Toelichting bestemmingsplan Parallelweg 21a, De Krim
Tekst van het document
Bestemmingsplan Parallelweg 21a, De Krim
bestemmingsplan Bestemmingsplan Parallelweg 21a, De Krim
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime
4 4 4 5 5
Hoofdstuk 2 Huidige situatie en gewenste situatie 2.1 Huidige situatie 2.2 Gewenste situatie
7 7 8
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
11 11 13 23
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Geluid 4.2 Bodemkwaliteit 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Externe veiligheid 4.5 Milieuzonering 4.6 Geur 4.7 Ecologie 4.8 Archeologie & cultuurhistorie 4.9 Verkeer en parkeren 4.10 Besluit milieueffectrapportage
31 31 32 33 34 36 38 40 41 42 43
Hoofdstuk 5 Wateraspecten 5.1 Vigerend beleid 5.2 Waterparagraaf
45 45 46
Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding 6.2 Opzet van de regels 6.3 Verantwoording van de regels
47 47 47 48
Hoofdstuk 7
50
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 8 Vooroverleg 8.1 Vooroverleg 8.2 Zienswijzen
2
51 51 51
Inhoudsopgave (vastgesteld)
bestemmingsplan Bestemmingsplan Parallelweg 21a, De Krim
Toelichting
Toelichting (vastgesteld)
3
bestemmingsplan Bestemmingsplan Parallelweg 21a, De Krim
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de realisatie van één woning aan de Parallelweg 21a in De Krim, gelegen in de gemeente Hardenberg (hierna: plangebied). Momenteel bevindt zich op dit perceel een schuur van circa 540 m², welke in gebruik is als bedrijfsruimte/opslagruimte voor diverse soorten bedrijvigheid. Op basis van de geldende “Beheerverordening De Krim (herziening) is het plangebied voorzien van de bestemming 'Woongebied' met de aanduiding 'bedrijf'. De bedrijfsmatige invulling is in de toekomst niet meer aan de orde, daarbij verkeert het gebouw in relatief slechte staat en is het plangebied verrommeld. Gelet op het vorenstaande is het wenselijk om het plangebied te voorzien van een duurzame vervolgfunctie. Het voornemen is om het plangebied te herontwikkelen waarbij de bestaande bebouwing binnen het plangebied wordt gesloopt en overtollige erfverharding gesaneerd. Hiervoor in de plaats komt een nieuwe vrijstaande woning met bijbehorend bijgebouw. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met de geldende gebruiks- en bouwmogelijkheden van de “Beheersverordening De Krim (herziening)” van de gemeente Hardenberg. Op basis van de geldende beheersverordening is ter plaatse van het plangebied uitsluitend het bestaande aantal woningen toegestaan.
Omdat op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening ter plaatse geen woning aanwezig was, is ter het realiseren van een woning niet toegestaan. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken dient een nieuw passend bestemmingsplan voor het plangebied te worden opgesteld. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders, waarbij wordt aangetoond dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt aan de Parallelweg 21a, in het noorden van het dorp De Krim. Het plangebied bestaat uit het perceel dat bij kadaster bekend staat als gemeente Gramsbergen, sectie I en nummer 1180 In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de directe omgeving weergegeven. De rode ster en de rode omlijning geven respectievelijk de locatie en indicatieve begrenzing van het plangebied weer. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.
Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied (Bron: PDOK)
4
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Bestemmingsplan Parallelweg 21a, De Krim
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan ''Bestemmingsplan Parallelweg 21a, De Krim” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0160.0000BP00413-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de Beheersverordening "De Krim (herziening)". Deze beheersverordening is door de gemeenteraad van Hardenberg vastgesteld op 29 september 2015 en het bestemmingsplan "Facetherziening parkeren Hardenberg" (vastgesteld op 17 juli 2018). In afbeelding 1.2 is uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsregime weergegeven. De rode lijn geeft indicatief het plangebied weer.
Afbeelding 1.2: Uitsnede van de vigerende beheersverordening (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
Toelichting (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Bestemmingsplan Parallelweg 21a, De Krim
1.4.2
Bestemmingen
Op basis van de vigerende beheersverordening is de enkelbestemming 'Woongebied" met daarbinnen de aanduiding 'bedrijf' van toepassing. Daarnaast is het plangebied gelegen binnen de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Hierna wordt nader ingegaan op de geldende bestemmingen. 'Woongebied' De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn met name bestemd voor wonen, met inbegrip van aan-huis-gebonden beroepen en tuinen en erven, met dien verstande dat het aantal woningen per bouwperceel niet meer dan het bestaande aantal bedraagt. Daarnaast zijn de gronden bedoeld voor bedrijven en instellingen behorende tot de categorieën 1 tot en met 2 van de bij de regels behorende Staat van bedrijven, dan wel bestaande bedrijven, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf'. 'Waarde - Archeologie 3' De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de verwachte archeologische waarden.
1.4.3
Strijdigheid
Binnen het huidige planologische regime is op het perceel uitsluitend het bestaande aantal woningen toegestaan. Op basis van de geldende beheersverordening is ter plaatse van het plangebied uitsluitend het bestaande aantal woningen toegestaan. Omdat op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening ter plaatse geen woning aanwezig was, is ter het realiseren van een woning niet toegestaan. Daarnaast is het wenselijk dat op het perceel de bedrijfsmatige mogelijkheden ter plaatse komen te vervallen. Voorliggende bestemmingsplan voorziet in het benodigde juridische planologische kader waarmee de voorgenomen ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt en de bedrijfsmogelijkheden worden wegbestemd.
1.4.4
Leeswijzer
Na deze inleiding worden in hoofdstuk 2 de huidige situatie en de gewenste situatie weergeven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Hardenberg beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 5 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.
6
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Bestemmingsplan Parallelweg 21a, De Krim
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie en gewenste situatie
Huidige situatie
Het plangebied ligt ten noorden van het dorp De Krim. In de directe omgeving van het plangebied is overwegend sprake van woonpercelen, een agrarisch bedrijfsperceel en agrarische cultuurgronden. Het plangebied wordt aan de westzijde begrensd door woonpercelen en aan de oostzijde door een (voormalig) agrarisch bedrijfsperceel. Aan de noordzijde wordt het plan gebied begrensd door agrarische cultuurgronden en bospercelen en aan de zuidzijde door de infrastructuur van de Parallelweg en de vaart 'Lutter Hoofdwijk'. Het plangebied bestaat uit een bedrijfspand en erfverharding welke gebruikt wordt als opslag voor auto's en andere bedrijfsmaterialen. Het bedrijfspand heeft gemetselde muren zonder spouw, een zadeldak met dakpannen en beschikt aan de voor- en achterzijde over een daklijst. Aan de westelijke zijde van het plangebied is een grondhoop gesitueerd (zie hiervoor ondermeer paragraaf 4.2), welke bij de realisatie van het planvoornemen gebruikt kan worden voor de egalisatie van het plangebied of voor de aanleg van de tuin/c.q. de landschappelijke inpassingsmaatregelen. Voor het overige zijn de gronden in het plangebied deels verhard middels bestrating. In de luchtfoto in afbeelding 2.1 is met de rode stippellijn het plangebied weergegeven. In afbeelding 2.2. zijn straatbeelden opgenomen, vanaf de Parallelweg gezien.
Afbeelding 2.1: Luchtfoto van de huidige situatie ter plaatse van het plangebied (Bron: PDOK)
Toelichting (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Bestemmingsplan Parallelweg 21a, De Krim
Afbeelding 2.2: Aanzichtsfoto van de huidige situatie ter plaatse van het plangebied (Bron: Google Maps)
2.2
Gewenste situatie
2.2.1
Gewenste situatie
Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van één woning, welke zal worden gebouwd onder hoogwaardige architectuur, in het plangebied. De oude bedrijfsbebouwing (560 m²) wordt hierbij gesloopt om ruimte te maken voor de nieuwe woning. Tevens wordt een deel van de erfverharding (in de huidige situatie ruim 1920 m²) verwijderd en de bestaande grondhoop (zie paragraaf 4.2) verspreid over het perceel, voor de aanleg van de tuin en landschapsmaatregelen. Hierop wordt in navolgende paragraaf verder ingegaan. Belangrijk uitgangspunt voor de gewenste ontwikkeling is de verbetering van de ruimtelijke- én stedenbouwkundige kwaliteit. Hiertoe worden forse investeringen in ruimtelijke kwaliteit gedaan, alsmede wordt de nieuwe bebouwing onder hoogstaande architectuur ontworpen. Daartoe zijn specifieke bouw- en goothoogtes in voorliggend bestemmingsplan opgenomen. Vorenstaande komt tot uiting (betreft het landschappelijk inpassen van het nieuwe woonperceel) middels het opgestelde Inrichtingsplan. Een uitsnede van dit inpassingsplan is opgenomen in afbeelding 2.3., voor een uitgebreide uiteenzetting wordt verwezen naar de Bijlage 1.
8
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Bestemmingsplan Parallelweg 21a, De Krim
Afbeelding 2.3: Erfinrichting nieuwe situatie (Bron: Citadel Company) De nieuwe woning wordt met de voorgevel gelijk geplaatst aan de bestaande schuur. Deze staat iets naar achter ten opzichte van de directe buren hierdoor blijft de bestaande variatie in de rooilijn behouden. Behoud van deze variatie draagt bij aan het beeld van de organische groei van het ontginningslint. De woning is ook zoveel mogelijk richting de perceelsgrens aan de westzijde geplaatst waardoor er aan de oostzijde een doorzicht ontstaat naar het achtergelegen landschap. Concreet gaat het om een vrijstaande woning met een bouwhoogte van maximaal 10 meter. De woning wordt met de voorgevel gesitueerd richting de Parallelweg, en zal levensloopbestendig worden uitgevoerd. De woning zal bestaan uit een hoogwaardige hoofdmassa, waarbij wordt opgemerkt dat deze woning momenteel wordt ontworpen en ter zijner tijd aan welstand zal worden voorgelegd, ter beoordeling. Gebaseerd op de wensen van initiatiefnemer zijn voor deze woning specifieke bouw- en goothoogtes opgenomen in dit bestemmingsplan. Er is een goothoogte van maximaal 7,5 meter opgenomen (benodigd voor de beoogde woning) en een bouwhoogte van maximaal 10 meter, dit om de woning van initiatiefnemer mogelijk te maken. Dit is passend in de omgeving, bijjzonder langs de Parallelweg is immers de variatie in architectuur.
Het merendeel van de bebouwing bestaat uit agrarische opstallen en burgerwoningen met een agrarische uitstraling. Bijzonder zijn de in Groninger bouwstijl gebouwde boerderijen, met statige voorhuizen en veel versieringen. Ook voortuinen zijn soms meer opvallend ingevuld, met rode beuk, rhododendron, snoeivormen en soms een symmetrische opbouw. Opvallend is de plaatsing van bebouwing langs het kanaal. Alle bebouwing staat met de nokrichting overwegend haaks richting het kanaal. Middels de situering van de woning (eveneens verankerd middels een bouwvlak op de plankaart) wordt zichtbaar hoe ondiep de lintbebouwing is en hoe deze grenst aan het open veenontginningslandschap. De open veenontginningen zijn overwegend grootschalige open gebieden met weinig opgaande beplanting en half transparante wegen met verspreide bebouwing en beplanting. Typisch voor deze lijnen zijn de doorzichten tussen de bebouwing. De footprint van de nieuwe woning (420 m²) is 130 m² kleiner dan de oorspronkelijke schuur wat de zichtrelatie met het landschap vergroot. Als gevolg van voorgenomen ontwikkelingen is het mogelijk een groot deel van de aanwezige verharding te verwijderen. In totaal gaat het om 1440 m² aan verharding welke wordt verwijderd. Dit zorgt voor een sterke
Toelichting (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Bestemmingsplan Parallelweg 21a, De Krim vergroening van de kavel. De groenstructuur om de kavel is op dit moment al vrij robuust. De grote bomen langs de Parallelweg en op de oostelijke grens met de buren dragen bij aan een volwassen groenbeeld. Er wordt daarom voor gekozen om de inrichting van de kavel zelf zo somber mogelijk te houden. Plantvakken alleen om de entree te accentueren en aan de zij- en achterkant van de kavel gazon. De openheid en rust die zo in het beeld ontstaat sluit goed aan bij de karakteristiek van de erven in het open veenontginningslandschap, zie hiervoor ook Bijlage 1 welke eveneens als voorwaardelijke verplichting in de regels is opgenomen. Middels de verkleining van de footprint van het gebouw, het creëren van een doorzicht naar het veenontginningslandschap en de ontstening van het erf, wordt er voldoende ruimtelijke kwaliteit toegevoegd aan deze nieuw te ontwikkelen locatie. Geconcludeerd wordt dat de beoogde beouwing zich goed voegt bij de bebouwing in de omgeving.
10
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Bestemmingsplan Parallelweg 21a, De Krim
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterk e en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toek omstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
Toelichting (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Bestemmingsplan Parallelweg 21a, De Krim
3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 3.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen.
Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
3.1.2.1 Algemeen Ten tijde van de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.2.2 Toetsing aan de ladder van duurzame verstedelijking De voorgenomen ontwikkeling raakt geen Rijksbelangen als opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie.
12
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Bestemmingsplan Parallelweg 21a, De Krim
Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De raad is van oordeel dat gelet op het aantal woningen dat het plan mogelijk maakt, het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). In voorliggend geval is het plangebied op basis van de geldende beheersverordening alleen het bestaande aantal woningen toegestaan binnen het plangebied, er is geen mogelijkheid om een woning toe te staan op basis van binnenplanse mogelijkheden. Voorliggend bestemmingsplan ziet toe op de realisatie van één woning en het planologisch wegbestemmen van de bedrijfsfunctie. Gelet op het vorenstaande is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is in dit geval niet van toepassing.
3.1.3
Conclusie toetsing aan Rijksbeleid
De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met het Rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. 3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. 3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied.
Toelichting (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Bestemmingsplan Parallelweg 21a, De Krim
3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 3.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.
Afbeelding 3.1
14
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Bestemmingsplan Parallelweg 21a, De Krim
3.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen van de provincie. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 3.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheidt de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.
De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging t.a.v. functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 3.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden.
De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in onze omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 3.2.4
Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld: 3.2.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) en artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door
Toelichting (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Bestemmingsplan Parallelweg 21a, De Krim bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Toetsing van het initiatief aan artik el 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel Voorliggende ontwikkeling ziet toe op de realisatie van een woning op een perceel waar momenteel een bedrijfsgebouw in de vorm van een loods/schuur van circa 540 m² staat.
Met de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling wordt deze bedrijfsmogelijkheid in een overwegende woonomgeving een plek in het bebouwingslint langs de Parallelweg ingevuld, op een wijze die zowel vanuit ruimtelijk als functioneel oogpunt passend is aan te merken. De ontwikkeling versterkt de leefbaarheid van de woonbuurt en daarnaast wordt er ingespeeld op de lokale behoefte naar woningen. Er is geen sprake van extra ruimtebeslag op de groene omgeving, dit omdat de bestaande schuur wordt gesloopt. Samenvattend wordt geconcludeerd dat de planologische ontwikkeling aansluit bij artikel 2.1.3 zoals verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.1.5
Ruimtelijke kwaliteit (leden 1,2,3 en 5)
Lid 1: in de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Lid 2: in het kader van toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (Of-, Waar- en Hoe-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. Lid 3: in het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. Lid 5: in het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artik el 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel Zoals blijkt uit de beschrijving in hoofdstuk 2 en het als Bijlage 1 bijgevoegde ruimtelijk kwaliteitsplan levert het planvoornemen een verbetering op voor de ruimtelijke kwaliteit verricht.
De sanerings- en beplantingskeuze en de locatie van de aanplant is mede gebaseerd op de geldende gebiedskenmerken, Middels de verkleining van de footprint van het gebouw, het creëren van een doorzicht naar het veenontginningslandschap en de ontstening van het erf, wordt er voldoende ruimtelijke kwaliteit toegevoegd aan deze nieuw te ontwikkelen locatie. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.1.5, lid 1, 2, 3 en 5 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan
16
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Bestemmingsplan Parallelweg 21a, De Krim is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Toetsing van het initiatief aan artik el 2.2.2 van de Omgevingsvisie Overijssel De voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van één woning. Het plangebied is reeds van een woonbestemming voorzien, echter is alleen ter plaatse het bestaande aantal woningen toegestaan. Ter plaatse is thans geen woning aanwezig, zodat toevoeging van een woning gepaard dient te gaan middels een bestemmingsplanherziening. Tegelijkertijd wordt de bedrijfsmogelijkheid wegbestemd. De nieuw te bouwen woning voldoet aan de kwalitatieve behoefte in de markt en wordt gebouwd voor de lokale behoefte. Geconcludeerd wordt dat het voorliggende bestemmingsplan in overeenstemming is met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. 3.2.4.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving van belang.
In de Groene Omgeving gaat het hoofdzakelijk om: behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie. In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap; wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap. Het plangebied kent op basis van de ontwikkelingsperspectievenkaart van de provincie Overijssel het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. In afbeelding 3.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen waarbij het plangebied zich ter plaatse van de rode ster bevindt.
Toelichting (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Bestemmingsplan Parallelweg 21a, De Krim
Afbeelding 3.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) “Woon en werklocaties buiten de stedelijke netwerken” De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan deenergietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan het 'Ontwik kelingsperspectief' In de geldende ontwikkelingsperspectieven is wonen een veelvoorkomende en passende functie.
Het voornemen sluit aan op het perspectief en de huidige structuren en sluit aan bij de omliggende woningen. De beoogde woning brengt geen beperkingen met zich mee ten aanzien van de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.5 waar nader in wordt gegaan op de milieu en omgevingsaspecten. De gewenste ontwikkeling is dan ook passend binnen het ontwikkelingsperspectief.
3.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap en de stedelijke laag gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. 1.
De Stedelijke laag”
De stedelijke laag is de laag van de steden, dorpen, verspreide bebouwing, wegen, spoorwegen en waterwegen. Het gaat in deze laag om de dynamiek van de steden en de grote infrastructurele verbindingen, maar ook om de rust van de dorpen en de landelijke wegen en paden. De ruimtelijke kwaliteitsambities in de stedelijke laag zijn: a. Brede waaier aan woon-, werk- en mixmilieus: elk buurtschap, dorp en stad zijn eigen kleur b. Contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken door het infrastructuurnetwerk Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Stedelijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'Woonwijken 1955 - nu', zoals in afbeelding 3.3 is te zien. Het plangebied is met rode ster weergegeven.
18
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Bestemmingsplan Parallelweg 21a, De Krim
Afbeelding 3.3 De 'Stedelijke laag' (Bron: Provincie Overijssel)
'Woonwijken 1955 - nu' De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Als ontwikkelingen plaatsvinden in de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. Toetsing van het initiatief aan de “Stedelijke laag” De voorgenomen ontwikkeling betreft het realiseren van één woning, voornamelijk gelegen in het gebiedstype 'Woonwijken 1955 - nu'. Met het realiseren van de beoogde woning wordt rekening gehouden met de omliggende functies en bestaande bebouwingsstructuren. Wat betreft de bouwmogelijkheden wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de geldende beheersverordening. Tevens is een Inrichtingsplan is opgesteld om de beoogde woning op een zorgvuldige wijze in te passen in de het landschap.
Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Stedelijke laag'.
2.
De “Natuurlijke laag”
De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier 'van nature' op vestigt. Deze natuurlijke laag is het resultaat van de wisselwerking tussen abiotische (fysische) en biotische factoren en processen. Zo zorgden ijs-, wind- en waterstromen in Overijssel voor het ontstaan van een afwisselend landschap van stuwwallen, dekzandgronden, beekdalen en natte laagtes en bepaalden de stroomsnelheden van IJssel, Vecht, Regge of Dinkel waar het fijne (komgronden) en waar het grovere sediment (oeverwallen) werd afgezet. En ontwikkelde veen zich daar, waar het water maar moeilijk weg kon. Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan
Toelichting (vastgesteld)
19
bestemmingsplan Bestemmingsplan Parallelweg 21a, De Krim natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'Hoogveengebieden', zoals in afbeelding 3.4 is te zien.
Afbeelding 3.4 De 'Natuurlijke laag' (Bron: Provincie Overijssel)
“Hoogveengebieden (in cultuur gebracht)” Op waterhuishoudkundig geïsoleerde plekken (waar het regenwater wordt vastgehouden) ontwikkelde zich in het zandgebied op kleine en grote schaal hoogveen; onder invloed van regenwater ontstonden veenmoerassen. Deze groeiden als een dikke spons van veenmossen steeds verder omhoog, los van het grondwater. De extreme zure en voedselarme omstandigheden leidden tot natte, slecht toegankelijke moerasgebieden, waar vrijwel geen boom kon groeien. De hoogveenrestanten worden gekenmerkt door een hoge waterkwaliteit, een hoge waterstand en een hoge natuurkwaliteit. Lokaal is sprake van “levend hoogveen” (veenaangroei). De ambitie is de hoogveenrestanten in stand te houden en op een aantal plekken het hoogveen opnieuw tot groei te brengen. Het open natte karakter is hierbij een belangrijke kwaliteit. De inzet is op de randen tussen de hoogveenrestanten en de hoogveenontginningsgebieden landschappelijk leesbaar te maken als ontgonnen deel van het oorspronkelijk veenlandschap. Zo ontstaat een samenhangend en leesbaar landschap in de hoogveengebieden en een overgang naar heide en schaalgraslanden eromheen. Toetsing van het initiatief aan de “Natuurlijke laag” De gronden ter plaatse van het plangebied zijn ingericht als bedrijfsperceel/bedrijfserf. De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig.
De sloop van het pand heeft geen gevolgen voor de kenmerken van het hoogveengebied. Ter plaatse van de beoogde woning wordt middels een ruimtelijk kwaliteitsplan ingespeeld op de daar voorkomende gebiedskenmerken. Hiermee sluit het toekomstige woonperceel goed aan bij de gebiedskenmerken van omliggend landschap en wordt het initiatief op een passende wijze ingepast in het landschap. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat de 'Natuurlijke laag' geen belemmering vormt voor de in dit
20
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Bestemmingsplan Parallelweg 21a, De Krim bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
3.
De “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”
In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' aangeduid met het gebiedstype 'Veenkoloniaal landschap'. In afbeelding 3.5 wordt dit weergegeven.
Afbeelding 3.5
De Laag van het agrarisch cultuurlandschap” (Bron: Provincie Overijssel)
"Veenkoloniaal landschap" Kenmerkend voor het veenkoloniaal landschap zijn de grootschalige open landschappen met een lineaire bebouwings-, verkavelings- en ontwateringsstructuur die zijn ontstaan door grootschalige ontginning van de hoogveengebieden. Het Overijssels veenkoloniaal landschap is deel van een groter geheel dat zich uitstrekt over Groningen en Drenthe. Het is gevormd door ontginners en boeren uit met name het noorden. Typische Groningse boerderijen staan hier doorgaans naast de Overijsselse boerderijen. De ambitie is gericht op de versterking van de aantrekkelijkheid, de leefbaarheid en de kwaliteit van dit landschap. Het gaat dan met name om de grote maat en de vergezichten. De norm is een beschermende bestemmingsregeling gericht op instandhouding van de grote open ruimtes, de vergezichten en het contrast tussen deze ruimtes en bestaande verdichte zones. Als ontwikkelingen plaatsvinden in het veenkoloniaal landschap dan dragen deze bij aan het behoud en de versterking van bijzondere architectuur, de linten in het landschap en de open ruimtes. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Door de sloop van landschapsontsierende bebouwing aan de Parallelweg 21a en de inpassing van de
Toelichting (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Bestemmingsplan Parallelweg 21a, De Krim nieuwe kavel (zie Bijlage 1) worden de kenmerken van het oorspronkelijke landschap van het landschapstype versterkt. Dit gebeurt door het plangebied in te richten met nieuwe, gebiedseigen beplanting en het realiseren van een gebiedseigen woning, onder architectuur ontworpen (zie hiervoor paragraaf 2.2.1). Tenslotte is het van belang dat het plangebied ligt in bestaand stedelijk gebied, de gronden ter plaatse van het plangebied zijn ingericht als bedrijfsperceel/bedrijfserf. Dit betekent dat de oorspronkelijke waarden niet meer voorkomen in het plangebied. Daarmee is de ontwikkeling in overeenstemming met het gestelde in de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”.
4.
De “Laag van de beleving”
In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. De verblijfsrecreatiecomplexen, de attracties, de routes voor wandelen, fietsen en varen zijn een belangrijke economische factor geworden met een vergelijkbaar aandeel in de economie als de agrarische sector. Dit alles verandert het aanzien, de gewenste gebruiksmogelijkheden en betekenis van het buitengebied. Aan het 'belevingslandschap' ontleent Overijssel zijn tijdsdiepte, maar ook zijn aantrekkingskracht. Steeds vaker worden de kwaliteiten uit het verleden ingezet in plannen door daar met nieuwe kwaliteiten, gebruiks- en verschijningsvormen op voort te bouwen.
Belangrijk in deze laag is het oude en nieuwe 'erfgoed' van de provincie. De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van de beleving' beide aangeduid met 'Donkerte'. In afbeelding 3.6 wordt dit weergegeven.
Afbeelding 3.6: Laag van de beleving (Bron: Provincie Overijssel)
“Donk erte”
22
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Bestemmingsplan Parallelweg 21a, De Krim
Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de 'buitengebieden' van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden.
Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van de beleving' Ten eerste wordt gesteld dat lichtuitstraling inherent is aan de woonfunctie. Voor de hele kern De Krim is het aspect 'donkerte' van toepassing. In hoeverre hier daadwerkelijk sprake is van een kwaliteit valt, gezien het feit dat verlichting in woon- en werkgebieden noodzakelijk is vanuit het oogpunt van sociale en verkeersveiligheid, te betwijfelen. In geval van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling zal het gebruik van kunstlicht echter zoveel mogelijk worden vermeden, danwel op effectieve wijze (gericht) worden toegepast. Goncludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de “Laag van de beleving”.
3.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Landstad Hardenberg
3.3.1.1 Algemeen Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een eigen omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. Deze omgevingsvisie is samengesteld met participatie van vele stakeholders uit allerlei sectoren. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. Hierin is de functie voor de hele regio verder uitgebouwd. De rode draad in de gemeente is als volgt: De gemeente en samenleving zijn verbonden. De Hardenbergers hebben altijd de blik naar buiten. Ze zien voortdurend kansen. Door een goede samenwerking tussen inwoners, overheid en bedrijfsleven benutten we de kansen die zich voordoen. De gemeente speelt in op toekomstige veranderingen, veert mee, verbindt en investeert waar nodig. De kernen zijn onderling sterk verbonden. Platteland en stad raken steeds meer verweven. De gemeente combineert de kracht van het platteland met een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Voor een grensgemeente is dat een unieke prestatie. De gemeente zoekt de regionale verbinding. Hardenberg is onderdeel van de regio Zwolle. Daarnaast zijn er sterke verbindingen met Twente en Drenthe.
Toelichting (vastgesteld)
23
bestemmingsplan Bestemmingsplan Parallelweg 21a, De Krim
3.3.1.2 Ambitie Hardenberg staat voor grote uitdagingen. Een groeiende bevolking en economie zijn voor een grensregio niet vanzelfsprekend. Integendeel. Dit vraagt om blijvende inspanningen en investeringen. De gemeente kan niet doorbouwen zoals het groot is geworden. Het gebruik van het platteland verandert. Dat vraagt om ontwikkeling van bebouwing die samengaat met ruimtelijke kwaliteit, landschap en natuur. Stad en land vullen elkaar steeds meer aan en houden elkaar in balans. Samen vertellen zij het verhaal van de functieverandering van het Hardenbergse platteland. Of-of-denken maakt plaats voor en-en-denken. De gemeente wil de kwaliteiten van het buitengebied versterken door stedelijke elementen aan te brengen. Tegelijkertijd blijft de gemeente werken aan het binnenstedelijk woon- en leefklimaat met vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart. De gemeente Hardenberg staat niet op zichzelf. Sociale, maatschappelijke en economische relaties zijn steeds (boven)regionaler. Hardenberg wordt steeds afhankelijker van de omliggende regio's. Omgekeerd geldt hetzelfde. De gemeente speelt daar op in. Per opgave kiest de gemeente het juiste schaalniveau voor de aanpak en samenwerking. De gemeente gaat 'spelen met schalen'. De gemeente staat voor een nieuwe schaalsprong. Om deze schaalsprong te kunnen maken zijn vier uitgangspunten opgesteld. a. b. c. d.
de groei vasthouden en doortrekken; kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker; ruimte als troefkaart; bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden
De groei vasthouden De gemeente blijft inzetten op groei van de economie en de werkgelegenheid. Hardenberg streeft naar een positieve arbeidsmarktbalans. Dit past bij onze positie als streekcentrum. De omvang en samenstelling van de beroepsbevolking geeft nu voldoende basis voor een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Dat wil de gemeente in de toekomst ook zo houden. Een stabiele bevolkingsgroei is daarom een voorwaarde. Net als het behouden van de concurrerende economie. Volgens de prognoses groeit onze bevolking tot 2040. Tot 2050 groeit ook het aantal huishoudens, en daarmee de woningbehoefte. Terwijl de bevolking groeit, neemt de beroepsbevolking geleidelijk af door vergrijzing. Dit kan Hardenberg positief beïnvloeden door jonge gezinnen en startende huishoudens aan te trekken. Dit is gunstig voor de omvang van de beroepsbevolking en het voorzieningenniveau. De Regio Zwolle krijgt van het Rijk een groeiopgave van naar verwachting 40.000 tot 60.000 woningen in 2040. Hiervan kan en wil de gemeente in ieder geval 1.000 woningen voor haar rekening nemen. Kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker Groei is geen doel op zich maar moet bijdragen aan welvaart en welzijn van onze inwoners. De gemeente bouwt bestaande kwaliteiten uit en voegt nieuwe toe aan de leefomgeving en economie. Zo wil de gemeente haar inwoners binden en vertrokken Hardenbergers verleiden om terug te keren.
De gemeente schept een gunstig vestigingsklimaat voor nieuwe bedrijven. Nieuwbouw is hiervoor niet voldoende. Verbeteringen in het woon, leef- en werkklimaat werken als een vliegwiel voor de lokale welvaart en het welzijn van de inwoners. Dit noemt met brede welvaart. De brede welvaart wordt bereikt door in te spelen op de trends en ontwikkelingen die de samenleving beïnvloeden, zoals: klimaatontwikkelingen, energietransitie, transities in de landbouw, circulaire economie, aandacht voor voeding en levensstijl en demografische ontwikkelingen. Ruimte als troefkaart Ruimte is de troefkaart. In Hardenberg krijg je veel voor weinig. Er is kwaliteit van leven. De Brede Welvaartsindicator 2019 laat een hoge woontevredenheid zien. Een kwaliteit die in Nederland steeds schaarser wordt. Hiermee onderscheiden we ons. Nu en in de toekomst. Dit doet Hardenberg door werk te maken van leefbaarheid: de gemeente versterkt landbouw en natuur; de gemeente verbeterd het leef- en woonmilieu (groen, water, schoon, veilig, ruimte);
24
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Bestemmingsplan Parallelweg 21a, De Krim de gemeente zorgt voor een passend woningaanbod en versterkt de sociale samenhang; de gemeente houdt het voorzieningenniveau op peil. Bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden Hardenberg is de op één na grootste gemeente in zowel de regio Zwolle als de Dutch TechZone. Beide samenwerkingsverbanden zijn belangrijk om onze ambities en opgaven te realiseren. Vooral voor de bereikbaarheid en de economie. En daarmee ook voor onderwijs en scholing. Hardenberg moet daarom uitgroeien tot een netwerkgemeente bij uitstek. Dit vraagt om intensivering van de samenwerkingsrelaties, specifiek met de regio Zwolle. Goede bereikbaarheid is hierbij een belangrijke voorwaarde. De gemeente zet zich in voor snelle verbindingen met Twente en Zwolle. 3.3.1.3 Thema's De visie is vertaald in vier thema's voor ontwikkeling. Dit betreffen de volgende: 1. 2. 3. 4.
Hardenberg in balans: over de verscheidenheid van het landelijk gebied; Hardenberg voor elkaar: over stedelijke ontwikkeling, een vitale samenleving en leefbare kernen; Hardenberg knooppunt: over een vitale economie en goede bereikbaarheid; Hardenberg duurzaam: over de energietransitie, klimaatadaptatie en een circulaire economie.
Binnen elk thema heeft de gemeente ambities en staat de gemeente voor opgaven. Samen vormen ze de agenda voor toekomstige samenwerkingen. In dit geval is met name het thema 'Hardenberg in balans' relevant, aangezien deze gaat over het landelijk gebied, waar het plangebied onderdeel van is. Hardenberg in Balans Ten aanzien van dit thema's heeft de gemeente zes ambities opgesteld, dit betreffen de volgende: 1. De gemeente houdt het landelijk gebied vitaal; 2. De gemeente behoud en versterkt natuur en landschap, economie en samenleving: 3. De gemeente maakt ruimte voor klimaatadaptatie en de energietransitie met aandacht voor de kwaliteit, het gebruik en de waarden in het landelijk gebied; 4. De gemeente benaderd ontwikkelopgaven en vraagstukken gebiedsgericht; 5. De gemeente stimuleert nieuwe samenwerkingsvormen en strategische partnerschappen tussen ondernemers, onderzoek, onderwijs en overheden; 6. De gemeente zorgt voor passend hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing. 3.3.1.4 Opgaven per gebied De gemeente zet zich al lang in om ontwikkelingen in het buitengebied bij te laten dragen aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het beleid beschrijft daarom voor elk landschapstype de belangrijkste gebiedskenmerken en ontwikkelingsrichtingen. Bij het maken van dit beleid waren zowel bewoners als professionals betrokken.
De resultaten zijn vastgelegd in Landschap-Identiteit-Kaarten (LIK's). Deze vormen de natuurlijke onderlegger voor ontwikkelvisies voor verschillende deelgebieden. In dit geval ligt het projectgebied in het 'jong heide- en broekontginningslandschap'. 3.3.1.5 Aandachtspunten voor natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten De natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten in het landelijk gebied blijven voortdurend aandacht vragen. Natuur en landschap staan onder druk, vanwege de energietransitie, klimaatmaatregelen en de transitie in de landbouw. Tegelijk vormen deze ontwikkelen juist een kans om bij te dragen aan de Landstad Hardenberg en de 'regio van het gezonde leven'. In de dialoog 'bouw je eigen buurt' was de zorg voor een gezonde en groene leefomgeving een speerpunt. Een goede landschappelijke en ruimtelijke inpassing van vrijkomende agrarische bebouwing is hiervan een voorbeeld. De regeling 'Erven met kwaliteit' (voorheen rood-voor-rood) blijft hierbij het kader. Dit sluit aan bij de landelijke trend om meer ruimtelijke kwaliteit toe te voegen in de fysieke leefomgeving. Ruimtelijke kwaliteit ziet de gemeente als “datgene wat ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is”. De provincie gebruikt deze omschrijving ook. Ambities: De gemeente geeft een extra kwaliteitsimpuls aan de groene omgeving waarbij de verschillende