CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan 'Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart'

gemeenteraad 12 maart 2024, gemeente HardenbergBij agendapunt: Vaststelling herstelbesluit bestemmingsplan 'Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart' naar aanleiding van de tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en gewijzigd vaststellen bestemmingsplan15.019 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Water

5.8.1

Vigerend beleid

Europees- en rijksbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema's als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen.

De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterweg (2009). Provinciaal beleid In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als in stedelijk gebied. Waterschap Vechtstromen Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Drents Overijsselse Delta, Vechtstromen en Rijn en IJssel. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het algemeen bestuur van waterschap Vechtstromen heeft in de vergadering van 7 oktober het 'Waterbeheerplan 2016-2021' vastgesteld. In het Waterbeheerplan is aangegeven hoe het waterschap zijn taken de komende jaren (2016 tot 2021) wil uitvoeren. In het plan zijn

bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 29

doelen en maatregelen gesteld voor de thema's waterveiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op: voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte; beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem; het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties. 5.8.2

Waterparagraaf

Zoals in voorgaande paragraaf uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Het waterschap is betrokken bij de voorbereiding tot het opstellen van het bestemmingsplan en het MER. Afstemming vind plaats met betrekking tot de actualisatie van de waterwetvergunning en door het het stellen van voorwaarden in de omgevingsvergunningprocedure voor het verhogen van de productiecapaciteit. Hierna wordt ingegaan op de verschillende wateraspecten die van belang zijn. Oppervlaktewater De hoeveelheid oppervlaktewater zal niet wijzigen.

Toename bebouwd/verhard oppervlak De uitbreiding aan de oostzijde zal leiden tot een toename van het verhard oppervlak. In overleg met het waterschap zal worden bepaald of en hoe dit kan worden gecompenseerd. Grondwater In de huidige situatie wordt per dag circa 1.400 m3 grondwater opgepompt. In de toekomstige situatie zal dit toenemen tot circa 2.240 m3. Riolering Het grootste deel van het opgepompte grondwater (ca 1.250 m3) wordt, na zuivering, geloosd op de riolering. In de toekomstige situatie zal deze hoeveelheid te lozen water toenemen. In het MER is hier nader op ingegaan. In het kader van de omgevingsvergunningprocedure die gelijktijdig met dit bestemmingsplan wordt doorlopen zijn de effecten op water in beeld gebracht voor uitbreiding van het productieproces. Deze informatie is opgenomen in Bijlage 7. 5.9

Luchtkwaliteit

Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing). Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wm in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het

bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 30

programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De uitbreiding van de slachterij kan invloed hebben op de luchtkwaliteit ten gevolge van de toename van het aantal transportbewegingen en ten gevolge van de uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten, inclusief de aanwezigheid van levende kippen. Voor de invloed van de toename van de productie zijn ten behoeve van het MER berekeningen uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de uitbreiding leidt tot een zeer beperkte toename van maximaal 0,01 µg PM10/m3 en 0,04 µg NO2/m3. Ten aanzien van de verkeersaantrekkende werking geldt dat de ontwikkeling zo beperkt is, dat sprake is van een NIBM-project. Voor de invloed van de toename van de productie zijn berekeningen uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de uitbreiding leidt tot een zeer beperkte toename van maximaal 0,01 µg PM10/m3. 5.10

Ecologie

In Nederland is de natuurwetgeving uitgewerkt in de Wet natuurbescherming (Wnb). De natuurwaarden worden op twee wijzen beschermd: middels de gebiedsbescherming (Hoofdstuk 2 Wnb) en middels de soortenbescherming (Hoofdstuk 3 Wnb). 5.10.1 Soortenbescherming Volgens de Wet natuurbescherming is het verboden beschermde planten te verwijderen of te beschadigen, beschermde dieren te doden, te verwonden, te vangen of opzettelijk te verontrusten en voortplantings- of vaste rust- en verblijfplaatsen te beschadigen. Voor de uitvoering van alle ruimtelijke plannen moet worden onderzocht welke natuurwaarden aanwezig zijn en of verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming zullen worden overtreden. Het plangebied betreft een bestaand bedrijventerrein dat grotendeels is bebouwd. Het noordoostelijk deel van het gebied betreft een weiland dat deels zal worden bebouwd en deels zal worden ingericht als parkeerplaats. Daarnaast zijn langs de Fahrenheitstraat en Celsiusstraat bomen aanwezig die mogelijk dienen te worden gekapt. Om de uitvoerbaarheid van het plan te toetsen, is een inventarisatie van natuurwaarden uitgevoerd. Naast het raadplegen van bronnen is het plangebied ten behoeve van de inventarisatie op 1 juni 2016 bezocht door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs bv.

Het plangebied is gelegen aan de Rollepaal en aan de Langewijk, grenzend aan het bestaande terrein van Plukon Dedemsvaart. Deelgebied B ligt ten oosten van de Fahrenheitstraat en bestaat uit het voormalige terrein van Wehkamp en een voormalige ponyweide. Beide zijn omgeven door een hek. Op het voormalige terrein van Wehkamp was ten tijde van het veldbezoek een bedrijfsloods aanwezig, omgeven door gazon, bestrating en opgaand groen in de vorm van solitaire bomen en groenstroken met bomen en struiken. Inmiddels is de bedrijfsloods gesloopt. Aan de rand van de ponyweide zijn eveneens enkele bomen aanwezig. De ponyweide was op het moment van de inventarisatie sterk verruigd. Langs de Fahrenheitstraat zijn daarnaast bomen en groenstroken aanwezig. Deelgebied C betreft een grasland en bestrating ten westen van de Fahrenheitstraat, met aan de zuidrand een rij bomen. Ook dit terrein wordt omgeven door een hek.

bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 31

Er zijn plannen voor het uitbreiden van Plukon Dedemsvaart richting het zuiden en oosten, op de deelgebieden B en C. Deze plannen bestaan uit het aanleggen van bedrijfsgebouwen, laadkuilen en parkeerplaatsen voor vrachtwagens. Om een uitbreiding in oostelijke richting mogelijk te maken, dient een deel van de Fahrenheitstraat te worden afgesloten. Dit is sinds het veldbezoek inmiddels uitgevoerd. Als alternatieve ontsluiting was het nodig een nieuwe weg te realiseren die ten zuiden van het bedrijf in oostelijke richting loopt en daar aansluit op de Rollepaal. Ook dit is sinds het veldbezoek inmiddels uitgevoerd. Naast de sloop van het gebouw en de aanleg van de weg, is het om de plannen mogelijk te maken nodig om bomen en groenstroken te kappenen bestrating en asfalt te verwijderen. Inventarisatie Ten aanzien van de aanwezigheid van beschermde soorten is, naast het afgelegde veldbezoek, via Quickscanhulp.nl (© NDFF - quickscanhulp.nl 6 juni 2016, 11:41:13) soorteninformatie uit de Nationale Database Flora en Fauna opgevraagd. Uit de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen van diverse beschermde diersoorten bekend. Op basis van de terreinomstandigheden in en direct rond het plangebied kan worden gesteld dat het plangebied zelf een beperkte natuurwaarde kent.

In deelgebied B is rond het bedrijfsgebouw gazon aanwezig met soorten als gestreepte witbol, kruipende boterbloem en ruw beemdgras. In de voormalige ponyweide is verruigd grasland aanwezig, waarin soorten als grote brandnetel, kropaar en ridderzuring zijn aangetroffen. De genoemde soorten duiden op voedselrijke omstandigheden. Aan de westzijde van het bedrijfsgebouw is een groenstrook aanwezig met onder meer gewone vlier, Italiaanse populier, noordse esdoorn, ruwe berk en Spaanse aak. Ten noorden en oosten van het bedrijfsgebouw staan solitaire populieren, zomereiken en zwarte elzen. In de noordwesthoek van de ponyweide zijn langs de Langewijk enkele oude lindes aanwezig. In deelgebied C is eveneens grasland aanwezig met soorten als kruipende boterbloem en witte klaver. Aan de zuidrand van deelgebied C staat een rij zomereiken. Verder staan aan weerszijden van de Fahrenheitstraat essen en zomereiken en zijn groenstroken met lage struiken aanwezig. Beschermde plantensoorten zijn niet in het plangebied aangetroffen en worden gezien de inrichting ook niet verwacht. In twee zwarte elzen ten oosten van het bedrijfsgebouw in deelgebied B zijn spechtenholtes aangetroffen. Deze holtes zijn met een boomcamera gecontroleerd op potenties als vleermuizenverblijfplaats. De holten zijn hiervoor echter niet geschikt, omdat bleek dat de holtes niet naar boven toe doorlopen.

Andere potentiële verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen, zoals loszittende schors, zijn niet aangetroffen in het plangebied. Het plangebied vormt waarschijnlijk wel onderdeel van het foerageergebied van in de omgeving verblijvende vleermuizen. Uit de omgeving van het plangebied zijn gewone

bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 32

dwergvleermuis en laatvlieger bekend (Quickscanhulp.nl). Uit de omgeving van het plangebied is het voorkomen van de beschermde grondgebonden zoogdieren eekhoorn en steenmarter bekend. Nest- en verblijfplaatsen van deze soorten zijn niet aangetroffen in het plangebied. Mogelijk vormt het plangebied wel onderdeel van het foerageergebied van eekhoorn en steenmarter. Sporen die duiden op de aanwezigheid van (verblijfplaatsen van) andere strikt beschermde zoogdieren zijn eveneens niet aangetroffen. Deze worden ook niet verwacht gezien de inrichting en het gebruik van het plangebied. Wel worden enkele algemene grondgebonden zoogdiersoorten in en direct rond het plangebied verwacht, zoals bosmuis, rosse woelmuis, veldmuis, egel en hermelijn. Aanwijzingen (zoals braakballen en nesten) voor de aanwezigheid van (verblijfplaatsen van) uilen en roofvogels met jaarrond beschermde nestplaatsen zijn niet aangetroffen in het plangebied. Uit de omgeving van het plangebied zijn kerkuil, steenuil en ransuil bekend (Quickscanhulp.nl). Het plangebied vormt door de inrichting en het gebruik geen hoogwaardig foerageergebied voor deze uilensoorten, maar het is niet uitgesloten dat ransuil of kerkuil (incidenteel) foerageren in deelgebied B. Tijdens het veldbezoek zijn in deelgebied B foeragerende huismussen waargenomen.

Deze huismussen hebben naar verwachting verblijfplaatsen in huizen buiten het plangebied. In een zwarte els ten oosten van het bedrijfsgebouw van Wehkamp is in een holte een nest met jongen van spreeuw aangetroffen. In de groenstructuren zijn verder algemene broedvogels als boomkruiper, houtduif, merel en vink broedend te verwachten. Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater wordt geen voortplanting van amfibieën of vissen in het plangebied verwacht. In het plangebied zijn wel overwinterende amfibieën te verwachten in de groenstroken. Te verwachten zijn algemene soorten als bruine kikker, kleine watersalamander en gewone pad. De meer kritische (en zwaarder) beschermde amfibieën worden, evenals reptielen en beschermde ongewervelden vanwege het ontbreken van geschikt leefgebied niet verwacht in het plangebied. Toetsing Door de plannen verdwijnt mogelijk een deel van het foerageergebied van in de omgeving verblijvende eekhoorns, steenmarters en vleermuizen. Het plangebied vormt naar verwachting maar een klein onderdeel van het foerageergebied voor deze soorten. Bovendien is in de omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief foerageergebied aanwezig. Daarom worden negatieve effecten op eekhoorn, steenmarter of vleermuizen naar aanleiding van de plannen op voorhand niet verwacht.

Mogelijk vormt het plangebied onderdeel van het foerageergebied van in de omgeving voorkomende uilen en huismussen. Ook voor deze soorten geldt dat het plangebied naar verwachting hooguit een klein onderdeel vormt van het foerageergebied. Voor deze soorten is in de omgeving van het plangebied bovendien in ruime mate alternatief foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op in de omgeving verblijvende uilen en huismussen worden daarom niet verwacht. Wel dient ten aanzien van broedvogels bij de planning en uitvoering van werkzaamheden rekening te worden gehouden met het broedseizoen. Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, kunnen in gebruik zijnde nesten van vogels worden verstoord of vernietigd. Dit is bij wet verboden (Wnb artikelen 3.1 en 3.5). Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan worden voorkomen door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. De Wnb kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt evenwel dat het broedseizoen van ongeveer 15 maart tot 15 juli duurt. Als gevolg van de werkzaamheden kunnen daarnaast verblijfplaatsen van enkele algemene amfibieën en zoogdieren worden verstoord en/of vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood.

Voor deze algemene soorten geldt in de provincie Overijssel een vrijstelling van artikel 3.10, lid 1 van de Wet natuurbescherming in het geval van ruimtelijke ontwikkelingen. Voor deze soorten hoeft daarom geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht. Actualisering

bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 33

Het ecologisch onderzoek is in 2016 uitgevoerd. In het kader van het opgestelde MER zijn de ecologische effecten eveneens meegewogen. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning ten behoeve van de realsitie van de ontwikkelingen is een actualisatie van het ecologisch onderzoek benodigd. 5.10.2 Gebiedsbescherming Beschermde gebieden in het kader van de Wet natuurbescherming liggen op ruime afstand van het plangebied. Er worden geen negatieve effecten op omliggende Natura 2000-gebieden en EHS-gebieden verwacht, zoals verstoring door licht, geluid of veranderingen in de waterhuishouding. Voorafgaand aan het opstellen van het bestemmingsplan is wel nader onderzoek uitgevoerd naar eventuele effecten ten gevolge van stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden. Hier wordt hierna op ingegaan. Berekening stikstofdepositie Het bestemmingsplan mag geen significante effecten hebben op Natura 2000 (artikel 2.7 lid 1 Wet Natuurbescherming). In het bestemmingsplan is daartoe een gebruiksregel opgenomen waarin is bepaald dat de uitbreiding alleen gerealiseerd mag worden onder voorwaarde dat de stikstofdepositie niet toeneemt. In het kader van de notitie Reikwijdte en detailniveau voor het milieueffectrapport (MER) is voor de uitbreiding van Plukon een stikstof-depositieberekening uitgevoerd met behulp van Aerius.

Uit de berekening kwam naar voren dat op enkele omliggende Natura 2000-gebieden een lichte verhoging van de ammoniakdepositie optrad. Op 15 december 2015 is hiervoor een melding ingediend. Het PAS en de melding zijn inmiddels vervallen, vanwege de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 29 mei 2019. Er is daarom een nieuwe Aeriusberekening uitgevoerd. Uit de Aerius-berekening blijkt dat de neerslag op Natura2000-gebieden 0,0 mol/ha/jr betreft, met toepassing van een filter. De beoordeling hiervan en de onderbouwing hiervoor is opgenomen in Bijlage 8. Het bestemmingsplan is daarmee uitvoerbaar. Het toegepaste filter is een vorm van interne saldering. Voor toepassing van interne saldering goldt een vergunningplicht. Dit is ook opgenomen in het MER. Er is hiervoor een vergunningaanvraag ingediend bij de provincie. Ten tijde van vaststelling van dit bestemmingsplan is deze vergunningplicht inmiddels vervallen. 5.11

Externe veiligheid

5.11.1 Landelijk beleid Ten aanzien van externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen inrichtingen (Besluit en Regeling externe veiligheid inrichtingen), vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen (het Besluit transportroutes externe veiligheid met bijbehorend Basisnet) en vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen (Besluit externe veiligheid buisleidingen). De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau voor activiteiten met gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Dit zijn het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor het plaatsgebonden risico (PR) geldt een normwaarde van 10-6 per jaar. Deze norm wordt doorgaans grafisch weergegeven als een isocontour op een kaart (PR10-6 contour). Kwetsbare objecten (gedefinieerd in Bevi artikel 1 sub 1 onder m) moeten aan deze norm voldoen. Voor beperkt kwetsbare objecten (Bevi artikel 1 sub 1 onder a) is deze norm een streefwaarde, waarvan alleen gemotiveerd kan worden afgeweken. In de wet- en regelgeving is het groepsrisico (GR) niet vervat in een vaste grenswaarde of norm. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht, waarbij de oriëntatiewaarde moet worden gezien als richtlijn. Voor wegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd geldt aanvullend een plasbrandaandachtsgebied. Binnen deze zone dient een extra afweging plaats te vinden bij

bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 34

de oprichting van bebouwing. Daarnaast geldt langs buisleidingen een bebouwingsvrije zone, de zogenoemde belemmeringenstrook (4 m bij buisleidingen tot 40 Bar en 5 m voor overige buisleidingen). 5.11.2 Gemeentelijk beleid De gemeente Hardenberg heeft een Externe Veiligheidsvisie opgesteld, met daarin een gebiedstypering om een onderscheid in het veiligheidsniveau te kunnen maken. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen: woongebieden; bedrijventerreinen; recreatiegebieden; en overige gebieden (met voornaamste bestemming buitengebied en natuurbeschermingsgebied). Daarnaast wordt een onderscheid gemaakt tussen bestaande situaties en nieuwe situaties. Voor nieuwe situaties binnen het gebiedstype 'bedrijventerrein' geldt voor het plaatsgebonden risico PR 10-6 dat er geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten aanwezig of geprojecteerd mogen zijn binnen de contour van het plaatsgebonden risico en dat de contour binnen de eigen erfgrens moet liggen. Ten aanzien van het groepsrisico geldt dat de introductie van een risicobron is toegestaan, mits invulling wordt gegeven aan de verantwoordingsplicht voor het groepsrisico. Ook is projectie van objecten binnen het invloedsgebied toegestaan, wanneer invulling wordt gegeven aan de verantwoordingsplicht. Inrichtingen Binnen het bedrijf is nu reeds een koelinstallatie aanwezig die gebruik maakt van ammoniak.

In het kader van verlening van de huidige milieuvergunning is deze koelinstallatie getoetst aan het Bevi. Uit deze toetsing komt naar voren dat wordt voldaan aan de eisen die hieraan worden gesteld. De hoeveelheid te gebruiken ammoniak zal in de toekomstige situatie niet toenemen. Daarmee zijn er op dit vlak geen belemmeringen voor vaststelling van het bestemmingsplan. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen andere risicovolle inrichtingen aanwezig. Vervoer van gevaarlijk e stoffen De wegen op het bedrijventerrein de Rollepaal zijn allen aangewezen voor vervoer van gevaarlijke stoffen. De soort en hoeveelheid gevaarlijke stoffen die over de ontheffingenroutes worden getransporteerd zijn alleen bestemd voor de bedrijven die binnen de gemeente met gevaarlijke stoffen werken waarvoor de routeringverplichting geldt. Gezien het gering aantal LPG-transporten en transporten met gevaarlijke stoffen dat plaatsvindt binnen de gemeente Hardenberg, wordt het plaatsgebonden risico PR10-6 nergens overschreden. Verwacht wordt dat de oriënterende waarde voor het groepsrisico als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen binnen de gemeente Hardenberg ook niet wordt overschreden. Ook over de N377 worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Deze weg ligt echter op een dusdanige afstand (meer dan 400 m) dat geen belemmeringen aanwezig zijn.

Buisleidingen Buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen liggen op een afstand van meer dan 1 km van het plangebied. Conclusie Vanuit het aspect externe veiligheid zijn er geen bezwaren tegen de uitvoering van het planvoornemen.

bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 35

5.12

Milieueffectrapportage

De uitbreiding van een installatie bestemd voor het slachten van dieren, is op grond van het Besluit m.e.r. (D39.1) m.e.r.-(beoordelings)plichtig in de gevallen dat de activiteit betrekking heeft op een productiecapaciteit van 25.000 ton vlees per jaar of meer. Het bestemmingsplan maakt een uitbrei-ding van het bedrijf mogelijk, waardoor de totale productiecapaciteit tot 190.944 ton vlees per jaar kan groeien. Hiermee wordt de drempelwaarde ruimschoots overschreden. Bij de voorbereidingen van het bestemmingsplanbesluit is het doorlopen van een m.e.r.-procedure dan ook verplicht. In bijlage is het milieueffectrapport opgenomen. Op 9 juni 2020 heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage een positief advies uitgebracht. De uitkomst van het milieueffectrapport De worst case kan voor de aspecten geur en geluid (verkeer en industrielawaai) leiden tot (licht) negatieve effecten. In het uitgevoerde onderzoek zijn ook beperkende maatregelen onderzocht. Door het nemen van maatregelen kunnen de geureffecten worden weggenomen. Dit geldt ook voor effecten van industrielawaai. Bij realisatie van de uitbreiding van het bedrijf, zullen dusdanige industrielawaai- en geur beperkende maatregelen genomen worden, zodat de geluidsbelasting en de geurbelasting niet worden vergroot ten opzichte van de huidige vergunde situatie.

Dit heeft de gemeente ook als voorwaarde gesteld aan de uitbreiding. De uitbreiding van het bedrijf zal fasegewijs plaatsvinden. In het kader van de omgevingsvergunning milieu dienen de maatregelen te worden meegenomen, om te zorgen dat de kwaliteit van het woon- en leefmilieu voor omwonenden voldoende blijft en de situatie verbeterd of gelijk blijft, in vergelijking met de huidige vergunde situatie.

bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 36

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het voorontwerp bestemmingsplan heeft voor een ieder ter inzage gelegen en is in het kader van het vooroverleg toegestuurd aan betrokken overheden. De binnengekomen inspraak- en vooroverlegreacties zijn samengevat en beantwoord in Bijlage 6 Advies- en inspraakverslag. Tevens is hierin aangegeven op welke punten de reacties hebben geleid tot wijzigingen. Vanaf woensdag 24 oktober 2018 heeft het ontwerpbestemmingsplan 'Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart' gedurende zes weken ter inzage gelegen, dit is op 23 oktober bekend gemaakt op de gemeentelijke website, de Staatscourant en het huis aan huis blad. De laatste dag van de termijn was dinsdag 4 december 2018. Tijdens deze periode is er één gezamenlijk advies binnengekomen van de GGD en de Veiligheidsregio. Er zijn 3 (al dan niet gezamenlijke) afzonderlijke zienswijzen ontvangen binnen de periode, waarvan één pro-forma zienswijze die binnen de gestelde termijn is aangevuld. De ingekomen zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan met MER en de ontwerp-omgevingsvergunning voor de productieverhoging worden in het 'Adviesverslag en zienswijzenverslag Plan-MER en Bestemmingsplan Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart (uitbreiding Plukon) en Omgevingsvergunning voor productieverhoging' puntsgewijs behandeld (zie Bijlage 10 Adviesverslag en zienswijzenverslag).

Het advies van de Veiligheidsregio en de GGD wordt gedeeltelijk overgenomen, het bestemmingsplan hoeft hiervoor niet gewijzigd te worden vastgesteld. Ook de beantwoording van de zienswijzen leidt niet tot een gewijzigde vaststelling. Wel zijn er enkele ambtshalve wijzigingen doorgevoerd, deels als gevolg van het definitieve MER. Deze zijn opgenomen in de laatste paragraaf van het 'Adviesverslag en zienswijzenverslag' zoals opgenomen in Bijlage 10 Adviesverslag en zienswijzenverslag. 6.2

Tussenuitspraak Raad van State

De gemeenteraad heeft op 23 maart 2021 het bestemmingsplan 'Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart' (gewijzigd) vastgesteld. Daarnaast heeft het college van burgemeester en wethouders bij besluit van 30 maart 2021 aan Plukon een omgevingsvergunning verleend voor de vergroting van de productiecapaciteit (activiteit 'milieu') en voor het bouwen van een geluidsscherm (activiteit 'bouwen') aan de Langewijk 135. Vanwege geconstateerde omissies ten aanzien van de in de omgevingsvergunning opgenomen geluidsvoorschriften, heeft het college van burgemeester en wethouders verder bij besluit van 22 maart 2022 (hierna: 'herstelbesluit') de omgevingsvergunning 30 maart 2021 op een aantal punten hersteld. Tegen bovengenoemde besluiten hebben verschillende omwonenden beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: 'de Afdeling'). De Afdeling heeft op 15 november 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:4251) een tussenuitspraak gedaan over het bestemmingsplan 'Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart', de omgevingsvergunning van 30 maart 2021 en het herstelbesluit van 22 maart 2022. Alhoewel de Afdeling in de tussenuitspraak ten aanzien van de meeste

bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 37

beroepsgronden heeft geoordeeld dat deze niet slagen, heeft de Afdeling ten aanzien van het bestemmingsplan wel een aantal gebreken geconstateerd. De gemeente heeft de gelegenheid gekregen om dit te repareren. Dit wordt ook wel de bestuurlijke lus genoemd. Daarna volgt dan de einduitspraak van de Raad van State waarna het bestemmingsplan, indien de gebreken correct zijn hersteld, onherroepelijk wordt. Uitspraak: ECLI:NL:RVS:2023:4251 Datum uitspraak: 15 november 2023 De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: draagt de raad van de gemeente Hardenberg op om binnen 12 weken na verzending van deze tussenuitspraak: - met inachtneming van de overwegingen 19.2.1 en 21.1 de daar omschreven gebreken in het besluit van 23 maart 2021 van de raad van de gemeente Hardenberg te herstellen en - de Afdeling en de andere partijen de uitkomst mede te delen en een eventueel gewijzigd besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen. De Afdeling is ten eerste van oordeel dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar de cumulatieve geurhinder in relatie tot het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. Ten tweede vindt de Afdeling dat de artikelen 3.4.2 en 3.4.3 van de planregels, waarin geur- en geluidnormen zijn opgenomen, onvoldoende rechtszeker zijn.

In de tussenuitspraak heeft de Afdeling daarom een herstelopdracht aan de gemeenteraad gegeven ten aanzien van deze punten. De tussenuitspraak van 15 november 2023 is als Bijlage 12 bij deze toelichting gevoegd. Door middel van het herstelbesluit, zoals verwerkt in dit bestemmingsplan, wordt aan de herstelopdracht voldaan en wordt het bestemmingsplan 'gerepareerd'. Daarbij wordt vooraf opgemerkt dat op grond van artikel 4.6 lid 3 van de Invoeringswet Omgevingswet het oude recht (Wet ruimtelijke ordening zoals dat gold voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet) van toepassing is. De gemeente maakt gebruik van de mogelijkheid om het bestemmingsplan te repareren en heeft dat kader de navolgende aanpassingen doorgevoerd in het bestemmingsplan. 1.

Artikel 3.4.3 van de planregels als volgt wordt geherformuleerd: Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een pluimveeslachterij, inclusief het verwerken en verpakken van vlees, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein – pluimveeslachterij', is, voor zover de productiecapaciteit toeneemt ten opzichte van de feitelijk bestaande én planologisch legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan (met identificatienummer NL.IMRO.0160.0000BP00267-VG01), uitsluitend toegestaan indien het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau als gevolg van de pluimveeslachterij ter plaatse van de in Bijlage 2 bij de planregels weergegeven beoordelingspunten '012 Langewijk 151', '013 Langewijk 430', '014 Langewijk 380', '017 Langewijk 404' en '018 Langewijk 390', de in de onderstaande tabel weergegeven geluidniveaus niet overschrijdt.

bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 38

2. De volgende afbeelding als Bijlage 2 bij de planregels wordt gevoegd.

3. Artikel 1.37 aan de planregels wordt toegevoegd, die als volgt luidt: "1.37 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau het gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse optredende geluid, gemeten in een bepaalde periode en vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de 'Handleiding meten en rekenen industrielawaai (1999)', uitgedrukt in dB(A).” 4. Artikel 3.4.2 van de planregels als volgt wordt geherformuleerd: "Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een pluimveeslachterij, inclusief het verwerken en verpakken van vlees, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein pluimveeslachterij', is, voor zover de productiecapaciteit toeneemt ten opzichte van de feitelijke, legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan (met identificatienummer NL.IMRO.0160.0000BP00267-VG01), uitsluitend toegestaan indien de geurbelasting als gevolg van de pluimveeslachterij ter plaatse van ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan bestaande woningen van derden niet meer dan 0,55 OUe/m3 als 98-percentielwaarde bedraagt. Ter toetsing of wordt voldaan aan de norm van 0,55 OUe/m3 als 98-percentielwaarde, wordt gemeten en

bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 39

berekend conform de NTA9065." 5. Artikel 1.38 aan de planregels wordt toegevoegd, die als volgt luidt: "NTA9065 De Nederlandse Technische Afspraak, NTA 9065, Luchtkwaliteit Geurmetingen - Meten en rekenen Geur. ICS 13.040.99, december 2012." 6. In paragraaf 5.4 van de plantoelichting onderaan de tekst onder het kopje 'Industrielawaai' de volgende tekst wordt toegevoegd: “In artikel 3.4.3 is geregeld dat gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een pluimveeslachterij, voor zover de productiecapaciteit toeneemt ten opzichte van de feitelijke (en legale) situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan, uitsluitend is toegestaan indien het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ter plaatse van de beoordelingspunten bij de woningen aan de Langewijk 151, 430, 380, 404 en 390, de in de onderstaande tabel weergegeven geluidniveaus niet overschrijdt.

Deze ten hoogste toelaatbare geluidwaarden komen overeen met de geluidwaarden die in de milieuvergunning van 9 december 2009 zijn vastgelegd. Er is gekozen om artikel 3.4.3 in de planregels op te nemen vanwege de afspraken die zijn gemaakt met omwonenden. Met omwonenden is namelijk afgesproken dat de uitbreiding van de productiecapaciteit van Plukon voor wat betreft het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau niet leidt tot een toename van de geluidbelasting ten opzichte van de met de omgevingsvergunning milieu van 9 december 2009 vergunde geluidbelasting. In de omgevingsvergunning van 9 december 2009 zijn voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ten aanzien van 5 beoordelingspunten geluidsvoorschriften opgenomen. Dit betreffen beoordelingspunten aan de Langewijk 151 (nummer 12), de Langewijk 430 (nummer 13), de Langewijk 380 (nummer 14), de Langewijk 404 (nummer 17) en de Langewijk 390 (nummer 18) in Dedemsvaart. Het geluidvoorschrift uit de omgevingsvergunning van 9 december 2009 wordt hieronder weergegeven.

bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 40

Uit de verschillende akoestische onderzoeken die aan het bestemmingsplan, de omgevingsvergunning van 30 maart 2021 en het herstelbesluit van 22 maart 2022 ten grondslag liggen, volgt dat conform de afspraak met de omwonenden de geluidbelasting voor wat betreft het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau op de betreffende vijf beoordelingspunten niet toe zal nemen. Conform de afspraak met omwonenden is dat ook in de omgevingsvergunning van 30 maart 2021, zoals hersteld bij besluit van 22 maart 2022, geborgd, door in de geluidsvoorschriften voor de betreffende 5 beoordelingspunten dezelfde geluidwaarden op te nemen als in de omgevingsvergunning van 9 december 2009. Alleen ten aanzien van beoordelingspunt Langewijk 380 (014) is voor de dagperiode een geluidwaarde opgenomen die 1 dB(A) strenger is dan vergund in 2009 (42 dB(A) in plaats van 43 dB(A)). Reden daarvoor is dat uit het geluidrapport volgt dat onder de 42 dB(A) wordt gebleven. Zie hieronder het betreffende geluidsvoorschrift uit het herstelbesluit van 22 maart 2022:

bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 41

Planologisch is hiermee echter niet uitgesloten dat de geluidbelasting op de 5 beoordelingspunten toe kan nemen ten opzichte van de in 2009 vergunde geluidbelasting. Plukon ligt namelijk op een geluidgezoneerd industrieterrein. De maximaal toegestane geluidbelasting door industrielawaai op de omliggende woningen wordt op grond van de Wet geluidhinder bepaald door de ligging van de zonegrens en de vastgestelde Maximaal Toelaatbare Geluidbelasting (MTG's) en Hogere Waarden (Hw's). Uit de akoestische onderzoeken en de zonetoetsen van de Omgevingsdienst IJsselland (ODIJ) volgt dat op de betreffende 5 beoordelingspunten gelet op de geluidzone meer geluidruimte beschikbaar is dan nu aan alle bedrijven gezamenlijk is vergund. Om die reden is het noodzakelijk om de maximaal toegestane geluidwaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau voor Plukon, zoals volgt uit de omgevingsvergunning van 9 december 2009, ook in de planregels te borgen. Anders is het immers niet uitgesloten dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau met een nieuwe omgevingsvergunning voor Plukon toch toe kan nemen ten opzichte van de geluidruimte die is vergund in 2009.

Dit volgt ook uit het 'Advies milieu herstelbesluit Plukon voor V2017-1049-01' van de Omgevingsdienst IJsselland van 27 januari 2022 (pagina 5), het DGMR-rapport 'Plukon Dedemsvaart B.V., Akoestisch onderzoek geactualiseerd eindscenario' van 19 juli 2022 (pagina 5 en pagina 10) en het herstelbesluit van 22 maart 2022 (pagina 4). Voor de 3 beoordelingspunten uit het herstelbesluit van 22 maart 2022 die ten opzichte van de omgevingsvergunning van 9 december 2009 zijn toegevoegd (de Rollepaal 36 (nummer 10), de Langewijk 163 (nummer 11) en de Moerheimstraat 182 (nummer 20)) geldt de afspraak met de omwonenden niet. Voor die beoordelingspunten is het daarom niet noodzakelijk om de geluidwaarden in de planregels te borgen.” 7. Onderaan paragraaf 5.5 van de plantoelichting wordt de volgende tekst toegevoegd:

bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 42

“Er is gekozen om de norm van 0,55 OUe/m3 als 98-percentielwaarde in artikel 3.4.2 van de planregels op te nemen vanwege de afspraken die zijn gemaakt met omwonenden. Met omwonenden is namelijk afgesproken dat de uitbreiding van de productiecapaciteit van Plukon niet leidt tot een toename van de geurbelasting ten opzichte van de in 2009 vergunde situatie. Zoals hierboven reeds is toegelicht mag de geurbelasting op basis van die vergunning maximaal 0,55 OUe/m3 als 98-percentielwaarde bedragen. Om planologisch zeker te stellen dat ook in de toekomst de geurbelasting door Plukon gelet op de gemaakte afspraken nimmer hoger is dan 0,55 OUe/m3 als 98-percentielwaarde, is ervoor gekozen om deze norm als absolute grenswaarde in de planregels te borgen. De norm is afkomstig uit de 'Bijzondere regeling B5' voor de vleesindustrie uit de voormalige NeR (Nederlandse emissierichtlijn lucht), waarin emissiefactoren en hinderniveaus waren opgenomen op basis van het Brancheonderzoek voor de vleesindustrie. Daaruit volgt een ondergrens van 0,55 OUe/m3 als 98-percentielwaarde, waaronder het optreden van geurhinder zeer onwaarschijnlijk is. Deze norm is om die reden ook ruimtelijk aanvaardbaar. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is in zoverre geborgd. Zie in dit kader meer uitgebreid ook de toelichting in Bijlage A bij het nader geurrapport van Olfasense 29 december 2023.

Of wordt voldaan aan de norm van 0,55 OUe/m3 moet worden berekend conform de NTA9065. Cumulatieve geurbelasting Door Olfasense B.V. is verder (nader) onderzoek uitgevoerd naar de (aanvaardbaarheid van de) cumulatieve geurbelasting. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het rapport 'Onderzoek naar cumulatie van geur rondom Plukon Dedemsvaart BV' van 29 december 2023. Hierin is onderzoek gedaan naar allereerst de cumulatie van geur rekening houdend met alleen bronnen op het industrieterrein. Daarnaast is aanvullend een cumulatieve verspreidingsberekening verricht waarin ook de relevante veehouderijen zijn betrokken. In dit onderzoek is in paragraaf 2.9 ook een beoordelingskader opgenomen om de cumulatie van geurhinder te toetsen. Voor de vaststelling van dit bestemmingsplan wordt - bij gebreke van wettelijke normen waaraan getoetst moet worden bij dat beoordelingskader aangesloten. Wanneer alleen rekening wordt gehouden met bronnen op het industrieterrein is de conclusie dat de bijdrage van andere bedrijven dan Plukon op de voor Plukon relevante woningen verwaarloosbaar is. De geurbelasting inclusief de overige geurrelevante bedrijven resulteert niet in een toename van de vergunde geurbelasting vanwege Plukon. Geconcludeerd kan worden dat geen sprake is van een relevante cumulatie van geurbronnen op het industrieterrein.

Er is in ieder geval sprake van een aanvaardbaar geurhinderniveau wanneer de cumulatieve geurbelasting ligt tussen de 0,5 en 0,55 OUe/m3 als 98-percentielwaarde (zie ook pagina 17 en Bijlage A van het geurrapport van Olfasense). De totale (cumulatieve) geurbelasting blijft daaronder. Er is daarmee sprake van een aanvaardbaar cumulatief geurhinderniveau. Wanneer naast de bronnen op het industrieterrein ook rekening wordt gehouden met omliggende (relevante) veehouderijen, is de conclusie dat de veehouderijen een veel grotere bijdrage leveren aan de geurbelasting dan de bronnen op het industrieterrein. Toch is de conclusie dat op de

bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 43

geurgevoelige bestemmingen de geurbelasting niet hoger is dan de waarden die zijn vastgesteld in de geurverordening van de gemeente Hardenberg. Ook in zoverre is sprake van een aanvaardbaar cumulatief geurhinderniveau. Gelet op het vorenstaande is de conclusie dat ook ten aanzien van de cumulatieve geurbelasting sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor omwonenden is in zoverre dan ook gegarandeerd.” 8. Het rapport 'Onderzoek naar cumulatie van geur rondom Plukon Dedemsvaart BV' van Olfasense B.V. van 29 december 2023 als Bijlage 3 bij de plantoelichting wordt gevoegd.

6.3

Economische uitvoerbaarheid

Conform artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient de toelichting van een bestemmingsplan inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van het plan. Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is een gemengd stelsel met een publiekrechtelijk en een privaatrechtelijk spoor, dat voorziet in kostenverhaal, binnenplanse verevening en de mogelijkheid tot het stellen van locatie-eisen. Dit stelsel is opgenomen als afdeling 6.4 in de Wro en ook wel bekend als de zogenaamde Grondexploitatiewet. De Grondexploitatiewet geeft gemeenten de mogelijkheid en verplichting om de kosten van grondexploitaties te verhalen op en te verdelen tussen de grondeigenaren in het plangebied. Daarnaast biedt het stelsel gemeenten de mogelijkheid om eisen te stellen aan de kwaliteit van de inrichting van het gebied en de fasering van de ontwikkeling. Uitgangspunt daarbij is, dat een grondeigenaar in beginsel de mogelijkheid heeft om zijn eigen perceel te ontwikkelen. Volgens de Wro stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Een exploitatieplan hoeft niet te worden opgesteld indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd.

Voor het bestemmingsplan dat nu voorligt zijn tussen de gemeente en de initiatiefnemer in een exploitatieovereenkomst (anterieure overeenkomst) afspraken gemaakt over de uitvoering en de kosten. Daarom is de opstelling van een exploitatiepan niet nodig.

bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 44

Eindnoten

1. Dit betreft de hoeveelheid eindproduct, exclusief bijproducten, het levend gewicht betreft 2,5 kg.

bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13858954/2