CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Stadsfront Gramsbergen'

orienterende ronde sessie 1 10 januari 2023, gemeente HardenbergBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan ‘Buitengebied Hardenberg, Stadsfront Gramsbergen’ (het aanleggen van een stadsfront met een halve meander en recreatieve voorzieningen langs de Vecht ten noorden van Gramsbergen)14.999 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED HARDENBERG, STADSFRONT GRAMSBERGEN

VASTGESTELD

Opdrachtgever Contactpersoon Coördinatie ontwerp en bestemmingsplan Gemeente Hardenberg Projectleiding Gemeente Hardenberg Projectnummer

Buitengebied Hardenberg, Stadsfront Gramsbergen

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

4 4 5 5 6

Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie

7 7 8

Hoofdstuk3 Beleid 3.1 Europees beleid 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Regionaal beleid 3.5 Gemeentelijk beleid

10 10 11 13 17 20

Hoofdstuk4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Archeologie en cultuurhistorie 4.2 Bodem 4.3 Flora en fauna (incl. stikstof) 4.4 Water 4.5 Bedrijven en milieuzonering 4.6 Externe veiligheid 4.7 Geluid 4.8 Luchtkwaliteit 4.9 M.e.r.-beoordeling 4.10 Niet-gesprongen explosieven 4.11 Vogelgriep

24 24 28 29 32 34 35 35 35 36 37 37

Hoofdstuk5 Uitvoerbaarheid 5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2 Economische uitvoerbaarheid

38 38 38

Hoofdstuk6 Juridische regeling 6.1 Procedure bestemmingsplan 6.2 Plansystematiek 6.3 Toelichting op de regels

39 39 39 39

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stadsfront Gramsbergen | PAGINA 2

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stadsfront Gramsbergen | PAGINA 3

Hoofdstuk 1

Inleiding

Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de realisatie van een stadsfront in het gebied ten noorden van de stad Gramsbergen. In dit hoofdstuk wordt kort op de aanleiding ingegaan. In hoofdstuk 2 is uitgebreidere beschrijving van het plan opgenomen. 1.1

Aanleiding

In 2007 hebben de gebiedspartners rond de Vecht, waaronder waterschap Vechtstromen, de gemeente Hardenberg en de provincie Overijssel, het programma ‘Ruimte voor de Vecht’ gestart. Doelen hiervan zijn waterveiligheid, een sociaaleconomisch impuls en het integraal realiseren van de natuuropgaven. Om deze doelen te behalen wordt de Vecht stapsgewijs omgevormd tot een toekomstbestendige en veilige half natuurlijke laaglandrivier. De Vecht bij Gramsbergen, tussen de Haandrik en Baalder, is nog vrijwel onveranderd sinds die in de vorige eeuw werd gekanaliseerd. Alleen bij de Loozensche Linie is de rivier heringericht. De uiterwaarden zijn grotendeels in gebruik als bemest grasland met hier en daar een maisperceel. De oevers zijn voor een deel vastgelegd met steen en puin en er is over de gehele lengte een zandwerende kade aangebracht. Hierdoor wordt rivierdynamiek voorkomen en krijgen natuurlijke processen geen kans. De gemeente Hardenberg en waterschap Vechtstromen hebben het initiatief genomen om een integrale herinrichting voor te bereiden voor de Vecht bij Gramsbergen. Samen met belanghebbenden, inwoners, waterschap en gemeente is in 2019 aan een visie gewerkt over de toekomst van het gebied. Deze visie geeft weer wat de mensen in het gebied belangrijk vinden en hoe zij hun omgeving graag ontwikkeld zien worden.

Het resultaat van dit proces is de visie: 'Vechtrijk Gramsbergen, Gebiedsvisie inrichting Vecht: Waterrobuust en Klimaatadaptief landschap, december 2020'. In de visie is het gebied als een 'snoer van parels' omschreven. Een van de parels is het realiseren van een stadsfront bij Gramsbergen. Daar gaat dit bestemmingsplan over. Centraal hierin staat het doel om de beleving van de Vecht weer richting Gramsbergen te brengen, het liefst door de Vecht te verleggen of door een meander te maken. Aan het nieuwe water komen dan aanlegplaatsen voor passanten. Rondom het nieuwe water ontstaat een aantrekkelijk, parkachtig en biodivers gebied waar mensen van alle leeftijden kunnen recreëren, ontmoeten en ontspannen. In 2021 en 2022 is in nauwe samenwerking met direct belanghebbenden, omwonenden, belangengroepen en andere geïnteresseerden gewerkt aan het verder uitwerken van de plannen. Tijdens inwonersavonden, ontwerpsessies, klankbordgroepen, consultaties en gesprekken is volop geparticipeerd om een ontwerp te maken. Het is gelukt om een breed gedragen en gebalanceerde inrichting te ontwerpen. Een inrichting die aansluit op de wensen die tijdens de visievorming zijn ingebracht. Het ontwerp wordt in hoofdstuk 2 verder toegelicht.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stadsfront Gramsbergen | PAGINA 4

1.2

Plangebied

Het plangebied ligt ten noordwesten van Gramsbergen. Het volledige plangebied heeft een oppervlak van circa 6,5 hectare, dit is inclusief een deel van de omliggende (agrarische) gronden. Het plangebied is weergeven op onderstaande figuur. Ten noorden, westen en oosten van het plangebied ligt vooral agrarisch gebied met enkele buurtschappen. Ten noorden ligt de Vecht. Op afstand ligt een afwateringskanaal en de N34. Ten zuiden ligt de stad Gramsbergen.

Figuur 1: Situering plangebied 1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Op dit moment geldt ter plaatse van het plangebied het bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg', dat is vastgesteld op 2 december 2014. Op 26 september 2016 is het bestemmingsplan op onderdelen gewijzigd middels het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg, herziening regels". Daarnaast is op 17 juli 2018 het bestemmingsplan 'Facetherziening parkeren Hardenberg' vastgesteld. De facetherziening heeft betrekking op alle binnen de gemeente Hardenberg op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan vigerende bestemmingsplannen, beheersverordeningen, wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen. Binnen het plangebied bevindt zich de enkelbestemming 'Agrarisch met waardenLandschap'. Daarnaast bevindt zich binnen het plangebied de dubbelstemming 'Waarde Archeologie 5'. In de volgende figuur is actuele plankaart op basis van de geldende bestemmingsplannen weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stadsfront Gramsbergen | PAGINA 5

Figuur 2: Vigerend bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg Dit bestemmingplan maakt het aanleggen van een stadsfront met een halve meander en recreatieve voorzieningen langs de Vecht ten noorden van Gramsbergen planologisch mogelijk. 1.4

Leeswijzer

Dit bestemmingsplan bestaat uit drie onderdelen, de planregels, een verbeelding en de toelichting. De planregels vormen in combinatie met de verbeelding het juridisch bindende deel van het plan. De toelichting bestaat uit zes hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het plan voor een stadsfront verder toegelicht. Hoofdstuk 3 gaat in op het relevante beleid. Hoofdstuk 4 bevat de onderbouwing van de milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. Hoofdstuk 6 bevat ten slotte de juridische vormgeving.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stadsfront Gramsbergen | PAGINA 6

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie

Het Vechtdal rond Gramsbergen is een open landschap. Van Vecht tot dijk is het een smal dal. Het plangebied ligt aan de zuidzijde van het dal langs de Vecht en ten noordwesten van Gramsbergen. Op dit moment worden de grond gebruikt voor agrarische doeleinden. Onderstaand is een recente (2021) luchtfoto van het plangebied weergeven.

Figuur 3: Bestaande situatie omgeving plangebied In de volgende figuur is een recente foto van het plangebied weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stadsfront Gramsbergen | PAGINA 7

Figuur 4: Huidige situatie 2.2

Toekomstige situatie

Vanaf de Vecht wordt een halve meander gerealiseerd richting de stad. Tussen de halve meander en de stad wordt een 'boulevard' gerealiseerd. Op de omliggende gronden tussen de halve meander en de Vecht is mogelijkheid tot recreatie. Het ontwerp van de toekomstige situatie is weergegeven in de volgende figuur.

Figuur 5: Ontwerp Stadsfront Gramsbergen Recreanten kunnen met bootjes, zoals fluisterboten, kano's, de Vechtzomp en de Bateau Napoleon de halve meander invaren en aanleggen aan de zogenaamde 'boulevard'. Deze mogelijkheid tot aanleggen is uitsluitend gericht op dagrecreatie. Ter plekke overnachten is niet toegestaan. De boulevard heeft een verharde kade met aanlegvoorzieningen en een verhard wandelpad. Vanaf de boulevard is uitzicht op de Vecht, de stadsrand en de uiterwaarden met mogelijkheid tot recreatie. Ten behoeve van recreatie worden in de uiterwaarde wandelpaden aangelegd en kleinschalige (educatieve) speelvoorzieningen, zoals bijvoorbeeld een watergeul die met een handpomp van water kan worden voorzien, een kabelbaan vanaf de dijk en speelzand. Ook wordt gedacht aan een sportveld met doelpalen en het plaatsen van enkele picknicktafels. Langs de halve meander is het mogelijk om te vissen. Het wandelpad is rolstoeltoegankelijk, net als een aantal visplekken. Het streefbeeld betreft een parkachtige en biodiverse omgeving rondom de halve meander, waarin water een leidend element is. Het plan biedt ruimte voor kinderen om te leren van de natuur, het buiten zijn en het samenspelen. Het hele gebied wordt 'hoogwaterbestendig'

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stadsfront Gramsbergen | PAGINA 8

ingericht. Immers, het gebied ligt in het winterbed en kan in tijden van hoogwater gedeeltelijk of geheel onder water komen te staan. Om waterberging en -afstroming niet te belemmeren zijn opgaande begroeiing en inrichtingselementen slechts beperkt mogelijk. Ook zijn bewust geen elementen opgenomen die niet bestendig zijn tegen hoogwater. De locatie van de halve meander komt ongeveer overeen met de plek waar vroeger een haventje (het 'Haventje van Valkman') heeft gelegen. Daarmee draagt de halve Meander bij aan het herstellen van de historische loop van de Vecht. Dit is nader toegelicht in paragraaf 4.1. De halve meander wordt van doorstroming voorzien door middel van een pompinstallatie, op deze manier wordt de waterkwaliteit geborgd en worden ongewenste effecten van stilstaand water voorkomen. Verkeerskundige aspecten De ontwikkeling Vechtrijk richt zich hoofdzakelijk op twee doelgroepen; direct omwonenden en inwoners van Gramsbergen en dagrecreanten die via het water aan- en afvaren. Het gebied is niet toegankelijk voor gemotoriseerd verkeer (onderhoud- en hulpvoertuigen uitgezonderd), maar is vanaf de Anerdijk bereikbaarheid te voet en met de fiets. Daarnaast wordt ingezet op het vergroten van de toegankelijkheid voor minder validen, voornamelijk afkomstig uit aanliggende gebied.

Voor voertuigen van incidentele bezoekers uit de verdere omgeving, minder validen en andere recreanten is bewust geen ruimte in de ontwikkeling opgenomen. Enerzijds om het autogebruik te ontmoedigen en anderzijds omdat het niet aansluit bij de beoogde beeldkwaliteit voor het gebied én omdat het een winterbed van een rivier betreft die incidenteel ook onder water kan staan. Op basis van de doelstelling, de doelgroepen en de inrichting is de verkeer aantrekkende werking van de ontwikkeling naar verwachting beperkt. Voor de te verwachten aanvullende voertuigen is er in de directe omgeving voldoende parkeerruimte in de vorm van de parkeerplaatsen rondom de Binder en het toeristische overstappunt nabij de brug vanwaar men met de fiets verder kan. Om overlast op naastgelegen privé eigendommen te voorkomen, blijft de huidige status van 'privé eigendom, alleen parkeren voor bewoners en bezoekers' gehandhaafd.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stadsfront Gramsbergen | PAGINA 9

Hoofdstuk 3 3.1

Beleid

Europees beleid

Kaderrichtlijn Water Volgens de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) moeten uiterlijk in 2027 alle als KRW aangewezen wateren voldoen aan een goede chemische en ecologische toestand. De 'chemische toestand' wordt beoordeeld aan de hand van 33 Europees vastgestelde prioritaire stoffen. De 'ecologische toestand ' is opgebouwd uit beoordelingen van onder andere de 'biologische kwaliteit' en de 'algemene fysisch-chemische kwaliteit', die in Nederland voornamelijk wordt bepaald door de nutriënten fosfor en stikstof. In de praktijk is de biologische kwaliteit, die bestaat uit maatlatten voor algen, vissen, macrofauna en waterplanten, meestal bepalend voor de ecologische toestand. In de stroomgebiedsbeheerplannen voor 2022-2027 moet Nederland definitieve keuzes maken over de doelen voor de verschillende wateren en de in te zetten maatregelen. De voorgenomen ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt passen binnen deze richtlijn. KRW-ambities voor de Vecht Voor de Vecht geldt een hoog ambitieniveau voor ecologische kwaliteit. Dit is vanuit twee redenen ingestoken: 1. Vanuit de Vechtvisie 'Ruimte voor de Vecht' uit 2009 (zie hoofdstuk 3.4) waren al veel herstelprojecten gepland, met als doel verbetering van de aquatisch-ecologische kwaliteit; 2.

de Vecht kan een meer dan gemiddelde bijdrage leveren aan de (aquatisch-)ecologische diversiteit en kwaliteit van het beheergebied dan andere waterlichamen in beheer van Vechtstromen. De Vecht wordt volgens de systematiek van de KRW getypeerd als een langzaam stromend riviertje op zand/klei (code R6). Het streefbeeld is een half natuurlijke laaglandrivier. De maatregelen om de ecologische kwaliteit te verbeteren zijn gericht op het versterken van het aandeel karakteristieke flora- en faunasoorten voor rivieren, zoals Rivierprik, Kwabaal, Zwarte Populier, Pijlkruid, Breedscheenjuffer en Weidebeekjuffer. De populaties kunnen toenemen door: Verbetering van stromingscondities; Vergroten van de habitatdiversiteit; Stuwen passeerbaar maken; Inundaties laten plaatsvinden door overstromingsgebieden te realiseren; Oude meanders aansluiten; Waar mogelijk bosachtige begroeiing van de oevers. Met de realisatie van de plannen wordt de relatie tussen de stad en de rivier versterkt. De plannen dragen vooral bij aan de recreatieve mogelijkheden. De plannen dragen niet actief bij aan de doelstellingen en maatregelen van de KRW, daarmee zijn de plannen echter niet in strijd met de uitgangspunten van de KRW en is geen sprake van negatieve effecten hebben op het water. Het stadsfront biedt immers wel mogelijkheden om bij te dragen aan doelstellingen van de KRW.

De halve meander wordt van doorstroming voorzien door middel van een pompinstallatie ter waarborging van de waterkwaliteit. Conclusie Europees beleid

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stadsfront Gramsbergen | PAGINA 10

De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de doelen en maatregelen uit de Kaderrichtlijn Water. 3.2

Rijksbeleid

Voor een toetsing aan het Rijksbeleid zijn de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en Nationaal Waterplan 2016-2021 relevant. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld op grond van de geldende regelgeving. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op het moment dat die wet in gaat. Tot die tijd geldt de NOVI als structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in gaat, zal de NOVI gelden als instrument, zoals in de nieuwe wet is bedoeld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Prioriteiten Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland.

Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier prioriteiten: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie: Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden: Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.

Steden en regio's sterker en leefbaarder maken: Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied: Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stadsfront Gramsbergen | PAGINA 11

gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: De Omgevingsagenda Voor Oost-Nederland is een omgevingsagenda opgesteld. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. Voor onderhavig planvoornemen is omgevingsopgave 8 binnen de omgevingsagenda Landdeel Oost het meest van toepassing. Hierbinnen wordt de transitie van het landelijk gebied getoetst aan NOVI prioriteit 4. Centrale opgave in het landelijk gebied is het vinden van balans of synergie tussen versterking van het verdienvermogen en het behouden van een goede leefbaarheid en omgevingskwaliteit. Het planvoornemen geeft invulling aan de omgevingsopgave en gelijktijdig wordt ook invulling gegeven aan toekomstbestendige ontwikkelingen in het landelijk gebied, waarmee aan NOVI prioriteit 4 wordt voldaan. De NOVI-gebieden Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied.

In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Gramsbergen en omgeving zijn geen onderdeel van deze voorlopige aandachtsgebieden waardoor er geen vraagstukken met extra prioriteit van toepassing zijn. Toetsing aan NOVI De aanleg van het stadsfront ten noorden van Gramsbergen is niet in strijd met de uitgangspunten van NOVI. Het plan zorgt voor een versterking tussen de stad en de rivier de Vecht. Gramsbergen en omgeving vallen niet binnen één van de NOVI-gebieden. Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan niet in strijd is met de doelen en uitgangspunten zoals verwoord in NOVI. Nationaal Waterplan 2022-2027(NWP2) Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Het NWP komt voor uit Europese regelgeving. De wateropgaven waar Nederland op dit moment voor staat, de uitdagingen richting de toekomst en de noodzaak van een integrale aanpak vormen de basis voor 3 hoofdambities van dit NWP: Een veilige en klimaatbestendige delta. Een concurrerende, duurzame en circulaire delta. Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur.

Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen. Denk aan het omgaan met droogte, dijken, het borgen van de drinkwatervoorziening en de bevaarbaarheid van rivieren en kanalen. Hierbij wordt gekeken naar de raakvlakken binnen en tussen de verschillende waterthema’s. Dat brengt samenhang in het waterbeleid aan. Daarnaast worden de raakvlakken tussen water en andere thema’s als landbouw, landschap, bodem en het energie- en klimaatbeleid laten zien. Het programma biedt daarmee overzicht en inzicht van wat Nederland nu en in de toekomst te wachten staat. Beoordeling Met de realisatie van het planvoornemen wordt ruimte geboden aan water, natuur en recreatie. Hierdoor is er meer ruimte voor het afvoeren en bergen van hemelwater en

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stadsfront Gramsbergen | PAGINA 12

oppervlaktewater. Daarnaast dragen de plannen bij aan de versterking van de belevenis van de Vecht, waarbij ook bewustwording een rol speelt. Water wordt hier een leidend element voor de plek waar kinderen leren van de natuur, het buiten zijn en het samenspelen. Hiermee voldoet het plan aan de uitgangspunten van het Nationaal Waterplan. Conclusie Rijksbeleid Voorliggend bestemmingsplan sluit aan op de doelen en uitgangspunten zoals verwoord in de NOVI en levert een bijdrage aan de doelen uit het Nationaal Waterplan. 3.3

Provinciaal beleid

Voor een toetsing aan het provinciaal beleid zijn de Omgevingsvisie 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening relevant. Omgevingsvisie 'Beken Kleur' De Omgevingsvisie van de provincie Overijssel, getiteld 'Beken Kleur', is in 2017 vastgesteld. Jaarlijks wordt de Omgevingsvisie geactualiseerd. Momenteel geldt de geactualiseerde versie sinds 15 december 2021. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit: Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is.

Ruimtelijke kwaliteit gaat vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. Beoordeling Het programma Ruimte voor de Vecht is in de Omgevingsvisie aangewezen als gebiedsontwikkelingsopgave en draagt bij aan een optimalisering van watercondities en waterveiligheid. In het programma wordt de ruimtelijke continuïteit en de samenhang regionaal opgepakt. In dit programma komen vele aspecten aan de orde zoals: garanderen van waterveiligheid met een robuust watersysteem, zonering van dynamiek en rust, de rivieren als beelddrager en inzet van functies (recreatie, wonen, werken) voor kwaliteitsverbetering. De steden langs de Vecht (Hardenberg, Ommen, Dalfsen en Zwolle) kunnen hun ligging in en aan de Vecht beter benutten met waterfronten, rivierparken, (nieuwe) landgoederen en aantrekkelijke routes. Kijkend naar onderhavig planvoornemen kan worden geconcludeerd dat de ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde ruimtelijke beleid. In de beoogde ontwikkeling wordt een halve meander gerealiseerd met recreatieve voorzieningen. Het gebied wordt zo ingericht dat het als stadsfront een verbinding maakt tussen de Vecht en de stad Gramsbergen.

De functie die het stadsfront zal vervullen is grotendeels recreatief van aard, maar is indirect ook waterhuishoudelijk van

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stadsfront Gramsbergen | PAGINA 13

aard. Er wordt namelijk meer ruimte geboden aan water wat ten goede komt aan de waterveiligheid. Met de realisatie van het stadsfront worden er aanlegplaatsen voor passanten gerealiseerd en wordt de Vecht weer beleefbaar gemaakt voor de inwoners. Hierdoor neemt de ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit van het gebied toe en doordat er ruimte wordt geboden aan de Vecht kan het plan ook beschouwd worden als een duurzame ontwikkeling. Conclusie Het planvoornemen voldoet aan de vereisten uit de omgevingsvisie 'Beken Kleur'. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities wordt gebruik gemaakt van het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel'. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes; 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe – gebiedskenmerken. Het uitvoeringsmodel hangt onder de 'paraplu' van de drie eerder genoemde rode draden: duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit (zie onderstaand figuur).

Figuur 6: Uitvoeringsmodel omgevingsverordening Overijssel Bij een initiatief dient aan de hand van deze drie stappen bepaald te worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. 1. Of - generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen van de provincie. Allereerst is het

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stadsfront Gramsbergen | PAGINA 14

dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, het Rijk of de provincie. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening. Voor onderhavig bestemmingsplan, dat voorziet in het planologisch mogelijk maken van de realisatie van het stadfront en de inrichting van het omliggende gebied, is vooral de beleidsnorm 'Toekomstbestendigheid' uit de Omgevingsverordening relevant: Toekomstbestendigheid (art. 2.1.4.). Toekomstbestendigheid stelt de eis dat gekozen oplossingen voor maatschappelijke opgaven toekomstbestendig moeten zijn. Dit houdt in dat een initiatief de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te kunnen voorzien niet in gevaar mag brengen. Initiatieven moeten bijdragen aan een duurzame benadering van ontwikkelingen die voorzien in de behoefte van de huidige generatie, maar die opties openhoudt om ook te voorzien in behoeften van toekomstige generaties. De beoogde plannen dragen bij aan waterveiligheid en recreatieve mogelijkheden. Met de aanleg van de halve meander wordt er meer ruimte geboden aan de Vecht.

Hierdoor heeft de Vecht meer capaciteit om water te bergen en is de Vecht en de omgeving met het oog op klimaatverandering beter voorbereid op de toekomst. Ook ontstaat er hierdoor meer ruimte voor biodiversiteit. Om deze redenen kan worden gesteld dat de voorgenomen ontwikkelingen voldoen aan de beleidsnorm 'Toekomstbestendigheid'. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen. Voor het plangebied gelden de volgende belangen: De bescherming tegen overstromingen en wateroverlast; Het behoud van plant- en diersoorten (biodiversiteit); De bescherming van zeldzame of unieke landschapskwaliteiten; Het borgen van het natuurnetwerk NNN. Met de beoogde ontwikkeling vindt er een versterking van bovenstaande belangen plaats. Door de aanleg van het stadsfront wordt wateroverlast tegengegaan. Bij verdere planuitwerking wordt gekeken hoe het stadsfront op een natuurlijke manier verder ingericht kan worden. Hoewel een van de primaire doelen van het stadsfront is om de belevenis van de Vecht voor de mens te versterken doet dit geen afbreuk aan de natuur. De ontwikkeling gaat alleen ten koste van agrarische grond. Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuur Netwerk Nederland. 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuur Netwerk Nederland.

Het plangebied kent volgens de Provinciale Omgevingsvisie wel het ontwikkelingsperspectief: 'Zone ondernemen met natuur en water (ONW)' Het ontwikkelingsperspectief Zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW) richt zich op het realiseren van een robuust en samenhangend netwerk van gebieden met natuur-, wateren landschappelijke kwaliteit. Het accent ligt op natuur die, naast biodiversiteit, betekenis heeft voor mensen en bijdraagt aan hun welzijn en welvaart. Om dit mogelijk te maken, wordt ruimte geboden aan de groeiende groep betrokken ondernemers en bewoners die zelf willen ondernemen met natuur en water. Binnen de Zone ONW buiten het natuurnetwerk is ruimte voor economische dragers die in harmonie met de natuur-, water- en landschappelijke kwaliteiten plaats kunnen vinden.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stadsfront Gramsbergen | PAGINA 15

In deze gebieden is ruimte voor groen ondernemerschap, voor initiatieven en functies die de economische en maatschappelijke dragers zijn van de kwaliteit van natuur, water en landschap én ruimte voor continuïteit van de aanwezige landbouwfunctie. Met de aanleg van het stadsfront wordt bijgedragen aan de kwaliteit van natuur, water en het landschap. De Vecht wordt zichtbaarder voor de inwoners van Gramsbergen en de wandelpaden en recreatieve functies die worden gerealiseerd maken het mogelijk voor mensen om meer gebruik te maken van het gebied. Hiermee zorgt het plan voor een maatschappelijke versterking van het gebied. 3. Hoe - gebiedskenmerken In elk bestemmingsplan dient gemotiveerd te worden dat de beoogde ontwikkeling bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Aan de hand van de provinciale 'vier-lagenbenadering' wordt gemotiveerd hoe de voorgenomen ontwikkeling bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied. De 'vier-lagenbenadering' bestaat uit vier lagen met gebiedskenmerken (zie ook het eerder weergegeven figuur van het uitvoeringsmodel). Voor elke laag gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven. De vier lagen en bijbehorende voorwaarden voor het plangebied worden hieronder weergegeven: Natuurlijke laag. Het plangebied bevindt zich op de natuurlijke laag van Beekdalen en natte laagtes.

Hiervoor geldt dat plaatselijk de 'oorspronkelijke' beek nog aanwezig is. De laagtes werden in de loop van eeuwen doorgegraven, verbonden en steeds sterker ontwaterd, waarbij vanaf de vorige eeuw ook de natuurlijke beken over grote lengte zijn rechtgetrokken, wat heeft geleid tot snelle waterafvoer. De ambitie is de beekdalen als functionele en ruimtelijke dragende structuren van het landschap betekenis te geven. Ruimte voor water, continuïteit van het systeem zijn leidend. Met de aanleg van het stadsfront wordt deze ruimte aan het water geboden. Laag van agrarische cultuurlandschappen. Het plangebied bevindt zich in het 'Maten en flierenlandschap'. Dit landschap kenmerkt zich door laaggelegen kleinschalig landschap dat zich langs de beken, in de natuurlijke laagten heeft ontwikkeld. De ambitie is dit landschapstype weer herkenbaar te maken, en de samenhang met de esdorpen en erven weer betekenis te geven. Stedelijke laag. Het plangebied betreft het buitengebied van Gramsbergen waarbinnen natuur en Agrarisch met waarden bestemmingen liggen. Er bevindt zich geen stedelijke laag binnen het plangebied. Laag van beleving. Het plangebied kent geen laag van beleving. Ten zuiden van het plangebied ligt de laag van beleving 'Stads- en dorpsfronten'. Met de beoogde ontwikkeling wordt deze laag van beleving versterkt.

Thematische beleidskeuzes Het programma Ruimte voor de Vecht is in de Omgevingsvisie aangewezen als gebiedsontwikkelingsopgave en draagt bij aan een optimalisering van watercondities en waterveiligheid. In het programma wordt de ruimtelijke continuïteit en de samenhang regionaal opgepakt. In dit programma komen vele aspecten aan de orde zoals: garanderen van waterveiligheid met een robuust watersysteem, zonering van dynamiek en rust, de rivieren als beelddrager en inzet van functies (recreatie, wonen, werken) voor kwaliteitsverbetering. De steden/stadjes langs de Vecht (Hardenberg, Ommen, Dalfsen en Zwolle) kunnen hun ligging in en aan de Vecht beter benutten met waterfronten, rivierparken, (nieuwe) landgoederen en aantrekkelijke routes. Het programma Ruimte voor de Vecht draagt onder andere bij aan de optimalisering van watercondities en waterveiligheid. Omgevingsverordening Overijssel De provincie Overijssel beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stadsfront Gramsbergen | PAGINA 16

Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Met de provinciale ruimtelijke verordening kan het provinciaal bestuur vooraf regels stellen die gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen in acht moeten nemen. De provincie Overijssel zet in principe alle instrumenten uit de gereedschapskist van de Wro in, dus ook de ruimtelijke verordening. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. Hierbij wordt gebruikt gemaakt van het uitvoeringsmodel omgevingsvisie, zoals hierboven reeds is toegepast. Conclusie Provinciaal beleid Naar aanleiding van het provinciale uitvoeringsmodel wordt geconcludeerd dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkelingen in overeenstemming zijn met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en het in de Omgevingsverordening Overijssel verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

Het planvoornemen geeft invulling aan het natuurbeheerplan Overijssel, door de ontwikkeling van het Vechtdal als halfnatuurlijke laaglandrivier en het versterken van de omliggende natuurgebieden. 3.4

Regionaal beleid

Ruimte voor de Vecht Al sinds 1994 spreken verschillende partijen langs de Vecht de wens uit om te werken aan een 'levende rivier'. Deze wens kwam tot uitdrukking in het gebiedsgerichte beleid Vecht-Regge. Dit samenwerkingsproject richtte zich op een duurzame ontwikkeling van het Vecht-Regge-gebied. Voor het Nederlandse gedeelte van de Vecht werd in 1997 een 'Vechtvisie' opgesteld. De combinatie van de Vechtvisie en samenwerkingsproject Vecht-Regge bood goede aanknopingspunten voor de Vecht als drager voor een brede gebiedsontwikkeling van het Vechtdal. De provincie Overijssel gaf in 2005 een opdracht aan het Atelier Overijssel om een onderzoek te doen naar de mogelijkheden van deze gebiedsontwikkeling van het Vechtdal. Naar aanleiding van dit onderzoek werd enkele jaren later 'De levende Vecht' gepresenteerd. Tien jaar na de eerste Vechtvisie werd een nieuwe visie opgesteld. Nu werden echter niet alleen Nederlandse, maar ook Duitse overheden bij de ontwikkeling betrokken. Zo ontstond een grensoverschrijdende Vechtvisie. Uiteindelijk hebben de talrijke initiatieven geleid tot het samenwerkingsprogramma 'Ruimte voor de Vecht', waarin gemeenten, waterschappen, het Overijssels Particulier Grondbezit, het Regionaal Bureau voor Toerisme, Staatsbosbeheer en de provincie Overijssel zijn vertegenwoordigd.

In 2008 is het Startdocument 'Masterplan Ruimte voor de Vecht' door de betrokken overheden vastgesteld. In het startdocument is de gezamenlijke visie uitgewerkt in vijf statements: ga voor de volle winst van de levende rivier; maak en behoud het winterbed als grote open ruimte voor landbouw, natuur, recreatie en landschap; maak de rivier de voorkant van het Vechtdal; organiseer de bezoekersstromen; maak de Vecht manifest. Deze statements zijn richtinggevend voor de planvorming en uitvoering van de gebiedsontwikkeling Ruimte voor de Vecht. Met de vaststelling van het startdocument werd tevens de opdracht gegeven voor het uitwerken van een masterplan Ruimte voor de Vecht. Dit masterplan is in 2009 door verschillende overheden vastgesteld en bevat de visie en uitvoeringsstrategie om deze visie te realiseren. Ook is er een uitvoeringsprogramma opgesteld, waarin de uitvoeringsprojecten vanaf 2009 beschreven zijn. Ten slotte is aan het

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stadsfront Gramsbergen | PAGINA 17

masterplan Ruimte voor de Vecht een beeldmanifest toegevoegd waarin de visie is gevisualiseerd. Reeds voor de vaststelling van het masterplan is de realisatieovereenkomst Ruimte voor de Vecht 2009 ondertekend. Het besluit voor de realisatieovereenkomst laat zien dat de samenwerkende partijen daadkrachtig willen werken aan de gezamenlijke doelen. Het uitgangspunt van het programma Ruimte voor de Vecht is meer (ruimtelijke) kwaliteit in het Vechtdal. De vijf statements geven richting aan die kwaliteit. Het samenwerkingsprogramma en de vijf statements zijn daarom leidend voor de ontwikkelingen in het plangebied. In 2020 is het Masterplan geactualiseerd, waarbij een verdieping plaatsvindt van de pijlers waterveiligheid, natuur en sociaaleconomische groei. Bovendien is het Masterplan van een provinciaal programma verworden tot een netwerkorganisatie. Het masterplan is gebaseerd op de volgende pijlers: 1. Klimaatadaptatie & Waterveiligheid; 2. Natuurontwikkeling & verbeteren biodiversiteit; 3. Verduurzaming van de landbouw & Sociaaleconomische ontwikkeling; 4. Duurzaam gastheerschap & aantrekkelijke leefomgeving. Deze pijlers zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het streven is naar een veilige beleefbare halfnatuurlijke laaglandrivier in 2050.

Ontwikkelingen vinden plaats binnen de volgende randvoorwaarden: De realisatie van een halfnatuurlijke laaglandrivier moet passen binnen de (wettelijke) kaders van het Hoogwaterbeschermingsplan (HWBP), waterveiligheid, de Kaderrichtlijn Water (KRW), Natura 2000, het Natuurbeheerplan en het Natuurnetwerk Nederland (NNN); Er wordt gestreefd naar een beeld dat maximaal haalbaar is door per deelgebied onderscheid te maken in de invulling: 1. Het stimuleren van meer stroming en rivierdynamiek door aanleg en verbetering van nevengeulen; 2. Het gewenste waterpeilbeheer is zo natuurlijk mogelijk. Hierbij geldt als randvoorwaarde dat waterschappen altijd alle aanwezige functies moeten kunnen bedienen met een passend grondwaterpeil; 3. Harde oevers zijn plaatselijk nodig vanuit waterveiligheid. Vanuit ecologie, biodiversiteit en beleving zijn natuurvriendelijke oevers gewenst. In de uitvoering vindt hierover altijd afstemming plaats met de betrokken grondeigenaren. Voor de juiste invulling per deelgebied worden nadere analyses gemaakt voor het langer vasthouden van water, zodat voorkomen wordt dat binnen een te korte tijd (te) veel water afstroomt via de Vecht; Bijgedragen wordt aan toekomstige klimaatscenario's. De nadruk in het masterplan 2009 lag op waterveiligheid, maar klimaatadaptatie beperkt zich niet tot hoogwater en extremen natte perioden.

Tegenwoordig is ook veel aandacht nodig voor verdroging in en hitte in de bebouwde kom; Voor het realiseren van een natuurlijke dynamiek liggen harde opgaven in het kader van o.a. Natura 2000. Hiervoor worden onder meer de nevengeulen verbeterd. Lange nevengeulen rond de stuwen dragen hier positief aan bij. Daar waar mogelijk wordt geprobeerd in de stuwvakken een natuurlijker peilbeheer te hanteren. Door de grondwaterpeilen meerjarig te monitoren, kunnen voor de verschillende functies het optimale waterpeil worden gezocht; Samenwerking met Duitsland is noodzakelijk; 60% van het Vechtwater komt uit Duitsland. Verbetering van de sponswerking zal dan ook voor een groot deel in Duitsland moeten worden gevonden; Verbetering van de waterkwaliteit is belangrijk voor een halfnatuurlijke laaglandrivier; Om de functies natuur en recreatie goed te laten samengaan in het Vechtdal wordt er gewerkt volgens het zoneringsconcept rust en drukte. In het Vechtdal worden bepaalde zones/gebieden aangewezen die rust nodig hebben, hierbij kan gedacht worden aan

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stadsfront Gramsbergen | PAGINA 18

kwetsbare natuur, dat gevoelig is voor verstoring. Daarnaast zijn er ook vele plaatsen waar mensen de rivier beleven en ontmoeten, dit zijn de zogeheten pleisterplaatsen (pontjes, bruggen, stuwen, stedelijke centra). Deze pleisterplaatsen kunnen gezien worden als drukte gebieden. Hier is ruimte voor ontwikkeling van de recreatie. Tussen de twee uitersten, rust en drukte, is een overgang van gebieden waarin de intensiteit van recreatie geleidelijk afneemt of toeneemt. Verbetering van de waterkwaliteit is belangrijk voor een halfnatuurlijke laaglandrivier; In het winterbed en op de flanken moeten verschillende functies een plek krijgen. Gestreefd wordt naar extensiever grondgebruik in het winterbed. Hier liggen met name kansen voor andere vormen van landbouw en nieuwe verdienmodellen, zoals het produceren en vermarkten van streekproducten en natuurinclusief agrarisch ondernemen. De bevaarbaarheid van de rivier is belangrijk voor de beleving en daarmee voor recreatie en toerisme. Het streven is om tot een vaarconcept te komen dat passend is bij een meer dynamische karakter van de Vecht met plaatselijk ondiepten. Dit betekent zoeken naar een nieuw vaarconcept dat benut kan worden door (recreatieve) ondernemers. Het traject tussen de Haandrik en Duitsland is niet bevaarbaar en verandert niet. Het planvoornemen geeft invulling aan de pijlers zoals genoemd in het masterplan.

Het stadsfront maakt de verbinding tussen de stad en de rivier sterker waardoor er een aantrekkelijke leefomgeving wordt gecreëerd. Dit wordt onder andere gedaan door de realisatie van recreatieve mogelijkheden, een boulevard en wandelpaden. Indirect creëert het ook een nieuwe leefomgeving voor planten en dieren en is er meer ruimte om water te bergen waardoor de rivier klimaatrobuuster wordt. Hiermee past het planvoornemen binnen de pijlers van het masterplan. Het stadsfront geeft naast de 4 pijlers ook invulling aan de randvoorwaarden die geschetst zijn. Met de aanleg wordt invulling gegeven aan de 'pleisterplaatsen'. Met het stadsfront wordt een gebied gerealiseerd waarbinnnen mensen de rivier ontmoeten en beleven. Hier kan recreatie zich ontwikkelen waardoor gevoelige natuurgebieden in en rondom de Vecht beschermd blijven. Hiermee draagt het stadsfront indirect ook bij aan natuurontwikkeling en versterking van de biodiversiteit rondom de Vecht. Doordat binnen het stadsfront een aanlegvoorziening wordt gerealiseerd ontstaat er een plek waar recreatie samenkomt. Hiermee geeft het planvoornemen invulling aan de randvoorwaarden en past het binnen het regionale programma 'Ruimte voor de Vecht'. Regionaal Waterprogramma Overijssel 2022-2027 Het Regionaal Waterprogramma Overijssel is bedoeld als een concrete uitwerking van het regionaal waterbeleid binnen de Provincie Overijssel.

Het Regionaal Waterprogramma is een verplicht programma in het kader van de Omgevingswet. Het strategische waterbeleid (de beleidshoofdlijnen) is opgenomen in de Omgevingsvisie (actualisatie Omgevingsvisie Overijssel 2019/2020). Het Regionaal Waterprogramma is uitvoeringsgericht en bevat concrete maatregelen. Het provinciale waterbeleid in Omgevingsvisie en Regionaal Waterprogramma vormt tezamen het beleidsmatig kader voor alle regionale oppervlaktewateren en het regionaal grondwater, en daarmee het regionaal waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het grondwaterlichaam 'Zand Rijn-Oost'. Dit grondwaterlichaam strekt zich uit van de oostelijke bekkenrand tot de Veluwe stuwwal in het westen, de Rijnvallei in het zuiden en het centrum van het Drents Plateau in het noorden. Daarnaast wordt het plangebied getypeerd als buitendijks gebied en overstroombaar gebied. De beoogde ontwikkeling draagt bij aan de kwaliteit en kwantiteit van de waterlichamen. Conclusie regionaal beleid Het plan is een uitwerking van het samenwerkingsprogramma Ruimte voor de Vecht en voldoet aan de vereisten uit het Waterbeheerplan van waterschap Vechtstromen. In dit plan

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stadsfront Gramsbergen | PAGINA 19

wordt de nadruk gelegd op het laten samengaan van water, natuur en recreatie. Het planvoornemen voldoet aan de uitgangspunten van het regionaal Waterprogramma Overijssel 2022-2027. 3.5

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie Landstad Hardenberg Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een nieuwe omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. Deze omgevingsvisie is samengesteld met participatie van vele stakeholders uit allerlei sectoren. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. Hierin is de functie voor de hele regio verder uitgebouwd. De rode draad in de gemeente is als volgt: De gemeente en samenleving zijn verbonden. De Hardenbergers hebben altijd de blik naar buiten. Ze zien voortdurend kansen. Door een goede samenwerking tussen inwoners, overheid en bedrijfsleven benutten we de kansen die zich voordoen. De gemeente speelt in op toekomstige veranderingen, veert mee, verbindt en investeert waar nodig. De kernen zijn onderling sterk verbonden. Platteland en stad raken steeds meer verweven. De gemeente combineert de kracht van het platteland met een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Voor een grensgemeente is dat een unieke prestatie. De gemeente zoekt de regionale verbinding. Hardenberg is onderdeel van de regio Zwolle. Daarnaast zijn er sterke verbindingen met Twente en Drenthe. Hardenberg staat voor grote uitdagingen. Een groeiende bevolking en economie zijn voor een grensregio niet vanzelfsprekend. Integendeel.

Dit vraagt om blijvende inspanningen en investeringen. De gemeente wil de kwaliteiten van het buitengebied versterken door stedelijke elementen aan te brengen. Tegelijkertijd blijft de gemeente werken aan het binnenstedelijk woon- en leefklimaat met vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart. Per opgave kiest de gemeente het juiste schaalniveau voor de aanpak en samenwerking. De gemeente gaat ‘spelen met schalen’. De gemeente staat voor een nieuwe schaalsprong. Om deze schaalsprong te kunnen maken zijn vier uitgangspunten opgesteld: 1. De groei vasthouden en doortrekken 2. Kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker 3. Ruimte als troefkaart 4. Bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden Voor het Vechtdal geldt dat ontwikkelingen zich richten op een vitale landbouw en vitale vakantieparken in samenhang met ontwikkelingen die bijdragen aan biodiversiteit en klimaatadaptatie. Er wordt ingezet op een klimaatrobuust landschap, een krachtige natuur en een aantrekkelijke leefomgeving. De Vecht is de verbindende kracht van de gemeente. De plannen leveren een kwalitatieve bijdrage aan de Vechtdal omgeving. Door het aanleggen van een halve meander wordt de Vecht water- en klimaat robuuster. Daarnaast wordt op maatschappelijk en recreatief vlak bijgedragen aan een versterking van de Vecht omdat deze toegankelijker wordt voor mensen.

Hierbij wordt ook een stukje bewustwording meegenomen omdat kinderen hier kunnen leren van de natuur en het water, het buiten zijn en het samenspelen zoals verwoord in de gebiedsvisie 'Vechtrijk gramsbergen'. Conclusie Het planvoornemen voldoet aan de uitgangspunten gesteld in de omgevingsvisie Landstad Hardenberg. Visienota Buitengebied en ontwikkelingsvisie Gramsbergen en omgeving De gemeente Hardenberg heeft in 2006 de Visienota Buitengebied vastgesteld. In deze visie zijn de hoofddoelen van het ruimtelijk beleid van de gemeente Hardenberg voor het

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stadsfront Gramsbergen | PAGINA 20

buitengebied verwoord: Het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit (de eigen identiteit). Ruimte scheppen voor ruimtevragende functies (duurzaam en efficiënt) en, Het vergroten van de leefbaarheid op het platteland. Deze hoofddoelen zijn later in het proces per gebied en per thema uitgewerkt in Landschap-Identiteit-Kaarten (LIK's) en ontwikkelingsvisies. In de Visienota is verder opgenomen dat de gemeente ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijke gebied wil stimuleren en dat het versterken van de ruimtelijke kwaliteit hierbij een belangrijke randvoorwaarde is. In de Visienota is ruimtelijke kwaliteit gedefinieerd als 'eigen identiteit'. In de Visienota Buitengebied worden, op een grof niveau, gebiedskenmerken beschreven en ontwikkelingsrichtingen aangegeven. Dit is in de LIK’s en de Ontwikkelingsvisie verder uitgewerkt. De uitwerking vindt plaats per landschapstype (= deelgebied). De LIK’s geven daardoor een goed beeld van de bestaande situatie. Bij de gebiedskenmerken is een onderscheid gemaakt tussen visuele dragers, dus dat wat je ziet (bebouwing, verkaveling, beplanting, grondgebruik en dergelijke) en niet visuele dragers, dus dat wat je niet ziet (geur). De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij het sturen op ruimtelijke kwaliteit, omdat ze bepalend zijn voor de manier waarop nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden ingepast.

Het plangebied is gelegen binnen het landschapstype 'Beekdallandschap'.

Figuur 7: Uitsnede Beekdallandschap kaart Ontwikkelingsvisie Gramsbergen Het beekdallandschap wordt gekenmerkt door onderstaande ruimtelijke kwaliteiten: Open stroomgebied Vecht; Oude meanders Vecht; Verspreid liggende spaarzame bebouwing (ruilverkavelingsboerderijen); Kronkelige, smalle wegen; Verspreid liggende bosjes, wegbeplanting, houtwallen. Om deze huidige ruimtelijke kwaliteiten te versterken zijn er ontwikkelingsvisies

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stadsfront Gramsbergen | PAGINA 21

vastgelegd. Deze worden vervolgens in het beleid omgezet in maatregelen. De aanleg van het stadsfront draagt bij aan de volgende ontwikkelingsvisies: 1. Ontwikkelen Vecht tot een natuurlijker watersysteem; 2. Toename van de biodiversiteit in Vechtdal (aaneengesloten structuur van natuurgebieden) 3. Optimale waterhuishouding (vasthouden water, handhaving en verbetering waterkwaliteit) 4. Verbetering van de recreatieve routing (varen, paardrijden, fietsen , wandelen)/ dagrecreatief medegebruik van landbouwgronden. De plannen voorzien in de realisatie van een halve meander die bijdraagt aan de waterveiligheid. Het gebied wordt daarnaast ingericht voor recreatieve doeleinden. Binnen de waterpartij worden aanlegvoorzieningen voor recreanten gerealiseerd. Hier komt ook een wandelpad te liggen. De functies zijn gericht op recreatie en beleving. Bij verdere planuitwerking wordt gekeken hoe de ontwikkeling op een natuurlijk manier kan worden aangelegd. Het planvoornemen zorgt voor een verbetering van het watersysteem en de natuur (inclusief biodiversiteit) in de omgeving en versterkt de belevenis van de Vecht door in te zetten op recreatie. Conclusie Het planvoornemen past en draagt bij aan de uitgangspunten van visienota Buitengebied en ontwikkelingsvisie Gramsbergen en omgeving.

Vechtrijk Gramsbergen In 2007 hebben de gebiedspartners rond de Vecht, waaronder waterschap Vechtstromen, de gemeente Hardenberg en de provincie Overijssel, het programma ‘Ruimte voor de Vecht’ gestart met als doelen waterveiligheid, een sociaaleconomisch impuls en het integraal realiseren van de natuuropgaven. De kern van het programma bestond uit het omvormen van de Vecht tot een veilige, half natuurlijke laaglandrivier. De visie Vechtrijk Gramsbergen geeft richting aan de vervolgprojecten binnen het programma 'Ruimte voor de Vecht' ter hoogte van Gramsbergen. De Vecht bij Gramsbergen, tussen de Haandrik en Baalder, is nog vrijwel onveranderd sinds die in de vorige eeuw werd gekanaliseerd. De gemeente Hardenberg en waterschap Vechtstromen hebben als partners van Ruimte voor de Vecht het initiatief genomen om een integrale herinrichting voor te bereiden voor de Vecht bij Gramsbergen. In het voorjaar van 2018 is een verkenning uitgevoerd naar de financiële en bestuurlijke haalbaarheid. Aan de rand van de stad komt een “boulevard” te liggen. Dit is een verhard wandelpad met enkele bankjes. Vanaf deze boulevard is er uitzicht op de Vecht, de stadsrand en de speelen beweegvoorzieningen voor kinderen en ouderen. De speel- en recreatievoorzieningen zijn voorgesteld in een plan dat de school zelf heeft opgesteld: ‘Plan De Akker’. Wat inpasbaar is van dit plan wordt uitgevoerd.

Water wordt hier een leidend element voor de plek waar kinderen leren van de natuur, het buiten zijn en het samenspelen. De sfeer van de materialisatie is natuurlijk en rustig. Conclusie Met beoogd planvoornemen wordt invulling gegeven aan de visie en uitgangspunten van 'Vechtrijk Gramsbergen'. Waterplan Hardenberg In 2008 is het Waterplan van de gemeente Hardenberg vastgesteld. Dit gemeentelijke waterplan is in samenwerking met de provincie, vier waterschappen en betrokken maatschappelijke organisaties tot stand gekomen. Het plan omschrijft hoe de gemeente en waterschappen omgaan met het water. Voor enkele jaren zijn er concrete maatregelen beschreven, maar het plan omvat ook een toekomstvisie 2020. De uiteindelijke doelen van

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stadsfront Gramsbergen | PAGINA 22

het waterplan gemeente Hardenberg zijn: Afstemming beleid en verdiepen van de samenwerking; Oplossen waterproblemen en benutten van waterkansen; Voldoen aan nieuw beleid en regelgeving; Vastleggen wateropgave voor het stedelijke en landelijke gebied. De gemeente is niet alleen verantwoordelijk voor de inzameling en transport van afvalwater, maar ze werkt ook mee aan de opvang van water in woongebieden, kwaliteit van water en recreatieve mogelijkheden. Water krijgt een steeds belangrijker rol toegediend bij de inrichting van de openbare ruimte. Daarom is een goede samenwerking tussen waterschappen en de gemeente van groot belang, waarbij kansen voor meervoudig ruimtegebruik benut kunnen worden. Uiteindelijk richt het Waterplan Hardenberg zich op de maatregelen voor waterveiligheid en kwantiteit, waterkwaliteit en beleving. Het waterplan ziet met name kansen voor het Vechtdal. Door een halfnatuurlijke laagland rivier te realiseren ontstaan er mogelijkheden voor waterberging, natuurontwikkeling en recreatie. Tevens is in het waterplan de visie opgenomen om beleefbaarheid van de Vecht in Hardenberg en Gramsbergen te vergroten. Door het treffen van maatregelen raken de steden meer gericht op de Vecht. Hierdoor neemt de ruimtelijke kwaliteit van het stedelijk gebied toe en worden de bewoners meer betrokken bij de rivier.

De realisatie van het stadsfront ten noorden van Gramsbergen draagt bij aan deze ruimtelijke kwaliteit. Conclusie De beoogde ontwikkeling past bij binnen de uitgangspunten van het waterplan Hardenberg. Conclusie gemeentelijk beleid Het plan past binnen het gemeentelijk beleid. Het planvoornemen zorgt voor een verbetering van het watersysteem, de ruimtelijke kwaliteit, de belevenis van de Vecht en de natuur (inclusief biodiversiteit) in de omgeving.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stadsfront Gramsbergen | PAGINA 23

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Archeologie en cultuurhistorie

In het Europese Verdrag van Malta, ondertekend door een groot aantal EU-landen, waaronder ook Nederland, is de veiligstelling van het (Europese) archeologische erfgoed als doelstelling opgenomen. In 1998 is dit verdrag goedgekeurd door het Nederlandse parlement. Ter implementatie van het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving is in 2007 de Wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden. Dit is een aanpassingswet waarmee de Monumentenwet 1988 gewijzigd is op het onderdeel archeologie. Door middel van de gewijzigde Monumentenwet moet het archeologisch erfgoed in de bodem bescherming krijgen in het ruimtelijke ordeningsbeleid. Als gevolg van Europese en nationale wetgeving stellen rijk en provincies zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologisch erfgoed moet worden omgegaan. De meeste ingrepen in de ruimtelijke ordening vinden plaats op gemeentelijk niveau. De Monumentenwet verplicht gemeenten bij het opstellen van ruimtelijke plannen rekening te houden met de in hun bodem aanwezige waarden. Op plankaarten geeft de gemeente voor het eigen grondgebied aan waar zich bekende archeologische vindplaatsen bevinden. Voor het overige gebied gelden verwachtingswaarden. De kern van de huidige archeologiewetgeving behelst bescherming van waardevolle oudheidkundige resten in de bodem.

Bij ruimtelijke ingrepen op locaties met vindplaatsen moeten de aanwezige resten intact blijven. Wanneer verstoring onvermijdelijk is, dient oudheidkundig bodemonderzoek plaats te vinden. De informatie van de bij bodemonderzoek onderzochte resten wordt behouden door middel van documentatie. Voor gebieden waar reële verwachtingen bestaan ten aanzien van archeologische waarden, die bedreigd worden door ruimtelijke ingrepen, moet inventariserend onderzoek plaatsvinden om uit te maken of daadwerkelijk waardevolle archeologische resten aanwezig zijn. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Situatie plangebied Archeologie Synthegra B.V. heeft een archeologisch bureauonderzoek in combinatie met een cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd binnen het plangebied (Bijlage 1). Uit dit onderzoek blijkt dat de oeverwallen van de meanderbochten van de Vecht een middelhoge tot hoge archeologische verwachting kennen. Het gaat hierbij om de hogere delen in het landschap, deze waren zeer geschikt voor bewoning. De lagere (kom)gebieden en riviervlakten van de Vecht waren juist natter en minder geschikt voor bewoning. Deze gebieden kennen daarom een lage archeologische verwachting. Archeologische waarden worden vooral verwacht op de oeverwallen. In de volgende figuur zijn oude meanderbochten van de Vecht weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Stadsfront Gramsbergen | PAGINA 24

Figuur 8: Meanderbochten Vecht Door het graven van de halve meander zal de bodem waarschijnlijk tot ver in het archeologisch waardevolle niveau worden verstoord. Eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen daarbij verloren gaan. Daarom is ook nog een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd binnen het plangebied (Bijlage 2). Het onderzoek is uitgevoerd door het uitvoeren van handboringen. De opgeboorde grond is geinspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek blijkt dat archeologische resten verwacht kunnen worden in het oostelijk noordelijk en oostelijk deel van de halve meander. In het middelste deel worden geen archeologische resten verwacht. De aard van de te verwachten archeologische resten maakt dat deze slecht met prospectief onderzoek zijn te vangen, of het nu om boor- of gravend prospectief onderzoek gaat. Daarom wordt geadviseerd om de werkzaamheden onder archeologische begeleiding uit te voeren. De gebieden waarop dit advies van toepassing is zijn hieronder op kaart weergegeven. In de regels is de archeologische begeleiding geborgd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12229730/2