CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan 'Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg'

gemeenteraad 26 maart 2024, gemeente HardenbergBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg'13.225 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg Hardenberg

bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identif icatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.0160.0000BP00390-VG01

25-10-2023 n.v.t. 28-11-2023 dd-mm-jjjj

concept voorontwerp ontwerp vastgesteld

projectnummer:

20211412

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Ligging plangebied en begrenzing plangebied 1.3 Het geldende bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Opzet van de toelichting: leeswijzer

4 4 4 5 5 6

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Nieuwe situatie

7 7 8

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal/regionaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

10 10 12 16

Hoofdstuk 4 Planologische en milieutechnische aspecten 4.1 Bedrijven en milieuzonering 4.2 Geluid 4.3 Ecologie 4.4 Waterparagraaf 4.5 Bodemkwaliteit 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Externe veiligheid 4.8 Archeologie en cultuurhistorie 4.9 Kabels en leidingen 4.10 Milieueffectrapportage

19 19 19 20 23 26 30 31 32 33 34

Hoofdstuk 5 Wijze van bestemmen 5.1 Algemene juridische opzet 5.2 Bestemmingsregels 5.3 Dubbelbestemming

35 35 35 36

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

37 37 37

bestemmingsplan Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg | PAGINA 2

Toelichting

bestemmingsplan Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg | PAGINA 3

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doelstelling

De gemeente Hardenberg ontwikkelt het nieuwe woongebied Garstlanden IV. In de jaren ’90 van de vorige eeuw is een aanvang gemaakt met de deelgebieden Garstlanden I en II en momenteel is ook de daaropvolgende woonwijk Garstlanden III nagenoeg geheel uitgegeven. Ten behoeve van de ontwikkeling van de vierde fase van het woongebied is op 2 juli 2020 het bestemmingsplan 'Gramsbergen, Garstlanden IV' vastgesteld. Aan de zuidwestzijde van Garstlanden IV is een deel van de gronden aan de Van den Grammesberghestraat in gebruik als volkstuinencomplex van de vereniging De Loozermars. Met het bestuur van de vereniging is destijds afgesproken dat als gevolg van de voorliggende plannen een nieuwe locatie wordt gezocht. Er is inmiddels in overleg met de vereniging gekozen voor verplaatsing naar een nieuwe locatie aan de Oostermaatsteeg. Het doel van het voorliggende bestemmingsplan 'Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg' is dan ook om de beoogde ontwikkeling planologisch-juridisch te borgen. 1.2

Ligging plangebied en begrenzing plangebied

Afbeelding 1.1 - globale ligging plangebied (rode contour) Zoals uit voorgaande afbeelding 1.1 blijkt ligt het plangebied ten noorden van de geplande woonbebouwing van Garstlanden IV, voornamelijk aan de overzijde van de Oostermaatsteeg.

bestemmingsplan Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg | PAGINA 4

Het plangebied heeft een omvang van 4.019 m2 (0,4 ha). 1.3

Het geldende bestemmingsplan

Op het perceel aan de Oostermaatsteeg is het bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg' van kracht, zoals vastgesteld op 2 december 2014. Ter plaatse hebben de gronden de bestemming 'Agrarisch met waarden - Essen- en hoevenlandschap' en 'Waarde - Archeologie 5'. Binnen de agrarische bestemming is de realisatie van een volkstuinencomplex niet mogelijk.

Afbeelding 1.2 - Uitsnede geldend bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg Ter plaatse geldt aanvullend de bestemmingsplannen: 'Buitengebied Hardenberg, herziening regels', vastgesteld op 26 september 2016; Dit betreft een partiele aanpassingen van een deel van de geldende planregels van het bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg. De aanpassingen hebben geen inhoudelijk effect op de ter plaatse geldende bestemming; 'Facetherziening parkeren Hardenberg', vastgesteld op 17 juli 2017 In dit bestemmingsplan zijn voor de gehele gemeente de parkeernormen vastgelegd waaraan in het geval van nieuwe plannen getoetst dient te worden. 1.4

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan 'Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg' met identificatienummer NL.IMRO.0160.0000BP00390-VG01 bestaat, naast deze toelichting, uit de volgende stukken: verbeelding planregels. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende plan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen.

bestemmingsplan Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg | PAGINA 5

De toelichting is niet juridisch bindend, maar is niettemin een belangrijk document bij het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het plan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het bestemmingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. 1.5

Opzet van de toelichting: leeswijzer

De toelichting is als volgt opgebouwd: hoofdstuk 2 Planbeschrijving staat stil bij de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. In hoofdstuk 3 Beleid is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van andere overheden die relevant zijn voor het plangebied; de gevolgen of effecten op de planologische- en milieutechnische aspecten worden in hoofdstuk 4 Planologische en milieutechnische aspecten beschreven; in hoofdstuk 5 Wijze van bestemmen worden de gehanteerde bestemmingen met bijbehorende regeling beschreven; hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid, heeft betrekking op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan.

bestemmingsplan Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg | PAGINA 6

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie

Het plangebied ligt net binnen de bebouwde kom van Gramsbergen. In de huidige situatie bestaan de gronden uit grasland. De gronden worden momenteel gebruikt als weiland voor het grazen van pony's en/of paarden. Midden op het terrein is een drietal bomen aanwezig die gehandhaafd zullen worden.

Afbeelding 2.1 - Luchtfoto bestaande situatie Ten noorden van het plangebied is aan de overzijde van de bestaande watergang en groenstrook een weiland aanwezig dat onderdeel uitmaakt van hetzelfde kadastrale perceel. Ten oosten van de locatie loopt de spoorlijn (Zwolle-Emmen) met tussen de locatie en het spoor een groenstrook met watergang (sloot). Ten westen is een stuk openbaar groen aanwezig. Ten zuiden wordt aan de overzijde van de Oostermaatsteeg de nieuwe woonwijk Garstlanden IV tot ontwikkeling gebracht. Aan weerszijden van de Oostermaatsteeg bevinden zich bomensingels.

bestemmingsplan Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg | PAGINA 7

2.2

Nieuwe situatie

2.2.1

Gewenste ontwikkeling

In de nieuwe situatie wordt uitgegaan van een volkstuincomplex waarin ruimte wordt geboden voor circa 26 - 28 volkstuinkavels met een oppervlakte variërend van 80 tot 145 m2. Er is voor het volkstuincomplex nog geen definitieve verdeling van de volkstuinkavels gereed. De uiteindelijke verdeling wordt door de volkstuinvereniging verder uitgewerkt. Met de inpassing van het volkstuincomplex wordt rekening gehouden met de gebiedskenmerken van het essen- en hoevenlandschap, onder meer door het aanbrengen van streekeigen beplanting. Daarbij spelen op de achtergrond ook de plannen om het betreffende gebied als landschapspark op termijn meer gebruikswaarde te gaan geven. Belangrijk is dat de bestaande bomengroep op het nieuwe volkstuincomplex in stand worden gehouden. Langs het volkstuincomplex wordt voorzien in een wandelpad dat aansluit op de bestaande voetpaden in het omringende gebied. In onderstaande afbeelding 2.2 is een proefverkaveling opgenomen.

Afbeelding 2.2 - mogelijke verdeling kavels volkstuincomplex Op het volkstuincomplex wordt niet voorzien in een gezamenlijke centrale voorziening voor het opslaan van tuingereedschap en dergelijke. Per volkstuinkavel wordt de mogelijkheid geboden voor de aanleg van een klein schuurtje of overkapping voor de opslag van tuingereedschap. Daarnaast zijn teeltondersteunende voorzieningen toegestaan. Om het groene karakter van het volkstuincomplex in stand te houden wordt een en ander gebonden aan een bebouwingspercentage. Ten noorden van het plangebied loopt een watersloot. Ten westen wordt voorzien in een nieuwe ruime watervoorziening. Deze vijver dient als overstort vanuit de naastgelegen nieuwe woonwijk (Garstlanden IV). De aanleg van deze watervoorziening is op grond van

bestemmingsplan Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg | PAGINA 8

het geldende bestemmingsplan al mogelijk en valt daarmee buiten het voorliggend plangebied. 2.2.2

Landschappelijke inpassing

Ten behoeve van de landschappelijke inpassing is een ruimtelijk advies opgesteld. Deze is als bijlage 1 opgenomen in de toelichting van dit bestemmingsplan. Met de inpassing van de nieuwe volkstuincomplex wordt aansluiting gezocht bij de omgeving, passend bij het halfopen karakter en de typerende informele wegenstructuur. De paden van de moestuin zelf zijn volgens een functioneel patroon aangelegd en zijn ondergeschikt aan de omringende landschappelijke structuur. De kleinschalige verkaveling met hekjes en lage hagen op de erfgrenzen versterkt de organische structuur van het landschap. De inrichting doet geen afbreuk aan de omgeving en past binnen de voorgenomen verbetering van het 'Oostermaatsteegpark'. 2.2.3

Verkeer en parkeren

Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet rekening gehouden worden met de parkeerbehoefte en de verkeersbeweging die ontstaan door een nieuwe ontwikkeling. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de verplaatsing van een volkstuinencomplex naar een nieuwe locatie. In de proefverkavelingen die zijn opgesteld wordt uitgegaan van 26 - 28 volkstuinkavels met een oppervlakte variërend van 80 tot 145 m2. Op grond van de CROW-kencijfers die opgenomen zijn in publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen' kan de parkeerbehoefte en verkeersproductie worden vastgesteld. Uitgaande van de aanleg van maximaal 28 volkstuinen binnen de gemeente Hardenberg dient op basis van de kencijfers van het CROW uit worden gegaan van een parkeerbehoefte aan 5 parkeerplaatsen.

In de verkaveling wordt aan de Oostermaatsteeg voorzien in 5 gezamenlijke parkeerplaatsen. Fietsen mogen bij de betreffende volkstuinkavels worden gestald. Het nieuwe volkstuincomplex aan de Oostermaatsteeg is voor het autoverkeer vanaf De Oostermaat via De Hoge Esch bereikbaar. Uit de kencijfers van het CROW blijkt dat het daarbij gemiddeld gaat om 4 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Het bestaande volkstuincomplex aan de Van den Grammesberghestraat was eveneens vanaf De Oostermaat bereikbaar via De Hoge Esch. Vanuit verkeerskundig oogpunt zijn er geen bezwaren tegen de verplaatsing van het volkstuincomplex naar een nieuwe locatie.

bestemmingsplan Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg | PAGINA 9

Hoofdstuk 3 3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Novi

Beleid

Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei

bestemmingsplan Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg | PAGINA 10

van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. De NOVI laat zich niet specifiek uit over lokale ontwikkelingen, zoals voorliggende verplaatsing van het volkstuincomplex. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijk sbelangen als opgenomen in de omgevingsvisie. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel de AMvB Ruimte genoemd, is op 22 augustus 2011 vastgesteld en in oktober 2012 aangevuld. Het Barro heeft als doel om vanuit een concreet nationaal belang een goede ruimtelijke ordening te bevorderen. De AMvB is het inhoudelijke beleidskader van het rijk waaraan ruimtelijke besluiten op provinciaal en gemeentelijk niveau moeten voldoen. Dat betekent dat de AMvB regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. De algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Inhoudelijk gaat het om nationale belangen die samenhangen met het beschermen van ruimtelijke functies. Het besluit bevat alleen die nationale ruimtelijke belangen, die via het stellen van regels aan de inhoud of toelichting van bestemmingsplannen (of daarmee vergelijkbare besluiten) beschermd kunnen worden. Het Barro laat zich niet specifiek uit over lokale ontwikkelingen, zoals voorliggende. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. 3.1.3

Besluit ruimtelijke ordening (Bro)

Zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt van de (rijks)overheid. Om dit principe beter te borgen is sinds 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Sinds 1 juli 2017 luidt de formulering van de Ladder in artikel 3.1.6. lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro): 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' Op grond van de ladder moeten de volgende punten worden geadresseerd: 1. Er moet worden nagegaan of het bij de nieuwe ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt door het bestemmingsplan, gaat om een nieuwe stedelijke ontwikkeling. 2. Als het gaat om een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet worden beschreven dat er daadwerkelijk voldoende vraag bestaat naar deze ontwikkeling. 3. Als er voldoende vraag naar de nieuwe stedelijke ontwikkeling bestaat, moet de vraag

bestemmingsplan Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg | PAGINA 11

worden beantwoord of bestaand stedelijk gebied (of bestaande bebouwing) de ruimte voor deze ontwikkeling niet kan bieden. Het nieuwe bestemmingsplan heeft tot doel om de verplaatsing van een bestaande volkstuincomplex mogelijk te maken vanwege de realisatie van een nieuwe woonwijk Garstlanden IV binnen het bestaand stedelijk woongebied van Gramsbergen. Op de bestaande locatie worden de bestaande volkstuinkavels intensief gebruikt door de leden van de volkstuinvereniging. Dit is ook de reden om het volkstuincomplex een nieuwe locatie te geven. Binnen het bestaand stedelijk gebied van Gramsbergen is geen mogelijkheid om het bestaande volkstuincomplex te herbergen. De locatie aan de Oostermaatsteeg, direct in aansluiting op de geplande woonwijk, ligt het meest voor de hand. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling past binnen de kaders van de Ladder voor duurzame verstedelijk ing. 3.1.4

Conclusie

De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met het rijksbeleid. 3.2

Provinciaal/regionaal beleid

In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de nieuwe Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. Op 1 mei 2017 zijn de nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening in werking getreden. In 2018 zijn de visie en verordening partieel herzien. 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied.

bestemmingsplan Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg | PAGINA 12

3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: Of – generieke beleidskeuzes Waar – ontwikkelingsperspectieven Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

Afbeelding 4.1 - Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

bestemmingsplan Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg | PAGINA 13

3.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 3.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheidt de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.

De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaaleconomische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 3.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden.

De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.

bestemmingsplan Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg | PAGINA 14

3.2.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Het planvoornemen is in principe te klein om uitgebreid getoetst te kunnen worden aan het provinciaal uitvoeringsmodel. In hoofdlijnen wordt aan het afwegingskader voldaan. Navolgend wordt in grote lijnen hierop ingegaan. Generieke beleidskeuzes Bij de afweging in de eerste fase 'generieke beleidskeuzes' wordt opgemerkt dat artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) en artikel 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang zijn. artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) Als gevolg van een stedelijke ontwikkeling (de realisatie van woonwijk Gramsbergen IV) binnen het bestaand stedelijk gebied dient het bestaande volkstuincomplex te worden verplaatst naar een nieuwe locatie. Binnen het bestaand stedelijk gebied van Gramsbergen is geen ruimte voor het volkstuincomplex. De voorgestane locatie aan de rand van het stedelijk gebied ligt het meest voor de hand. Geconcludeerd wordt dat in voldoende mate rekening is gehouden met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik.

artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) en artikel 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) Door een zorgvuldige inpassing van het volkstuincomplex binnen de gebiedskenmerken van het bestaande essen- en hoevelandschap is sprake van een kwaliteitsimpuls. In bijlage 1 wordt aangegeven op welke wijze de volkstuinen worden ingepast in het bestaande landschap. Het voornemen is in overeenstemming met de Omgevingsverordening Overijssel. Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied behoort tot het provinciale ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Het perspectief richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant agrarische activiteiten en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik en aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden worden nadrukkelijk verbonden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen van het kleinschalige landschap. Het verplaatsen van het volk stuincomplex is in overeenstemming met het ontwikkelingsperspectief.

Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten omdat hier sprake is van een volkstuincomplex. 1. De natuurlijke laag Het plangebied is aangeduid als Dekzandvlakte en ruggen. Deze beslaan grote delen van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dienen deze bij te dragen aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. De verplaatsing van het volkstuinencomplex naar deze nieuwe locatie tast het

bestemmingsplan Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg | PAGINA 15

kenmerkende reliefrijke landschap niet aan. Daarnaast wordt het volkstuinencomplex ingepast volgens de ter plaatse geldende gebiedskenmerken (zie bijlage 1). Er wordt dan ook geconcludeerd dat de 'Natuurlijke laag' geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan beoogde ontwikkeling. 2. De laag van het agrarische cultuurlandschap Het plangebied is aangeduid als Maten- en flierenlandschap. Het maten- en flierenlandschap bestaat uit kleinschalig landschap langs beken en in laagten met veel variatie in ruimtelijke opbouw: de open ruimte van de watergang, de coulissen van hakhoutstruweel, de open kamers van de hooien weilanden, met hier en daar een broekbos op de nattere plekken. Als ontwikkelingen plaats vinden in of nabij het Maten en Flierenlandschap, dan dragen deze bij aan versterking van het historische lineaire landschap. Het volkstuinencomplex wordt volgens de ter plaatse geldende gebiedskenmerken op verantwoorde wijze ingepast (zie bijlage 1). Er wordt dan ook geconcludeerd dat de 'laag van de agrarische cultuurlandschap' geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan beoogde ontwikkeling. 3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Landstad Hardenberg

Op 6 juli 2021 is de Omgevingsvisie Landstad Hardenberg door de gemeenteraad vastgesteld. IN de Omgevingsvisie wordt het toekomstbeeld van de gemeente geschetst. Daarbij wordt vooruit gekeken richting 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. Hierin is de functie voor de hele regio verder uitgebouwd. De rode draad in de gemeente is als volgt: De gemeente en samenleving zijn verbonden. De Hardenbergers hebben altijd de blik naar buiten. Ze zien voortdurend kansen. Door een goede samenwerking tussen inwoners, overheid en bedrijfsleven benutten we de kansen die zich voordoen. De gemeente speelt in op toekomstige veranderingen, veert mee, verbindt en investeert waar nodig. De kernen zijn onderling sterk verbonden. Platteland en stad raken steeds meer verweven. De gemeente combineert de kracht van het platteland met een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Voor een grensgemeente is dat een unieke prestatie. De gemeente zoekt de regionale verbinding. Hardenberg is onderdeel van de regio Zwolle. Daarnaast zijn er sterke verbindingen met Twente en Drenthe. Ambitie Hardenberg staat voor grote uitdagingen. Een groeiende bevolking en economie zijn voor een grensregio niet vanzelfsprekend. Integendeel. Dit vraagt om blijvende inspanningen en investeringen. De gemeente kan niet doorbouwen zoals het groot is geworden. Het gebruik van het platteland verandert.

Dat vraagt om ontwikkeling van bebouwing die samengaat met ruimtelijke kwaliteit, landschap en natuur. Stad en land vullen elkaar steeds meer aan en houden elkaar in balans. Samen vertellen zij het verhaal van de functieverandering van het Hardenbergse platteland. Of-of-denken maakt plaats voor en-en-denken. De gemeente wil de kwaliteiten van het buitengebied versterken door stedelijke elementen aan te brengen. Tegelijkertijd blijft de gemeente werken aan het binnenstedelijk woon- en leefklimaat met vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart. De gemeente Hardenberg staat niet op zichzelf. Sociale, maatschappelijke en economische relaties zijn steeds (boven)regionaler. Hardenberg wordt steeds afhankelijker van de omliggende regio’s. Omgekeerd geldt hetzelfde. De gemeente speelt daar op in. Per opgave kiest de gemeente het juiste schaalniveau voor de aanpak en samenwerking. De gemeente gaat ‘spelen met schalen’. De gemeente staat voor een nieuwe schaalsprong. Om deze schaalsprong te kunnen maken zijn in de Omgevingsvisie vier uitgangspunten

bestemmingsplan Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg | PAGINA 16

opgesteld. 1. De groei vasthouden De gemeente blijft inzetten op groei van de economie en de werkgelegenheid. Hardenberg streeft naar een positieve arbeidsmarktbalans. Dit past bij onze positie als streekcentrum. De omvang en samenstelling van de beroepsbevolking geeft nu voldoende basis voor een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Dat wil de gemeente in de toekomst ook zo houden. Een stabiele bevolkingsgroei is daarom een voorwaarde. Net als het behouden van de concurrerende economie. Volgens de prognoses groeit de bevolking tot 2040. Tot 2050 groeit ook het aantal huishoudens, en daarmee de woningbehoefte. Terwijl de bevolking groeit, neemt de beroepsbevolking geleidelijk af door vergrijzing. Dit kan Hardenberg positief beïnvloeden door jonge gezinnen en startende huishoudens aan te trekken. Dit is gunstig voor de omvang van de beroepsbevolking en het voorzieningenniveau. De Regio Zwolle krijgt van het Rijk een groeiopgave van naar verwachting 40.000 tot 60.000 woningen in 2040. Hiervan kan en wil de gemeente in ieder geval 1.000 woningen voor haar rekening nemen. 2. Kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker Groei is geen doel op zich maar moet bijdragen aan welvaart en welzijn van onze inwoners. De gemeente bouwt bestaande kwaliteiten uit en voegt nieuwe toe aan de leefomgeving en economie.

Zo wil de gemeente haar inwoners binden en vertrokken Hardenbergers verleiden om terug te keren. De gemeente schept een gunstig vestigingsklimaat voor nieuwe bedrijven. Nieuwbouw is hiervoor niet voldoende. Verbeteringen in het woon, leef- en werkklimaat werken als een vliegwiel voor de lokale welvaart en het welzijn van de inwoners. Dit noemt met brede welvaart. De brede welvaart wordt bereikt door in te spelen op de trends en ontwikkelingen die de samenleving beïnvloeden, zoals: klimaatontwikkelingen, energietransitie, transities in de landbouw, circulaire economie, aandacht voor voeding en levensstijl en demografische ontwikkelingen. 3. Ruimte als troefkaart Ruimte is de troefkaart. In Hardenberg krijg je veel voor weinig. Er is kwaliteit van leven. De Brede Welvaartsindicator 2019 laat een hoge woontevredenheid zien. Een kwaliteit die in Nederland steeds schaarser wordt. Hiermee onderscheiden we ons. Nu en in de toekomst. Dit doet Hardenberg door werk te maken van leefbaarheid: a. de gemeente versterkt landbouw en natuur; b. de gemeente verbetert het leef- en woonmilieu (groen, water, schoon, veilig, ruimte); c. de gemeente zorgt voor een passend woningaanbod en versterkt de sociale samenhang; d. de gemeente houdt het voorzieningenniveau op peil. 4.

Bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden Hardenberg is de op één na grootste gemeente in zowel de regio Zwolle als de Dutch TechZone. Beide samenwerkingsverbanden zijn belangrijk om onze ambities en opgaven te realiseren. Vooral voor de bereikbaarheid en de economie. En daarmee ook voor onderwijs en scholing. Hardenberg moet daarom uitgroeien tot een netwerkgemeente bij uitstek. Dit vraagt om intensivering van de samenwerkingsrelaties, specifiek met de regio Zwolle. Goede bereikbaarheid is hierbij een belangrijke voorwaarde. De gemeente zet zich in voor snelle verbindingen met Twente en Zwolle. Thema's De visie is vertaald in vier thema's voor ontwikkeling. Dit betreffen de volgende: Hardenberg in balans: over de verscheidenheid van het landelijk gebied; Hardenberg voor elkaar: over stedelijke ontwikkeling, een vitale samenleving en leefbare

bestemmingsplan Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg | PAGINA 17

kernen; Hardenberg knooppunt: over een vitale economie en goede bereikbaarheid; Hardenberg duurzaam: over de energietransitie, klimaatadaptatie en een circulaire economie. Binnen elk thema heeft de gemeente ambities en staat de gemeente voor opgaven. Samen vormen ze de agenda voor toekomstige samenwerkingen. In dit geval zijn met name de thema's 'Hardenberg in balans' en 'Hardenberg voor elkaar' relevant, aangezien deze gaat over het landelijk gebied, waar het plangebied onderdeel van is. De verplaatsing is echter het gevolg van de uitbreiding van een nieuwe woonwijk in Gramsbergen. Hardenberg in Balans Ten aanzien van dit thema's heeft de gemeente zes ambities opgesteld, dit betreffen de volgende: 1. de gemeente houdt het landelijk gebied vitaal; 2. de gemeente behoud en versterkt natuur en landschap, economie en samenleving: 3. de gemeente maakt ruimte voor klimaatadaptatie en de energietransitie met aandacht voor de kwaliteit, het gebruik en de waarden in het landelijk gebied; 4. de gemeente benaderd ontwikkelopgaven en vraagstukken gebiedsgericht; 5. de gemeente stimuleert nieuwe samenwerkingsvormen en strategische partnerschappen tussen ondernemers, onderzoek, onderwijs en overheden; 6. de gemeente zorgt voor passend hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing.

Binnen het buitengebied blijft met ontwikkelingen daarbij ingezet worden op de versterking van de ruimtelijke kwaliteit, zoals vastgelegd in Landschap-Identiteit-Kaarten (LIK’s). Deze vormen de natuurlijke onderlegger voor ontwikkelvisies voor verschillende deelgebieden. In het voorliggende geval gaat het daarbij om Gramsbergen e.o. Hardenberg voor elkaar Ten aanzien van dit thema's heeft de gemeente zes ambities opgesteld, dit betreffen de volgende: 1. de gemeente wil, naast de eigen bewoners, minimaal 1.000 nieuwe huishoudens een plaats geven; 2. de gemeente wil de jongeren vasthouden of naar de gemeente laten terugkeren 3. de gemeente wil hoger opgeleiden met jonge gezinnen verleiden in de gemeente te komen wonen en werken; 4. de gemeente speelt flexibel in op nieuwe ontwikkelingen op het gebied van wonen; 5. de gemeente zoekt naar meer mogelijkheden voor wonen in het landelijk gebied en kleine kernen 6. de gemeente zoekt naar mogelijkheden voor huisvesting van tijdelijke werknemers uit het buitenland Het voorliggende bestemmingsplan gaat uit van verplaatsing van een bestaande volkstuincomplex naar een nieuwe locatie als gevolg van de realisatie van een woonwijk binnen Gramsbergen. Hoewel de realisatie van de woonwijk Garstlanden IV geen deel uitmaakt van het voorliggend bestemmingsplan is het wel de reden voor de verplaatsing.

Gesteld kan worden dat met de verplaatsing de realisatie van de woonwijk wordt gefaciliteerd. Indirect wordt daarmee ingehaakt op de gemeentelijke ambities ten aanzien van 'Hardenberg voor elkaar'. Daarbij wordt op de nieuwe locatie aan de Oostermaatsteeg voorzien in een goede landschappelijke inpassing conform de geldende gebiedskenmerken. Daarmee wordt gezorgd voor een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Tot slot draagt de functieverbreding bij aan het vitaal houden van het landelijk gebied. Immers wordt er een nieuwe toekomstbestendige functie toegekend. Samenvattend wordt geconcludeerd dat het initiatief past binnen de omgevingsvisie 'Landstad Hardenberg'.

bestemmingsplan Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg | PAGINA 18

Hoofdstuk 4

Planologische en milieutechnische aspecten

Het milieubeleid is primair bedoeld om een optimale leefomgeving te realiseren. Dit kan er soms toe leiden dat beperkingen worden opgelegd aan gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. In onderstaande worden de conclusies voor de verschillende aspecten beschreven. 4.1

Bedrijven en milieuzonering

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk' of 'rustig buitengebied'. Onderzoek De beoogde ontwikkeling betreft , gelet op de geringe mate van intensiteit van het gebruik, geen milieugevoelige functie. De ontwikkeling zou echter wel effect kunnen hebben op de externe veiligheid, in verband met de toename van het aantal mensen dat aanwezig is in het gebied. Hier wordt in paragraaf 4.7 verder op ingegaan.

Een volkstuincomplex betreft, vanwege het geringe mate van intensiteit van het gebruik, eveneens geen milieuhinderlijke functie. De activiteit is niet opgenomen in de VNG-publicatie als een hinderveroorzakende functie. In voorliggende situatie is sprake van een volkstuincomplex met 26 - 28 volkstuinkavels, waarvan niet veel (geluids)hinder verwacht wordt. De meest nabij gelegen (beoogde) woonfunctie bevindt zich op een afstand van ruim 15 m. Aangenomen wordt dat er geen sprake zal zijn van onevenredige overlast. Conclusie Er is over en weer geen sprake van onevenredige overlast. Het aspect milieuhinder en (agrarische) bedrijven staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg. 4.2

Geluid

4.2.1

Wegverkeerslawaai

Toetsingskader Wettelijke geluidzone wegen Indien nieuwe geluidgevoelige functies mogelijk worden gemaakt, dan is volgens de Wet geluidhinder (Wgh) akoestisch onderzoek verplicht indien deze worden geprojecteerd binnen de geluidzone van een weg. Daarnaast dient op basis van jurisprudentie in het kader

bestemmingsplan Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg | PAGINA 19

van een goede ruimtelijke ordening aannemelijk te worden gemaakt dat ook sprake is van een aanvaardbaar geluidniveau wanneer de ontwikkeling is gesitueerd nabij niet gezoneerde wegen (30 km/u wegen). Langs alle wegen - met uitzondering van 30 km/u-wegen en woonerven - bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege de weg moet worden getoetst. De breedte van de geluidzone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van binnen- of buitenstedelijke ligging. De geluidhinder wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. Deze waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidsniveau over een etmaal. Onderzoek Volkstuinen worden door de Wet geluidhinder niet als geluidgevoelige functie aangemerkt. Een akoestisch onderzoek is dus niet nodig. 4.2.2

Spoorweglawaai

Toetsingskader Wettelijke geluidzone spoorwegen Wanneer een nieuwe geluidsgevoelige bestemming wordt mogelijk gemaakt binnen de geluidszone van een spoorlijn, moeten de plannen op grond van de Wet geluidhinder worden getoetst aan de geluidsnormen, zoals opgenomen in het Besluit geluidhinder. De spoorlijn Zwolle-Emmen ligt op een afstand van ruim 40 m van het plangebied. Spoorwegen met een geluidszone langs de spoorlijn staan aangegeven op de geluidsplafondkaart of de zonekaart. Op grond van het dichtstbijzijnde geluidsproductieplafond (61,14 dB) bedraagt de zonebreedte 300 m aan weerszijden van de spoorlijn. Onderzoek Het plangebied ligt ruim binnen de geluidszone van de spoorlijn Zwolle-Emmen. Echter, zoals al eerder is aangegeven worden volkstuinen door de Wet geluidhinder niet als geluidgevoelige functies aangemerkt. 4.2.3

Conclusie

Het aspect weg- en spoorweggeluid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4.3

Ecologie

Toetsingskader Wet natuurbescherming Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura-2000 gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura-2000 gebieden Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.

bestemmingsplan Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg | PAGINA 20

Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.

Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden.

Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen. Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het natuurnetwerk Nederland (NNN). Uit de kaart van het Natuurbeheerplan blijkt dat in het plangebied of directe omgeving geen beschermde landschapselementen aanwezig zijn. De afstand tot de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden Engbertsdijkvenen en Vecht- en Beneden-Reggegebied bedraagt respectievelijk 12,4 km en 12,5 km en de afstand tot het dichtstbijzijnde NNN -gebied bedraagt 0,9 km.

bestemmingsplan Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg | PAGINA 21

Stikstofdepositie Voor het planvoornemen is een stikstofberekening uitgevoerd (zie bijlage 2). Op basis van dit onderzoek wordt geconcludeerd dat voor de aanleg- en gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Significante negatieve effecten op beschermde gebieden kunnen derhalve worden uitgesloten. De Wet Natuurbescherming en het beleid van de provincie Overijssel staan de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg. Soortenbescherming Ten behoeve van het bestemmingsplan is een ecologische quickscan uitgevoerd in het plangebied (zie bijlage 3). Uit de quickscan blijkt dat er in en rond het plangebied een aantal beschermde flora en fauna zijn aangetroffen of potentieel voorkomen. Het gaat om vogels, diverse vleermuizen, egels, de poelkikker en andere algemeen voorkomende soorten. Voor de vogels is het advies om buiten het broedseizoen te werken, hiermee worden eventuele negatieve effecten voorkomen. De aan het plangebied grenzende bomen met holten zijn geschikt bevonden voor vleermuizen om in te verblijven. Indien de bomen met holten toch worden gekapt, kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen verloren gaan. In dat geval wordt nader onderzoek geadviseerd naar de aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen. Deze bomen blijven behouden.

Wat betreft de egels kan niet op voorhand uitgesloten worden dat er verblijfplaatsen van egels aanwezig zijn in de strook met bomen en struiken langs de randen van het plangebied. Het advies is om deze strook intact te houden om zo eventuele negatieve effecten te voorkomen. Vlak buiten het plangebied is voortplantingswater van de poelkikker aanwezig. Er kan mede hierdoor niet op voorhand worden uitgesloten dat het plangebied zelf landhabitat van de soort betreft wat met de beoogde werkzaamheden verloren gaat of in kwaliteit achteruitgaat. Ook kan het water in het plangebied dienen als voortplantingswater van deze soort. Er wordt geadviseerd om hier nader onderzoek naar uit te voeren. Nader onderzoek poelkikker Naar aanleiding van de quickscan is nader onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van voortplantingswater en landhabitat van de poelkikker. De rapportage is als bijlage 4 opgenomen in de toelichting. Geconstateerd wordt dat in het plangebied geen voortplantingswater van de poelkikker aanwezig is. Tevens wordt op basis van de locatie van de dichtstbijzijnde waarneming van de poelkikker ten opzichte van het plangebied de kans dat het plangebied dient als landhabitat dusdanig klein geacht dat we het niet realistisch achten om hier rekening mee te houden. Geconcludeerd wordt dat er geen leefgebied van poelkikkers in het plangebied is vastgesteld.

Voor deze soort hoeft geen ontheffing aan de Wnb te worden aangevraagd. Conclusie Zoals al eerder in de toelichting is aangegeven blijven de aan het plangebied grenzende bomen met holtes evenals bomen en struiken langs de randen van het plangebied gehandhaafd. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot negatieve effecten op beschermde natuurgebieden en beschermde soorten.

bestemmingsplan Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg | PAGINA 22

4.4

Waterparagraaf

Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het bestemmingsplan op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit. Waterbeheer en watertoets De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijk planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheergebied van het Waterschap Vechtstromen, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van het bestemmingsplan is na overleg met de gemeente besloten een digitale watertoets uit te voeren. Deze is als bijlage 5 opgenomen in de toelichting van dit bestemmingsplan. Uit de digitale watertoets blijkt dat er geen belangen van het waterschap in het geding zijn. Er zal, met uitzondering van de benodigde parkeerplaatsen, nauwelijks verharding worden gerealiseerd. Het regenwater stroom af naar de aangrenzende watergangen Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief).

Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap en de gemeente nader wordt behandeld. Europa: Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal: Nationaal Waterplan (NW) Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) Waterwet Provinciaal Provinciaal Waterplan Provinciale Structuurvisie Verordening Ruimte Waterschapsbeleid In het waterbeheerplan 2016 - 2021 is de koers beschreven hoe het waterschap de komende periode gaat zorgen voor een goede bescherming tegen hoog water, een goed functionerend regionaal watersysteem en het zuiveren van afvalwater. Het waterschap heeft het plan vormgegeven in dialoog en samenwerking met de waterschappen Rijn en IJssel en Vechtstromen, die naast Drents Overijsselse Delta deel uitmaken van het stroomgebied Rijn-Oost. Ook provincies en gemeenten zijn hierbij betrokken geweest. De opdracht van de waterschappen in Rijn-Oost is te zorgen voor voldoende water, schoon water en voor veilig wonen en werken (taakvelden: watersysteem, waterketen en veiligheid). De taken worden uitgevoerd voor én samen met de maatschappij. Dit gebeurt vanuit een brede kijk en tegen aanvaardbare kosten. Hierbij wordt rekening gehouden met agrarische, economische, ecologische en recreatieve belangen.

Het werk van het waterschap draagt ertoe bij dat iedereen op een veilige, gezonde, prettige en duurzame manier met water kan leven. Het waterschap wil daarbij professioneel, betrouwbaar en deskundig werken en zo de positie als lokale en regionale waterautoriteit waarmaken. Met de aanwezige middelen en mogelijkheden werkt het waterschap aan een

bestemmingsplan Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg | PAGINA 23

duurzame ontwikkeling van het stedelijk en landelijk gebied. Huidige situatie Algemeen Het plangebied is gelegen aan de Oostermaatweg te Gramsbergen. Bodem en grondwater Volgens de Bodemkaart van Nederland bestaat de bodem ter plaatse uit Kalkloze poldervaaggronden. Er is sprake van grondwatertrap Ib. Dat wil zeggen dat de hoogste grondwaterstand 25-40 cm onder het maaiveld ligt. De maaiveldhoogte ter plaatse bedraagt circa 6,0-7,0 m. Waterkwantiteit Ten noorden grenst het plangebied aan een watergang. Volgens de legger van Waterschap Vechtstromen heeft het betreffende oppervlaktewaterlichaam een beperkingengebied van 5 m vanuit de insteek (Keur Waterschap Vechtstromen 2020, Artikel 1.5). Voor zover werkzaamheden binnen deze beschermingszone plaatsvinden zal dit in overleg met het waterschap moeten gebeuren.

Figuur 4.1 Oppervlaktewater nabij het plangebied (Bron: legger Waterschap Vechtstromen), met plangebied rood omlijnd.

bestemmingsplan Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg | PAGINA 24

Veiligheid en waterkering Het projectgebied ligt niet in de kern-/beschermingszone van een waterkering. Afvalwaterketen en riolering Het projectgebied is niet aangesloten op een rioleringsstelsel. Toekomstige situatie Algemeen De ontwikkeling in het plangebied bestaat uit het realiseren van een volkstuinencomplex bestaande uit maximaal 28 volkstuinen. In de planregels van het plan is opgenomen dat er per volkstuin maximaal 20 m2 aan verharding toegevoegd mag worden. In een worst-case scenario waarin alle volkstuin gebruikers het maximale oppervlak verharden/bebouwen komt dit uit op 560 m2 verharding. Waterschap Vechtstromen hanteert een grens van 1.500 m2 waaronder niet gecompenseerd hoeft te worden. De voorgenomen ontwikkeling blijft hier ruim onder. Overigens zal het plangebied opgehoogd worden ten behoeve van de ontwatering. Bodem en grondwater Aangezien er geen grote hoeveelheid verharding toegevoegd worden zal de ontwikkeling geen effect hebben op de bodem en het grondwater. Waterkwantiteit De toename van het verharde oppervlak bedraagt niet meer dan 1.500 m2. Hierdoor zijn watercompenserende maatregelen niet noodzakelijk. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase.

Tevens zal er geen gebruik gemaakt worden van bestrijdingsmiddelen tijdens de gebruiksfase van de volkstuinen. Veiligheid en waterkeringen De ontwikkeling heeft geen invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting, (in-) filtratie van afstromend hemelwater, afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater, afstromend hemelwater afvoeren naar een afvalwaterzuiveringsinstallatie (AWZI). Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de "Keur". Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden.

De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan- of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Voor het realiseren van volkstuinen is dan ook geen ontheffing noodzakelijk. Ook voor het

bestemmingsplan Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg | PAGINA 25

onderhoud gelden bepalingen uit de "Keur". Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd. Conclusie De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies. De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse. 4.5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13916740/1