CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Theater Hardenberg Programma van Eisen

Raadsinformatiebijeenkomst 25 maart 2025, gemeente HardenbergBij agendapunt: Presentatie van het scenario-onderzoek12.317 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Theater Hardenberg – Programma van Eisen Henk Scholten en Karin Sommerer 14-05-2021

Inhoudsopgave 1. Aanleiding en adviesvraag.....……………………………… 3 2. Werkwijze…………………………………………………………. 5 3. Benchmark……………………………………………………..… 6 3.1. Doel en inhoud van de benchmark 3.2. De drie gemeenten en theaters 3.3. Gemeente en bevolking 3.4. (Cultuur)beleid 3.5. De theaters 3.6. Conclusies en relevantie voor Hardenberg 4. Wat wil Hardenberg zelf?.......................................... 21 4.1. Beleid, visie en programmering 4.2. Publiekscapaciteit en faciliteiten 4.3. Uitstraling en omgeving 5. Uitgangspunten voor het Programma van Eisen…... 26 5.1. Benchmark en wensen Hardenberg vergeleken 5.2. Belangrijkste uitgangspunten voor het Programma van Eisen 6. Programma van Eisen – functioneel en ruimtelijk…. 32 7. Programma van Eisen – technisch (volgt later)……… 38 8. (Voorlopige) conclusies en aanbevelingen…………….. 39

Bijlagen: • Ruimtestaat • Overzicht benchmarkgegevens met bronvermelding

Rapport – definitieve versie

2

1. Aanleiding en adviesvraag Het College van Burgemeester en Wethouders van Hardenberg heeft op 3 november 2020 gesproken over het rapport Advies Toekomstbestendige Theatervoorziening van Blueyard/Henk Scholten. De belangrijkste aanbevelingen uit dat advies waren:

§ Onderzoek de haalbaarheid van een (ver)nieuw(d) theater met een grotere publiekscapaciteit, eigentijdse theater-technische voorzieningen en goede faciliteiten voor de maatschappelijke rol die het theater speelt.

§ Betrek bij dat onderzoek ambities van de gemeente ten aanzien van de gebiedsontwikkeling binnenstad en het - onder meer op het aantrekken van hoger opgeleiden gerichte - vestigingsklimaat.

§ Ontwikkel het plan voor een (ver)nieuw(d) theater in Hardenberg in samenhang met de andere culturele voorzieningen in de gemeente.

Inmiddels is in maart 2021 ook de Omgevingsvisie Landstad Hardenberg vastgesteld door de Gemeenteraad. Daarin wordt de gewenste ontwikkeling geschetst richting 2040 en wat daarvoor moet gebeuren. Hardenberg wordt een krachtig knooppunt van een ‘regio van het gezonde leven’ en een sterke economische speler, met voorzieningen die door mensen tot ver buiten de regio worden gebruikt. De bereikbaarheid met openbaar vervoer en over de weg wordt sterk verbeterd. En het centrum van Hardenberg wordt een placeto-be. Onder meer het gebied met daarin het theater wordt aangepakt: het centrum ligt straks nòg meer aan de Vecht. Plan van aanpak

De ambtelijke staf heeft van het college opdracht gekregen om een plan van aanpak te maken voor een toekomstige theatervoorziening en de inpassing daarvan in de ontwikkeling van het centrum. Het gaat dus om een cultureel en een ruimtelijk spoor. De voorgestelde stappen zijn op hoofdlijnen:

§ Formuleer een Programma van Eisen (PvE) voor een toekomstige theatervoorziening.

§ Verken op basis van dat PvE drie fysieke scenario’s: vernieuwbouw, nieuwbouw op de huidige locatie, nieuwbouw op een andere locatie.

§ Onderzoek die scenario’s mede aan de hand van een ontwerpend onderzoek en een globale financiële analyse en betrek daarbij ook de gebiedskansen voor het centrum.

Rapport – definitieve versie

3

De gemeente heeft Blueyard gevraagd advies uit te brengen over het Programma van Eisen. Daartoe heeft Blueyard een aantal overwegingen geformuleerd en een voorstel tot opdrachtomschrijving gedaan. Op basis hiervan heeft de gemeente de opdracht verstrekt. Vanuit Blueyard is de opdracht uitgevoerd door Karin Sommerer en Henk Scholten.

1.1. Overwegingen Om tot een deugdelijk en betrouwbaar Programma van Eisen te komen is het van belang de (potentiële) behoefte van bespelers, publiek en andere gebruikers zo goed mogelijk in kaart te brengen. Inhoudelijk zijn die al grotendeels te vinden in het eerste rapport (Advies Toekomstbestendige Theatervoorziening). Voor een meer kwantitatieve onderbouwing doen wij een benchmarkonderzoek naar theaters in drie met Hardenberg vergelijkbare gemeenten. Bij voorkeur kiezen we gemeenten waar relatief recent een nieuw theater is gebouwd of een bestaand theater verbouwd. De benchmarkgegevens vormen een belangrijke onderbouwing voor de te maken keuzes in het Programma van Eisen. Dat geldt vanzelfsprekend ook voor de eigen wensen en opvattingen van de opdrachtgever. Het Programma van Eisen dat wij samen met de opdrachtgever ontwikkelen heeft een functionele, een ruimtelijke en een technische kant. Het gaat in dit stadium om een PvE in hoofdlijnen: het moet duidelijk en bruikbaar genoeg zijn om als basis te fungeren voor de verkenning van de drie fysieke scenario’s, maar nog niet zo gedetailleerd dat er al een volledig ontwerp op kan worden gebaseerd. Opdracht

Op basis van het voorafgaande is de opdracht als volgt geformuleerd: 1. Ontwikkel in samenwerking met de opdrachtgever een functioneel, ruimtelijk en technisch Programma van Eisen op hoofdlijnen voor een toekomstbestendig theater. 2. Onderbouw dat Programma van Eisen met een benchmark-analyse van drie theaters in met Hardenberg vergelijkbare gemeenten. Maak de keuze van die drie in overleg met opdrachtgever. Overleg en afstemming met de andere culturele voorzieningen binnen de gemeente vinden plaats in een volgende fase.

Rapport – definitieve versie

4

2. Werkwijze Bij de voorbereiding van dit advies is de volgende aanpak gehanteerd:

§ In een eerste bijeenkomst met de opdrachtgever zijn aanpak en planning §

besproken en is uit een ruim aantal mogelijkheden de keuze gemaakt voor de drie te benchmarken gemeenten en theaters. Vanuit diverse bronnen zijn gegevens verzameld over de drie gemeenten en theaters. Zie voor een vermelding van de bronnen de bijlage ‘Benchmarkgegevens’. Ter afsluiting van deze fase zijn de directies van de voorbeeldtheaters geïnterviewd, ter validatie en verdieping van de benchmark.

§ Op basis van de beschikbare gegevens en de interviews zijn de conclusies uit de benchmark geformuleerd en geduid met het oog op de relevantie voor Hardenberg.

§ Gelijktijdig met deze fase heeft de opdrachtgever zijn visie op de toekomstige rol en functie van het theater en in het bijzonder op de programmering geformuleerd en gedeeld.

§ Op basis van de resultaten van de benchmark, de inhoudelijke visie van de opdrachtgever en de inhoud van het eerste Advies Toekomstbestendige Theatervoorziening zijn de inhoudelijke uitgangspunten voor het Programma van Eisen geformuleerd.

§ Deze uitgangspunten zijn vertaald in een functioneel, ruimtelijk en technisch Programma van Eisen op hoofdlijnen. De bijgevoegde ruimtestaat is indicatief. In een volgende fase dient een theater-technisch adviseur en/of architect deze nader te specificeren, ook om daarmee de noodzakelijke footprint te kunnen bepalen.

§ Op basis van het Programma van Eisen op hoofdlijnen zijn voorlopige conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan ten aanzien van de drie fysieke scenario’s: vernieuwbouw, nieuwbouw op de huidige locatie en nieuwbouw elders.

§ Het volledige conceptadvies is ten slotte met opdrachtgever besproken en aansluitend definitief vormgegeven en aangeboden. NB Vanwege de (huidige) verwevenheid van Theater De Voorveghter en de bioscoop is ook met de directie van de bioscoop gesproken. De uitkomsten zijn in een aparte paragraaf van het PvE verwerkt.

Rapport – definitieve versie

5

3. Benchmark 3.1. Doel en inhoud van de benchmark Het doel van de benchmark is een richtinggevende uitspraak te kunnen doen over de aard en omvang van een in Hardenberg te realiseren nieuwe en toekomstbestendige theatervoorziening. Er zijn drie gemeenten gekozen, waarvan op basis van een eerste inventarisatie verondersteld mocht worden dat deze voldoende vergelijkbaar zijn met de gemeente Hardenberg. Criteria daarbij waren de omvang van de bevolking, de afstand ten opzichte van grote steden en de regionale centrumfunctie. Daarbij is specifiek gezocht naar gemeenten, waar relatief recent een nieuw theater is geopend. Uit die verkenning zijn, in samenspraak met de opdrachtgever, de gemeenten Doetinchem, Meierijstad (Veghel) en Súdwest-Fryslân (Sneek) naar voren gekomen. Van elk van deze drie gemeenten is informatie verzameld over de volgende onderwerpen:

§ Omvang en samenstelling van de bevolking § Opleidingsniveau van de bevolking § Politieke voorkeur van de bevolking § Vitaliteit van de binnenstad § Economische bedrijvigheid § Gemeentelijk bijdrage aan het theater § Aard en omvang van het theater § Aantallen professionele voorstellingen en bezoekers van het theater § Overige activiteiten (maatschappelijk, zakelijk, horeca) van het theater § Financiële positie van het theater inclusief aandeel gemeentelijke subsidie Het grootste deel van de informatie is cijfermatig en in die zin ‘objectief’ vergelijkbaar. Andere gegevens zijn meer beschrijvend van aard. In alle gevallen is de informatie gewogen en geduid met het oog op de relevantie voor de situatie in Hardenberg. Bij wijze van voorbeeld: Doetinchem heeft minder inwoners dan Hardenberg en een theater met een grote zaal met 860 stoelen. Toch leidt dat niet automatisch tot de conclusie dat Hardenberg dus wel een zaal met 900 stoelen kan bouwen. Er spelen immers ook andere factoren een rol.

Rapport – definitieve versie

6

3.2. De drie gemeenten en theaters Doetinchem is een centrumgemeente in de Achterhoek met 58.000 inwoners, maar met een verzorgingsgebied dat tot ver buiten de eigen gemeente reikt. De stad verwacht de komende 15 jaar te groeien naar 70.000 inwoners. Met name de regionale functie en de aanwezigheid van diverse kleine en iets grotere kernen in het ‘buitengebied’ maken Doetinchem goed vergelijkbaar met Hardenberg. In 2010 is de nieuwe Schouwburg Amphion geopend met onder meer een grote zaal met 860 stoelen. Sinds de opening is Amphion door de Vereniging van Vrije Theaterproducenten vier keer uitgeroepen tot beste theater van Nederland. Onlangs ging Amphion met de muziekschool en het filmhuis samen in Amphion Cultuurbedrijf. Sneek is met Bolsward een van de hoofdkernen van Súdwest-Fryslân, sinds de herindeling de qua oppervlakte grootste gemeente van Nederland. Met bijna 90.000 inwoners is de gemeente (aanzienlijk) groter dan Hardenberg, maar de aanwezigheid van Bolsward als tweede grote kern naast Sneek, het ruime aantal kleine kernen en de grote oppervlakte van de gemeente zorgen toch voor een voldoende vergelijkbaarheid. Theater Sneek met een grote zaal met 611 stoelen werd in 2012 in gebruik genomen. Binnen Cultuur Kwartier Sneek vormt het theater één organisatie met onder meer Poppodium Het Bolwerk en Kunstencentrum Atrium.

Meierijstad is de naam van de Noord-Brabantse herindelingsgemeente, waarvan Veghel (naast Schijndel) de hoofdkern vormt. Ook hier is het aantal inwoners met ruim 80.000 groter dan in Hardenberg, maar de voor Sneek genoemde argumenten gelden voor Veghel evenzeer. In 2018 werd het vernieuwde Theater De Blauwe Kei geopend met een grote zaal met 696 stoelen, als onderdeel van een tot ‘cultuur- en foodcourt’ omgebouwd industrieel complex. De Blauwe Kei programmeert ook Podium ‘t Spectrum in Schijndel. Opmerkelijk is dat voor elk van de drie theaters geldt, dat zij deel uitmaken van of nauw verbonden zijn met andere culturele instellingen, zoals een organisatie voor kunstzinnige vorming of een poppodium. Dit aspect komt later terug.

Rapport – definitieve versie

7

3.3. Gemeente en bevolking Bevolking: aantallen, leeftijd en samenstelling, woonsituatie, politiek klimaat

De demografische gegevens tonen een grote mate van overeenkomst waar het gaat om de (leeftijds)samenstelling van de bevolking. Opvallend is het relatief grote aantal huishoudens met kinderen in Hardenberg. Als het gaat om de geografische uitgestrektheid van de gemeente is Súdwest-Fryslân het meest vergelijkbaar, al geldt ook voor Doetinchem dat het verzorgingsgebied (een groot deel van de Achterhoek) uitgestrekt is. Het percentage hoogopgeleiden ligt in Hardenberg lager dan in de andere gemeenten. Niet voor niets is het verhogen daarvan een belangrijke prioriteit van de gemeente. Westerse en niet-westerse migranten maken een relatief klein deel uit van de bevolking van Hardenberg. Als het gaat om het politieke klimaat (volgende tabel) valt met name de relatief sterke positie van CDA en CU in Hardenberg op. D66 scoort verhoudingsgewijs laag.

Rapport – definitieve versie

8

Politiek klimaat

Welvaart: inkomsten en werkloosheid, bedrijven, infrastructuur

De werkloosheid in Hardenberg ligt gemiddeld lager dan elders en het aantal bedrijfsvestigingen wijkt niet wezenlijk af van het gemiddelde per inwoner. Toch ligt het gemiddeld bruto jaarinkomen lager. Aparte aandacht verdient de kolom economische vitaliteit, die hier betrekking heeft op de aantrekkingskracht van de binnenstad. Dat verklaart de goede score van Sneek. De lage score van Hardenberg op dit onderdeel wordt weerspiegeld in verhoudingsgewijs lage vestigingsaantallen in sectoren als handel en horeca, zakelijke dienstverlening en cultuur, recreatie en overige diensten. Ook hier is de gemeentelijke ambitie om de binnenstad van Hardenberg aantrekkelijker te maken goed verklaarbaar vanuit de huidige situatie.

Rapport – definitieve versie

9

3.4. (Cultuur)beleid Súdwest-Fryslân heeft een recente cultuurnota, Doetinchem en Meijerijstad hebben die niet. Daar komt de informatie uit de gemeentelijke begrotingen en jaarrekeningen. Overigens lopen de doelstellingen van het cultuurbeleid onderling weinig uiteen. Het gaat – net als in Hardenberg – over het in stand houden van een passend voorzieningenniveau, bevordering van samenwerking tussen de instellingen, brede programmering, spreiding van aanbod en voorzieningen over de hele gemeente en aandacht voor cultuureducatie. Ook de inpassing van het cultuurbeleid in het gemeentelijk beleid als geheel kent vooral overeenkomsten. Doetinchem bijvoorbeeld werkt met programmalijnen en geeft cultuur zowel een plek onder ‘Doetinchem centrumstad’ als ‘Sterke samenleving’. Sneek en Veghel/Meierijstad zien cultuur ook als onderdeel van stadspromotie. En voor alle drie de gemeenten geldt investeren in het vestigingsklimaat als een belangrijke doelstelling, waarbij een volwaardig voorzieningenniveau op (ook) het gebied van cultuur als belangrijke voorwaarde wordt beschouwd. Als het gaat om de aanwezige culturele voorzieningen zijn er ook vooral overeenkomsten: alle drie gemeenten hebben een of meer theaters, een bioscoop, een bibliotheek, een kunstencentrum/kunsteducatieinstelling/muziekschool en een of meer musea. Sneek heeft als enige een eigen poppodium.

En Veghel beschikt – mede dankzij de ontwikkeling van het industriële complex De Noordkade – over relatief veel werk- en oefenruimtes voor kunstenaars, bandjes e.a.

Het besluit om een nieuw theater te bouwen is in de drie gemeenten op verschillende manieren tot stand gekomen. De situatie in Doetinchem komt het meest overeen met die in Hardenberg. Daar werd het kort na WO2 gebouwde theater rond 2005 te klein en werd besloten een nieuwe en (veel) grotere schouwburg te bouwen die in 2010 open ging. Sneek kende het roemruchte Theater Amicitia, dat in 1998 de deuren moest sluiten. Tien jaar later kwam de roep om een nieuw theater, waartegen het nodige verzet kwam, maar dat in 2012 werd geopend en inmiddels qua publieke belangstelling een groot succes is. In Veghel vormde de wens van een projectontwikkelaar om een oud industrieel complex te herbestemmen als ‘food, cultuur en leisure’- gebied de aanleiding om het bestaande Theater De Blauwe Kei in te ruilen voor een

Rapport – definitieve versie

10

nieuw complex met daarin theaterzalen, de muziekschool en werk- en oefenruimtes. Alle drie de theaters kenden vanaf de (her)opening een forse toename van de publieke belangstelling.

3.5. De theaters

De drie theaters vertonen in hun profiel, visie en activiteiten veel overeenkomsten, maar ook een aantal verschillen. Amphion Doetinchem

Schouwburg Amphion (sinds kort Amphion Cultuurbedrijf) heeft veruit het grootste aantal stoelen en de hoogste aantallen voorstellingen en bezoekers. Sinds de opening in 2010 is bewust gekozen voor een vraaggestuurde programmering: 85 tot 90 procent van het programma bestaat uit vrije producties/amusement. ‘Wij zijn een succesvolle pretfabriek’, aldus de theaterdirecteur. Daarbij signaleert hij ook dat de aansluiting met jongere generaties en de aandacht voor een andere, meer inhoudelijke en

Rapport – definitieve versie

11

maatschappelijke betekenis van het theater te veel op de achtergrond zijn geraakt. Mede om die reden is het theater begin 2021 gefuseerd met de muziekschool en het kunstencentrum, die beide wel de jeugd bereiken en bovendien actief zijn in de wijken van Doetinchem en de omliggende kernen. Volgens de theaterdirecteur ligt in een dergelijke samenwerking de toekomst van alle theaters met een regionale functie. Tegelijkertijd pleit hij, met het oog op Hardenberg, voor een hoge stoelencapaciteit in de grote zaal: ‘Daarmee verdien je het geld dat je nodig hebt voor innovatie en verjonging.’ Theater Sneek

Theater Sneek is gebouwd op de fundamenten van een oud postkantoor. Het theater zelf heeft één grote zaal en één grote foyer. De nabijgelegen Noorderkerk wordt gebruikt als kleine zaal. Het aantal van 611 stoelen in de grote zaal is uit het oogpunt van een goede exploitatie volgens de directie aan de lage kant. Mede vanwege de gewaagde architectuur – een opvallende toneeltoren die hoog boven het historische centrum uitsteekt – was er aanvankelijk veel scepsis over het nieuwe theater, maar sinds de opening in 2012 heeft Sneek het theater in haar hart gesloten: het bezoekersaantal is meer dan verdubbeld, gedurende Corona is het aandeel ‘vrienden’ met 37 % gestegen, en de zakelijke markt is groter dan waar het theater in kan voorzien. Ook voor Theater Sneek geldt dat er breed en publieksgericht wordt geprogrammeerd, maar verbreding van het publiek, culturele samenwerking en maatschappelijke betekenis spelen vanaf het begin een grote rol. Theater Sneek ambieert niet alleen het theater van de stad te zijn, maar het theater van de omgeving. Connectie met de kernen van Súdwest-Fryslân is een belangrijk uitgangspunt van het beleid. Dat gebeurt in het kader van het samenwerkingsverband Cultuurkwartier Sneek, waarvan ook Poppodium Het Bolwerk, Kunstencentrum Atrium (cultuureducatie) en Projectbureau Akte 2 (bijzondere programma’s en festivals) onderdeel vormen.

Elk van die instellingen is een eigen ‘merk’, maar de samenwerking stimuleert volgens de directeur van Theater Sneek nieuwe initiatieven en vermenging van publieksgroepen. Ook prijst hij de flexibiliteit die deze samenwerking met zich mee brengt en waardoor ‘veel meer mogelijk’ is. De Blauwe Kei Veghel

Ooit stond op de Noordkade in Veghel de grootste mengvoederfabriek van Europa. De afgelopen jaren is dit industrieel erfgoedcomplex ontwikkeld tot een centrum van ‘food, cultuur en leisure’. In die omgeving werd in 2018 het nieuwe Theater De Blauwe Kei geopend, met een filosofie en programmering die anders is dan in de meeste andere theaters in middelgrote gemeenten. Beleving, bereik van nieuwe doelgroepen en een maatschappelijke rol vervullen zijn uitgangspunten van het beleid. Daarbij wordt de theaterzaal gezien als een van de mogelijke locaties om voorstellingen te presenteren. Bij

Rapport – definitieve versie

12

de (rand)programmering wordt de samenwerking met de andere culturele bespelers van het complex nadrukkelijk opgezocht voor meer context en reuring omtrent de programmering. Dat gebeurt ook op andere locaties binnen het complex en in de zomer op het pop-up strand tussen het theater en de haven. Cabaret, muziektheater, muziek en jeugdtheater zijn de pijlers onder de programmering, ook omdat je daarmee een jong publiek bereikt. Regelmatig wordt samengewerkt met bijvoorbeeld muziekopleidingen. En in de twee jaar na opening zijn de bezoekersaantallen ten opzichte van het oude theater verdubbeld. De directeur van De Blauwe Kei realiseert zich goed dat de bijzondere omgeving hem ondersteunt in zijn aanpak, maar adviseert om ook bij ‘reguliere nieuwbouw’ te zoeken naar een onderscheidende aanpak en naar inpassing van het theater binnen ‘een vanzelfsprekende plek om naar toe te gaan’. Gebouwen, techniek en faciliteiten

Zalen en foyers vormen het hart van ieder theater. De omvang qua publiekscapaciteit en toneelhuis (oppervlakte toneel, zijtonelen, toneeltoren) bepaalt in belangrijke mate wat er op het gebied van programmering mogelijk is. Bij publiekscapaciteit gaat het enerzijds om het ‘verdienend vermogen’ – hoe meer stoelen, hoe hoger de opbrengst bij een volle zaal – en in relatie daarmee over de vraag of je als theater aantrekkelijk genoeg bent voor populaire artiesten en producties. Anderzijds kan een te grote publiekscapaciteit leiden tot een gebrek aan intimiteit en beleving wanneer de zalen regelmatig minder vol zijn. De omvang en faciliteiten van het toneelhuis bepalen of er ook producties met grote decors en/of veel techniek geprogrammeerd kunnen worden. Maar ook hier moet de maatvoering aansluiten bij het programmeringsbeleid. Bij wijze van voorbeeld: als het niet de bedoeling dan wel niet haalbaar is om de allergrootste producties te programmeren, dan is een toneelopening van 18 meter (zoals in de grootste zalen in Nederland) niet nodig en zelfs niet gewenst. Publiekscapaciteit

Als het gaat om publiekscapaciteit steekt Amphion Doetinchem met kop en schouders boven de andere uit: een grote zaal met 860 stoelen, een kleine zaal met 290 stoelen, bijna 220 professionele voorstellingen per jaar met gemiddeld 125.000 bezoekers. De ‘intimiteit’ is geborgd door de zaal drie balkons te geven. Daarmee is de afstand van het toneel tot de achterste rij met 20 meter relatief beperkt. En bij een lagere bezetting blijven de balkons gesloten, waarmee de zaal toch ‘vol’ lijkt.

Rapport – definitieve versie

13

Sneek en Veghel hebben een maximale capaciteit van respectievelijk 611 en 696 plaatsen in de grote zaal en 200 in de kleine zaal. Veghel beschikt dan nog over een studiozaal met 100 plaatsen en een aantal flexibel inzetbare ruimtes. Het aantal professionele voorstellingen bedraagt in Sneek 144 en in Veghel 162, waarbij de bezoekersaantallen tussen de 45.000 en 50.000 liggen. De zaal in Sneek is heel intiem, dankzij een deels rondlopende stoelopstelling en een balkon. In Veghel heeft de zaal een industriële uitstraling, passend in het complex. Podiumfaciliteiten

De grote zaal van Amphion is dankzij een toneelvloer van 36 x 19 meter, een toneeltoren van 29 meter, 60 trekken en een ruime orkestbak geschikt voor de allergrootste producties. Die staan er ook: grote reizende musicals, operaproducties en klassiek ballet. De kleine zaal heeft een verplaatsbare tribune en is daarmee ook geschikt als concert- of feestzaal. Opvallend onderdeel is de centrale laad- en losruimte, die met beide zalen is verbonden. Theater Sneek heeft wat kleinere maten: een toneelvloer van 24 x 13 meter, een toneeltoren van 23 meter, 57 trekken en ook een orkestbak. De allergrootste voorstellingen passen niet, maar de meeste producties kunnen er goed staan, inclusief reizende opera- en balletvoorstellingen en middelgrote musicals. De in de Noorderkerk gevestigde kleine zaal heeft beperkte theaterfaciliteiten. Het theater gebruikt regelmatig ook zalen en ruimtes van zusterorganisatie Kunstencentrum Atrium. Voor De Blauwe Kei gelden deels afwijkende maten voor de grote zaal. De toneelvloer is met 23 x 14 meter vergelijkbaar met die in Sneek, maar de hoogte van de toneeltoren is 15 meter en het aantal trekken 25. Omdat het elektrisch verrijdbare trekken zijn kunnen de meeste producties er toch staan, zij het soms met aanpassingen.

Voor de kleine zalen geldt dat deze multiinzetbaar zijn, mede dankzij de aanwezigheid van een ruime voorraad flexibel inzetbare technische apparatuur. Die wordt ook ingezet op minder gebruikelijke locaties zoals bij voorstellingen op het stadsstrand. Foyers en overige ruimtes

De drie theaters beschikken elk over foyerruimte die past bij de publiekscapaciteit. Theater Sneek heeft één grote foyer, de andere twee theaters beschikken over verschillende met elkaar verbonden foyers, waarbij in beide gevallen wordt gewezen op het belang van een zekere afsluitbaarheid ten behoeve van onder meer zakelijke verhuur. Geen van de theaters beschikt over specifieke vergaderruimtes (breakout rooms), al kunnen Sneek en Veghel desgewenst gebruikmaken van ruimtes in de directe omgeving.

Rapport – definitieve versie

14

Geen van de theaters heeft een eigen restaurant, wel is er bij alle drie een ruim restaurant-aanbod in de directe omgeving. In Amphion is een van de foyers ingericht als theatercafé, met mogelijkheden voor kleine optredens. Die optie heeft De Blauwe Kei ook. Doetinchem en Sneek hebben de voorstellingsondersteunende horeca in eigen beheer, in Veghel wordt die verzorgd door het overkoepelende Cultuur Haven Veghel. Catering voor zakelijke verhuur wordt extern betrokken. Faciliteiten voor bezoekende artiesten en gezelschappen in de vorm van kleedkamers en een artiestenfoyer zijn in de drie theaters aanwezig. Alleen in Veghel is de kleedruimte te beperkt. Veghel heeft wel ruimte en faciliteiten voor eigen producties of om producties van anderen te faciliteren. In Sneek zijn die faciliteiten beschikbaar in het naastgelegen Atrium Kunstencentrum. Doetinchem mist productievoorzieningen. Tot slot: niet zozeer relevant voor het Programma van Eisen, maar wel voor de (toekomstige) exploitatie is dat zowel in Sneek als in Veghel ook in de nieuwe theaters vrijwilligers een grote rol spelen in onder meer de publieksopvang, garderobe en artiestenfoyer. In Doetinchem is de inzet van vrijwilligers beperkt.

3.6. Conclusies en relevantie voor Hardenberg Kunnen we uit deze veelheid aan gegevens, informatie, ervaringen en opvattingen conclusies trekken voor het Programma van Eisen van een nieuwe theatervoorziening in Hardenberg? Het antwoord is ja en nee. Nee, in de zin dat harde laat staan objectieve conclusies over de gewenste aard en omvang van een nieuw theater niet te trekken zijn uit louter demografische en kwantitatieve gegevens. Duiding is noodzakelijk. Ja, omdat diezelfde gegevens in combinatie met de door de drie directies gegeven toelichtingen wel degelijk richtinggevend kunnen zijn voor de in Hardenberg te maken keuzes. Bevolking en bedrijvigheid

Belangrijk voor het functioneren en de kansen van een theater zijn de omvang en samenstelling van de bevolking van de eigen stad/kern, de eigen gemeente en met name die van het potentiële verzorgingsgebied. Doetinchem heeft met vrijwel de hele Achterhoek veruit het grootste verzorgingsgebied, SúdwestFryslân/Sneek en Meierijstad/Veghel zijn qua eigen kern en gemeente groter dan Hardenberg, maar Hardenberg heeft een groter (potentieel) verzorgingsgebied. Dat beslaat immers niet alleen de eigen gemeente, maar ook de aangrenzende gemeenten Coevorden, Ommen en Twenterand, alle binnen een afstand van minder dan 25 kilometer. In totaal gaat het dan om

Rapport – definitieve versie

15

150.000 inwoners. Natuurlijk maken die inwoners ook gebruik van (theater)voorzieningen in Hoogeveen, Zwolle, Twente e.a., maar in het kader van de ambitie van Hardenberg om op weg naar 2040 de regionale functie als Landstad te versterken is het realistisch om bij de ontwikkeling van een nieuw theater van dit verzorgingsgebied uit te gaan. Aandachtspunt is het vergeleken met de benchmarkgemeenten lage gemiddelde opleidingsniveau in Hardenberg (en overigens ook in Coevorden en Twenterand). Er is een samenhang tussen opleidingsniveau en de waarschijnlijkheid van theaterbezoek. Ook hier kan de ambitie van Hardenberg om meer hoger opgeleiden te willen aantrekken worden meegewogen en onder de middelbaar opgeleiden – waar Hardenberg hoog scoort – zit zeker ook een goed potentieel aan bezoekers, maar desondanks is het verstandig om deze situatie te betrekken bij de keuzes ten aanzien van onder meer visie, programmering en publiekscapaciteit. Het gemiddelde inkomen per inwoner en de vitaliteit van de binnenstad is in Hardenberg vergelijkbaar met Veghel en lager dan in Doetinchem en Súdwest Fryslân. Tussen gemiddeld inkomen en gemiddeld opleidingsniveau bestaat vanzelfsprekend samenhang, dus dat leidt niet tot nieuwe conclusies. Het versterken van de vitaliteit van de binnenstad is een belangrijke ambitie van Hardenberg en een (nieuw) theater kan daar een goede rol in spelen.

Dat bewijzen in ieder geval Theater Sneek en ook De Blauwe Kei als onderdeel van het ‘food en cultuur-complex’ De Noordkade in Veghel. Beleid, visie en programmering

Het beleid in algemene zin van de benchmarkgemeenten en ook het cultuurbeleid vertonen zowel onderling als in vergelijking met Hardenberg vooral overeenkomsten. Het gaat stuk voor stuk om regionale centrumgemeenten, die over een volwaardig voorzieningenniveau (willen) beschikken, ook op het gebied van cultuur. Investeren in een aantrekkelijk centrumgebied, in een goed vestigingsklimaat en in een samenleving met samenhang zijn overal speerpunten van beleid. Zeker in Sneek komt daar ook stadspromotie en het bevorderen van toerisme bij. Voor elk van de drie gemeenten speelden deze beleidsoverwegingen een belangrijke rol bij het besluit om een nieuw/groter/beter theater te bouwen. Dat is in Hardenberg niet anders. Zoals eerder gememoreerd is een opmerkelijke en belangrijke constatering, dat elk van de drie benchmarktheaters inmiddels deel uitmaakt van een samenwerkingsverband. Het is een gedeelde visie dat een ‘klassiek’ presenterend theater niet toekomstbestendig is. Presentatie, (co)productie, educatie, beleving en een breed-maatschappelijke rol worden in samenhang gezien, om ook andere en jongere publieksgroepen te bereiken, actieve cultuurdeelname te bevorderen en te zorgen voor maatschappelijke inbedding en (daarmee) draagvlak. Het – ook

Rapport – definitieve versie

16

fysiek - combineren van functies vergroot ook de flexibiliteit in het gebruik van ruimtes. Overigens sluit deze ontwikkeling aan bij het concept ‘Theater van de toekomst’ zoals dat in het Advies Toekomstbestendige Theatervoorziening werd omschreven.

In de aard en omvang van de professionele programmering vertonen de drie benchmarktheaters ogenschijnlijk geen grote verschillen: bij alle drie bestaat zeker in de grote zaal 80 tot 90 procent van het aanbod uit vrije producties (cabaret, theaterconcerten, musical en show, toneel met bekende namen e.d.) die beantwoorden aan de vraag van het publiek. In Doetinchem staan daarbij ook de allergrootste producties en ligt het aantal voorstellingen met jaarlijks 220 ruim boven dat van de andere. Voor Hardenberg zijn Sneek en Veghel betere voorbeelden. Het aantal professionele voorstellingen ligt daar gemiddeld op 150 per seizoen. Dat is meer dan het huidige aantal in Hardenberg, maar het lijkt een realistische ambitie. Voor de allergrootste producties is het verzorgingsgebied van Hardenberg – net als dat van Sneek en Veghel - te beperkt en kan het publiek naar Zwolle en/of Twente. In Sneek en zeker ook in Veghel - Doetinchem wil zich de komende jaren meer in deze richting ontwikkelen - wordt bewust geïnvesteerd in ander aanbod en coproducties, gericht op nieuwe/jongere doelgroepen. Sneek beschikt daarbij over een poppodium, in Veghel biedt De Noordkade ook faciliteiten voor jongerencultuur. De aanwezigheid van een of meer flexibel te gebruiken kleinere zalen is daarbij een voorwaarde.

Mede gelet op de expliciete vraag in Hardenberg naar meer activiteiten voor jongeren en naar meer verdiepende programma’s zijn Sneek en Veghel ook hier goede voorbeelden. Voor elk van de theaters geldt dat ruimte bieden aan amateurverenigingen, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven een belangrijk onderdeel is van de activiteiten. Behalve om de theaterzalen gaat het daarbij om voldoende en flexibel in te zetten (foyer)ruimtes en vergaderzalen. ‘Echte’ congressen waarbij een ruim aantal breakout rooms nodig is, vinden in de drie theaters nauwelijks plaats. Publiekscapaciteit en faciliteiten

Bij publiekscapaciteit gaat het allereerst om de zalen. Doetinchem springt er uit met 860 stoelen in de grote en 290 stoelen in de kleine zaal. In Sneek en Veghel ligt de capaciteit in de grote zaal tussen 600 en 700, in de kleine zaal rond de 200. Zoals gezegd gaat het bij de capaciteit van de grote zaal om de verhouding tussen enerzijds de aard van het aanbod en de verdiencapaciteit, anderzijds de intimiteit. Het aantal stoelen in Doetinchem is dan voor Hardenberg te groot. Voor Hardenberg lijkt Theater Sneek met een grote mate van intimiteit het beste voorbeeld, tenzij er voor een heel andere – industriële – aanpak wordt gekozen in lijn met Veghel. Vanuit het oogpunt van

Rapport – definitieve versie

17

verdiencapaciteit is ook volgens de geïnterviewde theaterdirecteuren een stoelenaantal van minder dan 650 niet aan te bevelen. Voor de omvang van het toneel inclusief zijtonelen, de hoogte van de toneeltoren en het aantal trekken ligt voor Hardenberg een positie tussen Sneek en Doetinchem voor de hand. Doetinchem is ingericht op de allergrootste producties en in Veghel zijn concessies gedaan aan de hoogte van de toneeltoren en het aantal trekken, waardoor sommige producties er toch moeilijk of niet geplaatst kunnen worden. Sneek heeft ook een orkestbak en met het oog op mogelijk toekomstig gebruik is dat ook voor Hardenberg verstandig. De aanwezigheid van een multifunctionele kleine zaal wordt in elk van de drie theaters van groot belang geacht. De kleine zaal biedt ruimte voor verdiepend aanbod, nieuw talent en een andere beleving (bijvoorbeeld popconcerten en feesten). Ook voor maatschappelijke en zakelijke activiteiten met wat minder deelnemers is een kleine zaal geschikt. Voor het aantal zitplaatsen kunnen opnieuw Sneek en Veghel als voorbeeld dienen (rond de 200), maar de ‘lege’ oppervlakte van de zaal is net zo belangrijk. Die bepaalt de capaciteit voor activiteiten met ‘staand’ publiek. De Podiumzaal in Veghel met een vloeroppervlak van ongeveer 300 m2 zou een richtinggevend voorbeeld kunnen zijn.

De foyers dienen vanzelfsprekend voldoende ruim te zijn om bij uitverkochte zalen het publiek te ontvangen. Hoewel de directeur van Theater Sneek op de voordelen wijst van één grote foyer (‘Iedereen komt elkaar tegen’) lijkt een samenstel van foyerruimten zoals in Doetinchem en Veghel toch functioneler. Bij een minder vol huis kunnen bepaalde foyers dan gesloten blijven. Bovendien bieden afzonderlijk bruikbare foyers betere mogelijkheden voor (zakelijke) verhuur. In elk van de benchmarktheaters is een van de foyers ingericht als Theatercafé (in Sneek is dat het Atrium), een centrale ontmoetingsruimte waar ook kleine optredens kunnen plaatsvinden. Alle drie de theaterdirecties wijzen op het belang van de aanwezigheid van een of meer restaurants in de onmiddellijke omgeving, om een volledige avond uit te kunnen aanbieden. Wanneer die restaurants er niet zijn verdient het overweging een restaurant in het theater zelf op te nemen. Over voorzieningen als een kassa/receptie, garderobe, toiletten, kleedkamers, artiestenfoyer, laad- en losfaciliteiten, technische- en magazijnruimte, kantoren en vergaderruimte komen vanuit de benchmark geen echte bijzonderheden. De laad- en losruimte in Doetinchem, van waaruit beide zalen worden bediend, kan mogelijk als voorbeeld dienen. En het te kleine aantal kleedkamers in Veghel als voorbeeld van hoe het niet moet.

Rapport – definitieve versie

18

Uitstraling en omgeving

Interieur en aankleding, maar ook de uitstraling naar en vanuit buiten zijn cruciale elementen in hoe een theater wordt beleefd. Dat geldt ook voor de positionering van het gebouw binnen de omgeving. Voor de benchmarktheaters geldt ook hier dat Doetinchem het meest ‘klassieke’ voorbeeld is: een theater als vrijstaand gebouw aan de rand van het centrum, opvallend door een eigen architectuur, een goede verbinding tussen binnen en buiten dankzij veel glas en zowel in de zalen als in de foyers een ‘pluchen’ uitstraling. Voor Theater Sneek geldt qua grote zaal en foyer een zelfde uitstraling, maar door de opmerkelijke ligging in het centrum en aan het water en de onmiddellijke nabijheid van andere cultuurgebouwen is de ervaring toch een andere: je bezoekt samen met anderen een ‘cultureel kwartier’ en van daaruit gaat de een naar het theater, de ander naar het poppodium en een derde naar een cursus. De Blauwe Kei in De Noordkade gaat daarin het verst. Daar is het theater in alle opzichten onderdeel van een groter complex met daarin andere culturele voorzieningen, horeca, retail en een haven. De industriële uitstraling van het theater zelf sluit aan bij die omgeving. Het heeft geen zin om in Hardenberg een van die voorbeelden te ‘kopiëren’.

Maar elk van de gesproken theaterdirecteuren, ook die van Doetinchem, voerde een warm pleidooi om bij de ontwikkeling van een nieuw theater veel aandacht te besteden aan zowel de fysieke als de functionele inbedding in de omgeving. Een theater kan trekpleister zijn, maar er moeten in de nabije omgeving ook andere trekkers zijn, andere redenen om een gebied te bezoeken. En bij voorkeur is een van die redenen de aanwezigheid van andere culturele instellingen, zoals een muziekschool, een creativiteitscentrum of een filmtheater/bioscoop. Overigens biedt de door het Hardenbergse college gekozen aanpak, waarin het culturele en het ruimtelijke spoor in samenhang worden verkend, goede kansen om inderdaad een nieuw theater te bouwen als onderdeel van een te ontwikkelen gebied.

Rapport – definitieve versie

19

3.7. De conclusies samengevat 1. Bouw geen theater als losse entiteit, maar ontwikkel een gebied met daarbinnen als een van de trekpleisters een theater. Zorg dat het gebied overdag en ’s avonds voldoende aantrekkelijk is voor bewoners en bezoekers. 2. Zet in op samenhang en samenwerking tussen presentatie, productie, activatie, participatie en educatie. Verken of die functies binnen één nieuw gebouw of samenstel van gebouwen ook fysiek kunnen worden samengebracht, ook om de flexibiliteit in het gebruik van ruimtes te vergroten. Als dat niet mogelijk is, stimuleer dan in ieder geval de onderlinge samenwerking. 3. Ga voor een nieuw theater in Hardenberg uit van een programma met jaarlijks gemiddeld 150 professionele voorstellingen, aangevuld met activiteiten voor jongeren, eigen en coproducties, amateurkunst, educatie/schoolvoorstellingen, maatschappelijke activiteiten en zakelijke verhuur. 4. Realiseer daartoe een grote zaal met een capaciteit van tenminste 65o stoelen, met een podium en een toneeltoren die qua maatvoering het midden houden tussen Doetinchem en Sneek. 5. Realiseer daarnaast een multifunctionele kleine zaal met een flexibele tribune voor 200 bezoekers en met een vloeroppervlakte voor tenminste 400 (staande) bezoekers. 6. Realiseer voldoende foyerruimte met horecavoorzieningen voor een uitverkocht huis.

Zorg dat foyers zodanig zijn verbonden, dat deze ook afzonderlijk bruikbaar zijn voor onder meer zakelijke verhuur. Richt een van de foyers in als Theatercafé, waar ook kleine optredens kunnen plaatsvinden. 7. Realiseer adequate voorzieningen op het gebied van onder meer kassa/receptie, garderobe, toiletten, kleedkamers, artiestenfoyer, laaden losruimte, technische- en magazijnruimte, kantoren en vergaderruimte.

Rapport – definitieve versie

20

4. Wat wil Hardenberg zelf? In de eerdergenoemde Omgevingsvisie Landstad Hardenberg (februari 2021) heeft de gemeente haar ambities voor de komende decennia geformuleerd. Hardenberg wordt nog meer dan nu een ‘krachtig knooppunt’ met ‘voorzieningen die door mensen tot ver buiten de regio worden gebruikt’. Een concreet voornemen is het versterken van de aantrekkelijkheid van de binnenstad en dan specifiek het gedeelte waar het theater in ligt: ‘Het centrum ligt straks nòg meer aan de Vecht.’ De directeur van Theater De Voorveghter heeft in lijn met die ambitie de eigen visie op het toekomstige theater geformuleerd en die vertaald in wensen met betrekking tot het Programma van Eisen. Om deze zo goed mogelijk te kunnen vergelijken met de beschrijving van de benchmarktheaters, is voor de weergave van ‘wat wil Hardenberg zelf?’ gekozen voor een zelfde indeling:

§ Beleid, visie en programmering § Publiekscapaciteit en faciliteiten § Uitstraling en omgeving 4.1. Beleid, visie en programmering Het was een hoofdconclusie uit het eerste rapport Advies Toekomstbestendige Theatervoorziening: Het gaat goed met De Voorveghter. Het theater heeft een sterke positie opgebouwd in de gemeente Hardenberg en de regio. Het aantal voorstellingen en de publieke belangstelling zijn sinds de laatste verbouwing in 2007 fors toegenomen. Inmiddels is het theater te klein en voldoet het niet meer aan de huidige eisen en regelgeving. Om de huidige positie en rol in de toekomst te kunnen handhaven en uitbreiden is (ver)nieuwbouw noodzakelijk. De theaterdirectie vat zijn visie op de (ver)nieuwbouw dan ook als volgt samen: ‘Behoud het goede en bouw uit vanuit de huidige stabiele basis. In de afgelopen 30 jaar is een bloeiende theatercultuur ontstaan in de regio die veel bezoekers naar De Voorveghter trekt. Die rol moeten we kunnen uitbreiden.’ Daarbij gaat het niet om een uitsluitend-culturele benadering: ‘Een goed geoutilleerd theater versterkt de sociaal-maatschappelijke en economische structuur van de regio en maakt deze aantrekkelijker als vestigingsplaats voor bedrijven en andere organisaties.

Een (ver)nieuw(d) theater levert bovendien een belangrijke bijdrage aan het aantrekkelijk maken van de binnenstad van Hardenberg.’ Daar komt bij dat in het professionele podiumcircuit een ontwikkeling plaatsvindt naar grotere producties die een groter podium en uitbreiding van publiekscapaciteit in zalen en foyers noodzakelijk maken.

Rapport – definitieve versie

21

Doelstellingen

Vervolgens wordt een aantal doelstellingen geformuleerd, die in het nieuwe/vernieuwde theater gerealiseerd moeten kunnen worden:

§ Het aantal professionele theatervoorstellingen per jaar neemt toe en § §

daarmee ook de bezoekersaantallen. Theaterfaciliteiten en publiekscapaciteit maken het zowel technisch als qua exploitatie mogelijk om bekende artiesten en grote producties te presenteren. De amateurverenigingen en andere amateurkunstenaars in de gemeente Hardenberg en de regio kunnen nog beter worden gefaciliteerd.

§ De initiërende, ondersteunende en producerende rol van het theater wordt versterkt, onder meer gericht op talentontwikkeling.

§ Het nieuwe/vernieuwde theater sluit beter aan bij de belevingswereld van jongeren.

§ Er kan beter ingespeeld worden op de vraag vanuit het regionale bedrijfsleven en andere maatschappelijk sectoren naar accommodatie voor congressen, bedrijfspresentaties en andere bijeenkomsten.

§ De flexibiliteit in het gebruik van ruimtes neemt toe, om beter in te kunnen spelen op maatschappelijke ontwikkelingen en de actualiteit. Ook foyers en andere ruimtes (ook buiten!) worden geschikt om te programmeren. Denk aan een jazz- en bluescafé, stand up comedy nights, kamermuziek, diverse festivals etc.

§ Het nieuwe theater is geschikt voor zomerprogrammering, in samenwerking met het toeristisch bedrijfsleven

§ In het nieuwe theater wordt de bioscoop/filmhuisvoorziening uitgebreid en verbeterd. De bioscoop- en de theaterfaciliteiten blijven ook in de nieuwe situatie in fysieke zin gecombineerd, onder meer met het oog op mogelijk gezamenlijk gebruik van voorzieningen. En last but not least:

§ Het nieuwe theater moet vooral een gebouw blijven dat van iedereen is en dat aan blijft sluiten bij de behoefte en belevingswereld van de inwoners. Toegankelijk, laagdrempelig en duurzaam en daarmee passend bij de toekomstvisie van Hardenberg. Het in de afgelopen dertig jaar gevoerde (en breed gewaardeerde) gastvrijheidsbeleid wordt in het nieuwe theater op minimaal hetzelfde niveau voortgezet.

Rapport – definitieve versie

22

Dan wordt er nog een aantal doelen geformuleerd die niet direct betrekking hebben op het Programma van Eisen, maar met name relevant zijn voor het toekomstige functioneren van het theater:

§ Vanuit het nieuwe theater wordt de samenwerking met andere podia, multifunctionele centra en culturele organisaties in de gemeente Hardenberg verder versterkt. Dat gebeurt vanuit het solidariteitsbeginsel: als het goed gaat met de (nieuwe) Voorveghter, moeten de anderen daar ook van kunnen profiteren.

§ Het nieuwe theater wordt een nog steviger partner voor organisatoren van evenementen/activiteiten binnen (of van) de gemeente Hardenberg.

§ Het nieuwe theater wordt een nog steviger partner voor de gemeente Hardenberg om maatschappelijke thema’s en doelen te dienen en/of deze onder de aandacht te brengen.

Professionele programmering

De professionele programmering is breed, gevarieerd en vormt een goede afspiegeling van wat in Nederland wordt aangeboden. Het gaat daarbij om de volgende disciplines: Toneel, Cabaret, Dans, Populaire muziek (inclusief popconcerten) en show, Middelgrote reizende musical, Klassiek muziektheater (opera’s en balletten), Klassieke muziek (symfonische concerten, kamermuziek, koren), Jeugdtheater en voorstellingen voor jongeren, ‘Maatschappelijk’ theater (o.a. theatercolleges). Inzet is een goede balans te realiseren tussen die disciplines en tevens tussen het aantal ‘amusementsvoorstellingen’ en voorstellingen met een bijzondere culturele en artistieke waarde. Binnen die laatste categorie wordt gekozen voor een op continuïteit gerichte band met gezelschappen, zodat een publiek kan worden opgebouwd. De ruimte voor jonge (lokale, provinciale, landelijke) makers in het kader van talentontwikkeling wordt uitgebouwd. Het theater wil zich verder profileren als ‘montage hotspot’ voor lokale en landelijke producenten. Het huidige Theater De Voorveghter programmeert jaarlijks (precorona) ongeveer 100 professionele voorstellingen. Doelstelling is om het aantal voorstellingen op een verantwoorde en vraaggestuurde manier uit te bouwen naar 130 tot 150. De programmering van het theater wordt afgestemd met de andere podia binnen de gemeente.

Daarnaast werkt De Voorveghter samen met grotere podia uit de culturele regio Zwolle en de kleinere theaters binnen de OKTO (overleg kleine theaters Overijssel).

Rapport – definitieve versie

23

Lokale en maatschappelijke programmering

De laagdrempelige podiumfunctie voor het lokale verenigingsleven moet behouden blijven. Denk hierbij aan de 29 kernen van Hardenberg die bijna allemaal hun eigen muziek- en/of toneelverenigingen kennen. Deze moeten zich verbonden, welkom en thuis blijven voelen in een nieuw theater. De educatieve activiteiten worden uitgebreid. Samen met Stichting Kind en Cultuur en met Cultuurkoepel Vechtdal ontwikkelen we zowel binnen- als buitenschools aanbod. Zo binden we jongeren aan het theater met een doorlopende leerlijn. Daarin passen ook activiteiten als de musicals van het primair onderwijs, podiumdagen, muziekexamens e.d. Een diversiteit van flexibel inzetbare ruimtes moet ruimte bieden aan initiatieven als Jazzclub Hardenberg en Bluesclub Hardenberg, maar ook aan bijeenkomsten van maatschappelijke organisaties en activiteiten van het bedrijfsleven.

4.2. Publiekscapaciteit en faciliteiten De theaterdirectie verwacht in het nieuwe theater de volgende aard en frequentie van gebruik:

§ circa 150 professionele voorstellingen per jaar (grote en kleine zaal) § circa 50 amateur- en schoolvoorstellingen per jaar § circa 20 grote commerciële verhuringen (incl. gebruik grote zaal) per jaar § circa 50 kleine commerciële verhuringen (excl. gebruik zalen) per jaar Daarmee trekt het nieuwe theater naar verwachting circa 75.000 bezoekers/gebruikers per jaar. Dat is 20.000 meer dan het huidige gemiddelde aantal en exclusief de ruim 50.000 bezoekers van de bioscoop/filmhuis. Vertaald naar wensen ten aanzien van publiekscapaciteit en faciliteiten betekent dat het volgende:

§ een grote zaal met ca. 600 stoelen, waarbij ook met een bezetting van ca. § §

400 stoelen de intimiteit en het gevoel van ‘goed gevuld’ behouden blijven; in de grote zaal een voldoende ruim toneel inclusief zijtonelen en een toneeltoren, waarvan de afmetingen zijn afgestemd op het gewenste aanbod van groot gemonteerde (niet de allergrootste) voorstellingen; een multifunctionele kleine zaal met 170 tot 200 stoelen, uitgevoerd als een vlakke vloerzaal met een inschuiftribune. De zaal kan ook gebruikt kan worden voor congressen, voor popconcerten of als repetitieruimte;

§ publieksruimten/foyers met voldoende capaciteit voor twee uitverkochte zalen, onafhankelijk van elkaar te gebruiken en met voorzieningen die het geven van (kleine) voorstellingen en concerten mogelijk maken;

Rapport – definitieve versie

24

§ een entreegebied annex theatercafé dat gastvrijheid uitstraalt met daarin voorzieningen als een receptie/kassa, garderobe, toiletten e.a.

§ goede voorzieningen voor de optredende artiesten zoals kleedkamers, douche- en toiletvoorzieningen en een artiestenfoyer;

§ adequate technische voorzieningen, magazijnruimte en kantoren § horecavoorzieningen die ondersteunend zijn aan de primaire (culturele en maatschappelijke) functies. De restaurantfunctie wordt ingevuld door omliggende horeca. De theaterdirectie heeft vervolgens een opgave van de verschillende ruimtes gegeven. Omdat die ruimtes in het hoofdstuk over het ruimtelijke PvE ook allemaal weer aan bod komen, wordt dat deel van de input vanuit de theaterdirectie als bijlage opgenomen.

4.3. Uitstraling en omgeving De uitstraling en omgeving van het nieuwe/vernieuwde theater hangen nauw samen met de te kiezen locatie en het al dan niet aanwezig zijn of komen van andere voorzieningen. Denk aan restaurants, een informatiepunt/VVVkantoor, een havenkantoor e.d. In dit stadium beperkt de theaterdirectie zich dan ook tot een aantal praktische eisen:

§ In algemene zin: zorgdragen voor een verkeersveilige omgeving. Parkeren

§ Voldoende parkeerruimte voor een vol bezet gebouw § Voldoende parkeerruimte voor de bezoekende producties § Zo mogelijk inpandig: een parkeergarage met lift naar entreegebied § Parkeergelegenheid voor lege vrachtwagens/touringcars in de buurt van het gebouw. Fietsenstalling

§ Voldoende (nette) mogelijkheden voor het stallen van fietsen Aanrijroutes/laden en lossen

§ Rekening houdend met aanvoer en afvoer van trekker/opleggers en touringcars.

Rapport – definitieve versie

25

5. Uitgangspunten voor het Programma van Eisen In dit hoofdstuk worden de conclusies vanuit de benchmark en de wensen vanuit Hardenberg met elkaar vergeleken. Op basis daarvan zijn de belangrijkste uitgangspunten voor het Programma van Eisen geformuleerd.

5.1. Benchmark en wensen Hardenberg vergeleken Beleid, visie en programmering

Vergelijking van het beleid van de gemeente Hardenberg met dat van de benchmarkgemeenten maakt vooral overeenkomsten zichtbaar. Centrale thema’s zijn de regionale kernfunctie met goede voorzieningen, het bevorderen van sociale samenhang, het zoeken naar verbinding met en tussen de kernen, het investeren in economie en vestigingsklimaat, het aantrekkelijker maken van de binnenstad en het inzetten op stadspromotie in het kader van toerisme. Ook op het gebied van cultuurbeleid zijn de verschillen beperkt. Het culturele voorzieningenniveau (bibliotheek, theater, bioscoop, een of meer musea) is vergelijkbaar. Dat geldt ook voor de gewenste specifieke aandacht voor amateurkunst, jongeren en talentontwikkeling, waarbij de ambitie van Hardenberg is om die in het nieuwe theater te kunnen versterken. Een belangrijk verschil zit in het omgaan met de samenhang tussen presentatie, educatie, participatie, activatie en productie. In de benchmarkgemeenten is die samenhang structureel geregeld. In Sneek en Veghel vinden de activiteiten plaats vanuit een gezamenlijke locatie en organisatie, in Doetinchem vanuit één organisatie met als wens om ook de locaties te gaan delen. In ‘wat Hardenberg wil’ wordt de wens tot samenwerking wel geformuleerd, maar niet structureel en/of fysiek uitgewerkt. Dat geldt ook voor de beoogde samenwerking met de andere podia binnen de gemeente.

In de visie op de professionele programmering zijn er geen principiële verschillen tussen Hardenberg en de benchmarktheaters. De omvang en samenstelling van de bevolking inclusief opleidingsniveau en gemiddeld

Rapport – definitieve versie

26

inkomen leiden in alle theaters tot de keuze voor een brede programmering met een ruim aantal vrije (amusements)producties. Specifieke kenmerken in Hardenberg (veel gezinnen met kinderen, ambitie om meer hoger opgeleiden te trekken) rechtvaardigen extra accenten op kinderen familievoorstellingen, jongerenprogrammering en voorstellingen met een grote culturele en maatschappelijke betekenis.

Ook het uitgangspunt dat theaters naast hun culturele betekenis een maatschappelijke rol hebben en een functie voor het bedrijfsleven, wordt gedeeld. Publiekscapaciteit en faciliteiten

De door Hardenberg geambieerde aantallen voorstellingen en overige activiteiten sluiten goed aan bij de praktijk van de benchmarktheaters, in het bijzonder die in Sneek en Veghel. Het potentiële verzorgingsgebied van Hardenberg is met 150.000 inwoners kleiner dan dat van Doetinchem, maar vergelijkbaar of zelfs wat groter dan in Sneek of Veghel. Daar staat tegenover dat de kern Hardenberg als locatie van het theater minder inwoners heeft dan de vergelijkbare kernen in de benchmarkgemeenten. Bij een verzorgingsgebied als dat van Hardenberg, Sneek en Veghel (en overigens nog meer vergelijkbare gemeenten) past een theater met een grote zaal met 600 tot 700 stoelen en een kleine zaal met ongeveer 200 stoelen. De directies van de benchmarktheaters adviseren vanuit exploitatieoverwegingen voor de grote zaal een minimum van 650 stoelen aan te houden, Hardenberg noemt een minimum van 600. Er is eensgezindheid over de gewenste intimiteit en schaalbaarheid van de grote zaal (‘ook bij een lagere bezetting een goed gevuld beeld’) en de multifunctionaliteit van de kleine zaal. Hoewel niet opgenomen in de wensen van Hardenberg komt uit de praktijk van met name Sneek en Veghel de wenselijkheid van een ‘productiezaal’ naar voren, onder meer bruikbaar voor amateurs, eigen en coproducties.

Op het gebied van de theatertechnische voorzieningen (omvang toneel, toneeltoren) zijn er verschillen tussen de benchmarktheaters. Doetinchem is gebouwd voor de allergrootste producties, Veghel kent beperkingen. Sneek komt het dichtst bij de wensen vanuit Hardenberg, maar een positie tussen Doetinchem en Sneek ion ligt het meest voor de hand.

Rapport – definitieve versie

27

Bij de overige voorzieningen (foyers, theatercafé, overige publieksvoorzieningen, voorzieningen voor artiesten/gebruikers, opslagruimte, kantoorruimte etc.) zijn er geen wezenlijke verschillen tussen de benchmarktheaters en de wensen van Hardenberg. Uitstraling en omgeving

(De directies van) de benchmarktheaters beklemtonen het grote belang van het positioneren van een (nieuw) theater in een omgeving, die in zichzelf al aantrekkingskracht heeft op bezoekers. Dus geen theater als ‘standalone’. In de wensen van Hardenberg is die omgevingsvisie nog niet concreet ingevuld. Dat gaat gebeuren in een volgende fase. In ieder geval sluit het resultaat van de benchmark aan bij de ambitie van Hardenberg om de vitaliteit van de binnenstad verder te versterken en daarbij de ligging aan de Vecht als trekpleister te gebruiken. Twee van de drie benchmarktheaters onderscheiden zich met een bijzondere architectuur. In Veghel gaat het dan om het industriële karakter, in Sneek met name om de opvallende toneeltoren. Hardenberg vraagt ‘een mooi theater in een mooie omgeving’, dat daarnaast aansluit bij de belevingswereld van de inwoners van Hardenberg. De door Hardenberg aangegeven fysieke omgevingseisen (parkeren, fietsparkeren, laden en lossen e.d.) wijken niet af van de benchmarktheaters.

5.2. Belangrijkste uitgangspunten voor het Programma van Eisen 1. Het (mogelijke) besluit van de gemeente Hardenberg om een nieuw/vernieuwd theater te bouwen past niet alleen binnen het cultuurbeleid, maar is onderdeel van de brede ambitie van de gemeente zoals die is neergelegd in de Omgevingsvisie Landstad Hardenberg. Toelichting: Net als de benchmarkgemeenten zet Hardenberg in op verdere versterking van de regionale centrumfunctie. Daarbij horen goede voorzieningen, ook op cultureel gebied. Een volwaardige theatervoorziening draagt ook bij aan beleidsdoelen als verbetering vestigingsklimaat, investeren in sociale samenhang, vitaliseren van de binnenstad en bevorderen van toerisme. 2. Het nieuwe/vernieuwde theater levert een belangrijke bijdrage aan de vitalisering van de binnenstad van Hardenberg en in het bijzonder aan de verbinding van de binnenstad met de Vecht.

Rapport – definitieve versie

28

Toelichting: Uit de benchmark spreekt duidelijk het belang van het positioneren van een (nieuw) theater in een aantrekkelijke omgeving, waarbij omgekeerd het theater een belangrijke bijdrage aan die aantrekkelijkheid kan geven. In combinatie met de plannen van Hardenberg voor het vitaliseren van het centrum en het (opnieuw) verbinden van de binnenstad met de Vecht, leidt dat tot het geformuleerde uitgangspunt. 3. Het nieuwe/vernieuwde theater staat in een omgeving waar mensen ook om andere redenen naar toe gaan. Toelichting: Het ‘traditionele’ theater kent vooral voorstellingsactiviteit ’s avonds, waar het publiek gericht naar toe komt. Algemeen (ook bij de benchmarktheaters) is de verwachting dat theaters zich de komende jaren/decennia steeds meer zullen ontwikkelen tot ontmoetingsplekken, waar de hele dag wat te doen is. Die ontwikkeling maakt het van belang dat het theater in een omgeving staat met andere trekkers, zoals horeca/restaurants, een bioscoop, retail, een vvv/infocentrum, mogelijk haven gebonden activiteiten en mogelijk andere culturele voorzieningen. 4. Het nieuwe/vernieuwde theater is ‘mooi’, maar qua architectuur ook onderscheidend. In de verhouding tussen buiten en binnen is het transparant en uitnodigend. Het ‘buitengebied’ rondom het theater biedt mogelijkheden voor festivals en evenementen.

Toelichting: Het is belangrijk dat de eigen inwoners het nieuwe theater gaan omarmen. Een onderscheidende architectuur kan daarbij helpen; zie het voorbeeld Sneek. Transparantie van het gebouw bevordert de toegankelijkheid voor een breed publiek, net als een buitengebied (plein) met ruimte voor festivals en evenementen (die dan deels ook in het theater kunnen plaatsvinden). Mocht het nieuwe theater aan de (haven van de) Vecht geplaatst worden, dan is de combinatie met een stadsstrand (vergelijk Veghel) een goede optie, ook in verband met de mogelijkheid van zomerprogrammering. 5. Het nieuwe/vernieuwde theater versterkt de kansen op samenhang en samenwerking tussen presentatie, educatie, participatie, activatie en productie binnen het brede terrein van de (podium)kunsten. Toelichting: Vanuit de benchmark komt duidelijk naar voren dat de toekomst van het theater ligt in een combinatie van presentatie, educatie, participatie, activatie en productie. Die overtuiging sluit aan bij het concept ‘Theater van de toekomst’ zoals omschreven in het rapport Advies Toekomstbestendige Theatervoorziening.

Ook al is het fysiek samenbrengen van een nieuw theater met bijvoorbeeld Cultuurkoepel Vechtdal vermoedelijk geen optie, dan nog is het verstandig om het nieuwe theater wel geschikt te maken voor educatieve en productionele activiteiten, om zo in ieder geval de onderlinge samenwerking te kunnen versterken. De mogelijke verbinding met een bioscoop komt separaat aan de orde.

Rapport – definitieve versie

29

6. Het nieuwe/vernieuwde theater biedt uitstekende faciliteiten voor:

§ De presentatie voor een zittend publiek van professionele voorstellingen en concerten binnen alle disciplines van podiumkunst, met uitzondering van de allergrootste producties.

§ De presentatie voor een staand publiek van popconcerten en andere (op jongeren gerichte) evenementen.

§ De presentatie voor een publiek in ‘cafésetting’ van zich daartoe lenende §

disciplines (jazz, literatuur etc.). Het faciliteren, coproduceren en presenteren van amateurvoorstellingen en eigen (community)producties.

§ Het functioneren als ‘montagetheater’ voor professionele en amateurgezelschappen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15277879/1