Toelichting bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg, Kanaalweg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveenseweg 27 Heemserveen"
Tekst van het document
Buitengebied Hardenberg, Kanaalweg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveenseweg 27 Heemserveen
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime en strijdigheid
4 4 4 6 6
Hoofdstuk 2 Huidige en gewenste situatie 2.1 Algemeen 2.2 Huidige en gewenste situatie plangebied
10 10 10
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
17 17 19 27
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Geluid 4.2 Bodemkwaliteit 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Externe veiligheid 4.5 Milieuzonering 4.6 Geur 4.7 Ecologie 4.8 Archeologie & cultuurhistorie 4.9 Verkeer en parkeren 4.10 Besluit milieueffectrapportage
38 38 39 40 41 42 44 45 47 48 48
Hoofdstuk 5 Wateraspecten 5.1 Vigerend beleid 5.2 Waterparagraaf
50 50 51
Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding 6.2 Opzet van de regels 6.3 Verantwoording van de regels
52 52 52 53
Hoofdstuk 7
56
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 8 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 8.1 Vooroverleg 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen
57 57 57 57
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveensew eg 27 Heemserveen | PAGINA 2
Toelichting
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveensew eg 27 Heemserveen | PAGINA 3
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Rheezerveenseweg 27 in Heemserveen, in het buitengebied van de gemeente Hardenberg, ligt een voormalig agrarisch erf. Het erf bestaat uit een (voormalige) bedrijfswoning met bijgebouw, twee leegstaande varkensstallen, een mestsilo en een werktuigenberging. De stallen en mestsilo zijn als landschapsontsierend aan te merken, aangezien de stallen geen gebruikswaarde meer hebben en beginnen te vervallen. Ze zijn ook niet geschikt voor eventuele vervolgfuncties. Doordat de agrarische activiteiten zijn beëindigd, wordt ook niet meer geïnvesteerd in het onderhoud van de bebouwing. Het voornemen bestaat om de landschapsontsierende bebouwing, met een oppervlakte van 1.657 m2 (waarvan 303 m2 asbestvrij en 1.354 m2 met asbest), te slopen. Hiervoor is een sloopbewijs afgegeven. Op basis van de Motie twee- of driekapper, in combinatie met de beleidsnota 'Erven met Kwaliteit' is het mogelijk om ter compensatie van de sloop van 1.275 m2 aan landschapsontsierende bebouwing ter compensatie twee woningen in één hoofdvolume (een tweekapper) te realiseren aan de Kanaalweg Oost 51a in Bergentheim. De overgebleven sloopmeters worden in de gemeentelijke sloopbank geregistreerd. De bestaande bedrijfswoning aan de Rheezerveenseweg 27 wordt hierbij omgezet naar een reguliere woning, waarbij de werktuigenberging als bijgebouw gaat dienen.
Voorgenomen ontwikkelingen zijn niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" en de beheersverordening "Bergentheim", aangezien op beide locaties de bouw- en gebruiksmogelijk voor de beoogde woningen ontbreken. Voor deze ontwikkeling dienen het bestemmingsplan en de beheersverordening dan ook te worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin en toont aan dat de ontwikkeling vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is. 1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied bestaat uit twee locaties: Het voormalige agrarische erf aan de Rheezerveenseweg 27 in Heemserveen en de compensatiewoningen aan de Kanaalweg Oost 51a in Bergentheim. Hierna is de ligging van de verschillende locaties ten opzichte van elkaar en de gemeente Hardenberg weergegeven. Vervolgens is de ligging van de locaties tot de directe omgeving afzonderlijk weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveensew eg 27 Heemserveen | PAGINA 4
Afbeelding 1.1: Ligging van de verschillende locaties in de gemeente Hardenberg (Bron: ArcGIS)
Afbeelding 1.2: Ligging van de locatie aan de Rheezerveenseweg 27 ten opzichte van de directe omgeving (Bron: ArcGis)
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveensew eg 27 Heemserveen | PAGINA 5
Afbeelding 1.3: Ligging van de locatie aan de Kanaalweg Oost 51a ten opzichte van de directe omgeving (Bron: ArcGis) 1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan ''Buitengebied Hardenberg, Kanaalweg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveenseweg 27 Heemserveen” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0160.0000BP00403-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. 1.4
Huidig planologisch regime en strijdigheid
In de volgende subparagrafen wordt per locatie ingegaan op het geldende planologische regime en wordt tevens de strijdigheid met betrekking tot het planvoornemen beschreven. 1.4.1
Rheezerveenseweg 27, Heemserveen
De locatie aan de Rheezerveenseweg 27 ligt binnen de grenzen van de bestemmingsplannen “Buitengebied Hardenberg” (vastgesteld op 2 december 2014), 'Buitengebied Hardenberg, herziening regels'' (vastgesteld op 26 september 2016) en de bestemmingsplannen ''Facetherziening parkeren Hardenberg'' (vastgesteld op 17 juli 2018) en "Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven" (vastgelsteld op 21 juni 2022). Hierna is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg” opgenomen, waarbij op de bestemmingen en de strijdigheid in wordt gegaan.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveensew eg 27 Heemserveen | PAGINA 6
Afbeelding 1.4: Uitsnede van het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveensew eg 27 Heemserveen | PAGINA 7
De gronden in dit deel van het plangebied zijn bestemd met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Besloten veenontginningslandschap'. Het plangebied omvat hier het voormalig agrarisch bouwvlak en enkele omliggende gronden, die gaan behoren tot het nieuwe erf. Gronden met deze bestemming zijn met name bedoeld voor de instandhouding van de sterke gebiedskenmerken van het besloten veenontginningslandschap. Binnen het bouwvlak mogen agrarische bedrijfsgebouwen worden gerealiseerd, waaronder het bestaande aantal bedrijfswoningen. De archeologische dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' is opgenomen ter bescherming van de daar te verwachten archeologische waarden. Binnen de agrarische bestemming is wonen uitsluitend toegestaan ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering. Aangezien ter plaatse geen agrarische bedrijfsactiviteiten meer worden uitgevoerd dient de bestemming naar een reguliere woonbestemming te worden omgezet. 1.4.2
Kanaalweg-Oost 51a, Bergentheim
De locatie aan de Kanaalweg-Oost 51a ligt binnen de grenzen van de beheersverordening "Bergentheim" (vastgesteld op 18 december 2012) en het bestemmingsplan ''Facetherziening parkeren Hardenberg'' (vastgesteld op 5 juni 2018). Hierna is een uitsnede van de verbeelding van de beheersverordening “Bergentheim” opgenomen, waarbij op de bestemmingen en de strijdigheid in wordt gegaan.
Afbeelding 1.5: Uitsnede van de beheersverordening "Bergentheim" (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Gronden met de bestemming 'Agrarisch' zijn met name bedoeld voor agrarische cultuurgrond. De archeologische dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3' en 'Waarde - Archeologie 5' zijn opgenomen ter bescherming van de daar te verwachten archeologische waarden. Binnen de bestemming 'Agrarisch' ontbreken de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor het realiseren van de beoogde compensatiewoningen.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveensew eg 27 Heemserveen | PAGINA 8
1.4.3
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 per locatie ingegaan op de huidige en gewenste situatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Hardenberg beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 5 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveensew eg 27 Heemserveen | PAGINA 9
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige en gewenste situatie
Algemeen
Zoals in de aanleiding reeds uitgebreid is aangegeven, wordt er met dit plan circa 1.600 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt aan de Rheezerveenseweg 27. Ter compensatie hiervoor is het voornemen twee compensatiewoningen in één bouwvolume te realiseren aan de Kanaalweg Oost 51a. Daarbij wordt de bestaande bedrijfswoning aan de Rheezerveenseweg 27 naar een reguliere woning omgezet. Hierna wordt per locatie uitgebreid op de beoogde ontwikkeling ingegaan. Hierbij wordt ingegaan op de huidige en gewenste situatie. Daarnaast is per locatie de landschappelijke inpassing omschreven. 2.2
Huidige en gewenste situatie plangebied
2.2.1
Rheezerveenseweg 27, Heemserveen
2.2.1.1 Algemeen De locatie aan de Rheezerveenseweg 27, Heemserveen ligt in het buitengebied van Hardenberg. Het erf ligt in het besloten veenontginningslandschap. De beslotenheid wordt met name gevormd door de aanwezigheid van bossen en wegbeplanting. Ook zijn de erven vaak half besloten, door perceelrandbeplanting. Het erf zelf betreft een voormalig agrarisch erf, waar twee voormalige varkensstallen, een mestsilo, een werktuigenberging en een bedrijfswoning aanwezig zijn. De stallen en mestsilo zijn als landschapsontsierend aan te merken, aangezien de stallen geen gebruikswaarde meer hebben en beginnen te vervallen. Ze zijn ook niet geschikt voor eventuele vervolgfuncties. Doordat de agrarische activiteiten zijn beëindigd, wordt ook niet meer geïnvesteerd in het onderhoud van de bebouwing. Het erf wordt begrensd door de Rheezerveenseweg aan de zuidzijde en door agrarische gronden aan alle overige zijden. Op het erf staat één bedrijfswoning. Voor het overige is het erf grotendeels verhard of in gebruik als tuin bij de bedrijfswoningen. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de locatie opgenomen. Op deze luchtfoto zijn de stallen en woning genummerd weergegeven. In afbeelding 2.2 is een straatbeeld opgenomen.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveensew eg 27 Heemserveen | PAGINA 10
Afbeelding 2.1: Luchtfoto locatie Rheezerveenseweg 27 (Bron: PDOK
Afbeelding 2.2: Straatbeeld locatie Rheezerveenseweg 27 (Bron: Google Streetview) 2.2.1.2 Gewenste situatie Zoals al eerder aangegeven hebben de aanwezige varkensstallen en de mestsilo geen gebruiksfunctie meer. Deze stallen, met een oppervlakte van circa 1.657 m2 (waarvan 303 m2 asbestvrij en 1.354 m2 met asbest) zullen worden gesloopt. De sloop hiervan is reeds begonnen. Daarnaast zal al de erfverharding verwijderd worden. De bestaande bedrijfswoning, het bijgebouw en de werktuigenberging blijven behouden. Het erf krijgt een woonbestemming.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveensew eg 27 Heemserveen | PAGINA 11
2.2.1.3 Landschappelijke inpassing Voor het geheel is door BJZ.nu een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. het gehele rapport is als bijlage 1 bijgevoegd. De bestaande beplanting op het erf kan behouden blijven. Deze bestaat uit een bomenrij langs de Rheezerveenseweg en een bomenrij langs de westzijde van het erf. Aanvullend is recent de bomenrij verder doorgezet langs gehele westelijke perceelrand. Daarnaast zijn recent een tweetal fruitbomen aangeplant op het zijerf. Fruitbomen komen van oorsprong voor op (agrarische) erven in het buitengebied. Hiermee sluit het erf goed aan op de gebiedkenmerken. Op de plek van de te slopen bebouwing wordt gras ingezaaid. Hierna is een uitsnede van de erfinrichtingstekening opgenomen.
Afbeelding 2.3: Uitsnede erfinrichtingstekening Rheezerveenseweg 27 (Bron: BJZ.nu) 2.2.2
Kanaalweg-Oost 51a, Bergentheim
2.2.2.1 Algemeen De locatie ligt aan de Kanaalweg-Oost 51a ten oosten van Bergentheim. Het dorp Bergentheim ligt aan de overzijde van het kanaal. Dit kanaal (Almelo-De Haandrik) vormt tevens de belangrijkste ruimtelijke structuurdrager in de omgeving. De functionele structuur van de omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit woonpercelen langs het kanaal, met daarachter agrarische gebiedspercelen. Het deelgebied ligt in het veenkoloniaal landschap. Kenmerkend voor het veenkoloniaal landschap zijn de grootschalige open landschappen met een lineaire bebouwings-, verkavelings- en ontwateringsstructuur die zijn ontstaan door grootschalige ontginning van de hoogveengebieden. Het Overijssels veenkoloniaal landschap is deel van een groter geheel dat zich uitstrekt over Groningen en Drenthe. Het is gevormd door ontginners en boeren uit met name het noorden. Typische Groningse boerderijen staan hier doorgaans naast de Overijsselse boerderijen. bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveensew eg 27 Heemserveen | PAGINA 12
De ambitie is gericht op de versterking van de aantrekkelijkheid, de leefbaarheid en de kwaliteit van dit landschap. Het gaat dan met name om de grote maat en de vergezichten. De norm is een beschermende bestemmingsregeling gericht op instandhouding van de grote open ruimtes, de vergezichten en het contrast tussen deze ruimtes en bestaande verdichte zones. Als ontwikkelingen plaatsvinden in het veenkoloniaal landschap dan dragen deze bij aan het behoud en de versterking van bijzondere architectuur, de linten in het landschap en de open ruimtes. De locatie zelf betreft een in agrarisch gebruik zijnde grasperceel. De locatie wordt begrensd door de Kanaalweg-Oost aan de westzijde, een woonperceel aan de noord- en zuidzijde en agrarische percelen aan de westzijde. In afbeelding 2.4 en 2.5 zijn respectievelijk een luchtfoto en een straatbeeld van de locatie opgenomen.
Afbeelding 2.4: Luchtfoto locatie Kanaalweg-Oost 51 (Bron: Google maps)
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveensew eg 27 Heemserveen | PAGINA 13
Afbeelding 2.5: Straatbeeld locatie Kanaalweg Oost 51 (Bron: Google streetview) 2.2.2.2 Gewenste situatie Zoals eerder aangegeven is het gewenst om op deze locatie twee compensatiewoningen in één bouwvolume met bijgebouw te realiseren. Beide woonkavels krijgen een oppervlakte van circa 1.100 m2. Het bouwvolume van de twee woningen bedraagt in totaal 1.000 m3. Per woning wordt een bijgebouw van 50 m2 toegestaan. 2.2.2.3 Landschappelijke inpassing Ook voor deze locatie is een erfinrichtingstekening opgesteld. Hierna zijn een uitsnede van het plan opgenomen. Vervolgens wordt het plan toegelicht.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveensew eg 27 Heemserveen | PAGINA 14
Afbeelding 2.6: Uitsnede erfinrichtingstekening Kanaalweg-Oost 51a (Bron: De Erfontwikkelaar) Situering bebouwing De twee-onder-een-kap woning zal op de kop van de kavel worden geplaatst, in lijn met het bestaande weglint van de Kanaalweg-Oost. Zodoende wordt de herkenbare wand van bebouwing niet verstoort en is de impact op de omgeving klein. De woning wordt parallel aan het kanaal gerealiseerd, met de representatieve gevel richting de weg gekeerd. Doordat de lengterichting van de woning parallel loopt met het kanaal is het voor beide huishoudens mogelijk om zonnepanelen te plaatsen. Losse veldopstellingen zijn ter plaatse niet gewenst. Om de twee-onder-een-kap woning de uitstraling van een vrijstaande woning te geven, is gekozen voor een asymmetrisch ontwerp. Aan de voorzijde van de woning is een dwarskap beoogd, welke aan de rechterzijde van de woning wordt gerealiseerd De twee-onder-een-kapper krijgt een inhoud van maximaal 1.000 m3, wat aansluit binnen het bebouwingslint van de Kanaalweg-Oost, waar diverse grotere boerderijen aanwezig zijn. Om de woning aan te laten sluiten op het landschap, zal gekozen worden voor een gedekte kleurstelling. Felle, opvallende kleuren zijn ter plaatse niet gewenst. Landschappelijke inpassing Het open veenontginningslandschap kenmerkt zich door het ontbreken van opgaande beplanting.
De schaarse beplanting die aanwezig is, bevindt zich langs wegen en op erven. Er komen zowel eenzijdige als tweezijdige wegbeplantingen voor, met voornamelijk eiken. De erfbeplanting bestaat in hoofdzaak uit enkele grote bomen. Daardoor blijft sprake van doorzichten naar het achterland. De erven langs de Kanaalweg-Oost voldoen ook grotendeels aan dit beeld. Om het plangebied ook aan te laten sluiten is gekozen om de landschapsmaatregelen te beperken tot de aanplant van enkele solitaire streekeigen bomen. Het assortiment bestaat uit twee walnootbomen, een Hollandse linde en een rij ruwe berken. Hierdoor blijft het erf
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveensew eg 27 Heemserveen | PAGINA 15
transparant en blijven doorkijken naar het achterland bestaan. Tegelijkertijd zorgen de bomen voor schaduw en verzachten het bouwvolume. Het plangebied wordt aan de straatzijde afgeschermd door een rij zomereiken. Wegbeplanting in de vorm van eiken is kenmerkend voor het gebied. De rij zomereiken kan grotendeels behouden blijven. Wel is gekozen om de bomenrij uit te dunnen. Enkele waardevolle overstaande bomen blijven behouden en hebben zodoende meer ruimte om uit te groeien tot beeldbepalende bomen. Daarnaast blijft een doorzicht aan de noordzijde van het plangebied bestaan. Hier dient geen bebouwing en of opgaande beplanting aangebracht te worden. De keuze voor de verharding moet in afstemming gemaakt worden met de materialisering van de architectuur. Verharding moet in een gedekte kleurstelling sober toegepast worden. Dit in afstemming met de kleurstelling van de gevels en overige materialisering van het woonhuis en de overige gebouwen. Schuttingen en hoge opgaande exoten moeten in het buitengebied voorkomen worden. Met de voorgestelde wordt het erf goed ingepast in het landschap en neemt de ruimtelijke kwaliteit toe.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveensew eg 27 Heemserveen | PAGINA 16
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven 3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveensew eg 27 Heemserveen | PAGINA 17
waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. Op 1 oktober 2012 is de Ladder in werking getreden als motiveringsvereiste onder artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het vormt daarmee een nadere invulling van artikel 3:2 van de Awb. Het Bro bepaalt dat wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, deze moet worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Om een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.3
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid
De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de NOVI. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Er is geen ondergrens bepaald voor wat een 'stedelijke ontwikkeling' is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveensew eg 27 Heemserveen | PAGINA 18
ontwikkeling die Ladderplichtig is. a. 11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) b. 12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). Voorliggend bestemmingsplan betreft het realiseren van twee woningen. Gelet op de eerder genoemde jurisprudentie wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Het voornemen is daarmee in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.1.4
Conclusie toetsing aan het rijksbeleid
Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 3.2
Provinciaal beleid
In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de nieuwe Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. Op 1 mei 2017 zijn de nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening in werking getreden. In 2022 zijn de visie en verordening partieel herzien. 3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. 3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveensew eg 27 Heemserveen | PAGINA 19
2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 3.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.
Afbeelding 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 3.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveensew eg 27 Heemserveen | PAGINA 20
3.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 3.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap.
De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 3.2.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld.
3.2.3.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), artikel 2.1.6 lid 1 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) en artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwik kelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt. dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. 2. Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveensew eg 27 Heemserveen | PAGINA 21
Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 Door het toepassen van het beleid 'Erven met kwaliteit', neemt de hoeveelheid landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied af en worden ter compensatie twee compensatiewoningen teruggebouwd. Per saldo is geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden op de groene omgeving, maar juist een afname. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met het gestelde in artikel 2.1.3. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 4.
In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Artikel 2.1.6: Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (KGO) (lid 1) Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5. – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikelen 2.1.5 en 2.1.6 lid 1 Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving (buitengebied) van de gemeente Hardenberg.
Deze meerwaarde vertaalt zich in: Sloop van circa 1.600 m2 aan landschapsontsierende bebouwing met asbest aan de Rheezerveenseweg 27 te Heemserveen; Sanering van overtollige erfverharding (circa 400 m2); Het landschappelijk inpassen van het erf aan de Rheezerveenseweg 27 te Heemserveen (zie paragraaf 2.2.1.3) en de twee compensatiekavels aan de Kanaalweg-Oost 51a te Bergentheim (zie paragraaf 2.2.2.3). Hiermee wordt voldaan aan het beleid van de Provincie Overijssel met betrekking tot de impuls in de groene omgeving. In paragraaf 3.2.3.4.2 wordt beschreven dat het project past binnen de ontwikkelingsperspectieven. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen (lid 1) Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van twee compensatiewoningen op basis van de beleidsnota 'Erven met kwaliteit' van de gemeente Hardenberg. De woningen voldoen aan de kwalitatieve behoefte in de markt en wordt gebouwd voor de lokale behoefte. De ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel.
Bij de overige afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' zijn er verder geen aspecten die bijzondere aandacht verdienen. bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveensew eg 27 Heemserveen | PAGINA 22
3.2.3.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied (beide deellocaties) behoort tot het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. In afbeelding 3.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen. het plangebied is met de rode en blauwe ster per locatie aangeduid.
Afbeelding 3.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief Het karakter van het buitengebied van de gemeente Hardenberg, met een menging van meerdere functies, waarbij de functie 'agrarisch' niet de hoofdfunctie is, maakt dat een nuancering ter zake van de begrenzing van het ontwikkelingsperspectief noodzakelijk is. De ontwikkelingsperspectieven zijn dan ook niet normstellend maar richtinggevend.
Afwijkingen van de ontwikkelingsperspectieven zijn mogelijk, mits de ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken wordt versterkt en er voor de beoogde ontwikkeling geen sprake is van een m.e.r-plicht. In voorliggend geval is sprake van een rood voor rood project waarbij landschapsontsierende bebouwing aan de Rheezerveenseweg 27 wordt gesloopt en er ter compensatie twee compensatiewoningen aan de Kanaalweg-Oost 51a gebouwd worden. De compensatiewoningen vormen geen belemmering voor omliggende (agrarische) bedrijven. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 4.5. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met het ter plekke bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveensew eg 27 Heemserveen | PAGINA 23
geldende ontwikkelingsperspectief. 3.2.3.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het plangebied geen relevante specifieke eigenschappen voor deze laag geldt. Hierna wordt ingegaan op de relevante kenmerken ter plaatse van de ontwikkellocatie. 1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. De beide locaties van het plangebied zijn op de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'Hoogveengebieden (in cultuur gebracht). Op onderstaande afbeelding is dit weergegeven.
Afbeelding 3.3: Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) “Hoogveengebieden (in cultuur gebracht” Op waterhuishoudkundig geïsoleerde plekken (waar het regenwater wordt vastgehouden) ontwikkelde zich in het zandgebied op kleine en grote schaal hoogveen; onder invloed van regenwater ontstonden veenmoerassen. Deze groeiden als een dikke spons van veenmossen steeds verder omhoog, los van het grondwater. De extreme zure en voedselarme omstandigheden leidden tot natte, slecht toegankelijke moerasgebieden, waar vrijwel geen boom kon groeien. De hoogveenrestanten worden gekenmerkt door een hoge waterkwaliteit, een hoge waterstand en een hoge natuurkwaliteit. Lokaal is sprake van “levend hoogveen” (veenaangroei). De ambitie is de hoogveenrestanten in stand te houden en op een aantal plekken het hoogveen opnieuw tot groei te brengen. Het open natte karakter is hierbij een belangrijke kwaliteit. De inzet is op de randen tussen de hoogveenrestanten en de hoogveenontginningsgebieden landschappelijk leesbaar te maken als ontgonnen deel van het oorspronkelijk veenlandschap. Zo ontstaat een samenhangend bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveensew eg 27 Heemserveen | PAGINA 24
en leesbaar landschap in de hoogveengebieden en een overgang naar heide en schaalgraslanden eromheen. Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De deelgebieden zijn of ingericht als agrarisch erf (Rheezerveenseweg 27) danwel in agrarisch gebruik (Kanaalweg-Oost 51a). De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig. De aard en omvang van dit plan is van een beperkte omvang. Met de landschapsmaatregelen wordt ingezet op beplanting die past bij de natuurlijke ondergrond. De ontwikkeling is in overstemming met het gestelde in de 'Natuurlijke laag'. 2. De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' In de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf veenkoloniaal landschap. In afbeelding 3.4 is dat weergegeven.
Afbeelding 3.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel) "Veenkoloniaal landschap" Kenmerkend voor het veenkoloniaal landschap zijn de grootschalige open landschappen met een lineaire bebouwings-, verkavelings- en ontwateringsstructuur die zijn ontstaan door grootschalige ontginning van de hoogveengebieden. Het Overijssels veenkoloniaal landschap is deel van een groter geheel dat zich uitstrekt over Groningen en Drenthe. Het is gevormd door ontginners en boeren uit met name het noorden. Typische Groningse boerderijen staan hier doorgaans naast de Overijsselse boerderijen. De ambitie is gericht op de versterking van de aantrekkelijkheid, de leefbaarheid en de kwaliteit van dit landschap. Het gaat dan met name om de grote maat en de vergezichten. De norm is een beschermende bestemmingsregeling gericht op instandhouding van de grote open ruimtes, de vergezichten en het contrast tussen deze ruimtes en bestaande verdichte zones. Als ontwikkelingen plaatsvinden in het veenkoloniaal landschap dan dragen deze bij aan het behoud en de versterking van bijzondere architectuur, de linten in het landschap en de open ruimtes. bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveensew eg 27 Heemserveen | PAGINA 25
Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Door de sloop van landschapsontsierende bebouwing en de landschappelijke inpassing van beide locaties, worden de kenmerken van het veenkoloniaal landschap versterkt. Dit gebeurt door de erven in te richten met nieuwe, gebiedseigen beplanting en het realiseren van gebiedseigen woningen met bijgebouwen. Daarmee is de ontwikkeling in overeenstemming met het gestelde in de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”. 3. De “Laag van de beleving” In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis.
De verblijfsrecreatiecomplexen, de attracties, de routes voor wandelen, fietsen en varen zijn een belangrijke economische factor geworden met een vergelijkbaar aandeel in de economie als de agrarische sector. Dit alles verandert het aanzien, de gewenste gebruiksmogelijkheden en betekenis van het buitengebied. Aan het 'belevingslandschap' ontleent Overijssel zijn tijdsdiepte, maar ook zijn aantrekkingskracht. Steeds vaker worden de kwaliteiten uit het verleden ingezet in plannen door daar met nieuwe kwaliteiten, gebruiks- en verschijningsvormen op voort te bouwen. Belangrijk in deze laag is het oude en nieuwe 'erfgoed' van de provincie. De locaties zijn op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van de beleving' allemaal aangeduid met 'Donkerte'. In afbeelding 3.5 wordt dit weergegeven.
Afbeelding 3.5: Laag van de beleving (Bron: Provincie Overijssel) “Donkerte” Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de 'buitengebieden' van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveensew eg 27 Heemserveen | PAGINA 26
landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden. Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van de beleving' Ten eerste wordt gesteld dat lichtuitstraling inherent is aan de woonfunctie. Er is echter geen sprake van een onevenredige toename een (kunst)licht. Onnodige verlichting wordt zoveel mogelijk voorkomen. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de “Laag van de beleving”. 3.2.4
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid. 3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Landstad Hardenberg
3.3.1.1 Algemeen Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een eigen omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. Deze omgevingsvisie is samengesteld met participatie van vele stakeholders uit allerlei sectoren. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. Hierin is de functie voor de hele regio verder uitgebouwd. De rode draad in de gemeente is als volgt: De gemeente en samenleving zijn verbonden. De Hardenbergers hebben altijd de blik naar buiten. Ze zien voortdurend kansen. Door een goede samenwerking tussen inwoners, overheid en bedrijfsleven benutten we de kansen die zich voordoen. De gemeente speelt in op toekomstige veranderingen, veert mee, verbindt en investeert waar nodig. De kernen zijn onderling sterk verbonden. Platteland en stad raken steeds meer verweven. De gemeente combineert de kracht van het platteland met een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Voor een grensgemeente is dat een unieke prestatie. De gemeente zoekt de regionale verbinding. Hardenberg is onderdeel van de regio Zwolle. Daarnaast zijn er sterke verbindingen met Twente en Drenthe. 3.3.1.2 Ambitie Hardenberg staat voor grote uitdagingen. Een groeiende bevolking en economie zijn voor een grensregio niet vanzelfsprekend. Integendeel.
Dit vraagt om blijvende inspanningen en investeringen. De gemeente kan niet doorbouwen zoals het groot is geworden. Het gebruik van het platteland verandert. Dat vraagt om ontwikkeling van bebouwing die samengaat met ruimtelijke kwaliteit, landschap en natuur. Stad en land vullen elkaar steeds meer aan en houden elkaar in balans. Samen vertellen zij het verhaal van de functieverandering van het Hardenbergse platteland. Of-of-denken maakt plaats voor en-en-denken. De gemeente wil de kwaliteiten van het buitengebied versterken door stedelijke elementen aan te brengen. Tegelijkertijd blijft de gemeente werken aan het binnenstedelijk woon- en leefklimaat met vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart. De gemeente Hardenberg staat niet op zichzelf. Sociale, maatschappelijke en
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveensew eg 27 Heemserveen | PAGINA 27
economische relaties zijn steeds (boven)regionaler. Hardenberg wordt steeds afhankelijker van de omliggende regio’s. Omgekeerd geldt hetzelfde. De gemeente speelt daar op in. Per opgave kiest de gemeente het juiste schaalniveau voor de aanpak en samenwerking. De gemeente gaat ‘spelen met schalen’. De gemeente staat voor een nieuwe schaalsprong. Om deze schaalsprong te kunnen maken zijn vier uitgangspunten opgesteld. a. de groei vasthouden en doortrekken; b. kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker; c. ruimte als troefkaart; d. bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden. De groei vasthouden De gemeente blijft inzetten op groei van de economie en de werkgelegenheid. Hardenberg streeft naar een positieve arbeidsmarktbalans. Dit past bij onze positie als streekcentrum. De omvang en samenstelling van de beroepsbevolking geeft nu voldoende basis voor een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Dat wil de gemeente in de toekomst ook zo houden. Een stabiele bevolkingsgroei is daarom een voorwaarde. Net als het behouden van de concurrerende economie. Volgens de prognoses groeit onze bevolking tot 2040. Tot 2050 groeit ook het aantal huishoudens, en daarmee de woningbehoefte. Terwijl de bevolking groeit, neemt de beroepsbevolking geleidelijk af door vergrijzing. Dit kan Hardenberg positief beïnvloeden door jonge gezinnen en startende huishoudens aan te trekken.
Dit is gunstig voor de omvang van de beroepsbevolking en het voorzieningenniveau. De Regio Zwolle krijgt van het Rijk een groeiopgave van naar verwachting 40.000 tot 60.000 woningen in 2040. Hiervan kan en wil de gemeente in ieder geval 1.000 woningen voor haar rekening nemen. Kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker Groei is geen doel op zich maar moet bijdragen aan welvaart en welzijn van onze inwoners. De gemeente bouwt bestaande kwaliteiten uit en voegt nieuwe toe aan de leefomgeving en economie. Zo wil de gemeente haar inwoners binden en vertrokken Hardenbergers verleiden om terug te keren. De gemeente schept een gunstig vestigingsklimaat voor nieuwe bedrijven. Nieuwbouw is hiervoor niet voldoende. Verbeteringen in het woon, leef- en werkklimaat werken als een vliegwiel voor de lokale welvaart en het welzijn van de inwoners. Dit noemt men brede welvaart. De brede welvaart wordt bereikt door in te spelen op de trends en ontwikkelingen die de samenleving beïnvloeden, zoals: klimaatontwikkelingen, energietransitie, transities in de landbouw, circulaire economie, aandacht voor voeding en levensstijl en demografische ontwikkelingen. Ruimte als troefkaart Ruimte is de troefkaart. In Hardenberg krijg je veel voor weinig. Er is kwaliteit van leven. De Brede Welvaartsindicator 2019 laat een hoge woontevredenheid zien. Een kwaliteit die in Nederland steeds schaarser wordt.
Hiermee onderscheiden we ons. Nu en in de toekomst. Dit doet Hardenberg door werk te maken van leefbaarheid: de gemeente versterkt landbouw en natuur; de gemeente verbeterd het leef- en woonmilieu (groen, water, schoon, veilig, ruimte); de gemeente zorgt voor een passend woningaanbod en versterkt de sociale samenhang; de gemeente houdt het voorzieningenniveau op peil. Bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden Hardenberg is de op één na grootste gemeente in zowel de regio Zwolle als de Dutch TechZone. Beide samenwerkingsverbanden zijn belangrijk om onze ambities en opgaven te realiseren. Vooral voor de bereikbaarheid en de economie. En daarmee ook voor onderwijs en scholing. Hardenberg moet daarom uitgroeien tot een netwerkgemeente bij uitstek. Dit vraagt om intensivering van de samenwerkingsrelaties, specifiek met de regio Zwolle. Goede bereikbaarheid is hierbij een belangrijke voorwaarde. De gemeente zet zich in voor snelle verbindingen met Twente en Zwolle. 3.3.1.3 Thema's De visie is vertaald in vier thema's voor ontwikkeling. Dit betreffen de volgende: 1. Hardenberg in balans: over de verscheidenheid van het landelijk gebied; bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveensew eg 27 Heemserveen | PAGINA 28
2. Hardenberg voor elkaar: over stedelijke ontwikkeling, een vitale samenleving en leefbare kernen; 3. Hardenberg knooppunt: over een vitale economie en goede bereikbaarheid; 4. Hardenberg duurzaam: over de energietransitie, klimaatadaptatie en een circulaire economie. Binnen elk thema heeft de gemeente ambities en staat de gemeente voor opgaven. Samen vormen ze de agenda voor toekomstige samenwerkingen. In dit geval is met name het thema 'Hardenberg in balans' relevant, aangezien deze gaat over het landelijk gebied, waar het plangebied onderdeel van is. Daarnaastv is het thema 'Hardenberg voor elkaar' relevant, aangezien de te realiseren compensatiewoningen in de kern Dedemsvaart worden gerealiseerd. Hardenberg in Balans Ten aanzien van dit thema's heeft de gemeente zes ambities opgesteld, dit betreffen de volgende ambities: 1. De gemeente houdt het landelijk gebied vitaal; 2. De gemeente behoud en versterkt natuur en landschap, economie en samenleving: 3. De gemeente maakt ruimte voor klimaatadaptatie en de energietransitie met aandacht voor de kwaliteit, het gebruik en de waarden in het landelijk gebied; 4. De gemeente benaderd ontwikkelopgaven en vraagstukken gebiedsgericht; 5. De gemeente stimuleert nieuwe samenwerkingsvormen en strategische partnerschappen tussen ondernemers, onderzoek, onderwijs en overheden; 6.
De gemeente zorgt voor passend hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing. Hardenberg voor elkaar Ten aanzien van dit thema heeft de gemeente zes ambities opgesteld. Dit betreffen de volgende ambities: 1. De gemeente wil, naast de eigen inwoners, aan 1.000 nieuwe huishoudens een plaats geven; 2. De gemeente wil jongeren vasthouden of naar de gemeente laten terugkeren; 3. De gemeente wil hoger opgeleiden met jonge gezinnen verleiden; 4. De gemeente wil flexibel inspelen op nieuwe ontwikkelingen op het gebied van wonen; 5. De gemeente wil meer mogelijkheden voor wonen in het landelijk gebied zoeken; 6. De gemeente wil zoeken naar mogelijkheden voor huisvesting van tijdelijke werknemers uit het buitenland. 3.3.1.4 Opgaven per gebied De gemeente zet zich al lang in om ontwikkelingen in het buitengebied bij te laten dragen aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het beleid beschrijft daarom voor elk landschapstype de belangrijkste gebiedskenmerken en ontwikkelingsrichtingen. Bij het maken van dit beleid waren zowel bewoners als professionals betrokken. De resultaten zijn vastgelegd in Landschap-Identiteit-Kaarten (LIK’s). Deze vormen de natuurlijke onderlegger voor ontwikkelvisies voor verschillende deelgebieden. In dit geval staat het plangbied niet specifiek benoemd.