Toelichting bestemmingsplan 'Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart'
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN ROLLEPAAL, LANGEWIJK 135 DEDEMSVAART
VASTGESTELD
Opdrachtgever Contactpersoon Coördinatie ontwerp en bestemmingsplan Projectleiding Gemeente Hardenberg Projectnummer
Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
3 Inleiding
4
Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Inleiding 2.2 Rijk 2.3 Provincie 2.4 Gemeente
6 6 6 8 11
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Huidige situatie 3.2 Toekomstige situatie
13 13 13
Hoofdstuk 4 Juridische vormgeving 4.1 Algemeen 4.2 Bestemmingen
17 17 17
Hoofdstuk 5 Toets aan wet- en regelgeving 5.1 Inleiding 5.2 Milieuzonering 5.3 Verkeer 5.4 Geluid 5.5 Geur 5.6 Bodem 5.7 Archeologie 5.8 Water 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Ecologie 5.11 Externe veiligheid 5.12 Milieueffectrapportage
19 19 19 19 21 27 28 29 29 30 31 34 36
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Tussenuitspraak Raad van State 6.3 Economische uitvoerbaarheid
37 37 37 44
bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 2
Toelichting
Plangebied Langewijk 135 Dedemsvaart, bron: Topografische Dienst
bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 3
Hoofdstuk 1
Inleiding
Aanleiding Plukon Dedemsvaart BV heeft bij de gemeente Hardenberg een verzoek ingediend om de productiecapaciteit op de huidige locatie uit te breiden. Op dit moment heeft Plukon een vergunning voor het verwerken van 225.000 kippen per dag. Plukon wil de productie verhogen naar het verwerken van 360.000 kippen per dag. Daarnaast is een overeenkomst gesloten om een deel van de aanliggende gronden aan te kopen. Hiermee ontstaat de mogelijkheid om het bedrijf verder uit te breiden. Deze uitbreiding zal gebruikt worden voor een verdere bewerking van kippenproducten. Tenslotte bestaat de wens de ontvangstruimte uit te breiden binnen het bestaande perceel. Enkele van deze ontwikkelingen passen niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Om deze reden is voorliggend bestemmingsplan opgesteld voor de locatie.
Huidig planologische regime Het plangebied ligt in het bestemmingsplan Dedemsvaart (vastgesteld door de gemeenteraad op 18 februari 2014). In het vigerende bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemming 'Bedrijventerrein'. Daarnaast heeft het perceel een maatvoering (max 12 m) en de functieaanduidingen 'bedrijf categorie tot en met 3.1' (noordelijk deel) en 'bedrijf categorie tot en met 3.2' (zuidelijk deel). Een uitbreiding is in strijd met het geldende
bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 4
bestemmingsplan, omdat hierin is opgenomen dat (uitbreiding van) m.e.r.-plichtige en m.e.r.-beoordelingplichtige inrichtingen niet zijn toegestaan. Om de uitbreiding te realiseren, is voorliggend bestemmingsplan opgesteld en wordt een m.e.r. -procedure doorlopen. Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld conform het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012). Het plan sluit aan op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Leeswijzer In hoofdstuk 2 is ingegaan op het geldende beleid. In hoofdstuk 3 Planbeschrijving is beschreven hoe de locatie er in de huidige en toekomstige situatie uitziet. De wijze waarop dit bestemmingsplan juridisch is vormgegeven, komt in hoofdstuk 4 aan bod. Aspecten die samenhangen met milieuhygiëne, ecologie en archeologie zijn beschreven in hoofdstuk 5. In het laatste hoofdstuk is ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 5
Hoofdstuk 2 2.1
Beleidskader
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het ruimtelijk beleid van het Rijk, de provincie en de gemeente. Daarbij zijn alleen de algemene en voor het plangebied relevante uitgangspunten geschetst. 2.2
Rijk
2.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. De SVIR heeft diverse nota's vervangen, zoals de Nota Ruimte en Nota Mobiliteit. Ook zijn met het SVIR de ruimtelijke doelen en uitspraken vervallen die zijn benoemd in de Agenda Landschap, Agenda Vitaal Platteland en Pieken in de Delta. In het SVIR is de visie van de rijksoverheid op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 aangegeven. Dit betreft een nieuw, integraal kader dat de basis vormt voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In het SVIR is gekozen voor een meer selectieve inzet van het rijksbeleid dan voorheen. Voor de periode tot 2028 zijn de ambities van het Rijk in drie rijksdoelen uitgewerkt: vergroten van de concurrentiekracht door versterking van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; verbeteren van de bereikbaarheid; zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Met de hiervoor genoemde rijksdoelen zijn 13 nationale belangen aan de orde die in het SVIR verder gebiedsgericht zijn uitgewerkt in concrete opgaven voor de diverse onderscheiden regio's. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden meer beleidsvrijheid op het terrein van de ruimtelijke ordening gekregen.
Het kabinet is van mening dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van de actuele situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties en daardoor beter kunnen afwegen welke (ruimtelijke) ingrepen in een gebied nodig zijn. Toetsing Voorliggend bestemmingsplan is in lijn met het beleid, zoals opgenomen in de SVIR. 2.2.2
Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening
De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is tot nu toe gedeeltelijk vertaald in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, Natuurnetwerk Nederland, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het besluit kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Toetsing In het Barro zijn geen regels opgenomen die van belang zijn voor het plangebied.
bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 6
2.2.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
In het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Sinds 1 juli 2017 geldt een nieuwe laddersystematiek. De voormalige drie treden van de ladder zijn vervangen door twee eisen bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Deze worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling; indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. De gemeenten moeten plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken motiveren volgens de nieuwe laddersystematiek. Het doel van de Ladder is zorgvuldig om te gaan met duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving.
De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Toetsing Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling Voorafgaande aan de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking dient getoetst te worden of sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1, onder 1, aanhef en onder i wordt stedelijke ontwikkeling als volgt gedefinieerd: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Het voorliggende bestemmingsplan biedt het planologisch-juridisch kader voor het verhogen van de productiecapaciteit naar het verwerken van 360.000 kippen per dag, het uitbreiden van het bedrijf op aanliggende gronden en het uitbreiden van de ontvangstruimte binnen het bestaande perceel. Een uitbreiding is in strijd met het geldende bestemmingsplan, omdat hierin is opgenomen dat (uitbreiding van) m.e.r.-plichtige en m.e.r.-beoordelingplichtige inrichtingen niet zijn toegestaan. Bovendien ligt een gedeelte van het bedrijf binnen de functieaanduiding bedrijf tot en met categorie 3.1, terwijl een slachterij op basis van de VNG een categorie 3.2 bedrijf is.
Een bestemmingsplan dat ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan geen uitbreiding van de maximaal toegelaten oppervlakte aan bedrijfsbebouwing mogelijk maakt, maar alleen een planologische functiewijziging, voorziet in beginsel niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro, tenzij die planologische functiewijziging een zodanige aard en omvang heeft dat desalniettemin sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Zoals hiervoor is beschreven voorziet het plan welliswaar in uitbreiding van bebouwing, maar op de uitbreidingslocatie was reeds bebouwing toegelaten. Het plan voorziet derhalve niet in nieuw ruimtebeslag, maar uitsluitend in uitbreiding van de gebruiksmogelijkheden. Gelet op de aard en de omvang van de functiewijziging is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, zoals bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid Bro. Beoordeling kwalitatieve behoefte Voorgenomen ontwikkeling wordt voorzien op het bestaande bedrijventerrein, binnen bestaand stedelijk gebied. Als gevolg van verdergaande groei van het bedrijf neemt de productiecapaciteit toe. De bedrijfsactiviteiten dienen te worden uitgebreid om verdergaande groei te continueren en op te vangen. Er bestaat een kwalitatieve behoefte aan de uitbreiding van het bedrijf. Conclusie
bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 7
Na toetsing van het plan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking kan worden geconstateerd dat het belang van een duurzame verstedelijking niet in de weg staat aan de onderhavige ontwikkeling. 2.3
Provincie
2.3.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel 2017 is de provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In 2017 zijn de Omgevingsvisie en - verordening 2017 vastgesteld, deze zijn beide in 2019 geactualiseerd. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. Bij de Omgevingsvisie is de Catalogus Gebiedskenmerken vastgesteld. Hierin wordt aangegeven hoe de provincie de ruimtelijke kwaliteit wil realiseren. De aanwezige gebiedskenmerken in zowel de groene omgeving als de stedelijke omgeving zijn tot stand gekomen door soms eeuwenoude processen. De provincie hanteert hierbij een lagenbenadering. In totaal zijn er vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving). Bij de natuurlijke laag valt het plangebied onder de 'hoogveengebieden en hoogveenrestanten'. Bij de agrarische laag maakt het plangebied onderdeel uit van het 'veenkoloniaal landschap'. Binnen de stedelijke laag ligt het binnen de aanduiding 'bedrijventerrein'. Daarnaast heeft de provincie de 'laag van de beleving' opgesteld, het plangebied maakt geen onderdeel uit van deze laag. Het plangebied betreft het gebiedstype 'bedrijventerrein'.
Als er ontwikkelingen plaatsvinden op of rond bedrijventerreinen, dan dragen die bij aan versterking van het vitale karakter en de kwaliteit van bedrijventerrein, aan het verbinden van het terrein met de omgeving en aan versterking van de profilering gericht op onderlinge differentiatie. Ontwikkelingen dragen bij aan het behoud van bestaande paden en routes; waar mogelijk worden ontbrekende schakels toegevoegd en nieuwe mogelijkheden benut. Het regionale en lokale wegenpatroon blijft zich voegen in de structuur van stad, dorp en landschap. Toetsing en conclusie Voorliggend plan maakt de uitbreiding van het bestaande bedrijf Plukon mogelijk. De uitbreiding vindt plaats op het bestaande bedrijventerrein en draagt bij aan de levensvatbaarheid van het bedrijf. Het beleid uit de Omgevingsvisie is in de Omgevingsverordening juridisch vertaald waar sprake is van een provinciaal belang. De planontwikkeling wordt in de volgende paragraaf getoetst aan de provinciale regels voor ontwikkeling in het plangebied. 2.3.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over diverse instrumenten waarmee zij haar ambities voor de fysieke leefomgeving realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie Overijssel. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Toetsing
bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 8
De omgevingsverordening beoogt onder andere de potentiële aanwezige natuurwaarden op een perceel te beschermen. In paragraaf 5.10 wordt er aangetoond hoe er aan deze regels voldaan wordt. Daarnaast zijn de artikelen 2.1.2, 2.1.3 en 2.1.5 van toepassing op dit project. De provincie gaat in artikel 2.1.2 uit van het principe van concentratie. In onderhavig plan is het bedrijf gevestigd op een bedrijventerrein en breidt binnen het bestaande bedrijventerrein uit. Op basis daarvan wordt voldaan aan de verordening. In artikel 2.1.3 wordt geregeld dat er aan zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik wordt gedaan bij het realiseren van een initiatief. In paragraaf 2.2.3 wordt deze zorgvuldigheid aangetoond door middel van de ladder voor duurzame verstedelijking. Artikel 2.1.5 gaat in op ruimtelijke kwaliteit en het uitvoeringsmodel. Het uitvoeringsmodel en de bijhorende ruimtelijke kwaliteiten worden in de onderstaande paragraaf 2.3.3 beschreven. In de verordening zijn ten aanzien van bestaande bedrijventerreinen voornamelijk regels opgenomen om detailhandel en kantoren te beperken. Dit is niet aan de orde in onderhavig plan. 2.3.3
UItvoeringsmodel Overijssel
Algemeen In de Omgevingsvisie Overijssel is een Uitvoeringsmodel ontwikkeld voor het sturen op ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale kwaliteit waarbij drie stappen worden onderscheiden. In de omgevingsverordening is vastgelegd dat ontwikkelingen aan dit model getoetst dienen te worden Allereerst moeten ontwikkelingen getoetst worden aan generieke beleidskeuzes. Deze stap stelt de vraag aan de orde OF er wel een opgave is. De generieke beleidskeuzes zijn benoemd in hoofdstuk 7 van de Omgevingsvisie. De tweede stap is de toets van ontwikkelingen aan de ontwikkelingsperspectieven. Deze stap stelt de vraag aan de orde WAAR deze opgave een plek zou kunnen krijgen. In hoofdstuk 8 van de Omgevingsvisie Overijssel is de (richtinggevende) betekenis van de aanduidingen op de kaart Ontwikkelingsperspectieven benoemd. De derde stap is de toets van ontwikkelingen aan de gebiedskenmerken en stelt de vraag aan de orde HOE de opgave op een goede wijze kan worden ingepast. Uitgangspunt daarbij is dat nieuwe ruimtelijke opgaven worden verbonden met bestaande gebiedskenmerken. In hoofdstuk 9 van de Omgevingsvisie en de bijbehorende Catalogus Gebiedskenmerken is benoemd welke gebiedskenmerken van provinciaal belang zijn en waarom. De navolgende afbeelding toont een schematische weergave van de lagen uit het uitvoeringsmodel. In de bijlagen zijn de lagen nader toegelicht.
bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 9
Toetsing Generieke beleidskeuzes In de eerste plaats dient het initiatief getoetst te worden aan de generieke beleidskeuzes welke in het uitvoeringsmodel zijn opgenomen. Het betreft de volgende beleidskeuzes: integraliteit toekomstbestendigheid concentratiebeleid (boven)regionale afstemming zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Samen geven deze beleidskeuzes invulling aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Deze Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking geeft een nadere invulling aan de stappen die gemeenten in de onderbouwing van nieuwe stedelijke ontwikkelingen op grond van de Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening) moeten doorlopen. Deze Ladder voor duurzame verstedelijking stelt immers ook eisen aan het onderbouwen van de (regionale) behoefte en de regionale afstemming van stedelijke ontwikkelingen. De Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Aan de ladder voor duurzame verstedelijking is reeds getoetst in paragraaf 2.2.3. Het initiatief stuit hier niet op belemmeringen. Tevens dient er getoetst te worden aan gebiedsspecifieke beleidskeuzes. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen.
De afweging hiervan vindt plaats in Hoofdstuk 5 van dit plan. Ontwikkelingsperspectieven Het voorliggende initiatief betreft een ontwikkeling in de stedelijke omgeving, namelijk op een bestaand bedrijventerrein. Voor dit deelgebied heeft de provincie Ruimtelijke kwaliteitsambities opgesteld. Van de ruimtelijke kwaliteitsambitie staat in dit ontwikkelingsperspectief voorop: de ambitie Brede waaier aan woon-, werk- en mixmilieus,
bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 10
elk buurtschap, dorp en stad zijn eigen kleur. Daarnaast gelden – voor alle ontwikkelingsperspectieven – de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel continu en beleefbaar watersysteem Tevens zijn er voor verschillende typen locaties aangegeven wat er wenselijk is met betrekking tot de ontwikkelingen die er plaatsvinden, en bijvoorbeeld waar welke bedrijven zich kunnen vestigen. Bij de ontwikkeling wordt er rekening gehouden met de bovenstaande kwaliteitsambities. Aangezien het een uitbreiding van een bestaand bedrijf betreft, hoeft er in dit kader geen rekening gehouden te worden met de positionering van het bedrijf in de regio. De vestigingsplaats van dit bedrijf is reeds in de verordening aangemerkt als bedrijventerrein. Gebiedskenmerken Het de locatie van het initiatief is aangemerkt als bedrijventerrein. De bedrijventerreinen hebben volgens de catalogus gebiedskenmerken Overijssel de volgende kenmerken: De bedrijventerreinen zijn georganiseerd op basis van uitgegeven kavels aan bedrijven. Het zijn meestal monofunctionele werkgebieden met een ‘no nonsense’ karakter en vaak krappe openbare ruimtes. De gebieden zijn ingericht en bebouwd op basis van een beperkte set aan kwaliteitsregels.
De terreinen zijn veelal volledig gericht op autobereikbaarheid en hermetisch van karakter en liggen los van de woonwijken en het buitengebied. Er zijn veel verschillen in uitstraling en ambitieniveau per terrein. De bebouwing is functioneel, vaak eenvoudig en eenvormig, soms karakteristiek en historisch. De provincie heeft de volgende sturing voor ogen: Als ontwikkelingen plaats vinden op of rond bedrijventerreinen, dan dragen deze bij aan versterking van het vitale karakter en de kwaliteit van bedrijventerreinen, aan het verbinden van het terrein met de omgeving en aan versterking van de profilering gericht op onderlinge differentiatie, met respect voor het verstedelijkingspatroon. Actieve kwaliteitsborging via beheer van bebouwing, uitgegeven (parkeer- en opslag-) terreinen en openbare ruimte. Benutten bestaande cultuurhistorische en architectonische kwaliteiten op bedrijventerreinen. De voorliggende ontwikkeling draagt bij aan de visie van de provincie voor bedrijventerreinen. Door de uitbreiding wordt er voorzien in een vitaal en toekomstbestendig bedrijf. Op het bedrijventerrein zijn geen cultuurhistorische of architectonische waarden aanwezig waar voorliggend initiatief gebruik van kan maken. Conclusie Het initiatief past binnen de kaders van het Uitvoeringsmodel zoals beschreven in de omgevingsvisie.
De ontwikkeling is verder niet strijdig met de omgevingsvisie en de omgevingsverordening. 2.4
Gemeente
2.4.1
Bedrijventerreinenvisie gemeente Hardenberg
De gemeenteraad heeft de bedrijventerreinenvisie gemeente Hardenberg vastgesteld (15 juni 2010). De visie heeft betrekking op het gebied van bestaande en nieuwe bedrijventerreinen en het economisch en ruimtelijk beleid van de gehele gemeente Hardenberg. De gemeente Hardenberg kent een groot areaal aan bedrijventerreinen. In totaal 414 hectare (bruto). De bedrijventerreinen zijn geconcentreerd in de kernen Hardenberg en Dedemsvaart. De gemeente zet hoog in op kwaliteit en duurzaamheid van bedrijventerrein. De gemeente Hardenberg heeft hoge ambities om de kwaliteit op bedrijventerreinen te garanderen. De focus ligt op het verbeteren van de kwaliteit van de bestaande terreinen, waardoor er minder nieuwe locaties nodig zijn. De gemeente Hardenberg heeft hierbij
bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 11
aandacht voor duurzaamheid en kwaliteit. De uitbreiding van het bedrijf vindt plaats op bestaand bedrijventerrein en draagt daarmee bij aan een efficiënt gebruik van bestaande terreinen. Een overzicht van de nieuwe situatie is opgenomen in Hoofdstuk 3 Planbeschrijving. 2.4.2
Welstandsnota
De gemeenteraad heeft op 29 november 2011 de Welstandsnota Hardenberg 'Visie op beeldkwaliteit' vastgesteld. Deze nota zet in op “het leggen van verbindingen tussen bestaande gebiedskwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen, tussen oud en nieuw, tussen snel en traag, tussen stad en land, tussen rood en groen, tussen opbrengsten en kosten". De ambitie is een kwaliteitsontwikkeling in gang te zetten waarbij elk project bijdraagt aan de versterking van de beeldkwaliteit van de leefomgeving. Daarmee zullen de verschillende kernen zich meer onderscheiden en krijgt elke kern haar eigen kleur (terug). De gemeente wil meer vrijheid voor burgers creëren. Dit wordt bereikt door kaders te stellen 'waar het er toe doet' en andere delen van de gemeente regelvrij te maken. Een en ander komt tot uiting in de toekenning van drie niveaus (zie navolgende). Op de belangrijke plekken wordt door middel van welstand en bestemmingsplan gestuurd. De laag gewaardeerde plekken zijn welstandsvrij. Voor deze gebieden is het bestemmingsplan (of de beheersverordening) maatgevend. De Welstandsnota maakt onderscheid naar de volgende niveaus: Niveau 0 (laag): Geen eisen ten aanzien van welstand. Beeldkwaliteit wordt geregeld in het bestemmingsplan (of de beheersverordening).
Niveau 1 (midden): Specifieke ambitie ten aanzien van beeldkwaliteit, gericht op behoud van belangrijkste gebiedskenmerken van architectonische of stedenbouwkundige aard. Inzet van een globale vorm van welstand met planbegeleiding naast het bestemmingsplan (of de beheersverordening). Niveau 2 (hoog): Hoge ambitie ten aanzien van beeldkwaliteit, bij gebieden en/of locaties met een hoge architectonische en stedenbouwkundige waarde. Inzet van welstand met een intensieve vorm van planbegeleiding naast het bestemmingsplan (of de beheersverordening). Het plangebied maakt onderdeel uit van 'niveau 1' . 2.4.3
Duurzaam Hardenberg
De gemeente streeft naar energieneutraliteit. Hiermee wordt bedoeld dat alle energie die binnen de gemeentegrenzen wordt gebruikt in de gemeente zelf of in de regio duurzaam wordt opgewekt. Concreet wil de gemeente in 2014 minimaal 10% energie hebben bespaard en 10% meer duurzame energie per jaar hebben gerealiseerd. Dit doet de gemeente Hardenberg in stappen van 2,5% per jaar. Onderdeel van dit duurzaamheidsbeleid is een maatregelenpakket voor bestaande bouwwerken en nieuwbouw. In het kader van de omgevingsvergunning voor de uitbreiding van het bedrijf zal nader worden uitgewerkt welke maatregelen mogelijk zijn. 2.4.4
Toekomstvisie
In de Toekomstvisie gemeente Hardenberg 2013-2023 (subtitel: 'De gemeente Hardenberg stapt stevig op de toekomst af', vastgesteld maart 2013) en het Meerjarenprogramma (10 november 2005) wordt ingezet op versterking van vier gemeentelijke kwaliteiten: 'de onderlinge betrokkenheid, de prettige woonomgeving, de ondernemerszin en de groene ruimte'. Bestaande bedrijvigheid is een belangrijke economische motor binnen de gemeente, zoals de bouw, (kunststof)industrie, handel, horeca, dienstverlening en de landbouw. De gemeente wil initiatieven en ontwikkelingen in deze sectoren de ruimte geven.
bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 12
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
Het plangebied is gelegen aan de Langewijk 135 in Dedemsvaart, in de gemeente Hardenberg. Het gebied wordt begrensd door de Langewijk aan de noordzijde, de Celsiusstraat aan de westzijde. Aan de zuid- en oostzijde wordt het plangebied begrensd door de naastgelegen bebouwing. Momenteel is een pluimveeslachterij aanwezig met een maximale productiecapaciteit van 225.000 kippen per dag.
3.2
Toekomstige situatie
Plangebied De beoogde ontwikkeling van Plukon omvat vier deelgebieden zoals in onderstaand kaartje weergegeven. Hierna wordt per deelgebied aangegeven welke wijzigingen beoogd zijn ten opzichte van de huidige situatie.
bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 13
Bestaande situatie en indeling in deelgebieden A) Het perceel waarop het bestaande bedrijf is gevestigd (5605) In dit deelgebied wordt de uitbreiding van de productiecapaciteit mogelijk gemaakt van 225.000 kippen per dag naar 360.000 kippen per dag. Uitgaande van een gewicht van 1,7 kg1 vlees per kip en een productietijd van 52 weken en 6 dagen per week, komt dit overeen met een totale productiecapaciteit van 190.944 ton vlees per jaar. De toename van de verwerkingscapaciteit wordt onder andere gerealiseerd door het verlengen van de productietijd van 18 uur naar 24 uur en het plaatsen van nieuwe machines met een grotere verwerkingscapaciteit. Voor deze uitbreiding van de productiecapaciteit is een aanpassing van zowel de omgevingsvergunning als het bestemmingsplan nodig. Daarnaast blijven op dit perceel de bouw- en gebruiksregels van toepassing zoals deze in het vigerende bestemmingsplan zijn opgenomen. Dit betekent dat, mocht de pluimveeslachterij worden beëindigd, op het noordelijk deel van het perceel bedrijven van milieucategorie 3.1 zijn toegestaan en in het zuidelijk deel van milieucategorie 3.2. Gekoppeld aan de uitbreiding van de productiecapaciteit is in de toekomst tevens een uitbreiding van de ontvangstruimte aan de zuidzijde van het bestaande bedrijfsgebouw gewenst.
De uitbreiding is noodzakelijk om de volgende redenen: Door de toename van de productiecapaciteit is er een groter aantal kippen tegelijk aanwezig in de ontvangsthal; de eisen die worden gesteld aan het dierenwelzijn worden steeds strenger; de eisen die worden gesteld aan de toegepaste hygiëne worden strenger; het plaatsen van modernere slachtapparatuur, zoals de nieuwste gasverdover, vraagt om meer ruimte. Zonder uitbreiding van de ontvangstruimte kan aan bovenstaande eisen niet of alleen tegen zeer hoge kosten worden voldaan. Het voornemen gaat uit van het bouwen van de ontvangruimte ten zuiden van het bestaande bedrijf op het terrein van Plukon. Het aangegeven perceel wordt tevens gebruikt als parkeerplaats voor auto's. De vrachtwagens rijden via de Celsiusstraat het terrein op en de ontvangruimte in. Aan de zijde van de Fahrenheitstraat wordt de uitgang van de ontvangstruimte gesitueerd.
bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 14
Toekomstige rijroutes vrachtverkeer Aan de zijde van de Langewijk, aan de voorzijde van het pand zal het kantoorgedeelte worden uitgebreid en het parkeerterrein voor bezoekers worden verruimd. B) De percelen ten oosten van het bedrijf (4620/4622/4623) Op de percelen ten oosten van het bestaande bedrijfsgebouw is een uitbreiding van het bedrijf voorzien. Hierbij gaat het om het verder bewerken van kippenproducten en vervolgens het gekoeld opslaan van producten. Mogelijk zal hier ook een paneerafdeling en biologische afvalwaterzuiveringsinstallatie worden gerealiseerd. Deze activiteiten vallen in milieucategorie 3.2 en passen daarmee grotendeels binnen het bestaande bestemmingsplan. Er is hiervoor echter wel een nieuwe omgevingsvergunning nodig. Het eenvoudig en snel lossen van de inhoud van vrachtwagens vraagt om laadkuilen. Op het terrein van Plukon worden drie laadkuilen geplaatst. Alle laadkuilen zijn naar het binnenterrein gericht. De uitbreiding in oostelijke richting kan alleen worden gerealiseerd als een deel van de Fahrenheitstraat wordt opgeheven. Als alternatieve ontsluiting zal een nieuwe weg worden gerealiseerd die ten zuiden van het bedrijf in oostelijke richting loopt en daar aansluit op de Rollepaal. In het vigerende bestemmingsplan is een bestemming Bedrijventerrein opgenomen voor het gehele gebied.
Binnen deze bestemming zijn verkeers- en verblijfsvoorzieningen toegestaan. De verlegging van de weg kan worden gerealiseerd zonder aanpassing van het bestemmingsplan. Wel dient toetsing aan de Wet geluidhinder plaats te vinden aangezien sprake is van reconstructie van een weg. Aan de voorzijde van het nieuwe bedrijfsgebouw worden parkeerplaatsen gerealiseerd ten behoeve van het personeel. evens zullen langs de nieuwe ontsluitingsweg, ten zuiden van de nieuwe bedrijfshal parkeervoorzieningen worden gerealiseerd. C) De percelen ten zuiden van het bedrijf (5792/5793); Deze percelen zullen worden gebruikt ten behoeve van parkeren van vrachtwagens. Er zullen ten-minste 13 opstel-/parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Een groot deel van het perceel zal manoeu-vreerruimte bieden voor vrachtwagens die dieren aanleveren en producten afhalen. Daarnaast is er ruimte voor een uitbreiding van de waterzuivering D) Het perceel ten westen van het bedrijf (5607) en de Celsiusstraat. Voor dit gebied is momenteel het bestemmingsplan 'Uitbreiding Hakvoort Dedemsvaart' van
bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 15
kracht. In dit gebied worden nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd ten behoeve van werknemers van het bedrijf. Deze ontwikkeling is op basis van het vigerende bestemmingsplan reeds toegestaan en is reeds gerealiseerd. Het maakt dan ook geen onderdeel uit van dit bestemmingplan. Onderstaande figuur geeft weer hoe het gewenste eindbeeld er op hoofdlijnen uit zal gaan zien. Op basis van het MER en de onderzoeken die in dat kader worden uitgevoerd, kan een nadere detaillering en aanpassing van het plan plaatsvinden.
Toekomstige situatie
bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 16
Hoofdstuk 4 4.1
Juridische vormgeving
Algemeen
In deze paragraaf worden de regels van het voorliggende bestemmingsplan nader toegelicht. De regels zijn afgestemd op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Besluit ruimtelijke ordening bevat een aantal onderdelen die verplicht moeten worden overgenomen in de regels van een bestemmingplan. Dit betreffen: de anti-dubbeltelregel; het overgangsrecht. Het bestemmingsplan is overeenkomstig artikel 3.1.3 van het Besluit ruimtelijke ordening vervat in een beschrijving van de bestemming, waarbij het doel wordt aangegeven. Het bestemmingsplan bestaat uit: een verbeelding; regels; een toelichting. In de verbeelding zijn de bestemmingen, aanduidingen en bouwvlakken opgenomen. De regels zijn als volgt opgebouwd: Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels Overgangs- en slotregels. 4.2
Bestemmingen
Bedrijventerrein De bedrijfspercelen hebben de bestemming Bedrijventerrein. Voor de regeling is zo veel mogelijk aangesloten op het vigerende bestemmingsplan. De milieucategorieën zoals opgenomen in het vigerende plan zijn dan ook overgenomen. In aanvulling daarop is een aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - pluimveeslachterij' opgenomen. Hiermee wordt geregeld dat, naast bedrijven van milieucategorie 3.1 respectievelijk 3.2, ook een pluimveeslachterij is toegestaan, inclusief de verwerking van pluimveeproducten. Daarbij is een maximum productiecapaciteit opgenomen. Hiermee wordt gewaarborgd dat het bestemmingsplan niet meer mogelijk maakt dan de maximale mogelijkheden die in het MER zijn onderzocht en eventuele milieueffecten daarmee ook niet groter zullen zijn dan wat in het MER is omschreven. Ook voor de bouwregels is aangesloten bij de bestaande regeling. Alle gebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd. De bouwhoogte van de bedrijfsgebouwen bedraagt op het grootste deel 12 meter en op een klein deel 14 meter.
In de specifieke gebruiksregels is opgenomen dat de uitbreiding van de productiecapaciteit van een pluimveeslachterij ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - pluimveeslachterij uitsluitend is toegestaan, indien: de geurbelasting niet meer dan 0,55 OUe/m3 bedraagt; industrielawaai niet toeneemt ten opzichte van de autonome situatie (d.w.z. ten opzichte van de verleende omgevingsvergunning voor milieu). Daarnaast is opgenomen dat het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve een
bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 17
pluimveeslachterij inclusief het verwerken en verpakken van vlees slechts is toegestaan als de stikstofdepositie niet toeneemt ten opzichte van de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige planologische toegestane gebruik van de gronden en bouwwerken. Parkeerregels gemeente Hardenberg Op 29 november 2014 is de Reparatiewet BZK 2014 (Stb. 2014-458) van kracht geworden. Dit heeft tot gevolg dat onder andere de regeling aangaande parkeergelegenheid en laaden los mogelijkheden bij of in gebouwen in de Bouwverordening van de gemeente Hardenberg per 1 juli 2018 in het geheel vervalt. Voor nieuwe bestemmingsplannen en beheersverordeningen die na 28 november 2014 zijn of worden vastgesteld, gelden de stedenbouwkundige bepalingen (waaronder de parkeerregeling) ook niet meer. Dit betekent dat er vanaf die datum in de bestemmingsplannen zelf, voor zover nodig, moet zijn voorzien in parkeerregelingen. In dit verband is er in de overige regels van deze verordening een parkeerregeling opgenomen waardoor de gemeente de mogelijkheid heeft om met name bij verandering van functies binnen een bestemming te toetsen op parkeergelegenheid, zodat er geen problemen ontstaan in de openbare ruimte.
Eventueel kan als voorwaarde voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen ook een bijdrage worden gevraagd in een parkeerfonds als niet op eigen erf in de parkeerbehoefte kan worden voorzien. Wonen Het perceel ten oosten van het bedrijf is bestemd als Wonen. Er zijn uitsluitend bestaande woningen toegestaan. Binnen het aanduidingsvlak 'specifieke vorm van wonen hoofdgebouw uitgesloten' mogen geen hoofdgebouwen worden gebouwd.
bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 18
Hoofdstuk 5 5.1
Toets aan wet- en regelgeving
Inleiding
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet de gemeente in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving opnemen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Dit deel van de toelichting gaat in op de afstemming tussen ruimtelijke ordening en de milieuaspecten. In dit voorontwerp bestemmingsplan wordt op hoofdlijnen ingegaan op de verschillende milieuaspecten. Parallel aan het opstellen van het ontwerp bestemmingsplan, is een MER (zie Bijlage 9) opgesteld. De resultaten hiervan zijn verwerkt in dit hoofdstuk. 5.2
Milieuzonering
Door middel van milieuzonering kunnen grenzen worden gesteld aan de toelaatbaarheid van bedrijfsactiviteiten. Als hulpmiddel hierbij wordt meestal de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) gebruikt. Hierin zijn richtafstanden opgenomen voor milieubelastende activiteiten tot milieugevoelige activiteiten. De afstanden zijn gebaseerd op een gemiddeld modern bedrijf en zijn indicatief. In de publicatie van de VNG wordt aangegeven, dat wanneer bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd, uitgegaan kan worden van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting en daarmee gemotiveerd kan worden afgeweken van de richtafstanden. De richtafstanden geven daarbij wel een goede indicatie, welke milieuaspecten mogelijk overlast kunnen veroorzaken. Een pluimveeslachterij valt onder milieucategorie 3.2 en heeft een richtafstand van 100 meter voor geur en geluid. De verwerking en verpakking van vleesproducten valt eveneens onder categorie 3.2. Voor geluid geldt daarbij bovendien nog dat het een gezoneerd industrieterrein is, waardoor de geluidbelasting gereguleerd wordt. De richtafstand van 100 meter voor geur en geluid is de directe aanleiding geweest om juist de aspecten geur en geluid reeds in een vroegtijdig stadium uitgebreid te onderzoeken. Hier wordt in de paragrafen hierna nader op ingegaan. 5.3
Verkeer
De voorgenomen verkeersontsluiting, parkeerplaatsen.
ontwikkeling gaat gepaard met een aanpassing van de een toename van de hoeveelheid verkeer en het aantal
Verandering verkeersintensiteiten In de maximale toekomstige situatie is sprake van onderstaande verkeersbewegingen. Dit betreft een toename van de huidige situatie met een factor 1,5 voor personenauto's en 2,5 voor vrachtwagen-verkeer. De toename leidt vanuit de verkeersafwikkeling niet tot problemen. gewijzigde ontsluitingsstructuur In de toekomstige situatie zal het meest noordelijke gedeelte van de Fahrenheitstraat, dat aansluit op de Langewijk verdwijnen. Hiervoor in de plaats is een nieuwe ontsluiting aangelegd, die vanaf de zuidzijde van het bedrijfsperceel in de richting van de Rollepaal loopt (zie de rode pijl op onderstaande afbeelding). Het vrachtverkeer van en naar Plukon zal via deze nieuwe route rijden. Hierdoor ontstaat een directere route richting de provinciale weg. Dit leidt tot een minimalisering van het vrachtverkeer dat in de huidige situatie via de Celsiusstraat, Rollepaal ten zuiden van de nieuwe aansluiting en
bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 19
Moerheimstraat rijdt.
Huidige rijroute vrachtverkeer
Toekomstige rijroutes vrachtverkeer
bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 20
Toekomstige rijroutes alle verkeer (VW=vrachtwagen, P=personenauto's (bron: Onderzoek geluid en luchtkwaliteit Pluk on, DGMR, 2020) Ten gevolge van de routering van de vrachtwagens via de insteekweg (die ook in het huidige bestemmingsplan mogelijk is), worden woningen aan de Celsiusstraat, de Rollepaal ten zuiden van de nieuwe aansluiting en de Moerheimstraat ontlast voor wat betreft het vrachtverkeer ten gevolge van Plukon. Voor de woningen langs de Rollepaal ten noorden van de inprikker evenals enkele woningen aan de Celsiusstraat, blijft de verkeerssituatie hetzelfde, met dien verstande dat het verkeer ten gevolge van de uitbreiding toe zal nemen. Voor woningen langs de Celsiusstraat geldt dat in de toekomstige situatie vrachtwagens met de aanvoer van kuikens langs deze woningen gaan rijden naar de nieuwe ingang van de ontvangstruimte aan de westkant van het bedrijf. Parkeerplaatsen Aan de westzijde van de Celsiusstraat zijn reeds parkeerplaatsen aangelegd. Gecombineerd met de uitbreiding van het bedrijf in oostelijke richting zullen eveneens extra parkeerplaatsen worden aangelegd aan de voor- en achterzijde van het gebouw. Personeel dat aan de achterzijde parkeert zal ook via de nieuwe aansluitingsweg richting de Rollepaal rijden. 5.4
Geluid
Verkeerslawaai In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) bevinden zich langs alle wegen zones, met uitzondering van wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied en wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Zoals in de voorgaande paragraaf is beschreven, zal gekoppeld aan de uitbreiding van Plukon de verkeersontsluiting worden aangepast. Daarbij zal het bedrijf worden ontsloten via een nieuwe ontsluitingsweg die aansluit op de Rollepaal. Deze weg is mogelijk op grond van het bestemmingsplan en is reeds aangelegd. Om deze reden is deze niet meegenomen in het bestemmingsplan. Aangezien wel sprake is van een reconstructie van de weg in de zin van de Wet geluidhinder en de weg van belang is voor de uitbreiding, is akoestisch onderzoek uitgevoerd. Hieruit komt naar voren dat de geluidbelasting op enkele woningen langs de Rollepaal toeneemt. De geluidbelasting blijft echter onder de maximaal te verlenen hogere waarden. Anderzijds zal de geluidbelasting bij diverse woningen langs de Moerheimstraat en de Rollepaal afnemen. Op grond van het huidige bestemmingsplan kan de nieuwe ontsluiting worden gerealiseerd. De procedure in het kader van de Wet geluidhinder is daarom los van dit bestemmingsplan doorlopen. Industrielawaai
bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 21
Plukon bevindt zich aan de rand van het gezoneerde bedrijventerrein Rollepaal.
Er is reeds onderzoek uitgevoerd naar de invloed van de uitbreiding op de geluidbelasting van de zone (zie Bijlage 1). In onderstaande tabel zijn de resultaten opgenomen op enkele rekenpunten in de directe omgeving van het bedrijf. Hierbij is een onderscheid gemaakt in de geluidbelasting in het tussenscenario en het eindscenario. Het eindscenario betreft de situatie waarbij het bedrijf in oostelijke richting uitbreidt zoals in hoofdstuk 3 is beschreven. Het tussenscenario betreft de situatie waarbij alleen de productiecapaciteit wordt verhoogd. Dit scenario is doorgerekend om dat hiervoor vooruitlopend op de verdere uitbreiding een omgevingsvergunning milieu zal worden aangevraagd.
bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 22
Geconcludeerd wordt dat door productie-uitbreiding (tussenscenario) het aantal vrachtwagens zal toenemen wat, zonder de extra te nemen geluidwerende maatregelen, een geringe toename geeft van de geluidbelasting. Binnen het bestemmingsplan kan een gebouw worden gerealiseerd op de Wehkamp-locatie. In het eindscenario zal door uitbreiding van de bedrijfsgebouwen aan die oost- en zuidwestzijde het geluid van transportbewegingen extra worden afgeschermd, waardoor deels weer een afname van het geluid te zien is. Doordat het gebouw is meegenomen in het model in het eindscenario, zijn de waarden in het tussenscenario in sommige gevallen hoger dan in het eindscenario. De ontwikkeling van Plukon is inpasbaar in de geluidzone. In artikel 3.4.3 is geregeld dat gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een pluimveeslachterij, zoals voor zover de productiecapaciteit toeneemt ten opzichte van de feitelijke (en legale) situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan, uitsluitend is toegestaan indien het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ter plaatse van de beoordelingspunten bij de woningen aan de Langewijk 151, 430, 380, 404 en 390, die in de onderstaande tabel weergegeven geluidniveaus niet overschrijdt.
Deze ten hoogste toelaatbare geluidwaarden komen overeen met de geluidwaarden die in de milieuvergunning van 9 december 2009 zijn vastgelegd. Er is gekozen om artikel 3.4.3 in de planregels op te nemen vanwege de afspraken die zijn gemaakt met omwonenden. Met omwonenden is namelijk afgesproken dat de uitbreiding van de productiecapaciteit van Plukon voor wat betreft het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau niet leidt tot een toename van de geluidbelasting ten opzichte van de met de omgevingsvergunning milieu van 9 december 2009 vergunde geluidbelasting. In de omgevingsvergunning van 9 december 2009 zijn voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ten aanzien van 5 beoordelingspunten geluidsvoorschriften opgenomen. Dit betreffen beoordelingspunten aan de Langewijk 151 (nummer 12), de Langewijk 430 (nummer 13), de Langewijk 380 (nummer 14), de Langewijk 404 (nummer 17) en de Langewijk 390 (nummer 18) in Dedemsvaart. Het geluidvoorschrift uit de omgevingsvergunning van 9 december 2009 wordt hieronder weergegeven.
bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 23
Uit de verschillende akoestische onderzoeken die aan het bestemmingsplan, de omgevingsvergunning van 30 maart 2021 en het herstelbesluit van 22 maart 2022 ten grondslag liggen, volgt dat conform de afspraak met de omwonenden de geluidbelasting voor wat betreft het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau op de betreffende vijf beoordelingspunten niet toe zal nemen. Conform de afspraak met omwonenden is dat ook in de omgevingsvergunning van 30 maart 2021, zoals hersteld bij besluit van 22 maart 2022, geborgd, door in de geluidsvoorschriften voor de betreffende 5 beoordelingspunten dezelfde geluidwaarden op te nemen als in de omgevingsvergunning van 9 december 2009. Alleen ten aanzien van beoordelingspunt Langewijk 380 (014) is voor de dagperiode een geluidwaarde opgenomen die 1 dB(A) strenger is dan vergund in 2009 (42 dB(A) in plaats van 43 dB(A)). Reden daarvoor is dat uit het geluidrapport volgt dat onder de 42 dB(A) wordt gebleven. Zie hieronder het betreffende geluidsvoorschrift uit het herstelbesluit van 22 maart 2022:
bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 24
Planologisch is hiermee echter niet uitgesloten dat de geluidbelasting op de 5 beoordelingspunten toe kan nemen ten opzichte van de in 2009 vergunde geluidbelasting. Plukon ligt namelijk op een geluidgezoneerd industrieterrein. De maximaal toegestane geluidbelasting door industrielawaai op de omliggende woningen wordt op grond van de Wet geluidhinder bepaald door de ligging van de zonegrens en de vastgestelde Maximaal Toelaatbare Geluidbelasting (MTG's) en Hogere Waarden (Hw's). Uit de akoestische onderzoeken en de zonetoetsen van de Omgevingsdienst IJsselland. Uit de akoestische onderzoeken volgt dat op de betreffende 5 beoordelingspunten gelet op de geluidzone meer geluidruimte beschikbaar is dan nu aan alle bedrijven gezamenlijk is vergund. Om die reden is het noodzakelijk om de maximaal toegestane geluidwaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau voor Plukon, zoals volgt uit de omgevingsvergunning van 9 december 2009, ook in de planregels te borgen. Anders is het immers niet uitgesloten dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau met een nieuwe omgevingsvergunning voor Plukon toch toe kan nemen ten opzichte van de geluidruimte die is vergund in 2009.
Dit volgt ook uit het 'Advies milieu herstelbesluit Plukon voor V2017-1049-01' van de Omgevingsdienst IJsselland van 27 januari 2022 (pagina 5), het DGMR-rapport 'Plukon Dedemsvaart B.V., Akoestisch onderzoek geactualiseerd eindscenario' van 19 juli 2022 (pagina 5 en pagina 10) en het herstelbesluit van 22 maart 2022 (pagina 4). Voor de 3 beoordelingspunten uit het herstelbesluit van 22 maart 2022 die ten opzichte van de omgevingsvergunning van 9 december 2009 zijn toegevoegd (de Rollepaal 36 (nummer 10), de Langewijk 163 (nummer 11) en de Moerheimstraat 182 (nummer 20)) geldt de afspraak met de omwonenden niet. Voor die beoordelingspunten is het daarom niet noodzakelijk om de geluidwaarden in de planregels te borgen. Geluid verkeerstoename In paragraaf 5.3 is aangegeven dat sprake is van een verkeerstoename ten gevolge van de uitbreiding van Plukon. Dit vindt plaats op de nieuwe insteekweg en de Rollepaal tussen de
bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 25
insteekweg en de rotonde, aangezien alle vrachtwagens over deze route worden geleid. Op basis hiervan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 1. Bij de beoordeling van de verkeer aantrekkende werking die van Plukon uitgaat, is onderscheid gemaakt in het referentiejaar 2018 (zowel zonder en met de nieuwe insteekweg) en het prognose jaar 2030. Op korte termijn wordt de nieuwe invalsweg vanaf de Rollepaal naar de bedrijven in de noordwesthoek van het industrieterrein in gebruik genomen. Dit past namelijk ook in het geldende bestemmingsplan. Al het vrachtverkeer van en naar Plukon, evenals de personenwagens van Plukon van en naar het geplande parkeerterrein aan de zuidoostzijde van het bedrijf, gaan hiervan gebruik maken. De situatie met de nieuwe invalsweg is meegenomen in de prognose voor het jaar 2030. Het verkeer is onderzocht bij de relevante woningen aan de Rollepaal tot aan de rotonde Rollepaal-Industrieweg-Rheezerend-Langewijk. Bij de rotonde moet al het verkeer afremmen en optrekken en daar gaan de verkeersbewegingen op in het reguliere verkeer. Het verkeer van en naar Plukon is vanaf de rotonde geen herkenbare stroom meer. Het vrachtverkeer van Plukon maakt in de toekomst geen gebruik meer van de Rollepaal ten zuiden van de nieuwe invalsweg en heeft hier geen relevante bijdrage meer.
In het geluidsonderzoek is onder andere de totale verkeers- en geluidbelasting op en rondom het industrieterrein in beeld gebracht. Hierin heeft Plukon een deelbijdrage. Hieruit blijkt dat met betrekking tot de situatie 'ingebruikname nieuwe insteekweg in de huidige situatie (2018)' 33 van de 50 onderzochte woningen een afname van de geluidsbelasting met 1 of 2 dB kennen. Het gaat met name om woningen aan de Moerheimstraat, Langewijk en Rollepaal. Bij de overige woningen is het verschil 0 dB. Ten aanzien van het verschil tussen de huidige situatie zonder insteekweg en de toekomstige situatie, blijkt dat van de onderzochte locaties elf woningen een toename van 1 of 2 dB in geluidsbelasting ondervinden. Bij 17 woningen neemt de geluidsbelasting af met 1 dB. Op meerdere adressen is een toename te zien in geluidsbelasting. Dit wordt deels veroorzaakt door de autonome groei van het totale verkeer. Ten gevolge van de routering van de vrachtwagens via de insteekweg (die ook in het huidige be-stemmingsplan mogelijk is), worden de woningen aan de Moerheimstraat en enkele woningen aan de Celsiusstraat en Rollepaal ontlast voor wat betreft het vrachtverkeer ten gevolge van Plukon. Voor die woningen vindt een verbetering plaats.
In de toekomstige situatie zwakt deze afname af en is er bij circa de helft van de onderzochte locaties een toename te zien in geluidsbelasting (ten gevolge van de autonome toename van al het verkeer van het bedrijventerrein op de beoordeelde wegvakken). Verder is een analyse van de 48 dB Lden contouren uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de 48 dB Lden contour vanwege het verkeer van Plukon met 32% afneemt na uitbreiding van het bedrijf. In het akoestische onderzoek is eveneens de effectiviteit van geluidsmaatregelen beschouwd. Hierbij is vastgesteld dat het toepassen van geluidsmaatregelen niet mogelijk en/of effectief is om de geluidsbelasting bij de woningen met een geluidstoename te verlagen. Hoewel er sprake is van een verbetering langs de Moerheimstraat en de Edisonstraat blijkt uit het akoestisch onderzoek dat er in de toekomstige situatie bij circa de helft van de onderzochte woningen een toename in geluidbelasting te zien is. Dit komt overigens deels ook door de autonome toename van de rest van het verkeer van het industrieterrein Rollepaal. Zowel het bedrijf Plukon, als de woningen waar een toename te zien is, zijn gelegen op het geluidgezoneerde industrieterrein. Buiten het geluidgezoneerde industrieterrein is geen sprake van toename van geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer.
bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 26
5.5
Geur
Op basis van het voorliggende plan is geuronderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 2). In dit geuronderzoek is berekend wat het maximale effect van de uitbreiding is op het aspect geur Daarbij zijn de effecten van slachtvolumeverhoging, inrichting van een paneerafdeling en aanleg van een biologische waterzuivering afzonderlijk in beeld gebracht en het totale effect van deze drie onderdelen samen. In dit geval bedraagt de geurimmissie ter plaatse van een aantal woningen / gebouwen aan de overzijde van de Langewijk 135 tussen 1,1 en 2,0 ge/m3 als 98 percentiel. Op basis van de huidige vergunning mag de geurconcentratie maximaal 1,1 ge/m3 als 98 percentiel bedragen. Dit komt overeen met 0,55 Odour units. Onderzocht is of het mogelijk is om de gewenste uitbreiding van het bedrijf te realiseren, zonder dat de geurbelasting toeneemt ten opzichte van de vergunde situatie. Wanneer alleen het slachtvolume wordt verhoogd, kan worden voldaan aan de waarden uit de huidige vergunning. Indien uit wordt gegaan van realisatie slachtvolumeverhoging, inrichting van een paneerafdeling én aanleg van een biologische waterzuivering, dan dienen aanvullende maatregelen te worden getroffen. Hiertoe is gekeken naar het effect van toepassing van een actief koolfilter en van plaatsing van een schoorsteen.
Uit het onderzoek is gebleken dat bij toepassing van een schoorsteen van 30 meter overal kan worden voldaan aan de vergunde waarde van 0,55 Odour units. In de planregels is opgenomen dat het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve een pluimveeslachterij inclusief het verwerken en verpakken van vlees uitsluitend is toegestaan indien de geurbelasting niet meer dan de huidige geurbelasting (van 0,55 OUe/m3 op basis van de omgevingsvergunning) bedraagt. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning zal worden afgewogen in hoeverre de effecten van deze maatregel opwegen tegen de kosten. Voor meer informatie wordt verwezen naar het geuronderzoek dat als bijlage bij deze toelichting is gevoegd. Er is gekozen om de norm van 0,55 OUe/m3 als 98-percentielwaarde in artikel 3.4.2 van de planregels op te nemen vanwege de afspraken die zijn gemaakt met omwonenden. Met omwonenden is namelijk afgesproken dat de uitbreiding van de productiecapaciteit van Plukon niet leidt tot een toename van de geurbelasting ten opzichte van de in 2009 vergunde situatie. Zoals hierboven reeds is toegelicht mag de geurbelasting op basis van die vergunning maximaal 0,55 OUe/m3 als 98-percentielwaarde bedragen.
Om planologisch zeker te stellen dat ook in de toekomst de geurbelasting door Plukon gelet op de gemaakte afspraken nimmer hoger is dan 0,55 OUe/m3 als 98-percentielwaarde, is ervoor gekozen om deze norm als absolute grenswaarde in de planregels te borgen. De norm is afkomstig uit de 'Bijzondere regeling B5' voor de vleesindustrie uit de voormalige NeR (Nederlandse emissierichtlijn lucht), waarin emissiefactoren en hinderniveaus waren opgenomen op basis van het Brancheonderzoek voor de vleesindustrie. Daaruit volgt een ondergrens van 0,55 OUe/m3 als 98-percentielwaarde, waaronder het optreden van geurhinder zeer onwaarschijnlijk is. Deze norm is om die reden ook ruimtelijk aanvaardbaar. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is in zoverre geborgd. Zie in dit kader meer uitgebreid ook de toelichting in Bijlage A bij het nader geurrapport van Olfasense 29 december 2023. Of wordt voldaan aan de norm van 0,55 OUe/m3 moet worden berekend conform de NTA9065. Cumulatieve geurbelasting Door Olfasense B.V. is verder (nader) onderzoek uitgevoerd naar de (aanvaardbaarheid van de) cumulatieve geurbelasting. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het rapport 'Onderzoek naar cumulatie van geur rondom Plukon Dedemsvaart BV' van 29 december 2023 (zie Bijlage 3). Hierin is onderzoek gedaan naar allereerst de cumulatie van geur rekening houdend met
bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 27
alleen bronnen op het industrieterrein. Daarnaast is aanvullend een cumulatieve verspreidingsberekening verricht waarin ook de relevante veehouderijen zijn betrokken. In dit onderzoek is in paragraaf 2.9 ook een beoordelingskader opgenomen om de cumulatie van geurhinder te toetsen. Voor de vaststelling van dit bestemmingsplan wordt - bij gebreke van wettelijke normen waaraan getoetst moet worden - bij dat beoordelingskader aangesloten. Wanneer alleen rekening wordt gehouden met bronnen op het industrieterrein is de conclusie dat de bijdrage van andere bedrijven dan Plukon op de voor Plukon relevante woningen verwaarloosbaar is. De geurbelasting inclusief de overige geurrelevante bedrijven resulteert niet in een toename van de vergunde geurbelasting vanwege Plukon. Geconcludeerd kan worden dat geen sprake is van een relevante cumulatie van geurbronnen op het industrieterrein. Er is in ieder geval sprake van een aanvaardbaar geurhinderniveau wanneer de cumulatieve geurbelasting ligt tussen de 0,5 en 0,55 OUe/m3 als 98-percentielwaarde (zie ook pagina 17 en Bijlage A van het geurrapport van Olfasense). De totale (cumulatieve) geurbelasting blijft daaronder. Er is daarmee sprake van een aanvaardbaar cumulatief geurhinderniveau.
Wanneer naast de bronnen op het industrieterrein ook rekening wordt gehouden met omliggende (relevante) veehouderijen, is de conclusie dat de veehouderijen een veel grotere bijdrage leveren aan de geurbelasting dan de bronnen op het industrieterrein. Toch is de conclusie dat op de geurgevoelige bestemmingen de geurbelasting niet hoger is dan de waarden die zijn vastgesteld in de geurverordening van de gemeente Hardenberg. Ook in zoverre is sprake van een aanvaardbaar cumulatief geurhinderniveau. Gelet op het vorenstaande is de conclusie dat ook ten aanzien van de cumulatieve geurbelasting sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor omwonenden is in zoverre dan ook gegarandeerd.
5.6
Bodem
In het kader van de onderzoeksplicht dient onder andere de bodemgesteldheid in het plangebied in kaart te worden gebracht. Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied is verontreinigd, moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. In 2005 heeft een bodemsanering plaatsgevonden. In de milieuvergunning zijn voorwaarden opgenomen om verontreiniging van de bodem in de toekomst te voorkomen. De bestaande bestemming bedrijventerrein blijft in het gebied gehandhaafd. Er is in die zin geen sprake van een functiewijziging in het plangebied en dus bestaat er geen noodzaak om bodemonderzoek uit te voeren. In het kader van de omgevingsvergunning voor het bouwen zal wel nader onderzoek moeten plaatsvinden.
bestemmingsplan Rollepaal, Langew ijk 135 Dedemsvaart | PAGINA 28
5.7
Archeologie
Het archeologiebeleid van de gemeente Hardenberg is verwoord in het Beleidsplan Archeologie (Past2Present, vastgesteld d.d. 30 juni 2009). Hierin is aangegeven hoe bij ruimtelijke ingrepen met het bodemarchief moet worden omgegaan. Belangrijk onderdeel van het beleidsplan is de Archeologische waarden- en verwachtingenkaart. Op basis van deze kaart kan bijvoorbeeld worden vastgesteld of belangrijke waarden binnen een bepaald gebied aanwezig zijn en/of archeologisch onderzoek is gewenst. Ook geeft het beleidsplan enkele aanwijzingen voor de wijze waarop archeologie binnen bestemmingsplannen kan worden meegenomen. Uit de Archeologische waarden- en verwachtingenkaart blijkt dat voor het plangebied een 'lage verwachting' geldt, hierdoor is nader onderzoek voor het aspect archeologie niet nodig. 5.8