Toelichting "Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere"
Tekst van het document
het verblijf voor recreatieve doeleinden buiten het hoofdwoonverblijf, waarbij ten minste een nacht wordt doorgebracht, met uitzondering van overnachtingen bij familie en kennissen; 1.86
recreatiewoning:
een gebouw, niet zijnde een stacaravan, chalet, trekkershut of plaggenhut, uitsluitend bestemd om te dienen voor recreatief verblijf door een persoon, gezin of andere groep van personen, die hun hoofdverblijf elders hebben; onder recreatief verblijf is in ieder geval niet begrepen permanente bewoning door eenzelfde persoon, gezin of andere groep van personen;
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 62
1.87
relatie:
aanduiding waarmee wordt aangegeven dat de daardoor verbonden delen als een geheel worden aangemerkt; 1.88
rijhal:
een gebouw uitsluitend bestemd voor het africhten van paarden en pony's, ten dienste van en behorende bij een manege of productiegerichte paardenhouderij; 1.89
ruimtelijke kwaliteitsplan:
een plan dat beschrijft op welke wijze het erf landschappelijk gezien is ingepast in zijn omgeving, hoe de sterke gebiedskenmerken worden doorvertaald in de inrichting van het erf en hoe de nieuwe ontwikkeling op het erf en waar nodig compenserende maatregelen elders, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving; voor het bepalen van de sterke gebiedskenmerken moet gebruik gemaakt worden van de tabellen in de Landschap Identiteit Kaarten (LIK's), waarin de sterke gebiedskenmerken per (deel)gebied zijn beschreven; de LIK's maken als bijlage 5 en 6 onderdeel uit van de regels; 1.90
ruimtelijke kwaliteit:
het resultaat van menselijk handelen en natuurlijke processen dat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. 1.91
schuilgelegenheid:
een gebouw met maximaal drie gesloten wanden, dat dient voor de beschutting van, al dan niet hobbymatig gehouden, dieren tegen weersinvloeden alsmede voor de opslag van het voor deze dieren bestemde voer; 1.92
seksinrichting:
een inrichting, bestaande uit een of meer voor publiek toegankelijke, besloten ruimten, waarin bedrijfsmatig of op een daarmee vergelijkbare wijze, seksuele handelingen worden verricht; onder een hiervoor bedoelde inrichting wordt in elk geval verstaan een bordeel en parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.93
stacaravan:
bouwwerk voor recreatief nachtverblijf bestaande uit één bouwlaag uitsluitend bestemd om te dienen voor recreatief verblijf door een persoon, gezin of andere groep van personen, die zijn/hun hoofdverblijf elders hebben. Een stacaravan heeft geen vaste verankering in de grond en moet over de weg als één deel te verplaatsen zijn; 1.94
statische opslag:
opslag van goederen en producten die geen regelmatige verplaatsing behoeven, zonder dat deze ter plaatse bewerkt, verwerkt, gerepareerd of verhandeld worden; uitgezonderd de opslag van gevaarlijke stoffen; 1.95
streekeigen product:
producten die zijn voortgebracht op ambachtelijke wijze op agrarische bedrijven; 1.96
technische installatie:
een voor de bedrijfsvoering benodigde installatie; 1.97
teeltondersteunende voorziening:
een verplaatsbare constructie, overtrokken met transparant materiaal anders dan glas, voor het kweken of beschermen van gewassen, uitsluitend aanwezig tijdens het teeltseizoen;
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 63
1.98
trekkershut:
een eenvoudige vrijstaande blokhut, bestaande uit één bouwlaag, zonder of met beperkte sanitaire voorzieningen, welke uitsluitend gebruikt wordt voor kortdurend recreatief verblijf door wisselende groepen van recreanten, die hun hoofdverblijf elders hebben; 1.99
tuinbouw:
het bedrijfsmatig telen en kweken van groenten, bomen, heesters, struiken, planten en bloemen of tuinbouwzaden, in de volle grond, al dan niet gecombineerd met, als ondergeschikte nevenactiviteit, de handel in boomkwekerijgewassen en vaste planten; 1.100
verkoopvloeroppervlakte:
de vloeroppervlakte van alle voor mensen toegankelijke ruimten binnen een gebouw voor detailhandel, onder welke ruimten niet zijn begrepen opslag-, personeels-, sanitaire en andere dienstruimten, garderobes en keukens; 1.101
voorgevel:
de naar de weg gekeerde of aan de voorzijde van een gebouw gelegen gevel of, indien het een gebouw betreft met meerdere zodanige gevels, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; 1.102
voorgevelrooilijn:
de lijn die horizontaal loopt door het buitenwerks vlak van de voorgevel van het hoofdgebouw, tot aan de perceelsgrenzen. 1.103
waarde archeologie 1 en 2:
door burgemeester en wethouders aangewezen terrein waarvan op grond van historische gegevens of door archeologische vondsten en onderzoek vast staat dat het van algemeen belang is wegens zijn betekenis voor de archeologische monumentenzorg; 1.104
waarde archeologie 3, 4 en 5:
door burgemeester en wethouders aangewezen terrein waarvan op grond van historische gegevens of door archeologische vondsten en onderzoek vermoed wordt dat het van algemeen belang is wegens zijn betekenis voor de archeologische monumentenzorg; 1.105
waterpeil:
de hoogte (het niveau) van de waterspiegel gemeten naar NAP op het moment van aanvraag van de vergunning of bestemmingswijziging. Dit kan betrekking hebben op zowel oppervlaktewater als grondwater; 1.106
wijk
dwars op het hoofdkanaal gelegen zijkanaal in een veenkoloniaal landschap; 1.107
windturbine
een door de wind aangedreven bouwwerk waarmee energie wordt opgewekt, inclusief de bij dit bouwwerk behorende (infrastructurele) voorzieningen; 1.108
woning:
een complex van ruimten volgens aard en indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van een afzonderlijk huishouden; 1.109
woonwagen:
voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst;
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 64
1.110
zakelijke dienstverlening:
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, bijvoorbeeld in de vorm van bank- en verzekeringsdiensten, exploitatie van en handel in onroerende zaken, adviesbureaus, verhuurbedrijven en hulpdiensten; 1.111
zandwinning:
een bedrijf, dat uitsluitend of in overwegende mate is gericht op het winnen, opslaan, overslaan, bewerken, verwerken en handel van zand; 1.112
zonnecollectoren
collectoren voor warmteopwekking of een paneel voor elektriciteitsopwekking; 1.113
zorgboerderij:
een zorgfunctie waarbij de sociaal-medische opvang van personen, al dan niet in de vorm van het ter plaatse woonachtig zijn, en al dan niet gecombineerd wordt met agrarische activiteiten, in dié zin dat de personen behulpzaam zijn bij de agrarische of natuurbeherende activiteiten; 1.114
zorgwoning:
complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één of meerdere personen van een specifieke doelgroep die zorg nodig heeft; 1.115
stikstofemitterende bouwwerken
Onder stikstofemitterende bouwwerken worden verstaan gebouwen voor het houden van landbouwhuisdieren, installaties voor het bewerken of vergisten van mest en/of biomassa, mestplaten en mestsilo's. 1.116
toename van de ammoniakemissie
Er is sprake van een toename van de ammoniakemissie wanneer vanuit het bouwvlak en de bij het desbetreffende bedrijf behorende mestplaten de emissie N/ha/jaar meer bedraagt dan waar voor toestemming is verleend. Hierbij is toestemming in lijn met de Beleidsregel Natuur Overijssel 2017 d.d. 15-10-2020 als volgt beschreven: 1. een onherroepelijke vigerende natuurvergunning; of 2. een onherroepelijke vigerende vergunning dan wel geldende melding op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht onderdeel milieu, de Wet milieubeheer of de Hinderwet; of 3. een activiteit waarvoor geen natuurvergunning nodig was, maar die wel voldoet aan artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming; of 4. een activiteit die onder artikel 9.4, achtste lid van de Wet valt; of 5. een activiteit die op de Europese referentiedatum was toegestaan en die sindsdien onafgebroken aanwezig is geweest; 1.117
hogere depositie op beschermde natuurgebieden
Er is sprake van een hogere depositie op beschermede natuurgebieden wanneer de toename van de ammoniakemissie resulteert in het neerslaan van stikstofverbindingen uit de lucht op een oppervlakte, uitgedrukt in mol per hectare per jaar, en die neerslag zo hoog is dat er sprake is van een significant effect op de instandhoudingsdoelstellingen van een als zodanig aangewezen Natura 2000-gebied.
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 65
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van de regels wordt als volgt gemeten en berekend: 2.1
de tiphoogte van een windturbine:
vanaf het peil tot het maximale hoogste punt dat de wiek kan bereiken; 2.2
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.3
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; ondergeschikte bouwdelen worden hierbij buiten beschouwing gelaten; 2.5
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; Ruimten, zoals kelders en kruip- en soortgelijke ruimten, onder de onderzijde van de begane grondvloer - en tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren - worden niet meegerekend bij de inhoud van een bouwwerk, tenzij: a. de onderzijde van de begane grondvloer op meer dan 0,3 meter boven peil is gelegen, of; b. de kelder aan de buitenzijde een directe toegang heeft. In bestaande situaties wordt een kelder waarvan de onderzijde van de begane grondvloer op meer dan 0,3 meter boven peil is gelegen of de kelder aan de buitenzijde een directe toegang heeft, niet meegerekend bij de inhoud van een bouwwerk. In geval van recreatiewoningen wordt de inhoud van een kelder onder de recreatiewoning wel meegeteld bij de inhoud van de woning; 2.6
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.7
ondergeschikte bouwdelen:
bij de toepassing van het bepaalde over het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- of bestemmingsgrens dan wel rooilijn met niet meer dan 1 meter wordt overschreden.
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 66
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Beekdallandschap
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch met waarden - Beekdallandschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van één agrarisch bedrijf, uitgezonderd glastuinbouw, met dien verstande dat per bouwvlak slechts één agrarisch bedrijf is toegestaan; b. de instandhouding van de sterke gebiedskenmerken van het beekdallandschap, welke per (deel)gebied zijn beschreven in de tabellen van de Landschap Identiteit Kaarten (LIK's), die als bijlage 5 en 6 onderdeel uitmaken van de regels; met daaraan ondergeschikt: c. niet-agrarische nevenactiviteiten tot een maximum van 100 m2 brutovloeroppervlak, of de bestaande oppervlakte, indien deze meer dan 100 m2 bedraagt; d. bed and breakfast; e. statische opslag in bestaande gebouwen; f. voorzieningen voor extensieve openluchtrecreatie; en tevens voor: g. watergangen, waterpartijen en inundatie vanuit watergangen, met bijbehorende waterhuishoudkundige voorzieningen; h. behoud en ontwikkeling van de waterveiligheid van de regionale waterkeringen die zijn aangegeven op de kaart regionale waterkeringen zoals genoemd in artikel 4.2.1 van de Omgevingsverordening Overijssel; de belangen van de waterveiligheid zijn primair ten opzichte van de belangen van de andere toegestane functies; i. wegen en paden; j. (aanpassingen aan) bestaande verkeersvoorzieningen en nutsvoorzieningen; k. hobbymatige agrarische activiteiten. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Toegestane bouwwerken binnen bouwvlakken
Binnen elk bouwvlak op de gronden als bedoeld in artikel 3.1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. (bedrijfs)gebouwen behorend bij de onder artikel 3.1 toegestane functies; b. binnen elk bouwvlak het bestaande aantal bedrijfswoningen, met bijbehorende bouwwerken, tenzij anders op de verbeelding is aangegeven; c. andere bouwwerken, waaronder begrepen mestplaten, mestsilo's en kuilvoerplaten. d. windturbines. 3.2.2
Toegestane (bouw)werken buiten bouwvlakken
Buiten bouwvlakken mogen uitsluitend worden gebouwd: a. andere (bouw)werken, waaronder tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen; b. kuilvoerplaten, sleufsilo's, foliebassins met bijbehorende omheining en mestplaten binnen een afstand van 75 m van het bouwvlak en minimaal 1 m achter de voorgevelrooilijn; c. in afwijking van het bepaalde onder a zijn zonnecollectoren niet toegestaan. 3.2.3
Bouwen
Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in artikel 3.2.1 en 3.2.2, gelden de volgende bepalingen: a. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 700 m3 of niet meer dan de bestaande inhoud indien deze meer dan 700 m3 bedraagt; b. de gezamenlijke oppervlakte van de bij de bedrijfswoning behorende bijgebouwen en overkappingen mag niet meer dan 100 m2 bedragen, of niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze meer dan 100 m2 bedraagt; bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 67
c.
de oppervlakte van foliebassins buiten het bouwvlak mag per agrarisch bedrijf niet meer bedragen dan 750 m2; d. voor de goothoogte, bouwhoogte en dakhelling van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: bouwwerken max. max. min. goothoogte bouwhoogte dakhelling bedrijfsgebouwen (1) 4m 10 m 18º aanbouwen aan bedrijfsgebouwen 3,5 m bedrijfswoningen 3,5 m 10 m 30º bijgebouwen 3m 6m 18º overkappingen 3,5 m bouwwerken voor mestopslag 10 m voedersilo's 20 m erf- of perceelsafscheidingen op ten minste 2m 1 m achter de voorgevelrooilijn binnen bouwvlakken overige erf- of perceelsafscheidingen 1m overige andere bouwwerken binnen 10 m bouwvlakken sleufsilo's, kuilvoerplaten en mestplaten 1,5 m buiten bouwvlakken gebouwen ten behoeve van een ijsbaan 3m 6m foliebassins met bijbehorende omheining 2m buiten bouwvlakken overige andere bouwwerken buiten 3m bouwvlakken (1) de maximale goothoogte en minimale dakhelling gelden niet voor technische installaties die verbonden zijn met en onderdeel uitmaken van bedrijfsgebouwen. e. een bouwwerk dat afwijkt van het bepaalde onder d en op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan aanwezig is of gebouwd kan worden krachtens een vergunning voor bouwen, is toegestaan en mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, geheel of gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; f.
in voorkomend geval artikel 31.1 en 31.2 (Afstanden tot water en wegen); g. de oppervlakte van stikstofemitterende bouwwerken mag per agrarisch bedrijf ten hoogste de ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan aanwezige oppervlakte bedragen, met dien verstande dat een groter oppervlakte aan stikstofemitterende bouwwerken is toegestaan indien er geen sprake is van een toename van de ammoniakemissie. Een wijziging van stikstofemitterende bouwwerken is uitsluitend toegestaan voor zover deze niet leidt tot een toename van de ammoniakemissie. 3.2.4
Bouwregels plattelandswoning
Voor een bedrijfswoning die aangeduid is als plattelandswoning gelden dezelfde bouwregels, dezelfde mogelijkheden om af te wijken van de bouwregels en dezelfde wijzigingsbevoegdheden als voor een bedrijfswoning. 3.2.5
Bouwregels windturbines
Voor het bouwen van windturbines binnen een bouwvlak als bedoeld in artikel 3.2.1 gelden de volgende regels: h. windturbines zijn niet toegestaan in het beschermd stads- en dorpsgezicht; i. windturbines worden binnen het bouwvlak gerealiseerd; j. per agrarisch bedrijf mogen ten hoogste 2 windturbines worden gebouwd; k. de maximale tiphoogte van een windturbine bedraagt 25 meter; l. windturbines zijn niet toegestaan binnen: 1. 20 meter vanaf de bestemming Leiding - Gas, tenzij de netbeheerder instemt met een kortere afstand;
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 68
2. ten minste de maximale werpafstand bij tweemaal het nominaal toerental van de windturbine vanaf de bestemming Leiding - Hoogspanning tenzij de netbeheerder instemt met een kortere afstand. 3.2.6
Bepalen inhoud bouwwerk
De inhoud van een bouwwerk waarvoor in artikel 3.2.3 een maximale inhoudsmaat is vastgelegd, dient bepaald te worden overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.5. 3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1
Nieuwe stalconcepten
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.2.3 onder d, voor het bouwen van bedrijfsgebouwen met afwijkende maatvoering mits: a. de maximale bouwhoogte niet meer bedraagt dan 12 m; b. de inpassing op het erf en in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan. 3.3.2
Tweede bedrijfswoning
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.2.1, onder b voor het bouwen van een tweede bedrijfswoning binnen het bouwvlak, mits : a. de noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering is aangetoond; b. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of van de functie van aangrenzende bestemmingen; c. de geluidsbelasting vanwege een weg of spoorweg op geen van de gevels de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder overschrijdt; d. de bedrijfswoning vanuit milieuoogpunt toelaatbaar is; e. de inpassing op het erf en in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan; f. het bepaalde in artikel 3.2.3 in acht wordt genomen; g. dit niet leidt tot meer dan twee (bedrijfs- of plattelands)woningen. 3.3.3
Hogere goot- en bouwhoogte bedrijfsgebouwen
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.2.3 onder d, voor een hogere maximale goot- en bouwhoogte voor bedrijfsgebouwen tot respectievelijk maximaal 6 meter en 12 meter, mits: a. de inpassing in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan; b. het bedrijfsgebouw niet leidt tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en/of het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden. 3.3.4
Kleinere dakhelling gebouwen
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.2.3 onder d, voor het toestaan van een kleinere dakhelling van gebouwen, mits: a. het oppervlak waarvoor een kleinere dakhelling voor bedrijfs- en bijgebouwen wordt toegestaan niet groter is dan 15% van het totale oppervlak van het gebouw; b. het oppervlak waarvoor een kleinere dakhelling voor een bedrijfswoning wordt toegestaan niet groter is dan 30 m2 ; c. een kleinere dakhelling past binnen de aard, schaal en het beeld van het perceel. 3.3.5
Vergroten inhoud bedrijfswoning
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.2.3 onder a, voor het vergroten van de inhoud van de woning tot maximaal 900 m3, mits de inpassing op het erf en in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan. 3.3.6
Hogere bouwhoogte sleufsilo's en kuilvoerplaten
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.2.3 onder d, voor een hogere maximale bouwhoogte voor sleufsilo's en kuilvoerplaten buiten bouwvlakken tot maximaal 2 meter, mits de inpassing in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan. bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 69
3.3.7
Plattelandswoning
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.1 onder a en artikel 3.4, voor het gebruiken van een bedrijfswoning door een derde voor wonen. 3.4
Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. wonen in een woning, anders dan ten behoeve van een huishouding, met dien verstande dat een huishouden wel mag worden aangevuld met een huishouding in verband met dringende sociale, verzorgings- of sociaal-economische redenen; b. het gebruik van gronden en bouwwerken voor niet-agrarische bedrijfsactiviteiten, anders dan genoemd in de bestemmingsomschrijving; c. het gebruik van gronden en bouwwerken voor kleinschalig kamperen; d. het gebruik van gronden buiten het bouwvlak als paardenbak. 3.4.1
Niet-agrarische nevenactiviteiten
Het gebruik van de gronden en gebouwen voor niet-agrarische nevenactiviteiten, zoals bedoeld in lid 3.1 onder c heeft betrekking op nevenactiviteiten in de vorm van ambachtelijke bedrijvigheid in categorie 1 en 2 van de bijlage 7 Staat van Bedrijfsactiviteiten, ofwel hiermee, wat betreft het leefklimaat, vergelijkbare bedrijven, detailhandel, zakelijke dienstverlening en recreatieve activiteiten, of daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid en met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de nevenactiviteit vindt plaats binnen de bestaande bebouwing; b. detailhandel is alleen mogelijk voor zover het ter plaatse voortgebrachte of streekeigen producten betreft; c. het parkeren dient binnen het eigen erf plaats te vinden. 3.4.2
Gebruiksregels bed and breakfast
Het gebruik voor bed and breakfast is alleen toegestaan met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de bed and breakfast voorziening mag in de woning en in maximaal één bijgebouw worden gevestigd; b. de gezamenlijke vloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m2 of niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze meer dan 100 m2 bedraagt; c. de bed and breakfast voorziening mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; d. het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. 3.4.3
Gebruiksregels plattelandswoning
Voor een bedrijfswoning die aangeduid is als plattelandswoning gelden dezelfde gebruiksregels als voor een bedrijfswoning, met dien verstande dat, in afwijking van artikel 3.4 onder b, tevens een aan-huis-gebonden beroep is toegestaan. De uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen is alleen toegestaan met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de aan-huis-gebonden activiteiten voor het beroep mogen uitsluitend inpandig worden verricht; b. de vloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m2, of niet meer dan de bestaande oppervlakte, indien deze meer dan 100 m2 bedraagt; c. degene die de gebruiker is van de woning moet ook degene zijn die het aan-huisgebonden beroep uitoefent; d. er mag geen detailhandel plaatsvinden, behoudens ondergeschikte verkoop, in direct verband met het aan-huis-gebonden beroep; e. het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden.
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 70
3.5
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1
Niet-agrarische bedrijfsactiviteiten
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.1 onder c en artikel 3.4, voor het toevoegen van niet-agrarische (bedrijfs)activiteiten aan een agrarisch bedrijf, in gebouwen, onder voorwaarde dat de toegevoegde activiteiten uitsluitend betrekking hebben op: 1. sociale, culturele, maatschappelijke, dag- en verblijfsrecreatieve en educatieve functies; 2. zorgfuncties zoals een zorgboerderij; 3. bedrijven in categorie 1 en 2 van bijlage 7 Staat van Bedrijfsactiviteiten, ofwel hiermee, wat betreft het leefklimaat, vergelijkbare bedrijven; 4. internetwinkels, al dan niet in combinatie met de opslag van goederen. Met inachtneming van de volgende bepalingen: a. als de niet-agrarische (bedrijfs)activiteiten plaatsvinden binnen bestaande gebouwen, dan mag het brutovloeroppervlak niet meer bedragen dan 300 m2 ; b. als het brutovloeroppervlak voor niet-agrarische (bedrijfs)activiteiten meer dan 300 m2 bedraagt en/of de niet-agrarische (bedrijfs)activiteiten in één of meer nieuwe gebouwen plaatsvinden, dan zijn deze activiteiten uitsluitend toegestaan als de inpassing in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan; c. bij internetwinkels mag de opslag van goederen, in afwijking van het onder b. bepaalde, uitsluitend plaatsvinden in bestaande gebouwen met inachtneming van het onder a. bepaalde; d.
de agrarische bedrijfsvoering moet de hoofdactiviteit blijven; e. detailhandel, anders dan via een internetwinkel, is uitsluitend toegestaan, als deze ondergeschikt is aan de onder 1, 2 en 3 genoemde activiteiten; f. er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of van de functie van aangrenzende bestemmingen; g. in vergelijking met de bij recht toegestane functies mag geen onevenredig grotere verkeersbelasting op aangrenzende wegen en paden plaatsvinden; h. het parkeren dient binnen het eigen erf plaats te vinden; i. er mag geen opslag van goederen in de openlucht plaatsvinden; j. de (bedrijfs)activiteiten moet vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn; k. het gebruik dient qua aard en schaal te passen bij de specifieke kwaliteiten en schaal van de omgeving, met name op het gebied van visuele aspecten, zoals reclameuitingen en technische installaties. 3.6
Wijzigingsbevoegdheid
3.6.1
Wijzigingsbevoegdheid herbegrenzing bouwvlak
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan zodanig te wijzigen dat een in de verbeelding aangegeven bouwvlak wordt herbegrensd, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de naar de weg gekeerde bouwgrens mag niet worden overschreden; b. de herbegrenzing mag ten hoogste 25 m bedragen; c. de oppervlakte van het bouwvlak mag niet worden vergroot; d. de noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering moet worden aangetoond; e. de herbegrenzing moet vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn; f. er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of van de functie van aangrenzende bestemmingen; g. inpassing van het erf in het landschap moet op zorgvuldige wijze plaats vinden, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan. 3.6.2
Wijzigingsbevoegdheid vergroting bouwvlak
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 71
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan zodanig te wijzigen dat een in de verbeelding aangegeven bouwvlak wordt vergroot, waarbij artikel 3.2.3 onder g van deze planregels van overeenkomstige toepassing is en met inachtneming van de volgende bepalingen: a. per geval dient de noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering te zijn aangetoond; b. de vergroting van het bouwvlak mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of van de functie van aangrenzende bestemmingen; c. de oppervlakte van een bouwvlak mag door het wijzigen tot een maximale oppervlakte van 1,5 ha worden vergroot; d. het wijzigen dient zo te geschieden dat de inpassing van het erf in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan; e. de vergroting van het bouwvlak moet vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn; f. de belangen van de waterveiligheid van de regionale waterkeringen die zijn aangegeven op de kaart regionale waterkeringen, zoals genoemd in artikel 4.2.1 van de Omgevingsverordening Overijssel, zijn primair ten opzichte van het belang van het vergroten van het bouwvlak; g. in voorkomend geval artikel 31.1 en 31.2 (Afstanden tot water en wegen). 3.6.3
Wijzigingsbevoegdheid natuurontwikkeling
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan zodanig te wijzigen, dat op de gronden als bedoeld in artikel 3.1, de bestemming wordt gewijzigd in: Natuur - Beekdallandschap; Groen - Landschapselement; Water. Het wijzigen mag uitsluitend geschieden ten aanzien van gronden waarvan vaststaat dat: a. daarop de agrarische bedrijvigheid is of zal worden beëindigd; b. de functie van aangrenzende, niet bij het bedrijf behorende gronden en bebouwing niet onevenredig wordt belemmerd; c. daar natuurontwikkeling zal plaatsvinden of heeft plaatsgevonden; d. de gerechtigden ten aanzien van de betreffende gronden daarmee instemmen. 3.6.4
Wijzigingsbevoegdheid wonen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, indien is komen vast te staan dat binnen een bouwvlak geen agrarisch bedrijf meer is gevestigd, de bestemming binnen dat bouwvlak te wijzigen in de bestemming als bedoeld in artikel 17 (Wonen - Beekdallandschap), met inachtneming van de volgende bepalingen; a. het bouwvlak wordt verwijderd; b. bestaande niet-agrarische nevenactiviteiten als bedoeld in artikel 3.1 en bestaande niet-agarische bedrijfsactiviteiten als bedoeld in artikel 3.5.1 zijn toelaatbaar; c. alle bestaande gebouwen binnen het voormalig bouwvlak, met het bijbehorende erf, worden begrepen in één bestemmingsvlak met de bestemming 'Wonen Beekdallandschap'; d. de overige gronden binnen het voormalig bouwvlak houden de betreffende agrarische bestemming; e. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bebouwing mogen door de wijziging niet onevenredig worden aangetast; f. de wijziging moet vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn; g. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan het bestaande aantal bedrijfswoningen.
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 72
3.6.5
Wijzigingsbevoegdheid wonen, met extra woning onder sloopvoorwaarde
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, indien is komen vast te staan dat binnen een bouwvlak geen agrarisch bedrijf meer is gevestigd, de bestemming binnen dat bouwvlak te wijzigen in de bestemming als bedoeld in artikel 17 (Wonen - Beekdallandschap), en de bouw van een extra woning toe te staan, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. het bouwvlak wordt verwijderd; b. op de gronden binnen het voormalig bouwvlak is de bouw van één extra vrijstaande woning toegestaan, mits vooraf vaststaat dat binnen het betreffende bouwvlak alle landschapsontsierende voormalige bedrijfsgebouwen worden gesloopt, onder de volgende voorwaarden: 1. de te slopen landschapsontsierende bedrijfsgebouwen moeten een minimale gezamenlijke oppervlakte van 850 m2 hebben; 2. op geen van de gevels van de woning mag de geluidsbelasting vanwege een weg of spoorweg de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder overschrijden; c. om aan het onder b bepaalde te kunnen voldoen, mogen de oppervlakten van landschapsontsierende bedrijfsgebouwen van maximaal twee al gestopte of stoppende agrarische bedrijven bij elkaar worden opgeteld, onder de volgende voorwaarden: 1. op beide percelen dienen alle landschapsontsierende voormalige bedrijfsgebouwen te worden gesloopt en moet zijn verzekerd dat geen herbouw daarvan kan plaatsvinden; 2.
het is niet toegestaan om een eventueel surplus van 850 m2 te slopen landschapsontsierende bedrijfsgebouwen aan te wenden om elders aan de minimaal benodigde te slopen oppervlakte van 850 m2 te komen; d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bebouwing mogen door de wijziging niet onevenredig worden aangetast; e. de wijziging moet vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn; f. het wijzigen dient zo te geschieden dat de inpassing van de erven in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan. 3.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.7.1
Vergunningplicht
Behoudens het bepaalde in artikel 3.7.2, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de hierna aangegeven gronden de daarbij aangegeven werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. verlagen van de bodem en afgraven van gronden, tenzij daarvoor een vergunning is vereist volgens de Ontgrondingenwet, en het ophogen en egaliseren van de gronden; c. aanleggen en dempen van water; d. aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; 3.7.2
Uitzonderingen vergunningplicht
Het in artikel 3.7.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden: a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. werken en werkzaamheden, waarmee rechtens is of mag worden begonnen ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; c. werken en werkzaamheden die worden uitgevoerd ter ontwikkeling van de aan het beekdallandschap eigen gebiedskenmerken; d. werken en werkzaamheden op en in gronden binnen agrarische bouwvlakken;
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 73
e. kavelpaden, in- of uitritten en het verhogen en/of verlagen van de bodem ten behoeve van foliebassins, mestplaten, kuilvoerplaten en sleufsilo's; f. werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.7.1 onder b, voor zover het betreft het aanleggen van poelen. 3.7.3
Toelaatbaarheid werken en werkzaamheden
Werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.7.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, een of meer waarden of functies van de in dit artikel bedoelde gronden, welke het plan beoogt te beschermen, - niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel - de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 74
Artikel 4 4.1
Agrarisch met waarden - Besloten veenontginningslandschap
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch met waarden - Besloten veenontginningslandschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van één agrarisch bedrijf, uitgezonderd glastuinbouw, met dien verstande dat per bouwvlak slechts één agrarisch bedrijf is toegestaan; b. de instandhouding van de sterke gebiedskenmerken van het besloten veenontginningslandschap, welke per (deel)gebied zijn beschreven in de tabellen van de Landschap Identiteit Kaarten (LIK's), die als bijlage 5 en 6 onderdeel uitmaken van de regels; met daaraan ondergeschikt: c. niet-agrarische nevenactiviteiten tot een maximum van 100 m2 brutovloeroppervlak, of de bestaande oppervlakte, indien deze meer dan 100 m2 bedraagt; d. bed and breakfast; e. statische opslag in bestaande gebouwen; f. voorzieningen voor extensieve openluchtrecreatie, zoals fiets- en voetpaden en picknickplaatsen; en tevens voor: g. watergangen en waterpartijen, met bijbehorende waterhuishoudkundige voorzieningen; h. wegen en paden; i. (aanpassingen aan) bestaande verkeersvoorzieningen en nutsvoorzieningen; j. behoud en ontwikkeling van de waterveiligheid van de regionale waterkeringen die zijn aangegeven op de kaart regionale waterkeringen zoals genoemd in artikel 4.2.1 van de Omgevingsverordening Overijssel; de belangen van de waterveiligheid zijn primair ten opzichte van de belangen van de andere toegestane functies; k.
hobbymatige agrarische activiteiten. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Toegestane bouwwerken binnen bouwvlakken
Binnen elk bouwvlak op de gronden als bedoeld in artikel 4.1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. (bedrijfs)gebouwen behorend bij de onder artikel 4.1 toegestane functies; b. binnen elk bouwvlak het bestaande aantal bedrijfswoningen, met bijbehorende bouwwerken, tenzij anders op de verbeelding is aangegeven; c. andere bouwwerken, waaronder begrepen mestplaten, mestsilo's en kuilvoerplaten; d. windturbines. 4.2.2
Toegestane (bouw)werken buiten bouwvlakken
Buiten bouwvlakken mogen uitsluitend worden gebouwd: a. andere (bouw)werken, waaronder tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, met uitzondering van bouwwerken voor de opslag van mest en zonnecollectoren; b. kuilvoerplaten, sleufsilo's en mestplaten binnen een afstand van 75 m van het bouwvlak en minimaal 1 m achter de voorgevelrooilijn; c. mestbassins, uitsluitend in de vorm van foliebassins met bijbehorende omheining; d. schuilgelegenheden tot een oppervlakte van maximaal 15 m2 per schuilgelegenheid en met een maximum van 1 schuilgelegenheid per één hectare bij elkaar behorende grond. 4.2.3
Bouwen
Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in artikel 4.2.1 en 4.2.2, gelden de volgende bepalingen: a. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m3 of niet meer dan de bestaande inhoud indien deze meer dan 750 m3 bedraagt;
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 75
b. de gezamenlijke oppervlakte van de bij de bedrijfswoning behorende bijgebouwen en overkappingen mag niet meer dan 100 m2 bedragen of niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze meer dan 100 m2 bedraagt; c. de oppervlakte van foliebassins buiten het bouwvlak mag per agrarisch bedrijf niet meer bedragen dan 750 m2; d. voor de goothoogte, bouwhoogte en dakhelling van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: bouwwerken max. max. min. goothoogte bouwhoogte dakhelling bedrijfsgebouwen(1) 4m 10 m 18 º aanbouwen aan bedrijfsgebouwen 3,5 m bedrijfswoningen(2) 3,5 m 10 m 30 º bijgebouwen 3m 6m 18 º overkappingen 3,5 m bouwwerken voor mestopslag 10 m voedersilo's 20 m erf- of perceelafscheidingen op ten minste 1 2m m achter de voorgevelrooilijn binnen bouwvlakken overige erf- of perceelafscheidingen 1m overige andere bouwwerken binnen 10 m bouwvlakken schuilgelegenheden buiten bouwvlakken 2,5 m 5m 18 º sleufsilo's, kuilvoerplaten en mestplaten 2m buiten bouwvlakken foliebassins met bijbehorende omheining 2m buiten bouwvlakken overige andere bouwwerken buiten 3m bouwvlakken (1)de maximale goothoogte en minimale dakhelling gelden niet voor technische installaties die verbonden zijn met en onderdeel uitmaken van bedrijfsgebouwen. (2)met dien verstande dat de bedrijfswoning voor maximaal 30 m2 van een platte afdekking mag worden voorzien. e.
een bouwwerk dat afwijkt van het bepaalde onder d en op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan aanwezig is of gebouwd kan worden krachtens een vergunning voor bouwen, is toegestaan en mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, geheel of gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; f. in voorkomend geval artikel 31.1 en 31.2 (Afstanden tot water en wegen); g. de oppervlakte van stikstofemitterende bouwwerken mag per agrarisch bedrijf ten hoogste de ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan aanwezige oppervlakte bedragen, met dien verstande dat een groter oppervlakte of wijziging aan stikstofemitterende bouwwerken is toegestaan indien er geen sprake is van een toename van de ammoniakemissie resulterend in een hogere ammoniakdepositie op beschermde natuurgebieden. 4.2.4
Bouwregels plattelandswoning
Voor een bedrijfswoning die aangeduid is als plattelandswoning gelden dezelfde bouwregels, dezelfde mogelijkheden om af te wijken van de bouwregels en dezelfde wijzigingsbevoegdheden als voor een bedrijfswoning. 4.2.5
Bouwregels windturbines
Voor het bouwen van windturbines binnen een bouwvlak als bedoeld in artikel 4.2.1 gelden de volgende regels: a. windturbines zijn niet toegestaan in het beschermd stads- en dorpsgezicht; b. windturbines worden binnen het bouwvlak gerealiseerd; c. per agrarisch bedrijf mogen ten hoogste 2 windturbines worden gebouwd;
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 76
d. de maximale tiphoogte van een windturbine bedraagt 25 meter; e. windturbines zijn niet toegestaan binnen: 1. 20 meter vanaf de bestemming Leiding - Gas, tenzij de netbeheerder instemt met een kortere afstand; 2. ten minste de maximale werpafstand bij tweemaal het nominaal toerental van de windturbine vanaf de bestemming Leiding - Hoogspanning, tenzij de netbeheerder instemt met een kortere afstand. 4.2.6
Bepalen inhoud bouwwerk
De inhoud van een bouwwerk waarvoor in artikel 4.2.3 een maximale inhoudsmaat is vastgelegd, dient bepaald te worden overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.5. 4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1
Nieuwe stalconcepten
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.2.3 onder d voor het bouwen van bedrijfsgebouwen met afwijkende maatvoering mits: a. de maximale bouwhoogte niet meer bedraagt dan 12 m; b. de inpassing op het erf en in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan. 4.3.2
Tweede bedrijfswoning
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.2.1, onder b voor het bouwen van een tweede bedrijfswoning binnen het bouwvlak, mits : a. de noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering is aangetoond; b. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of van de functie van aangrenzende bestemmingen; c. de geluidsbelasting vanwege een weg of spoorweg op geen van de gevels de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder overschrijdt; d. de bedrijfswoning vanuit milieuoogpunt toelaatbaar is; e. de inpassing op het erf en in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan; f. het bepaalde in artikel 4.2.3 in acht wordt genomen. g. dit niet leidt tot meer dan twee (bedrijfs- of plattelands)woningen. 4.3.3
Hogere goot- en bouwhoogte bedrijfsgebouwen
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.2.3 onder d, voor een hogere maximale goot- en bouwhoogte voor bedrijfsgebouwen tot respectievelijk maximaal 6 meter en 12 meter, mits: a. het bedrijfsgebouw past binnen de aard, schaal en het beeld van het perceel; b. het bedrijfsgebouw niet leidt tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en/of het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden. 4.3.4
Kleinere dakhelling gebouwen
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.2.3 onder d, voor het toestaan van een kleinere dakhelling van gebouwen, mits: a. het oppervlak waarvoor een kleinere dakhelling voor bedrijfs- en bijgebouwen wordt toegestaan niet groter is dan 15% van het totale oppervlak van het gebouw; b. een kleinere dakhelling past binnen de aard, schaal en het beeld van het perceel. 4.3.5
Vergroten inhoud bedrijfswoning
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.2.3 onder a, voor het vergroten van de inhoud van de woning tot maximaal 1.000 m3, mits de inpassing op het erf en in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan. 4.3.6
Hogere bouwhoogte sleufsilo's en kuilvoerplaten
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 77
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.2.3 onder d, voor een hogere maximale bouwhoogte voor sleufsilo's en kuilvoerplaten buiten bouwvlakken tot maximaal 2,5 meter, mits de inpassing in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan. 4.3.7
Plattelandswoning
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.1 onder a en artikel 4.4, voor het gebruiken van een bedrijfswoning door een derde voor wonen. 4.4
Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. wonen in een woning, anders dan ten behoeve van een huishouding, met dien verstande dat een huishouden wel mag worden aangevuld met een huishouding in verband met dringende sociale, verzorgings- of sociaal-economische redenen; b. het gebruik van gronden en bouwwerken voor niet-agrarische bedrijfsactiviteiten, anders dan genoemd in de bestemmingsomschrijving. c. het gebruik van gronden buiten het bouwvlak als paardenbak. 4.4.1
Gebruiksregels boerderijkamers
Het gebruik van boerderijkamers is alleen toegestaan met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de boerderijkamers mogen alleen worden gevestigd in een voormalige boerderij; b. de gezamenlijke vloeroppervlakte van de boerderijkamers mag niet meer bedragen dan 100 m2 of niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze meer dan 100 m2 bedraagt; c. de aanwezigheid van de boerderijkamers mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; d. het aantal slaapplaatsen mag niet meer bedragen dan 15; e. vrijstaande appartementen/huisjes zijn niet toegestaan, er dienen meerdere boerderijkamers per bedrijfsgebouw gevestigd te zijn; f. het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. 4.4.2
Niet-agrarische nevenactiviteiten
Het gebruik van de gronden en gebouwen voor niet-agrarische nevenactiviteiten, zoals bedoeld in artikel 4.1 onder c heeft betrekking op nevenactiviteiten in de vorm van ambachtelijke bedrijvigheid in categorie 1 en 2 van bijlage 7 Staat van Bedrijfsactiviteiten, ofwel hiermee, wat betreft het leefklimaat, vergelijkbare bedrijven, detailhandel, zakelijke dienstverlening en recreatieve activiteiten, waaronder boerderijkamers, of daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid en met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de nevenactiviteit vindt plaats binnen de bestaande bebouwing; b. detailhandel is alleen mogelijk voor zover het ter plaatse voortgebrachte of streekeigen producten betreft; c. het parkeren dient binnen het eigen erf plaats te vinden. 4.4.3
Gebruiksregels bed and breakfast
Het gebruik voor bed and breakfast is alleen toegestaan met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de bed and breakfast voorziening mag in de woning en in maximaal één bijgebouw worden gevestigd; b. de gezamenlijke vloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m2 of niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze meer dan 100 m2 bedraagt; c. de bed and breakfast voorziening mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; d. het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden.
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 78
4.4.4
Gebruiksregels plattelandswoning
Voor een bedrijfswoning die aangeduid is als plattelandswoning gelden dezelfde gebruiksregels als voor een bedrijfswoning, met dien verstande dat, in afwijking van artikel 4.4 onder b, tevens een aan-huis-gebonden beroep is toegestaan. De uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen is alleen toegestaan met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de aan-huis-gebonden activiteiten voor het beroep mogen uitsluitend inpandig worden verricht; b. de vloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m2 of niet meer dan de bestaande oppervlakte, indien deze meer dan 100 m2 bedraagt; c. degene die de gebruiker is van de woning moet ook degene zijn die het aan-huisgebonden beroep uitoefent; d. er mag geen detailhandel plaatsvinden, behoudens ondergeschikte verkoop, in direct verband met het aan-huis-gebonden beroep; e. het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. 4.5
Afwijken van de gebruiksregels
4.5.1
Niet-agrarische bedrijfsactiviteiten
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.1 onder c en artikel 4.4, voor het toevoegen van niet-agrarische (bedrijfs)activiteiten aan een agrarisch bedrijf, in gebouwen, onder voorwaarde dat de toegevoegde activiteiten uitsluitend betrekking hebben op: 1. sociale, culturele, maatschappelijke, dag- en verblijfsrecreatieve en educatieve functies; 2. zorgfuncties zoals een zorgboerderij; 3. bedrijven in categorie 1 en 2 van bijlage 7 Staat van Bedrijfsactiviteiten, ofwel hiermee, wat betreft het leefklimaat, vergelijkbare bedrijven; 4. internetwinkels, al dan niet in combinatie met de opslag van goederen. Met inachtneming van de volgende bepalingen: a. als de niet-agrarische (bedrijfs)activiteiten plaatsvinden binnen bestaande gebouwen, dan mag het brutovloeroppervlak niet meer bedragen dan 300 m2 ; b. als het brutovloeroppervlak voor niet-agrarische (bedrijfs)activiteiten meer dan 300 m2 bedraagt en/of de niet-agrarische (bedrijfs)activiteiten in één of meer nieuwe gebouwen plaatsvinden, dan zijn deze activiteiten uitsluitend toegestaan als de inpassing in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan; c. bij internetwinkels mag de opslag van goederen, in afwijking van het onder b. bepaalde, uitsluitend plaatsvinden in bestaande gebouwen met inachtneming van het onder a. bepaalde; d.
de agrarische bedrijfsvoering moet de hoofdactiviteit blijven; e. detailhandel, anders dan via een internetwinkel, is uitsluitend toegestaan, als deze ondergeschikt is aan de onder 1, 2 en 3 genoemde activiteiten; f. er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of van de functie van aangrenzende bestemmingen; g. in vergelijking met de bij recht toegestane functies mag geen onevenredig grotere verkeersbelasting op aangrenzende wegen en paden plaatsvinden; h. het parkeren dient binnen het eigen erf plaats te vinden; i. er mag geen opslag van goederen in de openlucht plaatsvinden; j. de (bedrijfs)activiteiten moeten vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn; k. het gebruik dient qua aard en schaal te passen bij de specifieke kwaliteiten en schaal van de omgeving, met name op het gebied van visuele aspecten, zoals reclameuitingen en technische installaties.
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 79
4.6
Wijzigingsbevoegdheid
4.6.1
Wijzigingsbevoegdheid herbegrenzing bouwvlak
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan zodanig te wijzigen dat een in de verbeelding aangegeven bouwvlak wordt herbegrensd, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de naar de weg gekeerde bouwgrens mag niet worden overschreden; b. de herbegrenzing mag ten hoogste 25 m bedragen; c. de oppervlakte van het bouwvlak mag niet worden vergroot; d. de noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering moet worden aangetoond; e. de herbegrenzing moet vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn; f. er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of van de functie van aangrenzende bestemmingen; g. inpassing van het erf in het landschap moet op zorgvuldige wijze plaats vinden, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan. 4.6.2
Wijzigingsbevoegdheid vergroting bouwvlak
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan zodanig te wijzigen dat een in de verbeelding aangegeven bouwvlak wordt vergroot, waarbij artikel 4.2.3 onder g van deze planregels van overeenkomstige toepassing is en met inachtneming van de volgende bepalingen: a. per geval dient de noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering te zijn aangetoond; b. de vergroting van het bouwvlak mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of van de functie van aangrenzende bestemmingen; c. de oppervlakte van een bouwvlak mag door het wijzigen tot een maximale oppervlakte van 1,5 ha worden vergroot; d. het wijzigen dient zo te geschieden dat de inpassing van het erf in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan; e. voor zover de nieuwe activiteiten zijn gelegen in een intrekgebied, mag er geen verslechtering optreden van de grondwaterkwaliteit en mag er geen vergroting van het risico op verontreiniging van het grondwater plaatsvinden; f. de vergroting van het bouwvlak moet vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn; g.
de belangen van de waterveiligheid van de regionale waterkeringen die zijn aangegeven op de kaart regionale waterkeringen, zoals genoemd in artikel 4.2.1 van de Omgevingsverordening Overijssel, zijn primair ten opzichte van het belang van het vergroten van het bouwvlak; h. ter plaatse van de vergroting van het bouwvlak, dient de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - voorwaarden wijzigingsplan" opgenomen te worden op de verbeelding; i. in voorkomend geval artikel 31.1 en 31.2 (Afstanden tot water en wegen). 4.6.3
Wijzigingsbevoegdheid natuurontwikkeling
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan zodanig te wijzigen, dat op de gronden als bedoeld in artikel 4.1, de bestemming wordt gewijzigd in: Natuur - Besloten veenontginningslandschap; Groen - Landschapselement; Water. Het wijzigen mag uitsluitend geschieden ten aanzien van gronden waarvan vaststaat dat: a. daarop de agrarische bedrijvigheid is of zal worden beëindigd; b. de functie van aangrenzende, niet bij het bedrijf behorende gronden en bebouwing niet onevenredig wordt belemmerd; c. daar natuurontwikkeling zal plaatsvinden of heeft plaatsgevonden; d. de gerechtigden ten aanzien van de betreffende gronden daarmee instemmen.
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 80
4.6.4
Wijzigingsbevoegdheid wonen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, indien is komen vast te staan dat binnen een bouwvlak geen agrarisch bedrijf meer is gevestigd, de bestemming binnen dat bouwvlak te wijzigen in de bestemming als bedoeld in artikel 18 (Wonen - Besloten veenontginningslandschap), met inachtneming van de volgende bepalingen; a. het bouwvlak wordt verwijderd; b. bestaande niet-agrarische nevenactiviteiten als bedoeld in artikel 4.1 en bestaande niet-agrarische bedrijfsactiviteiten als bedoeld in artikel 4.5.1 zijn toelaatbaar; c. alle bestaande gebouwen binnen het voormalig bouwvlak, met het bijbehorende erf, worden begrepen in één bestemmingsvlak met de bestemming 'Wonen - Besloten veenontginningslandschap'; d. de overige gronden binnen het voormalig bouwvlak houden de betreffende agrarische bestemming; e. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bebouwing mogen door de wijziging niet onevenredig worden aangetast; f. de wijziging vanuit milieuoogpunt toelaatbaar is; g. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan het bestaande aantal bedrijfswoningen; 4.6.5
Wijzigingsbevoegdheid wonen, met extra woning onder sloopvoorwaarde
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, indien is komen vast te staan dat binnen een bouwvlak geen agrarisch bedrijf meer is gevestigd, de bestemming binnen dat bouwvlak te wijzigen in de bestemming als bedoeld in artikel 18 (Wonen - Besloten veenontginningslandschap), en de bouw van een extra woning toe te staan, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. het bouwvlak wordt verwijderd; b. op de gronden binnen het voormalig bouwvlak is de bouw van één extra vrijstaande woning toegestaan, mits vooraf vaststaat dat binnen het betreffende bouwvlak alle landschapsontsierende voormalige bedrijfsgebouwen worden gesloopt, onder de volgende voorwaarden: 1. de te slopen landschapsontsierende bedrijfsgebouwen moeten een minimale gezamenlijke oppervlakte van 850 m2 hebben; 2. op geen van de gevels van de woning mag de geluidsbelasting vanwege een weg of spoorweg de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder overschrijden; c. om aan het onder b bepaalde te kunnen voldoen, mogen de oppervlakten van landschapsontsierende bedrijfsgebouwen van maximaal twee al gestopte of stoppende agrarische bedrijven bij elkaar worden opgeteld, onder de volgende voorwaarden: 1. op beide percelen dienen alle landschapsontsierende voormalige bedrijfsgebouwen te worden gesloopt en moet zijn verzekerd dat geen herbouw daarvan kan plaatsvinden; 2.
het is niet toegestaan om een eventueel surplus van 850 m2 aan te wenden om elders aan de minimaal benodigde te slopen oppervlakte van 850 m2 te komen; d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bebouwing mogen door de wijziging niet onevenredig worden aangetast; e. de wijziging moet vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn; f. het wijzigen dient zo te geschieden dat de inpassing van de erven in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan.
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 81
4.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.7.1
Vergunningplicht
Behoudens het bepaalde in artikel 4.7.2, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de hierna aangegeven gronden de daarbij aangegeven werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. aanleggen en dempen van water / wijken; c. aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; d. bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden. 4.7.2
Uitzonderingen vergunningplicht
Het in artikel 4.7.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van: a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. werken en werkzaamheden, waarmee rechtens is of mag worden begonnen ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; c. werken en werkzaamheden die worden uitgevoerd ter ontwikkeling van de aan het besloten veenontginningslandschap eigen gebiedskenmerken; d. werken en werkzaamheden op en in gronden binnen agrarische bouwvlakken; e. werken en werkzaamheden met minder dan 250 m3 grondverzet; f. kavelpaden, in- of uitritten en het verhogen en/of verlagen van de bodem ten behoeve van foliebassins, mestplaten, kuilvoerplaten en sleufsilo's; g. werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 4.7.1, onder b, voor zover het betreft het aanleggen van poelen. 4.7.3
Toelaatbaarheid werken en werkzaamheden
Werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 4.7.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, een of meer waarden of functies van de in dit artikel bedoelde gronden, welke het plan beoogt te beschermen: - niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel; - de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere | PAGINA 82
Artikel 5 5.1
Agrarisch met waarden - Essen- en hoevenlandschap
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch met waarden - Essen- en hoevenlandschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van één agrarisch bedrijf, uitgezonderd glastuinbouw, met dien verstande dat per bouwvlak slechts één agrarisch bedrijf is toegestaan; b. de instandhouding van de sterke gebiedskenmerken van het essen- en hoevenlandschap, welke per (deel)gebied zijn beschreven in de tabellen van de Landschap Identiteit Kaarten (LIK's), die als bijlage 5 en 6 onderdeel uitmaken van de regels; met daaraan ondergeschikt: c. niet-agrarische nevenactiviteiten tot een maximum van 100 m2 brutovloeroppervlak, of de bestaande oppervlakte, indien deze meer dan 100 m2 bedraagt; d. bed and breakfast; e. statische opslag in bestaande gebouwen; f. voorzieningen voor extensieve openluchtrecreatie, zoals fiets- en voetpaden en picknickplaatsen; en tevens voor: g. watergangen en waterpartijen, met bijbehorende waterhuishoudkundige voorzieningen; h. (aanpassingen aan) bestaande verkeersvoorzieningen en nutsvoorzieningen; i. behoud en ontwikkeling van de waterveiligheid van de regionale waterkeringen die zijn aangegeven op de kaart regionale waterkeringen zoals genoemd in artikel 4.2.1 van de Omgevingsverordening Overijssel; de belangen van de waterveiligheid zijn primair ten opzichte van de belangen van de andere toegestane functies; j. hobbymatige agrarische activiteiten. 5.2