CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Stikstofnotitie

gemeenteraad 13 september 2022, gemeente HardenbergBij agendapunt: Ontwerp verklaring van geen bedenkingen in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor het ruimtelijk mogelijk maken van een inrichting voor het wassen van grind, de opslag hiervan en het verhandelen van zand en grind afkomstig van elders en het (om)bouwen van de installatie en voorzieningen die hiervoor nodig zijn op het perceel plaatselijk bekend Gemeente Hardenberg, kadastraal bekend Ambt-Hardenberg, sectie G, nummer 2962 (352396)13.281 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Uitgangspunten stikstofberekeningen A.J. Slaat Zand en Grind B.V., Westerhaar 24 mei 2022 Vergunde situatie Voor de AERIUS-berekening van de vergunde situatie (1993) zijn alleen twee shovels (van 113 kW en 84 kW 1) voor drie verschillende activiteiten gemodelleerd, omdat deze concreet staan benoemd in de Hinderwetvergunning van 1993. De lichtste shovel wordt voor twee activiteiten ingezet. Voor de modellering is gebruik gemaakt van de default waarden (stageklasses) in de actuele AERIUS Calculator, waarbij is uitgegaan van materieel uit 2001. Dit is - gelet op de Hinderwetvergunning uit 1993 - een conservatieve benadering. De inzet van het materieel (uren per jaar) is gebaseerd op basis van een inschatting van de exploitant in de huidige situatie. Dit is conservatief, gelet op de in de Hinderwetvergunning toegestane werktijden. In de berekening van de vergunde situatie is ervoor gekozen om (vracht)verkeer - hoewel verkeersbewegingen onlosmakelijk verbonden zijn met de vergunde situatie - buiten beschouwing te laten. Dit is bewust gedaan, omdat de activiteit niet concreet staat benoemd in de genoemde Hinderwetvergunning. Materieel - activiteit

Gemodelleerd als Stage-I, <= 2001, 75-560 kW, SCR: nee

Brandstofverbruik l/j* 4.702

Draaiuren u/j 417

Shovel (113 kW) Laden vrachtwagens Shovel (84 kW) Laadschop laden Shovel (84 kW) Laadschop wasser

Stage-I, <= 2001, 75-560 kW, SCR: nee

3.553

417

Stage-I, <= 2001, 75-560 kW, SCR: nee

23.004

2.700

* Brandstofverbruik (liter) = (0,095 * maximale vermogen (kW) + 0,54) * draaiuren.

Beoogde situatie (= feitelijk huidige situatie) Voor de modellering is gebruik gemaakt van de default waarden (Stage-IV en Stage-V) in de actuele AERIUS Calculator. Het AdBlue verbruik is geschat op 6% van het dieselverbruik. Dit is in lijn met de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2021’. De inzet is bepaald op basis van ervaringen van A.J. Slaat Zand en Grind B.V. in de huidige situatie en het luchtkwaliteits- en stikstofdepositie onderzoek2 (zie onderstaande tabel). De grindwas- en sorteerinstallatie is niet in de berekening opgenomen, omdat deze wordt omgebouwd tot een elektrisch aangedreven installatie. Aanvullend op onderstaande tabel zijn de vrachtwagenbewegingen als ‘Zwaar vrachtverkeer’ gemodelleerd. In totaal wordt er zand/grind aangevoerd door gemiddeld 10 vrachtwagens per dag (2.880 per jaar gedurende 288 dagen). Verder worden er vrachtwagens (2.880 per jaar) geladen met gewassen en gesorteerd zand en grind. Idealiter zijn dit dezelfde vrachtwagens, maar in de praktijk is dit meestal niet het geval. Het aantal vrachtwagens is daarom bepaald op 20 per dag. Uitgaande van een zesdaagse werkweek en 48 werkweken, dan gaat het om 5.760 vrachtwagens per jaar. Hiervoor zijn 11.520 verkeersbewegingen (5.760 heen + 5.760 terug) gemodelleerd. Verder is aangenomen dat er dagelijks 10 lichte voertuigen (personeel en bezoekers) naar de locatie komen.

Hiervoor zijn 20 bewegingen per etmaal (‘Licht verkeer’) gemodelleerd.

1 Zie bijlage met tekeningnr. 92-BA-01 blad 1 bij de Hinderwetvergunning uit 1993.

2

Veenstra, S. & E. Logemann, 2022. Zand- en grindbedrijf A.J. Slaat Zand & Grind Westerhaar. Luchtkwaliteit- en stikstofdepositie onderzoek. Witteveen + Bos in opdracht van K3Delta B.V.

Omschrijving

Gemodelleerd als

Brandstofverbruik l/j*

Draaiuren (u/j)

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, SCR: ja Stage-V. >= 2019, 75-560 kW, SCR: ja

1.879

133

AdBlue verbruik l/j** 113

Shovel (143 kW) Lossen laadschop Shovel (338 kW) Lossen vrachtwagen Shovel (338 kW) Laden vrachtwagens Shovel (143 kW) Laadschop laden Shovel (143 kW) Laadschop wasser

4.342

133

261

Stage-V, >= 2019, 75-560 kW, SCR: ja

10.872

333

652

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, SCR: ja Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, SCR: ja

4.704

333

282

28.250

2.000

1.695

* Brandstofverbruik (liter) = (0,095 * maximale vermogen (kW) + 0,54) * draaiuren. ** AdBlue-verbruik is geschat op 6% van het jaarlijkse brandstofverbruik.

Resultaten verschilberekening De verschilberekening tussen voorgaande situaties heeft geen verschillen opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jaar. Op basis van intern salderen is geen natuurvergunning nodig. Bijlage: • Verschilberekening

Projectberekening

Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron

Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Zand- en grindbedrijf A.J. Slaat & Zn Sibculoseweg 102, 7676 PD Westerhaar Zand- en grindbedrijf A.J. Slaat & Zn Verschilberekening tussen de vergunde situatie (1993) en de beoogde situatie.

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RpiGt7wbJfVA 24 mei 2022, 09:55 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar 2022 2022

Resultaten

Hoogste depositie Hexagon 2.648,20 mol/ha/j 5600540

Vergunde situatie - Referentie Beoogde situatie - Beoogd Vergunde situatie - Referentie Beoogde situatie - Beoogd

Emissie NH3 0,2 kg/j 12,6 kg/j

2.344,77 mol/ha/j 5812947 Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 792,56 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,21 mol/ha/j

RpiGt7wbJfVA (24 mei 2022)

Emissie NOx 955,4 kg/j 306,9 kg/j Gebied Springendal & Dal van de Mosbeek Vecht- en BenedenReggegebied

2/9

Projectberekening

Beoogde situatie (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | 2 Mobiele Laadschop lossen werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | 3 Mobiele Lossen vrachtwagens werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Laden 4 Mobiele vrachtwagens werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | 5 Mobiele Laadschop laden werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | 6 Mobiele Laadschop wasser  Verkeersnetwerk

RpiGt7wbJfVA (24 mei 2022)

Emissie Emissie NH3 NOx 0,5 kg/j 10,7 kg/j 1,0 kg/j 23,9 kg/j 2,6 kg/j 60,5 kg/j 1,1 kg/j 27,2 kg/j 6,8 kg/j 162,6 kg/j 0,5 kg/j 22,1 kg/j

3/9

Projectberekening

Vergunde situatie (Referentie), rekenjaar 2022 Emissiebronnen

Emissie Emissie NH3 NOx

werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Laden 0,0 kg/j 143,1 kg/j 1 Mobiele vrachtwagens werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | 2 Mobiele 0,0 kg/j 108,7 kg/j Laadschop laden werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | 3 Mobiele 0,2 kg/j 703,6 kg/j Laadschop wasser

RpiGt7wbJfVA (24 mei 2022)

4/9

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

5 km Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn

Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RpiGt7wbJfVA (24 mei 2022)

5/9

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Beoogde situatie" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal Per gebied

Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)

792,56

0,00

0,00

792,56

0,21

Berekend (ha Hoogste Met toename Grootste Met afname Grootste gekarteerd) totale (ha toename (ha afname depositie gekarteerd) (mol/ha/jr) gekarteerd) (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)

Engbertsdijksvenen 625,99 (40) Vecht- en Beneden- 164,97 Reggegebied (39) Springendal & Dal van de Mosbeek 1,60 (45)

RpiGt7wbJfVA (24 mei 2022)

2.420,17

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)

2.070,54 0,00

0,00

625,99

0,21

2.420,17 0,00

0,00

164,97

0,01

1.964,09 0,00

0,00

1,60

0,01

6/9

Projectberekening

Beoogde situatie, Rekenjaar 2022 2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning Naam

Laadschop lossen

Naam Stageklasse

NOx NH3

BrandstofverbruikDraaiuren AdBlue verbruik

2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: 1879 l/j Shovel Stage-IV, ja

133 u/j 113 l/j

10,7 kg/j 0,5 kg/j

Stof Emissie NOx 10,7 kg/j NH3 0,5 kg/j

3 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning Naam

Lossen vrachtwagens

Naam Stageklasse

NOx NH3

23,9 kg/j 1,0 kg/j

BrandstofverbruikDraaiuren AdBlue verbruikStof Emissie

Shovel Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: ja 4342 l/j

133 u/j 261 l/j

NOx 23,9 kg/j NH3 1,0 kg/j

4 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning Naam

Laden vrachtwagens

Naam Stageklasse

NOx NH3

60,5 kg/j 2,6 kg/j

BrandstofverbruikDraaiuren AdBlue verbruikStof Emissie

Shovel Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: ja 10872 l/j

333 u/j 652 l/j

NOx 60,5 kg/j NH3 2,6 kg/j

5 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning Naam

Laadschop laden

Naam Stageklasse

NOx NH3

BrandstofverbruikDraaiuren AdBlue verbruik

2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: 4704 l/j Shovel Stage-IV, ja

333 u/j 282 l/j

27,2 kg/j 1,1 kg/j

Stof Emissie NOx 27,2 kg/j NH3 1,1 kg/j

6 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning Naam

Laadschop wasser

Naam Stageklasse

BrandstofverbruikDraaiuren AdBlue verbruik

2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: 28250 l/j Shovel Stage-IV, ja

RpiGt7wbJfVA (24 mei 2022)

NOx NH3

2000 u/j 1695 l/j

162,6 kg/j 6,8 kg/j

Stof Emissie NOx 162,6 kg/j NH3 6,8 kg/j 7/9

Projectberekening

Vergunde situatie, Rekenjaar 2022 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning Naam

Laden vrachtwagens

Naam Stageklasse

<= 2001, 75-560 kW, diesel, SCR: Shovel Stage-I, nee

NOx NH3

BrandstofverbruikDraaiuren AdBlue verbruik 4702 l/j

417 u/j

143,1 kg/j 0,0 kg/j

Stof Emissie NOx 143,1 kg/j NH3 0,0 kg/j

2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning Naam

Laadschop laden

Naam Stageklasse <= 2001, 75-560 kW, diesel, SCR: Shovel Stage-I, nee

NOx NH3

BrandstofverbruikDraaiuren AdBlue verbruik 3553 l/j

417 u/j

108,7 kg/j 0,0 kg/j

Stof Emissie NOx 108,7 kg/j NH3 0,0 kg/j

3 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning Naam

Laadschop wasser

Naam Stageklasse <= 2001, 75-560 kW, diesel, SCR: Shovel Stage-I, nee

NOx NH3

BrandstofverbruikDraaiuren AdBlue verbruik 23004 l/j

2700 u/j

703,6 kg/j 0,2 kg/j

Stof Emissie NOx 703,6 kg/j NH3 0,2 kg/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

RpiGt7wbJfVA (24 mei 2022)

8/9

Projectberekening

Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.5_20220328_855771c674 Database versie 2021.0.5_855771c674 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RpiGt7wbJfVA (24 mei 2022)

9/9

MEMO AAN VAN DATUM BETREFT

: : : :

Thomas Nusselein & Alfred Slaat Rachid Benhadi & Yasemin Demirci 24 mei 2022 Slaat/Omgevingsvergunning; onderbouwing referentiesituatie (milieu)vergunde situatie 1993

1. Inleiding In de e-mail van 13 mei 2022 van Bodien Bartels (gemeente Hardenberg) wordt onder andere verzocht om een onderbouwing aan te leveren waarom de (milieu)vergunde situatie in 1993 als referentiesituatie is gehanteerd: “Er is geen onderbouwing opgenomen waarom de vergunning uit 1993 de juiste referentiesituatie is. Wij adviseren dit wel op te nemen, zie onze notitie.”.

Wij reageren als volgt. 2. Tekstvoorstel De rechtsvoorganger van Slaat (zand- en grindbedrijf Aalderink) heeft op 24 augustus 1993 een oprichtingsvergunning verkregen op grond van de Hinderwet voor het oprichten en in werking hebben van een zand- en grindwinningsbedrijf. Uit de aanvraag van 23 juli 1992 blijkt dat de vergunning ziet op het oprichten en in werking hebben van een zandwinning-/grindbedrijf. Bij de opgave van de voorgenomen activiteiten is het ‘winnen van zand en grindbedrijf’ aangegeven. In de lopende (hoger)beroepsprocedures tussen Slaat en de provincie Overijssel heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel (hierna: ‘gedeputeerde staten’) het standpunt ingenomen dat 10 juni 1994 als referentiedatum moet worden gehanteerd voor het Natura 2000-gebied ‘Engbertsdijksvenen’. Ter onderbouwing hiervan wordt op de eerste plaats gewezen op de inhoud van het verweerschrift van gedeputeerde staten van 29 september 2021 (met kenmerk: D2021-09-002544 en zaaknummer Z-HZ-WNB-2019-003078-00012) in de beroepsprocedure die bij de rechtbank Overijssel aanhangig was. Daaruit blijkt dat gedeputeerde staten de onherroepelijke Hinderwetvergunning van 24 augustus 1993 als uitgangspunt hebben genomen voor de beoordeling van de stikstofruimte op de referentiedatum van 10 juni 1994, zie p.

4 van dit verweerschrift: “De gehanteerde referentiesituatie De referentiesituatie bestaat op grond van vaste jurisprudentie uit de vigerende natuurvergunning of, indien er niet eerder een natuurvergunning is verleend, uit een milieutoestemming die is verleend vóór de referentiedatum. Als nadien een milieutoestemming is verleend voor een activiteit met minder gevolgen, dan geldt die toestemming als referentiesituatie. De Afdeling heeft dit in haar uitspraken van

Pagina 2

20 januari, 27 januari en 14 juli 2021 nogmaals bevestigd (zie respectievelijk AbRvS 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:71, r.o. 17.2, AbRvS 27 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:175, r.o. 8 en AbRvS 14 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1507, r.o. 7). De onherroepelijke Hinderwetvergunning van 24 augustus 1993 is vóór de referentiedatum van 10 juni 1994 verleend en in werking getreden. In het bestreden besluit is deze Hinderwetvergunning uit 1993 als uitgangspunt genomen voor de beoordeling van de stikstofruimte op de referentiedatum. De depositie van het aangevraagde project dient derhalve tegen deze vergunde situatie worden afgezet. Blijkens deze Hinderwetvergunning was geen stikstofruimte op de referentiedatum aanwezig. Ook is blijkens de overige (overgelegde) informatie c.q. bewijsmiddelen geen stikstofruimte op de referentiedatum te herleiden.”.1

Zie ook de volgende zin uit p. 5 van dit verweerschrift: “De Hinderwetvergunning van 24 augustus 1993 is verleend en in werking getreden vóórafgaand aan de referentiedatum.”.

Op de tweede plaats wordt gewezen op de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 24 november 2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:4405. In deze uitspraak concludeert de rechtbank dat gedeputeerde staten zich terecht op het standpunt hebben gesteld dat 1994 in dit geval als referentiedatum moet worden gehanteerd: “9.4. De rechtbank overweegt dat de referentiedatum het moment is waarop artikel 6 van de Habitatrichtlijn van toepassing werd op het Natura 2000-gebied Engbertsdijksvenen. Zie bijvoorbeeld de hiervoor genoemde uitspraak van de Afdeling van 14 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1507, r.o. 7. De rechtbank is van oordeel dat dat in dit geval 10 juni 1994 is, omdat stikstofgevoelige habitattypen die met de aanwijzing als Habitatrichtlijn worden beschermd ook leefgebied zijn voor de beschermde vogelsoorten. Steun voor dit oordeel ziet de rechtbank in de uitspraak van de Afdeling van 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1604, r.o. 22.3. Daarin concludeerde de Afdeling dat artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn ook geldt voor gebieden die ter uitvoering van de Vogelrichtlijn zijn aangewezen en dat voor deze gebieden 10 juni 1994 de referentiedatum is. Verder blijkt ook specifiek uit de uitspraak van de Afdeling van 29 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:857, r.o.

5.1, dat het Vogelrichtlijngebied Engbertsdijksvenen vóór 10 juni 1994 als zodanig is aangewezen, zodat die datum daarvoor als referentiedatum geldt. Verweerder heeft dus terecht geconcludeerd dat 10 juni 1994 in dit geval als referentiedatum moet worden gehanteerd.”.

Uit het gegeven dat 10 juni 1994 moet worden aangehouden als referentiedatum volgt dat voor de referentiesituatie uitgegaan moet worden van de (milieu)vergunde situatie uit de onherroepelijke Hinderwetvergunning van 24 augustus 1993.

1 Verweerschrift gedeputeerde staten van 29 september 2021 met kenmerk D2021-09-

002544 en zaaknummer Z-HZ-WNB-2019-003078-000012, p. 4.

Pagina 3

Overigens wordt ook verwezen naar rechtsoverweging 10.1 van dezelfde uitspraak waarin de rechtbank bevestigt dat de situatie waarvoor in de Hinderwetvergunning van 24 augustus 1993 toestemming is verleend in dit geval de referentiesituatie is: “Op 10 juni 1994 beschikte de rechtsvoorganger van eiseres alleen over de Hinderwetvergunning. Eiseres heeft ter zitting gesteld dat de situatie die met de veranderingsvergunning is vergund minder stikstofuitstoot tot gevolg had dan de Hinderwetvergunning en dat die situatie daarom als referentiesituatie moet worden gehanteerd. De rechtbank volgt dit niet. Eiseres heeft deze stelling namelijk op geen enkele wijze onderbouwd. Zij heeft niet aannemelijk gemaakt dat de situatie zoals die is vergund op 8 januari 1997 minder gevolgen voor het gebied Engbertsdijksvenen had dan de situatie die met de Hinderwetvergunning is vergund. Dit betekent dat de situatie waarvoor in de Hinderwetvergunning toestemming is verleend in dit geval de referentiesituatie is.”.

Ten overvloede wordt erop gewezen dat niet in geschil is dat de Hinderwetvergunning van 24 augustus 1993 toestemming verleent voor activiteiten die stikstofuitstoot tot gevolg hebben. Dit is bevestigd in rechtsoverweging 10.2 van deze uitspraak van de rechtbank Overijssel: “Het is aannemelijk dat in de Hinderwetvergunning toestemming is verleend voor activiteiten die stikstofuitstoot tot gevolg hebben.”.

Zie hiervoor ook de eerdere uitspraak van de Voorzieningenrechter van de rechtbank Overijssel van 3 augustus 2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:3097: “3.1 Verzoekster exploiteert een zand- en grindbedrijf aan de Sibculoseweg 102 in Westerhaar-Vriezenveensewijk (de locatie) 3.2 Niet in geschil is dat op deze locatie voorheen Aalderink Zandbedrijf VOF (hierna: Aalderink) was gevestigd aan welk bedrijf onder meer op 24 augustus 1993 door de gemeente Vriezenveen een Hinderwetvergunning is verstrekt. (…) 5.1. (…) Uit de Hinderwetvergunning van 24 augustus 1993 blijkt dat ter plekke een zand- en grindbedrijf (met de bijbehorende activiteiten) is toegestaan.”.

Op de derde – en laatste – plaats wordt gewezen op de uitspraak van de Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ‘de Afdeling’) van 18 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:116. In deze uitspraak concludeert de Voorzieningenrechter van de Afdeling dat in hoger beroep het oordeel van de rechtbank niet is bestreden dat aannemelijk is dat Slaat in ieder geval ten tijde van de door de rechtbank aangehouden referentiedatum van 10 juni 1994 op grond van een op 24 augustus 1993 verleende oprichtingsvergunning als bedoeld in de Hinderwet bedrijfsactiviteiten mocht verrichten die ter plaatse ook stikstofdepositie veroorzaken: “Anderzijds is in hoger beroep evenmin bestreden het oordeel van de rechtbank dat aannemelijk is dat Slaat in ieder geval ten tijde van de door de rechtbank aangehouden referentiedatum van 10 juni 1994 op grond van een op

Pagina 4

24 augustus 1993 verleende oprichtingsvergunning als bedoeld in de Hinderwet bedrijfsactiviteiten mocht verrichten die ter plaatse ook stikstofdepositie veroorzaken.”.

\rn

de Rechtspraak

ONTVAi\u:Lil U 6 UKT. 2021

rechtbank Overijssel I I AANTEKENEN I I PER POST I I PER FAX 024-3828388 I I EMAIL

Hekkelman Advocaten N.V. tav de heer mr. R. Benhadi Postbus 1094 6501 BB Nijmegen

Bestuursrecht

bezoekadres Schuurmanstraat 2 8011 KP Zwolle

datum onderdeel contactpersoon doorkiesnummer ons kenmerk uw kenmerk

5 oktober 2021 Overige bestuursgeschillen mevr A. Jonker (088) 361 1037 zaaknummer ZWO 21 / 564 NATUUR AOO Slaat/Provincie Overijssel 20201291-RB/

bijlage(n) faxnummer afdeling onderwerp

(088) 361 0068/69 het beroep van A.J. Slaat Zand en Grind B.V. te WesterhaarVriezenveense

correspondentieadres Postbus 10067 8000 GB Zwolle t (088) 361 5555 f (088) 361 0067 www.rechtspraak.nl

Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.

Geachte heer, Over het beroep met zaaknummer ZWO 21 / 564 NATUUR AOO deel ik u het volgende mee. De rechtbank heeft een of meer stukken aan het dossier toegevoegd. Ik stuur u hiervan een kopie. Als u naar aanleiding van deze brief vragen hebt, kunt u contact opnemen met de administratie van de rechtbank op het hierboven vermelde doorkiesnummer. Als u de rechtbank belt of schrijft, verzoek ik u het zaaknummer te vermelden.

BB061

Uw persoonsgegevens en indien van toepassing die van uw cliënt warden, voor zover nodig, voor een goede procesvoering verwerkt in de registratiesystemen van de Rechtspraak.

Provincie Overijssel Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99 Fax: 088 118 86 71

ONTVANGEN OP

Www.overgssel.nl postbus@overijssel.nl

Rechtbank Overijssel Afdeling Bestuursrecht Postbus 10067 8000 GB ZWOLLE

KvK 51048329

0.5 01(T, 2021

IBAN NL45 RABO 0397 3411 21

Rechtbank Overijssel Team bestuursrecht

Inlichtingen bij Mevr. ten Have-Weernink Telefoon 038 499 76 41 a .t.have-weernink@overijssel.nI

Datum

Kenmerk

Zaaknummer

Pagina

29.09.2021

D2021-09-002544

Z-HZ-WNB-2019-

I. van 6

Bijlagen

Uw brief

Uw kenmerk ZWO 21 / 564

003078- 000012

NATUUR

Onderwerp: Verweerschrift met zaaknummer 21/564 Natuur

Geachte voorzitter, U stelt ons in de gelegenheid om een verweerschrift in te dienen. De heer mr. R. Benhadi van Hekkelman Advocaten heeft namens Ai. Slaat Zand en Grind B.V. (hierna: eiser) een beroepschrift bij u ingediend. Dit beroepschrift is gericht tegen ons besluit om geen vergunning volgens de Wet natuurbescherming te verlenen (besluit van 15 februari 2021, verzonden 18 februari 2021, met kenmerk 2020/03557788). Hieronder wordt puntsgewijs op het ingediende beroep ingegaan. 1. Verweer Kern van het geschil Verzoek eiser Eiser stelt dat zij beschikken over bestaande (stikstof)rechten die zij kan ontlenen aan de verschillende milieu toestemmingen die in de loop der jaren aan haar zijn verleend. Eiser verzoekt om (1) het bestreden besluit te vernietigen en (2) Gedeputeerde Staten (hierna: GS) op te dragen een nieuw besluit te nemen op de aanvraag van cliënte met inachtneming van de inhoud van het beroep. 1.2.

Verzoek GS Gedeputeerde Staten (hierna: GS) stelt dat eiser niet beschikt over (stikstof) rechten ten tijde van de referentiedatum. GS is niet gebleken uit de (overgelegde) gegevens hoeveel stikstofrechten zijn vergund en welke stikstofruimte ten tijde van de referentiedatum, 10 juni 1994, aanwezig was. GS verzoeken om het beroep ongegrond te verklaren.

2. Opbouw verweerschrift Dit verweerschrift hebben wij als volgt opgebouwd Feiten (punt 3) Weerlegging beroepsgronden (punt 4) Conclusie (punt 5)

Datum verzending 30.09.2021

provincie

verijssel

3.

Feiten

3.1 Aanvraag voor uitbreiden/wijzigen van het bestaande zand- en grindbedrijf aan de Sibculoseweg 102 te Westerhaar-Vriezenveensedijk. Op 9 juli 2019 hebben wij de aanvraag om een Wnb-vergunning ontvangen van Fa. A.J. Slaat & Zn, Sibculoseweg 107 te (7676 PB) Westerhaar. Ten tijde van de aanvraag was sprake van de VOF A.J. Slaat & Zn, welk bedrijf per 13 juli 2019 is gewijzigd in A.J. Slaat Zand en Grind B.V.. 3.2 Ontwerp besluit van 27 februari 2020, kenmerk 2020/0027985, tot verlenen van een zand- en grindbedrijf aan de Sibculoseweg 107 in Westerhaar-Vriezenveensewijk, Vanaf 4 maart 2020 heeft gedurende een periode van zes weken het ontwerp van het besluit tot het verlenen van de Wnb-vergunning ter inzage gelegen. 3.3. Zienswijzen Er zijn een 4 reacties met zienswijzen ingediend tegen het ontwerp besluit, 3,4. Herzien ontwerp besluit van 26 augustus 2020, kenmerk 2020/0113044, inhoudende het weigeren van de aanvraag om een Wnb-vergunning. Dit herziene ontwerp besluit vervangt het eerdere ontwerp besluit van 27 februari 2020 met kenmerk 2020/0027985. Vanaf 1 september 2020 tot en met 6 oktober 2020 heeft het ontwerp van het besluit tot het weigeren van de Wnb-aanvraag ter inzage gelegen. 3.5. Zienswijzen Er zijn een 2 reacties met zienswijzen ingediend tegen het ontwerp besluit. Op 5 oktober 2020 heeft Achmea Rechtsbijstand namens een omwonende zienswijzen ingediend.

Op 9 oktober 2020, aangevuld 13 oktober 2020, heeft Hekkelman Advocaten, namens A.), Slaat Zand en Grind B.V. zienswijzen ingediend tegen het besluit.' 3.6 Besluit tot weigeren aanvraag Wnb-vergunning Op 15 februari 2021 hebben wij de aangevraagde vergunning door A.J. Slaat Zand en Grind B.V, geweigerd. 3.7 Beroep bij de Rechtbank Overijssel Op 30 maart 20212, aangevuld: 31 mei 2021, heeft de heer mr. Benhadi van Hekkelman Advocaten namens aanvrager beroep ingesteld tegen het besluit om de aangevraagde Wnb vergunning te weigeren met zaaknummer ZWO 21/564 Natuur.

4. Weerlegging beroepsgronden 4.1 Weigeringsbesluit - Zorgvuldigheid en onderzoeksplicht Eiser meent dat het bestreden besluit, zijnde het weigeringsbesluit, in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel (artikel 3:2 van de Awb). Dit omdat GS verplicht zouden zijn om een verdergaand onderzoek naar de overgelegde gegevens c.q. bescheiden in te stellen. Ook menen zij dat het weigeringsbesluit in strijd is met het motiveringsvereiste (artikel 3:46 en 3:47 lid 1 van de Awb). Wij vinden deze beroepsgrond ongegrond. Naar ons oordeel treft deze beroepsgrond geen doel.

Pagina 2 van 6

Hierover merken wij het volgende op. Dit onderdeel van het zorgvuldigheidsbeginsel ziet op de voorbereiding van het weigeringsbesluit. Eiser miskent dat het vergaren van kennis omtrent relevante feiten en omstandigheden in de voorbereidingsfase beperkt is. De aanvrager dient zelf aan te geven, door gegevens c.q. bewijsmiddelen te overleggen, op welke wijze de bestaande stikstofruimte herleidbaar zou zijn als dit niet volgt uit de gevraagde overgelegde gegevens. Dit is door de aanvrager nagelaten of onmogelijk geweest. Het bestreden besluit is dan ook niet gebaseerd op ongefundeerde aannames, maar op basis van de overgelegde informatie c.q. bewijsmiddelen. Bovendien is het weigeringsbesluit deugdelijk gemotiveerd. 4.2 Vaststellen referentiesituatie / bestaande rechten Eiser acht het onjuist dat de voorliggende aanvraag onvoldoende grond/geen informatie bevat over de 'bestaande rechten'. Ook acht zij het onjuist dat er geen bestaande stikstofemissie- dan wel depositierechten op de referentiedatum zijn. Eiser meent dat in paragraaf B1.2. van het bestreden besluit de vermeende referentiesituatie is vastgesteld en dat er wel bestaande stikstofrechten zijn. In paragraaf B1.3 is de vergunningplicht van het bestreden besluit onjuist vastgesteld. Dit geldt ook voor wat betreft de conclusie van de beoordeling van de stikstofdepositie in paragraaf B1.4 van het bestreden besluit.

Ook vindt zij het standpunt onnavolgbaar dat een ontgrondingsvergunning niet geldt als bewijsmiddel op grond van de Beleidsregel Natuur van de provincie Overijssel, omdat dit geen milieutoestemming is. Bovendien meent eiser dat niet kan worden volstaan met een verwijzing naar deze Beleidsregel en had moeten worden bezien of er in dit geval aanleiding is om af te wijken van deze Beleidsregei. Wij vinden deze beroepsgronden ongegrond. Naar ons oordeel treft deze beroepsgronden geen doel. Hierover merken wij het volgende op: Referentiedatum Het dichtst bij de inrichting van aanvrager gelegen Natura 2000 gebied, Engbertsdijkvenen, is aangewezen als Vogelrichtlijngebied en Habitatrichtlijngebied. Volgens jurisprudentie wordt als referentiedatum verstaan de datum van eerste aanwijzing (ECLI:RVS:NL: 2011:BR 6998 van 7 september 2011). Voor Vogelrichtlijngebieden geldt de datum waarop het gebied is aangewezen als referentiedatum, tenzij die datum voor 10 juni 1994 ligt. In dat geval is 10 juni 1994 de referentiedatum. De reden hiervoor is dat de Habitrichtlijn-bescherming sinds 10 juni 1994 (omzettingsdatum) ook van toepassing is voor gebieden die onder de Vogelrichtlijn zijn aangewezen. Dit betekent dat de referentiedatum is 10 juni 1994. Weliswaar is een smalle strook aan de westzijde van het gebied, aan zijde aanvrager, alleen aangewezen als Habitatrichtlijngebied.

Echter, in het gehele gebied vindt depositie plaats door aanvrager. Bovendien wordt depositie berekend op de verder weg gelegen N2000 gebieden Vecht en Beneden Reggegebied, Springendal en Dal van de Mosbeek en Wierdense Veld. De habitattypen en het gehele ecologische systeem van het gebied Engbertsdijksvenen zijn ook (stikstofgevoelig) leefgebied voor de aangewezen vogelsoorten. Deze soorten zijn naast afhankelijk van de rust in het gebied, ook afhankelijk van een goed functioneren van deze leefgebieden (naast heide, hoogveen ook de daarin liggende wateren).

Pagina 3 van 6

NA!, n 2000Kloosterhaar

I Vc,?,

dIllp

Cher

N.,twa 2000-

•

1 km

Ovaal: globale ligging bedrijf Slaat

De gehanteerde referentiesituatie De referentiesituatie bestaat op grond van vaste jurisprudentie uit de vigerende natuurvergunning of, indien er niet eerder een natuurvergunning is verleend, uit een milieutoestemming die is verleend vóór de referentiedatum. Als nadien een milieutoestemming is verleend voor een activiteit met minder gevolgen, dan geldt die toestemming als referentiesituatie. De Afdeling heeft dit in haar uitspraken van 20 januari, 27 januari en 14 juli 2021 nogmaals bevestigd (zie respectievelijk AbRvS 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:71, r.o. 17.2, AbRvS 27 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:175, r.o. 8 en AbRvS 14 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1507, r.o. 7). De onherroepelijke Hinderwetvergunning van 24 augustus 1993 is vóór de referentiedatum van 10 juni 1994 verleend en in werking getreden. In het bestreden besluit is deze Hinderwetvergunning uit 1993 als uitgangspunt genomen voor de beoordeling van de stikstofruimte op de referentiedatum. De depositie van het aangevraagde project dient derhalve tegen deze vergunde situatie worden afgezet. Blijkens deze Hinderwetvergunning was geen stikstofruimte op de referentiedatum aanwezig. Ook is blijkens de overige (overgelegde) informatie c.q. bewijsmiddelen geen stikstofruimte op de referentiedatum te herleiden.

De overgelegde provinciale uitbreidingsvergunning van 8 januari 1997 ziet op de uitbreiding van de oprichtingsvergunning (Hinderwetvergunning van 24 augustus 1993). Deze uitbreidingsvergunning ziet niet op de uitgangssituatie zodat op basis hiervan geen stikstofruimte op de referentiedatum is te herleiden. De provinciale veranderingsvergunning van 2002 ziet op een verandering van de uitbreiding en niet op de verandering van de oprichtingsvergunning. Hieruit is dus ook geen stikstofruimte op de referentiedatum te herleiden. Bovendien geven de overgelegde luchtfoto's geen beeld over de omvang van de bedrijfsvoering zodat hiermee ook geen stikstofruimte kan worden herleid. Deze foto's maken slechts aannemelijk dat een zandwin- danwel grindplas na de referentiedatum is gerealiseerd. Voor wat betreft de provinciale ontgrondingsvergunningen van 1996 en 2001 geldt dat deze niet als steunbewijs kunnen worden gebruikt. Primair omdat uit deze vergunningen geen informatie over de omvang van de stikstofruimte ten tijde van de uitgangssituatie is te herleiden. De

Pagina 4 van 6

ontgrondingsvergunning van 1996 ziet op een uitbreiding van de uitgangssituatie. De ontgrondingsvergunning van 2001 betreft een verandering van voorschrift 16 van de ontgrondingsvergunning van 1996 (het `moederbesluit'). Secundair geldt dat de ontgrondingsvergunningen van 1996 en 2001 zijn vervallen op 1 januari 2006 zodat hieraan geen referentiesituatie kan worden ontleend. Deze redenering ligt in het verlengde van de uitspraak van 20 januari 2021 waarin de Afdeling heeft aangegeven dat een referentiesituatie niet kan worden ontleend aan een natuurvergunning of milieutoestemming die is vervallen of geëxpireerd. (AbRvS 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:71, r.o. 17.2). Dit betekent dat, op basis van de (overgelegde) informatie c.q. bewijsmiddelen, geen bestaande stikstofrechten aanwezig zijn op de referentiedatum. De uitspraak van de Afdeling van 30 september 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:3070) waarnaar door eiser in haar beroepschrift wordt verwezen is niet van toepassing op een zandwinning. Deze uitspraak betrof een veehouderij en uit de tekeningen is de toestemming voor het houden van voornoemde dieraantallen herleid. Echter, voor een zandwinning zijn andere activiteiten dan het houden van dieren relevant.

Bij een zandwinning zijn de relevante bedrijfsactiviteiten onder meer: transportactiviteiten, laadwerkzaamheden en het gebruiken van installaties (bijvoorbeeld zandzeef en waterpomp). In de overgelegde informatie c.q. bewijsmiddelen is geen inzicht gegeven in de vergunde bedrijfsactiviteiten (bedrijfsomvang) van de zandwinning ten tijde van de referentiedatum. Er zijn geen tekeningen of opgaven waaruit de in 1993 omvang van de vergunde bedrijfsvoering met bijbehorende emissie kan worden herleid. Hieruit kan dan ook geen toestemming voor deze bedrijfsactiviteiten kan worden herleid, Wellicht ten overvloede merken wij over de vervoersbewegingen het volgende op. De emissie van vervoersbewegingen die inherent zijn aan de exploitatie van een veehouderij mag worden betrokken in de referentiesituatie, ook als de vervoersbewegingen geen expliciet onderdeel uitmaken van de vigerende natuurvergunning. Het gaat hierbij om vervoersbewegingen waarvan het uitvoeren noodzakelijk is voor de veehouderij, waardoor het een gevolg is van het project (AbRvS 18 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2760, r.o. 6 en 7). Echter bij een zandwinning zijn de vervoersbewegingen onderdeel van het project, deze werden normaliter in de milieuvergunning vermeld (zie ook de uitbreidingsvergunning van 1997). Dit is anders dan veehouderijen waar deze vervoersbewegingen niet in de milieuvergunning werden vermeld.

De emissie van vervoersbewegingen die onderdeel zijn van de exploitatie van een zandwinning mogen dan ook niet worden betrokken in de referentiesituatie. Hetgeen ook niet door GS is gedaan. Ontgrondingsvergunning als bewijsmiddel De Hinderwetvergunning van 24 augustus 1993 is verleend en in werking getreden vóórafgaand aan de referentiedatum. Op basis van deze vergunning was de stikstofruimte op de referentiedatum niet vast te stellen. Met behulp van de ontgrondingsvergunningen van 1996 en 2001 als steunbewijs is gepoogd om de stikstofruimte alsnog te kunnen herleiden. Zoals hierboven aangegeven is dit niet mogelijk. Volgens de Beleidsregel Natuur van Overijssel 1997 geldt onder meer als toestemming de natuurvergunning danwel de Hinderwetvergunning, milieuvergunning c.q. milieumelding (artikel 1.1 onder gg). Dit laat onverlet dat de ontgrondingsvergunning als toestemming kan gelden. In onderhavige zaak bevat de Hinderwetvergunning, welke is afgegeven voor de referentiedatum, geen informatie over de stikstofruimte. In die situatie kan de ontgrondingsvergunning als steunbewijs gelden, mits de stikstofruimte herleidbaar is uit de ontgrondingsvergunning en niet is vervallen. In onderhavige zaak is in de ontgrondingsvergunningen niets over de capaciteit/omvang opgenomen met een relatie naar stikstof én zijn deze vergunningen vervallen.

Hierdoor kan aan deze beide vergunningen geen referentiesituatie worden ontleend. Zoals hiervoor aangegeven meent eiser ten onrechte dat onze Beleidsregel de ontgrondingsvergunning niet als toestemming behelst. Er is dan ook geen aanleiding om te bezien of afwijken van deze Beleidsregel nodig zou zijn.

Pagina 5 van 6

4.3 AERIUS berekeningen Eiser stelt dat GS (nog steeds) niet hebben onderbouwd welke gegevens niet overeenkomen met de AERIUS-berekeningen. Het had op de weg van GS gelegen om te verzoeken om verduidelijking c.q. aanvulling alvorens over te gaan tot een weigering. Daarnaast hadden GS (gelet op de voorgaande deelparagrafen) zelf de omvang van de vergunde rechten kunnen vaststellen. Ook dit is ten onrechte nagelaten. Ook zijn op 11 februari 2021 de nieuwe AERIUS-berekeningen van 30 oktober 2020 (AERIUS-kenmerk: RTLZV7JNZBAy) toegezonden aan GS. Deze informatie is ten onrechte niet meegenomen c.q. meegewogen in het bestreden besluit. Wij vinden deze beroepsgrond ongegrond. Naar ons oordeel treft deze beroepsgrond geen doel. In de vergunningprocedure is de omvang van de bestaande rechten onvoldoende bewezen geacht waardoor geen sprake is van rechten om intern mee te salderen. In de AERIUS-berekening worden de bestaande rechten (ten onrechte) onder Situatie 1 als vaststaand feit verondersteld. Om deze reden komt aan de berekening geen gewicht toe. 4.4 Vaststellen vergunningplicht indien géén sprake is van bestaande rechten. Eiser stelt dat geen aanvulling is gevraagd in de vorm van een voortoets of passende beoordeling.

Ten onrechte is nagelaten om aanvrager in de gelegenheid te stellen om, bijvoorbeeld door middel van een voortoets dan wel passende beoordeling, (alsnog) te onderbouwen of toename van stikstofdepositie significant negatieve gevolgen heeft voor het betreffende Natura 2000-gebied. Wij vinden deze beroepsgrond ongegrond. Naar ons oordeel treft deze beroepsgrond geen doel. Hierover merken wij het volgende op. Aanvrager heeft een aanvraag ingediend met intern salderen zonder voortoets of passende beoordeling. Aangezien op ieder moment van de procedure een voortoets of passende beoordeling kan worden ingediend is hiervoor niet gekozen. Ook niet na de ontwerp weigering. Hij had er zelfs voor kunnen kiezen om een nieuwe aanvraag in te dienen. Ook dit is door hem nagelaten. Ondanks dat aanvrager niet in de gelegenheid is gesteld door GS is hiervoor niet gekozen. Conclusie Op grond van voorgaande zijn wij van oordeel dat: de beroepsgronden van eiser niet kunnen slagen, waardoor het beroep ongegrond moet worden verklaard. Vragen Heeft u vragen? Neemt u dan gerust contact op via de contactgegevens vermeld in het briefhoofd onder Inlichtingen bij. Schrijft u ons een brief of e-mail? Behandel dan één onderwerp per brief of e-mail. Wilt u ook het zaaknummer Z-HZ-WNB-2019-003078 - 000012 vermelden? Op die manier kunnen wij sneller op uw vraag of opmerking reageren.

Met vriendelijke groet, namens Gedeputeerde Staten van Overijssel,

Lars Wuijster, teamleider Vergun

Pagina 6 van 6

•v rlening

CI E

Aalderink Zandbedrijf V.O.F. • Sibculoseweg 102 7676 PD WESTERHAAR

Postadres Provincie Overijssel Postbus 10078 8000 GB Zwolle

•

Telefoon 038 425 25 25 Telefax 038 425 26 79

Uw kenmerk

Bijlagen

Uw brief

Ons kenmerk

Datum

WB,2001;2368

19 09 2001

Doorkiesnummers

Inlichtingen bij

425 15 70 425 15 73

mw. J. van der Beek hr. O. Akkerman

Onderwerp

Ontvangstbevestiging cn beschikking wijziging vergunningsvoorschrift 16; wijziging van eenvoudige aard. Kadastrale gegevens Gemeente Ambt-Hardenberg, sectie G, nummer 2904: Gemeente Vriezenveen, sectie P, nummers 6 (gedeeltelijk) en 7. A-nr. 3581.

Op 4 december 1996. kenmerk MW.A96/27 10. hebben wij aan u een ontgrondingsvergunning verleend voor de zandwinning Westerhaar. Op 27 jtini 2001 hebben wij van u een verzoek ont‘engen om een vergunningsvoorschrift uit de vigerende ontgrondingsvergunning te wijzigen. U verzoekt daarbij om ontheffing van voorschrift 16 van deze vergunning. In dit voorschrift wordt u een verbod opgelegd om grondspecie eniof grind van elders aan te voeren. U doet ons dit verzoek, omdat het betreffende terrein van ontgronding binnenkort gesaneerd moet worden en u voor onbepaalde tijd geen volledige productie kunt bereiken. Voor het in behandeling nemen van uw verzoek om wijziging van de vergunning moet u provinciale leges betalen (legernummer 1.01199). U ontvangt binnenkort een betalingsverzoek. Overwegingen • Volgens voorschrift 16 uit de vigerende vergunning moet een verzoek om ontheffing van het verbod op aanvoer van grondspecie ondermeer worden beoordeeld tegen de achtergrond van het belang voor de exploitatie van de zandwinning en de milieurisico's.

Postbank 833220 ING Bank 69 18 10 893

Het provincithuis is vanaf het NS-station bereikbaar: met stadsbus tijn I richting Berkum. halte provinciehuis

Bezoekadres Luttenbergstricit

2

Belang voor de exploitatie In het najaar van 2001 zal op het terrein van ontgronding, inclusief werkterrein. een sanering uitgevoerd worden, waardoor geen volledige productie bereikt kan worden. De sanering zal geruime tijd in beslag nemen. De vergunninghouder voorziet derhalve een noodgedwongen langdurige productiestop. die een grote schadepost voor het bedrijf kan veroorzaken. De vergunninghouder heeft het voornemen om grondspecie en/of grind van elders op het werkterrein van de ontgronding aan te voeren. Hiermee kan economische schade en bedrijfsschade zoveel mogelijk worden beperkt. Milieurisico De vergunninghouder beschikt over een rechtsgeldige Wet milieuheheervergunning voor hei in exploitatie hebben van een zandwinbedrijf. Nieuwe activiteiten, zoals de voorgenomen aanvoer van grondspoeie ealot grind, moeten, door middel van een aanvraag om een "veranderingsvergunning", getoetst worden aan de bestaande verguaning. De aanvrager heeft derhalve de provincie om een "veranderingsvergunning" gevraagd. De provincie is voornemens de gevraagde vergunning te verlenen. Indien nodig zal door middel van aanvullende voorschriften ie stellen aan de te verlenen veranderingsvergunning" het rnilieubelang worden gewaarborgd.

Ruimtelijke Ordening Het werkterrein waarvoor de ontheffing is aangevraagd ligt binnen het bestemmingsplan "Buitengebied" van de gemeente Hardenberg en heeft de bestemming "Bedrijfsdoeleinden" gekregen. De aanvoer van grondspecie en/of grind past binnen deze bestemming. Machtiging De aiinvrager heeft ten machtiging aangevraagd ow zo snel mogelijk na ontvangst van deze beschikking grond te mogen aanvoeren binnen het werkterrein van de ontgronding. De onmiddellijke aanvoer kan economische schade (.rt bedrijfsschade beperken. De vergunninghouder heeft hiermee. de spoedeisendheid voldoende aangetoond. Wij hebben op uwserzoek volgen; artikel 11 van de Ontgrondingenverordening Overijssel 1997 het volgende be,,ieten. BESCHIKKING I.

Voorschrift 16 van de vigerende vergunning van 4 december 1996 te wijzigen en u ontheffing te verlenen van het verbod om grondspecie en/of grind van elders aan te voeren.

11

Ill.

ft machtiping te verlenen om, totda1 deze beschikking onherroepelijk is gr: worden, onmiddellijk met het aanvoeren van grondapeele:'grind te beginnen. Als tengevolge van een onherroepelijke rechterlijke uitspraak deze wijzigin 2. van de ontgrondingsvergunning inhoudelijk niet in stand kan blijven. dienen de op grond van de machtiging uitgevoerde werkzaamheden op de door of namens Gedeputeerde Staten aangegeven wijze te worden opgeleverd, tenzij dit in deze rechterlijke uitspraak anders is bepaald; De vervaldatum van de ontheffing te stellen op de vervaldatum van deze vergunning (1 januari 2006).

IV.

a.

Deze beschikking te zenden aan de vergunninghouder.

b.

Afschrift van deze beschikking te zenden am 1. Burgemeester en Wethouders van Vriezenveen, Postbus 67, 7670 AB Vriezenveen. 2. Burgemeester en Wethouders van Hardenberg, Postbus 500, 7770 BA Hardenberg 3. Het bestuur van het waterschap Regge en Dinkel, Postbus 5006, 7600 AB Almelo. 4. Waterleiding Maatschappij Overijssel NV, Afdeling Strategie en Grondstof. mevrouw A.L. Huzen. Postbus 10005, 8000 GA Zwolle. biV ESSENT Postbus 10074, 8000 GB Zwolle. 5. 6. Koninklijke Wegenbouw Stevin. Postbus 609, 8000 AP Zwolle.

V.

Voorts afschrift van deze beschikking te zenden aan: 1. Regiopolitie Twente. regionale afdeling Milieu. Postbus 14, 7500 AA Enschede. 2. Mevrouw S. Wentink (provinciaal archeoloog), pa Het Oversticht, Postbus 531, 8000 AM Zwolle. 3. NITGITNO, District Noord en Oost, Postbus 511, 8000 AM Zwolle. 4. Inspectie van de volksgezondheid belast met het toezicht op de hygiëne van het milieu, Postbus 60083, 6800 JB Arnhem.

Wij willen u nog op het volgende wijzen, Binnen zes weken, ingaande op de dag na de datum van verzending van bovenstaande beschikking, kunnen belanghebbenden daartegen een bezwaarschrift indienen bij Gedeputeerde Staten van Overijssel, Team Juridische Zaken., Postbus 10078, 8000 GB Zwolle telefoon (038) 425 20 68. Het bezwaarschrift dient te worden ondertekend en bevat ten minste: a. de naam en bet adres van de indiener; b. de dagtekening; c. een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; d. de gronden van het bezwaar. Voor de behandeling van een bezwaarschrift bij de provincie Overijssel is geen griffierecht verschuldigd. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen hij de President van de Sector Bestuursrecht van de Rechtbank te Zwolle, Postbus 10067. 8000 GB Zwolle telefoon (038) 428 94 11. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat u een bezwaarschrift hebt ingediend. Deze beschikking (vereunning) wordt met ineang van de dag na afloop van de bezwaarschrifttermijn van kracht. tenzij voor deze datum tevens een verzoek wordt ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening. In dat geval wordt de besehikkine niet van kracht. voordat op dat verzoek is beslist.

De Inaeliti_ging wordt één dag na de bekendmaking van deze beschikking van kracht, tenzij hij de President van de Sector Bestuursrecht van de Rechtbank een verzoek wordt ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening en daarop positief is beslist. In dat geval bent u extra griffierecht verschuldigd. Voor.vaarde is dat u een bezwaarschrift heeft ingediend. Voor inlichtingen over de bezwaarschriftprocedure kunt u zich wenden tot de provinciaal medewerker die in het briefhoofd van deze beschikking is vermeld.

Gedeputeerde Staten van O namens dezen,

dr. F. tea

id

jssel,

iter en Bodem.

veriissel

0 'CI E

Postadres

De heer A. Aalderink Schoolstraat 24 7693 PH SIBCULO

Provincie Overnshel Postbus I 0078 8000 GB

Zwolle

Telefoon 038'S25 25 25 Teietax

Uw kenmerk

Uw brief

Bijlagen div.

Doorkies nr. 425 15 66/ 425 15'73

Ons kenmerk MWA 96/2710 Inlichtingen bij hr. F. Breure/ hr. H.J. Stoffer

ï8 425 26 50

Datum 04 12 1996

Oí996

Onderwerp Beschikking verlening vergunning Ontgrondingenwet (beperkte uitbreiding en afwerking ontgronding Westerhaar). Kadastrale gegevens Gemeente Ambt Hardenberg, sectie G, nummer 2904, en gemeente Vriezenveen, sectie P, nummers 6 (gedeeltelijk) en 7. A-nr. 3581.

Geachte heer Aalderink,

Op 8 juli 1996 is bij ons ingekomen uw aanvraag om ontgrondingsvergunning voor bovengenoemd terrein: Het doel van uw aanvraag is: continuering (uitbreiding) van de gebundelde centrale winning voor metselzand en. ophoogzand ter plaatse voor een laatste periode van circa 10 jaar, alsmede een verbeterde c.q. verantwoorde landschappelijke inpassing van de onderhavige ontgronding Westerhaar. Een afschrift van onze ontwerp-beschikking terzake met aanvraag en bijlagen hebben wij met ingang van 25 oktober 1996 gedurende 4 weken in het gemeentehuis van Hardenberg en Vriezenveen en in het provinciehuis te Zwolle ter inzage gelegd. Van deze terinzagelegging hebben wij openbare kennis gegeven.

P ,,.`,ank INC; B;;;A:

1:

Gelijktijdig hebben wij de in artikel 2, tweede lid, van de gewijzigde Ontgrondingenverordening Overijssel 1985 bedoelde organen in de gelegenheid gesteld te reageren. Naar aanleiding hiervan zijn geen reacties ontvangen. Wel heeft de Waterleiding maatschappij Overijssel N.V. bij brieven var. 26 juli 1996 en 30 oktober 1996 in opmerkende zin gereageerd; laatstgenoemde reactie wordt hierbij in afschrift.ter kennisname aan de aanvrager toegezonden. Naar aanleiding van bovenstaande hebben wij het volgende overwogen. 1. Ontgrondingenbeleid Volgens het rijksbeleid, vastgelegd in het Structuurschema Oppervlaktedelfstoffen c.q. de daarin vastgelegde Planologische kernbeslissing (1995), ligt de onderhavige ontgronding Westerhaar zowel voor beton- en metselzand als voor ophoogzand globaal binnen zone 3 (in beginsel winning toegestaan). Het rijksbeleid is verder gericht op economisch verantwoorde winning (tijdig zicht op winmogelijkheden op langere termijn) en op maatschappelijk verantwoorde winning (met name vanuit de optiek van natuur en landschap). Het provinciale beleid ter zake is vastgelegd in de Beleidsnotitie Crofzandwinning in Overijssel na 2000 (1995), waarin aangaande de ontgronding Westerhaar is besloten een laatste beperkte uitbreiding met circa 5 ha bruto toe te staan voor een overgangsperiode van circa 10 jaar.

Hiermee kan dan tevens een betere landschappelijke inpssing van het geheel worden verkregen. Economische en bedrijfsbelangen Het zandwinbedrijf van de aanvrager produceeit industriezand, te weten met name metselzand (circa 20.000 mi per jaar), en voorts in mindere mate é,sfal(:zand circa 3.000 m" per jaar) en betonzand (circa 1.000 m' per jaar). Verder wordt ophoogzand gewonnen (circa 15.000 m' per jaar) alsmede grind (circa t00 r per jaar). Deze producten worden verkregen door het via een zeefinstallatie zeven en wassen van grondspecie gewonnen door middel van een zandzuiger: de nabije ligging van winplaats (zandzuiger) er. verwerkingsplaats .zeefinstellatie) is dan ook bedrijfseconomisch van groot belang. : arder is uiteraard van belang de voorraadpositie: binnen de geldende ontgrondingsvergunning kon per januari 1.996 nog circa 60.000 mi gewonnen ,:orrin voor circa 1,5 jaar productie. Bij inwilliging 'Jan onderhavige aanvraag komc circa -$00.000 m' zand beschikbaar, waarvan circa 200.000 m industriezand. Daar de gemiddelde totale jaarproductie 40.000 m; per jaar bedraagt, voorziet de gevraagde uitbreiding in een grondstoffenbehoefte voor circa 10 jaar. De hierbij vrijkomende hoeveelheid humeuze grond (circa 8.000 m') en veen zal worden gebruikt ter afwerking en inrichting van het terrein.

Samenvattend kan worden gesteld, dat onderhavige ontgronding Westerhaar een duidelijke rol vervult in de regionale grondstoffenvoorziening voor de bouwnijverheid en voor de ter plaatse gevestigde asfaltcentrale. Deze centrale zal echter binnen afzienbare tijd ontmanteld worden.

3

3

Ruimtelijke ordening In het geldende Streekplan Twente is de huidige zandwinning als zodanig aangegeven; de aangrenzende gronden hebben de aanduiding Landelijk gebied I. Op de daarbij behorende belemmeringenkaart is de gevraagde uitbreiding echter reeds aangeduid als Zandwinzone A (nog geen concessie). In de lopende ontwerppartiële streekplanherziening Oppervlaktedelfstoffen is bijgevolg ook de uitbreiding aangeduid als winzone oppervlaktedelfstoffen. Het werkterrein van onderhavige ontgronding ligt binnen het geldende Streekplan West-Overijssel, met de aanduiding Landelijk gebied II. Dit werkterrein zal bij de eindafwerking ondiep ontgraven worden met het oog op natuurontwikkeling. In het geldende bestemmingsplan Recreatiegebied Sibculo-Westerhaar van de gemeente Vriezenveen heeft het terrein van de aanvraag de bestemming Water en. Bos. De gronden binnen de bestemming Water zijn aangewezen voor zandwinning met een recreatieve eindfunctie, welke eindfunctie inmiddels achterhaald is. De eindfunctie is nu gericht op natuurlijke afwerking zonder recreatie. Een klein deel van onderhavige dieptewinning valt onder de bestemming Bos; voor het overige betreft deze bestemming randstroken en ondiepe oeverzones gericht op natuurlijke ontwikkeling en bestaand bos.

Het toekomstig gebruik wijkt bijgevolg in geringe mate af van het geldende bestemmingsplan, waarbij echter de gemeente Vriezenveen planologische medewerking tot wijziging ervan heeft toegezegd. Een smalle westelijke strook van onderhavige ontgronding heeft in het bestemmingsplan buitengebied van de gemeente Vriezenveen de bestemming Agrarisch gebied met landschappelijke waarde. De hier aanwezige beplanting blijft echter gespaard c.q. wordt deels aangevuld met nieuwe beplanting. Ten slotte heeft het werkterrein volgens het bestemmingsplan buitengebied gemeente Hardenberg de bestemming Bedrijfsdoeleinden (zandwinning). Onderhavige aanvraag'is hiermee in overeenstemming.

4. Geologie en waterhuishouding Geologisch gezien varieert de samenstelling van de stuwwal Sibculo-Westerhaar van fijn zand tot grof grind; ter plaatse is voornamelijk sprake van matig grof en matig fijn zand. Er is sprake van een sterke variatie in geologische opbouw. Uit boorgegevens en op grond van de praktijk blijkt, dat circa 50% van het zandpakket na zeving als metselzand kan worden afgezet; de rest is voornamelijk ophoogzand. Ten westen van de bestaande zandwinplas komen in de bovengrond restanten veen voor, die - evenals de aanwezige humeuze grond (gemiddeld circa 40 cm dik) - in het kader van afwerking en inrichting zullen worden verwerkt. Waterhuishoudkundig gezien heeft deze ontgronding als effect, los van klimatologische factoren, dat de grondwaterstand in de noordelijk en westelijk hoger gelegen aangrenzende.percelen in geringe mate wordt verlaagd en die van de lager gelegen percelen aan de zuid- en oostzijde enigszins worden verhoogd, De gevraagde uitbreiding met circa 3 ha diep water zal naar verwachting van geringe invloed zijn op de grondwaterstand in de omgeving. De hoger gelegen gronden kennen immers al een hangwaterprofiel, zodat een geringe daling van de grondwaterstand geen invloed heeft op gewassen en beplantingen. De lager gelegen gronden grenzend aan de bestaande zandwinplas, zullen slechts een gering effect ondergaan.

5. Landbouw Zoals hierboven ad 4. beschreven zijn naar verwachting de effecten op de grondwaterstand gering, zodat de landbouwbelangen nauwelijks worden benadeeld. Voorts zal door de uitbreiding circa 1,5 ha marginale landbouwgrond (grasland en maïsland) in water en struweelbeplanting annex bos worden omgezet, welke gronden geheel in eigendom zijn van de aanvrager. 6. Natuur en landschap en milieu Het terrein in kwestie bevindt zich op de overgang van het. vlakke open landschap ten oosten van Westerhaar en de zuidzijde van de met bos begroeide stuwwal tussen Sibculo en Westerhaar. In het verleden is door ontgrondingen een waterpartij ontstaan met steile taluds en smalle randstroken; bij vergunningverlening in 1991 is echter aan de oostzijde een ruim bosplantsoen voorgeschreven, dat in najaar 1996 zal worden ingeplant. De huidige aanvraag heeft tevens tot doel de zandwinplas beter in zijn omgeving in te passen. waartoe zich alleen mogelijkheden voordoen aan de westzijde van de ontgronding als nader aangegeven in het bij de aanvraag behorende landschapsinrichtingsplan van het Adviesburo Bijkerk. Dit plan voorziet in 1,5 ha te sparen beplanting, alsmede in circa 1,5 ha nieuwe beplanting en circa 1,9 ha moeras. Aangetekend moet worden, dat de aanwezige asfaltinstallatie met gebouwen en opslag op korte termijn zal worden verwijderd.

Na sanering van dit werkterrein zal het deels worden afgegraven en in water omgezet, en deels glooiend worden afgewerkt en grotendeels worden beplant met bos. Ten slotte zullen door de aanleg van ondiep water en moeras goede ontwikkelingsmogelijkheden voor waterdieren,' moerasplanten en vogels worden geschapen, zodat per saldo duidelijk sprake zal zijn van een positieve bijdrage aan natuur- en landschapsbelangen. Onderhavige zandwinning inclusief uitbreiding is eveneens vergunningsplichtig LP het kader van de Wet milieubeheer met de provincie als bevoegd gezag. Beide , lanvragen zijn inhoudelijk op elkaar afgestemd. ("F=let op de Onrgrondingenwet en de gewijzigde Ontgrondingenverordening

Overijssel 1985 hebben wij het volgende besloten. BESCHIKKING - onder intrekking, van uw geldende ontgrondingsvergunning van 1991 vergunning te verlenen tot het ontgronden van het hiervoor genoemde terrein. Dit is op de bij deze beschikking behorende situatietekening als zodanig begrensd. II.

U te wijzen op de volgende mededelingen. 1. Deze vergunning wordt 6 weken na verzenddatum van deze beschikking van kracht, tenzij beroep wordt ingesteld (zie VI en VII). Dit betekent, dat u pas na 6 weken met de uitvoering mag beginnen. Indien beroep tegen deze vergunning wordt ingesteld, mag u ook na 6 weken nog niet beginnen. Wij zullen u meteen informeren als er beroep is ingesteld.

5

2.De provincie Overijssel of derden mogen geen schade lijden als gevolg van het gebruik van deze vergunning. U moet redelijkerwijs alle mogelijke maatregelen treffen om dergelijke schade te voorkomen. 3.U moet voortdurend zorgen voor een goed en zorgvuldig beheer van het gehele terrein van vergunning en voor een regelmatige voortgang van de ontgronding. De hierna vermelde voorwaarden moet u dan ook strikt naleven. Wij maken u er overigens op attent dat u aan een groot aantal algemene voorwaarden moet voldoen alvorens u met de ontgronding mag beginnen. Daarnaast bent u in overtreding wanneer u van de voorwaarden afwijkt zonder voorafgaande toestemming van of namens gedeputeerde staten. In dat geval moet u op eerste aanzegging de overtreding binnen een opgedragen termijn ongedaan maken. Voldoet u hieraan ook niet, dan • zullen wij eventueel - op uw kosten - de nodige herstelwerkzaamheden (laten) uitvoeren. 4. Voordat u met de ontgrondingswerkzaamheden start, moet u nagaan of andere vergunningen of ontheffingen en dergelijke vereist zijn. Zonodig moet u, of een eventuele exploitant, hiervoor een aanvraag indienen (bijvoorbeeld op grond van de Wet op de ruimtelijke ordening, Wet milieubeheer, Wet verontreiniging oppervlaktewateren, ontheffing waterschapskeur, et cetera). III.

Aan deze beschikking de volgende voorwaarden te verbinden. ALGEMENE VOORWAARDEN 1.

Met de ontgronding mag u niet beginnen vóórdat u een nieuwe zekerheid • van f 100.000,-- heeft . gesteld. Deze zekerheid kunt u stellen: a. door storting of overschrijving van een waarborgsom op postbanknummer 833220 ten name van de provincie Overijssel te Zwolle. U moet hierbij vermelden uw naam, de gemeente waarin het te ontgronden terrein is gelegen en de datum en het nummer van deze vergunning; óf b. door toezending van een bankgarantie tot het bedrag van de zekerheid, overeenkomstig bijgaand model. De kosten van de door of namens gedeputeerde staten uit te voeren herstelwerkzaamheden (bij overtreding van de vergunningsvoorwaarden) zullen worden verhaald op bovenbedoelde zekerheid. Indien deze kosten hoger zijn dan het bedrag van de gestelde zekerheid, zuilen gedeputeerde staten de hogere kosten op u verhalen. Na ontvangst hierVan krijgt u de geldende zekerheid terug.

2

U moet het bureau Ontgrondingen van de provincie Overijssel (contactpersoon de heer H.J. Stoffer, telefoonnummer (038) 425 15 73) op de hoogte brengen van het tijdstip waarop met de werkzaamheden zal worden begonnen.

3.

U bent als vergunninghouder verplicht de ontgronder in kennis te stellen van de aan deze vergunning verbonden voorwaarden. U blijft altijd aansprakelijk voor de juiste naleving ervan. Een afschrift van deze vergunning moet daarom op het werk aanwezig zijn. Als hierom gevraagd wordt, moet deze getoond kunnen worden aan de politie of aan door gedeputeerde staten aangewezen provinciale ambtenaren.

4.

Bij aanwezigheid van kabels, buizen of leidingen van een nutsbedrijf in, op of boven het terrein van vergunning, moet u een regeling treffen met het betrokken nutsbedrijf. Deze regeling moet betreffen de tijdelijke of definitieve verplaatsing van deze voorziening(en) dan wel de wijze van uitvoering van de ontgronding ter plaatse van deze kabels, buizen of leidingen.

5.

Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 3 maanden na aanvang van de werkzaamheden, moet u een werkplan ter goedkeuring aan gedeputeerde staten voorleggen. Dit werkplan moet ten minste bepalingen aangaande de volgende aspecten bevatten: a. de naam en het telefoonnummer van degene die namens de vergunninghouder toezicht houdt op de dagelijkse uitvoering van de werkzaamheden en die verantwoordelijk is voor de naleving van de vergunningsvoorwaarden; b. een tijdschema van de uitvoering van de diverse fasen van de ontgronding; c. de wijze waarop de insteek zal worden aangegeven en (gefaseerd) in den droge wordt gerealiseerd; d. een kaart, waarop duidelijk staac aangegeven de fasering in de uitvoering, de inrichting van het werkterrein (met aanduiding van de plaats van tijdelijke en vaste installaties) en de locatie van de benodigde tijdelijke en permanente depotplaatsen ten minste onderscheiden in "teelaarde", "ophoogzand" en "Lndustriezanden"; e. welke werkzaamheden zullen worden uitgevoerd, de uitvoeringswijze en -volgorde en het daarvoor in te zetten materieel; f. welke hoeveelheden teelaarde nodig zijn voor gebruik ten behoeve van het afwerken en inrichten (in fasen) var. het terrein van ontgronding; g. de wijze waarop uitvoering gegeven wordt aan een goed en zorgvuldig beheer van het terrein van vergunning.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11719690/3