CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarweg tussen 24 en 28 en Brinkweg 2/2a Bergentheim

gemeenteraad 6 december 2022, gemeente HardenbergBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan ‘Buitengebied Hardenberg, Haarweg tussen 24 en 28 en Brinkweg 2/2a Bergentheim’ (rood voor rood)24.986 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Buitengebied Hardenberg, Haarweg tussen 24 en 28 en Brinkweg 2/2a Bergentheim

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Geldend bestemmingsplan 1.5 Leeswijzer

4 4 5 7 8 10

Hoofdstuk 2 Huidige en gewenste situatie 2.1 Algemeen 2.2 Huidige en gewenste situatie plangebied 2.3 Verkeer en parkeren

11 11 11 18

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

20 20 22 32

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Geluid 4.2 Bodem 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Externe veiligheid 4.5 Bedrijven en milieuzonering 4.6 Geur 4.7 Ecologie 4.8 Archeologie en cultuurhistorie 4.9 Besluit milieueffectrapportage 4.10 Water

44 44 46 48 50 52 55 56 58 59 61

Hoofdstuk 5 Juridische aspecten en planverantwoording 5.1 Inleiding 5.2 Opbouw van de regels 5.3 Bestemmingen

64 64 64 65

Hoofdstuk 6

67

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 7.1 Vooroverleg 7.2 Inspraak 7.3 Zienswijzen

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 2

68 68 68 68

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 3

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Brinkweg 2/2a Aan de Brinkweg 2/2a te Bergentheim (in het buitengebied van de gemeente Hardenberg) is een voormalig agrarisch erf aanwezig. Het erf was voorheen in gebruik als varkenshouderij. Nu wordt er al enkele jaren niet meer geboerd. Het erf bestaat uit twee (bedrijfs)woningen, bijgebouwen en een aantal voormalige agrarische stallen. Deze stallen zijn als landschapsontsierend aangemerkt. Het voornemen bestaat om deze bebouwing, met een oppervlakte van 2.720 m², te slopen. De locatie zal worden bestemd als regulier woonerf. De bestaande woningen blijven hierbij behouden en ook zal de aanwezige groenstructuur behouden blijven. Naast het saneren van de landschapsontsierende bebouwing zal de overtollige verharding worden opgeruimd. Tenslotte zal er één nieuw bijgebouw van 200 m² ten behoeve van één van de bestaande woningen worden gebouwd. Op basis van het beleid 'Rood voor rood' en de beleidsnotitie 'Erven met kwaliteit' is het mogelijk om ter compensatie van de bovengenoemde sloop twee compensatiewoningen te realiseren. Dit beleid gaat er in eerste instantie vanuit dat de compensatiewoningen op de slooplocatie worden gebouwd. In dit geval is dit niet wenselijk, aangezien er twee varkenshouderijen in de directe nabijheid van de Brinkweg 2 gesitueerd zijn.

De omliggende varkenshouderijen kennen een dermate omvang en geurcontour dat ter plaatse een goed woon- en leefklimaat niet te garanderen is. Deze sloopmeters zullen daarom worden overgeheveld naar de locatie aan de Haarweg tussen 24 en 26 (2.000 m²) te Bergentheim en de locatie Vilsterborg te Holtheme (overige m²). Deze laatste locatie wordt in een ander bestemmingsplan geregeld en behoeft daarom geen nadere toetsing in voorliggend plan. Haarweg tussen 24 en 26 De locatie voor de compensatiekavels is daarom zoals benoemd gevonden aan de Haarweg tussen nummer 24 en 26 te Bergentheim. Ter plaatse van deze locatie bevinden zich onbebouwde agrarische cultuurgronden, tussen twee bebouwingsclusters in. Deze locatie is daarom geschikt als landingslocatie voor bovengenoemde compensatiekavels. Haarweg 26 en 26i Daarnaast is bij voorliggend bestemmingsplan de locatie Haarweg 26 en 26i betrokken. Deze locatie is ten oosten van de Haarweg tussen 24 en 26 gelegen en betreft een locatie met nog een agrarische bestemming, maar er wordt al jaren niet meer geboerd. Het erf op deze locatie bestaat uit een bestaande boerderij met inwoonsituatie en enkele agrarische opstallen. De locatie zal worden bestemd als regulier woonerf.

Het voornemen is om op deze locatie de voormalige ligboxenstal (460 m²) te slopen en overtollige verharding op te ruimen, dit eveneens in het kader van de beleidsnotitie 'Erven met kwaliteit'. Deze oppervlakte van 460 m² is echter niet voldoende om aan de minimale sloopnorm van 850 m² te voldoen. De resterende sloopmeters (390 m²) worden aan de Kuilenweg 34 te Bruchterveld gesloopt. Deze locatie is in een ander bestemmingsplan meegenomen, wat als gevolg heeft dat er niet nader op deze locatie ingegaan behoeft te worden. Op basis van eerder genoemd beleid is het ook op de locatie Haarweg 26/26i de wens om bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 4

ter compensatie van de bovengenoemde sloop een compensatiewoning te realiseren. Binnen het beleid geldt het principe dat moet worden teruggebouwd op het erf waar gesloopt wordt. Daarom wordt deze compensatiewoning ter plaatse naast de te behouden schuur gebouwd. De bestaande schuur zal behouden blijven en opgeknapt worden. Deze schuur zal gebruikt worden voor de opslag van machines en hooi voor de paarden. Tenslotte is op deze locatie aan de Haarweg het voornemen om de bestaande inwoonsituatie te transformeren naar een reguliere woonsituatie ten behoeve van permanente bewoning. Op basis van het beleid van de gemeente Hardenberg is het mogelijk om een inwoonsituatie planologisch om te zetten teneinde een reguliere woning mogelijk te maken. Samenvattend bestaat de ontwikkeling uit: Sloop van 2.700 m² aan de Brinkweg 2/2a in Bergentheim, waarvan 2.000 m² wordt aangewend voor dit plan; Sloop van 460 m2 aan de Haarweg 26 en 26i in Bergentheim; Het tot woonerven bestemmen van de locaties Brinkweg 2/2a en Haarweg 26/26i te Bergentheim; Bouw van twee compensatiewoningen aan de Haarweg tussen 24 en 26 te Bergentheim; Bouw van één compensatiewoning aan de Haarweg 26/26i te Bergentheim en de planologische splitsing van de bestaande woning Haarweg 26i; Het landschappelijk inpassen van de betrokken erven.

De voorgenomen ontwikkelingen zijn niet in overeenstemming met de geldende bestemmingsplannen. Op beide locaties dient de sloop te worden geborgd en de erven te worden voorzien van een passende woonbestemming. Tevens dient de inwoonsituatie aan de Haarweg 26i als reguliere woonsituatie bestemd te worden. Hiertoe is in het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Het is echter wenselijk om deze afwijkingsbevoegdheid bij recht mee te nemen in voorliggend bestemmingsplan. Voor deze ontwikkelingen dient het bestemmingsplan dan ook te worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend juridisch-planologisch kader en toont aan dat de ontwikkeling vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied bestaat uit meerdere locaties: te weten het voormalige agrarische erf aan de Brinkweg 2/2a te Bergentheim en het voormalige agrarische erf aan de Haarweg 26/26i te Bergentheim en de aansluitend daaraan gelegen grond tussen de huisnummers 24 en 26'. Hierna is de ligging van de verschillende locaties ten opzichte van elkaar en de kern Bergentheim weergegeven. Vervolgens is de ligging van de locaties tot de directe omgeving afzonderlijk weergegeven. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt hier en in het vervolg van dit plan verwezen naar de bij dit plan behorende verbeelding.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 5

Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied in omgeving (Bron: PDOK)

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 6

Afbeelding 1.2: Ligging van de locaties ten opzichte van de directe omgeving (Bron: PDOK)

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg, Haarweg tussen 24 en 28 en Brinkweg 2/2a Bergentheim" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0160.0000BP00392-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen) Op de verbeelding zijn de bestemmingen binnen het plangebied aangegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan, maar maakt geen onderdeel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 7

1.4

Geldend bestemmingsplan

In de volgende subparagrafen wordt per locatie ingegaan op het geldende planologische regime en wordt tevens de strijdigheid met betrekking tot het planvoornemen beschreven. 1.4.1

Brinkweg 2/2a

De locatie aan de Brinkweg 2/2a ligt binnen de grenzen van de bestemmingsplannen “Buitengebied Hardenberg” (vastgesteld op 2 december 2014), "Buitengebied Hardenberg, herziening regels'' (vastgesteld op 26 september 2016) en het bestemmingsplan ''Facetherziening parkeren Hardenberg'' (vastgesteld op 5 juni 2018). Hierna is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg” opgenomen.

Afbeelding 1.3: Uitsnede van het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) De gronden in het plangebied hebben de bestemming 'Agrarisch met waarden - Essen en hoevenlandschap'. Het plangebied omvat het voormalig agrarisch bouwvlak. Gronden met deze bestemming zijn met name bedoeld voor het agrarische gebruik en de instandhouding van de sterke gebiedskenmerken van het open en veenontginningslandschap. Strijdigheid In dit geval dient het overblijvende voormalig agrarische erf (in casu wordt het bestaande agrarische bouwvlak wegbestemd) tot een regulier woonerf te worden bestemd. Daarnaast dient de nieuw te bouwen schuur van 200 m² ten behoeve van de meest zuidelijke woning in het plangebied te worden bestemd. Verder dient de landschappelijke inpassing te worden geborgd. Tot slot dient op deze locatie de maximale oppervlakte aan bebouwing na de sloop te worden geborgd. Hiervoor dient het bestemmingsplan te worden herzien.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 8

1.4.2

Haarweg tussen 24 en 26 en Haarweg 26/26i

Het plangebied aan de Haarweg tussen 24 en 26 en de Haarweg 26/26i (hierna Haarweg tussen 24 en 28) ligt binnen de grenzen van de bestemmingsplannen “Buitengebied Hardenberg” (vastgesteld op 2 december 2014), "Buitengebied Hardenberg, herziening regels'' (vastgesteld op 26 september 2016) en het bestemmingsplan ''Facetherziening parkeren Hardenberg'' (vastgesteld op 5 juni 2018). Hierna is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg” opgenomen. Het plangebied is indicatief weergegeven met de rode belijning.

Afbeelding 1.4 Uitsnede plankaart bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg“ (Bron: gemeente Hardenberg) De gronden binnen het plangebied hebben de bestemming 'Agrarisch met waarden Besloten heideontginningslandschap'. Het plangebied omvat het voormalig agrarisch bouwvlak en de naastgelegen agrarische cultuurgronden waarop de compensatiewoningen worden beoogd. Gronden met deze bestemming zijn met name bedoeld voor het agrarische gebruik en de instandhouding van de sterke gebiedskenmerken van het besloten heideontginningslandschap. Strijdigheid In dit geval worden het agrarische erf en de drie compensatiekavels voorzien van een reguliere woonbestemming. Dit is strijdig, gezien regulier wonen niet past binnen de vigerende agrarische bestemming. Tevens dient de splitsing van de bestaande woning (Haarweg 26/26i) planologisch te worden geregeld, gezien dit nu niet mogelijk is. Tot slot dienen de sloop en landschappelijke inpassing te worden geborgd. 1.4.3

Strijdigheid

De voorgenomen ontwikkelingen zijn niet in overeenstemming met de geldende bestemmingsplannen. Voor deze ontwikkelingen dient het bestemmingsplan dan ook te worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend juridisch-planologisch kader en toont aan dat de ontwikkeling vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 9

Op basis van de 'Facetherziening parkeren Hardenberg' gelden er regels omtrent parkeren, laden en lossen. Deze regels zijn in dit nieuwe bestemmingsplan overgenomen. 1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in Hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie in het plangebied. Hoofdstuk 2 gaat eveneens in op de gewenste situatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Hardenberg beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue. In de hoofdstukken 5 en 6 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 7 in op het vooroverleg.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 10

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige en gewenste situatie

Algemeen

Zoals in de aanleiding reeds is aangegeven, bestaat het planvoornemen uit het saneren van voldoende m² aan landschapsontsierende bebouwing, wat als gevolg heeft dat er drie compensatiewoningen middels de beleidsnotitie ‘Erven met kwaliteit’ kunnen worden gerealiseerd. Het betreft de sloop van landschapsontsierende bebouwing aan de Brinkweg 2/2a (2.700 m²) en Haarweg 26/26i (460 m²) en aan de Kuilenweg 34 (390 m², is echter in een separaat bestemmingsplan geregeld). Van deze 2.700 m² aan de Brinkweg 2/2a zal 2.000 m² worden aangewend voor twee compensatiewoningen, de derde compensatiewoning mag gerealiseerd worden als gevolg van de sloop van de 460 m² aan de Haarweg 26/26i en de 390 m² aan de Kuilenweg 24. Aangezien er aan de Brinkweg 2 te Bergentheim niet teruggebouwd kan worden zullen deze twee woningen aan de Haarweg (tussen 24 en 26) gerealiseerd worden. Verder kent het erf aan de Haarweg 26/26i momenteel een agrarische bestemming met landschapsontsierende bebouwing. Ook hier wordt gesloopt en op het erf een compensatiewoning gerealiseerd. Tevens wordt de bestaande woning planologisch gesplitst in twee wooneenheden. Hierna wordt per locatie ingegaan op de huidige en gewenste situatie. Tevens is per locatie de landschappelijke inpassing omschreven.

2.2

Huidige en gewenste situatie plangebied

2.2.1

Bergentheim

Oorspronkelijk was Bergentheim een esdorp ten westen van de huidige kern. Dit is het huidige Oud- Bergentheim. De huidige kern kwam tot ontwikkeling door de vervening van de veengebieden ten oosten van Bergentheim. Deze gebieden werden afgegraven. In 1905 kreeg Bergentheim een station aan de spoorlijn Zwolle - Stadskanaal. Het station werd gesloten in 1975. Rond 1900 is de aanwezigheid van de Bergentheimer beek bepalend voor de landschappelijke situatie. Langs de beek liggen natte hooilanden. De kavels aan de zuidzijde van de Haarweg zijn relatief smal en op de hogere delen aan de noordzijde wordt de aanwezige heide stukje bij beetje ontgonnen. Bosjes maken het gebied kleinschalig. Wat betreft de bouwlocatie in voorliggend bestemmingsplan wordt opgemerkt dat in de eerste helft twintigste eeuw er langs de Haarweg in Bergentheim meerdere woningen worden gebouwd. Iedere woning had twee wooneenheden. De woningen stonden dicht op de weg en zijn door de jaren heen vervangen door vrijstaande woningen. Ter hoogte van het plangebied gaat de bebouwing over naar meer boerenerven. Qua landschap is er niet veel veranderd. Enkel de kavels zijn groter geworden en de ontwatering van het gebied is verbeterd. Bestaande bosjes maken het landschap aantrekkelijk om te wonen.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 11

2.2.2

Brinkweg 2/2a

2.2.2.1 Algemeen De locatie aan de Brinkweg 2/2a ligt in het buitengebied van de gemeente Hardenberg, nabij Bergentheim. Het landschap is kenmerkend als een essen- en hoevenlandschap. Het erf aan de Brinkweg 2/2a te Bergentheim was voorheen in gebruik als varkenshouderij. Nu wordt er al jaren niet meer geboerd en kennen de opstallen geen gebruikswaarde meer. De initiatiefnemer is daarom voornemens om alle landschapsontsierende opstallen te slopen. Er kan echter ter plekke niet teruggebouwd worden aangezien er twee varkenshouderijen met bijbehorende geurcontouren in de nabij omgeving liggen. Het erf bestaat naast de landschapsontsierende bebouwing uit twee moderne landelijke woningen. Deze zullen behouden blijven. Ook blijft de groenstructuur zo veel mogelijk behouden. Bestaande waardevolle zomereiken op het erf blijven eveneens behouden. Naast het saneren van de landschapsontsierende bebouwing zal de overtollige verharding worden opgeruimd. Verder is het voornemen om ten behoeve van de meest zuidelijke woning (als gevolg van de sloop) om één bijgebouw van 200 m² te herbouwen. Voor deze locatie is een erfinrichtingsplan opgesteld waarbij de landschappelijke waarden versterkt worden. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van het erf opgenomen.

Afbeelding 2.1: Luchtfoto locatie Brinkweg 2/2a (Bron: Provincie Overijssel) 2.2.2.2 Gewenste situatie Aan de Brinkweg 2a staat ca. 2.700 m² landschapsontsierende bebouwing voorzien van asbest. Het geheel is niet meer in gebruik en de kans op verval en verpaupering is daarmee groot. De eigenaar wil graag deelnemen aan de ‘rood voor rood-regeling’ maar kan ter plekke niet terugbouwen, de omliggende varkenshouderijen kennen een dermate geurcontour dat deze een goed woon- en leefklimaat niet mogelijk maakt. Daarom is gekozen om deze compensatiekavels aan de Haarweg te Bergentheim, tussen 24 en 26 te situeren. Hiermee wordt een passende oplossing geboden om de landschapsontsierende bebouwing te slopen. Tevens wordt voorkomen dat de omliggende agrarische bedrijven beperkt worden in hun bedrijfsvoering.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 12

Wel is het een wens van initiatiefnemer (eigenaar zuidelijke woning aan de Brinkweg 2/2a) om een nieuw bijgebouw (200 m²) te bouwen op het erf. Deze zal gebouwd worden op een plek waar nu ook een schuur staat. De reden dat deze vrijstaande schuur gebouwd wordt is dat er nog hobbymatig grond wordt bewerkt. De trekker/machines komen in deze schuur terecht. Het erf bestaat na sloop uit twee woningen en enkele bijgebouwen ‘achter’ deze woningen. Bestaande groenstructuren en volwassen zomereiken kunnen behouden blijven. Het is daarmee niet noodzakelijk om extra groen aan te planten. Overeenkomstig de gebiedskenmerken van het essen- en hoevenlandschap wordt de schuur niet gelijk aan de bouwrichting van de woningen gebouwd. Het bijgebouw zal ten behoeve van beide woningen worden gebruikt. Het is in het kader van dit bestemmingsplan wenselijk om ter plaatse een reguliere woonbestemming op te nemen en de terugbouwmogelijkheid van de opstallen uit te sluiten. In afbeelding 2.2 worden de te slopen stallen weergegeven. In afbeelding 2.3 is een uitsnede van het ruimtelijk kwaliteitsplan voor deze locatie weergegeven.

Afbeelding 2.2: Weergave van de te slopen stallen (Bron: De Erfontwikkelaar)

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 13

Afbeelding 2.3: Uitsnede ruimtelijk kwaliteitsplan (Bron: De Erfontwikkelaar) 2.2.3

Haarweg tussen 24 en 28

2.2.3.1 Huidige situatie De locatie aan de Haarweg tussen 24 en 28 te Bergentheim maakt onderdeel uit van het besloten heideontginningslandschap van Bergentheim. Deze locatie bestaat in voorliggend bestemmingsplan uit twee locaties: te weten de agrarische cultuurgronden tussen 24 en 26 en het voormalige agrarische erf Haarweg 26 en 26i. Het erf aan de Haarweg 26/26i bestaat uit een boerderij met inwoning en enkele opstallen. Recent is de boerderij opgeknapt en zijn ook twee opstallen opgeknapt. De erven langs de Haarweg kenmerken zich door een eenduidige opbouw. De noordzijde is meer groen ingericht met bomen/struweel. De woningen staan niet op gelijke afstand van de weg. Vanuit de landschapsidentiteitskaarten wordt de rechtlijnige verkaveling als een kwaliteit gezien. Daarbij staan de woningen gelijk of haaks op de Haarweg. De kavels in het lint kennen veelal een oppervlakte van circa 1500 m². Het bestaande lint is gelijkmatig verkaveld. Dit komt omdat het van oorsprong in één keer gebouwd is. Ter hoogte van het plangebied aan de Haarweg gaat de lintbebouwing over in boerenerven. Aan de oostzijde van de Haarweg is de eerste bebouwing ontstaan. Dit waren de boerenerven met van oorsprong een boerderij met enkele opstallen. Veelal worden de erven ontsloten door één inrit en is er rondom de boerderij een centraal erf.

Door de jaren heen is dit beeld veranderd aangezien sommige dubbele woningen vervangen zijn door één woning en sommige door twee woningen. Daarom staan de woningen niet meer aan elkaar uitgelijnd. Ook staan de nieuwere woningen verder van de weg af door de aangescherpte geluidscontouren.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 14

Kenmerkend is de sobere erven met groen tussen de kavels in de vorm van hagen en bomen. Ook de twee nieuwe kavels (afkomstig van de Brinkweg) worden op deze manier ingepast. Daarbij krijgt iedere kavel een eigen ontsluiting en is er op het erf ruimte om te keren en te parkeren. De erven kennen veel groen dat het onderscheid in het ‘voor-’ en ‘achtererf’ versterkt. Het voorerf bestond veelal uit een siertuin met een haag, enkele (fruit-) bomen en eventueel een groentetuin. Het achtererf was veel extensiever ingericht met bomenrijen, erfbosjes en solitaire bomen. De locatie aan de Haarweg tussen 24 en 26 bestaat uit agrarische gronden zonder bouwvlak. Het voormalige agrarische erf aan de Haarweg 26 en 26i bestaat uit een boerderij die haaks op de weg staat met daarachter enkele opstallen. Naast de woning is een aanbouw die als inwoning is bestemd. Recent is de boerderij gerenoveerd en zijn ook twee bijgebouwen opgeknapt. Het erf kent een royale voortuin en naast het erf is een paardrijbak aangelegd. Diverse grote zomereiken passen het erf in. De schuren staan naakt in het landschap. Dit is gebiedvreemd. De oostelijke erfgrens tussen de buren bestaat uit opgaande gebiedseigen beplanting. Het erf wordt ontsloten door twee inritten en op het erf is ruimte om te keren en te parkeren.

In afbeelding 2.4 en 2.5 zijn respectievelijk een luchtfoto en een straatbeeld van de huidige situatie opgenomen.

Afbeelding 2.4: Luchtfoto locatie Haarweg (Bron: Provincie Overijssel)

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 15

Afbeelding 2.5: Straatweergave locatie Haarweg (Bron: Google Streetview) 2.2.3.2 Gewenste situatie Haarweg tussen 24 en 28 De wens bestaat om de voormalige ligboxenstal te slopen en overtollige verharding op te ruimten. Een bestaande schuur zal behouden blijven en opgeknapt worden. Deze schuur zal gebruikt worden voor de opslag van machines en hooi voor de paarden. Het dak is reeds gesaneerd en voorzien van zonnepanelen. Ook wordt de inwoningsituatie omgezet naar een wooneenheid. Op het erf zal als gevolg van de sloop van de opstallen een compensatiewoning worden gerealiseerd. De twee compensatiekavels die gegenereerd worden met de sloop aan de Brinkweg 2 worden aansluitend op bestaande bebouwing aan de Haarweg tussen nummer 24 en 28 gesitueerd. 2.2.3.3 Ruimtelijke en landschappelijke inpassing Haarweg tussen 24 en 28 Voor het geheel is door Dé Erfontwikkelaar een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. Hierna is een uitsnede en een vogelvluchtimpressie van het plan ter hoogte van de locatie aan de Haarweg opgenomen. Vervolgens wordt het plan toegelicht.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 16

Afbeelding 2.6: Uitsnede ruimtelijk kwaliteitsplan (Bron: De Erfontwikkelaar)

Afbeelding 2.7: Vogelvluchtimpressie ruimtelijk kwaliteitsplan (Bron: De Erfontwikkelaar) De nieuwe compensatiewoningen tussen Haarweg 24 en 26 (als gevolg van de sloop aan de Brinkweg 2/2a) worden getoetst aan de welstandsnota en kunnen een maximale inhoud van 750 m³ krijgen. Op beide erven kan eveneens een bijgebouw van maximaal 100 m² komen. Deze moet ‘achter’ de voorgevel van de woning staan en mag apart of inpandig worden uitgevoerd. Zoals hiervoor vermeld passen de woningen in het lint langs de Haarweg. Binnen de beleidsnotitie ‘Erven met kwaliteit’ geldt het principe terugbouwen op de plek waar men sloopt. Daarom wordt de compensatiewoning op het erf van nummer 26/26i aansluitend op de te behouden schuur gebouwd. Deze woning wordt eveneens getoetst aan de welstandsnota maar zal een schuurarchitectuur kennen. Dit houdt in dat er naast

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 17

de eisen van welstand een overheersende kap moet komen met een beperkte overstek. Materialen in een gedekte kleurstelling. Muren van baksteen en hout, het dak kan bestaan uit platen of dakpannen. Riet is niet passend op dit erf. Het bijgebouw bij de compensatiewoning op dit erf moet geïntegreerd worden in de hoofdvorm van de woning. De nokhoogte van de woning is daarbij leidend. Middels de aanplant van bomen blijft de compensatiewoning achter nummer 26/26i relatief open in het landschap staan. Een grote siertuin voor deze schuurwoning is niet wenselijk. Een weide met enkele bomen is passender. Zo blijft de relatie met het boerenerf duidelijk. Enkel rond de minder fraaie kant van het erf (mestopslag aan de Haarweg 26/26i) wordt een wilde haag aangeplant, het gaat hier om een vaste mestopslag die (nu ook al) gebruikt wordt voor het hobbymatig houden van paarden. Het is niet noodzakelijk om het erf middels een houtsingel af te schermen. De te behouden schuur wordt gepotdekseld met planken. Het dak is reeds gesaneerd en bestaat uit asbestvrije dakbedekking. Opvallende kleuren zijn niet wenselijk. De schuur moet een eenheid vormen met de andere bijgebouwen en de boerderij. Een bestaand kavelpad aan de Haarweg 26/26i blijft behouden als ontsluiting van het achterliggende perceel en de schuurwoning.

Bestaande bomen langs de Haarweg blijven eveneens behouden en versterken de rechtlijnigheid van het landschap. Binnen het plangebied tussen Haarweg 24 en 28 is op alle percelen voldoende ruimte om te keren/parkeren.

2.3

Verkeer en parkeren

2.3.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de mogelijke extra verkeersgeneratie en parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiervoor kunnen berekeningen worden uitgevoerd. Hierna wordt ingegaan op de verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte. 2.3.2

Verkeersgeneratie

Verkeersgeneratie Brinkweg 2/2a Concreet bestaat het planvoornemen uit het saneren van 2.720 m² aan landschapsontsierende bebouwing op deze locatie. Tevens wordt er met dit initiatief aan de Brinkweg 2/2a een agrarisch bedrijf buiten werking gesteld. Hierdoor zal er ter plaatse van dit plngebied sprake zijn van een afname aan verkeersbewegingen door het planologisch vervallen van de agrarisch gerelateerde verkeersbewegingen. Wat betreft de twee bestaande woningen behoeft er geen nadere toetsing worden uitgevoerd wat betreft de aspecten 'verkeer en parkeren', omdat deze woningen reeds planologisch mogelijk zijn (en aanwezig zijn) binnen het vigerende bestemmingsplan.

Verkeersgeneratie Haarweg tussen 24 en 28 Ook op deze locatie wordt er landschapsontsierende bebouwing gesloopt, wordt er een agrarisch bedrijf buiten werking gesteld en wordt een inwoonsituatie als zijnde reguliere woonsituatie bestemd aan de Haarweg 26/26i. Tenslotte worden op deze locatie aan de Haarweg tussen 24 en 28 drie compensatiewoningen gebouwd, welke mogen worden gerealiseerd als gevolg van bovengenoemde sloop. Wat betreft de bestaande woning aan de Haarweg 26/26i, behoeft er geen nadere toetsing bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 18

te worden uitgevoerd wat betreft de aspecten 'verkeer en parkeren', omdat deze woning reeds planologisch mogelijk is (en aanwezig is) binnen het geldende bestemmingsplan. Wat betreft de toe te voegen woningen gelden de volgende uitgangspunten: ligging in het buitengebied; weinig stedelijke gemeente (gemeente Hardenberg); koop, vrijstaand; aantal: (4) : 3 compensatiewoningen en één transformatie van inwoon-situatie naar reguliere woning. Voor deze woningen geldt op basis van bovenstaande uitgangspunten, op basis van de CROW, een extra verkeersgeneratie van 7,8 verkeersbewegingen per weekdagetmaal per woning. De Haarweg en de hierop aansluitende wegen zijn van voldoende omvang om deze extra verkeersgeneratie (4 woningen x 7,8 = circa 32 verkeersbewegingen per weekdagetmaal) afdoende te kunnen afwikkelen. Tevens zullen de woningen op een veilige wijze worden ontsloten middels overzichtelijke in- en uitritten.

2.3.3

Parkeren

Voor wat betreft het aspect parkeren geldt voor zowel de planlocatie Brinkweg 2/2a en Haarweg tussen 24 en 28 dat er op eigen erven voldoende ruimte is om te voorzien in de benodigde parkeerbehoefte van 2,2 parkeerplaatsen per woning. De uitsneden van de ruimtelijke kwaliteitsplannen zoals opgenomen in voorgaande afbeeldingen bevestigen dit. 2.3.4

Conclusie

Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkelingen.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 19

Hoofdstuk 3

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. 3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 20

eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

3.1.1.4 Toetsing aan de NOVI Het betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconstateerd is dat de woonfunctie ter plaatse van beide locaties een logische vervolgfunctie is voor het plangebied. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen herontwikkeling. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

3.1.2.1 Algemeen In de toenmalige Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In het Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' 3.1.2.2 Toetsing aan de Ladder Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat in voorliggend geval sprake is van de realisatie van drie extra woningen en het bestemmen van een inwoonsituatie als reguliere woning. De bestaande bedrijfswoningen ter plaatse van beide locaties worden eveneens getransformeerd naar reguliere woningen. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat toetsing bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 21

noodzakelijk is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Toevoegen van woningen Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. a. 11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) b. 12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). Het toevoegen van drie compensatiewoningen en het als reguliere woning bestemmen van een inwoonsituatie aan de Haarweg 26/26i wordt niet beschouwd als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Een nadere verantwoording aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is niet noodzakelijk. 3.1.3

Conclusie toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In 2017 is de Omgevingsvisie en –verordening 2017 vastgesteld, deze zijn beide in 2018 geactualiseerd. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. Of - generieke beleidskeuzes; 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven;

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 22

3. Hoe - gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 3.2.3.1 Of - Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn.

Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, Gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 3.2.3.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.

3.2.3.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 3.1 geeft dit schematisch weer.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 23

Afbeelding 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 3.2.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 3.2.4.1 Generieke beleidsk euzes Bij de afweging in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” zijn de artikelen 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 2.1.5 (ruimtelijke kwaliteit) en 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving' van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op deze artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1: Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.

lid 2: Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 24

benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro; Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 leden 1 en 2 van de Omgevingsverordening Overijssel Aan de Brinkweg 2/2a en aan de Haarweg 26/26i te Bergentheim (in het buitengebied van de gemeente Hardenberg) is een voormalig agrarisch erf aanwezig. Beide erven waren tot voorheen in gebruik, maar nu wordt er al enkele jaren niet meer geboerd. Het voornemen bestaat daarom om de voormalige agrarische stallen op deze locaties te slopen. Op basis van de beleid 'Rood voor rood' en de beleidsnotitie 'Erven met kwaliteit' is het mogelijk om ter compensatie van de bovengenoemde sloop in totaal drie compensatiewoningen te realiseren. Dit beleid gaat er in eerste instantie vanuit dat de compensatiewoningen op de slooplocatie worden gebouwd.

In dit geval is de hoofdslooplocatie de Brinkweg 2/2a, maar terugbouwen op deze locatie is in dit geval niet mogelijk, aangezien er twee varkenshouderijen in de directe nabijheid van deze locatie gesitueerd zijn. De omliggende varkenshouderijen kennen een dermate omvang en geurcontour dat ter plaatse een goed woon- en leefklimaat niet te garanderen is. Deze sloopmeters zullen daarom grotendeels worden overgeheveld naar de andere slooplocatie aan de Haarweg tussen 24 en 28 te Bergentheim, welke wel geschikt is als bouwlocatie voor de verkregen drie bovengenoemde compensatiekavels, vanwege de ligging in het lint (zie ook paragraaf 2.2.3.1). Deze locatie kent een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen en het is eveneens passend om ter plaatse van deze locatie nieuwe woningen in het lint toe te voegen. Hierdoor is er er saldo is geen sprake van extra ruimtebeslag op de groene omgeving, en kan eveneens worden gesteld dat het voornemen in dit bestemmingsplan een vorm is van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit lid 1: In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken.

lid 2: In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. lid 3: In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd lid 5: In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Artikel 2.1.6 lid 1: Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen - met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 - voorzien in bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 25

nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 leden 1, 2, 3 en 5 Zoals blijkt uit hoofdstuk 2 worden de betrokken locaties, waar van toepassing, landschappelijk ingepast conform de ter plaatse aanwezige gebiedskenmerken. Het voornemen gaat daarmee gepaard met een kwaliteitsimpuls. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan het sociaal en economisch vitaal houden van het buitengebied. Tevens is de ontwikkeling in overeenstemming met het ontwikkelingsperspectief en de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.6 lid 1 Het voorliggende planvoornemen leidt per saldo tot een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving (buitengebied) van de gemeente Hardenberg.

Deze meerwaarde vertaalt zich in: Sloop van voldoende m² aan landschapsontsierende bebouwing aan de Brinkweg 2/2a (2.720 m²) en Haarweg 26/26i (460 m²) en aan de Kuilenweg 43 (390 m², is echter in een separaat bestemmingsplan geregeld) ; Het wegbestemmen van agrarische bedrijven en hiermee tot woonerven bestemmen van de locaties Brinkweg 2/2a en Haarweg 26/26i te Bergentheim (en eveneens de inwoonsituatie bestemmen tot reguliere woning); Realisatie van drie compensatiewoningen met bijbehorend bouwwerk aan de Haarweg tussen 24 en 28 te Bergentheim; Het landschappelijk inpassen van de betrokken erven; als KGO-inspanningen wordt aangemerkt het slopen van de voormalige agrarische schuren, de overige landschapsmaatregelen betreffen de basisinspanningen. Hiermee wordt voldaan aan het beleid van de Provincie Overijssel met betrekking tot de impuls in de groene omgeving. Het plasnvoornemen past binnen de geldende ontwikkelingsperspectieven, zie de toetsing hieraan in navolgende paragraaf. Eindconclusie Gelet op bovenstaande toetsingen wordt geconcludeerd dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.1.5, lid 1, 2, 3 en 5 en artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening Overijssel.

Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen (lid 1) Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van drie compensatiewoningen op basis van de principes van het KGO, waarvoor drie extra wooneenheden wordt verkregen. De woningen voldoen aan de kwalitatieve behoefte in de markt en worden gebouwd voor de lokale behoefte. Voor de woningen zijn reeds concrete kopers, waarmee dit is aangetoond. De ontwikkeling is dan ook in overeenstemming te achten met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Bij de overige afwegingen in de eerste fase 'Of generieke beleidskeuzes' zijn er verder geen aspecten die bijzondere aandacht verdienen.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 26

3.2.4.2 Ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving van belang. In de Groene Omgeving gaat het vooral om: behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie. In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap; wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap. De locaties van het plangebied zijn met de rode sterren aangeduid. De locatie aan de Haarweg ligt in het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. De locatie aan de Brinkweg ligt in het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'. In afbeelding 3.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen. De plangebieden bevinden zich ter plaatse van de rode ster.

Afbeelding 3.2 Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, wil de provincie in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 27

'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief Ten aanzien van de bouwlocatie aan de Haarweg tussen 24-28, geldt dat, vanwege het karakter van het buitengebied van de gemeente Hardenberg, met een menging van meerdere functies, waarbij de functie 'agrarisch' niet de hoofdfunctie is, een nuancering noodzakelijk is. De ontwikkelingsperspectieven zijn dan ook niet normstellend maar richtinggevend. Afwijkingen van de ontwikkelingsperspectieven zijn mogelijk, mits de ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken wordt versterkt en er voor de beoogde ontwikkeling geen sprake is van een m.e.r-plicht.

De bouw van drie compensatiewoningen aan de Haarweg 24-28 te Bergentheim, past binnen het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap', te meer omdat een onwenselijke situatie aan de Brinkweg 2/2a te Bergentheim wordt voorkomen (bouwen van woningen binnen geurcontouren van agrarische bedrijven (varkenshouderijen). Er is hierbij geen sprake van belemmeringen voor omliggende (agrarische) bedrijfsvoering. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 4.5 en paragraaf 4.6.1. Ten aanzien van de Brinkweg wordt gesteld dat er enkel sprake is van sloop en de bouw van een bijgebouw. De nieuwe bestemming 'wonen' past binnen het ontwikkelingsperspectief, dat uitgaat van een mix van meerdere functies, waaronder wonen. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief. 3.2.4.3 Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, aangezien voor het plangebied en de aangrenzende gronden met betrekking tot deze laag geen specifieke eigenschappen gelden. 1.

De 'Natuurlijke laag' De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier 'van nature' op vestigt. Deze natuurlijke laag is het resultaat en de wisselwerking tussen abiotische (fysische) en biotische factoren en processen. Zo zorgden ijs-, wind- en waterstromen in Overijssel voor het ontstaan van een afwisselend landschap van stuwwallen, dekzandgronden, beekdalen en natte laagtes en bepaalden de stroomsnelheden van IJssel, Vecht, Regge of Dinkel waar het fijne (komgronden) en waar het grovere sediment (oeverwallen) werd afgezet. En ontwikkelde veen zich daar, waar het water maar moeilijk weg kon. In afbeelding 3.3 is een uitsnede van de kaart met betrekking tot de natuurlijke laag opgenomen. De plangebieden zijn met de rode ster indicatief weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 28

Afbeelding 3.3 De 'Natuurlijke laag' (Bron: Provincie Overijssel)

“Dekzandvlakte en ruggen” De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag” Binnen het plangebied aan de Haarweg (met name relevant voor de landingslocatie van de compensatiewoningen aan de Haarweg) zijn de kenmerken van het oorspronkelijke landschap nauwelijks meer waarneembaar. Dit komt hoofdzakelijk doordat het plangebied een voormalig agrarisch bedrijfsperceel betreft en de omliggende gebieden in cultuur zijn gebracht ten behoeve van de landbouw. De nieuwe woningen worden landschappelijk ingepast, conform gebiedskenmerken. 2. De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben ideeën over schoonheid nooit een rol gespeeld.

Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. In afbeelding 3.4 is een uitsnede van de kaart met betrekking tot de laag van het agrarisch cultuurlandschap opgenomen. De plangebieden zijn met het rode ster indicatief weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 29

Afbeelding 3.4 De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' (Bron: Provincie Overijssel) "Essenlandschap" Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden, – voormalige – heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es (esdorpen en verspreide erven). Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Als ontwikkelingen plaats vinden in het essenlandschap, dan krijgen deze in de flanken een plaats, met respect voor en bijdragend aan de aanwezige bebouwingsstructuren (lint, erf) en versterking van het landschappelijk raamwerk. "Jonge heide- en broekontginningslandschap" De grote oppervlakte aan – voormalige –natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12015102/2