Regels, toelichting en bijlagen bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Vliermansweg 2-4 Ane'
Tekst van het document
Buitengebied Hardenberg, Vliermansweg 2-4 Ane
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime en strijdigheid
6 6 7 7 8
Hoofdstuk 2 Huidige en gewenste situatie 2.1 Huidige situatie plangebied 2.2 Gewenste situatie 2.3 Opslag kleinschalig reinigingsbedrijf
10 10 11 14
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
16 16 18 26
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Geluid 4.2 Bodemkwaliteit 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Externe veiligheid 4.5 Milieuzonering 4.6 Geur 4.7 Ecologie 4.8 Archeologie & cultuurhistorie 4.9 Verkeer & parkeren 4.10 Besluit milieueffectrapportage
37 37 38 39 41 43 45 47 48 49 50
Hoofdstuk 5 Wateraspecten 5.1 Vigerend beleid 5.2 Waterparagraaf
52 52 53
Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding 6.2 Opzet van de regels 6.3 Verantwoording van de regels
55 55 55 56
Hoofdstuk 7
59
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 8 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 8.1 Vooroverleg 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen
60 60 60 60
Bijlagen bij de toelichting
61
Bijlage 1
Ruimtelijk kwaliteitsplan
62
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
87
Bijlage 3
Bodemonderzoek
123
Bijlage 4
Luchtkwaliteitsonderzoek
236
Bijlage 5
Onderzoek geurhinder een veehouderijen
264
Bijlage 6
Quickscan flora en fauna
286
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 2
Bijlage 7
Watertoetsresultaat
Regels
321
327
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
328 328 333
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Essen- en hoevenlandschap Wonen - Essen- en hoevenlandschap Waarde - Archeologie 4 Waarde - Archeologie 5
334 334 336 341 343
Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
345 345 346 347 349 350
Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
351 351 352
Bijlagen regels
353
Bijlage 1
Landschap Identiteit Kaart
354
Bijlage 2
Ruimtelijk kwaliteitsplan Vliermansweg 2
369
Bijlage 3
Ruimtelijk kwaliteitsplan Vliermansweg 4
371
Bijlage 4
Beeldkwaliteitsplan
373
Bijlage 5
Sloopopgave
375
Bijlage 6
Bodemonderzoek
377
Bijlage 7
Staat van bedrijfsactiviteiten
490
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 3
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 4
Toelichting
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 5
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de agrarische bedrijfspercelen aan de Vliermansweg 2 en 4 te Ane, gelegen in het buitengebied van de gemeente Hardenberg. Vliermansweg 2 Op het perceel aan de Vliermansweg 2 bevindt zich voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Op het perceel was voorheen een varkens- en pluimveehouderij actief. Aangezien de agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd, hebben de stallen geen gebruiksfunctie meer en wordt niet meer geïnvesteerd in het onderhoud van de bebouwing. De bebouwing is als landschapsontsierend aan te merken. De bestaande boerderij op dit perceel blijft behouden. Deze is niet als landschapsontsierend aan te merken. Alle voormalige bedrijfsbebouwing wordt daarom gesloopt. In totaal gaat het om een netto sloopoppervlakte van 2.652 m2 (2.802 m2 - 150 m2 ). In ruil voor de sloop van deze landschapsontsierende bebouwing wil de initiatiefnemer twee compensatiewoningen realiseren. Hierbij gaat het om één vrijstaande woning en een schuurwoning met daarin twee wooneenheden. De gemeenteraad heeft bij het vaststellen van de beleidsnotitie 'Erven met kwaliteit' aangegeven open te staan voor andere woonvormen dan vrijstaande compensatiewoningen. De bouw van een twee-onder-één-kapwoning is mogelijk in combinatie met een gereduceerde sloopopgave. Als voorwaarde voor de extra wooneenheid moet er dan wel meer gesloopt worden.
In samenspraak met de gemeente is afgestemd dat in dit geval met de extra sloop van 425 m2 asbesthoudende landschapsontsierende bebouwing de ontwikkeling in balans is, dit is 50% van de normale sloopopgave van 850 m2. Opgeteld bij de minimale sloopnorm van 850 m2 voor beide compensatiewoningen, dient er in dit geval dus in totaal 425 m2 aan extra landschapsontsierende bebouwing te worden gesloopt voor de tweekapper. Totaal maakt dit 850 + 850 + 425 = een sloopnorm van 2.125 m2. Er wordt netto 2.652 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt. Er gaat dus 527 m2 (2.652 - 2.125) in een voucher. De bestaande bedrijfswoning zal behouden worden en worden gebruikt voor regulier wonen. Bij deze woning wordt een nieuw bijgebouw gerealiseerd. Daarnaast zal het hele erf landschappelijk ingepast worden. Samengevat bestaat de ontwikkeling uit: Sloop van netto 2.652 m2 aan landschapsontsierende bebouwing voorzien van asbest; De realisatie van twee compensatiewoningen met in totaal drie wooneenheden, met bijgebouw; Het herbestemmen van de bestaande bedrijfswoning naar een reguliere woning; Het zorgvuldig landschappelijk inpassen van het gehele perceel. Vliermansweg 4 Het perceel aan de Vliermansweg 4 is voorzien van een agrarische bestemming.
Aangezien er geen agrarische bedrijfsactiviteiten meer plaatsvinden op het perceel, bestaat de wens om het perceel te herbestemmen naar een woonbestemming. Op dit perceel is geen sprake van landschapsontsierende bebouwing en er vindt daarom ook geen sloop plaats op dit perceel. Aan de Vliermansweg 4 is wel een kleinschalig bedrijf gericht op agrarische dienstverlening aanwezig. Op het perceel staat een bijgebouw dat dienst doet als opslag ten behoeve van dit kleinschalige bedrijf. Hier worden materialen en voertuigen gestald, die initiatiefnemer gebruikt om op locatie stallen te reinigen. Ook in de gewenste situatie blijft dit bijgebouw dienst doen als opslag ten behoeve van dit kleinschalig reinigingsbedrijf. Dit is met maatwerk binnen de woonbestemming vastgelegd. Het geheel zal tot slot landschappelijk
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 6
ingepast worden. Samengevat bestaat de ontwikkeling uit: Herbestemmen van het perceel van 'Agrarisch' naar 'Wonen'; Het met een aanduiding vastleggen dat het bijgebouw dienst doet als opslag ten behoeve van het kleinschalige reinigingsbedrijf; Het zorgvuldig inpassen van het gehele perceel. Op basis van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg' en het 'Buitengebied Hardenberg, herziening regels' beschikken de percelen over de bestemming 'Agrarisch met waarden - Essen- en hoevenlandschap'. De voorgenomen ontwikkeling is op basis van het geldend bestemmingsplan niet mogelijk binnen de agrarische bestemming, omdat reguliere bewoning binnen de agrarische bestemming niet is toegestaan en de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor nieuwe woningen ontbreken. Daarom is een bestemmingsplanherziening vereist. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. Hierbij zal worden aangetoond dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening'.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt aan de Vliermansweg 2 en 4 te Ane. De ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Ane en de directe omgeving wordt weergegeven in afbeelding 1.1, waarin het plangebied indicatief is aangegeven met een rode ster en rode omlijning. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.
Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van de directe en ruimere omgeving (Bron: Plattekaart.nl) 1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan ''Buitengebied Hardenberg, Vliermansweg 2-4 Ane” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0160.0000BP00456-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen); toelichting (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 7
1.4
Huidig planologisch regime en strijdigheid
Het plangebied ligt binnen de grenzen van de bestemmingsplannen “Buitengebied Hardenberg” (vastgesteld op 2 december 2014), "Buitengebied Hardenberg, herziening regels'' (vastgesteld op 26 september 2016), het bestemmingsplan ''Facetherziening parkeren Hardenberg'' (vastgesteld op 5 juni 2018) en het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven" (vastgesteld op 21 juni 2022). Hierna wordt de planologische situatie beschreven en wordt op de strijdigheid ingegaan. 1.4.1
Planologische situatie
1.4.1.1 Algemeen Ter plaatse van het plangebied geldt de bestemming 'Agrarisch met waarden - Essen- en hoevenlandschap' en liggen er twee agrarisch bouwvlakken. Daarnaast gelden twee archeologische dubbelbestemmingen op een deel van het plangebied. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de huidige planologische situatie weergegeven.
Afbeelding 1.2: Uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) 'Agrarisch met waarden - Besloten heideontginningslandschap' Gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Essen - en hoevenlandschap' zijn met name bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, waarbij ter plaatse van het bouwvlak gebouwen, zoals een bedrijfswoning en bedrijfsbebouwing zijn toegestaan. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor de instandhouding van de sterke gebiedskenmerken van het essen- en hoevenlandschap. 1.4.1.2 Strijdigheid De agrarisch bedrijfsactiviteiten binnen het plangebied zijn reeds beëindigd en in de toekomst zal ter plaatse uitsluitend nog gewoond worden en het bijgebouw aan de Vliermansweg 4 zal gebruikt worden voor de uitoefening van een kleinschalig bedrijf. Reguliere bewoning is niet mogelijk binnen de agrarische bestemming, omdat enkel agrarische bedrijfswoningen zijn toegestaan. Daarnaast ontbreken de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de compensatiewoningen.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 8
Het is wenselijk om voor zowel de bestaande bedrijfswoningen als de compensatiewoningen met bijgebouwen, een reguliere woonbestemming op te nemen. Op de agrarische gronden buiten de toekomstige woonbestemming is het noodzakelijk om het agrarisch bouwvlak te verwijderen en de gronden te voorzien van een agrarische gebiedsbestemming zonder bouwvlak. Binnen de agrarische bestemming van het plangebied ontbreken de benodigde bouw- en gebruiksregels om het perceel te gebruiken ten behoeve van reguliere bewoning. Tevens mogen er geen extra woningen worden gebouwd. Hiervoor dient de voormalige landschapsontsierende bedrijfsbebouwing te worden gesloopt en het geheel landschappelijk ingepast te worden. Het bestemmingsplan dient hiervoor te worden herzien. 1.4.2
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige en gewenste situatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Hardenberg beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 5 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 9
Hoofdstuk 2
Huidige en gewenste situatie
2.1
Huidige situatie plangebied
2.1.1
Algemeen
2.1.1.1 Landschappelijke k enmerken De erven liggen op de rand van het essenlandschap in een van oorsprong natter gebied. Het gebied is daarmee ook opener. De Vaart met laanbeplanting vormt aan de noordzijde van het plangebied een groene afscherming. De erven rond de essen in Engeland schermen het gebied aan de zuidzijde ruimtelijk af. Kenmerkend voor het landschap zijn de kronkelige wegen met wegbeplanting, grote bomen verdeeld over erven en een onregelmatige erfopbouw met een losse strooiing van gebouwen op het erf. 2.1.1.2 Plangebied Het plangebied bestaat uit de percelen aan de Vliermansweg 2 en 4. Midden op het erf van het perceel aan de Vliermansweg 2 staat nog de oorspronkelijke boerderij (1). Deze is door de jaren heen verbouwd en in gebruik geweest als schuur. Voor de boerderij staan nog twee waardevolle lindes (2). In de jaren ‘70 van de vorige eeuw is een nieuwe bedrijfswoning gebouwd (3). Door de jaren heen is het bedrijf gegroeid tot een gemengd bedrijf met varkens/ kippen en kalveren. Deze schuren zijn als landschapsontsierend aan te merken (4). Ze hebben asbestdaken en kennen geen gebruikswaarde meer. Het erf ligt vrij naakt in het landschap en de schuren zijn in de omgeving te zien. Wel staan er enkele zomereiken op de perceelsgrens (5) en is er enig struweel aan de noordzijde aanwezig (6).
Het erf wordt ontsloten door een gezamenlijk pad (7) met de buren aan de Vliermansweg 4. De erfgrens is hier globaal aangegeven (8). Het erf aan de Vliermansweg 4 bestaat uit een woonboerderij (9) met enkele schuren voor privégebruik (10) en enkele voor bedrijfsdoeleinden (11). Het erf kent een kenmerkend centraal erf (12) dat bestaat uit klinkerverharding. Voor de boerderij is sprake van een dierenweide (13). Achter de schuur staat een tijdelijke mantelzorgwoning (14). Rondom het erf is nagenoeg geen verharding. Het erf ligt naakt in het landschap.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 10
Afbeelding 2.1: Luchtfoto plangebied (Bron: De Erfontwikkelaar)
2.2
Gewenste situatie
2.2.1
Algemeen
De gewenste ontwikkeling voorziet in de sloop van landschapsontsierende bebouwing aan de Vliermansweg 2. Het betreft voormalige agrarische asbesthoudende bedrijfsbebouwing met een totale oppervlakte van 2.802 m2. Er wordt een bijgebouw van 150 m2 bij de bestaande woning herbouwd, waardoor het netto in te zetten sloopoppervlak 2.652 m2 bedraagt. In de volgende afbeelding is de te slopen bebouwing weergegeven. Aan de Vliermansweg 4 wordt geen bebouwing gesloopt.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 11
Afbeelding 2.2: Te slopen bebouwing (Bron: De Erfontwikkelaar) Ter compensatie van de sloop van de landschapsontsierende bedrijfsgebouwen ontstaat de mogelijkheid voor de bouw van twee compensatiewoningen met bijgebouw, waarvan één woning als tweekapper wordt uitgevoerd, waarvoor in totaal 2.652 m2 landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt. De bestaande bedrijfswoning blijft behouden. Bij de bestaande woning wordt een nieuw bijgebouw gerealiseerd. Zoals genoemd wordt aan de Vliermansweg 4 geen bebouwing gesloopt. Hier is enkel sprake van een functiewijziging van 'Agrarisch' naar 'Wonen'. De bestaande woningen, een tijdelijke mantelzorgwoning en de voormalige bedrijfswoning, blijven bestaan. Door de Erfontwikkelaar is ten behoeve van de ontwikkeling een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld met daarbij een erfinrichtingstekening. Deze is als Bijlage 1 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. Hierna wordt daar nader op ingegaan. 2.2.2
Ruimtelijk kwaliteitsplan
Een belangrijke ruimtelijke voorwaarde is dat dit erf zich als eenheid in het landschap moet blijven presenteren. Voor de Vliermansweg 2 wordt dat deels bereikt door een compacte positionering op het erf en daar te (her)bouwen waar al wat stond. In samenspraak met de gemeente Hardenberg is er voor gekozen om één nieuwe compensatiewoning nabij de bestaande woning te realiseren en één compensatiewoning aan de andere zijde van de inrit (met twee wooneenheden). Deze compensatiewoning dient te worden uitgevoerd als schuurwoning om daarmee de hiërarchie op het erf te behouden. Daarom zijn specifieke criteria opgenomen die als toetsingskader voor deze woning gelden. Deze criteria zijn opgenomen in het Ruimtelijk kwaliteitsplan. Er moet voorkomen worden dat er een te stedelijk beeld ontstaat. De compensatiewoning nabij de bestaande bedrijfswoning is georiënteerd op de Vliermansweg. De schuurwoning met twee wooneenheden wordt gesitueerd aan de andere kant van de inrit. De erven in het essenlandschap kennen een duidelijke cluster en worden veelal ontsloten
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 12
door meerdere inritten. Op het erf zullen de bestaande inritten behouden blijven. Er wordt zo voorkomen dat er onnodig veel verharding aangelegd hoeft te worden. Om het voorerf en het hoofdgebouw extra te accentueren wordt een beukenhaag rondom de tuin van de noordelijke compensatiewoning aangelegd. Hiermee krijgt het erf weer een duidelijk voorerf. Bestaande volwassen bomen kunnen behouden blijven. De randen van het erf zijn ingepast met bomen en struweel. De gebouwen op de erven blijven in de omgeving deels zichtbaar. Dit is een kwaliteit van het landschap. De erven kennen geen harde begrenzing, er is daarom gekozen enkel daar hagen toe te passen waar enige beschutting wenselijk is. Schuttingen en hoge opgaande exoten moeten in het buitengebied voorkomen worden. Voor het perceel aan de Vliermansweg 4 geldt dat op het erf momenteel weinig beplanting aanwezig is. Langs de toegangsweg (in de rug van het erf) wordt een rij zwarte elzen aangeplant. Deze sluit aan op de bomenrij die gerealiseerd wordt bij de Vliermansweg 2. Om het ‘voorerf’ een accent te geven worden er in de weide voor de boerderij zes hoogstam fruitbomen aangeplant. Op de zuidelijke grens is geen ruimte om beplanting aan te brengen aangezien de eigendomsgrens te dicht op de schuur ligt. Wel kan er in het verlengde van de schuur een bomenrij van berk worden gerealiseerd.
Samen met nog enkele solitaire bomen (noot/beuk) zullen de gebouwen verzacht worden en krijgt het erf weer de gewenste groene massa. Het is niet noodzakelijk om gesloten beplanting aan te brengen. Onder de bomen door mogen de gebouwen te zien zijn. Schuttingen en hoge opgaande exoten moeten in het buitengebied voorkomen worden. In afbeelding 2.3 is een plattegrond van de gewenste situatie aan de Vliermansweg 2 weergegeven. In afbeelding 2.4 is de erfinrichtingstekening van de gewenste situatie aan de Vliermansweg 4 weergegeven. De erfinrichtingstekeningen zijn eveneens in Bijlage 1 van de toelichting opgenomen.
Afbeelding 2.3: Plattegrond gewenste situatie Vliermansweg 2 (Bron: De Erfontwikkelaar)
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 13
Afbeelding 2.4: Plattegrond gewenste situatie Vliermansweg 4 (Bron: De Erfontwikkelaar) 2.3
Opslag kleinschalig reinigingsbedrijf
2.3.1
Algemeen
In de woonbestemming van het geldende bestemmingsplan is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor het toestaan van kleinschalige bedrijfsactiviteiten in bestaande bebouwing. Van deze afwijkingsmogelijkheid wordt gebruik gemaakt om de opslag van materiaal ten behoeve van het reinigingsbedrijf in te passen. 2.3.2
Afwijkingsmogelijkheid
42.5.1 Kleinschalige bedrijfsactiviteit Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 42.1 en artikel 42.4 voor het gebruik van bestaande gebouwen voor een kleinschalige (bedrijfs)activiteit, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. Toegestaan zijn: 1. bedrijfsactiviteiten die voorkomen in, of gelijk te stellen zijn met categorie 1 van bijlage 8 Staat van bedrijfsactiviteiten; 2. een koffie- en theeschenkerij; 3. eenvoudige dagrecreatieve voorzieningen; 4. een museum of galerie, of daarmee gelijk te stellen voorziening; 5. internetwinkels, al dan niet in combinatie met de opslag van goederen; 6. zorgfuncties zoals een zorgboerderij. b. maximaal 30% van het gezamenlijke vloeroppervlak van de gebouwen mag worden gebruikt voor de onder a genoemde activiteiten; c. in afwijking van het bepaalde onder b kan een groter percentage van het gezamenlijke vloeroppervlak van de gebouwen worden gebruikt voor de onder a genoemde activiteiten, mits passend binnen de aard, schaal en het beeld van het perceel en de omgeving; d. degene die de gebruiker is van de woning moet ook degene zijn die de bedrijfsactiviteit uitoefent; e. er mag geen opslag van goederen in de openlucht plaatsvinden;
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 14
f.
er mag geen detailhandel plaatsvinden, behoudens een beperkte verkoop in het klein in direct verband met de (bedrijfs)activiteit; g. het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; h. in vergelijking met de bij recht toegestane functies mag geen onevenredig grotere verkeersbelasting op aangrenzende wegen en paden plaatsvinden; i. de (bedrijfs)activiteiten moeten vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn; j. het gebruik dient qua aard en schaal te passen bij de specifieke kwaliteiten en schaal van de omgeving, met name op het gebied van visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties. 2.3.3
Toetsing aan afwjikingsbevoegdheid
a. In voorliggend geval wordt opslag van materiaal ten behoeve van een reinigingsbedrijf toegestaan. De opgeslagen goederen bestaan uit materialen waarmee stallen worden schoongemaakt en reinigingsmiddelen. In de bijlage Staat van bedrijfsactiviteiten is de functie opslaggebouw opgenomen. Deze functie wordt gezien als milieucategorie 2. In voorliggend geval is er echter sprake van een vele malen kleinschaligere functie dan een opslaggebouw. Er is namelijk geen sprake van het continu aan- en afrijden van gemotoriseerde voertuigen. Het verkeer bestaat uitsluitend uit het af en toe leveren van materialen van de groothandel en het aan het begin en einde van de dag aan- en afrijden van een busje om naar de klant te gaan. Qua milieu-impact is de activiteit daarmee dus niet te vergelijken met een opslaggebouw, waardoor de functie als milieucategorie 1 kan worden aangemerkt. b. Het bestaande bijgebouw (met nummer 3 aangeduid in afbeelding 2.4) wordt gebruikt ten behoeve van de opslagfunctie. Dit bijgebouw bedraagt niet meer dan 30% van het totale oppervlak van bebouwing aan de Vliermansweg 4. c. Niet van toepassing. d. De bedrijfsactiviteiten worden door de bewoners van de bestaande bedrijfswoning uitgevoerd. e. Opslag vindt in het bijgebouw plaats. f. Er is geen sprake van detailhandel. g. Parkeren vindt op eigen terrein plaats.
Zoals uit afbeelding 2.4 blijkt, is er voldoende ruimte op eigen terrein om in de parkeerbehoefte te voorzien. h. Zoals uit paragraaf 2.3.3. onder a blijkt is er geen sprake van een onevenredige toename van de verkeersbelasting. i. Zoals uit paragraaf 2.3.3. onder a blijkt is er sprake van een functie uit milieucategorie 1 wat goed inpasbaar is naast een woonfunctie. j. Er worden geen visuele aspecten als reclame-uitingen of technische installaties gerealiseerd die niet passend zijn qua specifieke kwaliteiten en schaal van de omgeving.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 15
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 16
water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.
3.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Ten tijde van de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.2
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid
De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de omgevingsvisie. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 17
Op het realiseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien per saldo sprake is van een toevoeging van drie woningen. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de Omgevingsvisie Overijssel 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel vastgesteld. 3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. 3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kun je aan de hand van
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 18
deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 3.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.
Afbeelding 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 3.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 19
3.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheidt de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 3.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap.
De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 3.2.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld.
3.2.3.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), artikel 2.1.6 lid 1 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) en artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwik kelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt. dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 20
2. Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 Door deze ontwikkeling neemt de hoeveelheid landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied af en worden ter compensatie twee woningen gebouwd op het perceel aan de Vliermansweg 2, waarvan één twee-onder-een-kapwoning en één vrijstaande woning. De locatie van de woningen is zorgvuldig gekozen. De woningen worden allemaal gesitueerd rond een centraal erf, waardoor de drie woningen een cluster vormen. Per saldo is geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden op de groene omgeving, maar juist een afname. Het herbestemmen van het perceel naar 'wonen' aan de Vliermansweg 4 leidt niet tot extra ruimtebeslag, aangezien het enkel om een planologische wijziging van de situatie gaat. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met het gestelde in artikel 2.1.3. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) 1.
In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 5. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 Zoals in deze paragraaf blijkt voldoet de ontwikkeling aan de OF- WAAR- en HOEbenadering. Tevens is de ontwikkeling in overeenstemming met het ontwikkelingsperspectief en de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling ruimtelijk goed wordt ingepast. In de volgende subparagrafen zal hier nader op in worden gegaan.
Artikel 2.1.6: Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (KGO) (lid 1) Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5. – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.6 Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving (buitengebied) van de gemeente Hardenberg. Deze meerwaarde vertaalt zich in: Sloop van netto 2.652 m2 aan landschapsontsierende bebouwing met asbest;
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 21
Het zorgvuldig landschappelijk inpassen van de percelen aan de Vliermansweg 2 en 4. Hierbij blijft de bestaande structuur en landschap zoveel mogelijk behouden en zal deze worden versterkt middels de aanplant van enkele bomen en hagen. In het in Bijlage 1 opgenomen Ruimtelijk kwaliteitsplan wordt in paragraaf 4.3 uitgebreid op de KGO ingegaan. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met artikel 2.1.6 lid 1 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen (lid 1) Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van twee compensatiewoningen, waarvan één twee-onder-een-kapwoning en één vrijstaande woning op basis van het KGO-beleid. De woningen voldoen aan de kwalitatieve behoefte in de markt en worden gebouwd voor de lokale behoefte. In paragraaf 3.3.5 wordt het initiatief getoetst aan de Woonvisie. Hieruit blijkt dat de woningen voldoen aan de kwalitatieve behoefte en worden gebouwd voor de lokale behoefte. De ontwikkeling is dan ook in overeenstemming te achten met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel.
Bij de overige afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' zijn er verder geen aspecten die bijzondere aandacht verdienen. 3.2.3.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied (rode ster) ligt in het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. Hierna wordt getoetst aan het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 22
Afbeelding 3.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden – net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven – de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief Het karakter van het buitengebied van de gemeente Hardenberg, met een menging van meerdere functies, waarbij de functie 'agrarisch' niet de hoofdfunctie is, maakt dat een nuancering ter zake van de begrenzing van het ontwikkelingsperspectief noodzakelijk is.
De ontwikkelingsperspectieven zijn dan ook niet normstellend maar richtinggevend. Afwijkingen van de ontwikkelingsperspectieven zijn mogelijk, mits de ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken wordt versterkt en er voor de beoogde ontwikkeling geen sprake is van een m.e.r.-plicht. In voorliggend geval is sprake van een Rood voor Rood project waarbij landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt in ruil voor de realisatie
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 23
van twee compensatiewoningen, waarvan één twee-onder-een-kapwoning en één vrijstaande woning. Door deze ontwikkeling wordt een forse kwaliteitsimpuls geleverd. De compensatiewoningen vormen geen belemmering voor de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische) bedrijven. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 4.5 en paragraaf 4.6. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief. 3.2.3.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Laag van beleving' en de 'Stedelijke laag' worden in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het plangebied geen relevante specifieke eigenschappen voor deze laag geldt. 1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp.
Het plangebied wordt op basis van de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'Hoogveengebieden (in cultuur gebracht)'. Op onderstaande afbeelding is dit weergegeven.
Afbeelding 3.3: Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) "Hoogveengebieden (in cultuur gebracht)" Op waterhuishoudkundig geïsoleerde plekken (waar het regenwater wordt vastgehouden) ontwikkelde zich in het zandgebied op kleine en grote schaal hoogveen; onder invloed van regenwater ontstonden veenmoerassen. Deze groeiden als een dikke spons van
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 24
veenmossen steeds verder omhoog, los van het grondwater. De extreme zure en voedselarme omstandigheden leidden tot natte, slecht toegankelijke moeras gebieden, waar vrijwel geen boom kon groeien. De hoogveenrestanten worden gekenmerkt door een hoge waterkwaliteit, een hoge waterstand en een hoge natuurkwaliteit. Lokaal is sprake van “levend hoogveen” (veenaangroei). Als ontwikkelingen plaats vinden in de nabijheid van hoogveenrestanten, dan dragen deze bij aan verbetering van de hydrologie om verdroging van het veenpakket tegen te gaan en, waar mogelijk, aan toename van natuurkwaliteit en het areaal levend hoogveen. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting. Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De gronden in het plangebied zijn in agrarisch gebruik. De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig. Ter plaatse van de kavel wordt middels een ruimtelijk kwaliteitsplan ingespeeld op de daar voorkomende gebiedskenmerken. Het erf zelf wordt landschappelijk ingericht conform de hier geldende gebiedskenmerken. In Hoofdstuk 2 en Bijlage 1 wordt hier nadrukkelijk op ingegaan. De ontwikkeling in overeenstemming met het gestelde in de 'Natuurlijke laag'. 2.
De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' In de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. De locatie ligt binnen het gebiedstype 'Veenkoloniaal landschap'. In afbeelding 3.4 is dat aangegeven.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 25
Afbeelding 3.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel) “Veenkoloniaal landschap” Grootschalig open landschappen met een lineaire bebouwings-, verkavelings- en ontwateringsstructuur. Ontstaan door grootschalige ontginning van de hoogveengebieden ten behoeve van de turfwinning. Een ontwateringsstelsel van kanalen en wijken is typerend voor dit landschap. Vanuit nieuwe linten en kanaaldorpen werd het hoogveen ontgonnen. Het vergraven landschap werd vervolgens als akkerbouwgebied in gebruik genomen. Inmiddels heeft de melkveehouderij ook in grote delen zijn intrede gedaan. Kanaaldorp als karakteristiek dorpstype met het kanaal als centrale open(bare) ruimte en drager van de bebouwing. Het Overijssels veenkoloniaal landschap is deel van een groter geheel dat zich uitstrekt over Groningen en Drenthe. Het is mede gevormd door de vestiging van ontginners en boeren uit andere regio’s. In de boerderijbouw is dit herkenbaar: typisch Groningse boerderijen staan naast Overijsselse. Als ontwikkelingen plaats vinden in het veenkoloniaal landschap, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van bijzondere architectuur (watererfgoed (sluizen, bruggen e.d.), de bijzondere villa’s, buitens, herenboerderijen), de linten door het landschap en de open ruimtes.
Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Om de locatie op een zorgvuldige wijze in te passen in het cultuurlandschap is door de Erfontwikkelaar een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. In Hoofdstuk 2 is hier al nader op ingegaan. Bij het bepalen van de landschapsmaatregelen is onder meer aandacht besteed aan het landschappelijk inpassen van het nieuwe woonerf en bijbehorende bebouwing in overeenstemming met ter plaatse geldende gebiedskenmerken. Daarmee is de ontwikkeling in overeenstemming met het gestelde in de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”. 3.2.4
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Landstad Hardenberg
3.3.1.1 Algemeen Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een eigen omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. Deze omgevingsvisie is samengesteld met participatie van vele stakeholders uit allerlei sectoren. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. Hierin is de functie voor de hele regio verder uitgebouwd. De rode draad in de gemeente is als volgt: De gemeente en samenleving zijn verbonden. De Hardenbergers hebben altijd de blik naar buiten. Ze zien voortdurend kansen. Door een goede samenwerking tussen inwoners, overheid en bedrijfsleven benutten we de kansen die zich voordoen. De gemeente speelt in op toekomstige veranderingen, veert mee, verbindt en investeert waar nodig. De kernen zijn onderling sterk verbonden. Platteland en stad raken steeds meer verweven. De gemeente combineert de kracht van het platteland met een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Voor een grensgemeente is dat een unieke prestatie. De gemeente zoekt de regionale verbinding. Hardenberg is onderdeel van de regio Zwolle. Daarnaast zijn er sterke verbindingen met Twente en Drenthe.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 26
3.3.1.2 Ambitie Hardenberg staat voor grote uitdagingen. Een groeiende bevolking en economie zijn voor een grensregio niet vanzelfsprekend. Integendeel. Dit vraagt om blijvende inspanningen en investeringen. De gemeente kan niet doorbouwen zoals het groot is geworden. Het gebruik van het platteland verandert. Dat vraagt om ontwikkeling van bebouwing die samengaat met ruimtelijke kwaliteit, landschap en natuur. Stad en land vullen elkaar steeds meer aan en houden elkaar in balans. Samen vertellen zij het verhaal van de functieverandering van het Hardenbergse platteland. Of-of-denken maakt plaats voor en-en-denken. De gemeente wil de kwaliteiten van het buitengebied versterken door stedelijke elementen aan te brengen. Tegelijkertijd blijft de gemeente werken aan het binnenstedelijk woon- en leefklimaat met vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart. De visie is vertaald in vier thema's voor ontwikkeling. Dit betreffen de volgende: 1. Hardenberg in balans: over de verscheidenheid van het landelijk gebied; 2. Hardenberg voor elkaar: over stedelijke ontwikkeling, een vitale samenleving en leefbare kernen; 3. Hardenberg knooppunt: over een vitale economie en goede bereikbaarheid; 4. Hardenberg duurzaam: over de energietransitie, klimaatadaptatie en een circulaire economie. Binnen elk thema heeft de gemeente ambities geformuleerd waar zij de komende jaar op wil inzetten.
Samen vormen ze de opgaven de agenda voor toekomstige samenwerkingen. In voorliggend geval is met name het thema 'Hardenberg in balans' van belang, aangezien dit thema gaat over het landelijk gebied, waar het plangebied onderdeel van is. 3.3.1.3 Aandachtspunten voor natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten De natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten in het landelijk gebied blijven voortdurend aandacht vragen. Natuur en landschap staan onder druk, vanwege de energietransitie, klimaatmaatregelen en de transitie in de landbouw. Tegelijk vormen deze ontwikkelen juist een kans om bij te dragen aan de Landstad Hardenberg en de ‘regio van het gezonde leven’. In de dialoog ‘bouw je eigen buurt’ was de zorg voor een gezonde en groene leefomgeving een speerpunt. Een goede landschappelijke en ruimtelijke inpassing van vrijkomende agrarische bebouwing is hiervan een voorbeeld. Dit sluit aan bij de landelijke trend om meer ruimtelijke kwaliteit toe te voegen in de fysieke leefomgeving. Ruimtelijke kwaliteit ziet de gemeente als “datgene wat ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is”. De provincie gebruikt deze omschrijving ook. Ambities: De gemeente geeft een extra kwaliteitsimpuls aan de groene omgeving waarbij de verschillende landschappen herkenbaarder worden.
Gebiedsgerichte projecten versterken enerzijds de landschappelijke relaties en biodiversiteit in het landelijk gebied zelf en anderzijds de relatie tussen het landelijk gebied en de kernen. Dit overstijgt de huidige perceelsgerichte benadering. De gemeente zoekt naar nieuwe economische dragers in het landelijk gebied om gebiedsgerichte projecten te kunnen financieren. Een voorbeeld is het bieden van ruimte aan tweede woningen. De investeringsruimte die hiermee ontstaat zet de gemeente in voor kwaliteitsverbetering van de fysieke leefomgeving van het buitengebied. De gemeente onderzoekt hoe inkomsten uit grootschalige(r) toekomstige ontwikkelingen in het landelijk gebied kunnen inzetten voor de kwaliteit van de groene leefomgeving. Denk aan koppeling van geldstromen rond de energietransitie of klimaatadaptatie. Dit kunnen ook nieuwe economische dragers in het landelijk gebied worden. De gemeente stimuleert groenblauwe diensten ter ondersteuning van de gebiedsgerichte projecten. Deze dragen bij aan nieuwe kwaliteitsimpulsen voor de groene leefomgeving. Bepaalde gebieden komen voor extra kwaliteitsimpulsen in aanmerking. Het gaat daarbij
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 27
om het toevoegen van landschapselementen in de kleinschalige landschappen. 3.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de gemeentelijke omgevingsvisie 'Landstad Hardenberg' Deze ontwikkeling draagt bij aan de algemene ambitie van de gemeente om kwaliteit toe te voegen. Met de sloop van vervallen gebouwen en de realisatie van toekomstbestendige woningen wordt hier aan bijgedragen. Ten aanzien van het thema 'Hardenberg in Balans' geldt dat het initiatief bijdraagt aan het vitaal houden van het landelijk gebied en de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Tot slot geldt voor de natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten dat specifiek benoemd is dat het beleid 'Erven met kwaliteit' bijdraagt aan een versterking van deze kwaliteiten (zie Bijlage 1). Onderhavige ontwikkeling is daar een voorbeeld van. Ook worden de compensatiewoningen gezien als nieuwe economische dragers van het landelijk gebied. Samenvattend wordt gesteld dat het initiatief past binnen de omgevingsvisie 'Landstad Hardenberg'. 3.3.2
Beleidsnotitie Erven met kwaliteit
3.3.2.1 Inleiding De gemeente Hardenberg heeft in februari 2020 de beleidsnotitie 'Erven met kwaliteit' vastgesteld. Aanleiding voor het opstellen van deze notitie is de onlangs gehouden evaluatie van het rood voor rood beleid van de gemeente Hardenberg. Dit beleid dateert uit 2006 en is, na een eerste evaluatie in 2010, in het voorjaar van 2019 opnieuw geëvalueerd. Uitkomst van deze evaluatie is, dat het beleid niet meer goed aansluit bij de huidige praktijk. Daarom is besloten om het beleid te vervangen door nieuw beleid, met ruimere toepassingsmogelijkheden. De doelstelling van het beleid blijft echter onveranderd, namelijk de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied, door de sloop van landschapsontsierende gebouwen. 3.3.2.2 Gebiedsgerichte benadering Het bestemmingsplan Buitengebied (2014) kent een gebiedsgerichte benadering. De basis hiervoor is gelegd in de visienota Buitengebied. De gebiedsgerichte benadering houdt in, dat in het ruimtelijk beleid rekening wordt gehouden met de zes verschillende landschapstypen in de gemeente, te weten de open en besloten veenontginningen, de open en besloten heideontginningen, de essen en hoevenlandschappen en de beekdalen van de Vecht en de Reest. Per landschapstype verschillen de bouw- en ontwikkelingsmogelijkheden.