Regels TAM-omgevingsplan Schansweg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar
Tekst van het document
Er is sprake van een passende maatvoering indien deze is afgestemd op gangbare auto's, zoals opgenomen in de richtlijnen en maatvoering in de "Parkeernormennota Hardenberg" (datum vaststelling raad 17 juli 2018) of later door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen vervangende beleidsregel(s); of, c. er kan worden afgeweken van het bepaalde in sub a en b: indien het voldoen aan die bepalingen op overwegende bezwaren stuit; en, als wordt voorzien in een parkeergelegenheid die gelet op de parkeerbelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig is, bijvoorbeeld in de vorm van alternatieve parkeerruimte in de nabijheid, daarbij rekening houdend met de reeds bestaande bebouwing ter plaatse en de mogelijkheid van dubbelgebruik. 4. Er kunnen vergunningvoorschriften worden verbonden ten aanzien van het realiseren en in standhouden van de parkeergelegenheid. 10.2
Laden en lossen
1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te bouwen of een gebruiksactiviteit aan te vangen of te intensiveren die een toename van het laden of lossen van goederen tot gevolg heeft. 2. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening met daarop de eventuele bestaande en nieuw te realiseren laad- en losruimte; en, b. een beschrijving van de (aantallen) vervoersbewegingen. 3. De volgende beoordelingsregels zijn van toepassing: a. er dient aan, in of onder dat gebouw, of op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort in voldoende mate te zijn voorzien in laad- en losruimte; of bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 27
b. er kan worden afgeweken van het bepaalde in sub a: indien het voldoen aan die bepalingen op overwegende bezwaren stuit; en, als wordt voorzien in een laad- en losruimte die gelet op de verkeerbelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig is. 4. Er kunnen vergunningvoorschriften worden verbonden ten aanzien van het realiseren en in standhouden van de laad- en losruimte.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 28
Artikel 11 11.1
Planologische gebruiksactiviteiten
Toegestane gebruiksactiviteiten
11.1.1 Mantelzorg / extra huishouden 1. Het is toegestaan mantelzorg te bieden in een (bedrijfs)woning of het huishouden aan te vullen met een huishouding ten behoeve van dringende sociale, verzorgings- of sociaaleconomische redenen. 2. Voor zover niet vergunningvrij is toegestaan op basis van artikel 22.36 en 22.37 mag deze mantelzorg of het extra huishouden niet plaatsvinden in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk bij een bedrijfswoning. 11.1.2 Evenementen 1. Het omgevingsplan verzet zich niet tegen het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van evenementen en andere meerdaagse of regelmatig terugkerende activiteiten met een maximum van drie evenementen per jaar met een duur van ten hoogste 15 dagen per evenement, mits, voor zover noodzakelijk, een omgevingsvergunning op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is verleend.
11.2
Vergunningplichtige gebruiksactiviteiten
11.2.1 (Pre)mantelzorg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende gebruiksactiviteiten uit te voeren: a. voor zover niet vergunningvrij is toegestaan op basis van artikel 22.36 en 22.37: het bieden van mantelzorg danwel het huisvesten van een extra huishouding ten behoeve van dringende sociale, verzorgings- of sociaaleconomische redenen in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk bij de bedrijfswoning; b. het tijdelijk bieden van pré-mantelzorg in een (bedrijfs)woning vooruitlopend op de verlening van mantelzorg. 2. De omgevingsvergunning voor mantelzorg of een extra huishouden in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk van een bedrijfswoning wordt verleend indien de gebruiksactiviteit voldoet aan de volgende voorwaarden: a. het gebruik leidt niet tot een beperking van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. het gebruik moet passen binnen de aard, schaal en het beeld van het perceel en de omgeving; c. er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; en, d. het gebruik doet geen onevenredige afbreuk aan de doelstellingen en oogmerken voor het betreffende gebied en de betreffende functie. 3.
De omgevingsvergunning voor pré-mantelzorg wordt verleend als het bieden van pré-mantelzorg plaatsvindt in overeenstemming met de "Beleidsregel pré-mantelzorgwoningen gemeente Hardenberg" (datum vaststelling college 3 oktober 2023) of later door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen vervangende beleidsregel(s). 11.2.2 Kleinschalige duurzame energiewinning 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning gronden te gebruiken voor kleinschalige duurzame energiewinning ten behoeve van de opwekking van windenergie en zonne-energie op gebouwen in afwijking van de toegedeelde functie in Hoofdstuk 2. bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 29
2. De omgevingsvergunning wordt verleend voor zover het realiseren van de bouwwerken daarvoor op basis van de bouwregels bij die functie mogelijk is. 11.3
Aanwijzing verboden gebruiksactiviteiten
1. Gebruiksactiviteiten die in strijd zijn met het karakter en het oogmerk van de aan locaties toegedeelde functies in Hoofdstuk 2 zijn verboden, een en ander behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de functie gerichte gebruik van de gronden en bouwwerken. 2. Het verbod in het eerste lid omvat in ieder geval het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor niet-bestaande activiteiten die voldoen aan de omschrijvingen in kolom 1 (type projecten) en aan de bijbehorende omschrijvingen in kolom 2 (mer-plicht) van bijlage V bij het Omgevingsbesluit. 3. Gebruiksactiviteiten die op grond dit hoofdstuk niet zijn toegestaan - rechtstreeks danwel na melding of middels een omgevingsvergunning - zijn verboden. 4. Het gebruik als seksinrichting is verboden. 5. Het wonen in een zorgwoning door niet hulpbehoevenden of professionele hulpverleners die zorg- of hulp verlenen aan ter plaatse wonende hulpbehoevenden is verboden. 6. Het gebruik als hyperscale datacentrum is verboden.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 30
Artikel 12 12.1
Ruimtelijke bouwactiviteiten
Bouwen van bouwwerken
12.1.1 Bestaande maatvoering toegestaan 1. Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken meer bedragen dan op grond van deze titel danwel Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toegestaan worden aangehouden en in stand gehouden. 2. In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, minder bedragen dan op grond van deze titel danwel Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toegestaan worden aangehouden en in stand gehouden. 12.1.2 Anti-dubbeltelregel 1. Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. 2. Bouwwerken die eenmaal in aanmerking zijn genomen bij het toestaan van een vergroting van het oorspronkelijke bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of het gebruik daarvan, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. 12.2
Toegestane activiteiten
12.2.1 Aanwijzing toegestane bouwactiviteiten 1. Het is toegestaan zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken mits het in overeenstemming is met: a. artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of, b. elders in het omgevingsplan algemeen vastgestelde vergunningvrij bouwactiviteiten (artikel 22.27 of diens opvolger), de toegedeelde functie én de vaste beoordelingregels van dit omgevingsplan die op die locatie van toepassing zijn. 2. Het is toegestaan zonder omgevingsvergunning bouwwerken te realiseren en in stand te houden ten behoeve van: a. nutsvoorzieningen; b. voorzieningen voor verkeer, parkeren en verblijf; c. groenvoorzieningen en ecologische voorzieningen; d. waterhuishoudkundige voorzieningen. 3. Het is toegestaan zonder omgevingsvergunning een mechanische voorziening of technische installatie inclusief bijbehorende onderdelen zoals een omkasting (voor bijvoorbeeld luchtverversing, warmte- en/of koudeopwekking en elektriciteitsopwekkingssystemen) op de grond in het achtererfgebied te realiseren en in stand te houden, met uitzondering van windturbines. 4. Voor de bouwwerken als bedoeld in het tweede en derde lid gelden de volgende voorwaarden: a. de bouwwerken behoren bij de toegedeelde functie; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 meter; en, c. de oppervlakte bedraagt maximaal 15 m2.
12.3
Vergunningplichtige activiteiten
12.3.1 Aanwijzing vergunningplichtige bouwactiviteiten 1. Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 31
bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken, anders dan: a. de bouwactiviteiten als bedoeld in 12.2.1 (toegestane bouwactiviteiten); en, b. de toegestane bouwactiviteiten, als bedoeld in Hoofdstuk 2. 12.3.2 Beoordelingsregels vergunningplichtige bouwactiviteiten: algemeen 1. De omgevingsvergunning wordt verleend indien: a. de bouwactiviteit voldoet aan de beoordelingsregels als bedoeld in Hoofdstuk 2. b. de bouwactiviteit voldoet aan de beoordelingsregels als opgenomen in deze subparagraaf. 12.3.3 Beoordelingsregels woningsplitsing voormalige boerderij De volgende beoordelingsregels zijn van toepassing op de omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten die verband houden met het toestaan van extra woningen per bouwperceel: a. er is één woning extra toegestaan, indien de bestaande inhoud van de aaneengesloten bebouwing meer dan 1.000 m3 bedraagt, met inachtneming van het bepaalde in c tot en met i; b. er zijn twee woningen extra toegestaan, indien de bestaande inhoud van de aaneengesloten bebouwing meer dan 1.500 m3 bedraagt, met inachtneming van het bepaalde in c tot en met i; c. de extra woning mag/de extra woningen mogen uitsluitend worden gerealiseerd binnen de aaneengesloten bebouwing van een voormalige boerderij, te weten de woonruimte met aangrenzende deel of soortgelijke inpandige ruimte; d.
de uiterlijke verschijningsvorm van de voormalige boerderij moet in stand blijven; e. de gezamenlijke inhoud van de woningen mag niet meer bedragen dan de bestaande inhoud van de aaneengesloten bebouwing; f. de extra woning dient/de extra woningen dienen te passen binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma; g. er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden of functie van aangrenzende gronden; h. op geen van de gevels van een extra woning mag, bij voltooiing, de geluidsbelasting vanwege een weg of spoorweg de standaardwaarden overschrijden; en, i. de inpassing op het erf en in het landschap vindt op zorgvuldige wijze plaats en wordt in stand gehouden, aan de hand van een ruimtelijk kwaliteitsplan dat in overeenstemming is met de toepasselijke gemeentelijke landschapsidentiteitskaart die geldt ten tijden van het verrichten van de bouwactiviteit. 12.3.4 Extra beoordelingsregels voor bouwactiviteiten (nadere beoordelingsruimte) 1. Voor bouwactiviteiten die niet in overeenstemming zijn met de regels voor bouwactiviteiten in Hoofdstuk 2 gelden de volgende afwijkingsmogelijkheden: a. het afwijken tot niet meer dan 10% van de maten, afmetingen en percentages als opgenomen in Hoofdstuk 2; b.
het in geringe mate aanpassen van het beloop of het profiel van de wegen of de aansluiting van wegen onderling, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; c. het afwijken van functie- of bebouwingsgrenzen, indien noodzakelijk ter aanpassing aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein, of uit oogpunt van doelmatig gebruik van gronden en bebouwing, mits die afwijkingen ten opzichte van wat is aangegeven niet meer dan 5 m bedragen; d. het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits niet hoger dan 3 meter en de oppervlakte niet meer dan 50 m² bedraagt; e. het bouwen van een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 meter, onder andere onder de specifieke voorwaarden zoals opgenomen in lid 4 en 6; en, f. voor het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken voor: ecologische voorzieningen, zoals uitkijkpunten en observatiehutten; bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 32
2.
3.
4.
5.
eenvoudige dagrecreatieve voorzieningen, zoals schuilgelegenheden, rustpunten en informatieborden, waarvan de oppervlakte niet meer dan 25 m2 en de bouwhoogte niet meer dan 12 meter mag bedragen. De volgende beoordelingsregels zijn daarbij van toepassing: a. er ontstaat geen strijd met de regels in afdeling 22.3 van de bruidsschat; en, b. er ontstaat geen onevenredige aantasting van: de functie- en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of bouwwerken; de verkeersveiligheid; de parkeervoorzieningen; het bebouwingsbeeld; het landschap. Er kunnen met het oog op landschappelijke inpassing voorschriften aan een omgevingsvergunning worden verbonden om de inpassing op het erf en in het landschap op zorgvuldige wijze plaats te laten vinden en in stand te houden, aan de hand van een ruimtelijk kwaliteitsplan dat in overeenstemming is met de toepasselijke gemeentelijke landschapsidentiteitskaart die geldt ten tijden van het verrichten van de bouwactiviteit. In aanvulling op het tweede lid zijn voor het bouwen van een antenne-installatie voor mobiele communicatie de volgende beoordelingsregels van toepassing: a.
het doel van de antenneplaatsing is verbeterde dekking en/of capaciteit van een mobiel netwerk en kan niet bereikt worden met de plaatsing van vergunningsvrije antenne-installaties op gebouwen, bestaande zendmasten of andere bestaande bouwwerken zoals lichtmasten en verkeersportalen; b. de antenne-installatie wordt zoveel mogelijk uit het zicht geplaatst; c. de antenne-installatie en bijbehorende apparatuur dienen zoveel mogelijk te worden geïntegreerd in de architectuur of omgeving, ook door zo veel mogelijk aan te sluiten bij bestaande bebouwing of (groen)elementen; d. de antenne-installatie, de bijbehorende technische installaties en de bedrading moeten door zorgvuldige materiaal- en kleurkeuze in de omgeving ingepast worden; e. de antenne-installatie mag geen afbreuk doen aan de visuele kwaliteit van een gebouw en de omgeving en specifieke architectonische kenmerken niet aantasten; f.
de antenne-installatie mag geen onevenredige of onomkeerbare afbreuk doen aan de waarde van monumentale gebouwen of beschermde dorpsgezichten, waarbij: blijvende bouwkundige aantasting of (gevolg)schade aan het monument moet worden voorkomen; de zichtbaarheid van de antenne vanaf de openbare ruimte moet worden geminimaliseerd; bliksem- en brandbeveiliging moeten worden aangepast op de nieuwe situatie; restauratie- en onderhoudswerkzaamheden, in aan of op het monument moeten ongehinderd doorgang kunnen vinden; en, g. bij antenneplaatsing moet gestreefd worden naar een zo klein mogelijke impact op de ondergrond. Aansluitingen op ondergrondse infra moet plaatsvinden door zo weinig mogelijk ruimtebeslag in die ondergrond en zo weinig mogelijk graafwerkzaamheden. Het heeft de voorkeur dat aanbieders zoveel mogelijk opstelpunten delen (site-sharing). In aanvulling op artikel 22.35 en 14.2 worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een antenne-installatie voor mobiele communicatie voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een toelichting op de locatiekeuze vanuit de gewenste mobiele connectiviteit en vanuit netwerktechnisch oogpunt voor tenminste één van de netwerken van de mobiele operators; b. een toelichting of er is gekeken naar plaatsing op bestaande
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 33
antenne-opstelpunten; en, c. het bij een aanvraag van een omgevingsvergunning ter beoordeling voor te leggen materiaal dient een goed beeld te geven van de inpassing van de beoogde installatie in zijn omgeving, compleet met toebehorende infrastructuur. 6. In aanvulling op het tweede lid zijn voor het bouwen van een antenne-installatie voor radiozendamateurs de volgende beoordelingsregels van toepassing: a. het doel van de antenneplaatsing is verbeterde dekking en/of capaciteit van een radiozendnetwerk en kan niet bereikt worden met de plaatsing van een lagere antenne-installatie of vergunningsvrije antenne-installaties; b. de antenne-installatie mag niet voor de voorgevelrooilijn staan, bij voorkeur op het achtererf; c. de antenne-installatie mag niet op en/of boven gronden van derden komen; d. indien er welstandseisen van toepassing zijn, dient er te worden voldaan aan redelijke eisen van welstand. De kleur dient in de meeste gevallen bij voorkeur grijs of vergelijkbaar te zijn; e. de antenne-installatie mag niet meer dan 5 meter hoger zijn dan de nok van het hoofdgebouw op het perceel; f. er wordt maximaal één antenne-installatie per bouwperceel op grond van dit lid opgericht; g. de antenne-installatie bevindt zich niet in beschermd dorpsgezicht; h. de antenne-installatie bevindt zich niet bij of in de onmiddellijke nabijheid van een rijks- of gemeentelijk monument; en, i.
de antenne-installatie mag geen onaanzienlijke inbreuk op hun woon- en leefomgeving veroorzaken. 7. In aanvulling op artikel 22.35 en 14.2 worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een antenne-installatie voor radiozendamateurs voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. diploma radiozendamateur; b. de door of namens de overheid verleende zendvergunning; en, c. een motivering ten aanzien van het doel en de wijze van uitvoering van de antenne-installatie, waaruit blijkt dat de antenne-installatie geen onaanzienlijke inbreuk op hun woon- en leefomgeving veroorzaakt. 12.4
Verboden bouwactiviteiten
Het is verboden een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken: a. met een andere functie en anders dan de bouwactiviteiten bedoeld in hoofdstuk 2; b. anders dan de bouwactiviteiten bedoeld in dit artikel.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 34
Artikel 13 13.1
Verrichten van werken en werkzaamheden
Aanwijzing toegestane aanlegactiviteiten
Het is toegestaan zonder omgevingsvergunning de volgende aanlegactiviteiten te verrichten en de aan te leggen werken in stand te houden en te gebruiken, mits deze behoren bij de toegedeelde functie: a. nutsvoorzieningen; b. infrastructurele voorzieningen (waaronder parkeervoorzieningen); c. verblijfsvoorzieningen; d. groenvoorzieningen en ecologische voorzieningen; en, e. vaar- en waterhuishoudkundige voorzieningen. 13.2
Vergunningplichtige activiteiten
13.2.1 Gesloten bodemenergiesysteem 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gesloten bodemenergiesysteem aan te leggen. 2. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. het gesloten bodemenergiesysteem de eerste waterscheidende laag niet doorboort; en, b. het risico op lekkage van bodembedreigende stoffen naar het grondwater acceptabel is. 13.2.2 Dempen waterlopen 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning waterlopen te dempen. 2. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. de demping geen negatieve invloed heeft op het watersysteem; b. de demping niet leidt tot een beperking van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; c. het (deels) dempen noodzakelijk is om watersystemen van elkaar gescheiden te houden om waterstaatkundige redenen; en, d. de te dempen waterloop voor aanvang van demping grondig wordt geschoond van aanwezige beplanting en bagger.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 35
Hoofdstuk 4 Artikel 14 14.1
Procesregels Algemene bepalingen
Rangorde
1. Indien op basis van hoofdstuk 3 op een locatie als gevolg van een stapeling van gebiedsaanwijzingen meerdere locatiegebonden en/of meer specifieke regelingen gelden, dan gaat de regeling voor die het meest bijdraagt aan de doelen van dit omgevingsplan als opgenomen in artikel 1.3. 2. De regels in dit plan gaan voor op het omgevingsplan dat van rechtswege is ontstaan.
14.2
Algemene indienings- en aanvraagvereisten
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit of een melding op grond van dit plan worden volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aanduiding (aard en omvang) van de activiteit of activiteiten waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd c.q. de melding wordt ingediend; b. naam, adres, e-mailadres (voor zover beschikbaar), en woonplaats van de melder of aanvrager en diens eventuele gemachtigde; c. de verwachte datum van het begin van de activiteit ingeval van een melding; d. een situatietekening of kaart met een schaal van tenminste 1:1.000 voorzien van een noordpijl waarop de ligging, indeling en uitvoering van de activiteit op de locatie ten opzichte van de omgeving is aangegeven; e. gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventuele benodigde beoordeling op grond van dit plan. 14.3
Advies
1. Het bevoegd gezag vraagt advies aan de stadsbouwmeester over de welstandsaspecten van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten; 2. De stadsbouwmeester baseert zijn/haar welstandsadvies op de criteria uit de vastgestelde beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. Voorzover de regels aan ruimtelijke bouwactiviteiten met betrekking tot de voorgeschreven maximale goothoogte en maximale bouwhoogte en de plaatsing op het bouwperceel ruimte bieden voor verschillende mogelijkheden van het realiseren van gebouwen, is deze ruimte tevens bedoeld voor het kunnen stellen van voorwaarden op basis van deze welstandscriteria (voor zover die binnen het betreffende gebied van toepassing zijn) mits: a. de vermindering van de goot- en bouwhoogte niet meer bedraagt dan 15% van de maximaal toegestane goot- en bouwhoogte; en, b. de binnen de regels te realiseren oppervlakte niet wordt verminderd. 14.4
Algemene beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning
1. Voor een activiteit waarvoor overeenkomstig de daarop toepasselijke beoordelingsregels, als bedoeld in Hoofdstuk 2, geen omgevingsvergunning kan worden verleend, of die niet overeenkomstig de voor de activiteit geldende algemene regels in deze hoofdstukken kan worden uitgevoerd, kan een omgevingsvergunning worden verleend als wordt voldaan aan de volgende criteria: bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 36
a. er zijn geen geschikte alternatieven en het doorgang vinden van de activiteit is noodzakelijk met het oog op een van de daarop toepasselijke doelen en/of oogmerken; en, b. het met weigering van de omgevingsvergunning of handhaving van de algemene regel, als bedoeld in de aanhef, te dienen belang is onevenredig in verhouding tot het doel en/of oogmerk van de activiteit. 2. Bij de toepassing van het eerste lid, worden de rechtstreeks bij de activiteit betrokken omgevingsdoelen en/of –oogmerken afgewogen, af voor zover niet uit een instructieregel, dit omgevingsplan of de aard van de betrokken activiteit een beperking voortvloeit. 14.5
Algemene weigeringsgronden omgevingsvergunning
Een omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a. het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit; b. het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften; c. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; en, d. de gemeentelijke doelstellingen als opgenomen in Artikel 4. 14.6 Algemene bevoegdheid stellen maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften 1. Er kunnen met het oog op de belangen zoals genoemd in dit omgevingsplan maatwerkvoorschriften worden gesteld ten aanzien van activiteiten zoals opgenomen in Hoofdstuk 2. 2. Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen in dit hoofdstuk tenzij anders is bepaald. 3. Deze maatwerkvoorschriften strekken slechts tot het waarborgen van de veiligheid, het beschermen van de gezondheid en het beschermen van het milieu. 4. Maatwerkvoorschriften worden genomen in onvoorziene situaties, bijzondere gevallen, lokale omstandigheden en het bereiken van ambities voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. 5. Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit kan worden verbonden. 6. Er kunnen voorschriften aan een omgevingsvergunning worden verbonden.
Deze vergunningvoorschriften strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning is vereist. 14.7
Gelijkwaardigheid
1. Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning in plaats van een maatwerkregel of een vergunningvoorschrift als bedoeld in 14.6, een gelijkwaardige maatregel te treffen. 2. Met de gelijkwaardige maatregel wordt ten minste hetzelfde resultaat bereikt als met de voorgeschreven maatregel of het vergunningvoorschrift is beoogd. 14.8
Normadressaat
1. Aan de hoofdstukken 1, 4 en 5 die algemeen geldende bepalingen bevatten, wordt door een ieder – waaronder de gemeente - voldaan. 2. Aan het Hoofdstuk 2 dat gaat over de verschillende gebiedsaanwijzingen wordt voldaan door de eigenaar van de locatie en/of degene die uit anderen hoofde bevoegd is over de locatie te beschikken. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de locatie. 3. Aan Hoofdstuk 3 wordt voldaan door degene die de activiteit verricht en/of laat
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 37
verrichten. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
14.9
Administratieve bepaling
Het bevoegd gezag is bevoegd om rekening te houden met de herziening en vervanging van de NEN-normen, voornormen, praktijkrichtlijnen en andere voorschriften waarnaar in dit omgevingsplan - of in de bij dit omgevingsplan behorende bijlagen - wordt verwezen, indien de betrokken norm, voornorm, praktijkrichtlijn of het voorschrift is herzien of vervangen en die herziening of vervanging is gepubliceerd.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 38
Hoofdstuk 5 Artikel 15 15.1
Overgangsrecht- en slotbepalingen Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit 'TAM-omgevingsplan Schansweg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar' aanwezig of in uitvoering is, of gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van dit 'TAM-omgevingsplan Schansweg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar' mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit 'TAM-omgevingsplan Schansweg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar' maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende omgevingsplan van rechtswege, daaronder begrepen de overgangsbepalingen. 15.2
Overgangsrecht gebruik ten dienste van functie
1. Het gebruik van gronden en bouwwerken ten dienste van de functie (of andere gebiedsaanwijzing) als bedoeld in Hoofdstuk 2 dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit 'TAM-omgevingsplan Schansweg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar' en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met dit 'TAM-omgevingsplan Schansweg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar' strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit 'TAM-omgevingsplan Schansweg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar' strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit 'TAM-omgevingsplan Schansweg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik, dat al in strijd was met het voorheen geldende omgevingsplan van rechtswege voor die locatie, daaronder begrepen de overgangsbepalingen. 15.3
Overgangsrecht overig activiteiten
1. Een ontheffing of vergunning voor een activiteit die op grond van dit 'TAM-omgevingsplan Schansweg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar': a. vergunningplichtig is, geldt als een omgevingsvergunning voor die activiteit; b. meldingsplichtig is, geldt als een melding voor die activiteit. 2. Een melding of een informatieplicht voor een activiteit die op grond van dit 'TAM-omgevingsplan Schansweg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar' bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 39
meldingsplichtig is, geldt als een melding voor die activiteit. 3. Een voorschrift uit een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een activiteit die op grond van dit 'TAM-omgevingsplan Schansweg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar' niet vergunningplichtig is, geldt als een maatwerkvoorschrift voor zover het mogelijk is op grond van dit omgevingsplan over die activiteit maatwerkvoorschriften te stellen. 4. Op activiteiten die op het moment van de inwerkingtreding van dit 'TAM-omgevingsplan Schansweg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar' krachtens de tot dan geldende wetgeving en voorschriften plaatsvinden, zijn de bepalingen van de hoofdstukken 1 en 3 t/m 5 van dit omgevingsplan rechtstreeks van toepassing.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 40