CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Het ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan ‘Industrieweg 1-3 Dedemsvaart en Hoogenweg 58 Venebrugge’

gemeenteraad 13 september 2022, gemeente HardenbergBij agendapunt: Het ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan ‘Industrieweg 1-3 Dedemsvaart en Hoogenweg 58 Venebrugge’ voor de bouw van twee woningen onder voorwaarden22.006 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Industrieweg 1-3 Dedemsvaart en Hoogenweg 58 Venebrugge

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime

4 4 4 5 6

Hoofdstuk 2 De huidige en gewenste situatie 2.1 Huidige situatie Industrieweg 1-3 2.2 Huidige situatie Hoogenweg 58 2.3 Gewenste ontwikkeling Industrieweg 1-3 2.4 Gewenste ontwikkeling Hoogenweg 58 2.5 Verkeer en parkeren

9 9 10 11 12 13

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

15 15 17 26

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Geluid 4.2 Bodemkwaliteit 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Externe veiligheid 4.5 Milieuzonering 4.6 Geur 4.7 Ecologie 4.8 Archeologie & cultuurhistorie 4.9 Besluit milieueffectrapportage

32 32 33 36 39 41 43 45 47 48

Hoofdstuk 5 Wateraspecten 5.1 Vigerend beleid 5.2 Waterparagraaf

50 50 51

Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding 6.2 Opzet van de regels 6.3 Verantwoording van de regels

52 52 52 53

Hoofdstuk 7

55

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 8 Vooroverleg 8.1 Vooroverleg 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen

bestemmingsplan Industriew eg 1-3 Dedemsvaart en Hoogenw eg 58 Venebrugge | PAGINA 2

56 56 56 56

Toelichting

bestemmingsplan Industriew eg 1-3 Dedemsvaart en Hoogenw eg 58 Venebrugge | PAGINA 3

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Industrieweg 1-3 in het noorden van de kern Dedemsvaart bevindt zich een deel van een woonperceel en een agrarisch perceel. Op het woonperceel staat een gebouw dat jarenlang in gebruik is geweest als kantine bij een kwekerij en later als woning. Het agrarische perceel bevat de planologische mogelijkheden en bijbehorende vergunning voor het bouwen van een bedrijfshal en kas van in totaal 425 m2 voor het exploiteren van een tuincentrum/ kwekerij. Het voornemen is: de kwekerij/ het tuincentrum weg te bestemmen; de vergunning voor het bouwen van de bedrijfshal en kas in te trekken; De sloop van 450 m2 aan landschapontsierenden bebouwing op locatie Hoogenweg 58 in Venebrugge; de sloop van de voormalige kantine c.q. woning. Ter compensatie hiervan worden er twee vrijstaande woningen op één erf aan de Industrieweg 1 gerealiseerd. Ten behoeve van het voornemen is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld om ervoor te zorgen dat het voornemen landschappelijk en stedenbouwkundig passend in de omgeving is. De locatie Hoogenweg 58 in Venebrugge wordt in voorliggend bestemmingsplan meegenomen om de sloop van de bebouwing ter plaatse in planologische zin vast te leggen.

Daarnaast dient de agrarische bedrijfsbestemming ter plaatse te worden omgezet naar een woonbestemming, omdat ter plaatse geen agrarisch bedrijf meer gevestigd zit en de aanwezige bedrijfswoning als reguliere woning in gebruik genomen wordt. Omdat de voorgenomen herontwikkeling niet in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. In voorliggend bestemmingsplan wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. 1.2

Ligging van het plangebied

1.2.1

Industrieweg 1-3

Het deelgebied ligt aan de Industrieweg, in het noorden van Dedemsvaart. De indicatieve begrenzing van het deelgebied wordt met de rode omlijning weergegeven in de afbeelding 1.1. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.

bestemmingsplan Industriew eg 1-3 Dedemsvaart en Hoogenw eg 58 Venebrugge | PAGINA 4

Afbeelding 1.1: Ligging van het deelgebied Industrieweg 1-3 ten opzichte van de directe omgeving (Bron: Provincie Overijssel) 1.2.2

Hoogenweg 58

Het deelgebied ligt aan de Hoogenweg, ten oosten van de kern Hardenberg. De indicatieve begrenzing van het deelgebied wordt met de rode omlijning weergegeven in de afbeelding 1.2. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.

Afbeelding 1.2: Ligging van het deelgebied Hoogenweg 58 ten opzichte van de directe omgeving (Bron: Provincie Overijssel) 1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan ''Industrieweg 1-3 Dedemsvaart en Hoogenweg 58 Venebrugge” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0160.0000BP00388-OW01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Industriew eg 1-3 Dedemsvaart en Hoogenw eg 58 Venebrugge | PAGINA 5

1.4

Huidig planologisch regime

1.4.1

Algemeen

1.4.1.1 Industrieweg 1-3 Het deelgebied ligt binnen de begrenzing van "Bestemmingsplan Dedemsvaart" (op 18 februari 2014 door de gemeenteraad van Hardenberg vastgesteld) en "Bestemmingsplan Dedemsvaart (herziening)" (op 17 maart 2015 door de gemeenteraad van Hardenberg vastgesteld). Daarnaast ligt het deelgebied binnen bestemmingsplan 'Facetherziening parkeren Hardenberg', welke op 17 juli 2018 door de gemeenteraad van Hardenberg is vastgesteld om het gemeentelijke parkeerbeleid planologisch juridisch te verankeren. In afbeelding 1.3 is de verbeelding van "Bestemmingsplan Dedemsvaart" weergegeven. Het rode kader geeft de gronden die onderdeel uitmaken van het deelgebied weer.

Afbeelding 1.3: Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) 1.4.1.2 Hoogenweg 58 Het deelgebied ligt binnen de begrenzing van bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" (op 2 december 2014 door de gemeenteraad van Hardenberg vastgesteld) en bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg, herziening regels" (op 26 september 2016 door de gemeenteraard van Hardenberg vastgesteld). Daarnaast ligt het deelgebied binnen bestemmingsplan 'Facetherziening parkeren Hardenberg'. In afbeelding 1.4 is een uitsnede van de verbeelding van bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" weergegeven. Het rode karde geeft de gronden die onderdeel uitmaken van het deelgebied weer.

bestemmingsplan Industriew eg 1-3 Dedemsvaart en Hoogenw eg 58 Venebrugge | PAGINA 6

Afbeelding 1.4: Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) 1.4.2

Bestemmingen

1.4.2.1 Industrieweg 1-3 Het deelgebied heeft op basis van het geldende bestemmingsplan de bestemming 'Agrarisch met waarden - Besloten veenontginningslandschap'' en de bestemming 'Woongebied'. De voor 'Agrarisch met waarden - Besloten veenontginningslandschap' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor agrarische cultuurgrond, een grondgebonden agrarisch bedrijf, kwekerij, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch – kwekerij', een tuincentrum, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'tuincentrum', wonen in bestaande bedrijfswoningen en ondergeschikte niet agrarische nevenactiviteiten, parkeervoorzieningen en watergangen en -partijen. Bedrijfsgebouwen en -woningen zijn enkel ter plaatse van een bouwvlak toegestaan. De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor wonen, met dien verstande dat het aantal woningen per bestemmingsvlak niet meer mag bedragen dan het bestaande aantal.

bestemmingsplan Industriew eg 1-3 Dedemsvaart en Hoogenw eg 58 Venebrugge | PAGINA 7

1.4.2.2 Hoogenweg 58 Het deelgebied heeft op basis van het geldende bestemmingsplan de bestemming 'Agrarisch met waarden - Besloten heideontginningslandschap' met een bouwvlak. De voor 'Agrarisch met waarden - Besloten heideontginningslandschap' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf, uitgezonderd glastuinbouw, met dien verstande dat per bouwvlak slechts één agarisch bedrijf is toegestaan. Darnaast zijn de gronden bestemd voor onder meer watergangen en waterpartijen en (aanpassingen aan) bestaande verkeersvoorzieningen en nutsvoorzieningen. Binnen het bouwvlak zijn het bestaande aantal bedrijfswoningen toegestaan. 1.4.3

Strijdigheid

Het bouwen van twee woningen met bijgebouwen en bijbehorende voorzieningen ter plaatse van het deelgebied Industrieweg 1-3 is niet in overeenstemming met de ter plaatse geldende bouw- en gebruiksregels. Daarnaast is het niet toegestaan de bestaande bedrijfswoning aan de Hoogenweg 58 als reguliere woning te gebruiken. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridisch-planologisch kader op basis waarvan de voorgenomen ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt. 1.4.4

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een weergave van de huidige situatie en de gewenste situatie gegeven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Hardenberg beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 5 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.

bestemmingsplan Industriew eg 1-3 Dedemsvaart en Hoogenw eg 58 Venebrugge | PAGINA 8

Hoofdstuk 2

De huidige en gewenste situatie

2.1

Huidige situatie Industrieweg 1-3

2.1.1

Dedemsvaart

Dedemsvaart is een oud veenkoloniaal dorp, ontstaan als gevolg van de aanleg van twee oost-west gerichte ontwikkelingskanalen: de Hoofdvaart en de Langewijk. Langs de twee kanalen is incidenteel bebouwing ontstaan. De Langewijk is op een bepaald moment gedempt. Van origine wordt de identiteit van Dedemsvaart (en omgeving) gekenmerkt door lange rechte wijken (ontginningsloten). De karakteristieke wijken liepen haaks op de Van Rooijens Hoofdwijk. Aan de Hoofdvaart staat een grote variatie van bebouwing. 2.1.2

Plangebied

Het deelgebied bevindt zich aan de Industrieweg, in het noorden van Dedemsvaart in het overgangsgebied van het stedelijke gebied naar het buitengebied. De functionele structuur van de directe omgeving kenmerkt zich door woonpercelen, (agrarische) bedrijfspercelen en maatschappelijke percelen. De belangrijkste structuurdrager in de omgeving betreft de Langewijk en het Ommerkanaal. Het plangebied wordt aan de noordzijde door agrarische cultuurgrond begrensd. Ten oosten bevindt zich de Industrieweg. Ten zuiden wordt het plangebied door woonpercelen begrensd. Ten westen bevinden zich een maatschappelijk perceel, agrarische cultuurgrond en een woonperceel. Het noordelijke deel van het plangebied is onbebouwd en bestaat uit agrarische cultuurgrond. Op basis van het geldende bestemmingsplan mag een deel van deze gronden (het noordelijke deel) gebruikt worden ten behoeve van een kwekerij. Het zuidelijke deel van het agrarische perceel bevat de planologische mogelijkheden en bijbehorende vergunning voor het bouwen van een bedrijfshal en kas van in totaal 425 m2 voor het exploiteren van een tuincentrum/ kwekerij. Het zuidelijke deel van het plangebied maakt deel uit van de ten zuiden gelegen woonpercelen en bestaat qua bebouwing uit twee gebouwen, te weten een voormalige kantine c.q. woning en een bijgebouw. Rondom de bebouwing is erfverharding aanwezig.

Het perceel wordt via een in- en uitrit op de Industrieweg ontsloten. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van het deelgebied en de directe omgeving weergegeven. Het deelgebied is met rode lijn aangeduid.

bestemmingsplan Industriew eg 1-3 Dedemsvaart en Hoogenw eg 58 Venebrugge | PAGINA 9

Afbeelding 2.1: Luchtfoto huidige situatie deelgebied (Bron: Provincie Overijssel) 2.2

Huidige situatie Hoogenweg 58

Het deelgebied bevindt zich aan de Hoogenweg, ten oosten van de kern Hardenberg, in het buitengebied van de gemeente Hardenberg. De functionele structuur van de omgeving kenmerkt zich door woonpercelen, agrarische bedrijfspercelen en agrarische cultuurgronden. Het deelgebied wordt aan alle zijden door agrarische cultuurgronden begrensd. Ten westen bevindt zich daarnaast nog de Hoogenweg. Een in- en uitrit aan de noordzijde ontsluit het het deelgebied op de Hoogenweg. Het westelijke deel van het deelgebied betreft het agrarische erf. Ter plaatse bevinden zich een bedrijfswoning, vier agrarische opstallen en een mestsilo. De agrarische opstallen en mestsilo hebben een oppervlakte van circa 1.500 m2. In afbeelding 2.2 is een luchtfoto van het deelgebied en de directe omgeving opgenomen. Het deelgebied is met rode lijn aangeduid.

bestemmingsplan Industriew eg 1-3 Dedemsvaart en Hoogenw eg 58 Venebrugge | PAGINA 10

Afbeelding 2.2: Luchtfoto huidige situatie deelgebied (Bron: Provincie Overijssel) 2.3

Gewenste ontwikkeling Industrieweg 1-3

2.3.1

Inleiding

De voorgenomen ontwikkeling betreft het realiseren van twee vrijstaande woningen met bijgebouwen aan de Industrieweg 1-3 ter compensatie van het wegbestemmen van de planologische mogelijkheden voor een tuincentrum/kwekerij, het intrekken van de bouwvergunning voor het bouwen van een bedrijfshal en kas van in totaal 425 m2, de sloop van de voormalige kantine c.q. woning en de sloop van 450 m2 landschapontsierende bebouwing aan de Hoogenweg 58 te Venebrugge. De woningen krijgen een maximale inhoud van 1.000 m3 en krijgen daarnaast bouwmogelijkheid voor 100 m2 aan bijgebouwen. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld om het nieuwe erf te voorzien van een landschappelijke inpassing. Hier wordt hierna nader op ingegaan. 2.3.2

Landschappelijk inpassing

Vanuit de landschapsidentiteitskaarten wordt de rechtlijnige verkaveling als een kwaliteit gezien. Daarbij staan de woningen gelijk of haaks op de Langewijk. De kavels in het lint kennen veelal een beperkte oppervlakte. Het lint is hier onregelmatig verkaveld, doordat er twee verkavelingsrichtingen bij elkaar komen. Kenmerkend zijn de sobere erven met groen tussen de kavels in de vorm van houtsingels, wilde hagen en bomen. De twee nieuwe kavels worden eveneens op deze manier ingepast. Daarbij worden beide kavels ontsloten door één inrit met een centraal erf. De woningen staan parallel aan de Industrieweg. Het is niet wenselijk om een andere richting te kiezen dan de overheersende kavelrichting. De houtsingel aan de westzijde vormt een groen decor achter de woningen en is overheersend in het bepalen van de oriëntatie van de woningen. Om voldoende privacy te creëren is gekozen om op het erf enkele hagen en fruitbomen aan te planten. Schuttingen of andere bouwkundige elementen zijn niet passend op het erf. Wel kan er in de tuin opgaand groen worden aangeplant die niet als landschapsmaatregel zijn

bestemmingsplan Industriew eg 1-3 Dedemsvaart en Hoogenw eg 58 Venebrugge | PAGINA 11

opgenomen. Denk daarbij aan boerensering/hortensia/boerenjasmijn/ krentenboompje. Deze passen op het erf en zijn een meerwaarde voor vogels, insecten en vlinders. Op het erf is ruimte om te keren en te parkeren. Middels een wilde ligusterhaag worden auto’s afgeschermd. Langs de Industrieweg wordt het erf afgeschermd middels een bomenrij. De Hollandse linden verzachten de bouwvolumes en accentueren de gekozen orientatie. HIer is bewust geen haag voorzien waarmee er zicht op de woning blijft. Middels een solitaire beuk op het centrale erf wordt de entree versterkt. In afbeelding 2.2 is een inrichtingstekening van de gewenste ontwikkeling opgenomen.

Afbeelding 2.2: Inrichtingstekening gewenste ontwikkeling (Bron: De Erfontwik kelaar) 2.4

Gewenste ontwikkeling Hoogenweg 58

Het voornemen is drie van de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen en de mestsilo te slopen. In totaal wordt hiermee circa 1.240 m2 gesloopt. De bestaande bedrijfswoning krijgt een reguliere woonbestemming. Het vierde voormalige agrarische bedrijfsgebouw zal als bijgebouw bij de woning in gebruik worden genomen. In afbeelding 2.3 is de te slopen bebouwing weergegeven.

bestemmingsplan Industriew eg 1-3 Dedemsvaart en Hoogenw eg 58 Venebrugge | PAGINA 12

Afbeelding 2.3: Te slopen bebouwing (Bron: Provincie Overijssel) 2.5

Verkeer en parkeren

2.5.1

Algemeen

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de effecten op de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door de nieuwe ontwikkeling. De gemeente Hardenberg beschikt over een eigen parkeernota. Hierbij is aansluiting gezocht bij de landelijke parkeerkencijfers op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren (december 2018)' van het CROW. Wat betreft de functies wordt aansluiting gezocht bij de functies zoals genoemd in deze CROW-publicatie. De parkeernormen in CROW-publicatie 381 Toekomstbestendig parkeren bestaan uit een minimum- en maximumwaarde. In de gemeente is vanuit de duurzaamheidsgedachte de minimale parkeernorm voor auto's voldoende. Om schijnnauwkeurigheid te voorkomen is in de Parkeernormennota uitgegaan van één stedelijkheidsgraad, te weten weinig stedelijk gebied voor de gehele gemeente. De verschillen in inrichting en bebouwing in de gemeente zijn redelijk groot waardoor het zinvol is om onderscheid te maken naar gebiedskenmerken, te weten centrum, schil/overloopgebied, rest bebouwde kom en buitengebied. In de Parkeernormennota is de gebiedsindeling opgenomen. Het plangebied wordt aangemerkt als 'rest bebouwde kom'. 2.5.2

Parkeren

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het realiseren van twee vrijstaande koopwoningen aan de Industrieweg 1-3. Voor een koopwoning geldt een minimale parkeereis van 1,9 parkeerplaats per woning. Uit afbeelding 2.2 blijkt dat er per woning ruimte is voor twee parkeerplaatsen op eigen terrein. In de regels van voorliggend bestemmingsplan is juridisch geborgd dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. Ten aanzien van het omzetten van de agrarische bedrijfswoning naar een reguliere woning

bestemmingsplan Industriew eg 1-3 Dedemsvaart en Hoogenw eg 58 Venebrugge | PAGINA 13

aan de Hoogenweg 58 wordt opgemerkt dat een dergelijke ontwikkeling niet voor een toename van de parkeerbehoefte zorgt. Het erf is van voldoende omvang om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect parkeren geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. 2.5.3

Verkeersgeneratie

Voor een vrijstaande koopwoning geldt een gemiddelde verkeersgeneratie van 8,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Het realiseren van twee vrijstaande woningen gaat gepaard met 2*8,2= 17 (afgerond) verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De Industrieweg is voldoende berekend op een dergelijke toename van het aantal verkeersbewegingen en kan deze veilig en vlot afwikkelen. Daarnaast komt de planologische mogelijkheid voor het exploiteren van een kwekerij/tuincentrum te vervallen. De daarbij behorende verkeersbewegingen komen daarmee eveneens te vervallen. Verwacht wordt dan ook dat er ten opzichte van de bestaande planologische mogelijkheden geen sprake is van een toename van het aantal verkeersbewegingen. Ten aanzien van het omzetten van de agrarische bedrijfswoning naar een reguliere woning wordt opgemerkt dat een dergelijke ontwikkeling niet voor een toename van de verkeersgeneratie zorgt. Geconcludeerd wordt dat het aspect 'verkeersgeneratie' geen belemmering oplevert voor voorliggend voornemen.

bestemmingsplan Industriew eg 1-3 Dedemsvaart en Hoogenw eg 58 Venebrugge | PAGINA 14

Hoofdstuk 3

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. 3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische

bestemmingsplan Industriew eg 1-3 Dedemsvaart en Hoogenw eg 58 Venebrugge | PAGINA 15

waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. Op 1 oktober 2012 is de Ladder in werking getreden als motiveringsvereiste onder artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het vormt daarmee een nadere invulling van artikel 3:2 van de Awb. Het Bro bepaalt dat wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, deze moet worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Om een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.3

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid

De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de NOVI. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Er is geen ondergrens bepaald voor wat een 'stedelijke ontwikkeling' is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt,

bestemmingsplan Industriew eg 1-3 Dedemsvaart en Hoogenw eg 58 Venebrugge | PAGINA 16

dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. a. 11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) b. 12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). Voorliggend bestemmingsplan betreft het realiseren van twee woningen. Gelet op de eerder genoemde jurisprudentie wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Het voornemen is daarmee in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.1.4

Conclusie toetsing aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 3.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. Ten aanzien van deelgebied Hoogenweg 58 wordt opgemerkt dat hier uitsluitend bebouwing gesloopt wordt en de bestemming van agrarisch naar wonen wordt gewijzigd. Een dergelijke ontwikkeling raakt geen provinciale belangen. Deze locatie wordt dan ook niet verder aan het provinciale beleid getoetst. 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

bestemmingsplan Industriew eg 1-3 Dedemsvaart en Hoogenw eg 58 Venebrugge | PAGINA 17

3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: Of - generieke beleidskeuzes; Waar - ontwikkelingsperspectieven; Hoe - gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 3.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden.

Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 3.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven.

De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. 3.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 3.1 geeft dit schematisch weer.

bestemmingsplan Industriew eg 1-3 Dedemsvaart en Hoogenw eg 58 Venebrugge | PAGINA 18

Afbeelding 3.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 3.2.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 3.2.4.1 Of - generiek e beleidskeuzes Bij de afweging in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” zijn met name artikel 2.1.3 en artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Op de artikelen wordt hierna nader ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (lid 1) Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied.

In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel

bestemmingsplan Industriew eg 1-3 Dedemsvaart en Hoogenw eg 58 Venebrugge | PAGINA 19

De ontwikkeling betreft een ontwikkeling op gronden waar een tuincentrum/kwekerij is toegestaan en vergund. De gronden kunnen dan ook benut worden ten behoeve van een stedelijke functie, waarmee sprake is van bestaand bebouwd gebied. In verband hiermee is het voorliggende bestemmingsplan in overeenstemming met artikel 2.1.3 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) Lid 1: in de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Lid 2: in het kader van toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (Of-, Waar- en Hoe-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. Lid 3: in het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd.

Lid 5: in het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Ten behoeve van de landschappelijke inpassing van de ontwikkeling is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld (zie Bijlage 1 en paragraaf 2.3). De ontwikkeling draagt met het behoud van de landschappelijke kenmerken bij aan de ruimtelijke kwaliteit, conform de geldende gebiedskenmerken. Later in deze paragraaf wordt conform de omgevingsvisie van de provincie Overijssel inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel en wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het geldende ontwikkelingsperspectief. Daarnaast wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Hier wordt geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen 1.

Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. 2. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsvisie Overijssel De voorliggende ontwikkeling betreft het bouwen van twee vrijstaande woningen. Zoals in 3.3.3 wordt geconcludeerd is er sprake van een kwalitatieve en kwantitatieve behoefte naar de beoogde woningen. Geconcludeerd wordt dat het voorliggende bestemmingsplan in overeenstemming is met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. 3.2.4.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Het deelgebied Industrieweg 1-3 ligt op basis van de ontwikkelingsperspectievenkaart van de provincie Overijssel op de grens van het ontwikkelingsperspectief 'woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' en 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. In afbeelding 3.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen waarbij het deelgebied met rode lijn is weergegeven.

bestemmingsplan Industriew eg 1-3 Dedemsvaart en Hoogenw eg 58 Venebrugge | PAGINA 20

Afbeelding 3.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Wonen en werken buiten de stedelijke netwerken' De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt.

Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Onder verduurzaming verstaan we hier: realisatie van de waterkwaliteitsdoelen, gezondheid en welzijn van mens en dier, bijdrage aan de energietransitie, klimaatbestendigheid en ketenoptimalisatie, en ontwikkelen met aandacht voor - en waar mogelijk in dialoog met omwonenden. Agrarische ondernemers staan voor de uitdaging om hun - vaak grote gebouwen en erven zo vorm te geven dat ze passen bij maat en schaal van het landschap en de ruimtelijke en milieukwaliteit versterken. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing van het initiatief aan het 'Ontwikkelingsperspectief' Binnen gebieden met het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' is ruimte voor herstructurering, inbreiding en transformatie. In

bestemmingsplan Industriew eg 1-3 Dedemsvaart en Hoogenw eg 58 Venebrugge | PAGINA 21

voorliggend geval is sprake van een woningbouwontwikkeling aan de rand van de kern Dedemsvaart. Door de ontwikkeling wordt voorzien in een deel van de woningbehoefte van de kern Dedemsvaart. Ten aanzien van het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' wordt opgemerkt dat het voornemen ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw niet beperken, zoals ook blijkt uit paragraaf 4.5 en paragraaf 4.6. Het voornemen sluit goed aan op de ambities binnen de geldende ontwikkelingsperspectieven en sluit qua ontwerp goed aan op de stedenbouwkundige en functionele structuur van de omgeving. Geconcludeerd wordt het initiatief in overeenstemming is met de ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectieven. 3.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Ten aanzien van de 'Laag van beleving' wordt opgemerkt dat het plangebied geen specifieke kenmerken wat betreft deze laag kent. Deze wordt dan ook buiten beschouwing gelaten. 1. De "Natuurlijke laag" De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier 'van nature' op vestigt.

Deze natuurlijke laag is het resultaat van de wisselwerking tussen abiotische (fysische) en biotische factoren en processen. Zo zorgden ijs-, wind- en waterstromen in Overijssel voor het ontstaan van een afwisselend landschap van stuwwallen, dekzandgronden, beekdalen en natte laagtes en bepaalden de stroomsnelheden van IJssel, Vecht, Regge of Dinkel waar het fijne (komgronden) en waar het grovere sediment (oeverwallen) werd afgezet. En ontwikkelde veen zich daar, waar het water maar moeilijk weg kon. Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de "Natuurlijke laag" aangeduid met het gebiedstype 'Hoogveengebieden (in cultuur gebracht)', zoals in afbeelding 3.3 is te zien ter plaatse van de rode omlijning.

bestemmingsplan Industriew eg 1-3 Dedemsvaart en Hoogenw eg 58 Venebrugge | PAGINA 22

Afbeelding 3.3: Uitsnede gebiedskenmerkenkaart "Natuurlijke Laag" (Bron: Provincie Overijssel) 'Hoogveengebieden (in cultuur gebracht)' Op waterhuishoudkundig geïsoleerde plekken (waar het regenwater wordt vastgehouden) ontwikkelde zich in het zandgebied op kleine en grote schaal hoogveen; onder invloed van regenwater ontstonden veenmoerassen. Deze groeiden als een dikke spons van veenmossen steeds verder omhoog, los van het grondwater. De extreme zure en voedselarme omstandigheden leidden tot natte, slecht toegankelijke moerasgebieden, waar vrijwel geen boom kon groeien. De hoogveenrestanten worden gekenmerkt door een hoge waterkwaliteit, een hoge waterstand en een hoge natuurkwaliteit. Lokaal is sprake van “levend hoogveen” (veenaangroei). Als ontwikkelingen plaats vinden in de nabijheid van hoogveenrestanten, dan dragen deze bij aan verbetering van de hydrologie om verdroging van het veenpakket tegen te gaan en, waar mogelijk, aan toename van natuurkwaliteit en het areaal levend hoogveen. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting. Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is niet of nauwelijks meer aanwezig. Er wordt dan ook geconcludeerd dat de 'Natuurlijke laag' geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

De ontwikkeling is in overstemming met het gestelde in de 'Natuurlijke laag'. 2. De "Laag van het Agrarisch Cultuurlandschap" In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' aangeduid met het gebiedstype 'Veenkoloniaal landschap'. In afbeelding 3.4 wordt dit weergegeven.

bestemmingsplan Industriew eg 1-3 Dedemsvaart en Hoogenw eg 58 Venebrugge | PAGINA 23

Afbeelding 3.4: Uitsnede gebiedskenmerkenkaart "Laag van het Agrarisch Cultuurlandschap" (Bron: Provincie Overijssel) 'Veenkoloniaal landschap' Grootschalig open landschappen met een lineaire bebouwings-, verkavelings- en ontwateringsstructuur. Ontstaan door grootschalige ontginning van de hoogveengebiedenten behoeve van de turfwinning. Een ontwateringsstelsel van kanalen en wijken is typerend voor dit landschap. Vanuit nieuwe linten en kanaaldorpen werd het hoogveen ontgonnen. Het vergraven landschap werd vervolgens als akkerbouwgebied in gebruik genomen. Inmiddels heeft de melkveehouderij ook in grote delen zijn intrede gedaan. Kanaaldorp als karakteristiek dorpstype met het kanaal als centrale open(bare) ruimte en drager van de bebouwing. Het Overijssels veenkoloniaal landschap is deel van een groter geheel dat zich uitstrekt over Groningen en Drenthe. Het is mede gevormd door de vestiging van ontginners en boeren uit andere regio's. In de boerderijbouw is dit herkenbaar: typisch Groningse boerderijen staan naast Overijsselse. De ambitie is de aantrekkelijkheid, de leefbaarheid en kwaliteit van de veenkoloniale landschappen te versterken.

Als ontwikkelingen plaats vinden in het veenkoloniaal landschap, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van bijzondere architectuur (watererfgoed (sluizen, bruggen e.d.), de bijzondere villa's, buitens, herenboerderijen), de linten door het landschap en de open ruimtes. Toetsing van het initiatief aan de "Laag van het Agrarisch Cultuurlandschap" Om plangebied op een zorgvuldige wijze in te passen is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. In paragraaf 2.3is hier al nader op ingegaan. Er wordt voorzien in het aanbrengen van groenstructuren in het plangebied, aansluitend bij het daarvoor voorkomende gebiedskarakter. Hiermee wordt in voldoende mate rekening gehouden met de ter plaatse geldende gebiedskenmerken. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap'. 3. De "Stedelijke Laag" De stedelijke laag is de laag van de steden, dorpen, verspreide bebouwing, wegen, spoorwegen en waterwegen. Het gaat in deze laag om de dynamiek van de steden en de grote infrastructurele verbindingen, maar ook om de rust van de dorpen en de landelijke wegen en paden. De ligging van een stad of dorp in het landschap, op een kruispunt van infrastructuur of in de nabijheid van grondstoffen speelt een belangrijke rol in het functioneren ervan.

Efficiëntie en bereikbaarheid zijn belangrijke vestigingsfactoren, maar daarbij wordt de kwaliteit,

bestemmingsplan Industriew eg 1-3 Dedemsvaart en Hoogenw eg 58 Venebrugge | PAGINA 24

eigenheid en het onderscheidend vermogen van de regio steeds belangrijker. De ontstaansgeschiedenis is medebepalend voor de huidige identiteit en terug te vinden in de ruimtelijke opbouw van de kernen, maar ook in de economische en sociale dynamiek. Daarnaast hebben door de tijd heen veranderende ideeën over de ideale vormgeving van de stad invloed gehad op de ruimtelijke opbouw. Cultuurhistorisch of architectonisch waardevolle gebouwen en structuren zijn hierbij vaak bepalend voor de stedelijke identiteit en de belevingswaarde voor bewoners en bezoekers. Zo is in Overijssel een rijk palet ontstaan aan onderscheidende steden en dorpen. Elk met een eigen karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw en kwaliteit. De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Stedelijke laag' deels aangeduid met 'Woonwijken 1955-nu'. In afbeelding 3.5 wordt dit weergegeven.

Afbeelding 3.5: Uitsnede gebiedskenmerkenkaart "Stedelijke Laag" (Bron: Provincie Overijssel) 'Woonwijken 1955- nu' Deze woonwijken zijn uitbreidingswijken op basis van een gezamenlijk plan en grotere bouwstromen. Functies zoals wonen, werken, voorzieningencentra zijn uiteengelegd en wijken kennen eenheidsbuurten. Hier en daar zijn, voornamelijk aan de randen, gebieden die hiervan afwijken. In deze wijken bevinden zich duidelijke in- en uitgangen en kunst in de openbare ruimte. Daarbij is vooral aandacht voor de aansluiting op de binnenstad en het hoofdwegennetwerk. Soms zijn herkenbare relicten van het oude cultuurlandschap (zoals boerderijen of beplantingsstructuren) opgenomen. De bouwperiode is te zien aan de stedenbouwkundige structuur en architectuur. Er ligt een rangorde in kwaliteit(sbeleid) en stigmatisering op de loer, de kwaliteit van de woningen voldoet vaak niet aan de kwaliteitseisen en er is een gebrek aan onderhoud van de openbare ruimte. Herstructurering is hier een belangrijke opgave. Toetsing van het initiatief aan de "Stedelijke Laag" De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van twee vrijstaande woningen aan de rand van de kern Dedemsvaart. Qua situering en maatvoering sluiten de woningen aan op de omliggende bebouwing.

Het plangebied wordt, gezien de ligging in het overgangsgebied tussen stedelijk en landelijk gebied landschappelijk ingepast, waarmee de gebiedskenmerken van het agrarische cultuurlandschap worden versterkt. Al met al wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming met de 'Stedelijke Laag' is.

bestemmingsplan Industriew eg 1-3 Dedemsvaart en Hoogenw eg 58 Venebrugge | PAGINA 25

3.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid. 3.3

Gemeentelijk beleid

Ten aanzien van deelgebied Hoogenweg 58 wordt opgemerkt dat hier uitsluitend bebouwing gesloopt wordt en de bestemming van agrarisch naar wonen wordt gewijzigd. Een dergelijke ontwikkeling is in overeenstemming met het gemeentelijke beleid. Er wordt daarom niet nader op deze locatie ingegaan bij de toetsing aan het gemeentelijke beleid. 3.3.1

Omgevingsvisie Landstad Hardenberg

3.3.1.1 Algemeen Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een eigen omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. Deze omgevingsvisie is samengesteld met participatie van vele stakeholders uit allerlei sectoren. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. Hierin is de functie voor de hele regio verder uitgebouwd. De rode draad in de gemeente is als volgt: De gemeente en samenleving zijn verbonden. De Hardenbergers hebben altijd de blik naar buiten. Ze zien voortdurend kansen. Door een goede samenwerking tussen inwoners, overheid en bedrijfsleven benutten we de kansen die zich voordoen. De gemeente speelt in op toekomstige veranderingen, veert mee, verbindt en investeert waar nodig. De kernen zijn onderling sterk verbonden. Platteland en stad raken steeds meer verweven. De gemeente combineert de kracht van het platteland met een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Voor een grensgemeente is dat een unieke prestatie. De gemeente zoekt de regionale verbinding. Hardenberg is onderdeel van de regio Zwolle. Daarnaast zijn er sterke verbindingen met Twente en Drenthe. 3.3.1.2 Ambitie Hardenberg staat voor grote uitdagingen. Een groeiende bevolking en economie zijn voor een grensregio niet vanzelfsprekend. Integendeel.

Dit vraagt om blijvende inspanningen en investeringen. De gemeente kan niet doorbouwen zoals het groot is geworden. Het gebruik van het platteland verandert. Dat vraagt om ontwikkeling van bebouwing die samengaat met ruimtelijke kwaliteit, landschap en natuur. Stad en land vullen elkaar steeds meer aan en houden elkaar in balans. Samen vertellen zij het verhaal van de functieverandering van het Hardenbergse platteland. Of-of-denken maakt plaats voor en-en-denken. De gemeente wil de kwaliteiten van het buitengebied versterken door stedelijke elementen aan te brengen. Tegelijkertijd blijft de gemeente werken aan het binnenstedelijk woon- en leefklimaat met vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart. De gemeente Hardenberg staat niet op zichzelf. Sociale, maatschappelijke en economische relaties zijn steeds (boven)regionaler. Hardenberg wordt steeds afhankelijker van de omliggende regio’s. Omgekeerd geldt hetzelfde. De gemeente speelt daar op in. Per opgave kiest de gemeente het juiste schaalniveau voor de aanpak en samenwerking. De gemeente gaat ‘spelen met schalen’. De gemeente staat voor een nieuwe schaalsprong. Om deze schaalsprong te kunnen maken zijn vier uitgangspunten opgesteld. a. de groei vasthouden en doortrekken; b. kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker; c. ruimte als troefkaart; d. bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden.

De groei vasthouden De gemeente blijft inzetten op groei van de economie en de werkgelegenheid. Hardenberg

bestemmingsplan Industriew eg 1-3 Dedemsvaart en Hoogenw eg 58 Venebrugge | PAGINA 26

streeft naar een positieve arbeidsmarktbalans. Dit past bij onze positie als streekcentrum. De omvang en samenstelling van de beroepsbevolking geeft nu voldoende basis voor een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Dat wil de gemeente in de toekomst ook zo houden. Een stabiele bevolkingsgroei is daarom een voorwaarde. Net als het behouden van de concurrerende economie. Volgens de prognoses groeit onze bevolking tot 2040. Tot 2050 groeit ook het aantal huishoudens, en daarmee de woningbehoefte. Terwijl de bevolking groeit, neemt de beroepsbevolking geleidelijk af door vergrijzing. Dit kan Hardenberg positief beïnvloeden door jonge gezinnen en startende huishoudens aan te trekken. Dit is gunstig voor de omvang van de beroepsbevolking en het voorzieningenniveau. De Regio Zwolle krijgt van het Rijk een groeiopgave van naar verwachting 40.000 tot 60.000 woningen in 2040. Hiervan kan en wil de gemeente in ieder geval 1.000 woningen voor haar rekening nemen. Kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker Groei is geen doel op zich maar moet bijdragen aan welvaart en welzijn van onze inwoners. De gemeente bouwt bestaande kwaliteiten uit en voegt nieuwe toe aan de leefomgeving en economie. Zo wil de gemeente haar inwoners binden en vertrokken Hardenbergers verleiden om terug te keren. De gemeente schept een gunstig vestigingsklimaat voor nieuwe bedrijven.

Nieuwbouw is hiervoor niet voldoende. Verbeteringen in het woon, leef- en werkklimaat werken als een vliegwiel voor de lokale welvaart en het welzijn van de inwoners. Dit noemt men brede welvaart. De brede welvaart wordt bereikt door in te spelen op de trends en ontwikkelingen die de samenleving beïnvloeden, zoals: klimaatontwikkelingen, energietransitie, transities in de landbouw, circulaire economie, aandacht voor voeding en levensstijl en demografische ontwikkelingen. Ruimte als troefkaart Ruimte is de troefkaart. In Hardenberg krijg je veel voor weinig. Er is kwaliteit van leven. De Brede Welvaartsindicator 2019 laat een hoge woontevredenheid zien. Een kwaliteit die in Nederland steeds schaarser wordt. Hiermee onderscheiden we ons. Nu en in de toekomst. Dit doet Hardenberg door werk te maken van leefbaarheid: de gemeente versterkt landbouw en natuur; de gemeente verbeterd het leef- en woonmilieu (groen, water, schoon, veilig, ruimte); de gemeente zorgt voor een passend woningaanbod en versterkt de sociale samenhang; de gemeente houdt het voorzieningenniveau op peil. Bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden Hardenberg is de op één na grootste gemeente in zowel de regio Zwolle als de Dutch TechZone. Beide samenwerkingsverbanden zijn belangrijk om onze ambities en opgaven te realiseren. Vooral voor de bereikbaarheid en de economie.

En daarmee ook voor onderwijs en scholing. Hardenberg moet daarom uitgroeien tot een netwerkgemeente bij uitstek. Dit vraagt om intensivering van de samenwerkingsrelaties, specifiek met de regio Zwolle. Goede bereikbaarheid is hierbij een belangrijke voorwaarde. De gemeente zet zich in voor snelle verbindingen met Twente en Zwolle. 3.3.1.3 Thema's De visie is vertaald in vier thema's voor ontwikkeling. Dit betreffen de volgende: 1. Hardenberg in balans: over de verscheidenheid van het landelijk gebied; 2. Hardenberg voor elkaar: over stedelijke ontwikkeling, een vitale samenleving en leefbare kernen; 3. Hardenberg knooppunt: over een vitale economie en goede bereikbaarheid; 4. Hardenberg duurzaam: over de energietransitie, klimaatadaptatie en een circulaire economie. Binnen elk thema heeft de gemeente ambities en staat de gemeente voor opgaven. Samen vormen ze de agenda voor toekomstige samenwerkingen. In dit geval is met name het thema 'Hardenberg in balans' relevant, aangezien deze gaat over het landelijk gebied, waar

bestemmingsplan Industriew eg 1-3 Dedemsvaart en Hoogenw eg 58 Venebrugge | PAGINA 27

het plangebied onderdeel van is. Daarnaastv is het thema 'Hardenberg voor elkaar' relevant, aangezien de te realiseren compensatiewoningen in de kern Dedemsvaart worden gerealiseerd. Hardenberg in Balans Ten aanzien van dit thema's heeft de gemeente zes ambities opgesteld, dit betreffen de volgende ambities: 1. De gemeente houdt het landelijk gebied vitaal; 2. De gemeente behoud en versterkt natuur en landschap, economie en samenleving: 3. De gemeente maakt ruimte voor klimaatadaptatie en de energietransitie met aandacht voor de kwaliteit, het gebruik en de waarden in het landelijk gebied; 4. De gemeente benaderd ontwikkelopgaven en vraagstukken gebiedsgericht; 5. De gemeente stimuleert nieuwe samenwerkingsvormen en strategische partnerschappen tussen ondernemers, onderzoek, onderwijs en overheden; 6. De gemeente zorgt voor passend hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing. Hardenberg voor elkaar Ten aanzien van dit thema heeft de gemeente zes ambities opgesteld. Dit betreffen de volgende ambities: 1. De gemeente wil, naast de eigen inwoners, aan 1.000 nieuwe huishoudens een plaats geven; 2. De gemeente wil jongeren vasthouden of naar de gemeente laten terugkeren; 3. De gemeente wil hoger opgeleiden met jonge gezinnen verleiden; 4. De gemeente wil flexibel inspelen op nieuwe ontwikkelingen op het gebied van wonen; 5.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11777878/2