden worden overschreden: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag om er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Uit jurisprudentie (ABRvS 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2414) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een functieverandering van een bedrijfswoning naar een reguliere woning.
Het gaat om een (zeer) kleinschalige ontwikkeling waarbij eveneens het aantal verkeersbewegingen afneemt. Verder is, voor zover in dit kader relevant, sprake van een nieuwe functie die niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen. Gelet op het vorenstaande en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.. Eén en ander is tevens bevestigd in de in dit hoofdstuk opgenomen milieu- en omgevingsaspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken. 5.9.3
Conclusie
Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan Balkbrug, Achterw eg 15 | PAGINA 34
5.10
Verkeer en parkeren
5.10.1 Algemeen Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie die ontstaan door een nieuwe ontwikkeling. 5.10.2 Situatie plangebied In voorliggend geval wordt een bedrijfsperceel gewijzigd naar een woonbestemming. Aangezien het aantal woningen niet toeneemt, is er geen sprake van een toename van het aantal verkeersbewegingen. De voorgenomen ontwikkeling heeft juist een positieve invloed op de bestaande verkeerssituatie, aangezien een bedrijfsperceel een hoger aantal verkeersbewegingen met zich mee brengt dan een woonperceel. De ontsluiting op het erf wijzigt niet en blijft via de bestaande in- en uitrit plaatsvinden. Op het erf is voldoende parkeerruimte aanwezig om op eigen terrein in parkeerbehoefte te kunnen voorzien. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen voorliggend plan.
bestemmingsplan Balkbrug, Achterw eg 15 | PAGINA 35
Hoofdstuk 6
Wateraspecten
6.1
Vigerend beleid
6.1.1
Europees beleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2
Rijksbeleid
Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2022-2027. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Het Nationaal Water Programma 2022–2027 geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. 6.1.3
Provinciaal beleid
In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 6.1.4
Waterschap Vechtstromen
Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het algemeen bestuur van waterschap Vechtstromen heeft in de vergadering van 15 december 2021 het 'Waterbeheerplan 2022-2027 vastgesteld. In het Waterbeheerplan is aangegeven hoe het waterschap zijn taken de komende jaren (2022-2027) wil uitvoeren. In het plan zijn doelen en maatregelen gesteld voor de thema's waterveiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op: Voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte; Beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en Het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem; Het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties. Het waterbeheerprogramma volgt inhoudelijk op de Watervisie 2050, die op 14 april 2021 door het algemeen bestuur is vastgesteld. Het waterbeheerprogramma beschrijft welke
bestemmingsplan Balkbrug, Achterw eg 15 | PAGINA 36
maatregelen Vechtstromen wil nemen in de planperiode 2022-2027 om te werken aan de ambities uit de Watervisie. Daarbij kan gaan om zowel nieuw beleid als staand beleid en maatregelen. Voor het nieuwe beleid, dat nog niet is vastgesteld door dagelijks en/of algemeen bestuur en waarbij het participatieproces nog niet voltooid is, heeft het waterbeheerprogramma een agenderende functie. Dit betekent dat invulling van de inhoud van dit nieuwe beleid buiten de scope van het waterbeheerprogramma ligt. 6.2
Waterparagraaf
6.2.1
Algemeen
Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2
Watertoetsprocedure
In dit geval gaat het puur om een functiewijziging, waarbij geen sprake is van fysieke ingrepen. Uit de watertoets is gebleken dat er geen sprake is van een waterschapsbelang.
bestemmingsplan Balkbrug, Achterw eg 15 | PAGINA 37
Hoofdstuk 7 7.1
Juridische aspecten en planverantwoording
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is. 7.2
Opzet van de regels
7.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hieronder wordt kort beschreven wat in deze vier hoofdstukken geregeld wordt. 7.2.2
Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Om op een eenduidig manier afstanden, oppervlaktes en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. 7.2.3
Bestemmingsregels
Dit hoofdstuk (Hoofdstuk 2) bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen, zoals weergegeven op de verbeelding van dit bestemmingsplan. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte etc.); Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de
bestemmingsplan Balkbrug, Achterw eg 15 | PAGINA 38
aangegeven bouwregels. Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn; Afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemming; 7.2.4
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat algemene regels: Artikel 4 Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de beoordeling van bouwplannen. Artikel 5 Algemene afwijkingsregels In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Artikel 6 Algemene wijzigingsregels In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels geven de bevoegdheden van Burgemeester en wethouders weer om het plan op ondergeschikte punten te wijzigen. Artikel 7 Overige regels In dit artikel zijn bepalingen ten aanzien van de werking wettelijke regelingen, afstemming welstandstoets, uitsluiting seksinrichting, afstemming APV en evenementen en parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden. 7.2.5
Overgangs- en slotregels
In Hoofdstuk 4 staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd. 7.3
Verantwoording van de regels
7.3.1
Bestemmingen
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. Artikel 3 Woongebied - 1 Het voormalige bedrijfsperceel aan de Achterweg 15 is bestemd als 'Woongebied - 1'. Hiermee wordt het regulier bewonen van de bestaande bedrijfswoning mogelijk gemaakt. Gronden met de 'Woongebied - 1' zijn bedoeld voor het wonen en aan huis gebonden beroepen, met daarbij behorende verkeer en verblijf, openbare nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en water. De bouwregels voor de woning gaan voornamelijk uit van de bestaande goot- en bouwhoogte, bebouwingspercentage en afstanden tot de zijdelingse perceelsgrens.
bestemmingsplan Balkbrug, Achterw eg 15 | PAGINA 39
Hoofdstuk 8
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten zijn beperkt tot de ambtelijke kosten, welke worden verhaald middels de gemeentelijke legesverordening. Eventuele planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12 Wro geen exploitatieplan nodig.
bestemmingsplan Balkbrug, Achterw eg 15 | PAGINA 40
Hoofdstuk 9 9.1
Vooroverleg
Vooroverleg
Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. 9.1.1
Het Rijk
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2
Provincie Overijssel
In het kader van het vooroverleg is het voorliggend plan naar de provincie toegezonden. De provincie heeft geen bezwaren kenbaar gemaakt. 9.1.3
Waterschap Vechtstromen
In het kader van de watertoets heeft er een digitale watertoets plaatsgevonden via de website www.dewatertoets.nl. De uitkomsten van deze watertoets hebben geleid tot de conclusie dat er geen waterschapsbelang is. Nadere afstemming met het waterschap wordt niet nodig geacht. 9.2
Inspraak
Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In het voorliggende geval is geen voorontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegd door het college van Burgemeester en Wethouders. 9.3
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van donderdag 30 november 2023 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. In deze periode zijn geen zienswijzen op het plan binnengekomen. Het plan wordt ongewijzigd vastgesteld.
bestemmingsplan Balkbrug, Achterw eg 15 | PAGINA 41
bestemmingsplan Balkbrug, Achterw eg 15 | PAGINA 42
Bijlagen toelichting
bestemmingsplan Balkbrug, Achterw eg 15 | PAGINA 43
Bijlage 1
Akoestisch onderzoek
bestemmingsplan Balkbrug, Achterw eg 15 | PAGINA 44
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Achterweg 15, Balkbrug
25-05-2023
Status: Definitief
AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ACHTERWEG 15, BALKBRUG
Status: Datum: Projectnummer: Versie:
Definitief 25-05-2023 2023-203 1
INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Inleiding ....................................................................................................... 4 Hoofdstuk 2 Wettelijk kader ............................................................................................ 5 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Algemeen ............................................................................................................................................... 5 Zone langs wegen .................................................................................................................................. 5 Grenswaarden ....................................................................................................................................... 5 Berekenen geluidsbelasting ................................................................................................................... 6 Gemeentelijk geluidsbeleid ................................................................................................................... 6
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten ........................................................................................... 7 3.1 3.2
Situatie plangebied ................................................................................................................................ 7 Verkeersgegevens.................................................................................................................................. 8
Hoofdstuk 4 Resultaten ................................................................................................... 9 4.1 4.2 4.3 4.4
Berekeningen ......................................................................................................................................... 9 Geluidsbelasting .................................................................................................................................... 9 Hogere Waarde...................................................................................................................................... 9 Maatregelen in het kader van gemeentelijk geluidbeleid ................................................................... 10
Hoofdstuk 5 Conclusie ................................................................................................... 11 Bijlagen
.................................................................................................................. 12
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
Weg- en verkeersgegevens ......................................................................................................... 12 Rekenmodel ................................................................................................................................ 13 Itemeigenschappen..................................................................................................................... 14 Resultaten ................................................................................................................................... 15
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Achterweg 15, Balkbrug Definitief
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
Voorliggend akoestisch onderzoek heeft betrekking op een bedrijfswoning en een kas aan de Achterweg 15 te Balkbrug (hierna: plangebied). Initiatiefnemers zijn voornemens om de bedrijfswoning te gebruiken voor reguliere bewoning en de kas te herbouwen ten behoeve van inwoning. Het plangebied bevindt zich aan de Achterweg 15 binnen de bebouwde kom van Balkbrug. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied in de kern Balkbrug (rode ster) en ten opzichte van de directe omgeving (rode omkadering) weergegeven.
Afbeelding 1.1
Ligging van het plangebied in Balkbrug (Bron: Plattekaart.nl, bewerkt)
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. In het kader van deze procedure is het benodigd de geluidbelasting ter plaatse van de te realiseren woningen te toetsen aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. Voorliggend onderzoek heeft uitsluitend betrekking op het aspect wegverkeerslawaai. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het vigerende Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
4
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Achterweg 15, Balkbrug Definitief
HOOFDSTUK 2 2.1
WETTELIJK KADER
Algemeen
Artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan of bij het voorbereiden van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Doel van dit onderzoek is de geluidsbelasting aan de gevel van een geluidsgevoelig object als gevolg van de weg te bepalen. Onderzoek is enkel noodzakelijk indien een geluidsgevoelige bestemming zich binnen de wettelijke geluidszone van een weg bevindt. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de wettelijke geluidszone van wegen.
2.2
Zone langs wegen
Artikel 74.1 van de Wgh bepaalt dat wegen een wettelijke geluidszone hebben. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en of de weg in stedelijk of in buiten stedelijk gebied is gelegen. In tabel 1 worden de wettelijke geluidszones weergegeven. Aantal rijstroken 1 of 2 3 of 4 5 of meer Tabel 1
Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m
Buiten stedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
Wettelijke geluidszones wegen (Bron: wetten.overheid.nl).
De wettelijke geluidszone bevindt zich aan weerszijde van de weg en begint naast de buitenste rijstrook. Eventuele parkeerstroken, voet- en fietspaden en vluchtstroken behoren niet tot de weg. Binnen de zone van een weg dient akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidsbelasting op de binnen de zone gelegen woning(en). Bij het berekenen van de geluidsbelasting wordt de Lden-waarde in dB bepaald. De Lden-waarde is het energetisch en naar tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende waarden: • • •
Het geluidsniveau in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur); Het geluidsniveau in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) + 5 dB; Het geluidsniveau in de nachtperiode (tussen 23.00 en 7.00 uur) + 10 dB.
De berekende geluidsbelasting dient aan de voorkeurswaarde en indien nodig aan de uiterste grenswaarde van de Wgh worden getoetst. Op basis van artikel 74.2 van de Wgh gelden de in tabel 1 opgenomen zones niet voor: • •
Wegen die als woonerf zijn aangeduid; Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur.
Het feit dat er voor de hiervoor genoemde gevallen geen wettelijke geluidszone geldt, betekent niet dat een akoestisch onderzoek automatisch niet benodigd is. Indien vooraf aangenomen kan worden dat niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan, dient een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. De geluidsbelasting van de weg kan hierdoor meegenomen worden in de belangenafweging in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’.
2.3
Grenswaarden
In de Wgh worden eisen gesteld aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting op gevels van nog niet geprojecteerde woningen of gebouwen die binnen de geluidszone van een weg liggen. Met niet geprojecteerde woningen of gebouwen worden bedoeld: BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Achterweg 15, Balkbrug Definitief ‘woningen of gebouwen waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet toelaat’. De voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting door wegverkeer bedraagt 48 dB. Bij een hogere geluidsbelasting kunnen burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen. Voor een hogere waarde geldt een maximum, afhankelijk van de ligging van een geluidsgevoelig object. In tabel 2 is de hoogst mogelijke grenswaarde voor woningen als gevolg van wegverkeerslawaai weergegeven. Locatie woning Stedelijk gebied Buitenstedelijk gebied Tabel 2
Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai 63 dB (art. 83 lid 2 Wgh) 53 dB (art. 83 lid 1 Wgh)
Hoogst mogelijke grenswaarde wegverkeerslawaai (Bron: wetten.overheid.nl)
Het vaststellen van een hogere waarde is enkel mogelijk indien maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Hierbij moet afgewogen worden of de cumulatieve geluidsbelasting (het totaal van de geluidsbelasting van alle wegen gezamenlijk) niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Bij het vaststellen van een hogere waarde moet bij de bouwvergunningsaanvraag aangetoond worden dat aan de gestelde geluidseisen (binnenwaarde in de geluidgevoelige ruimten 33 dB) wordt voldaan zoals in artikel 3.1 van het bouwbesluit en in artikel 4.4 van het Besluit geluidhinder genoemd wordt.
2.4
Berekenen geluidsbelasting
De geluidsbelasting moet per weg afzonderlijk berekend worden en aan de voorkeurswaarde getoetst worden. Voordat de geluidsbelasting aan de voorkeurswaarde van 48 dB getoetst wordt, mag de berekende geluidsbelasting op basis van artikel 110g van de Wgh, aangevuld met artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, worden verminderd. Reden hiervoor is de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen steeds verder af zal nemen. De geluidsbelasting mag in de volgende situaties worden verminderd met: •
5 dB voor wegen met een maximumsnelheid tot 70 km/uur;
Voor wegen met een maximumsnelheid van 70 km/uur of meer mag de geluidsbelasting worden verminderd met: • • •
4 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 57 dB bedraagt; 3 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 56 dB bedraagt; 2 dB voor overige geluidsbelasting.
Uit uitspraak 201304862/3/R2 van de Raad van State blijkt dat het voor wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur eveneens is toegestaan de geluidsbelasting met 5 dB te verminderen. Bij lagere snelheden wordt de geluidsemissie voornamelijk door motorgeluid veroorzaakt, bandengeluid speelt een minder grote rol. Toekomstige geluidsreductie is in de toekomst voornamelijk te verwachten door het gebruik van stillere motoren. De aftrek van 5 dB kan daardoor ook toegepast worden bij snelheden van 30 km/uur of minder.
2.5
Gemeentelijk geluidsbeleid
De gemeente Hardenberg heeft geen eigen geluidbeleid en volgt hierin de Wet geluidhinder.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
6
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Achterweg 15, Balkbrug Definitief
HOOFDSTUK 3 3.1
UITGANGSPUNTEN
Situatie plangebied
In de huidige situatie is een bedrijfswoning met een kas gevestigd op het perceel aan de Achterweg 15. Initiatiefnemers zijn voornemens om de bedrijfswoning te gebruiken voor reguliere bewoning en de kas te herbouwen ten behoeve van inwoning. In afbeelding 3.1 is de gewenste situatie weergegeven.
Afbeelding 3.1
Gewenste situatie (Bron: Wim Somsen bouwkundig ontwerpbureau)
Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidszone van de N377 (50/70 km/uur), De Zwolseweg (60 km/uur en de Achterweg (60 km/uur). De verkeersintensiteit op de Zwolseweg (parallelweg) en de Achterweg is zeer laag, waardoor de verwachting is dat er geen relevante geluidbelasting afkomstig is van deze wegen. Naast de hiervoor genoemde wegen zijn er geen relevante wegen in de nabije omgeving van de ontwikkelingen. In tabel 3 zijn de uitgangspunten van het onderhavige onderzoek weergegeven. Locatie plangebied Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai Wgh van toepassing Vermindering geluidsbelasting Tabel 3
Binnenstedelijk gebied 63 dB Ja 5 dB
Uitgangspunten onderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
7
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Achterweg 15, Balkbrug Definitief
3.2
Verkeersgegevens
De weg- en verkeersgegevens van de N377 zijn afkomstig van de Provincie Overijssel. In tabel 1 zijn de ingevoerde voertuigverdelingen weergegeven.
In bijlage 1 zijn de aangeleverde gegevens weergegeven..
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
8
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Achterweg 15, Balkbrug Definitief
HOOFDSTUK 4 4.1
RESULTATEN
Berekeningen
De overdrachtsberekening voor de wegen is uitgevoerd overeenkomstig Standaard Reken Methode 2 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In het model zijn de begroeide gebieden (bodemfactor 1,0) en de wegen ingeladen (bodemfactor 0,0). Bij de berekening is uitgegaan voor de overige gebieden (voornamelijk erven en tuinen) van een standaard bodemfactor van 0,5. In het model zijn de volgende zaken opgenomen: • • • •
wegen met intensiteiten; gebouwen inclusief hoogte (PDOK 3D geluidbestand); bodemgebieden (PDOK 3D geluidbestand); rekenpunten op 1,5 meter op de relevante gevels van de voormalige kas.
In bijlage 2 is de uitsnede van het rekenmodel weergegeven en in bijlage 3 zijn de itemeigenschappen weergegeven.
4.2
Geluidsbelasting
Om de geluidsbelasting te bepalen zijn er 5 rekenpunten geplaatst op alle gevels van de te realiseren woningen. In afbeelding 4.1 zijn deze rekenpunten weergegeven. In bijlage 4 zijn alle rekenresultaten per weg weergegeven.
Afbeelding 4.1
Geplaatste toetspunten (bron: Geomilieu)
De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai van de N377 bedraagt, inclusief reductie, hoogstens 54 dB ter plaatse van toetspunt 03 en 04. Met deze waarde wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder, maar wel aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB.
4.3
Hogere Waarde
Een hogere waarde als gevolg van wegverkeerslawaai is in voorliggend geval benodigd voor de N377. BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
9
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Achterweg 15, Balkbrug Definitief Afwijken van de voorkeurswaarde is alleen mogelijk als bron- en overdrachtsmaatregelen kunnen rekenen op bezwaren van financiële, stedenbouwkundige, verkeerskundige of landschappelijke aard en een binnenniveau van 33 dB gerealiseerd kan worden. In de volgende paragraaf worden mogelijke maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren onderzocht
4.4
Maatregelen in het kader van gemeentelijk geluidbeleid
Om de geluidbelasting te reduceren kan gebruik worden gemaakt van bron-, overdrachts- en gevelmaatregelen, zoals in het vervolg van deze paragraaf beschreven. 4.4.1
Bronmaatregelen
Het geluid van een voertuig wordt veroorzaakt door het motorgeluid en het geluid van de banden. Vooral vrachtwagens zijn de afgelopen jaren veel stiller geworden. In het rekenmodel is hier al rekening mee gehouden. Daarnaast is de verwachting dat voertuigen in de toekomst nog stiller worden. Hier wordt rekening mee gehouden door de in paragraaf 2.4 beschreven aftrek toe te passen. De initiatiefnemer van het bouwplan waar voorliggend onderzoek voor wordt uitgevoerd heeft geen invloed op het reduceren van het geluid van voertuigen. Daarnaast heeft de initiatiefnemer ook geen invloed op de samenstelling van het verkeer, de verkeersintensiteit en het snelheidsregime. Een aanpassing van het wegdektype kan zorgen voor een reductie van het bandengeluid van voertuigen. Het huidige wegdek betreft Zeer Stil Asfalt (ZSA). Het aanpassen van het wegdektype is dus niet mogelijk. 4.4.2
Overdrachtsmaatregelen
Een grotere afstand tussen de gevel en de weg zorgt voor een lagere geluidsbelasting op de gevel. Om een lagere geluidsbelasting van 2 dB te realiseren moet de afstand tussen de gevel en de weg met 50% worden vergroot. In voorliggend geval is er sprake van voornamelijk inpandige wijzigingen, waardoor het niet mogelijk is om hier van af te wijken. Daarnaast kan er een geluidsscherm geplaatst worden tussen de bron en het geluidgevoelig object. In de voorliggende situatie is het niet mogelijk een geluidscherm tussen de weg en het projectgebied te realiseren wegen stedenbouwkundige redenen. 4.4.3
Gevelmaatregelen
Als een hogere geluidsbelasting wordt toegestaan dient het binnenniveau van 33 dB gewaarborgd te worden. Artikel 110 lid g van de Wgh bepaalt dat de aftrek bij het vaststellen van de noodzakelijk geluidwering 0 dB bedraagt. De cumulatieve geluidsbelasting exclusief aftrek bedraagt hoogstens 56 dB. Er is dan ook een gevelwering van minimaal 56-33 = 23 dB benodigd om ter plaatse van alle woningen aan de binnenwaarde van 33 dB te kunnen voldoen. Met het plaatsen van HR++ glas kan een geluidwering van 28 dB worden bewerkstelligt. Ten tijde van de vergunningaanvraag dient aangetoond te worden of met de getroffen maatregelen wordt voldaan aan dit binnenniveau van 33 dB.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
10
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Achterweg 15, Balkbrug Definitief
HOOFDSTUK 5
CONCLUSIE
Voorliggend akoestisch onderzoek heeft betrekking op een bedrijfswoning en een kas aan de Achterweg 15 te Balkbrug. Initiatiefnemers zijn voornemens om de bedrijfswoning te gebruiken voor reguliere bewoning en de kas te herbouwen ten behoeve van inwoning. De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai van de N377 bedraagt, inclusief reductie, hoogstens 54 dB ter plaatse van toetspunt 03 en 04. Met deze waarde wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder, maar wel aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. De bron- en overdrachtsmaatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeurswaarde te voldoen ontmoeten bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. Gevelmaatregelen zijn het meest doelmatig en met een gevelwering van minstens 23 dB wordt het binnenniveau van 33 dB gewaarborgd. Er kan dan ook een hogere waarde verleend worden, voor zowel de uitbreiding van de huidige woning als het deel waar inwoning zal plaatsvinden, van 54 dB dB als gevolg van het verkeerslawaai van de N377. Ten tijde van de vergunningaanvraag dient aangetoond te worden of met de getroffen maatregelen wordt voldaan aan dit binnenniveau van 33 dB. Er is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woonruimtes wat betreft het aspect wegverkeerslawaai.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
11
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Achterweg 15, Balkbrug Definitief
BIJLAGEN Bijlage 1
Weg- en verkeersgegevens
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
12
Verkeersgegevens N377 ter hoogte van wegvak bij Achterweg 15 te Balkbrug
1.
Dagverdeling weekdagen wegnr wegvak N377 Nieuwleusen - Balkbrug Bron:
2.
Bron:
Provincie Overijssel, team Onderzoek en Advies
meetcode meetpunt hmpvan hmptot lengte FN101 18,517 14 19,91 5,91
Bron:
Provincie Overijssel, team Onderzoek en Advies
2022 11.883
2030 11.966
Huidige verkeersintensiteit: Provincie Overijssel, team Onderzoek en Advies Prognose: Regionaal Verkeersmodel Overijssel RVMO, 2022
Maximum snelheid Max toegestane snelheid Bron:
5.
voertuigverdeling dag %middel zwaar %zwaar 9,7 7,8
%licht 82,5
Verkeersintensiteit 2022, 2030, 2034 en 2040
Weekdagintensiteit mvt/etm in beide richtingen
4.
dagverdeling %dag %avond %nacht 10,6 10,9 78,5
Voertuigverdeling weekdagen wegnr wegvak N377 Nieuwleusen - Balkbrug
3.
meetcode meetpunt hmpvan hmptot lengte 19,91 5,91 FN101 18,517 14
80 km/uur
Provincie Overijssel, team Onderzoek en Advies
Wegdekverharding wegnr N377
wegvak Nieuwleusen-Balkbrug
Bron:
Provincie Overijssel, Eenheid Wegen en Kanalen
type zeer stil asfalt
2034 12.335
2040 12.908
groei per jaar 20202030
0,09%
groei per jaar 20302040
0,76%
voertuigverdeling avond %middel zwaar %zwaar 5,0 7,1
%licht 87,9
voertuigverdeling nacht %middel zwaar %zwaar 9,6 12,6
%licht 77,8
voertuigverdeling etmaal %middel zwaar %zwaar 9,3 8,6
%licht 82,1
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Achterweg 15, Balkbrug Definitief
Bijlage 2
Rekenmodel
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
13
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Achterweg 15, Balkbrug Definitief
Bijlage 3
Itemeigenschappen
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
14
Modeleigenschappen Rapport: Model:
Lijst van model eigenschappen Wegverkeerslawaai
Model eigenschap Omschrijving Verantwoordelijke Rekenmethode
Wegverkeerslawaai gkikkert #2|Wegverkeerslawaai|RMG-2012, wegverkeer|
Aangemaakt door Laatst ingezien door Model aangemaakt met
gkikkert op 10-5-2023 gkikkert op 25-5-2023 Geomilieu V2022.4 rev 1
Dagperiode Avondperiode Nachtperiode Samengestelde periode Waarde Standaard maaiveldhoogte Rekenhoogte contouren Detailniveau toetspunt resultaten Detailniveau resultaten grids Rekenoptimalisatie aan Zoekafstand [m] Aandachtsgebied Max.refl.afstand Standaard bodemfactor Openingshoek Max.refl.diepte Geometrische uitbreiding Luchtdemping Luchtdemping [dB/km] Meteorologische correctie Waarde voor C0
07:00 - 19:00 19:00 - 23:00 23:00 - 07:00 Lden Gem(Dag, Avond + 5, Nacht + 10) 0 4 Groepsresultaten Groepsresultaten Ja 5000 5000 -0,50 2 1 Volledige 3D analyse Conform standaard 0,00; 0,00; 1,00; 2,00; 4,00; 10,00; 23,00; 58,00 Conform standaard 3,50
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
25-5-2023 10:25:05
Modeleigenschappen Commentaar
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
25-5-2023 10:25:05
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam 2 5 1 3 4
Wegverkeerslawaai v1 10-5-2023 - Achterweg 15, Balkbrug (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer Omschr. N377 Nieuwleusen-Balkbrug 50 km/uur N377 Nieuwleusen-Balkbrug 50 km/uur N377 Nieuwleusen-Balkbrug 80km/uur N377 Nieuwleusen-Balkbrug 80km/uur N377 Nieuwleusen-Balkbrug 80km/uur
ISO_H 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
ISO M. 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Type Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling
Cpl False False False False False
Cpl_W 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5
Helling 0 0 0 0 0
25-5-2023 10:24:38
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam 2 5 1 3 4
Wegverkeerslawaai v1 10-5-2023 - Achterweg 15, Balkbrug (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer Wegdek W15 W15 W15 W15 W15
V(MR(D)) 50 50 80 80 80
V(MR(A)) 50 50 80 80 80
V(MR(N)) 50 50 80 80 80
V(MR(P4)) ------
V(LV(D)) 50 50 80 80 80
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
V(LV(A)) 50 50 80 80 80
V(LV(N)) 50 50 80 80 80
V(LV(P4)) ------
V(MV(D)) 50 50 80 80 80
25-5-2023 10:24:38
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam 2 5 1 3 4
Wegverkeerslawaai v1 10-5-2023 - Achterweg 15, Balkbrug (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer V(MV(A)) 50 50 80 80 80
V(MV(N)) 50 50 80 80 80
V(MV(P4)) ------
V(ZV(D)) 50 50 80 80 80
V(ZV(A)) 50 50 80 80 80
V(ZV(N)) 50 50 80 80 80
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
V(ZV(P4)) ------
Totaal aantal 12335,00 12335,00 12335,00 12335,00 12335,00
%Int(D) 6,54 6,54 6,54 6,54 6,54
%Int(A) 2,65 2,65 2,65 2,65 2,65
25-5-2023 10:24:38
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam 2 5 1 3 4
Wegverkeerslawaai v1 10-5-2023 - Achterweg 15, Balkbrug (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer %Int(N) 1,36 1,36 1,36 1,36 1,36
%Int(P4) ------
%MR(D) ------
%MR(A) ------
%MR(N) ------
%MR(P4) ------
%LV(D) 82,50 82,50 82,50 82,50 82,50
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
%LV(A) 87,90 87,90 87,90 87,90 87,90
%LV(N) 77,80 77,80 77,80 77,80 77,80
%LV(P4) ------
%MV(D) 9,70 9,70 9,70 9,70 9,70
%MV(A) 5,00 5,00 5,00 5,00 5,00
%MV(N) 9,60 9,60 9,60 9,60 9,60
25-5-2023 10:24:38
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam 2 5 1 3 4
Wegverkeerslawaai v1 10-5-2023 - Achterweg 15, Balkbrug (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer %MV(P4) ------
%ZV(D) 7,80 7,80 7,80 7,80 7,80
%ZV(A) 7,10 7,10 7,10 7,10 7,10
%ZV(N) 12,60 12,60 12,60 12,60 12,60
%ZV(P4) ------
MR(D) ------
MR(A) ------
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
MR(N) ------
MR(P4) ------
LV(D) 665,53 665,53 665,53 665,53 665,53
LV(A) 287,33 287,33 287,33 287,33 287,33
LV(N) 130,51 130,51 130,51 130,51 130,51
25-5-2023 10:24:38
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam 2 5 1 3 4
Wegverkeerslawaai v1 10-5-2023 - Achterweg 15, Balkbrug (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer LV(P4) ------
MV(D) 78,25 78,25 78,25 78,25 78,25
MV(A) 16,34 16,34 16,34 16,34 16,34
MV(N) 16,10 16,10 16,10 16,10 16,10
MV(P4) ------
ZV(D) 62,92 62,92 62,92 62,92 62,92
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
ZV(A) 23,21 23,21 23,21 23,21 23,21
ZV(N) 21,14 21,14 21,14 21,14 21,14
ZV(P4) ------
LE (D) 63 86,50 86,50 84,44 84,44 84,44
25-5-2023 10:24:38
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam 2 5 1 3 4
Wegverkeerslawaai v1 10-5-2023 - Achterweg 15, Balkbrug (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer LE (D) 125 93,79 93,79 93,67 93,67 93,67
LE (D) 250 101,70 101,70 99,54 99,54 99,54
LE (D) 500 104,14 104,14 105,38 105,38 105,38
LE (D) 1k 105,11 105,11 106,63 106,63 106,63
LE (D) 2k 101,39 101,39 102,13 102,13 102,13
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
LE (D) 4k 96,71 96,71 97,20 97,20 97,20
LE (D) 8k 91,81 91,81 89,08 89,08 89,08
LE (A) 63 81,88 81,88 79,92 79,92 79,92
LE (A) 125 88,76 88,76 88,60 88,60 88,60
25-5-2023 10:24:38
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam 2 5 1 3 4
Wegverkeerslawaai v1 10-5-2023 - Achterweg 15, Balkbrug (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer LE (A) 250 96,45 96,45 94,50 94,50 94,50
LE (A) 500 99,81 99,81 100,91 100,91 100,91
LE (A) 1k 100,89 100,89 102,45 102,45 102,45
LE (A) 2k 96,92 96,92 97,78 97,78 97,78
LE (A) 4k 92,19 92,19 92,80 92,80 92,80
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
LE (A) 8k 87,16 87,16 84,65 84,65 84,65
LE (N) 63 80,59 80,59 78,73 78,73 78,73
LE (N) 125 87,92 87,92 87,65 87,65 87,65
LE (N) 250 95,88 95,88 93,60 93,60 93,60
25-5-2023 10:24:38
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam 2 5 1 3 4
Wegverkeerslawaai v1 10-5-2023 - Achterweg 15, Balkbrug (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer LE (N) 500 98,19 98,19 99,50 99,50 99,50
LE (N) 1k 98,84 98,84 100,29 100,29 100,29
LE (N) 2k 95,26 95,26 95,84 95,84 95,84
LE (N) 4k 90,63 90,63 90,91 90,91 90,91
LE (N) 8k 86,42 86,42 83,37 83,37 83,37
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
LE (P4) 63 ------
LE (P4) 125 ------
LE (P4) 250 ------
LE (P4) 500 ------
25-5-2023 10:24:38
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam 2 5 1 3 4
Wegverkeerslawaai v1 10-5-2023 - Achterweg 15, Balkbrug (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer LE (P4) 1k ------
LE (P4) 2k ------
LE (P4) 4k ------
LE (P4) 8k ------
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
25-5-2023 10:24:38
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam 01 02 03 04 05
Wegverkeerslawaai v1 10-5-2023 - Achterweg 15, Balkbrug (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer Omschr.
Maaiveld 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Hoogte A 1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
Hoogte B ------
Hoogte C ------
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
Hoogte D ------
Hoogte E ------
Hoogte F ------
Gevel Ja Ja Ja Ja Ja
25-5-2023 10:24:38
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Achterweg 15, Balkbrug Definitief
Bijlage 4
Resultaten
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
15
Geluidbelasting N377 (incl. reductie) Rapport: Model: Groep: Groepsreductie: Naam Toetspunt 01_A 02_A 03_A 04_A 05_A
Resultatentabel Wegverkeerslawaai LAeq totaalresultaten voor toetspunten N377 Ja
Omschrijving
Hoogte 1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
Lden 12,76 50,34 54,16 54,13 50,65
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
25-5-2023 10:25:33
Geluidbelasting N377 (excl. reductie) Rapport: Model: Groep: Groepsreductie: Naam Toetspunt 01_A 02_A 03_A 04_A 05_A