Regels TAM-omgevingsplan Schansweg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Schansweg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4
Algemene bepalingen Begripsbepalingen Meet- en rekenbepalingen Toepassingsbereik Doelen
4 4 5 7 8
Hoofdstuk 2 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Functies en andere gebiedsaanwijzingen Agrarisch - Besloten heideontginningslandschap Agrarisch - Open veenontginningslandschap Wonen - Wonen in besloten heideontginningslandschap Wonen - Wonen in open veenontginningslandschap Overige zone - gebieden met archeologische (verwachtings)waarde
9 9 12 15 20 25
Hoofdstuk 3 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Algemene regels ten aanzien van activiteiten Parkeeractiviteiten Planologische gebruiksactiviteiten Ruimtelijke bouwactiviteiten Verrichten van werken en werkzaamheden
27 27 29 31 35
Hoofdstuk 4 Artikel 14
Procesregels Algemene bepalingen
36 36
Hoofdstuk 5 Artikel 15
Overgangsrecht- en slotbepalingen Overgangsrecht
39 39
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 2
Regels
Dit plan beoogt de verplaatsing van een woonfunctie van naast perceel Schanweg 1 naar naast Schansweg 3. Tevens beoogt dit plan om de bouwmogelijkheden op het perceel Verlengde Broekdijk 39a-41 in Kloosterhaar in te perken. Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk in het omgevingsplan van de gemeente Hardenberg. Technisch is het dat niet, maar dat hoeft ook nog niet. Juridisch moeten de hoofdstukken van dit plan worden gelezen als paragrafen van hoofdstuk 22al van het omgevingsplan van de gemeente Hardenberg. Dus: hoofdstuk 1 (Algemene bepalingen) moet worden gelezen als hoofdstuk 22al, paragraaf 1; hoofdstuk 2 (Functies en andere gebiedsaanwijzingen) moet worden gelezen als hoofdstuk 22al, paragraaf 2; hoofdstuk 3 (Algemene regels ten aanzien van activiteiten) moet worden gelezen als hoofdstuk 22al, paragraaf 3; hoofdstuk 4 ( Procesregels) moet worden gelezen als hoofdstuk 22a, paragraaf 4; hoofdstuk 5 (Overgangsrecht en slotbepalingen) moet worden gelezen als hoofdstuk 22a, paragraaf 5.
Bijlage 1 (bij locatie Schansweg 3 en Verlengde Broekdijk 39a-41) moet worden gelezen als bijlage Z.22al.1 (begrippen) Bijlage 2 (bij locatie Schansweg 3 en Verlengde Broekdijk 39a-41) moet worden gelezen als bijlage Z.22al.2 (kleinschalige bedrijfsactiviteiten) Bijlage 3 (bij locatie Schansweg 3 en Verlengde Broekdijk 39a-41) moet worden gelezen als bijlage Z.22al.3 (ruimtelijk kwaliteitsplan) Bijlage 4 (bij locatie Schansweg 3 en Verlengde Broekdijk 39a-41) moet worden gelezen als bijlage Z.22al.4 (sloopbewijs) Bijlage 5 (bij locatie Schansweg 3 en Verlengde Broekdijk 39a-41) moet worden gelezen als bijlage Z.22al.5 (LIK Radewijk - Hoogenweg - Bruchterveld - Sibculo) Bijlage 6 (bij locatie Schansweg 3 en Verlengde Broekdijk 39a-41) moet worden gelezen als bijlage Z.22al.6 (LIK Slagharen - De Krim - (oud)Lutten)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 3
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Algemene bepalingen Begripsbepalingen
1. De begripsbepalingen in Bijlage 1 bij dit TAM-omgevingsplan zijn van toepassing voor dit TAM-omgevingsplan. 2. De begripsbepalingen in de volgende bijlagen zijn van toepassing voor dit TAM-omgevingsplan, tenzij in Bijlage 1 bij dit TAM-omgevingsplan daarvan is afgeweken: bijlage bij de Omgevingswet; bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving; bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; bijlage I bij het Omgevingsbesluit; bijlage 1 bij de Omgevingsregeling.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 4
Artikel 2
Meet- en rekenbepalingen
1. Voor dit TAM-omgevingsplan gelden de volgende meet- en rekenbepalingen: a. de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; b. de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, ondergeschikte bouwdelen worden hierbij buiten beschouwing gelaten; c. de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; d. de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; e. de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
Ruimten, zoals kelders en kruip- en soortgelijke ruimten, onder de onderzijde van de begane grondvloer - en tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren - worden niet meegerekend bij de inhoud van een bouwwerk, tenzij: de onderzijde van de begane grondvloer op meer dan 0,3 meter boven peil is gelegen, of; de kelder aan de buitenzijde een directe toegang heeft. In bestaande situaties wordt een kelder waarvan de onderzijde van de begane grondvloer op meer dan 0,3 meter boven peil is gelegen of de kelder aan de buitenzijde een directe toegang heeft, niet meegerekend bij de inhoud van een bouwwerk. Bij recreatiewoningen wordt de inhoud van een kelder onder de recreatiewoning wel meegeteld bij de inhoud van de woning; f. het bebouwingspercentage: een aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; g. de bruto vloeroppervlakte: de oppervlakte van een ruimte of van een groep van ruimten gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen; h. het verkoopvloeroppervlakte: de vloeroppervlakte van alle voor mensen toegankelijke ruimten binnen een gebouw voor detailhandel, onder welke ruimten niet zijn begrepen opslag-, personeels-, sanitaire en andere dienstruimten, garderobes en keukens; i.
de ashoogte van een windturbine: turbines met een horizontale as: vanaf het middelpunt van de as van de wieken tot aan het aansluitende afgewerkte terrein; turbines met een verticale as: vanaf de rotor tot aan het aansluitende afgewerkte terrein; j. de tiphoogte van een windturbine: turbines met een horizontale as: de ashoogte van een windturbine plus de straal van de rotorcirkel; turbines met een verticale as: de ashoogte van een windturbine plus het deel van de rotorbladen dat daarbovenuit steekt; k. de rotordiameter van een windturbine: deze wordt bepaald door het maximale bereik van de rotordiameter, gemeten loodrecht op de as; l. wijziging van een (spoor)weg: daaronder wordt bij een weg verstaan: het verplaatsen van een of meer rijstroken met meer dan 2 meter; het verhogen of verlagen van de rijstroken met meer dan 1 meter; een toename van het aantal rijstroken, niet zijnde voorsorteerstroken en in- en uitvoegstroken;
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 5
het vervangen van een wegdek door een minder stil wegdek; of, het verwijderen van geluidbeperkende maatregelen bestaande uit werken of bouwwerken langs de weg; en bij een spoorweg: het verhogen van de maximumrijsnelheid; het vervangen van spoormaterieel door minder stil spoormaterieel; of, het verhogen van de treinintensiteit. m. waar waarden gelden: op een gevoelig gebouw, anders dan een woonschip of woonwagen: - op de gevel als het gaat om een gevoelig gebouw; en, - op de locatie waar een gevel mag komen, als het gaat om een nieuw te bouwen gevoelig gebouw; op de begrenzing van een locatie voor het plaatsen van een woonschip of woonwagen als het gaat om een woonschip of woonwagen; en in een gevoelige ruimte, als het gaat om een gevoelige ruimte. n. de waarden voor geluid door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen of in geluidgevoelige ruimten zijn niet van toepassing op: het geluid door de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallenbestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval; en, onversterkt menselijk stemgeluid, tenzij het muziekgeluid is of daarmee is vermengd. 2.
Bij de toepassing van het bepaalde over het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de grens van de locatie of de rooilijn met niet meer dan 1 meter wordt overschreden.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 6
Artikel 3
Toepassingsbereik
1. Het oude planologische regime is niet van toepassing op de locatie bedoeld in het derde lid. Onder het oude planologische regime wordt verstaan de besluiten bedoeld in artikel 4.6, lid 1 onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m van de Invoeringswet Omgevingswet die deel uitmaken van het omgevingsplan. 2. De regels in afdeling 22.2 (activiteiten met betrekking tot bouwwerken, open erven en terreinen) met uitzondering van de artikelen 22.36 tot en met 22.39, en de regels in afdeling 22.3 (milieubelastende activiteiten) zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. 3. De regels van dit TAM-omgevingsplan zijn van toepassing op de locaties Schansweg 3 in Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 in Kloosterhaar zoals dat is begrensd in het GML-bestand NL.IMRO.0160.0000TAM0038-VG01 zoals vastgelegd op www.ruimtelijkeplannen.nl.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 7
Artikel 4
Doelen
1. Dit omgevingsplan is met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet gericht op het uitoefenen van de bevoegdheden en taken van de gemeente Hardenberg als bedoeld in artikel 2.1 van de Omgevingswet waarbij sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en andere regels die met het oog daarop nodig zijn als bedoeld in artikel 4.2 van de Omgevingswet. 2. De gemeente Hardenberg staat voor een nieuwe periode van groei waarin we ons ontwikkelen tot landstad Hardenberg. Daarbij staan vier uitgangspunten centraal: a. De groei vasthouden en doortrekken, een stabiele bevolkingsgroei is daarbij een voorwaarde. b. Kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker: we streven naar brede welvaart en een aantrekkelijke omgeving om te wonen, te werken of te ondernemen. c. Ruimte als troefkaart: daarmee onderscheiden we ons, in Hardenberg krijg je veel voor weinig. d. Bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden: we zijn een regionaal economisch en vervoersknooppunt voor noordoost-Nederland. Met de as Zwolle-Hardenberg als basis voor samenwerking en bereikbaarheid. 3. De ontwikkeling naar landstad Hardenberg vindt plaats op basis van de volgende kenmerken: a. een grote verscheidenheid in het landelijk gebied; b. aantrekkelijk wonen; c. een vitale economie; en, d. samen bouwen aan een duurzame toekomst. 4.
Het behouden en versterken van gebiedseigen kenmerken en kwaliteiten van het besloten heide-ontginningslandschap en het open-veenlandschap zoals beschreven in het ruimtelijk kwaliteitsplan in Bijlage 3.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 8
Hoofdstuk 2
Artikel 5
5.1
Functies en andere gebiedsaanwijzingen
Agrarisch - Besloten heideontginningslandschap
Oogmerk
De regels over de functie 'Agrarisch - Besloten heideontginningslandschap' in dit artikel zijn gesteld met het oog op: 1. het behouden en versterken van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van het besloten heideontginningslanschap zoals deze zijn beschreven in de tabel van de Landschaps Identiteit Kaart, opgenomen in Bijlage 6; 2. het bevorderen van natuurinclusieve landbouw; 3. het stimuleren van kringlooplandbouw en klimaatneutrale landbouw. 5.2
Toegestane gebruiksactiviteiten
5.2.1
Toegestane gebruik sactiviteiten
1. De volgende gebruiksactiviteiten zijn toegestaan: a. het exploiteren van een agrarisch bedrijf, uitgezonderd glastuinbouw; b. hobbymatige agrarische activiteiten; c. extensief recreëren in de open lucht en d. het behouden en ontwikkelen van de gebiedskenmerken, kwaliteiten en karakter van het landschap als bedoeld in 5.1. 5.3
Vergunningplichtige gebruiksactiviteiten
5.3.1
Gebruik gewasbeschermingsmiddelen
1. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning chemische gewasbeschermingsmiddelen voor boom- en/of fruitteelt te gebruiken binnen 50 meter van: a. concentraties van woningen (lintbebouwing, buurtschappen en bebouwde kom) b. de NNN-gebieden, zoals bepaald en begrensd in de Omgevingsverordening Overijssel; en, c. recreatieve functies. 2. De omgevingsvergunning wordt verleend indien door middel van onderzoek en/of door het treffen van maatregelen aangetoond kan worden dat het woon- en leefklimaat en de natuurlijke waarden van de omliggende gronden hierdoor niet onevenredig worden aangetast. 5.4
Verboden gebruiksactiviteiten
5.4.1
Aanwijzing verboden gebruiksactiviteiten
Gebruik dat afwijkt van de gebruiksactiviteiten in lid 5.2.1 en 5.3 is verboden. In ieder geval omvat het verbod: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor: 1. glastuinbouw; 2. horeca; 3. detailhandel, met uitzondering van internetwinkels en een beperkte verkoop in het bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 9
4. 5. 6. 7.
klein, in direct verband met de niet-agrarische nevenactiviteit; activiteiten gericht op recreatief nachtverblijf; groothandel; reparatiewerkzaamheden van motorvoertuigen, vaartuigen of caravans; stacaravans op een kleinschalig kampeerterrein.
5.5
Toegestane bouwactiviteiten
5.5.1
Aanwijzing toegestane ruimtelijke bouwactiviteiten
Het is toegestaan zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken ten behoeve van de activiteiten zoals bedoeld in artikel 5.2 mits deze in overeenstemming is met Artikel 12. 5.6
Vergunningplichtige bouwactiviteiten
5.6.1
Aanwijzing vergunningplichtige bouwactiviteiten
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning gebouwen te (ver)bouwen en bouwwerken te realiseren en deze in stand te houden en te gebruiken ten behoeve van de activiteiten als bedoeld in artikel 5.2, anders dan de vergunningvrije bouwactiviteiten bedoeld in Artikel 12.
5.6.2
Vaste beoordelingsregels bouwwerken buiten bouwvlakken
1. De omgevingsvergunning wordt verleend indien het (ver)bouwen van een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, buiten een 'bouwvlak agrarisch bedrijf' voldoet aan de voorwaarden in dit artikel. 2. Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn uitsluitend toegestaan: a. Binnen de deelgebieden 'open heideontginningslandschap en 'open veenontginningslandschap': tijdens de periode 1 maart t/m 30 november voor een maximale duur van 7 maanden per kalenderjaar en voor zover de teeltondersteunende voorziening hoger is dan 1,5 meter op een afstand van minimaal 10 meter tot aangrenzende woonfuncties; b. Op andere locaties: met een maximale bouwhoogte van 2 meter. 3. Paardenbakken zijn niet toegestaan. 4. Kuilvoerplaten, sleufsilo's en mestplaten zijn uitsluitend binnen de deelgebieden toegestaan binnen een afstand van 75 meter van het bouwvlak en minimaal 1 meter achter de voorgevelrooilijn met een maximale bouwhoogte van 2 meter. 5. Mestbassins binnen het deelgebied open veenontginningslandschap zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van foliebassins met bijbehorende omheining met een oppervlakte per agrarisch bedrijf van niet meer dan 750 m2 en een maximale bouwhoogte van 2 meter. 6.
Schuilgelegenheden zijn uitsluitend toegestaan met een ligging van één schuilgelegenheid per één hectare bij elkaar behorende grond, tot een oppervlakte van maximaal 15 m2 per schuilgelegenheid, een goothoogte van maximaal 2,5 meter, een bouwhoogte van maximaal 5 meter en een dakhelling van minimaal 18º. 7. De bouwhoogte van sleufsilo's, kuilvoerplaten en mestplaten bedraagt binnen het deelgebied 'open veenontginningslandschap' niet meer dan 2 meter; 8. De bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen bedraagt niet meer dan 1 meter; 9. De bouwhoogte van overige toegestane andere bouwwerken bedraagt niet meer dan 3 meter, niet zijnde lichtmasten.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 10
5.7
Verboden bouwactiviteiten
5.7.1
Aanwijzing verboden bouwactiviteiten
Bouwactiviteiten die afwijken van de bouwactiviteiten in artikel 5.5 en 5.6 zijn verboden. In ieder geval omvat het verbod: a. andere vormen van mestopslag; b. de bouw van zonnecollectoren buiten een agrarisch bouwvlak; c. het plaatsen van stacaravans op een kleinschalig kampeerterrein. 5.8
Vergunningplichtige overige activiteiten
5.8.1
Aanwijzing vergunningplichtige werken en werkzaamheden
1. Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden te verrichten, in stand te houden en te gebruiken: a. aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. aanleggen en dempen van wateren; c. aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; d. verlagen van de bodem en afgraven van gronden, tenzij daarvoor een vergunning is vereist volgens de Omgevingswet; en e. bebossen of op een andere manier beplanten met houtopstanden. 2. Deze vergunningplicht geldt niet voor het verrichten van het volgende: werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; werken en werkzaamheden, waarmee rechtens is of mag worden begonnen ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; werken en werkzaamheden die worden uitgevoerd ter ontwikkeling van de het landschap eigen gebiedskenmerken als bedoeld in artikel 5.1; werken en werkzaamheden met minder dan 250 m3 grondverzet; kavelpaden, in- of uitritten en het verhogen en/of verlagen van de bodem ten behoeve van foliebassins, mestplaten, kuilvoerplaten en sleufsilo's; werken en werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, onder b, voor zover het betreft het aanleggen van poelen. 5.8.2
Beoordelingsregels werken en werkzaamheden
Voor het verrichten van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden wordt omgevingsvergunning verleend indien door die werken of werkzaamheden, of door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, een of meer waarden of functies van de in dit artikel bedoelde gronden, die het plan beoogt te beschermen: a. niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast; of, b. de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 11
Artikel 6 6.1
Agrarisch - Open veenontginningslandschap
Oogmerk
De regels over de functie 'Agrarisch - Open veenontginningslandschap' in dit artikel zijn gesteld met het oog op: 1. het behouden en versterken van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van het open veenontginningslandschap zoals deze zijn beschreven in de tabel van de Landschaps Identiteit Kaart, opgenomen in Bijlage 5; 2. het bevorderen van natuurinclusieve landbouw; 3. het stimuleren van kringlooplandbouw en klimaatneutrale landbouw. 6.2
Toegestane gebruiksactiviteiten
6.2.1
Aanwijzing toegestane gebruiksactiviteiten
1. De volgende gebruiksactiviteiten zijn toegestaan: a. het exploiteren van een agrarisch bedrijf, uitgezonderd glastuinbouw; b. hobbymatige agrarische activiteiten; c. extensief recreëren in de open lucht en d. het behouden en ontwikkelen van de gebiedskenmerken, kwaliteiten en karakter van het landschap als bedoeld in 6.1. 6.3
Vergunningplichtige gebruiksactiviteiten
6.3.1
Gebruik gewasbeschermingsmiddelen
1. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning chemische gewasbeschermingsmiddelen voor boom- en/of fruitteelt te gebruiken binnen 50 meter van: a. concentraties van woningen (lintbebouwing, buurtschappen en bebouwde kom) b. de NNN-gebieden, zoals bepaald en begrensd in de Omgevingsverordening Overijssel; en, c. recreatieve functies. 2. De omgevingsvergunning wordt verleend indien door middel van onderzoek en/of door het treffen van maatregelen aangetoond kan worden dat het woon- en leefklimaat en de natuurlijke waarden van de omliggende gronden hierdoor niet onevenredig worden aangetast. 6.4
Verboden gebruiksactiviteiten
6.4.1
Aanwijzing verboden gebruiksactiviteiten
Gebruik dat afwijkt van de gebruiksactiviteiten in lid 6.2.1 en 6.3 is verboden. In ieder geval omvat het verbod: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor: 1. glastuinbouw; 2. horeca; 3. detailhandel, met uitzondering van internetwinkels en een beperkte verkoop in het klein, in direct verband met de niet-agrarische nevenactiviteit; 4. activiteiten gericht op recreatief nachtverblijf, met uitzondering van bed & breakfast en boerderijkamers; 5. groothandel; 6. reparatiewerkzaamheden van motorvoertuigen, vaartuigen of caravans; 7. stacaravans op een kleinschalig kampeerterrein.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 12
6.5
Toegestane bouwactiviteiten
6.5.1
Aanwijzing toegestane ruimtelijke bouwactiviteiten
Het is toegestaan zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken ten behoeve van de activiteiten zoals bedoeld in artikel 6.2 mits deze in overeenstemming is met Artikel 12. 6.6
Vergunningsplichtige bouwactiviteiten
6.6.1
Aanwijzing vergunningplichtige bouwactiviteiten
Het is toegestaan om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning gebouwen te (ver)bouwen en bouwwerken te realiseren en deze in stand te houden en te gebruiken ten behoeve van de activiteiten als bedoeld in artikel 6.2, anders dan de vergunningvrije bouwactiviteiten bedoeld in artikel 22.27. 6.6.2
Vaste beoordelingsregels bouwwerken buiten bouwvlakken
1. De omgevingsvergunning wordt verleend indien het (ver)bouwen van een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, buiten een 'bouwvlak agrarisch bedrijf' voldoet aan de voorwaarden in dit artikel. 2. Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn uitsluitend toegestaan: a. Binnen de deelgebieden 'open heideontginningslandschap en 'open veenontginningslandschap': tijdens de periode 1 maart t/m 30 november voor een maximale duur van 7 maanden per kalenderjaar en voor zover de teeltondersteunende voorziening hoger is dan 1,5 meter op een afstand van minimaal 10 meter tot aangrenzende woonfuncties; b. Op andere locaties: met een maximale bouwhoogte van 2 meter. 3. Paardenbakken zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'paardenbak'. 4. Kuilvoerplaten, sleufsilo's en mestplaten zijn uitsluitend binnen de deelgebieden toegestaan binnen een afstand van 75 meter van het bouwvlak en minimaal 1 meter achter de voorgevelrooilijn met een maximale bouwhoogte van 2 meter. 5. Mestbassins binnen het deelgebied open veenontginningslandschap zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van foliebassins met bijbehorende omheining met een oppervlakte per agrarisch bedrijf van niet meer dan 750 m2 en een maximale bouwhoogte van 2 meter. 6.
Een schuilgelegenheid, zijnde een gebouw met maximaal drie wanden, is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'schuilgelegenheid' met een oppervlakte van maximaal 15 m2, een goothoogte van maximaal 2,5 meter, een bouwhoogte van maximaal 5 meter en een dakhelling van minimaal 18º. 7. De bouwhoogte van sleufsilo's, kuilvoerplaten en mestplaten bedraagt binnen het deelgebied 'open veenontginningslandschap' niet meer dan 2 meter; 8. De bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen bedraagt niet meer dan 1 meter; 9. De bouwhoogte van overige toegestane andere bouwwerken bedraagt niet meer dan 3 meter, niet zijnde lichtmasten.
6.7
Verboden bouwactiviteiten
6.7.1
Aanwijzing verboden bouwactiviteiten
Bouwactiviteiten die afwijken van de bouwactiviteiten in artikel 6.5 en 6.6 zijn verboden. In ieder geval omvat het verbod: a. andere vormen van mestopslag; b. de bouw van zonnecollectoren buiten een agrarisch bouwvlak; c. het plaatsen van stacaravans op een kleinschalig kampeerterrein. bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 13
6.8
Vergunningplichtige overige activiteiten
6.8.1
Aanwijzing vergunningplichtige werken en werkzaamheden
1. Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden te verrichten, in stand te houden en te gebruiken: a. aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. aanleggen en dempen van wateren; c. aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; d. verlagen van de bodem en afgraven van gronden, tenzij daarvoor een vergunning is vereist volgens de Omgevingswet; en e. bebossen of op een andere manier beplanten met houtopstanden. 2. Deze vergunningplicht geldt niet voor het verrichten van het volgende: 1. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; 2. werken en werkzaamheden, waarmee rechtens is of mag worden begonnen ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; 3. werken en werkzaamheden die worden uitgevoerd ter ontwikkeling van de het landschap eigen gebiedskenmerken als bedoeld in artikel 6.1; 4. werken en werkzaamheden met minder dan 250 m3 grondverzet; 5. kavelpaden, in- of uitritten en het verhogen en/of verlagen van de bodem ten behoeve van foliebassins, mestplaten, kuilvoerplaten en sleufsilo's; 6.
werken en werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, onder b, voor zover het betreft het aanleggen van poelen.
6.8.2
Beoordelingsregels werken en werkzaamheden
Voor het verrichten van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden wordt omgevingsvergunning verleend indien door die werken of werkzaamheden, of door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, een of meer waarden of functies van de in dit artikel bedoelde gronden, die het plan beoogt te beschermen: d. niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast; of, e. de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 14
Artikel 7 7.1
Wonen - Wonen in besloten heideontginningslandschap
Oogmerk
De regels over de functie 'Wonen - Wonen in besloten heideontginningslandschap' in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het doelmatig gebruik van de bestaande woningen en het waarborgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; b. het behouden en verder ontwikkelen van het karakter van het landelijk gebied en het bouwen aan de ruimtelijke en stedenbouwkundige kwaliteit van het landelijk wonen. 7.2
Toegestane gebruiksactiviteiten
7.2.1
Aanwijzing toegestane gebruiksactiviteiten
1. De volgende gebruiksactiviteiten zijn toegestaan: wonen door één huishouden in een woning. 2. In aanvulling op het eerste lid zijn de volgende ondergeschikte activiteiten aan het wonen toegestaan: a. statische opslag in gebouwen; b. het hobbymatig houden van landbouwhuisdieren; c. het exploiteren van kleinschalige bedrijfsactiviteiten aan huis onder de voorwaarden in artikel 7.2.2; en, d. het exploiteren van boerderijkamers onder de voorwaarden in artikel 7.2.3. 7.2.2
Algemene regels kleinschalige bedrijfsactiviteiten aan huis
1. Voor het exploiteren van kleinschalige bedrijfsactiviteiten aan huis gelden de volgende voorwaarden: a. de exploitatie van de bedrijven zoals vermeld op de Lijst van toegestane kleinschalige bedrijfsactiviteiten in Bijlage 2 zijn in ieder geval toegestaan en ook de bedrijven die gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijkwaardig zijn; b. de activiteit dient in hoofdzaak inpandig te worden verricht; c. de gezamenlijke vloeroppervlakte (inpandig) aan kleinschalige bedrijfsactiviteiten mag niet meer bedragen dan 100 m2, eventueel vermeerderd met een vloeroppervlakte voor een bed & breakfast van niet meer dan 100 m2; d. degene die de activiteit uitoefent, dient ook de gebruiker te zijn van de woning; e. er mag geen opslag van goederen in de openlucht plaatsvinden; f. er is voorzien in voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein. Van voldoende parkeervoorzieningen is sprake als het aantal parkeerplaatsen dat wordt gerealiseerd in overeenstemming is het gemeentelijk beleid ten aanzien van parkeernormen als bedoeld in Artikel 10; en, g. niet toegestaan als kleinschalige bedrijfsactiviteit aan huis zijn: andere horeca-activiteiten dan bed & breakfasts; detailhandel, tenzij het ondergeschikte verkoop betreft, in direct verband met de kleinschalige bedrijfsactiviteit aan huis; en, kinderopvang. 2.
Een bed & breakfast voorziening mag in de woning en/of in maximaal één bijbehorend bouwwerk worden gevestigd. 7.2.3
Algemene regels boerderijkamers
Voor het exploiteren van boerderijkamers gelden de volgende voorwaarden: a. de boerderijkamers mogen alleen worden gevestigd in een voormalige boerderij; b. de gezamenlijke vloeroppervlakte van de boerderijkamers mag niet meer bedragen dan 100 m2; bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 15
c. het aantal slaapplaatsen mag niet meer bedragen dan 15; en, d. er is voorzien in voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein. Van voldoende parkeervoorzieningen is sprake als het aantal parkeerplaatsen dat wordt gerealiseerd in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid ten aanzien van parkeernormen als bedoeld in Artikel 10. 7.3
Vergunningplichtige gebruiksactiviteiten
7.3.1
Aanwijzing vergunningplichtige gebruiksactiviteiten
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende gebruiksactiviteiten uit te voeren onder de voorwaarden in 7.3.2: a. kleinschalige bedrijfsactiviteiten aan huis met – in afwijking van artikel 7.2.2 - een groter vloeroppervlakte dan 100 m2 en/of met opslag van goederen in de openlucht; b. koffie- en theeschenkerij; c. eenvoudige dagrecreatie; d. kapsalons aan huis; e. internetwinkels, al dan niet in combinatie met de opslag van goederen; en, f. het vergroten van het aantal huishoudens door woningsplitsing, mits sprake is van een bestaande inwoningssituatie en voldoende ruimtelijke kwaliteit. Daarvan is sprake als de woningsplitsing wordt gerealiseerd in overeenstemming met de "Kaderstellende beleidsnotitie woningsplitsing bij inwoning" (datum vaststelling college 23 januari 2018) of later door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen vervangende beleidsregel(s). 7.3.2
Extra beoordelingsregels
De omgevingsvergunning wordt verleend indien de gebruiksactiviteit voldoet aan de volgende voorwaarden: a. degene die de activiteit uitoefent, dient ook de gebruiker te zijn van de woning, uitgezonderd de activiteit als bedoeld in 7.3.1 lid 1 onder e; b. de activiteit moet passen binnen de aard, schaal en het beeld van het perceel en de omgeving; c. de activiteit is ondergeschikt aan de woonfunctie; d. de activiteit mag geen onevenredige hinder opleveren voor de omgeving en vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn; e. de activiteit mag de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de nabijgelegen gronden niet aantasten; f. een beperkte verkoop in het klein, in direct verband met de kleinschalige bedrijfsactiviteit is toegestaan; g. de activiteit mag geen onevenredige nadelige invloed hebben op de afwikkeling van het verkeer en er moet sprake zijn van voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein. Van voldoende parkeervoorzieningen is sprake als het aantal parkeerplaatsen dat wordt gerealiseerd in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid ten aanzien van parkeernormen als bedoeld in Artikel 10; en, h. het gebruik doet geen onevenredige afbreuk aan de doelstellingen en oogmerken als bedoeld in Artikel 4 en 7.1. 7.4
Verboden gebruiksactiviteiten
7.4.1
Aanwijzing verboden gebruiksactiviteiten
Gebruik dat afwijkt van de gebruiksactiviteiten in 7.2 en 7.3 is verboden. In ieder geval omvat het verbod: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor de volgende bedrijfsdoeleinden - anders dan kleinschalige bedrijfsactiviteiten aan huis: 1. horeca; 2. detailhandel, met uitzondering van internetwinkels en een beperkte verkoop die bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 16
direct verband heeft met de kleinschalige bedrijfsactiviteit aan huis; 3. verblijfsrecreatie, anders dan bed & breakfasts; 4. groothandel; 5. reparatiewerkzaamheden voor particulieren van motorvoertuigen, vaartuigen of caravans. b. wonen in een zorgwoning door niet hulpbehoevenden of professionele hulpverleners die zorg- of hulp verlenen aan ter plaatse wonende hulpbehoevenden; c. opslag voor de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw; en, d. het anders dan hobbymatig houden van landbouwhuisdieren, tenzij op de kaart anders is weergegeven. 7.5
Toegestane bouwactiviteiten
7.5.1
Aanwijzing toegestane bouwactiviteiten
Het is toegestaan zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken ten behoeve van de activiteiten als bedoeld in artikel 7.2 mits deze in overeenstemming is met Artikel 12. 7.6
Vergunningplichtige bouwactiviteiten
7.6.1
Aanwijzing vergunningplichtige bouwactiviteiten
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning gebouwen te (ver)bouwen en bouwwerken te realiseren en deze in stand te houden en te gebruiken ten behoeve van de activiteiten als bedoeld in 7.2 en 7.3, anders dan de vergunningvrije bouwactiviteiten bedoeld in artikel 7.5.1. 7.6.2
Specifieke aanvraagvereisten
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt, in aanvulling op de algemene indieningsvereisten voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 14.2, een tekening verstrekt waarop de volgende afstanden zijn aangegeven: a. de afstand tot het dichtstbijzijnde agrarische bouwvlak indien deze afstand minder dan 200 meter bedraagt; en, b. de afstand tot de functie recreatie indien deze afstand minder dan 50 meter bedraagt. 7.6.3
Vaste beoordelingsregels voor het bouwen
1. De omgevingsvergunning wordt verleend indien het (ver)bouwen van een gebouw of het realiseren van bouwwerk, geen gebouw zijnde, voldoet aan de volgende voorwaarden: a. per bouwperceel mag het bestaande aantal woningen worden gebouwd; b. Hoofdgebouwen mogen alleen vrijstaand gebouwd worden; c. de inhoud van een woning mag niet meer bedragen dan 750 m3, of niet meer dan de bestaande inhoud indien deze meer dan 750 m3 bedraagt; d. de gezamenlijke oppervlakte van de bij de woning behorende bijbehorende bouwwerken bedraagt niet meer dan 150 m2. e. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden gebouwd op ten minste 1 meter achter het verlengde van de voorgevel van dat hoofdgebouw; f. bij verbouw of herbouw van een woning mogen de gevels niet gesitueerd worden op een kortere afstand tot een agrarisch bouwvlak dan de bestaande afstand. g. bij (ver)bouw van een woning mogen de gevels niet gesitueerd worden op een afstand van minder dan 50 meter van de functie recreatie; h. het bepaalde over bijbehorende bouwwerken is niet van toepassing op een aangebouwd bijbehorend bouwwerk indien deze voldoet aan het bepaalde over hoofdgebouwen; 2.
voor de goothoogte, bouwhoogte en dakhelling van bouwwerken gelden de maatvoeringsbepalingen zoals in de tabel aangegeven, gelden deze bepalingen; bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 17
Bouwwerken
Maximale goothoogte 6 meter 3 meter
Maximale bouwhoogte 10 meter 6 meter
Minimale dakhelling 30º 18º
Hoofdgebouw Bijbehorende bouwwerken Overkappingen 3,5 meter Erf- en 2 meter perceelsafscheiding en op ten minste 1 meter achter de voorgevelrooilijn Overige erf- en 1 meter perceelsafscheiding en Overige andere 10 meter bouwwerken 3. Ter plaatse van het deelgebied 'besloten heideontginningslandschap' bedraagt de goothoogte van het hoofdgebouw maximaal 3,5 meter en van bijbehorende bouwwerken 3 meter. 4. Ter plaatse van het deelgebied 'besloten heideontginningslandschap' mag het hoofdgebouw voor maximaal 30m2 van een platte afdekking worden voorzien. 7.6.4
Extra beoordelingsregels
1. Voor bouwactiviteiten die niet in overeenstemming zijn met de in artikel 7.6.3 genoemde beoordelingsregels, gelden de volgende afwijkingsmogelijkheden: a. Ter plaatse van de deelgebieden 'besloten heideontginningslandschap' is het mogelijk om in afwijking van artikel 7.6.3 eerste lid onder c de inhoud van de woning te vergroten tot maximaal 1.000 m3; b. het in afwijking van artikel 7.6.3 eerste lid onder f en g verkleinen van de minimale afstanden, mits een voldoende woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden en de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische) bedrijven of recreatiefuncties hierdoor niet wordt belemmerd; c. het in afwijking van artikel 7.6.3 tweede en derde lid verhogen van de toegestane goot- en/of bouwhoogte van het hoofdgebouw; d. het in afwijking van artikel 7.6.3 tweede en derde lid verhogen van de toegestane goot- en/of bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat de bouwhoogte van het bijbehorend bouwwerk ondergeschikt dient te blijven aan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, of de goothoogte van het bijbehorend bouwwerk ondergeschikt blijft aan de goothoogte van het hoofdgebouw; e. het in afwijking van artikel 7.6.3 tweede lid verhogen van de toegestane bouwhoogte tot 3 meter voor erf- en terreinafscheidingen en 15 meter voor overige bouwwerken. f.
het in afwijking van artikel 7.6.3 tweede lid verhogen van de toegestane bouwhoogte tot 3 meter voor erf- en terreinafscheidingen en 15 meter voor overige bouwwerken. 2. De volgende beoordelingsregels zijn bij lid 1 daarbij van toepassing, met dien verstande dat het bepaalde onder f alleen van toepassing is bij lid 1 onder a: a. het (ver)bouwplan leidt niet tot een beperking van de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden; b. ten gevolge van het (ver)bouwplan is er ter plaatse van de (nieuwe) gevoelige ruimten sprake van een aanvaardbaar het woon- en leefklimaat; c. het (ver)bouwen van hoofdgebouwen is passend in het straat- en bebouwingsbeeld; d. het (ver)bouwen van hoofdgebouwen doet geen afbreuk aan de verkeersveiligheid; e. het bouwplan voorziet in voldoende parkeervoorzieningen. Van voldoende parkeervoorzieningen is sprake als het aantal parkeerplaatsen dat wordt gerealiseerd in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid ten aanzien van bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 18
parkeernormen als bedoeld in Artikel 10; de inpassing op het erf en in het landschap vindt op zorgvuldige wijze plaats en wordt in stand gehouden, aan de hand van een ruimtelijk kwaliteitsplan dat in overeenstemming is met de toepasselijke gemeentelijke landschapsidentiteitskaart die geldt ten tijden van het verrichten van de bouwactiviteit; en, g. het bouwen doet geen onevenredige afbreuk aan de doelstellingen en oogmerken als bedoeld in de Artikel 4 en 7.1. f.
7.6.5
Extra beoordelingsregels windturbines
Voor windturbines die niet in overeenstemming zijn met de in artikel 7.6.3 en 7.6.4 genoemde beoordelingsregels, gelden binnen het deelgebied 'besloten heideontginningslandschap' de volgende afwijkingsmogelijkheden: a. de tiphoogte van een windturbine bedraagt niet meer dan 25 meter; b. de inpassing van een windturbine op het erf en in het landschap dient op zorgvuldige wijze plaats te vinden en in stand te worden gehouden, aan de hand van een ruimtelijk kwaliteitsplan dat in overeenstemming is met de toepasselijke gemeentelijke landschapsidentiteitskaart die geldt ten tijden van het verrichten van de activiteit; en, c. de windturbine is vanuit milieuoogpunt toelaatbaar en leidt niet tot een onevenredige aantasting van de natuurlijke waarden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden.
7.7
Geboden overige activiteiten
7.7.1
Voorwaardelijke verplichting - sloop
1. Er dient uiterlijk binnen 12 maanden na het onherroepelijk worden van de woonfunctie op de locatie sprake te zijn van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit door de sloop van landschapsontsierende gebouwen conform het sloopplan zoals opgenomen in Bijlage 4 Sloopbewijs Verlengde Broekdijk 39a Kloosterhaar.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 19
Artikel 8 8.1
Wonen - Wonen in open veenontginningslandschap
Oogmerk
De regels over de functie 'Wonen - Wonen in open veenontginningslandschap' in dit artikel zijn gesteld met het oog op: a. het doelmatig gebruik van de woningen en het waarborgen van een aanvaardbaar woonen leefklimaat; b. het behouden en verder ontwikkelen van het karakter van het landelijk gebied en het bouwen aan de ruimtelijke en stedenbouwkundige kwaliteit van het landelijke wonen. 8.2
Toegestane gebruiksactiviteiten
8.2.1
Aanwijzing toegestane gebruiksactiviteiten
De volgende gebruiksactiviteiten zijn toegestaan: a. wonen door één huishouden in een woning. b. In aanvulling op het eerste lid zijn de volgende ondergeschikte activiteiten aan het wonen toegestaan: 1. statische opslag in gebouwen; 2. het hobbymatig houden van landbouwhuisdieren, waarbij geldt dat het aantal paarden niet meer dan vier mag bedragen; 3. het exploiteren van kleinschalige bedrijfsactiviteiten aan huis onder de voorwaarden in artikel 8.2.2;en, 4. het exploiteren van boerderijkamers onder de voorwaarden in artikel 8.2.3. 8.2.2
Algemene regels kleinschalige bedrijfsactiviteiten aan huis
Voor het exploiteren van kleinschalige bedrijfsactiviteiten aan huis gelden de volgende voorwaarden: a. de exploitatie van de bedrijven zoals vermeld op de Lijst van toegestane kleinschalige bedrijfsactiviteiten in Bijlage 2 zijn in ieder geval toegestaan en ook de bedrijven die gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijkwaardig zijn; b. de activiteit dient in hoofdzaak inpandig te worden verricht; c. de gezamenlijke vloeroppervlakte (inpandig) aan kleinschalige bedrijfsactiviteiten mag niet meer bedragen dan 100 m², eventueel vermeerderd met een vloeroppervlakte voor een bed & breakfast van niet meer dan 100 m²; d. degene die de activiteit uitoefent, dient ook de gebruiker te zijn van de woning; e. er mag geen opslag van goederen in de openlucht plaatsvinden; f. er is voorzien in voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein. Van voldoende parkeervoorzieningen is sprake als het aantal parkeerplaatsen dat wordt gerealiseerd in overeenstemming is het gemeentelijk beleid ten aanzien van parkeernormen als bedoeld in afdeling 10.1 en, g. niet toegestaan als kleinschalige bedrijfsactiviteit aan huis zijn: 1. andere horeca-activiteiten dan bed & breakfasts; 2. detailhandel, tenzij het ondergeschikte verkoop betreft, in direct verband met de kleinschalige bedrijfsactiviteit aan huis; en, 3. kinderopvang. 8.2.3
Algemene regels boerderijkamers
Voor het exploiteren van boerderijkamers gelden de volgende voorwaarden: a. de boerderijkamers mogen alleen worden gevestigd in een voormalige boerderij; b. de gezamenlijke vloeroppervlakte van de boerderijkamers mag niet meer bedragen dan 100m2; c. het aantal slaapplaatsen mag niet meer bedragen dan 15; en, bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 20
d. er is voorzien in voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein. Van voldoende parkeervoorzieningen is sprake als het aantal parkeerplaatsen dat wordt gerealiseerd in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid ten aanzien van parkeernormen als bedoeld in artikel Artikel 10. 8.3
Vergunningplichtige gebruiksactiviteiten
8.3.1
Aanwijzing vergunningplichtige gebruiksactiviteiten
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende gebruiksactiviteiten uit te voeren: a. Kleinschalige bedrijfsactiviteiten aan huis met – in afwijking van artikel 8.2.2 – een groter vloeroppervlakte dan 100m2 en/of met opslag van goederen in de openlucht; b. koffie- en theeschenkerij; c. eenvoudige dagrecreatie; en, d. kapsalons; e. internetwinkels, al dan niet in combinatie met de opslag van goederen; f. het vergroten van het aantal huishoudens door woningsplitsing, mits sprake is van een bestaande inwoningssituatie en voldoende ruimtelijke kwaliteit. Daarvan is sprake als de woningsplitsing wordt gerealiseerd in overeenstemming met de 'Kaderstellende beleidsnotitie woningsplitsing bij inwoning' (datum vaststelling college 23 januari 2018) of later door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen vervangende beleidsregel(s). 8.3.2
Beoordelingsregels (nadere beoordelingsruimte)
De omgevingsvergunning wordt verleend indien de gebruiksactiviteit voldoet aan de volgende voorwaarden: a. degene die de activiteit uitoefent, dient ook de gebruiker te zijn van de woning; b. de activiteit moet passen binnen de aard, schaal en het beeld van het perceel en de omgeving; c. de activiteit is ondergeschikt aan de woonfunctie; d. de activiteit mag geen onevenredige hinder opleveren voor de omgeving en vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn; e. de activiteit mag de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de nabijgelegen gronden niet aantasten; f. de activiteit mag geen onevenredige nadelige invloed hebben op de afwikkeling van het verkeer en er moet sprake zijn van voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein. Van voldoende parkeervoorzieningen is sprake als het aantal parkeerplaatsen dat wordt gerealiseerd in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid ten aanzien van parkeernormen als bedoeld in Artikel 10; en, g. het gebruik doet geen onevenredige afbreuk aan de doelstellingen in Artikel 4 en oogmerken als bedoeld in artikel 8.1.
8.4
Verboden gebruiksactiviteiten
8.4.1
Aanwijzing verboden gebruiksactiviteiten
Gebruik dat afwijkt van de gebruiksactiviteiten in artikel 8.2 en 8.3 is verboden. In ieder geval omvat het verbod: a. het gebruik van gronden en bouwwerken in combinatie met bedrijfsdoeleinden - anders dan kleinschalige bedrijfsactiviteiten aan huis - voor: 1. horeca; 2. detailhandel, met uitzondering van internetwinkels en een beperkte verkoop in het klein, in direct verband met de kleinschalige bedrijfsactiviteit; 3. groothandel; en, bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 21
4. reparatiewerkzaamheden voor particulieren van motorvoertuigen, vaartuigen of caravans. b. wonen in een zorgwoning door niet hulpbehoevenden of professionele hulpverleners die zorg- of hulp verlenen aan ter plaatse wonende hulpbehoevenden; en, c. het anders dan hobbymatig houden van landbouwhuisdieren. 8.5
Geboden gebruiksactiviteiten
8.5.1
Voorwaardelijke verplichting - landschappelijke inpassing
a. Binnen 18 maanden na het onherroepelijk worden van dit TAM-omgevingsplan dient uitvoering gegeven te zijn aan de in Bijlage 1 opgenomen landschapsmaatregelen. b. Bij een omgevingsvergunning kan worden toegestaan dat in plaats van de landschapsmaatregelen zoals opgenomen in het ruimtelijk kwaliteitsplan andere landschapsmaatregelen worden getroffen, met dien verstande dat: 1. de landschapsmaatregelen minimaal gelijk zijn aan de in het ruimtelijk kwaliteitsplan opgenomen landschapsmaatregelen en voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden; 2. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden. 8.6
Toegestane ruimtelijke bouwactiviteiten
8.6.1
Aanwijzing toegestane bouwactiviteiten
Het is toegestaan zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken ten behoeve van de activiteiten zoals bedoeld in 8.2 en 8.3 mits deze in overeenstemming is met 12.2. 8.7
Vergunningplichtige bouwactiviteiten
8.7.1
Aanwijzing vergunningplichtige bouwactiviteiten
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning gebouwen te (ver)bouwen en bouwwerken te realiseren en deze in stand te houden en te gebruiken ten behoeve van de activiteiten als bedoeld in artikel 8.2 en artikel 8.3, anders dan de vergunningvrije bouwactiviteiten bedoeld in artikel 8.6.1. 8.7.2
Specifieke aanvraagvereisten
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt, in aanvulling op de algemene indieningsvereisten voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 14.2 een tekening verstrekt waarop de volgende afstanden zijn aangegeven: a. de afstand tot het dichtstbijzijnde agrarische bouwvlak indien deze afstand minder dan 200 meter bedraagt; en, b. de afstand tot de functie recreatie indien deze afstand minder dan 50 meter bedraagt. 8.7.3
Vaste beoordelingsregels voor het bouwen
De omgevingsvergunning wordt verleend indien het (ver)bouwen van een gebouw of het realiseren van bouwwerk, geen gebouw zijnde, voldoet aan de volgende voorwaarden: a. per bouwperceel is maximaal één woning toegestaan, tenzij op de kaart anders is aangegeven; b. de inhoud van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 750 m³; c. de gezamenlijke oppervlakte van de bij het hoofdgebouw behorende bijbehorende bouwwerken bedraagt niet meer dan 250 m²; d. bij (ver)bouw van een woning mogen de gevels niet gesitueerd worden op een afstand van minder dan 200 meter van een agrarisch bouwvlak; e. bij (ver)bouw van een woning mogen de gevels niet gesitueerd worden op een afstand
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 22
van minder dan 50 meter van de functie recreatie; bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden gebouwd op ten minste 1 meter achter het verlengde van de voorgevel van dat hoofdgebouw; g. voor de goothoogte, bouwhoogte en dakhelling van bouwwerken gelden de maatvoeringsbepalingen zoals in de tabel aangegeven, tenzij ter plaatse op de kaart andere maatvoeringsbepalingen zijn aangegeven, dan gelden deze bepalingen: f.
Bouwwerken
Maximale goothoogte 6m 3m
Maximale bouwhoogte 10 m 6m
Minimale dakhelling 30° 18°
hoofdgebouwen (1) bijgebouwen, met uitzondering van overkappingen overkappingen 3,5 m erf- of perceelafscheidingen op ten 2m minste 1 m achter de voorgevelrooilijn overige erf- of perceelafscheidingen 1m overige andere bouwwerken 10 m (1) met dien verstande dat de woning voor maximaal 30 m2 van een platte afdekking mag worden voorzien. h. het bepaalde over bijbehorende bouwwerken is niet van toepassing op een aangebouwd bijbehorend bouwwerk indien deze voldoet aan het bepaalde over hoofdgebouwen. 8.7.4
Algemene beoordelingsregels afwijkmogelijkheden (nadere beoordelingsruimte)
1. Voor bouwactiviteiten die niet in overeenstemming zijn met de in artikel 8.7.3 genoemde beoordelingsregels, gelden de volgende afwijkingsmogelijkheden: 1. het in afwijking van artikel 8.7.3 onder d en e verkleinen van de minimale afstanden, mits een voldoende woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden en de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische) bedrijven of recreatiefuncties hierdoor niet wordt belemmerd; 2. het in afwijking van artikel 8.7.3 onder g verhogen van de toegestane bouwhoogte van het hoofdgebouw; 3. het in afwijking van artikel 8.7.3 onder g verlagen van de dakhelling van het hoofdgebouw of het toestaan van een plat dak; 4. het in afwijking van artikel 8.7.3 onder g verhogen van de toegestane bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat de bouwhoogte van het bijbehorend bouwwerk ondergeschikt dient te blijven aan de bouwhoogte van het hoofdgebouw; 5. het in afwijking van artikel 8.7.3 onder g verhogen van de toegestane bouwhoogte tot 3 meter voor erf- en terreinafscheidingen en 15 meter voor overige bouwwerken; 6. het in afwijking van 8.7.3 onder f bouwen van bijbehorende bouwwerken op een kortere afstand tot (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw dan wel voor (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw; 2. De volgende beoordelingsregels zijn daarbij van toepassing: a.
het (ver)bouwplan leidt niet tot een beperking van de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden; b. ten gevolge van het (ver)bouwplan is er ter plaatse van de (nieuwe) gevoelige ruimten sprake van een aanvaardbaar het woon- en leefklimaat; c. het (ver)bouwen van hoofdgebouwen is passend in het straat- en bebouwingsbeeld; d. het (ver)bouwen van hoofdgebouwen doet geen afbreuk aan de verkeersveiligheid; e. het bouwplan voorziet in voldoende parkeervoorzieningen. Van voldoende parkeervoorzieningen is sprake als het aantal parkeerplaatsen dat wordt gerealiseerd in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid ten aanzien van parkeernormen als bedoeld in Artikel 10. bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 23
f.
de inpassing op het erf en in het landschap vindt op zorgvuldige wijze plaats en wordt in stand gehouden, aan de hand van een ruimtelijk kwaliteitsplan dat in overeenstemming is met de toepasselijke gemeentelijke landschapsidentiteitskaart die geldt ten tijden van het verrichten van de bouwactiviteit; en, g. het bouwen doet geen onevenredige afbreuk aan de doelstellingen en oogmerken als bedoeld in artikel Artikel 4 en artikel 8.1.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 24
Artikel 9 Overige zone - gebieden met archeologische (verwachtings)waarde 9.1
Oogmerk
De regels over de 'Overige zone - gebieden met archeologische (verwachtings)waarde' zijn gesteld met het oog op: a. het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van archeologische monumenten; b. het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ; en c. het behouden en beschermen van de verwachte archeologische waarden. 9.2
Vergunningplichtige ruimtelijke bouwactiviteiten
9.2.1
Aanvraagvereisten vergunningplichtige ruimtelijke bouwactiviteiten
1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een ruimtelijke bouwactiviteit in een gebied met archeologische (verwachtings)waarde wordt in de volgende gevallen, in aanvulling op de algemene indieningsvereisten voor een omgevingsvergunning als bedoeld in 14.2, een rapport overlegd waarin de archeologische waarden van de gronden die volgens de aanvraag worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld: a. er is sprake van een of meerdere bouwwerken met een (gezamenlijk) oppervlakte gelijk of meer dan de 'maximum oppervlakte van de bodemverstoring (m2)' zoals aangegeven op de kaart; en, b. er is sprake van een diepte gelijk of meer dan de 'maximum diepte van de bodemverstoring (m)' zoals aangegeven op de kaart. 2. Een dergelijke rapportage is niet noodzakelijk als aangetoond kan worden dat die gronden geroerd zijn en de trefkans op archeologische waarden gering is. 9.2.2
Bevoegdheid stellen vergunningvoorschriften
Indien uit het in 9.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning over: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; en, c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 9.3
Vergunningplichtige overige activiteiten
9.3.1
Aanwijzing en beoordelingsregels vergunningplichtige werken en werkzaamheden
1. Binnen een gebied met archeologische (verwachtings)waarde is het verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden te verrichten, in stand te houden en te gebruiken wanneer de oppervlakte gelijk of meer bedraagt dan de 'maximum oppervlakte van de bodemverstoring' en/of de diepte gelijk of meer dan de 'maximum diepte van de bodemverstoring' zoals aangegeven op de kaart: a. het ophogen van de bodem; b. het afgraven van gronden; c. het aanleggen, verbreden en/of verharden van wegen, paden, banen en/of parkeergelegenheden en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 25
d. het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; e. het verlagen of het verhogen van het waterpeil; f. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies, waarbij de breedte van deze werken ten minste 1,25 m bedraagt; g. het bebossen van gronden die op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze regel niet de functie bos heeft; h. het rooien van bos of boomgaard, waarbij de stobben worden verwijderd; i. het aanleggen van bos of boomgaard; en, j. het verrichten van grondbewerkingen, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen. 2. Het onder het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die het normale onderhoud of gebruik betreffen: a. al in uitvoering zijn, of volgens een verleende vergunning al mogen worden uitgevoerd; b. onderdeel zijn van werkzaamheden waarvoor al een omgevingsvergunning is verleend en in werking is; c. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden verricht, mits verricht door een ter zake deskundige; en, d. uitgevoerd worden op gronden waarvan aangetoond kan worden dat deze geroerd zijn en de trefkans op archeologische waarden gering is. 3.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden wordt, in aanvulling op de algemene indieningsvereisten voor een omgevingsvergunning als bedoeld in 14.2 een rapport overlegd waarin de archeologische waarden van de gronden die volgens de aanvraag worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld. 4. De vergunning wordt verleend, indien is gebleken dat de in het eerste lid genoemde werken en werkzaamheden, of de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 26
Hoofdstuk 3 Artikel 10 10.1
Algemene regels ten aanzien van activiteiten Parkeeractiviteiten
Parkeergelegenheid
1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te bouwen of een gebruiksactiviteit aan te vangen of te intensiveren die een toename van de parkeerbehoefte tot gevolg heeft. 2. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening met daarop de eventuele bestaande en nieuw aan te leggen parkeergelegenheid; en, b. een parkeerbalans en toelichting hierop. 3. De volgende beoordelingsregels zijn van toepassing: a. er dient op eigen terrein in voldoende mate in parkeergelegenheid ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's, motorfietsen, fietsen of andere voertuigen te worden voorzien en standgehouden op of onder het gebouw, en/of op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw of terrein behoort. Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid indien wordt voldaan aan de "Parkeernormennota Hardenberg" (datum vaststelling raad 17 juli 2018) of later door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen vervangende beleidsregel(s); en, b. de parkeergelegenheid dient qua maatvoering passend te zijn, gelet op het gebruik van het gebouw, waarbij rekening moet worden gehouden met de eventuele bereikbaarheid per openbaar vervoer.