CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing BOPA Hardenberg, Marslanden (flexwoningen)

gemeenteraad 16 juli 2024, gemeente HardenbergBij agendapunt: Adviesaanvraag over de bouw van 50 modulaire sociale huurwoningen aan De Steenanjer in de wijk Marslanden in Hardenberg14.174 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing Hardenberg Marslanden (50 modulaire woningen) Status: definitief

Juni 2024

Hardenberg, Marslanden (50 modulaire woningen) Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Ruimtelijke onderbouwing “Hardenberg, Marslanden (50 modulaire woningen)”

Plannaam: Hardenberg, Marslanden (50 modulaire woningen) Plantype: Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Status: Definitief Datum: Juni 2024

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Hardenberg, Marslanden (50 modulaire woningen) Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 1.1 1.2 1.3 1.4

AANLEIDING ......................................................................................................... 4 LIGGING VAN HET PROJECTGEBIED ................................................................................. 4 HET OMGEVINGSPLAN ............................................................................................... 5 LEESWIJZER.......................................................................................................... 6

HOOFDSTUK 2 2.1 2.2

BELEIDSKADER .....................................................10

RIJKSBELEID ........................................................................................................ 10 PROVINCIAAL BELEID ............................................................................................... 10 REGIONAAL BELEID ................................................................................................. 14 GEMEENTELIJK BELEID ............................................................................................. 15

HOOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

WIJZIGING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING ..................7

HUIDIGE SITUATIE................................................................................................... 7 GEWENSTE SITUATIE ................................................................................................ 8

HOOFDSTUK 3 3.1 3.2 3.3 3.4

INLEIDING.............................................................4

BESCHERMING GEZONDHEID EN HET MILIEU..................18

GELUID DOOR ACTIVITEITEN ....................................................................................... 18 BODEMKWALITEIT .................................................................................................. 19 LUCHTKWALITEIT ................................................................................................... 19 GEUR ................................................................................................................ 20 TRILLINGSHINDER .................................................................................................. 22 LICHT................................................................................................................ 22

HOOFDSTUK 5

BESCHERMEN VAN DE WATERBELANGEN EN KLIMAATADAPTATIE 24 5.1 5.2 5.3 5.4

ALGEMEEN .......................................................................................................... 24 WATERTOETS EN WATERHUISHOUDING PROJECTGEBIED ......................................................... 24 CONCLUSIE WATERBELANGEN ..................................................................................... 25 KLIMAATADAPTATIE................................................................................................. 25

HOOFDSTUK 6

WAARBORGEN VAN DE VEILIGHEID .............................29

HOOFDSTUK 7

BESCHERMING VAN LANDSCHAPPELIJKE EN

STEENBOUWKUNDIGE WAARDEN EN CULTUREEL ERFGOED ...........................31 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5

CULTUREEL ERFGOED ............................................................................................... 31 BESCHERMING VAN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN ........................................................... 32 BESCHERMING VAN LANDSCHAPPELIJKE WAARDEN ............................................................... 33 RUIMTELIJKE KWALITEIT EN WELSTAND ........................................................................... 34 CONCLUSIE ......................................................................................................... 34

HOOFDSTUK 8 8.1 8.2 8.3 8.4

NATUURBESCHERMING ............................................35

ALGEMEEN .......................................................................................................... 35 GEBIEDSBESCHERMING ............................................................................................ 35 SOORTENBESCHERMING ............................................................................................ 36 CONCLUSIE ......................................................................................................... 36

HOOFDSTUK 9

BEHOUDEN VAN DE STAAT EN WERKING VAN INFRASTRUCTUUR EN VOORZIENINGEN ...................................................37 9.1 BEPERKINGENGEBIEDEN ............................................................................................... 37 9.2 KABELS EN LEIDINGEN ................................................................................................. 37

HOOFDSTUK 10

MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ......................................38 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Hardenberg, Marslanden (50 modulaire woningen) Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) 10.1 10.2 10.3

ALGEMEEN ....................................................................................................... 38 SITUATIE PROJECTGEBIED ....................................................................................... 38 CONCLUSIE ...................................................................................................... 38

HOOFDSTUK 11 11.1 11.2

UITVOERBAARHEID.................................................39

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID.............................................................................. 39 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ........................................................................ 39

HOOFDSTUK 12

EVENWICHTIGE TOEDELING VAN FUNCTIES AAN LOCATIES 40

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ......................................41 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8

AKOESTISCH ONDERZOEK ................................................................................. 42 BODEMONDERZOEK ........................................................................................ 43 LICHTHINDERONDERZOEK ................................................................................. 44 WATERTOETSRESULTAAT .................................................................................. 45 ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK ................................................................... 46 AERIUS BEREKENING ...................................................................................... 47 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA ............................................................................ 48 AANMELDNOTITIE VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING .................................................... 49

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Hardenberg, Marslanden (50 modulaire woningen) Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Veel mensen zoeken een woning. Ook in Hardenberg. Er is veel vraag naar huurwoningen voor jongeren/starters, mensen die vanwege persoonlijke omstandigheden met spoed een woning zoeken en statushouders. Door 50 tijdelijke woningen te plaatsen kan de gemeente snel inspelen op de vraag naar deze woningen. De modulaire woningen zullen voor 15 jaar geplaatst worden ten noorden van de (toekomstige) sportvelden en school aan de Steenanjer in de wijk Marslanden. Het gaat om ‘modulaire houten woningen’ die in twee lagen geplaatst worden. De woningen zijn bedoeld voor de verhuur aan mensen die daarvoor in aanmerking komen. Dit past niet in binnen het geldende omgevingsplan, aangezien de gronden momenteel geen woonfunctie hebben. Om het voornemen mogelijk te maken, kan een omgevingsvergunning worden verleend voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Hiervoor dient op basis van artikel 8.0 lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) te worden aangetoond dat de BOPA in overeenstemming is met ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.

1.2

Ligging van het projectgebied

Het projectgebied ligt in de wijk Marslanden aan de Steenanjer. Deze weg is het verlengde van de Markerichter aan de noordzijde van het tijdelijke schoolgebouw en het clubgebouw van de hockeyclub. Hierna is de ligging weergegeven ten opzichte van Hardenberg met een rode ster en ten opzichte van de directe omgeving met een rood kader.

Afbeelding 1.1

Ligging projectgebied (Bron: plattekaart.nl, bewerkt)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Hardenberg, Marslanden (50 modulaire woningen) Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

1.3

Het omgevingsplan

1.3.1

Geldend omgevingsplan

Het omgevingsplan bestaat uit een tijdelijk deel en een niet-tijdelijk deel. De bestemmingsplannen vallen onder het tijdelijke deel. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de onderdelen van het omgevingsplan die het meest van toepassing zijn. Naam

Vaststellingsdatum

Omgevingsplan gemeente Hardenberg

1 januari 2024

Bestemmingsplan Facetherziening parkeren Hardenberg

17 juli 2018

Hardenberg, Marslanden II, schoolgebouw en sportvelden

21 februari 2023

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, artikel 30 WRO 1991

28 februari 1991

Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg 1989

26 april 1989

Het projectgebied ligt binnen het omgevingsplan “Omgevingsplan gemeente Hardenberg”. De gronden liggen ten noorden van het plan “Hardenberg, Marslanden II, schoolgebouw en sportvelden”. De gronden hebben formeel nog een agrarische functie door de bestemmingsplannen “Buitengebied Hardenberg 1989” en “Buitengebied Hardenberg, artikel 30 WRO 1991” die op deze plek gelden. In onderstaande afbeelding is een uitsnede opgenomen van het bestemmingsplan. De locatie is aangegeven met de rode lijn.

Afbeelding 1.2 Uitsnede planologische regime “Hardenberg, Marslanden II, schoolgebouw en sportvelden” (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Hardenberg, Marslanden (50 modulaire woningen) Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) 1.3.2

Strijdigheid

Door de agrarische functie van de bestemmingsplannen “Buitengebied Hardenberg 1989” en “Buitengebied Hardenberg, artikel 30 WRO 1991” kunnen de gronden niet gebruikt worden voor het realiseren van de 50 tijdelijke woningen. Op deze gronden is geen woonfunctie toegestaan en mogen geen gebouwen gebouwd worden. Binnen de maatschappelijke functie van het bestemmingsplan “Hardenberg, Marslanden II, schoolgebouw en sportvelden” is het eveneens niet toegestaan om de tijdelijke woningen te realiseren. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken wordt via een omgevingsvergunning afgeweken van het geldende omgevingsplan ex artikel 5.1 , lid 1, sub b, onder de Omgevingswet. In dit geval wordt de ruimtelijke procedure voor een ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ (BOPA) gevolgd. Ook zal de gemeenteraad hiervoor een bindend advies geven.

1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige en gewenste situatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de bescherming van de gezondheid en het milieu. Hoofdstuk 5 gaat in op de waterbelangen waarna hoofdstuk 6 ingaat op het waarborgen van de veiligheid, waaronder externe veiligheid. Hoofdstuk 7 gaat in op de bescherming van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed. De bescherming van de natuur komt in hoofdstuk 8 aan bod. Hoofdstuk 9 gaat in op het behoud van de staat en werking van infrastructuur en voorzieningen. In hoofdstuk 10 passeert de milieueffectrapportage de revue. Hoofdstuk 11 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Ten slotte wordt in hoofdstuk 12 de algemene conclusie getrokken waarin wordt beoordeeld of het plan voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Hardenberg, Marslanden (50 modulaire woningen) Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

HOOFDSTUK 2 2.1

WIJZIGING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

Huidige situatie

Het projectgebied ligt in de wijk Marslanden. De woningen zullen komen aan de Steenanjer. Dit is een weg die in het verlengde komt te liggen van de Markerichter. Ten zuiden zijn de gronden bedoeld voor school en sport met bijbehorende voorzieningen. Deze zijn nog niet gerealiseerd. Het gebied bestaat momenteel uit agrarische gronden en er staat nu een tijdelijk schoolgebouw. De bouw van het nieuwe schoolgebouw start naar verwachting in 2025. Naast de plek waar het nieuwe schoolgebouw komt, is het nieuwe clubgebouw van hockeyclub GZG in aanbouw. Dit clubgebouw is in de zomer van 2024 klaar. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie opgenomen. Hierbij is het projectgebied met een rode omlijning omgeven. In afbeelding 2.2 is een schets opgenomen van de toekomstige situatie met betrekking tot de school en sportvoorzieningen.

Afbeelding 2.1 Luchtfoto huidige situatie (Bron: PDOK, Luchtfoto 2024)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Hardenberg, Marslanden (50 modulaire woningen) Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Afbeelding 2.2 Uitsnede DO-126-school-sportlocatie_schetsscenario d.d. 6-9-2021 (Bron: bestemmingsplan

Hardenberg, Marslanden II, schoolgebouw en sportvelden, gemeente Hardenberg)

2.2

Gewenste situatie

De wens bestaat om ten noorden van de school en sportvelden 50 tijdelijke woningen te realiseren. De woningen komen aan de Steenanjer dat in het verlengde ligt van de Markerichter. Door deze woningen kan er snel worden ingespeeld op de vraag naar deze woningen. De bedoeling is dat de woningen er 15 jaar staan. Het gaat om ‘modulaire’ houten woningen (Hardenbergs-Hout). Het plan is om vier rijen te plaatsen van 6 of 7 woningen per laag. Elke rij zal bestaan uit twee lagen. In onderstaande afbeelding 2.3 is de locatie van de rijen weergegeven ten opzichte van het school- en sportpark. Afbeelding 2.4 bestaat uit een 3D-tekening van de tijdelijke woningen. Tussen het verlengde van de Steenanjer en de woningen zullen parkeerplaatsen aangelegd worden ten behoeve van de tijdelijke woningen. De rijen zullen met elkaar verbonden worden door een looppad.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Hardenberg, Marslanden (50 modulaire woningen) Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Afbeelding 2.3

Beoogde locatie modulaire woningen (Bron: gemeente Hardenberg)

Afbeelding 2.4

Structuurontwerp beoogde situatie projectgebied (Bron: Zaak van NN)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Hardenberg, Marslanden (50 modulaire woningen) Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

HOOFDSTUK 3

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe manier van werken waarmee keuzes voor de leefomgeving beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Dit is nodig om de doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: • • • •

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied;

In de NOVI is aangegeven dat het vorm geven van de opgaven nodig is op een lager schaalniveau. De aangewezen regio's werken samen met de provincies aan ruimtelijke voorstellen. Vervolgens wordt er gekeken of alle losse plannen bij elkaar tot een duurzaam landelijk beeld leiden. De stappen die genomen worden, staan beschreven in het programma NOVEX en het programma Mooi Nederland. Regio Zwolle heeft een flinke en dynamische verstedelijkingsopgave die in samenhang moet worden opgepakt met de regionale waterproblematiek en de opgave op het gebied van klimaat(adaptatie). 3.1.2

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid

De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleine lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen. Er is daarmee geen sprake van strijd met het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

Iedere provincie in Nederland stelt een omgevingsvisie op: een strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie bevat de provinciale visie op de ruimte in Overijssel. Daarin worden uitspraken gedaan over ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur. In de Omgevingsverordening staan de regels die ervoor zorgen dat bij nieuwe ontwikkelingen rekening wordt gehouden met het provinciale beleid. 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel bestaat uit drie delen: een deel Visie, een deel Beleid en een deel Uitwerking. Naast de Omgevingsvisie Overijssel, is er de Omgevingsverordening Overijssel en de Catalogus Gebiedskenmerken. De opgaven en kansen waar de provincie voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Dit is het vertrekpunt voor alle projecten en initiatieven in de provincie Overijssel. Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de visie wordt

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Hardenberg, Marslanden (50 modulaire woningen) Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel' gebruikt. In het uitvoeringsmodel staan de stappen 'of' (generieke beleidskeuzes), 'waar' (ontwikkelingsperspectieven) en 'hoe' (gebiedskenmerken) centraal. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Eén van de instrumenten is de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat het beleid van de Omgevingsvisie geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, en natuurontwikkeling, wordt aan de hand van deze drie stappen bepaald of een initiatief binnen de visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. In afbeelding 3.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

Afbeelding 3.1

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

Of – generieke beleidskeuzes Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes vastgelegd. Deze zijn doorvertaald in regels van de Omgevingsverordening.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Hardenberg, Marslanden (50 modulaire woningen) Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Waar – ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie onderscheidt de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. Hoe – gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal belang zijn. 3.2.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel Indien het initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat het volgende beeld: 3.2.4.1 Of-generieke beleidskeuzes Bij de 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn de volgende artikelen uit de Omgevingsverordening van toepassing: •

Artikel 4.4 (principe van concentratie)

Het plan van de 50 tijdelijke woningen is bedoeld om in de behoefte te voorzien. Er is veel vraag naar huurwoningen voor jongeren en starters, mensen die vanwege omstandigheden met spoed een woning zoeken en statushouders. Het voldoet daarmee aan de principe van concentratie. In paragraaf 3.4.2 wordt hier nader op ingegaan. •

Artikel 4.5 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik)

De locatie ten noorden van de school- en sportlocatie is momenteel nog niet bebouwd. In de toekomst zal dat wel het geval zijn. Het plan sluit aan op het bestaand bebouwde gebied. Ook zullen de woningen er voor een periode van 15 jaar aanwezig zijn. Daarnaast zal rondom het projectgebied in de nabije toekomst nieuwe woningen gebouwd worden als uitbreiding van de bestaande woonwijk Marslanden. De tijdelijke woningen zijn in lijn met de provinciale principes van het zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. •

Artikel 4.9 (Onderbouwing ruimtelijke kwaliteit)

In deze paragraaf blijkt dat de ontwikkeling voldoet aan het Of-, Waar- en Hoe-benadering. Ook voldoet het aan het Uitvoeringsmodel. Het perceel zal landschappelijk worden ingepast volgens de geldende gebiedskenmerken en het beeldkwaliteitsplan dat is opgesteld voor het school- en sportperceel. •

Artikel 4.14 (Woonafspraken)

Het bouwen van nieuwe woningen kan alleen als dit past binnen de geldende woonafspraken. De woningen voldoen aan de kwalitatieve behoefte in de markt en worden gebouwd voor de lokale behoefte. Ook is er sprake van tijdelijke woningen voor een periode van 15 jaar. Hiermee voldoet het aan het beleid van de provincie. 3.2.4.2 Waar – ontwikkelingsperspectieven Er zijn zes ontwikkelingsperspectieven: drie voor de Groene Omgeving en drie voor de Stedelijke Omgeving. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. Ontwikkelingsperspectieven in de Groene Omgeving: 1. de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW) 2. agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap 3. wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Hardenberg, Marslanden (50 modulaire woningen) Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Ontwikkelingsperspectieven in de Stedelijke Omgeving: 4. stedelijke netwerken als motor 5. steden en dorpen als veelzijdige leefmilieus 6. hoofdinfrastructuur: vlot en veilig De betreffende locatie ligt in het ontwikkelingsperspectief: ‘Ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Het gebied maakt onderdeel uit van de kern van Hardenberg, waarmee het kan worden aangeduid met het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelperspectief De tijdelijke woningen zullen ten noorden van het school- en sportpark geplaatst worden. In dit geval gaat het om een tijdelijke uitbreiding waarbij gebouwd wordt voor de regionale behoefte aan wonen. De ontwikkeling wordt afgestemd op de daar voorkomende stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. Binnen het projectgebied zal rekening gehouden worden met de eisen op het gebied van duurzaamheid en waterhuishouding. Het voornemen is in overeenstemming met het ontwikkelingsperspectief.

3.2.4.3 Hoe – gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarischcultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden voorwaarden voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' en ‘Laag van de beleving’ worden in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het gebied geen relevante eigenschappen voor deze laag gelden. 1. De ‘Natuurlijke laag’ De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier ‘van nature’ op vestigt. Op de locatie is het gebiedstype 'Beekdalen en natte laagtes' van toepassing. Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water. En aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' De gronden in het gebied zijn nog in agrarisch gebruik. De van oorsprong voorkomende natuurlijke laag is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig. Het perceel wordt landschappelijk ingericht conform de gebiedskenmerken en er zal worden aangesloten op het beeldkwaliteitsplan van het school- en sportpark. 2.

De ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ De ‘Laag van het agrarische cultuurlandschap’ is het resultaat van de wisselwerking tussen verschillen in de natuurlijke ondergrond en de manier waarop gebieden in cultuur werden gebracht. Door de eeuwen heen is een patroon van akkers, weiden, hooiland en bebouwing (hoeven, kernen en dorpen gegroeid). Op de locatie is gebiedstype ‘’Maten- en flierenlandschap’ van toepassing. Dit is veelal de contramal van het essenlandschap en het oude hoevenlandschap en was daar aan verbonden. De ambitie is om dit weer herkenbaar te maken en de samenhang met de esdorpen en erven weer betekenis te geven. Als ontwikkelingen plaatsvinden in of nabij het maten- en flierenlandschap, dan dragen deze bij aan versterking van het historische lineaire landschap met open 'kamers' en coulissen, aan accentuering van de overgang naar hogere gronden, de toegankelijkheid, de beleefbaarheid en het vasthouden van water.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Hardenberg, Marslanden (50 modulaire woningen) Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Toetsing van het initiatief aan de ‘Laag van het agrarische cultuurlandschap’ Er is sprake van het plaatsen van 50 tijdelijke woningen ten noorden van een school- en sportpark. Het zal worden aangesloten op het (beeldkwaliteits)plan wat hiervoor geldt. Daarbij is aandacht voor de kenmerken van het gebied. De gewenste ontwikkeling is in overeenstemming met de gebiedskenmerken van “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”. 3.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciale beleid

De ontwikkeling is in overeenstemming met het provinciaal beleid.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Woonagenda West Overijssel 2021-2025

3.3.1.1 Algemeen De provincie Overijssel, de Overijsselse gemeenten en hun partners werken al jaren samen aan de balans op de woningmarkt. De partijen maken periodiek meerjarige afspraken over opgaven en ambities. Voor de periode 2021-2025 krijgen die afspraken vorm in twee regionale Woonagenda’s: een voor West-Overijssel en een voor Twente. In voorliggend geval is de Woonagenda WestOverijssel van belang. In deze Woonagenda schetsen gemeenten, de provincie Overijssel en betrokken partijen de gezamenlijke inzet. De Woonagenda is het kader op de woningmarkt. De visie op de woningmarkt in West Overijssel wordt in de woonagenda als volgt puntsgewijs omschreven: • • •

een inclusieve woningmarkt: wonen voor iedereen een toekomstbestendige leefomgeving: sterke steden en vitale kernen en buitengebied een duurzaam en circulair woningbestand.

3.3.1.2 Capaciteit en woningbehoefte De basis van de regionale aanpak is dat gemeenten zich inzetten om te voorzien in de lokale behoefte. Ze houden daarbij rekening met de regionale afspraken. De gemeente sluiten zoveel mogelijk aan op de huidige en de te verwachten toekomstige woningvraag. In de regionale woonvisie is aangegeven dat in de regio op dit moment onvoldoende plancapaciteit is om de groei van 35.000-40.000 huishoudens tot 2030 op te vangen. Dat betekent dat er op zoek wordt gegaan naar geschikte locaties en strategieën voor het toevoegen van 9.000 - 14.000 woningen na 2025. Regionaal gezien is er daarmee sprake van een kwantitatieve behoefte. 3.3.1.3 Uitbreidingsprojecten De regio wil ook ruimte bieden aan uitbreidingsplannen op korte termijn, dat wil zeggen realisatie binnen vijf jaar. Voor deze plannen is een kwalitatief afwegingskader uitgewerkt. Ook bij uitbreiding wordt gekeken naar verschillende woonmilieus en moet worden aangesloten op de vraag en behoefte. Marslanden is aangewezen als uitbreidingsproject in de regionale woonagenda. Voor dit project zijn tot 2030 nog 600 woningen aan harde plannen meegenomen. 3.3.1.4 Flexwonen Iedereen moet in onze regio kunnen wonen in een woning die past. Naast voldoende en passende woningen gaat het ook om toegankelijkheid en betaalbaarheid.

In regionaal verband worden de mogelijkheden voor flexwonen nader geïnventariseerd. Doel is meer structuur in het aanbod en het snel beschikbaar hebben van woningen voor inwoners die op korte termijn een woning zoeken en/of moeite hebben zich op de reguliere markt te redden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Hardenberg, Marslanden (50 modulaire woningen) Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) 3.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Regionale woonagenda West-Overijssel. De modulaire woningen worden geplaatst in de Marslanden. Dit is de uitbreidingswijk van Hardenberg. De woningen zijn bedoeld als huurwoningen voor jongeren en starters, statushouders en mensen die vanwege omstandigheden een woning zoeken. De tijdelijke woningen voorzien daarmee in de behoefte en dragen daarbij bij aan de ambities van de regio. 3.3.2

Conclusie toetsing aan het regionale beleid

De ontwikkeling is in overeenstemming met het regionaal beleid.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Landstad Hardenberg

3.4.1.1 Algemeen Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een eigen omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. 3.4.1.2 Thema’s De visie is vertaald in vier thema's voor ontwikkeling. Dit betreffen de volgende: • • • •

Hardenberg in balans: over de verscheidenheid van het landelijk gebied; Hardenberg voor elkaar: over stedelijke ontwikkeling, een vitale samenleving en leefbare kernen; Hardenberg knooppunt: over een vitale economie en goede bereikbaarheid; Hardenberg duurzaam: over de energietransitie, klimaatadaptatie en een circulaire economie.

Binnen elk thema heeft de gemeente ambities en staat de gemeente voor opgaven. Samen vormen ze de agenda voor toekomstige samenwerkingen. ‘Hardenberg voor elkaar' is relevant, aangezien deze ingaat op woningbouw. En thema 'Hardenberg Duurzaam' omdat dit belangrijke aspecten zijn voor de fysieke leefomgeving. 3.4.1.3 Aantrekkelijk wonen De gemeente kan veel woonkwaliteit bieden voor een relatief lage prijs. Om aantrekkelijk en klaar voor de toekomst te blijven is maatwerk per kern belangrijk. De gemeente wil onder meer haar jongeren vasthouden. Ook wil het flexibel zijn bij nieuwe ontwikkelingen op het gebied van wonen. De gemeente wil goed inspelen op de marktvraag, zowel qua aantal als type woning. Daarom zorgt de gemeente voortdurend voor voldoende nieuwe woonbestemmingen. Samen met woningcorporaties gaat de gemeente voor tijdelijke uitbreiding, verduurzaming en transformatie van minimaal 300 sociale huurwoningen. 3.4.1.4 Opgaven per gebied De gemeente zet zich al lang in om ontwikkelingen in het buitengebied bij te laten dragen aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het beleid beschrijft daarom voor elk landschapstype de belangrijkste gebiedskenmerken en ontwikkelingsrichtingen. De resultaten zijn vastgelegd in Landschap-Identiteit-Kaarten (LIK’s). Deze vormen de natuurlijke onderlegger voor ontwikkelvisies voor verschillende deelgebieden.

In dit geval ligt het projectgebied in het LIK Noordelijke stadsrandzone Hardenberg, in het essenen hoevenlandschap. De gemeente biedt hier onder andere ruimte voor nieuwe woonfuncties na bedrijfsbeëindiging en splitsing van voormalige boerderijen in meerdere wooneenheden. De gemeente richt ook op het behoud van de openheid van essen en verbeterde landschappelijke inpassing van de wijk Marslanden. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Hardenberg, Marslanden (50 modulaire woningen) Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) 3.4.1.5 Gezondheid Het verband tussen de fysieke leefomgeving en de gezondheid wordt steeds meer gezien. Vergeleken met de groten steden staat Hardenberg er goed voor. Door de naoberschap en de goede leefkwaliteit zijn de inwoners in staat om zelf regie te voeren over hun gezondheid. Die kwaliteiten wil de gemeente versterken. De gemeente gaat positieve gezondheid en samenwerkingen stimuleren. 3.4.1.6 Duurzaamheid, klimaatadaptatie en energietransitie De gemeente informeert en werkt aan bewustwording, door iedereen te betrekken bij het samen bouwen aan een duurzame toekomst. De gemeente wil minder energie verbruiken en duurzame energie opwekken. Daarnaast reserveert de gemeente voldoende ruimte voor toekomstige waterveiligheidsmaatregelen en voor klimaatadaptatie. De gemeente wil grondstoffen efficiënter gebruiken en motiveert bedrijven hetzelfde te toen. De gemeente ondersteunt de zoektocht naar nieuwe productiemethoden en het circulair ontwerpen van nieuwe producten. 3.4.1.7 Toetsing van het initiatief aan de omgevingsvisie Het realiseren van de 50 tijdelijke woningen past binnen de ambitie om nieuwe huishoudens een plek te geven. De Marslanden zijn specifiek aangewezen als grote uitbreidingslocatie.

Zoals ook in het regionale beleid is aangegeven, is het wenselijk om tot 2035 3.500 woningen te bouwen. De tijdelijke woningen dragen op korte termijn bij aan de behoefte voor huurwoningen voor starters en verglijkbare woningzoekers. In paragraaf 7.3 wordt nader ingegaan op de structuurvisie van de wijk Marslanden. Voor de thema’s duurzaamheid, klimaatadaptatie en energietransitie geldt dat de nieuwe woningen duurzaam en gasloos gebouwd gaan worden. Het zijn circulaire gebouwen. Er blijft genoeg ruimte over in het gebied om water te bergen. De omliggende groen en sportvoorzieningen stimuleren lichamelijke activiteit, sociale interactie en algemeen welzijn en daarmee de gezondheid. Het initiatief sluit aan op de ambities zoals verwoord in de gemeentelijke omgevingsvisie 'Landstad Hardenberg'. 3.4.2

Woonvisie, Programma Wonen en Versnellingsprogramma

3.4.2.1 Algemeen Het Programma Wonen is op 26 maart 2019 door de gemeenteraad van Hardenberg vastgesteld. Het programma legt de woonambities voor de langere termijn vast. 3.4.2.2 Ambitie: rust en ruimte, met oog voor elkaar ook in de toekomst Demografen verwachten dat het aantal inwoners en huishoudens van de gemeente Hardenberg het komende decennium zal blijven groeien. In tegenstelling tot de situatie in de meeste andere Nederlandse plattelandsgemeenten is nieuwbouw noodzakelijk om aan de lokale woningvraag te kunnen voldoen. Tot en met 2031 moeten er 3.200 nieuwe woningen gebouwd worden. Natuurlijk zijn er wel verschillen tussen de diverse kernen. Zo zijn ‘steden’ Hardenberg en Dedemsvaart in trek als woonlocatie, ook voor huishoudens van buiten de gemeente. En zijn de dorpen en buurtschappen vooral gewild bij de lokale bevolking en rustzoekers van buitenaf. De afgelopen jaren is sterk ingezet op woningbouw op locaties binnen bestaand stedelijk gebied. Het bouwen van woningen op inbreidingslocaties is een goed streven, als dat betekent dat de kwaliteit van het gebied en de woonkwaliteit daarmee vergroot wordt. 3.4.2.3 De juiste woning voor elk huishouden In het ‘versnellingsprogramma’ staat hoe de gemeente het woningbouwtekort de komende jaren gaat aanpakken. Er is extra aandacht voor starters, doorstromers en senioren.

In de komende jaren wil de gemeente meer starters aan een betaalbare koop- en huurwoning helpen. Ook gaat de gemeente zich inzetten voor nieuwe woonvormen zoals tiny houses, flexwoningen of het omzetten van leegstaande gebouwen naar woning. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Hardenberg, Marslanden (50 modulaire woningen) Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) 3.4.2.4 Toetsing van het initiatief aan de woonvisie In de regionale woonvisie is aangegeven dat in de regio op dit moment onvoldoende plancapaciteit is om de groei op te vangen. Dat betekent dat regiobreed op zoek wordt gegaan naar geschikte locaties en strategieën voor het toevoegen van woningen. De gemeente stuurt in haar programma wonen en versnellingsprogramma op nieuwe woningen voor starters, doorstromers en senioren. Het voornemen van 50 tijdelijke woningen in de Marslanden draagt hier aan bij. Door deze ‘nieuwe’ vorm van wonen wordt er op korte termijn een bijdrage geleverd aan het voorzien in de behoefte van huurwoningen. Het initiatief is in overeenstemming met de gemeentelijke woonvisie. 3.4.3

Parkeernormennota Hardenberg

3.4.3.1 Algemeen Er moet rekening worden gehouden met de mogelijke extra verkeersgeneratie en parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. In de 'Parkeernormennota Hardenberg' is bepaald hoeveel parkeerplaatsen er nodig zijn. Dit is afhankelijk van de locatie en soort ontwikkeling. Het aantal verkeersbewegingen wordt bepaald door gebruik te maken van de kencijfers uit het CROW. 3.4.3.2 Verkeersgeneratie Met dit initiatief worden er 50 nieuwe tijdelijke woningen gerealiseerd. Het gaat hierbij om appartementen. Volgens de gemeente moet Marslanden worden gezien als 'schil centrum'. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: • • •

Schil centrum (gemeente Hardenberg); Weinig stedelijke gemeente (gemeente Hardenberg); Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur);

Voor de woningen geldt, op basis van het CROW, een verkeersgeneratie van 4,1 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De ontwikkeling leidt dus tot een totaal van 4,1 * 50 = 205 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De bestaande en te ontwikkelen wegenstructuur kunnen deze verkeersbewegingen goed en veilig af wikkelen. 3.4.3.3 Parkeren Voor de functie wonen wordt de minimale CROW gehanteerd voor het bepalen van het aantal parkeerplaatsen. Voor de 50 woningen zijn 0,8 parkeerplaats per woning nodig. In totaal zijn er 50 * 0,8 = 40 parkeerplaatsen benodigd. Er zullen parkeerplaatsen gerealiseerd worden ten zuiden van de modulaire woningen. In de afbeeldingen 2.3 en 2.4 zijn 52 parkeerplaatsen aangeduid. Er is voldoende ruimte om parkeerplaatsen te maken. 3.4.3.4 Conclusie Het initiatief is in overeenstemming met de parkeernormennota Hardenberg. 3.4.4

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het gemeentelijke beleid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Hardenberg, Marslanden (50 modulaire woningen) Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

HOOFDSTUK 4

BESCHERMING GEZONDHEID EN HET MILIEU

In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de gezondheid en het milieu worden beschermd. De aspecten sluiten aan op de onderdelen die zijn genoemd in artikel 1.2 van de Omgevingswet.

4.1

Geluid door activiteiten

4.1.1

Wettelijk kader

Voor het beschermen van de gezondheid en het milieu staan in het Bkl regels voor het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en andere activiteiten. Ook zijn er regels opgenomen voor de bescherming van geluidgevoelige gebouwen. Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl). Voor een aantal geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl) en stiltegebieden (artikel 7.11 Bkl) gelden specifieke regels. In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie (zoals wonen, onderwijs of zorg) bepalend (artikel 3.20 Bkl). Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak van 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. In dat kader zijn de regels in paragraaf 22.3.4 van het omgevingsplan van toepassing. Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In het omgevingsplan zijn de waarden bepaald (artikel 22.57). 4.1.2

Situatie projectgebied

Er worden 50 tijdelijke woningen gerealiseerd. De woningen zijn geluidgevoelige gebouwen die beschermd moeten worden tegen geluid. 4.1.2.1 Wegen Het projectgebied bevindt zich op een locatie waar enkel wegen aanwezig zijn met een 30 km/uur regime. Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur hebben een geluidaandachtsgebied van 100 meter. Het gebied ten noorden van het projectgebied wordt in de toekomst een woonwijk. Het zuiden wordt een school- en sportpark. De wegen zullen alleen voor bestemmingsverkeer worden gebruikt. Het is daarmee de verwachting dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de tijdelijke woningen. 4.1.2.2 Rail- en industrielawaai In dit geval zijn railverkeerslawaai en industrielawaai niet van belang, aangezien er geen spoorweg of gezoneerd bedrijventerrein in de directe omgeving aanwezig is. 4.1.2.3 Solitaire bedrijvigheid Zoals aangegeven worden de tijdelijke woningen ten noorden van een school- en sportpark gerealiseerd. De woningen kunnen hinder ondervinden van deze functies. De functies zijn momenteel nog niet aanwezig. Echter zijn ze planologisch wel mogelijk en zullen ze in de toekomst gerealiseerd worden. Om de mogelijke geluidshinder te bepalen van de basisschool, veldsportcomplex, clubgebouw, buitensport/fitness en kinderdagverblijf is door Alcedo een geluidsonderzoek gedaan.

Hierbij is uitgegaan van de beoogde situatie waarin de functies aanwezig zijn. In bijlage 1 van deze onderbouwing is het onderzoeksrapport bijgevoegd. Uit dit rapport blijkt dat er wordt voldaan aan de geluidsvoorschriften uit het Omgevingsplan en de standaardwaarden uit het Bkl.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Hardenberg, Marslanden (50 modulaire woningen) Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Echter dient er ook sprake te zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties bij de tijdelijke woningen. In dat geval is er sprake van overschrijdingen van de richtwaarden voor een rustige woonwijk. Dit komt door de warmtepompen van de scholen en het stemgeluid rondom de sportwedstrijden. Echter is het mogelijk dat de scholen en sportvelden anders worden ingericht dan bij de aannames van dit onderzoek zijn gedaan. Het is daarmee goed mogelijk dat daarmee de overschrijdingen er niet meer of minder zijn. Ook zijn hierdoor gedetailleerde maatregelen niet te voorzien. Eventuele afschermingen zouden van dusdanige hoogte moeten zijn (groter dan 4 meter) dat deze ongewenst zijn en bovendien zeer kostbaar voor de tijdelijke woningen. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat ter plaatse van de tijdelijke woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat omdat er wordt voldaan aan de standaardwaarden uit het Bkl. Wel wordt geadviseerd om te onderzoeken of een gevelwering van 20 dB(A) haalbaar is conform de eis voor nieuwbouwwoningen, omdat hiermee ook voldaan wordt aan de grenswaarde van 45 dB(A) voor de maximale geluidniveaus in de avondperiode, die geldt in de woningen. 4.1.3

Conclusie

De voorgenomen activiteiten houden in voldoende mate rekening met het aspect geluid.

4.2

Bodemkwaliteit

4.2.1

Wettelijk kader

Het beschermen van de bodemkwaliteit is een onderdeel bij de afweging van de aspecten van de fysieke leefomgeving. Ter bescherming van de bodemkwaliteit zijn instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de kwaliteit van de bodem. 4.2.2

Situatie projectgebied

In 2022 is door Sigma een bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek was ten behoeve van de ontwikkeling van het school- en sportpark ten zuiden van het projectgebied. De gronden binnen het projectgebied zijn sindsdien niet dusdanig geroerd dat het onderzoek niet meer relevant is. Uit dit onderzoek (Bijlage 2) komt naar voren dat er op enkele locaties sprake is van een verhoogd gehalte koper (zware metalen) ten opzichte van de tussenwaarde. Echter liggen deze buiten het projectgebied voor de tijdelijke woningen. Voor het overige bevat de grond en het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie enkele stoffen verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde respectievelijk de streefwaarde. Deze lichte verontreinigingen overschrijden de tussenwaarde niet en geven daardoor geen formele aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. De Omgevingsdienst heeft geadviseerd om grond die vrijkomt (bij de ontwikkeling van het terrein) op het terrein zelf te verwerken volgens de geldende regels. 4.2.3

Conclusie

Vanuit het aspect bodem is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4.3

Luchtkwaliteit

4.3.1

Wettelijk kader

Voor de bescherming van de luchtkwaliteit zijn instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Locaties met hoge concentraties stikstofdioxide en/of fijnstof zijn aangemerkt als aandachtsgebied. Vooral in en vlakbij een aandachtsgebied moeten overheden toetsen aan de omgevingswaarden. Dit is niet nodig indien een activiteit niet in betekende mate

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Hardenberg, Marslanden (50 modulaire woningen) Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Volgens het Bkl dragen de volgende projecten niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging: • • •

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Er zijn een paar situaties die de overheid nog wel in het hele land moet beoordelen. Dit zijn: • • • 4.3.2

een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit; de aanleg van een tunnel langer dan 100 meter. Of als een tunnel wijzigt en daarbij minimaal 100 meter toeneemt; de aanleg van een auto(snel)weg. Situatie projectgebied

In de vorige paragraaf zijn voorbeelden gegeven van projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. De omvang van dit plan is veel kleiner dan deze voorbeelden. Ten behoeve van het voorgenomen project is met de NIBM-tool berekend of het niet-inbetekenende-mate bijdraagt aan de concentratie van een stof in de buitenlucht. In de tool is enkel het aantal voertuigbewegingen in de toekomstige situatie ingevoerd. Aangezien het gaat om een woningbouwontwikkeling, is het aandeel vrachtverkeer beperkt; dit is op 1% gezet.

Afbeelding 4.1: Uitsnede NIBM tool (Bron: IPLO)

Ook uit de NIBM-tool blijkt dat het plan de grens van 3 procent (een toename van 1,2 µg/m3) niet overschrijdt. Het project wordt dan beschouwd als een nibm-project. 4.3.3

Conclusie

Vanuit het aspect luchtkwaliteit is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4.4

Geur

4.4.1

Wettelijk kader

De instructieregels van het Bkl voor geur zijn gericht op geurgevoelige gebouwen. In de aanwijzing van geurgevoelige gebouwen is de functie bepalend. Hierbij kan gedacht worden aan wonen, onderwijs of zorg. In artikel 5.91 Bkl worden de geurgevoelige gebouwen aangewezen die in ieder geval beschermd moeten worden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Hardenberg, Marslanden (50 modulaire woningen) Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Geurhinder ontstaat door activiteiten. In artikel 5.92, lid 2 Bkl staat dat een omgevingsplan erin moet voorzien dat de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw aanvaardbaar is. Hiervoor moet worden voldaan aan de specifieke beoordelingsregels voor geur voor de milieubelastende activiteit. Er moet getoetst worden aan de geurnormen van het omgevingsplan (paragraaf 22.3.6). 4.4.2

Gemeentelijke geurverordening

Het projectgebied ligt op basis van de gemeentelijke geurverordening in een gebied waar een geurnorm van 3 Ou(E)/m3 geldt. Met deze norm wordt nog een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd. Een uitsnede van de geurcontourenkaart behorende bij de geurverordening is weergegeven in afbeelding 4.2.

Afbeelding 4.2

4.4.3

Uitsnede Geurverordening gemeente Hardenberg (Bron: gemeente Hardenberg)

Situatie projectgebied

De 50 tijdelijke woningen worden aangemerkt als geurgevoelige objecten. In het voorliggende geval geldt de geurnorm van 3 Ou(E)/m3. In een straal van circa 300 meter liggen geen veehouderijen. Uit eerdere onderzoeken (september 2022) voor de uitbreidingen van de wijk Marslanden (Marslanden II, Ydenhoogte en Leehoogte en Marslanden II, De Velden) blijkt dat de geurnorm niet wordt overschreden. Uit deze onderzoeken blijkt de voorgrondbelasting voor het deelgebied ‘De Velden’ hoogstens 1,2 Ou(E)/m3 te zijn en voor ‘De Hoogten’ 1,6 Ou(E)/m3. De achtergrondbelasting bedraagt hoogstens 2,0 Ou(E)/m3. Dit geeft een ‘goed’ woon- en leefklimaat voor deze woonlocaties. Deze woonlocaties liggen rondom het projectgebied en zijn daarmee maatgevend voor de veehouderijen die op verdere afstand liggen. Er wordt verwacht dat de geurnorm voor de tijdelijke woningen niet wordt overschreden. 4.4.3

Conclusie

Vanuit het aspect geur is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Hardenberg, Marslanden (50 modulaire woningen) Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

4.5

Trillingshinder

4.5.1

Wettelijk kader

Het omgevingsaspect trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van het omgevingsplan. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 en 5.87a van het omgevingsplan. 4.5.2

Situatie projectgebied

Trillingen worden veelal veroorzaakt door spoorwegen. Bij afstanden groter dan 100 meter zal het trillingniveau boven de streefwaarde van Vmax 0,1 zijn. Het projectgebied ligt op meer dan 2 kilometer van een spoorlijn. Hiermee is het aannemelijk dat het trillingsniveau niet boven de streefwaarden uitkomt. 4.5.3

Conclusie

In het kader van het aspect trillingshinder is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4.6

Licht

4.6.1

Wettelijk kader

Licht kan wenselijk zijn of juist hinderlijk. Vanuit gezondheidsoogpunt is het belangrijk dat er voldoende daglicht in bouwwerken komt. Dit heet daglichttoetreding. In het Bbl staan regels voor voldoende daglicht in bouwwerken (nieuwbouw). Deze verschillen per gebruiksfunctie en soort ruimte. Daarnaast is ook voldoende zonlicht op gebouwen, tuinen, terrassen en speelplekken belangrijk. Een toename van schaduw kan ongewenst zijn. Dit is het onderwerp bezonning. De rijksoverheid heeft voor dit aspect van de fysieke leefomgeving geen instructieregels opgesteld. Daarom heeft de gemeente de vrijheid om deze zelf in te vullen. Van deze mogelijkheid is geen gebruikt gemaakt. Tot slot kan kunstlicht leiden tot diverse vormen van lichthinder. Kunstlicht komt van (autosnel)wegen, woonkernen, industrie- en bedrijventerreinen, glastuinbouw en sportterreinen. Ook hier zijn geen regels opgesteld door de rijksoverheid en kan de gemeente zelf bepalen hoe zij ermee omgaat. 4.6.2

Situatie projectgebied

Het projectgebied en de omgeving is niet door de provincie Overijssel in de 'Omgevingsvisie Overijssel' aangewezen als een gebied waar sprake is van donkerte. De donkere gebieden van de provincie zijn de gebieden waar het 's-nachts nog echt donker is. Ter plaatse is al gedeeltelijk, en in de toekomst door de ontwikkeling van de wijk Marslanden nog meer, sprake van een algemeen stedelijk woongebied. Het is aannemelijk dat de naastgelegen sportvelden lichthinder kunnen veroorzaken. Echter zijn deze sportvelden nog niet gerealiseerd en is het onduidelijk of en waar eventuele lichtarmaturen geplaatst worden. Daarnaast zullen de beoogde woningen voor een periode van 15 jaar geplaatst worden. Rondom de sportvelden zullen in de toekomst nog meer woningen gerealiseerd worden. Er is door Alcedo een lichthinderonderzoek uitgevoerd, waarin de mogelijke lichthinder onderzocht is. Dit rapport is als bijlage 3 bij deze onderbouwing toegevoegd. Hieruit blijkt dat er sprake zou kunnen zijn van lichthinder van de verlichting (armaturen) rondom de sportvelden. Echter zullen de lichtmasten moeten voldoen aan de richtlijnen. Er zal bij het plaatsen en inrichten van de lichtmasten rekening worden gehouden met mogelijke lichtuitstraling BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Hardenberg, Marslanden (50 modulaire woningen) Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) voor de omliggende woningen en dus ook de tijdelijke woningen. Een specialistisch lichtplan zal daar deel van uitmaken om zo de lichthinder zoveel mogelijk te beperken. Hierdoor zal er geen sprake zijn van overlast van de verlichting van de sportvelden op de tijdelijke woningen. Ook geldt artikel 22.239 (Licht) van het Omgevingsplan. Hierin is vastgelegd dat voor het beperken van de lichthinder de verlichting tussen 23.00 uur en 07.00 uur uitgeschakeld dient te zijn. Ook mag er geen verlichting aan zijn als er geen sport wordt beoefend of onderhoud plaatsvindt. Tot slot wordt er uitgegaan dat de verlichting in de meeste gevallen na 22.00 uur uit zal zijn, waardoor mogelijke lichthinder tot een minimum wordt beperkt. 4.6.3

Conclusie

In het kader van het aspect licht is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Hardenberg, Marslanden (50 modulaire woningen) Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

HOOFDSTUK 5

BESCHERMEN VAN DE WATERBELANGEN EN KLIMAATADAPTATIE

Op basis van paragraaf 5.1.3 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het beschermen van de waterbelangen. In dit hoofdstuk wordt daarom ingegaan op het effect van de ontwikkeling op de waterhuishouding. Daarnaast zal er aandacht worden besteed aan de effecten op het klimaat.

5.1

Algemeen

Nederland is een waterland. De opgaven op het terrein van water zijn groot en worden in de toekomst alleen maar groter. Om ons land ook voor de komende generaties veilig, aantrekkelijk en leefbaar te houden, is het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) ontwikkeld. Dit NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen. De provincie houdt toezicht op de waterschappen en is verantwoordelijk voor veilig drinkwater. Ook zorgt zij voor de plannen voor waterbeheer in de regio. Ook is de provincie verantwoordelijk voor vergunningverlening voor drinkwaterwinning. De ambities zijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving. De waterschappen beheren water en waterkeringen (dijken) en zuiveren afvalwater. Ook zorgen zij voor de kleine waardevolle wateren, zoals vennen en bronnetjes. Voor grotere rivieren, meren en kanalen en grondwaters bestaat de Europese Kaderrichtlijn. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben de waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het waterbeheerprogramma gaat in op alle aspecten van het watersysteembeheer (met uitzondering van het rioleringsbeheer en de drinkwaterzorg).

Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen het waterschap wil nemen. Bij nieuwe plannen dient rekening te worden gehouden met de waterhuishoudkundige situatie. Dit houdt in dat de gevolgen van het plan op de waterbelangen beschreven moeten worden. Een belangrijk instrument hierbij is de watertoets. De waterbelangen en waterhuishoudkundige doelstellingen worden hierbij afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen gaan over zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).

5.2

Watertoets en waterhuishouding projectgebied

Voor dit plan is gebruikt gemaakt van de digitale watertoets. Hierdoor wordt ook het betrokken waterschap geïnformeerd. In dit geval is dat het waterschap Vechtstromen. De beantwoording van de vragen heeft geleid tot de ‘normale procedure'. Hierbij is de standaard waterparagraaf van toepassing. In bijlage 4 is het resultaat van de watertoets opgenomen. Met het waterschap Vechtstromen is contact opgenomen. Het plan heeft een geringe invloed op de waterhuishouding: •

• • • •

Hemelwater: het regenwater zal worden afgevoerd rondom de tijdelijke woningen. De gronden rondom zijn van voldoende omvang om het regenwater op te vangen. Er zal rekening worden gehouden met een wateropvang van 91 mm over de toename verhard oppervlak. Deze opvang van 91 mm is berekend vanuit een extreme neerslaggebeurtenis in eens per 100 jaar. Dit zou zich al kunnen voordoen. De waterberging kan voor kleinere buien benut worden voor infiltratie van het hemelwater. Hiermee wordt verdroging voorkomen. Afvalwater: de nieuwe woningen zullen op het bestaande riool worden aangesloten. Oppervlaktewater: er is geen sprake van open water binnen het projectgebied. Dit is dus verder niet van toepassing. Aan de noordzijde zal een wadi worden aangelegd als onderdeel van de uitwerking van de Marslanden. Wateroverlast en bebouwing: bij de bouw van de woningen wordt rekening gehouden met de eisen om eventueel wateroverlast tegen te gaan. Denk aan hoogteverschillen tussen de vloeren en grondwaterstanden. Waterkwaliteit: Er worden tijdens de bouw- en gebruiksfase geen materialen gebruikt die de waterkwaliteit verminderen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Hardenberg, Marslanden (50 modulaire woningen) Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Er wordt rekening gehouden met de uitgangspunten die horen bij de ontwikkeling van de Marslanden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14368546/1