Toelichting bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Nevengeul De Haandrik - Gramsbergen'
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED HARDENBERG, NEVENGEUL DE HAANDRIK - GRAMSBERGEN
VASTGESTELD
Opdrachtgever Contactpersoon Coördinatie ontwerp en bestemmingsplan Gemeente Hardenberg Projectleiding Gemeente Hardenberg Projectnummer
Buitengebied Hardenberg, Nevengeul De Haandrik Gramsbergen
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
4 4 4 5 6
Hoofdstuk2 Planvoornemen 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie
7 7 8
Hoofdstuk3 Beleid 3.1 Europees beleid 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Regionaal beleid 3.5 Gemeentelijk beleid
11 11 12 14 19 22
Hoofdstuk4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Archeologie en cultuurhistorie 4.2 Bodem 4.3 Flora en fauna (incl. stikstof) 4.4 Water 4.5 Bedrijven en milieuzonering 4.6 Externe veiligheid 4.7 Geluid 4.8 Luchtkwaliteit 4.9 M.e.r.-beoordeling 4.10 Niet-gesprongen explosieven 4.11 Vogelgriep
26 26 29 30 34 36 37 37 38 38 39 40
Hoofdstuk5 Uitvoerbaarheid 5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2 Economische uitvoerbaarheid
41 41 41
Hoofdstuk6 Juridische regeling 6.1 Procedure bestemmingsplan 6.2 Plansystematiek 6.3 Toelichting op de regels
42 42 42 42
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Nevengeul De Haandrik - Gramsbergen | PAGINA 2
Toelichting
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Nevengeul De Haandrik - Gramsbergen | PAGINA 3
Hoofdstuk 1
Inleiding
Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de realisatie van een nevengeul in het gebied tussen De Haandrik en de stad Gramsbergen in het buitengebied van de gemeente Hardenberg. In dit hoofdstuk wordt kort op de aanleiding ingegaan. In hoofdstuk 2 is een uitgebreidere beschrijving van het plan opgenomen. 1.1
Aanleiding
In 2007 hebben de gebiedspartners rond de Vecht, waaronder waterschap Vechtstromen, de gemeente Hardenberg en de provincie Overijssel, het programma 'Ruimte voor de Vecht' gestart. Doelen hiervan zijn waterveiligheid, een sociaaleconomisch impuls en het integraal realiseren van de natuuropgaven. Om deze doelen te behalen wordt de Vecht stapsgewijs omgevormd tot een toekomstbestendige en veilige half natuurlijke laaglandrivier. De Vecht bij Gramsbergen, tussen de Haandrik en Baalder, is nog vrijwel onveranderd sinds die in de vorige eeuw werd gekanaliseerd. Alleen bij de Loozensche Linie is de rivier heringericht. De uiterwaarden zijn grotendeels in gebruik als bemest grasland met hier en daar een maisperceel. De oevers zijn voor een deel vastgelegd met steen en puin en er is over de gehele lengte een zandwerende kade aangebracht. Hierdoor wordt rivierdynamiek voorkomen en krijgen natuurlijke processen geen kans. De gemeente Hardenberg en waterschap Vechtstromen hebben het initiatief genomen om een integrale herinrichting voor te bereiden voor de Vecht bij Gramsbergen. Samen met belanghebbenden, inwoners, waterschap en gemeente is in 2019 aan een visie gewerkt over de toekomst van het gebied. Deze visie geeft weer wat de mensen in het gebied belangrijk vinden en hoe zij hun omgeving graag ontwikkeld zien worden.
Het resultaat van dit proces is de visie: 'Vechtrijk Gramsbergen, Gebiedsvisie inrichting Vecht: Waterrobuust en Klimaatadaptief landschap, december 2020'. In de visie is het gebied als een 'snoer met parels' omschreven. Een van de parels is het realiseren van een meestromende nevengeul ten noorden van Gramsbergen, tussen de Vecht en de dijk waarop het spoor ligt. De nevengeul zal een watergang worden met een bochtige vormgeving met steile oevers in de buitenbochten en zeer flauwe oevers in de binnenbochten. De nevengeul vangt een hoogteverschil op van twee meter. Daardoor is de stroomsnelheid divers. Er ontstaat variatie door de verplaatsing van zand. Het ontwerp wordt in hoofdstuk 2 verder toegelicht. 1.2
Plangebied
Het plangebied ligt ten noorden van Gramsbergen. Het betreft een gebied langs de Vecht van ca. 2 km lang. Het plangebied is weergeven in onderstaande figuur. Ten noorden, westen en oosten van het plangebied ligt vooral agrarisch gebied met enkele buurtschappen. Ten noordwesten ligt de Vecht. Op afstand ligt een afwateringskanaal en de N34. Ten zuiden ligt de stad Gramsbergen. Ten zuidoosten grenst het plangebied aan een dijk met een spoorwegverbinding.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Nevengeul De Haandrik - Gramsbergen | PAGINA 4
Figuur 1: Situering plangebied 1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Op dit moment geldt ter plaatse van het plangebied het bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg', dat is vastgesteld op 2 december 2014. Op 26 september 2016 is het bestemmingsplan op onderdelen gewijzigd middels het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg, herziening regels". Daarnaast is op 17 juli 2018 het bestemmingsplan 'Facetherziening parkeren Hardenberg' vastgesteld. De facetherziening heeft betrekking op alle binnen de gemeente Hardenberg op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan vigerende bestemmingsplannen, beheersverordeningen, wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen. Binnen het plangebied bevinden zich de volgende enkelbestemmingen: Natuur – Beekdallanschap; Agrarisch met waarden – Beekdallandschap. Daarnaast bevinden zich er de volgende dubbelbestemmingen: Leiding - Gas Waarde – Archeologie 4; Waarde – Archeologie 5; Waarde – Natuur en landschap. In de volgende figuur is de plankaart op basis van de geldende bestemmingsplannen weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Nevengeul De Haandrik - Gramsbergen | PAGINA 5
Figuur 2: Vigerend bestemmingsplan Dit bestemmingplan maakt het aanleggen van een nevengeul langs de Vecht ten noorden van Gramsbergen planologisch mogelijk. Daarnaast wordt de indeling van de enkelbestemmingen 'Natuur - Beekdallandschap' en 'Agrarisch met waarden Beekdallandschap' anders ingericht om aan te sluiten op de toekomstige inrichting. 1.4
Leeswijzer
Dit bestemmingsplan bestaat uit drie onderdelen, de planregels, een verbeelding en de toelichting. De planregels vormen in combinatie met de verbeelding het juridisch bindende deel van het plan. De toelichting bestaat uit zes hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het plan voor een stadsfront verder toegelicht. Hoofdstuk 3 gaat in op het relevante beleid. Hoofdstuk 4 bevat de onderbouwing van de milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. Hoofdstuk 6 bevat ten slotte de juridische vormgeving.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Nevengeul De Haandrik - Gramsbergen | PAGINA 6
Hoofdstuk 2 2.1
Planvoornemen
Bestaande situatie
Het Vechtdal rond Gramsbergen is een open landschap. Van Vecht tot dijk is het een smal dal (in het plangebied op zijn smalst 110 meter, op zijn breedst 325 meter). Het plangebied ligt langs de Vecht en heeft een lengte van circa 2 kilometer. De gronden binnen het plangebied kennen deels een agrarisch gebruik en betreffen deels natuur. Onderstaand is een recente (2021) luchtfoto van het plangebied weergeven.
Figuur 3: Bestaande situatie omgeving plangebied In de onderstaande figuur is een recente foto van het plangebied weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Nevengeul De Haandrik - Gramsbergen | PAGINA 7
Figuur 4: Afbeelding huidige situatie 2.2
Toekomstige situatie
De nevengeul ligt ruim tussen de Vecht en de dijk waarop het spoor ligt. De nevengeul wordt een watergang met een bochtige vormgeving met steile oevers in de buitenbochten en zeer flauwe oevers in de binnenbochten. De nevengeul heeft een bodembreedte van ca. 10,50 m en een diepte van ca. 1,10 m met taluds van 1:3. Het ontwerp van de toekomstige situatie is weergegeven in de volgende figuur.
Figuur 5: Ontwerp Nevengeul Gramsbergen De ligging en het ontwerp van de nevengeul is bepaald door landschappelijke en hydraulische uitgangspunten. De landschappelijke inpassing is oorspronkelijk vormgegeven in de visie Vechtrijk Gramsbergen en verder doorontwikkeld op basis van hydraulische uitgangspunten. De nevengeul moet namelijk een verschil in waterstand (verhang van circa 2 meter) overbruggen en rekening houden met een bepaalde stroomsnelheid. De nevengeul is daarom van een aantal drempels voorzien en van bochten. Op deze manier is er voldoende ruimte om een verhang te creëren dat aansluit bij het natuurlijke dalverhang in het gebied. Door de diverse bochten ontstaat er morfologische activiteit en variatie in snelheid. De meanderbochten sluiten zoveel mogelijk aan op de het aanwezige landschap
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Nevengeul De Haandrik - Gramsbergen | PAGINA 8
en geomorfologie. Voor vissen is het mogelijk om de drempels te passeren op alle dieptes. De drempels voegen ook zoveel mogelijk natuurlijke habitat toe aan het geheel. De profielen van de drempels en geul zijn zo natuurlijk mogelijk. De geul wordt voorzien van een kunstwerk (inlaat) ten behoeve van een goede waterverdeling. Bij het ontgraven van de nevengeul komt circa 63.050m3 grond vrij. In verband met de benodigde ontgraving is een ontgrondingsvergunning aangevraagd bij de Provincie Overijssel. De aanvraag daarvan wordt gecoördineerd met de procedure voor dit bestemmingsplan. Het gebied rondom de nevengeul wordt ingericht voor natuur of extensieve landbouw. Het noordoostelijk deel van het plangebied en de oevers van de nevengeul krijgen de bestemming 'natuur - beekdallandschap'. De gronden met de bestemming 'natuur beekdallandschap' zijn onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland, dit wordt nader toegelicht in paragraaf 4.3. Het zuidwestelijk is vooral bedoeld voor extensieve landbouw en krijgt daarom de bestemming 'agrarisch met waarden'. De nevengeul zelf krijgt de bestemming 'water'. Het plan biedt kansen voor onder meer stroomdalgrasland en het ontwikkelen van begroeide natuurvriendelijke oevers. Hiervoor worden er maatregelen genomen om variatie aan te brengen, dit zorgt ervoor dat meer soorten op meer plekken hun thuis kunnen vinden.
Hierbij valt te denken aan dood en levend hout in het water. Het dode hout zorgt door zijn immense oppervlakte voor een enorme hoeveelheid nieuw leefruimte. Tussen het hout is er variatie in stroming, biedt het schuilplaatsen en houvast voor allerlei soorten planten en dieren. Levend hout heeft als doel dat de wortels op plekken de oever vasthouden en ook schuilplekken geven onder water. Daarnaast komt het blad in het water wat voedsel is voor veel macrofauna, geeft het beschutting en maken veel diersoorten rond het water gebruik van deze begroeiing. Door het natuurlijk inrichten van de nevengeul wordt er een bijdrage geleverd aan de biodiversiteit en het leven in en rond de geul. Het toevoegen van dood en levend hout in het water is al gedaan in een eerder deelproject binnen ruimte voor de Vecht, zoals hieronder weergeven.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Nevengeul De Haandrik - Gramsbergen | PAGINA 9
Figuur 6: Mix van natuurlijk opslag van elzen en wilgen, nevengeul Junne Bij het ontwerp van de geul is ook rekening gehouden met cultuurhistorische waarden. Zo is voor de ligging van de geul rekening gehouden met de ligging van het Huis van Gramsbergen en het NAD-kamp. De geul ligt daar buiten. Verder is zoveel mogelijk aangesloten bij de voormalige ligging van stuwen, sloten en hoogteverschillen in het landschap. Bijzondere cultuurhistorische- en waterbouwkundige waarden van het gebied, zoals stuw De Haandrik en de plek van het kasteel Huis van Gramsbergen, zijn en worden beter zichtbaar voor passanten en Gramsbergers. Dit is nader toegelicht in paragraaf 4.1.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Nevengeul De Haandrik - Gramsbergen | PAGINA 10
Hoofdstuk 3 3.1
Beleid
Europees beleid
Kaderrichtlijn Water Volgens de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) moeten uiterlijk in 2027 alle als KRW aangewezen wateren voldoen aan een goede chemische en ecologische toestand. De 'chemische toestand' wordt beoordeeld aan de hand van 33 Europees vastgestelde prioritaire stoffen. De 'ecologische toestand' is opgebouwd uit beoordelingen van onder andere de 'biologische kwaliteit' en de 'algemene fysisch-chemische kwaliteit', die in Nederland voornamelijk wordt bepaald door de nutriënten fosfor en stikstof. In de praktijk is de biologische kwaliteit, die bestaat uit maatlatten voor algen, vissen, macrofauna en waterplanten, meestal bepalend voor de ecologische toestand. In de stroomgebiedsbeheerplannen voor 2022-2027 moet Nederland definitieve keuzes maken over de doelen voor de verschillende wateren en de in te zetten maatregelen. De voorgenomen ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt passen binnen deze richtlijn. KRW-ambities voor de Vecht Voor de Vecht geldt een hoog ambitieniveau voor ecologische kwaliteit. Dit is vanuit twee redenen ingestoken: 1. Vanuit de Vechtvisie 'Ruimte voor de Vecht' uit 2009 (zie hoofdstuk 3.4) waren al veel herstelprojecten gepland, met als doel verbetering van de aquatisch-ecologische kwaliteit; 2.
de Vecht kan een meer dan gemiddelde bijdrage leveren aan de (aquatisch-)ecologische diversiteit en kwaliteit van het beheergebied dan andere waterlichamen in beheer van Vechtstromen. De Vecht wordt volgens de systematiek van de KRW getypeerd als een langzaam stromend riviertje op zand/klei (code R6). Het streefbeeld is een half natuurlijke laaglandrivier. De maatregelen om de ecologische kwaliteit te verbeteren zijn gericht op het versterken van het aandeel karakteristieke flora- en faunasoorten voor rivieren, zoals Rivierprik, Kwabaal, Zwarte Populier, Pijlkruid, Breedscheenjuffer en Weidebeekjuffer. De populaties kunnen toenemen door: Verbetering van stromingscondities; Vergroten van de habitatdiversiteit; Stuwen passeerbaar maken; Inundaties laten plaatsvinden door overstromingsgebieden te realiseren; Oude meanders aansluiten; Waar mogelijk bosachtige begroeiing van de oevers. Conclusie Kaderrichtlijn Water De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de doelen en maatregelen uit de Kaderrichtlijn Water waardoor kan worden voldaan aan de vereiste waterkwaliteit.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Nevengeul De Haandrik - Gramsbergen | PAGINA 11
3.2
Rijksbeleid
Voor een toetsing aan het Rijksbeleid zijn de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en Nationaal Waterplan 2016-2021 relevant. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld op grond van de geldende regelgeving. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op het moment dat die wet in gaat. Tot die tijd geldt de NOVI als structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in gaat, zal de NOVI gelden als instrument, zoals in de nieuwe wet is bedoeld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Prioriteiten Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland.
Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier prioriteiten: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie: Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden: Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.
Steden en regio's sterker en leefbaarder maken: Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied: Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Nevengeul De Haandrik - Gramsbergen | PAGINA 12
waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
door
wildgroei
van
In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: De Omgevingsagenda Voor Oost-Nederland is een omgevingsagenda opgesteld. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. Voor onderhavig planvoornemen is omgevingsopgave 8 binnen de omgevingsagenda Landdeel Oost het meest van toepassing. Hierbinnen wordt de transitie van het landelijk gebied getoetst aan NOVI prioriteit 4. Centrale opgave in het landelijk gebied is het vinden van balans of synergie tussen versterking van het verdienvermogen en het behouden van een goede leefbaarheid en omgevingskwaliteit. Het planvoornemen geeft invulling aan de omgevingsopgave en gelijktijdig wordt ook invulling gegeven aan toekomstbestendige ontwikkelingen in het landelijk gebied, waarmee aan NOVI prioriteit 4 wordt voldaan. De NOVI-gebieden Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren.
Gramsbergen en omgeving zijn geen onderdeel van deze voorlopige aandachtsgebieden waardoor er geen vraagstukken met extra prioriteit van toepassing zijn. Toetsing aan NOVI Dit bestemmingsplan versterkt de landschappelijke kwaliteiten van de Vecht nabij Gramsbergen door middel van de realisatie van een nevengeul en natuurontwikkeling. Dit bestemmingsplan draagt tevens bij aan de ruimte voor klimaatverandering. Gramsbergen en omgeving vallen niet binnen één van de NOVI-gebieden. Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan aansluit op de doelen en uitgangspunten zoals verwoord in NOVI. Nationaal Waterplan 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Het NWP komt voor uit Europese regelgeving. De wateropgaven waar Nederland op dit moment voor staat, de uitdagingen richting de toekomst en de noodzaak van een integrale aanpak vormen de basis voor 3 hoofdambities van dit NWP: Een veilige en klimaatbestendige delta. Een concurrerende, duurzame en circulaire delta. Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur. Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen.
Denk aan het omgaan met droogte, dijken, het borgen van de drinkwatervoorziening en de bevaarbaarheid van rivieren en kanalen. Hierbij wordt gekeken naar de raakvlakken binnen en tussen de verschillende waterthema's. Dat brengt samenhang in het waterbeleid aan. Daarnaast worden de raakvlakken tussen water en andere thema's als landbouw, landschap, bodem en het energie- en klimaatbeleid laten zien. Het programma biedt daarmee overzicht en inzicht van wat Nederland nu en in de toekomst te wachten staat. Beoordeling bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Nevengeul De Haandrik - Gramsbergen | PAGINA 13
Met de realisatie van de nevengeul wordt ruimte geboden aan water en natuur. Hierdoor is er meer kans voor het afvoeren en bergen van hemelwater. Hiermee voldoet het plan aan de uitgangspunten van het Nationaal Waterplan. Conclusie Rijksbeleid Voorliggend bestemmingsplan sluit aan op de doelen en uitgangspunten zoals verwoord in de NOVI en levert een bijdrage aan de doelen uit het Nationaal Waterplan. 3.3
Provinciaal beleid
Voor een toetsing aan het provinciaal beleid zijn de Omgevingsvisie 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening relevant. Omgevingsvisie 'Beken Kleur' De Omgevingsvisie van de provincie Overijssel, getiteld 'Beken Kleur', is in 2017 vastgesteld. Jaarlijks wordt de Omgevingsvisie geactualiseerd. Momenteel geldt de geactualiseerde versie sinds 15 december 2021. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit: Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is.
Ruimtelijke kwaliteit gaat vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. Beoordeling Het programma Ruimte voor de Vecht is in de Omgevingsvisie aangewezen als gebiedsontwikkelingsopgave en draagt bij aan een optimalisering van watercondities en waterveiligheid. In het programma wordt de ruimtelijke continuïteit en de samenhang regionaal opgepakt. In dit programma komen vele aspecten aan de orde zoals: garanderen van waterveiligheid met een robuust watersysteem, zonering van dynamiek en rust, de rivieren als beelddrager en inzet van functies (recreatie, wonen, werken) voor kwaliteitsverbetering. De steden langs de Vecht (Hardenberg, Ommen, Dalfsen en Zwolle) kunnen hun ligging in en aan de Vecht beter benutten met waterfronten, rivierparken, (nieuwe) landgoederen en aantrekkelijke routes. Kijkend naar onderhavig planvoornemen kan worden geconcludeerd dat de ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde ruimtelijke beleid. In de beoogde ontwikkeling wordt een nevengeul gerealiseerd langs de Vecht. De functie die de nevengeul deels zal vervullen, is voornamelijk waterhuishoudelijk van aard in combinatie met extensieve landbouw en natuur.
Samen vormt dit een basiskwaliteit voor de natuur. In dit deel kan een grote bijdrage aan het verhogen van de biodiversiteit geleverd worden. Hiermee is er dus sprake van een duurzame ontwikkeling en
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Nevengeul De Haandrik - Gramsbergen | PAGINA 14
vindt er een verbetering plaats van de ruimtelijke kwaliteit. Conclusie Het planvoornemen voldoet aan de vereisten uit de omgevingsvisie 'Beken Kleur'. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities wordt gebruik gemaakt van het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel'. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes; 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe – gebiedskenmerken. Het uitvoeringsmodel hangt onder de 'paraplu' van de drie eerder genoemde rode draden: duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit (zie onderstaand figuur).
Figuur 7: Uitvoeringsmodel omgevingsverordening Overijssel Bij een initiatief dient aan de hand van deze drie stappen bepaald te worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. 1. Of - generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen van de provincie. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, het Rijk of de provincie. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Nevengeul De Haandrik - Gramsbergen | PAGINA 15
worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening. Voor onderhavig bestemmingsplan, die voorziet in het planologisch mogelijk maken van de realisatie van een nevengeul en de natuurlijke inrichting van de naast omgeving, is vooral de beleidsnorm 'Toekomstbestendigheid' uit de Omgevingsverordening relevant: Toekomstbestendigheid (art. 2.1.4.). Toekomstbestendigheid stelt de eis dat gekozen oplossingen voor maatschappelijke opgaven toekomstbestendig moeten zijn. Dit houdt in dat een initiatief de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te kunnen voorzien niet in gevaar mag brengen. Initiatieven moeten bijdragen aan een duurzame benadering van ontwikkelingen die voorzien in de behoefte van de huidige generatie, maar die opties openhoudt om ook te voorzien in behoeften van toekomstige generaties. Met de beoogde ontwikkeling wordt geïnvesteerd in waterveiligheid en natuur. Door de aanleg van de nevengeul wordt er meer ruimte geboden aan de Vecht. Hierdoor heeft de Vecht meer capaciteit om water te bergen en is de Vecht en de omgeving met het oog op klimaatverandering beter voorbereid op de toekomst. Om deze redenen kan worden gesteld dat de voorgenomen ontwikkelingen voldoen aan de beleidsnorm 'Toekomstbestendigheid'.
Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen. Voor het plangebied gelden de volgende belangen: De bescherming tegen overstromingen en wateroverlast; Het behoud van plant- en diersoorten (biodiversiteit); De bescherming van zeldzame of unieke landschapskwaliteiten; Het borgen van het natuurnetwerk NNN. Met de beoogde ontwikkeling vindt er een versterking van bovenstaande belangen plaats. Door de aanleg van de nevengeul wordt wateroverlast tegengegaan en met de aanleg van natuurlijke oevers vindt er een versterking voor biodiversiteit plaats. Het Natuurnetwerk Nederland blijft behouden en wordt versterkt. 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied valt volgens de Provinciale Omgevingsvisie binnen de volgende ontwikkelperspectieven: Natuurnetwerk Nederland (NNN); Zone ondernemen met natuur en water (ONW) buiten het Natuurnetwerk Nederland. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) staan in Overijssel de kwaliteitsambities 'Natuur als ruggengraat' en 'Continu en Beleefbaar watersysteem' voorop. Behoud en versterking van de natuurkwaliteit staat centraal binnen de bestaande natuur van het natuurnetwerk.
Voor initiatieven die niet passen binnen de doelstelling van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is binnen het natuurnetwerk geen ruimte, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang waar niet op een andere manier aan voldaan kan worden (het ‘nee, tenzij’-principe). Daarbij hanteren we zogenaamde NNN-spelregels. Binnen de gebieden waar de komende jaren natuurrealisatie plaatsvindt, is medegebruik mogelijk. Voorwaarde is wel dat initiatieven actief bijdragen aan realisatie van het robuuste en samenhangende netwerk van gebieden met natuur-, water- en landschappelijke kwaliteit. Met de beoogde ontwikkeling wordt ruimte geboden aan water en natuur en wordt het gebied rondom de NNN gebieden versterkt met natuurontwikkeling en inrichting. Hiermee draagt het planvoornemen bij aan het behoud en versterking van de NNN gebieden. In paragraaf 4.3 wordt hier nader op ingegaan.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Nevengeul De Haandrik - Gramsbergen | PAGINA 16
Zone ondernemen met natuur en water (ONW) buiten het Natuurnetwerk Nederland. Er zijn gebieden binnen de Zone ONW die buiten het natuurnetwerk liggen. In deze gebieden is ruimte voor groen ondernemerschap, voor initiatieven en functies die de economische en maatschappelijke dragers zijn van de kwaliteit van natuur, water en landschap én ruimte voor continuïteit van de aanwezige landbouwfunctie. Initiatieven van bewoners en ondernemers zijn hier leidend: zij zijn eigenaar en vormgever van de omgevingskwaliteit. De na te streven kwaliteitsdoelen voor natuur en water zijn daarbij het uitgangspunt. Binnen de Zone ONW buiten het natuurnetwerk is ruimte voor economische dragers die in harmonie met de natuur-, water- en landschappelijke kwaliteiten plaats kunnen vinden. Met de aanleg van de nevengeul wordt bijgedragen aan de kwaliteit van natuur, water en het landschap. De Vecht wordt zichtbaarder voor de inwoners van Gramsbergen en de wandelpaden maken het mogelijk voor mensen om meer gebruik te maken van het gebied. Hiermee zorgt het plan voor een maatschappelijke versterking van het gebied. 3. Hoe - gebiedskenmerken In elk bestemmingsplan dient gemotiveerd te worden dat de beoogde ontwikkeling bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit.
Aan de hand van de provinciale 'vier-lagenbenadering' wordt gemotiveerd hoe de voorgenomen ontwikkeling bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied. De 'vier-lagenbenadering' bestaat uit vier lagen met gebiedskenmerken (zie ook het eerder weergegeven figuur van het uitvoeringsmodel). Voor elke laag gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven. De vier lagen en bijbehorende voorwaarden voor het plangebied worden hieronder weergegeven: Natuurlijke laag. Het plangebied bevindt zich op de natuurlijke laag van Beekdalen en natte laagtes. Hiervoor geldt dat plaatselijk de 'oorspronkelijke' beek nog aanwezig is. De laagtes werden in de loop van eeuwen doorgegraven, verbonden en steeds sterker ontwaterd, waarbij vanaf de vorige eeuw ook de natuurlijke beken over grote lengte zijn rechtgetrokken, wat heeft geleid tot snelle waterafvoer. De ambitie is de beekdalen als functionele en ruimtelijke dragende structuren van het landschap betekenis te geven. Ruimte voor water, continuïteit van het systeem zijn leidend. Met de aanleg van de nevengeul wordt deze ruimte aan het water geboden. Laag van agrarische cultuurlandschappen. Het plangebied bevindt zich in het 'Maten en flierenlandschap'. Dit landschap kenmerkt zich door laaggelegen kleinschalig landschap dat zich langs de beken, in de natuurlijke laagten heeft ontwikkeld.
De ambitie is dit landschapstype weer herkenbaar te maken, en de samenhang met de esdorpen en erven weer betekenis te geven. Stedelijke laag. Het plangebied betreft het buitengebied van Gramsbergen waarbinnen natuur en Agrarisch met waarden bestemmingen liggen. Er bevindt zich geen stedelijke laag binnen het plangebied. Laag van beleving. Het plangebied kent geen laag van beleving. Thematische beleidskeuzes Het programma Ruimte voor de Vecht is in de Omgevingsvisie aangewezen als gebiedsontwikkelingsopgave en draagt bij aan een optimalisering van watercondities en waterveiligheid. In het programma wordt de ruimtelijke continuïteit en de samenhang regionaal opgepakt. In dit programma komen vele aspecten aan de orde zoals: garanderen van waterveiligheid met een robuust watersysteem, zonering van dynamiek en rust, de rivieren als beelddrager en inzet van functies (recreatie, wonen, werken) voor kwaliteitsverbetering. De steden/stadjes langs de Vecht (Hardenberg, Ommen, Dalfsen en Zwolle) kunnen hun ligging in en aan de Vecht beter benutten met waterfronten, rivierparken, (nieuwe) landgoederen en aantrekkelijke routes. Het programma Ruimte voor de Vecht draagt onder andere bij aan de optimalisering van watercondities en bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Nevengeul De Haandrik - Gramsbergen | PAGINA 17
waterveiligheid. Omgevingsverordening Overijssel De provincie Overijssel beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Met de provinciale ruimtelijke verordening kan het provinciaal bestuur vooraf regels stellen die gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen in acht moeten nemen. De provincie Overijssel zet in principe alle instrumenten uit de gereedschapskist van de Wro in, dus ook de ruimtelijke verordening. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. Hierbij wordt gebruikt gemaakt van het uitvoeringsmodel omgevingsvisie.
Natuurbeheerplan Provincie Overijssel 2022 Het Natuurbeheerplan 2022 beschrijft de beleidsdoelen en de subsidiemogelijkheden voor de ontwikkeling en het beheer van natuurgebieden, agrarische natuur en landschapselementen in de provincie Overijssel. De provincie stelt de kaders voor de uitvoering van het natuur- en landschapsbeheer door dit Natuurbeheerplan vast te stellen. Het Natuurbeheerplan geeft aan waar welke natuur aanwezig is en welke beheerdoelen hiervoor gelden. Het streefbeeld voor de Vecht wordt vooral uitgevoerd via het programma “Ruimte voor de Vecht”. De belangrijkste doelen voor natuur en landschap in het totale Vechtgebied zijn: Het ontwikkelen van een halfnatuurlijke laaglandrivier. Daarbij horen natuurlijker rivierprofielen, nevengeulen, erosie en sedimentatie, overstroming en zandafzetting in de uiterwaarden en rivierduinvorming. Hiervoor worden de stenen zoveel mogelijk uit de oevers gehaald. Referentiebeelden zijn te vinden in het riviersysteem van de Hase, de Lippe en Ems (Duitsland) en enigszins in het systeem van de Allier (Frankrijk).
Binnen dit gebied ontwikkelen van en creëren/herstellen van natuurlijke overgangen tussen riviergebonden grazige vegetaties zoals kruidenrijke (overstromings)graslanden, dotterbloem- en Kievitsbloemhooilanden in afwisseling met rietland, moeras, droogvallende zandige randen/platen en ooibos, en op de meest droge delen rivierduin-graslanden en andere droge graslanden. Vergroten van de variatie en structuur in de rivierdalen door ontwikkelen van struwelen, herstellen oude meanders, ontwikkelen van (hardhout) ooibos en aanleg van poelen voor amfibieën. De natuurlijke waarden van de (multifunctionele) bossen vergroten via geïntegreerd bosbeheer, en het creëren van gunstige voorwaarden voor de ontwikkeling van nu nog vrijwel geheel ontbrekend hardhout- en zachthoutooibos in het winterbed van de Vecht; Herstel van de natuurlijke waterhuishouding, het tegengaan van verdroging en het versterken van grondwaterafhankelijke natuur in het Reestdal. De afgeronde gebiedsontwikkeling van Vledders en de Leijer hooilanden draagt bij aan uitbreiding van moerasnatuur en soortenrijke dotterbloemhooivelden, bloemrijke graslanden en vochtige schraallanden, en daarmee uitbreiding van het biotoop voor soorten als otter en zilveren maan en weidevogels als kievit en tureluur (aandachtsoorten) Behoud en versterken van weidevogelkerngebieden in het veenweidegebied bij Staphorst (aandachtsoorten).
Behoud en versterking van de landschappelijke en natuurwaarden van het kleinschalig cultuurlandschap (ruimtelijke kwaliteitsbeleid). Versterken van de akkervogelpopulatie in het open akkergebied (aandachtsoorten).
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Nevengeul De Haandrik - Gramsbergen | PAGINA 18
Conclusie Provinciaal beleid Naar aanleiding van het provinciale uitvoeringsmodel wordt geconcludeerd dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkelingen in overeenstemming zijn met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en het in de Omgevingsverordening Overijssel verankerde provinciaal ruimtelijk beleid. Het planvoornemen geeft invulling aan het natuurbeheerplan Overijssel, door de ontwikkeling van het Vechtdal als halfnatuurlijke laaglandrivier en het versterken van de omliggende natuurgebieden. 3.4
Regionaal beleid
Ruimte voor de Vecht Al sinds 1994 spreken verschillende partijen langs de Vecht de wens uit om te werken aan een 'levende rivier'. Deze wens kwam tot uitdrukking in het gebiedsgerichte beleid Vecht-Regge. Dit samenwerkingsproject richtte zich op een duurzame ontwikkeling van het Vecht-Regge-gebied. Voor het Nederlandse gedeelte van de Vecht werd in 1997 een 'Vechtvisie' opgesteld. De combinatie van de Vechtvisie en samenwerkingsproject Vecht-Regge bood goede aanknopingspunten voor de Vecht als drager voor een brede gebiedsontwikkeling van het Vechtdal. De provincie Overijssel gaf in 2005 een opdracht aan het Atelier Overijssel om een onderzoek te doen naar de mogelijkheden van deze gebiedsontwikkeling van het Vechtdal. Naar aanleiding van dit onderzoek werd enkele jaren later 'De levende Vecht' gepresenteerd. Tien jaar na de eerste Vechtvisie werd een nieuwe visie opgesteld. Nu werden echter niet alleen Nederlandse, maar ook Duitse overheden bij de ontwikkeling betrokken. Zo ontstond een grensoverschrijdende Vechtvisie. Uiteindelijk hebben de talrijke initiatieven geleid tot het samenwerkingsprogramma 'Ruimte voor de Vecht', waarin gemeenten, waterschappen, het Overijssels Particulier Grondbezit, het Regionaal Bureau voor Toerisme, Staatsbosbeheer en de provincie Overijssel zijn vertegenwoordigd.
In 2008 is het Startdocument 'Masterplan Ruimte voor de Vecht' door de betrokken overheden vastgesteld. In het startdocument is de gezamenlijke visie uitgewerkt in vijf statements: ga voor de volle winst van de levende rivier; maak en behoud het winterbed als grote open ruimte voor landbouw, natuur, recreatie en landschap; maak de rivier de voorkant van het Vechtdal; organiseer de bezoekersstromen; maak de Vecht manifest. Deze statements zijn richtinggevend voor de planvorming en uitvoering van de gebiedsontwikkeling Ruimte voor de Vecht. Met de vaststelling van het startdocument werd tevens de opdracht gegeven voor het uitwerken van een masterplan Ruimte voor de Vecht. Dit masterplan is in 2009 door verschillende overheden vastgesteld en bevat de visie en uitvoeringsstrategie om deze visie te realiseren. Ook is er een uitvoeringsprogramma opgesteld, waarin de uitvoeringsprojecten vanaf 2009 beschreven zijn. Ten slotte is aan het masterplan Ruimte voor de Vecht een beeldmanifest toegevoegd waarin de visie is gevisualiseerd. Reeds voor de vaststelling van het masterplan is de realisatieovereenkomst Ruimte voor de Vecht 2009 ondertekend. Het besluit voor de realisatieovereenkomst laat zien dat de samenwerkende partijen daadkrachtig willen werken aan de gezamenlijke doelen. Het uitgangspunt van het programma Ruimte voor de Vecht is meer (ruimtelijke) kwaliteit in het Vechtdal.
De vijf statements geven richting aan die kwaliteit. Het samenwerkingsprogramma en de vijf statements zijn daarom leidend voor de ontwikkelingen in het plangebied. In 2020 is het Masterplan geactualiseerd, waarbij een verdieping plaatsvindt van de pijlers bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Nevengeul De Haandrik - Gramsbergen | PAGINA 19
waterveiligheid, natuur en sociaaleconomische groei. Bovendien is het Masterplan van een provinciaal programma verworden tot een netwerkorganisatie. Het masterplan is gebaseerd op de volgende pijlers: 1. Klimaatadaptatie & Waterveiligheid; 2. Natuurontwikkeling & verbeteren biodiversiteit; 3. Verduurzaming van de landbouw & Sociaaleconomische ontwikkeling; 4. Duurzaam gastheerschap & aantrekkelijke leefomgeving. Deze pijlers zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het streven is naar een veilige beleefbare halfnatuurlijke laaglandrivier in 2050. Ontwikkelingen vinden plaats binnen de volgende randvoorwaarden: De realisatie van een halfnatuurlijke laaglandrivier moet passen binnen de (wettelijke) kaders van het Hoogwaterbeschermingsplan (HWBP), waterveiligheid, de Kaderrichtlijn Water (KRW), Natura 2000, het Natuurbeheerplan en het Natuurnetwerk Nederland (NNN); Er wordt gestreefd naar een beeld dat maximaal haalbaar is door per deelgebied onderscheid te maken in de invulling: 1. Het stimuleren van meer stroming en rivierdynamiek door aanleg en verbetering van nevengeulen; 2. Het gewenste waterpeilbeheer is zo natuurlijk mogelijk. Hierbij geldt als randvoorwaarde dat waterschappen altijd alle aanwezige functies moeten kunnen bedienen met een passend grondwaterpeil; 3. Harde oevers zijn plaatselijk nodig vanuit waterveiligheid.
Vanuit ecologie, biodiversiteit en beleving zijn natuurvriendelijke oevers gewenst. In de uitvoering vindt hierover altijd afstemming plaats met de betrokken grondeigenaren. Voor de juiste invulling per deelgebied worden nadere analyses gemaakt voor het langer vasthouden van water, zodat voorkomen wordt dat binnen een te korte tijd (te) veel water afstroomt via de Vecht; Bijgedragen wordt aan toekomstige klimaatscenario's. De nadruk in het masterplan 2009 lag op waterveiligheid, maar klimaatadaptatie beperkt zich niet tot hoogwater en extremen natte perioden. Tegenwoordig is ook veel aandacht nodig voor verdroging in en hitte in de bebouwde kom; Voor het realiseren van een natuurlijke dynamiek liggen harde opgaven in het kader van o.a. Natura 2000. Hiervoor worden onder meer de nevengeulen verbeterd. Lange nevengeulen rond de stuwen dragen hier positief aan bij. Daar waar mogelijk wordt geprobeerd in de stuwvakken een natuurlijker peilbeheer te hanteren. Door de grondwaterpeilen meerjarig te monitoren, kunnen voor de verschillende functies het optimale waterpeil worden gezocht; Samenwerking met Duitsland is noodzakelijk; 60% van het Vechtwater komt uit Duitsland.
Verbetering van de sponswerking zal dan ook voor een groot deel in Duitsland moeten worden gevonden; Verbetering van de waterkwaliteit is belangrijk voor een halfnatuurlijke laaglandrivier; Om de functies natuur en recreatie goed te laten samengaan in het Vechtdal wordt er gewerkt volgens het zoneringsconcept rust en drukte. In het Vechtdal worden bepaalde zones/gebieden aangewezen die rust nodig hebben, hierbij kan gedacht worden aan kwetsbare natuur, dat gevoelig is voor verstoring. Daarnaast zijn er ook vele plaatsen waar mensen de rivier beleven en ontmoeten, dit zijn de zogeheten pleisterplaatsen (pontjes, bruggen, stuwen, stedelijke centra). Deze pleisterplaatsen kunnen gezien worden als drukte gebieden. Hier is ruimte voor ontwikkeling van de recreatie. Tussen de twee uitersten, rust en drukte, is een overgang van gebieden waarin de intensiteit van recreatie geleidelijk afneemt of toeneemt. Verbetering van de waterkwaliteit is belangrijk voor een halfnatuurlijke laaglandrivier; In het winterbed en op de flanken moeten verschillende functies een plek krijgen. Gestreefd wordt naar extensiever grondgebruik in het winterbed. Hier liggen met name kansen voor andere vormen van landbouw en nieuwe verdienmodellen, zoals het
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Nevengeul De Haandrik - Gramsbergen | PAGINA 20
produceren en vermarkten van streekproducten en natuurinclusief agrarisch ondernemen; De bevaarbaarheid van de rivier is belangrijk voor de beleving en daarmee voor recreatie en toerisme. Het streven is om tot een vaarconcept te komen dat passend is bij een meer dynamische karakter van de Vecht met plaatselijk ondiepten. Dit betekent zoeken naar een nieuw vaarconcept dat benut kan worden door (recreatieve) ondernemers. Het traject tussen de Haandrik en Duitsland is niet bevaarbaar en verandert niet. Met de aanleg van nevengeul wordt invulling gegeven aan de 4 pijlers zoals genoemd in het masterplan. De nevengeul zorgt ervoor dat de Vecht klimaatrobuuster wordt. De stroming van de rivier wordt bevorderd en die is in staat om meer water op te vangen en af te voeren. De nevengeul draagt bij aan de ontwikkeling van natuur. Het vormt een nieuwe ecologische verbinding waarin biodiversiteit versterkt wordt en nieuwe leefgebieden worden gecreëerd. Met de aanleg van de nevengeul wordt de Vecht duurzamer. De nevengeul draagt bij aan maatschappelijke opgaven in het totale Vechtgebied, zoals de klimaatopgave, natuurontwikkeling en het verbeteren van de biodiversiteit. Hiermee is aangetoond dat de nevengeul past binnen de pijlers van het masterplan. De nevengeul geeft naast de 4 pijlers ook invulling aan de randvoorwaarden die geschetst zijn.
Met aanleg wordt bijgedragen aan de realisatie van een halfnatuurlijke laaglandrivier waarbinnnen de stroming en rivierdynamiek verbeterd wordt. De nevengeul past binnen de wettelijke kaders van waterveiligheid, Kaderrichtlijn Water, Natura 2000 en het NNN. Er worden geen natuurgebieden weggehaald, mogelijk worden natuurgebieden verlegd of aangepast. Er wordt met de nevengeul een bijdrage geleverd aan toekomstige klimaatscenario's en door de verbeterde stroming zal de waterkwaliteit naar alle waarschijnlijkheid ook verbeteren. Kortom, de aanleg van de nevengeul past binnen de visie die is opgesteld binnen het programma 'Ruimte voor de Vecht'. Regionaal Waterprogramma Overijssel 2022-2027 Het Regionaal Waterprogramma Overijssel is bedoeld als een concrete uitwerking van het regionaal waterbeleid binnen de Provincie Overijssel. Het Regionaal Waterprogramma is een verplicht programma in het kader van de Omgevingswet. Het strategische waterbeleid (de beleidshoofdlijnen) is opgenomen in de Omgevingsvisie (actualisatie Omgevingsvisie Overijssel 2019/2020). Het Regionaal Waterprogramma is uitvoeringsgericht en bevat concrete maatregelen. Het provinciale waterbeleid in Omgevingsvisie en Regionaal Waterprogramma vormt tezamen het beleidsmatig kader voor alle regionale oppervlaktewateren en het regionaal grondwater, en daarmee het regionaal waterbeheer.
Het plangebied ligt binnen het grondwaterlichaam 'Zand Rijn-Oost'. Dit grondwaterlichaam strekt zich uit van de oostelijke bekkenrand tot de Veluwe stuwwal in het westen, de Rijnvallei in het zuiden en het centrum van het Drents Plateau in het noorden. Daarnaast wordt het plangebied getypeerd als buitendijks gebied en overstroombaar gebied. De beoogde ontwikkeling draagt bij aan de kwaliteit en kwantiteit van de waterlichamen. Conclusie regionaal beleid Het plan is een uitwerking van het samenwerkingsprogramma Ruimte voor de Vecht en voldoet aan de vereisten uit het Waterbeheerplan van waterschap Vechtstromen. In dit plan wordt de nadruk gelegd op het stimuleren van meer stroming en rivierdynamiek door aanleg en verbetering van nevengeulen. Het planvoornemen voldoet tevens aan de uitgangspunten van het regionaal Waterprogramma Overijssel 2022-2027.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Nevengeul De Haandrik - Gramsbergen | PAGINA 21
3.5
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Landstad Hardenberg Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een nieuwe omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. Deze omgevingsvisie is samengesteld met participatie van vele stakeholders uit allerlei sectoren. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. Hierin is de functie voor de hele regio verder uitgebouwd. De rode draad in de gemeente is als volgt: De gemeente en samenleving zijn verbonden. De Hardenbergers hebben altijd de blik naar buiten. Ze zien voortdurend kansen. Door een goede samenwerking tussen inwoners, overheid en bedrijfsleven benutten we de kansen die zich voordoen. De gemeente speelt in op toekomstige veranderingen, veert mee, verbindt en investeert waar nodig. De kernen zijn onderling sterk verbonden. Platteland en stad raken steeds meer verweven. De gemeente combineert de kracht van het platteland met een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Voor een grensgemeente is dat een unieke prestatie. De gemeente zoekt de regionale verbinding. Hardenberg is onderdeel van de regio Zwolle. Daarnaast zijn er sterke verbindingen met Twente en Drenthe. Hardenberg staat voor grote uitdagingen. Een groeiende bevolking en economie zijn voor een grensregio niet vanzelfsprekend. Integendeel.
Dit vraagt om blijvende inspanningen en investeringen. De gemeente wil de kwaliteiten van het buitengebied versterken door stedelijke elementen aan te brengen. Tegelijkertijd blijft de gemeente werken aan het binnenstedelijk woon- en leefklimaat met vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart. Per opgave kiest de gemeente het juiste schaalniveau voor de aanpak en samenwerking. De gemeente gaat ‘spelen met schalen’. De gemeente staat voor een nieuwe schaalsprong. Om deze schaalsprong te kunnen maken zijn vier uitgangspunten opgesteld 1. De groei vasthouden en doortrekken 2. Kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker 3. Ruimte als troefkaart 4. Bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden Voor het Vechtdal geldt dat ontwikkelingen zich richten op een vitale landbouw en vitale vakantieparken in samenhang met ontwikkelingen die bijdragen aan biodiversiteit en klimaatadaptatie. Er wordt ingezet op een klimaatrobuust landschap, een krachtige natuur en een aantrekkelijke leefomgeving. De Vecht is de verbindende kracht van de gemeente. Met de aanleg van de nevengeul wordt invulling gegeven aan de kwalitatieve bijdrage van de Vechtdal omgeving. Door het aanleggen van een nevengeul wordt de Vecht water- en klimaat robuuster. Hiermee past het planvoornemen binnen de uitgangspunten van omgevingsvisie Landstad Hardenberg.
Conclusie Het planvoornemen voldoet aan de uitgangspunten gesteld in de omgevingsvisie Landstad Hardenberg. Visienota Buitengebied en ontwikkelingsvisie Gramsbergen en omgeving De gemeente Hardenberg heeft in 2006 de Visienota Buitengebied vastgesteld. In deze visie zijn de hoofddoelen van het ruimtelijk beleid van de gemeente Hardenberg voor het buitengebied verwoord: Het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit (de eigen identiteit). Ruimte scheppen voor ruimtevragende functies (duurzaam en efficiënt) en,
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Nevengeul De Haandrik - Gramsbergen | PAGINA 22
Het vergroten van de leefbaarheid op het platteland. Deze hoofddoelen zijn later in het proces per gebied en per thema uitgewerkt in Landschap-Identiteit-Kaarten (LIK's) en ontwikkelingsvisies. In de Visienota is verder opgenomen dat de gemeente ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijke gebied wil stimuleren en dat het versterken van de ruimtelijke kwaliteit hierbij een belangrijke randvoorwaarde is. In de Visienota is ruimtelijke kwaliteit gedefinieerd als 'eigen identiteit'. In de Visienota Buitengebied worden, op een grof niveau, gebiedskenmerken beschreven en ontwikkelingsrichtingen aangegeven. Dit is in de LIK’s en de Ontwikkelingsvisie verder uitgewerkt. De uitwerking vindt plaats per landschapstype (= deelgebied). De LIK’s geven daardoor een goed beeld van de bestaande situatie. Bij de gebiedskenmerken is een onderscheid gemaakt tussen visuele dragers, dus dat wat je ziet (bebouwing, verkaveling, beplanting, grondgebruik en dergelijke) en niet visuele dragers, dus dat wat je niet ziet (geur). De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij het sturen op ruimtelijke kwaliteit, omdat ze bepalend zijn voor de manier waarop nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden ingepast. Het plangebied is gelegen binnen het landschaptype 'Beekdallandschap'.
Figuur 8: Uitsnede Beekdallandschap kaart Ontwikkelingsvisie Gramsbergen Het beekdallandschap wordt gekenmerkt door onderstaande ruimtelijke kwaliteiten: Open stroomgebied Vecht; Oude meanders Vecht; Verspreidliggende spaarzame bebouwing (ruilverkavelingsboerderijen); Kronkelige, smalle wegen; Verspreid liggende bosjes, wegbeplanting, houtwallen. Om deze huidige ruimtelijke kwaliteiten te versterken zijn er ontwikkelingsvisies vastgelegd. Deze worden vervolgens in het beleid omgezet in maatregelen. De aanleg van de nevengeul draagt bij aan de volgende ontwikkelingsvisies: bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Nevengeul De Haandrik - Gramsbergen | PAGINA 23
1. Ontwikkelen Vecht tot een natuurlijker watersysteem; 2. Toename van de biodiversiteit in Vechtdal (aaneengesloten structuur van natuurgebieden) 3. Optimale waterhuishouding (vasthouden water, handhaving en verbetering waterkwaliteit) Met de aanleg van de nevengeul wordt de stroming van de Vecht verbeterd. De nevengeul vangt een hoogteverschil op van twee meter. Daardoor is de stroomsnelheid divers en ontstaat er variatie door de verplaatsing van zand. Dit zorgt voor een natuurlijker watersysteem. Het gebied om de nevengeul wordt ingericht als natuur/extensieve landbouw en biedt kansen voor onder meer stroomdalgrasland en het ontwikkelen van begroeide natuurvriendelijke oevers. De functies die met het planvoornemen zullen worden vervuld, zijn voornamelijk waterhuishoudelijk van aard in combinatie met extensieve landbouw en natuur. Samen vormt dit een basiskwaliteit voor de natuur. In dit deel kan een grote bijdrage aan het verhogen van de biodiversiteit geleverd worden. Met name het beheer is bepalend voor de natuurwaarden die behaald kunnen worden. Het planvoornemen zorgt voor een verbetering van het watersysteem en de natuur (inclusief biodiversiteit) in de omgeving Conclusie Het planvoornemen past en draagt bij aan de uitgangspunten van visienota Buitengebied en ontwikkelingsvisie Gramsbergen en omgeving.
Vechtrijk Gramsbergen In 2007 hebben de gebiedspartners rond de Vecht, waaronder waterschap Vechtstromen, de gemeente Hardenberg en de provincie Overijssel, het programma ‘Ruimte voor de Vecht’ gestart met als doelen waterveiligheid, een sociaaleconomisch impuls en het integraal realiseren van de natuuropgaven. De kern van het programma bestond uit het omvormen van de Vecht tot een veilige, half natuurlijke laaglandrivier. De visie Vechtrijk Gramsbergen geeft richting aan de vervolgprojecten binnen het programma 'Ruimte voor de Vecht' ter hoogte van Gramsbergen. De Vecht bij Gramsbergen, tussen de Haandrik en Baalder, is nog vrijwel onveranderd sinds die in de vorige eeuw werd gekanaliseerd. De gemeente Hardenberg en waterschap Vechtstromen hebben als partners van Ruimte voor de Vecht het initiatief genomen om een integrale herinrichting voor te bereiden voor de Vecht bij Gramsbergen. In het voorjaar van 2018 is een verkenning uitgevoerd naar de financiële en bestuurlijke haalbaarheid. Het plangebied maakt deel uit van de Herinrichting van het projectgebied Noord. In het noordelijke deel dient rondom de stuw De Haandrik een meestromende nevengeul gerealiseerd te worden. Deze nevengeul ligt ruim tussen de Vecht en de dijk waarop het spoor ligt.
Het is een geul die zoveel mogelijk landschappelijk wordt ingepast, maar zal worden voorzien van een kunstwerk ten behoeve van een goede waterverdeling. De nevengeul zal een watergang worden met een bochtige vormgeving met steile oevers in de buitenbochten en zeer flauwe oevers in de binnenbochten. De nevengeul vangt een hoogteverschil op van twee meter. Daardoor is de stroomsnelheid divers. Er ontstaat variatie door de verplaatsing van zand. Het gebied om de nevengeul wordt ingericht als natuur/extensieve landbouw en biedt kansen voor onder meer stroomdalgrasland en het ontwikkelen van begroeide natuurvriendelijke oevers. In het vervolg dient aandacht te zijn voor een scheiding van rust en recreatie om deze voor beide optimaal in te richten. Uitzonderlijke cultuurhistorische- en waterbouwkundige waarden van het noordelijke gebied, zoals stuw De Haandrik en de plek van het kasteel Huis van Gramsbergen, zijn zichtbaar voor passanten en Gramsbergers. Hiermee is het planvoornemen deel van de visie Vechtrijk Gramsbergen.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Nevengeul De Haandrik - Gramsbergen | PAGINA 24
Conclusie Met het beoogd planvoornemen wordt invulling gegeven aan de visie en uitgangspunten van 'Vechtrijk Gramsbergen. Waterplan Hardenberg In 2008 is het Waterplan van de gemeente Hardenberg vastgesteld. Dit gemeentelijke waterplan is in samenwerking met de provincie, vier waterschappen en betrokken maatschappelijke organisaties tot stand gekomen. Het plan omschrijft hoe de gemeente en waterschappen omgaan met het water. Voor enkele jaren zijn er concrete maatregelen beschreven, maar het plan omvat ook een toekomstvisie 2020. De uiteindelijke doelen van het waterplan gemeente Hardenberg zijn: Afstemming beleid en verdiepen van de samenwerking; Oplossen waterproblemen en benutten van waterkansen; Voldoen aan nieuw beleid en regelgeving; Vastleggen wateropgave voor het stedelijke en landelijke gebied. De gemeente is niet alleen verantwoordelijk voor de inzameling en transport van afvalwater, maar ze werkt ook mee aan de opvang van water in woongebieden, kwaliteit van water en recreatieve mogelijkheden. Water krijgt een steeds belangrijker rol toegediend bij de inrichting van de openbare ruimte. Daarom is een goede samenwerking tussen waterschappen en de gemeente van groot belang, waarbij kansen voor meervoudig ruimtegebruik benut kunnen worden. Uiteindelijk richt het Waterplan Hardenberg zich op de maatregelen voor waterveiligheid en kwantiteit, waterkwaliteit en beleving.
Het waterplan ziet met name kansen voor het Vechtdal. Door een halfnatuurlijke laagland rivier te realiseren ontstaan er mogelijkheden voor waterberging, natuurontwikkeling en recreatie. Tevens is in het waterplan de visie opgenomen om beleefbaarheid van de Vecht in Hardenberg en Gramsbergen te vergroten. Door het treffen van maatregelen raken de steden meer gericht op de Vecht. Hierdoor neemt de ruimtelijke kwaliteit van het stedelijk gebied toe en worden de bewoners meer betrokken bij de rivier. De realisatie van de nevengeul draagt bij aan deze ruimtelijke kwaliteit. Conclusie De beoogde ontwikkeling sluit aan op de uitgangspunten van het waterplan Hardenberg. Conclusie gemeentelijk beleid Het plan past binnen het gemeentelijk beleid. Het planvoornemen zorgt voor een verbetering van het watersysteem, de ruimtelijke kwaliteit en de natuur (inclusief biodiversiteit) in de omgeving.