Toelichting bestemmingsplan 'Schuineslootweg 104, Schuinesloot'
Tekst van het document
Schuineslootweg 104 Schuinesloot
bestemmingsplan Schuineslootweg 104 Schuinesloot
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime
4 4 4 5 5
Hoofdstuk 2 Huidige situatie en gewenste situatie 2.1 Huidige situatie 2.2 Gewenste situatie en stedenbouwkundige motivering
8 8 9
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
12 12 13 24 24
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Geluid 4.2 Bodemkwaliteit 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Externe veiligheid 4.5 Milieuzonering 4.6 Geur 4.7 Ecologie 4.8 Archeologie & cultuurhistorie 4.9 Verkeer en parkeren 4.10 Besluit milieueffectrapportage
32 32 33 35 36 37 40 41 42 43 44
Hoofdstuk 5 Wateraspecten 5.1 Vigerend beleid 5.2 Waterparagraaf
46 46 47
Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding 6.2 Opzet van de regels 6.3 Verantwoording van de regels
48 48 48 49
Hoofdstuk 7
51
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 8 Vooroverleg 8.1 Vooroverleg 8.2 Zienswijzen
2
52 52 52
Inhoudsopgave (vastgesteld)
bestemmingsplan Schuineslootweg 104 Schuinesloot
Toelichting
Toelichting (vastgesteld)
3
bestemmingsplan Schuineslootweg 104 Schuinesloot
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de locatie Schuineslootweg 104 te Schuinesloot, gelegen in de gemeente Hardenberg (hierna: plangebied). Momenteel bevindt zich op dit perceel de voormalige Nederlands Hervormde kapel (kerkgebouw) van Schuinesloot, die géén gemeentelijk monument is maar welke wél als karakteristiek gebouw is aan te merken. Voor het overige is het plangebied (aan de noordoostelijke zijde) grotendeels in gebruik als parkeerterrein bij deze kerk. Tenslotte zijn de resterende gronden rondom de kapel deels doelmatig verhard of vergroend ten behoeve van het religieuze gebruik (wegzijde) alsook in gebruik als grasland (noordwestelijke zijde). Op basis van de geldende “Beheerverordening Schuinesloot" is het plangebied voorzien van de bestemming 'maatschappelijk'. De maatschappelijke invulling van het plangebied is in de toekomst niet meer aan de orde, daar de kapel niet meer als zodanig voor religieuze doeleinden wordt gebruikt. Gelet op het vorenstaande is het wenselijk om het plangebied te voorzien van een duurzame vervolgfunctie, waarbij op basis van de beoordeling van Het Oversticht het kerkgebouw dient te worden behouden. Het voornemen van initiatiefnemer is daarom om de bestaande kapel aan de buitenzijde volledig te behouden én inpandig te verbouwen ten behoeve van de realisatie van twee wooneenheden.
Om deze te karakteristieke kapel te kunnen behouden én om de werkzaamheden te kunnen financieren is eveneens het voornemen om het bestaande parkeerterrein en overtollige erfverharding te saneren en hiervoor in de plaats een nieuwe vrijstaande woning met bijbehorend bijgebouw te realiseren. Met de inkomsten van de verkoop van deze woningbouwkavel kan dan voorliggend planvoornemen gefinancierd worden. De voorgenomen ontwikkelingen zijn niet in overeenstemming met de geldende gebruiks- en bouwmogelijkheden van de “Beheersverordening Schuinesloot” van de gemeente Hardenberg. Om deze ontwikkelingen mogelijk te maken dient daarom een nieuw passend bestemmingsplan voor het plangebied te worden opgesteld. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders, waarbij wordt aangetoond dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied betreft een beeldbepalende locatie en ligt aan de Schuineslootweg 104, in de kern van Schuinesloot. Het plangebied bestaat uit de percelen die bij kadaster bekend staan als Ambt-Hardenberg, sectie W en nummers 2250 (deels), 2251 en 115. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven. De rode ster en de rode omlijning geven respectievelijk de locatie en indicatieve begrenzing van het plangebied weer. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.
4
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Schuineslootweg 104 Schuinesloot
Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied (Bron: PDOK)
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan ''Schuineslootweg 104 Schuinesloot” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0160.0000BP00430-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de beheersverordening "Schuinesloot" en het bestemmingsplan "Facetherziening parkeren Hardenberg". Deze beheersverordening is door de gemeenteraad van Hardenberg vastgesteld op 8 januari 2013 en het bestemmingsplan "Facetherziening parkeren Hardenberg" is vastgesteld op 17 juli 2018. In afbeelding 1.2 is uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsregime weergegeven. De rode lijn geeft indicatief het plangebied weer, middels de rode sterren in de legenda zijn de vigerende bestemmingen aangeduid.
Toelichting (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Schuineslootweg 104 Schuinesloot
Afbeelding 1.2: Uitsnede van de vigerende beheersverordening (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) 1.4.2
Bestemmingen
Op basis van de vigerende beheersverordening is de enkelbestemming 'Maatschappelijk" van toepassing. Daarnaast is het plangebied gelegen binnen de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 4' en 'Waarde - Archeologie 5'. Hierna wordt nader ingegaan op de geldende bestemmingen. 'Maatschappelijk' De voor 'maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor educatieve, sociaal-medische, sociaal culturele, levensbeschouwelijke voorzieningen (zoals een religieuze kapel/kerkgebouw), sportvoorzieningen, recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van de voorzieningen. Verder is wonen toegestaan ten behoeve van de maatschappelijke functie, indien dit bestaand is. In voorliggend geval zijn er geen bestaande dienstwoningen en is dus wonen niet mogelijk binnen het plangebied.
'Waarde - Archeologie 4' en 'Waarde - Archeologie 5' De met deze dubbelbestemmingen aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de verwachte archeologische waarden. Voor 'Waarde - Archeologie 4' geldt dat bij het bouwen de aanvrager van een omgevingsvergunning, voor een of meerdere bouwwerken met een (gezamenlijke) oppervlakte groter dan 500 m² en een diepte van 50 cm of meer, een rapport dient te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die volgens de aanvraag zullen worden verstoord, in voldoende mate zijn vastgesteld. Voor 'Waarde - Archeologie 5' is bovenstaande eveneens van toepassing, maar is deze oppervlakte gesteld op 2.500 m².
6
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Schuineslootweg 104 Schuinesloot
1.4.3
Strijdigheid en doel voorliggend bestemmingsplan
Strijdigheid Het voornemen is om de kapel inpandig te verbouwen tot twee woningen en deze regulier te bewonen. Eveneens wordt er een nieuwe vrijstaande woning naast de kapel gebouwd. Het voornemen is strijdig met de bouw- en gebruiksregels van de maatschappelijke bestemming.
Doel voorliggend bestemmingsplan Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een nieuw juridisch planologisch kader waarmee de voorgenomen ontwikkelingen (het mogelijk maken van drie reguliere woningen) mogelijk worden gemaakt en de maatschappelijke gebruiksmogelijkheden worden wegbestemd. Tenslotte wordt de landschappelijke inpassing van het plangebied in de regels van dit bestemmingsplan geborgd.
1.4.4
Leeswijzer
Na deze inleiding worden in hoofdstuk 2 de huidige situatie en de gewenste situatie weergeven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Hardenberg beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 5 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.
Toelichting (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Schuineslootweg 104 Schuinesloot
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie en gewenste situatie
Huidige situatie
Het plangebied ligt in de kern van Schuinesloot. Het is een kenmerkende en waardevolle plek in de kern Schuinesloot. Hier bevindt zich de voormalige Nederlands Hervormde kapel (kerkgebouw) van Schuinesloot, die géén gemeentelijk monument is maar welke wél als karakteristiek gebouw is aan te merken. Het ensemble van het gebouw met het eenvoudige hek aan de weg en de bomen rondom geven de plek sfeer. In de directe omgeving van het plangebied is overwegend sprake van woonpercelen, agrarische cultuurgronden (landelijk gebied) als achterliggend gebied rondom de buurtschap Schuinesloot, en infrastructurele voorzieningen als doorlopende ontginningsas langs de informele bestaande bebouwingsstructuren. Het plangebied wordt aan de noord- en zuidzijde begrensd door woonpercelen en aan de westzijde door agrarische cultuurgronden en grasland. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door de infrastructuur van de Schuineslootweg. Het plangebied zelf bestaat uit het bestaande kerkgebouw en voor het overige is het plangebied (aan de noordoostelijke zijde) grotendeels in gebruik als parkeerterrein bij deze kerk. Tenslotte zijn de resterende gronden rondom de kapel deels doelmatig verhard of vergroend ten behoeve van het kerk-gebruik (wegzijde) alsook in gebruik als grasland (noordwestelijke zijde). In de luchtfoto in afbeelding 2.1 is met de rode stippellijn het plangebied weergegeven.
In afbeelding 2.2. zijn straatbeelden opgenomen, vanaf de Schuineslootweg gezien.
Afbeelding 2.1: Luchtfoto van de huidige situatie ter plaatse van het plangebied (Bron: PDOK)
8
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Schuineslootweg 104 Schuinesloot
Afbeelding 2.2: Aanzichtsfoto's van de huidige situatie ter plaatse van het plangebied (Bron: Google Maps en De Erfontwikkelaar)
2.2
Gewenste situatie en stedenbouwkundige motivering
2.2.1
Gewenste situatie
Het voornemen is om het plangebied te voorzien van een duurzame vervolgfunctie, waarbij het uitgangspunt is om het karakteristieke kerkgebouw te behouden. De bestaande kapel wordt aan de buitenzijde volledig behouden én inpandig verbouwd en verduurzaamd ten behoeve van de realisatie van twee wooneenheden welke geschikt zijn voor meerdere doelgroepen. Om deze karakteristieke kapel te kunnen behouden én om de werkzaamheden te kunnen financieren is eveneens het voornemen om het bestaande parkeerterrein en overtollige erfverharding te saneren en hiervoor in de plaats een nieuwe vrijstaande woning met bijbehorend bijgebouw te realiseren. Met de inkomsten van de verkoop van deze woningbouwkavel kan dan voorliggend planvoornemen gefinancierd worden. Het planvoornemen realiseert een passend woningaanbod welke geschikt is voor meerdere doelgroepen, past binnen de buurtschappennota, is stedenbouwkundig aanvaardbaar, wordt landschappelijk ingepast én een beeldbepalende karakteristieke kapel blijft behouden. Vorenstaande komt enerzijds tot uiting (betreft het landschappelijk inpassen van het geheel) middels het opgestelde Ruimtelijk kwaliteitsplan. Een uitsnede van dit inpassingsplan is opgenomen in afbeelding 2.3, voor een uitgebreide uiteenzetting wordt verwezen naar de Bijlage 1.
Toelichting (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Schuineslootweg 104 Schuinesloot
Afbeelding 2.3: Erfinrichting nieuwe situatie (Bron: De Erfontwikkelaar en Wim Somsen)
2.2.2
Stedenbouwkundige motivering
Transformatie kerkgebouw/kapel Wat betreft de stedenbouwkundige uitstraling van het planvoornemen geldt dat bij de transformatie van het kerkgebouw ten behoeve van de inpandige realisatie van een tweetal wooneenheden de buitenruimte zo min mogelijk wordt aangetast. Deze verplichting tot behoud van deze karakteristieke hoofdvorm is verplicht gesteld in de regels van dit bestemmingsplan middels een aanduiding 'karakteristiek' op de plankaart (verder wordt verwezen naar 6.3 de verantwoording van de regels). Het eenvoudige hek met de poort, de grindverharding en het pad naar de voordeur blijven behouden. De grote waardevolle bomen op het voorterrein blijven eveneens behouden. Wel wordt er een ingang aan de oostzijde van het terrein gemaakt om zo ‘achter’ de nieuwe woningen te kunnen komen met een auto, om zo op eigen terrein in de benodigde parkeerbehoefte te kunnen voorzien. Wat betreft deze verharding voor de parkeerplaatsen zal bestaan uit een halfverharding waarmee de eenheid op het terrein behouden blijft. Achter de kerk is in de toekomst ruimte voor een bijgebouw behorend bij de wooneenheden. Deze zal een landelijke uitstraling kennen en ondergeschikt zijn aan de uitstraling van het karakteristieke (kerk)gebouw, dit zal tot uiting komen in de architectonische vormgeving van het bijgebouw.
De landschappelijke inpassing ter plaatse van deze locatie zal zich met name beperken tot de randen van het perceel. Aan de oostzijde een beukenhaag en aan de westzijde een eenvoudig tuinmuur van maximaal 1,80 m hoog. Hier is te beperkte ruimte om middels groen een passende afscherming te maken. Een bestaand informatiebord over de kapel is behoudenswaardig en zal worden verplaatst naar een nader te bepalen positie.
Nieuw te bouwen woning, op de gronden thans in gebruik als parkeerterrein bij de kapel Om de voorgenoemde karakteristieke kapel te kunnen behouden én om de werkzaamheden te kunnen financieren is het voornemen om het bestaande parkeerterrein en overtollige erfverharding te saneren en hiervoor in de plaats een nieuwe vrijstaande woning met bijbehorend bijgebouw te realiseren. Met de inkomsten van de verkoop van deze woningbouwkavel kan dan voorliggend planvoornemen gefinancierd worden. Het voornemen is getoetst aan de buurtschappennota waarin stedenbouwkundige uitgangspunten zijn opgenomen, hiervoor wordt op deze plek verwezen naar de toetsing van het voornemen aan dit beleidsstuk in 3.4.4. Uitgangspunt is dat een bouwperceel minimaal 20 meter breed moet zijn om voor bebouwing in aanmerking te kunnen komen. Er moet minimaal 30 meter onbebouwde ruimte aanwezig zijn tussen duidelijk waarneembare bebouwing. Hoofdgebouwen moeten op minimaal 10 meter afstand van elkaar worden gebouwd. De zijdelingse perceelgrensafstand bedraagt minimaal 5 meter. De voorgevelrooilijn wordt nader bepaald.
10
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Schuineslootweg 104 Schuinesloot
Er kan bij de bouw van de vrijstaande nieuw te bouwen woning op de locatie van het voormalige parkeerterrein nagenoeg voldaan worden aan de eisen vanuit de buurtschappennota. Enkel de kavelafstand van 5 meter wordt niet geheel gehaald. Dit is echter geen stedenbouwkundige belemmering, gezien het feit dat de meeste woningen in deze buurt die ruimte niet hebben. Deze woning is daarbij zo gepositioneerd dat het in de voorgevelrooilijn van de bestaande bebouwing nabij het plangebied (aan deze zijde van de weg) ligt, om zo een passende positionering te vinden en als laatste zo min mogelijk in het zicht van de buren te zitten. Middels een inrit wordt de woning aan de noordzijde ontsloten. Een beukenhaag vormt een passende afscherming tussen het erf met de buren. Op het erf is voldoende ruimte om te parkeren. De voortuin wordt afgeschermd middels een laag plantsoen dat aansluit op de beplanting rondom de parkeerplaats. Er worden geen extra bomen aangeplant aangezien de bestaande bomen zo veel mogelijk behouden blijven, en dat deze bomen al zorgen voor een voldoende groene inpassing. De lintbebouwing langs de Schuineslootweg is daarnaast ook bepalend voor het dorpsbeeld van Schuinesloot, het betreft in het buitengebied of nabij de kern veelal vrijstaande woningen op ruime kavels waardoor het doorzicht naar het achterliggende gebied gewaarborgd blijft.
Maar er is ook een echt kerngebied, waar de lintbebouwing niet meer als zodanig wordt ervaren en de bebouwing compacter is. In dit kerngebied is het plangebied ook gelegen, daarom wordt gesteld dat deze nieuw te bouwen woning ter plaatse van de voormalige parkeerplaats goed past in deze structuur. Het plan is daarmee een goede aanvulling op de woningvoorraad in Schuinesloot. Door in het kerkgebouw twee woningen te maken in plaats van één, worden deze woningen beter betaalbaar en geschikt voor meerdere (bredere) doelgroepen.
Toelichting (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Schuineslootweg 104 Schuinesloot
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Dit is nodig om de gestelde doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
3.1.1.3 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI.
3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
3.1.2.1 Algemeen Ten tijde van de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´
12
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Schuineslootweg 104 Schuinesloot
3.1.2.2 Toetsing aan de ladder van duurzame verstedelijking Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Voorliggend bestemmingsplan ziet slechts toe op de transformatie van het perceel van maatschappelijk naar reguliere woondoeleinden, de realisatie van een tweetal wooneenheden in de bestaande kapel én de realisatie van één vrijstaande woning (een en ander met een bijgebouw). In zijn totaliteit worden er dan ook slechts drie woningen gerealiseerd, hetgeen ruim minder is dan elf woningen (op basis waarvan een laddertoets dient te geschieden). Gelet op het vorenstaande is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Nadere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is in dit geval niet noodzakelijk.
3.1.3
Conclusie toetsing aan Rijksbeleid
De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met het Rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. 3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. 3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied.
Toelichting (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Schuineslootweg 104 Schuinesloot
3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 3.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.
Afbeelding 3.1
14
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Schuineslootweg 104 Schuinesloot
3.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen van de provincie. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 3.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheidt de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.
De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging t.a.v. functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 3.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden.
De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in onze omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.
3.2.4
Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld: 3.2.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) en artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik
Toelichting (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Schuineslootweg 104 Schuinesloot
Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro.
Toetsing van het initiatief aan artik el 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel Met de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling wordt in de woonomgeving van Schuinesloot een vrijkomende plek in het bebouwingslint langs de Schuineslootweg weer toekomstbestendig (met behoud van historie) ingevuld, op een wijze die zowel vanuit ruimtelijk als functioneel oogpunt passend is aan te merken. Immers is het voornemen van initaitiefnemer om de bestaande kapel aan de buitenzijde volledig te behouden én inpandig te verbouwen ten behoeve van de realisatie van twee wooneenheden. Om deze te karakteristieke kapel te kunnen behouden én om de werkzaamheden te kunnen financieren is eveneens het voornemen om het bestaande parkeerterrein en overtollige erfverharding te saneren en hiervoor in de plaats een nieuwe vrijstaande woning met bijbehorend bijgebouw te realiseren. De ontwikkeling kent daarmee géén extra ruimtebeslag op de groene omgeving, en wordt desondanks goed opgevangen middels een landschappelijke inpassing van het geheel, zoals beschreven in Hoofdstuk 2 en Bijlage 1. Samenvattend wordt geconcludeerd dat de planologische ontwikkeling aansluit bij artikel 2.1.3 zoals verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.
Artikel 2.1.5
Ruimtelijke kwaliteit (leden 1,2,3 en 5)
Lid 1: in de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Lid 2: in het kader van toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. Lid 3: in het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. Lid 5: in het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artik el 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel Zoals blijkt uit de beschrijving in Hoofdstuk 2 en het als Bijlage 1 bijgevoegde ruimtelijk kwaliteitsplan levert het planvoornemen een verbetering op voor de ruimtelijke kwaliteit. De ontwikkelingen zijn in overeenstemming met het 'Uitvoeringsmodel' en passen eveneens binnen het ontwikkelingsperspectief welke geldt voor Schuinesloot.
Het gebied ligt in de natuurlijke laag hoogveen met het veenkoloniale landschap als agrarisch cultuurlandschap. Het ontwikkelingspersectief is schoonheid van de moderne landbouw met wonen, werken en recreeren als goede buur. In het in Bijlage 1 bijgevoegde ruimtelijk
16
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Schuineslootweg 104 Schuinesloot kwaliteitsplan wordt de beplantingskeuze en de locatie van de aanplant beschreven. Hier staat dat dit is gebaseerd op de geldende gebiedskenmerken en de feitelijke situatie ter plaatse, op deze manier wordt er voldoende ruimtelijke kwaliteit toegevoegd aan deze te (her)ontwikkelen locatie in Schuinesloot, dit met behoud van een karakteristiek gebouw in de vorm van de behoudenswaardige kapel. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.1.5, lid 1, 2, 3 en 5 van de Omgevingsverordening Overijssel.
Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Toetsing van het initiatief aan artik el 2.2.2 van de Omgevingsvisie Overijssel De voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van één vrijstaande woning en het intern verbouwen van de behoudenswaardige kapel ten behoeve van een tweetal wooneenheden. Het plangebied wordt daarbij middels voorliggend bestemmingsplan van een woonbestemming voorzien. Voor de woningen zijn reeds gegadigden bekend. De nieuw te bouwen vrijstaande woning én de inpandige woningen in de kapel voldoen hiermee aan de kwalitatieve behoefte in de markt (behoefte aan diverse soorten woningen in Schuinesloot) en worden gebouwd voor de lokale behoefte (er zijn reeds gegadigden). Geconcludeerd wordt dat het voorliggende bestemmingsplan in overeenstemming is met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel.
3.2.4.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Het plangebied kent op basis van de ontwikkelingsperspectievenkaart van de provincie Overijssel voor het grootste gedeelte het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. Daarnaast is een deel van de toekomstige tuinen bij de woningen aangemerkt als 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. In afbeelding 3.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen waarbij het plangebied zich ter plaatse van de rode contour bevindt.
Toelichting (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Schuineslootweg 104 Schuinesloot
Afbeelding 3.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) “Woon en werklocaties buiten de stedelijke netwerken” De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan deenergietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). "Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap" Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt.
Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering).
Toetsing van het initiatief aan het 'Ontwik kelingsperspectief' In het geldende ontwikkelingsperspectief "Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken" is wonen een veelvoorkomende en passende functie. Het voornemen sluit daarmee goed aan op de genoemde perspectieven en de huidige structuren en sluit aan bij de omliggende woningen/woonbestemmingen. De beoogde woningen brengen daarbij geen beperkingen met zich mee ten aanzien van de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.5 waar nader in wordt gegaan op de milieu en omgevingsaspecten. Tenslotte is het grootste gedeelte van het plangebied (en daarmee ook het bouwvlak in de toekomstige situatie) gelegen binnen de 'Woon- en werklocaties' en slechts een klein gedeelte (daar waar in de toekomstige
18
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Schuineslootweg 104 Schuinesloot situatie de tuinen zijn gesitueerd) in 'Agrarisch ondernemen', zodat ook gesteld kan worden dat dit perspectief niet wordt belemmerd. De gewenste ontwikkeling is dan ook passend binnen de ontwikkelingsperspectieven.
3.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap en de stedelijke laag gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. 1.
De Stedelijke laag”
De stedelijke laag is de laag van de steden, dorpen, verspreide bebouwing, wegen, spoorwegen en waterwegen. Het gaat in deze laag om de dynamiek van de steden en de grote infrastructurele verbindingen, maar ook om de rust van de dorpen en de landelijke wegen en paden. De ruimtelijke kwaliteitsambities in de stedelijke laag zijn: a. Brede waaier aan woon-, werk- en mixmilieus: elk buurtschap, dorp en stad zijn eigen kleur b. Contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken door het infrastructuurnetwerk Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Stedelijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'Woonwijken 1955 - nu', zoals in afbeelding 3.3 is te zien. Het plangebied is met rode contour weergegeven.
Afbeelding 3.3 De 'Stedelijke laag' (Bron: Provincie Overijssel)
'Woonwijken 1955 - nu' De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Als ontwikkelingen plaatsvinden in de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp.
Toelichting (vastgesteld)
19
bestemmingsplan Schuineslootweg 104 Schuinesloot
Toetsing van het initiatief aan de “Stedelijke laag” De voorgenomen ontwikkeling betreft het realiseren van één vrijstaande woning én de transformatie van de behoudenswaardige kapel in een tweetal inpandige wooneenheden, waarbij het bouwvlak van de toekomstige woonbestemming is gelegen in het gebiedstype 'Woonwijken 1955 - nu'. Met het mogelijk maken van de beoogde woningen wordt rekening gehouden met de omliggende functies en bestaande bebouwingsstructuren, zie hiervoor ook 2.2. Wat betreft de bouwmogelijkheden wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de geldende beheersverordening. Tevens is een Ruimtelijk kwaliteitsplan is opgesteld om het plangebied op een zorgvuldige wijze in te passen in de het landschap. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Stedelijke laag'.
2.
De “Natuurlijke laag”
De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier 'van nature' op vestigt. Deze natuurlijke laag is het resultaat van de wisselwerking tussen abiotische (fysische) en biotische factoren en processen. Zo zorgden ijs-, wind- en waterstromen in Overijssel voor het ontstaan van een afwisselend landschap van stuwwallen, dekzandgronden, beekdalen en natte laagtes en bepaalden de stroomsnelheden van IJssel, Vecht, Regge of Dinkel waar het fijne (komgronden) en waar het grovere sediment (oeverwallen) werd afgezet. En ontwikkelde veen zich daar, waar het water maar moeilijk weg kon. Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'Hoogveengebieden', zoals in afbeelding 3.4 is te zien.
Afbeelding 3.4 De 'Natuurlijke laag' (Bron: Provincie Overijssel)
“Hoogveengebieden (in cultuur gebracht)” Op waterhuishoudkundig geïsoleerde plekken (waar het regenwater wordt vastgehouden) ontwikkelde zich in het zandgebied op kleine en grote schaal hoogveen; onder invloed van regenwater ontstonden veenmoerassen. Deze groeiden als een dikke spons van veenmossen steeds verder omhoog, los van
20
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Schuineslootweg 104 Schuinesloot het grondwater. De extreme zure en voedselarme omstandigheden leidden tot natte, slecht toegankelijke moerasgebieden, waar vrijwel geen boom kon groeien. De hoogveenrestanten worden gekenmerkt door een hoge waterkwaliteit, een hoge waterstand en een hoge natuurkwaliteit. Lokaal is sprake van “levend hoogveen” (veenaangroei). De ambitie is de hoogveenrestanten in stand te houden en op een aantal plekken het hoogveen opnieuw tot groei te brengen. Het open natte karakter is hierbij een belangrijke kwaliteit. De inzet is op de randen tussen de hoogveenrestanten en de hoogveenontginningsgebieden landschappelijk leesbaar te maken als ontgonnen deel van het oorspronkelijk veenlandschap. Zo ontstaat een samenhangend en leesbaar landschap in de hoogveengebieden en een overgang naar heide en schaalgraslanden eromheen. Toetsing van het initiatief aan de “Natuurlijke laag” De gronden ter plaatse van het plangebied zijn ingericht ten behoeve van een maatschappelijk perceel voor religieuze doeleinden, een en ander met bijhorende inrichting en verharding alsook parkeervoorzieningen. De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig.
De inpandige verbouwing van de behoudenswaardige kapel en/of de realisatie van de vrijstaande woning op het noordelijke gedeelte van het perceel heeft dan ook geen gevolgen voor de kenmerken van het hoogveengebied. Ter plaatse van het plangebied wordt daarbij middels een ruimtelijk kwaliteitsplan (zie 2.2 en Bijlage 1) ingespeeld op de daar voorkomende gebiedskenmerken. Hiermee sluit het toekomstige woongebied goed aan bij de gebiedskenmerken van omliggend landschap en wordt het initiatief op een passende wijze ingepast en/of behouden. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat de 'Natuurlijke laag' geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
3.
De “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”
In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' aangeduid met het gebiedstype 'Veenkoloniaal landschap'. In afbeelding 3.5 wordt dit weergegeven.
Toelichting (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Schuineslootweg 104 Schuinesloot
Afbeelding 3.5
De Laag van het agrarisch cultuurlandschap” (Bron: Provincie Overijssel)
"Veenkoloniaal landschap" Kenmerkend voor het veenkoloniaal landschap zijn de grootschalige open landschappen met een lineaire bebouwings-, verkavelings- en ontwateringsstructuur die zijn ontstaan door grootschalige ontginning van de hoogveengebieden. Het Overijssels veenkoloniaal landschap is deel van een groter geheel dat zich uitstrekt over Groningen en Drenthe. Het is gevormd door ontginners en boeren uit met name het noorden. Typische Groningse boerderijen staan hier doorgaans naast de Overijsselse boerderijen. De ambitie is gericht op de versterking van de aantrekkelijkheid, de leefbaarheid en de kwaliteit van dit landschap. Het gaat dan met name om de grote maat en de vergezichten. De norm is een beschermende bestemmingsregeling gericht op instandhouding van de grote open ruimtes, de vergezichten en het contrast tussen deze ruimtes en bestaande verdichte zones. Als ontwikkelingen plaatsvinden in het veenkoloniaal landschap dan dragen deze bij aan het behoud en de versterking van bijzondere architectuur, de linten in het landschap en de open ruimtes. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Door de inpassing van het plangebied (zie Bijlage 1) worden de kenmerken van het oorspronkelijke landschap van het landschapstype versterkt.
Dit gebeurt door het plangebied in te richten met nieuwe, gebiedseigen beplanting en het realiseren van een gebiedseigen woning, alsmede het behoud van de karakteristieke, behoudenswaardige kapel (zie hiervoor paragraaf 2.1). Tenslotte is het van belang dat het plangebied ligt in bestaand stedelijk gebied, de gronden ter plaatse van het plangebied zijn ingericht als maatschappelijk perceel Dit betekent dat de oorspronkelijke waarden niet meer voorkomen in het plangebied. Daarmee is de ontwikkeling in overeenstemming met het gestelde in de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”.
4.
De “Laag van de beleving”
In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. De verblijfsrecreatiecomplexen, de attracties, de routes voor wandelen, fietsen en varen zijn een belangrijke economische factor geworden met een vergelijkbaar aandeel in de economie als de agrarische sector. Dit alles verandert het aanzien, de gewenste gebruiksmogelijkheden en betekenis van het buitengebied. Aan het 'belevingslandschap' ontleent Overijssel zijn tijdsdiepte, maar ook zijn aantrekkingskracht. Steeds vaker worden de kwaliteiten uit het verleden ingezet in plannen door daar met nieuwe kwaliteiten, gebruiks- en verschijningsvormen op voort te bouwen.
Belangrijk in deze laag is het oude en nieuwe 'erfgoed' van de provincie. De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van de beleving' beide aangeduid met 'Donkerte'. In afbeelding 3.6 wordt dit weergegeven.
22
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Schuineslootweg 104 Schuinesloot
Afbeelding 3.6: Laag van de beleving (Bron: Provincie Overijssel)
“Donk erte” Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de 'buitengebieden' van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden.
Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van de beleving' Ten eerste wordt gesteld dat lichtuitstraling inherent is aan een woonfunctie. Voor de hele kern Schuinesloot is het aspect 'donkerte' van toepassing. In hoeverre hier daadwerkelijk sprake is van een kwaliteit valt, gezien het feit dat verlichting in woon- en werkgebieden noodzakelijk is vanuit het oogpunt van sociale en verkeersveiligheid, te betwijfelen. In dit geval zal, ten opzichte van de huidige situatie (kerkgebouw met parkeerterrein), de lichtuitstraling (vrijwel) niet toenemen. Er is daarbij sprake van herontwikkelingslocatie en hiermee inbreiding binnen bestaand bebouwd woongebied. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de “Laag van de beleving”.
3.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.
Toelichting (vastgesteld)
23
bestemmingsplan Schuineslootweg 104 Schuinesloot
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Wonen met kwaliteit - Woondeal West-Overijssel
3.3.1.1 Algemeen De woondeal gaat over meerdere onderdelen, maar in het kort samengevat in ieder geval over de doelstellingen van deze regio West-Overijssel om de komende jaren tot de bouw van voldoende passende woningen te komen, waarmee het woningtekort in deze regio kan worden opgelost. Met passende woningopgave wordt per woningbouwplan bedoeld: 30% sociaal 40 procent betaalbaar tot % 355.000, waarvan een deel midenhuur 30% vrije sector, dit betreft daarmee dus alles boven de € 355.000. 3.3.1.2 Toetsing van het initiatief aan de regionale Woondeal West-Overijssel Dit bestemmingsplan kan naar aard en omvang (slechts 3 woningen) en gelet op de doelstellingen van de woondeal (zich hoofdzakelijk richtend op grotere woningbouwontwikkelingen) niet worden getoetst aan deze woningbouw afspraken. Gezien het plan zich richt op woningbouwontwikkeling voldoet het aan deze woondeal en is het hiermee niet strijdig.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Landstad Hardenberg
3.4.1.1 Algemeen Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een eigen omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. Deze omgevingsvisie is samengesteld met participatie van vele stakeholders uit allerlei sectoren. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. Hierin is de functie voor de hele regio verder uitgebouwd. De rode draad in de gemeente is als volgt: De gemeente en samenleving zijn verbonden. De Hardenbergers hebben altijd de blik naar buiten. Ze zien voortdurend kansen. Door een goede samenwerking tussen inwoners, overheid en bedrijfsleven benutten we de kansen die zich voordoen. De gemeente speelt in op toekomstige veranderingen, veert mee, verbindt en investeert waar nodig. De kernen zijn onderling sterk verbonden. Platteland en stad raken steeds meer verweven. De gemeente combineert de kracht van het platteland met een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Voor een grensgemeente is dat een unieke prestatie. De gemeente zoekt de regionale verbinding. Hardenberg is onderdeel van de regio Zwolle. Daarnaast zijn er sterke verbindingen met Twente en Drenthe. 3.4.1.2 Ambitie Hardenberg staat voor grote uitdagingen. Een groeiende bevolking en economie zijn voor een grensregio niet vanzelfsprekend. Integendeel.
Dit vraagt om blijvende inspanningen en investeringen. De gemeente kan niet doorbouwen zoals het groot is geworden. Het gebruik van het platteland verandert. Dat vraagt om ontwikkeling van bebouwing die samengaat met ruimtelijke kwaliteit, landschap en natuur. Stad en land vullen elkaar steeds meer aan en houden elkaar in balans. Samen vertellen zij het verhaal van de functieverandering van het Hardenbergse platteland. Of-of-denken maakt plaats voor en-en-denken. De gemeente wil de kwaliteiten van het buitengebied versterken door stedelijke elementen aan te brengen. Tegelijkertijd blijft de gemeente werken aan het binnenstedelijk woon- en leefklimaat met vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart.
24
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Schuineslootweg 104 Schuinesloot
De gemeente Hardenberg staat niet op zichzelf. Sociale, maatschappelijke en economische relaties zijn steeds (boven)regionaler. Hardenberg wordt steeds afhankelijker van de omliggende regio's. Omgekeerd geldt hetzelfde. De gemeente speelt daar op in. Per opgave kiest de gemeente het juiste schaalniveau voor de aanpak en samenwerking. De gemeente gaat 'spelen met schalen'. De gemeente staat voor een nieuwe schaalsprong. Om deze schaalsprong te kunnen maken zijn vier uitgangspunten opgesteld. a. b. c. d.
de groei vasthouden en doortrekken; kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker; ruimte als troefkaart; bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden
De groei vasthouden De gemeente blijft inzetten op groei van de economie en de werkgelegenheid. Hardenberg streeft naar een positieve arbeidsmarktbalans. Dit past bij onze positie als streekcentrum. De omvang en samenstelling van de beroepsbevolking geeft nu voldoende basis voor een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Dat wil de gemeente in de toekomst ook zo houden. Een stabiele bevolkingsgroei is daarom een voorwaarde. Net als het behouden van de concurrerende economie. Volgens de prognoses groeit onze bevolking tot 2040. Tot 2050 groeit ook het aantal huishoudens, en daarmee de woningbehoefte. Terwijl de bevolking groeit, neemt de beroepsbevolking geleidelijk af door vergrijzing. Dit kan Hardenberg positief beïnvloeden door jonge gezinnen en startende huishoudens aan te trekken. Dit is gunstig voor de omvang van de beroepsbevolking en het voorzieningenniveau. De Regio Zwolle krijgt van het Rijk een groeiopgave van naar verwachting 40.000 tot 60.000 woningen in 2040. Hiervan kan en wil de gemeente in ieder geval 1.000 woningen voor haar rekening nemen. Kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker Groei is geen doel op zich maar moet bijdragen aan welvaart en welzijn van onze inwoners. De gemeente bouwt bestaande kwaliteiten uit en voegt nieuwe toe aan de leefomgeving en economie. Zo wil de gemeente haar inwoners binden en vertrokken Hardenbergers verleiden om terug te keren.
De gemeente schept een gunstig vestigingsklimaat voor nieuwe bedrijven. Nieuwbouw is hiervoor niet voldoende. Verbeteringen in het woon, leef- en werkklimaat werken als een vliegwiel voor de lokale welvaart en het welzijn van de inwoners. Dit noemt met brede welvaart. De brede welvaart wordt bereikt door in te spelen op de trends en ontwikkelingen die de samenleving beïnvloeden, zoals: klimaatontwikkelingen, energietransitie, transities in de landbouw, circulaire economie, aandacht voor voeding en levensstijl en demografische ontwikkelingen. Ruimte als troefkaart Ruimte is de troefkaart. In Hardenberg krijg je veel voor weinig. Er is kwaliteit van leven. De Brede Welvaartsindicator 2019 laat een hoge woontevredenheid zien. Een kwaliteit die in Nederland steeds schaarser wordt. Hiermee onderscheiden we ons. Nu en in de toekomst. Dit doet Hardenberg door werk te maken van leefbaarheid: de gemeente versterkt landbouw en natuur; de gemeente verbeterd het leef- en woonmilieu (groen, water, schoon, veilig, ruimte); de gemeente zorgt voor een passend woningaanbod en versterkt de sociale samenhang; de gemeente houdt het voorzieningenniveau op peil. Bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden Hardenberg is de op één na grootste gemeente in zowel de regio Zwolle als de Dutch TechZone. Beide samenwerkingsverbanden zijn belangrijk om onze ambities en opgaven te realiseren.
Vooral voor de bereikbaarheid en de economie. En daarmee ook voor onderwijs en scholing. Hardenberg moet daarom uitgroeien tot een netwerkgemeente bij uitstek. Dit vraagt om intensivering van de samenwerkingsrelaties, specifiek met de regio Zwolle. Goede bereikbaarheid is hierbij een belangrijke voorwaarde. De gemeente zet zich in voor snelle verbindingen met Twente en Zwolle.
Toelichting (vastgesteld)
25
bestemmingsplan Schuineslootweg 104 Schuinesloot
3.4.1.3 Thema's De visie is vertaald in vier thema's voor ontwikkeling. Dit betreffen de volgende: 1. 2. 3. 4.
Hardenberg in balans: over de verscheidenheid van het landelijk gebied; Hardenberg voor elkaar: over stedelijke ontwikkeling, een vitale samenleving en leefbare kernen; Hardenberg knooppunt: over een vitale economie en goede bereikbaarheid; Hardenberg duurzaam: over de energietransitie, klimaatadaptatie en een circulaire economie.
Binnen elk thema heeft de gemeente ambities en staat de gemeente voor opgaven. Samen vormen ze de agenda voor toekomstige samenwerkingen. In dit geval is met name het thema 'Hardenberg in balans' relevant, aangezien deze gaat over het landelijk gebied, waar het plangebied onderdeel van is. Hardenberg in Balans Ten aanzien van dit thema's heeft de gemeente zes ambities opgesteld, dit betreffen de volgende: 1. De gemeente houdt het landelijk gebied vitaal; 2. De gemeente behoud en versterkt natuur en landschap, economie en samenleving: 3. De gemeente maakt ruimte voor klimaatadaptatie en de energietransitie met aandacht voor de kwaliteit, het gebruik en de waarden in het landelijk gebied; 4. De gemeente benaderd ontwikkelopgaven en vraagstukken gebiedsgericht; 5. De gemeente stimuleert nieuwe samenwerkingsvormen en strategische partnerschappen tussen ondernemers, onderzoek, onderwijs en overheden; 6. De gemeente zorgt voor passend hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing. 3.4.1.4 Opgaven per gebied De gemeente zet zich al lang in om ontwikkelingen in het buitengebied bij te laten dragen aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het beleid beschrijft daarom voor elk landschapstype de belangrijkste gebiedskenmerken en ontwikkelingsrichtingen. Bij het maken van dit beleid waren zowel bewoners als professionals betrokken.