Toelichting "Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere"
Tekst van het document
Bouwregels
5.2.1
Toegestane bouwwerken binnen bouwvlakken
Binnen elk bouwvlak op de gronden als bedoeld in artikel 5.1 mogen uitsluitend worden gebouwd: a. (bedrijfs)gebouwen behorend bij de onder artikel 5.1 toegestane functies; b. binnen elk bouwvlak het bestaande aantal bedrijfswoningen met bijbehorende bouwwerken, tenzij anders op de verbeelding is aangegeven; c. andere bouwwerken, waaronder begrepen mestplaten, mestsilo's en kuilvoerplaten. 5.2.2
Toegestane (bouw)werken buiten bouwvlakken
Buiten bouwvlakken mogen uitsluitend worden gebouwd: a. andere (bouw)werken, waaronder tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, met uitzondering van bouwwerken voor de opslag van mest en zonnecollectoren; b. kuilvoerplaten, sleufsilo's en mestplaten binnen een afstand van 75 m van het bouwvlak en minimaal 1 m achter de voorgevelrooilijn; c. mestbassins, uitsluitend in de vorm van foliebassins met bijbehorende omheining; d. schuilgelegenheden tot een oppervlakte van maximaal 15 m2 per schuilgelegenheid en met een maximum van 1 schuilgelegenheid per één hectare bij elkaar behorende grond. 5.2.3
Bouwen
Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in artikel 5.2.1 en 5.2.2, gelden de volgende bepalingen: a. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m3 of niet meer dan de bestaande inhoud indien deze meer dan 750 m3 bedraagt; b. de gezamenlijke oppervlakte van de bij de bedrijfswoning behorende bijgebouwen en overkappingen mag niet meer dan:
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 83
1. 100 m2 bedragen of niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze meer dan 100 m2 bedraagt; 2. 150 m2 bedragen indien het een bedrijfswoning betreft ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'; c. de oppervlakte van foliebassins buiten het bouwvlak mag per agrarisch bedrijf niet meer bedragen dan 750 m2; d. voor de goothoogte, bouwhoogte en dakhelling van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: bouwwerken max. max. min. goothoogte bouwhoogte dakhelling bedrijfsgebouwen(1) 4m 10 m 18° aanbouwen aan bedrijfsgebouwen 3,5 m bedrijfswoningen 3,5 m 10 m 30° bijgebouwen 3m 6m 18° overkappingen 3,5 m bouwwerken voor mestopslag 10 m voedersilo's 20 m erf- of perceelafscheidingen op ten minste 1 2m m achter de voorgevelrooilijn binnen bouwvlakken overige erf- of perceelafscheidingen 1m overige andere bouwwerken binnen 10 m bouwvlakken schuilgelegenheden buiten bouwvlakken 2,5 m 4m 18° sleufsilo's, kuilvoerplaten en mestplaten 1,5 m buiten bouwvlakken foliebassins met bijbehorende omheining 2m buiten bouwvlakken overige andere bouwwerken buiten 3m bouwvlakken (1)de maximale goothoogte en minimale dakhelling gelden niet voor technische installaties die verbonden zijn met en onderdeel uitmaken van bedrijfsgebouwen. e.
een bouwwerk dat afwijkt van het bepaalde onder d en op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan aanwezig is of gebouwd kan worden krachtens een vergunning voor bouwen, is toegestaan en mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, geheel of gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; f. in voorkomend geval artikel 31.1 en 31.2 (Afstanden tot water en wegen); g. de oppervlakte van stikstofemitterende bouwwerken mag per agrarisch bedrijf ten hoogste de ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan aanwezige oppervlakte bedragen, met dien verstande dat een groter oppervlakte of wijziging aan stikstofemitterende bouwwerken is toegestaan indien er geen sprake is van een toename van de ammoniakemissie resulterend in een hogere ammoniakdepositie op beschermde natuurgebieden. 5.2.4
Bouwregels plattelandswoning
Voor een bedrijfswoning die aangeduid is als plattelandswoning gelden dezelfde bouwregels, dezelfde mogelijkheden om af te wijken van de bouwregels en dezelfde wijzigingsbevoegdheden als voor een bedrijfswoning. 5.2.5
Bouwregels windturbines
Voor het bouwen van windturbines binnen een bouwvlak als bedoeld in artikel 5.2.1 gelden de volgende regels: h. windturbines zijn niet toegestaan in het beschermd stads- en dorpsgezicht; i. windturbines worden binnen het bouwvlak gerealiseerd; j. per agrarisch bedrijf mogen ten hoogste 2 windturbines worden gebouwd; k. de maximale tiphoogte van een windturbine bedraagt 25 meter;
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 84
l.
windturbines zijn niet toegestaan binnen: 1. 20 meter vanaf de bestemming Leiding - Gas, tenzij de netbeheerder instemt met een kortere afstand; 2. ten minste de maximale werpafstand bij tweemaal het nominaal toerental van de windturbine vanaf de bestemming Leiding - Hoogspanning tenzij de netbeheerder instemt met een kortere afstand.
5.2.6
Bepalen inhoud bouwwerk
De inhoud van een bouwwerk waarvoor in artikel 5.2.3 een maximale inhoudsmaat is vastgelegd, dient bepaald te worden overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.5. 5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1
Nieuwe stalconcepten
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.2.3 onder d, voor het bouwen van bedrijfsgebouwen met afwijkende maatvoering mits: a. de maximale bouwhoogte niet meer bedraagt dan 12 m; b. de inpassing op het erf en in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan. 5.3.2
Tweede bedrijfswoning
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.2.1 onder b, voor het bouwen van een tweede bedrijfswoning binnen het bouwvlak, mits : a. de noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering is aangetoond; b. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of van de functie van aangrenzende bestemmingen; c. de geluidsbelasting vanwege een weg of spoorweg op geen van de gevels de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder overschrijdt; d. de bedrijfswoning vanuit milieuoogpunt toelaatbaar is; e. de inpassing op het erf en in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan; f. het bepaalde in artikel 5.2.3 in acht wordt genomen. g. dit niet leidt tot meer dan twee (bedrijfs- of plattelands)woningen. 5.3.3
Hogere goot- en bouwhoogte bedrijfsgebouwen
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.2.3 onder d, voor een hogere maximale goot- en bouwhoogte voor bedrijfsgebouwen tot respectievelijk maximaal 6 meter en 12 meter, mits: a. de inpassing in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan; b. het bedrijfsgebouw niet leidt tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en/of het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden. 5.3.4
Kleinere dakhelling gebouwen
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.2.3 onder d, voor het toestaan van een kleinere dakhelling van gebouwen, mits: a. het oppervlak waarvoor een kleinere dakhelling voor bedrijfs- en bijgebouwen wordt toegestaan niet groter is dan 15% van het totale oppervlak van het gebouw; b. het oppervlak waarvoor een kleinere dakhelling voor een bedrijfswoning wordt toegestaan niet groter is dan 30 m2; c. een kleinere dakhelling past binnen de aard, schaal en het beeld van het perceel. 5.3.5
Vergroten inhoud bedrijfswoning
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.2.1 onder a voor het vergroten van de inhoud van de woning tot maximaal 900 m3, mits de inpassing op het erf en in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan. 5.3.6
Hogere bouwhoogte sleufsilo's en kuilvoerplaten
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 85
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.2.3 onder d, voor een hogere maximale bouwhoogte voor sleufsilo's en kuilvoerplaten buiten bouwvlakken tot maximaal 2 meter, mits de inpassing in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan. 5.3.7
Plattelandswoning
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.1 onder a en artikel 5.4, voor het gebruiken van een bedrijfswoning door een derde voor wonen. 5.4
Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. wonen in een woning, anders dan ten behoeve van een huishouding, met dien verstande dat een huishouden wel mag worden aangevuld met een huishouding in verband met dringende sociale, verzorgings- of sociaal-economische redenen; b. het gebruik van gronden en bouwwerken voor niet-agrarische bedrijfsactiviteiten, anders dan genoemd in de bestemmingsomschrijving; c. het gebruik van gronden buiten het bouwvlak als paardenbak. 5.4.1
Gebruiksregels boerderijkamers
Het gebruik van boerderijkamers is alleen toegestaan met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de boerderijkamers mogen alleen worden gevestigd in een voormalige boerderij; b. de gezamenlijke vloeroppervlakte van de boerderijkamers mag niet meer bedragen dan 100 m2 of niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze meer dan 100 m2 bedraagt; c. de aanwezigheid van de boerderijkamers mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; d. het aantal slaapplaatsen mag niet meer bedragen dan 15; e. vrijstaande appartementen/huisjes zijn niet toegestaan, er dienen meerdere boerderijkamers per bedrijfsgebouw gevestigd te zijn; f. het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. 5.4.2
Niet-agrarische nevenactiviteiten
Het gebruik van de gronden en gebouwen voor niet-agrarische nevenactiviteiten, zoals bedoeld in artikel 5.1 onder c heeft betrekking op nevenactiviteiten in de vorm van ambachtelijke bedrijvigheid in categorie 1 en 2 van de bijlage 7 Staat van Bedrijfsactiviteiten, ofwel hiermee, wat betreft het leefklimaat, vergelijkbare bedrijven, detailhandel, zakelijke dienstverlening en recreatieve activiteiten, waaronder boerderijkamers, of daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid en met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de nevenactiviteit vindt plaats binnen de bestaande bebouwing; b. detailhandel is alleen mogelijk voor zover het ter plaatse voortgebrachte of streekeigen producten betreft; c. het parkeren dient binnen het eigen erf plaats te vinden. 5.4.3
Gebruiksregels bed and breakfast
Het gebruik voor bed and breakfast is alleen toegestaan met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de bed and breakfast voorziening mag in de woning en in maximaal één bijgebouw worden gevestigd; b. de gezamenlijke vloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m2 of niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze meer dan 100 m2 bedraagt ; c. de bed and breakfast voorziening mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; d. het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden.
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 86
5.4.4
Gebruiksregels plattelandswoning
Voor een bedrijfswoning die aangeduid is als plattelandswoning gelden dezelfde gebruiksregels als voor een bedrijfswoning, met dien verstande dat, in afwijking van artikel 5.4 onder b, tevens een aan-huis-gebonden beroep is toegestaan. De uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen is alleen toegestaan met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de aan-huis-gebonden activiteiten voor het beroep mogen uitsluitend inpandig worden verricht; b. de vloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m2 of niet meer dan de bestaande oppervlakte, indien deze meer dan 100 m2 bedraagt; c. degene die de gebruiker is van de woning moet ook degene zijn die het aan-huisgebonden beroep uitoefent; d. er mag geen detailhandel plaatsvinden, behoudens ondergeschikte verkoop, in direct verband met het aan-huis-gebonden beroep; e. het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. 5.5
Afwijken van de gebruiksregels
5.5.1
Niet-agrarische bedrijfsactiviteiten
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.1 onder c en artikel 5.4, voor het toevoegen van niet-agrarische (bedrijfs)activiteiten aan een agrarisch bedrijf, in gebouwen, onder voorwaarde dat de toegevoegde activiteiten uitsluitend betrekking hebben op: 1. sociale, culturele, maatschappelijke, dag- en verblijfsrecreatieve en educatieve functies; 2. zorgfuncties zoals een zorgboerderij; 3. bedrijven in categorie 1 en 2 van bijlage 7 Staat van Bedrijfsactiviteiten, ofwel hiermee, wat betreft het leefklimaat, vergelijkbare bedrijven; 4. internetwinkels, al dan niet in combinatie met de opslag van goederen. Met inachtneming van de volgende bepalingen: a. als de niet-agrarische (bedrijfs)activiteiten plaatsvinden binnen bestaande gebouwen, dan mag het brutovloeroppervlak niet meer bedragen dan 300 m2; b. als het brutovloeroppervlak voor niet-agrarische (bedrijfs)activiteiten meer dan 300 m2 bedraagt en/of de niet-agrarische (bedrijfs)activiteiten in één of meer nieuwe gebouwen plaatsvinden, dan zijn deze activiteiten uitsluitend toegestaan als de inpassing in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan; c. bij internetwinkels mag de opslag van goederen, in afwijking van het onder b. bepaalde, uitsluitend plaatsvinden in bestaande gebouwen met inachtneming van het onder a. bepaalde; d.
de agrarische bedrijfsvoering moet de hoofdactiviteit blijven; e. detailhandel, anders dan via een internetwinkel, is uitsluitend toegestaan, als deze ondergeschikt is aan de onder 1, 2 en 3 genoemde activiteiten; f. er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of van de functie van aangrenzende bestemmingen; g. in vergelijking met de bij recht toegestane functies mag geen onevenredig grotere verkeersbelasting op aangrenzende wegen en paden plaatsvinden; h. het parkeren dient binnen het eigen erf plaats te vinden; i. er mag geen opslag van goederen in de openlucht plaatsvinden; j. de (bedrijfs)activiteiten moeten vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn; k. het gebruik dient qua aard en schaal te passen bij de specifieke kwaliteiten en schaal van de omgeving, met name op het gebied van visuele aspecten, zoals reclameuitingen en technische installaties.
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 87
5.6
Wijzigingsbevoegdheid
5.6.1
Wijzigingsbevoegdheid herbegrenzing bouwvlak
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan zodanig te wijzigen dat een in de verbeelding aangegeven bouwvlak wordt herbegrensd, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de naar de weg gekeerde bouwgrens mag niet worden overschreden; b. de herbegrenzing mag ten hoogste 25 m bedragen; c. de oppervlakte van het bouwvlak mag niet worden vergroot; d. de noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering moet worden aangetoond; e. de herbegrenzing moet vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn; f. er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of van de functie van aangrenzende bestemmingen; g. inpassing van het erf in het landschap moet op zorgvuldige wijze plaats vinden, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan. 5.6.2
Wijzigingsbevoegdheid vergroting bouwvlak
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan zodanig te wijzigen dat een in de verbeelding aangegeven bouwvlak wordt vergroot, waarbij artikel 5.2.3 onder g van deze planregels van overeenkomstige toepassing is en met inachtneming van de volgende bepalingen: a. per geval dient de noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering te zijn aangetoond; b. de vergroting van het bouwvlak mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of van de functie van aangrenzende bestemmingen; c. de oppervlakte van een bouwvlak mag door het wijzigen tot een maximale oppervlakte van 1,5 ha worden vergroot; d. het wijzigen dient zo te geschieden dat de inpassing van het erf in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan; e. voor zover de nieuwe activiteiten zijn gelegen in een intrekgebied, mag er geen verslechtering optreden van de grondwaterkwaliteit en mag er geen vergroting van het risico op verontreiniging van het grondwater plaatsvinden; f. de vergroting van het bouwvlak moet vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn; g.
de belangen van de waterveiligheid van de regionale waterkeringen die zijn aangegeven op de kaart regionale waterkeringen, zoals genoemd in artikel 4.2.1 van de Omgevingsverordening Overijssel, zijn primair ten opzichte van het belang van het vergroten van het bouwvlak; h. ter plaatse van de vergroting van het bouwvlak, dient de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - voorwaarden wijzigingsplan" opgenomen te worden op de verbeelding; i. in voorkomend geval artikel 31.1 en 31.2 (Afstanden tot water en wegen). 5.6.3
Wijzigingsbevoegdheid natuurontwikkeling
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan zodanig te wijzigen, dat op de gronden als bedoeld in artikel 5.1, de bestemming wordt gewijzigd in: Natuur - Essen- en hoevenlandschap; Groen - Landschapselement; Water. Het wijzigen mag uitsluitend geschieden ten aanzien van gronden waarvan vaststaat dat: a. daarop de agrarische bedrijvigheid is of zal worden beëindigd, b. de functie van aangrenzende, niet bij het bedrijf behorende gronden en bebouwing niet onevenredig wordt belemmerd, c. daar natuurontwikkeling zal plaatsvinden of heeft plaatsgevonden; d. de gerechtigden ten aanzien van de betreffende gronden daarmee instemmen.
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 88
5.6.4
Wijzigingsbevoegdheid wonen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, indien is komen vast te staan dat binnen een bouwvlak geen agrarisch bedrijf meer is gevestigd, de bestemming binnen dat bouwvlak te wijzigen in de bestemming als bedoeld in artikel 19 (Wonen - Essen- en hoevenlandschap), met inachtneming van de volgende bepalingen; a. het bouwvlak wordt verwijderd; b. bestaande niet-agrarische nevenactiviteiten als bedoeld in artikel 5.1 en bestaande niet-agrarische bedrijfsactiviteiten als bedoeld in artikel 5.5.1 zijn toelaatbaar; c. alle bestaande gebouwen binnen het voormalig bouwvlak, met het bijbehorende erf, worden begrepen in één bestemmingsvlak met de bestemming Wonen - Essen- en hoevenlandschap; d. de overige gronden binnen het voormalig bouwvlak houden de betreffende agrarische bestemming; e. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bebouwing mogen door de wijziging niet onevenredig worden aangetast; f. de wijziging moet vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn; g. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan het bestaande aantal bedrijfswoningen; 5.6.5
Wijzigingsbevoegdheid wonen, met extra woning onder sloopvoorwaarde
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, indien is komen vast te staan dat binnen een bouwvlak geen agrarisch bedrijf meer is gevestigd, de bestemming binnen dat bouwvlak te wijzigen in de bestemming als bedoeld in artikel 19 (Wonen - Essen- en hoevenlandschap), en de bouw van een extra woning toe te staan, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. het bouwvlak wordt verwijderd; b. op de gronden binnen het voormalig bouwvlak is de bouw van één extra vrijstaande woning toegestaan, mits vooraf vaststaat dat binnen het betreffende bouwvlak alle landschapsontsierende voormalige bedrijfsgebouwen worden gesloopt, onder de volgende voorwaarden: 1. de te slopen landschapsontsierende bedrijfsgebouwen moeten een minimale gezamenlijke oppervlakte van 850 m2 hebben; 2. op geen van de gevels van de woning mag de geluidsbelasting vanwege een weg of spoorweg de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder overschrijden; c. om aan het onder b bepaalde te kunnen voldoen, mogen de oppervlakten van landschapsontsierende bedrijfsgebouwen van maximaal twee al gestopte of stoppende agrarische bedrijven bij elkaar worden opgeteld, onder de volgende voorwaarden: 1. op beide percelen dienen alle landschapsontsierende voormalige bedrijfsgebouwen te worden gesloopt en moet zijn verzekerd dat geen herbouw daarvan kan plaatsvinden; 2.
het is niet toegestaan om een eventueel surplus van 850 m2 aan te wenden om elders aan de minimaal benodigde te slopen oppervlakte van 850 m2 te komen; d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bebouwing mogen door de wijziging niet onevenredig worden aangetast; e. de wijziging moet vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn; f. het wijzigen dient zo te geschieden dat de inpassing van de erven in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan.
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 89
5.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.7.1
Vergunningplicht
Behoudens het bepaalde in artikel 5.7.2, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de hierna aangegeven gronden de daarbij aangegeven werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. verlagen van de bodem en afgraven van gronden, tenzij daarvoor een vergunning is vereist volgens de Ontgrondingenwet, en het ophogen en egaliseren van de gronden; c. aanleggen en dempen van water; d. aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden. 5.7.2
Uitzonderingen vergunningplicht
Het in artikel 5.7.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van : a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. werken en werkzaamheden, waarmee rechtens is of mag worden begonnen ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; c. werken en werkzaamheden die worden uitgevoerd ter ontwikkeling van de aan het essen en hoevenlandschap eigen gebiedskenmerken; d. werken en werkzaamheden op en in gronden binnen agrarische bouwvlakken; e. kavelpaden, in- of uitritten en het verhogen en/of verlagen van de bodem ten behoeve van foliebassins, mestplaten, kuilvoerplaten en sleufsilo's; f. werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.7.1, onder b, voor zover het betreft het aanleggen van poelen. 5.7.3
Toelaatbaarheid werken en werkzaamheden
Werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.7.1, zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, een of meer waarden of functies van de in dit artikel bedoelde gronden, welke het plan beoogt te beschermen: - niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel; - de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 90
Artikel 6 6.1
Agrarisch met waarden - Open veenontginningslandschap
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch met waarden - Open veenontginningslandschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van één agrarisch bedrijf, uitgezonderd glastuinbouw, met dien verstande dat per bouwvlak slechts één agrarisch bedrijf is toegestaan; b. de instandhouding van de sterke gebiedskenmerken van het open veenontginningslandschap, welke per (deel)gebied zijn beschreven in de tabellen van de Landschap Identiteit Kaarten (LIK's), die als bijlage 5 en 6 onderdeel uitmaken van de regels; met daaraan ondergeschikt: c. niet-agrarische nevenactiviteiten tot een maximum van 100 m2 brutovloeroppervlak, of de bestaande oppervlakte, indien deze meer dan 100 m2 bedraagt; d. bed and breakfast; e. statische opslag in bestaande gebouwen; f. voorzieningen voor extensieve openluchtrecreatie; en tevens voor: g. watergangen en waterpartijen, met bijbehorende waterhuishoudkundige voorzieningen; h. (aanpassingen aan) bestaande verkeersvoorzieningen en nutsvoorzieningen; i. behoud en ontwikkeling van de waterveiligheid van de regionale waterkeringen die zijn aangegeven op de kaart regionale waterkeringen zoals genoemd in artikel 4.2.1 van de Omgevingsverordening Overijssel; de belangen van de waterveiligheid zijn primair ten opzichte van de belangen van de andere toegestane functies; j. hobbymatige agrarische activiteiten. 6.2
Bouwregels
6.2.1
Toegestane bouwwerken binnen bouwvlakken
Binnen elk bouwvlak op de gronden als bedoeld in artikel 6.1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. (bedrijfs)gebouwen behorend bij de onder artikel 6.1 toegestane functies; b. binnen elk bouwvlak het bestaande aantal bedrijfswoningen met bijbehorende bouwwerken, tenzij anders op de verbeelding is aangegeven; c. andere bouwwerken, waaronder begrepen mestplaten, mestsilo's en kuilvoerplaten. d. windturbines Voor zover een bouwvlak is voorzien van de aanduiding "opslag" is uitsluitend bebouwing in de vorm van een mestsilo, ten dienste van een agrarisch bedrijf, toegestaan. 6.2.2
Toegestane (bouw)werken buiten bouwvlakken
Buiten bouwvlakken mogen uitsluitend worden gebouwd: a. andere (bouw)werken, waaronder tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, met uitzondering van bouwwerken voor de opslag van mest en zonnecollectoren; b. kuilvoerplaten, sleufsilo's en mestplaten binnen een afstand van 75 m van het bouwvlak en minimaal 1 m achter de voorgevelrooilijn; c. mestbassins, uitsluitend in de vorm van foliebassins met bijbehorende omheining. Voor tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen gelden de volgende bepalingen: d. deze zijn alleen toegestaan tijdens de periode 1 maart t/m 30 november, voor een maximale duur van 7 maanden per kalenderjaar; e. de afstand tot aangrenzende woonbestemmingen dient mimimaal 10 m te bedragen, voor zover de teeltondersteunende voorziening hoger is dan 1,5 m. 6.2.3
Bouwen
Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in artikel 6.2.1 en 6.2.2, gelden de volgende bepalingen:
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 91
a. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m3 of niet meer dan de bestaande inhoud indien deze meer dan 750 m3 bedraagt; b. de gezamenlijke oppervlakte van de bij de bedrijfswoning behorende bijgebouwen en overkappingen mag niet meer dan 100 m2 bedragen of niet meer dan: 1. de bestaande oppervlakte indien deze meer dan 100 m2 bedraagt; 2. 150 m2 indien het een bedrijfswoning betreft ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'; c. de oppervlakte van foliebassins buiten het bouwvlak mag per agrarisch bedrijf niet meer bedragen dan 750 m2; d. voor de goothoogte, bouwhoogte en dakhelling van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: bouwwerken max. max. min. goothoogte bouwhoogte dakhelling bedrijfsgebouwen(1) 6m 12 m bedrijfswoningen(2) 6m 10 m 30° bijgebouwen 3m 6m 18° overkappingen 4m bouwwerken voor mestopslag 10 m voedersilo's 20 m erf- of perceelafscheidingen op ten minste 1 2m m achter de voorgevelrooilijn binnen bouwvlakken overige erf- of perceelafscheidingen 1m overige andere bouwwerken binnen 12 m bouwvlakken sleufsilo's, kuilvoerplaten en mestplaten 2m buiten bouwvlakken foliebassins met bijbehorende omheining 2m buiten bouwvlakken overige andere bouwwerken buiten 3m bouwvlakken (1)de maximale goothoogte en minimale dakhelling gelden niet voor technische installaties die verbonden zijn met en onderdeel uitmaken van bedrijfsgebouwen.
(2)met dien verstande dat de bedrijfswoning voor maximaal 30 m2 van een platte afdekking mag worden voorzien. e. een bouwwerk dat afwijkt van het bepaalde onder d en op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan aanwezig is of gebouwd kan worden krachtens een vergunning voor bouwen is toegestaan en mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, geheel of gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; f. in voorkomend geval artikel 31.1 en 31.2 (Afstanden tot water en wegen); g. de oppervlakte van stikstofemitterende bouwwerken mag per agrarisch bedrijf ten hoogste de ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan aanwezige oppervlakte bedragen, met dien verstande dat een groter oppervlakte aan stikstofemitterende bouwwerken is toegestaan indien er geen sprake is van een toename van de ammoniakemissie. Een wijziging van stikstofemitterende bouwwerken is uitsluitend toegestaan voor zover deze niet leidt tot een toename van de ammoniakemissie. 6.2.4
Bouwregels plattelandswoning
Voor een bedrijfswoning die aangeduid is als plattelandswoning gelden dezelfde bouwregels, dezelfde mogelijkheden om af te wijken van de bouwregels en dezelfde wijzigingsbevoegdheden als voor een bedrijfswoning. 6.2.5
Bouwregels windturbines
Voor het bouwen van windturbines binnen een bouwvlak als bedoeld in artikel 6.2.1 gelden de volgende regels:
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 92
a. b. c. d. e.
windturbines zijn niet toegestaan in het beschermd stads- en dorpsgezicht; windturbines worden binnen het bouwvlak gerealiseerd; per agrarisch bedrijf mogen ten hoogste 2 windturbines worden gebouwd; de maximale tiphoogte van een windturbine bedraagt 25 meter; windturbines zijn niet toegestaan binnen: 1. 20 meter vanaf de bestemming Leiding - Gas, tenzij de netbeheerder instemt met een kortere afstand; 2. ten minste de maximale werpafstand bij tweemaal het nominaal toerental van de windturbine vanaf de bestemming Leiding - Hoogspanning, tenzij de netbeheerder instemt met een kortere afstand.
6.2.6
Bepalen inhoud bouwwerk
De inhoud van een bouwwerk waarvoor in artikel 6.2.3 een maximale inhoudsmaat is vastgelegd, dient bepaald te worden overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.5. 6.3
Afwijken van de bouwregels
6.3.1
Nieuwe stalconcepten
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.2.3 onder d, voor het bouwen van bedrijfsgebouwen met afwijkende maatvoering mits: a. de maximale bouwhoogte niet meer bedraagt dan 12 m; b. de inpassing op het erf en in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan. 6.3.2
Tweede bedrijfswoning
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.2.1, onder b voor het bouwen van een tweede bedrijfswoning binnen het bouwvlak, mits: a. de noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering is aangetoond; b. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of van de functie van aangrenzende bestemmingen; c. de geluidsbelasting vanwege een weg of spoorweg op geen van de gevels de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder overschrijdt; d. de bedrijfswoning vanuit milieuoogpunt toelaatbaar is; e. de inpassing op het erf en in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan; f. het bepaalde in artikel 6.2.3 in acht wordt genomen. g. dit niet leidt tot meer dan twee (bedrijfs- of plattelands)woningen. 6.3.3
Hogere goot- en bouwhoogte bedrijfsgebouwen
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.2.3 onder d, voor een hogere maximale goot- en bouwhoogte voor bedrijfsgebouwen tot respectievelijk maximaal 10 meter en 14 meter, mits: a. het bedrijfsgebouw past binnen de aard, schaal en het beeld van het perceel; b. het bedrijfsgebouw niet leidt tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en/of het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden. 6.3.4
Kleinere dakhelling gebouwen
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.2.3 onder d, voor het toestaan van een kleinere dakhelling van gebouwen, mits: a. het oppervlak waarvoor een kleinere dakhelling voor bedrijfs- en bijgebouwen wordt toegestaan niet groter is dan 15% van het totale oppervlak van het gebouw; b. een kleinere dakhelling past binnen de aard, schaal en het beeld van het perceel. 6.3.5
Vergroten inhoud bedrijfswoning
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.2.3 onder a, voor het vergroten van de inhoud van de woning tot 1.200 m3, mits de inpassing op het erf en in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan. 6.3.6
Hogere bouwhoogte sleufsilo's en kuilvoerplaten
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 93
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.2.3 onder d, voor een hogere maximale bouwhoogte voor sleufsilo's en kuilvoerplaten buiten bouwvlakken tot maximaal 2,5 meter, mits de inpassing in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt. 6.3.7
Plattelandswoning
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.1 onder a en artikel 6.4, voor het gebruiken van een bedrijfswoning door een derde voor wonen. 6.4
Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. wonen in een woning, anders dan ten behoeve van een huishouding, met dien verstande dat een huishouden wel mag worden aangevuld met een huishouding in verband met dringende sociale, verzorgings- of sociaal-economische redenen; b. het gebruik van gronden en bouwwerken voor niet-agrarische bedrijfsactiviteiten, anders dan genoemd in de bestemmingsomschrijving; c. het gebruik van gronden buiten het bouwvlak als paardenbak. 6.4.1
Gebruiksregels boerderijkamers
Het gebruik van boerderijkamers is alleen toegestaan met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de boerderijkamers mogen alleen worden gevestigd in een voormalige boerderij; b. de gezamenlijke vloeroppervlakte van de boerderijkamers mag niet meer bedragen dan 100 m2 of niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze meer dan 100 m2 bedraagt; c. de aanwezigheid van de boerderijkamers mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; d. het aantal slaapplaatsen mag niet meer bedragen dan 15; e. vrijstaande appartementen/huisjes zijn niet toegestaan, er dienen meerdere boerderijkamers per bedrijfsgebouw gevestigd te zijn; f. het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. 6.4.2
Niet-agrarische nevenactiviteiten
Het gebruik van de gronden en gebouwen voor niet-agrarische nevenactiviteiten, zoals bedoeld in artikel 6.1 onder c heeft betrekking op nevenactiviteiten in de vorm van ambachtelijke bedrijvigheid in categorie 1 en 2 van de bijlage 7 Staat van Bedrijfsactiviteiten, ofwel hiermee, wat betreft het leefklimaat, vergelijkbare bedrijven, detailhandel en zakelijke dienstverlening, of daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid en met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de nevenactiviteit vindt plaats binnen de bestaande bebouwing; b. detailhandel is alleen mogelijk voor zover het ter plaatse voortgebrachte of streekeigen producten betreft; c. het parkeren dient binnen het eigen erf plaats te vinden. 6.4.3
Gebruiksregels bed and breakfast
Het gebruik voor bed and breakfast is alleen toegestaan met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de bed and breakfast voorziening mag alleen in de woning worden gevestigd; b. de vloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m2 of niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze meer dan 100 m2 bedraagt; c. de bed and breakfast voorziening mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; d. het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden.
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 94
6.4.4
Gebruiksregels plattelandswoning
Voor een bedrijfswoning die aangeduid is als plattelandswoning gelden dezelfde gebruiksregels als voor een bedrijfswoning, met dien verstande dat, in afwijking van artikel 6.4 onder b, tevens een aan-huis-gebonden beroep is toegestaan. De uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen is alleen toegestaan met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de aan-huis-gebonden activiteiten voor het beroep mogen uitsluitend inpandig worden verricht; b. de vloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m2 of niet meer dan de bestaande oppervlakte, indien deze meer dan 100 m2 bedraagt; c. degene die de gebruiker is van de woning moet ook degene zijn die het aan-huisgebonden beroep uitoefent; d. er mag geen detailhandel plaatsvinden, behoudens ondergeschikte verkoop, in direct verband met het aan-huis-gebonden beroep; e. het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. 6.5
Afwijken van de gebruiksregels
6.5.1
Niet-agrarische bedrijfsactiviteiten
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.1 onder c en artikel 6.4, voor het toevoegen van niet-agrarische bedrijfsactiviteiten aan een agrarisch bedrijf, in gebouwen, onder voorwaarde dat de toegevoegde activiteiten uitsluitend betrekking hebben op: 1. sociale, culturele, maatschappelijke, dagrecreatieve en educatieve functies; 2. zorgfuncties, waarbij er sprake is van een verwevenheid tussen de zorgfunctie en het agrarisch bedrijf; 3. bedrijven in categorie 1 en 2 van bijlage 7 Staat van Bedrijfsactiviteiten, ofwel hiermee, wat betreft het leefklimaat, vergelijkbare bedrijven; 4. internetwinkels, al dan niet in combinatie met de opslag van goederen. Met inachtneming van de volgende bepalingen: a. als de niet-agrarische (bedrijfs)activiteiten plaatsvinden binnen bestaande gebouwen, dan mag het brutovloeroppervlak niet meer bedragen dan 300 m2; b. als het brutovloeroppervlak voor niet-agrarische (bedrijfs)activiteiten meer dan 300 m2 bedraagt en/of de niet-agrarische (bedrijfs)activiteiten in één of meer nieuwe gebouwen plaatsvinden, dan zijn deze activiteiten uitsluitend toegestaan als de inpassing in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan; c. bij internetwinkels mag de opslag van goederen, in afwijking van het onder b.
bepaalde, uitsluitend plaatsvinden in bestaande gebouwen met inachtneming van het onder a. bepaalde; d. de agrarische bedrijfsvoering moet de hoofdactiviteit blijven; e. detailhandel, anders dan via een internetwinkel, is uitsluitend toegestaan, als deze ondergeschikt is aan de onder 1, 2 en 3 genoemde activiteiten; f. er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of van de functie van aangrenzende bestemmingen; g. in vergelijking met de bij recht toegestane functies mag geen onevenredig grotere verkeersbelasting op aangrenzende wegen en paden plaatsvinden; h. het parkeren dient binnen het eigen erf plaats te vinden; i. er mag geen opslag van goederen in de open lucht plaatsvinden; j. de (bedrijfs)activiteiten moeten vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn; k. het gebruik dient qua aard en schaal te passen bij de specifieke kwaliteiten en schaal van de omgeving, met name op het gebied van visuele aspecten, zoals reclameuitingen en technische installaties.
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 95
6.6
Wijzigingsbevoegdheid
6.6.1
Wijzigingsbevoegdheid herbegrenzing bouwvlak
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan zodanig te wijzigen dat een in de verbeelding aangegeven bouwvlak wordt herbegrensd, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de naar de weg gekeerde bouwgrens mag niet worden overschreden; b. de herbegrenzing mag ten hoogste 25 m bedragen; c. de oppervlakte van het bouwvlak mag niet worden vergroot; d. de noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering moet worden aangetoond; e. de herbegrenzing moet vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn; f. er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of van de functie van aangrenzende bestemmingen; g. inpassing van het erf in het landschap moet op zorgvuldige wijze plaats vinden, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan. 6.6.2
Wijzigingsbevoegdheid vergroting bouwvlak
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan zodanig te wijzigen dat een in de verbeelding aangegeven bouwvlak wordt vergroot, waarbij artikel 6.2.3 onder g van deze planregels van overeenkomstige toepassing is en met inachtneming van de volgende bepalingen: a. per geval dient de noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering te zijn aangetoond; b. de vergroting van het bouwvlak mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of van de functie van aangrenzende bestemmingen; c. de oppervlakte van een bouwvlak mag door het wijzigen tot een maximale oppervlakte van 1,5 ha worden vergroot; d. het wijzigen dient zo te geschieden dat de inpassing van het erf in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan; e. de vergroting van het bouwvlak moet vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn; f. de belangen van de waterveiligheid van de regionale waterkeringen die zijn aangegeven op de kaart regionale waterkeringen, zoals genoemd in artikel 4.2.1 van de Omgevingsverordening Overijssel, zijn primair ten opzichte van het belang van het vergroten van het bouwvlak; g. ter plaatse van de vergroting van het bouwvlak dient de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - voorwaarden wijzigingsplan" opgenomen te worden op de verbeelding; h.
in voorkomend geval artikel 31.1 en 31.2 (Afstanden tot water en wegen). 6.6.3
Wijzigingsbevoegdheid natuurontwikkeling
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan zodanig te wijzigen, dat op de gronden als bedoeld in artikel 6.1, de bestemming wordt gewijzigd in: Groen - Landschapselement; Water. Het wijzigen mag uitsluitend geschieden ten aanzien van gronden waarvan vaststaat dat: a. daarop de agrarische bedrijvigheid is of zal worden beëindigd; b. de functie van aangrenzende, niet bij het bedrijf behorende gronden en bebouwing niet onevenredig wordt belemmerd; c. daar natuurontwikkeling zal plaatsvinden of heeft plaatsgevonden; d. de gerechtigden ten aanzien van de betreffende gronden daarmee instemmen.
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 96
6.6.4
Wijzigingsbevoegdheid wonen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, indien is komen vast te staan dat binnen een bouwvlak geen agrarisch bedrijf meer is gevestigd, de bestemming binnen dat bouwvlak te wijzigen in de bestemming als bedoeld in artikel 20 (Wonen - Open veenontginningslandschap), met inachtneming van de volgende bepalingen: a. het bouwvlak wordt verwijderd; b. bestaande niet-agrarische nevenactiviteiten en bestaande niet-agrarische bedrijfsactiviteiten als bedoeld in artikel 6.5.1 zijn toelaatbaar. c. alle bestaande gebouwen binnen het voormalig bouwvlak, met het bijbehorende erf, worden begrepen in één bestemmingsvlak met de bestemming Wonen - Open veenontginningslandschap; d. de overige gronden binnen het voormalig bouwvlak houden de betreffende agrarische bestemming; e. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bebouwing mogen door de wijziging niet onevenredig worden aangetast; f. de wijziging moet vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn; g. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan het bestaande aantal bedrijfswoningen; 6.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.7.1
Vergunningplicht
Behoudens het bepaalde in artikel 6.7.2, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de hierna aangegeven gronden de daarbij aangegeven werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. aanleggen en dempen van water / wijken; b. aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; c. bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden. 6.7.2
Uitzonderingen vergunningplicht
Het in artikel 6.7.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van : a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. werken en werkzaamheden, waarmee rechtens is of mag worden begonnen ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; c. werken en werkzaamheden die worden uitgevoerd ter ontwikkeling van de aan het open veenontginningslandschap eigen gebiedskenmerken; d. werken en werkzaamheden op en in gronden binnen agrarische bouwvlakken; e. werken en werkzaamheden met minder dan 250 m3 grondverzet; f. kavelpaden, in- of uitritten en het verhogen en/of verlagen van de bodem ten behoeve van foliebassins, mestplaten, kuilvoerplaten en sleufsilo's; g. werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 6.7.1, onder a, voor zover het betreft het aanleggen van poelen. 6.7.3
Toelaatbaarheid werken en werkzaamheden
Werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 6.7.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, een of meer waarden of functies van de in dit artikel bedoelde gronden, welke het plan beoogt te beschermen, - niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel - de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 97
Artikel 7 7.1
Bedrijf - Nutsbedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf - Nutsbedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. nutsbedrijven; b. aardolie- en gaswinningslocaties, inclusief ondergrondse en bovengrondse leidingen en toebehoren; c. bij een en ander behorende voorzieningen waaronder parkeerplaatsen en nutsvoorzieningen d. ter plaatse van de aanduiding "gasontvangstation" is de aanleg en instandhouding van een gasontvangstation met bijbehorende ondergrondse en bovengrondse leidingen en toebehoren toegestaan. 7.2
Bouwregels
7.2.1
Toegestane bouwwerken
Op de gronden als bedoeld in artikel 7.1 mogen uitsluitend worden gebouwd: a. dienstgebouwen; b. andere bouwwerken. 7.2.2
Bouwen
Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in artikel 7.2.1, gelden de volgende bepalingen: a. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen mag binnen elk bestemmingsvlak niet meer bedragen dan 125 % van de bestaande oppervlakte; b. voor de goothoogte, bouwhoogte en dakhelling van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: bouwwerken max. max. goothoogte bouwhoogte dienstgebouwen¹ 4m 12 m erf- of perceelafscheidingen 2,5 m brandvlamtorens 40 m overige andere bouwwerken 12 m 1) de maximale goothoogte geldt niet voor technische installaties die verbonden zijn met en onderdeel uitmaken van dienstgebouwen. c. een bouwwerk dat afwijkt van het bepaalde onder b en op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan aanwezig is of gebouwd kan worden krachtens een vergunning voor bouwen is toegestaan en mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, geheel of gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd.
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 98
Artikel 8 8.1
Groen - Landschapselement
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen - Landschapselement' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen, beplanting en landschapselementen; b. de instandhouding en ontwikkeling van de aan het landschap eigen sterke gebiedskenmerken, welke zijn beschreven in de tabellen van de Landschap Identiteit Kaarten (LIK's), die als bijlage 5 en 6 onderdeel uitmaken van de regels; c. het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van de gebieden zoals bepaald en begrensd in respectievelijk de artikelen 2.7.1 sub a en 2.7.2 onder 1 van de Omgevingsverordening Overijssel; d. bosbouw ten dienste van de instandhouding en ontwikkeling van de onder b genoemde gebiedskenmerken; e. instandhouding van aldaar voorkomende watergangen, sloten en andere waterpartijen, met bijbehorende waterhuishoudkundige voorzieningen; f. bestaande wegen en paden; g. inundatie van de waterlopen; h. extensieve openluchtrecreatie. 8.2
Bouwregels
Op de gronden als bedoeld in artikel 8.1 mogen uitsluitend worden gebouwd andere bouwwerken, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 3 m mag bedragen, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt. 8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1
Vergunningplicht
Behoudens het bepaalde in artikel 8.3.2 is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de hierna aangegeven gronden de daarbij aangegeven werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. verlagen van de bodem en afgraven van gronden, tenzij daarvoor een vergunning is vereist volgens de Ontgrondingenwet, en het ophogen en egaliseren van de gronden; c. aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur. 8.3.2
Uitzonderingen vergunningplicht
Het in artikel 8.3.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden: a. werken en werkzaamheden in het kader van bosbouw en het normale beheer en onderhoud; b. werken en werkzaamheden, waarmee rechtens is of mag worden begonnen ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; c. werken en werkzaamheden die worden uitgevoerd ter ontwikkeling van landschapsen natuurwaarden; d. werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 8.3.1, bij b, voor zover het betreft het aanleggen van poelen.
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 99
8.3.3
Toelaatbaarheid werken en werkzaamheden
Werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 8.3.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, een of meer waarden of functies van de in die artikelen bedoelde gronden, welke het plan beoogt te beschermen: - niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel; - de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 100