Regels, toelichting en bijlagen bestemmingsplan 'Ane, Marsweg 6'
Tekst van het document
4.9
Verkeer en parkeren
4.9.1
Algemeen
Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat. De gemeente Hardenberg beschikt over een eigen parkeernota (Parkeernormennota Hardenberg 2017). In deze nota wordt gebruikt gemaakt van de kencijfers zoals opgenomen in de publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 317 (oktober 2012)' van het CROW (inmiddels vervangen door publicatie 381, december 2018). In de parkeernota wordt aangegeven dat op de gemeente Hardenberg een stedelijkheidsgraad van het type 'weinig stedelijk' van toepassing is. Op basis van de
bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 49
'Parkeernormennota Hardenberg 2017' wordt het plangebied aangemerkt als 'buitengebied'. 4.9.2
Parkeren
Voor het berekenen van de parkeernormen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk; Stedelijke zone: buitengebied; Functie: 'arbeidsintensief / bezoekersextensief', 'arbeidsextensief / bezoekersextensief' en 'buurt- en dorpscentrum'. Hierbij wordt opgemerkt dat voor de functie 'buurt- en dorpscentrum' in de stedelijke zone van het buitengebied geen parkeernormen zijn opgenomen in het CROW. Daarom wordt hierbij aangesloten op de normen die gelden voor de stedelijke zone 'rest bebouwde kom'. Op basis van de uitgangspunten zoals beschreven in paragraaf 4.9.1 wordt hierna de parkeerbehoefte in de gewenste situatie berekend. De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd: 500 m2 buurt- en dorpscentrum (grove inschatting van het beoogde buurthuis); 1.500 m2 arbeidsintensief / bezoekersextensief (grove inschatting van de kantoorruimte en werkplaatsen); 15.500 m2 arbeidsextensief / bezoekersextensief (grove inschatting van de opslagruimtes). Functie Parkeerbehoefte Aantal Totale per 100 m2 bvo parkeerbehoefte Arbeidsintensief / 2,35 1.500 m2 35,25 bezoekersextensief Arbeidsextensief / 1,05 15.500 m2 162,75 bezoekersextensief Buurt- en 4 500 m2 20 dorpscentrum Totaal 225,75 Gelet op het vorenstaande is er sprake van een parkeerbehoefte van afgerond 226 parkeerplaatsen. Het vorenstaande kan echter aanzienlijk worden genuanceerd.
Het deel 'arbeidsextensief / bezoekersextensief' is namelijk niet een op zichzelfstaande functie, maar staat ten dienste van het betreffende bedrijf ter plaatse. Op zichzelf zorgt dit dan ook niet voor een toename van de parkeerbehoefte. Hierdoor is het realistischer om uit te gaan van een parkeerbehoefte van afgerond (35,25+20=) 56 parkeerplaatsen. Gelet op de omvang van het plangebied is er (ruim) voldoende ruimte om het parkeren op eigen terrein te realiseren, dan wel ter plaatse van de gronden aan de voorzijde van de bestaande gebouwen die in de huidige situatie reeds zijn ingericht ten behoeve van het parkeren. In het erfinrichtingsplan is rekening gehouden met circa 60 parkeerplaatsen. Ongeacht het vorenstaande is in de regels van dit bestemmingsplan de gemeentelijke parkeerregeling vastgelegd. Hiermee is geborgd dat er ten alle tijde sprake moet zijn van voldoende parkeergelegenheid. 4.9.3
Verkeersgeneratie
In voorliggend geval gaat het om een bedrijventerrein waar bedrijven met een maximale milieucategorie 3.1 gehuisvest mogen worden. Omdat de indeling en verdeling van functies ter plaatse van het plangebied nog niet exact bekend is, wordt een globale berekening van de verkeersgeneratie op etmaalniveau gemaakt. De publicatie 'Toekomstbestendig parkeren' van het CROW heeft aan dat hiervoor wordt gekeken naar het type bedrijventerrein. In voorliggend geval kan het best worden aangesloten op het bedrijventerreintype: 'Gemengd bedrijventerrein'. Voor een gemengd bedrijventerrein geldt per netto hectare bedrijventerrein de volgende verkeersgeneratie per weekdagetmaal: 128 personenauto's en middelzwaar verkeer; 30 vrachtauto's. Op basis van bovenstaande gegevens en een bedrijventerrein van circa 17.500 m2 is er sprake van een verkeersgeneratie van circa: 224 personenauto's en middelzwaar verkeer per weekdagetmaal;
bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 50
52,5 vrachtauto's per weekdagetmaal. De totale verkeergeneratie bedraagt hiermee circa 277 voertuigbewegingen per weekdagetmaal. Hierbij wordt opgemerkt dat vanuit planologisch oogpunt reeds sprake is van een bedrijventerrein met een oppervlakte van circa 8.200 m2. Gelet op het vorenstaande is in de huidige planologische situatie reeds sprake van een verkeersgeneratie van afgerond (128*0,82+30*0,82=) 130 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Gelet op het vorenstaande is vanuit planologisch oogpunt per saldo sprake van een toename van de verkeersgeneratie van (277-130=) 147 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De Marsweg en omliggende infrastructuur zijn in voldoende mate ingericht om de toename van het aantal verkeersbewegingen eenvoudig en veilig kunnen afwikkelen. 4.10
Besluit milieueffectrapportage
4.10.1 Kader De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.
Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r. Beoordeling gehanteerd. 4.10.2 Beoordeling 4.10.2.1
Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming
Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op circa 12,4 kilometer afstand van het plangebied. Gezien de aard van de ontwikkeling in relatie tot de afstand tot Natura 2000-gebied zijn negatieve effecten ten aanzien van Natura 2000-gebied uitgesloten. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 van de Wet natuurbescherming is in het kader van het voornemen dan ook niet noodzakelijk. Daarom is geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer.
bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 51
4.10.2.2
Drempelwaarden Besluit m.e.r.
De voorgenomen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door het partieel herzien van het geldende bestemmingsplan. Dit betekent dat voorliggende ontwikkeling m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet direct m.e.r.-plichtig. Op basis van onderdeel D kan de in dit plan besloten ontwikkeling worden aangemerkt als: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein; De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. De ontwikkeling in dit bestemmingsplan is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien de volgende drempelwaarden worden overschreden: Een activiteit die betrekking heeft op een oppervlakte van 75 hectare of meer. Een activiteit met een bedrijfsvloeroppervlakte van 20 hectare of meer. Gezien de drempelwaarden kan worden geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan (toename bedrijventerrein met een oppervlakte van circa 9.300 m2) geen sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht aangezien de drempelwaarden niet worden overschreden.
Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben.Hiertoe is een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling opgesteld, deze is opgenomen in Bijlage 8 bij deze toelichting. Uit deze notitie blijkt dat voorliggend bestemmingsplan geen belangrijke nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maakt. 4.10.3 Conclusie Dit plan is niet m.e.r.-beoordelingsplichtig. Tevens zijn geen belangrijk nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit plan.
bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 52
Hoofdstuk 5
Wateraspecten
5.1
Vigerend beleid
5.1.1
Europees beleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 5.1.2
Rijksbeleid
Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2022-2027. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Het Nationaal Water Programma 2022–2027 geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. 5.1.3
Provinciaal beleid
In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 5.1.4
Waterschap Vechtstromen
Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta, en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan/-programma opgesteld. Het algemeen bestuur van het waterschap Vechtstromen heeft in de vergadering van 15 december 2021 het 'Waterbeheerprogramma 2022-2027' vastgesteld. Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen Vechtstromen wil nemen in de planperiode 2022-2027. In het plan zijn doelen en maatregelen gesteld voor de thema's waterveiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op het: voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte; beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem. het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties.
bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 53
5.2
Waterparagraaf
5.2.1
Algemeen
Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 5.2.2
Watertoetsprocedure
Het waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de zogenoemde 'normale procedure' van de watertoets wordt toegepast. Algemeen Het plangebied ligt tegen de kern Ane. Het plangebied bevindt zich niet binnen een grondwaterbeschermings-, intrek- of waterwingebied. Grondwater Binnen het plangebied zijn geen gevallen van grondwateroverlast bekend. Oppervlaktewater In de huidige situatie is geen oppervlaktewater aanwezig binnen het plangebied. Ten westen van het plangebied wordt in het kader van KGO een poel aangelegd. Hiervoor zal, indien noodzakelijk, een watervergunning worden aangevraagd. Afvalwater Het afvalwater wordt overeenkomstig de huidige situatie afgevoerd via het gemeentelijk riool. Hemelwater Het hemelwater zal ter plaatse van het plangebied worden opgenomen en geïnfiltreerd, hiervoor zijn diverse maatregelen denkbaar, zoals het aanleggen van een poel, wadi('s), infiltratieriool, waterdoorlatende verharding en/of infiltratiekratten. Waterkwaliteit Ten behoeve van een goede (grond)waterkwaliteit worden tijdens de bouw- en gebruiksfase geen uitloogbare materialen gebruikt.
bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 54
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische aspecten en planverantwoording
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is. 6.2
Opzet van de regels
6.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs-en slotregels. 6.2.2
Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Om op een eenduidig manier afstanden, oppervlaktes en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. 6.2.3
Bestemmingsregels
Dit hoofdstuk bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen, zoals weergegeven op de verbeelding van dit bestemmingsplan. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan;
bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 55
Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte etc.); Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bouwregels. Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn; Afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemming; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: binnen de bestemming ' is een vergunningstelsel voor bepaalde werkzaamheden opgenomen; Wijzigingsbevoegdheden: welke wijzigingsbevoegdheden gelden voor het bestemmingsplan (in de archeologische dubbelbestemming). 6.2.4
Algemene regels
Artikel 7 Anti-dubbeltelregel; Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de beoordeling van bouwplannen. Artikel 8 Algemene gebruiksregels; In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven met specifieke aandacht voor uitsluiting van besluit-m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Artikel 9 Algemene bouwregels; In dit artikel worden de algemene bouwregels beschreven met betrekking tot de afstanden tot wegen en bestaande bouwregels. Artikel 10 Algemene afwijkingsregels In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Artikel 11 Algemene wijzigingsregels; In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels geven de bevoegdheden van Burgemeester en wethouders weer om het plan op ondergeschikte punten te wijzigen. Artikel 12 Overige regels; In dit artikel zijn bepalingen ten aanzien van de werking wettelijke regelingen, afstemming welstandstoets, uitsluiting seksinrichting, afstemming APV en evenementen en parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden. 6.2.5
Overgangs- en slotregels
In Artikel 13 (Hoofdstuk 4) staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd. 6.3
Verantwoording van de regels
6.3.1
Bestemmingen
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan/wijzigingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is.
bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 56
Bedrijf - Essen- en hoevenlandschap (Artikel 3) Het beoogde bedrijfsperceel (bestaand en uitbreiding) is voorzien van de bestemming 'Bedrijf - Essen- en hoevenlandschap'. De voor 'Bedrijf - Essen- en hoevenlandschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven en instellingen zoals vermeld in de categorieën 1 tot en met 2 van de bij deze regels behorende Staat van bedrijfsactiviteiten; b. bedrijven en instellingen zoals vermeld in de categorieën 1 tot en met 3.1 van de bij deze regels behorende Staat van bedrijfsactiviteiten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.1'; c. wonen, met dien verstande dat het aantal dienstwoningen per bouwperceel niet meer mag bedragen dan het bestaande aantal; d. maatschappelijke voorzieningen, ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk'; e. watergangen, waterpartijen en inundatie vanuit de watergangen, met bijbehorende waterhuishoudkundige voorzieningen; f. bij een en ander behorende voorzieningen waaronder: 1. parkeerplaatsen; 2. nutsvoorzieningen; 3. groenvoorzieningen; 4. speelvoorzieningen.
In de bouwregels is onder andere bepaald dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' het bebouwingspercentage niet meer mag bedragen dan de aangegeven percentage, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)' de oppervlakte maximaal de aangegeven oppervlakte mag bedragen. Gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd. De inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 700 m3 of niet meer dan de bestaande inhoud, indien deze meer dan 700 m3 bedraagt. In de specifieke gebruiksregels zijn onder andere twee voorwaardelijke verplichtingen opgenomen. Deze voorzien in de verplichting voor het realiseren en in stand houden van de landschapsmaatregelen en het slopen van landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied van Hardenberg alvorens de beoogde nieuwe schuur mag worden gebouwd. Dit laatste is als volgt vastgelegd in de regels: Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - voorwaardelijke verplichting sloop' mag uitsluitend gebouwd worden, mits elders in het buitengebied van de gemeente Hardenberg landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt, waarbij per 1 m2 gesloopte bebouwing 1 m2 gebouwd mag worden, met dien verstande dat; a. maximaal één gebouw gerealiseerd mag worden; b.
de maximum oppervlakte niet meer bedraagt dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)' opgenomen oppervlakte; c. de inpassing in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt en geen afbreuk doet aan het in Bijlage 2 opgenomen Ruimtelijk kwaliteitsplan. Groen - Landschapselement (Artikel 4) Alle gronden die buiten de bestemming 'Bedrijf - Essen- en hoevenlandschap' liggen zijn voorzien van de bestemming 'Groen - Landschapselement'. Het gaat hierbij om de agrarische gronden die worden afgewaardeerd naar schraal bloemrijk grasland. De voor 'Groen - Landschapselement' aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, beplanting en landschapselementen. Op de gronden mogen uitsluitend worden gebouwd andere bouwwerken, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 3 m mag bedragen, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt. Waarde - Archeologie 4 en Waarde - Archeologie 5 (Artikel 5 en Artikel 6) Deze dubbelbestemmingen zijn conform geldende situatie overgenomen. Gronden met deze bestemming zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de verwachte archeologische waarden. De beschermingswaarde verschilt per dubbelbestemming.
bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 57
bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 58
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart datmet betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien heverhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval is een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hierin is verzekerd dat het risico van planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. Tevens zijn in de gemeentelijke kosten opgenomen in de overeenkomst, waardoor het kostenverhaal voor de gemeente volledig verzekerd is. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 59
Hoofdstuk 8 8.1
Vooroverleg, inspraak en zienswijzen
Vooroverleg
Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. 8.1.1
Het Rijk
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 8.1.2
Provincie Overijssel
In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro is voorliggend bestemmingsplan voorgelegd aan de provincie Overijssel. De provincie heeft een inhoudelijke reactie gegeven op het bestemmingsplan en bijhorende onderzoeken. Na aanleiding van de reactie zijn aanpassingen doorgevoerd en is het plan wat voorligt tot stand gekomen. De provincie stemt in met dit bestemmingsplan. 8.1.3
Waterschap Vechtstromen
In het kader van de watertoets heeft er een digitale watertoets plaatsgevonden via de website www.dewatertoets.nl. De uitkomsten van deze watertoets hebben geleid tot de 'normale procedure'. Het bestemmingsplan wordt in het kader van vooroverleg naar de waterschap gezonden. 8.2
Inspraak
Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In het voorliggende geval wordt geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd door het college van Burgemeester en Wethouders. 8.3
Zienswijzen
Het bestemmingsplan heeft voor een periode van zes weken als ontwerp ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn geen zienswijze kenbaar gemaakt. Het bestemmingsplan is ongewijzigd vastgesteld.
bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 60
Bijlagen bij de toelichting
bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 61
Bijlage 1
Notitie buurthuis
bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 62
Marsweg 6-8, Ane Buurthuis Buitengebied Het idee buurthuis buitengebied is ontstaan door het gedachtengoed binnen de MvdD Groep betreffende het sociaal en maatschappelijk een toegevoegde waarde willen zijn voor ons personeel en voor de mensen uit de regio. Al voordat er sprake was van de aanschaf van het pand was de visie dat MvdD er is voor medewerkers in welke hoedanigheid dan ook. Wat voor wellicht voor veel bedrijven als probleem gezien kan worden, is voor ons een uitdaging. De uitdaging om al onze medewerkers een fijne, veilige, betrouwbare werkplek te bieden met daarnaast ook aandacht voor het welzijn buiten de werktijden. Bij de Mans van de Dekker Groep is iedereen welkom, de enige echte vereiste is een gezonde dosis motivatie. Al jarenlang zetten we ons in om de juiste werkplek te vinden voor iedere werknemer. Jong en oud, leerlingen en vakmensen, mensen met een rugzak en instromers van alle soorten. Waar het om gaat is dat de persoon zich gezien en gehoord voelt. We bieden hulp waar mogelijk, zowel op werkgebied als verder bij persoonlijke hulpvragen. Wij begeleiden mensen wanneer het echt lastig wordt naar instanties die ze eventueel verder kan helpen in deze. Daardoor hebben wij bij MvdD een fantastische groep mensen lopen die al lang bij ons werken en het verloop erg laag is, zelfs in deze tijd. Dit moest eerst gezegd worden.
Toen het pand aan de Marsweg gekocht werd, kwam daar als geweldig mooie bijkomstigheid een horecalocatie bij. De plannen voor een praktijkopleidingscentrum voor onder- en zij instromers lagen al een tijdje bij ons op de plank. Hierover hebben we ook al diverse contacten gelegd met het UWV, gemeente en zakenrelaties. Op de huidige locatie hadden we geen ruimte om dit plan direct uit te voeren, met de ruimte in Ane kunnen we dit plan wel gaan concretiseren en realiseren. Momenteel wordt het plan uitgewerkt (zie bijlage) en hebben we weer intensief contact met de betrokken partijen. De Anerhof werd in het verleden tevens als een soort van buurthuis gebruikt door verenigingen en scholen uit de buurt. Door de buurtvereniging werden er bijvoorbeeld ouderenmiddagen gehouden, knutselmiddagen, sinterklaasvieringen, of een gezellige nieuwjaarsborrel. Wij willen dit voor de buurt weer nieuw leven inblazen en (deels) beschikbaar stellen. Niet alleen voor Ane, maar bijvoorbeeld ook Anerveen, Anervelde, de Schans en Engeland. Belangrijk is dat we de binding met de lokale bevolking niet uit het oog verliezen in deze. We begrijpen dat de gemeente wil weten hoe we dit moeten gaan borgen.
Wij zijn daarom ondertussen op zoek naar een passende oplossing waar beide partijen zich in kunnen vinden, we gaan kijken hoe andere buurthuizen dit bijvoorbeeld doen en hopen dat we dit op deze wijze voldoende te kunnen borgen. Verder zullen we in gesprek gaan met lokale buurtverenigingen om te kijken hoe we een invulling kunnen geven aan hun wensen. Ook lokale evenementen als bijvoorbeeld een Trekker Trek willen we de mogelijkheid bieden om dit op ons terrein te organiseren. Verder is ons plan om basisscholen en voortgezet onderwijs 1 x per jaar een dag uit te nodigen om bij ons te komen bekijken wat we zoal doen en kennis laten maken met wat er allemaal mogelijk is binnen de GWW. Om zodoende dit ondergesneeuwde werkgebied weer een op de kaart te zetten en de kinderen daar enthousiast over te krijgen.
Er is ruimte voor jongvolwassenen met een rugzak binnen onze organisatie en dat kan op veel uiteenlopende vlakken zijn. Denk bijvoorbeeld aan facilitaire of horeca hulp in het buurthuis, terreinmedewerker of als medewerker binnen één van onze divisies. Stichting oprichten m.b.t. buurthuis, opleidingen en steunen regionale goede doelen? Er zijn concrete plannen en veel mogelijkheden. We gaan dit gefaseerd en goed doordacht uitwerken en realiseren, en daarbij zijn we de steun en hetzelfde enthousiasme nodig vanuit de gemeente.
Bijlage 2
Ruimtelijk kwaliteitsplan
bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 65
ruimtelijk kwaliteitsplan Marsweg 6-8 Ane
Door:
dé Erfontwikkelaar b.v. Radewijkerweg 9 7791 RJ Radewijk
Telefoonnummer E-mail Internet Project Auteur Datum laatst gewijzigd Bestandsnaam Aantal pagina’s
06 24 88 38 28 herbert@erfontwikkelaar.nl www.erfontwikkelaar.nl 2253 H. Oldehinkel 30 november 2023 2253-RKP-02.indd 19
Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of dé Erfontwikkelaar b.v.
INHOUDSOPGAVE 1 INTRODUCTIE
1
2 VIGEREND BELEID
5
2.1.
omgevingsvisie overijssel
5
2.2.
gemeente hardenberg
5
3 B E S TA A N D E S I T U AT I E
7
3.1.
erf en het landschap
7
3.2.
ruimtelijk onderbouwing
10
3.3.
samenvatting maatregelen
10
4 K WA L I T EI T S I M PU L S G RO EN E O M G E VI N G
12
1 INTRODUCTIE dé Erfontwikkelaar is gevraagd een visie te geven op de inrichting als onderdeel van een ontwikkeling aan de Marsweg 6-8 te Ane. Initiatiefnemer wil op deze locatie de bedrijfsbestemming uitbreiden en de bestaande gebouwen opknappen. De bedrijfsbestemming zal hiermee vergroot worden en het te bouwen oppervlakte neemt toe. De gemeente Hardenberg heeft middels een principebesluit aangegeven onder voorwaarde mee te willen werken aan deze ontwikkeling. Een belangrijke voorwaarde is dat het erf landschappelijk goed wordt ingepast. Daarnaast is de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) van toepassing. Om deze twee voorwaarden te borgen in het bestemmingsplan is dit Ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. Ten grondslag van dit Ruimtelijk kwaliteitsplan ligt de visienota buitengebied Hardenberg en de LandschapsIdentiteitsKaarten Omgeving Gramsbergen. Naast het beleid zijn ook de wensen en de randvoorwaarden van opdrachtgever verwerkt in een plan.
1
lo catie plangebie d
2
lo catie plangebie d
VL AS KA MP WE G
Het erf was hoofdzakelijk in gebruik als horecagele-
3
genheid. Het café ‘de Oale
6
Delle’ (1) bestaat uit de oorspronkelijke boerde-
5 7
1 5
M
EG A R SW
5
2
7
rij. Daarachter liggen de zalen (2). Kenmerkend zijn
7
4
de bedrijven in de nabije omgeving (3). Het gebied wordt doorsneden door de N34 (4) en ligt nabij de afslag Gramsbergen. Zowel aan de Marsweg als achter het zalencentrum zijn parkeerplaatsen aanwezig. (7) Het geheel kent meerdere ontsluitingen. (5). Van oorsprong was het gebied ten westen een es dat de naam Vlaskamp had. (6)
3
plangebied en omgeving rond 1900
plangebied en omgeving rond 1950
plangebied en omgeving rond 2010
4
2 VIGEREND BELEID
natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water,
2.1.
OMGEVINGSVISIE OVERIJSSEL
aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan
De Provincie Overijssel heeft het Streekplan, het verkeer- en
vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaar-
vervoerplan, het waterhuishoudingsplan en het milieube-
heid van het water.
leidsplan samengevoegd tot de Omgevingsvisie. Het vormt het provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van
2.2.
Overijssel. De Provincie Overijssel stuurt op ruimtelijke kwali-
Visienota Buitengebied Hardenberg
teit en duurzaamheid. Bestaande kwaliteiten moeten worden
De Visienota Buitengebied van de gemeente Hardenberg (2006)
beschermd en er moeten verbindingen worden gelegd tussen
is een ruimtelijke visie voor het buitengebied van de gemeente
deze bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Dat wil
Hardenberg. Het perceel valt in gebied Vechtdal.
GEMEENTE HARDENBERG
zeggen dat nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de
dekzand
verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Voor het behoud en
In de Visienota Buitengebied worden, op hoger niveau, gebieds-
het versterken van de ruimtelijke kwaliteit vormen essentiële
kenmerken beschreven en ontwikkelingsrichtingen aangegeven.
gebiedskenmerken het uitgangspunt.
Dit is in LIK’s en de Ontwikkelingsvisie verder uitgewerkt.
Gebiedskenmerken
Gebiedskenmerken Landschapstype: Essen- en kampenlandschap Landschapsbeeld: kleinschalig Huidige functies: landbouw en wonen
Middels een verdeling in 4 lagen zijn de gebiedskenmerken binnen de Omgevingsvisie toegelicht: De natuurlijke laag De laag van het agrarisch-cultuur landschap De stedelijke laag De laag van de beleving Toelichting: Dekzandvlakte en beekdalen en natte laagten
natuurlijke laag
Landschapskenmerken: Veel bosgebied en houtwallen Verspreid bebouwingspatroon Kronkelend patroon van wegen Veel meanders van de Vecht Herkenbare zomer- en winterdijken
Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier
Landschapsidentiteitskaarten:
ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water
Het plangebied is beschreven in de LandschapIdentiteitsKaart
in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de
(LIK): GRAMSBERGEN EN OMGEVING. In de LIK worden de
lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Als ontwikkelin-
specifieke kenmerken en kwaliteiten van het deelgebied vast-
gen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en
gelegd, welke de basis vormen van zowel het bestemmingsplan
5
essen- en hoevenlandschap
agrarisch cultuurlandschap
als de structuurvisie en het landschapsontwikkelingsplan. Het plangebied ligt in het ESSEN- EN HOEVENLANDSCHAP Uit het LIK (en het achtergronddocument) zijn die zaken aangehaald welke bruikbaar zijn voor het plan en de inrichting van het plangebied. Sterk: houtwallen wegbeplanting solitaire bomen en boomgroepen onregelmatige erfopbouw met losse strooiing gebouwen op het erf en grote bomen verstrooid op het erf. Zwak: sructuur van essen deels niet herkenbaar door verleggen van wegen; lage biodiversiteit. Kansen: verbeteren landschappelijke inpassing bestaande en nieuwe bebouwing; terugbrengen bossingels en houtwallen; herstel groen blauw netwerk.
6
3 B E S TA A N D E S I T U AT I E 3.1.
ERF EN HET LANDSCHAP
Het landschap nabij de locatie is bijzonder kenmerkend voor het essenlandschap. Ane bestaat in 1900 nog uit een aaneenschakeling van kleine essen, gescheiden van elkaar door wegen en erfgrensbeplantingen (bomenrijen, houtwallen). De landschappelijke richting en structuur is zeer divers. Woningen, schuren en stallen staan willekeurig zonder duidelijke richting langs de weg. . Nog steeds zijn de kenmerken herkenbaar. Al is de hoeveelheid erfgrensbeplanting sterk verminderd, het karakter is nog altijd gesloten. Langs hoofdwegen vormt de eikenlaanbeplanting één- en tweezijdig de belangrijkste opgaande structuur. Daarnaast zijn veelal lijnvormige beplantingen (houtwallen) aanwezig met eik, berk, meidoorn, zwarte els, braam, vlier en sleedoorn. Erven liggen in blokken in verschillende richtingen langs de weg en zijn in sterke mate voorzien van erfbeplanting. Lijnvormige beplantingsvormen (houtsingels) volgen de kavelstructuur in de vorm van onregelmatige blokverkaveling.
Als kans wordt aangegeven: nieuwe bebouwing qua architectuur laten passen bij de gebiedskenmerken uitvoering achterstallig onderhoud en herstel landschapselementen ruimte voor kleinschalige recreatieve functies bij Ane versterking groenblauw netwerk en verhoging biodiversiteit door herstel en onderhoud kleine landschapselementen Het erf zelf kent een rijke historie. Al op kaarten van 1900 staat de boerderij aan de flank van de Vlaskamp. De boerderij is qua hoofdvorm nog goed herkenbaar al kent het een achterstallig onderhoud. Door de jaren zijn er aan- en achter de boerderij verschillende zalen en kantoren gebouwd. Het geheel oogt stenig en past qua verschijning niet op deze plek. De aanwezige beplanting is schaars maar langs de randen van het erf staan enkele zomereiken.
het zalencentrum
Op en nabij het erf bestaat de beplanting hoofdzakelijk uit niet gebiedseigen beplanting en veel verharding. Tussen de
De N34 heeft een grote impact op de omgeving. Het viaduct met begeleidende beplanting is een barriere. Het gebied kent hoofdzakelijk woningen maar ook enkele bedrijven.
Marweg en het erf is een parkeerstrook voorzien. Middels verschillende inritten wordt het sobere erf ontsloten.
Vanuit de LandschapsIdentitietsKaarten worden de volgende kenmerken als waardevol ervaren: boerderijen op de flank van de es kronkelig wegenpatroon onregelmatige grootschalige verkaveling op de essen houtwallen, wegbeplanting, bosjes verspreide erven, losse strooiing gebouwen op het erf erven met grote solitaire bomen massa geclusterd op erven en perceelsgrenzen
7
het cafe de ‘Oale delle’
Uitgangspunten provincie: het erf moet aansluiten op de gebiedskenmerken (essenlandschap) volgens de Omgevingsvisie Overijssel; de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is van toepassing.
8
laat je erf groeien!
2244
formaat
a3
middels een ruimtelijk kwaliteitsplan moet aangetoond worden dat de ontwikkeling past in het landschap; gebied niet onnodig verdichten; aansluiten op de gebiedskenmerken van het essen- en hoevenlandschap zoals is omschreven in de LandschapsIdentiteitsKaarten.
1 (3)
Uitgangspunten gemeente:
tekeningno
uitbreiden bestaand bedrijfsoppervlakte uitbreiden bestaand bebouwd oppervlakte met 1.550 m2 huidig erf herstellen en als meerwaarde voor de omgeving maken.
datum
Uitgangspunten initiatiefnemer:
11 november 2022
K WA L I T EI T S P L A N
project
RUIMTELIJK
12
Legenda 1. Buurthuis 2. Hoogstam fruitbomen in kantoortuin (demotuin)
9 9 16
3. Bestaande zalencentrum upgraden en inrichten als showroom/werkplaats en kantoor 17
4. Nieuw te realiseren hal t.b.v. opslag (31 x 50 (m)
13
5. Opslag materiaal/materieel 6. Robuuste houtwal van ca. 8 (m) breed
6 8
5
7. Extensief beheert bloemenrijk grasland 15
8. Aanplant houtwal (KGO) 9. Aanplant zwarte els 10. Parkeren personeel
4
22 12
11. Bestaand parkeren bezoekers 12. Nieuwe inrit waardoor vrachtverkeer rond kan rijden
7 10
13. Geen eigendom/onderdeel van het plangebied
8
24
20
19
14. Aanplant beukenhaag
2
3 24
11
15. Flauw maaibaar talud van gras (+1,00 m boven peil Marsweg) 18
16. Terrein verdiept aanleggen (ca. 1,4 m beneden peil Marsweg)
23
21
17. Poel ter infiltratie hemelwater
1
18. Bestaande inrit vergroenen met grasbestonsteen (nevenontsluiting erf)
11
14
19. Aanplant gemengde haag 20. Haag van wilde liguster 21. Aanplant walnoot 22. Aanplant beuk 23. Entree accentueren 24. Groene gevels
9
ute
rij ro
aan
het erfinrichtingsplan
huidige situatie
nieuwe situatie
sfeerbeld 10
3.2.
RUIMTELIJK ONDERBOUWING
GROENSTRUCTUUR EN INRICHTING ERF:
zicht worden geplaatst zonder dat de openheid verloren
Het erf aan de Marsweg is al een heel oud erf. De boerderij
Vanuit de landschapsidentiteitskaarten is het gewenst om
gaat. Een gemengde haag schermd het erf op een passende
staat op de oorspronkelijke plek. Door de jaren heen zijn
in het essen- en hoevenlandschap de landschappelijke in-
wijze af. Gebiedsvreemde beplantingen worden gerooid
er achter de boerderij verschillende volumes gebouwd die
passing van erven te versterken en te herstellen. Dit wordt
waarmee er en veel uniformer en passend beeld ontstaat.
dienst deden als bedrijfsgebouwen en horeca.
bereikt door het toevoegen van structuurbepalend groen in
Een haag past op het voorerf en het zicht op de boerderij
de vorm van houtsingels, hagen en bomen. Hierdoor blijft
blijft behouden.
Met het toevoegen van bedrijfsbestemming met de moge-
er zicht op de bebouwing en worden de volumes verzacht.
lijkheid tot extra bebouwing is gekeken naar een passende landschappelijke inpassing.
De verharding van de buitenopslag wordt zo veel mogelijk De erven langs de Marsweg komen sterk overeen met de
waterdoorlatend. De aan te leggen kikkerpoel kan tevens
omschreven karakteristiek. Over het algemeen verspreide
dienen als infiltratie.
Er is gekozen om de nieuwe be bouwing op het achtererf te
bebouwing en half open erfensembles, al dan niet voor-
positioneren en uit te lijnen aan de kavelgrens. Het is ken-
zien van enkele grote bomen en gesloten bosjes of singels.
merkend in dit type landschap (essen- en hoeven) om de
De erven in het essen- en hoevenlandschap kennen een
gebouwen niet aan elkaar uit te lijnen. De nieuwe bebou-
duidelijk cluster en worden veelal ontsloten door meerdere
wing komt in de luwte van het bestaande erf en daarmee
inritten. Veelal lijkt het als de wegen over de erven lopen.
vanuit de omgeving nagenoeg niet te zien. Het volume
(dat was van oorsprong ook zo).
moet bestaan uit materialen die passen in de landelijke omgeving. Het mag geen industrieële uitstraling krijgen door
De gebouwen op de erven blijven in de omgeving deels
bijvoorbeeld gebruik te maken van een uniforme damwand.
zichtbaar. Dit is een kwaliteit van het landschap. De erven kennen geen harde begrenzing, er is daarom gekozen om
Opvallende kleuren zijn vanuit het landschap niet wenselijk.
beplanting in de vorm van een houtsingel op de erfgrens
Materialen in een gedekte kleurstelling die niet glimmen
aan te brengen. Hiermee wordt het volume ingepast vanuit
passen. Gezien de locatie op het er zal de impact op de
de omgeving. De blinde muren van het bestaande gebouw
omgeving beperkt zijn. Middel bestaande inritten wordt er
worden voorzien van klimplanten. Hiermee onstaat een
een logische ontsluiting voorzien. Daarbij is het niet wense-
beter ingepast gebouw vanaf de N34.
lijk om de meest westelijke ontsluiting uit te voeren in een verharding. Aangezien dit pad ‘voor’ de boerderij ligt moet
Aangezien het gebied van oorsprong een open es is
dit een groen pad worden. Indien het uitgevoerd wordt in
geweest (maar later afgegraven) wordt de westzijde niet
een grasbetonsteen wordt voorkomen dat hier een onwen-
afgeschermd met beplanting. Dit zou een doorkijk belem-
selijk verhard beeld ontstaat. Op het terrrein is voldoende
meren en het erf onnodig groter laten lijken. Het terrein
ruimte om te parkeren.
loopt van zuid naar noord sterk af. Door een keerwand te plaatsen met een flauw talud (1:10) kan de opslag uit het
11
3.3. SAMENVATTING MAATREGELEN groene ontsluiting westzijde door middel van grasbetonstenen aanplant houtsingels aanplant groene gevels flauw grastalud schermt buitenopslag af nieuwe bebouwing in landelijke stijl herstel voorerf bij boerderij keren en parkeren op eigen terrein.
Legenda
2
1. Bestaande pruim behouden 2. Aanplant houtsingel bestaande uit:
3
Alnus glutinosa - Zwarte els 15% Quercus robur - Zomereik 10% Crateagus mongyna - Meidoorn 15% Prunus spinosa - Sleedoorn 15% Acer campester - Veldesdoorn 15% Viburnum opulus - Geldersche roos 15% Corylus avalana - Hazelaar 10%
2
Handelsmaat bosplantsoen 60-80 cm Aanplanten met 1 st/m2 in groepen van 5 Eindbeeld is een gesloten houtsingel van 10 (m) breed 3. Nieuw aan te planten zwarte els - Alnus glutinosa Aanplantmaat 8-10 met in totaal 32 stuks Eindbeeld is een transparante elzensingel die als hakhout beheer zal worden. (eens per jaar 1/3 afzetten)
4
4. Aanleg natuurlijk poelen met elk een oppervlakte van 300 m2 (insteek) Talud zuidzijde 1:2 en noordzijde 1:3 rondom in gearceerde gebied ruig grasland met enige opslag van elzen/wilgen.
4
8
5. Nieuw aan te planten wilde haag bestaande uit: Alnus glutinosa - zwarte els 15% Betula pendula - ruwe berk 15% Corylus avellana - hazelaar 10% Cornus alba - witte kornoelje 20% Acer campestre - veldesdoorn 20% Salix purpurea - Bittere wilg 20%
6 1 5
8
7
Aanplanten met 4 st/m1 Eens per jaar scheren (kan machinaal) Eindbeeld is een geschoren gemengde haag van max. 3 (m) hoog 6. Bestaande zomereik behouden
4
7. Aanplant bomen, keuze uit de volgende soorten: Quercus robur - zomereik Fraxinus ornus - pluimes Aesculus hippocastanum - paardenkastanje Fagus sylvatica - beuk Aanplantmaat 12-14 Totaal 3 stuks Eindbeeld zijn drie solitaire bomen op het voorerf 8. Aanplant klimplanten tegen gevel, dit zijn bloeiende soorten die de blinde muren bedekken. Geen hedera maar bijvoorbeeld passiebloem, kamperfoelie, sterjasmijn.
12
ute rij ro
aan
de landschapsmaatregelen
4 K WA L I T EI T S I M PU L S GROENE OMGEVING Met de kwaliteitsimpuls Groene Omgeving biedt de provincie Overijssel beleidsruimte aan gemeenten voor ontwikkelingen in de groene ruimte. Nieuwe ontwikkelingen moeten mogelijk zijn onder voorwaarde dat ze bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. In het buitengebied is ruimte voor grootschalige uitbreidingen en nieuwe ontwikkelingen mits die gelijk opgaan met verbeteringen van de ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit wordt gerealiseerd door naast bescherming vooral in te zetten op het verbinden van bestaande gebiedskwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen, waarbij bestaande kwaliteiten worden beschermd en versterkt en nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd. De methodiek voor het bepalen van de balans tussen ontwikkelingsruimte en de gevraagde investering in de groene omgeving, is gericht op het volgende: hoe meer de ontwikkeling als gebiedsvreemd te beschouwen is en /of hoe groter de schaal en impact op de ruimtelijke kwaliteit is, des te zwaarder weegt dat aan de ontwikkelingskant van de balans en hoe hoger de aanvullende kwaliteitsprestaties dan dienen te zijn. Als het gaat om een gebiedsvreemde ontwikkeling van een grote schaal en met een grote impact op de omgeving, dan zal een forse investering in het landschap nodig zijn.
Om te beoordelen of medewerking kan worden verleend aan het verzoek, wordt het volgende model gevolgd: Gebiedseigen ontwikkeling De uitbreiding is gepland op de Vlaskamp, dit is van oorsprong een hoogte in het landschap. Op historisch kaartmateriaal is dat 13
goed te zien. Het is een open gebied, waarop geen bebouwing
Schaal en impact op de omgeving
voorkomt. In de loop der tijd is de hoogte verdwenen (afgegra-
Van toepassing is de Landschap Identiteit Kaart (LIK) Slag-
ven), maar de openheid is gebleven.
haren-De Krim-(oud) Lutten. De landschappelijke inpassing
H
moet passen binnen de daarin beschreven gebiedskenmerken.
et ontwikkelingsperspectief in de provinciale Omgevingsvisie
Marsweg 6 is een oud erf, de boerderij komt al voor op kaart-
is landbouwgebied (“agrarisch ondernemen in het grootschalig
materiaal van rond 1900. Een kenmerk van het gebied is dat de
landschap”) zij het dat het aan de rand hiervan ligt. Volgens de
boerderijen aan de flank van de es staan, wat in dit geval ook
Catalogus gebiedskenmerken ligt de bedrijfslocatie in het essen
zo is. Het vergroten van het erf staat op gespannen voet met
landschap. De essen moeten een beschermende bestemmings-
de gebiedskenmerken en moet daarom heel zorgvuldig plaats-
regeling krijgen, gericht op de instandhouding van de karakteris- vinden. De openheid die er nu (nog) is, is kenmerkend en moet tieke openheid, de huidige bodemkwaliteit en het huidige reliëf.
blijven, ook al is de hoogte verdwenen.
De bestaande bedrijfslocatie is in de beheersverordening Ane voorzien van een bedrijfsbestemming. De aangrenzende grond
In het erfinrichtingsplan is rekening gehouden met de gebieds-
valt binnen het bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg
kenmerken door de bestaande gebouwen op te knappen en
en heeft de bestemming “agrarisch met waarden - essen- en
door de nieuw te bouwen loods een eenvoudig volume te
hoeven landschap”. De grond is daarmee bestemd voor agra-
geven met materialen die passen in de omgeving. Verder wordt
risch gebruik en mede voor de instandhouding van de sterke
het bedrijf aan de kant van de (voormalige) es ingepast middels
gebiedskenmerken van het essen- en hoeven landschap.ociaal
een laag talud. Hiervoor is gekozen om de openheid van het
en economisch vitaal houden van het buitengebied.
gebied te waarborgen. Het perceel loopt richting het noorden fors af, waardoor de opslag minder zal opvallen.
Volgens de Omgevingsvisie Landstad Hardenberg streeft de gemeente voor het landelijk gebied naar een gezond platte-
Eigen belang en maatschappelijk belang
land, met een goede samenhang tussen natuur en landschap,
Er is sprake van een eigen belang. Het verzoek voorziet in het
economie en samenleving. De gemeente wil de agrarische
uitbreiden van een bestaand bedrijf. Ook is er een maatschap-
sector zoveel mogelijk stimuleren en faciliteren, maar biedt ook
pelijk belang. Café de ‘Oale Delle’ is een begrip in de omgeving
ruimte voor nieuwe economische functies in het buitengebied
en was voor Ane sociaal gezien een plek waar men elkaar ont-
en faciliteert bestaande bedrijven waar mogelijk. Voor de land-
moeten. Binnen het plan is hier rekening mee gehouden en zal
schappelijke inpassing daarvan vormen de Landschap Identiteit
het café weer een maatschappelijk-sociale functie krijgen.
Kaarten (LIK) de natuurlijke onderlegger.
Tegenprestatie
Omzetten agrarische grond naar extensief bloemenrijk grasland
Al met al worden er boven op de basisinspanning aanvullende
Naast het bedrijf ligt een agrariche perceel van ca. 2 ha. Om te
kwaliteitspretaties gevraagd, die bijdragen aan de versterking
voorkomen dat het gebied verder versteent zullen deze gron-
van de gebiedskenmerken uit het landschapsontwikkelingsplan
den afgewaardeerd worden naar schraal bloemenrijk grasland.
en de droge dooradering van de natuurkaart Overijssel. Deze tegenprestatie zal bestaan uit de volgende onderdelen: Aanleg van een kikkerpoel
reeds herstelde singel
bloemenrijk grasland
nieuwe houtsingel
Aanleg demotuin Een onderdeel van het plan is het maken van demotuin. Hier kunnen studenten leren hoe je een tuin aan moet leggen. Denk
De kikkerpoel komt aan de noord-oostzdije van het weiland. De
daarbij naast bijvoorbeeld het aanbrengen van bestrating ook
poel wordt ca. 20-30 (m) doorsnede en zal aan de noordzijde
aan het juist snoeien van fruitbomen en hagen. Ecologische wij-
een flauw talud van 1:3-1:5 krijgen.
ze van onkruidbeheer, materialenkennis etc. etc. De tuin wordt gebruikt door personeel en bezoekers van het buurthuis. Aanleg van een houtwal Van oorsprong lagen er rond de Vlaskamp kleine percelen grond. Deze werden afgeschermd middel houtsingels. Vanuit de LIK wordt het het herstel van landschapselementen als kans gezien. Een nabijgelegen bedrijf heeft destijds tevens als KGO maatregelen houtsingel hersteld. Hier wordt op aangesloten middels de aanplant van een nieuw singel.
Opknappen boerderij tot buurthuis Het café bestaat uit een karakteristieke boerderij. Deze zal als buurthuis omgevormd worden. De bestaande horecauitingen worden verwijderd en de tuin rondom de boerderij weer hersteld. Het wordt weer een herkenbare boerderij.
14
Verschillende onderdelen aan de boerderij worden verwijderd.
4
4. Graven poel van min. 350 m2, talud aan de noordzijde min. 1:3 en zuidzijde 1:2, diepte poel moet in de zomer minimaal 50 cm water garanderen
5
bestand
2244
Aanplantmaat 60-80 cm Aanplanten met 1 st/m2 in groepen van min. 5 stuks Eindbeeld is een houtsingel van min. 5 (m) breed
18 sept. 2023
3. Nieuw aan te planten zwarte els - Alnus glutinosa Aanplantmaat 8-10 met in totaal 32 stuks Eindbeeld is een transparante elzensingel die als hakhout beheer zal worden. (eens per jaar 1/3 afzetten)
a3
3
Quercus robur - Zomereik 15% Betula pendala - Ruwe berk 15% Crateagus monogyna - Meidoorn 15% Acer campester-Veldesdoorn 15% Rosa rubiginosa - Wilde roos 10% Sambucus nigra - Vlier 10% Corylus avalana - Hazelaar 10% Salix alba - Schietwilg 10%
formaat
overeenkomstig de landschapsmaatregelen.
2. Tussenlid transformeren naar een meer passende entree (zie impressie)
1 (3)
verwijderd en vervangen door een passende streekeigen haag
5. Aanplant bestaande uit:
datum
1. Boerderij ontdoen van reclameuitingen en weer opknappen
tekeningno
verschijning worden. Ook gebiedsvreemde beplanting wordt
project
Legenda
De boerderij wordt weer opgeknapt en zal weer een passende
6. Demotuin
Erfinrichtingsplan Marsweg 4-6 te Ane
7. Schraal extensief grasland (gehele gearceerde perceel)
5 6
2
7
Sloop 1.550 m2 landschapsontsierende bebouwing.
1
Middels de aankoopvan een sloopbewijs zal er voldaan worden aan de eis om voor iedere vierkante meter nieuwe bebouwing elders in de gemeente landschapsontsierende bebouwing te slopen.
ute
rij ro
aan
15
KGO maatregelen
Het tussenlid blijft behouden, het wordt, vervangen door een meer passende en etree. Het binnenterrein kan hiermee afgesloten blijven. Hekwerk wordt hiermee voorkomen. Het tussenlid wordt vormgegeven met donkere materialen die passen in de omgeving. 16
Het ontwerp moet afgestemd worden met de Stadsbouwmeester van Hardenberg.
5 B E H E E R S M A AT R E G E L E N De provincie Overijssel heeft het Natuurbeheersplan Overijssel 2021 opgesteld. De beoogde inrichting t.b.v. natuurontwikkeling moet hierop aansluiten. Gezien de ligging wordt de droge dooradering versterkt. Hieronder staat de algemene omschrijving hiervan met de doelsoorten. Vervolgens zijn de beheersmaatregelen opgenomen om te komen tot de beoogde doelen.
omdat er tal van voedselbronnen aanwezig zijn in de vorm van eetbare vruchten en zaden. Vleermuizen gebruiken de droge dooradering als oriëntatie tijdens verplaatsingen tussen rust- en foerageergebied. Voor het voorkomen van amfibieën (kikkers, salamanders en paddensoorten) is de aanwezigheid van poelen van groot belang. De belangrijkste soorten die voorkomen in het leefgebied droge dooradering, waarvoor Nederland een internationale verantwoordelijkheid heeft en waarvan het voorkomen door agrarisch natuurbeheer positief kan worden beïnvloed, zijn opgenomen in het overzicht dat hieronder volgt:
Het leefgebied droge dooradering bestaat uit netwerken van lijnvormige landschapselementen. Deze netwerken Vogelsoorten bestaan uit een breed scala aan (al of niet hoog opgaande) Patrijs landschapselementen met uiteenlopende lengte-, breedte- en Grauwe klauwier hoogtedimensies. Het gaat om elzensingels, houtwallen, heggen Korhoen en hagen, lanen, hoogstamboomgaarden, (hakhout)bosjes, Geelgors struwelen, kaden en dijken, tuunwallen, bloemrijke (perceel) Kneu randen, ruigtezomen, overhoekjes, bermen van wegen en Gekraagde roodstaart paden en steilrandjes. Kleine geïsoleerde wateren (poelen) die Grote lijster verspreid in deze gebieden voorkomen worden ook gerekend Ransuil tot de ‘droge dooradering’. Er is hier dus sprake van een overlap Spotvogel met natte dooradering. Ringmus Steenuil Droge dooradering in Overijssel komt grotendeels overeen met Groene specht het kleinschalige cultuurlandschap. Torenvalk Het is voor het bevorderen van soorten van het leefgebied droge dooradering belangrijk om bomen, struwelen en ruigte/ randen te creëren en/of in stand te houden door periodiek Zoogdieren onderhoud uit te voeren. Ook het beheer van perceelranden Das (met name die aan de zuidkant gelegen en) grenzend aan de Meervleermuis dooradering kan van groot belang zijn voor deze soorten.
Een kruidenrijke rand of ruigte langs een landschapselement komt bijvoorbeeld de vegetatieheterogeniteit ten goede en voor veel Insecten soorten daarmee foerageer- en voortplantingsgeschiktheid. Vliegend hert Wanneer elementen in zodanige hoeveelheid, kwaliteit en samenhang voorkomen dat ze van vele soorten vitale (of bron-) populaties herbergen, spreken we van kerngebieden. Kenmerkende vogelsoorten van de droge dooradering zijn zowel Amfibieen Poelkikker soorten die in deze elementen broeden (zoals patrijs, geelgors, Kamsalamander • Boomkikker grauwe klauwier en braamsluiper), als soorten die tijdens de Knoflookpad trek of overwintering afhankelijk zijn van deze elementen Rugstreeppad 17
Natuur Netwerk Nederland nabij plangebied
de droge dooradering (het plangebied valt hier binnen)
BEHEERSMAATREGELEN
Criteria droge dooradering
5.1.
De hierna volgende ecologische kwaliteitscriteria beschrijven de gewenste kwaliteit die de provincie nastreeft in dit leefgebied en zijn richtinggevend bij de uitwerking van de gebiedsaanvragen door de collectieven.
Schraal grasland
Richtlijnen landschapselementen (incl. randen en ruigten):
Poel De poelen moeten na aanleg jaarlijks geschoond worden. Dit
Binnen het plangebied wordt 20.000 m kruidenrijk grasland
kan minder vaak mits ze niet dichtgegroeid zijn. Daarnaast eens
gerealiseerd. Dit is momenteel in gebruik als agrarische grond
per 5-10 jaar op diepte brengen en uitbaggeren. Schonen en op
en kent daardoor een voedselrijke bodem. Het is zaak om de
diepte brengen zo veel mogleijk gefaseerd in de periode half
komende jaren een verschralingsbeheer toe te passen. Dit
september tot eind oktober.
2
houdt concreet in dat gras niet bemest mag worden. Ook moet Creëren van een samenhangend netwerk voor landschapselementen (incl. randen/ruigten en botanisch beheer). De verschillende landschapselementen moeten leiden tot een samenhangend netwerk van droge dooradering. Daarbij kunnen bestaande natuur en agrarisch natuurbeheer elkaar versterken. Onderdelen binnen het gebied worden zoveel mogelijk met elkaar verbonden; Randen/ruigten en landschapselementen worden zodanig beheerd dat er kruidenrijke zoom- en mantelvegetaties ontstaan, c.q. in stand blijven. De opgaande beplantingen, randen/ruigten en andere landschapselementen vormen op den duur een aaneengesloten infrastructuur. Beheereenheden sluiten waar mogelijk aan op natuurgebieden; Nieuwe contracten voor houtwallen en singels zijn alleen mogelijk in combinatie met randen/zoombeheer, zoveel mogelijk op de zongeëxponeerde zijde en nooit op de noordkant. Nieuwe botanische beheercontracten zijn alleen mogelijk als randenbeheer en op kleine kansrijke percelen van maximaal ca 0,5 ha in combinatie met de aanleg van poelen en/of plasdras oevers, of aanleg van houtwallen; Lopende contracten botanisch beheer die volgens de nulmeting van Ecogroen goed scoren, mogen worden verlengd.